Instellingen

uit de cursus ‘Doe het zelf’ (hoofdstuk 7 ) – april 1976

Instellingen

U heeft reeds een aantal regels en proeven gekregen, die u in staat stellen althans enigszins uit te maken op welke wijze u het best met paranormale middelen verder kunt werken. Het is duidelijk dat dit maar beginnersregels zijn. Een kind leert haaltje voor haaltje één letter te maken. Maar eerst als hij die letters kan schrijven zonder erbij te denken en zo woorden achter elkaar kan neerpennen, krijgt hij het juiste gebruik ervan.

Hetzelfde geldt voor paranormale kwaliteiten. Je moet eraan wennen dat je ze hebt. Je moet leren wat je er zelf mee kunt doen, wat je eerste mogelijkheden zijn, maar je moet vooral leren ze te gebruiken. En daarvoor is de geestelijke instelling van de mens van het allergrootste belang.

Als u denkt, kunt u dat op vele manieren doen. U kunt wat verward denken, dat is voor de meeste mensen gebruikelijk. U kunt sterk doelgericht denken waarbij u eigenlijk met één zaak bezig bent en op de rest niet let. U kunt ook emotioneel denken, d.w.z. dat beelden en emoties in uw wezen overeenstemmen. Dit laatste past natuurlijk het best voor systemen als ‘je openstellen’, want dan kunnen gedachten en emoties zo samenspelen dat bv. de mystieke beleving bereikbaar wordt en men directe contacten met de andere wereld ervaart. Aan de andere kant moet u weer zeggen: als ik iets wil doen, zal ik eerst de juiste instelling moeten vinden. En de juiste instelling vergt ook gericht denken. Ik zal proberen dit voor u uit te werken.­

Er is een geestelijke kracht rond u. Waarvoor die bruikbaar is dat laten we in het midden. Deze kracht bevat energie, maar ook wat wij vibratie of trilling noemen, iets wat de geaardheid ervan bepaald. Het is duidelijk dat wij nooit een trilling kunnen opvangen waarmee wij niet harmonisch zijn. Wij moeten dus in de eerste plaats proberen de afstemming te vinden die overeenstemt met de kracht die rond ons is. Helaas weten we niet welke kracht er rond ons is voordat we de juiste instelling hebben. En zo zitten we eigenlijk in een soort fatale cirkelgang.

Aan de andere kant, als u wilt werken met paranormale krachten, dan heeft u zelf een bepaalde instelling. Deze instelling krijgt u door zich voor te stellen wat u wilt doen, te trachten aan te voelen of er krachten en mogelijkheden zijn om dit doel langs paranormale weg te bereiken. U moet u dus sterk concentreren zodat u geen tijd over heeft om allerlei afwijkende denkbeelden toe te laten. U stemt u dus primair af. Hierdoor ontstaat een gevoeligheid voor al datgene wat er aan magie, entiteiten en dergelijke in uw omgeving is. Die gevoeligheid is echter niet geheel juist. U voelt wel aan (u ontvangt), maar de afstemming is niet helemaal zuiver. Dit is een van de punten waarop de meeste mensen falen. Als ze namelijk bewust bezig zijn om zich ergens op in te stellen, dan gaan ze uit van het standpunt dat alle energie zich moet aanpassen aan hun instelling, dus hun denkbeelden plus de gevoelswereld die er achter ligt. De praktijk is een beetje anders.

De kracht waarmee we te maken hebben is zich mogelijk niet eens be­wust van het contact dan wordt gezocht. Het wordt vaag aangevoeld, maar er is geen definitief inwerken die constateerbaar is in de geest en om­gekeerd is er voor de mens ook geen mogelijkheid om specifieke kwaliteiten en mogelijkheden af te lezen. Op het ogenblik dat ik door mijn instelling het gevoel krijg dat er rond mij of in mij een kracht aanwezig is moet ik proberen die kracht zo sterk mogelijk te maken. Dat kan ik alleen doen door mijn denken te veranderen.

Dit denken is gebaseerd op een algemeen begrip. Laat mij als voorbeeld genezing nemen.

Ik wil genezen. Algemeen gezien is dit iets waarvoor ik kracht rond mij zal aanvoelen. Maar wat wil ik genezen? Wil ik een meer psychische kwaal genezen, dan heb ik heel andere energieën nodig dan voor bv. het wegnemen van een hoofdpijn, laat staan voor het stillen van het kloppen van een ek­steroog. Ik moet dus precies weten wat ik wil doen.

Het eerste punt van de instelling is: voelen of er kracht is. Dit al­gemene gevoel van kracht is belangrijk. Daarna ga ik mij realiseren waarvoor ik die kracht wil gebruiken. Ik probeer dan die kracht sterk in mij te voe­len. Maar er komt altijd een ogenblik dat er een piek is. Ergens is die kracht wel aanwezig en ineens voel ik: hier is ze sterker. Het vibreert even in mij. Dat is het punt dat ik nodig heb.

Nu zal dat niet altijd stroken met de kwaal die ik wil genezen. Maar is dat wel nodig? Ik heb nu contact gekregen. Op dit contact baseer ik mijn uitstraling van kracht. Het klinkt heel vreemd vanuit menselijk standpunt. Je wilt iemand bv. af­helpen van pijn in de nek en het blijkt dat je je moet instellen op een spierkramp ergens in de onderste ledematen. Maar let wel, dit is de energie die ik kan aftappen. De energie kan veranderen, ze zal zich omvormen, maar ik moet eerst dit contact krijgen. Wanneer ik dit contact gekregen heb, en niet voordien, kan ik beginnen met behandelen of het uitstralen van de energie naar een bepaalde persoon. En dan realiseer ik mij wat de kwaal van die per­soon is. Het gevolg is dat de emotionele toestand licht gewijzigd is. Ik heb de juiste harmonie gekregen met de energie rond mij, met de krachten die kunnen inwerken. Ik kan daaruit dus kracht onttrekken, bepaalde begrip­pen ontlenen (wijsheid) en op deze manier mijn doel beter bereiken.

Hier heb ik gewezen op het punt van instelling, die vanuit menselijk standpunt wat vreemd aandoet. Ik stel me dus niet in op hetgeen ik wil doen. Ik stel me in op de kracht die aanwezig is. En waarom? Het is eigenlijk precies als met het openbaar vervoer. Als je een tram wilt nemen, dan is daar helemaal geen bezwaar tegen. Die tram komt echter niet precies in de straat waar je moet zijn. Je moet dus een vervoer vinden dat in de richting van je doel gaat en dan blijft er nog een stukje over dat je op eigen kracht moet afleggen. Ik weet wel dat dit alles mooier wordt ge­zegd. Wanneer u zich instelt op de geestelijke kracht, dan past die kracht zich automatisch aan de bestaande behoeften aan. Zo zal de werking door u vervormd worden tot datgene wat er werkelijk nodig is. De uitstraling, die er gericht uit voortkomt, zal een voortdurende compensatie voor krachtver­lies in uw wezen tot stand brengen. Dat is natuurlijk allemaal wel waar, maar als je het zelf wilt doen, dan loop je vast op kleinigheden. En die kleinigheden zijn: dat wij aannemen dat die kracht zich aan ons aanpast en dat is niet waar. Wij moeten ons aanpas­sen aan de kracht. Eerst wanneer wij een persoonlijk contact met de kracht tot stand hebben gebracht, kan de kracht door ons werken volgens de behoef­te die in ons erkend is.

