Extra kracht

uit de cursus ‘Doe het zelf’ (hoofdstuk 8 ) – mei 1976

Extra kracht

Er is een heel eigenaardig gezegde, het lijkt een beetje op een paradox, waarin wordt gesteld: “Naarmate je meer werkt, behoef je minder te doen.” Ergens is dat wel waar. Zeker in ons geestelijk werk en in onze pogingen om iets te doen met paranormale krachten speelt dit juist een bijzonder grote rol. Wat is namelijk het geval?

Elke mens, die geconcentreerd bezig is, stelt zich in op alles wat met hem harmonisch is. Dat wil zeggen dat op elk ogenblik dat zijn eigen kracht begint af te nemen er uit de omgeving kracht naar hem toestroomt. Het is tamelijk eenvoudig: overal waar mijn afstemming voldoende juist is, kan ik extra kracht ontvangen.

U zult echter begrijpen dat het met die kracht niet zo eenvoudig gesteld is. Per slot van rekening, je hebt heel veel verschillende dingen die je probeert te doen en er zijn ook heel veel verschillende soorten krachten waarmee je te maken kunt krijgen. Om u een voorbeeld te geven van de complexiteit van sommige problemen:

U heeft iemand die inwendig een wond heeft. U wilt die genezen. Indien u die mens alleen levenskracht geeft, dan geneest hij natuurlijk wel eerder. Wilt u hem sneller dan normaal laten genezen, dan zult u ook nog de tijd moeten versnellen. Dat wil zeggen dat het tijdsverloop voor de cellen in dat gekwetste gedeelte anders is dan voor de rest van het lichaam en voor het bewustzijn van de patiënt. Dan is er nog iets nodig.

Die patiënt heeft namelijk een extra lading gekregen. Die lading zou hij normaal weer aan zijn omgeving afstaan. We hebben dus ook nog een kracht nodig om hem te isoleren, zodat hij de ontvangen kracht wel opneemt maar niet uitstraalt. Daarvoor hebben we een isolerende kracht nodig. Dit is een geestelijke kracht, die ongeveer ligt op het niveau van midden Zomerland. Deze energie wordt dan als een eierschaal rond de patiënt geprojecteerd. Deze schaal laat kracht van buiten naar binnen door, maar niet van binnen naar buiten. Zo’n schaal (dit samenstel van geestelijke krachten) blijft dan 24 tot 72 uur intact, daarna lost ze zich langzaam op. Om dat allemaal te doen heb je dus verschillende soorten energie nodig.

Nu is de energie van tijd een heel eigenaardige. Tijd op zichzelf is namelijk een vorm van energie. We kunnen haar definiëren als beweging in ruimte. We zouden haar ook nog kunnen definiëren als het snijden van een aantal krachtlijnen van een hypothetisch tijdsveld. Maar in de praktijk gaat het toch een beetje anders.

Wanneer wij de tijd gebruiken als een vorm van energie, dan betekent dit doodgewoon dat we de tijdsbeleving concentreren. Die concentratie kan in je bewustzijn plaatsvinden en dan zie je bv. dingen uit de toekomst. Ze kan plaatsvinden in een weefsel, zoals reeds is gesteld. Dan zal een deel van het weefsel waarin die energie zit veel sneller gaan reageren. Het denkt dat het de normale tijd nodig heeft, maar voor de rest van het weefsel is het enorm snel. Je kunt ook zeggen: als de tijd energie is, kan ik mijn tijdsbesef in energie omzetten. (Zie noot.)

Ik kan mij voorstellen dat iemand wil genezen of paranormaal wil waarnemen, er niet toe komt om al deze ingewikkelde stellingen te overzien. Per slot van rekening zijn we hier niet bezig met een theore­tische cursus over energieën, maar met een aantal eenvoudige aanwijzingen onder het motto: doe het zelf. Laat mij proberen duidelijk te maken hoe je op een eenvoudige manier die complexiteit van energieën kunt opwekken.

In de eerste plaats: als u denkt aan tijd, kunt u geen tijdsenergie opwekken. U moet voor uzelf een concentratie vinden waarin het begrip van tijd voor u verloren gaat. Op dat ogenblik pas is uw gehele besef (inclusief de geestelijke voertuigen) in staat om de kracht van de tijd om te zetten in een energie en eventueel ook elders te projecteren. We kunnen dan die kracht verdichten en ook ijler maken, dus bepaalde processen trager laten verlopen.

In de tweede plaats: we hebben ook levenskracht nodig. Als ik mij concentreer op levenskracht, dan ben ik er veel te druk mee bezig en dus verbruik ik haar. Op het ogenblik dat ik de intensiteit van de kracht in mijzelf ervaar zonder daar bijzonder over na te denken, zal ik die kracht als vanzelf produceren. Wat meer is, ik ben geheel ingesteld op dit niveau van levenskracht, dientengevolge neem ik het ook op. Als ik daarbij nog een afschermingsenergie nodig zou hebben, dan denkt u dat daar allerlei gegoochel bij te pas komt. Je kunt dat wel doen, dat is de suggestieve methode, maar eigenlijk is het veel juister als je alleen maar het besef hebt de genezing moet sneller zijn, of ik moet gewoon die waarneming op mij af laten komen. Op dat ogenblik constateer je wel degelijk de noodzaak. Ze wordt echter niet verstandelijk geconstateerd. Aangezien een groot ge­deelte van de paranormale krachten zich aan de rede onttrekt, zij het niet altijd in een functie en werking, dan in ieder geval toch wel in hun bron, kunnen wij met verstandelijke middelen die kracht niet benaderen.

Als u dus wilt werken met energieën en u wilt uw vermogen om die ener­gie over te dragen vergroten, dan gelden een paar zeer eenvoudige regels:

  1. Vraag je niets af. Concentreer je volledig op hetgeen je wilt doen en niet op de wijze waarop het tot stand moet komen.
  2. Als je beginneling bent, maak er niet al te veel poespas bij. Ik weet wel dat het mooier is als je dat allemaal met gebaren doet. Maar maak gewoon gebruik van al je vermogens en laat het daarbij.

