Kosmische Ritmen

 ‘Kosmische Werkingen’ (hoofdstuk 6) – jaargang 1969-1970

Het zal u waarschijnlijk bekend zijn dat er een aantal kosmische ritmen bestaat. Deze ritmen kunnen wij op aarde volgen aan de hand van de gebeurtenissen. Zo hebben de mensen meestal een z.g. dubbel 28 daags ritme. Dat staat in verband met de maan. Dan zijn er 3 dagen en 21 jaars ritmen. Die horen weer thuis bij de zon. Verder hebben wij nog een 72 jaars ritme, dat over het algemeen wordt gezien als te zijn mede veroorzaakt door Neptunus, en een 360 jaars ritme, dat wordt gezien als voortkomend uit het gehele zonnestelsel.
Dergelijke ritmen zijn op zichzelf wel interessant, maar om te begrijpen wat er eigenlijk aan de hand is, moeten wij proberen de gehele gang van zaken eerst eens door te nemen.
Het maanritme zal u duidelijk zijn. De maanfase heeft en door aantrekkingskracht en door gepolariseerd licht op de mens een bijzondere invloed. Die invloed werkt over het algemeen op 26 dagen. Het kan ook zijn op 26 dagen, het kan zijn op 30 dagen; dat is afhankelijk van de persoonlijke reactie, maar wij noemen het gemakshalve een 28 daags ritme.
In dit ritme treffen wij de z.g. energie top en het energie dal aan. Dit wordt dubbel genoemd, omdat wij een energietop mentaal of geestelijk vinden naast een energiedal, evenals een fysieke energietop naast een fysiek energiedal. De maan is gemakkelijk te verklaren.
Met de zon wordt het al anders. Bij de zon kunnen wij rekening houden met o.a. verschijnselen, die in de corona zichtbaar zijn, daarbij ook verschijnselen als zonnevlekken. Die hebben nl. ook een bepaald ritme. Als wij die ritmen vergelijken met de zonneritmen, dan blijkt inderdaad dat ze daarmee in verband staan. Wij zouden kunnen zeggen: dat zijn stralingsbeïnvloedingen.
Het wordt al moeilijker, als wij gaan kijken naar invloeden, die aan Neptunus, Uranus e.d. worden toegeschreven, want hier hebben wij te maken met planeten van een vaak zeer grote omvang. Maar bekijken wij de kern van zo’n planeet, dan is die betrekkelijk klein en in de meeste gevallen samengesteld uit zwaardere elementen. Een dergelijke invloed kunnen wij op die afstand eigenlijk niet verklaren door zwaartekracht; dat zijn maar heel kleine verschillen. Wij kunnen het ook, niet verklaren door straling. Wij zouden misschien kunnen aannemen dat de loop, vooral van de buitenste planeten, een kleine afwijking vertoont van het normale baanvlak. Het zijn dus scheve banen (elliptische banen) u heeft dat misschien wel eens gezien. Er is wel een algemeen baanvlak. Dat baanvlak waarin de planeten lopen is als wij spreken van 180 graden gemeten op de polen van de zon ongeveer 60 graden. Dat is dus een tamelijk groot baanvlak, waarin allerlei groeperingen van planeten kunnen voorkomen. Een buitenplaneet heeft daarbij de meest excentrische baan.
Dergelijke planeten blijken op een gegeven ogenblik op een top te staan; dus zover mogelijk naar het noorden af te wijken van de middellijn. Terwijl de aarde in diezelfde periode juist zuidelijk staat; dus beneden de middellijn. Wanneer aarde en planeten dan tegenover elkaar staan, dan krijgen we inderdaad een invloed. Dat schijnt samen te hangen met een verandering van evenwicht of van veld, in het gehele zonnestelsel.
De grote cycli meten we aan de hand van de zon, maar die hangen, naar ik meen samen met bepaalde afwijkingen, die in de loop van alle planeten kunnen voorkomen. Het is normaal zo: de ene planeet staat van de aarde af gezien achter de zon, een andere staat er voor. Maar het kan ook wel eens voorkomen, dat bijna alle planeten gelijktijdig achter of voor de zon zijn.
De aarde hierbij dus als maatstaf gebruikend. Indien dat het geval is, krijgen wij een krankzinnige verdeling van evenwicht en veld; en daaruit ontstaan dan beïnvloedingen, die wij cycli noemen.
Nu heeft de astrologie daar wel het een en ander mee gedaan. Men weet wel niet precies waar het om gaat, naar ik aanneem, maar ze zijn wel zover gekomen dat ze zeggen: wanneer wij een bepaalde samenhang van planeten hebben, dan ontstaat er een bepaalde invloed. Die invloed is dan georiënteerd aan de hand van sterrenbeelden. Die sterrenbeelden zijn niets anders dan de tekens, die men op een soort kompasroos tekent en waarmee men de verhoudingen aangeeft, die er bestaan t.o.v. de kosmos.
De grote moeilijkheid hierbij is wel in de eerste plaats, dat vele van die cycli een vertraagde werking hebben, U kunt zich dat misschien voorstellen, als u denkt aan het aansteken van een lont. Als ik een lont aansteek, dan zal de lengte van de lont bepalend zijn voor de tijd, die na het ontsteken de explosie ten gevolge heeft.
Nu blijkt, dat wij bij deze kosmische ritmen te maken hebben met allerlei vertragende factoren.
Deze vertragingen lopen sterk uiteen. Wij kunnen voor b.v. een maansverduistering een heel eenvoudige situatie spreken van een vertragingsfactor van 2½ dag ongeveer; het loopt tussen de 50 en 60 uur.
Hebben wij te, maken met een zonsverduistering, dan blijkt die periode van vertraging zelfs nog veel minder te zijn, zij verloopt ongeveer van 2½ tot 15 uur. Dat wil zeggen: wanneer de feitelijke toestand optreedt en daarmee de maximale invloed de aarde bereikt, zal de resulterende werking kenbaar zijn na de omschreven periode.
Ik sprak over zonnevlekken. Ik zou ook de grote uitbarstingen in de corona van de zon moeten noemen. Hier kunnen wij rekenen met een vertraging van 4 maanden tot zelfs een jaar. Er is dus sprake van werkingen, die een veel langere tijd nodig hebben om de mens in beweging te brengen. De werkingen van de maanritmen zijn bijna onmiddellijk. Van een maanritme kan worden gezegd, dat een toestand die, door de maan mede wordt beïnvloed, een effect kan hebben van ongeveer 4 à 5 uur tot 60 uur nadien. Dit zijn een paar tijden, waarop u zich niet al teveel moet blind staren. Het is eerder om u een beeld ervan te geven.
Hebben wij een invloed, die door de astrologen aan één van de buiten planeten wordt toegeschreven (b.v. het optreden van Pluto, Uranus, Saturnus en in zekere mate ook Jupiter), dan hebben wij te maken met een z.g. langdurige invloed vanuit het standpunt van de astroloog, maar vanuit het standpunt van degene, die met kosmische tendensen en periodiciteiten rekent, met een vertraagde. Dat is dus een invloed, die vanaf het ogenblik dat zij optreedt op aarde tot het ogenblik dat ze is uitgewerkt en resultaat heeft gehad een lange tijd vergt. Een Jupiterinvloed b.v. heeft een gemiddelde looptijd van 3 tot 4 maanden. Maar in die periode ligt het feitelijke kroonpunt meestal rond de 65 à 66 dagen. Dat is dan het punt in die periode, waarin de werkingen het sterkst merkbaar worden. Voor die tijd is er een aanlooptijd, daarna werkt door wat reeds begonnen is, maar na 65 à 66 dagen komt de feitelijke gebeurtenis.
