Kosmos – Ik

Inhoudstafel

uit de cursus ‘Filosofische esoterie‘ (hoofdstuk 7 ) – april 1983

Kosmos ‑ Ik

U heeft al meermalen gehoord van de oude elementen: aarde, water, vuur en lucht. Er zijn heel veel mensen die denken: nu ja, dat is een stommiteit van mensen die niet beter wisten. Maar als we de zaak nu proberen te ontleden, dan zien we dat er wel degelijk zin in zit; het heeft betekenis want het is de uitdrukking van een evenwicht. Het evenwicht van deze aarde is vier, de relatie met de kosmos is vijf.

Nu is de mens een product van de aarde. De mens heeft dus in zich eveneens vier factoren. Dan moeten we dat natuurlijk niet op een verkeerde manier gaan bekijken zoals ze dat in de ouderwetse geneeskunde zeiden: Als je ziek bent, dan is het evenwicht tussen de elementen verstoord. Er spelen nog wel andere dingen een rol.

De natuur zelf waarin u leeft, is bezield. Er zijn natuurgeesten (wij hebben daar al eens over gesproken) die behoren tot elk van deze elementen. Of dat nu geesten zijn in de zin van bezielde wezens zoals de mens, daar kunnen we nog wel een vraagteken achter zetten. Het zijn vermengingen die meestal nog van elders uit bestuurd worden en die leven in een van die oude elementen.

In uw eigen wezen zijn een aantal verschillende krachten en voertuigen aanwezig. Dat wordt al kenbaar als je kijkt naar de aura. In die aura zie je de aarde weergegeven als het omzettingsproces, de rode gloed in feite of op Kyrlianfotografie de werkelijk blauwe rand. Daaromheen zien we dan weer een uitstraling die kennelijk een beetje anders van geaardheid is. Ze heeft wat pieken, ze kan verschillende kleuren vertonen en bevat, wat we kunnen noemen, het water, het fluïde. Het is namelijk de hoeveelheid krachten die in uw wezen circuleert. Het is de wijze waarop ze circuleert die in dit deel van de aura tot uiting komt.

Dan hebben we daar boven het vuur. Het vuur manifesteert zich eigenlijk als een lichte verkleuring, meestal wat oranje-achtig als het in rust is. Maar is het niet in rust, dan zien we ineens dat er rode pieken heen en weer flitsen van deze laag van de aura naar de oorspronkelijke grondlaag: het is dus de stralingsenergie van warmteomzetting en aan de andere kant soms zelfs doordringend naar buiten in de laag die we dan de lucht kunnen noemen. Die lucht heeft dan meestal een blauwe of violette kleur. Daar buiten is dan nog een ander kleurverloop van meer geestelijke origine.

Voor ons doel is het voldoende dat we ons bezighouden met deze elementen die toch eigenlijk direct behoren bij de stoffelijke mens in de stoffelijke vorm zoals hij leeft.

Op grond van deze ontleding van de aura plus hetgeen ik heb gezegd omtrent de aarde en de. oude elementen, zou ik willen zeggen: Ik ben een soort microkosmos. Ik heb in mij 4 elementen. Het kosmische getal van de aarde is 5, er moet dus tenminste een waarde aan toegevoegd zijn.

Gaan we die waarde zoeken, dan is die meestal in de aura niet te vinden. Maar kijken wij naar de werking van een geopend kruinchakra, dan zien we daar heel eigenaardige flitsen, die wit of wit-blauw aandoen. Ze geven aan dat het een hogere kracht is die de impulsen versterkt en omgekeerd de impulsen vanuit het ego draagt naar iets anders, naar het andere. Zo kan ik zeggen: Kosmos ‑ Ik.

Ik ben een microkosmos in mijzelf. A1 datgene wat bestaat in de aarde, bestaat in zekere zin ook in mij. Denkt u nu niet dat u zich ervan af kunt maken door te zeggen: Ja, maar de flora en de fauna van de aarde hebben wij niet. U heeft een darmflora en u heeft heel wat levende wezentjes in u die soms symbiosieten, soms parasieten zijn. Ook dat heeft u, zelfs zuiver lichamelijk. Maar als die overeenkomst er is, dan moet ze ook zinvol zijn.