Als wij een patiënt hebben of als wij de toekomst willen onderzoeken voor een bepaald iemand of iets willen opsporen, dan ligt dit doel toch in onze handeling vast. Wat dus door ons werkt, wat in ons naar voren komt, is altijd hetgeen wij zoeken. Maar de harmonie met de kracht moeten wij zoeken op basis van de kracht zelf, anders hebben wij eenvoudig de mo­gelijkheid niet om te werken. Dit geldt in zeer veel opzichten.

Als je bezig bent om inspiratief mensen gade te slaan en te onder­zoeken, dan heb je natuurlijk een oordeel. Een eenvoudig voorbeeld: nu ja, die man is een kleurling, dus zal dat wel een minder ontwikkeld persoon zijn. Dat zal u weten. Het kan best een academicus zijn. Maar dat denkt men automatisch. Deze vooroordelen echter bepalen de wijze waarop men zo iemand benadert en beoordeelt. Dat houdt in dat elke inspiratie, die niet bij de beoordeling past, terzijde wordt geschoven. Dus, als ik een persoon zie en ik wil aan de hand van zijn gezicht, zijn gedrag, zijn gebaren uitmaken wat hij is en wat hij doet, wat voor karak­ter hij heeft, dan mag ik niet beginnen met voorop te zetten dat heb ik gezien. Dan moet ik de persoon op mij laten inwerken zonder ook maar enige conclusie te trekken. Ik moet dan een harmonie opbouwen. Als ik het gevoel heb dat die harmonie er is en niet eerder, dan zeg ik tegen mijzelf, wat betekent die harmonie voor mij? Ik kom dan tot een in­terpretatie, die misschien schijnt te slaan op de persoon waarmee ik con­tact heb als een tang op een varken, maar als ik het nader onderzoek, blijkt meestal dat het volledig juist is of in ieder geval toch voor meer dan 50%. Alweer, het instellen op de ander betekent gelijktijdig het uit­schakelen van mijzelf.

Iemand zegt bijvoorbeeld: ik wil even nagaan wat voor die persoon in de toekomst verborgen ligt. Dat kan zoveel zijn. Als ik ‘toekomst’ zeg, dan heb ik een bepaalde voorstelling daarvan. Ik zie de persoon. Nu moet ik niet proberen na te gaan, wat weet ik van die persoon, hoe reageert hij, wat is hij? Laat die persoon maar op mij inwerken. Mijn eigen instelling is toekomst. Toekomst is in dit geval eigenlijk een algemene situatie. Het is gewoon een verplaatsing langs de tijdas en die is altijd precies het­zelfde.

Het ego bezit een mate van tijdloosheid. Wij zijn namelijk ook eeuwig en niet alleen maar deelverschijningen die we als ‘ik'” aanspreken. Dus als ik die instelling heb, kom ik altijd wel in contact met de tijd. Maar als de tijd op mij inwerkt met een concentratie op een bepaalde persoon, zonder dat ik die persoon op welke wijze dan ook definieer, dan ontstaan er spon­tane beelden en ingevingen. Het zijn die spontane beelden en ingevingen die van belang zijn. Later kan ik dan proberen ze aan te passen aan de per­soon. Maar eigenlijk maak ik ze daarmee minder juist.

U ziet, het zelf doen is in deze gevallen eigenlijk een weten hoe je jezelf neutraal kunt stellen t.a.v. verschijnselen om zo essenties te on­derzoeken.

In alle gevallen is instelling een kwestie waarmee we met ons eigen ‘ik’ grote werkingen tot stand brengen. U kunt het zeggen: nu ga ik even oefenen om mij in te stellen op deze of gene manier, zonder dat er reële contacten daaruit voortkomen. U kunt niet zeggen: hoe stel ik mij ook weer in? O ja, zo staat het geschreven. Nu doe ik dit en er gebeurt niets, want ik heb er geen doel mee. Als het contact tot stand komt, is de wer­king aanwezig. Indien u geen doel kiest, zal al hetgeen opkomt spontaan zijn en kan op alles betrekking hebben. U heeft er misschien zelf weinig aan. Maar als dat geldt voor helderziendheid, dan is inderdaad hetgeen u op dit moment probeert in uzelf te bereiken gelijktijdig een contact waardoor er verschijnselen ontstaan.

Dan is er nog een regel die ik u kan geven.

Elke instelling van het ‘ik’ ten aanzien van geestelijke en onzienlijke waarden impliceert een reactie van daaruit, ook als deze niet in overeenstemming is met onze verwachtingen of niet gericht of gedicteerd wordt door het doel dat bij onze instelling behoort. De vraag die wij dan ook heel vaak krijgen is: hoe lang moet ik mij instellen?

Instellen is een kwestie die zo persoonlijk is dat niemand u pre­cies kan zeggen hoe u het moet doen. Dat kan men alleen van persoon tot persoon zeggen. Dat betekent dat de tijdsduur niet belangrijk is. Er zijn mensen die zich zuiver emotioneel realiseren: nu is dit mogelijk, dus doe ik dit. Zij zijn dan juist ingesteld. Er zijn ook mensen, die eigenlijk met angsten en twijfels beginnen. Zij moeten eerst zichzelf overtuigen voordat zij zich kunnen instellen, en dat kan een lange tijd duren, soms wel een half uur. Maar de duur is niet belang­rijk, als het doel maar belangrijk genoeg is.

Ieder die zich oefent in het zich instellen op geestelijke werelden, geestelijke krachten of desnoods op de verborgen krachten van zijn ‘ik’ (die kunnen ook een rol spelen), geef ik uitdrukkelijk de raad om geduld te hebben. Geduld. Dat is voor heel veel mensen iets wat ze niet begrijpen. Zij zeggen: waarom moet ik nu geduld hebben? Als de geest er is, dan is hij er. Maar u moet het zien. Heel vaak krijg je het effect van een mens, die in de wereld allerlei scherpe indrukken ontvangt. Het is dan alsof je in heel fel zonlicht staat. Loop je nu een schemerduistere kerk bv. binnen, dan duurt het wel even voordat je alles precies kunt zien. Je moet je eerst aanpassen. Diezelfde aanpassing heb je nodig als je van waakbewustzijn overschakelt naar geestelijke bewustzijn. Er is altijd een ogenblik ‑ korter of langer ‑ waarin je niet beseft wat er aan de hand is. Pas als je door je instelling gewend bent aan deze andere soort van invloed en inwerking, wordt het beeld duidelijker en ga je ook beter begrijpen wat er plaatsvindt. De vraag is alleen. Zul je dit uitdrukken in een redelijk mentaal beeld of eerder in een emotioneel beeld?

