Ogen open

uit de cursus ‘Groeiend bewustzijn‘ (hoofdstuk 6 ) – maart 1980

Ogen open

De werkelijkheid waarin u leeft is zoals u weet een deel werkelijkheid en voor een groot gedeelte maya. Als wij leren te kijken, werkelijk goed te kijken, geestelijk en ook stoffelijk wanneer je in de stof bent, dan worden we geconfronteerd met een heel ander wereldbeeld dan wij gewoontegetrouw aannemen dat bestaat. Ons bewustzijn zal in het begin ongetwijfeld meelopen met die illusie beelden. Daar kun je nu eenmaal niets aan doen. Maar naarmate je leert scherper te kijken naar de wereld om je heen, zul je zien dat er een nieuw werkelijkheidsbeeld ontstaat.

Geestelijk is dat precies hetzelfde. In het begin ben je bezig met dagdromen. Je droomt dat je filmster wordt of dictator. Er zijn ook mensen die willen graag Cleopatra of Don Juan worden. Dan weet je eigenlijk wel dat het niet zo is, maar je doet alsof. Je probeert jezelf op te leggen aan een werkelijkheid, ofschoon je weet dat ze er niet aan beantwoordt. Op den duur blijven er echter een aantal illusies over die door de hele wereld rond je ongeveer wordt bevestigd. Op het ogenblik dat dat gebeurt kijk je niet verder meer. Je kijkt dus niet meer naar de werkelijkheid waarmee je wordt geconfronteerd, maar alleen naar al datgene waarvan je denkt dat het zou moeten bestaan.

Daar begint dan de grote moeilijkheid. Want als wij ons bewustzijn wil­len zien groeien, dan is toch een van de belangrijke dingen wel dat onze waarneming mee groeit. Het bewustzijn kan niet groeien zonder dat er een uitwisseling is met de wereld buiten ons. Hoe meer wij in staat zijn nieuwe waarden daarin te ontdekken, nieuwe ervaringen op te doen, nieuwe erken­ningen, nieuwe geestelijke belevingen door te maken, hoe beter ons bewust­zijn verder zal groeien.

De situatie, waarin de doorsnee-mens verkeert, is ongeveer de volgende: hij heeft een vaste voorstelling van zijn mogelijkheden en vermogens. Daaraan pleegt hij zich te binden. Dientengevolge zal hij nimmer de grenzen overschrijden, in zijn streven of beleven, dan die hij zichzelf heeft gesteld. Slechts indien overweldigende krachten van buitenaf zijn lot beïnvloeden, zal hij, en dan slechts tijdelijk, die nieuwe waarden aanvaarden. Hij doet dit echter onder voorbehoud en streeft ernaar zo snel mogelijk de oude beperkingen terug te vinden. Dat is op zichzelf natuurlijk wel begrijpelijk, maar het is niet erg aanvaardbaar.

Je kunt nooit teruggaan naar het verleden, omdat de ervaringen die je hebt.opgedaan elke mogelijkheid om het verleden weer als een werkelijkheid te ervaren voor jou ongedaan hebben gemaakt. Dus wat ik nu ben, bepaalt datgene wat ik nu kan zijn. Niet wat ik geweest ben, niet wat ik zal zijn.

Dan blijkt dat de meeste mensen proberen de wereld zo te interprete­ren dat ze zelf gelijk krijgen. Het is zo dat iedereen natuurlijk in zekere mate gelijk kan krijgen. Maar het gelijk dat je probeert te halen is nooit alomvattend. Een typisch voorbeeld: de krakers.

Krakers hebben gelijk, want waartegen zij met hun acties protesteren is inderdaad een onrecht. Ook degenen die ingrijpen hebben ge­lijk, want waar eenmaal een vaste orde bestaat, mag die orde niet worden doorbroken, hoe goed bedoeld ook omdat in de daarop volgende chaos geen gezagshandhaving meer mogelijk zal zijn. Allebei hebben ze dus gelijk. Maar, en daar zit nu juist de moeilijkheid, het zijn twee eenzijdige interacties.

Degenen die kraken zouden moeten zeggen: wij doen dit meer als een symbool. Wij kunnen het niet als een werkelijkheid doen. Wij maken iets ken­baar. Zodra het kenbaar is, is daarmee voor ons de kous af, want meer kunnen wij niet afdwingen. De gezagsdragers zouden moeten zeggen; wanneer iemand iets signaleert moeten wij dat aanvaarden, ook als we dat niet prettig vinden, zolang dit signaleren maar niet tot gevolg heeft dat de orde en de mogelijkheden van anderen daardoor worden aangetast. Maar geen van beide groepen zullen vanuit dat standpunt opereren.

Nu zult u zeggen: dat is een bekend voorbeeld. Het gaat natuurlijk weer over de laatste actualiteit. Maar het gaat erom dat elke mens op een soortgelijke wijze reageert. U zegt niet: het werk dat ik doe is wel belangrijk, maar het is niet het meest belangrijke. Het werk is belangrijk voor mij en pas in de tweede plaats voor de wereld. U draait het echter om. U zegt: mijn werk is voor de wereld belangrijk en ik offer mij daaraan op. Terwijl u gelijktijdig toch voor uzelf een zeker houvast, een zekere intensiteit ontleent aan het werk dat u doet. Wij moeten leren daardoor heen te prikken. Wij zijn niet onontbeerlijk.

Een groeiend bewustzijn maakt u duidelijk dat u nooit en te nimmer waar dan ook onmisbaar of onvervangbaar zult zijn Alleen in de kosmische werkelijkheid bent u onvervangbaar, maar die kent u niet. U zult er dus te allen tijde rekening mee moeten houden dat u en in uw mogelijkheden en in uw belangrijkheden beperkt bent. Door de aanvaarding van de beperking van uw belangrijkheid voor anderen komt u tot een betere benadering van uw eigen functie in de wereld. Dat betekent weer dat u dus de zaken an­ders gaat zien, anders gaat beleven. Hoe beter u ze beleeft, hoe juister het beeld is dat u van uzelf en van de wereld krijgt en des te meer er­varing u opdoet. Elke ervaring die u opdoet, kan gecorreleerd worden met vorige opgedane ervaringen. Er ontstaat een completer beeld van u­zelf, van de kosmos en van uw mogelijkheden.

