De relatie wereld – mens

uit de cursus ‘Wereldontwikkeling‘ (hoofdstuk 9 ) – juni 1983

De relatie wereld – mens

De wereld is een entiteit. Ze heeft een eigen persoonlijkheid, een eigen uitstraling, eigen levensprocessen zelfs in stoffelijke zin. Het denken van de aarde is in verhouding zeer traag. Als wij het denken van de aarde ervaren als mens op aarde, dan kunnen wij dat niet omschrijven als een gedachte. Het is niet af te lezen, al zouden wij de beste telepaten op de wereld zijn, maar wij ondergaan ze wel als stemmingen.

Misschien kent u dat eigenaardige, stemmingsachtige, ik wil niet zeggen weer, want dat is het eigenlijk niet, maar dat omdraaien van stemmingen dat soms op een dag enkele malen gebeurt. Het ene ogenblik bent u opgewekt, veerkrachtig en het ogenblik erna wordt u bevangen door mistroostigheid.

Dat zijn zaken die per persoon natuurlijk wel iets anders kunnen liggen maar als men rekent met gemiddelden, dan zal een denken van de aarde voor de mens resulteren in een stemming. Als hij vrolijk is, wordt hij plotseling minder vrolijk, minder uitbundig. Of hij zal als het ware in een dal zitten van allerlei depressieve toestanden. En dan ineens in een omgeving, maar juist op een bepaald moment, begint er iets te veranderen. Zo iemand wordt positiever. Dat houdt uren, soms enkele dagen aan, daarna zakt het weer weg.

Hier hebben we dan te maken met enkele impulsen uit de communicatie van de aarde met andere planeten, met de zon, desnoods met sterren. Die communicatie kan niet liggen binnen het dimensionaal niveau dat wij kennen. Dat wil zeggen, als er iets bestaat dat sneller is dan licht, zal dat ongetwijfeld de gedachte van een planeet zijn. Dan is het ook, meen ik, heel logisch dat een planeet zich maar zeer betrekkelijk bewust is van haar bewoners.

Mensen leven op aarde, zeker. Ze hebben denkbeelden. De aarde kan daarop niet onmiddellijk reageren. Haar reactietijd ligt namelijk anders dan die van de mens of van een dier. Toch zal ze bepaalde stemmingen opnemen. Voor de aarde betekenen de stemmingen die de mens uitstraalt, (niet de gedachte zelf) in de eerste plaats een soort stimulans. Iets wat in haar eigen taalgebied ligt, iets als een storende kreet, een piepgeluid, een knars of iets dergelijks. De aarde reageert dan weer op deze uitstraling

Nu we dit hebben gesteld, is het misschien gemakkelijker te begrijpen hoezeer we in alle opzichten, wanneer we op aarde vertoeven, zullen worden beïnvloed door datgene wat de aarde is en wat zich in die aarde afspeelt.

Als u paranormaal enigszins gevoelig bent (ik zeg uitdrukkelijk niet bijzonder begaafd, alleen maar enigszins gevoelig), dan zult u zien dat er plotseling tijden zijn, erg vaak is dat voor u een periode van enkele maanden achtereen waarin u opeens allerlei successen boekt, al­lerlei visioenen waarneemt, opeens geconfronteerd wordt met de buiten­zintuiglijke wereld. Daarna ebt het weg, het verdwijnt weer. Dan vraag je je af: wat speelt hier?

De mens is in een bepaalde toestand gebracht door de aarde. Als je in staat bent om de aarde als het ware te voorvoelen, dan zul je je kunnen voorbereiden op datgene wat zich zal afspelen. Om een voor­beeld te geven. Stel dat u weet, er komt een golf aan die mijn paranormale gevoe­ligheid doet toenemen. Dan zal ik alles waarvoor ik dieper inzicht, beter begrip of geestelijke waarden nodig heb, uitstellen, totdat ik het gevoel heb, nu is deze tendens inderdaad gaande.

Als u weet dat de aarde mistroostigheid gaat uitzenden, dan kunt u zich daartegen wapenen door uw eigen blijmoedigheid als het ware te stimu­leren. U bent dan weliswaar minder blijmoedig dan u zonder die invloed zou zijn, maar u heeft een groot gedeelte van het negatieve effect er­van weggenomen. Doordat je als mens dus kunt reageren op de wereld en soms zelfs onbewust het ook moet doen, dan is de vraag: hoe kunnen wij de veranderingen van de wereld aanvoelen, voor de mens van groot belang.

In de ontwikkeling van de wereld hebben we een tijd gehad dat de aarde zeer stormachtig was. Haar reacties waren toen veel sneller. Ze was eigenlijk als een kind en ze sprong ook nog van de hak op de tak. Nu bevindt ze zich, laten we zeggen, in de middelbare leeftijd. O, ze heeft nog miljoenen jaren te gaan, maakt u zich geen zorgen. Maar ze is wat bedachtzamer geworden en vooral systematischer. Deze systemen nu zouden we kunnen ontleden.

Een mens, die dat voor zichzelf wil doen, heeft helaas niet de mogelijkheid om voortdurend de stemming over, laten we zeggen, een groot gedeelte van de wereld te peilen, dus ook de verandering. Dat zou nood­zakelijk zijn om een redelijke uitkomst te krijgen. Maar we kunnen wel iets anders doen. Er is namelijk nog een maan die grote invloed heeft op het gedrag van de mensen. U heeft allemaal wel begrip voor de zogenaamde maanfase‑theorie, waardoor u bij een bepaalde stand van de maan ook bepaalde kwaliteiten ontplooit. U heeft uw top van, laten we zeggen, toevalsgeluk maar u heeft ook een top van mentaal meer presteren. U heeft een dieptepunt van stof­felijke gevoelens en gehoorzaamheid en eventueel zelfs van gezondheid. U heeft ook een hoogtepunt waarop u lichamelijk en anderszins optimaal reageert.

