Spiegelende spiegels

uit de cursus ‘Filosofische esoterie‘ (hoofdstuk 9) – juni 1983

Spiegelende spiegels

Wanneer je leeft, dan denk je. Wanneer je denkt, dan vorm je je beelden. Wanneer je beelden vormt, dan meen je die buiten je te herkennen. Maar alles wat buiten je is, veroorzaakt in je een indruk. Deze indruk vertaal je in de termen van je eigen denken. Dientengevolge zie je de wereld die je innerlijk bent. Dat is niet altijd even prettig voor een mens.

Er zijn heel veel mensen die zullen zeggen: Ja, maar al die ellende in de wereld, komt die dan van ons uit? Ongetwijfeld. Als een mens alleen tevreden is als alles precies gaat zoals hij wil, dan betekent dat dat hij een groot gedeelte van de wereld afwijst. Hij spiegelt een vertekend beeld.

Dit vertekende beeld echter betekent ook weer dat de directe invloeden die je krijgt vanuit jezelf, verkeerd worden beïnvloed; ze worden afwijzend beïnvloed terwijl ze misschien beter harmonisch beantwoord zouden kunnen worden. Het resultaat is een opslingeringsproces. Een dergelijk proces kan zich voortzetten tot in het oneindige.

U kent misschien wel het bekende trucje van twee spiegels. Vroeger had je dat in chique modehuizen. Als je naar links keek, dan zag je jezelf staan tot in het oneindige herhaald. Als je naar rechts keek precies hetzelfde. Op deze manier is eigenlijk het ik van de buitenwereld de ene kant van de spiegeling en het ik van het innerlijk de andere kant.

Wij maken de grote fout dat we een verschil willen maken tussen de innerlijke wereld en de buitenwereld. Wij zeggen: Wat ik in deze spiegel zie, is toch iets anders dan wat ik in gene spiegel zie. Dat is niet waar. Het is precies hetzelfde beeld. Wij bekijken het alleen van een andere kant.

Als we dit eenmaal in de gaten hebben, dan wordt ook duidelijk waarom zoveel gebeurtenissen, zoals ze in de wereld plaatsvinden, eigenlijk van kwaad tot erger schijnen te gaan. Het weer is slecht. Dus zegt men dat het weer slecht is, dus is het beeld van het weer slechter. Het resultaat is: een weer dat misschien bestendig is maar dat in onze gedachten veel schadelijker wordt. Zo ontstaat er een steeds groter beeld van schade totdat de andere kant, de buitenkant, antwoordt op dat beeld met een werkelijke schade.

Er heeft eens iemand gezegd: De zondvloed is begonnen met de ergernis van een mens over een lekkende kraan. Het is misschien te simplistisch voorgesteld maar het lijkt er wel op. Omdat wij zo’n grote invloed hebben op het gebeuren buiten ons, zijn we niet in staat ons te onttrekken aan de directe relatie innerlijke werkelijkheid ‑ uiterlijke werkelijkheid. Op het ogenblik dat wij dit hoe dan ook proberen te doen door b.v. ons innerlijk leven, althans voor een deel, te scheiden van de buitenwereld en van wat daarin noodzakelijk is, zijn we al op het verkeerde pad. Dan zijn we bezig een wereld te scheppen die voor ons steeds moeilijker en meer onaanvaardbaar wordt.

