De onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid

uit de cursus ‘Filosofische esoterie‘ (hoofdstuk 8) – mei 1983

De onwaarschijnlijke waarschijnlijkheid

De vorige keer hebben wij ons beziggehouden met meer interne zaken, vandaag heb ik iets wat meer op het gebeuren zelf slaat. U herinnert zich misschien dat wij indertijd hebben gezegd dat waarschijnlijk in de meimaand er enige bevingen zouden zijn in Californië. Ze zijn er intussen geweest. Wij verwachten nu nog het een en ander in de buurt van Florida en Key West.

Je kunt die dingen voorvoelen. Je kunt ze voorzien en toch kun je dat nooit met grote zekerheid doen. De kans op een grote aardbeving in Californië is op het ogenblik ongeveer 89 % en wel binnen 3 maanden. Dat wil zeggen dat je een onzekerheidsfactor hebt. Dergelijke onzekerheden zijn het die het bijna onmogelijk maken om een toekomst regelrecht te voorspellen. Aan de andere kant zijn er een groot aantal regels die je toch kunnen helpen om het onwaarschijnlijke te verwachten.

Als ik kijk naar Nederland en ik overzie de huidige situatie, ik proef de mentaliteit en ik ga daarna uit van de krachten die in dit deel van de wereld nu actief zijn, dan moet ik wel tot de conclusie komen dat er een aantal ontstellende gebeurtenissen waarschijnlijk zijn. Vermoedelijk in september, mogelijk in het begin van oktober. De samenhang ervan is heel eenvoudig.

Wij hebben in Nederland te maken met een toenemende gespannenheid. Daarbij met een toenemend isolement van de mensen. Ze zijn onredelijk. Ze zien geen samenhangen meer. Als je dit innerlijk verwerkt, dan zie je dat om een evenwicht te vinden, externe factoren noodzakelijk zijn. Je kunt namelijk zonder zo’n externe factor geen verandering tot stand brengen.

Externe factoren kunnen voortvloeien uit het gedrag van de mensen. Ze kunnen ook voortkomen uit gebeurtenissen in de natuur. Ze kunnen daarnaast soms, maar dat is heel zelden, het gevolg zijn van een geestelijk ingrijpen. In al deze gevallen gaan we weer kijken naar de waarschijnlijkheid.

Nu kunt u zeggen: Het is waarschijnlijker dat er een aanslag wordt gepleegd op Lubbers dan op de koningin. Maar als we het geheel overzien, dan is de kans toch groter ‑ al is het nog zo onwaarschijnlijk ‑ dat iemand een poging zal doen (geen geslaagde, maakt u zich geen zorgen) om een aanslag te plegen op Hare Majesteit. Indien dit zou gebeuren, het is niet zeker, maar dan ziet het er naar uit dat het bij een officiële gelegenheid zal geschieden. En als wij nadenken, dan zeggen wij: Het zou de beruchte Derde Dinsdag kunnen zijn bij de opening van de Staten Generaal. Hoe dat allemaal precies in zijn werk gaat? Onthoudt u nu dit maar:

Het totaal van alle externe krachten dient een evenwicht te vormen waardoor elke verschuiving van een factor een verschuiving van compenserende factoren ten gevolge heeft. Als er hier iets gebeurt, dan moet er daar ook iets gebeuren.

Hebben we te maken met zaken waarbij het innerlijk van de mens een rol speelt, dan geldt nog een volgende regel: Op het ogenblik dat er ­vele spanningen en onevenwichtigheden ontstaan in een groot deel van de mensen, zal de compensatie worden gezocht in een ontlading die slechts een of enkele mensen treft. Ook dat is een heel natuurlijk verloop. Hebben we te maken met spanningen die niet menselijk of intermenselijk zonder meer zijn op te lossen, dan gaat de natuur ingrijpen.

Als de natuur ingrijpt, dan kan dat nooit zijn tegen de regels en de wetten van de natuur in. Dus wat zeggen wij dan weer? Op het ogenblik dat er een compensatie moet worden gezocht vanuit natuurlijke factoren, zullen alle factoren samenwerken die normaal elkaar opheffen en daardoor spanningen veroorzaken die eenzijdig tot ontlading komen; over het alge­meen rond het centrum waar de verstoring is opgetreden. Dat klinkt allemaal een beetje schools. Maar zo schools als u denkt, is het niet. Want in uw eigen innerlijk geldt precies hetzelfde.

U zult zeggen: Het is erg onwaarschijnlijk dat ik plotseling een hel­derziende waarneming heb. Er zijn zelfs mensen die zeggen: Het zou erg onwaarschijnlijk zijn als mij iets paranormaals zou overkomen. Die onwaar­schijnlijkheid draait om in een waarschijnlijkheid wanneer er in u een on­evenwichtigheid ontstaat die voornamelijk op emotioneel en mentaal vlak ligt en een compensatie dus alleen op dit vlak kan worden gevonden. Kunt u dat innerlijk vinden? Best, er gebeurt niets. Maar kunt u het niet innerlijk vinden, dan trekt u krachten aan van buiten.

Als het astrale krachten zijn, dan kunt u wel eens de schrik van uw leven krijgen. Zijn het geestelijke krachten, dan is het maar de vraag in welke afdeling u terecht komt. Zo zijn er mensen, die vaak uittreden in hogere sferen dan eigenlijk, gezien een gemiddeld bewustzijn, aanvaardbaar is. Je zou zeggen: Die mensen moeten daar dan blijer en sterker van worden. Dat is alles behalve waar. Want, als je verder gaat met je waarnemingen, je bewustwor­ding in de geest dan je, gezien je innerlijke rijpheid en evenwichtigheid, kunt verdragen, dan ontstaat er een onevenwichtigheid. Wat is het resul­taat van een dergelijke onevenwichtigheid? Dat je compenseert met belevin­gen in lagere sferen.

Die lagere sferen herinner je je dan meestal beter dan de lichtende sferen. De mens schijnt nu eenmaal het lagere dichter bij zich te vinden voor zijn eigen begripsvermogen dan het hogere. En dan krijgt zo iemand nachtmerries, belevingen en wat al niet meer. De ellende bij dergelijke dingen is dat voor een mens nu eenmaal een waarschijnlijkheidsberekening geldt. Hij heeft dat redelijk uitgedokterd. Als we zoveel mensen hebben, dan is het heel waarschijnlijk dat onder die mensen er zoveel overlijden door …. en dan noemt u maar op. Daar is de hele levensverzekering op gebaseerd. Of ze zeggen: Als wij een bepaald bedrog plegen, dan zijn er zoveel mensen die erin zullen vliegen, dat wij tenslotte kunnen rekenen op een stemmen­meerderheid van zoveel. Op die manier denkt men. Maar de werkelijkheid is anders.