Dan komen we nu tot het eigenlijke betoog. Ik stel: Elke mens heeft zoveel elementen van de wereld waarin hij leeft in zich, dat hij zijn relaties met de wereld bepaald ziet door het evenwicht der elementen dat in hem bestaat. Dat klinkt erg gewichtig maar dat is het niet. Op het ogenblik dat in u een verschuiving van de innerlijke evenwichten plaatsvindt, heeft uw aura vertekeningen, ze heeft donkere plekken enz. Dan zult u zeggen: Ik ben ziek, of, ik ben niet meer zo normaal als ik was. Dat betekent dat er buiten u ‘n soortgelijke verhouding bestaat.

Die verhouding wordt niet alleen bepaald door zuiver stoffelijke zaken maar wel degelijk ook door z.g. stuwende of bezielende krachten die in de oude elementen aanwezig zijn. Dat zijn nu toevallig wezens die heel dicht staan bij de astrale en de levenskrachtsfeer. Dan zal er op astraal ­en op levenskrachtgebied een bepaalde relatieverandering plaatsvinden. Ik kan dus door hetgeen ikzelf ben die relatie met de bezielde krachten in de natuur veranderen. Omgekeerd, de krachten in de natuur die rond mij in sterke mate aanwezig zijn, zullen mij beïnvloeden op het ogenblik dat in mij geen perfect evenwicht is tussen de elementen.

Nu moet u niet vergeten dat we eigenlijk werken met esoterische filosofie; d.w.z. dat wij proberen om de innerlijke kern van de mensen een beetje te belichten en de effecten ervan te benaderen. Ik heb dit beeld bewust geschapen om duidelijk te maken dat de microkosmos-mens in feite een soort replica is van de wereld waarin hij denkt te leven. Wat ik in de wereld zie, zal gerelateerd zijn met wat in mij bestaat. Alles wat in mij bestaat, zal een invloed zijn in de wereld buiten mij. Nu wordt het pas interessant.

De hele wereld ondergaat op dit moment grote spanningen. Wij kunnen dat constateren aan de hand van enkele vulkaanuitbarstingen, die reeds een feit zijn. Er komen er nog wel een paar. Verder kunnen we dat constateren aan een heel vreemde stemming onder de mensen die loopt van lusteloosheid tot hopeloosheid. Er is een verstoring gaande op aarde.

De elementale krachten die op deze aarde actief zijn, zoeken naar een nieuw evenwicht. Dat is ook heel begrijpelijk. De normale gang van zaken is door de mens in zoverre onderbroken dat het oude evenwicht niet meer houdbaar is.

Zo goed als de mens zijn contacten heeft met hogere werelden, met geestelijke werelden, zo heeft ook de aarde haar eigen relaties met de kosmos. Die relaties worden dan bepaald vanuit de zon, zeker. Maar wanneer daar invloeden ontstaan die afwijken van de norm, dan zal dit eveneens van invloed moeten zijn op de vitaliteit en de verhouding van de elementen op aarde.

Nu spreken wij over ‘Aquarius’, de tijd die op komst is, die als invloed actief is en die waarschijnlijk pas over een ruim honderd jaar zich enigszins begint te manifesteren als een werkelijkheid voor de mensen. Die invloed is dan werkzaam. Ze verstoort een bestaand evenwicht. De mens is een replica van de wereld waarin het evenwicht wordt verstoord. Dan zal hij ook zelf een evenwichtsverstoring ondergaan. Het normaal evenwichtige in de mensen is op het ogenblik ver te zoeken. Ik bedoel niet specifiek u daarmee, maar de mensheid.

Nu kunnen we kijken naar de uitingen ervan, wat blijkt dan? Wij hebben te maken met enorm veel onbeheerstheid; er is heel wat vuur­werk. We zouden kunnen zeggen: Er zijn op het ogenblik heel wat lelijke salamanders bij op aarde. Wij hebben ook veel mensen, die eigenlijk geen eigen vorm meer kennen, die worden beheerst door een water­element, amorf worden, die zich voortdurend maar aanpassen en aanpassen. Er zijn maar heel weinig mensen in deze dagen die stabiel zijn, die ‘aarde’ zijn. De aarde is kennelijk een element dat nu onder druk staat van de drie andere elementen. Daaruit kunnen we conclusies trekken.

Ik stel: In de mensheid is in deze tijd een zodanige onevenwichtig­heid tot stand gekomen, dat men in een voortdurend zoeken naar een nieuw evenwicht vaak vergeet wat de basis is. De basis van het evenwicht is het samengaan van de elementen, niet de overheersing van een daarvan.