Nu kunt u dit ritme vaststellen. Het is namelijk een persoonlijk rit­me. Op het ogenblik dat er bij u een verschuiving plaatsvindt en die ver­schuiving ook bij anderen kenbaar is ten aanzien van een normale maanfase, dan mag u aannemen dat u te maken heeft met een aarde‑invloed. Het zal niet altijd waar zijn maar laat ons aannemen dat in 7 van de 10 gevallen dat zo is. Door ons dan in te stellen op die veranderingen, kunnen we conclu­deren: op het ogenblik dat mijn maanfase een verschuiving ondergaat (een reactiefase), moet ik aannemen dat de daarop volgende tijd wordt be­heerst door een aarde‑invloed, in overeenstemming met de afwijking die ik constateerde. Het klinkt ingewikkeld maar het is niet zo moeilijk als u het een keer heeft gelezen.

Dan is er verder nog iets. Wij zien het om ons heen zo vaak gebeuren. Hoeveel van u zijn er in de laatste 22 maanden geconfronteerd met bijzondere neerslachtigheid, mistroostigheid, onlustgevoelens? U dacht waarschijnlijk dat dat alleen de schuld was van het slechte weer. Vergeet het maar. De aarde zelf bevindt zich nu in een negatieve com­municatiereactie, d.w.z. dat zij bezig is een voor haar niet volledig aanvaardbaar begrip om te vormen om dan een antwoord uit te stralen. Dat zal waarschijnlijk met lichte varianten nog wat verder gaan tot ongeveer eind juni. Tot die tijd zult u dus geneigd zijn tot meer dan nor­male neerslachtigheid. U zult meer dan normaal tegenvallers constate­ren. En als u eens een goede bui heeft en blijmoedig bent, komt er al­tijd weer wat tussen. Daarna krijgen we het antwoord.

Het antwoord is voor de aarde zelf positief. Dan moeten we ook aannemen dat de algehele invloed positief zal worden. Als we dus van­af begin juli een positieve fase hebben, liggen onze prestaties en mo­gelijkheden ongeveer 20% tot 30% boven de norm. Wij kunnen dus meer zijn en meer doen. Gelijktijdig voelen we ons ook een beetje beter. Dat daar­bij dan kosmische invloeden komen die dan weer minder prettig zijn, ach, dat kunnen we allemaal wel verwerken omdat de basis goed is.

Wij hebben kortgeleden weer het Wessac-feest gehad. U weet dat waar­schijnlijk. Zo’n Wessac-bijeenkomst (buiten de rituelen die eigenlijk de ver­siering zijn) houdt toch wel in het aflezen van alle stralingen en con­tacten die de aarde kan ontmoeten in de komende tijd. Daarbij vergeten we maar al te vaak dat het de aarde is die ze ontmoet en niet alleen maar de mens. Als we nu weten hoe de aarde aan het reageren is, kunnen we veel beter zeggen wat die invloeden zullen doen. Dit is een van de redenen voor de Grote Raad van de Witte Broederschap om dus met de uitgebreide en uitgewerkte plannen en voorstellen meestal pas na enkele maanden te komen. Voor u is dat al een hele tijd maar in onze wereld betekent dat een enorme lange tijd. Dat komt omdat eerst moet worden nagegaan: waar is de aarde mee bezig? Wat kan er worden verwacht en hoe zullen deze invloeden waarschijnlijk het best bruikbaar zijn?

Nu wilt u natuurlijk graag weten hoe het zal gaan na de Wessac. Ik kan het mij voorstellen. Ik kan u er echter nog niet veel van zeggen want we hebben natuurlijk niet al te veel gegevens gekregen maar aan­genomen wordt dat in de komende periode, ongeacht een aantal vlagen van zeer onredelijke toorn en drift, die internationaal en intermense­lijk nogal betekenis zullen hebben, toch het geheel beheersbaar blijft.

De schijnbaar warrige indrukken die werden opgedaan tijdens de ma­nifestatie, wijzen erop dat het anders zal gaan dan we verwachten. De dingen lopen een beetje door elkaar, er gebeuren onverwachte dingen. Maar gelijktijdig, en dat is veel belangrijker, is er een positieve ont­wikkeling gaande. Deze positieve ontwikkeling moet worden verwacht op grond van een communicatieperiode van ongeveer 22 jaar waarin de aarde zelf positief zal gaan reageren. Ik weet zelf niet hoe men tot deze conclusie is gekomen maar men heeft ons duidelijk gemaakt dat de aarde een aantal con­tacten met sterren heeft gelegd en nu bezig is een antwoord te formule­ren. Daarbij is de aarde ten aanzien van bepaalde punten nog in twijfel maar ze is bijna zo ver dat ze kan gaan reageren. In die reactie zal ze ongetwij­feld positief zijn deze keer. Dus dat ziet er dan weer goed uit.

De mens heeft eigenlijk altijd onder die invloed geleefd. Hij beseft het zelf misschien niet. Als hij spreekt over het ontstaan van het leven, dan heeft hij het over toeval na toeval. En als hij niet over toeval spreekt, dan is er wel een ingrijpende godheid of iets anders dat bijzondere dingen tot stand brengt. Als we het echter heel reëel bekijken, dan blijkt dat de aarde, door haar eigen reactie op datgene wat haar van buitenaf bereikt, eigenlijk leven tot stand heeft laten komen. Dat vele mutaties en veranderingen, tot zelfs aard­askantelingen, allemaal weer precies samenvallen met de beëindiging van een antwoord of als eerste reactie op een negatieve boodschap.

Het gedrag van de aarde is bepalend voor alle leven dat op de aarde bestaat. Wie zich daarmee bezighoudt, zal als mens tot de con­clusie komen: ik kan het niet overzien. Een gedachte die 50 tot 100 jaar duurt. Een formulering van een antwoord alleen al is menselijk on­voorstelbaar, maar voor de aarde normaal.