De werkelijkheid laat niet toe dat een onevenwichtige structuur zon­der compensatie in stand wordt gehouden. Dat wil zeggen dat de tegen­stelling moet opdoemen, hoe onwaarschijnlijk dit ook wordt geacht vanuit menselijk standpunt en hoe weinig je daar ook met allerlei berekeningen bij terecht komt.

Het is misschien goed te zeggen dat in de menselijke wereld op het ogenblik heel veel mensen denken in getallen en daarbij vergeten dat die getallen mensen representeren. Het gevolg is dat hun berekeningen, die theoretisch volkomen juist zijn, nooit kunnen uitkomen omdat mensen en getallen niet identiek zijn. Getallen namelijk vertegenwoordigen een ge­lijkwaardigheid, mensen een ongelijkwaardigheid. Op deze manier zult u ook innerlijk vaak te maken krijgen met een vreemd conflict. U absorbeert geestelijke leringen. Dat is op zichzelf heel mooi. In de praktijk zult u daar wel het een en ander tegenover stellen. Als u dus geestelijke eisen aan uzelf gaat stellen, die verder reiken dan hetgeen voor u aanvaardbaar is, dan zult u onwillekeurig in uw ge­drag afwijkingen vertonen. Terwijl u dacht dat u zekerheden had, vindt u onzekerheden etc.

Het ergst is wel, als we een groot aantal leringen samenvatten of met grote intensiteit één enkele lering tot de juiste verklaren, dat wij daardoor de innerlijke onevenwichtigheid zodanig vergroten, dat de omstandigheden compenseren. Wij denken misschien dat wij dicht bij de hei­ligheid zijn maar vanaf dat moment worden wij door de zonden overspoeld. Dit is misschien een beetje christelijk maar het ligt er heel dicht bij.

Wij menen dat wij de moed hebben om ‑ zoals sommigen zeggen ‘in de Here’ alles te dragen. En prompt krijg je een vracht waaronder je bezwijkt. Dit klinkt allemaal een beetje vreemd. Want hoe kan nu een uiterlijk ge­beuren waarop je, althans volgens je bewustzijn, geen invloed uitoefent, jou allerlei ellende bezorgen alleen omdat je innerlijk onevenwichtig bent. Dat is precies hetzelfde als op aarde. Waar een onevenwichtigheid ontstaat, dient een compenserende factor op te treden. Dat kan niet anders. Als u dus in uzelf geen evenwicht kunt vinden, verbaast u dan niet als u de klappen krijgt.

Die klappen kunnen dan op elk gebied liggen. Ze kunnen liggen in de relatie met je medemensen, in lichamelijk onbehagen of ziekte. Het zijn al­lemaal zaken die je eigenlijk niet bij elkaar kunt rijmen. Het lijkt of het niets met elkaar te maken heeft, maar juist deze onwaarschijnlijke waar­schijnlijkheden bepalen een groot deel van het bewustwordingsproces.

Als u de wereld in deze dagen overziet, dan zult u het met mij eens zijn dat het een rommeltje is. Waar geen gifbelt schijnt te zijn, daar zijn stammen tegen elkaar in opstand. Waar dat niet het geval is, daar zijn toch in ieder geval weer andere moeilijkheden opgetreden of is de natuur aan het opspelen. Er is niets dat werkelijk perfect is.

Als de onevenwichtigheid van deze wereld moet worden gecompenseerd, dan kan dat nooit gebeuren van buitenaf. Je kunt nu wel aan alle mensen zeggen: Wees nu maar tevreden. Wij garanderen jullie een vast inkomen en werken hoef je alleen als je wilt. Maar denkt u dat daarmee het probleem is opgelost?

Degenen die werken, vinden dat het werk anders moet zijn. Degenen die geen werk hebben, vinden dat er te weinig werk van hen wordt gemaakt en zo zitten we toch weer in de ellende. Je kunt het niet van buitenaf oplossen. Het moet innerlijk worden gezocht omdat een innerlijke compen­satie voor de mens bijna noodzakelijk is, wil hij zijn eigen spanningen kun­nen ontleden, wil hij weer tot een evenwichtigheid komen.

Dan is het misschien ook de moeite waard om eens te kijken wat er geestelijk zou kunnen gebeuren. De meeste mensen zullen hun onvrede aan de wereld wijten. Dat is heel gebruikelijk; iedereen geeft de ander de schuld. Dit betekent dat men daardoor zijn eigen fouten voortdurend overdrijft. Het betekent ook dat zelfs zonder ingrijpen van anderen het aantal ongevallen toeneemt, het aan­tal strijdpunten toeneemt en dat je op een gegeven ogenblik zelf niet meer weet waar je naartoe moet.

Dan zult u zeggen: Dat is erg zielig voor die mens. Maar juist dat heeft men nodig. Want pas als er uiterlijk geen wegen meer schijnen te zijn, zal de mens zich innerlijk gaan afvragen: Wie ben ik, wat kan ik, wat moet ik doen? Eerst op dat punt is hij dus ook bereid om allerlei innerlijke factoren mede te aanvaarden en te verwerken waaraan hij normaal voorbij is gegaan.

Ik denk dat er in de wereld op het ogenblik een groot inwijdings­proces aan de gang is. U merkt er waarschijnlijk niets van want het ge­beuren van buitenaf zijn alleen maar toevalligheden en het is de schuld van anderen. Maar er komt een moment dat u het werkelijk niet meer weet. En op dat moment moet u dan proberen om in u te zoeken naar enig even­wicht, enige stabiliteit. Dan ontwikkelt zich in u opeens een aantal stemmingen. Sommige van de stemmingen zijn positief, andere zijn negatief. Wie nu voor het positieve kiest, die herwint daardoor evenwicht. Maar dit evenwicht is niet gelegen op mentaal terrein alleen. Het is ook emotioneel aanwezig en als zodanig mentaal ‑ emotioneel een deel van een geestelijk gebeuren. Dan wordt plotseling de geestelijke wereld veel ster­ker in u wakker. Dat noemt men dan paranormale ontwikkeling, inwijding of iets anders. Je gaat de wereld veel wijder zien. Je gaat verbanden ontdekken waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.

Men zegt wel eens dat, om het uiterste te bereiken dat voor je mo­gelijk is, je afstand moet doen van jezelf. Dat klinkt natuurlijk weer heel erg bijgelovig maar ten dele is het waar. Je hoeft niet afstand te doen van jezelf want je eigen zijn verloochenen kun je niet. Je moet afstand doen van het beeld datje hebt van jezelf.

