I Tjing

1 juli 1974

Aan het begin van de lezing moet ik u erop wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. U merkt het zelf wel, maar het is beter, dat u van tevoren gewaarschuwd bent, denkt u zelf na. Het onderwerp: I Tjing

De meesten van U zullen niet precies weten, wat het is; ik zal proberen, het in het kort te vertellen. I Tjing is eigenlijk een filosofie, die in het Taoïsme is opgenomen. Haar origine ligt ongeveer 500 jaar voor Christus in de Chinese magie. Ze wordt overgezet in het Taoïsme, een Taoïstisch begrip, ontwikkelt zich van een eenvoudige wichelmethode tot een filosofie en wordt op den duur een geheimleer, waarbij bepaalde dingen alleen, zoals dat heet, van mond tot oor worden doorgegeven. Het is dus iets, waar de Chinezen bij te pas komen, dat weet u. In de tweede plaats is het iets, wat voor het westers denken minder gemakkelijk aanvaardbaar is. Oké? Nu, dan gaan we er eens over praten. Kijk eens, die wichelmethode kan ik u toch niet precies uitleggen helemaal, dus laat ik eerst maar eens proberen, u iets te laten begrijpen van de filosofie. Een mens in het westen denkt altijd van het begin tot het einde: van geboorte tot dood, bijvoorbeeld. Hij denkt in tegenstellingen, in kleine, gebroken stukjes. In de oosterse filosofie denkt men vaak in cirkels, in continuïteit dus. Daarbij kan dus iets verschuiven, iets kan veranderen, maar ergens blijft het toch zichzelf gelijk. Dat zult u nu goed moeten onthouden, wanneer u met deze filosofieën geconfronteerd wordt. Als ik het vrijelijk mag vertalen hier: “In de gehele kosmos bestaat alles volgens vast patroon. Alles heeft zijn eigen waarde, alles heeft zijn eigen inbreng en alles is in wezen oneindig.” Wanneer we proberen om onze toekomst te bepalen, dan bepalen we eigenlijk alleen wat we reeds zijn, maar wat nog onvermijdelijk door ons beseft moet worden. Wanneer we dat op de juiste manier doen, dan is dat een erkenning van de god, die ons gemaakt heeft en het is gelijktijdig een bevestiging van ons wezen. We kunnen er dus geestelijk gemakkelijker tegenop. Nu begrijp ik wel, dat iemand, die westers denkt en vaak ook nogal eens wat haastig denkt, daar wel bezwaren tegen zal hebben. Het is een theorie, die heel oud is. Het is een theorie, die eigenlijk teruggrijpt, als we ze helemaal goed definiëren, waarschijnlijk tot eindperiode Lemurië, beginperiode Atlantis. Maar, deze denkwijze dus, van de cirkelgang van het leven zonder tegenstellingen, is de basis in ieder geval van de I Tjing, en van daaruit ontwikkelt men dus een hele denkwijze.

Wat de voorspellende waarde betreft moet ik natuurlijk ook even duidelijk maken hoe men dat ziet. U wordt geboren op deze aarde. Deze aarde is een wezen met een eigen aura. U wordt binnen die aura geboren, U wordt binnen die aura bepaald. In die aura zijn een aantal krachten aanwezig, die wij dus in het werken met de I Tjing, uitdrukken in de acht “shui”, dat zijn dus acht speciale systemen, zeg maar. De methode van definiëren is gebaseerd op het feit dat, wanneer een mens bestaat en alles door zijn wezen eigenlijk voorbestemd is, er geen toeval is. En dat houdt in, dat alles, wat toeval lijkt, voorbestemd is. Dat kan niet anders. Een denkwijze – dat wil ik er wel even bij zeggen – waar ik het helemaal niet mee eens ben. Maar dat is weer een ander chapiter. Wanneer alles vastgesteld is en ik gebruik een toeval-proef, men wierp oorspronkelijk dus met vijftig stengels, later ging men dat doen ook met munten, met drie munten namelijk – dan vallen die wel toevallig, ik bepaal het niet bewust. Maar hoe ze zullen vallen, is bestemd. Met andere woorden: ik maak alleen iets zichtbaar, wat er al is. De denkwijze van de voorspeller gaat dan als volgt: Wanneer ik dus een aantal proeven herhaal, dan krijg ik daardoor een opeenvolging van, zeg maar, systemen of getallen. Die getallen bv.: even is mannelijk, yang en oneven getallen, yin zijn vrouwelijk – die kan ik dan uitdrukken in lijnen. Neem ik nu een ongebroken lijn, dan is hij mannelijk. Ik werp drie keer. Wanneer ik drie keer dus de ongebroken lijn krijg – alleen één bepaalde kant van de munt dus – dan kan ik zeggen: nu, dat is heel erg positief, dat is een bevestiging op mijn vraag, zonder meer. Het kan ook zijn, dat ik natuurlijk aldoor wisselingen krijg. Dan zie ik dat in gestippelde lijnen en dan zeg ik: nu, dat is negatief, volledig negatief. Het is een toepassing van het Yang-Yin-principe eigenlijk. Wanneer ik daartussen variatie krijg, dan zeg ik: nu, kijk eens, wanneer ik dus mannelijk heb, vrouwelijk, mannelijk, dan is het wel: er is eigenlijk toch iets aan de hand. Heb ik nu: mannelijk-vrouwelijk-vrouwelijk, dan zeg ik: ja, dat is een verandering: het is nog zo, maar het blijft niet zo. Begrijpt u?

En op die manier ga je dus verder en je werpt een bepaald aantal keren. Daardoor krijg je dan een aantal lettertekens, want elke groepering van lijntjes, zeg maar, staat ook nog voor een bepaald chinees letterteken, betekent een bepaald woord. Wanneer ik dus drie van die woorden heb, dan is er één cyclus volledig. Dan begin ik aan een tweede cyclus, wederom van drie woorden. Die drie woorden hebben relatie, die vertellen me precies, wat er aan de hand is. En dat is géén toeval, want het is allemaal bestemd.

Nu, dan zult u begrijpen, dat het alleen maar een methode is om te weten, wat de feiten zijn achter de vragen, die ik zelf stel. En dat is nu een heel belangrijk punt. Want wanneer ik vragen ga stellen, ach, dan zijn er voorwaarden aan verbonden. Ik mag bv. niet werpen, terwijl ik de vraag vergeet. Gedurende de worpen, die je uitvoert, moet je absoluut voortdurend die vraag voor ogen hebben, volledig geconcentreerd, want, het toeval is geen toeval en alleen wanneer de vraag voortdurend actief is, zal daardoor het antwoord volledig bepaald zijn. Maar wanneer je nu wilt weten, bij wijze van spreken, of ze wel of niet van je houdt, och, dan kun je daar natuurlijk ook voor werpen. Het is alleen maar een kwestie, die meestal niet zo juist uitkomt. Maar wanneer ik nu wil weten, wat de relatie is tussen mijzelf en God bijvoorbeeld, dan wordt het wat anders. Wanneer ik daar werkelijk over mediteer en ik gebruik dan de wichelmethode om een antwoord te krijgen, dan is het als het ware een esoterische weergave van mijn eigen innerlijk, wat ontstaat. En dat is het belangrijke punt hier.

Dat is nu het grote geheim eigenlijk en ook het Taoïstische geheim. Er zijn bepaalde kloosters geweest, die zich speciaal met de I Tjing bezighielden en die vanuit die I Tjing een hele inwijdingsleer hebben opgebouwd. Er zijn bepaalde geheimen. Want er zijn andere letters, – d.w.z. andere woorden – die met de getallen kunnen kloppen, wanneer ze in een bepaalde combinatie komen. Een gewoon mens, ach, die werkt eigenlijk gewoon met twee trigrammen. Die worden op elkaar gelegd. Maar je kunt er ook negen van maken en dan krijg je een heel andere combinatiemogelijkheid. En nu blijkt dus, dat dit wichelen met de negen, dus de drie keer drie waarden, in deze meditatiepraktijken van het grootste belang is.

Want, wat zegt deze filosofie? En nu moet u me niet kwalijk, nemen, dat ik niet helemaal volledig ben, want er zijn bepaalde dingen natuurlijk, waar ik mijn mond over moet houden.