Als u beseft dat de taak die u zich stelt automatisch in uw wezen wordt ontleend aan elk afzonderlijk voertuig en de harmonieën daarvan, dan kunt u ook begrijpen dat alle verschillende soorten kracht kunnen samenvloeien in één actie. Wilt u dat doen met paranormale waarnemingen (kijken in de toekomst of in het verleden), dan geldt precies hetzelfde:

Op het ogenblik dat ik mij op iets concentreer, maak ik het voor mijzelf heel moeilijk om het waar te maken. Ik moet mij niet concentreren op wat ik wil zien, maar op het doel dat ik mij heb gesteld. Bijvoorbeeld, ik wil weten hoe ik nu moet handelen, opdat over zoveel tijd dat en dat waar wordt. Als je dat doet, dan krijg je misschien een aantal flitsen uit de toekomt waarin je gedrag, maar ook je relatie met de omwereld wordt vastgesteld. Maar als je precies gaat zitten vertellen, ik wil weten wat er gebeurt op bv. 77 mei in het jaar 1999, dan kom je nergens terecht, dat is duidelijk. Ik neem opzettelijk deze dwaze aanduiding. Er is geen 77e mei, dat weet ik ook wel. Ik wil daarmee alleen duidelijk maken dat het on­mogelijk is. Je kunt je niet instellen op een bepaalde tijd. Je kunt je instellen op een bepaalde situatie, een bepaalde harmonie of een bepaalde bewustzijnswerking, op realisatie van het een en ander, maar je kunt je nooit instellen op tijd en plaats. Het is zelfs zo dat een mens die na­denkt daardoor alle gegevens, die hij verkrijgt voor zichzelf, een beetje vervalst.

Wanneer u psychometreert (in feite betekent dat, aflezen van tril­lingen aan de hand van een inductor) om een situatie vast te stellen die tot op dat ogenblik voor u ongekend was, dan moet u niet denken aan wat u zegt of tegen wie u het zegt. U moet alleen denken aan dat wat er in u opkomt. De spontaniteit werkt.

Is bij dat laatste ook kracht nodig? Natuurlijk. Energieën die uitgaan van een voorwerp of de uitstraling van een persoon, die misschien op dat ogenblik heel ver weg zit, kun je normaal niet opvangen, ook niet met een geestelijk voertuig. Wat doe je dan? Je wordt één met een deel van de krach­ten die zich rond de aarde of in een sfeer bevinden. Er is dan wat men noemt resonantie. Alles wat er in mij aan bewustzijn is weerklinkt in het geheel van die kracht. En al krijg ik die kracht niet persoonlijk, ik heb toch een extra kracht gekregen. Ik heb namelijk het vermogen gekregen om het krachtveld van een gehele wereld of sfeer te gebruiken als een extensie van mijn waarnemingsvermogen en daardoor personen te kunnen lokaliseren, gebeurtenissen af te lezen en zo  meer.

Nu kan ik mij voorstellen dat er onder u zijn die zeggen: in het begin heb ik wel geoefend, maar ik doe het maar niet meer; het is toch zinloos. Of het nu werkelijk zo zinloos is geweest, is een vraag. Zeker is wel, dat velen van u wanneer ze met een experiment bezig zijn het erg krampachtig  hebben gedaan. Zo van: nu moet het gebeuren. Dat is wel de beste metho­de om iets niet voor elkaar te krijgen. Als je nadenkt over wat je moet zeg­gen, kun je het pas zeggen op het ogenblik dat je het niet meer kunt. Vandaar dat de meeste mensen de snedigste antwoorden pas bedenken enkele uren nadat de conversatie is afgelopen. Voor ons is het belangrijk tot een spontane reactie te komen, indien het gaat om paranormale waarden. En als we dat goed vasthouden, dan kunnen we als vanzelf begrijpen hoe wij extra kracht kunnen verkrijgen.

Elke afstemming met welke gedachte, op welke wereld of welke kracht dan ook betekent dat de kracht van mijn wezen zich opent naar die wereld en dat de kracht van die totale wereld zich in mij manifesteert. Er is geen sprake van eenzijdigheid: ik zit hier lekker met mijn eigen kapitaal aan kracht en ik krijg zoveel interest. Het is eerder zo dat door mijn volledige instelling op een bepaalde wereld, sfeer, actie enz. kom ik in contact met een wereld waarin eigen kracht bestaat. Het geheel van mijn vermogens (voor zover ze daarop betrekking kunnen hebben) gaat over in het geheel ‑ en het geheel als zodanig wordt werkzaam in mij. Daardoor kan ik die gehele kracht uitstralen, maar ik kan ook uit die kracht bepaalde boodschappen aflezen. Ik kan zelfs (en dat is voor sommigen misschien ongelooflijk, maar toch waar) hierdoor doordringen tot essentiële verhoudingen van bv. de materie.

Telekinese is eigenlijk niets anders dan doordringen tot de essentie van de materie. Het is ingrijpen in de krachtsverhoudingen van de kleinste delen van uw wereld. Bij materialisatie is dat net zo. Teleportatie, precies hetzelfde. Het heeft allemaal te maken met de kleinste deeltjes van de stof. En daarop kun je alleen inwerken, indien je daarmee op dat ogenblik harmo­nisch bent.

Voor jezelf wil je dat natuurlijk uitbeelden. Maar dat is zo ontzettend moeilijk, want de mens kan dat op verschillende manieren doen. Voorbeeld: de teleportatie van een vaas. Iets heel eenvoudigs. Het wordt ge­woon van hier naar daar gebracht en misschien weer terug. Nu kun je dat doen door je één te voelen met de vaas en je te realiseren dat ze op een andere plaats staat. Dit zal zeker bijdragen tot het stimuleren van kracht. Want omdat je je één voelt met die materie, zul je die zelf verplaatsen binnen het totaal van de mogelijkheden. Je kunt je voorstellen dat je onzicht­baar opstaat, de vaas grijpt, en haar verplaatst. Hier is de relatie een geheel andere geworden. Hier ben ik actief. Ik kan niet meer ingrijpen in het wezen. Ik kan niet zeggen: die vaas verschuift, die beweegt óf die verandert. Nu moet ik het zelf doen. Ik doe dat door mij te realise­ren dat die krachten kunnen inwerken op de vaas. Dat kan misschien zwaartekracht zijn (zwaartekracht is ook een vorm van energie), het kan ook een kwestie zijn van een astrale verdichting waar­door de ruimtelijke situatie rond de vaas verandert. U zult zeggen: ik heb nog nooit een vaas verzet, tenminste niet op die ma­nier laat u het dan maar, want u laat haar zo verduveld snel uit de geest vallen en dan heb je alleen maar scherven.

Als u met telekinese en dergelijke wilt oefenen (teleportatie is het als je jezelf mee op reis neemt), dan wil ik wel weer de tip geven, dat vergeten wie je bent vaak betekent dat die krachten leiden waarmee je nor­maal niets te maken hebt. Het ‘ik’ treedt terug. Dát is in al het paranor­male, zeker op verstandelijk niveau, het leidmotief, het is de meest drijvende factor.

De situatie wordt voor ons moeilijker, indien we ons bevinden in een positie waarin we zelf extra kracht nodig hebben en haar niet kunnen krijgen. Want als we zeggen dat we kracht tekort komen, dan stellen we een verhouding tussen onszelf en de omwereld, de kosmos. Als ik zeg: ik heb pijn, dan kan ik niet meer zeggen: ik krijg kracht en nu heb ik ze niet. Dat kan hoogstens via een verstandelijk suggestief proces waarbij je de werkelijkheid toch weer uit het oog verliest. Maar als ik zeg: die pijn is er niet, want ik ben deel van een geheel van kracht waarin ze geen betekenis heeft, dan verandert de zaak. Je kunt die extra kracht dus krijgen door de begrenzing tussen jezelf en die kracht op te heffen.