Een mentaal beeld projecteert een zuivere voorstelling. Nemen we weer als voorbeeld genezing.

Ik ben bezig met een patiënt. Ik probeer mij in te stellen op de krach­ten en natuurlijk ook op de patiënt. Op een gegeven ogenblik merk ik: dit gaat niet. Ik zie a.h.w. een verwerping. Soms zie ik ineens gewoon in mijn gedachten (het is geen visuele waarneming, maar een zeer scherp denkbeeld), daar zit een kwaal waar ik wat aan moet doen. Doe het dan maar.

Bij helderziendheid heb je heel vaak dat je zegt: zie ik nu wat of zie ik niets. Daar begint het meestal mee. Dan stel je je in en wil je visueel gaan waarnemen. Er gebeurt dan niets. Hoogstens zie je een paar schimmen via de ooghoeken wegtrekken en verder is er niets aan de hand. Maar als je het nu gewoon op je af laat komen, dan vormt zich een beeld dat gestalte krijgt. Het is iets wat in je hersenen ontstaat en niet iets wat buiten je zonder meer zichtbaar is. Later kan dat zichtbaar worden, maar eerst moet je de instelling hebben. Is die instelling aanwezig en is de gevoeligheid voor geestelijke waarden er ook, dan kun je opeens zien. Je kijkt eens de kamer rond en zegt: hé daar zit die geest ook, wat moet die nou weer hier? Maar in 9 van de 10 gevallen is het: je voelt een aanwezigheid, er is iets. Ga je kijken, dan kun je niet zien wat het is. Maar laat je het op je afkomen, dan ontstaat er een mentaal beeld. Een voorstelling van dit of dat moet aanwezig zijn. En als je dat dan aanvaardt, niet probeert het te ont­leden, dan kan het verder uitkristalliseren. Het kan een visuele hallu­cinatie worden en dan zie je voor je gevoel werkelijk wat er is. In de bei­de gevallen, die ik als voorbeeld gaf, gaat het om de hersenen, het is dus mentaal. Ik moet het beseffen, ik moet het zien. Er zijn voorstellingen mee gemoeid.

Als we nu emotioneel reageren, dan is het anders. Ik ben bezig met iemand die ziek is en ineens voel ik alsof het plotseling in mij tintelt. Ik krijg het gevoel: die kan ik genezen. Dan heb ik verder geen voorstelling nodig, want al is de instelling niet verstandelijk, de juiste instelling t.a.v. de kracht en ongetwijfeld ook t.a.v. de patiënt is er, anders zou ik dat gevoel niet krijgen.

Als er iemand aanwezig is, dan voel je dat hij er is. Je vraagt je niet af wie of wat, maar je reageert eigenlijk zonder na te denken op een persoonlijkheid. Je reactie is dan meestal juist. Dat wil dus zeggen dat de entiteit in kwestie, die zich wil manifesteren daarop kan inhaken, daaruit kracht kan putten en eventueel zich duidelijker kenbaar kan maken. Maar dan denk je niet, je voelt het aan.

Het is voor ons allemaal heel goed te begrijpen dat niet alle paranor­male waarnemingen volgens de rede kunnen verlopen. Er zijn een aantal para­normale verschijnselen, die eerst dan kunnen optreden, indien de feitelijke reactie emotioneel is en het mentale praktisch is uitgeschakeld, want eerst daardoor ontstaat de beheersing. Een voorbeeld van een wat andere aard, automatisch schrift.

Automatisch schrift

Ik weet niet of u het wel eens heeft geprobeerd. Papier neerleggen, potlood neerleggen en ergens anders heen kijken. De hand pakt het potlood, zit er eerst wat mee te krassen en op een gegeven ogenblik begint u te schrij­ven. Wat speelt er zich in feite af?

In de eerste plaats er is een beheersing van een deel van het lichaam. Uw bewustzijn is daarvan volledig uitgesloten, want u weet niet wat u schrijft op het moment dat u het schrijft.

In de tweede plaats, u richt bewust uw belangstelling en aandacht el­ders op iets. Juist daardoor blijft het automatische schrift zo betrouwbaar en snel verdergaan. U zult later wel zien wat er staat. Alweer, een gevoels­waarde. Nu wordt het zenuwstelsel beheerst en middels het zenuwstelsel de spierbe­weging. U moet niet denken dat een analfabeet op deze manier zonder meer kan schrijven. Het gaat wel, maar het wordt erg onbeholpen, want elke bewe­ging moet afzonderlijk worden uitgevoerd. Er is dus wel degelijk een deel van uw geheugen in het spel, ook als het schrift anders uitvalt dan uw eigen handschrift. Hier is dus wel het gevoel en de aanvaarding van het verschijn­sel noodzakelijk en bij voorkeur niet de gespannen afwachting.

Gespannen afwachting heeft namelijk een zeer vervalsende inwerking op een fenomeen als dit. Als u gaat zitten met potlood en papier en het idee nu moet er iemand doorkomen. Is daar een geest die wil schrijven? Dan bent u zo druk bezig dat, als er iets ontstaat, uw bewustzijn een veel te grote rol daarbij speelt. En als u op die manier steeds bezig bent, dan komt er een ogenblik dat uw onderbewustzijn voelt: nu moet er geschreven worden, anders sta ik voor gek. En dan weet u mis­schien niet bewust wat u schrijft, maar u schrijft wel degelijk zelf. Wilt u dus een juist contact hebben, dan is de algehele ontspanning erg noodzakelijk.

De instelling voor automatisch schrift is aanvaarding van de mogelijk­heid dat er wel of niet automatisch schrift kan komen, dat is ook niet zo belangrijk. U denkt of zegt: ik ben bereid om een geest, die wil schrijven een kans te geven en voor de rest ben ik met wat anders bezig. Op deze wijze schept u de mogelijkheid voor een ander om a.h.w. te infiltreren in uw zenuw­stelsel en maakt u het mogelijk dat een deel van uw lichaam zonder uw weten automatisch wordt gebruikt. Door uw concentratie op iets anders beperkt u gelijktijdig de invloeden van het onderbewustzijn tot een minimum. U krijgt dus betrouwbaarder resultaten. Hier is de juiste instelling kennelijk onver­schilligheid. Heel veel mensen zullen echter het gevoel hebben, dat je te­genover de geest alles moogt zijn behalve onverschillig. Maar wat is dan aan­dacht?

Aandacht is juist concentratie. Die concentratie betekent dat u licha­melijk gericht bent op één verschijnsel, hoe dan ook. Het betekent dat voor uw gevoel dit ene verschijnsel moet ontstaan en niets anders. Het betekent voor u dat de hele tijd dat u daar zit zinloos is, tenzij het verschijnsel optreedt. Er is dus een sterke drang en deze betekent een lichamelijke en een mentale gespannenheid. Het betekent dus ook een grote eenzijdigheid.