Ze zegt dit: Zoals de mens bepaald wordt door de aura van de aarde, waarop hij geboren wordt, zo wordt de aarde zelf bepaald door de aura van de zon, waardoor zij voortdurend in stand gehouden wordt, en wordt de zon bepaald door hogere krachten. Achter alle waarden ligt, ja, de Hemelse Keizer, zeggen ze weleens, maar zeg maar: de Oerkracht. Het is deze Oerkracht, die zich weerspiegelt in alle kenbare vormen van Oerkracht. Nu ja, dat klinkt wel bekend, dat is gewoon esoterie, theosofie. Maar nu gaan ze verder en ze zeggen: En de definitie van deze kracht is dus gelegen in de erkenning van de kracht, de totaalkracht, waartoe je behoort. Zo ik deze geheel weergeef, uitgaande van mijn eigen wezen – vandaar die drie keer drie, het lot, het bestaande, maar ook nog een keer de triga van mijzelf erbij – dan zal ik weten, wat de wereld is. Maar ken ik die wereld, dan zal ik, mediterende, haar uitstraling opnemen en begrijpen. En hierdoor zal ik weten, wat de wereld is. En de wereld kennende, zal ik opnieuw werpen en ik zal mij richten op de zon. Want de ingewijde verzwijgt de aarde, hij verzwijgt de zon, hij verzwijgt het Al en staat stil voor het geheim, waaruit hij is voortgekomen.

Dat klinkt mooi, hè? Ja, ze weten het verdraait mooi te zeggen, maar als je niet weet, hoe je het doen moet, dan heb je er geen pest aan. Het gaat hier om de denkwijze dus. Nu heeft men dus in die kloosters methoden ontwikkeld ook voor die meditatie. De meeste mensen denken: ach, die I Tjing, je gooit met je munten en je doet het netjes en je gooit precies zoals het hoort of je gebruikt je staafjes en je gooit ze netjes neer en het is allemaal in orde. Neen! Eerst moet ik zelf bereid zijn, want dat is de basis van het juiste werken met die staafjes of de munten. Het is: mijzelf zijn. Ik moet volledig en met het geheel van mijn eigen wezen samentrekken in één besef, zodat voor mij geen ander besef meer mogelijk is. Zodat al hetgeen voor mij buiten mij bestaat, samen is gebracht in één punt. En dat is niet van mij, dat is ook weer een vrije vertaling van een voorschrift.

Wanneer je dat nu doet, wat gebeurt er dan? Dan ben je uiteindelijk zelf probleem geworden. En dat is een aspect hier, dat mij bijzonder interesseert. Intrigeert, mag ik ook wel zeggen. Want op het ogenblik, dat ik mijzelf terugbreng tot een probleem, zal het antwoord van het probleem inderdaad kosmisch bepaalbaar zijn. Elk probleem namelijk is niets anders dan het stellen van bestaande waarden in een niet volledige samenstelling of volgorde. En dit is nu het geheim. Het is niet de mens, die wordt bepaald, volgens mij, het is het probleem, dat wordt bepaald. Maar om het te kunnen bepalen, moet de mens één worden met het probleem. Op dat ogenblik namelijk is hij één geworden met die totale wereld. En als we aannemen, dat die wereld inderdaad een persoonlijkheid is en een enorme aura heeft, waarin enorme krachten een rol spelen, dan is hij één met al die krachten. Hij kan niet veranderen, wat is. Als we het modern moeten zeggen, dan zeggen we: nu ja, goed, je bent bij de geboorte al genetisch bepaald, je bent verder door je opvoeding en milieu verder bepaald en geconditioneerd en als zodanig kun je je nooit geheel onttrekken aan datgene, wat in je ligt. Je denken kan weliswaar een andere weg inslaan, maar in de praktijk zul je gewoon blijven reageren volgens de geconditioneerde complexen, die nu eenmaal in je bestaan. Hebt u het kunnen volgen? Ja, dat is weer een stukje, dat zou je zo uit een leerboek kunnen halen. Maar een echt leerboek, dat wel.

  • Maar hoe ver gaat die waarheid?

Hoever die waarheid gaat? Nu, ik zou zeggen, die gaat, volgens mij, wel betrekkelijk ver. Maar het enige, wat je buiten beschouwing laat bij al deze dingen, dat is de conditionerende invloed, die ook nog van de geest zelf uitgaat. Anders gezegd: het lichaam is een voertuig. De geest daarin zal beperkt worden door de mogelijkheden van zijn voertuig. En die mogelijkheden zijn beperkt: genetisch, maar ook door maatschappelijke conditionering enz. Maar die geest zelf kan dus toch het geheel richten. En daar ligt volgens mij de vrijheid van de mens. Maar dat wordt hier bij de filosofie van de I Tjing helemaal buiten beschouwing gelaten. De situatie, die men op deze manier creëert dus: ‘ik ben probleem’, betekent ook gelijktijdig: ‘ik ben niet actief’. Misschien heb ik het verkeerd, wanneer ik zeg, dat I Tjing eigenlijk de uitdrukking is van de absolute passiviteit. Ik constateer, en ik aanvaard in gehoorzaamheid. Ik constateer, wat gaat gebeuren. Als er staat: “Morgen krijg je een gewicht van 50 ton op je kop”, dan loop ik niet te kijken, waar dat vandaan moet komen, dan zeg ik: vandaag zal het gebeuren. En als het niet gebeurt, dan zeg ik: Hé, ik heb me verkeerd geconcentreerd, ik moet het beter doen, want zo’n fout mag ik niet meer maken. Het is de mentaliteit, die erachter zit, het is een enorme passiviteit: ik ben het eigenlijk niet. Ik heb mijn plaats en alles wat ik ben en alles, wat ik doe, dat is eigenlijk bepaald. En door het te kennen, kan ik het aanvaarden. Als het me zo overkomt, dan aanvaard ik het niet, maar ik zal het net zo goed ondergaan. De wichelmethode, die oorspronkelijk magisch was, is eigenlijk pas goed filosofisch geworden van 750 tot ongeveer 1400, geloof ik, na Christus. Er is dus een enorme afstand eigenlijk tussen de magie en de filosofie. En het is de filosofie, die het gewonnen heeft. En dat zal altijd zo zijn, omdat voor de mens de magie alleen maar iets is als een recept. Maar, als kind al, – ik weet niet, of het u zo is gegaan – kreeg ik weleens speelgoed en dan wilde ik graag weten, hoe het in elkaar zat. Ik kon er dan wel niet meer mee spelen en ik was vaak zeer teleurgesteld: de brom van de beer kwam uit een geheimzinnig doosje, dat niets meer deed, toen ik het openmaakte – maar, aan de andere kant, wanneer we die magie moeten aanvaarden als wat ze is, dan is het alleen als gebruiksvoorwerp, als het ware, zoiets als het licht. Magie is: het knopje omdraaien, dan gaat het licht branden. Hoe het gebeurt, kan me niet schelen, wat eraan vastzit, kan me niet schelen, ik wil dat effect: ik draai het knopje om. Dit is magie.

En omdat de mens daarmee niet kan leven en zelfs in die wichelarij ergens zegt: ja, al heb je gelijk over die toekomst, dan nog wil ik weten: hoe kan dit? En moest hij wel deze filosofische achtergrond opbouwen. En wanneer u zich vandaag de dag toch weer bezighoudt met dat oude boek – er zijn namelijk wat vertalingen van in omloop gekomen. De oudste is van 1798, dat is een Latijnse, daar zult u wel nooit van gehoord hebben. Dan is er nog een van 1898, dat is een Duitse, die is heel goed, en dan is er ook nog eentje uit óf 1928 of 1933, weet ik niet precies, dat is een Franse. Die is eigenlijk iets beter, maar, waarschijnlijk voor de Nederlandse mentaliteit in zijn commentaren wat lichtzinniger; U weet, Nederland houdt niet van lichtzinnigheid, althans niet op dit terrein.

  • Is die van Wilhelm, die van 1898?

Ja, die is van Wilhelm. Ja, dat is overigens heel aardig. Hij probeert duidelijk te zijn. Van wie had hij het ook weer?

  • Chen Lien.

