Het verschil tussen woorden en daden

uit de cursus ‘Wereldontwikkeling‘ (hoofdstuk 8) – mei 1983

Het verschil tussen woorden en daden

Als wij zien hoe het magisch denken bij de mensen op gang is gekomen, dan is het begrijpelijk dat het is voortgekomen uit zijn onbegrip van de verschijnselen om hem heen. Daarnaast heeft altijd een soort overleveringsgeloof een rol gespeeld, zij het dan dat dit vooral in het begin beperkt was tot zeer wijze, zeer oude, zeer dappere mannen etc. Als wij echter de praktijken gaan bekijken zoals ze zich hebben ontwikkeld, dan ontdekken we dat bijvoorbeeld de sjamanen al een oproepingscultus kenden waarmee ze onder meer overledenen opriepen om als raadgever van de stam te functioneren.

Wat verderop zien we dat ook natuurkrachten werden aangeroepen. Het sjamanisme ontwikkelde zich dan ook tot een soort natuurgodsdienst. Het bestaat in verschillende kleine vormen op het ogenblik nog.

Dan komen er de goden. Er ontstaan de eerste indelingen van een hemelrijk, van een machtsbereik der goden. En zo ontstaan dan de eerste godsdiensten. Maar al die godsdiensten zijn in wezen nog steeds magisch. Dat mogen we niet vergeten want in de magie speelt de natuur nog steeds een grote rol. Als we kijken naar de goden, dan blijkt dat goden en godinnen representanten zijn van de aarde, van de zon, van de maan, van de hemel en wat dies meer zij. Het oproepen en het aanroepen van die goden, gaat gepaard met allerlei gebruiken.

Er ontwikkelen zich schijnbare wetmatigheden op dat terrein. En als we zo ongeveer 2000 v. Chr. zijn, dan hebben we werkelijk te maken met een zeer uitvoerig magisch geloof dat in al zijn vormen werkt met symbolen en daarnaast met offers. Ik wil u eraan herinneren dat dit ook het geval is ten aanzien van het judaïsme. Zelfs Abraham brengt dergelijke offers. Ook in Jezus’ tijd worden nog steeds bloedoffers gebracht in de tempel.

In het christendom verandert dat een beetje, maar toch probeert het nog altijd iets van de oude magie terug te krijgen. Het verandert de betekenis en de waarde. De grote ellende is daarbij dat degenen die dat doen, heel vaak mensen zijn die het machtsdenken wel kennen maar van magie weinig of niets weten. Daardoor worden er in de christelijke leer vaak krachten en figuren naast elkaar gesteld die nooit naast elkaar zouden kunnen bestaan.

Als we kijken naar oudere overleveringen, zoals de voodoo, dan kent men daar een soort symbolenschrift, een manier om symbolen van goden naast elkaar te tekenen. Maar dan zul je nooit bijvoorbeeld het slangenteken zetten naast Baron Samedi, die niet alleen de god van de kerkhoven is maar ook van de vruchtbaarheid. Die twee bestrijden elkaar. Dus moet daartussen een zekere afstand zijn.

Is er daarentegen een neutrale godheid als Posein (?) die de god is van de kruiswegen,  viersprongen en daarmee van bepaalde vormen van hekserij, dan kunnen we ze weer wél er tussen zetten. Het pantheon wordt dus bepaald door functie. In de christelijke leer wordt het alleen be­paald door hiërarchische verhoudingen. Het is duidelijk dat daarmee het mirakel, het magisch gebeuren steeds meer op de achtergrond moet geraken. Het zal nog wel een keer voorkomen. En als het voorkomt, dan wordt er waarschijnlijk erg veel reclame mee gemaakt. De hele structuur is er echter niet op gericht om in de mensen het paranormale te wekken en om vanuit de mens de uiting van paranormale krachten mogelijk te maken. Daar zitten we dus met de moeilijkheid van deze dagen want geloof is meer en meer een kwestie ge­worden van woorden.

Geloof is geen beleving meer in de eerste plaats. Het is het re­sultaat van een eindeloze woordenzifterij. Het klinkt misschien erg wreed en veroordelend maar het is niet als zodanig bedoeld. Het wijst alleen op een ontwikkeling waarin men steeds meer praat en feitelijk steeds minder weet hoe iets te doen. Het doet mij een beetje denken aan de indeling van vele staten in de tegenwoordige tijd.

Er zijn heel veel theoretici, allen zeer deskundig, aan het werk om bijvoorbeeld de economie te verbeteren. Er wordt eindeloos over gepraat maar de resultaten van dat praten zie je maar heel zelden. Wij zitten dus in een tijd waarin woorden helaas vaak worden beschouwd als vervangers voor de werkelijkheid. Als dat in het dagelijks leven gebeurt, dan zullen de feiten de zaak nog wel corrigeren. Maar als we dat doen ten aanzien van paranor­male ontwikkelingen, van het gebruik van allerlei gaven en krachten, dan ziet de zaak er een beetje anders uit.

In de mens is het namelijk mogelijk om paranormale kwaliteiten te verdringen. Je kunt iemand door opvoeding, geloof, conditionering zo­ver brengen dat, al zou hij op aarde de meest begaafde zijn als ziener, als genezer e.d., hij er eenvoudig niet meer toe kan komen om die gaven volledig te gebruiken. Hij zal ze alleen gebruiken onder de regels van zijn geloof en zijn kerk en alleen als daartoe verklaringen kunnen wor­den gegeven die kerkelijk aanvaardbaar zijn.

Een van de bekendste voorbeelden van een dergelijke ontwikkeling is Pater Pio geweest. Een van de grootste paragnosten, mag ik wel zeg­gen, in Italië indertijd en gelijktijdig een priester, die steeds meer naar de achtergrond werd gedreven omdat hij nu eenmaal deed aan bepaal­de vormen van telepathie, telekinese en ook voorkennis demonstreerde. Dat was gewoon niet welkom.