Dan zien we dat de mens heel vaak ook de neiging heeft om gedach­ten te stellen als bepalend voor al datgene wat waard is om na te stre­ven. U kent dat wel. Er zijn mensen die streven naar de perfecte democratie, naar de perfecte socialistische samenleving, naar de perfecte kerkelijke gehoorzaamheid en al die dingen meer. Je kunt het hen misschien niet kwa­lijk nemen. Maar waar streef je op zo’n ogenblik naar? Je streeft naar iets wat niet bestaat en niet kan bestaan. Je gaat de werkelijkheid vervangen door een droombeeld zonder de mogelijkheden te bezitten om dat droombeeld ook maar enigszins om te zetten in werkelijkheid, want je hebt die macht niet. Daarvoor ben je te zeer afhankelijk van anderen.

Probeer elk ideaal dat u wordt verkondigd te zien vanuit een praktisch standpunt, ook elke geestelijke lering, alles. Juist als u het praktisch be­nadert en zegt: wat heeft het voor betekenis voor mij? Wat kan ik er wel en wat kan ik er niet mee doen? krijgt u de visie op uzelf en die is erg belang­rijk.

Een groeiend bewustzijn is alleen mogelijk, indien het ik zich niet laat afleiden van de werkelijkheid door de vele stellingen, maar teruggrijpend naar die werkelijkheid voortdurend zijn eigen ervaringen toevoegt aan de voorgaande belevingen en zo komt tot een nadere definitie van datgene wat wezenlijk mogelijk is en voor het beleven van het ‘ik’ essentieel.

Als je het zo bekijkt, dan is ogen open nog niet zo’n gekke titel. Ik zou daar nog bij moeten zeggen snaveltjes dicht. Maar dat klinkt een beetje wreed als je dat zo zegt. Iemand die een beetje bewust is, klopt zich als Tarzan graag op de borst en roept: ik ben bijna ingewijd. De werkelijkheid is dat we moeten leren zwijgen. Als wij onze denkbeelden in de wereld dwingend verkondigen, ontstaat er voor ons een afwijken van de werkelijkheid. Niet voor een ander, maar voor onszelf, omdat wij vanaf het ogenblik dat wij iets poneren, uitgaan van het geponeerde en niet bereid zijn andere waarden dan die welke door ons werden gesteld in ogen­schouw te nemen. Dat is dan meestal een mislukking, geheel of ten dele.

Die mislukking geeft je dan weer het gevoel van beperktheid, van onvermogen. Je zelfvertrouwen wordt aangetast. Je zekerheid t.a.v. jezelf en de wereld vermindert. En dat betekent dat je weer de grenzen dicht om je heen trekt en zo steeds minder de mogelijkheid hebt om te ontkomen aan de beperkingen die je door je denken, door je gewoonten aan jezelf hebt opgelegd. Als je het zo beschouwt, dan is dat zeker niet erg dienstig voor een uitbreiding van je mogelijkheden en voor je bewustzijn.

Ik tracht u duidelijk te maken hoe belangrijk het is om te zien.

Als u op dit moment kijkt naar de sociale ontwikkelingen in Nederland, wat moet u dan zeggen? Dat geen van de partijen, die nu bezig zijn om samen het beleid in dit land te bepalen, bereid zijn om de feiten wezenlijk onder ogen te zien. Als je dat weet, dan stel je je er dus op in dat er conflic­ten zullen komen, maar geen oplossingen. Een werkelijke oplossing komt er niet. Hoogstens een compromis dat in zichzelf weer nieuwe conflictstof voor waarschijnlijk nog grotere conflicten meebrengt.

Als je dat zegt, dan zegt men: dat is voorspellen. Neen, dat is geen voorspellen, het is gewoon kijken naar de wereld. Als u kijkt naar hetgeen er gebeurt op een bepaald niveau, dan wordt u geconfronteerd met allerlei zaken die iedereen kan weten. Het zijn evidente feiten. Maar iedereen kijkt er aan voorbij. Een voorbeeld:

Binnenkort wordt Beatrix koningin van Nederland. Daar hebben we niets op tegen. Wat voor een type is eigenlijk Beatrix? Een Waterman. Het is een Waterman in opgaande lijn. Dat wil zeggen dat het een figuur is die nogal grillig en onverwacht kan reageren. Het is iemand die zich zelden in vol­ledig vaste patronen kan voegen. Het is iemand die rebelse opvattingen heeft en gelijktijdig een krankzinnig besef bezit van waardigheid, gezagshandhaving en dergelijke. Voeg dat nu bijeen en wat krijg je dan? Conflictstof. Het wil niet zeggen dat het koningshuis zal vallen, dat kun je niet daaruit aflezen. Maar je kunt in ieder geval zeggen dat door de sterke verandering van de invloed van de regerende vorstin zeer zeker bijzonder scherpe wijzigingen in de maatschappij zullen optreden. Wij kunnen ook wel aannemen dat er een veel scherpere polarisering zal zijn tussen koningsgezinden en republikeinen. Dit nu is gewoon kijken. Iedereen kan het weten. Als je het niet weet, dan komt dat omdat je niet kijkt.

Dat zijn dan de grote dingen, maar er zijn ook kleine dingen. U komt bij een plant, bv. een rododendron of een hortensia. Als u naar die plant kijkt, dan kunt u nu al weten of ze zal bloeien en zo ja in welke mate. Het is namelijk zo dat de bloei alleen plaatsvindt aan de nieuwe schoten en dat elke nieuwe schoot waar nu reeds bladontwikkeling is, waar geen knop is, geen bloem zal opleveren. Dat is een doodgewoon feit. Maar hoeveel mensen denken daaraan? Dat wil ik nu betogen met dat ‘ogen open’ kijken. Maar je moet het niet hardop zeggen.

Het heeft weinig zin te praten over datgene wat jij ziet als werke­lijkheid, tenzij in feitelijke termen. Elke conclusie die je eruit trekt is betrekkelijk. Ze zou vanuit jezelf beschouwd waar kunnen zijn, maar of ze voor een ander waar is dat weet je niet, dientengevolge moet je niet proberen je eigen visie aan een ander op te leggen. Op dat ogenblik namelijk ontstaat weer een vervreemding van de werkelijkheid doordat anderen gaan meespelen.