Wie weet wat de innerlijke wereld werkelijk representeert (wij hebben dat al meermalen tamelijk uitvoerig gezegd, ik zal dus kort zijn), die kan zich ook de wetten te binnen brengen die voor het eigen ik gelden. In de praktijk zou je het zo kunnen vertalen: Ik heb een innerlijk besef van ‘aanvaardbaar’ en ‘niet‑aanvaardbaar’. Op het ogenblik dat het begrip ‘aanvaardbaar’ wordt vergezeld door een anderzijds ‘onaanvaardbaar’, geldt het geheel als onaanvaardbaar. A1 datgene wat onaanvaardbaar is in mij, is voor mij taboe; ik moet er van af blijven. A1 datgene wat voor mij in mijzelf volledig aanvaardbaar is, is voor mij ook in de wereld een aanvaardbaarheid daar ik dus alleen maar rekening heb te houden met het feit dat de vrije wil van anderen niet daaronder mag lijden omdat elke gevangenneming van mentaliteit, psychische ontwikkeling of lichamelijke vrijheid van een ander betekent dat je jezelf eveneens gevangen zet.

Een mens die regels schept naar buiten toe, maakt zichzelf de gevangene van de wetten die hij voortbrengt. Hij beseft dit niet. Hij meent daar boven te staan maar hij kan zich niet daaraan onttrekken. En dat voert dan weer tot allerlei eigenaardige situaties, zoals de bijna hartcollaps die een zeker kamerlid kreeg, toen hij wegens dronken autorijden werd aangehouden en bekeurd. Volgens hem was die verordening voor het gewone volk en niet voor hem. Maar hij behoorde tot degenen die dergelijke regels in stand helpen houden. Dientengevolge viel hij er zelf onder. In dit conflict leed niet alleen zijn gezondheid schade maar hij zat ook nog innerlijk met een groot probleem, ook al formuleerde hij het dan: hoe verkoop ik dat nu aan de kiezers. Op deze manier zult u zelf voortdurend worden geconfronteerd met allerlei vreemde en wonderlijke zaken.

Wanneer u denkt aan iets en u denkt daar intens genoeg aan met een voldoende sterke voorstelling, dan zal iets wat daarmee verband houdt, onmiddellijk opdoemen in de omgeving. Is het een wisselwerking? Ach, we kennen het allemaal. Op een gegeven ogenblik zegt iemand: Ik ga op visite. U, die de visite zult ontvangen; heeft op dat moment een scherp beeld van de ander. Dat kan een telepathisch rapport zijn, maar het kan ook omgekeerd gaan. U denkt sterk aan een andere persoon. Deze wordt daardoor gewezen op uw bestaan en uw behoefte en daardoor komt die andere persoon bij u op bezoek.

Het is natuurlijk een wonderlijke situatie en ik geef graag toe dat zuiver redelijk beschouwd tegen een dergelijke redenering heel wat is aan te voeren. Maar laten we eens verder kijken. De wereld denkt aan een crisis. Dientengevolge ontstaat er een crisis. De vraag is nu: waar ligt de eerste oorzaak van de crisis? Dan blijkt dit niet te liggen in een feitelijke economische omstandigheid. Het blijkt te liggen in een feit dat een aantal mensen de bestaande toestand niet meer aanvaardbaar acht. Uit die eerste onaanvaardbaarstelling en dus afwijzing van een deel van hetgeen er in het economisch geheel speelt, ontstaat de crisis.

Als iedereen denkt: er komt een crisis, dan probeert iedereen zichzelf te dekken. Dientengevolge intensifieert de crisis door de poging zich te dekken. Het is net zoiets als de bezuinigingen van het gouvernement die daardoor weer tekorten schept die verdere bezuinigingen over zeer korte tijd weer noodzakelijk maken. Je kunt hierover denken zoals je wilt.

Hebben wij hier eigenlijk niet te maken met spiegelende spiegels? Is hier niet het denkbeeld voor een deel meester van het gebeuren en is de verkeerde interpretatie van het gebeuren niet op haar beurt weer dwingend voor allerlei processen? Maar als dat voor een staat kan gel­den, als dit kan gelden voor weersituaties, waarom zal het dan niet gelden voor uzelf?