Ja, dat is dus degene, van wie hij het gehoord heeft. Nu moet u goed onthouden: je kunt zo’n filosofie nooit helemaal weergeven. Er zijn dus vertalingen en tegenwoordig worden dan over die vertalingen weer werkjes geschreven door mensen, die dan in hun vertaling weer proberen iets te zeggen over hetgeen de ander was, die dat andere gezegd heeft. En zo komt, wat de oorspronkelijke waarde is, eigenlijk een beetje in het gedrang, dat zult u met mij eens zijn. Maar goed, daar hebben we het nu niet over. Maar, wanneer je dus eenmaal begint met die filosofie, dan betekent dit veranderen van je eigen wezen. Maar het is een wonderlijke verandering, want je kunt je lot niet veranderen, onthoud dat. Lot is vaststaand, in hun filosofie. Onveranderlijk. Predestinatie, maar dan bij wijze van spreken tot de laatste vlieg die op het laatste tipje van je neus gaat zitten, in het laatste moment van je leven. Niets, werkelijk niets, is toeval. Alles is de uitdrukking van de vaste sjabloon, die je bent, en de vaste sjabloon, die de wereld is. Maar, wanneer ik probeer daaraan te ontkomen, dan kan ik dat dus alleen doen door begrijpen. En bij het begrijpen, kan ik natuurlijk hulpmiddelen gebruiken. Dan blijkt ineens, dat die hele I Tjing een hulpmiddel is geworden om het onbewuste over te brengen naar het bewustzijn. En in dat opzicht kunnen we het vergelijken met bv. de Tarot, die ook, onder bepaalde omstandigheden, daarvoor gebruikt kan worden. Wat ik nu ga zeggen, is misschien niet helemaal volgens de Chinese leer, het is mijn eigen visie.

In het onbewuste van de mens leeft eigenlijk een groot gedeelte van de mensheid. Je bent deel van de gedachten van de mensen en dat wordt een sfeertje. Dat sfeertje uit zich in de mens in gevoelens, niet in ratio, in rationele begrippen. Een mens probeert wel logisch te zijn, maar is het eigenlijk niet. En wanneer een mens iets bereikt, dan komt dat, omdat hij de logica op een onlogische wijze heeft toegepast op een moment, waarop dit eigenlijk logisch niet verantwoord zou zijn. Dus, begrijp me goed, de mens is inderdaad deel van een totaliteit en dat totaal, waartoe hij behoort, het volk, de gemeenschap, de leeftijdsgroep ook, speelt ook een rol, de religie en al die bindingen, die hij heeft werken op hem in. Maar die werken in hemzelf op onbewust niveau zeer veel sterker in, dan hij zich realiseert. Want, je spreekt nu eenmaal altijd in definitie, niet in de vaagheid van een aanvoelen. Wanneer ik nu een hoop vaagheden bij elkaar krijg – dat is het innerlijk van een mens meestal, een hoop vaagheden – dan is het belangrijk, dat ik iets vind, waardoor ik ze een beetje beter in brandpunt breng. Het is al het ware als een reactie om een Rohrschach. U weet, wat dat is, hè? De bekende vlekkentest. Ja, daar hebben ze een man voor het gekkenhuis ingestuurd. Die moest er ook naar kijken, toen zei hij: wat maakt die vent een rotvlekken. Nou, toen hebben ze hem opgesloten. (Hilariteit). Maar, wat doe je dan? Je laat een mens dus vrij associëren. Dat is nu, wat je ook doet met de I Tjing. Maar, in plaats van dat het vrij associëren op een toevalsvorm gebeurt, gebeurt het op een toevalscombinatie van begrippen. Want dat is het eindresultaat. Hij kan bv. krijgen – laat ik maar een paar woorden bij elkaar rapen zo –  de stilte, sloot met water, het dravende paard, de verborgen draak. Ja, nu heb ik woorden, maar wat betekenen ze? Wanneer ik geloof in de werking van het ding, dan moet dat een samenhang hebben. En dat betekent, dat ik eigenlijk me helemaal terugtrek in een zinloos probleem en daarbij het geheel van mijn bewustzijn, ook het onderbewuste, het onbewuste in mij, als het ware in brandpunt ga brengen op deze toevalsbegrippen. Maar daardoor worden alle associatie mogelijkheden beproefd. En daar ligt mijns inziens de grote waarde van het geheel. Alles, wat in mij bestaat. Want niets is onmogelijk, alles kan noodlot zijn, nietwaar? Het hoeft niet logisch te zijn, het is gewoon het noodlot, dat ik lees. Daardoor kan ik, zonder enig verzet, alle, ook de meest onlogische denkbeelden, waarden, associaties, begrippen, die in mij bestaan, samenvoegen om de verklaring te vinden van de spreuk. Nu heb ik er toevallig een van vier letters genomen, dus dat is natuurlijk niet goed, hè, ik had er een van zes moeten hebben. Ik zal het er maar meteen bij zeggen. Ik had er een van drie moeten nemen, dan was hij onvolledig geweest, maar goed.

Wanneer je nu die begrippen een samenhang geeft, dan ga je in de eerste plaats vertalen. De vertaling van het woord is associatief. Associatief, dat weet u allemaal, hè? Als iemand bv. zegt: “blootje”, zegt de één: naaktstrand en de ander: welterusten, nietwaar. Dat zijn van die dingen, daar kun je niet aan ontkomen. Op deze manier dus wordt bv. de verborgen draak plotseling het symbool van een dreiging, die je in jezelf hebt. Die dreiging is niet reëel, het is een angst, maar je brengt hem naar buiten. En je stelt hem in relatie bv. de held, met de sloot vol water, al die dingen bij elkaar en dan denk je: ja, dit is waar. Maar ik heb een vraag gesteld. En nu wordt die vraag een kader, waarbinnen ik dat geheel moet persen, als het ware. Mijn associaties moeten worden samengevat tot zij het antwoord van de vraag zijn. Dat betekent een enorm zelfonderzoek. Het houdt in, dat je een groot gedeelte van waarnemingen, waarvan je je niet bewust was, nu gaat verwerken in een conclusie. Het betekent, dat je gevoelens, die je terzijde hebt geschoven, allerhande factoren in je eigen leven, bv. verwrongen effecten in je onderbewustzijn, die toch je handelen bepalen, nu ergens toegang geeft, al is het maar als een stemming. En zo komt er een toekomstbeeld, dat niet alleen heel goed mogelijk is maar dat, en dat is het meest belangrijke, jezelf weergeeft. Ik geloof, dat als er één waarde is in de I Tjing, die ik bijzonder op prijs stel, dat is: de mogelijkheid om, via de meditatie, te komen dus tot deze zelferkenning. Zolang ze als een spelletje wordt gehanteerd, lieve mensen, doe het gewoon met kaarten, dat is veel eenvoudiger. Hè, er komt een zwarte vrouw in Uw leven, past u ook even op voor schoppenboer, want dan komt er bonje. Het gewone waarzeg-aspect, vergeet het maar. Dat zit er werkelijk niet in. Elke toevalsmethode is net zo goed om de toekomst te voorspellen. Maar, wanneer je het als een openbaring gaat gebruiken, dan kom je als vanzelf tot een diepe beleving van jezelf. En dan ben ik nu meteen bij iets, waar ik het niet helemaal mee eens ben – ik zeg het maar van tevoren – maar dat door de monniken wordt geleerd. Dat hoort dus tot die zogenaamde ‘mond tot oor’ overlevering, waarvan ik u natuurlijk nooit alles kan vertellen. Wanneer ik in de meditatie eindelijk het beeld heb gekregen, dat mijn vraag beantwoordt, moet ik mijn vraag stellen, maar nimmer vanuit mijzelf, en ik zal mij hoeden voor alle hartstocht. Ik zal mijn vraag nu stellen over de hoge werelden en dan met hetzelfde probleem, want zo zal ik leren kennen wat ik ben en wat mijn vermogen is. Waar ik gebonden ben, zijn de hoge werelden vrij. De hoge werelden, die vrij zijn, waar ik gebonden ben, kunnen volbrengen, wat mij, gebondene van het lot, onmogelijk is.