Als iemand uitroept: de arbeiders van Nederland kunnen best veel meer loon krijgen, als we alleen maar de inkomens van Die en Die en Die beperken, dan klinkt dat aanvaardbaar, maar dat is het niet. Omdat Die en Die en Die, als ze hun loon hier niet kunnen krijgen dat wel elders gaan halen. Je hebt ze echter nodig. Als je alle mensen ervan over­tuigt dat het zo is, dan veroorzaak je een conflict. Als u weet dat een bepaalde ontwikkeling bijna onvermijdelijk is en u gaat er voortdurend over praten, dan geeft u anderen het idee dat dit een onvermijdelijke werkelijkheid is ook voor hen. U gaat hun gedrag beïnvloeden. Het gevolg is dat ze u gelijk of ongelijk geven totdat u zelf niet meer weet waar u het over heeft. Dat is menig verkondiger overkomen.

Hij verkondigt een waarheid. In het begin is die volledig waar, totdat hij voldoende ja-zeggers krijgt en dan weet hij niet meer wat waar is. Tenslotte verkondigt hij onwaarheid omdat hij denkt dat het waar zou kunnen zijn, daar zijn volgelingen zeggen dat dat de waarheid moet zijn. Daaraan moet u proberen te ontkomen.

Een groeiend bewustzijn zoekt geen zelfbevestiging buiten zich. Het zoekt een voortdurend intensere en juistere beleving van het nu bestaande in en vanuit zichzelf. Dat is heel iets anders.

Overal zijn er regels. Die kun je natuurlijk overtrekken. Regels zijn die dingen waarmee je al gepest wordt als je op school bent daar moet je strafregels maken. Daarna krijg je de regels van het verkeer, van de beleefd­heid enz. totdat je tenslotte gemaatregeld langzaam maar zeker sterft en volgens de regels wordt begraven.

Die regels worden algemeen aangenomen, maar zijn ze altijd goed? Dat is iets waarover u alleen zelf kunt beslissen Dat betekent dat men dus ook in het normale leven t.a.v. regels en wetten op dezelfde manier moet rea­geren als men pleegt te doen in het verkeer, wanneer men zegt: hier moet ik de maximum snelheid een eind overschrijden, want daardoor kom ik er veiliger doorheen. Als ik mij hier aan de regels houd, dan veroorzaak ik een ongeluk.

In uw hele leven wordt u geconfronteerd met dingen die zo zouden moe­ten zijn, maar die niet altijd zo zijn. Op het ogenblik dat u zelf gaat be­slissen, ongeacht de regels, komt u tot een verrijking van uw ervaringen. Maar dat betekent ook dat in u de associatiemogelijkheden en dus het besef van samenhangen veranderen.

Elke beleving die voor u intens belangrijk is op aarde heeft in het geestelijke haar echo. Het ontstaat als een bewustzijn dat blijvend is en van belang blijft, ook nadat u de aarde heeft verlaten. Het is dit bewust­zijn dat een zo groot mogelijke scala van ervaringen moet hebben en daarbij een minimum moet kennen aan zelfbegoocheling, aan wereldillusies of zelfs maar aan opgelegde regels.

U moet de ogen open houden en u niet laten bedriegen door de schijn. Dan moet u ook niet zeggen: als het niet is zoals het schijnt te zijn, dan deugt het niet. U moet zeggen: als het niet is zoals het schijnt te zijn, dan is mijn benadering of waardering voor een bepaald fenomeen of een be­paald feit verkeerd. Dan moet ik dat herzien.

Omdat u geestelijk veel meer combinatiemogelijkheden krijgt, zult u in de geest veel meer resonantiemogelijkheden hebben met andere persoonlijk­heden. In de geest bestaat de mogelijkheid van communicatie op grond van wederkerige inhoud. Al datgene wat in mij bestaat kan ik uitzenden. Iemand, die tenminste een deel van die waarde eveneens in zich draagt, kan mij antwoorden. Er moet altijd iets zijn wat we gemeen hebben, anders bestaan we niet voor elkaar.

Bij een groeiend bewustzijn is er sprake van een groeiend heelal en dus van een groeiend aantal contactmogelijkheden. Daarom moet ik niet alleen stoffelijk zoveel mogelijk weten, maar ik moet ook zoveel mogelijk ervaren. Ervaren is namelijk datgene waarbij ik praktisch en ook emotio­neel betrokken kan zijn en daarmee datgene wat in mijn geestelijk bewust­zijn inderdaad wordt verankerd en dan niet alleen maar als een voorbij­gaande herinnering die langzaam afdruipt zodra ik dood ben. Het is duidelijk dat de ogen open houden dus in vele betekenissen zin heeft. Praat er niet over maar kijk.

U heeft de behoefte om bepaalde gaven waar te maken. Wie heeft dat niet? Dan kunt u zeggen: het is mijn bewustzijn dat mij dat onmogelijk maakt. Een ander die dat wel kan, is zeer bewust. Dat zult u nu maar weten. Er zijn mensen die het best presteren wanneer ze bewusteloos zijn: mediums. Dus dat heeft er niets mee te maken. Wat heeft er dan wel mee te maken? Als je dat even nagaat, dan blijkt dat voor presteren noodzakelijk is: het zelfvertrouwen dat je kunt presteren. Op het ogenblik dat je niet hele­maal aan jezelf gelooft, maak je het al niet waar. Verder is noodzakelijk een zekere onverschilligheid. De prestatie komt uit jou voort. Dat ze ontstaat is het enig belangrijke, niet wat een ander daarvan denkt. Het is dus een methode om te ontkomen aan de regels, aan de beoordeling van anderen.