Wat je in jezelf hebt, kun je eenvoudig omschrijven. Je hebt licht in jezelf. Maar een licht in je is niet voldoende. Je kunt niet zonder meer stellen: ik ben licht en doe nu maar alles uit want het is niet meer nodig dat er ander licht is. Het licht dat je hebt, is de reflex van een licht dat hoger is dan jezelf, maar het is gelijktijdig daardoor bron van licht in je omgeving. Dat mag heel vreemd klinken maar dat is zo.

Als u uitgaat van het standpunt: dit innerlijk licht kan ik alleen gebruiken om mijn uiterlijke wereld beter, rationeler te benaderen, dan zult u, beperkt door uw eigen rationaliteit, ongetwijfeld een deel van de kosmos afwijzen. Daarmee heeft u dan niets te maken. Dat komt u tegemoet als een onaanvaardbare omstandigheid.

Wat de meeste mensen namelijk niet begrijpen, is dat er altijd twee waarden zijn. Je kunt nooit zeggen: er is maar één verschijningsvorm; er zijn er altijd twee. Je zou kunnen zeggen: Alles heeft zijn goede en zijn kwade kant.

Er is zwarte magie maar er is ook witte magie. Als je kijkt naar witte en zwarte magie, dan blijkt dat de toepassing (de innerlijke relatie er­ mee) zeer sterk verschilt maar dat de feiten gelijk blijven. Dat gaat zover dat de formules voor de witte magie gelijk zijn aan die voor de zwarte, alleen de intentie van gebruik en daardoor de uitwerking is een andere.

Op het ogenblik, dat mijn innerlijke wereld voor mij bepalend wordt voor de buitenwereld, ben ik mee bepalend voor mijn relatie, niet al­leen met de buitenwereld maar ook met het uiterlijk, het in verschij­ning tredende ik binnen mijn wereld. De innerlijke kracht is sterker dan al het andere op iet moment dat zij met zichzelf harmonisch is en deze harmonie t.a.v. zijn wereld weet te handhaven.

Ga je uit van een ‘ja maar-situatie’, dan zit je eigenlijk al in een feitelijke disharmonie. In mij geloof ik in de plichten en de nood­zaken om de naastenliefde voortdurend te beleven. Maar als ik dat doe, dan ben ik een grotere gek dan ik eigenlijk kan zijn. Dat kan ik gewoon niet doen. Dus, strijdigheid in het ik. Strijdigheid in de wereld daar buiten. Het kan niet anders. Ik heb zelf een conflict geschapen door de verdeeldheid en daarmee heb ik een conflict tot stand gebracht in mijn wereld. Aan dit conflict in mijn wereld kan ik nu een eind maken door in mijzelf terug te keren tot het oerbeeld en volgens mijn innerlijke waar­den positief te reageren.

Wie dat verder uitwerkt, zal merken dat het nog niet zo eenvoudig is. Want je bent natuurlijk door je wereldbeeld waarin je leeft tot aller­lei selecties gedwongen. Het ene kan wel, het andere kan niet. Niet al­les kan zoals het zou moeten, maar het kan misschien op een andere ma­nier. Enfin, u kent dat verhaal. Daarom geef ik u de volgende raad: Als u innerlijk een beeld heeft gevonden en aan dit beeld werkelijk volledig uzelf heeft toevertrouwd, reageer dan niet op de wereld zoals deze schijnt te zijn maar alleen uit de invloeden die u kunt putten uit het andere.

Er is een theorie die ongeveer als volgt luidt: Alles is een. Zelfs de elementen zijn één werkelijkheid. Ze zijn verdelingen die tot stand zijn gekomen door het besef en door de hantering.

Er is maar één kracht. Alle vormen van kracht zijn van die ene kracht alleen maar afgeleide waarden; ze zijn interpretaties. De kracht, de ene materie en de ene geest kun je niet delen. Wie de eenheid der dingen eenmaal beseft, is in staat op grond van die eenheid al datgene te veranderen in de veelheid wat niet beantwoordt aan zijn eigen een­heids-beleven. Dit is overigens een magisch‑filosofisch stuk. Het hoort eigenlijk thuis bij de wat latere alchemisten van ongeveer 1200.