Ik denk dat in deze dagen paranormale kennis eigenlijk nog steeds niet welkom is. Zeker, er zijn groepen die zeggen: wij ontwikkelen dat. Wij gaan samen proberen seance te houden. Wij gaan proberen mensen te genezen. Maar het is altijd nog wel een beetje elitair van inslag. Het is een be­grip van: wij kunnen dat nu maar een ander kan dat niet. Daarmee valt er iets weg van de achtergrond die in het geheel van de meer geeste­lijke ontwikkeling van de mens een grote rol kan spelen, het besef van eenheid, van innerlijke gelijkwaardigheid waarop vele contacten, ook van paranormale aard, kunnen worden gebaseerd. Bijvoorbeeld gedachtelezen. Als dit nog geschiedt op een primaire basis, dus alleen van persoon tot persoon, indien beiden ontvangst-bereid zijn en beiden de kracht bezitten om te zenden, dan is dat niet alleen maar een leuk fenomeen. Het is ook niet iets wat je zonder meer kunt ge­bruiken. Pas als alle mensen aanvaarden dat het verschijnsel ook bij hen en voor hen kan bestaan, als alle mensen proberen onder omstandigheden daarvan gebruik te maken, krijg je een reële ontwikkeling waardoor tele­pathische vermogens over de gehele wereld worden ontwikkeld.

Hetzelfde geldt voor paranormale genezing. Als u weet hoeveel tijd er al voorbij is gegaan sedert de eerste paranormale genezers zich in de moderne gemeenschap weer gingen manifesteren, dan is het toch wel heel wonderlijk dat ze nu nog slechts met aarzeling enigszins worden toe­gelaten. Ze passen eenvoudig niet in het kader van een bepaalde kennis, een bepaalde indeling, een bepaalde hiërarchie, een bepaalde procedure. Ze passen niet in het praatpatroon van de wereld. Hun feitelijke presta­ties kunnen niet door praten onderlijnd worden. En daar zit je met de moeilijkheid.

In een wereld waarin de tegenstelling tussen woord en feit zich elke dag, en praktisch voor iedereen merkbaar, steeds duidelijker mani­festeert, zal men gaan twijfelen aan de betekenis van het woord. Een aardig voorbeeld daarvan ziet u om u heen, als u merkt hoe weinig mensen erop vertrouwen dat politici zullen doen wat ze zeggen. En dat er steeds minder mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het ge­zag ook voor hen bestaat en dus niet alleen een remming is in hun eigen vrijheden.

Het gaat helemaal niet om de feiten. Het gaat doodgewoon om denk­beelden die ontwikkeld zijn, denkbeelden die naar buiten komen, woorden die worden gesproken en die, omdat ze in wezen niet eens duidelijk zijn, misverstand op misverstand wekken. Maar als je geen houvast meer hebt aan de wereld buiten je, als ze steeds onbetrouwbaarder, onbegrijpelijker wordt, dan moet je wel proberen om vanuit jezelf eens te zien wat er eigenlijk gaande is. En daar duikt dan, ongewild misschien, een gebruik van paranormale vermogens toch weer op.

Als we zien dat in deze tijd vele leken betere prognoses maken ten aanzien van economisch verloop, politieke ontwikkeling, structurele veranderingen in de maatschappij e.d. dan alle deskundigen bij elkaar, dan moet dat toch te denken geven. Die mensen beschikken niet over de theoretische kennis. Waar halen ze het dan vandaan? Ze zijn, bewust of onbewust, selectief van waarneming, d.w.z. dat ze woorden voor een groot gedeelte aan zich voorbij laten gaan maar wel indrukken opnemen. Indrukken kunnen dan ten dele een telepa­thische origine hebben. Ze kunnen ook gewoon voortkomen uit tijdseffec­ten die reeds in het heden kenbaar zijn ten aanzien van een toekomstige ontwikkeling. Deze manier van anders gaan reageren, heeft een groot voordeel.

Als u eenmaal begint met deze zogenaamde intuïtieve methoden te werken, dan zult u ook steeds meer gaan werken met paranormale middelen. U noemt ze niet zo maar u wijst ze niet meer af. Als er in u een denk­beeld opkomt, dan kunt u dat aanvaarden, zonder dat u het eerst heeft getoetst aan de logica, de leringen van alle deskundigen of kerkelijke autoriteiten. Dat betekent dat het klimaat voor de ontwikkeling van paranormale gaven steeds beter wordt.

Nu is er in de ontwikkeling van de wereld nog een ander aspect dat voor ons vanavond eveneens belangrijk is. Het blijkt namelijk dat de groot­ste openbaringen en de wonderbaarlijkste gebeurtenissen altijd plaatsvin­den wanneer een bepaalde cultuur of een bepaald gebied onder zeer zwa­re druk staat.

Wanneer de Boeddha optreedt, dan treedt hij niet op als tegenstel­ling tot het prinsdom, zoals tegenwoordig misschien door velen wordt ge­suggereerd, maar hij treedt op als een erkenning die het isolement van de hoogste kaste en van de laagste kaste ongedaan wil maken. Er is een scheiding gaande die levensgevaarlijk wordt, zoals ook later vele malen zal blijken. Daardoor is het een nest van intriges. De Boeddha zoekt naar de juiste weg, naar de juiste waarheden en wijsheden.

Jezus treedt op. Maar Jezus treedt, punt 1, op in een situatie waarin zijn land bezet is en, punt 2, waarin uitbuiting, ook door mensen van het eigen land, steeds erger geschiedt en waarin enorme haatsituaties zijn ontstaan zowel ten aanzien van de tempel als van de Romeinen. In deze ontwor­telde wereld, je kunt het haast niet anders noemen, is hij in staat te manifesteren wie hij is en kan hij ook gehoor vinden voor zijn lering en kennelijk op een zodanige wijze dat zijn leerlingen niet alleen met de mond de wijsheid van Jezus belijden, maar dat ze er in de praktijk ook iets mee kunnen doen. Van de apostelen is namelijk bekend dat allen, in meer of mindere mate en soms aarzelend, wonderen hebben gedaan. Ze heb­ben paranormale genezingen tot stand gebracht. Er zijn velen onder hen die visioenen hebben gehad.