De waarde ontstaat uit mijzelf, is deel van mij en de manifestatie heeft betekenis voor mij, al het andere is bijkomstig. Op die manier kunt u dus de grenzen anders gaan trekken. Maar als u graag iets wilt zijn en u denkt dat u het niet kunt zijn, dan maakt u het uzelf onmogelijk het te zijn, zelfs als u de kwaliteiten daartoe bezit. Als u de ogen open houdt, dan begrijpt u dat. Dan ziet u op een gegeven ogenblik: ik zit daar nu wel over te dromen, te piekeren en te experimenteren, maar ik geloof er zelf niet in. Ik zou het graag willen, maar ik geloof niet dat het moge­lijk is. Dan zegt u tegen uzelf: het is vergeefse moeite daarmee te wer­ken. Ik moet eerst iets zoeken waarin ik wel kan geloven. Op het ogen­blik dat ik het zelfvertrouwen bezit: dit is voor mij mogelijk, kan ik het waarmaken, niet vóór die tijd. Op dezelfde manier moet je ook je ogen open­houden in de wereld.

Er zijn mensen die u vertellen dat zij u de eeuwige zaligheid komen brengen. Als u ziet wat een hoop ellende ze veroorzaken en de ellende waar­in ze voortdurend zitten, dan is dat zeer onwaarschijnlijk. Als zo iemand nu bij u komt en zegt dat hij u gelukkig zal maken, u moet zich maar eens afvragen: wat zit er voor mij persoonlijk voor geluksbesef in? Want dat is het enige wat ik kan waarmaken en dan alleen met de beperking dat dit ge­luk voor mij en niet noodzakelijkerwijs voor de ander existeert. Dat zijn na­tuurlijk lastige dingen.

Hoe vaak zie je niet dat mensen zich laten meeslepen in de droombeel­den van anderen en juist daardoor datgene wat ze innerlijk wisten opzij schui­ven. Je ziet het in de liefde. Je ziet het in het zakenleven. Je ziet het in de politiek. Je ziet het overal. Je ziet het zelfs in de kerk. Waarom zou u zo dwaas zijn? Waarom zou u zich laten meeslepen in de droom van een ander, als u beseft dat die ander niet kan worden beoordeeld naar zijn droombeelden, zijn edele bestrevingen, de edele achtergronden die hij eta­leert? Trouwens wat u in de etalage ziet moet u nooit helemaal vertrouwen. Er is een hoop verlegen goed bij. Realiseer u dus: het is mijn persoonlijke visie, het is mijn relatie die beslissend is.

Uitbreiding van bewustzijn? Ja, wel degelijk. Een uitbreiding naar een kosmisch bewustzijn. Maar zolang u nog steeds bezig bent met de ellende die u heeft met uw medemensen, moet u niet rekenen op een kosmisch bewustzijn. Dan moet u eerst eens de relaties regelen zoals die beneden bestaan.

Als u zegt: ik wil tot die Heer gaan, dan moet u toch niet bezig zijn met het droombeeld van de Heer. Dat u naar hem toe gaat, kunt u pas be­seffen als u weet wat de Heer is. U kunt toch niet zeggen: ik ga naar Rome, u dan drie keer omdraaien en in het wilde weg wandelen. Voordat u het weet zit u in Oost-Duitsland. Dat is nu hetgeen de mens doet, emo­tioneel maar ook rationeel. Hij stelt iets en vraagt zich niet af: waar ben ik, wat ben ik, wat zijn mijn mogelijkheden, mijn middelen. En als je nu niet naar Rome kunt gaan, omdat je denkt ik haal het niet, ga dan desnoods naar Valkenburg, dat kan ook gezellig zijn. Als je daar nu bewust naartoe gaat, ben je in ieder geval niet teleurgesteld dat er geen Sint Pieter is en dat je alleen de gemeentegrotten kunt bezoeken. Dat gebeurt nu met de meeste mensen. Realisme waarnemen van jezelf en van je mogelijkheden is voor een groeiend bewustzijn een eerste vereiste. Alleen van daaruit kun je verder komen.

Er zijn nog zo’n paar dingen die ik wil opmerken.

Er bestaan heel veel magische regels zoals: wat voor krijt u moet gebruiken. Hoe u een magische dolk of een magisch zwaard moet opladen. Wat een toverstaf is. Een toverstaf kunt u ook kopen in een zaak voor goochelartikelen en die is net zo werkzaam, ook al geloven de magiërs dat niet. Magie is datgene wat ik ben en niets anders. Als u daarvoor allerlei impedimenta (nvdr. toverspreuk) nodig heeft, een hele opbouw met magische cirkels, met lampen, met geurende oliën, de brandende kruiden, de bezwerende ge­zangen, de gewaden, bent u bezig uzelf te bedriegen. Dan komt er een ogenblik dat u zich misschien zover bedrogen heeft, dat u in staat bent een deeltje werkelijkheid te manipuleren maar nooit het geheel. Maar als uzelf beseft ik ben de bron van de magie en uit het innerlijk zelfver­trouwen eenvoudig waarmaakt zonder bezweringen en alles wat eruit komt dan vindt u de juiste harmonieën vanuit uzelf waardoor het magische ge­beuren als vanzelf plaatsvindt.

Het magische gebeuren is niet een soort contract van demonen. Het is een kwestie van ontstane harmonieën die van u uitgaan en waarbij elk antwoord dat u ontvangt wordt geladen met de bood­schap die u eraan geeft. Dat is alles.

Als u bezig bent met allerlei hoogdravende esoterische stellingen, dan bent u alleen maar bezig met woorden. En niets dan woorden. Wat u echter nodig heeft is besef.

Op het ogenblik dat u bezig bent met het hoogste Licht en u kunt iets van dat Licht in uzelf erkennen en uitstralen, dan krijgt u antwoord uit dat hoogste Licht dat om u heen is. En als u het zelf niet kunt uit­stralen, kunt u hoogstens het nachtpitje van een ander lenen. Tegen de tijd dat u het nodig heeft, is het meestal al uitgebrand.

Alle mooie woorden, alle sleutels, alle methoden zijn alleen naar krukken en heel vaak degenen die daarop hun grootheid baseren eveneens. De waarheid is deze:

Esoterische bewustwording ontstaat door de waarneming van een zo groot mogelijke werkelijkheid en een vertrouwen in een innerlijke werkelijk­heid waardoor ik deze zodanig uitstraal dat mij vanuit het gekende en van­uit het onbekende een voor mij beleefbaar antwoord gewordt. Dat is esoterie en al het andere is Divina Comedia, de hemelse comedie die zoals gebruikelijk in de hel begint.