Ik zou u dit beeld toch willen voorhouden want het is waar. Niet dat het onmiddellijk toepasbaar is maar het geeft ons een idee waarmee wij in feite te maken hebben. Wij hebben te maken met de ene kracht, met de ene werkelijkheid, met de ene geest en met de ene grond­vorm materie.

Als wij goud willen maken, dan is goud maken niet een kwestie van even materie veranderen maar het visualiseren van de oermaterie in een bepaalde uiting. Vandaar dat in zeer esoterische alchemistengroe­pen het maken van goud eigenlijk als een bijkomstigheid gold, voor zover dit praktisch was. Het gold wel als bijzonder belangrijk in geestelijk opzicht. Want, zo zei men: geestelijk maak ik goud; dat wil zeggen: ik bepaal de verschijningsvorm van de in haar geheel voor mij nog niet kenbare kracht. En dan is het wel belangrijk.

De situatie waarin u zich bevindt, is er natuurlijk een waarin u door ontzettend veel conditioneringen wordt omgeven. U weet wel, mag niet, mag we1, rechter handje mooi, linkerhandje lelijk enz. A1 deze con­ditioneringen werken in uw denken door. Het houdt in dat er in uw be­sef een aantal onaanvaardbaarheden mentaal verankerd is die gelden voor uw werkelijke wezen. Maar op het ogenblik dat u daar lijnrecht tegenin zou gaan, komt u in een innerlijk conflict. Daarom bent u aan uw con­ditioneringen wel enigszins gebonden.

Wie zich nu probeert bezig te houden met de bijna magische achter­grond van het dagelijks gebeuren, die zal ontdekken dat je toch alleen al door die innerlijke harmonie bepaalde zaken kunt veranderen. Je kunt zelfs je eigen lichaam genezen indien je daar innerlijk volledig in gelooft, maar in ieder geval in conditie en mogelijkheden verbeteren alleen al door dit innerlijk te voelen. Zoals eens een befaamd arts heeft gezegd en nog niet eens zo heel lang geleden: ‘Mijne heren, ons werktuig is de pharmacopoea. Maar wij moeten niet vergeten dat de suggestie een uitstekende vervanging is voor 90 % van de door ons voorgeschreven geneesmiddelen.’ Gezegd in een universiteit hier te lande. Ik wil niet zeggen dat suggestie hier het juiste woord is. Vervang dat nu eens door ‘innerlijk besef’ en pas het dan toe op uw wereld.

De huidige wereld is in opmars naar de ondergang. Hiervan zijn zo­veel mensen overtuigd dat inderdaad allerlei met die ondergang verbon­den verschijnselen zich dag in dag uit sterker gaan manifesteren. Wij geven de schuld aan politie, staatslieden, internationals, vakbonden of wie we toevallig bij de hand hebben. De werkelijke schuld echter ligt bij de mensen zelf. Zij denken in termen van ondergang en daarmee reali­seren zij uit het totaal van de mogelijkheden om zich heen al datgene wat met ondergang gepaard kan gaan terwijl ze al datgene wat vrede, geluk, harmonie, welvaart kan brengen, van zich afwijzen.

Een mens die in harmonie leeft, leeft in een gevoel van verbonden­heid. Op het ogenblik dat je je afzet tegen een meerderheid om b.v. je eigen belangen te dienen, je eigen gewichtigheid te manifesteren, schep je disharmonie. Die disharmonie keert tot je terug. Niet omdat die dis­harmonie onvermijdelijk is, maar omdat je die zelf hebt voortgebracht en je je aan datgene wat dus ook in jou is ontstaan, niet meer kunt onttrek­ken.