 Als ik vandaag naar de wereld kijk, dan valt mij op dat zoveel men­sen heilig overtuigd zijn van hun eigen gelijk. Als ik zie hoe b.v. in Amerika bepaalde belangrijke mensen bezig zijn om hun denken en hun ma­nier van leven op te leggen aan anderen omdat ze in hun achtertuintje wonen. Ik wist trouwens niet dat ze zo’n grote achtertuin hadden.

Als we kijken naar Rusland en we zien hoe men het verval van de westelijke wereld steeds sterker benadrukt waarbij men probeert duidelijk te maken: wij zullen vriendelijk zijn tegen de kapitalisten want zij gaan aan zichzelf ten onder. Dan vragen we ons ook af: Zijn die mensen dan blind voor hetgeen er bij henzelf aan de hand is, de fouten die bij hen­zelf schuilen? Dit veroorzaakt een eenzijdigheid van denken, een eenzij­digheid van bewustzijn.

Je moet niet van tevoren veronderstellen dat een Amerikaan of een Rus een bepaalde stelling verkondigt omdat hij daar alleen politiek voor­deel in ziet. In heel veel gevallen gelooft hij daar heilig in omdat op dit geloof de handhaving van zijn eigen onevenwichtigheid is gebaseerd. Die onevenwichtigheid ziet hij nu eenmaal als het symbool van werkelijk­heid. Maar er moet een compensatie komen.

Dan is het ook helemaal niet te verwonderen als b.v. in de Sovjet-Unie een oogst helemaal mislukt. Dan is het helemaal niet verbazingwek­kend als er allerlei grote opstanden uitbreken, juist onder de groepen die men meent te kunnen vertrouwen. Dat partijcongressen op een heel an­dere manier uitlopen dan iedereen die zich deskundig acht ooit heeft ver­wacht. Er moet een compensatie zijn. Die compensatie is dan uiterlijk ge­zien misschien onbelangrijk, maar ze betekent wel een directe aantasting van deze eenzijdige zekerheden die men heeft voortgebracht.

Natuurlijk, de tijd is nog heel ver dat een EO Nederland verrast met een nieuwe Phillis Bloom (?). Dat zal heus nog wel even duren. Maar juist de doorlopende vroomheid maakt het scheppen van een contrapunt steeds meer noodzakelijk. Juist omdat men het wil voorkomen, zal het voorkomen, al is het bij wijze van spreken maar dat de omroepster uit haar bloesje barst. U zult zeggen: Dat is kolder. Neen, dat is onvermijdelijk. Alleen kan het niet berekend worden op korte termijn.

Ik heb u daarnet een paar voorbeelden gegeven van wat wij verwachten t.a.v. de natuur. Maar u moet zich wel realiseren dat in de mens zelf eveneens dit zoeken naar compensatie ligt. Er zijn mensen die een misdaad begaan en vervolgens vergeten dat zij die zelf hebben begaan. Vanaf dat ogenblik echter brengen zij zichzelf voortdurend in gevaar. Zij bestraffen onbewust zichzelf voor een schuld die ze ontkennen. Iedereen in de psychologie en psychiatrie kan u voorbeelden te over geven van dat soort mensen. Er zijn ook veel personen die accident-prove zijn, d.w.z. dat ze veel ongelukken krijgen die helemaal niet voortkomen uit een innerlijke onzekerheid maar gewoon uit een poging om een deel van hun leven opzij te schuiven.

Als we parallellen trekken, dan mogen we ook niet vergeten dat de wereld een denkend wezen is en dat alles wat op de wereld leeft en wat erbij hoort, deel uitmaakt van die persoonlijkheid; dat wil zeggen eveneens valt onder de invloeden die in de persoonlijkheid Aarde zullen ontstaan. Aan de ene kant weerkaats je iets van het denken, van het bewustzijn van de aarde, ook als je als mens leeft maar net zo ook een plant, een dier. Aan de andere kant echter onderga je de consequenties daarvan.

Nu weet ik dat mensen dat heel graag overdrijven. Ze hebben het over de aardas die kantelt. Ze denken dat de noordpool dan ergens komt te liggen bij Hawaï of Haïti. Dat is natuurlijk onzin. Maar dat er op aarde eveneens bepaalde compensaties noodzakelijk zijn, zal iedereen beseffen die alleen maar de ontwikkeling van de menselijke mentaliteit in de laatste 20 jaar heeft gevolgd. Er zijn ontstellende veranderingen en vertekeningen. Sommige zijn gunstig, heel goed zelfs, andere daarentegen zijn absoluut onredelijk. Ze zijn tegen elke evenwichtigheid gericht.

Dan moeten we aannemen dat de aarde zelf ook gaat reageren en dat de aarde daarbij vooral zal reageren op de brandpunten van onevenwichtigheid. Waar de onevenwichtigheid van de aarde het sterkst tot uiting komt in de mensen, in de plantengroei of wat er dan ook ter plaatse moge zijn, daar is de kans het grootst dat plotselinge veranderingen optreden die a.h.w. dwingen in een andere richting te gaan denken en leven. En als het helemaal niet gaat, dan kun je altijd nog het geweld in de mens zodanig opvoeren dat daardoor een groot gedeelte van de gewelddadigheid wordt uitgeroeid. Ook dat is denkbaar.

Als we dus bezig zijn met de wet van compensatie (dat is het eigenlijk), dan hebben we niet alleen te maken met iets wat ons innerlijk betreft of de relatie tussen de mensen en de natuur. Wij hebben in feite te maken met het geheel van de wereld en met de invloeden die bepaalde centrale punten, die de aardmentaliteit eenzijdig sterk vertolken, hebben op het geheel van de natuurlijke evenwichten. Die bestaan inderdaad. Dat impliceert dat we ook niet een, twee, drie even mediterend of op een andere manier het onheil de wereld uit kunnen helpen.

Wij kunnen alleen onszelf van de onevenwichtigheid isoleren voor zover dat mogelijk is. Wij kunnen streven naar een innerlijke evenwichtigheid. Dit houdt in dat wij in verhouding tot anderen minder kwetsbaar worden voor de compenserende storingen die optreden. Om een voorbeeld te geven dat gewoon uit de lucht is gegrepen: Er komt een grote overstroming. Mensen die erg onevenwichtig waren en erg eenzijdig hebben gereageerd, komen daarbij om. Degenen echter die erg evenwichtig zijn (dus geen deel vormen van de storing) vinden net op het juiste ogenblik een vlotje waarop ze in leven kunnen blijven en misschien hebben ze ook nog geluk dat iets van hun bezittingen blijft gespaard, ofschoon dat niet zeker is.