De meeste mensen vergeten verder dat, als er een onevenwichtigheid ontstaat, de kosmos corrigerend kan optreden; dat als een evenwicht niet meer houdbaar is, kosmische invloeden een vernieuwing decreteren die niet is tegen te houden.

Wij hebben geen behoefte aan een stabilisatie van het oude, dat is eenvoudig niet doenlijk. En alles wat we daar te dien aanzien proberen te presteren in of vanuit onszelf, zal altijd op mislukkingen uitlopen of tot totaal andere gevolgen en resultaten leiden dan werd verwacht.

Het is dan ook niet de tijd, meen ik, om maar naar buiten toe te stre­ven en onszelf waar te maken in de wereld. Het is belangrijk dat we waar zijn in onszelf. Maar de waarheid in onszelf betekent ook de erkenning van de onevenwichtigheid die er in ons bestaat. Op het ogenblik dat een on­evenwichtigheid door ons wordt erkend, zal niet alleen de kosmische kracht dat evenwicht enigszins herstellen, maar zullen wij bewust het proces van evenwicht zoeken, ervaren en daardoor bewust het evenwicht kunnen vinden. Dat kan heel erg belangrijk zijn.

Dan weten we verder dat de mens met al zijn techniek en al zijn kennis, waar hijzelf zo hemelhoog tegenop kijkt, nog niet eens in staat is om een storm te beheersen; dat hij de kracht van de golven geen beperking kan op­leggen; dat hij tegen de regenwolken niet kan zeggen dat ze hun water even moeten ophouden totdat de Rijn weer een normale stand heeft bereikt. Nu zal niemand dat natuurlijk tegen u zeggen. Maar u zit toch wel in een­zelfde situatie.

U heeft, zo goed als de mens op aarde, vanuit uw bewustzijn te maken met onbeheersbare elementen in het samenstel van uw wezen. Het blijkt dat je die elementen dus niet kunt dirigeren. Je kunt ze ook niet bestrijden maar je kunt wel iets anders doen. Je kunt die elementen doen samenwerken. Als er veel regen komt en er is veel zon, dan wordt de aarde vruchtbaar en het is toch lekker droog. Op die manier moest je ook je eigen leven een beetje benaderen.

Ik kan wel proberen om op duizend‑en‑een manier een nieuw bewustzijn te verwerven, ik kan proberen om tegen alles wat ik ben of wat ik denk te zijn, in te gaan maar ik krijg geen resultaat. Het hele proces van leven, zoals het op aarde tot nu toe bestaat, is niet het product van een bewust en overlegd reageren zonder meer. Het is een voortdurend spontaan, natuur­lijk samenspel van deze vier oude elementen en de kosmische kracht die daar­op inwerkt.

Waarom zouden wij dan voor onszelf andere eisen moeten stellen? Het gaat er niet om dat wij bepaalde dingen zo mooi bereiken. Het gaat er doodgewoon om dat wij reëel onszelf zijnde, een evenwicht vinden waarin een kosmische kracht zich kan manifesteren.

Nu hebben de mensen heel wat systemen bedacht waarmee ze die krach­ten op de een of andere manier toch schijnbaar kunnen kanaliseren. En of je nu begint met yoga, je wilt bezighouden met mystieke alchemie of met alle andere denksystemen die er ooit ontworpen zijn, je stuit al­tijd op een bezwaar, ergens gaat het niet.

Alles wat er in die systemen staat, is op zichzelf juist en waar. Als daarin wordt gezegd: op deze manier kun je uittreden, dan is dat waar. Alleen, het is niet waar voor iedereen want het gaat uit van een basistoestand, een basisevenwicht dat niet bij iedereen bestaat. Dan moeten wij dus zeggen: Bij alle geestelijke pogingen, bij het streven naar gebruik van geestelijke krachten en wat dies meer zij, moeten wij uit­gaan, niet van de leerstellingen zonder meer, maar van onze eigen toestand, voor zover wij die kunnen beoordelen.

Wanneer u mismoedig bent en probeert weg te vluchten in geestelijke kracht of geestelijke bereiking, denkt u dan werkelijk dat het lukt? Kun je uit chaos ordening scheppen zonder dat je de chaos zelf daarbij tenietdoet? Daar ligt nu het grote probleem.