Het is opvallend hoeveel schizofrene figuren er op het ogenblik rondlopen in deze wereld. De meeste van hen hebben zeer belangrijke functies. Ik wil niet zover gaan dat ik een bekend Amerikaans politicus wil citeren, die sprak: “Een generaal is iemand die alles met wapens wil oplossen omdat hij niet in staat is dat met zijn verstand te doen.” Maar ik wil toch wel zeggen, dat er heel wat mensen zijn die naar wapens, naar dreigementen, naar manipulaties, naar geheimhouding en dergelijke streven omdat zij eenvoudig het gevoel hebben dat zij zich moeten afzetten tegen de massa.

Een massa moet geregeerd worden. Een massa moet gemanipuleerd wor­den en als dat niet lukt, zijn ze doodongelukkig; dan is de hele we­reld tegen hen maar het is nooit hun eigen schuld. Hoeveel onaangename dingen overkomen u regelmatig die niet uw eigen schuld zijn? Vraag u eens af hoeveel van die zaken u misschien, als u anders was geweest, had kunnen voorkomen? Dan komt u al een heel eind.

Er zijn mensen die zeggen: Ik ben altijd goed voor mijn medemensen. Goed zijn voor je medemensen wil niet altijd zeggen in harmonie zijn met die medemensen. Op het ogenblik dat je jezelf als arbiter aanstelt over die medemensen, kun je wel denken dat je goed bent maar je doet eigenlijk voor een deel het verkeerde. Hoe meer je kinderen beschermt tegen de strijd van het leven in hun jeugdjaren, des te strijdlustiger ze het leven zullen ingaan en hoe minder ze zullen presteren als ze ouder zijn geworden. Dat zijn dingen waar je niet aan kunt ontkomen.

Als ik dat over de buitenwereld zeg, dan zegt iedereen: Ja, dat zou toch wel een tikje waar kunnen zijn. Maar als ik het zeg over u, wat denkt u dan? Denkt u dan dat het gebeuren toch door de grote macht buiten u wordt bepaald? Zeker, u bent gebonden binnen een bepaald kader. U kunt uzelf een beetje veranderen maar nooit helemaal. U bent nu eenmaal gegroeid met een beeld van uzelf en een beeld van de wereld. Men heeft u dat bijgebracht en u kunt daar geen afstand van doen. Dat is stoffelijk gewoon mentaal verankerd, dat is met emoties verbonden. U heeft echter een betrekkelijk grote vrijheid. Want als u al die dingen nu eens even buiten beschouwing laat en u gaat alleen zoeken naar uw innerlijk wezen, naar uw innerlijke waarheid, wat zoekt u dan eigenlijk?

De meesten zoeken iemand die hun zegt hoe het moet zijn. De een of andere leermeester of desnoods de bijbel, het Evangelie, de Here Jezus Christus of iemand anders. En gezien een licht feministische tendens was ook moeder Maria als raadgeefster en bevelhebster lange tijd zeer geliefd. Maar is dit alles eigenlijk niet een afschuiven van de noodzaak om zelf te kiezen, om zelf te werken, om zelf te zijn?

Wij hebben in deze cursus gesproken over natuurkrachten en de reacties die natuurkrachten hebben op de uitstraling van de mensheid. De aarde is in zich een persoonlijkheid, een wezen. En al denkt dat niet zo snel als u, dat wezen ondergaat de invloeden van het denken van de aarde. U kunt ze harmonisch verwerken en u kunt ze disharmonisch verwerken. U kunt zich los zeggen van al datgene wat het evenwicht in de natuur bepaalt. U kunt het natuurlijk ook omdraaien en u kunt rekening houden met de natuur en binnen het kader van de natuur uw positieve keuze maken.