De uitverkorenheid waarmee sommige christelijke groeperingen zo erg weglopen, U weet wel: het einde der wereld komt, daarna breekt het duizendjarige rijk aan. En dan zijn jullie dood en wij zullen eeuwig leven: Die mensen hebben minder ongelijk dan u zou vermoeden, alleen om een heel andere reden.

Als wij de ontwikkeling van de gehele natuur, van alles wat er geestelijk ook aanwezig is, rond ons en in ons steeds kunnen samenvoegen tot een evenwichtig geheel, dan zijn wij veel minder kwetsbaar geworden voor de invloeden die in de natuur of in de mensheid losbreken. Het klinkt krankzinnig maar het is voorgekomen dat bij een zeer ernstig oproer, waarbij beide partijen gebruikmaakten van wapens, een onschuldig kind van 3 jaar daar doorheen wandelde en niets kreeg. Het kind was ge­woon op weg naar pappie en mammie en was gelukkig. En dit gelukkig zijn, als tegenstelling tot die grote onvrede, zorgde ervoor dat er net even ruimte was waar het kind door kon gaan.

Wij hebben meegemaakt dat kinderen bijzonder eenzijdig waren opgevoed ofwel erg kritisch stonden t.a.v. hun ouders of van de maatschappij en dat, terwijl er geen wapengeweld was en alleen maar een enkele steen werd gegooid, een kind door die steen werd getroffen; op dat ogenblik was het kind een exponent van de onevenwichtigheid en als zodanig extra kwetsbaar.

Een mens zal zeggen: Dat zijn van die toevalligheden. Het is on­waarschijnlijk dat dit waar is. U heeft gelijk. Het is niet waarschijnlijk vanuit uw standpunt, eerder onwaarschijnlijk. Maar het is een waarschijn­lijkheid indien we uitgaan van de kosmische wetten en de kosmische samenhangen. Als we daar rekening mee houden, dan is er wel een middel om voor onszelf toch een beetje beter te gaan leven. Dat wil zeggen, je moet een compensatie vinden in jezelf.

Als er een spanning is en daar komt een spanning tegenover te staan die haar opheft of dat die spanning kan afvloeien, dat maakt weinig uit. Die spanningen in jezelf moeten er niet zijn. Als je inner­lijk onvrede hebt, dan moet je iets vinden waardoor die onvrede voor een deel wordt opgeheven. Dan kan de oorzaak blijven bestaan, maar je voelt in je een compensatie ervoor. Op deze manier maak je jezelf steeds onafhankelijker van het z.g. noodlot.

Als ik kijk naar de lichtende geestelijke werelden, dan is het eer­ste dat mij daar opvalt juist de grote harmonie, de evenwichtigheid. Het wil niet zeggen dat elke wereld precies hetzelfde is, natuurlijk niet. Maar het is wel zo, dat een wereld pas lichtend wordt ervaren op het moment dat je zelf een mate van evenwicht vindt, en die even­wichtigheid weerkaatst ziet in de wereld waarin je dan veronderstelt te leven. Dat houdt in dat evenwichtigheid in jezelf gelijktijdig een sterkere band geeft met wat men geestelijke krachten noemt.

Die geestelijke krachten gaan zich aan je openbaren. Denk niet dat een dergelijke openbaring altijd rationeel is. Het is niet zo dat iemand precies kan vertellen: over zoveel uur gebeurt er dat en dat. Het is waarschijnlijker dat u een gil hoort: Kijk uit! Als u dan uitkijkt, zult u misschien beseffen waarom het gezegd is; misschien ook niet eens.

Het is niet zo dat u plotseling allerlei hemelsferen om u heen zult zien of dat lichtende geesten u wijsheid komen bijbrengen. Het is gewoon dat u in uzelf een klein beetje onafhankelijker wordt en dat u zegt: Hé, ik kan daar tegen; ik kan dit overwinnen.

Het is ook niet zo dat u ineens super‑powers krijgt. Dat zijn van die mensen die zeggen: Was ik maar Superman of Spiderwoman en meer van die gekke figuren die de mens heeft ontdekt, dan zou ik alles goed kun­nen maken op deze wereld. Vergeet het maar. Dat bestaat niet. Wat wel bestaat, is dat u in een schijnbare machteloosheid meer tot stand kunt brengen dan een ander onder normale condities denkbaar acht, zelfs als hij voor die omstandigheden is getraind.

Het wil zeggen, dat u een uitstraling heeft die dermate sterk kan zijn, ook zonder dat u precies beseft dat u ermee werkt, dat een wapen wordt afgeweerd of dat een dode bij wijze van spreken weer tot leven komt, althans niet behoeft over te gaan, tenzij hij dat zelf wil. Die vreemde dingen gebeuren en ze gaan in deze tijd steeds meer gebeuren, want de onevenwichtigheid brengt steeds meer mensen ertoe om een geestelijke compensatie te maken. Als ze daarin een mate van innerlijk evenwicht bereiken, dan krijgen ze uit de geestelijke wereld evenwicht versterken­de factoren, krachten, erkenningen en ook in hun eigen wereld een com­pensatie voor onevenwichtigheden.

Die compensatie voor onevenwichtigheden kan vanuit een menselijk standpunt eveneens onevenwichtig zijn. Het is dus niet zo dat je zegt: Ik rij nu bergafwaarts. Het is levensgevaarlijk, ik zal stoppen. De kans is veel groter dat je tegen een boom aanrijdt, een daverende smak maakt en met een hersenschudding voor de dood wordt behoed. Maar de compensatie is er. Het gevaar wordt dus teruggebracht tot een limiet die hanteerbaar is. Het is dit aspect in de gehele wereld maar zeker ook in de mensheid, waaraan wij in de geest zoveel hoop ontlenen.

Wij weten dat het waarschijnlijker is dat er wel een wereldoorlog III komt dan geen wereldoorlog III. Maar wij weten ook dat, hoe onwaar­schijnlijk het moge lijken, er steeds meer mensen komen die daar een com­pensatie tegen kunnen bieden. Dan zou het tot de grens van een derge­lijke oorlog kunnen komen maar hij zou net niet doorgaan.

Wij geloven heus wel dat er natuurrampen zullen blijven gebeuren. Die zijn nu eenmaal inherent aan de aarde, aan haar structuur en aan het gehele leven dat men stoffelijk bestaan noemt. Maar dat rampen, die theoretisch honderdduizend doden gevergd zouden hebben, nu misschien maar tien doden eisen, dat zal steeds meer voorkomen. Want innerlijk is de mens bezig een compensatie te zoeken voor de onevenwichtigheid die er nu is. En hiermee begint hij de waarschijnlijkheid te veranderen. Het is, alsof hij de wereld een klein beetje andere trekken gaat geven, andere inhoud, andere mogelijkheden.

