Humor, kolder en vrije associatie

image_pdf

1 december 1961

Wij wijzen u er op, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mijn onderwerp is: Humor, kolder en vrije associatie.

Deze onderwerpen zijn moeilijk te definiëren. Humor kan bv. een vorm van zien zijn, het zien van overeenkomsten, bepaalde dwaasheden enz. Vaak komt hierbij een element van leedvermaak om de hoek. Iemand denkt bv. er piekfijn uit te zien en beroemt zich er op. Hij heeft echter zijn pantalon vergeten…. Er zijn natuurlijk fijnere trekjes. Ook een zekere spitsvondigheid hoort onder dit punt thuis. Humor kan zeker ook liggen in een aforisme. Kolder kan men het beste definiëren als iets, wat schijnbaar zin heeft en toch onzin is, maar is vaak ook een schijnbare onzinnigheid, waarachter een diepe zin verborgen ligt.

Voorbeeld: Zo-even viel hier – voor het begin – het woord “disharmonie”. De betekenis van het woord is eenvoudig te vinden. “Dis” was een God van de onderwereld. Een harmonie is een orkest, bestaande uit koperinstrumenten. Een disharmonie is dus een “onderwereldkoperorkest”, dat door “Dis” geleid wordt. De onderwereldsymfonie, die dit orkest speelt, is voor de mens officieel niet te begrijpen, maar als hij goed luistert, verliest hij helemaal zijn goed humeur, omdat hij daarin zichzelf herkent. Zoals u ziet, hoeft ook kolder niet altijd van wijsgerigheid ontbloot te zijn.

Dan vrije associatie. Hiermee duidt men een methode aan, die in de psychologie wordt gebruikt om een mens te brengen tot het openbaren van de gedachten, die achter zijn openlijke gedachten schuilgaan. Stel, dat men wil weten, hoe u op bepaalde punten reageert. Men somt nu vele woorden op en vraagt u het eerste woord te noemen, dat u in verband hiermee invalt.

Het merendeel van de woorden zal waarschijnlijk onschuldig zijn, maar sommige woorden hebben voor u meer betekenis. Wanneer uw reactietijd voor dergelijke onderwerpen langer is dan normaal, blijkt hieruit, dat u even na moest denken om een tweede woord te vinden. Zo kan men dan precies het gebied bepalen, waarop u iets verborgen wilt houden en daarmee zich er een aardig beeld van vormen. Ook wanneer men niet tracht iets te verbergen, komen er vaak vreemde associaties naar voren, die een beeld geven van dingen, die de mens zelf misschien niet eens goed beseft. Bij een associatieproef werd iemand het woord “schoonmoeder” genoemd. Zijn reactie was “politieagent”. Daaruit alleen is reeds veel over zijn eigen toestand, en mogelijke huiselijke omstandigheden vooral, heel wat af te leiden. Meestal weet de mens niet eens, dat hij zich hierdoor verraadt.

Het zal u duidelijk zijn, dat in bepaalde tijden zowel bepaalde grappen als bepaalde associaties meer voorkomen dan in andere tijden. Wij ontdekken in een bepaalde tijd een zekere tendens, die aangeeft, welke richting het doorsnee menselijk denken uitgaat. Wij kunnen vanuit de geest natuurlijk geen psychologische proeven nemen volgens de stoffelijke maatstaven. Misschien is dat wel goed. Stelt u zich eens voor, dat een van ons een psychologische proef op een psycholoog zou nemen. Deze psycholoog heeft geen psychologisch verantwoorde uitleg voor de gevolgen van ons psychologisch pogen. Deze psycholoog zou genoopt worden een psychiater te raadplegen om de parapsychologische verschijnselen, die hij niet psychisch verwerken of psychologisch verklaren kan, voor hem op een psychologisch juiste wijze te interpreteren. Daar staat tegenover, dat wij vaak gedachten kunnen aflezen. Wanneer wij ons ervoor interesseren, kunnen wij wel degelijk bepaalde tendensen vaststellen. De huidige is wel heel eigenaardig. De mensen nemen op het ogenblik namelijk vele punten als vaststaand aan, die bv. vijftig jaar geleden eigenlijk nog niet eens erkend werden als mogelijk. Een zekere onrust en vooral een steeds groeiend wantrouwen komen hierin tot uiting.

Voorbeeld: een vergadering in het Kremlin. Chroesjtsjov spreekt over de mogelijkheid de rode revolutie verder uit te dragen en de eerbied, die men moet hebben voor de voormannen van deze revolutie. Wanneer hij uitgesproken is, merkt een van de staatsmannen uit een van de satellietstaten op, dat hij het volkomen eens is met de gedachten van Chroesjtsjov. Deze reageert: “Schiet onmiddellijk die verrader neer”.

Het is overigens opvallend, hoe groot het aantal politieke moppen is in deze dagen. Het duurt niet lang meer, of hun gangbaar aantal begint het aantal seksuele mopjes te overtreffen. En dat wil wat zeggen. Ook partijdigheid blijkt steeds weer uit de huidige humor.

Voorbeeld: Twee mussen zitten in Oost-Berlijn te praten. De eerste merkt op: “Ik moet even naar West-Berlijn om iets te laten vallen”. De tweede vraagt: “Waarom?” Het antwoord is: “Eten wil ik hier nog wel, maar mijn mest gun ik de andere kant”.

Sommige mopjes zijn zelfs sinister.

Voorbeeld: Oom komt binnen en ziet zijn neefje van 8 jaar voor een portret van de Gaulle “Het Onze Vader” bidden. “Maar, François “, zegt oom, “die meneer is nog niet in de hemel! “O” reageert het jochie, “maar ik werk op voorschot, want pappie zegt, dat het niet lang meer zal duren”.

Men lacht daarom. Maar hoe springt men in deze dagen – alsof het niets is – met begrippen als vrijheid, eerbied voor het leven e.d. om? De humor van deze dagen is vaak bitter. Neem nu het laatste mopje. Wanneer dit voluit wordt verteld, impliceert men: a. dat een kind de Gaulle met God de Vader verwart, en b. dat men het normaal vindt, dat deze mens binnenkort zal overlijden, waarschijnlijk op gewelddadige wijze. De andere voorbeelden geven onder meer aan, dat men het heel normaal vindt om van het Oosten te profiteren, maar meent gerechtigd te zijn om zijn verdiensten aan het Westen te geven en de bron van eigen inkomen te verachten.

In het eerste voorbeeld worden wij geconfronteerd met het feit, dat men het hoofd van een staat, die op een bepaald ideaal gebaseerd is, zich als een verrader aan alle eigen idealen ziet.

Een houding, die ook in mopjes over westerse politici tot uiting komt. Wantrouwen, bevooroordeeldheid, verachting, verwarring van belangrijke begrippen met elkaar, blijken in zeer vele gevallen de basis te zijn van de hedendaagse humor.

Waarheen gaat de mensheid? Wanneer je tracht dit aan de hand van de heersende begrippen van humor na te gaan, ontdek je veel eigenaardige verschijnselen. Zo zijn vele oude moppen uitgestorven. Vroeger beschouwde men in mopjes bv. schoonmama als een lastige dictator, die de onlusten in het huwelijk op de meest geraffineerde wijze wist te leiden. In uw dagen blijkt de schoonmoeder in ere te zijn als de goedkoopste en meest perfecte babysitter. Vroeger waren er legio grappen over verstrooide professoren. In deze dagen is een professor niet meer zo verstrooid en treedt hij hoofdzakelijk op om op wetenschappelijke wijze onwaarschijnlijkheden op een grappige manier te debiteren of monsters te scheppen. Overigens begrijpelijk. De professor van vroeger was een zachtzinnige wetenschappelijke mens, die rustig in de paraplubak uit stond te lekken, terwijl zijn paraplu op zijn leunstoel lag. De professor van heden is een harde, vaak sportieve figuur, die bij voorkeur met atoombommen en dergelijke speelt. In de ogen van de mensen zijn de wetenschapsmensen verschrikkelijke figuren geworden, die de ondergang van de wereld in een wetenschappelijke drift nagaan om te bewijzen, dat het kan, ongeacht de gevolgen.