Indien dit u enigszins een voorstelling geeft van de z.g. vertraging, dan kunt u ook begrijpen hoe het komt dat die periodiciteiten op aarde niet zo gemakkelijk worden opgemerkt. Als wij te maken hebben met een kosmische werking, die van buiten het zonnestelsel komt en die zijn er dan kan het wel eens zijn dat die een werkingsperiode heeft van bijna 100 jaar met een nadruk op het 70e of 80e jaar.
Dan zeggen de mensen: het is een geleidelijke ontwikkeling geweest, dat kun je geen periodiciteit meer noemen. Alleen degene, die van de historie voldoende op de hoogte is en diep genoeg durft graven, zal ontdekken, dat dat al meer is voorgekomen, Vreemd genoeg zijn dan die perioden met hoogtepunten precies even lang, Je kunt dan berekenen dat het periodiciteiten zijn.
Nu behoren bij die periodiciteiten, die alle van materiële aard zijn een paar vuistregels.
1. Alle korte ritmen kan de mens aan de hand van zijn leven berekenen. Een maanfase gevoeligheid b.v. (28 daags cyclus) kan bijna iedereen voor zichzelf nagaan. Hebben wij te maken met langere fasen, dan moeten wij kijken naar de veranderingen, die er in ons leven voorkomen. En dan blijkt, dat voor sommigen die veranderingen om de 7 jaar, voor anderen om de 9 jaar of zelfs om de 12 jaar plaatsvinden. Dat is onze tweede cyclus. Hebben wij dus zoveel jaren geleefd, dan is het bijna zeker dat de toestand verandert. Maar die toestand is dan niet onze persoonlijke, zoals wij die stoffelijke beleven. Een grote fout, die men heel vaak ziet maken is: ik heb een 7 jaarscyclus; ik heb 7 jaar in de ellende gezeten, dus krijg ik 7 jaar geluk. Dat is absoluut niet waar. Het is wel zo dat je kunt zeggen: ik heb 7 jaren geleefd in een bepaalde richting, ik had een zeker doel en daardoor werden mijn handelingen bepaald. In de volgende 7 jaar verandert mijn visie zodanig dat ik op een andere manier dat doel ga nastreven, terwijl ook mijn persoonlijke capaciteiten een verandering ondergaan in de richting van dat doel.
2. Alle periodicitciten, die van binnen het zonnestelsel komen, zijn voor de doorsnee mens berekenbaar. Zij kunnen meestal worden teruggevonden in de bijzondere constellaties van de astrologie en zijn als zodanig ook astrologisch aan te duiden. Zeer belangrijk zijn hierbij de 21 jaars cyclus en de 72 jaars cyclus.
3. Alle stoffelijke waarden en veranderingen, die zich via deze periodiciteiten voltrekken, zullen een geestelijk counterpart moeten hebben. Dit geestelijk counterpart moet eveneens periodiek optreden.
Daar hebben wij dan de belangrijke punten. Het laatste is misschien wel het belangrijkst. Want het is wel aardig te weten dat je om de zoveel jaren een crisis kunt krijgen, dat de koffie prijzen om de zoveel jaren sprongen maken (dingen, die reëel zijn) en dat het aantal branden en sterfgevallen in bepaalde jaren bijzonder hoog en in andere jaren bijzonder gering zijn, maar als u probeert ook het innerlijk leven van de mens hierin te verwerken, dan zult u zich toch naar ik meen moeten concentreren op de achtergrond: wat zit hier geestelijk achter?
Nu bestaan er een aantal Heren der Stralen, die u het best kunt zien als een geestelijke oriëntering. En dan moet u zich de zaak eens geestelijk proberen voor te stellen: een sfeer bestaat in feite uit vele kleine sfeertjes, die wel aan elkaar grenzen, die contact met elkaar kunnen hebben, maar waarbij de eigen instelling, de wereldvisie, het doel dat de persoonlijkheid zich stelt aanmerkelijk kan verschillen. Het zal u duidelijk zijn, dat een dergelijke verandering bij de overgang naar een hogere sfeer niet onmiddellijk ongedaan is gemaakt. Om die nu eenvoudig voor te stellen heeft men een analogie gemaakt met de 7 planeten, die in de eerste astrologie bekend waren.
Men heeft gezegd: er zijn 7 richtingen die convergeren naar één doel, maar die naarmate ze verder in de materie komen daarvan divergeren. Dat zijn dan de 7 stralen. Als ik tot zo’n straal behoor, dan impliceert dit dus dat mijn geestelijk leven, de sferen waarin ik leef, de geestelijke krachten waarmee ik contact heb en zelfs de geestelijke mogelijkheden die ik bezit op een bepaalde wijze gericht zijn. Dat waren ze al voordat ik op aarde zou komen. En als ik op aarde ben, zal die geestelijke achtergrond in het onderbewustzijn van de mens liggen. Nu zegt men dat de variant, die voorkomt in de normale stoffelijke periodiciteit, wordt bepaald door de straal waartoe je behoort.
De grote moeilijkheid van die dingen is altijd om ze aannemelijk te maken. Ik doe erg mijn best de zaak zo eenvoudig mogelijk voor te stellen. Er zijn uit de aard der zaak heel wat meer geestelijke permutaties denkbaar dan binnen 7 Heren en 7 Stralen te vatten zijn.
Als ik bij de meest eenvoudige indelingen blijf, dan zal ik constateren, dat de geest mede door haar invloed op het onderbewustzijn de visie op de wereld bepaalt. En dat is belangrijk! Die visie op de wereld hangt n.l. samen met je eigen reactie op de gebeurtenissen; wat je erin beleeft, wat je er in ziet. En al blijven die gebeurtenissen en de periodiciteiten daarin precies dezelfde, je kunt innerlijk op een heel andere manier reageren. En dat is afhankelijk van die straling. Dan hebben wij weer een eenvoudige vuistregel:
De straal, waartoe men behoort, bepaalt niet slechts de betekenis van de optredende cyclus, maar ook de reactietijd die men persoonlijk nodig heeft om, de werkingen van de cyclus in de wereld tot uitdrukking te brengen.
Het klinkt gewichtig, maar het is eenvoudig. Gaat u maar eens kijken bij een stoplicht voor voetgangers. U ziet daar mensen die een beetje wegdromen. Ze hebben wel haast, maar ze staan even te dromen. Het groene licht brandt al een tijdje en iedereen is al op weg om de zebra te betreden, voordat zo iemand besluit dat hij ook moet oversteken. Er zijn anderen bij, die de voet al op de zebra hebben lang voordat het licht op groen springt. Er zijn er ook, die onmiddellijk reageren. Er zijn er, die veel meer worden geboeid door het schouwspel van hun buren dan door het feitelijke doel. Probeert u zich nu voor te stellen dat op een soortgelijke manier een periodiciteit kan optreden. Het is als dat verkeerslicht dat rood en groen aanfloept. De mensen reageren elk op hun eigen wijze en daarmee wordt ook de snelheid van hun reactie bepaald. U gaat dan begrijpen waarom er zo grote verschillen kunnen zitten in de persoonlijke beleving van een periodiciteit. En dat is heel belangrijk, want die beleving bepaalt niet alleen wat geestelijk daaruit voortkomt (de invloed, de ervaring die je ondergaat), maar tevens het gebruik dat je daarvan op aarde kunt maken.
