Humor

uit de cursus ‘Het probleem van ontwikkeling en vernieuwing’ mei 1985

De meeste mensen begrijpen dat niet zo snel, maar humor is erg be­duidend voor de onderlinge menselijke relatie, de situatie waarin men leeft. Daarnaast is de humor niet alleen een mate van ironie, soms zelfs spot, maar ze is tevens ook een vorm van kritiek.

Zolang een kritiek speels blijft, is ze duidelijk en tevens ongevaar­lijk. Laat mij u een voorbeeld geven: Vroeger hadden de mensen het erover dat je kon leven als God in Frankrijk. Dat kan tegenwoordig niet meer, want met al die communisten heeft God in Frankrijk geen leven meer. Dat is dus een vorm van humor waarin kritiek zit.

Je hebt ook humor die wat onthullender werkt. Vroeger had je ont­zettend veel schoonmoedermoppen, Tegenwoordig echter kan een schoonmoedermop niet goed meer werken want per slot van rekening, je hebt die babysit hard nodig.

Zo is er ook een tijd geweest dat pastoormoppen in waren. Maar ja, nu de pastoors door hun eigen houding vaak zelf mop zijn, gaat dat er ook een beetje uit.

Men zegt ook: De joodse humor is voor een groot gedeelte verdwenen. Dat is wel waar, maar komt dat niet omdat de joden zichzelf teveel au serieux zijn gaan nemen? Ze zijn zichzelf niet meer omdat ze in de ogen van de wereld zichzelf willen zijn.

Wat is nu joodse humor? Joodse humor is eigenlijk, iemand die afgemaakt moet worden en dan tegen zijn beul zegt: Ach, laat, me effe wachten met roken. Ik ben er nu net van afgestapt. Een wrede humor misschien, maar er zit iets in. Of: Jongen, als je naar beneden wilt springen zegt de joodse politie­agent tegen degene die zelfmoord wil plegen op de wolkenkrabbers, doe het dan meteen want ik heb een afspraakje.

Dergelijke vormen van humor vind je natuurlijk overal, elk land en elk oord heeft zijn eigen vormen van speelsheid en humor.

De Haagse humor is natuurlijk enigszins deftig. Dat komt omdat daarin staatkundige en politieke overwegingen meespelen.

Voel jij nog wat voor de Christelijk Historische Partij? Nou neen sedert het CDA is het meer christelijk historisch geworden. Dat zijn dingen, u lacht daar misschien niet zo over, omdat u dat als doodnormaal beschouwt. Als dus een buitenstaander de deftige Hagenaar in zijn eigen milieu mag aanschouwen, dan zit daar voor de buitenstaan­der een zekere vorm van humor in die de Hagenaar nooit zal begrijpen.

Een Amsterdammer heeft weer zijn eigen vorm van humor. Ach, zegt hij: wij lopen al vooruit op de toekomst. Nu er zoveel wa­gens langs de grachten niet meer geparkeerd kunnen worden, doen wij het in de gracht zelf.

De Rotterdammer bekijkt het ook weer een beetje anders. Hij zegt: Het hart uit de stad is wel weg, maar we werken nog hard genoeg om er desondanks te komen. Als een Amsterdammer dan zegt: Zouden wij dan niet een stukje Amsterdam geven voor harttransplantatie? Dan zegt de Rotterdammer: neen, want jullie manier van werken zou onmiddellijk af­stoting ten gevolge hebben.

Het is misschien een wat eigenaardige methode om je leven uit te drukken. Maar als je te maken hebt met je buren, met je medemensen dan wordt ook daarin heel vaak bewust of onbewust humor verwerkt. Bijvoorbeeld van een buurvrouw; Ze ziet er soms wel knap uit, maar het is het lelijke eendje als je haar’s morgens in haar peignoir ziet. Pas als ze opgespoten is, is het een zwaan. Of anderszins: Ach die Surinamers je moet ze maar nemen zoals ze zijn. Per slot van rekening, ze zijn licht aangebrand, maar dat is ook in hun kleur te zien. Het zijn gelijktijdig vormen van kritiek en van zelfexpressie.