Als u bezig bent om alleen maar een goed mens te worden, dan moet u goed onthouden dat hoe beter u wordt vanuit uw eigen standpunt, hoe meer anderen u daarom zullen haten. Want voor hen wordt u steeds slech­ter, omdat u zelf steeds beter bent dan zij zouden zijn. Probeer niet een goed mens te worden. Dat is alleen maar illusie. Dat is het geweld dat u zichzelf aandoet. Dat is u steken in een strop die een ander uit be­grippen voor u gevlochten heeft. Goed zijn is volledig kunnen aanvaar­den, ook de werkelijkheid van wat je bent, wat je geweest bent, wat je doet en wat je hebt gedaan.

Een goed mens is een mens die zichzelf aanvaardt. Wie zichzelf aanvaardt kan de wereld ook zonder bedrog en allerlei schermen van niet bestaande begrippen accepteren. De goede mens zal reageren als datgene wat hij is op hetgeen hij wezenlijk rond zich ziet en beseft. Dat is goedheid.

Nu weet ik wel, heel veel mensen zullen zeggen dat u kwaad bent, dat u zondig bent en weet ik wat nog meer. Vooroordelen zijn er plenty in de wereld. Maar daar behoeft u zich toch niets van aan te trekken. Het gaat niet om het antwoord dat u van de wereld krijgt. Het gaat om wat u in de wereld naar uw beste weten en bewustzijn bent. Als u dat voor elkaar brengt, dan is de rest niet belangrijk. Dan heeft u inner­lijk vrede. Dan heeft u hoogstens medelijden met anderen die zich zondig moeten verweren tegen de werkelijkheid die u mede ten dele represen­teert.

Groeiend bewustzijn wil niet alleen maar zeggen een groter ideeën­wereld. Het wil zeggen; een groter aandeel hebben aan de werkelijkheid. Dat groter aandeel aan de werkelijkheid kunt u alleen krijgen indien u uitgaat van uzelf. Want alles wat voor u begrijpbaar, hanteerbaar, ervaarbaar is, zal een antwoord zijn op uw eigen werkelijkheid, de kern van uw wezen. En dit beseffend, zult u steeds meer weerklank weten te wekken in alle sferen en werelden en dat ook zonder mooie verhalen zonder ri­tuelen. Kortom, zonder iets meer dan ogen die open zijn voor de werkelijk­heid en met de bereidheid te luisteren naar de illusies van anderen, zon­der ze niet uw woorden te verstoren tenzij u zeker weet dat daaruit een grotere werkelijkheid voor u en de anderen geboren kan worden

  • Wat is de betekenis dan van esoterische rituelen?

Precies wat ik heb gezegd: krukken die krukken gebruiken om toch nog een stap verder te komen. Het klinkt wat vreemd. Het is allemaal zo mooi, zo edel. Maar wat is het eigenlijk anders dan het opbouwen van een aantal in feite betekenisloze dingen, totdat u zich heeft opgezweept en even bo­ven de grenzen van uw eigen werkelijkheid kunt aanvaarden en antwoorden.

Maar als u daarvoor de rituelen nodig heeft, dan geeft u daarmee toe dat u nog niet in staat bent de werkelijkheid te aanvaarden zonder haar eerst via het ritueel te hebben vervreemd van de wereld waarin u leeft. Dan kunt u de geestelijke werkelijkheid niet aanvaarden als een direct en volledig blijvend deel van uw bestaan. Dan zeg ik: natuurlijk, als u het niet zonder kunt doen, dan is het beter met rituelen te werken dan helemaal niet. U kunt er dan misschien iets verder mee komen. Maar als u werkelijk een groeiend bewustzijn wilt ontplooien tot zijn uiterste mogelijkheden, dan moet u de ogen open houden, dan moet u uitgaan van hetgeen er is. Dan moet u proberen alles te doorzien, zelfs de manier waarop u probeert de werkelijkheid voor uzelf te vervalsen. Pas als u dat kunt aanvaarden is die grote geestelijke eenheid bereikbaar. Dan vindt u de werkelijke vorm van uw bestaan en kunt u daardoor het juiste antwoord geven aan de kosmos waarin u leeft.

Ik heb u gewaarschuwd dat ik misschien een paar dingen ga zeggen die zwevers tot een noodlanding zullen dwingen. Als u dan weer verder wilt zweven, niets houdt u tegen. Dat is uw eigen beslissing. Ik heb u deze avond alleen geconfronteerd met een paar feiten, met de werkelijkheid ook van uzelf en uw eigen bewustzijn. Dan kan ik alleen maar hopen dat er hier en daar iemand is die er toch iets mee gaat doen.

Vernieuwing

Als wij zo bezig zijn met de uitbreidingen van bewustzijn, dan moeten we dat niet verwarren met nieuwbouw. De meest mensen denken dat een ver­nieuwing ontstaat door het vernielen van het oude. De werkelijkheid is dat de vernieuwing ontstaat door de aanpassing van het oude.

Er zijn in deze dagen nogal wat kreten waar we toch wel kanttekenin­gen bij zouden moeten maken. Zo hoor je voortdurend ‘discriminatie’. Maar ja, zo lust je er nog wel een. Want als ik een kikker was, zou ik onmiddellijk ‘discriminatie’ roepen over al die sprookjes waarin de prin­ses de kikker kust en prins wordt. Waarom wordt zij geen kikker? Hier wordt de waarde van het kikker zijn ontkend.

U vindt dat misschien een eigenaardige benadering voor iets wat moet gaan over bewustwording en bovendien nog het een en ander moet zeggen over de manier waarop alles tot stand komt. Met die kreten van ‘discriminatie’ doe je eigenlijk niets nieuws.

Als je bezig bent te zoeken naar de werkelijkheid, dan kun je terecht komen bij bv. de Pythagoreeën in de oudheid. Ik kan mij dan voorstellen dat iemand zegt: ik begrijp nu wel wat ze allemaal doen, maar waarom mag ik niet meepraten? Waarom moet ik eerst een jaar luisteren? De basis van die scholing was helemaal niet dat je wijzer zou worden door alleen te luisteren, maar dat je zou leren luisteren. Dat is iets wat veel mensen niet weten.