De oude Romeinen hadden zo’n aardige voorstelling van Fortuna: een heel moderne jongedame, die niet alleen in een soort Griekse mini werd voorgesteld, maar ze had bovendien een zeer bijzonder kapsel: een lok van voor en van achter een kaal hoofd. Nu zegt men: Er zijn mensen die altijd geluk hebben. Maar de Romein zei: als Fortuna komt, moet je haar bij de lok grijpen. Met andere woorden: voordat het geluk er is, moet je het je eigen maken. Want als je achteraf ernaar grijpt, heb je alleen het kale hoofd; je hebt geen houvast en het geluk loopt door.
Evenzo zou dat kunnen zijn met die periodiciteiten. Er zijn mensen, die van elke ontwikkeling die ze aanvoelen, onmiddellijk gebruik maken. Het gaat hen goed. Hoeveel er in de wereld ook verandert, ze drijven altijd boven. Dat zijn de mensen die snel reageren.
Je hebt mensen, die altijd net te laat komen. Dat zijn degenen, die te traag reageren. Dan hebben wij ook nog de vooruitlopers. Mensen, die zozeer zijn ingesteld op ontwikkelingen, die nog moeten komen, dat ze eigenlijk al reageren op een cyclus, die voor anderen nog niet aanwezig is. Dat zijn dan de miskende mensen. Niet de miskende kunstenaars, maar anderen die miskend worden en misschien meer terecht. Zij lopen vooruit op de werkelijkheid en daardoor komen ze in conflict met hun wereld. Op het ogenblik, dat hun wereld hun standpunt begint te begrijpen, zijn ze alweer verder en het conflict blijft bestaan. De harmonie, die je hebt met je eigen wereld, wordt dus niet alleen bepaald door die periodiciteiten, maar ook wel degelijk door de manier, waarop je zelf krachtens de stralen bent georiënteerd.
Dan gaan we proberen toepassingen te vinden. Ik stel een paar heel eenvoudige oude waarheden: Als ik mijn energie cyclus ken (28 daags cyclus), dan kan ik gebruik maken van mijn fysieke toppen om zoveel mogelijk fysieke arbeid te verrichten, terwijl ik mijn mentale arbeid zoveel mogelijk zeker in zijn belangrijke aspecten verschuif naar die dagen, waarop ik een mentale top heb. Dit betekent een verandering in mijn arbeidsindeling, inderdaad, maar ook dat ik maximale resultaten kan krijgen zowel op mentaal als op fysiek vlak. En daarmee kunt u reeds een stap vooruitkomen.
Als u weet hoe u reageert in een 3 jaars of 7 jaars cyclus, dan zult u ook ontdekken: in deze periode zijn er veranderingen voor mij. De veranderingen komen. Dat is ongeveer mijn reactietijd. Gaat u dat eens een keer na. Je hebt trage vrijers die blijven 20 jaar verloofd en je hebt snelle vrijers, die komen niet eens aan de verloving toe. Op die manier moet u het maar eens bekijken.
Wat ben ik voor iemand? Bent u traag, dan zegt die periodiciteit u niets; u kunt er eenvoudig niets mee doen. Maar bent u een gemiddeld mens (in verlovingstermen zo van 6 maanden tot 2 jaar), dan behoort u tot degenen, die goed gebruik kunnen maken van een dergelijk ritme. En dan geldt voor u: Ik ga in mijn leven kijken: wat zijn de kritieke veranderingen en welke tijd daar vóór waren ze eigenlijk reeds kenbaar. Wat is het verschil tussen de tijd dat ik zei: Er zit wat in de lucht en het ogenblik, dat ik het wéét. Reken niet op slagen of falen, maar alleen van aanloop tot reactie.
Indien u dat een paar keer heeft geconstateerd, moet u aannemen dat u een volgende keer een mogelijk gelijke reactietijd zult vertonen. Weet u mijn 7 jaars of mijn 3 jaars cyclus begint vandaag en dat kunt u meestal uit uw levensloop wel zo’n beetje opdiepen dan zegt u: Ik heb normaal een verschuiving van 2 tot 6 maanden, ik ga dus rekening houden met het feit, dat ik over 6 maanden alle reserves moet hebben om daadkrachtig te veranderen. Het resultaat is, dat u zich niet met nutteloze dingen moe maakt voordat het nodig is, maar dat u met een maximum aan inzet kunt reageren, wanneer voor u de noodzaak ontstaat en daarmee dat u dus snel en meestal ook juist kunt volbrengen wat voor u noodzakelijk is geworden. U heeft dan een zeer korte en snelle periode van handelen. Daarna heeft u dus veel tijd voor stabilisatie.
Stabiliseren is voor deze periodiciteiten zeer belangrijk, vooral als wij te maken hebben met een 7 of 21 jaars cyclus. Want als u een 7 jaars cyclus heeft en u heeft een aanloop van een jaar nodig (daarna reageert u pas op de vernieuwde omstandigheden) en u reageert traag, dan heeft u 3 jaar nodig. U heeft dan nog 3 jaar over om orde op zaken te stellen. Dat betekent, dat u bijna geen rust krijgt, voor er alweer een nieuwe verandering aan de gang is. Doordat u geen rust krijgt, kunt u zich niet voorbereiden en wordt u steeds weer meegesleept door de gebeurtenissen. Het is veel prettiger, als u een beetje meester bent van de gebeurtenissen.
Als u diezelfde reactieperiode van een jaar heeft op een 7 jaarscyclus en u rekent daar werkelijk mee, dan handelt u dat niet in 3 jaar af, maar waarschijnlijk in 6 a 7 maanden. Dan heeft u alles gedaan wat nodig was en kunt u nu de zaak verder uitwerken in details. U komt tot rust en u krijgt een periode van 1 of 2 jaren waarin u geluk, vrede heeft, waarin u op adem kunt komen, voordat zich een nieuwe mogelijkheid voor verandering aankondigt.
U zult zeggen: dat is allemaal wel heel aardig, maar je moet het eerst maar weten. Inderdaad. Maar als u nu eens nagaat hoe het vroeger is geweest. Wat zijn nu werkelijk de kritieke perioden in uw leven? Hoe oud was u b.v. toen er bij uw ouders of in het gezin iets veranderde, dat u verhuisde, dat u ineens op een andere school kwam ook al een mogelijkheid waardoor uw visie op het leven veranderde? Als u dat alleen eens nagaat, dan heeft u al houvast. U ziet dan dat daar een paar perioden in zitten. Ga dan eens na hoe het verder in uw leven ging. Wanneer kreeg u opslag? Wanneer bent u van baan veranderd? Wanneer heeft u die ander leren kennen? Hoe ging het toen ook weer mis, en is er nog zo’n mislukking geweest? Zo ja, hoeveel tijd later? Het vraagt een zekere analyse van je leven, van wat er allemaal is geweest. Nu weet ik wel, hoe ouder je wordt, hoe langer je ermee bezig kunt blijven; maar aan de andere kant, hoe nauwkeuriger je tenslotte de cycli kunt bepalen.