De kern van alle paranormale mogelijkheden, van alle magie, kortom, van al datgene wat niet behoort tot de normaal stoffelijke praktijken, berust op de energieën waarmee de mens verbonden is zonder dit te beseffen. Naarmate een mens meer acties nodig heeft om tot een werken met die krachten te komen, zal zijn vermogen om met die krachten te werken in verhouding klei­ner zijn. Een voorbeeld.

Een magiër, die zeven pentagrammen moet tekenen en daarnaast zo onge­veer drie uur incantaties moet uitbrullen voordat de kracht werkt, bereikt in verhouding nooit zovéél als een mens, die eenvoudig beseft ‘er is een noodzaak’ en in het besef ervan één wordt met alle krachten welke bij die nood­zaak betrokken zijn. Zijn gedachte geeft gestalte aan de kracht en het gebeurt zonder meer.

U heeft allemaal (of u het gelooft of niet) vermogens, die verder rei­ken dan het normale. Elk van u heeft een persoonlijke aanleg. Dat betekent dat ieder van u die krachten en energieën waar u bij hoort, en die in voor en door u werken, op een andere manier zal moeten benaderen. Maar één ding is ze­ker, een ieder die uitgaat van datgene wat voor hem op dit ogenblik het meest belangrijk is en daaraan een concept verbindt dat niet met zijn ego is verbon­den, maar met hetzij andere mensen, andere werelden, andere toestanden of krachten, zal daardoor deel worden van hetgeen hij opwekt en in het ondergaan daarvan komen tot een prestatie die zijn eigen mogelijkheden verre overtreft.

Hij heeft extra kracht, een extra mogelijkheid ontvangen alleen omdat hij kon opgaan in datgene wat voor hem belangrijk was.

Indien u extra kracht nodig heeft, ga uit van hetgeen voor u op dat ogenblik belangrijk is. Dat kan betekenen dat u een stukje uit de bijbel leest of dat u “O sole mio” gaat galmen of dat u een borrel neemt en dan zijn er nog andere mogelijkheden denkbaar. Het kan betekenen dat u gewoon een boekje gaat lezen of dat u alleen maar een dutje gaat doen. Het is niet belangrijk waarvan u uitgaat. het is alleen belangrijk dat u door te doen wat op dit ogen­blik voor u het meest harmonisch is, maar dan wel met begrip van wat u wilt bereiken, een zo groot mogelijke harmonie bereikt met al wat er rond u be­staat. Juist omdat u iets doet wat bij u past, krijgt u een optimaal resul­taat, want u gaat uit van een harmonie die in u reeds bestaat en die emotioneel – verstandelijk al is erkend. Er zijn geen grenzen.

Kan ik dan onbeperkt energie opnemen? Het antwoord is vele malen ge­geven, maar ik zal het voor de goede orde herhalen.

Een mens kan slechts zoveel energie opnemen als normaal in zijn wezen kan zijn vastgelegd. U kunt dus niet méér levenskracht opnemen dan normaal tot uw type behoort. U kunt niet méér tijdkrachten in u opnemen of oproepen dan feitelijk in uw tijdservaren en besef van leven behoort. Alle energie die u extra opneemt, kan alleen actief worden indien die onmiddellijk weer wordt afgegeven, anders verdwijnt ze, ze vervluchtigt zoals sommige vloei­stoffen die aan verdamping worden blootgesteld en misschien heel goed zijn om er iets mee te doen, maar als je het niet vlug genoeg doet, is er geen vloeistof meer. Op die manier moet u het zich voorstellen.

De energie die u optimaal kunt doorgeven is dus afhankelijk van uw eigen wezen, maar vooral van uw contacten met zowel de wereld of met dat­gene waarop uw kracht gericht wordt als met datgene waaruit u de kracht ontleent. Een zeer eenvoudig wetje kunt u hierop baseren.

Mijn eigen openheid en harmonie ten aanzien van een kracht betekent de mogelijkheid om buiten mij krachten te ontnemen in overeenstemming met de krachten die ik afgeef. Er is altijd een balans tussen de kracht die ik ontvang en die ik afgeef. Hierbij zal er een momentum zijn, omdat mijn eerste impuls is: kracht afgeven en ik mijn eigen kracht afgeef. Ik zal niet meer ontvangen dan ik afgeef, maar het proces van opladen uit de energiebron buiten mij zal langer voortgaan en wel tot de normale situatie voor mij is bereikt.

Waarom hebben wij eigenlijk zoveel dingen nodig om ons krachten voor te stellen? God zal mij de kracht geven. De geest zal mij helpen. De demonen zijn mij onder­danig. Het klinkt als een foute declamatie, als je dat zo zegt. Maar zo ra­tionaliseert een mens voor zichzelf de processen. Is het voor ons redelijk om een dergelijke voorstelling te hanteren? Eigenlijk niet.

Kracht heeft geen naam. Ze heeft eigenschappen omdat ze een vorm van kracht is, uit te drukken misschien in trillingsgetal, in pulsatie, inten­siteit e.d.. Kracht is geen God. Kracht is geen geest, geen demon. Kracht is kracht. Ik heb dus al die dingen niet direct nodig. Indien ik extra kracht nodig heb, dan betekent dit dat ik die kracht moet verwerven buiten mij. Als ik nu zeg God of demon of de geest, dan geef ik er een naam aan. Het verandert verder niets. Er zijn echter een paar punten die voor ons wel van be­lang zijn, namelijk deze:

Elke mens heeft voor zijn huidige toestand van leven een optimale hoe­veelheid levenskracht. U kunt uit de buitenwereld altijd een aanvulling van uw eigen krachten krijgen tot het voor u nu optimale. U kunt uzelf niet zon­der meer genezen. U kunt wat dat betreft zelfs de tijdsfactor niet gebruiken om het genezingsproces in u te versnellen. Maar u kunt wel zorgen dat uw harmonie met alle vormen van energie zodanig is, dat het voor u optimale (dus het grootst mogelijke misschien ook als je het in energie uitdrukt) door u wordt opgenomen.

Als een mens zich richt op de kosmos, zal zijn krachtverbruik voort­durend worden aangevuld door de kosmos. Maar hij zal nooit méér overhouden dan hij had toen hij begon. Alleen indien hij zich richt op eigen wezen, zal de kracht worden aangevuld tot het maximum dat zijn wezen op dat ogenblik kan verdragen.