Na het tweede jaar mocht je dan een beetje meedoen met zingen, met muziek en voor de rest moest je nog je mond houden. Dat zou veel mensen ook weer tegen de borst stuiten. Want, zo zouden ze zeggen: als wij vooruit willen, dan mogen we toch wel vooruit gaan in ons eigen tempo. Wat zij daar­bij vergaten was, en in de Pythagorese School was dat heel sterk, dat de ouderen (degenen die het al wisten) moesten uitmaken of jij al in staat was mee te praten over hetgeen zij wisten.

Dat is een opvatting die een beetje anders is dan de klakkeloze gehoorzaamheid die in vele esoterische scholen en systemen wordt geëist; onderwerping aan het gezag van de ouderen. Maar het gezag op zich heeft natuurlijk ook te beantwoorden aan normen. En die normen kunnen nu juist niet worden beoordeeld door degenen die nog niet ver genoeg gevorderd zijn. Voor ons geldt hetzelfde.

Wanneer wij in de moderne tijd bezig zijn in de een of andere esoterische school, dan kunnen wij wel zeggen: dat past niet. Misschien hebben we gelijk. Maar hoe zijn wij in staat te beoordelen wat bv. een Grootmeester nu wel of niet is, als we niet eerst zelf zover zijn gekomen. Dat is iets waarmee men te weinig rekening houdt. Er zijn natuurlijk wel andere methoden.

Er was in Perzië een zeer primitieve gemeenschap van mensen die in­wijding zochten. Deze mensen kwamen bij elkaar. Ze mediteerden samen, er werden allerlei zaken besproken, er waren ook lessen. Dat ging zo regel­matig verder. Je kon daar langzaam wijzer worden. Als er nu iemand was die zei: ik vind dat ik moet meepraten over een on­derwerp, dan zei de gemeenschap: dat is best. Hier heb je een zak met water en een zak met een soort koren. Over een jaar kom je terug en dan kun je bewijzen of je kunt meepraten. Ga de eenzaamheid maar in. Zorg voor jezelf. Vecht en praat met je zelf. Als je dan denkt zover te zijn, dan kun je terugkomen en je zult ons verbazen met de inwijding die je hebt bereikt. Als je het niet hebt bereikt, dan kun je weer heel nederig bij de laagsten neerzitten totdat je het wel hebt bereikt of je kunt wegblijven. Ik denk dat dat een systeem is dat heel veel mensen een beetje tegen de borst stuit. U zult misschien zeggen: ik heb toch het recht om op mijn manier bewust te worden. Dat heeft u inderdaad. Maar het betekent dat u dan alle risico’s van het bewustworden zelf moet aanvaarden. Het is na­tuurlijk niet zo leuk, als iemand zegt: jij moet een bepaalde ervaring heb­ben doorgemaakt, anders kun je geen priester worden. Zo iets dergelijks had men in Egypte.

In Egypte maakte je ook een leerjaar door (ik meen dat het 2 seizoenen was in het geheel) daarna kreeg je de nachtwake in de tempel. Bij die nachtwake moest je dan de stem van de God horen. Als de God niet sprak, dan waren er toch wel een aantal mensen die zeiden dat ze hem toch hadden gehoord. Die brachten het misschien ver in de politiek of in de priesterorde maar geestelijk kwamen ze niet ver. Er waren er enkelen bij die de God werkelijk hoorden. Er waren er ook die eerlijk waren en zeiden: ik heb niets gehoord. Zij konden dan of een lage functie gaan bekleden of ze kon­den het nog een jaar proberen. Wij hebben allemaal de neiging om te zeggen: ik heb die stem gehoord, of ik hem had gehoord of niet. Maar het wonder­lijke was dit.

In de inwijdingsprocedure, die buiten in de woestijn gebeurde, werden degenen die iets gehoord hadden afgezonderd. Dezen kregen een heel specia­le opleiding. Want zei men: zij die de stem der Goden hoorden, zijn gewoon priesters. Maar zij die de stem niet hoorden en toch willen horen, zijn de­genen die zullen streven. Hoe meer zij streven en hoe intenser wij hen scho­len, hoe beter hun gaven en mogelijkheden ontwikkeld zullen worden. Daar ging het nu om. Het was overigens dit klooster dat de grootste magiërs heeft afgeleverd. Zelfs Mozes heeft in dit klooster negen maanden doorgebracht, nadat hij ruzie had gehad met een voornaam persoon aan het Hof en hij is er heus wijzer door geworden.

Die dingen liggen in deze tijd niet zo goed meer. Toch moet u begrij­pen dat de inwijdingen van de huidige tijd allemaal gebaseerd moeten zijn ofwel op het eenvoudig onder gezag verdergaan, dan wel in eenzaamheid in de woestijn gaan, het afge­zonderd zijn, het voortdurend werken aan jezelf. De inwijdingen in de moder­ne tijd gebeuren op duizend en een manieren. Maar de belangrijkste en meest ware inwijding is toch wel de innerlijke verlichting.

Innerlijke verlichting is ook weer iets waarvan de meeste mensen een heel verkeerde voorstelling hebben. Zij denken het is net alsof er een knopje wordt omgedraaid en ik zie opeens. Dat is dan in de moderne tijd wel een aanvaardbaar beeld. Er is een dichter geweest (hij woonde in het tegenwoordige Azerbeidsjan) die het als volgt heeft neergeschreven:

‘Hoe aarzelend diep is de duisternis waarin mijn onbehagen met zichzelf strijdt. En toch is het alsof ik meer zie, meer beleef. Om mij heen zie ik het Licht dat strijdend met het duister de werkelijkheid onthult.’

‘Nu weet ik dat het dag zal worden en wacht ik verteerd door het innerlijk vuur totdat ik wezenlijk zal zien dat wat ik ben en wat mijn wereld is.’ De vertaling is heel vrij. Ik meen echter dat de betekenis duidelijk is overgekomen op deze manier.