Tegenwoordig hoor je heel veel mensen ontzettend snikken en zeggen: Wij kunnen niet eens meer in de open lucht augurken telen, want anders komen ze door de zure regen meteen ingelegd van de stam af. Die zure regen komt voort uit uw onvermogen om u te realiseren dat u leeft binnen een bepaald evenwicht van de natuur. Dat wil niet zeggen dat u de natuur te gronde kunt richten. De natuur verandert. Misschien zullen heel wat bossen moeten plaatsmaken voor kleinere gewassen, die men op het ogenblik onkruid noemt. Maar er zal ongetwijfeld een aanpassing zijn. Voor u is die aanpassing niet aanvaardbaar. Maar dan moet u rekening houden met de omstandigheden, dan moet u binnen het evenwicht van de natuur toch positief reageren. Dan moet u niet zeggen dat een ander het moet doen. Wat dat betreft heeft de mens er een handje van om de zaak verkeerd te begrijpen:

Er zijn mensen geweest die ontzettend protesteerden tegen de schade die door de uitlaatgassen van auto’s werd aangericht maar die dan ook per auto met een te hoge snelheid en wat dat betreft ook nog teveel olieverbruik het hele land doorraasden om te vertellen hoe schadelijk autorijden was.

Als je rekening houdt met de natuurkrachten, de werking van de natuur, de evenwichten van de natuur, dan kun je daarop inspelen. Je kunt nooit terug, onthoudt u dat, je kunt alleen maar vooruit. Want wij zijn niet in staat het verleden identiek te beleven en daarom kan het voor ons ook niet herleven. Maar wij zijn wel in staat om de toekomst te vormen op grond van ons eigen harmonisch besef van het heden. Dan kunnen wij binnen het kader van de natuur wel degelijk een zeer goede en perfecte ontwikkeling tot stand brengen waardoor de mensheid en de natuur gaan samenwerken en samen komen tot een perfecte belevingsmogelijkheid. Dan zal de aarde ook positief reageren op de mensen die in dat evenwicht immers harmonisch zijn en zullen ze zeker veel minder rampen veroorzaken dan in de laatste tijd en ook in de komende tijd het geval zal zijn. Wij hebben hier ook weer een spiegeling: het is alsof de aarde en de natuur datgene weerkaatsen wat de mens beweegt. Niet datgene wat hij zegt maar datgene wat hij is en dus ook doet.

Het is heel erg belangrijk dat wij op grond van alles wat reeds is besproken in deze cursus, maar zeker ook in verband met alles wat wij in de wereld meemaken, lezen, horen en ondergaan tot een positief reageren komen. Dit kan echter alleen op basis van ons eigen innerlijk. Wie de waarheid omtrent zijn innerlijk hoe dan ook probeert te ontkennen, wie een groot gedeelte van zijn eigen innerlijke tekortkomingen probeert om te zetten in verwijten aan de buitenwereld, die zal niets bereiken. Maar degene die in staat is om zichzelf, inclusief zijn fouten, zijn onevenwichtigheden en zijn goede kanten, te zien als een geheel waarin de kosmische kracht werkzaam is en waardoor ze werkzaam zal zijn, die zal de moed vinden om in zijn gehele wereld zo positief mogelijk te reageren en negatieve reacties zoveel mogelijk terzijde te zetten en daarop niet werkelijk te ageren.

Dan kan de mens weer meester worden van het gebeuren op aarde in plaats van slaaf te zijn van zijn op hol geslagen denkbeelden en driften. Dan zal de mens in staat zijn in zich die harmonie te vinden waardoor ook andere werelden waarvan hij deel uitmaakt en doorgaans niet helemaal beseft, voor hem een steeds meer werkzame en sprekende factor worden. Zijn harmonische mogelijkheden nemen toe, niet af. Terwijl de negatieve mogelijkheden langzaam maar zeker verdwijnen, niet omdat ze niet meer bestaan maar omdat ze in wezen te onbelangrijk zijn om je daarmee bezig te houden.