Nu komen we aan het eigenaardige probleem waarmee menigeen heeft ge­worsteld. Jezus wordt uitgedaagd als hij aan het kruis hangt. Ze riepen:

“Genezer, genees nu jezelf. Kom van het kruis af.” Had Jezus dat kunnen doen? Ja, hij had het kunnen doen. Maar dat had hij alleen gekund, indien hij zijn lichaam als mens op dat ogenblik had prijsgegeven. Hij had het met een soort dubbel kunnen doen, maar niet zonder meer. Waarom niet? Omdat op dat ogenblik voor hem die toestand werkelijkheid was. In die werkelijkheid kon hij wel de kracht hebben om alles te doen en te zeggen wat nodig was, hij kon zijn pijnen tot op zekere hoogte meester blijven, maar wat hij niet kon doen was al zijn stoffelijke voertuigen zodanig beïnvloe­den dat hij van het kruis af kon komen of eenvoudig alle wonden doen slui­ten door een versnelling van het genezingsproces in zichzelf. ­U kunt dat ook niet. Als Jezus het al niet kon, dan kunt u het helemaal niet. Aan de andere kant weten we dat Jezus zich ontzettend snel wist op te laden.

Er is een verhaal, dat Jezus helemaal uitgeput is. Hij zakt bijna in elkaar. De apostelen brengen Hem een klein huisje binnen. Er is een handige jongen, die een dakluik heeft ontdekt en daardoor laat hij gauw een zieke naar beneden zakken. Iedereen zegt: de Meester kan niet meer. Maar hier is een noodzaak. Dat wil zeggen dat Jezus zichzelf oplaadt en daardoor de zieke kan genezen en daarna zelf beter is dan voordien. Dat is overigens niet geregistreerd, maar zo is het toch wel geweest. Waarom? Een uitputting kan in ons alleen dan bestaan, indien we die voor ons­zelf erkennen. Op het ogenblik, dat wij ‘door welke taak dan ook’ ertoe worden gebracht onze uitputting te vergeten, terwijl gelijktijdig ons deel van meer dan zuiver stoffelijke aard is, zullen we daardoor krachten uit de omgeving opnemen. En daar we zelf niet genoeg hebben, krijgen we een versterkte invloed van die kracht buiten ons. Het resultaat is dat als we opladen we eigenlijk net iets meer kracht overhouden dan we hadden toen we begonnen. Dit is voor paranormale genezing misschien interessant om te weten.

U kunt nooit zoveel kracht afgeven dat u er zelf slechter van wordt, indien u werkt met de kracht rond u. Maar u zult wel elke keer ontdek­ken dat u een ogenblik nodig heeft om bij te komen, u op te laden.

Want u bent niet in staat om uw gevoelsmatige reacties zo volledig in bedwang te houden dat u automatisch weer in een optimale toestand komt.

Dan zou ik nog wat willen zeggen ten aanzien van onze wereld, want ook wij spelen in die paranormale verschijnselen een rol en contacten met de geest is voor de meeste mensen, als ze erin geloven, toch wel iets wat van belang is.

Als u mij bv. zou oproepen, wat gebeurt er dan? Bij het oproepen gaat u uit van een stoffelijke voorstelling. U komt dus nooit tot een harmonie of contact met de sfeer waarin ik werkelijk vertoef. Het is heel waarschijnlijk dat de hele door u uitgestraalde oproeping blijft steken in een astrale wereld of in een van de mentale werelden. Indien dit het ge­val is, zal ik nooit aan uw oproep gehoor kunnen geven. Hetgeen ontstaat is altijd een waanbeeld dat wordt geleid door uw eigen gedachten. Roep dus nooit iemand uit de wereld van de geest op.

Hoe kun je dan toch met een bepaalde geest in contact komen? Daarvoor zijn 3 of 4 verschillende mogelijkheden. Ik zal u er twee geven.

  1. Wacht totdat u contact voelt met een geest. Doe dit door hem gelegenheid te geven hetzij middels concentratie of middels ouia‑bord, kruis‑ en bord e.d. Wanneer u contact krijgt, kunt u aan de entiteit vragen om zo mogelijk het contact met een bepaalde persoon te bevorderen. U stelt geen eis. Uw eigen voorstelling is niet dwingend in dit geval. Indien er een reactie volgt, zal deze zelden of nooit on­middellijk geschieden. Er ligt voor u altijd een tijdsverloop tussen dat uiteen kan lopen van 10 tot 15 minuten in het gunstigste geval, tot enkele maanden in het ongunstigste geval. Dit is de methode om een contact op te nemen met een bepaalde persoon, zonder daarbij astrale krachten en waarden op te roepen die tot misleiding kunnen voeren.
  2. Als u geestelijk contact zoekt niet met een persoon, maar met een bepaalde sfeer of kracht, dan staat het er anders voor. Er zijn een aantal sferen met hun eigen mogelijkheden waartoe u krachtens uw menselijkheid behoort. U heeft een voertuig dat tot die wereld behoort. Als u in dergelijke gevallen u concentreert op de kwaliteiten van die wereld zoals u zich die voorstelt (dus niet zoals ze zouden zijn, dat is niet belangrijk, maar zoals u ze zich voorstelt), dan kunt u door die concentratie op een gegeven ogen­blik een gevoel van geladenheid krijgen. Die geladenheid manifesteert zich bij sommigen door een tinteling in het achterhoofd of de ha­ren rijzen te berge, de hoofdhuid begint te tintelen, het kan ook zijn dat u rillingen over de ruggengraat voelt lopen. U heeft het gevoel dat u omgeven bent door iets wat niet gezien wordt en dat u toch op een of andere manier aanvoelt, hetzij warm of koud. Heel vaak zegt u: erg gezellig. Als dit het geval is, dan betekent het dat u in feite de harmonie heeft gekregen, want u vertaalt het in stoffelijke termen en u komt zelfs stoffelijk‑zintuiglijk tot be­paalde constateringen. U kunt dan op dat ogenblik redelijk formule­ren, maar nooit dwingend, wat in die sfeer uw wens is of welke kracht u uit die sfeer verlangt. Ook hier geldt weer: uw formulering is niet bindend voor de wijze waarop die kracht in verschijning treedt. Zij geeft slechts de rela­tie aan waardoor die kracht zich aan u kan manifesteren. Zij doet dit volgens uw bedoelingen, niet volgens uw formuleringen. Dit laatste is iets om heel goed rekening mee te houden.
    Als je aan iemand de pest hebt en je wilt hem toch genezen, en je doet het langs deze weg, dan heb je grote kans dat je hem eerder hoofdpijn bezorgt dan wat anders. Zo kan je die kracht dus richten en ontvangen.
    Als je dit contact met een bepaalde sfeer hebt, dan is het niet alleen maar de kracht uit die sfeer die door uw geestelijke voertuigen in u geprojecteerd kan worden. Er is wel degelijk weer dat effect van resonantie. Al datgene wat u bent, wilt en doet in die sfeer klinkt a.h.w. door de gehele sfeer en een ieder die daar­op is ingesteld neemt daar dus kennis van.
    Krachten uit de geest zullen in dergelijke gevallen optreden als helpers, geleiders en gidsen. Zij vergroten de energieën waar­over u kunt beschikken, ook als deze door uzelf niet zonder meer worden uitgestraald. Het betekent verder dat acties, waarmee u be­gonnen bent in zo’n geval, door entiteiten in onze wereld verder kunnen worden voortgezet.