Als u zo zit te wachten op een geschreven boodschap en er komt iemand, die een schitterende tekening zou kunnen doorgeven, dan kan hij dat niet. Maar als u alleen vaag het verschijnsel aanvaardt en zegt: de rest zie ik later wel, dan laat u degene die op u inwerkt volledig vrij. En degene die op u inwerkt en niet uzelf perfectioneert dan de afstemming in dit geval. In feite zal die persoonlijkheid echter de afstemming van uw persoon naar zijn eigen afgestemdheid toetrekken. Hij past zich niet aan u aan. Als u ge­concentreerd werkt, moet hij dat wel doen wil hij iets kunnen doen. Maar nu kan hij zichzelf zijn door zich gewoon aan uw emotionele en eventueel men­tale toestand aan te passen. Hierdoor krijgt u betere resultaten, minder zelfbedrog en bovendien ook minder vermoeidheid, want hoe geconcentreer­der u werkt des te groter de inspanning is.

Mediumschap

Wanneer we te maken krijgen met de vele vormen van mediumschap, dan zitten we er ook weer mee. Wat voor concentratie is er mogelijk? Natuurlijk, er zijn afstemmingen mogelijk waardoor je voor een bepaald gebied openstaat. Indien dit het geval is, is er inderdaad een bepaalde specificatie. Niet iedereen kan doorkomen, maar alleen degene die tot een bepaald trillingsgebied behoort. Maar iemand die gewoon helemaal openstaat, weet nooit wat er doorkomt. Het wil wel zeggen dat iedereen, die in de buurt is van zo’n medium van hem gebruik kan maken. Dan is er net zoveel kans dat er een nonnetje doorkomt als een dronken matroos. Dus als u niet voor dronken matroos wilt staan, kijk dan een beetje uit.

Het is in deze gevallen erg belangrijk dat u onverschillig bent voor de inhoud van de boodschap die doorkomt. U moet niet met alle geweld willen dat bv. Willem komt vertellen waar hij zijn testament heeft verborgen. Iets dergelijks legt een dwang op. Het betekent dat iedereen, die wil reage­ren dat zal moeten doen in de termen van die boodschap, ook als hij Willem niet is en helemaal niet weet waar het testament is. Maar hij vertelt dan toch wel wat in de hoop dat door de aanvaarding van deze in feite foutieve of onjuiste boodschap hij misschien zijn eigen boodschapje ook nog kwijt kan. Dus u moet onverschillig zijn voor de inhoud, maar gelijktijdig ook een beetje selectief zijn t.a.v. de krachten die u toelaat. Het lijkt mij voor u toch erg vervelend,  stel dat u een dame bent, dat u ineens in gezelschap begint te ketteren dat het niet mooi meer is. Ook al kunt u de geest de schuld ge­ven, het past toch niet. Als u dus probeert u in te stellen, moet u dat op de juiste manier doen. Dat betekent dat u niet zoekt naar een bepaald con­tact of een bepaalde boodschap, maar naar een bepaald geestelijk niveau.

Hoe kun je dat niveau bereiken? In feite door je emotie. Want als je iets voelt als lichtend, als prettig, als luchtig, dan zul je nooit met een duistere sfeer in aanraking komen, die kan niet bij u terecht voordat uw emotionele toestand is veranderd, bv. in haat, hebzucht, begeerte. Maar als u blij bent, u zomerdag achtig probeert te voelen op dat ogenblik, dan kan zo’n duistere geest er niet bij. Dan kan alleen degene uit een lichtende wereld doorkomen. Dit is een heel belangrijk punt, vooral als u zich daarbij realiseert dat bij mediumschap conditionering optreedt. Dit geldt dus ook voor helderziende mediums.

Wanneer u regelmatig impressies aanvaardt, ongeacht hun inhoud en oorsprong, dan komt er een ogenblik dat u niet meer in staat bent om wille­keurig welke impressie dan ook, die van buitenaf op u wordt afgedrukt te weren. U kan dan geen contacten meer afwijzen.

Nu is mediumschap een mooi iets, maar u moet toch wel in eigen huis blijven. Dus wat doet u? U kiest een instelling, die past bij een sfeer die voor u aanvaardbaar is, die u sympathiek is. U probeert uw gevoelens zodanig te regelen dat die wereld aanvaardbaar is. Daarnaast moet u onver­schillig zijn, er gebeure wat wil, het is niet belangrijk. Alleen op die manier kunt u gerichte geestelijke contacten verkrijgen. En bovendien, alleen indien u bewust die instelling tot stand brengt, aanvaardt u een contact. Elke geest, die zich meldt, stuurt u weg. Het klinkt niet erg eerbiedig. Er zijn mensen die zeggen: als een geest wil doorkomen, dan moet je hem toch de kans geven. Neen, die geest moet komen op de tijd die u past. Niet omdat u die geest de kans niet gunt om zich te uiten, maar omdat u baas in eigen huis wilt blijven, omdat u niet wilt openstaan voor elke in­vloed, maar bewust wilt bepalen op welke tijd u helderziend waarneemt en voor welke soort entiteiten u beschikbaar bent. De indrukken zijn er dan wel, maar u wijst ze af en u gaat bewust over tot een bijna geconcentreerd normaal zijn. Als u zegt: ik wil niet, dan gebeurt het ook niet. Eerst als u vele malen kritiekloos contacten heeft aanvaard, kunnen degenen die aan onze kant verblijven of misschien wel in het stookhuis beneden huizen door­komen, omdat u niet meer in staat bent u af te sluiten. Als u altijd voor iedereen openstaat, dan heeft zo’n entiteit op den duur de sleutel. Hij weet met welke impulsen u tot open medium gemaakt kunt wor­den en dan moet u zien of u wilt of niet, dan moet u plotseling in trance gaan en spreken of u wilt of niet. Voorkom dit zoveel mogelijk. Ook dit is belangrijk.

Ik zou u verder de raad willen geven om vooral in het begin trance­toestanden niet te aanvaarden, tenzij er iemand bij is die u erg vertrouwt en van wie u aanneemt dat hij in staat is een trancetoestand te verbreken. Dat gaat gemakkelijk genoeg. Het is even het wegtrekken van het fluïdum. Men doet dit in begin meestal door een hand op een hand van het medium te leggen en deze langzaam weg te trekken. Hiermede haalt u al elke vreemde invloed een beetje uit de aura. Daarna maakt u vanaf de aanzet van de at­laswervel het achterhoofd vrij naar de schouders toe. Met beide handen, te beginnen bij de atlas, over de schouders wegtrekken en afslaan. Iemand, die geestelijke kracht heeft, een magnetiseur, kan dat gemakkelijk doen. Als dat vertrouwen er is, kunt u ook onverschillig zijn, anders blijft u bang, blijft u gespannen. En dat betekent dat u veel eerder het slacht­offer wordt van krachten die op u komen afstormen.

Innerlijke wereld

Nu zijn er ook vormen van paranormaal beleven die niets te maken heb­ben met genezen, het waarnemen of het doorgeven van boodschappen. Het is eigenlijk het bereiken van een innerlijke toestand waardoor men als mens andere werelden beleeft. Hier kan er sprake zijn van uittreding. Er kan ook sprake zijn van de z.g. chronologische droom d.w.z. een droom, die in tijdseenheid vergelijkbaar is met het gebeuren op aarde en bovendien het gedroomde een groot aantal reële elementen bevat, al dan niet in sym­bolen verhuld, want dat zien we in een droom heel vaak.