Het is een langzaam en gestaag proces. Het duister, de strijd met  uzelf, de wanhoop soms is een integrerend deel van de inwijding die je ondergaat, ook in deze tijd. Het is de voortdurende mislukking, totdat je ziet dat er toch iets gebeurt en dan weet je nog niet eens wat. Uit dit gebeuren komen dan de vormen, de stemmen voort, maar zo geleide­lijk dat je bijna niet eens beseft dat er iets verandert. En dan komt het ogenblik dat je iets doet, dat je innerlijk iets beleeft dat verdergaat dan de norm. Dat zou dan het ogenblik moeten zijn dat je zegt: nu wacht ik verteerd door ongeduld op het moment dat de dag zich openbaart. Let wel, niet totdat ik het bereikt heb. Neen, je moet wachten. Ook weer iets wat de mensen tegenwoordig niet graag doen. Het is echter onvermijdelijk

Een innerlijk rijpingsproces kan zich nu eenmaal niet opeens afspelen. U verwacht toch ook niet dat een pasgeboren baby onmiddellijk opstaat, naar de bar loopt en zegt: mj een dubbele. Waarom zoudt u dat geestelijk van uzelf dan wel verwachten? Het gaat allemaal ontzettend traag voor uw gevoel. Maar u kunt er niets aan doen. Het is een ontwikkeling die niet alleen van u afhankelijk is.

U moet stukje bij beetje leren aanvaarden, leren weerkaatsen wat er om u heen bestaat. En stukje bij beetje wordt u ook duidelijk wat wezenlijk is en wat niet wezenlijk is. Dan ziet u wat uw daden werkelijk betekenen, maar dan weet u nog niet wat ze geestelijk zijn. Dan gaat u begrijpen wat van geestelijke betekenis kan zijn voor hetgeen er op aarde gebeurt en dan komt ineens alles toch in een andere samenhang te staan. Laat mij u een voorbeeld geven:

Twee mensen ontmoeten elkaar. Zij helpen elkaar. Dan zegt de een: ik ben goed voor de ander. De ander zegt: nu heb ik toch wel enig recht op die andere persoon. Dat is natuurlijk niet waar. Wat er zich wezenlijk afspeelt, dat is de harmonie, dat is de wezenlijke band tussen die mensen. Die is niet afhankelijk van de duur van het verblijf op aarde, van de manier of zelfs van de wederkerigheid zonder meer, ze bestaat ge­woon. Het is die betekenis welke geestelijk gezien de bewustwording inhoudt. Het is de verrijking van het besef. Het is de groei van het werkelijke leven in je eigen beperking. Of dat nu komt tijdens het leven op aarde of na de dood dat maakt geen verschil uit. Je bent deel van een continu proces. ­Wat in het ene leven niet komt, komt wel in het andere. Wat in de levens op aarde niet kan, dat gebeurt wel in de sferen. Het is alleen de vraag, of je in staat bent de betekenis ervan te begrijpen.

Ik weet het wel, u zou graag een tabletje innemen en vanaf dat ogenblik ingewijd zijn. Maar dat kan niet. Indien u op dit moment alles ge­geven zou worden voor een volledige inwijding, dan zou u morgen worden opgenomen in de Ramaerkliniek of iets dergelijks. U zou het niet kunnen verwerken. Juist omdat alles wat wij aan hogere waarden gaan beseffen en verwerken geïntegreerd moet worden in datgene wat er al is, kan het alleen geleidelijk gebeuren. Wij kunnen niet alles wat we zijn terzijde schuiven en opeens herrijzen als een nieuwe persoonlijkheid.

Ik heb het u al gezegd: je kunt geen groei van bewustzijn, geen wer­kelijke vernieuwing bereiken door het oude af te breken. Je moet het aan­passen. Op dezelfde manier gaat het ook met u. Als u denkt dat u hier ­weinig leert, dat zou ik mij kunnen voorstellen (er zijn mensen die zeggen: het is altijd dezelfde oude koek), dan heeft u misschien ten dele wel ge­lijk, omdat u dingen tegenkomt de u vroeger al heeft gehoord. Maar is de betekenis daarvan voor u dan niet veranderd? Als dat niet het geval is, dan is het nutteloos dat u hier komt. Maar als u een jaar met ons heeft meegedacht en u kijkt ook naar totaal andere stellingen, wetenschappelijke werken, politieke manifesten en u leest ze nog eens na, probeer u dan eens te herinneren hoe u ze vroeger heeft gelezen. U zult zien dat de betekenis ervan veranderd is. Dat is nu groeiend bewustzijn. Dat is het begin van in­wijding.

Inwijding is niet een plotselinge verandering, ook al word je je op­eens ervan bewust hoeveel je bent veranderd. Het is gewoon het gestaag veranderen van je vermogen tot reageren, tot interpreteren. Het is de traagheid die ons misschien aan de ene kant tegenstaat. Aan de andere kant is die traagheid voor ons onvermijdelijk.

Iemand heeft eens (het was ook in Egypte) aan een oude priester gevraagd: heer, hoe lang bent u ingewijd? Want iedereen zag die man als een werkelijke magiër, een ingewijde van de hoogste graad. Deze antwoordde: O, ik begin pas. Ik ben pas leerling”. Misschien dat u daar het wonder van de inwijding in ziet. Inwijding is niet: terugzien op wat je hebt bereikt. Het is steeds verder groeien in dat wat je nog kunt bereiken.

De complexen van de oudheid. Ach, je kunt ze altijd wel overdragen naar de moderne tijd. Er was een man in Babylon die bekend was omdat hij zo’n schitterende waarzegger was. U zou hem in uw tijd een medium noe­men. Die man interpreteerde alles wat door het graanorakel kenbaar werd. Het graanorakel was: een paar gewijde duiven of kippen werden losgelaten op een vloer waarop verschillend gekleurde graankorrels waren gestrooid. De vogels bleven daar een zekere tijd pikken, daarna werden ze weggehaald. Wat er van de graankorrels overbleef in ligging en samenstelling en kleu­ren was het beeld dat de ziener moest interpreteren. Deze man kwam een keer in een situatie waarin het niet mogelijk was om dat orakel te raad­plegen. En toen gaf hij een heel goede, misschien zelfs betere duiding dan in zijn officiële functie. De vorst aan wie hij de uitleg had gegeven, zei tegen hem: “Waarvoor heb je eigenlijk dat orakel nodig?” De man antwoord­de: “Het orakel heb ik nodig om de mens te laten geloven aan de waarheid die ik in mijzelf zie.” Misschien dat we ook dat moeten onthouden.