Als we kijken naar de tijd waarin Luther zijn hervorming begint te­gen de kerk, dan is het alweer opvallend dat dit gebeurt in een situa­tie waarin vele machten in het rijk waartoe hij behoort, tegen elkaar opstaan. Er is sprake van uitbuiting van de burgers door zowel de adel als vooral door de grote abdijen. Er is sprake van omkoopbaarheid van alle autoriteiten. Er is veel ellende. Het is dan dat Luther in opstand komt. En let wel, in tegenstel­ling tot hetgeen u tegenwoordig hoort, zijn in die eerste Lutherse ge­meenten zeer veel mensen die ‘met tongen spreken’, die inspiratief spreken. Er worden dan inderdaad allerlei voorspellingen gedaan die zijn uitgekomen en welke niet behoren tot de nor­male gang van zaken binnen een christelijke gemeenschap of centrum. Ik noem nu maar een paar verschijnselen.

Wij bevinden ons in deze dagen in een situatie waarin eveneens een steeds grotere spanning zich manifesteert. In vele landen is dat een spanning tussen de heersende kaste (in casu bureaucratie) en het gewone volk. In vele gevallen zit daarbij nog een enorme vrees voor al datgene wat de regerende kaste wenselijk acht en waar het gewone volk eigenlijk niets in ziet. Er is een groei van misverstand tussen beide groeperin­gen. Het is niet aan mij om te beoordelen of ze soms allebei ongelijk hebben of dat een van beide gelijk zou hebben. Het gaat hier doodgewoon om het feit dat de spanning bestaat. Gelijktijdig brokkelt het beeld van de wereld, dat heel veel mensen hebben gehad, af.

Het is gemakkelijk te zeggen, ja, maar die jongelui van tegenwoor­dig zitten maar wat met hun rechten te emmeren. Ze zien niet in dat je daar iets tegenover moet stellen. Het is allemaal waar. Maar vergeet niet dat ze zo zijn opgevoed. Deze jongeren leven in een wereld die ze in de daden niet kunnen begrij­pen maar waar de feiten en de dialoog twee totaal verschillende dingen zijn. Het is toch duidelijk dat in een dergelijke maatschappij vol spanningen, waar bovendien binnenkort nog wel enige kritieke zaken zullen bij komen, om niet te spreken van acties die overal gevoerd worden, de zaak misloopt. U kent dat wel: actie, mannen! harde actie! En die even hard van de andere zijde bejegend zullen worden.

In een dergelijke tijd is extra spanning aanwezig en dat tikje wan­hoop misschien ook dat kennelijk erg gunstig is voor het ontwikkelen van paranormale vermogens. Waarom zouden anders, juist in zo een periode, zoveel mensen wonderen hebben gedaan? Vergeet niet, Jezus was niet de enige wonderdoener. In zijn tijd wa­ren er heel veel mensen die zich messias noemden. Er waren ook heel veel wonderdoeners die predikend door het land trokken. Het blijkt zelfs uit opmerkingen van enkele apostelen. Ook na Jezus’ dood zijn er veel rond­trekkende tovenaars en goochelaars geweest. Ook zij pretenderen wonderen te doen. Ook zij brengen allen een zekere filosofie. Denk maar aan Simon Magus (de tovenaar).

Nu kunt u wel zeggen: tegenwoordig wordt toch geleerd dat dat alle­maal dwaalleren waren, dat was allemaal verkeerd. Maar in die tijd was het een manifestatie van een kracht die niet op normaal vlak invloed uitoefende. Daarom vermoed ik dat wij ook in deze tijd in toenemende mate te maken zullen krijgen met juist die paranormale gebeurtenissen, met die paranormale feiten, met die geïnspireerde mensen, met die eigen­aardige figuren, die uit het niets schijnen op te duiken en opzienbarende daden stellen om plotseling weer in een onkenbaar niets terug te vallen. Het is heel iets anders dan de een of andere beatzanger die komt en gaat. Dan kunt u zeggen: dat is de smaak van het volk.

Bij dergelijke wonderdoeners, werkelijke profeten, blijkt heel vaak dat ze juist verdwijnen wanneer de wereld het meest behoefte aan hen blijkt te hebben. Dat is ook begrijpelijk. Zij moeten namelijk niet een vervanging bieden voor hetgeen bestaat. Zij moeten alleen openbreken wat de mensen tot op dat ogenblik gevangen houdt. En dan komen we als vanzelf aan een wereld waarin het paranormale meer en meer toegang krijgt tot de mens en het paranormale vooral meer en meer ook deel gaat worden van de normale denk‑, gedrags‑ en belevingscodes van de mensen.

Als het die kant uitgaat, dan vermoed ik dat bijvoorbeeld telepathische en empatische vermogens enorm gaan toenemen. Maar ik voorzie ook dat er mensen zullen zijn die zich zullen opwerpen als profeten en die, voor­al als het zaken op betrekkelijk korte termijn betreft, altijd gelijk blijken te hebben. Er zullen mensen komen die zieken genezen die ongeneeslijk verklaard zijn. Er zullen mensen komen die met een aanraking meer kunnen doen dan een goed geschoold eerste klas technicus, zelfs als het om machines gaat. Het is alsof er dingen aan het veranderen zijn.

In een wereldontwikkeling waarin elke keer weer een stoffelijke hape­ring in de vooruitgang gepaard is gegaan met een sterke geestelijk opgang en een toename van de geestelijke mogelijkheden van de mens, moet je wel aannemen dat ook dit patroon zich zal blijven herhalen. Op grond daarvan kunnen we zelfs de ontwikkelingen een beetje vooruitzien.