Dat is één; die zin. Een tweede zin, die ook de moeite waard, is en ook de mentaliteit weergeeft:

Werp nimmer de staven voor uzelf (het zijn eigenlijk stengels, hoor, maar het heten dan staven).

Werp nimmer de staven voor uzelf, want, zo gij werpt voor uzelf, zult gij uzelf zoeken. En hij, die zichzelf zoekt, bedriegt zich omtrent hetgeen hij is en zo zal hij niet weten, wat zijn leven wordt.

Nu, dat is duidelijk hè? Dat is logisch, de meeste mensen fantaseren over wat ze zullen worden, omdat ze niet weten, wat ze zijn. Dus dat is heel logisch. Maar belangrijk is dan dat daar een soort appendix bij hoort en die zegt: door de vraag te beantwoorden, die een ander u stelt over het lot, zult gij zelf één zijn geworden met deze ander. Gij zult dus méér zijn dan alleen het lotsbepaalde deel dat gij zelf zijt en in dit meer zijn dan uzelf zult gij weten, welke krachten de wereld bewegen.

Dat is heel typisch. Voor mij is het meest opvallende, dat hier eigenlijk rustig wordt gezegd tegen zo’ n wijze – want die mensen hebben dan toch geleerd, zijn monnik geweest daarvoor – Ga nu maar gewoon de mensen het lot voorspellen. Wat is dat nu, lang gewerkt en dan waarzegger worden? Neen, die andere mensen hebben een functie. Ze hebben namelijk de functie de waarzegger – in wezen de esoterische filosoof, ’n beetje mysticus misschien – de mogelijkheid te scheppen, zijn eigen beperking te verlaten. Tot die ‘mond-oor’ traditie behoort ook nog deze raadgeving: Daar, waar gij de sterrenhemel aantreft, zult gij de vraag anders formuleren. En nu denkt u waarschijnlijk: wat is dat voor onzin? Maar die mensen wisten wat er mee bedoeld werd. Het betekent, dat in elke beantwoording, waarin de sterrenhemel voorkomt, de waarheid betrekking heeft op krachten, die kosmisch zijn en hoger, dan de menselijke. Om deze te beseffen, zal men de vaag zo moeten herformuleren, dat zij deze hogere krachten in de eerste plaats betreffen. Daar komt het eigenlijk op neer.

Een krankzinnig systeem? Misschien. Maar aan de andere kant een systeem, dat toch, volgens mij, allerlei wonderlijke aspecten heeft. Misschien heeft u zich, terwijl we zaten te praten, misschien niet gerealiseerd, dat eigenlijk de wijze, waarop je werkt met de I Tjing een soort computer-code is. Want je hebt namelijk maar twee tekens: ja en nee. Dat is gewoon een zeg maar tweetallig systeem, he waarbij je negatief en positief hebt. Een keuze: neutraal bestaat hier niet, ofschoon neutraliteit benaderbaar is door de combinatie van ja of nee. Maar er zit dus een soort computer-denken achter. Als je je nu wel even realiseert, dat de mensen, die werkten met dit systeem dat hebben opgebouwd, zeg maar, in de vorm waarin het nu bestaat, eigenlijk al 450 jaar voor Christus, da sta je toch wel even met je oren te flapperen, dacht ik. En dan moet je nog eens opletten. Er staat voor elke combinatie één letter, maar er staat voor elke combinatie een groot aantal begrippen. Dat wil zeggen, dat er in wezen niet over één letter wordt gesproken, maar over een soort archetype. De letter, die gekozen is, is een letter, die vele begrippen kan uitdrukken, in samenhang met andere begrippen. Het is als bij een computer: het antwoord wordt gegeven, maar het is absoluut neutraal. Het is degene, die de vraag stelt, die weet, hoe hij moet interpreteren, hoe hij dus als het ware, de letters moet omzetten in begrippen. En dat is erg belangrijk.

Ik dacht, dat je hier eigenlijk dicht zit bij de cybernetica, want je vindt zelfs een feedback-systeem. Wanneer bepaalde factoren voorkomen in het antwoord, betekent dit, dat de vraag hernieuwd geformuleerd wordt, opdat een meer gedefinieerd en meer omvattend antwoord verkregen kan worden. Iemand, die een beetje met computers te maken heeft, die weet, dat dit systeem bestaat, zelfs zonder dat de vraag gesteld wordt door iemand van buitenaf. Er bestaan namelijk zgn. feedbacks met aanvullende programma’s, waarbij automatische functies worden ingeschakeld op het ogenblik, dat één bepaalde actie als onvolledig wordt beschouwd. Dan gaat dus de computer zelf de aanvulling zoeken. Eigenlijk is de I Tjing een soort model voor een papieren computer, maar dan een toevalscomputer. Een computer, waarbij het toeval wordt gebruikt om tot een antwoord te komen. Het systeem van de logica is er niet. En er is nooit een einde aan de beantwoording van een vraag. Ook dat is interessant. Elke vraag baart een mogelijkheid tot nieuwe vragen en het ligt aan de vraagsteller, waar hij ophoudt. Elke vraag vraagt de volledige persoonlijkheid. De computer zou zeggen: volgens volledige programmering geen antwoord mogelijk. Elk antwoord omvat alle ingebrachte feiten. Elk antwoord omvat een selectie dus uit alle geprogrammeerde gegevens. Het verschil is niet zo groot. En, als ik daar dan mijn eigen denkwijze weer even aan toe mag voegen, ik ben nu toch zo druk bezig, dan zit je eigenlijk hiermee: Wanneer ik dat toeval, dat zogenaamde toeval, nu eens onderbreng in een vaste wetmatigheid? Het zogenaamde toeval is alleen het verschijnsel, dat de vaste vorm of het vaste programma aantoont. Dan zou je misschien zo kunnen redeneren: (Ik dacht niet, dat het gebeurd was, maar het zou kunnen en het past volledig in de filosofie zelf). Alle verschijnselen op zichzelf zijn alleen de manifestatie van een vaste en onveranderlijke structuur. Wanneer ik door de juiste combinatie van verschijnselen en het besef daaromtrent de structuur ken, ken ik echter alle mogelijkheid van verschijnselen, die zullen ontstaan.

Het is de erkenning van een wetmatigheid, zeg maar, en deze wetmatigheid op zichzelf, toeval genoemd in de verschijnselen, omdat zij zich niet stoort aan menselijke logica, is terug te vinden. Er bestaat dan een vaste wereldstructuur, en in die vaste wereldstructuur heeft elke stoffelijke vorm een vaste betekenis, een vaste waarde. De geest, die zich binnen deze structuur in een stoffelijke vorm beweegt, zal dus een geprogrammeerde reeks informaties verkrijgen. Het leven is niet alleen maar een kwestie van ‘hit or miss’, ik word er bewust van of niet, ik kom in de hemel of ik kom in de hel. Het is wel degelijk het tevoren kenbare programma accepteren. En door het accept van dat programma komen tot een vaste ontwikkeling en aanvulling van je eigen persoonlijkheid en besef. En dan zou het wel eens kunnen zijn, dat deze bewustwording, die wij noemen, niets anders is dan een vast en wetmatig verschijnsel, dat in het begin, bij het eerste ontstaan van het bewustzijn, in ons wezen is ingelegd. En waarvan wij, in het geheel van al onze levens alleen maar profijt kunnen hebben, niet, omdat wij het Zijn daarmee volledig veranderen, maar, omdat we het Zijn begrijpende, het geestelijk beter kunnen verwerken en daardoor in staat zijn, het toeval een inhoud te geven, die voor onszelf voortdurend positief is. We zullen beseffen, dat positieve en negatieve waarden vanuit menselijk standpunt tezamen de werkelijkheid vormen. Er is geen wereld, die alleen maar goed, en er is geen wereld, die alleen maar kwaad kan zijn. Er is een wereld, waarin goed en kwaad samensmelten tot waarheid. Achter de uiterlijkheid van de vormen, achter Maya, achter de begoocheling ligt deze werkelijkheid van het systeem. Volgens mij is I Tjing, voor degene die een juist gebruik weet te maken van de methode, een van de vele sleutels, waarmee men, door de waan heen, iets van de werkelijkheid kan leren beseffen. En dat was mijn inleiding en na de pauze hoor ik wel, wat u allemaal aan bezwaren en dergelijke hebt te brengen. Ik hoop ook dat ik duidelijk genoeg ben geweest, want het is een beetje moeilijk. Er zitten er een paar, die weten er nogal veel van, maar er zitten er ook een paar, die weten er helemaal niets van. Ik heb geprobeerd een gemiddelde te nemen, in de hoop dat u allemaal voelt, waar het om gaat. En als dat geslaagd is, dan is mijn bijdrage redelijk geweest en dat wordt het natuurlijk na de pauze pas goed, want dan komt u aan het woord.