Als ik die innerlijke wereld wil beleven, is daarvoor ook een instel­ling nodig. Die instelling kan echter nooit zijn: nu wil ik in mijzelf tre­den. Hiermee forceer ik wel bepaalde dingen, maar nooit mijn gehele wezen.

Stel voor uzelf: hier ben ik. Hier zit ik. De wereld is er niet meer. Ik schakel de wereld uit. Ik ben mijn eigen wereld. Ik wil deze eigen we­reld beleven. Blijf dat herhalen totdat de buitenwereld inderdaad wegvalt en u misschien in een dommeling of een pseudo‑slaapje valt. Wat er dan ontstaat, moet na­tuurlijk nog geregistreerd worden. Misschien is het goed dat u zegt: ik wil wel zoveel mogelijk onthouden. Maar zeg niet tegen uzelf wat u precies wilt gaan beleven, welke delen van het ‘ik’ u ,specifiek wilt gaan onderzoeken. U zult dan in 9 van de 10 gevallen nul op het rekest krijgen of worden gecon­fronteerd met droombeelden, die niet aan de werkelijkheid, maar aan aller­lei veronderstellingen van anderen zijn ontleend. Indien u in uzelf bepaal­de beelden vindt, is het wel mogelijk deze te corrigeren, maar pas als u ze heeft beleefd en u ze zich herinnerd heeft.

Ik stel: een mens droomt. In die droom is zijn wereld heel erg rumoerig. Ze bestaat uit rotsen, puin, steen. Het is moeilijk om zich daarin voort te bewegen. Het is er erg onplezierig. Dat kan heel reëel zijn. Het kan een deel van uw innerlijk zijn, waarin geen volledige ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Nu moet u daar tegenin gaan. Wat doet u? De tweede keer (de eerste keer ondergaat u het gewoon) zegt u: nu ga ik dit landschap in mijn gedachten opbouwen. De wereld bestaat niet meer, alleen dit landschap. En in dit landschap tussen rotsen, stenen en steen­slag bloeit een bloempje. U probeert dat bloempje werkelijk te zien. Als u geluk heeft en u heeft op de juiste plaats een bloempje gezet, dan kan het heel vaak gebeuren dat het landschap voor uw gevoel opeens verandert. U zult dat droevige landschap niet meer ontmoeten. U heeft in uzelf a.h.w. een bepaalde grens overschreden waardoor de achterlig­gende waarden tot uiting konden komen, vaak waarden van hogere orde of van vroegere levens.

Dat bloempje is dus een sleutelbegrip. Waarom een bloem? Een bloem is voor de mens leven, schoonheid, ze duidt vruchtbaarheid aan, zelfs in de meest onvruchtbare omgeving. Waar een bloem is, daar is vruchtbaarheid. Door dat sleutelbegrip geef je jezelf de kans om de volledigheid der dingen, waarin alles zinrijk is en elke handeling, daad of bestaansvorm vruchtbaar is, te realiseren. Je kunt dus door het directe belevingsniveau, dat misschien stoffelijk werd geïnterpreteerd of aan de hand van een geestelijk minderwaardigheidsbegrip langzaam is verschoven, komen tot een besef van je innerlijke wereld.

Nu kunt u ook heel vreugdige dromen hebben: u kunt uitgaan in een wereld van licht. Het volgende moet u dan onthouden:

Elke wereld van licht heeft de neiging verblindend te zijn. Willen we iets daarvan onthouden, dan moeten we zoeken naar een plaats die schaduw lijkt te bieden. Is die plek er niet, dan stellen wij ons voor dat er ergens schaduw is. Stap daar in en bekijk van daaruit de lichte wereld. Dan wordt ze namelijk voor u kenbaar, anders beleeft u alleen het licht en verder niets.

De vormen van het landschap en de kleuren (vaak is het een heel kleurengamma) zijn dan op zichzelf te vertalen in stoffelijke begrippen. Dat is echter niet zo belangrijk Het is meer een stemming. Als u die stemming eenmaal kent en u weet die in u op te brengen, dan heeft u weer contact met dit deel van uw innerlijke wereld en uw innerlijk leven.

Bewegingservaringen

Dan zijn er bepaalde belevingen die u krijgt als u zich heeft afge­sloten van de wereld en probeert in uzelf door te dringen. Die belevin­gen zouden kunnen worden vertaald als bewegingservaringen:

U valt. Zeg tot uzelf: ik heb vleugels. De val blijft doorgaan. Denk niet dat u ineens zweeft. Zeg dan nogmaals tot uzelf: ik heb vleu­gels, dus kan mij niets gebeuren. Hierdoor wordt de beweging van de val omgezet in een gade slaan. Het is niet meer het ondergaan van een verpletterende en gevaarlijke ervaring, het is eerder het constateren dat er op verschillende niveaus in het ‘ik’ bepaalde krachten en toestanden bestaan.

U bevindt zich in een voertuig: auto, trein, boot enz. Het voertuig is bestuurbaar. Bestuur het niet, laat het zijn gang gaan. Want in dat geval is de onbestuurbaarheid, die u eigenlijk eraan geeft terwijl u kunt ingrijpen, voor u de zekerheid dat al hetgeen u waarneemt beheersbaar is. U bent geen slachtoffer, niet van een gebeuren dat misschien in de toe­komst eens zal plaatsvinden, maar zeker ook niet van gebeurtenissen en waarden die in u verborgen liggen. Is het voertuig niet bestuurbaar (u kunt moeilijk, als u bv. in een trein zit, even gaan chaufferen), dan moet u het zich anders voorstellen. De onbestuurbaarheid van het voertuig is niet belangrijk, omdat u weer het effect heeft. Ik kan vliegen, niets kan mij tegenhouden. Ik ga mee met het voertuig, omdat ik wil gadeslaan, niet omdat ik niet anders kan. Als u op een punt bent gekomen dat het u niet meer bevalt wat het voertuig doet, zeg tegen uzelf: hier stap ik uit en ik ga zelf waarnemen, zonder dwang. Op deze manier krijgt u een bewegingsvrijheid. U zult in 9 van de 10 gevallen in zo’n bewegingsdroom worden geconfronteerd met een groot aantal symbolen. Onthoud van die symbolen ook het volgende:

De kleuren die u ziet zijn emotionele toestanden, ze geven dus geen geestelijke waarden aan, ook niet het behoren tot een bepaalde straal. Het samenspel van die kleuren is wel belangrijk en geeft geestelijke waar­den aan.