Wij weten dat wij niet worden bepaald alleen maar door onze wil of door invloeden van buitenaf. Zolang we op aarde bestaan in een stoffe­lijk voertuig, zijn we direct gebonden aan de eigen reacties van deze aar­de en zullen wij al datgene wat er in de aarde gebeurt, niet alleen onder­gaan maar we zullen daardoor ook zelf sterk worden beïnvloed zodat on­ze reacties eveneens door de aarde worden bepaald.

Nu heb ik een paar dingen gezegd die een religieus denkend mens een beetje op een zere plaats treft. Want waar blijven we met God? Waar blijven we met de openbaring? Ik kan mij voorstellen dat openbaringen kunnen plaatsvinden op het ogenblik dat de aarde en een geestelijke sfeer een zodanige harmonie hebben bereikt dat een ruime uitstorting van hoge krachten op aarde zal plaatsvinden zonder hinderpaal en zonder dat ze onder gaat in de reacties van de mensheid. Het is dus een zeer typerend iets.

Wanneer Jezus op aarde komt, dan kunnen we niet zeggen: hij is de zoon van God of hij is het niet, laten we daar niet over vechten, maar dan zijn er zeer bijzondere omstandigheden. Omstandigheden die zich niet alleen beperken tot Judea en Galilea maar die in Rome ook kenbaar zijn met de grote veranderingen die juist in die tijd daar gebeuren. In de machtsrelaties in Rome zien we in precies dezelfde tijd grote verschuivingen. Wij zien elders volkeren die een lange tijd eigenlijk een nomadenbestaan hebben geleid en tamelijk vreedzaam waren, zich plotseling aangor­den tot de krijg. Ze beginnen een tocht naar het zuiden die jaren zal duren, zeker. Maar op dat moment begint het ongeveer. Het was eigenlijk 32 jaar voor de officiële datum van het begin van de jaartelling.

Dan is het ook duidelijk dat er niet alleen maar op één plek op aarde een hoge entiteit geboren kan worden. Dan is het heel waarschijn­lijk dat in dezelfde periode het begin wordt geschapen voor een groter aantal geestelijke ontwikkelingen. Het klinkt nu krankzinnig als je zegt: er waren in die tijd zoveel won­deren. Maar wat is een wonder anders dan iets wat de mensen niet begrij­pen. Nu kunnen we natuurlijk zeggen: Simon de Tovenaar was een koorddan­ser. Maar een koorddanser verheft zich niet in de lucht, die gaat over een koord. Als we aannemen dat die bijzondere situatie jaren heeft geduurd, is het dan niet begrijpelijk dat juist in die tijd allerlei paranormale kwa­liteiten van de mens zich hebben ontplooid? Als we proberen het ritme te volgen, dan blijkt het ongeveer een 700 jaar-ritme te zijn. Een ritme dat met de manier waarmee wij de kosmische tijd proberen te benaderen en te be­palen, wel enigszins strookt. Degenen die zeggen: dan is het dus een kos­mische tijd, vergeten één ding. Die tijdmeting, dat denken, is ontstaan aan de hand van mystieke aardse ervaringen. Het is niet van buitenaf geopen­baard. Dit denken is op aarde ontstaan.

Daarom moet worden aangenomen dat in dezelfde cyclus van ongeveer 700 jaar ‑ wat meer of wat minder ‑ een soortgelijke, bijzonder sterke ten­dens kan voorkomen. De aard ervan kunnen we echter niet bepalen. 700 n. Chr. kan net zo goed het jaar zijn van de anti‑Christ als van de Christus. Dat kunnen we ook zetten op 1400, op 2100 en ga zo maar door. Er zullen dan waarschijnlijk bijzondere omstandigheden zijn. Dit alles beredeneerd hebbend, is het toch wel interessant om toch eens te kijken hoe deze tijd dan eigenlijk afsteekt bij dat verleden. Als we een eindje terug gaan, ontdekken we heel veel nieuwe, originele denkers. Heel veel vernieuwingen van mystiek, van esoterisch, maar ook van wetenschappelijk en magisch denken, in de ongeveer 150 jaar voor Jezus’ geboorte.

In de huidige tijd worden wij eveneens geconfronteerd met een soort­gelijke periode. Ook hier ineens een opbloeien van allerlei soorten we­tenschap of magie, want dat is eigenlijk maar een naam. Ook hier plotse­ling verandering in de menselijke mentaliteit. Verandering in allerlei geestelijke factoren. Wat zal die tijd dan kunnen brengen? Alleen als we weten welke reactie rond deze tijd van de aarde ongeveer kan worden ver­wacht, is daar een antwoord op te vinden.

Toen ik dit onderwerp voorbereidde, ben ik zo vrij geweest om enkele experts op dit gebied om raad te vragen. Zij kwamen tot de volgende con­clusie: Er is op dit ogenblik een gedachtegang die van de aarde uitgaat, dus niet naar de aarde toevloeit. Deze gedachtegang zal waarschijnlijk zeer binnenkort al gebundeld worden uitgezonden. Het geheel van deze tendens is, vanuit de aarde gezien, positief. Het is een boodschap waarin een mate van ontwikkeling, van vreugde, maar ook van wederkerige erkenning ligt opge­sloten. Dan kunnen wij op grond daarvan de conclusie trekken: Tegenstellingen die nu bestaan, zullen tijdelijk scherp worden opge­voerd. Dit is niet te vermijden omdat eerst de mogelijkheid van eenheid en samenwerking formuleerbaar moet zijn voordat de gevoelens kunnen wor­den omgezet in praktijk.