Inwijding is natuurlijk erg mooi, maar als we iets ervan willen delen met anderen, dan kan het niet in onze termen. De ingewijde kan niet de ter­men stellen waarin hij zijn weten aan een ander overdraagt. Hij moet iets scheppen waardoor het voor de ander aanvaardbaar wordt wat hij hem kan ge­ven. Die aanvaardbaarheid kan dan priesterschap zijn, het kan elke wille­keurige vorm aannemen. Alleen door steeds weer op die schijnbaar bedrieglijke manier (je zoudt zo’n orakel wel als een zwendel kunnen zien) te wer­ken met de mensen, kan hij hen helpen om steeds duidelijker te zien wat er zich feitelijk afspeelt. En hoe meer zij dat gaan begrijpen, hoe duidelijker ze ook gaan beseffen wat ze zelf zijn en wat ze zelf veroorzaken. Uit die zelfkennis komt dan de erkenning van de godenwereld, van de krach­ten die niet zichtbaar zijn, de harmonieën die daaruit voortkomen en de werkingen die ontstaan tussen mens en geestelijke krachten. Ook in uw dagen zal dat precies hetzelfde zijn.

De inwijder van vandaag kan net zo goed op een preekstoel in een kerk staan als op de kermis in een waarzeggerstent zitten. Dat weet je nooit. Daarom moet je ook nooit zoeken naar de inwijding. Je moet wel verlangen naar de inwijding.

De vernieuwing in de mens betekent dat het oude voortdurend wordt aangepast aan de ruimere, de grotere mogelijkheden die vandaag bestaan. In je uiterlijk zul je altijd achter lopen bij hetgeen je innerlijk bent en wat je innerlijk hebt bereikt. Ook dat moet je onthouden. Je uiterlijk is altijd de facade. De facade kan alleen maar langzaam veranderen, anders valt het de voorbijgangers teveel op. Als er achter die facade een geheel nieuw gebouw verrijst, dan is dat een zaak van de bewoner.

Wij leven in een tijd waarin de inwijdingen veel meer plaatsvinden dan u beseft. Maar het wonderlijke is dat degene die de inwijding ondergaat het maar zelden beseft. Nu gaat het niet alleen om die inwijding, dat is maar een woord. Je beseft zelf niet hoe ver je omhoog bent geklommen. Als je een berg opklimt, dan ga je ook niet naar benden kijken hoe hoog je al bent. Je kijkt alleen hoe ver je nog moet gaan tot je de top bereikt. En dan lijkt het vaak dat je nog niet ver bent gekomen totdat je een keer rust, naar beneden kijkt en zegt: wat ben ik ontzettend gestegen. Dat is wat in het moderne inwijdingsproces een rol speelt.

Je bent bezig en je beseft eigenlijk niet wat er in je verandert, wat er met je gebeurt. Alleen wanneer het ogenblik komt dat je even niet verder kunt, dan kun je terugkijken en ontdek je ineens hoe ver je verwijderd bent van de mens, van het bewustzijn dat je was op het ogen­blik dat je begon. En dat is maar goed ook.

Er is geen behoefte aan mensen die op hun borst kloppen en roepen: ik ben ingewijd. Er is behoefte aan mensen die steeds verder doordringen in de waarheid, die steeds meer leren hun innerlijke krachten en harmo­nieën te gebruiken. Dat moeten ze dan niet doen als de wonderdoeners, de religieuze goochelaars. Dat moeten ze als vanzelfsprekend doen.

Hoe meer je als vanzelfsprekend harmonische krachten voor je kunt laten werken, des te meer je ingewijd bent en hoe minder je beseft hoe ver je zelf bent gekomen.

Vraag u in ‘s hemelsnaam niet af of u ingewijd bent. Vraag u al­leen maar af, of u misschien, toch nog iets meer kunt doen met de dingen waarmee u zich bezighoudt en of u misschien door oude gedachten en waar­den vandaag nog eens opnieuw te beschouwen toch een nieuwe visie heeft gekregen waardoor u bewust uit uw nieuwe visie verder kunt gaan.

Weerklank

Hoe kan de echo spreken wanneer ik zwijg? Hoe kan de Godheid spreken, wanneer niet ik spreek en luister? Een weerklank is afhankelijk van mij, niet alleen van het andere.

Ik ben zelf de belangrijkste factor, want ik kan alleen reageren op datgene waarop ik ben afgestemd. Ik ben het zelf die bepaalt door mijn we­zen, door mijn mogelijkheden in hoeverre krachten van de oneindigheid een weerklank vinden in mij. Gelijktijdig bepaal ik daardoor, in hoeverre dat wat ik ben, wat ik wil, wat in mij leeft weerklank zal vinden in de werelden die je stoffelijk nog niet kunt overzien.

Als een echo keert alles tot ons terug. Symbool is de mens, die staat in de cirkel van de illusie en zegt wat de wereld hem aandoet, terwijl hij roepende slechts een weerkaatsing van zijn roep terugkrijgt uit het bestaan. Een hard beeld, maar dat is het beeld van weerklank.

De wereld is voor u wat gij zijt voor de wereld. De kosmos is voor u wat gij zijt tegenover de kosmos. Daarom zijt gij bepalend voor de krachten en waarden die gij zult beleven vanuit de wereld en vanuit de kosmos.

Geef niet anderen de schuld, maar besef dat het antwoord dat u krijgt de weerklank is van uw vraag, altijd weer.

Ik hoop dat u dat laatste ook wilt overwegen. U zou op het eerste gezicht daartegen bezwaar kunnen maken, totdat u gaat begrijpen dat wat u in de wereld heeft uitgezonden tot u is teruggekomen, ook als u de gevol­gen die het had misschien niet altijd even aangenaam heeft gevonden.