Wij moeten er rekening mee houden dat de komende 100 à 150 jaar zeker een zogenaamde onredelijkheid van zuiver stoffelijk standpunt toeneemt. Gelijktij­dig zullen we zien dat de daden helemaal niet zo onredelijk zijn. Integen­deel, ze blijken direct in te spelen op bestaande mogelijkheden, gebruik te maken misschien ook van lang nog niet besefte, latente mogelijkheden die in de maatschappij, in de mensen, gelegen zijn. Wij moeten aannemen dat in diezelfde periode het aantal paranormale genezers, wichelaars, voorspellers en dergelijke niet alleen sterk toe­neemt maar dat het bijzonder zijn van dergelijke mensen afneemt.

Het aantal mediums zal ongetwijfeld toenemen in zoverre het toeneemt op inspiratieve schaal. Daar waar we te maken hebben met diep‑trance, zal blijken dat de vooruitgang maar zeer beperkt kan zijn omdat nu eenmaal diep‑trancemediumschap niet slechts een ontwikkeling van gave is maar daarnaast een specifieke instelling van de mens en een specifieke zelf­discipline pleegt te eisen. Dan moet, gezien over die 150 jaar, de gehele praxis veranderd zijn.

Wij krijgen misschien te maken met een vermenging van wetenschap. Ik kan mij best voorstellen dat men in de chemie alchemistische procedu­res gaat toepassen. Ik kan mij voorstellen dat in de geneeskunde men weer van bepaalde bezweringen gaat gebruik maken, zo gek als het moge klinken. Ik denk dat, langzaam maar zeker, een versmelting gaat plaatsvinden tus­sen datgene wat zich de wetenschap noemt en datgene wat zich nu geloof of paranormaal werken noemt. Dat is ook begrijpelijk.

Als wij verder willen gaan in de richting van gemeenschap, van eenheid, van broederschap, wat ‘Aquarius’ toch wel nastreeft, dan is het onvermijdelijk dat juist deze tegenstellingen, deze dogmatisch aangebrachte scheiding tus­sen menselijke vermogens en menselijke mogelijkheden wegvalt. Ik ben ervan overtuigd dat dat zal gebeuren.

Dan zie ik nog meer in het vooruitzicht. Wat? Als men de mensen op hun feitelijke daden gaat beoordelen, dan voorzie ik heel wat moei­lijkheden voor bijvoorbeeld orthodoxe priesters maar ook voor vele politici. Want dan is hun spel van het haalbare, waarbij ze in feite worden gedo­mineerd door een bureaucratie die ze naar buiten toe zijn gaan vertegen­woordigen, niet meer doenlijk. Ze kunnen daarmee geen stemmen meer win­nen als ze geen geloof en geen vertrouwen meer winnen. Dan zullen de resultaten het belangrijkst worden. En dan is ook het verschuivings­spelletje, dat zo vaak word gespeeld, niet meer interessant.

Het is op het ogenblik zo, nu ja, als jullie een beetje meer ka­tholiek gaan denken binnen de kerk, dan komt de Paus een keer een dagje bij jullie op bezoek. Of als jullie nu maar op onze partij stemmen, dan zullen we eerst doen wat, gezien het apparaat dat werkelijk regeert, nood­zakelijk is maar tegen de tijd van de verkiezingen zullen we enkele van onze beloften heel mooi en kenbaar etaleren en desnoods ook voor een deel waarmaken.

Maar als dat niet meer telt, als de woorden zover gescheiden ra­ken van de praktijk dat niemand meer geneigd is om een relatie te leggen tussen woord en praktijk ‑ en die kant gaat het uit ‑ dan blijft alleen nog maar iets over van wat in de mens leeft en wat van de mens uitgaat.

Als wij ons op dit ogenblik bezighouden met allerlei vooraanstaan­de persoonlijkheden over de gehele wereld, dan blijkt dat de invloeden die ze op anderen uitoefenen, niet in de eerste plaats worden bepaald door hun woorden maar door een zeker charisma, een soort uitstraling die ze hebben. Deze heeft helaas weinig te maken met de woorden die zij spreken. Maar het feit dat men steeds meer door de uitstraling van een mens wordt aangetrokken en steeds minder door zijn beloften, wijst erop dat ook hier een grote verschuiving eigenlijk al bestaat.

Dan komen we als vanzelf ook nog terecht bij een aantal sekten. Kleine kerkjes, groepjes, ook groepen als de Orde. We zullen zien dat de meeste daarvan zich eveneens nogal dogmatisch opstellen. Ik geloof dat juist een niet‑dogmatische benadering in deze tijd de beste is. De Orde streeft daar dan ook naar.

Je mag de gedachten van de mens wel degelijk scholen. Je mag hem ook denkbeelden brengen maar je moet hem niet zeggen welke conse­quenties hij eraan dient te verbinden. Dat moet hij zelf uitvinden.

De kleine groepen die nu in sterk dogmatische bindingen samen­komen, danken hun gebondenheid eigenlijk aan de vlucht van hun leden. Die vluchten uit een onbetrouwbare wereld en onderwerpen zich dan kritiekloos aan de discipline binnen de groep. De discipline is voor hen als het ware een alibi. Als iets verkeerd gaat, heb ik het niet gedaan. Daarnaast is er natuurlijk ook nog weer het idee van uitverkoren, beter zijn dan een ander. In de praktijk breng je dat tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk voor elkaar maar binnen een sekte kun je al heel gauw komen tot een gevoel van uitverkorenheid waardoor je eigen­lijk ver staat boven al die arme andere heidenen die zo ijverig bezig zijn om voor jou de kosten te betalen en zelf naar de hel te lopen.

Deze groepen zijn op het ogenblik nog belangrijk omdat ze een op­vangbekken vormen voor degenen die de grote woorden van de grote groe­peringen niet meer geloven maar die gelijktijdig nog niet bereid en in staat zijn om zelf een oordeel te vormen en gebruik te maken van hun eigen kwaliteiten. Binnen die kleine groepen echter is er een aantal dat bezig is met de scholing van de mens. En ofschoon wij ze zeker niet allemaal een ‘uitstekend’ kunnen geven en sommige zelfs een aantekening verdienen als ‘slecht’ tot ‘zeer slecht’, vooral als je ziet wat voor belang sommi­ge groepen hechten aan leringen als die van Alister Crowley, dan moe­ten we toch zeggen: hier worden de mensen ‑ zij het binnen een zeer eng keurslijf ‑ gebracht tot het ontwikkelen van paranormale kwaliteiten, het gebruik van geestelijke vermogens.