Een punt dat u nooit mag vergeten. Er is geen vergelijkbaarheid van intentie en taal tussen uw stoffelijke wereld en een geestelijke we­reld. Dit impliceert dat alleen uw innerlijke waarden voor die geestelijke wereld een resonantie wekken. Dit betekent ook dat al wat u voor uzelf denkt te zijn of te willen, wegvalt op het ogenblik, dat in uw diepste innerlijk uw instelling toch anders ligt. Werk met de geest altijd in de grootst mogelijke eerlijkheid. Vermijd elke dwingende reactie uwerzijds, hetzij een dwang tot manifesta­tie van bepaalde personen, hetzij het veroorzaken van bepaalde effecten of het optreden van bepaalde krachten. Stel uw behoefte. Dit vindt de grootste weerklank.

Voor degenen die nog steeds na de vorige lessen denken in termen van geestelijke geleiders zou ik er nog dit willen bij zeggen: een geestelijke geleider is nimmer één persoon. Als u werkelijk geestelijk geleid wordt, dan geschiedt dit door een kracht waarin ver­schillende entiteiten soms gelijktijdig, soms afwisselend, zich mani­festeren t.a.v. uw besef, uw leven en de energieën waarover u beschikt. Als u dus meent een vaste geleider of meester te hebben, dan moet u zich realiseren: de voorstelling is de uwe. Hoe meer u aan de voorstelling hangt, hoe minder werkelijkheid zich volledig aan u kan openbaren. De krachten en mogelijkheden waarover u beschikt worden beperkt door de vaste voorstelling die u heeft van een geleidegeest of meester. Het gevoel geleid en geholpen te worden daarentegen kan u helpen omdat dit u het vermogen geeft om invloeden uit de geest zonder kritiek en zonder de noodzaak tot aanpassing in u en door u te ontvangen.

Nu weet u wat er aan de hand is met extra krachten. Al geven we geen oefeningen meer, die heeft u in het begin genoeg gehad en u kunt er nog genoeg mee doen als u wilt, zo wil ik u toch wel een paar een­voudige dingen voorstellen, die u (maar alleen indien u er een behoefte toe gevoelt) kunt gebruiken.

  1. Als u iemand wilt beïnvloeden of helpen en daarbij uitgaat van een positieve behoefte, doe zo gewoon als u kunt. Vraag u niet af of er kracht is, waar ze vandaan komt. Maar straal haar uit. Uw gehele wezen zal dan zo nodig voor de suppletie van kracht of de toevoer van extra krachten kunnen zorgdragen.
  2. Als u vooruit wilt zien en de toekomst wilt kennen of het verleden of geesten wilt zien in uw omgeving, onthoud dat elke poging, om dit in redelijk, zintuiglijke termen te omschrijven, destructief is voor de ontvangen waarden. Helderziendheid behoeft niet te zijn het direct en visueel ervaren van een persoonlijkheid of toe­stand. Het kan evenzeer zijn een plotseling en spontaan in u opwel­len van begrippen en de woorden waarmee u de beschrijving geeft. Hoe eenvoudiger u werkt, des te groter de krachten waarmee u kunt werken. Daarom, in alle proefnemingen en in alle methoden van wer­ken, grijp naar eenvoud.
  3. Besef altijd dat er voor u een tweeledigheid van bestaan is. De een is uw stoffelijke werkelijkheid. Op dit moment is dat de toe­vlucht voor uw geest waartoe uw gehele bewustzijn automatisch weer zal worden aangetrokken. Bij uittreding is het besef “ik heb een stoffelijk lichaam, ik slaap” voldoende om u voor alle gevaren van een astrale of duistere sfeer te behoeden. Als u licht of kracht ervaart of ondergaat en u voelt dat het niet juist is, realiseer u: ik ben in de stof. Indien u een kracht wel ziet en ervaart en deze wilt ondergaan en verwerken, mag u niet terugdenken aan uw lichaam, aan uw stoffelijke bestaan of aan fa­cetten van uw stoffelijk leven. U moet dan dit licht alleen zien als een directe inwerking op uw totaal ego.
  4. Ik kan me voorstellen dat er ogenblikken zijn dat u werkelijk behoefte heeft aan kracht, aan hulp, aan energie: roep die niet op. Besef eenvoudig het tekort en aanvaard de totaliteit waarin dat te­kort mogelijk functioneel is, dus betekenis heeft. Alleen reeds door deze aanvaarding zal al datgene wat niet kosmisch noodzakelijk is voor u of voor de kosmos automatisch verdwijnen door een aanvulling van macht.
  5. Wanneer u gespannen bent, haal een paar keer diep adem, lach eens om uzelf en doe datgene wat nodig is. Vraag u niet af, of u het kunt, vraag u niet af, of het misschien beter zou kunnen, doe wat u kunt en zo goed u kunt. Door op die manier te werken kunt u altijd extra energie verkrijgen en zal uw prestatie steeds beant­woorden aan hetgeen voor u noodzakelijk is en vaak ver uitgaan boven hetgeen u zich als noodzaak heeft voorgesteld, omdat ook innerlijke noodzaken door de kracht worden aangevoeld en mede wor­den verwezenlijkt.

Ik hoop, dat u aan deze tips iets heeft. Als u ze op dit moment niet nodig heeft, onthoud ze toch maar. Wanneer u in een toestand komt van gebrek aan energie, besluiteloosheid e.d. lees deze raadgevingen na. Probeer te vergeten wie u op dat ogenblik bent in uw ogen. Realiseer u wat nu nodig is en begin. U zult zien dat de kracht onmid­dellijk in en met u functioneert en dat u daardoor veel meer bereikt dan anders denkbaar is.

Noot I.
Geestelijke energie.
Geestelijke energieën kunnen we ons voorstellen als velden van een hogere orde. Om het anders te zeggen, je kunt op een gegeven moment zo’n sterke zender gebruiken dat andere zenders daar niet doorheen kun­nen komen als ze in de buurt van die zender zijn. Gelijktijdig kan ik de uitzending zodanig sturen dat bepaalde stations, die ik wil ontvangen binnen het invloedsveld dat alle andere uitzendingen onmogelijk maakt, toch ontvangen kunnen worden.
Er is in de mens een proces waardoor hij krachten van buitenaf no­dig heeft. Maar die mogen niet uit de persoonlijkheid afvloeien. Wat doe ik dan? Ik gebruik een geestelijk contact uit ongeveer midden Zomerland waardoor alle kracht, die zo’n persoon zou willen uit geven a.h.w. worden teruggekaatst. Maar de krachten, die hij noodzakelijk moet ontvangen, kunnen door die geestelijke invloed heen. Wij noemen dit een schaal, omdat we denken aan een eierschaal en de persoon, gezien de menselijke gestalte en uitstraling, inderdaad in een soort eivormig veld­ van geestelijke kracht wordt gevat.