Het bepalen van de cycli vergt werk, dat geef ik direct toe maar ze zijn in uw leven verankerd. Als u nu niet helemaal zeker bent van de kritieke perioden (u zegt: het was er wel, maar hoe zat het ook weer?) gaat u dan de progressie van de planeten eens na sinds uw geboorte. Er bestaan planeetklokken voor, waarmee je dat betrekkelijk eenvoudig kunt doen. De jaren, waarin in bepaalde huizen een bijzonder sterke planeetwerking kenbaar was, zijn zeer waarschijnlijk de tijden, waarop voor u een gebeurtenis kritiek werd. Vergelijk dat en u zult zien dat het heel aardig klopt. U heeft daardoor de mogelijkheid, mede aan de hand van een horoscoop, om punt voor punt vast te stellen: dit zijn mijn ritmen. Ritmen, die bestaan en die zich met een variatie van 5%, omdat je nooit precies de invloed bepaalt, maar alleen de werkingen, iets verschuiven. Maar heb je dat ritme, dan kun je zeggen: het laatste kritieke punt in mijn leven was kennelijk dat. Maak desnoods een progressieve horoscoop, totdat u weer een kritieke constellatie krijgt, die veranderingen aangeeft en zeg dan tegen uzelf: dus dit is mijn periodiciteit. Ik zit op het ogenblik op dat deel ervan. Ik moet zorgen, dat ik nu mijn zaak stabiliseer, want ik moet rusten; of: ik ben pas aan het begin, laat mij het nu snel afwerken, laat mij zorgen dat ik energie heb, indien er dingen moeten worden veranderd.
Het is niet zo moeilijk als het lijkt, maar het veronderstelt natuurlijk wel dat u veel werk verzet. Het is met geestelijke waarden precies als overal elders: je krijgt het niet cadeau. Bewustwording, b.v. is geen kwestie van een lot uit de loterij trekken, maar van lang en hard werken om je wereld te zien groeien. En op dezelfde manier is het erkennen van het juiste ritme niet een kwestie van iemand consulteren die het u dan wel vertelt, want dan heeft het lang zoveel betekenis niet voor u. Het is een persoonlijk naspeuren van deze dingen en dan ook persoonlijk ernaar leven, er rekening mee houden.
De grote cycli, ach, daar heeft u als mens eigenlijk weinig mee te maken. De 2200 jaar cyclus een beetje afgerond. De 21000 jaar cyclus en een 7000 jaar cyclus. U kunt hoogstens zeggen het bepaalt een beetje de sfeer van de stoffelijke wereld, terwijl ik erin leef.
Een 7000 jaar cyclus betekent een ontwikkeling, die toch niet in de stof beëindigd kunt zien en die heel vaak voor u geestelijk minder betekent dan u zoudt denken. Dus daarmee zou ik mij maar niet bezighouden.
Het is leuk te weten: het is de tijd van Aquarius, er gaat veel veranderen. Maar die verandering gaat langzaam. De totale verandering van Aquarius vraagt in het begin 360 jaar, de voltooiing van de eerste fase vraagt 720 jaar en dan pas kun je constateren wat Aquarius eigenlijk in de wereld heeft gedaan. De eerste 360 jaar heb je hoofdzakelijk processen van afbraak. De daarop volgende 360 jaar krijg je consolidatie en opbouw en pas daarna krijgt je 700 jaar werkelijk actie.
Het is aardig te zeggen: Aquarius is pas begonnen. Maar het betekent dat er heel veel moet worden afgebroken en pas daarna zal een definitieve opbouw mogelijk zijn. Om het voor de Hagenaars heel eenvoudig te vergelijken: het is zoiets als het reconstructieplan Bezuidenhout. Veel plannen, tekeningen en idealen, maar de werkelijke vorm komt er pas uit, nadat de tijd zover is gevorderd dat er een noodzaak is ontstaan. En als u zich daarin teveel gaat verdiepen, komt u niet verder.
Als wij met periodiciteiten rekenen, moeten wij uitgaan van de mens zelf. Van U zelf. En dan moet u niet alleen maar rekening houden met een horoscoop. U moet werkelijk proberen te, vinden op welke manier in uw leven bepaalde constellaties invloed hebben gehad en de tijden, die er tussenliggen. Dan krijgt u het idee: ik heb 5 keer Venus in het huis der bezittingen gehad en 1 tot 2 keer heeft het wat opgeleverd. Kennelijk heeft dat dus één of twee keer invloed op mij gehad. De tussentijd is deze. Als ik diezelfde Constellatie weer terugkrijg en zo’n tijd is er niet verlopen, dan is de kans maar heel klein dat het feitelijk iets betekent. Zodra echter de constellatie maar benaderd wordt en de tijd is juist, dan moet ik met een grote en sterke invloed rekening houden. Zo krijgt u een beetje inzicht in uw bestaan.
Dan moet u niet denken, dat een mens een machine is, Al die ritmen zijn verschillend van mens tot mens. U kunt dus niet zeggen: we hebben een 28 daags ritme, het is voor hem, zo en voor haar zo, dus is het voor mij ook zo. Wij gaan gezamenlijk als groepje in dit ritme op. Het is geen golfbaantje waar een aantal mensen in een wagentje overheen zweeft. Het is een wandeling over een omgeploegde akker, waarin hier en daar oude voren en bulten zijn, waar je overheen moet klauteren; en dat ligt aan je eigen bewegingstempo en niet alleen maar aan de grond.
Iedereen heeft zijn eigen gevaren en zijn eigen voordelen. Reken je met de persoonlijke waarden, dan heeft het één nadeel: je kunt niet zeggen: voor een ander is het ook zo. En het heeft ook een groot voordeel: je kunt in ieder geval zeggen: voor mij is het zeker zo. Hoe algemener je deze dingen maakt, des te minder ze bruikbaar zijn.
Je zou van die ritmen iets kunnen maken in de vorm van een daghoroscoop. Ik zou voor u allen kunnen vertellen dat de meeste mensen op het ogenblik zitten op ongeveer de helft van een 3 jaars cyclus en mede in de aflopende fase van een 7 jaars cyclus. Dat is volkomen waar.
Maar hoeveel verschilt dat? Wat is uw eigen tempo? Wat is uw reactietempo, uw aanlooptijd? Dat kan ik u niet zeggen. Zoals de man, die een daghoroscoop maakt zeer aarzelend de vinger schudt en zegt: weest voorzichtig, want velen van u zullen vandaag een onwaarheid horen.
Wat is er eigenlijk aan de hand? De een of andere minister heeft voor de TV gesproken en verder niets. Dat zegt niets. Dat overkomt iedereen wel. Maar als ik voor iemand persoonlijk ga uitrekenen en zeg: vandaag is voor u een dag, dat u voorzichtig moet zijn, want men zal proberen u te bedriegen, dan kan voor die persoon de waarschuwing van heel groot belang zijn, omdat hij dan inderdaad achterdochtig is en er voor hem specifieke situaties gaan optreden, waarin een specifieke poging tot bedrog plaatsvindt.
Dan is het niet algemeen meer. Op dezelfde manier moet u dat proberen terug te brengen tot dit ritme. Er is geen algemene regel te geven. Wat kunnen wij dan nog verder vertellen over die ritmen. Natuurlijk dat ze niet alleen invloed hebben op de aarde. Het lijkt misschien wel zo, maar als u een radio heeft en de afstemming wordt periodiek veranderd, dan wordt het station dat u ontvangt eveneens periodiek veranderd. Als een mens in een bepaalde cyclus invloeden ondergaat en die cyclus wordt beëindigd, dan is de kans groot dat hij ook geestelijk een wat andere afstemming krijgt. Zijn geestelijke contacten en mogelijkheden veranderen meestal mede met de cyclus. Zijn mentale processen zijn verbonden met zijn ervaringen. Als dus een cyclus is afgesloten, dan hebben wij wel een stabilisatie, maar die nieuwe invloeden moeten worden verwerkt en dat betekent een verandering van mentaliteit. Die dingen kunnen je helpen.