Dan is een eindconclusie misschien niet zo vreemd als ze zonder dit alles zou zijn geweest. Ik geef het in de ik-vorm omdat ik daarmee onmiddellijk teruggrijp naar een denker in onze wereld die dit voor zich en voor mij heeft geformuleerd: “Er is een geheel. Wat ik ‘Ik’ noem, is een deel van het geheel. A1 wat in het geheel bestaat, is verwant met dat wat ik ‘Ik’ noem. Daarom kan ik niets afwijzen want het is deel van mijzelf. Ik kan slechts kiezen tussen de delen van mijzelf en alleen die delen activeren die voor mij op dit moment aanvaardbaar, werkzaam, goed zijn.

Er is een kracht. Ik bezit enige kracht maar zij is deel van deze totale kracht. Als ik de begrenzingen van mijn eigen kracht vergeet, zal de totale kracht werken door mij. Ik kan die kracht echter alleen aanwenden volgens het besef dat mijn ik bezit. Ik kan die kracht alleen beleven op de manier die in het door mij verworven besef bestaat.

Er is geen grens te trekken tussen het ik dat ik bezit en het ik van een planeet of van een zon. Wij zijn als delen van het geheel. Daarom zal geen wereld, geen ster, geen kosmische leegte, geen wervelend veld in de ruimte mij vijandig zijn, tenzij ik zelf de verwantschap ontken. Weten dat je verwant bent met alle dingen, betekent ook beseffen dat alle dingen in jezelf aanvaardbaar moeten zijn. En uit die aanvaardbaarheid vind ik dan dat alle dingen tot mij spreken, dat ik antwoord geef op alle dingen en dat in mij de vreugde en de vrede zijn die ontstaan door mijn verenigd zijn met al wat licht en al wat kracht is.

Wie een reden zoekt voor hetgeen hij doet, vergeet dat redenen niet bestaan zoals ze stoffelijk worden geformuleerd. Werkelijke redenen zijn de hoofdlijnen van het kosmisch bestel waarmee wij verbonden zijn.

Ik ben een uitvoerend deel van het geheel, niet meer en niet minder. Al wat in mij is en wat vanuit mij leeft, wat door mij ontstaat of door mij te gronde gaat, is alleen de werking van het geheel. Ik kan mij niet verantwoordelijk voelen voor dit geheel want ik als deel kan het geheel niet beheersen. Maar ik kan mij verantwoordelijk voelen voor mijn persoonlijke uiting van dit geheel voor zover dit voor mijn besef mogelijk is.

Uitgaan van de eenheid, leven vanuit de ik-heid en zoeken naar het verband waardoor de harmonie met alle dingen mogelijk wordt, is de enig juiste oplossing voor eenieder die met natuur, met gebeuren, met wereld, met kosmos is verbonden. Wie niet waarlijk en innerlijk met haar verbonden is, deze leeft niet. Deze is een schijnvorm die voorbij gaat, sneller nog dan een wolk zich oplost aan de hemel.”

Ik meen, dat ik hiermee de grootste waarheid, voor zover het onze cursus betreft, naar voren heb gebracht. Na de pauze komt een tweede spreker en omdat wij nu eenmaal enig verband zoeken, zal hij zich waarschijnlijk bezighouden met enkele magische wetten en evenwichten. Vergeet daarbij niet dat dit verschijnselen zijn die alleen mogelijk zijn door de ene werkelijkheid die er achter schuilt.

Als u in uw leven conflicten heeft, realiseer u dan dat deze conflicten voor u voornamelijk ontstaan doordat u niet in staat bent de innerlijke werkelijkheid in uw wezen te aanvaarden als deel van het geheel en zo de verwantschap te vinden met de wereld die u kent zoals deze is.

De mens, die zijn fantasieën in werkelijkheid probeert te leven, is een dwaas. Maar hij, die in zich een geheel voelt oprijzen dat hij soms in de werkelijkheid kan uiten, is een wijze omdat hij probeert iets van de waarheid voor zichzelf beleefbaar te maken. ‘