Nu hebben alle elementen krachten. U herinnert zich misschien dat ik wel eens heb gezegd: Luchtgeesten zijn vaak de stofzuigers die geeste­lijk kwaad en soms ook ander kwaad eenvoudig in zich opnemen en vernieti­gen, ook bepaalde onevenwichtigheden doen verdwijnen. Zoals ik u ook er­aan heb herinnerd dat vuur ook louterend kan zijn. Denk nu eens even na.

Als die krachten in ons bestaan, dan worden we nooit alleen bepaald door het evenwicht dat we zijn want er is altijd een kosmische waarde bij. Die kosmische waarde kan slechts in mijzelf reëel beseft en verwerkt wor­den en eventueel beantwoord worden, indien er in mij een evenwicht be­staat.

Ik moet dus zoeken naar een evenwicht. Dit evenwicht behoeft niet ideaal te zijn. Maar als je lichaam ziek is, dan kun je dit niet zonder meer door de geest compenseren maar alleen middels een vorm van aanvaar­ding. Innerlijk misschien nog een genezende werking erbij waardoor alles weer een beetje gaat samenklinken; het moet een eenheid worden. Pas als ik een eenheid ben kan ik zuiver reageren op kosmische krachten.

Dan is het natuurlijk aardig om te praten over kosmische krachten. Maar wat betekenen ze in de mens? In de mens vallen ze uiteen in verschillende soorten. Je zou kun­nen zeggen dat het samenspel van de vier elementen zelfs in die krachten voor een deel wordt gespiegeld. Zo heb je de actieve krachten. Dat kan telekinese zijn maar ook paranormale genezing of iets dergelijks. Je hebt de waarnemende krachten: helderziendheid, helderhorendheid. Je hebt de emotionele krachten die empathie scheppen maar gelijktijdig suggestieve projectie mogelijk maken. We hebben tenslotte de innerlijke verlichting waardoor kosmische krachten in ons besef ook kunnen worden waargemaakt maar voor anderen alleen vluchtig zijn, voorbijgaand, niet als een vaste waarde.

Deze dingen gebruiken, is natuurlijk heel aardig. Maar wij kunnen ze pas gebruiken als we, net zoals de aarde, een relatie hebben met de kos­mos.

Nu is het een beetje vroom te zeggen: Zoals de zon is voor de aarde, zo is God voor ons. Want dan zit je heel snel in allerlei geloofsdefini­ties en ook nog in een aantal enig en onveranderlijke waarheden die als zodanig zichzelf voortdurend teniet doen. Dat is ook niet de bedoeling. Vergelijkend kunnen we dit echter wel zeggen: Zoals de zon nodig is voor de aarde, zo is een bepaalde geestelijke oerkracht voor ons noodzakelijk om juist te functioneren en om in ons wezen en werken, in ons leven a.h.w. vruchtbaar te zijn. Dat wil zeggen, mede scheppend werkzaam te zijn.

Dan is de uitdrukking ‘Kosmos ‑ Ik’ helemaal niet zo gek, al is het een onbegrijpelijke titel en dat zal het voor velen blijven. Want ik ben de kosmos niet. Maar ik ben pas volledig mijzelf als ik tot eenheid kom met de kosmos.

De aarde kan niet zichzelf zijn zonder zonlicht. Alle processen die zich op aarde afspelen, zouden eenvoudig ophouden te bestaan en daarmee zou de levensuiting, de werkelijke manifestatie van de aarde teniet zijn gedaan. Dat is voor ons toch ook precies hetzelfde.

Nu kunnen wij ons God of die kosmische kracht in heel veel verschil­lende gedaanten voorstellen. De een zoekt die misschien in Marx en En­gels. De ander zoekt die in een borrel. Een derde zoekt ze in de kerk op het altaar of in de woorden van de dominee. Dat geeft allemaal niet. Waar het om gaat, is dat er een inwerking in ons is en dat wij daarop antwoorden. Ons antwoord kan alleen goed zijn als wij in ons een voldoend evenwicht weten te bewaren en gelijktijdig op grond van dat evenwicht in onszelf scheppend bezig zijn.

De meeste mensen denken: elementen, dat is leuk. Maar er is geen pleintje op de wereld, er is niet het kleinste diertje op de wereld, er is geen stuk steen op deze wereld, er is geen atmosferisch verschijnsel op deze wereld dat niet wordt voortgebracht door de wisselwerking van al die elementen. Met andere woorden: de vorm die we zien, wordt bepaald door de structuur. Die structuur nemen we dan aan als zijnde tenminste vierdelig.