De mensen zijn geneigd te zeggen: het is een 28 daags cyclus en ik ben vandaag energiek dus moeten de meeste mensen energiek zijn. Zij houden er dan geen rekening mee of het lente is of najaar. In de lente zijn de meeste mensen moe vóór het ontluiken en in het najaar zijn ze dartel vóór het vallen der bladeren. Dat zijn van die factoren. Daarmee moet je ook rekening houden.
Grote tendensen zijn voor ons bepalend voor het milieu. Een korte cyclus is bepalend voor de persoonlijke reactie in het milieu. De persoonlijke reactie kan alleen tegenover het milieu worden bepaald, nooit tegenover anderen.
Als ik u een raad mag geven: gaat u ook niet proberen om even de ritmen van een ander uit te rekenen. Dat is misschien voor sommige vrouwen een kwestie, die vele voordelen schijnt te bieden. Even nagaan: wat zijn de periodiciteiten van edelmoedigheid van mijn echtgenoot? 0, nu weet ik, wanneer ik hem die nieuwe mantel kan afzetten. Maar weet u wat daar achter zit? Uw man kan zijn ervaringen, zijn gevoelsleven gemakkelijker nagaan dan u. Nu denkt u: aha, daar komt hij aan met de nieuwe jas, twee glimlachjes, zijn lievelingsgerecht, een paar kaarsen erbij en ik zit weer goed in de kleren. Maar dan komt hij thuis met een lang gezicht. U zegt dan: die ritmen deugen niet. Neen, uw berekening van het ritme deugt niet, want hij is vandaag neerslachtig, omdat hij met een probleem zit. De oplossing ervan komt pas vijf dagen later en dan heeft hij wel een opgeruimde bui. Maar ja, dan heeft u uw kaarsen en uw charme verknoeid en is het moeilijk om dan weer hetzelfde gerecht op tafel te zetten. Wat speels uitgedrukt misschien, maar het is dichter bij de werkelijkheid dan u denkt.
Cycli zijn er nu eenmaal. Onze persoonlijke korte cycli kunnen wij bepalen. Voor anderen kunnen wij deze zelden juist bepalen, omdat innerlijke en niet alleen uiterlijke processen daarbij een rol spelen.
Cycli worden gekleurd door de straal waartoe u behoort. Dit betekent, dat dezelfde cyclus voor verschillende stralen een totaal verschillende reactie kan betekenen en zelfs een totaal verschillende aanpassing. Wij kunnen wederom deze geestelijke waarden voor anderen niet nagaan. Voor jezelf weet je misschien niet tot welke straal je behoort want dat is eigenlijk alleen maar een kwestie van kunstmatige indeling maar je weet wel degelijk wat je sfeer van reageren is, wat je innerlijke achtergronden zijn. Je kunt ze niet omschrijven, maar je weet dat ze er zijn. Op grond daarvan zou ik u dus de raad willen geven: Houdt u niet teveel bezig met de korte cycli van anderen.
Hebben wij te maken met historische cycli, dan komen wij terecht bij o.m. de bekende spiraal der historie. Nu is een spiraal der historie iets waarvan wordt verondersteld dat iemand, voortdurend op hetzelfde ogenblik in de loop der ontwikkelingen, weer verschijnt
Napoleon was hier Augustus, daar is hij Napoleon, daar wordt hij b.v. Hitler en een eind verder wordt hij de eerste president die Mao opvolgt enz. Dat klinkt allemaal aardig, maar het is niet helemaal waar. Wat wij wel weten is, dat de historie een voortdurende versnelling ondergaat. De ritmen blijven hetzelfde. Dat betekent, dat per cyclus een groter aantal gebeurtenissen en ontwikkelingen plaatsvindt.
Het tempo waarin de mensen leven wordt sneller, terwijl de maat waarmee hun levensweg wordt gemeten dezelfde blijft. En dan kunnen wij in de geschiedenis wel degelijk bepaalde ontwikkelingen volgen.
Er zijn perioden geweest van kolonisatie. Die vinden wij net zo goed in de tijd van Troje. De situatie was toen vergelijkbaar met de huidige opstand van de gekoloniseerde gebieden tegen de oorspronkelijke moederlanden. Dat was toen zo, dat is nu zo. Dat kun je overal terugzoeken. Dat zal dus wel weer gebeuren. Maar het aantal gebeurtenissen dat ertussen ligt is groter. Dat wil zeggen, dat we elke keer een verfijning van de ontwikkeling krijgen en dat bij elke cyclus in de historie, een scherper gedefinieerd en meestal eenzijdiger beeld ontstaat aan het einde of aan het begin van een cyclus. Daardoor is het gebruik van de historische cycli niet mogelijk om volledige parallellen te ontdekken. Wel om, parallelle ontwikkelingen te ontdekken.
Wij houden daarbij rekening met het feit, dat het aantal fasen, waarin de ontwikkeling zich afspeelt, toeneemt naarmate wij dichter bij de eigen tijd komen. Gaan wij naar de toekomst, dan moeten wij aannemen dat het aantal verschillende fasen (dus de snelheid waarmee de veranderingen zich schijnbaar voltrekken) eveneens meer toeneemt. Daaruit trekken wij dan de conclusie, dat de grote ritmen te bepalen en te gebruiken zijn om de sfeer, de ontwikkelingsmogelijkheid in een bepaalde tijd vast te leggen, maar dat wij nooit tot een parallelle reeks gebeurtenissen komen, zodat er feitelijk geen vergelijkbaarheid van gebeurtenissen tegenover gebeurtenissen bestaat. Wij kunnen de gebeurtenissen vergelijken om een zekere sfeer van ontwikkeling te vinden; nooit om gebeurtenissen vooruit te zien aan de hand van een vroegere volgorde.
Wij hebben nu de grote cycli nagegaan. Wij hebben daarnaast iets gezien van de kosmische- en zonne cycli en wij hebben de persoonlijke cycli beschouwd. Als wij nu even en de mentaal geestelijke en de materiële herhalingen en cyclusverschijnselen terzijde stellen, dan zouden wij kunnen spreken van de tijdloze vibratie van het ego, zich manifesterend in voortdurend schijnbaar gelijke levensfasen en ontwikkelingen.
Het levensproces van het werkelijke ego veroorzaakt a.h.w. onze reactie op de levende waarde, die in dit geval misschien de tijd zal zijn. Voor het werkelijke “ik” bestaan er dus geen cyclische verschijnselen en zijn er geen astrologische mogelijkheden tot berekening. Wij kunnen zien met welk ritme wij ademhalen bij wijze van spreken maar niet hoe lang wij leven of hoe wij leven.
Het is heel erg belangrijk ook hierop even de nadruk te leggen.