 

Noot II.
Tijdsenergie.
Tijdsenergie is een term. Tijd op zichzelf zou je kunnen beschouwen als een hoeveelheid energie. Duur is dus gelijk aan een bepaalde hoeveel­heid energie. Een bloem bv., die een jaar bloeit, heeft veel meer tijds­energie dan een bloem die maar één dag bloeit. In die zin.
Nu is dit een vorm van kracht, die te maken heeft met de reactie van stoffelijke weefsels, die zich binnen die energie bevinden. Is er meer van die energie, dan lijkt het voor degene die binnen dat veld is of hij meer tijd heeft. Voorbeeld: u zit daar en houdt het horloge in de gaten. Nu gebruik ik de tijdsener­gie. Ik denk dat ik gewoon in hetzelfde tempo blijf door spreken, maar het tempo ligt veel hoger. Het is praktisch ondoenlijk, zelfs door dit lichaam, om een volledig opvoeren van alle energie weer te geven, maar ik kan het wel zover doorzetten dat het heel snel wordt. Die snelheid maakt dan duidelijk dat terwijl voor mij de tijd praktisch gelijk blijft verlopen het voor u klinkt alsof ik heel snel spreek. Voor mij lijkt het als­of ik heel kalm verder spreek, voor u klinkt het alsof ik erg aan het ra­telen ben. Dat is nu juist wat we bedoelen met tijdsenergie. Iemand die dus meer tijdsenergie heeft, zal eigenlijk meer tijd hebben dan iemand die de energie niet bezit. Zo ontstaat er een verschil in snelheid van beleving en dus ook in reactie tussen degene die geen en die wel die energie heeft.
Als ik nu een weefsel heb dat snel vernieuwd moet worden, dan is de normale opbouw‑ en wisseltijd van een cel ongeveer 50 uur. Dat omvat de afbraak en de reconstructie van de cel door alle processen van de­ling en wat er verder bij hoort. Als ik nu zeg: dit gedeelte moet snel genezen, dan duw ik daar veel meer tijdsenergie in. Ik maak dus dat, dat stukje veel sneller leeft dan de rest. Een cel kan dan misschien worden vernieuwd in 20 á 30 minuten. En aangezien dat voor een groot aantal cellen gelijktijdig gebeurt, krijgen we een schijnbaar spontane genezing. Alleen, wel één ding: dat weefsel ontneemt per tijdseenheid energie aan het lichaam. Het zal energie aan het lichaam ontnemen niet in overeen­stemming met het ritme van het lichaam, maar met het tijdsritme van het stukje celweefsel. Dan is de tijdsenergie dus eigenlijk niets anders van­uit uw standpunt gezien dan een extensie of een comprimeren van tijd waardoor acties sneller of trager kunnen verlopen dan voor de omgeving normaal is.
Als je hiermee werkt, gaat dat eigenlijk praktisch zes‑dimensionaal. Je hebt namelijk eerst de 4e dimensie waarin beweging een factor wordt van duur. Dan heb je de 5e dimensie waarin duur tot zichzelf terugkeert. Anders gezegd, beweging resulteert in een gelijktijdigheid. Dan volgt de 6e dimensie waaruit de gelijktijdigheid elk punt binnen die gelijktijdigheid zich manifesteert als een afzonderlijke waarde, maar tevens is gefixeerd t.a.v. het geheel. Wat je in feite bent, is een wezen dat al die andere werelden en dimensies mede omvat, omdat je vele verschillende voertuigen hebt. Als je tegen jezelf zegt: ik ga de tijd beïnvloeden, zal er niet veel van terecht komen. Maar als je je realiseert dat het sneller moet gebeuren vanuit jouw standpunt, dan kun je aanvoelen dat dit mogelijk is. Dit aanvoelen van de mogelijkheid impliceert een overdragen van iets van de tijdsenergie, mits de verdere instelling goed is. Je brengt dan deze tijdsenergie op een beperkt stukje in werking met alle gevolgen van dien.
Dit is dus niet iets wat je verstandelijk kunt overleggen, maar je kunt wel aanvoelen: dit kan veel sneller dan normaal genezen. Zodra je dat aanvoelt, maak je het meteen waar door je concentratie daarop. Dus, hoe meer je erover gaat nadenken, hoe moeilijker dat wordt. Je moet wel weten dat het kan, anders ben je geneigd te zeggen: als ik in korte tijd veel gegevens wil opnemen, dan moet ik mij niet haasten. Ik moet mij gewoon concentreren met het besef, dat het sneller moet gaan dan normaal, sneller moet zijn dan de wereld rond mij. Dan kan ik begin­nen en kan ik inderdaad meer opnemen in kortere tijd. Het is een gevoel, meer niet. Als u dat allemaal moet gaan beredeneren, dan blijft u steken in de theorie, maar als u het aanvoelt, dan zult u daardoor uw wezen zodanig richten dat het mogelijk wordt.

Karakterbepaling

Als wij het karakter van een mens proberen te bepalen, dan worden we in de eerste plaats geconfronteerd met zijn uiterlijk. Dit uiterlijk als geheel geeft een bepaalde indruk. Deze bepaalt echter niet de aard van de persoon, maar wel onze reactie op de persoonlijkheid zoals deze zich ook in kleine tekens, die niet bewust worden afgelezen, kenbaar maakt. Willen we de aard bepalen, dan kunnen wij deze voor een deel lezen uit het lichaam.

Het lichaam namelijk geeft een aantal eigenschappen weer. Bijvoor­beeld: heeft iemand lange dunne vingers met heel brede vingertoppen, dan is het iemand die anderen onder de duim houdt. Er is een mate van heerszucht. En dat klopt ook wel.

Kijken we naar de gezichten, dan kunnen we ontdekken dat een grote neus heel vaak gepaard gaat met eigenwijsheid. Maar het is niet zeker, zo iemand kan wijzer zijn geworden.

Kijken we naar de schedelbouw, dan valt hierbij op, als iemand een laag voorhoofd heeft, dan veronderstellen we dat daar minder verstand in zit. Dat is helemaal niet waar, want iemand met een hoog voorhoofd behoeft ook niet te deugen. Wel bepalend kunnen in sommige gevallen de knobbels zijn, die zich op de schedel bevinden. Maar die zouden dan met de tast eerst moeten worden vastgesteld en gemeten.

Als je namelijk de schedel meet en daarop bepaalde onregelmatig­heden voorkomen, dan geven die heel vaak de punten aan waarop de herse­nen bijzonder actief zijn. Als je die punten ongeveer kunt karakteriseren, dan weet je dus ook wat iemand dan zal doen. Om een voorbeeld te geven:

Als op het voorhoofd hoorntjes zich a.h.w. bijna hebben ontwikkeld, dan geeft dat over het algemeen aan paranormale gevoeligheid. Het wil ook zeggen dat zo iemand intuïtief pleegt te reageren.