U kunt in uw leven enorm veel scheppen. Maar het scheppen is een proces dat innerlijk eerst tot stand moet komen voordat het kosmische betekenis kan krijgen. Datgene wat echter kosmisch betekenis heeft, bereikt niet alleen onszelf maar alle krachten waarin een evenwicht be­staat van de oorspronkelijke elementen waaruit de scheppende gedachte is voortgekomen.

Dan zitten we heel dicht bij de grens van de beheersing van de ma­terie, de omvorming van de materie. Het is zoiets als de goudmaker die uit lood goud maakt. Het klinkt krankzinnig maar het is mogelijk. Het enige dat heel belangrijk daarbij is, is dat de kracht waarmee het goud tot stand komt, niet alleen de verhitting is (het smeltproces) en dat het ook niet gelegen is in de spreuken die je erbij gebruikt en de geheimzin­nige poeders. Het is een deel van je eigen innerlijke kracht waarmee je in die gehele structuur van die toch al door de verhitting in de struc­tuur losser geworden moleculen of atomen ingrijpt.

Wij zouden misschien ook goud kunnen maken. Niet dat het belangrijk is. Als u goud maakt, dan wordt het voor zijn volle waarde belast en moet u toch nog 18 % luxe‑taks betalen, dus zou ik het u niet aanraden.

Wij kunnen dergelijke dingen doen. Ons meesterschap over de schep­ping berust niet op het feit dat wij mens zijn maar op het feit dat wij het evenbeeld zijn van de natuur waarin wij leven en een bewust stuurpro­ces t.a.v. alles in de natuur bezitten in de vorm van een geestelijk, maar tevens bewust gerealiseerde en eventueel te wijzigen aantal impulsen.

Meesterschap van de mens over de kosmos is een denkbeeld dat nooit kan worden waargemaakt. Zelfs als de mens zou leren reizen met snelheden groter dan die van het licht, zou hij waarschijnlijk nog niet eens van de ene grens van zijn Melkwegstelsel naar de andere kunnen komen. Hij zou niet in staat zijn om de krachten te weerstaan van de grote zonnen in het cen­trum van het Melkwegstelsel. In zijn eigen beperking kan hij echter wel scheppend zijn.

Ik ben deel van een kosmos die ik niet beheers, maar gelijktijdig ben ik in de uiting der gehele kosmos t.a.v. de wereld die ik als de mijne er­ken. Daar ik bewustzijn bezit in een mate en ook in een tijdsequentie die niet elders op aarde, ook niet in het bewustzijn van de aarde zelf aanwe­zig is, kan ik t.a.v. het door mij besefte werken als de kosmos, mits ik in mij eerst de evenwichtigheid heb gevonden waardoor alle werkingen in mij samenvloeien.

Er is een oude wat mystieke vergelijking waarin wordt gezegd: “Wanneer de lotus zich openvouwt (daar bedoelen ze een chakra mee), dan kan, als steeds de tegenover liggende bladen elkaar aanvullen, het geheel harmonisch zijn. Maar is de lotus geheel geopend en harmonisch, dan is zij meester van alles wat zij in haar bladen bevat.” Een wijsheid die verkondigd is ongeveer 500 na Chr., dat is een tijd geleden.

Deze wijsheid nu maakt precies duidelijk wat ik u wil zeggen. Niet machteloos is de mens, niet hulpeloos is de mens, maar de mens kan alleen komen tot de werkelijke beheersing van de wereld waarin hij leeft, als hij eerst in zich een evenwicht heeft gevonden en aan­vaard en als zodanig tot een bewust besef van zichzelf en een beheer­sing van de in hem bestaande krachten kan komen. Kosmos ‑ Ik. Ja, ab­soluut.

Elke mens is een microkosmos. In hem leven de beelden van vele werelden en sferen van andere dan stoffelijke structuur. In hem bestaan impulsen die gaan tot in het hoogste licht. Hij is kosmos, maar zijn be­wustzijn is, zeker wanneer hij op aarde is, beperkt tot een wereld van vormen, van krachten die elkaar in evenwicht houden en die door voort­durend wisselende evenwichtsposities het totale werken tot stand brengen dat de mens nog kent als leven.