Ik geloof dat er veel meer humor zou moeten zijn ook op interna­tionaal terrein. Waarom niet een Ronde-Tafelconferentie tussen de gro­te mogendheden Reagan met stetson hoed, revolver, lasso en de Russische vertegenwoordiger als kozak gekleed volksdansend opkomend. Dat zou me de sfeer veranderen.

Ook al die negerstaten die in de UNO zo vaak hun stem afwijkend uitbrengen al is het alleen maar omdat hun vaak grote bedragen daar­voor worden geboden, zouden veel meer indruk maken, als ze hun zaken­pak voor een djebella zouden verwisselen en als ze dan iets te zeggen hebben al tamtam dansend zouden binnenkomen. Ik geloof dat de inte­resse voor de internationale politiek dan veel groter zou worden. Want het is een circus. Mag het er dan niet als zodanig uitzien?

De hele wereld is vol klatergoud. Klatergoud is niet echt. Het is ook niet slecht, maar je moet weten dat het klatergoud is. Het doet mij altijd denken aan de mensen die baren lood licht vergulden en dan als echt goud aanbieden tegen een prijs die iets onder de offi­ciële ligt. Kijk, als je weet wat het is, dan stink je er niet in, maar je hebt er plezier over. Als je niet weet wat het is, voel je je voortdurend bekocht.

Ook de gewoontevorming die in zovele opzichten bv. in de zaken­wereld op het ogenblik plaatsvindt. Waarom durven de mensen niet hard­op zeggen: Deze sigaret bevat voor, laat ons zeggen, 5 cent tabak, fabricagekosten 2 cent, de sigaret komt op 15 cent, u zou voor 8 cent belasting roken. Dat zou misschien geen humor zijn, maar het zou de zaak wat duidelijker stellen.

En waarom niet uitroepen dat zwartrijders niet alleen de oorzaak zijn van de hoge prijzen van het openbaar vervoer, maar vooral ook van het feit dat degenen die het regelen er zoveel aan willen verdienen dat ze geen mensen willen aanstellen om toe te zien of iedereen betaalt. Dat zijn dingen daar kun je je mee bezighouden.

Een vorm van humor, zij het ook weer zwarte, vind ik de opmerking van iemand die zegt: Ach, een brand en een paar slachtoffers (het ging over een brand in Engeland) en iedereen staat te schreeuwen. Maar hebben ze wel eens gekeken hoeveel mensen er per jaar in het verkeer alleen in Nederland sneuvelen? Dat is vergelijken van misschien wel onvergelijkbare zaken. Ik denk dat daarin de kern van de humor zit.

Zelfs God wordt tot een soort humorist, als de mens zich met Hem gaat bezighouden. De Heer, die bv. het celibaat aanbeveelt voor dege­nen die Hem prediken en gelijktijdig de vruchtbaarheid probeert te bevor­deren bij alle anderen. Waarbij dus kan worden gezegd dat de Heer voor de eenzame priester en voor de zwangerschap is, maar dat hij tegen alle andere dingen schijnt te zijn. Per slot van rekening, God heeft het zo goed geweten. Het is begonnen met Kain en Abel. God had van tevoren zijn schepping bekeken en Hij zag dat het goed was. Sedertdien gaat het nog steeds door. Het schijnt dat Kain en Abel voortdurend wordt geprolongeerd wegens enorm succes.

Dergelijke voorstellingen vind ik op zichzelf absoluut interessant en veelzeggend. Niet omdat ze juist zijn want het gaat niet om de “juist­heid”. Het gaat meer om het laten zien van de onredelijkheid der dingen.

Wat is onredelijk? Een vraag bv. wat draagt een Schot onder zijn kilt? Waarop degene aan wie de vraag wordt gesteld zegt: Wie is de vraag­steller man of vrouw? Voor de man is het Hij draagt er een onderbroek onder. Voor de vrouw zou het antwoord wat anders kunnen zijn. Het is maar hoe je het bekijkt.

Waarom zijn er tegenwoordige juist in deze tijd van emancipatie steeds meer majorettekorpsen op mars? Waarschijnlijk omdat de vrouw die op haar rechten staat toch graag haar benen wil laten zien. We kunnen zeggen: Dat is een normale vrouwelijke eigenschap. Ik heb er ook hele­maal niets tegen.