Toch zal bij zeer veel mensen, na een periode van radeloosheid en zoe­ken naar een nieuw zich oriënteren, een innerlijke kracht gaan werken, een gevoelskracht eerder waardoor zij proberen meer deel te worden van het leven van anderen. Wij gaan wel degelijk de richting uit van grotere samenwerking, van grotere intensiteit van belevingen en, zeer waarschijn­lijk althans, van een aanmerkelijke vergroting van mystieke belevingen. Bij een oplopende tendens moeten we bovendien rekening houden, vol­gens deze zelfde experts, met een verdere toename van paranormale ver­mogens waarvan een aantal daarvan bij zoveel mensen voorkomen dat ze een normale factor kunnen worden en beheersbaar door de mensen gebruikt kun­nen worden. Men denkt hierbij overigens aan bepaalde, met telepathie ver­wante, gevoeligheden onder meer.

Dit alles overziend zeg ik, vrienden: de mensheid wordt op het ogen­blik, of ze wil of niet, in een totaal nieuwe relatie geplaatst met de me­demens, maar ook met de wereld en zeer waarschijnlijk ook met de kosmos. Deze veranderingen zullen natuurlijk nogal wat voeten in de aarde hebben, leert u mij de mensen kennen. Maar omdat het een emotionele en geen rationele drang is, zal de emotie als vanzelf de rationele benade­ringen zo sterk gaan beïnvloeden dat we rationeel en emotioneel een mate van eenheid zullen bereiken en dan inderdaad praktische resultaten op aarde gaan zien.

Aan de andere kant geef ik graag toe dat juist de periode van be­sluiteloosheid van de aarde, en ook haar inspanning geloof ik wel, om op de juiste wijze de juiste gedachte met de grootste intensiteit en snel­heid uit te stralen, een soort lichamelijke inspanning zal zijn voor haar. Als je zelf een lichamelijke inspanning gaat beginnen, wat doe je dan? Je haalt extra diep adem. Je stelt je helemaal in op een krachtsexplosie. Maar als je dat doet, dan gaat het lichaam reageren, tot aan transpira­tie toe. En die is dan de laatste tijd bij u wel naar beneden gekomen. Dan moeten we dus verwachten dat het lichaam van de aarde (de aardkorst enz.) een aantal zeer ongewone aspecten zal vertonen binnen afzienbare tijd.

Is het waarschijnlijk dat het een as-verplaatsing van grote omvang is? Kennelijk niet, omdat er sprake is van een antwoord op een proces dat waarschijnlijk al ruim 150 jaar gaande is. Dan kunnen wij concluderen dat de storingen moeten liggen in veranderingen van weertype, in aard‑ en zeebevingen, vulkanische verschijnselen, maar zeer waarschijnlijk ook in bijzondere verschijnselen in de atmosfeer. Al deze dingen samen zijn dan het teken dat de aarde haar taak, het uitzenden, begint. De mens die dit weet, kan zich daarop instellen. De mens die beseft wat het betekent, kan er zelfs ‑ zij het beperkt ‑ zijn voordeel mee doen. Daarmee kom ik dan aan een volgend deel van dit betoog.

De wereld van de mensen wordt nu eenmaal ‑ of wij het toegeven of niet ‑ geregeerd door wetten. Wetten zijn dingen die van buitenaf je wor­den opgelegd, dat weet u ook. Een mens heeft wel een geweten maar niet ieders geweten is gelijk enz. enz. Bovendien worden gewetens vaak gecreëerd door conditioneringen in de eerste tijd van de opvoeding. Wetten zijn dus niet kosmisch of goddelijk want ze kunnen veranderen. Wetten die onveranderlijk zijn, die zijn van kosmische of goddelijke aard. Elke wet die mensen maken of die uit de mensen is voortgekomen, kan wor­den overtreden. Een waarlijk goddelijke wet, een waarlijk kosmische wet niet.

De mens beschikt niet over de energieën die nodig zouden zijn om daar ook maar de geringste verschuiving te veroorzaken. Dan staan we dus in een tijd waarin de wetten eigenlijk veranderen. De regels veranderen. Niet omdat die regels op zichzelf in het verleden verkeerd zijn geweest maar omdat ze nu niet meer juist zijn. Dat betekent dat je hele manier van leven en denken een andere gaat worden. Een verandering die, juist voor degenen die nog de oude conditione­ring een beetje hebben, vaak heel moeilijk te verwerken valt. Alleen mensen die zich om welke reden dan ook al wat hebben los gevochten van al deze wetmatigheidjes, zullen er wat gemakkelijker overheen stappen. Maar ook zij weten nog niet waar ze naartoe gaan.

Wij krijgen nieuwe wetten. Ik zeg niet dat goed en kwaad opnieuw wor­den ingedeeld. Dat is onzin. Goed en kwaad zijn zodanig relatief, beperkt en bepaald door het standpunt van de beschouwer, dat daar geen zinnig woord over te zeggen is. Maar wij zullen dingen moeten afschaffen. Wij zullen din­gen moeten gaan doen, ook als wat we doen, ons verboden was. Ook als datge­ne wat we afschaffen eens als meest aanbevelenswaard heeft gegolden. De Duitsers zeggen dat zo mooi: “Eine Umwertung aller Werte”.

Het is een omwenteling. Voor degene die in de omwenteling betrokken is, heeft ze het voordeel dat ze langzaam verloopt. Want wat voor de aar­de en haar werkingen een moment is, is voor u al heel gauw een aantal de­caden. Maar die omwenteling is onomkeerbaar. Je kunt niet terug naar af, je moet verder. De omwenteling brengt je ook tot een heel nieuwe persoonlijke bele­ving van het bestaan. Is die beleving de meest juiste of de enig juiste? Je weet het niet. Je kunt alleen maar zeggen: als ik op deze wijze mijn maatstaven hanteer, dan is er voor mij een toenemende mogelijkheid om vrede te vinden, een toenemende mogelijkheid om kracht te vinden.