Vragen

Zo vrienden, Laten we eens kijken, wat u allemaal te vragen heeft hierover, dan zien we vanzelf wel, waar we terechtkomen. Mag ik beginnen met de schriftelijke vragen?

  • Werp de staven niet voor uzelf, zei u. Dit is toch bedoeld in engere zin?

Dat is in engere zin bedoeld. Het hangt dus samen eigenlijk met het denkbeeld, dat de mens, die voor zich die staven werpt om zijn eigen toekomst te weten, dus voor profijt eigenlijk, altijd verkeerd doet. Je kunt dus wel voor jezelf werpen om een hoger probleem te benaderen, maar voor jezelf mag je dus niet doen aan de wichelarij, aan de kunde van het voorspellen van de toekomst, laten we het zo zeggen. Dat mag je wel voor anderen doen, omdat je daardoor met anderen een soort band bereikt en in die band dus meer gaat beseffen, wat je zelf bent en hoe de kosmos is. Daar komt het wel op neer, ja.

  • Ik dacht, dat het probleem al ondervangen was, omdat je bij een dergelijke profane vraag een zodanig antwoord krijgt, dat je, wanneer je dat goed leest, voldoende begrijpt, wat je fout gedaan hebt.

Degene, die een dwaze vraag zal stellen, zal over het algemeen niet voldoende inhoud hebben om de waarde van het antwoord te begrijpen.

  • De I Tjing ziet het ‘nu’ dus niet als een oorzakelijk samenhangende keten van gebeurtenissen?

Nee, althans niet in die zin, dat wij zelf oorzakelijk zijn. Wanneer we op de dieptefilosofie ingaan, dan is hier ergens een primaire oorzakelijkheid, een soort oer-sjabloon, waaruit alles voortkomt. En dan vinden we hier parallellen met bepaalde esoterische leringen en ook met bepaalde magische leringen. Maar wanneer u zelf leeft dus, dan is uw leven bepaald, de plaats, waarop u leeft, is bepaald, wat u zult doen is bepaald, wat u zult laten. En u kunt dus aan bepaalde dingen in uw leven niet ontkomen. Wanneer ik het moet karakteriseren, kan ik het misschien weer het beste doen met een aanhaling van, hoe heette die vent ook weer, Hsing Chang Huy. Dat was één of andere geleerde, die heeft er een heel boekwerk over geschreven en nog een paar geschriften, en die merkt dus op een gegeven ogenblik op: De mens is in het hoofdgebeuren van zijn leven vastgelegd en hij kan zijn betekenis daarin niet veranderen. Hij kan slechts, tussen de waarden die hem bepalen, door, iets vinden van een eigen vrijheid, mits hij ontkomt aan de illusie, waardoor hij gemeenlijk verblind is. De vertaling is van mij, maar ze is zoveel mogelijk identiek met de betekenis van die uitspraak. Is dat een voldoende antwoord?

  • Vormen de acht basistrigrammen symbolen van al, wat in de hemel en op de aarde gebeurt?

Dit wordt althans wel zo gesteld. In de geheime leer is het niet zo, daar worden dus nog enkele andere mogelijkheden aangestipt. En die mogelijkheden komen dan voort uit bepaalde getallen. Je kunt dus die dingen alleen krijgen, wanneer je werkelijk met de stengels of met de staven werpt en dan zijn er dus bepaalde getalsbetekenissen, die nog een afzonderlijk teken krijgen en die dan als het ware een goddelijke of een demonische invloed kunnen aanduiden. Maar, in basis kun je zeggen: ja, voor de doorsneemens, die niet ingewijd is, zijn de acht tekens de omschrijving van alle invloeden, niet van alle waarden, die op aarde kunnen bestaan. En ik mag daaraan toevoegen, dat ook in dat oerwerk wordt gesteld, dat het aantal kosmische stromingen, dat op aarde bestaat, acht is. Dat zal daarmee wel samenhangen, denk ik.

  • Wat is de bijdrage van Confucius aan de I Tjing?

Ik geloof niet, dat de grote Kung veel heeft bijgedragen aan de I Tjing. Maar ongetwijfeld heeft zijn eigen filosofie ertoe gevoerd, dat men tot een herdefinitie is gekomen van het begrip “Tao”. En dit begrip Tao speelt nu eenmaal ook een grote rol bij de I Tjing. Maar er was dus al een I Tjing, voordat er Tao was als een omschreven begrip, laten we dat niet vergeten. De oorsprong is niet bekend.

  • En de commentaren, die Confucius gegeven heeft op een aantal, laten we dan zeggen, uitspraken, in ieder geval orakelspreuken? In hoeverre zijn die adequaat of toch te gebonden aan die tijd?

Ik dacht dat ze zeer tijdgebonden waren, maar daarover kun je van oordeel verschillen. Ik heb namelijk het gevoel, dat Meester Kung de neiging had, om alles te zien in het systeem van de maatschappij, waarin hij leefde. En dat we, wat dat betreft, dus ons eerder voor een goed commentaar zouden moeten richten tot Lao Tse en zijn volgelingen, dan naar Confucius. Het is dus een andere benadering. En wanneer je uitgaat van het strakke systeem, het noodlotssysteem, wat Confucius eigenlijk doet, dan kun je dus bij elke interpretatie wel zeggen: ja, hier zitten we met het vaste systeem en het vaste noodlot, maar dan blijft de emotie, de menselijkheid helemaal buiten beschouwing.

  • Geldt dat voor Confucius’ systeem in zijn totaliteit?

De leer van Kung Fu Tse, laten we dat maar zeggen, is eigenlijk in zijn geheel een leer, die niets te maken heeft met de geest. Het is een gedragsleer. En als zodanig is ze zeer sterk tijdgebonden, omdat de gehele gedragsleer in feite is gebaseerd op de situatie, zoals ze in zijn tijd en dus enige eeuwen vóór zijn tijd ook, bestond in het Rijk van het Midden. En nu kunnen we dit wel later overal elders toe gaan passen, maar de werkelijke betekenis raakt dan verloren in interpretatie. Dat is hetzelfde met het christendom. Als je het Evangelie wilt interpreteren, dan moet je dat doen in de terminologie van die tijd. En als je dan diezelfde termen hedendaags wilt interpreteren, dan leef je in een wereld, waarin die waarden en betekenissen niet bestaan en kom je automatisch tot een verkeerde interpretatie. Er zullen wel een hoop mensen zijn, die het daar niet mee eens zijn, maar nu ja, goed.

  • Ja, maar het is op zichzelf toch iets. Je kunt het toch lichten uit zijn kader en er bv kosmische waarde in zien? Het is toch niet zo tijdgebonden?

Neem een cel uit uw lichaam. Ze is een kosmisch wonder. Daarin pulseert de kosmische kracht als in uzelf. Maar ze is geen lichaam en ze verliest haar betekenis, wanneer ze haar samenhang met andere cellen verloren heeft. En dat geldt voor alles, wat een geheel is. Wanneer ik een bepaalde Bijbelspreuk losmaak uit de Bijbel, wanneer ik een bepaalde filosofische uitspraak losmaak uit het kader, waarbinnen zij gegeven wordt, dan doe ik haar eigen betekenis te niet en dan maak ik haar tot een speeltuig, waaraan ik dan mijn eigen interpretaties ga verbinden. Ik stel haar in een nieuw kader, dat ik zelf heb geschapen. Maar dan moet ik ook beseffen, dat haar betekenis daardoor een andere is geworden.

  • U had het over “Tao”. Kunt U daar een ander begrip of een uiteenzetting over geven?