Wij, vanuit ons standpunt, houden daar rekening mee, hoe onwaarschijn­lijk het ook moge schijnen, vanuit een menselijk standpunt. Aan de andere kant weigeren wij om de menselijke rede en de menselijke logica geheel overboord te gooien. Ook dat is begrijpelijk. Op het ogenblik dat je spreekt met de taal van geloof, kun je niet in de mens een evenwichtig proces op gang brengen waardoor die mens zijn eigen evenwichtigheid vergroot. Als je hem echter voorziet van argumen­ten, van redelijke benadering, dan zal hij innerlijk wel kunnen reageren. Je moet altijd weer proberen om vanuit de geest een zeker evenwicht te bereiken in je uiting. Dat doe ik ook vanavond.

Die evenwichtigheid, mijn vrienden, is echter niet voor ons; wij heb­ben haar toch wel. Ze is voor u bedoeld. Want u bent mens. U leeft op een wereld met een eigen persoonlijkheid. U heeft zich met de uitstraling van de wereld heel vaak in een eenzijdigheid van denken en beleven laten mee­sleuren die nu noodlottig zou kunnen worden. Als u nu in en uit uzelf tot een compensatie gaat komen, dan blijkt dat alles meevalt; dat het zo erg niet wordt als u had gevreesd. Dat alleen al is de moeite waard.

Diep in uw wezen heeft u besef van uw schuld zowel als van uw ver­dienste. Daarop ligt een laag van opgedrongen opvattingen. Die opgedron­gen opvattingen noemen ze soms, wat u innerlijk als onjuist ervaart, het beste dat u kunt doen. En omgekeerd, datgene wat u innerlijk als het meest juiste ervaart, als iets wat verwerpelijk is. Die strijdigheid zal u heel wat parten kunnen spelen. Het kan leiden tot allerlei innerlijke stormen, tot het gevoel dat u de wereld niet meer aankunt. Maar u zult toch tot die kern moeten gaan. Als u dat niet kunt, dan moet u tenminste proberen om een evenwicht te bereiken in de wereld daar boven, in de wereld van de u opgedrongen opvattingen.

Eerst als u in redelijke mate vrede kunt hebben met uzelf, kunt u ook vrede vinden met de wereld. Dat wil zeggen, een evenwicht tussen uw bestaan en het totaal van de invloeden die in een wereld nu eenmaal aanwezig zijn. Het gaat er hier niet om dat u maar even de wereld in orde moet maken, het gaat erom dat u uzelf in orde moet maken. Daarvoor zijn geen formules. Het spijt mij erg, ik had ze u graag gegeven.

Het enige dat wij kunnen zeggen: Mens, laat je nooit meeslepen door al datgene wat anderen je onderwijzen, zelfs als ze van de Orde zijn. Zoek in jezelf naar de waarheid. Zoek eerst in jezelf wat wel aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is. Probeer dan zover te komen dat het evenwichtig is.

Probeer niet alleen het goede te doen en het kwade te vergeten, dan raakt u helemaal van streek. Probeer niet alleen het z.g. kwade te doen en het goede te vergeten. U zult dan ontdekken dat u eveneens geen raad meer weet met uzelf. Aanvaard gewoon beide dingen, maar probeer ervoor te zorgen dat u nooit meer duister voortbrengt dan licht, nooit meer licht voortbrengt dan duister. Dan pas kunt u uzelf zijn.

Als u dat doet op gedachteniveau, zult u doordringen tot de mogelijke evenwichtigheden van uw persoonlijkheid. En dan ontstaat het moment waarop de z.g. waarschijnlijkheid een meer beheersbare factor wordt. Dan komt het moment waarop u uw eigen relatie gaat stellen met de aarde, maar even goed met alle geestelijke werelden om u heen.

Als u die harmonie heeft gevonden, dan ontstaat wat men noemt de wijsheid: het inzicht in het wezen der dingen, de aanvaarding van de totale kracht en waarheid, die in de dingen leven zonder dat u daardoor bewust uzelf verandert. Dat anderen veranderingen zien, dat komt omdat ze uw werkelijke wezen nooit hebben gekend.

U moet hier maar eens over nadenken, vooral wat uzelf betreft. Als u denkt dat u eigenlijk wel een goed mens bent, dan moet eens heel goed kijken op welk punt u niet deugt. Omgekeerd, als u denkt dat u helemaal niet deugt, moet u even kijken waar uw goede kanten zitten. Misschien dat u op die manier toch een stapje verder komt.

Het beeld achter de spiegel

In de spiegel zie je alleen wat je denkt te zien. De werkelijkheid van hetgeen je zou kunnen zien, wil je niet zien.

Er zijn. vanavond allerlei wijze dingen gezegd over oorzaak en gevolg. Misschien zouden we dat een beetje kunnen vergelijken met Alice in Wonderland, of het tweede deel ervan: Through the Looking‑glass. Eigenlijk is alles omgekeerd. Als je kijkt naar uw moderne bands en je ziet daar dat ‘Doe Maar’ hysterie veroorzaakt, dan denk ik: Ach, ‘Laat Maar’ komt ook nog wel aan de beurt en dan kalmeert het wel weer.

Iedereen leeft in een wereldje waarin je probeert de werkelijkheid te vinden. Maar iedereen vindt de werkelijkheid als een tegenstelling tot wat hij wenst en wat hij in zichzelf ziet: Dientengevolge probeert men de wereld om te draaien. Als men dan naar zichzelf kijkt, dan ziet men eigenlijk de tegenstelling. Men ziet de aanvulling tot volledigheid van zijn eigen persoonlijkheid. Wat men niet ziet, is wat men wezenlijk is. Iemand die zichzelf beschouwt en zegt: ach, wat ben ik een sukkel, die zou in de praktijk redelijk flink kunnen zijn. Maar hij kijkt naar de sukkel en houdt zich aan het beeld vast. Dan krijg je allerlei dwaze din­gen waardoor de geest met haar beste waarschuwing niets meer is dan de Cheshire Cat, die als een glimlach langzaam oplost maar de glimlach nog even laat hangen.

Het is wonderlijk. De mensen jagen overal naartoe. Het lijkt de Boston Tea‑party wel. Iedereen doet het anders. Het Konijn moet met grote haast weg want de wereld moet nog gered worden. Ik voor mij, ik kijk nog liever naar een innerlijke wereld waarin het spiegelbeeld en het werkelijke ik nog een beetje versmelten tot een eenheid.