Er zullen mensen zijn die zeggen: kunnen wij dan ons eigen lot niet meer gaan beheersen? U bent niet in staat tegen bepaalde invloeden te strijden. Als de stroom sterk genoeg is, kunt u daar niet tegenin zwemmen, al zou u de sterkste mens ter wereld zijn. Als er een wervelstorm komt, dan kunt u wel zeggen: hier zit ik en hier blijf ik, maar voor u het weet, maakt u een gratis luchtreis gevolgd door een smak. Dat is eenvoudig niet te ver­anderen. Besef dat de krachten waarover ik spreek, in wezen alomvattender zijn, maar voor u even onvermijdelijk en onontkoombaar als natuurgeweld.

U kunt uw eigen lot bepalen maar wel binnen het kader van deze moge­lijkheden. U kunt de wereld niet aanpassen aan uzelf. U zult u steeds moeten conformeren aan datgene wat er in de wereld bestaat, datgene wat er in en rond de wereld aan kracht aanwezig is. Daarom heeft het weinig zin te strij­den over regels, ons bezig te houden met het al of niet toelaatbaar zijn van bepaalde dingen. De een roept uit: ik ben tegen ‘de pil’, dat is tegennatuurlijk. De ander is tegen abortus. Weer een ander tegen allebei. Er zijn natuurlijk ook voorstanders. Het is allemaal zo zinloos. De argu­menten die je hanteert, zijn geen argumenten die passen in de nieuwe tijd. Je kunt spreken over de sociale noodzaken, de sociale rechten. U kent het allemaal. In deze tijd hoort u het voortdurend. Je kunt je daar met allerlei argumenten tegen verzetten of, als je kunt, er voor plei­ten. Maar wat je niet kunt doen, is de feitelijke ontwikkeling beïnvloe­den. Je moet van de feitelijke ontwikkeling uitgaan.

Wij hebben u de raad gegeven, probeer uw eigen maanfasen eens na te gaan. U kunt ze een paar keer 28 dagen volgen in een kalender waarin de maanfasen staan. Teken aan welke dagen erg goede waren, welke dagen waren slecht. Wanneer was u buitengewoon tot denken in staat, wanneer was u alleen nog maar in staat om te lopen darren, bij wijze van spreken. Noteer dat eens.

Ik heb u in dit betoog enkele aanwijzingen gegeven over het verloop van de volgende maanden. Maar het is een tendens die, wanneer ze eenmaal is begonnen, zich waarschijnlijk ruim 150 jaren in dezelfde richting voort­zet zodat de emotionele tendensen zich gaan opstapelen en bepaalde emo­ties in de menselijke samenleving een steeds belangrijker factor gaan wor­den. Dan kunt u, zelfs nu reeds, met uw eigen ritme en enigszins een beeld van de eerste paar maanden, voor uzelf een idee krijgen van een levenshou­ding die voor u de beste is. Let wel, dan spreek ik niet over datgene wat de wereld ‘goed’ of ‘kwaad’ noemt. Ik spreek over datgene waardoor u in staat bent uzelf te blijven aanvaarden, waardoor u uit uzelf in staat bent datgene te presteren wat juist voor u op het ogenblik belangrijk is en waarbij u uw emoties als het ware gebruikt om uw stoffelijk leven een zo juist mogelijke vorm te geven ten aanzien van uzelf en van anderen. Deze mogelijkheid heeft u.

Het wereldgebeuren is niet alleen maar iets wat wordt bepaald door de mensheid of door grote rassen‑ en groepsgeesten. Het wordt wel dege­lijk mee bepaald door de aarde. Het wordt bepaald door alle relaties die binnen het zonnestelsel zo sterk spreken. U wordt daardoor mee gevormd. En aangezien in deze tijd de emotionaliteit ‑ hetzij positief hetzij nega­tief ‑ bij u veel sterker is dan normaal, zou u moeten proberen het pa­ranormale te associëren met de emotie. U zou moeten proberen vanuit de emotie dingen te doen die redelijk gezien misschien niet kunnen, maar die vanuit uzelf op dit ogenblik wel aanvaardbaar zijn. Probeer uw gedachten naar een ander toe te zenden. Probeer een ander te genezen. Probeer een contact met een geest te krijgen. Precies wat u wilt. Als u voelt dat het de tijd is, probeer het. Dan werkt u in deze pe­riode onder zodanig gunstige omstandigheden (dat blijft waarschijnlijk voor­lopig nog een paar jaren zo) dat u, voordat u het weet, niet alleen een paar paranormale ervaringen heeft gehad maar dat u leert wat voor u op dit moment de regels daarvan zijn. U moet van het onbeheerste, het bijna toevallige beleven, trachten te komen tot het beheerste, het bewust gewilde beleven. U moet van het toevalsef­fect naar het bewust veroorzaakte effect.

Ik heb het gevoel dat in deze tijd de mensheid de mogelijkheid heeft de gehele ontplooiing van alle zogenaamde paranormale of supra-normale kwaliteiten aanmerkelijk te bevorderen. Maar zij kan dit alleen doen indien ze niet uit­gaat van wetmatigheden die buiten bestaan maar uitgaat van de eigen emoties van het ogenblik en probeert in de geestelijke waarde voor die emoties een aanvulling of een compensatie te verkrijgen. Beide dingen zijn mogelijk.

Dan is mijn conclusie: De relatie mens-aarde of aarde-mens begint vorm en gestalte aan te nemen waardoor de geestelijke werelden dichter bij u komen. Niet omdat er een plaatsverschuiving is, maar omdat er in u veel meer harmonische mogelijkhe­den ontstaan. U zit op het ogenblik in een periode van vele slechts half verklaar­bare of onverklaarbare verschijnselen en invloeden. Ze zijn een aanloop. Trek u er niet teveel van aan. Registreer wel wanneer en hoe ze optreden want dat geeft u de mogelijkheid zo dadelijk bewust een dergelijk effect te veroorzaken en te beleven. Meer en meer geeft de verandering die zich op aarde afspeelt u de mogelijkheid uw eigen geestelijke persoonlijkheid bewuster in het stoffelijke uit te breiden en ermee te werken. Als u mij een noot wilt vergeven die een beetje kerks klinkt: Als u werkelijk gebruikmaakt van deze omstandigheden, dan zult u ont­dekken dat u veel meer nader bent gekomen tot God en dat u veel minder bevreesd bent voor allerlei negatieve krachten die rond u dolen omdat u dan weet: ik ben sterk en ik leer mij beheersen.