“Tao”. Om het meest eenvoudige te zeggen van Tao: Tao is de structuur, die wetmatig bestaat in alle dingen en die door de mens erkend en waar gemaakt moet worden, wil de mens met alle dingen een bepaalde harmonie ervaren en daardoor dus ook eventueel later. Commentaar? Is iemand het er niet mee eens? Mag ook.

  • Heeft het te maken met het omkeerpunt tussen de tegendelen? Of…

Nee, in Tao bestaat er dus geen omkeerpunt tussen tegendelen. In Tao bestaan geen tegendelen. In Tao bestaan alleen elkaar aanvullende waarden, die altijd een geheel zullen vormen, ongeacht de verschuivingen, die volgens de wetmatigheid van de structuur binnen het geheel van die waarden zullen plaatsvinden. Er zijn geen tegenstellingen, er is een eenheid. En de plaats in die eenheid kan veranderen, maar dat tast de eenheid niet aan. Hebt u het kunnen volgen? Het is oosters denken. Ik heb het in het begin al gezegd, houd er alstublieft rekening mee, het is anders dan westers denken. Westers denken, dat is denken in tegenstellingen, als het ware. Als wij ja en nee zeggen, zijn het tegenstellingen. Wanneer in de I Tjing ja en nee wordt gezegd, dan worden eigenlijk twee functies genoemd, geen tegenstellingen. Vandaar ook: ja=mannelijk, nee=vrouwelijk. En die moeten bij elkaar komen op de een of andere manier, want daaruit ontstaat waarheid. De tegenstellingen zijn dus geen dingen, die ons begrenzen of dingen, waarbinnen wij waarderen, nee, het zijn dingen, die we ervaren en uit de ervaring daarvan ontstaat dan een product. En wanneer die ervaring harmonisch is, dan is het product: Tao. Het is een andere manier van denken, dat is juist voor westerlingen juist zo moeilijk daarbij, dacht ik. Nu, dan gaan we weer verder.

  • Dus behalve als orakelboek kan het ook beschouwd worden als inwijdingsboek?

Dat laatste zeer zeker. Wanneer wij dus de absoluutheid van bepaalde stellingen alleen beschouwen als werkmethode, dan is het volgens mij zelfs een volledige inwijdingsweg. U bent echter geneigd om te stellen, dat, wanneer men alle stellingen zonder meer als onveranderlijke waarheid aanneemt – iets, wat tussen haakjes de I Tjing zelf aanduidt als iets, wat niet kan bestaan, absolute waarheid kan niet bestaan – er kan alleen een waarheidsbesef bestaan – dan wordt het gevaarlijk. Ik zou haast zeggen: alle dogma is gelijktijdig het wurgen van het geestelijk ik, waardoor de adem der bewustwording verloren gaat. O, jonge, jonge, jonge, wat zeg ik nu; ’t is waar, maar ….

  • Maar in zoverre is het dus modern, dat een van de pijlers van de I Tjing nauw aansluit bij een onderdeel van de moderne natuurkunde, de synchroniciteit, de gelijktijdigheid van een aantal gebeurtenissen, wat bewezen is. Er is althans een aantal axioma’s.

Dat wordt dus in de I-Tjing niet gezegd, die gelijktijdigheid, er wordt alleen gesproken over een gelijkwaardigheid. En dat is dus wel iets anders. Synchroniciteit is iets, wat je misschien als westerling erin kunt “hineininterpretieren” zoals de Duitser zegt. Dat vind ik altijd zo’n mooi woord, dan zie ik altijd zo’n Duitser worsten stoppen, weet u wel. Maar ik geloof dus, dat je eigenlijk het zo moet zien: de achtergrond van de geheime leer, die dus niet in het boek staat van de I Tjing is dus: inderdaad absolute gelijktijdigheid, kosmische gelijktijdigheid van alle dingen, waarbij dus de facetten volgens een wetmatigheid voortdurend kenbaar worden en onveranderlijk zijn, omdat ze deel zijn van een in zich voltooid geheel. Nu, gaan we weer verder.

  • Vaak is een teken positief; de lijnen geven een positieve ontwikkeling aan en dan slaat het teken toch om naar het negatieve. Hoe verklaart u dat?

Omdat de meeste mensen denken, dat de I Tjing dus een richting aangeeft. Dat is niet waar, de I Tjing geeft in zijn orakel – als u het zo wilt noemen – een situatie aan. Wanneer dus alle lijnen positief zijn en het teken slaat toch om in negatief, dat zegt alleen dat het menselijk heel begrijpelijk is: vergeet één ding niet: alles is betrekkelijk. En ik geloof, dat die betrekkelijkheid één van de dingen is, die, zeker in de interpretatie van de I Tjing, erg belangrijk is. De I Tjing zegt niet: je zult in de loterij winnen, de I Tjing zegt altijd: je zult in de loterij winnen, dat is je lot, maar, je zult in gevaar zijn je winst te verliezen. Nu, dat is het meest normale, wat er is, hè? De meeste mensen hebben hun geld al verloren, voordat ze de prijs binnen hebben, dus… Ze beleggen het hier of daar, erg safe, en dan gaat er iemand failliet of zo. U kent het allemaal. Ze zegt dus altijd: wanneer er één waarde is, dan is die deel van een functie. En in die functie zijn de tegendelen verenigd. Als je het precies wilt zeggen: datgene, wat in het westen als tegenstelling wordt beschouwd, is een kringloop, waarbij door verschuiving van waarden, bij gelijkblijvend standpunt positief, negatief en negatief, positief kan worden, maar de spanning tussen de waarden de manifestatie is. En het is die spanning, die het belangrijke is, niet de waardering. Er is geen waardering, er is erkenning. En de basis van die erkenning kan niet onderscheiden worden in positief of negatief, ze kan slechts worden gezien als actief. En waar de ervaring actief tot stand komt, daar moet het ik in het actieve de vaste sjabloon erkennen, waaraan het beantwoordt en zo dus de kracht erkennen, waaruit het geheel van de actie voortkomt. Ja, dat zal voor een hoop mensen geheimtaal zijn. Dat spijt me, maar… En dat heb ik nu eerlijk gestolen uit de kloosterinwijding.

  • Wordt de I Tjing niet zowel het “Boek der Veranderingen” als “Het Boek der Leegte” genoemd? Hoe is dat te verklaren?

Het Boek der Leegte is geen geheel juiste vertaling, hè. We beginnen met Se’ong, luk hwa king, (Fonetisch weergegeven) Dus, als we het heel goed willen vertalen:”Het boek van het niet-bestaand bestaan”. En als je dat dus als basis neemt, zegt het dus, dat het gehele bestaan in zijn vorm niet-existent is, maar slechts een illusie is, voortkomende uit het bestaande, dat niet kenbaar, niet zichtbaar is en dat dus het hele boek, in de manifestatie van de veranderingen niets anders doet dan het onkenbaar-blijvende omschrijven. Tja-ja. Nu ja, als je vraagt, moet je ook niet bang zijn om een antwoord te krijgen.

  • Als ik het goed heb onthouden, zei eens een chinees wijsgeer: Het verschil is de gelijkmakende eenheid der tegendelen. Kunt u dit uitleggen?

Dat is toch vanzelfsprekend? Op het ogenblik, dat ik zeg: verschil, definieer ik datgene, wat tussen de tegendelen ligt en maak ik het zo tot een eenheid van begrip. Vindt u dat zo moeilijk? Dat is toch begrijpelijk? Kijk eens, zolang ik zeg: links of rechts, dan heb ik een richting. Maar als ik zeg: tussen links en rechts sta ik, dan heb ik links en rechts teruggebracht tot een functie van mezelf. Dus het verschil, een middelpunt, dat ik aangeef tussen die beiden, is gelijktijdig het wezen van waaruit ze kenbaar zijn, dus dat is de eenheid. Ja. Als jullie het allemaal raadsels vinden, dan weet ik wel een mooiere voor je. Wat was er het eerst, de kip of het ei? Wie weet het? (Gelach) Niemand? Nou, dat zal ik u dan vertellen: het ei. Omdat eieren-leggende dieren lang ontstonden voordat zich vogels hadden ontwikkeld met veren, waaruit de kip zich uiteindelijk ontwikkeld heeft, zodat er eerst een ei was, waaruit de eerste kip kwam. Zo, nu weet u dat ook weer, dan gaan we verder.