Als ik magisch denk, dan ben ik al datgene wat ik besef als een te­genstelling tot mijzelf. Als ik denk een demon te zijn, dan leeft in mij een engel en omgekeerd. De twee‑eenheid van die uitingen bepaalt wat ik werkelijk ben en wat ik werkelijk. kan.

Het is zo gemakkelijk tegen een mens te roepen: U bent meer dan u denkt te zijn. Het is wel waar maar het is niet altijd gunstig. Het is nog veel gemakkelijker om je te beperken tot kreten als: Ken uzelf. De waarheid is veel meer. Het is: aanvaard dat je niet alleen jezelf bent maar ook alle tegendelen van jezelf die je in de wereld om je heen meent te zien. Besef dat je zelf de oorzaak bent van het wereld­beeld dat je ontvangt.

Als je dat gaat begrijpen, dan komt er een beetje meer rijm en reden in die eeuwigheid, in die hele bewustwordingskwestie waar we voortdurend mee worstelen. Als we alleen maar bezig zijn om onszelf te toetsen naar één kant, dan zal de andere kant aanwezig moeten zijn. Evenwicht moet er zijn, zou mijn voorganger hebben gezegd. Maar als ik dat ontken, dan zal ik mijn tegenstelling niet zien als de aanvulling van wat ik ben, wat ik kan, maar ik zal die juist zien als datgene wat mijn wezen aanvalt. De innerlijke verdeeldheid maakt je machteloos. De innerlijke eenheid maakt je sterk.

Daarom heb ik in mijn beeld van kijken door de spiegel geprobeerd om alles eens samen te vatten van de mens, wat hij normaal over het hoofd ziet. Dat is trouwens gemakkelijk genoeg. Al datgene wat u bij anderen zo sterk afkeurt, is iets wat u in uzelf misschien verlangt maar gelijktijdig vreest. Al datgene wat u bij anderen onbegrijpelijk vindt, is iets wat u alleen van uzelf wenst te begrijpen. Al datgene wat u aan gedachten, aan emoties, aan impulsen de wereld in stuurt, keert tot u terug. Maar u ziet het dan niet meer als een deel van uzelf, als een confrontatie met uw werkelijkheid, u ziet het gewoon als iets wat de wereld u aandoet of wat de wereld u geeft. Maar de wereld kan u niets geven. Ze kan u ook niets aandoen. Ze kan u alleen maar bewust maken van hetgeen u bent.

In de wereld waarin ik leef (dat heet dan een geestelijke wereld te zijn) is het zo dat ik mijzelf moet aanvaarden, wil ik kunnen leven in wat men het licht noemt. Maar wat is licht eigenlijk?

Licht is niets anders dan bewust zijn, een soort werkelijkheidsbesef. Wie zichzelf niet wil aanvaarden met zijn tegenstellingen, die komt in het duister terecht. Wat is duister? Het is afwezigheid van besef. Je kunt het geheel niet meer zien zoals het is omdat je jezelf weigert te aanvaarden zoals je bent. Ik denk dat dat niet alleen in mijn wereld geldt maar dat het in uw wereld net zozeer een rol speelt.

De mensen vergeten altijd dat waar rijkdom is, armoede moet zijn en waar armoede is, rijkdom onvermijdelijk is. De mensen vergeten dat macht alleen gebaseerd kan zijn op de onmacht van anderen maar dat zij die zich onmachtig voelen, de macht van anderen versterken. Toch is dat eigenaardige spiegelbeeldwereldje bepalend voor de werkelijkheid waar­in u bestaat.

U zegt misschien: Ach, de wereld doet mij tekort. Maar als u heel goed kijkt, dan zult u zien dat u eisen stelt aan de wereld die niet reëel zijn, dat u dus eigenlijk met uw eisen de wereld ook tekort doet.

U zult soms uitroepen: Men begrijpt mij niet. U heeft volkomen ge­lijk maar hoe komt dat? Omdat u niet in staat bent de anderen te begrij­pen. Dat zijn de tegenstellingen waarin men leeft en waaruit de hele el­lende van alle tijden voortkomt. Wat mij betreft, is het begonnen met de beruchte appel van Adam en Eva. Op het moment dat Adam zich liet verleiden om van de appel te eten, was er een zondeval. Maar had hij nu trek gehad in een appel, dan was er geen zondeval geweest. Dat klinkt krankzinnig, dat weet ik wel. Ongetwij­feld breng ik nu vele theologen met zo’n uitspraak tot wanhoop, als ze althans geneigd zijn om aan uitingen, anders dan de hunne, enig belang toe te kennen. Ik meen, dat de theologie een van de wetenschappen is die door haar eigen filosofische eenzijdigheid pleegt uit te blinken.

Stel u dat nu eens voor: Op het ogenblik dat er een aarzeling is, een verwerpen en een schuldgevoel, is er gelijktijdig het verbreken van het contact met de werkelijkheid. Adam en Eva aten van de appel en zij verborgen zich voor God. Vandaar dat de eerste mode werd uitgevonden. Het was een minimode maar overigens ecologisch verantwoord en zeer na­tuurlijk van structuur.

Wij verbergen ons ook vaak voor God. Dat klinkt misschien gek maar het is waar. Als we gewoon de moed hebben te erkennen: God is er, dus vraag het hem maar. Neen heb je, ja kun je krijgen. Dan is er niets aan de hand. Maar als we ofwel eisen gaan stellen aan God, dan wel bang zijn om God iets te vragen, dan komt er nooit iets van terecht. Wij vluchten dan weg voor een werkelijkheid waarmee we misschien ‘n tijd in contact hebben gestaan maar die we niet kunnen verwerken, niet kunnen verdra­gen.

Dan is er ook nog iets anders wat mij altijd opvalt. Mensen die bepaalde geestelijke ontwikkelingen doormaken, krijgen alle­maal een periode dat ze eigenlijk rust nodig hebben. Er zijn mensen die het heel natuurlijk vinden dat, als je de marathon hebt gelopen, je niet zegt: Jongens, blij dat ik het gedaan heb. Laten we nu eens gezellig gaan dansen of gaan wandelen. Maar diezelfde mensen verlangen van zich­zelf, ook van de kosmos en van de wereld, dat als er een bepaald ont­wikkelingsproces heeft plaatsgevonden, dat continu blijft doorgaan zonder enige pauze. Het is precies hetzelfde als je tegen een mens zegt: Je houdt toch van lekker eten, eet dan maar even door, 24 uur lang. Waarop de persoon in kwestie, als hij verstandig is, zegt: Jij kunt bar­sten, anders barst ik. Geestelijk willen wij dat. Toch komt er altijd een rustperiode, of we dat erkennen of niet.’