Ook de kolder van deze dagen is vaak wat bitter. Geen wonder, want de basis daarvan is uiteindelijk toch weer een zekere vrije associatie. De grens tussen de grap en de kolder is overigens moeilijk geheel te definiëren.

Voorbeeld: Een vriend van mij vond een aardige geest van toekomstig vrouwelijke sekse en wilde daarmee samen gaan incarneren. Hij bedacht zich echter, want zij bleek een spook te zijn.

Het misbruiken van verschillende talen, en de misverstanden, die daaruit voort kunnen komen, vormen – zowel in de humor als in het werkelijke leven – een groot deel van de kolder, van de onzinnigheid. Dit wijst op een Babylonische spraakverwarring, een steeds weer zich haast opzettelijk beroepen op de mogelijkheid een misverstand tussen mensen tot stand te brengen. Het vreemde hierbij is, dat bepaalde kolderuitspraken op het toneel met groot succes gebruikt worden en veel gelach veroorzaken, terwijl dezelfde mensen klaarblijkelijk de onzin niet meer inzien, wanneer een gelijke zegswijze of toestand in de werkelijkheid optreedt. Zelfs vele associaties blijken van een kolderelement niet meer geheel vrij te zijn en lang niet alle associaties zijn zo onschuldig als die van het jongetje, dat bij de intocht van St. Nicolaas op een Zwarte Piet wees en vroeg: “Mama, is dat nu Soekarno?”

Vaak vinden wij een onbewust geuite behoefte om gevaar en uit mensen geboren verschikkingen te ridiculiseren, men wil de werkelijkheid niet aanvaarden en vlucht weg in verklaringen, die louter kolder zijn, of toont associaties, die allesbehalve verheffend werken op hen, die de ware betekenis daarvan beseffen. Soms werkt de door de mens onbewust zo geschapen kolder verhelderend en verfrissend tegelijk. In Oost-Berlijn bijvoorbeeld was een etalage gemaakt met dessous. Waarschijnlijk was dat zij hoofdzakelijk voor show bedoeld waren. In ieder geval hing boven in de etalage een oproep: “Vrouwen, verhoog uw aantrekkelijkheid!” Onder in deze uitstalkast stond een tweede kaart met een slogan van de  partij: “Weer de kapitalistische aanvallers met alle middelen af!” Hieruit rijst de vraag, wat de vrouwen van Oost-Berlijn dan wel geacht worden te doen.

Ander voorbeeld: Een kind wordt door een Amerikaan aan een Vopo overgedragen. Het kind keert terug naar zijn ouders, die in Oost-Berlijn wonen. De Vopo zegt tegen de Amerikaan: “Sportief van u de kleine zo aan te reiken, ik heb altijd al veel gevoeld voor de Amerikanen en ik ben dol op Amerikaanse muziek”, om tegen het kind te vervolgen: “Jij bent nog eens een brave jongen, jij wilde natuurlijk niet bij die vervloekte kapitalisten blijven”.

Beide voorbeelden zijn historisch. Wij kunnen hierom nog lachen. Maar de mensen zelf, die deze dingen doen en zeggen, zijn zich van deze dwaasheid niet bewust. Soms krijgt de kolder een vreemd, tragisch, wreed karakter. In Parijs deed een Algerijn reeds jaren al wat hij kon, om zijn landgenoten te helpen. Op de dag van een demonstratie hield hij – een drogisterij exploiterende – tegen de bevelen van de Algerijnse verzetslieden in, zijn winkel open om de gewonden gratis van verband te kunnen voorzien. Hij was open, dus werd zijn gehele winkel in puin geslagen. De reden, die men daarvoor gaf: Wanneer hij open was, zou het misschien voor kunnen komen, dat hij ook een stukje verband moest leveren aan een Fransman.

De dingen lopen in deze dagen soms wel buitengewoon vreemd. De salarissen bij de T.V. zijn slecht. Men staakt en merkt op, dat men blij is, dat de staking zo gedisciplineerd en zonder schade voor iemand verliep. Dit is waar. Maar wat is de werkelijke toestand? Door het feit, dat twee dagen niet uitgezonden werd, bespaarden staat en omroepen veel geld. Degenen, die werkelijk onder de staking geleden hebben, zijn de trouwe betalers van het kijkgeld, die aan die salarissen weinig kunnen doen en er zeker de schuld niet van zijn. De enige verklaring voor de tevredenheid van de stakers kan volgens mij dan ook liggen in hun weten omtrent de kwaliteit van hun programma’s. Zij zijn misschien eerlijk ervan overtuigd, dat het voor alle Nederlanders goed is eens twee dagen van alle erger over de tv. programma’s verstoken te blijven, opdat zij met nieuwe moed zich kunnen ergeren en kijken, wanneer de uitzendingen hervat zijn.

Cynisme? Vaak wel. Toch zal iemand, die de vreemde dingen van deze dagen gade slaat, zich niet aan de overtuiging kunnen onttrekken, dat men in deze dagen bewust of onbewust alle werkelijkheid en alle verhoudingen uit het oog verliest. Men verwart eigenbelangen met algemeen belang, meent het recht te hebben eisen aan anderen te mogen stellen en kan niets belachelijks zien in de tegenspraak tussen eigen denken en handelen, die men demonstreert.

Voorbeeld: Er zijn mensen, die menen goede democraten te zijn en daaraan het recht te kunnen ontlenen alle anderen tegen hun wil in te regeren. De stelling: “Ik ben een democraat, ieder, die niet zo denkt als ik, is geen democraat en deugt dus niet. Het is slechts rechtvaardig, dat ik een ieder, die het niet met mij eens is, dwing”, is kolder van het reinste water. Op minder directe wijze worden deze dingen vaak genoeg geponeerd door politici, leiders van religieuze groepen e.d., maar niemand ziet dan de dwaasheid en tegenspraak van deze verklaringen in. Het onzinnige wordt zinrijk genoemd, zodra het wordt uitgesproken door iemand, die voldoende macht of aanzien bezit.

De wereld van heden lijkt, wanneer wij afgaan op de humor en de kolder van deze dagen, wel een stamppot van menselijke onmacht en menselijke verwarringen. Wij komen tot de ontstellende ontdekking, dat wreedheid, dwaasheid, onverantwoordelijkheid, de plaats in zijn gaan nemen van genoeglijke zelfspot. De paradoxen, die men voortdurend tot uiting brengt als diepe wijsheid, ziet men niet eens meer voor wat zij werkelijk zijn: Tegenspraken, maar worden als waar aangenomen. De mens van heden schijnt niet te beseffen, wat zich in en rond hem afspeelt. Hij denkt alleen aan zijn eigen dromen en angsten. Dit doet mij denken aan een grapje over vrije associatie. Een man komt bij een psychiater, omdat men meent, dat hij niet geheel normaal reageert. Deze besluit, door vrije associaties, te kunnen bepalen, waar de schoen wringt en laat de patiënt een ui zien. “Waaraan denkt u nu?” “Aan een meisje van twintig”. De psychiater wijst op een typemachine. “Waaraan denkt u nu?” “Aan een meisje van twintig”. De dokter toont de patiënt een foto van een atoomexplosie. “Waaraan denkt u hierbij?” “Een meisje van twintig”. Zo gaat het verhaal verder. Uiteindelijk blijkt, dat de patiënt bij alles alleen maar denkt aan een meisje van twintig, omdat hij nu eenmaal nergens anders meer aan kan denken.