Aangezien deze groepen niet in staat zijn om op de duur iets waar te maken van hetgeen zij dogmatisch prediken, zullen in al die groepen steeds meer weglopers zijn. Mensen die zeggen: ik vond het alle­maal heel erg mooi, ik heb er ook veel geleerd, maar voor mij hoeft het niet meer. Die zullen wij trouwens bij de Orde ook tegenkomen. Dat is helemaal niet erg. Het zijn mensen die echter met hetgeen ze geleerd hebben, zelf gaan werken. Daarom meen ik dat de zeer grote hoeveelheid kleine religieuze en pseudo‑religieuze groepen in deze tijd eigenlijk ook nog veelbelovend is.

Zoals eens uit allerlei kleine en vaak extreme orden toch de grote magiërs en de grote esoterici zijn voortgekomen, zo geloof ik dat uit al die kleine groepen in deze tijd de geestelijk actieven, de geestelijk bewusten zullen voortkomen die in staat zijn om, zonder zich te binden aan allerlei dogmatische grenzen, gebruik te maken van hun innerlijke en menselijke kwaliteiten. Zo kunnen ze feiten tot stand brengen die niets meer te maken hebben met de woorden, die als een lege storm over deze aarde heen waait. Kijk, dat is het beeld dat ik u kan geven van een ontwikkeling in deze tijd.

Nu zult u zich afvragen: heeft het voor mij persoonlijk nut? Ik wil graag daar nog een paar regels aan toevoegen voordat ik afsluit. De eerste regel is deze: Niets kan in u opkomen, zonder dat daarvoor een werkelijke reden in u aanwezig is. Neem daarom alle invallende ge­dachten, opkomende beelden in zoverre ernstig dat u zich afvraagt wat ze zeggen omtrent uzelf en omtrent uw mogelijkheden ten aanzien van de wereld.

De tweede regel: U zult in dromen of droomgelijke belevenissen, daarnaast soms in vreemde voorvallen die u zintuiglijk meent mee te maken, worden geconfronteerd met een wereld die niet helemaal stoffelijk is. Deze confrontaties op zichzelf blijven vaak onduidelijk en onverklaarbaar, dat zal u bekend zijn. Wij hebben daar al eens eerder over gesproken. Ze betekenen dat u bezig bent om waarnemingsvermogens te ontwikkelen. Wijs dergelijke ervaringen nooit af maar zoek ze ook niet in het bijzonder. Door geleidelijk dit alles te ondergaan en voor uzelf waar te nemen, zult u ontdekken dat u bepaalde selectieve vermogens bezit waardoor u uitin­gen naar voren kunt brengen van elders (in u weerspiegeld dan) die door uzelf mee bepaald zijn. Eerst als u gaat aanvoelen dat dit mogelijk is, kunt u door afstemming proberen dergelijke paranormale fenomenen in een bepaalde richting te leiden.

De derde regel: U bezit allen een mate van levenskracht. Hoe u zich die voorstelt, is niet erg belangrijk. Deze levenskracht staat zozeer in verbinding met elke wereld, elk bestaan waarvan u deel uitmaakt, dat u daaraan die kracht altijd weer kunt ontlenen indien u maar bereid bent u daarop geheel in te stellen.

Ik ben ervan overtuigd dat het aantal mensen dat aan paranormale genezing doet op het ogenblik, zich sterk uitbreidt. Wilt u paranormaal genezen, zoek dan niet het spectaculaire maar probeer gewoon uw kracht te gebruiken. Zend haar desnoods aan anderen toe zonder dat dezen dit weten. Let op de resultaten. U zult op deze manier leren dat u met geeste­lijke krachten en gaven, met inspiraties en wat dies meer zij, zeer veel tot stand kunt brengen en dat u gelijktijdig uzelf verder ontwikkelt.

Het zijn de kwaliteiten van deze tijd, het is de gehele tendens van ontwikkelingen die wijst op een verbetering van uw mogelijkheden in alle door mij genoemde opzichten. Weest er niet bang voor. Maak er bescheiden gebruik van. Als u iets nog niet begrijpt of niet weet, houdt u neutraal, wees beschouwelijk. Het zal zich dan herhalen in vele verschillende vor­men totdat u een samenhang ontdekt. Eerst als u innerlijk een gevoel van samenhang, van verbondenheid bezit, kunt u namelijk met het paranormale beheerst werken en kunt u ook vanuit menselijk redelijk standpunt een doel gaan bepalen voor uw paranormale krachten. Met deze laatste toevoeging zou ik deze les willen afsluiten.

Een opmerking over de nota betreffende omroepen. Dit is een vraag die in dit verband maar zeer beperkt past. Om het heel eenvoudig te stellen: Wij hebben op het ogenblik te maken met een tamelijk orthodoxe en behoudzuchtige tendens in een groot gedeelte van het bestuursapparaat. Het is duidelijk dat alle vrije omroe­pen, maar ook andere te vrije bewegingen, hier eigenlijk onwelkom zijn. Als men nu eenmaal een wet heeft en die kan hanteren om dergelijke van­uit eigen standpunt niet bepaald aanvaardbare situaties te onderdrukken, althans het effect ervan te verminderen, dan zal men dat ongetwijfeld doen. Dit is dus een van de vele verschijnselen van deze tijd.

Daar staat tegenover dat juist door een dergelijk voornemen of zelfs het uitlekken van de mogelijkheid van een dergelijk voornemen (wat dichter bij de waarheid ligt dan in het door u geciteerde geval) dermate grote verdeeldheden kunnen ontstaan dat de spanningen op zichzelf hel­pen om een vernieuwingsproces tot stand te brengen dat zonder dit niet mogelijk zou zijn.