Er komt een ogenblik dat je niet meer in staat bent om nog begrip­pen op te nemen. Er komt een ogenblik dat je eerst in jezelf alles moet uitzoeken; dat je in jezelf alle bagage eerst zo moet gaan verdelen dat ze weer in balans is. En dan beklagen die mensen zich en zeggen: Ik heb er altijd zoveel aan gehad en nu heb ik er niets aan. Of: ik heb altijd contact gehad met de geest en ineens voel ik mij afgesloten. Dat is wel waar maar het is doodgewoon omdat u uw innerlijk niet meer in evenwicht kunt brengen. U heeft teveel geabsorbeerd. U moet het verwer­ken. U moet het op de juiste plaats indelen en dan kunt u pas verder gaan.

Och, er zijn heel wat simpele zielen die een wijsheid bezitten waar ik mijn pet voor afneem. Die mensen houden zich niet bezig met vragen ‘waarom?’. Ze zijn eigenlijk heel weinig nieuwsgierig, maar gelijktijdig ob­serveren ze processen. Ze worden deel van een proces. Dat deel‑zijn zelf maakt het mogelijk om alle kanten van de zaak te overzien.

Neem nu een eenvoudige landbouwer. Deze kijkt naar de lucht en hij weet hoe de vochtigheid zal, worden. Hij kijkt naar de aarde en hij voelt a.h.w. of de aarde vruchtbaar is of niet. Hij zaait en hij hoopt dat het zaaisel zal opkomen en als het tijd wordt om te maaien, dan kijkt hij naar de hemel of het wel kan. Dat is iemand die deel is geworden van het pro­ces. Hij is a.h.w. de symbiont geworden van de aarde op dat ogenblik.

Als je die gevoelens van deel‑zijn, van behoren in het proces kunt overdragen naar menselijke relaties, dan zeggen ze: Hij is wel een simpel mens maar hij heeft een diepe wijsheid.

Het is gewoon het een‑zijn. En of we nu leven in de hoogste of in de laagste sfeer of dat we nog op aarde zijn, we worden toch met hetzelf­de proces geconfronteerd. Wij kunnen deel‑zijn van het proces en dan gaan we begrijpen wat er gebeurt, want door het deel‑zijn zien we als het ware in onszelf de mogelijkheden van het gebeuren. Wij begrijpen de evenwichten erin. Of we kunnen zeggen: Wij staan er boven. Wij willen van de buitenkant beschouwen en ontleden. Maar dan zullen we nooit de volledige zin vinden.

Ik kan u een heel eenvoudig voorbeeld geven: Er is een poging gedaan om landbouwmethoden te verbeteren in Kame­roen. De negers daar zeiden: Je moet niet te diep ploegen. Als je de aarde te diep omploegt, dan verwond je haar. Daar hebben de mensen die toen de moderne schaarploegen wilden invoeren, om gelachen. Zij hebben gezegd: Neen, juist als je de aarde diep openlegt, wordt ze vruchtbaar en krijg je betere oogsten. Achteraf is gebleken dat die een­voudige lieden gelijk hadden. Wat gebeurde er namelijk?

Als je de vruchtbare bovenlaag helemaal openscheurt,. dan komt de onvruchtbare grond die eronder ligt ertussen en dan wordt ze steeds on­vruchtbaarder. Er zijn steeds meer kunstmiddelen nodig om een gelijke vruchtbaarheid te behouden. Dat betekent weer dat de gewassen minder natuurlijk zijn. De negers hadden dus gelijk, dat is nu ontdekt. In die tijd hebben ze erom gelachen.

Wijsheid is: weten wat je doet, niet waarom je het doet. Dat hoeft helemaal niet. Maar weten wat je doet als deel van een geheel. U leeft. U bent op het ogenblik onder mee. deel van een stadsge­meenschap. In die stadsgemeenschap spelen zich allerlei processen af. Denkt u nu werkelijk of het verschil uitmaakt of u weet waarom ze het vuilnis ophalen op deze dag en niet op die dag? Dat gaat buiten u om. Belangrijk is dat u weet wanneer men het vuil ophaalt en wanneer dat niet gebeurt. En heel belangrijk is ook dat u in overeenstemming met dat gehele apparaat zelf mee functioneert. En dan gaat u op een gege­ven ogenblik zien wat in de stad mogelijk is en wat niet. Toch weet u helemaal niet wat er administratief en aan planning achter zit. Ik denk dat dat voor de meesten van u iets is waar u nog eens over na moet denken.

In een verkeerspatroon voegt u zich meestal heel aardig in. U weet zelfs niet eens dat u precies de snelheid van andere voertuigen inschat. U beseft waarschijnlijk ook niet dat u automatisch reageert op het wegdek, op de omgeving, op het licht of de verlichting. Maar als u dat doet, dan bent u in staat om in dat hele verkeer zonder grote risi­co’s, zonder grote gevaren mee te functioneren. Op het ogenblik dat u uw eisen stelt zonder u af te vragen hoe het geheel kan functioneren, dus mee te lopen in het ritme, maakt u ongelukken. Dat kan ieder nog wel een beetje begrijpen.

Dat is ook zo ten aanzien van de mentale processen. Er wordt niets van u verwacht dat u precies weet of er in Den Haag een ashram is of een moskee. De stad heeft als geheel een geestelijk klimaat. Dat klimaat voelt u aan. Als u nu probeert te doen alsof het er niet is, dan roept u allerlei conflicten op. Als u echter gewoon aanvoelt wat het klimaat is, dan zal blijken dat u goed kunt functioneren, ongeacht het behoren tot verschillende groepen en religies bij de anderen. U behoeft er niet in op te gaan maar u moet met die anderen samen functioneren.

Als je kijkt door de spiegel, dan zie je daar een beeld van een wereld, waarin alles een beetje omgekeerd gaat, waarin de meest krankzinnige dingen kunnen gebeuren. Die wereld bestaat. Het is de wereld die tot stand komt op het ogenblik dat wij vasthouden aan wat wij voor de spiegel menen te zijn. Maar als we begrijpen dat het spiegelbeeld de aanvulling is van onszelf en de versmelting toelaat, dan versmelten ook de werelden van tegenstelling met elkaar en er komt een mate van harmonie, een mate van eenheid.