Dit leven kunnen wij leren beheersen, als we eerst in ons het even­wicht vinden. Wij kunnen de wereld om ons heen leren kennen en beheer­sen, maar alleen op grond van een in ons bestaand evenwicht en een ver­gelijking met de evenwichten die buiten ons voorkomen aan de hand van dit innerlijk evenwicht. Dan pas kunnen we beïnvloeden zonder te ver­nielen.

De mensheid van deze dagen heeft haar evenwicht verloren en is toch steeds bezig om aan haar wereld veranderingen aan te brengen, maar ze beseft niet wat ze doet. Zij beseft niet dat ze soms elementen van vuur of water wakker roept, dat ze soms de krachten van de lucht aanroept en op andere ogenblikken die verdrijft. De mens begrijpt niet dat hij de samenstelling van zijn wereld zodanig beïnvloedt dat ze niet meer kan beantwoorden aan hetgeen er in de mens als evenwicht mogelijk is. Dan moet die mens in zich een evenwicht vinden en pas dan kan hij buiten zich bewust iets tot stand brengen.

Misschien vindt u dat ik teveel herhaal maar ik vind het zo be­langrijk als je je realiseert dat een mens theoretisch oneindig zou kunnen leven zolang het evenwicht van de wereld bestaat waarop zijn in­nerlijke structuur is gebaseerd. Als je beseft dat die mens de materie om hem heen zou kunnen aanpassen aan zijn werkelijke noden en behoeften, alleen door de erkenning in zichzelf van de noodzaak en van het bestaan­de evenwicht waarop de noodzaak is gebaseerd, om dit dan buiten zich over te dragen aan de evenwichten van de wereld waarin hij woont. Een mens kan het onmogelijke waarmaken.

Het klinkt altijd zo mooi en wonderbaarlijk. Iemand heeft de doden opgewekt. Hij heeft de zieken genezen. Hij heeft brood gemaakt uit stenen. Hij heeft goud gemaakt uit stof. Geloof mij, die dingen zijn mogelijk maar ze zijn niet erg waarschijnlijk. Ze zijn niet waarschijnlijk omdat het berei­ken van die dingen een innerlijke kennis omtrent wezen en evenwicht vergt, die maar door heel weinig mensen worden bereikt. Maar je kunt proberen het te benaderen.

Als wij onze innerlijk wereld niet alleen maar bezien als een geheel, hoe complex dan ook,. maar beseffen dat in ons verschillende werkingen en waarden voortdurend naar evenwicht zoeken, dan kunnen wij misschien ver­der komen. Want bewustwording, mijn vrienden, is niet alleen gebaseerd op thesen en vergelijkingen. Ze is de ervaring van je eigen wezen en dan het weerkaatsen van die ervaring in je wereld.

Pas als de kosmos voor jou werkelijk de uiting wordt van datgene wat je in jezelf beleeft en erkent, kun je niet alleen zeggen: Kosmos ‑ Ik, maar dan maak je het waar. Dan is het ‘Ik’ het antwoord aan de Kosmos, uit de ontwikkeling van de Kosmos zelf geboren. Dan is de Kosmos de voortdurende bevestiging van alles wat in de mens leeft, alle evenwich­tigheid die in hem bestaat en alle samensmelting van alle schijnbaar ge­scheiden werelden waaruit zijn werkelijk Ego is opgebouwd.

  • Heeft men bij de elementen, die in het begin zijn genoemd, in de loop der tijden ook niet de ether gevoegd?

Dat heb ik in mijn inleiding genoemd. Voor mij is de ether, als u zich dat misschien te binnen kunt brengen, de flits die uitgaat van het hoogste chakra. Het is de relatie tussen de gehele kosmos en het klein­ste deel ervan dat mens is. De 4 elementen zijn de opbouw. Het 5e element werd beschouwd door de Grieken als het werkelijk scheppende, aldoordrin­gende en alomringende: de ether. De ether als zodanig was dus de weergave van een hoger principe dat ech­ter alleen door de instandhouding van de 4 lagere principes tot uiting kwam. Ik geloof niet dat ik in mijn betoog deze stelling ook maar enigs­zins heb aangepast of bestreden.

Mijn dank voor het bijna gebiologeerde gehoor bij sommigen. Ik hoop dat het ook feitelijk doordringt en dat u erin zult slagen uw eigen on­evenwichtigheid zodanig te beseffen dat u een hernieuwd evenwicht in u schept. Dan pas kunt u spreken met de kosmos.