Als ik er nog iets aan mag toevoegen. Zeer veel staatslieden doen dingen waar je het als geest soms en als mens heel vaak niet mee eens kunt zijn. Verwijt hen dat niet. Het betekent niet dat ze slechts eigenzinnig of stom zijn. Het betekent alleen dat zij, vanuit hun eigen wereld­visie, niet in staat zijn een wereld te aanvaarden en te tolereren waarin een toenemende vrijheid en een vermindering van binding kan voeren tot een grotere persoonlijke verantwoordelijkheid, maar daardoor ook tot een veel grotere afhankelijkheid ten aanzien van allerlei instanties, apparaten, religies en wat dies meer zij.

De draaimolen der historie

Als wij ons bezighouden met de ontwikkeling van de geschiedenis en daarbij alle generaals en vorsten van wie wij standbeelden zien, even terzijde zetten, dan komen wij tot de conclusie dat situaties zich regel­matig herhalen, dat zekere toestanden cyclisch optreden. Wat dat betreft, doet de geschiedenis inderdaad een beetje denken aan een draaimolen. Het lijkt of er een grote verscheidenheid is maar als je blijft kijken, zie je: zo-even is datzelfde schuitje ook al voorbij gedraaid.

Een dergelijke cyclus heb je bijvoorbeeld in de reeksen oorlogen. Dan zeggen wij: die oorlogen zijn op zichzelf niet belangrijk maar wel het effect dat ze hebben gehad. Typerend is bijvoorbeeld dat Alexander de Grote doordringt tot in India. Hierdoor brengt hij een totaal nieuwe reeks culturele gegevens terug. Ook als hij het zelf niet overleeft. Vanaf dat ogenblik is er een geheel nieuwe situatie ontstaan in de gehele Griekse en later Ro­meinse beschaving. Maar wat zien wij? Enige tijd later gaan kooplieden uit. Denk aan Marco Polo van Venetië. In die tijd een staat die enigszins vergelijkbaar is met het Athene van voorheen. Ook Marco Polo dringt door tot in het Verre Oosten en bereikt tenslotte het rijk van Kublai Khan. In dit geval wordt even­eens een aantal totaal nieuwe gegevens naar Europa gebracht. De situa­tie is schijnbaar misschien niet vergelijkbaar maar het resultaat wel.

Als wij dan proberen om weer enige tijd verder te denken, dan komen wij terecht aan het hof van Isabella van Castillië waar een Italiaan (Amerigo Vespucci) tot kapitein van een ontdekkingsreis wordt benoemd. Deze reis is eerder een verkenning, een soort zakenavontuur toch ook wel, maar het resultaat is de ontdekking van Amerika en daarmee ook de enorme plunderingen in Midden‑Amerika.

Als wij op deze manier de historie volgen, dan blijkt dus dat be­paalde situaties zich herhalen. En zo goed als bij de eerste gevallen uit het Verre Oosten nieuwe tendensen en invloeden zijn ontstaan die geheel Europa hebben beïnvloed, zo is zeer zeker de ontdekking van Amerika aanleiding geweest tot een groot aantal veranderingen die eigenlijk het geheel van West‑Europa hebben getroffen.

Misschien moeten we dan gaan redeneren dat er ook ontdekkers zijn geweest die zich hebben beziggehouden met Afrika vanaf 1700. Ook dezen hebben een groot aantal gegevens meegebracht en ook de markt geholpen aan nieuwe producten. Op deze manier kun je voortgaan en zeg­gen: deze invloed herhaalt zich in heel verschillende vormen.

Kijken wij naar de revolutionaire tendensen, dan zien wij altijd weer eenzelfde tegenstelling. Die tegenstelling is altijd tussen de barbaren en de beschaafden. Het lijkt misschien wat vreemd als wij dat zo stel­len. Maar als wij kijken naar bijvoorbeeld de Franse Revolutie, dan zien wij daar de barbaren tegen de beschaafden strijden. Als wij de 80‑jarige oorlog bekijken zoals die wordt gevoerd in het Duits­land van die tijd, dan ontdekken wij wederom een soortgelijke splitsing. Het schijnt dat strijd altijd gestreden moet worden tussen de niet‑weters of niet‑hebbers en de wel‑weters of wel‑hebbers.

Als wij de laatste wereldoorlogen erbij betrekken, dan bent u geneigd te zeggen: maar er was een Wereldoorlog I en er was een Wereldoorlog II. Dit is niet juist. Deze beide oorlogen vloeien namelijk samen omdat het verloop van Wereldoorlog I, en zelfs de oorzaak ervan, eigenlijk een fa­milietwist in het geslacht Hannover (als we helemaal eerlijk willen zijn) aanleiding is geweest tot de omwentelingen in Duitsland. Niet alleen tot de afstand van de keizer maar ook tot het ontstaan van de bruine keizer (Adolf heette de man). Als wij dan verder zien hoe in beide gevallen Amerika betrokken is geweest als beslissende factor in deze oorlogen, dan mogen wij aannemen dat hieruit de huidige situatie zonder meer voortkomt. De beide wereld­oorlogen zijn praktisch eveneens een 80‑jarige oorlog. Wij hebben er dus nog enkele jaren van te goed.

Dat lijkt weer overdreven maar realiseert u zich wel dat na Wereld­oorlog II, waarin overigens dezelfde fouten zijn gemaakt als bij de vrede na Wereldoorlog I, de grote tegenstelling tot stand is gekomen tussen de twee grote invloeden (USA en USRR) en dat de verhouding tussen deze beide staten eigenlijk is gebaseerd op een verwantschap van denken? Dit laatste lijkt iedereen onmogelijk. Zou je het tegen de heer Reagan zeggen, dan zou hij een beroerte krijgen en de heer Andropov zou waarschijn­lijk de geheime politie erbij halen.