Er zijn nog een paar dingen die ik onder uw aandacht wil brengen: Alles wat ik beschouw als een tegenstelling tot mijzelf, is in wezen een aanvulling van hetgeen ik omtrent mijzelf kan begrijpen. Al datgene wat ik verwerp, is mee een kracht in en voor mijzelf op het ogenblik dat ik aanvaard dat het bestaat. Ik kan nooit zelf bepalen welke richting ik zal uitgaan. Ik ben altijd afhankelijk van al degenen om mij heen en de mogelijkheid die daardoor wordt geschapen. Als ik die mogelijkheid aanvaard, kom ik verder. Doe ik dat niet, dan zal ik mijn doel nooit bereiken.

Er is een band tussen de mens en de geest. Deze band zal altijd bestaan maar ze wordt zelden beseft. Want de mens, die zijn eigen wereld ziet als een tegenstelling tot de geestelijke wereld, maakt hierdoor het zichzelf onmogelijk de geestelijke wereld te aanvaarden als een aanvulling van zijn eigen bestaan. Het omgekeerde geldt voor de geest ook bij ons. Maar dat zult u later wel zien.

Wie zoekt naar zijn eigen innerlijk, moet het zoeken in de wereld. Want wat u bent, ziet u in de wereld. Maar als u de wereld afsluit van uw ik en u beschouwt alleen wat u veronderstelt dat u zelf bent, ziet u een waanbeeld en nooit de werkelijkheid. Als u wilt werken in de wereld, kunt u dat nooit doen zonder te werken in en aan uzelf. Slechts de mens die zichzelf verandert, kan een verandering in de wereld tot stand brengen. Vraag u nooit af waarom een ander iets doet. De reden zult u nooit helemaal kunnen begrijpen. Vraag u echter af waarom het u op deze wijze beroert. Daardoor zult u niet alleen beter beseffen wat u bent, maar u zult ook beter weten hoe u moet reageren op al het andere.

Wie zoekt naar een magische eenheid moet onthouden dat ‘zo boven zo beneden, zo beneden zo boven’ een heel aardige spreuk is maar dat ze alleen waar is als het hoogste in ons en het laagste in ons samenvloeien tot een eenheid. En dan kunnen wij in de hoge wereld zowel als in de lage wereld die krachten wijzigen die nodig zijn om eenzelfde intense beleving van de werkelijkheid op ons eigen niveau mogelijk te maken.

Probeer nooit een ander te beheersen. Wie een ander probeert te beheersen, verliest de beheersing over zichzelf. Maar probeer ook nooit uzelf te beheersen. Probeer slechts datgene wat u bent, terug te vinden in de wereld en laat al uw denken en handelen daardoor worden bepaald.

Dan nog een paar leuke clichés die u niet zo serieus behoeft te nemen als de voorgaande spreuken:

Wat u wijt aan de eerste minister, bent u zelf.

Wat u aan deugden vindt in een politicus, berust op uw eigen fouten.

Waar u de onfeilbaarheid vindt in de Paus, geeft u uw eigen onvolkomenheid en stommiteit aan uzelf uitermate toe.

Wie anderen heilig verklaart, probeert zichzelf in de riool te lozen.

Als u die ook nog heeft opgetekend, ziet u misschien hoe hierin een eigenaardig spelletje van evenwicht zit. Het is inderdaad de werkelijkheid achter de spiegel. Want achter de spiegel ligt de aanvulling van alles wat we nodig hebben om te leven in een werkelijkheid in plaats van in een eenzijdige waanwereld. Ik geloof dat voor iedereen, in de geest en in de stof, het goed is om een contact met de werkelijkheid te aanvaarden en eindelijk eens alle eenzijdige illusies over boord te zetten.

Als u overgaat, komt u misschien in de hemel, misschien in de hel, want die maakt u zelf. Maar als hemel en hel voor u versmelten, dan leeft u in een werkelijkheid waarin zeker licht en duister bestaan, maar waarin de vreugde van het geheel wordt bepaald door de vrede die u vindt in uzelf.

Zondeval

Is het nu zo dat de zonde voor de val komt of komt de val voor de zonde? Wij maken er een mooi verhaal van. Maar wat is een zonde anders dan een vergrijp tegenover onszelf?

De oneindigheid, God, de Almacht is zo groot dat wij geen vergrijp tegen deze kracht kunnen plegen. Als wij dus vallen, dan vallen we niet omdat een hoge kracht dat wil maar omdat wij het onszelf onmogelijk maken verder te gaan zoals we deden. De zondeval is een ontkenning van God maar ook een ontkenning van onszelf en gelijktijdig een overschatting van onze eigen betekenis. Wij zijn niet veel, misschien. Maar voor onszelf zijn we belangrijk omdat wij het enige zijn dat we hebben.

Laten wij dit belangrijke ik dan in overeenstemming brengen met de totaliteit. Laten wij aanvaarden dat wij niet in staat zijn God te beledigen. Laten we aanvaarden dat er geen zonde bestaat dan in ons besef. Pas dan kunnen wij voorkomen dat we vallen. Dan verandert de zondeval in een ontmoeting met een nieuwe werkelijkheid waarin dezelfde God Zich toont in een ander aspect van zijn eigen grootheid.

Contrasten

Tegenstellingen zijn noodzakelijk. Als er geen contrast is, valt de kenbaarheid weg. Juist als alles door zijn scherpe verschillen duidelijk maakt wat en waar het is, zien wij een wereld waarin we kunnen leven. Wij moeten niet bang zijn voor een contrast. Integendeel, juist daardoor zullen wij zelf weten waar we zijn, waarheen we gaan en wat we kunnen doen.

Het is prettig om de hele wereld te kunnen zien als een zoete eenheid van het zoete licht dat,  honingdruipend, alles samenkleeft. Maar als dat er is, word je geen steek bewuster, word je geen steek wijzer. Dan ben je de gevangene van het onbegrepene. Zoals eens toen je pas ontwaakte en zei: Ik ben dit, maar er is nog iets anders.

Het zijn de contrasten, ook in eigen leven, waaruit je leert, waardoor je bewuster wordt. Wees dankbaar dat ze er zijn. Want alleen uit deze tegenstellingen kunnen we zoveel leren dat we alle aspecten van een geheel begrijpen zonder gelijktijdig daarin begriploos op te gaan.

Ik hoop, dat deze overweging voldoende is. Als u vindt dat er te weinig contrast in verwerkt is, moet u maar onthouden dat die contrasten meestal optreden door de werking van licht en duister. Het grootste contrast in de mens bestaat uit licht en duister. Maar deze beide zijn één want zonder licht en duister zou je geen mens zijn. Laat ze dan maar in elkaar overvloeien en je wordt langzaam maar zeker een mens die zich bewust is van zijn eigen wezen.