Juist omdat je met de Heren van de Stralen en het behoren tot een bepaalde straal een schijnbare definitie geeft van een geestelijke ontwikkeling, vergeet je meestal dat dit een fase is, één klein facet van de werkelijke persoonlijkheid. Zodra wij echter begrijpen, dat al die nevenverschijnselen geestelijk, materieel en anderszins alleen maar de levensuitingen zijn van het “ik”, de levensvibratie van een tijdloos ego, dan komen wij op het punt dat wij zeggen: zodra ik de waarde, van het ego zelf in mij activeer, zal mijn ervaren en mijn beheersing onafhankelijk zijn van de ritmiek, die van buitenaf optreedt en waarin ik schijnbaar meega. Ik kan, zodra ik tot mijn werkelijk “ik” doordring, mij van elk cyclisch verschijnsel distantiërend, komen tot een beheersing van elk cyclisch verschijnsel aan de hand van de egoinhoud, die ik bezit; en op grond daarvan dus tot ingewijde of bewuste worden, die zich heeft vrijgemaakt van de invloeden van buitenaf en volgens zijn gelijkblijvende werkelijke inhoud voortdurend reageert met erkenning van de omstandigheden, die buiten hem bestaan. En als u ook dat erbij heeft gekregen, geloof ik dat ik dit onderwerp mag beëindigen.

Breuklijnen in de tijd

Wanneer wij de tijd bezien op aarde, dan kunnen wij ons niet voorstellen dat daarin een breuk kan voorkomen; dus dat de tijd een stukje overslaat. Toch kunt u zich een voorstelling maken van een persoonlijke breuk in deze tijd, indien u zich realiseert dat iemand, die een tijd bewusteloos is geweest en de tussenliggende periode niet heeft beleefd, terugkomt in een wereld, waarin een aantal ontwikkelingen heeft plaatsgevonden. Als u bij het volgende dit beeld voor ogen houdt, zal het u eenvoudiger worden het begrip breuklijn in de tijd een vorm te geven.
Tijd is een veldwerking. Er bestaat een kosmisch veld. Dat omvat het hele Al inclusief alle verschillende sterrennevels. Elke sterrennevel op zich kent daarin een rotatie. Daardoor ontstaat er een secundair of kruisend veld. Deze beide velden ten opzichte van elkaar werkend, zullen elke verschuiving t.a.v. deze onderlinge beweging als tijd, verloop of ontwikkeling registreren.
Die tijd kunt u zich weer het best en eenvoudigst realiseren, als u eraan denkt dat het verval van b.v. een radio actief element kan worden gemeten in tijd. Maar op een snelbewegende planeet is de z.g. halftijd (het halfleven van een element in uw tijdswaardering uitgedrukt) korter dan op een langzaam lopende en een langzaam draaiende planeet.
Ga je je dit realiseren, dan begrijp je dat tijd niet kan worden beschouwd als een opeenvolging van momenten, maar als een toestand waarvan het verschijnsel voor ons kenbaar wordt door beweging in ruimte. En daar hebben we dan de eerste definitie: Tijd is de consequentie van beweging in ruimte.
Maar nu hebben wij aangenomen, dat de ruimte volledig homogeen is, dat dus overal in het kosmische precies dezelfde veldsterkte bestaat, dat een Melkwegstelsel b.v. overal een gelijk sterk veld en een gelijk sterke massabeweging heeft. Dat is echter niet het geval. Er ontstaan perioden van vertraagde en versnelde tijd, omdat de dichtheid van één van beide velden af of toeneemt. Een planeet, die zich daarin zou bewegen, zou dus voor haar gevoel een plotselinge stroomversnelling van tijd of een plotselinge afremming van tijd ervaren. Dat is menselijk misschien heel moeilijk om u dat voor te stellen.
Een afremming kunt u zich misschien indenken als één van die dagen dat u daadkrachtig bent en ontzettend veel doet; en als u dan op de klok kijkt, is het pas een half uur later. De versnelling van tijd kent u eveneens. Dagen, dat u werkelijk uw best doet; en elke keer dat u kijkt is die klok weer veel verder opgeschoten dan u volgens uw begrip en uw actie zoudt mogen veronderstellen. Op deze manier zijn er dus bepaalde stroomversnellingen.
Maar stel nu eens en dat is mogelijk dat een verdichting van veld onmiddellijk grenst aan een vaagheid van veld. Dan is het verschil tussen versnelling en vertraging zo groot, dat daarin eigenlijk geen tijdservaren meer meetbaar is. De tijd verloopt zo snel, dat er een hiaat ontstaat. Nu ontstaat die hiaat niet alleen voor u als mens, maar voor alle materie. Wij noemen dergelijke toestanden breuklijnen in de tijd, omdat hier de mogelijkheid bestaat om van deze eigenaardigheid gebruik te maken, zouden dan theoretisch met een soort tijdsmachine kunnen werken.
Wanneer wij een eind in de versnelde tijd reizen en wij keren terug in onze eigen tijd, dan hebben we heel veel gedaan in praktisch geen tijd. Zouden we daarentegen vanuit een snelle tijd naar een trage tijd gaan, dan hebben wij maar een paar dingen beleefd en ondertussen zijn er misschien eeuwen op aarde voorbij gegaan.
Dit is een heel summiere en zeer eenvoudige voorstelling van het geheel. Die homogeniteit hebben wij nu wel wat afgebroken en verklaard dat ze niet bestaat, maar stel nu, dat er een veld van buiten deze kosmos (dit voor ons besloten geheel) zou optreden, dan zou hierdoor een totale veldverstoring ontstaan. Er zou in het Al een stuk kunnen zijn waar geen tijd bestaat; wat meer is dat zou een lijn kunnen zijn die b.v. midden door een Melkwegstelsel heen gaat. Dat wil zeggen, dat je uit “géén tijd” kunt terugkomen in elk moment van tijd, dat aan beide zijden van die breuklijn bestaat. Er is een breuklijn in de tijd.
Ik kijk van de aarde uit met een kijker naar iets dat aan de andere kant van die breuklijn ligt. Zie ik dan de reële toestand of de reële tijd? Neen. Zelfs de reële afstand, de erkenningsafstand (we rekenen dan met lichtsnelheid) telt niet meer mee. Ik kan een heelal zien, dat voor mij reeds geformeerd is, terwijl het materieel eigenlijk pas in formatie is. Ik kan een ster zien exploderen, die in feite pas begint te gloeien. Men heeft geen houvast meer aan het tijdselement. In de plaats daarvan krijgen wij dan te maken met de mogelijkhedenreeks.
Een mogelijkhedenreeks houdt in: u bestaat vandaag en het is mogelijk dat u morgen wordt begraven; het is ook mogelijk dat u morgen wordt gedecoreerd. Eén van deze mogelijkheden ligt in uw grondpatroon verankerd. Ik zie door een breuklijn in tijd nu niet meer dat u vandaag leeft en dus ook morgen, maar ik zie eenvoudig het grondpatroon: een mens, die gedecoreerd is.
Het resultaat is, dat ik dingen zie, die niet echt zijn, dat ik toestanden meet, die niet in regel bestaan. Voor een mens is dat erg verwarrend, maar aan de andere kant zou je kunnen zeggen. Daardoor zal men in een breuklijn van de tijd, de tijdloze essentie der dingen kunnen zien.