Daar waar kleuren met elkaar harmonisch zijn, is de geestelijke waar­de ervan behoorlijk hoog. Daar waar de kleuren pastelachtig of zelfs grauw schijnen te worden, is er nog steeds de vraag: is er wel of geen harmonie? Waar strijdigheden zijn, trek u terug en realiseer u, strijdigheden moeten worden opgelost. Herhaal dan de proef een volgende keer afgaande op die voorstelling en probeer de zaak te corrigeren. Een voorbeeld:

U bent weer in dat rotsachtige landschap. Er is geen kleur; alles is grauw en grijs. Stel u voor dat de zon opgaat en dat daardoor het ro­zige licht langzaam in de stenen kleuren doet ontwaken. Hierdoor geeft u in wezen uw geestelijke achtergronden de kans om de beleving, die voor u op dit moment wel erg belangrijk is, te kleuren. U krijgt de inhoud te zien in licht en in de kleur van uw stoffelijke beleving of van uw inner­lijke angsten of toestanden waarmee u normaal optrekt, ook al beseft u dat bewust niet. Op deze manier is het mogelijk om bij trips in het inner­lijk wel degelijk te dirigeren.

Wanneer u in het duister wordt gestort (de meeste mensen hebben in zich wel een gebied dat voor hen duister en angstwekkend is), wees niet bang, maar zeg tegen uzelf: ik heb licht. Ik ben een lamp. Ik steek mij als een licht aan. U zult zien dat het duister verdwijnt. U zult zien, dat wat eens schrikwekkende vormen waren nu veranderen in iets anders. Zoals bv. de jeneverbesstruik er in het maanlicht uitziet als een struikrover en in het zonlicht als een tamelijk grote, maar toch wat verpieterde zandgrond plant. Zo kunt u dus een groot gedeelte van uw innerlijk leven leren kennen zonder gelijktijdig het slachtoffer te worden van de illusies die ermee gepaard gaan.

Instelling is kennelijk van het allergrootste belang voor elke mens die werkt met paranormale krachten, waarden of zelfs esoterische bele­vingen.

Elke mens heeft een wil. Deze wil is een kracht die is voort geko­men uit een karma dat vele werelden heeft doorlopen. Als u deze kracht gebruikt, dan kunt u de tijdsbeleving, het ogenblikkelijk gebeuren vaak uitschakelen en de ervaringen, die in dit leven misschien erg belang­rijk waren of de gevoelens die nu van buitengewoon groot belang zijn, terugwijzen naar de plaats waar ze werkelijk behoren als één aspect in de totaliteit.

Wanneer u met de geest te maken heeft, dan is het zeker de geest die zal bepalen hoe ze zich uit. Want die geest is fijnstoffelijk en kan zich niet zonder meer aan al uw grofstoffelijke normen aanpassen, dat is te moeilijk. De krachten, die in de geestelijke wereld bestaan, kunnen niet altijd zonder meer worden aangepast aan uw stoffelijke voorstelling daarvan. Deze krachten moet u de kans geven om zich te manifesteren. Maar u heeft de wil en u heeft de kracht om te zeggen: dit past mij niet, dus werp ik het van mij af. Daar waar de wil bewust actief is, is het mo­gelijk om elke geestelijke invloed of ervaring, die als niet passend of dreigend wordt ervaren, af te wijzen. De mens, die zijn wil en zijn erva­ring gebruikt om dit tot stand te brengen, behoeft zelfs voor demonen die hem zouden belagen niet te vrezen. Hij is onaantastbaar zolang hij zich bewust ervan blijft: deze kracht aanvaard ik niet.

Als u wel contacten wenst, laat de geest of de kracht rond u dan maar bepalen hoe dit contact tot stand komt, want al wat u daaruit ont­leent aan kennis, aan beleving, aan energie, kunt u dan later in en door uzelf omvormen tot datgene wat u op dat ogenblik nodig heeft. Dat is al­tijd mogelijk, tenzij het doel waarvoor wij een kracht willen gebruiken ge­heel in strijd is met de aard van de kracht die wij willen absorberen.

Instelling is een van de belangrijkste wapens die een mens in handen heeft om gelijktijdig zijn geestelijke integriteit en onafhankelijkheid te waarborgen en toch in de werelden van het onzienlijke voortdurend die contacten te vinden welke voor hem belangrijk en misschien zelfs noodza­kelijk zijn.

Instelling is het middel waardoor de mens, zonder te verdwalen in de vele onbekende fasen van zijn innerlijk leven, dat leven kan leren ken­nen, en zelfs door diezelfde wil veranderingen kan aanbrengen, die in het geheel van het bewustzijn en vaak zelfs in het geheel van de levensfunc­tie doorwerken. Daarom deze lezing over instelling.

Doe het zelf. Natuurlijk, maar doe het dan wel zo dat u baas blijft en dat u zelf bepaalt wat er aan de hand is. Er zijn dingen die u niet kunt bepalen, maar zorg er allereerst voor dat alles wat bepaalbaar is ook juist bepaald wordt, want u en niet iemand anders bent ten slotte verantwoordelijk. Als u een kwade geest toelaat, dan is het niet de geest die het doet, maar dan bent u het die mede aansprakelijk is. Als u verstrikt raakt in de doolhoven van uw innerlijk, dan is dat niet de schuld van de een of andere demonische kracht, invloed of een nood­lot uit het verleden. Dan is het doodgewoon uw eigen schuld, omdat u niet juist heeft gereageerd. En juist reageren kunt u alleen, indien u van begin af aan een juiste instelling opbouwt, een juiste innerlijke sfeer weet te handhaven en u bewust blijft van wat nu voor u wel aanvaard­baar is en wat niet.

Als meester over uzelf kunt u veel beleven. U kunt mogelijkheden ontwikkelen die wij in deze cursus nog niet eens hebben aangestipt. Maar ik moet uitgaan van wat u bent. U moet uitgaan van dat wat er in u leeft en daarbij altijd weer uw wil gebruiken, om alles af te wijzen wat niet strookt met uw wezen, uw inhoud en uw bestrevingen.

Enkele opmerkingen

Als je bezig bent met paranormale zaken, dan heb je soms het gevoel dat je gek bent. Trek je er niets van aan. Laat dat maar aan anderen over.

Als je bezig bent met waarnemingen, onthoud altijd één ding, een door­schijnende is een geest. Blijf een beetje voorzichtig in je benadering ervan, anders denken anderen dat je met de lucht loopt te flirten.

Als je iemand moet genezen, moet je uitgaan van het standpunt dat je doet wat mogelijk is en dat de deskundigen de rest moeten doen. Maar als je denkt dat je alles doet, denkt een ander dat je meer doet dan je kunt.

En dan kun je het niet en ben je het slachtoffer dankzij de verklaringen van de deskundigen.

Als je zoekt naar innerlijke wijsheid en innerlijke waarheid, moet je altijd dit onthouden: in elke mens is een hemel en een hel. De doorsneemens zoekt voortdurend naar de hemel en komt altijd in de hel terecht om de doodeenvoudige oorzaak, dat hij zich zijn hemel voorstelt op een manier die voor hem niet beleefbaar is en daardoor in de voor hem wel beleef­bare hel terecht komt.

Als je teveel van jezelf verwacht, zal je innerlijk steeds het ge­voel hebben in de duisternis rond te dolen. Verwacht weinig van jezelf, laat dat maar aan anderen over. Doe wat je kunt en je zult ontdekken dat je in jezelf meer licht draagt dan je ooit hebt durven vermoeden.