Moge het u gegeven zijn in deze periode al deze effecten zelf ten gunste van uw eigen ontwikkeling te ervaren. En als u dat niet lukt, bedenk dan toch: uw emoties die niet rationeel geheel verklaarbaar zijn in deze tijd, hangen samen met het gedrag van de aarde. Probeer daar een verbinding tussen te vinden opdat u tenminste niet onvoorbereid alle komende verwarringen en verschuivingen van waarde zult moeten ondergaan.

De geest in de mens

De mens leeft in een zintuiglijke situatie. Zijn gehele denken en re­ageren worden bepaald door datgene wat hij zelf ten aanzien van de wereld en van­uit de wereld ervaart. Dit wil zeggen dat, lichamelijk gezien, de mens egocentrisch zal moeten reageren omdat zijn bestaan en al zijn denken toch weer worden herleid tot ik.

De geest daarentegen heeft geen deel aan een wereld waarin harmonieën bepalend zijn. Een harmonie impliceert het delen van gedachten, de uit­wisseling van denkbeelden en daardoor het ontstaan van wederkerige belevingsmomenten die eventueel zelfs een gehele wereld kunnen omvatten. Het is duidelijk, de geest is anders dan de stof.

Er mag geen verwarring bestaan ten aanzien van de inhoud van de geest en de mentale inhoud van de mens. Beide zijn verschillend en blijven verschillend. Toch heeft de geest zich geconcentreerd op het stoffelijke voertuig dat hij mee helpt bezielen en zal hij, met het geheel van zijn harmonische mogelijk­heden, zich tijdelijk richten op dit egocentrisch geheel dat in een wereld worstelt tegen tegenstellingen die, voor een deel althans, slechts imaginair zijn. Deze geest zal proberen zijn eigen inzichten en zijn harmonische ver­mogens te gebruiken om daarmee de ervaringen van het lichaam en de mentale processen te beïnvloeden. Een dergelijke beïnvloeding kan slechts zelden op een voor de mens bewust vlak plaatsvinden. Het zijn altijd weer subliminale werkingen waardoor het ego tenslotte zijn reactie aanpast aan een harmonisch patroon dat niet geheel overeenstemt met datgene wat de geest in zich er­vaart, maar gelijktijdig in strijd is met hetgeen mentaal het meest logisch en juist zou zijn. De geest is verantwoordelijk voor een groot gedeelte van de volkomen a‑logische reacties van de mens.

Als we, menselijk gezien, willen spreken over een God, dan is dit in feite een drogreden. Wij kunnen die God niet bewijzen. Wij kunnen niet aantonen dat die God werkzaam is voor ons. Wij kunnen alleen bepaalde gevoelens ontwikkelen. Diezelfde God is voor de geest een samenvatten­de kracht. Voor de geest is het een persoonlijk aanvaardbaar geheel. Het is daardoor ook geestelijk gezien een levensnoodzaak.

De projectie van deze gevoelens naar de mens in de stof houdt in dat de mens op zijn eigen manier komt tot een Godsgeloof of tot een plaatsvervangend geloof waarbij de rede tijdelijk terzijde kan worden ge­schoven. Soms ontstaat er een soort kortsluiting. Voor een kort ogenblik werkt de geest in op het mentale gebied van de mens die hij bezielt. Op dat moment ontstaan er dromen en fantasieën, zijn er belevingen, hoort men stemmen. Of ze werkelijk zijn, ook in geestelijke zin, kun je nooit zeggen want al datgene wat je beleeft, is de vertaling in stoffe­lijke termen van iets wat in die geest bestaat, leeft.

Maar ook in die geest leven krachten. Krachten die anders zijn dan die van de mens. Op het ogenblik van kortsluiting kan een deel van die kracht worden overgedragen. Je kunt daardoor komen tot een aantal pres­taties (overprestaties zegt men wel) die datgene te boven gaan wat rede­lijkerwijs stoffelijk mogelijk en te verwachten is.

Als wij nu te maken krijgen met geestelijke waarden en werkingen op aarde (of dit nu is in een uittreding, in een paranormale beleving, ver­schillende vormen van trance, oversluiering of inspiratie), dan worden wij geconfronteerd met een onredelijkheid die tracht zichzelf om te zetten in een mentaal redelijk patroon. En daar ligt nu een grote moeilijkheid. De geest in de mens is vanuit menselijk standpunt gezien niet rede­lijk. Hij bezit geen logica omdat hij geen gevolgtrekkingen maakt die over­eenstemmen met de menselijke ervaring ten aanzien van mogelijkheid en oorzaak‑en-­gevolg. Maar de gevoelswaarden die ontstaan, zijn voor de geest weer een werkelijkheid die in zijn eigen wereld zal passen

Men zal u vele malen hebben verteld dat hetgeen de geest meeneemt naar een andere wereld, op het ogenblik dat hij het stoffelijk lichaam achterlaat, in wezen bestaat uit emoties. Emoties, die met beelden geassocieerd zijn ongetwijfeld, die bepaalde oorzaak‑en‑gevolgwerkingen kun­nen behelzen maar die als emotie bepalend zijn en niet als redelijk beeld of voorstelling zonder meer. Nu zal dus de geest in de mens deze emoties voor zich proberen te gebruiken. Het werkelijke communicatie‑apparaat tussen de geest en zijn lichaam is emotioneel, niet rationeel. Dit brengt ons tot een punt waar­bij de zonderlingheid van de mens een rol gaat spelen.