Wie de associaties van de moderne mensheid nagaat, wordt met een soortgelijk geval geconfronteerd. Wanneer een mens in deze dagen een knal hoort, denkt hij niet aan een gesprongen band. Zijn eerste associatie is: Een geweerschot, een revolverschot, of een bom. Wanneer een straaljager overvliegt, denkt de mens niet aan een kapotte stofzuiger, of een huilende centrifuge, maar aan atoombommen, aan geleide raketten. Wanneer je in deze dagen een mens vertelt, dat er vele en grote veranderingen op komst zijn, denkt hij niet aan een noodzakelijke en wel degelijk mogelijke verandering ten goede, maar aan het einde van de wereld. Klaarblijkelijk hebben de mensen van heden, ondanks hun pogingen tot humor, geen andere gedachten dan aan ellende, ondergang, alles samengevat in de spreuk: Wat er ook gebeurt, beter kan het ons nooit gaan wanneer er iets verandert… .

Natuurlijk zijn er ook mensen, die helemaal niet meer willen denken. Dit bracht een bekende Nederlander er toe om, overigens niet officieel, op te merken, dat de enige beschikbare woonruimte in Nederland klaarblijkelijk was gelegen in de lege hersenpan van vele moderne jongelui.

Misschien vindt u ook, dat de moderne jeugd in vele gevallen faalt. Maar ook hier is de nutteloosheid van het leven, de hopeloosheid van de toekomst, de oorzaak, dat zij aan niets anders willen denken dan aan hun eigen genoegen, een bromfiets en een meisje. Wanneer je de associaties, die optreden, nagaat, vraag je je onwillekeurig af: Wat is dit toch voor een wereld, waarin men niet meer gelooft aan trouw en eerlijkheid. Vroeger was de reactie op het woord verdrag: Bondgenootschap. Tegenwoordig is het antwoord meestal: Oplichterij. Vroeger reageerde men op het woord vriendschap met: Trouw tot de dood. Tegenwoordig is de associatie al te vaak: Profijt.

Natuurlijk geldt dit niet voor allen en komen deze associaties niet altijd voor. Maar vaak genoeg om een belangrijke verandering in de algehele mentaliteit van de mensheid aan te tonen.

Vroeger betekende het woord huwelijk voor de mens, krachtens de daarmee verbonden associaties: Levenslange samenwerking, voordeel en verplichting. Tegenwoordig denkt men aan romantiek, hevige emoties, aan iets, waaraan men zich naar willekeur zal kunnen onttrekken en zich niet al te hevig tegen hoeft te verdedigen, of zich ernstig mee bezig moet houden.

Bijvoorbeeld: Kind. Vroeger zegen Gods. Tegenwoordig kinderbijslag. Kerk: Vroeger ontmoeting met God. Tegenwoordig: De fancy fair van de kerk, of het feit, dat de dominee te lang preekt. De associaties, die wij bij de mensen in de laatste jaren waarnemen, zijn over het algemeen nogal negatief. Ik vind dit jammer, want er zijn zoveel positieve dingen in de wereld.

Natuurlijk heeft men humor in het leven nodig. Een mens die niet lachen kan, zowel om zichzelf als om anderen, is maar een treurig wezen. Een mens die niet de moed heeft zo nu en dan zonder meer eens gek te doen, is maar een ongelukkig wezen, dat zich zelf zo au serieus neemt, dat een ander het niet meer kan doen. Wat kan een mens die negatief reageert in deze wereld, nog aan goeds bereiken? Ik weet wel, dat ook een deel van mijn reacties negatief lijkt. Ik zet er echter steeds weer een positieve stelling achter. Wanneer ik iets moet definiëren, zo geef ik vaak twee, drie mogelijke definities, omdat ik weet, dat er in elke mens en in elk gebeuren zoveel verschillende facetten zijn, dat je alles niet in één enkele omschrijving kunt samenvatten. De moderne mens pleegt alles in één enkel begrip samen te vatten.

Een ander punt: Het is niet moeilijk de mensen aan het lachen te krijgen. Dan nemen wij alleen maar een figuur als bv. de Quay. Een Sinterklaasrijm als voorbeeld: “De Quai is nog de kwaadste niet” zei Sinterklaas tot Zwarte Piet, “daarom wordt het tijd, dat je z’n kabinet weer eens op nieuwe poten zet”.

Dat is gemakkelijk genoeg, maar de achtergronden komen daarmee niet op de voorgrond en worden niet duidelijker. Wij spreken nu over politiek. Hebt u zich wel eens afgevraagd, hoeveel politieke partijen en figuren – waarover men zo smakelijk kan spotten en lachen – steeds opnieuw niet in staat blijken te zijn de beloften, die zij het publiek of anderen gedaan hebben, te vervullen? Hebt u zich wel eens afgevraagd, waarom? Het is eenvoudig: Wie macht heeft, wil macht behouden. Dat is veel gemakkelijker, wanneer je achter de schermen politieke koehandel drijft, terwijl je de kiezers in hun politieke hemd laat staan, bij voorkeur bovendien in de kou.

Menigeen lacht en spot in deze dagen over Luns. Maar is het geen tragedie, dat Nederland niet in staat blijkt met een oprechtheid en goede wil door middel van een Luns die zeer oprecht is, binnen een statenbond, die onpartijdig zegt te zijn, een meerderheid voor een goed en eerlijk voorstel te verkrijgen? Ook hier geldt hetzelfde, wat ons reeds door beschouwen van humor en associaties duidelijk werd gemaakt: Recht is onbelangrijk, wanneer wij maar handelen kunnen en onze eigen belangrijkheid of rijkdom kunnen bevorderen.

Een kinderlijk rijmpje, dat ik kort geleden hoorde, illustreert misschien, hoe men in vele groepen denkt over deze dingen.

“Wij bouwen tezamen een huis” spraken de mensen. “Ik leg de eerste steen”, zei de ministerpresident. “Wij zijn het eens met deze wensen” spraken metselaar en sjouwerman. “Jullie werken veel te hard”, zo sprak de bond, “dus niets ervan. Eerst salaris, eerst betalen. Eerst opnieuw een overwinning behalen. Dan pas mag je stenen sjouwen en, wanneer wij menen onze tegenstanders eindelijk te mogen vertrouwen, mogen jullie misschien zelfs bouwen”.

Is dit niet opnieuw een weergave van wat ieder voor zich denkt en van anderen verwacht? Niet denken over de belangen en behoeften van het geheel, over de noden van je naasten. Dat is namelijk ouderwets. De enige belangrijke vraag in deze dagen schijnt te zijn: Hoe word ik zo snel mogelijk en met zo weinig mogelijk moeite hier beter van.

Natuurlijk worden er vele edele stellingen verkondigd. In het zuiden van de USA werd, in verband met het negerprobleem, een hatelijk mopje gelanceerd: “Gelijke rechten voor de negers” sprak de vreemdeling. “Je kent ze niet” sprak de Virginiër. “Hoeft ook niet” sprak de vreemde. “Ik zie ze bij ons toch niet. Daarom streef ik naar gelijkheid voor hen en jullie”.

Een ander grapje over hetzelfde thema. “Weg jullie, deze kerk is alleen voor blanken” sprak de dominee en ging naar binnen om te preken, dat alle mensen broeders zijn… Misschien cynisch, maar waar. Men vraagt zich in deze dagen niet af, wat men gelooft en wat de consequenties daarvan zouden kunnen zijn. Dan kan men nergens beweren: “Wij vertegenwoordigen God op aarde. Wij dienen er voor te zorgen, dat de mensen in broederschap en naastenliefde kunnen leven…”. Tegen de atoombom durven wij niets zeggen. Als wij dat doen, krijgen wij te veel last met verschillende regeringen. Misschien, dat men binnenkort van de kansels hoort: “In de Naam van Jezus, die leerde, dat alle mensen elkaar lief moeten hebben, zult gij uw atoombommen met zachtheid gooien”. Zelfs hierin schuilt wel enige humor, maar dan bitter als gal. Vreemd, dat je op het ogenblik alleen wat kunt bereiken met een bittere humor, een wrede humor, die shockeert, omdat zij even de bittere waarheid aan de dag brengt. Neem mij niet kwalijk, dat ik zelfs de vroomheid van velen in twijfel trek.