God heeft om te beginnen twee seksen geschapen, de mens heeft voor de rest van de variatie gezorgd. Dat die verschillen kenbaar zijn, daar is helemaal geen bezwaar tegen, maar iedereen kijkt op een andere manier. Man en vrouw staan te kijken naar de David van Michelangelo. De man zegt.” Wat is hij mooi. De vrouw kijkt meer specifiek naar details en zegt: Wat is ie klein. U lacht erom en toch schetst dat iets.

Ik wil niet zeggen dat je in alle humor, in alle moppen, de hele wereld kunt kennen. Dat is onzin. Maar soms begint de humor eigenlijk al een mystiek systeem te worden. Dat is erg interessant.

Neem nu Zen. Er zijn een aantal Zen uitspraken waarover je werke­lijk a.h.w. met je oren klappert als westerling. De leerling vraagt: Wat is de waarheid? De Meester zegt: Denk erover na. Dan komt de leerling terug en zegt. Ik geloof dat ik de waarheid heb gevonden. Dan zegt de Meester: Klets niet. Is dit een mop of is dit waar? Het is allemaal zo eenvoudig.

Hoe klinkt het als iemand als eenhandige in de handen klapt? Het zijn krankzinnige vragen, maar ergens zit er begrip in voor relati­viteit en een poging om in een schijn van subjectieve benadering toch objectiviteit te handhaven.

Ik vind het nog steeds erg mooi dat iemand zegt Karel de Kale was een roerganger van Kojak. Het is wel niet waar, maar het zegt iets. Of Philips de Schone waste zich niet genoeg. Dat zegt iets over zijn ge­volg. Op deze manier wordt er ergens iets geïnterpreteerd.

Nu denkt u waarschijnlijk, een vervelend onderwerp. Maar als we reëel zijn, werkelijk reëel, dan kunnen we zelfs aan de hand van door onze vrien­den (de geestelijke vrienden) gemaakte opmerkingen zien dat je op een ge­geven ogenblik objectiviteit en subjectiviteit vermengd in de humor dat je een situatie tekent.

Als onze vriend Henri uitroept: Het huwelijk is de strijd tussen de seksen waar de wapenstilstand in bed wordt gesloten. Dan zegt hij iets waarover sommigen zich geschokt door voelen. Maar hij omschrijft verder toch wel een feitelijke situatie die in vele huwelijken voorkomt.

Een zonde is een gemiste kans (eveneens van Henri.) Wat is hier ei­genlijk gezegd? Een zonde is een vergrijp. Als u de filosofie erachter eens even bekijkt, dan wil dit zeggen. Alle mogelijkheden op aarde zijn door de Schepper gegeven. Maar als je er geen gebruik van maakt dan ben je in feite een zondaar, omdat je dus Gods kansen en mogelijkheden verwerpt. Maar als je dat tegen een mens zegt, dan antwoordt hij: Ik krijg zoveel mogelijkheden die kan ik niet aan. Dan maar liever zon­digen.

Er zijn ook mensen die zeggen: God heeft alles verboden, maar wij allen zijn zondaars. Dat vind ik nog veel beter. Die mensen geven het tenminste toe. In bepaalde christelijke kringen hoor je steeds weer: Wij zondige mensen. Dan denk je: ja, ja. Die mensen kennen zichzelf wel. Maar waarom vra­gen ze dan dat anderen zich aan de regels moeten houden?

Er zijn mopjes bij die bijna dom zijn en die toch interessant zijn. Waarom heet een non een non? Omdat nonnen vroeger Frans spraken en dit het woord was dat ze tegen elke man gebruikten. U lacht erom, maar is het niet waar dat we eigenlijk met dergelijke woordspelingen gelijktijdig een karakteristiek geven? Bijvoorbeeld: Er is een groot verschil tussen de Belgische en Nederlandse politiek. In België word je veel eerder door de autoriteiten afgescheept maar dat komt omdat ze meer Schepe­nen hebben.

Waarom doen de mensen zoveel met de Franse slag? Omdat ze liever geen slag uitvoeren. Wat is dit? Is dit commentaar? Eigenlijk niet helemaal. Het is even iets in het zoeklicht zetten. Ik geloof dat de wereld op het ogenblik een tekort heeft aan humor. 0, bijtende humor genoeg. Sarcasme kun je over­al aantreffen in zeer rijke mate. In enkele gevallen een beetje zelfspot.