U denkt waarschijnlijk dat u allemaal normale mensen bent. Men heeft u geleerd uzelf als normaal te beschouwen maar egocentrisch als u bent, beseft u niet dat de norm van anderen een geheel andere is dan uw eigen norm. De geest nu probeert zijn eigen norm door te drukken. Deze norm echter bestaat voor al degenen die deel uitmaken van de sfeer of wereld waarin die geest volgens zijn bewustzijn vertoeft, zelfs als hij tijdelijk op de stof blijft geconcentreerd. Dat houdt in dat tussen de sfeer waartoe uw eigen geest behoort en de wereld een aantal harmonische punten zijn ont­staan. Deze punten hebben geen redelijk verband met uw ogenblikkelijk bestaan en toch zult u met deze punten in contact komen. Er zullen wisselwerkin­gen zijn die vallen buiten alle redelijkheid en alle normaliteit zoals u ze stoffelijk kent. Hier is kennelijk de gevoelswereld van de geest een rich­tinggevend geheel geworden. Het is alsof de geest met die emoties en met harmonieën probeert uw wezen te besturen zodat u stoffelijk juist die er­varingen zult opdoen die voor hem, in emotioneel en ander verband, van groot belang zijn. Men kan echter niet zeggen dat de geest de stof gebruikt want de geest is niet in staat om de stof helemaal te bepalen. Hij kan inder­daad door bijvoorbeeld te werken met sympathieën en antipathieën, met emoties die aantrekking en afstoting uitbeelden, ongetwijfeld een deel van de rich­ting van het stoffelijke leven helpen bepalen. Als hij dat doet, dan doet hij dat op grond van zijn eigen wereld en de ervaringen die hij daarin kent. Maar hij is niet in staat om te bepalen in welke vorm die emoties verder zullen worden uitgeleefd, op welke manier men dit alles zal on­dergaan. Daarom is het voor een mens erg belangrijk te begrijpen dat de redelijkheid voor hemzelf wel een instrument is maar dat het voor zijn leven nooit een bepalende factor kan zijn.

Verder is het voor de mens erg belangrijk te begrijpen dat de emo­ties, vooral de harmonieën en disharmonieën die emotioneel en zonder redelijke achtergrond in het ik ontstaan, geestelijk belangrijk zijn maar dat de vorm die je er aan geeft door de stoffelijke rede zal moeten worden bepaald. Hier is de vreemde tweeslachtigheid van de mens mis­schien wel het duidelijkst kenbaar. Al datgene wat u zich kunt voorstellen, is geestelijk gezien waar. Stoffelijk gezien kan het alleen waar zijn voor zover u het als een ra­tionele waarheid kunt ervaren. Waar het mentale gebied weigert de voor­stelling als juist te accepteren, ontstaat als vanzelf een vervangende voorstelling. Hierdoor verschuiven juist in uw denken de belangrijkhe­den en de beelden keer op keer. Zuiver lichamelijke impulsen worden soms omgezet in hoog-geestelijke. Maar omgekeerd kunnen geestelijke impulsen vaak aanleiding zijn tot stoffelijke en schromelijke vergissingen.

Er zijn conclusies hieruit te trekken die ik u graag zou willen voorleggen.

  1. Daar het merendeel van uw onverklaarbare emoties wijst op een beïnvloeding door uw eigen geest, moet u deze nooit zonder meer onderdrukken of terzijde schuiven. Probeer echter daarvoor een vorm te vinden of een uiting die met uw mentale denk‑ en leefwijze in overeenstemming is.
  2. De geest kent zijn eigen harmonieën. Deze harmonieën betekenen in zijn eigen sfeer niet slechts beleving, contact, mededeling, maar wel degelijk ook het beschikken over vermogens, over kracht. Deze vermogens en deze kracht kan de geest aan u overdragen voor zover dit voor u verstandelijk verwerkbaar is. Wanneer u wilt werken met geestelijke krachten, dan gaat het er niet om dat u de juiste formule gebruikt maar dat u, voordat u begint met het gebruik van die krachten, het juiste gevoel heeft, de juiste emotie ondergaat. Eerst wanneer de emotie plus de nood­zaak om de kracht te gebruiken samenvloeien, zult u werkelijke en goede resultaten boeken.
  3. De geest, in zijn besef van verbondenheden, kan niet reageren volgens het stoffelijke patroon waarin u lichamelijk leeft. Hij kan ook de gevolgen niet overzien die een beantwoorden aan zijn eigen impulsen in de stof zou hebben. Daarom is het belangrijk dat men de impulsen, uit de geest gekomen, vertaalt in termen die men men­taal voor zichzelf kan verantwoorden. Doet men dit, dan kan men gelijktijdig daar waar onzekerheden bestaan of waar men niet weet hoe men verder moet gaan, een beroep doen op de geest. Dit doet men door zich te concentreren op de kern van het eigen ik. Hetgeen u zich het best voorstelt als een lichtpunt of in enkele gevallen bijvoorbeeld een zilveren schijf op een donkerblauw vlak. Maakt u hiervan gebruik, dan ontstaat er inspiratie. Er ontstaan emoties en bege­leidende denkbeelden die wederom niets met de werkelijkheid gemeen hebben maar als aanvulling moeten worden gebruikt ten aanzien van uw onzekerheden, uw behoefte aan verdergaande kennis en mogelijkheden.
  4. De geest die in de mens leeft, is belangrijker dan het lichaam want hij gaat verder. Dan is het redelijk om het lichaam onderge­schikt te maken aan al die geestelijke impulsen en belangen die men innerlijk en mentaal kan aanvaarden. Doe nooit iets wat mentaal en emotioneel voor u stoffelijk niet aanvaardbaar is. Waar die aanvaard­baarheid wel bestaat, hou er dan rekening mee dat u, door gevolg te geven aan impulsen uit de geest, het geheel van uw bewustwording bevordert en gelijktijdig de harmonie, de mogelijkheden, geestelijk en ge­projecteerd stoffelijk, daarmede aanmerkelijk verbetert.