  • Die duizendbladstengels, die hebben een mediamiek geleidende functie, Ch’en, zoals men dat zegt. Is dat vanuit die tijd, dat wil zeggen, toen het nog een heilige plant was, of geldt dat nu nog?

Ja, laten we het zo zeggen. Wanneer ze dus plukten volgens de voorschriften en het sap erin verdroogd is, dan heeft het dus een bepaalde structuur, een bepaalde samenstelling, die vatbaar is voor menselijk fluïde. Ja, ja, dat is heel gek, hè?” Ze hebben, tegenwoordig een fotografie uit­gevonden, hoe heet die man ook weer?

  • Kirlian

Kirliaanse fotografie, ja. Die naam is altijd lastig, dat is na mijn tijd gekomen. Maar daarbij kun je dus zien, dat menselijke uitstraling op verschillend materiaal ook verschillende waaiering vertoont. En dan kunt u zien, dat er bepaalde materialen zijn, die als het ware geleidend zijn, waardoor we een verlenging krijgen van de uitstraling en er zijn ook materialen, die remmend zijn, waarbij we dus een spreiding krijgen. En nu blijkt dat weer samen te hangen met bepaalde biologische en chemische factoren. En nu ja, nu kun je zeggen, die duizendbladstengel als die op de juiste wijze geplukt is, is inderdaad gemakkelijker tot een verlengstuk van je eigen aura te maken. Gemakkelijker zeker dan munten.

  • En geldt dat ook voor die stengels, die je nu bij het boek koopt?

Nou, onder ons gezegd en gezwegen, tut, tut, tut…hè, dan weet U het wel.

  • Dat fluïdum, dat wisselt toch van gedraging door die natuurzijden kleding die men typisch in die tijd in China droeg.

Ik geloof, dat ik u weer mag corrigeren. Dat bepaalde kasten in die tijd bij hoogtijdagen en dan in bepaalde seizoenen zijde droegen. Dus laten we eventjes redelijk zijn. Weet u, waar de meeste chinezen in liepen? In jute en katoen. Maar ja, dat is altijd zo geweest. Per slot van rekening, er zijn een hoop mensen, die denken, dat de koningin ook de hele tijd in zo’ n hermelijnen mantel loopt. (Gelach) Sommige mensen, die tegen het koningshuis zijn, zijn er nog gelukkig om ook. Denken ze: warm vandaag en die koningin die weet nou lekker, wat het is om koningin te zijn, met die bontjas. Zo simpel zijn die mensen. Die natuurzijden kleding dus werd over het algemeen door een katoenen onderkleding dus toch nog wel afgedekt.

  • Kunt u uitleggen, hoe het mogelijk is om een aura te fotograferen? Dat is toch iets onstoffelijks?

Een aura is in zichzelf niet onstoffelijk. Het is een veld. En elk veld in zichzelf is een groepering van materiedeeltjes, ook wanneer dit fluctueert. We krijgen ergens dus fijne materie. En wanneer ik nu een veld aanleg van een hoge spanning, dan ontstaat er een reactie van die deeltjes en dat kan ik dan op een fotografische plaat vastleggen. Dat is precies hetzelfde dus, wanneer je uitstraling gewoon wilt fotograferen, dan heb je een mediamieke fotograaf nodig. Dat is dus wel nodig. Dan brengt deze mens dus een deel van zijn eigen kracht door zijn concentratie over op het fototoestel, dus ook op het materiaal daarin. En nu druk ik in, en wanneer het nu donker is, zijn er nog alleen bepaalde trillingen actief, die je normalerwijze niet ziet. En een mens ziet ook nog niets, maar die fotografische plaat registreert nu en die registreert de wisselwerking tussen de aura van de fotograaf en de eventuele astraal manifestatie, die in de omgeving is. En dan kun je dat nog een beetje verder doorvoeren. Iemand, die een zeer sterk telepaat is – over het algemeen dus niet bewust, hè, het is een emotioneel associatief proces – wanneer die zijn hand op een fotografische plaat legt bv. en in hem speelt zich dit emotionele proces af, wordt het uitgestraald in de aura – het beeld is dus een functie in de aura – en dan heb je de kans, dat op de plaat de gestalte wordt vastgelegd zonder enige verdere verlichting dus, in overeenstemming met het beeld, dat emotioneel in het medium bestond op dat ogenblik.

  • Fantastisch

Dat is niet fantastisch, dat is geconstateerd. Er bestaan voorbeelden van. Er zijn zelfs arme mensen, die ontdekt hebben, dat ze dat konden doen en die hebben sedertdien een uitstekende broodwinning. Niet met het laten maken van die foto’s, dat doen ze voor de reclame nog, maar met het geven van adviezen, waarvoor ze niet capabel zijn, maar waarvoor ze veel ontvangen. Maar dat is een andere kwestie.

  • Zou u commentaar willen geven op een uitspraak van Lao Tse? Ik corrigeer mezelf, dat ik weet, hoe dom het is, om het uit elkaar te rukken, maar de uitspraak heeft mij altijd geïntrigeerd: “Alles wat geschreven en gezegd kan worden, is nu de moeite waard gelezen en gehoord te worden.”

Wanneer we dit nemen binnen Lao Tse’s denkwereld, dan moet je dit zeggen: Alles wat bestaat is door zijn bestaan de moeite waard om gekend, beleefd en overdacht te worden, want het geheel van het leven, waarbinnen wij bestaan is de uitdrukking van de werkelijkheid, waarvan we deel zijn. En wanneer we die werkelijkheid dus moeten erkennen, dan kunnen we niets buiten beschouwing laten. Je kunt dus niet zeggen, dat er goede en slechte muziek is, je kunt niet zeggen, dat er goede en slechte boeken zijn, je kunt niet zeggen, dat er dingen zijn, waar je niet naar mag kijken en dingen, waar je wel naar mag kijken.

Alles in zichzelf is een uiting van het bestaande. En, ofschoon het ergens een illusievorm is, geeft het de mogelijkheid om de werkelijkheid te kennen. En daarom is geen gedachte, hoe stupide ze ook moge lijken, zinloos, als we haar bezien binnen het geheel, want ze is dan een manifestatie van iets van het geheel. Ik dacht, dat dat een denkwijze was, waar de westerling ook wel eens een beetje aandacht aan zou mogen besteden. Alle dingen zijn één. Iedereen schreeuwt, dat het Koninkrijk Gods nu maar moet komen. De wereld gaat nu, wegens teleurstelling in dit jaar, het volgend jaar naar de haaien. Dat weet u ook, hè? Kaar het Koninkrijk Gods moet en zal komen. Maar goed, wat is het Koninkrijk Gods anders dan de waarheid, die in ons allen tezamen bestaat? Er is niet één richting, die beter is dan de andere. Er is niet één mens, die beter is dan een andere mens. Alles heeft zijn eigen betekenis, zijn eigen waarde. En doordat alles tezamen functioneert, drukt het het Koninkrijk Gods uit. Ook, wanneer een mens het daarin nog niet kan vinden. Wanneer je de werkelijkheid en de waarheid wilt vinden, dan moet je terugkeren en jezelf en je verbondenheid met alle dingen vinden. En het wonderlijke is, dat de moderne mens daar de rust niet meer voor heeft. Daarom grijpt hij dan naar bepaalde drugs, die dat dan ten dele mogelijk maken. Maar de mens is dan toch nog weer te eenzijdig georiënteerd, zodat hij soms een hele goede trip heeft en soms een verrot slechte. Dat wil niet zeggen, dat ik trips maken aanbeveel, dus. Maar, dan ga je chemisch iets doen, wat je eigenlijk normaal zou moeten kunnen doen, je wereld absorberen en uit hetgeen je in die wereld gevonden hebt, als het ware, voor jezelf een beeld van het geheel, dat die wereld in al zijn facetten, omvat. En u heeft nu Lao Tse aangehaald, dan wil ik Hu H’sien aanhalen, die daar ook in die tijd, – iets vroeger – heeft geleefd en die op een gegeven ogenblik dus zo heerlijk zegt: “Benijd de Keizer niet, want hij is China. En wij zijn deel van China, dus deel van de Keizer.” Dat leverde hem wel heel wat op, dat hij dat zo mooi wist te zeggen natuurlijk, en daarvoor heeft hij het waarschijnlijk zo gezegd, maar de gedachte is op zichzelf subliem. Wij zijn deel van elkaar, of we willen of niet. Wij kunnen niet functioneren zonder elkaar, al denken we misschien, dat het wel kan. Alle factoren zijn aanwezig om het geheel kenbaar te maken. En in dat geheel leef je en daar moet je je manifesteren. En dat wil niet zeggen, dat je jezelf dan maar moet veranderen. En dan kom ik op mijn eigen stokpaardje. Mag ik? Nu, dan moet u luisteren. Het klinkt misschien erg beroerd, maar er zijn mensen, die grijpen in de zalfpot, weet U wel, en dan komt er zoiets van: “Zondaars, bekeert u!”. Lieve mensen, een zondaar, die zich bekeert, is een dwaas. Maar een zondaar, die beseft, dat hij zondig is, verandert niet zichzelf, maar de wijze, waarop hij zijn relatie tot God stelt en die is geen zondaar meer. Zondaar is niet de aanduiding van een persoon, maar van een functie.