Wat is een geest? Weet u dat? Een geest is een menselijk bewustzijn zonder hemd. Dat is volledig waar. Als je probeert met die kleinigheden duidelijk te maken wat er is, dan kom je als vanzelf ineen situatie te verkeren waarmee je die dingen veel gemakkelijker aankunt.

Sommige van onze sprekers hebben ook het beledigen van hun gehoor tot een ware kunst verheven. Er zijn bepaalde uitspraken geweest van Ho Song. Deze antwoordde toen iemand vroeg of wij niet op een verkeerde manier naar de Derde Wereld kijken: Wie buikpijn heeft van te veel eten, beklaagt zichzelf te veel om de honger van een ander te beseffen. Een andere keer toen hij werd aangevallen na 4 à 5 keer zijn gedachten te hebben uiteengezet, waarop de spreker daar weer op terugkwam om toch gelijk te krijgen, zei Ho Song nederig buigend. U moet mij vergeven dat mijn gering verstand uw grote wijsheid niet kan volgen.

Ik herinner mij ook nog een andere spreker die op een gegeven ogen­blik werd geconfronteerd met een zekere onwil bij het publiek om een tamelijk geavanceerd denkbeeld te volgen en die toen heel rustig zei; Ach, mensen maakt zich niet druk. Want wie net rijp is voor de kleu­terschool moet zich maar niet bezighouden met de denkbeelden van de Hogere Burger School. Wat een belediging was, maar een verfijnde.

Misschien dat we zelfs dat zouden moeten doen. Wij zouden moeten leren om onze aanklachten en beledigingen een beetje vrolijker te formuleren. Bijvoorbeeld: Als ik over Lubbers moet praten, dan zou ik zeg­gen: De belasting korter, want hij kort alles behalve de belasting. Zou ik over Den Uyl moeten praten dan zou ik zeggen: De illusie van een tweede zitting als minister-president. Zou ik moeten spreken over de huidige paus, dan kan ik alleen maar zeg­gen: Dit is een geestelijke die het vliegen tot zijn roeping heeft ver­heven. En als ik denk aan kardinalen, bisschoppen of dominees in Neder­land hoe vaak zou ik dan niet moeten zeggen: Ach, dat zijn heren die hun eigen geweten zozeer in overeenstemming hebben gebracht met hetgeen ze van anderen geloven dat ze niet meer kunnen geloven dat anderen anders zijn dan zij denken.

Het zijn allemaal benaderingen. Het zijn beledigingen in zekere zin. En als je nu toch iemand wilt beledigen, zeg dan over Maggie Thatcher: dat ze iron lady wordt genoemd is waarschijnlijk te wijten aan het ouder­wetse korset dat ze draagt. Zoals een ander deed die het leven van de huidige Nederlands koningin beschreef. Van een vrolijk kind via prinses Glimlach naar koningin Zuurpruim. Of dat helemaal waar is? Ik vind van niet, maar in een dergelijke formulering ligt een visie.

Ik wacht nog altijd op het ogenblik dat er ergens een staatsman met gevoel voor humor komt. Wat dat betreft mis ik Chroesjtsov. Dat was een man die met zijn laars op tafel durfde timmeren en zo eigenlijk het hele bouwwerk dat verbaal in elkaar was gezet in elkaar wist te timmeren. Ik vond dat de grootste vondst. Wij hebben nu last van hem, maar ik wou dat jullie hem nog hadden. Want alle dingen die met een lach kunnen worden afgedaan, zijn verteerbaar. En al datgene wat met bittere ernst wordt ge­zegd, is onverteerbaar.

Als je tegen iemand zegt: Jij bent een groot stuk onbenul en je weet niet waarover je praat, dan wordt hij nijdig. Maar als je gelijk hebt met hetgeen je hebt gezegd, zeg tegen hem: Ach, ik kan begrijpen dat uw begripsvermogen zo omvattend is dat u niet in staat bent te overzien wat een ander bedoelt. Dan heb je precies hetzelfde gezegd. Jij kunt er­om lachen en de ander voelt zich gestreeld en is tevreden over de wereld.