Vinden we opzij van het hoofd boven de slaap (en dan bij voorkeur rechts) een wat bobbelig geheel, dan is dat iemand die sterk visuele indrukken verwerkt en er heel veel mee doet. Maar wij kunnen ook aan de­zelfde kant het gevoel hebben dat uitgaande van het voorhoofd (dan zit de bobbel boven het slaapbeen), dat het daar iets naar binnen gaat. Dat is dan een persoon, die wel veel visueel waarneemt en dat behoudt, maar niet op visuele indrukken direct reageert. Dat kan zeer belangrijk zijn, want het zegt iets over de reactie van die mens. Iemand die ziet en niet onmiddellijk reageert, is een persoon die pas later tot de ont­dekking komt dat hij beledigd is en de boel in elkaar slaat als het net gezellig begint te worden.

Ook achter op het hoofd kunnen we een bepaalde knobbel vinden. Die geeft aan dat iemand sterk automatisch en sterk instinctief reageert. Als die knobbel links op het achterhoofd zit onder de kruin, en lopend in de richting van het slaapbeen, dan betekent het over het algemeen dat zo iemand nogal driftig is. Daarnaast is hij ook een gewoontemens. De drift gaat meestal gepaard met verstoring van gewoonten.

U ziet, u kunt heus wel enkele dingen aflezen. Er zijn ook andere punten om het karakter van een mens te bepalen.

Als ik een voorhoofd bekijk, zeggen rimpels heel weinig. Men zegt wel, iemand die rimpels heeft, heeft zorgen of wijsheid. Dat is niet al­tijd waar. Er zijn mensen, die hebben helemaal geen zorgen, maar kijken met gefronste blik naar de wereld omdat ze vinden dat de wereld eigenlijk niet deugd. Maar er zijn bepaalde dingen, die het bestaan van geestelijk besef of geestelijke grijsheid aanduiden. Kabbalistisch zegt men:

Als op het voorhoofd tussen of iets boven de ogen een shin voorkomt (een joods letterteken), dan moeten we aannemen dat zo iemand een bepaal­de bewustzijnsgang heeft doorgemaakt. Vreemd genoeg duidt bij de hindoes deze zelfde figuur aan dat dit een meermalen geboren ziel moet zijn. Zij zeggen niet “brahmaan”, maar een meermalen geborene. Ook dit betekent dat er allerlei achtergronden zijn. Zo iemand zal kennis gemakkelijk opne­men. Hij zal reageren op een manier die onverwacht is. Dat is ook wel pret­tig als je dat weet.

Als je werkelijk iemand wilt aanvoelen, moet je in de eerste plaats toch wel zijn uitstraling proberen aan te voelen. Want voor iemand, die al die uiterlijkheden niet zo onmiddellijk kan gadeslaan, is het wel eens goed om niet naar de persoon te kijken, maar te proberen diens persoon­lijkheid en nabijheid aan te voelen. Dan blijken er een aantal facetten te zijn, die je gemakkelijk kunt gebruiken om je relatie t.a.v. de persoon vast te stellen.

Op het ogenblik dat er een spanningsveld is, kijk uit: hier wil één van beide partijen domineren. Indien we die spanning voelen als een prikkeling en we weten dat dit geen biochemische reactie is, dan moeten we hier erg voorzichtig zijn en ons vooral beperken. Dat zijn personen met wie je gemakkelijk conflicten kunt hebben.

Als iemand een soort “leeg” gevoel geeft, alsof er een gaatje in de ruimte is waar helemaal niets is, dan moeten we ook uitkijken. Dergelijke personen hebben de neiging om te absorberen. Dat houdt niet alleen in dat ze uw kracht opzuigen, maar het betekent ook dat die mensen geneigd zijn om alles van u te verlangen. Ze blijven vragen en vragen en wat je hun ook geeft, ze blijven vragen. Dat is op zichzelf misschien helemaal niet zo gek, vraagt en u zult gegeven worden wordt er beweerd, maar per slot van rekening, als u alles moet ge­ven, dan heeft u ook niets meer. Dat wilt u niet, dus zorg in dergelijke gevallen dat er een zekere grens is.

Sommige mensen geven een gevoel van warmte. Je zou het ook gezel­ligheid kunnen noemen. Een dergelijke uitstraling zegt niets omtrent de aard of het karakter van de persoon, maar wel over de relatie die u met de persoon heeft. Indien die uitstraling zo prettig is, dan dient u het volgende te onthouden:

Als gezelschap is zo’n persoon bijzonder aangenaam. Gelijktijdig zul­len we elk contact, dat voor ons belangrijk is, zeer logisch en redelijk moeten benaderen, omdat emotionele factoren hierbij een zeer grote rol kunnen spelen. En dat zou wel eens tegen het zere been kunnen aan komen.

Dan zijn er nog een paar facetten. Die gelden echter voor mensen die wat gevoeliger zijn geworden. Ik neem niet aan dat u een gehele aura kunt zien. Als u dat kunt, dan heeft u verder niets meer nodig en kunt u het zo wel aflezen.

U heeft bij een persoon soms het gevoel dat er kleine rode fonke­lingen van hem uitgaan. Kijk uit. Hier is het een kwestie van strijdlust. Contacten verlopen hier nooit geheel vreedzaam. U kunt dan nog kiezen zoals u wilt, maar dit is een factor die voor u geldt.

Er zijn personen bij wie we het gevoel hebben dat ze (zelfs als ze de kleurigste kleding dragen) eigenlijk altijd een bruine of grijze indruk geven, dan moeten we met hen zeer voorzichtig zijn, omdat alles wat ze doen en zijn dubbelzinnig is en er nooit een volledige betrouwbaarheid is.

Hebben we het gevoel dat er van iemand een gouden gloed of glans uit­gaat, dan is dit een per­soon met wie contact voor ons geestelijk en stoffelijk zeer goed kan zijn. We moeten daar dus gebruik van maken, maar we mogen daaraan weer geen ver­wachtingen verbinden. Het is dus gewoon, de contacten op dit ogenblik ge­ven mij iets, ik word er wijzer van. Maar ik mag nooit zeggen wat ik verder van zo iemand krijg.

Als we het over aard‑ en karakterbepaling hebben, dan denken de meeste mensen: als ik een ander kan lezen, dan ben ik in het voordeel. Dat is maar beperkt waar. Er zijn namelijk negatieve punten, die je evengoed kunt waarnemen. Door die waarneming ben je gewaarschuwd. Maar vergeet een ding niet, al telt een gewaarschuwd mens voor twee, er zijn mensen die er heus wel tien tegelijk voor de gek kunnen houden. Die waarschu­wing betekent dus alleen dat je bij alle dingen, die voor jou belangrijk zijn (of dat nu geld geven is, een persoonlijke relatie, iemands voor­stel of wat anders) heel goed moet nadenken over wat je doet.