Wanneer wij Jezus zeggen, denken wij onmiddellijk aan de Christus. De Christus is voor ons liefde en Licht en brengt ons tot een denken aan de hemel, die wij ons eens hopen te verwerven. Maar of een ander die hemel ook haalt, moet hij zelf maar weten. Hoe waar is dit niet? Uit de hiaten bij vrije associatie blijkt steeds weer, dat deze mentaliteit overheerst bij te veel mensen.

Natuurlijk zeggen zij dit niet zo. Zelfs voor zich trachten zij de verplichtingen te ontgaan, die aan hun geloof verbonden zijn. Dan spreekt men niet meer over de hemel, maar over bewustwording. Hun naastenliefde is een recht, dat zij van anderen eisen, maar zelf alleen dan geven, wanneer het hen niet stoort, of er geen enkele andere mogelijkheid meer overblijft. Toch horen wij overal, dat de mens geestelijk verder moet gaan, consequenter zijn geloof en innerlijk weten moet beleven. Niet alleen bij de spiritisten, maar op alle kansels kunt u dit horen.

In een esoterische groep werd daarover het volgende gezegd: Er was een man, die zozeer met zijn geestelijk streven bezig was, dat hij er zelfs niet toe kwam om in de stof ook maar de ene voet voor de andere te zetten. Toen hij dit ontdekte, beschuldigde hij de wereld ervan, dat zij hem in zijn geestelijke vooruitgang had belemmerd, want zij weigerde zijn niets doen te aanvaarden als een bewijs van een hoog geestelijk bewustzijn. Kunt u de humor hierin niet vinden? Het is dan ook moderne humor, die men met een glimlach pleegt te ondergaan. De kolder van deze dagen is een vlucht in niet-redelijke taal, waarmee men voor anderen verbergt, dat men de werkelijke problemen van deze dagen niet kan begrijpen. De vrije associatie van deze dagen is, aan de hand van haar resultaten gedefinieerd: De uitdrukking van de beperkte vrijheid, die de mens zich durft toekennen en de spijt, die hij gevoelt niet meer vrijheid voor zich te durven opeisen.

Definities zijn overigens een scherp wapen. Toen men een filosoof eens vroeg, wat een mens eigenlijk is, antwoordde deze: “Een mens is een dier met gevoel voor humor. Naarmate de mens zich zelf meer ernstig neemt en minder humor bezit, is hij beestachtiger tegen anderen zonder te beseffen, dat wat hij nog humor noemt leedvermaak is”. De man had gelijk. De betogen, die wij in vele staten op het ogenblik horen, pleiten niet voor de toenemende bewustwording en toenemende menselijkheid van het menselijk ras. De onbewuste humor ervan wordt pas beseft, wanneer wij het omzetten in Sinterklaasstijl. Zoals: “Mijn lieve onderontwikkelde kindertjes.

Wanneer jullie braaf zijn, zal Sinter-Sam jullie veel geven en hier fabrieken bouwen. Wanneer jullie ondeugend zijn, zal de boze sovjet komen en je mee nemen naar Moskou om een minister van jullie te maken”. Omgekeerd: Wanneer jullie braaf zijn, mogen jullie meewerken voor de wereldrevolutie, maar wie ondeugend is, krijgt van Zwarte Sam een auto en een ijskast en moet heel zijn leven lang hard werken om daar de belastingen op te betalen…

Misschien overdrijf ik, maar wat moet ik denken van een wereld, waarin een heilige langzaamaan synoniem wordt met iemand, die te dom was om beter voor zich te zorgen en deugd over het algemeen eerder iets is als de moed niet hebben om te zondigen? Deze wereld is vreemd in mijn ogen. Over dingen, die eens heilig waren en een belangrijk deel van het menselijke leven uitmaakten, zijn nu het onderwerp van spot of dubbelzinnig gedaas. Ik kan niets goeds zien in een wereld, die spot met alles, wat goed en heilig is, een wereld, die haar humor langzaamaan knakt tot een lachen om dingen uit angst, dat men – wanneer zij ernstiger beschouwd worden – erom zou moeten huilen. Als u het mij vraagt, wordt veel van de felle en venijnige spot van deze dagen gelanceerd door mensen, die daar achter hun eigen wanhoop en angst trachten te verbergen. Het materialisme lijkt mij hoofdzakelijk voort te komen uit de angst van de mens voor een confrontatie met zijn werkelijke ik. Zelfs meen ik te mogen stellen, dat de mens van heden in doorsnee bang is zichzelf te vinden.

Ik zou hier een oude stelling moeten verkondigen: Mens, wanneer je gezonde humor wilt bezitten, dien je jezelf te kennen. Ken uzelf! Dat was in Griekenland en zelfs in Babylon reeds te horen, dit is een oeroude wijsheid. Maar in deze dagen wordt die wijsheid weer terzijde geschoven, wordt de werkelijkheid verborgen achter uitvluchten en schijnbeelden, omdat de mensen bang zijn zichzelf te zien, zoals zij zijn. Daarom grijpt de mens naar macht, daarom zoekt hij ten koste van alles naar luxe en bevrediging. Daarom de vele valse façades in het leven, daarom de vele kolderieke situaties, die de mens schept. Daarom ook kwam in deze dagen een fel en spits sarcasme in de plaats van de oude boertige humor. Daarom zoekt men in alles de slechtst mogelijke invloed, de meest kwaadaardige uitleg en interpretatie. Voorbeeld: Twee vrouwtjes staan samen over een nieuwe inwoner in hun dorp te praten. De eerste zegt: “Het is wel een goede mens, je kunt echt merken, dat hij zijn naasten lief heeft”, waarop de tweede reageerde: “Gunst ja, dat u dat nou zeggen moet. Ik dacht ook al direct, die heeft vast iets met de buurvrouw”. Venijnig, nietwaar?

Nu meen ik, dat scherpte soms wel bruikbaar is. Herinnert u zich, dat ik de O.D.V. eens definieerde als een groep van mensen, die de verdraagzaamheid na zeggen te streven, maar er vaak onderling over twisten, wie de meest verdraagzame is? Nu is het mogelijk, dat ik daar sommige leden te hoog heb aangeslagen, omdat het hen niet interesseert misschien, of zij nu werkelijk verdraagzaam zijn, dan wel niet. Laat ons het beste aannemen. In deze misschien wat venijnig klinkende definitie schuilt een waarheid, die heel wat verder gaat, dan men zich inderdaad heeft gerealiseerd. Want de mensen, die op aarde het goede nastreven, zijn steeds weer geneigd met anderen te twisten over de vraag wie van hen de beste is. Men erkent lang niet altijd het goede in anderen als een streven in dezelfde richting, waarin men ook zelf streeft.

Daarom meent men ook niet altijd: Wij moeten, gezien de gelijkheid van onze bestrevingen, samen gaan, maar zegt men in het beste geval steeds weer: O, dat? Niet kwaad, maar wij zijn natuurlijk toch veel beter…

Vele definities en aforismen zijn scherp. Bijvoorbeeld de volgende: Naastenliefde is iets, wat men van elke andere mens meent te mogen verwachten, doch slechts zelden geheel aan anderen geeft. Is het geen feit, dat haast iedere mens van anderen meer vergt, dan hijzelf bereid is te geven? Of deze: Vrijheid is het vermogen om te kiezen met welke banden je gebonden wilt zijn. Menigeen zou, indien hij eerlijk was, zijn beeld van vrijheid moeten omschrijven als de mogelijkheid om alles te doen, wat hij wil, onverschillig wat het aan anderen kost. Moderne tijd: Een tijd, waarin ieder het ergste vreest, aan anderen zegt, dat het beste natuurlijk zal gebeuren en hoopt, dat het ergste na zijn tijd zal plaats vinden, terwijl niemand bereid is ten koste van zichzelf iets te doen om de zaken ten goede te keren. Vooral dat laatste is logisch. Want wanneer het gaat om het nemen van maatregelen, initiatieven, meent haast iedereen, dat dit toch wel voornamelijk de taak van anderen is.