Beiden denken namelijk imperialistisch, d.w.z. in termen van invloed ­en gebiedsuitbreiding. Beide staten denken ook monopolistisch, uitgaande van de ene macht en niet van een tweeledigheid van machten. Doordat beide groepen, bij de vredesluiting en daarna, onvoldoende rekening hebben ge­houden met elkaars neiging op dit gebied, is de grote Oost‑West-spanning, die u op het ogenblik beleeft, in feite tot stand gekomen. Zelfs de bewapeningswedloop resulteert uit de misvattingen die onder andere op de bijeenkomst in Jalta, maar ook op enkele andere, eigenlijk de hoofdrol hebben gespeeld. Ik geloof dat je op dezelfde manier kunt kijken naar de controversen die nu aan het ontstaan zijn tussen de zogenaamde Derde Wereldlanden en het hoog‑technische en beschaafde Westen. Ook hier lijkt het of wij te maken hebben met een miskenning van de goe­de bedoelingen van het Westen. Maar wij hebben soortgelijke situaties al eens eerder beleefd.

Wij hebben bijvoorbeeld het conflict gehad van de Kruisvaarders met de Moren. De eigen cultuur en beschaving van onder andere de Afrikaanse en bepaal­de Zuid-Amerikaanse volken worden door het Westen ontkend. Niet direct, maar zeer zeker indirect. Men handelt ermee alsof het bijkomstig is en als een folklore bewaard kan blijven, wanneer de hele westerse opzet kan worden overgebracht naar die landen die er nog niet eens rijp voor zijn. Het is zoiets als zeggen: maak van Nederland maar rustig een dependance van Moskou, als je Volendam en Marken maar ongeschonden laat.

Die manier van denken is natuurlijk volkomen fout. Wij hebben te ma­ken met de hebbers en de niet‑hebbers. Degenen die menen dat ze het we­ten en degenen die denken dat ze het beter weten omdat ze te weinig weten. Dit is ook een van de effecten die we in de historie steeds te­gen komen. Er zijn altijd weer mensen die zo weinig weten dat ze den­ken dat ze alles weten. En het zijn deze mensen die dan de aanleiding worden tot opstanden, oproer, oorlogen en dergelijke. Het zijn niet alleen de anarchistische jongeren die de eerste we­reldoorlog hebben veroorzaakt. Het geldt net zo goed voor de mensen van dit ogenblik. Zij menen, bijvoorbeeld, vanuit een Surinaams standpunt de houding van de hele wereld te mogen be‑ en veroordelen. Hoe minder je weet, hoe meer je denkt te weten. De grootste militaire dwaasheden zijn tot nu toe altijd begaan door korporaals en sergeanten die toevallig staatshoofd werden. U kunt het in de geschiedenisboeken zelfs terug­vinden.

Ik meen dat we op grond hiervan de draaimolen der geschiedenis soms toch een beetje beter zouden moeten bestuderen. Wij kunnen daarin zien wat de waarschijnlijke oplossingen zijn maar vooral wat de feite­lijke conflicten betekenen. Het is gemakkelijk genoeg om een oordeel te vellen over bijvoorbeeld de wijze waarop Nederland moet optrekken met zoveel Surinaamse Nederlan­ders. Dat is dan heel gemakkelijk te doen vanuit een onwetendheid. Maar om werkelijk te kunnen oordelen moet je begrijpen waar het conflict vandaan komt. En dat komt zeker niet uit de slavernij, iets wat de Su­rinamer nogal eens graag aanneemt. Het is afkomstig uit de pogingen van de Nederlanders om de slavernij ongedaan te maken, door een opvoeding te geven die echter in vele gevallen onvolledig of onjuist was en slechts in Nederland kon worden aangevuld.

Men heeft het Nederlandse onderwijs toegepast op een bevolking van ex‑slaven. Als resultaat heeft men dan een wereld gekregen die in haar verhoudingen, haar wijze van denken en handelen de Nederlandse mentali­teit geheel vreemd is. Maar uit die mentaliteit is het begrijpelijk dat de Surinamer meent recht te hebben op datgene wat Nederland bezit. Daarbij redeneert men eigenlijk niet veel anders dan een vakbondslid dat zegt: eigenlijk maak ik door mijn werk het bestaan mogelijk van deze maat­schappij, dus heb ik recht op een directeurszetel.

Als je de historie goed in de gaten houdt, dan verklaren zich in deze tijd allerlei verschijnselen die onredelijk of onwaarschijnlijk lijken. Als je kijkt naar Frankrijk in deze dagen, dan word je geconfron­teerd met een houding die enigszins verbluffend is en schijnbaar bui­tengewoon egoïstisch. Men vraagt zich dan af waarom Frankrijk niet be­grijpt dat de Europese samenwerking van groot belang is etc. etc. Maar de werkelijkheid is anders. Frankrijk heeft nog steeds ergens in zijn overleveringen het Napo­leontische denken. Achter alles zit nog steeds het motto van een der Lodewijken: ‘L’Etat c’est moi’. De Fransman denkt: de beschaving, dat zijn wij. Een zeer burgerlijke opvatting, dat ben ik direct met u eens, maar desalniettemin iets wat bepalend is voor de verhoudingen in heel West‑Europa.

Als we nu teruggaan, dan blijkt dat dezelfde relatie heeft bestaan in ongeveer 1400, dat ze heeft bestaan ongeveer 800 na Chr. en dat ze ten aanzien van Rome zelfs heeft bestaan in het jaar 50 v. Chr. Dan wordt dui­delijk dat een bepaalde invloed blijft rondwentelen. Dat een bepaalde mentaliteit beslissend blijft voor de rol die bepaalde volkeren spelen. De mens die van een te grote afstand alles bekijkt, zegt al heel gauw: maar het is toch een draaimolen, dus alle factoren daarin zijn één. Maar dat is iets wat je de delen van de draaimolen niet duidelijk kunt maken. Het zijn en blijven paarden en schuitjes die achter elkaar aan blijven jagen zonder elkaar ooit te bereiken. Zelfs wanneer de mo­len tot stilstand komt, blijft de afstand bewaard. Dit is bepalend voor de volksmentaliteit. Het is bepalend voor de groepsgeesten die zekere groepen in hun wezen, in hun vorming hel­pen, maar gelijktijdig daardoor grenzen opwerpen ten aanzien van andere groepen bij wie de ontwikkeling enigszins afwijkt.