Stel, dat het mogelijk is, dat ik in een ruimtevoertuig op een gegeven ogenblik op zo’n breuklijn van de tijd terecht kom. Dan geldt niet alleen dat ik van dat punt naar elke willekeurige tijd kan doorbreken (een soort tijdsmachine), maar dan zou ook nog kunnen gelden dat ik zou kunnen reizen naar de andere invloed of het andere heelal, dat die veldverstoring tot stand brengt en dat ik terwijl ik de periode van “geen tijd” leef alles tegelijk ben. Ik ben dus gelijktijdig een baby, een kind op school, een verliefde jongeling, een A.0.W. er alles wat u zich maar kunt denken, maar gelijktijdig.
Het vreemde daarbij is, dat er dan geen onderscheid meer bestaat tussen deze fasen. De wijsheid van de ouderen en de eerste ervaringen van het jonge kind vloeien samen tot één besef. Daarom zegt men wel: een bewust wezen, dat zich op een breuklijn van de tijd bevindt, kent de totaliteit van eigen wezen voor zover dit in de tijd bestaat. Er is nl. niet alleen een afwezigheid van tijd, maar ikzelf ben ook tijd. De tijd, die ik vertegenwoordig, in één enkele vorm, kan niet tot die vorm beperkt blijven zodra de druk van buitenaf (van het tijdselement) niet meer aanwezig is. Ik explodeer a.h.w. tot ik een zelfstandig heelal word, waarin mijn persoonlijkheid gelijktijdig tijd, gebeurtenis en mogelijkheid schept.
Een tamelijk ingewikkeld probleem. Maar aangezien u erom vraagt, moeten wij ook uitgaan van de werkelijke mogelijkheden, die er achter schuilen.
1. Breuklijnen in de tijd komen in het heelal regelmatig voor.
2. Breuklijnen in de tijd, waarin zich planeten of sterren bewegen, impliceren een totale hergroepering van de massa bij het uittreden uit deze zone, gepaard gaande met een behoud van alle herinnering. Dit is erg belangrijk, omdat een zonnestelsel in zo’n fase zou kunnen komen.
De zon formeert zich opnieuw in de fase, die voor de zon het aangenaamst is. De aarde formeert zich opnieuw. Daar kunnen dus weer amoeben of tyrannosaurissen rex leven. Maar het bewustzijn, dat de aarde op dat moment van tijdloosheid bezat, zal herontstaan, wanneer ze daar weer uitkomt. Het besef blijft gelijk. Dan zal de amoede waarschijnlijk filosoferen en aan politiek doen, zoals de mensen doen. De tyrannosauris rex zou niet meer alleen een verscheurend dier zijn, maar daarbij ook andere menselijke eigenschappen gaan vertonen. Een wat moeilijk voorstelbaar iets.
Er is echter meer dan dit. Besef en bewustzijn vormen rond uw wereld een soort schaal. Wij noemen dat wel de astrale invloed: de beelden, die de mensen hebben gevormd plus het gemeenschappelijk bewustzijn. Dit bovenbewustzijn en de invloed op de individuen blijven behouden. De astrale vormen kunnen veranderen, zij blijven in ingelegde kwaliteit gelijk, evenals de ingelegde kracht gelijk blijft. Op deze manier zou een absolute transformatie van een geheel zonnestelsel mogelijk zijn, zonder dat de bewoners zelf dit beseffen.
Dat is dan een heel vreemde situatie. U zit vandaag hier als mensen bij elkaar. Stel, dat wij door zo’n zone gaan. Dan zit u eigenlijk als een stelletjes amoeben in brak water bij elkaar, waarschijnlijk amechtig bezig een volgende deling voor te bereiden, maar u denkt nog steeds dat u hier zit. U verandert heel langzaam uw besef van de omstandigheden.
U leeft anders, u reageert anders, maar op grond van dezelfde waarden en met hetzelfde geestelijke bewustzijn dat u nu, op dit moment bezit.
Dit is een theoretisch geval. Ik weet niet zeker, of er ooit iets dergelijks is gebeurd met bewoonde planeten van lagere of middelmatige orde. Wel weet ik, dat het een enkele keer is gebeurd met een zonnestelsel (eveneens van het Melkwegstelsel, maar van één van de andere armen) waarin zich een betrekkelijk hoog bewustzijn had ontwikkeld. Het resultaat was zeer eigenaardig: leven word omgezet in energie en wat eens mensen waren geweest, zoudt u zich misschien nog het best kunnen voorstellen als een complex van radio activiteit. Ze hadden dus geen stoffelijke vorm meer. De creatieve behoefte van de mens werd toen uitgeleefd door middels deze straling weer in te werken op de materie.
Nu weet ik niet hoe dat proces is verlopen. Het is pas een tien miljoen jaar oud en dat is kosmisch niet zoveel. Ik zou mij echter kunnen voorstellen, dat als je daar nu een 70 à 80 miljoen jaar bij doet, het dan blijkt dat deze mensen (dat waren ze, geestelijk hoog ontwikkelde mensen) zijn omgevormd tot de rassengeesten van een geheel nieuwe stoffelijke ontwikkeling.
Nu weet u misschien iets van wat een breuklijn in de tijd kan betekenen. Als je als mens daarmee wil werken, wordt dit heel erg moeilijk, want dan moet je gaan rekenen met de veronderstellingen.
Een korte breuklijn, een korte sprong in versnelling of in vertraging maakt weinig uit. Voor u vertraagt of versnelt n.l. alles gelijktijdig. Als er een vertraging is, dan moeten wij ook aannemen dat door de tragere omloop van de kleinste deeltjes elk atoom inkrimpt. De ruimte wordt minder, omdat door de beweging het veld tussen kern en omlopende deeltjes kleiner wordt. En dan zou het mogelijk zijn dat uw hele wereld een knikkertje wordt. Een knikker, die u nu zo in uw zak kunt steken, is later dan een hele wereld. Dat is voor een ander waar, maar voor u niet, want alles is op gelijke wijze kleiner geworden en trager.
Stel dat er een tijdsvertraging optreedt van 10.000 (dus wat één seconde is zijn dan 10.000 seconden, rekent u eens uit hoeveel uren dat zijn), dan lijkt het als je het bekijkt vanuit het oude standpunt, of zelfs de meest trage film nog in vertraagde snelheid zou kunnen worden overtroffen. Als je mensen ziet zitten, dan zie je een stelletje standbeelden, die zo nu en dan eens even wat uitzetten en inkrimpen. En als je heel goed kijkt, zeg je: He, ze ademen. Maar iedereen ademt in datzelfde tempo. Voor uw besef is er niets veranderd. Uw klok is ook vertraagd; die loopt ook anders. Voor u blijft een uur een uur. Daarom zijn dergelijke breuklijnen in feite niet belangrijk zolang ze niet een periode, van tijdloosheid inhouden; dus een brede breuklijn. Dan ontstaan er zeer grote veranderingen. Voor de rest blijft het allemaal gelijk. Alleen van buitenaf gezien kan de zaak veranderen, Want als een planeet door zo’n vertraging heen is en langzaam begint te versnellen, dan duurt het even voordat alles weer in zijn oude banen ronddraait en alle mensen weer in hetzelfde tempo aan de gang zijn.
Zou er nu iemand, die tot de normale tijdsequentie behoort, tijdens die ontwikkelingen komen dan zou hij zeggen: moet je dat nu eens zien, dat noemt zich mensen (een illustratief effect dat niet zo gemakkelijk in woorden is om te zetten). Ik probeer duidelijk te maken: vanuit het standpunt van een ander zult u dan traag en langzaam zijn en gelijktijdig groeien en weer versnellen. Het kan dus relatief voor u weinig uitmaken, maar het kan uw relatie met de rest van het Al bepalen.