Ik heb ook horen zeggen: Heel veel mensen zijn pas geïncarneerd. Die daar komt pas uit de dierenwereld. Je kunt het echt zien. Er zijn er die lopen trots rond te stappen als een leeuw (vaak in uniform). Er zijn anderen die sluipen veerkrachtig overal rond of ze nog iets kunnen verschalken, katten. Je hebt degenen die overal tussen door glibberen, ex slangen. Je hebt ook de ex varkens die proberen alles naar zich toe te halen en slobberen wat ze kunnen. En als je dan dat zo hebt gezegd, kan er een gedachte rijzen uit het publiek die eigenlijk nog een veel be­tere mop is, een dame die zich afvraagt: Zou mijn man dat soms zijn, want die snurkt zo?

Ik wil maar zeggen, het lijkt een onbenullig praatje, maar het is veel belangrijker dan u denkt. Probeer eens te kijken naar het belache­lijke in uzelf en in anderen. Als ik mijzelf zie zitten als een geest die over humor moet spreken, terwijl ik het veel minder goed kan dan anderen die in de geest humorist zijn geworden, omdat ze op aarde zo chagrijnig waren, dan voel ik ergens dat er iets wringt. Maar aan de andere kant zie ik alleen door de manier waarop ik naar u zit te kijken toch overal een glimlach. Gelijktijdig heb ik de hoop, dat ik u iets heb laten zien van de betrekkelijkheid van alle gewichtige benadering van de geest. Want ojee, als je soms ziet wat er gebeurt

Ik herinner mij zo’n mislukte nozem uit de geest. Hij spookte wel eens. Hij was nogal een spotgeest die toevallig terecht kwam in een kleine kring. Toen ze hem vroegen: Hoe heet u? Zei hij noemt u mij maar broeder Ambrosius. Waarschijnlijk omdat hij terugdacht aan de drank waar­mee hij zich op aarde had gesterkt en die hem smaakte als nectar of ambrozijn, ofschoon het in werkelijkheid het product was van zeer commer­ciële distilleerders, ook kwalitatief.

Deze geest werd aanbeden. Hij was de geleidegeest van de kring. Als ze begrepen hadden wat hij zo nu en dan tegen hen zei, dan was hij het niet lang gebleven. Maar zij zochten in die geest alleen de hoge dingen, het licht, de goddelijke waardigheid, kortom, de stralende verlichting. Die moest dan komen uit een gaspitje dat niet eens vol brand­de. Vandaar dat hetgeen uit het medium kwam meer gas was dan wat anders.

Als geest kun je daarover lachen. Aan de andere kant kun je je ook afvragen: hoe dom zijn de mensen dat ze niet alle kanten van een zaak willen bekijken. Als u naar ons luistert, moet u zo nu en dan toch wel eens in een wat verborgen lachje ontaarden en denken: denken ze nu wer­kelijk dat wij zo gek zijn of zijn zij zo gek? En als wij het dan samen in eenheid toch weten te beleven, dan is er het antwoord: Wij zijn zo gek, wij allen.

Zie de beperktheid van geestelijke en stoffelijke waarden. Maar zie ook de intense ernst die er in jezelf is. Probeer die ernst te gebrui­ken als een kracht om er wat mee te doen. Maar als je dan ziet hoe be­lachelijk je haar soms manifesteert, lach dan eens om jezelf. Want eerst als je om jezelf kunt lachen, heb je het recht om dat ook om anderen te doen. En aangezien anderen u niet zoveel gelegenheid tot opgewekt lachen geven, zou ik dus beginnen met om uzelf te lachen, anders zou u een hoop van de lol missen.

  • Wat denkt u van Freek de Jonge?

Is dat een humorist? Dan heb ik hem vaak verkeerd begrepen. Ik dacht dat het een clown was die zijn satirische melancholie probeerde bot te vieren op het onbegrip van degenen die naar hem luisterden. Maar ieder­een kan het op zijn manier doen. Het is eigenlijk zo dat de humorist voor een deel de weergave is van het volk dat hem vereert. Andre van Duin bv. een reuze humorist voor mensen die zelf ook een grote bek hebben.

Freek de Jonde is een humorist voor anderen die ook niet begrijpen hoe gek ze doen. U moet dus kijken voor wie is de humorist een humorist. Maar ik denk dat de humor pas werkelijk ontstaat op het ogenblik, dat je de relatie tussen jezelf en de humorist die je goed vindt, gaat begrijpen