Soms lijkt het mij, dat de beste omschrijving van vele moderne mensen is: Wezens, die het juiste verschil tussen denken en doen, zeggen en volbrengen, niet meer kennen. Dan kunnen wij moderne buitenlandse politiek misschien het beste omschrijven met: Alles zeggen, behalve wat je werkelijk meent en doen alsof je alles zult doen, behalve wat je werkelijk wilt doen. Het is maar goed, dat vrije associatie de wereld soms even wijst op de werkelijke achtergronden, want daardoor mede zegt menige staatsman of generaal iets heel anders, dan hij had mogen zeggen, namelijk de waarheid. Dan zien wij het vreemde verschijnsel, dat mensen, die zeggen te komen praten over het handhaven van de vrede, opeens woorden zeggen, die eerder op een zekerheid omtrent een komende oorlog duiden, terwijl de mensen, die steeds weer hun landslieden toeroepen, dat zij zich offers moeten getroosten, om zich te kunnen verdedigen, opeens zeggen, dat de verdedigingswapens toch geen zin hebben, dat men liever betere aanvalswapens moet aanschaffen. De laatste jaren zijn dergelijke feiten steeds weer voorgekomen.

Wat dat betreft, humor is een machtig wapen, wanneer zij goed gebruikt wordt. Wanneer je een geschil als dat met Chroesjtsjov in de UNO – schoen op tafel – ernstig neemt, heeft hij zijn doel bereikt. Wanneer de mensen de dwaasheid inzien van een wedstrijd tussen een roffelende schoen en een roffelende voorzittershamer, waarbij de laatste het het eerste begeeft, kunnen wij lachen en is de dreiging ineens teruggebracht tot zijn werkelijke betekenis: Een kwajongensstreek, die ernstig werd opgenomen. Wie zich bezig houdt met alle bedreigende situaties, wordt snel een pessimist en wordt al snel door anderen beïnvloed in negatieve zin. Wie inziet, dat de menselijke dwaasheid en het menselijke element meespelen, kan niet alleen lachen, maar zal ook de positieve mogelijkheden niet uit het oog verliezen.

Wat te denken van de situatie aan de muur in Berlijn? Daar zijn werklieden bezig de muur te bouwen, maar sommigen van hen maken tevens voorbereidingen om naar het westen te vluchten. Minder hoort u ook hier van mensen, die naar Oost-Duitsland trekken, maar ook dit komt voor. Een belachelijke situatie, waaruit men de waarheid kan distilleren, dat het voor een mens altijd elders beter lijkt te zijn dan daar, waar hij op het ogenblik is. Ook dit blijkt in vele gevallen een deel van het menselijke denken te zijn. Het komt voort uit het feit, dat de mens nimmer zich de moeite neemt om naar het goede te zien van de plaats, waar hij leeft en de situatie, waarin hij verkeert. Daarom zal de mens trachten daar te komen, waar anderen zijn en willen bezitten, wat anderen bezitten.

Uit deze op zich bespottelijke situatie volgt nog meer. De mens heeft veel vertrouwen in zijn medemensen. Zoveel, dat hij de ene dag anderen een overlopen onmogelijk zal maken en toch er op zal blijven vertrouwen, dat hij zelf goed ontvangen zal worden, wanneer hij overloopt.

Vreemd, maar ook bemoedigend. Hieruit blijkt, dat vele zogenaamde vijanden geen werkelijke vijanden zijn, terwijl de vijandschap, die er bestaat, niet voortkomt uit stoffelijke noodzaken, behoeften of begeerten in de eerste plaats, maar voortkomt uit de denkwijze van de mens.

Waar bekend is, dat de mens nogal eens van gedachten pleegt te veranderen, geeft dit hoop. Alleen komt het wel eens voor, dat een overloper uiteindelijk er beter aan toe is dan een getrouwe. Een aardig verhaaltje, dat dit illustreert: Op een zekere dag komen een geestelijke en een communist-godloochenaar op dezelfde tijd bij de hemelpoort aan. De geestelijke meende een overwinning te kunnen behalen door even te wachten en de uitwijzing van de communist uit de hemelse sferen mee te maken. Hij wachtte. Stelt u zijn verbazing voor, toen hij opeens de communist door een klein poortje naar binnen zag gaan. Onmiddellijk ging hij naar Petrus. Waarom die communist wel naar binnen mocht? “Ach”, antwoordde Petrus. “Die goede man geloofde niet, dat God bestaat. Ook niet, toen ik hem zei, dat het toch heus waar is. Toen heb ik gezegd, dat hij zelf wel even kon gaan kijken”. De communist kwam natuurlijk niet meer terug.

Nu zit Petrus met de vraag, of dit nu een kwestie van een overloper was, of dat het eigenlijk eerder infiltratie genoemd moest worden… . Er is nog een les aan verbonden. Mensen zijn geneigd vele dingen te verwerpen en zelfs te ontkennen. Maar wanneer zij tot eigen genoegen er gebruik van kunnen maken, veranderen zij al snel van mening. Misschien zou je het zo kunnen stellen: Het gaat er bij de mensen niet om, wat zij al dan niet zeggen te geloven. Het komt er alleen maar op aan, wat zij kunnen beleven en aanvaarden. Juist daarom meen ik, dat de hoop van deze dagen is gelegen in het praktisch werken van de mensen, het met humor beschouwen van het leven en de zekerheid, dat een mens, die een goede invloed ervaart, of een prettige mogelijkheid ontdekt, daarvan niet zo snel afstand zal willen doen, zelfs niet, wanneer zijn principes daarmee gemoeid zijn. Daarom meen ik de vernieuwende werking van deze dagen te mogen definiëren als: een gevecht, dat de mens met zichzelf levert om zichzelf er van terug te houden beter te zijn, dan naar hij meent prettig en voordelig zal zijn.

De inwerking van de nieuwe tijd kunnen wij als volgt formuleren: Het innerlijk besef van een inwerking uit de geest, dat de mens zo onrustig maakt, dat hij meer blunders begaat dan strikt genomen noodzakelijk zou zijn. Het wezen van deze tijd kan omschreven worden als: Het groeien van een eenheid tussen de mensen, die de mens niet kan ontkennen, zelfs indien hij daardoor bepaalde delen van zijn eigen wereld en opvattingen zal moeten verloochenen. De geestelijke kracht en bewustwording van deze tijd zal ongetwijfeld een nieuwe vorm van humor tot stand brengen, een milde humor, die het de mens eindelijk weer mogelijk zal maken ook van harte over zichzelf te lachen.

Het kinderlijke in de mens is misschien het best uit te drukken door het volgende grapje. Een vader had reeds vaak tegen zijn zoon gezegd, dat jongetjes van slaan groeien. Op een dag was de zoon zo vervelend, dat vader uitviel: “Denk nu niet, dat je mij te pakken kunt nemen. Als je denkt handig te zijn, kun je slaag krijgen. Ik was vroeger veel handiger dan jij ooit zult worden”, waarop zoonlief vriendelijk informeerde: “Dus daardoor bent u zo groot geworden?” De mens trekt soms logische, maar onverwachte conclusies uit alle dingen, die hem voor worden gehouden. In deze dagen mogen wij wel verwachten, dat mensen dergelijke kinderlijk logische gevolgtrekkingen zullen maken en daardoor heel anders zullen handelen dan iedereen – zijzelf inbegrepen – op het ogenblik vermoeden.

Dat een vreemde vorm van denken daarbij langere tijd op zal treden, is niet zo erg. Uiteindelijk zal deze evenveel humor en waarheid bevatten als de opmerking van een vrouw tegen haar man: “Wat heerlijk, dat wij soms ruzie hebben, want wanneer wij elkaar haten, begrijp ik pas, hoeveel ik van je houd en wanneer wij het niet eens zijn, begrijp ik pas, in hoeveel dingen wij het toch wel eens zijn”. De menselijke reacties zijn voor de beschouwer altijd weer vol humor. Ik denk hierbij aan een scene tijdens de verhoren en gevangenschap van Kardinaal Mindszenty. De ondervrager merkte toen op: “Onze idealen hebben veel overeenkomst, maar het uwe deugt niet”. Nu wordt de humor van een dergelijke opmerking misschien nog niet helemaal beseft.