Met deze opmerkingen hoop ik reeds duidelijk te hebben gemaakt in welke richting mijn belangstelling voor deze Doe‑het‑zelf‑cursus gaat.

Met zelf doen hebben de meeste mensen moeite. Zij zijn voortdurend bezig zelf na te gaan, of ze in staat zullen zijn anderen te bewegen om datgene te doen wat ze zelf zouden moeten doen, indien ze zich de moeite zouden willen geven het te doen, zodat ze zich meer moeite geven om een ander te laten doen wat ze zelf moeten doen dan het hen ooit gekost zou hebben om het zelf te doen.

Nu moet u een paar dingen altijd goed onthouden:

De wereld van de geest is anders dan u denkt. Denk daarom niet te­veel over de vraag na hoe de wereld van de geest is, maar probeer u één te voelen met de wereld van de geest, dan ervaart u iets van de geest waardoor u zich later in de wereld van de geest gemakkelijker kunt oriënteren.

Er bestaat voor de mens geen zekerheden ten aanzien van het hierna­maals. Dat is maar goed ook anders zou men het onmiddellijk proberen te belenen. Maar juist omdat er geen zekerheden zijn, moet u leven met de innerlijke onzekerheid ten aanzien van later, waardoor u meer aandacht zult geven aan de totaliteit die nu voor u bestaat. Nu bestaat in u het geheel van alle geestelijke werelden en krachten, die deel van u uitmaken of waartoe u heeft behoord of zult behoren volgens uw bewustzijn. Gebruik maken van dit wat er nu in u bestaat, betekent doordringen tot een werkelijkheid waarin de vorm van werelden, die u eens zult beleven, eigenlijk bijkomstigheden worden.

Als u zoekt naar een bewijs van uw eigen kracht, dan moet u onthou­den dat elke mens altijd de mogelijkheid krijgt om te bewijzen wat hij of zij kan. Als die mogelijkheid er is, dan moet u zich niet afvragen, of u het kunt, maar dan moet u het doen en dan kijken of u het kunt. Heel veel mensen zijn steeds zo zeer bezig met zich af te vragen, of zij iets tot stand kunnen brengen dat ze niets tot stand brengen. Vooral geestelijk is dat een heel belangrijke zaak. Dat is duidelijk. Want wanneer een mens zich bezighoudt met geestelijke zaken, heeft hij het gevoel te balanceren op de rand van de waanzin. Dat is helemaal niets bijzonders, dat doet de hele wereld voortdurend. Denk dus niet dat u daarop een uitzondering maakt, als u zich met geestelijke zaken bezighoudt. Maar als u dat gevoel heeft, zeg dan tot uzelf: ik kan immers altijd tot de redelijkheid terug­keren.

Als u meer wilt zijn en presteren dan u normaal kunt, moet u een beroep doen op uw innerlijke krachten. Zij zullen lang niet altijd voldoen­de zijn. Maar het vreemde is wel dit: als u een beroep doet op die inner­lijke krachten, stem dan vol vertrouwen af op de aard van de kracht die u nodig heeft. Daardoor krijgt u gemakkelijker een aanvulling uit de omgeving van de soort krachten dat u het best kunt gebruiken. En als u dan meer bent geweest dan u dacht te kunnen zijn, moet u niet denken dat u dat al­tijd kunt volhouden.

Wees met uw streven naar geestelijke krachten en mogelijkheden vooral niet verwaand. Heel veel mensen denken, ik ben meer dan een ander, omdat ik, en dan noemt u maar op, helderziend of helderhorend ben, kan gene­zen of alleen maar een beter geestelijke inzicht bezit dan anderen.

De mens die dit denkt, verwaarloost de werkelijkheid die in anderen leeft. Daardoor beperkt hij zijn harmonische mogelijkheden zowel ten aan­zien van anderen als van zichzelf en van de geestelijke wereld. Daaruit volgt dan dat hij steeds minder werkelijk bereikt en steeds meer illusies kweekt omtrent zijn eigen bereiken.

Dan wil ik u erop wijzen dat het dwaas is om iemand, die kiespijn heeft te vervoeren met een ziekenwagen. Even dwaas is het om iemand, die hoofdpijn heeft, aan een grote geestelijke behandeling te onderwerpen, terwijl u een aspirientje in uw zak heeft. Grijp altijd naar de eenvoudig­ste middelen om iets te bereiken. Probeer niet voortdurend te demon­streren wat uw paranormale kwaliteiten zijn. Als u weet dat u ze heeft, kunt u ze gebruiken, indien u ze nodig heeft.

Wie bezig is te trachten uit de toekomst te lezen wat hij in de krant van morgen kan vinden, is in mijn ogen alleen maar een dwaas die veel kracht, veel gaven en mogelijkheden verspilt. Als je dat doet om jezelf te bewijzen dat het mogelijk is, best, maar blijf het niet doen. De krant komt ten slotte voordeliger dan de voortdurende inspanning en concentratie om te weten wat er morgen zal gebeuren. Dit geldt voor al­le dingen.

Geestelijk leven is steeds weer gebaseerd op een werkelijkheid die voor de mens niet verstandelijk te vatten is. Dat wil niet zeggen dat elke geest een onredelijk wezen is. Hij is het niet meer dan mensen, die ondanks hun schijn van redelijkheid ook vaak onredelijk reageren. Het be­tekent wel dat je de normen, die je redelijk aanlegt voor je eigen wereld ten aanzien van geestelijke krachten, gaven en persoonlijkheden niet zon­der meer kunt hanteren. Je kunt alleen redelijk de normen hanteren t.a.v. de verschijnselen, die in je eigen wereld voor jezelf en ook voor anderen kenbaar tot uiting komen. Deze lenen zich voor een verstandelijke bena­dering en beschouwing, al het andere niet.

Nu ik toch bezig ben enige opmerkingen te lanceren, mag het volgen­de er ook nog bij:

Als u met uw geestelijke krachten probeert de wereld te verbeteren, zult u over het algemeen uw eigen innerlijke evenwichtigheid verminderen. Want wie bezig is de wereld te verbeteren is voortdurend bezig een ander te leren wat hij moet zijn en wat hij moet doen. Hij houdt dus geen tijd over om zich te realiseren wat hij zelf is. Hier geldt zoals overal elders in de eerste plaats, ken u zelve, leef u zelve, wees u zelve. Als u dat alles heeft gedaan, kunt u misschien met wat u nu bewust weet en met uw innerlijk geheel daarbij betrokken anderen helpen iets beter te zijn dan ze denken te moeten zijn.

U kunt niet de wereld verbeteren door vrede uit te stralen zonder meer. Het helpt wel een beetje. U denkt misschien dat u Brezjnev tot vredelievendheid kunt bewegen, in feite herstelt u alleen de huwelijkse samenhangen van uw buurvrouw. Waarmee ik wil zeggen: het is gemakkelijk genoeg om met grootse voornemens vrede over de wereld uit te stralen, maar je weet nooit waar het terecht komt. Daarom is het misschien ver­standiger dit alleen daar te doen waar we helemaal niet de bedoeling hebben om een bepaalde persoon of een bepaalde situatie te beïnvloeden, maar alleen om in het geheel een bepaalde harmonie tot stand te brengen.