Ik heb geprobeerd u deze gescheidenheid duidelijk te maken omdat een eenheid nooit kan ontstaan door het creëren van een werkelijke ge­lijkheid. Het is alleen mogelijk tot een eenheid te komen, indien men eerst de verschillende kwaliteiten elk voor zich erkent en zo de rela­ties die er tussen de verschillende volkeren, de naties, maar ook de verschillende fabricage‑ en handelsprocessen etc., bestaan. Je kunt geen eenheid krijgen door alles op een noemer te zetten. De draaimolen van de historie maakt voortdurend duidelijk dat in­vloeden zich herhalen, maar ze maakt ons duidelijk dat je nooit de ene invloed met de andere tot een eenheid kunt brengen. Je kunt slechts zeggen: uit de ene invloed vloeit de andere voor mij voort.

Ik heb u dit alles willen voorleggen omdat een nieuwe beschouwing van het gebeuren toch misschien wel nuttig is. Zeker in dagen als deze waarin men zich voortdurend bezighoudt met de wreedheden van het nazis­me, de vreugde van de bevrijding van Nederland en alle ellende die daaraan vooraf ging.

Het is heel aardig om die dingen te zien. Maar realiseert men zich dan ook dat de mentaliteit Nederland eens maakte tot een, ondanks alle zogenaamde verzet, in feite toch wel zeer gehoorzame natie die liever aan de Duitsers verdiende dan hen bestreed. Men realiseert zich misschien ook niet zo goed dat de wijze waarop men Duitsland eens heeft veroordeeld, niet geheel terecht was omdat het onrecht, ook na de bevrijding, in Ne­derland zelf op gelijksoortige wijze maar op kleinere schaal heeft huis­gehouden.

Als je kijkt en je ziet de oorzaak‑en‑gevolg-werkingen, dan kun je wel­licht zover komen dat je begrijpt dat democratie moet liggen in de mensen en nooit kan liggen in het stimuleren of verbieden van partijen of bepaal­de media van communicatie. Vrijheid moet in de mens liggen. Het is de vrij­heid in de mens die hem in zijn handelen zou moeten stimuleren. Gelijktijdig is het zijn persoonlijkheid en de gemeenschap waartoe hij behoort die de uiting, welke aan de vrijheid wordt gegeven, wel degelijk zal blijven bepalen op een manier welke verschilt van de manier waarop buurlanden, buurnaties of andere groepen deze beleven en voor zich laten spreken.

Het is gemakkelijk een oordeel te vellen over een religieus of an­der verschijnsel. U kent misschien wel de ietwat eigenaardige manier waarop men lange tijd heeft gesproken over de priesters van het Roomse geloof, hen aanduidend als verwijfde kerels in rokken. Uiterlijk gezien misschien niet geheel ten onrechte maar op de keper beschouwd eigen­lijk eerder een verwerping van het andere. Dogmatisme is niet alleen een aanvaarding, het is vooral een verwerping.

Op soortgelijke wijze veroordeelt men in uw dagen bepaalde politie­ke partijen, bepaalde religieuze groepen, bepaalde handelwijzen van vak­bonden, werkgeversbonden enz. Maar die beoordeling en veroordeling zijn onjuist omdat men niet wenst rekening te houden met het geheel waartoe het behoort en men niet bereid is in dit geheel ook de zich herhalende weerspiegeling van gelijke tendensen te zien die nu eenmaal het gehele historische maar ook het economisch verloop bepaalt.

Als we kijken naar economische crises, dan blijkt dat deze zich met een gemiddelde tussenruimte van tussen de 30 en 40 jaar plegen te her­halen, en wel vanaf het ogenblik dat de industrialisatie een peil had bereikt als omstreeks 1870 het geval is geweest. Dat duidt aan dat we hier te maken hebben met iets wat steeds terugkeert. Maar als dat het geval is, dan weten we ook dat we die dingen niet blijvend kunnen onder­drukken. Wij zullen de oorzaak moeten genezen. Die oorzaak echter is niet gelegen in het productieproces, in de houding van werkgever of werknemer, maar in de wijze waarop de maatschap­pij zichzelf afhankelijk heeft gemaakt van het productieproces. En dan pas krijgt het zin en betekenis.

Mijn vrienden, u komt hier niet omdat u alleen maar historische overzichten wilt horen, de ontwikkelingsgeschiedenis van de wereld nader onder de loep wilt nemen. U wilt waarschijnlijk ook geestelijk verder ko­men. Maar hoe kunt u geestelijk verder komen als u voortdurend een deel van uw wezen, bewust of onbewust, afsluit van de wereld waarin u leeft en van de geestelijke tendensen waardoor u ook zelf wordt beheerst?

Voor mij is het belangrijk te zien hoe, bij een steeds zich herhalend aantal invloeden en steeds ietwat andere verschijnselen, er toch eenzelf­de soort gevolg met zekerheid verwacht kan worden. Dit geldt geestelijk, dit geldt stoffelijk voor zover het met deze aarde te maken heeft. Daarom zou ik willen zeggen: probeer in deze tijd eerst te herkennen wat in het verleden is ge­weest. Kijk dan niet naar de gepubliceerde gevolgen of resultaten maar vooral naar de uitwerking ervan op langere termijn. Eerst als u dat doet, gaat u de wereld waarin u leeft, begrijpen. En eerst als u de wereld waar­in u leeft beter gaat begrijpen, zult u ook in staat zijn innerlijk betere krachten tot u te trekken omdat u niet meer in strijd bent met het ge­heel of met een deel van het geheel. In feite integreert u zich in de ontwikkeling van het geheel. Daarbij probeert u gelijktijdig al die tendensen te scheppen die voor u en vanuit u aanvaardbaar zijn, zonder dat ze tegen de onvermijdelijke ontwik­keling ingaan die nu eenmaal de carrousel der historie heeft vastgelegd.