Maar wanneer de mens steeds weer bewust wordt van zichzelf en de wereld, komt er een ogenblik, dat men na een dergelijke verklaring zelf in lachen uit zal barsten en beseffen: Ik lach niet alleen om mijn woorden, of om de ander, maar om mijzelf ook, want onbewust heb ik een juiste associatie gevonden en een oordeel uitgesproken, dat voor ons beiden wel even belangrijk zal kunnen zijn.

Wat de kolder betreft: Reeds in deze dagen treft men zo hier en daar een stukje kolder aan, dat eigenlijk toch prettig aan doet, omdat het op een onmogelijke manier iets weergeeft van de werkelijkheid. Een nadeel van de moderne kolder is, dat het nog teveel een spot met waarden is, met volkeren, uitgebeeld door de een of andere figuur. Maar meer en meer sluipt ook hier het menselijke element in en wordt zelfs de opgeblazenheid van kolder, die voor wijsheid door moet gaan, een mogelijkheid om een enkele mens beter te begrijpen. Bij het onderling begrip van mens tot mens speelt humor een grote rol, daar ben ik van overtuigd. Wanneer zij de mens helpt zichzelf te hervinden en anderen te begrijpen, zal er eens een ogenblik zijn dat bij vrije associatie het woord “atoombom” niet meer wordt gevolgd door wereldondergang of macht, maar door het woord “dwaasheid”. Dan is de associatie bij het woord vrede niet meer overwinning, maar samenwerking. Want met begrip voor elkaar en enig gevoel voor humor zal het m.i. zelfs zover kunnen komen, dat de associatie bij “allen” voor vele staten wordt: “één streven”. Dit is zeker eens mogelijk.

Hiermee vrienden, heb ik een betoog gehouden, dat voor u zekere punten van overweging meebrengt. Mijn stellingen hierbij waren o.m.: Humor is afhankelijk van de wijze, waarop je tegenover de wereld staat en jezelf ziet als een deel van de wereld. Kolder is vaak een pogen het onzegbare te zeggen, in onzin iets tot uitdrukking te brengen, dat je in redelijke termen niet durft te zeggen. Vrije associatie is een toetssteen voor het werkelijke denken van de mens. Ook al kan men zelf deze vrije associatie niet gemakkelijk toepassen, zo mag toch worden gesteld: Wanneer wij het denken van de mens positief kunnen maken, zal hij door vrije associatie ook de banden met de geest leren kennen. De mens zal dan tevens leren niet alleen vrijelijk dergelijke werkingen in het Al te erkennen, maar ook zichzelf met het Goddelijke te binden ter vervulling van zijn levenstaak.

Hiermee is mijn inleiding ten einde. In het tweede gedeelte van onze bijeenkomst zal ik u definities trachten te geven over alle punten, die u maar gedefinieerd wilt hebben – op mijn manier dan – en uw vragen beantwoorden.

Verder hoop ik, dat u zult beseffen, hoe wanhopig ernstig de vraag is, die voor mij met dit antwoord verbonden is. De vraag, of de mens nog menselijk is, of hij nog eerlijk kan lachen. Mijn vraag is: Mens, heb je nog respect genoeg voor de Schepping, de Schepper en de medemensen, zodat je lach niet slechts een hoon is?

Definities & vragen.

U hebt mij van de ernstige kant gezien. Misschien is dit een teleurstelling geweest. Laat ons nu zien welke definities u verlangt en welke vragen u stelt.

Naastenliefde: Onder naastenliefde versta ik het erkennen van dezelfde kracht, die ook in jou leeft, in elke mens die je ontmoet, hem daarom als gelijke beschouwende, hem gevende, wat je ook jezelf zou willen geven, hem niets opleggende, wat je ook niet jezelf op zou willen leggen.

  • Is dit niet zoals: zo u wilt dat men u doet, doe zo een ander?

Dit gaat nog iets verder. Want in mijn definitie heb ik als punt van uitgang gesteld: Erken de gelijkheid.

Struisvogelpolitiek: Een vorm van politiek, waarbij men, wanneer te gevaarlijke onderwerpen ter overweging worden gegeven, zijn kop in een commissie steekt.

Kritiek: Het geven van een oordeel over iets, wat je waarschijnlijk zelf zo niet kunt doen, omdat je meent, dat je deskundig genoeg bent om het te beoordelen. Je bent waarschijnlijk niet in staat om het geheel te beoordelen, zodat je oordeel over hetgeen je in feite niet beoordelen kunt, door jou redelijke kritiek genoemd wordt, terwijl je in feite een oordeel geeft, dat onrechtvaardig is.

Zelfbeschikkingsrecht: Het recht om over jezelf als mens te beschikken, zodra je een voldoende bewustzijn van het menselijk bestaan en de menselijke maatschappij verworven hebt om je ook als mens te gedragen.

Femelarij: Een femelaar is iemand, die in de veelheid van zijn verklaringen de werkelijkheid verliest van hetgeen hij verklaren wil en in de veelheid van de daden die hij stellen wil, de mogelijkheid tot daden stellen eveneens verliest, ofschoon hij verwacht, dat men zijn vroomheid, intenties en uitleg beschouwt als een feit.

Rechtvaardigheid: Het erkennen, dat slechts één kan oordelen, namelijk hij, die alle feiten geheel kent. Dit betekent, dat men alle oordeel overlaat aan de enige Kracht, voor wie dit mogelijk is, namelijk de Schepper Zelf.

Rechtvaardigheid bij mensen: De vaardigheid om, onder het mom van recht, of in een bewustzijn van recht, de belangen van de sterkste te verdedigen en diens meningen tegen een ieder, die zich niet daaraan conform gedraagt. Anders gezegd: Rechtvaardigheid is het bestrijden van alle non-conformisme, volgens zoveel willekeurig gestelde rechten, dat men zijn rechtspraak en het daaruit voortspruitende recht rechtvaardig acht.

Chroesjtsjov: Een politicus, die voor zich de oude spreuk tracht waar te maken van: Schoenmaker, blijf bij je leest.

Soekarno: Iemand, wiens vele wensen hem zover beheersen, dat hij, zijn werkelijkheid niet meer beseffend, een deel van zichzelf verliest en zich gelijktijdig blijft verheffen op alles, wat hij verliest.

Verantwoordelijkheid: Dit kan op twee wijzen gezegd worden: a. verantwoordelijkheid op zich, en b. besef van verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid als geheel: Het geheel instaan voor en aanvaarden van alle consequenties, die verbonden kunnen zijn aan eigen daden en gedachten, daarbij uitgaande van eigen beste weten en erkennen.

Besef verantwoordelijkheid: Het vermogen in te zien, dat niemand buiten het ik zelf, voor alles wat het doet, verantwoordelijk kan worden gesteld. Dit ongeacht de pressie of andere maatregelen, die buiten dit ik worden genomen om het tot een bepaalde wijze van handelen of denken te bewegen.

Vroomheid: Een vorm van zelfverheffing, die in een schijn van onderwerping op zodanige wijze wordt geuit, dat men zich één acht met God, zichzelf als een klein Godje beschouwt en zo de werkelijke Godheid niet leert beseffen. Dit was de negatieve zijde. Nu de positieve: Het in jezelf erkennen van het Goddelijk recht, de Goddelijke waarheid en de Goddelijke kracht, gepaard gaande met het voortdurend daarvan tot uiting brengen door het ik, niet slechts in gebaren, woorden of schijn, doch in de werkelijkheid van eigen bestaan.

Galgenhumor: De grap, die je maakt, wanneer het je toch niets meer kan schelen.

Geestigheid: Het zou moeten zijn: Het spreken van de geest door de mens, zodat hij op een aangenaam menselijke wijze datgene tot uitdrukking brengt, wat in zijn geest leeft en dit aan anderen kenbaar maakt. In vele gevallen gaat onder mensen ook voor geestigheid door, de schim van mogelijke humor, verdronken in de overvloed van zelfbewondering en respect voor eigen spitsheid.