Uitstraling van kracht in het algemeen heeft alleen dan zin, indien we geen specifiek doel daarmee voor ogen hebben anders dan het duidelijker tot uiting komen van de kracht die we uitstralen.

Als u bezig bent om de wereld te hel­pen zich meer bewust te worden van de gevaren van deze tijd, dan moet u zich wel realiseren dat, als u die gevaren wilt openbaren, dit impliceert dat u ook uw eigen onvolkomenheden zult moeten openbaren. Daar de meeste mensen ten aanzien van hun eigen onvolkomenheden een zekere bezitsdrang hebben die ze het liefst in een kluis wegsluiten, lijkt het mij beter dat ze zich niet al te zeer wenden tot de onvolkomenheden van anderen. Probeer liever harmonie uit te stralen waar je kunt. Dan heb ik nog het een en ander in zeer korte termen.

Een geestelijke meester is iedereen, die niet zegt dat hij het is, maar je wel verder helpt.

Een ingewijde is iemand, die u dient omdat hij beseft dat daar­in de ware harmonie gelegen is.

Wie zegt dat hij een ingewijde is en verwacht dat u hem dient, is iemand die uw dwaasheid voor eigen doeleinden probeert te ge­bruiken.

Indien u wordt geconfronteerd met een schriftelijke cursus voor bv. mediumschap, hypnose of iets dergelijks, realiseer u dan wel dat u schriftelijk alleen datgene kunt leren wat u al kent. Ze geeft u de formulering voor de dingen die u reeds bezit, niet de benadering van nieuwe gebieden waarvan u zich nog niet bewust was, want die blijven onvoorstelbaar.

In een cursus als deze zijn bepaalde subliminale beïnvloedin­gen van groter belang dan wat er wordt gezegd.

Subliminale beïnvloeding betekent het doorbreken van zekere grenzen in een mens zodat hij daardoor tot een betere ontwikkeling kan komen. De richtlijnen die worden gegeven, hebben alleen ten doel hem daarbij zekere stimuli te geven zodat hij weet welke kant hij o.m. kan uitgaan.

Niemand zal kunnen bepalen wat u van uzelf geestelijk maakt. Noch zal iemand kunnen bepalen op welke wijze u paranormale kwa­liteiten het best ontwikkelt. Dat weet u zelf altijd beter dan een ander. Maar zolang u niet weet dat u het weet, is het misschien goed dat een ander doet, alsof hij het weet, in de hoop dat u aan de weet komt dat hij eigenlijk niets weet en zo be­seft wat u weet, waarop u dan kunt handelen wat volgens uw per­soonlijkheid en wezen het meest juist is.

Indien u eerlijk en oprecht meent dat u paranormale kwaliteiten bezit, dan zult u ze ontdekken. Als u zich afvraagt, of u ze bezit, dan is het vraagwaardig of u ze ooit zult ontdekken. Als u aanneemt dat anderen ze bezitten, maar dat u ze waarschijn­lijk niet bezit, vindt u ze niet. Want elke ontwikkeling van para­normale kwaliteiten en capaciteiten is gebaseerd op een vertrou­wen waarbij het ‘ik’ de grenzen van de eigen redelijkheid overschrijdt, zijn eigen weifelmoedigheden overwint en zo zijn krachten gebruikt, zelfs als hij niet precies beseft waar ze vandaan komen en hoe ze in feite werken.

U kunt allen altijd veel meer dan u denkt. U beseft veel meer dan u aan uzelf wilt toegeven. Maar u zult eerst moeten werken met wat u werkelijk bent en beseft, voordat u een cursus als deze terzijde kunt leggen en verder gaan. En aangezien deze cursus over enige tijd ten einde is, wordt het hoog tijd dat u er zelf eens wat aan gaat doen.

Ten laatste nog iets voor degenen die misschien nog altijd bezig zijn met het laten wapperen van stukjes papier. Als ze een paar keer goed hebben gewapperd is dat voldoende. Dan weet u dat u het kunt. Begin dan eens met wat anders.

Dit voor degenen die steeds bezig zijn innerlijk te luisteren naar de stem van een geest, die aldoor onverstaanbaar blijft (mogelijk heeft u een gehoorafwijking).

Als u moet luisteren of u de stem van de geest wel hoort, dan is het niet de stem van de geest. Want als die spreekt, dan is dat duidelijk verstaanbaar in uzelf. Dus als het zo’n vaag geruis is, dan is het zeer waarschijnlijk een verstopte eustachiusbuis en de daaruit voortkomende bloedruis.

Elke mens kan ook zichzelf helpen en genezen. Maar dit kun je al­leen, indien je je niet bezighoudt met je kwalen, maar je slechts in­stelt op de kracht die je nodig hebt. De meeste mensen zijn zo druk be­zig met hun kwaal dat hun instelling op zichzelf een kwaal wordt waardoor ze dan niet de juiste kwaliteit bereiken die nodig is voor het be­strijden van de kwaal waaronder ze lijden.

Wanneer u zelf in moeilijkheden zit ( geestelijke of lichamelijke ) stel u in op de kracht waarvan u voelt dat deze kan genezen. Geef u daaraan over. En als u weer wakker wordt, zult u zich beter voelen.

Met deze opmerkingen hoop ik wat te hebben bijgedragen tot, ik wil niet zeggen, de diepgang, maar toch tot de begrijpelijkheid van een deel van deze cursus.

Diepgang

Diepgang kan ook in mij bestaan. Hoe dieper ik in mijzelf afdaal, hoe verder ik ga met het aanvaarden van mijn totaliteit, hoe minder de uiterlijkheden van mijn bestaan nog een rol kunnen spelen. Want waar ik in mijzelf een kosmos ben, ben ik voor mij vaak nog een speelbal van om­standigheden. Wie diep in zich de kosmos vindt, vindt de waarheid van het eigen wezen, maar ook de wijze waarop dit wezen functioneert binnen het geheel van het bestaan.

Diepgang betekent dus doordringen in de werkelijkheid. De werkelijk­heid vooral die je zelf bent. Van daaruit pas kun je leren wat het wer­kelijke leven, het werkelijke doel van het leven en bovenal de werkelijke zin van al wat je bent of zult zijn is. Hierin ligt voor mij de kern van het woord diepgang.

Wanneer we spreken over het levensscheepje dat op de wilde baren rond dobbert van baken tot baken, dan krijg ik altijd het gevoel dat de diepgang daar ontbreekt. Want diepgang is juist niet over zee gaan, maar deel zijn van de zee, waarbij het leven zelf slechts het verschijnsel is dat voor een kort ogenblik zich boven de spiegel van de oneindigheid ver­heft. Zo vind je jezelf terug als eeuwigheid, zich manifesterend in vele vormen. En in de diepgang van je beseffen bereik je gelijktijdig de harmo­nie van al hetgeen je bent, bent geweest en zult zijn.