Nu is er nog iets bij. Indien iemand van een afstand zou waarnemen, dan is het heel goed mogelijk dat hij uw feitelijke situatie ziet vanuit zijn tijd. Daardoor ontstaat er een enorme verwarring, want uw tempo zou heel erg traag kunnen zijn. Zouden die mensen hetgeen u zegt op een band opnemen, dan denken ze misschien dat ze een kosmische boodschap hebben ontvangen. En bij het weergeven sneller en steeds sneller komt er eindelijk uit b.v.: Persil heeft twee witmakers.
Omgekeerd zou het natuurlijk ook kunnen zijn, dat ze bij het geluid van een te vlug afgedraaide band denken: dat is iemand, die les in kosmologie geeft. Maar dan horen ze bij de juiste snelheid zeggen: de minister deelt mede dat dit berust op een vergissing. Dit zijn wat komische voorbeelden.
In de kosmos zijn signalen, die veel trager zijn en voor u dus niet kunnen worden geregistreerd als deel van een spraakuitzending. Daar is teveel tijd tussen. Maar als er een verschil in tijdseffect is in dit deel en in dat deel van het Al, kan het wel degelijk gewoon gesproken woord zijn.
U hoort ruis; een heel snelle fluctuatie. Als u die voldoende zoudt vertragen, dan zou misschien blijken dat daarin ook signalen zitten. Het zou dus voor de radio astronomie wel eens de moeite waard zijn om de verschillende banden, die ze van ruis maken, nu eens 1000 keer sneller of 1000 keer trager af te spelen en eens te kijken wat daar uit komt. Wellicht komen ze dan voor verrassingen te staan.
Dit betekent dus dat in het Al:
1. geen homogene tijd bestaat;
2. tijdswaarde wordt bepaald door organisme; dat dus van wereld tot wereld de tijdswaarde zal verschillen, maar dat tempo vergelijkbaar is van de ene wereld t.a.v. de andere, ongeacht de verschillende waarderingen.
Waar echter een breuklijn in de tijd ontstaat van smalle afmeting (dus van geringe betekenis) of aangrenzende velden van dichte tijdsintensiteit en geringe tijdsintensiteit, daar kunnen verschillen ontstaan, die moeilijk meer begrepen kunnen worden, omdat het leeftempo voor de individuen aan beide kanten van de lijn wel gelijk is vanuit hun eigen standpunt, maar beschouwd van de een naar de ander enorme verschillen vertoont.
Daarmee heb ik het een en ander gezegd over breuklijnen in de tijd. Ik hoop dat u er wat wijzer van bent geworden. Ik weet, dat het een ingewikkelde materie is. Ik ben mij er zeer goed van bewust, dat hetgeen ik zeg over velden, beweging in ruimte etc. theorie is en dat een groot gedeelte hiervan wetenschappelijk moeilijk aannemelijk te maken is op dit ogenblik.
Indien men echter uitgaat van het feit, dat snelheid tijd kan bepalen in de ruimte, dan is het ook redelijk aan te nemen, dat er iets is waardoor deze verandering van tijdswaardering bestaat. En dan zou men op grond van verschillende stellingen (o.m. van Einstein en van verschillende anderen) kunnen komen tot de grondthese, dat er een soort tijdselement moet zijn, dat door versnelling en vertraging kan worden beïnvloed in de ruimte. Is dit het geval dan is de stelling van een tijdsveld zeker niet zo dwaas. En dit eenmaal geponeerd hebbend, is het ook duidelijk, dat b.v. sterrennevels (wervelend of draaiend) eveneens een dergelijk tijdsveld moeten bezitten. Dan moet daarin dus een tijdselement ontstaan, dat voor allen gelijk is. Binnen dit tijdselement zullen dan weer verschuivingen plaatsvinden, gebaseerd op de verschillende snelheden van b.v. sterren.
Het geheel is niet onlogisch. Als ik het u voorleg vanuit mijn standpunt, is het voor mij waarheid. Wat ik u vertel over het bestaan van tijdloze elementen binnen deze ruimte en deze bovendien nog toeschrijf aan buiten deze ruimte bestaande toestanden, is van uw standpunt een veronderstelling. Maar wij, in de geest, weten dat tijdloosheid in delen van het Al voorkomt. Wij hebben geconstateerd, dat er verschillende eigenaardige veranderingen ontstaan, wanneer materie door een dergelijke, ruimtelijke toestand reist en weer in het normale tijdsveld komt. Voor ons is dit alles redelijk en aanvaardbaar. Voor u is het dat niet; het is een these.
Maar deze theorie kunt u misschien toch gebruiken om uw eigen voorstelling van het Al wat aan te vullen, al is alleen maar een vergroting van uw begrip omtrent de ontelbare mogelijkheden, die het geheimzinnige heelal buiten u bergt.

Levensboom

Wortels geslagen in de materie, oprijzend in een leven van dromen, vertakt zich de mens in een goddelijke werkelijkheid; komt daarin tot bloei en kan daarin vrucht dragen. Maar mens kan men niet zijn, indien men niet gelijktijdig de materie en een goddelijke waarheid zoekt te benaderen. Een boom zonder wortels kan omhoog torenen, maar hij valt op het ogenblik, dat iets in zijn dromen hem beroert. Een mens, die in de aarde wortelt en niet omhoog rijst, hij zal nooit de vrijheid kennen van lucht en zon, de vlucht van de vogels genieten, tot ze voor een ogenblik schuilen in zijn gebladerte.
Rond ons zijn eeuwige gedachten en als vogels gaan zij. Als we deze voor een ogenblik huisvesting mogen verlenen in ons wezen, in ons besef, zo zijn we dicht bij het Goddelijke en leven we een ogenblik een werkelijkheid, die ver boven de menselijke ligt. Maar laten we niet vergeten, dat we de sappen, waaruit dit leven en beleven mogelijk is, zullen moeten oppompen uit de wereld, waarin we leven. Wij kunnen niet omhoog gaan naar een nieuw bestaan, zonder eerst in dit bestaan onze krachten te vinden. Het bewustzijn in een eeuwige wereld kan slechts bereikt worden dank zij de ervaringen, die uit het stoffelijk bestaan voortkomen.
Werkelijk, de levensboom zijn wil zeggen: leven in de diepste materie en de hoogste geest gelijktijdig.
Werkelijk deel zijn van de eeuwigheid wil zeggen: geen deel van het zijnde ooit afwijzen, maar alles erkennende het samenvoegen in één verbinding tussen de oneindigheid, waarin geen beweging en geen besef meer mogelijk schijnt en de voortdurende vloed van gebeurtenissen, waarin ervaringen en belevingen stuwing betekenen naar het Hogere.
Wie als een boomstam omhoog wil rijzen naar de Eeuwige, zorge ervoor dat zijn wortels diep geslagen zijn in de werkelijkheid, de aarde der materie. Wie fors en sterk wil zijn, overwinnende alle vlagen van onbesef, misbegrepen dromen, teleurstellingen en onvervulde verwachtingen, hij wortele sterk in de feiten der materie. Want eerst dan kun je de sfeer van dromen ontvlieden. Eerst dan kun Je uitrijzen boven de speculaties van eigen denken en de weerkaatsing van verwachtingen tot een werkelijkheid, waarin God spreekt en de misschien nog niet geheel besefte oneindigheid voortdurend zich weer kenbaar maakt.