Schuldbesef: Over het algemeen een vorm van zelfbeklag, waarbij men zich schulden toedicht, die men niet werkelijk heeft, om te kunnen vergeten, in hoeveel opzichten men voortdurend schulden op zich blijft laden t.a.v. de mensheid. In een andere vorm kan worden gesteld: Schuldbesef is het erkennen van de fout, die men gemaakt heeft, gepaard gaande met het voornemen zo snel mogelijk deze fout te herstellen, wanneer en waar dit mogelijk is.

Geestelijk bewustzijn: Het erkennen van eigen banden met de eeuwigheid, het uitdrukken daarvan volgens eigen bewustzijn in een zo sterk mogelijke harmonie met alles, wat je erkent als deel van het scheppende element in en buiten je.

  • U lijkt wel een computer. Je gooit er iets in en het komt er aan de andere kant als antwoord uit.

Ik voel veel voor deze vergelijking. Een computer. Zeer gevleid. Ik dacht, dat ik op het ogenblik meer leek op een geestelijke jukebox… Dat neemt niet weg, dat ik hoop, dat de definities er goed uitkomen.

Weerbericht: De omschrijving van een situatie, die – naar men vermoedt – op zal treden, wanneer tenminste niet optreedt, wat, naar men vermoedt, niet op zou treden. Het laatste is meestal de werkelijkheid.

Waan: Datgene, wat je over jezelf denkt, wanneer je je niet bewust bent van hetgeen anderen over je denken en daar geen rekening mee houdt. Anders: Waan is de dekmantel, die wij over de werkelijkheid hangen, omdat deze voor ons nog niet aanvaardbaar is.

Jaloezie: Een zodanig gevoel van minderwaardigheid, dat men niet aan kan nemen, dat een ander aan het Ik trouwer kan zijn, dan men zelf in hetzelfde geval zou zijn. Ofschoon men natuurlijk dit laatste aan zichzelf niet toe pleegt te geven.

Rechtsstaat: Een staat, waarin de rechten van allen zodanig omschreven zijn en gehandhaafd worden, dat een ieder weet, waar hij aan toe is. Dit ongeacht het feit, dat dit recht niet altijd recht is. Zoals u weet, maakt men in het recht, door praat, vaak recht wat krom is, zodat het erkennen van een recht, dat niet recht maar krom is, mits consequent, van een staat een rechtsstaat kan maken.

Sinterklaas: Een illusie met een baard, die een toenemende belangrijkheid heeft in de ogen van de middenstand.

Dankbaarheid: Het vermogen in te zien, dat men meer verkrijgt dan men door recht, of uit eigen middelen ooit zou kunnen verdienen en het besef, dat men daardoor in het erkennen van de gave ook de vreugde om het ontvangene moet beleven en daarvan aan anderen mede moet delen.

Idealisme: In zijn goede vorm: Het erkennen van de toestand, die volgens eigen beste weten de meest ideale zou zijn, om met alle middelen en krachten daarnaar te streven, zonder er rekening mee te houden, dat anderen anders denken, of misschien andere idealen hebben. In zijn slechtste vorm: Het innemen van een bepaalde stelling als alleen goed, zonder deze ooit weer te willen verlaten, zodat men liever zelf het slachtoffer wordt en alle  anderen tot slachtoffer maakt dan toe te geven, dat het gestelde ideaal toch niet zo ideaal is.

Somnambule: Iemand, die praat in zijn slaap, terwijl deze slaap niet natuurlijk is. Zou ik dit laatste hieraan niet toevoegen, zo zou menig man gedurende de nachtelijke uren een door zijn gade veel beluisterd, somnambulist genoemd kunnen worden.

Geloof: Een innerlijk weten, dat je naar buiten toe niet kunt bewijzen. Of: Een weten waarvoor je geen woorden en bewijzen kunt vinden, zodat je het steeds onvolledig weer zult geven. Ook: Een kracht, die niet uit de mens zelf voort schijnt te komen en niet te imiteren is met menselijk redelijke middelen, maar desondanks steeds weer blijkt te bestaan.

Spiritisme: In zijn slechtste vorm: Een vorm van samenkomen, waarbij men verwacht, dat geesten op zullen treden als entertainer. In zijn beste vorm: Contact met degenen, die overgingen naar een andere wereld met het doel daardoor in eigen wereld beter te leren leven, mede dankzij de ervaringen, door de overgeganen opgedaan.

Gebed: Het in jezelf erkennen van een band met God en daaraan voor jezelf uitdrukking geven met woorden, gedachten, of daden.

Incarnatie: Het aantrekken van een jas om voor een ogenblik in de koele stoffelijke sfeer de ervaringen op te doen, die men bij het volgen van onderricht en vooruitkomen in de sferen later voelt nodig te hebben.

Spiegel: Een weerkaatsend vlak, waarin de mens zich illusies pleegt te maken omtrent eigen uiterlijk.

  • U sprak van God als de alleen Rechtvaardige. Kunnen mensen deze rechtvaardigheid ook verwerven?

 Neen, de mens mag al blij zijn, wanneer hij leert deze rechtvaardigheid bewust te ondergaan. Wanneer Gods rechtvaardigheid overeen kwam met hetgeen de mensen rechtvaardig noemen, zouden er al lang geen mensen meer zijn.

  • Het komt mij voor, dat bij het streven naar zelfkennis, een mens de eigen vrije associaties eens nader moest bekijken. Maar is de mens uit zichzelf – dus zonder psychiater – daartoe in staat?

De mens is daartoe wel in staat. Er is een moeilijkheid hieraan verbonden. Wanneer een mens tracht zichzelf te analyseren, maakt hij vaak dezelfde fout, die sommigen maken, wanneer zij met zichzelf zitten te kaarten: Smokkelen. De moeilijkheid ligt niet zozeer in het nagaan van eigen vrije associaties, dan wel in de noodzaak absoluut eerlijk te zijn en zonder enig vooroordeel de uitkomsten van het onderzoek nader te ontleden. Bovendien kan men voor vrije associaties geen lijsten van onderwerpen gebruiken, die men zelf heeft opgesteld. De beste methode zou misschien zijn: Alle eerst voorkomende zelfstandige naamwoorden te nemen aan de zijde van een krantenkolom en de eigen gedachten onmiddellijk uit te spreken, terwijl het geheel vastgelegd wordt. Later schrijft men de associaties van het vastgelegde af en gaat na, wat er meestal naar voren komt. Soms zijn er reeksen van zeer eigenaardige associaties, in andere gevallen blijkt, dat u een langere tijd nodig had om een woord uit te spreken. Probeer vooral niet mooie of hoge associaties te maken, maar vernietig liever later de voor uw proef gebruikte papieren enz.. Dan kunt u inderdaad enige zelfkennis opdoen. Tenminste, wanneer u uzelf werkelijk wilt kennen, zoals u bent. Er zijn veel mensen, die zichzelf eigenlijk niet eerlijk helemaal willen kennen uit angst, dat zij de goede mening, die zij zich omtrent zichzelf hebben gevormd, zo zouden verliezen. Wat mij betreft: Ik meen, dat het beter is om een bewust beest te zijn, dan iemand, die de hoog bewuste uithangt en zichzelf als zodanig beschouwt, zonder het werkelijk te zijn. Over grote beesten gesproken: In Oeganda heeft een stam een standbeeld opgericht voor een opperhoofd. Het stelt een olifant voor. Op de sokkel staat: “Hoe groter geest, hoe groter beest”.