Hier heb ik u een beeld gegeven dat voor 99% zuiver is. In elke relatie tussen geest en stof blijven nu eenmaal bepaalde waarden onuit­drukbaar en zijn bepaalde zaken niet of redelijk niet begrijpelijk te om­schrijven. De regels, die ik u heb gegeven zijn echter toepasselijk op elke persoon op aarde en kunnen onder elke stoffelijke omstandigheid en zelfs in elke mentale conditie worden gebruikt. Hiermee hoop ik u een kleine aanwijzing te geven in de richting van een vergroting van uw eigen geeste­lijke evenwichtigheid en daarnaast mogelijk een toename van de geestelijke krachten en inhouden waarover u ook in de stof beperkt zult kunnen be­schikken. Zoekt u in uzelf de geest, dan zult u deze niet vinden. Hij moet voor u een vaagheid blijven. Want een wezen dat deel is van een wereld van een totale harmonie kunt u zich als mens niet voorstellen. U kunt ernaar verlangen maar u kunt er geen gestalte aan geven. Probeer niet uw eigen geest te leren kennen wanneer u op aarde bent. Uw geest kent u. Laat u dat voldoende zijn. Probeer eerder in uzelf harmonieën te bereiken, in uzelf de juiste gevoelens te ondergaan want hierdoor krijgt u een band, die ‑ al is ze redelijk niet bepaalbaar ‑ het eigen ik voortdurend sterker aan het woord laat komen.

Er is een kracht die in ons allen leeft. Er is een kracht die ons allen verbindt. Er is een totale harmonie die, alomvattend, de zin uit­maakt van ons bestaan in welke wereld dan ook. Deze kracht is voor ons niet benaderbaar. Ze is op aarde slechts ten dele, en dan nog alleen gevoelsmatig, beleefbaar. Toch is deze kracht iets waarmee we altijd zul­len moeten leven en zullen moeten werken, waar we ook zijn. Als daarom in u een geloof, een behoefte of een emotionele twijfel opkomt, neem deze dingen ernstig. Ze zijn een aanwijzing voor uw weg naar betere harmonie, naar betere beleving en openbaring. De grote kracht in ons kan niet worden aangeroepen. Zij kan alleen worden beleefd. Ze is immers altijd aanwezig. Maar de beleving is afhan­kelijk van ons wezen. Op het ogenblik dat wij aan die kracht mentaal ge­stalte willen geven, hebben wij haar ontwaard tot onze eigen machteloos­heid, onze eigen beperktheid. Laat ons vermijden dat te doen. Wilt u zich op de hoogste kracht beroepen, mij zij het wel. Verwacht ech­ter niet dat deze kracht zich dan onmiddellijk aan u openbaart. Ik heb enig medelijden met degenen die bidden opdat de regen zal op­houden, al kan ik hen zeer goed begrijpen. Zij weten niet of die regen niet juist noodzakelijk is voor anderen. Zij weten niet wat de betekenis is van het geheel waarin ze betrokken zijn. Hoe kunnen ze dan verwachten dat hun gebed zal worden verhoord. Een dergelijke bede is een uitdrukking van eigen hulpeloosheid en mogelijk ook een pretentie van het ik dat het, ondanks alles, nog middelen weet om het onbeheersbare meester te worden. Dergelijke dingen zijn dwaas. In jezelf kun je soms de macht voelen. Als die macht in je bestaat, dan kun je naar boven kijken en voelen dat de wolken worden verdreven en dan worden ze verdreven. Niet omdat je het wilt maar omdat er een harmonie is ontstaan tussen het hogere deel van jezelf en de totaliteit waarin je op dit ogenblik leeft. Al deze punten raad ik u aan te over­wegen.

Geloof zoals u wilt geloven, maar maak er geen voorstelling bij. Probeer niet God rationeel en begrijpelijk te maken. Op dat ogenblik ver­liest u Hem. Probeer niet met uw redelijkheid en uw verstand te bepalen wat u moet doen en wat u moet laten, als u daarvoor uw innerlijke gevoelens opzij moet schuiven. Laat de gevoelens eerder bepalend zijn voor uw rich­ting en uw verstand dan voor de wijze waarop u die richting inslaat.

Elke mens heeft in zich een geest. Deze geest heeft een grotere kennis dan u stoffelijk kunt verwerken. Het is middels deze geest dat uw stoffelijk leven tot het grootste nut kan worden gebracht. Het is vanuit deze geest dat ook uw stoffelijke wereld enigszins de geestelijke harmonieën kan weerkaatsen waartoe uw ware ik behoort.

Geleidegeest

Ach, jij geleidehond van een al te blinde mens. Ben je gebonden zonder grenzen om met die mens te leven? Of ben je een bezoeker slechts die even aandacht wil, kan geven aan hem die zelf geen weg meer kent? Geleidegeest is er een die u, hoe kort of lang dan ook, op ‘s levens­weg wat vergezelt. Soms is het ook het eigen ik dat aan de stof vertelt hoe het verder dient te gaan. Reken niet op een die altijd klaar staat, altijd u geleidt, maar komt de kracht en spreekt een stem, aanvaard haar. Hoor zo een spreker aan en bouw daaruit voor uzelf begrip en juist­heid in uw leven. Een harmonie waardoor het zijn ook in de stof het aan­zijn reeds mag geven en aan erkenning van oneindigheden die het denken nooit omschrijft. Geleidegeest. Het is de kracht, die soms je even helpt, soms altijd bij je blijft, soms is ze je eigen ik, maar wie haar wél verstaat, kan zeker zijn dat ‘s levens weg naar hoger leven gaat.

Ik verstout mij u wat zonniger dagen toe te wensen, wat meer inner­lijk licht en misschien iets van die wijsheid waardoor u in staat bent de neerslachtigheid te overwinnen, de redeloosheid van de wereld te zien veranderen in een plan waarin die wereld zinvol is en uzelf te ervaren als een kracht die, ondanks alles, op weg is naar grotere vrede, naar groter beleven en omvattender begrip.