We kunnen het lot van de mens voor een deel ook zien in de hand­lijnen. Maar het is evengoed mogelijk om dat te zien in het gezicht.

Als we kijken naar bv. de ooghoeken, dan zien we daar een bepaalde plooivorming. Hetzelfde geldt ten aanzien van de neus. Denk niet dat het mistroostigheid betekent als iemand hangwangetjes heeft en een paar van die dogachtige, diepe rimpels. Dat betekent meestal niet dat hij een bepaald karakter heeft, maar dat zijn gebit niet in orde is. Maar als u ziet dat de rimpels bij de ogen iets neerwaarts lopen in de richting van de bovenkant van het oor (je kunt daar gewoon een, lijntje naar toe trekker), dan betekent dit wel dat we te maken hebben met een persoon die, zeer scherp ziet en zeer scherp reageert. En dat betekent ook dat we erg voorzichtig moeten zijn met wat we wel en niet moeten zeggen. Eén woord teveel gezegd betekent heel vaak: jezelf te grabbel gooien. Daar moet je dus erg voor uitkijken.

Enkele punten waar men zich nogal in pleegt te vergissen:

Als iemand heldere ogen heeft, dan is hij te vertrouwen. Iemand die u recht aankijkt, die kunt u niet misleiden. Nou, over het algemeen is het omgekeerde waar. Heldere ogen kunnen een blijk van gezondheid zijn, vooral als we kijken naar de iris. Als deze praktisch geen vlekken vertoont en zeker geen kenmerkende onevenwichtig­heid in kleurschakering, dan kunnen we zeggen: die persoon is lichame­lijk aardig gezond. Voor de rest zeggen de ogen niets. Iemand die een indruk van betrouwbaarheid wil maken, zal u juist met vaste blik aankijken waar een normaal mens voortdurend met de oogleden knippert, al is het alleen maar om de vochtigheid van de oogbal op peil te houden. Hij heeft daarbij de gewoonte weg te kijken. Iemand die u helemaal niet aankijkt, kan verlegen zijn. Hij kan ook dubbelzinnig zijn. Maar die kans is niet zo groot dat hier bedrog of iets dergelijks een rol bij speelt. Het wegkijken is minder misleidend dan het aankijken.

Houdt u verder rekening met de handdruk. Daarmee kunt u de mensen ook beoordelen. Onthoud het volgende:

Ook een slome vochtige handdruk kan van een eerlijk mens komen, want die nattige gevoeligheid komt heel vaak voort uit een abnormale transpiratie of een slapheid van de spieren. Daarvoor zijn vele lichame­lijke oorzaken mogelijk. Het behoeft niets te maken te hebben met de aard en het karakter van de mens. Het is echter wel kentekenend hoe iemand de hand wil geven. Dat wil zeggen: iemand wacht tot u hem de hand geeft en ze dan wel wil aannemen, dan is er een grote kans dat deze persoon op de een of andere manier geneigd is iets naar zich toe te halen. Inhaligheid is daarbij vaak erg belangrijk. Een vrek daarentegen zal uw hand, ook als hij naar u toegaat, iets naar zich toetrekken. Deze man roeit altijd naar zich toe. Hij zal zelden een spontaan gebaar maken dat naar buiten gaat. Gebaren kunnen enorm veel zeggen.

De gang van een mens kan natuurlijk niet veel verraden. Per slot van rekening, de gewrichten kunnen stijf zijn, er kan iets niet in orde zijn met de spieren en zo’n persoon kan misschien net een slapend been hebben, of een vrouw kan misschien een korset hebben dat niet prettig zit. Dat alles beïnvloedt de bewegingsmethode. Maar er is wel iets an­ders:

Iemand die zwerft, die dus de neiging schijnt te vertonen om niet rechtlijnig te lopen maar heen en weer te gaan, is een mens die zichzelf niet geheel in bedwang pleegt te hebben en daardoor voor u ook wat min­der aangenaam is. Het zijn labiele persoonlijkheden. U moet daar erg mee uitkijken.

Mensen, die al te rechtlijnig op een doel afgaat en nergens op letten, dus a.h.w. anderen uit hun weg dringen, zijn lieden die geen respect hebben voor anderen. Zij denken alleen aan hun eigen zin, hun eigen belangrijkheid en verder aan niets. Ook als daar lichamelijke oor­zaken achter kunnen zitten, dan moeten we daar toch rekening mee houden, het zijn geen aangename mensen. We kunnen beter onze contacten met hen beperkt houden.

Iemand die normaal loopt en slechts uitwijkt voor obstakels, die de tijd ervoor neemt om te wachten indien het nodig is, is over het algemeen een zeer beheerst persoon. En als hij daarbij een voor ons prettige uit­straling heeft, is het iemand waarmee we goed contact kunnen hebben, die ons veel kan leren en waarvan we kunnen zeggen: die geeft ons wat. Wij betekenen ook voor de ander wat, er is een wederkerigheid mogelijk. Let dus ook op de manier waarop iemand loopt.

Het laatste punt waarop ik u nog wil wijzen is de neiging die men heeft om naar boven of naar beneden te kijken. Als een ouder persoon gebogen loopt, kan dit een gevolg zijn van lichamelijke zwakte. Maar als het gezicht mede naar beneden gericht is, dan is het een persoon die bang is voor openheid, voor grote zaken. Zo’n mens zal altijd een beetje benepen zijn. Iemand die alleen maar naar boven kijkt let niet op de men­sen. In contacten met anderen zal hij zijn ideeën verkondigen, maar hij zal niet naar anderen luisteren. Ook weer een persoon die u beter kunt mij­den. Een mens die normaal voor zich kijkt en een blik heeft die zowel de mensen als de hemel ziet, maar het is ook een waarnemingsgewoonte, is over het algemeen weer iemand met wie men contact kan hebben en waarbij uitwisseling van mening zon­der meer mogelijk is. Daarnaast is het ook iemand die rustig en betrouw­bare genoeg is om mee verder te gaan.

Als ik u al deze aanwijzingen geef, dan is daarmede de aard van de mens natuurlijk niet bepaald. Ik weet het, je kunt met schedelmeting, fysionomie, systemen van Lombroso en anderen schijnbaar veel bepalen. Onthoudt u echter één ding:

Uiterlijkheden zeggen ons iets over de gewoonte van de mens. Soms zeggen ze ook iets over zijn lichamelijke toestand. Slechts indien de uitstraling van de persoon daarin wordt betrokken, krijgen we een beeld van de acties en reacties van die persoon op dit ogenblik. En op grond daarvan alleen kunnen we beslissen: deze mens is iemand met wie ik nader contact wil hebben. Of, dit is iemand die ik zoveel moge­lijk links zal laten liggen, in ieder geval op een afstand houd. Toch kan dit alles bijdragen tot een gemakkelijker en prettiger omgaan met uw medemensen.