  • Iets in uw betoog doet mij aan Franciscus van Assisi

Dat kan wel, maar per slot van rekening was die dan ook in de ogen van zijn medemensen getikt, want hij ging rustig preken voor de vissen en wist al even rustig goede vrienden te worden met een als zeer kwaadaardig bekende wolf. Weet u, wat Franciscus had? Al kende hij misschien zichzelf niet zozeer, zo kende en erkende hij God toch in alle dingen. Daar kom je al een aardig eind mee weg. Doordat Franciscus in alle dingen het goede zag, vond hij steeds het goede uit alle dingen. Wanneer je je steeds omringt door het goede, wordt je daar bewust van en het gaat je goed. Het is zoiets als “kleren maken de man”. Een mens, die steeds het edele in de wereld ziet, wordt er daardoor toe gebracht ook zelf steeds edeler te leven.

Misschien, dat asfaltwegen daarom een slechte invloed hebben op het verkeer: Wie met pek omgaat, wordt er mee besmet. Over verkeer gesproken: weet u het verschil tussen een verkeersagent en een zebrapad? Als je over de agent probeert te lopen krijg je een bekeuring, wie niet via het zebrapad oversteekt en er dus niet overloopt, ook.

  • Wat brengt de mens in deze z.g. negatieve toestand? Is het de bedoeling om het zonnetje in ons te wekken?

De oorzaak is het letten op alle minder goede dingen. De zin van mijn betoog was inderdaad, dat men moet trachten het leven van de goede kant te leren zien. Wanneer een mens voortdurend alleen de slechte dingen in het leven blijft zien, zich bezig blijft houden met alle tegenslagen en alleen aandacht heeft voor alles, wat er op de wereld verkeerd gaat, of zelfs de wereld liever geheel probeert te vergeten, past hij niet werkelijk meer in de wereld en de gemeenschap. Hij is dan een vreemdeling, die de werkelijke invloeden binnen die wereld nooit geheel zal kunnen beseffen. Hij leert dan ook niets in het leven, maar blijft hoogstens dromen.

De mens, die echter de waarheid omtrent zichzelf en de wereld durft erkennen en toch ook het leuke en het goede tracht te zien, zo iemand wordt zich bewust van de krachten, die rond hem aan het werk zijn en naarmate hij zich meer van het goede bewust wordt, zal hij zich daarmee meer één kunnen gevoelen. Wanneer je de humor in het leven weer apprecieert en de kolder in het leven doorziet – al wordt zij u ook nog zo plechtig gepresenteerd – bent u vrij van vele angstsyndromen, die de mens van heden belagen en kunt u redelijker handelen. Daarnaast distantieert u zich vanzelf van vele dwaasheden, die in deze tijd de overhand dreigen te krijgen. Dit bevordert de geestelijke bewustwording en maakt een bewust en actief deel hebben aan de wereld en haar werken mogelijk.

  • Leven wil nog iets anders zeggen dan leven in zo groot mogelijke zekerheid, als het kan met salarisverhoging en pensioen, in ruil voor zo weinig mogelijk werkzaamheden.

Het lijkt er soms wel op, dat geef ik toe. Maar wie eerlijk nadenkt, beseft toch wel, dat het niet werkelijk zo is. De mens leeft op aarde hoofdzakelijk om geestelijk bewust te worden. Zijn geest leeft voort met het geleerde, lang nadat het lichaam vergaan is. Hoe kun je geestelijk bewust worden en iets leren, wanneer je steeds weer vlucht voor jezelf en de verschijnselen in de wereld? Hoe kun je geestelijk bewust worden, wanneer je alleen maar het demonische en duistere in de wereld ziet en zo alleen daarmee tot harmonie kunt komen? Wie de goede kant van de dingen niet wil zien, is iemand, die zo dadelijk het Licht niet meer kan verdragen, als het zich aan hem openbaart. Natuurlijk heeft het zin om het zonnetje in u te wekken, wanneer u maar kans ziet het Licht in u werkelijk wakker te maken. De humor kan u daar vaak bij helpen. Je kunt alleen werkelijk bewust en positief op aarde iets bereiken, wanneer je de kans vindt om het Licht, dat in je is, eens werkelijk te beleven en te aanvaarden, het daarna steeds duidelijker ook buiten je ziende. Een mens die in zich de zon weet te wekken, in zich het Licht weet te vinden, zal daardoor de harmonie met het werkelijke Licht kunnen verwerven. Die kan dan het contact met zijn God vinden, dat voor hem noodzakelijk is. Een gevaar wordt makkelijk overwonnen, of soms geheel verdreven, door een eerlijke lach, die het gevaar niet ontkent, maar tevens het onvermijdelijke van de toestand inziet en daarom ook de onredelijkheden daarin durft te zien.

Misschien is het volgende beeld wat lichtzinnig, maar het zal u duidelijk maken, wat ik bedoel. Een generaal die in oorlog voor zijn troepen staat om hen bemoedigend toe te spreken, zal met al zijn grote woorden nooit zoveel kunnen bereiken bij zijn mannen, als door een eenvoudig geval als het afzakken van zijn pantalon. Het resultaat is veel beter door de lach die deze situatie met zich brengt. Trouwens, let maar eens op. Een minister, die een klein beetje stottert, heeft veel meer aandacht voor zijn woorden, dan een goede spreker, die droog is. Het is overigens logisch. Het stotteren ontwapent de mensen bij voorbaat, mits het niet te erg is. Bovendien blijft de spanning er in, w.w.w.ant w.w.w.aaanneer de man stottert, denkt een ieder, wat er nu weer gaat komen. U mag rustig om deze voorbeelden lachen, maar vergeet niet, dat het waar is. Wanneer u opeens t.o. een atoombom komt te staan en u ziet in, hoe belachelijk het ding er eigenlijk uitziet, begint u te lachen. De andere mensen zullen u misschien lichtzinnig noemen, maar, doordat u er om hebt gelachen, bent u er niet meer onredelijk bang voor en zult u het ding beter kunnen ontscherpen of transporteren, dan een ander.

De dingen, waar je om kunt lachen, vrees je niet. De dingen die je vreest, betekenen, alleen reeds door die vrees je ondergang. Iemand, die de moed heeft over eigen dwaasheden en de domheden van anderen te lachen, zal in de wereld niet veel angsten kennen, want als je ziet, hoe anderen vol ernst aan dingen beginnen, die zij door hun eigen dwaasheid niet kunnen volbrengen en je eigen domheid daarnaast beziet, zul je zeggen: Het gaat toch anders.

Bovendien, de mens, die om zijn eigen dwaasheden lacht, is ook niet meer bang om dwaas te lijken in de ogen van anderen. Dat bespaart u menige dwaasheid, dat kunt u wel van mij aannemen. Zo iemand durft spontaan te handelen, reageert daardoor sneller en zuiverder. Dan zie je de hele wereld in een ander perspectief. Verdorie, daar vind ik meteen een oplossing voor de tweespalt in de UNO. Laten wij alle daar bijeenkomende staatslieden eens laten lachen om elkaars dwaasheden. Dan hebben wij kans, dat er zich zoveel doodlachen, dat er een goed harmonisch stelletje overblijft.

Natuurlijk is dit weer een onmogelijk grapje. Dat verwacht u toch van mij? Ik ben de clown. Allez-hoep. Acrobaat Schön.

In ernst, alles wat ik hier beweer over niet bang zijn, de zon in jezelf dragen, is waar. Hoe vaak maakt u zich het leven niet onnodig zwaar en moeilijk? Hoe vaak komt u niet in een lastig parket, alleen omdat u bang bent een faux pas te maken? Wie eenmaal in harmonie weet te komen met de werkelijkheid van het leven en de krachten van de kosmos, zal heus nog wel eens uitglijden. Maar zelfs zijn fouten vergroten zijn harmonie met alle dingen, zelfs in het gezelschap van de grootste geestelijke krachten, bent u dan – ondanks UW fouten – acceptabel. Wie bang is fouten te maken en daardoor geheel niets doet, of alle dingen op een angstig verwrongen wijze doet, zal geen harmonie kunnen bereiken en de aansluiting met de grote werkzame krachten van de kosmos, die op het ogenblik de aarde nabij zijn, missen, en niemand weet, wanneer de volgende trein gaat. Overigens, de laatste zin is tevens een voorbeeld van vrije associatie.

image_pdf