Er zijn mensen, die zeggen: O, maar je moet meer progressief worden. Maar m’n lieve mensen, als je nu niet progressief bent, dan kun je het niet worden. Ik zie Luns al progressief doen, bv. dat is ’n contradictio in terminus. Dat kan gewoon niet! Maar als die man er niet is en de progressieven zijn er niet, dan is er iets weg, dan mankeert er iets aan het geheel. Je moet niet proberen om Luns progressief of een progressief conservatief te maken – trouwens, als hij genoeg verdient, wordt hij het op den duur vanzelf wel – ja, dat is eerlijk waar, hoor, daar moet u niet om lachen –  we moeten gewoon begrijpen: we moeten samen functioneren.

En als u het daar nu over hebt – ja, het is echt een stokpaardje van mij; het heeft weinig met het onderwerp zelf te maken. Mag ik u iets vertellen? Een heel gek ding. Wij hebben een zeer klein groepje in Cuba. Op een gegeven ogenblik werden wij ontzettend belemmerd door de uitstraling van één persoon. Wat bleek nu – we hebben dat nagezocht natuurlijk, want we dachten, hoe kan dat? – Kijk, deze man behoorde tot een commissie van ontvangst. Nu zult u zeggen: wat maakt dat uit? Nu, het komt hierop neer: Normaal hebben ze niet veel te eten, maar als er een belangrijke persoon komt, dan is er een commissie van ontvangst en dat is een lot uit de loterij, als je erbij hoort. Want dan krijg je een bon en met die bon kun je in een heel groot restaurant in een apart zaaltje gaan eten en dan eet je het lekkerste van het lekkere. En de heren zijn dan zo handig, dat ze bepaalde dingen nog mee weten te nemen ook. U zult zeggen, wat heeft dat er nu mee te doen? Kijk, dat is nu voor die mensen ergens een rechtvaardiging van hun armoede, ’t Is dwaas. Dat het mogelijk is, zo lekker te eten, dat is voor hen een reden om te zeggen: ja, ons land is goed, want er zijn er nu al een paar, die zo lekker kunnen eten en later kunnen we het allemaal doen. Wat onzin is, want als iedereen zo lekker kan eten, is het niet lekker meer. De tegenstellingen moeten er zijn, die zijn voor mensen erg belangrijk.

Een ander voorbeeld: rationalisatie in het hotelwezen, in een land, waar ontzettend veel werklozen zijn. Het grootste hotel heeft een deel van zijn restaurant gesloten, er is een enkele ober, die veel te veel mensen moet bedienen; er is één barkeeper, die twee bars tegelijk moet bedienen. Personeelsbesparing. Onder de werkelozen stikt het van de obers. Toch is dit een communistisch – pardon socialistisch – land.

Hoe zit dat nu? U zult zeggen, dat is sociaal. Nee, dat is menselijk. Omdat men geprobeerd heeft dus geld los te maken van de mens. Begrijpt u, wat ik bedoel? Dat is natuurlijk onzin. Want nu verdienen die paar obers veel, maar nu willen al die andere obers ook zoveel verdienen, maar ze krijgen niets. Als ze allemaal een beetje verdienen, dan was er ook wel wat nijd geweest, maar lang zoveel niet. En iedereen had beter geleefd. Dat klinkt gek. Zo moet je dat gewoon kosmisch helemaal bekijken. Alles is nodig natuurlijk. Maar wij moeten niet proberen, om een tegenstelling te creëren tussen ons en een ander, we moeten juist proberen een verbinding te brengen. We moeten beseffen, dat de dingen, die wij zien als tegenstellingen – en dan zitten we vandaag ineens dicht bij Lao Tse in plaats van bij de I Tjing, ofschoon die er ook wat mee te maken heeft – is de werkelijkheid datgene, wat ertussen staat. Wanneer je zegt, dat je progressief bent, dan ben je het niet meer. Want dan zie je dat progressieve als iets wat voor je uit ligt en het orthodoxe als iets, wat achter je ligt, maar dan ben je het zelf niet. Dan ben je alleen iemand, die zich keert naar één bepaalde zijde. Maar dat betekent dat er in jezelf een hele hoop orthodoxie zit. Kijk, als je dat gaat begrijpen: ik ben zelf deel van een geheel en in dat geheel functioneer ik zoals ik ben en dan, hoe ik mij gedraag. Natuurlijk, als het kan in goede harmonie, klaar. Maar het is belangrijk, dat ik gewoon mijzelf ben, dat ik niet probeer om wat anders te worden. Je moet niet zeggen: uiterlijk geloof ik niet, maar ik ga toch maar naar een kerk toe, je moet ook niet zeggen: ik geloof wel maar het is niet redelijk en daarom doe ik het niet. Je moet gewoon zeggen: hoe ben ik, hoe leef ik. Laat ik leven in mijn harmonie eerst met de dingen, die in mij bestaan en laat ik dan vanuit die harmonie proberen, steeds meer van de wereld te begrijpen, te betrekken in die kring van ‘ik ben’, totdat ik uiteindelijk besef, wat de werkelijkheid is, die in ons allemaal bestaat. Ai ai, ik moet uitkijken, ik sta te preken.

Kijk, we zijn nu bezig geweest met de I Tjing. We hebben geprobeerd om duidelijk te maken, dat je er wel mee kunt voorspellen, maar dat het toch eigenlijk niet goed is, om het te doen. Volkomen natuurlijk, ergens. Er zijn een hoop mensen, die gebruiken de I Tjing, en als ze die niet kunnen gebruiken, gebruiken ze koffiedik. De I Tjing is interessant, dus laat ze het rustig doen. Geen bezwaar. Maar, de wezenlijkheid van de I Tjing gaat net zozeer teloor dan als de geurigheid uit het koffiedik verdwenen is. U begrijpt, wat ik bedoel, de essentie is eruit. En dat doen wij heel vaak eigenlijk in het leven. We proberen iets te extraheren, dat wij het kunnen gebruiken. Maar we vergeten, dat als we er te veel uithalen, dat er dan niets meer overblijft. Neem nu Nederland. Nederland heeft meer wegen nodig, dus leggen we meer wegen aan. Maar ja, hoe wordt dat vandaag of morgen. Dan kun je misschien nog een parkeerplaatsje vinden nadat je een paar uur hebt rondgereden, maar hoe steek je dan die weg nog over om te komen naar verdieping, naar die schuilkelder, waarin je dan nog kunt wonen onder de wegen? Begrijpt u wat ik bedoel? Je kunt ook niet zeggen: alle wegen zijn overbodig. Wegen zijn nodig.

Het is altijd een balans. En in elke balans, welke ook, of het een geestelijke is of een zuiver materiele, is er één factor, die voor de mens de meest belangrijke moet zijn, die er bestaat. Dat is DE MENS. I Tjing zegt: Je zult totaliteit kennen. Maar die totaliteit kan pas erkend worden, wanneer ik kom tot de concentratie en de meditatie, waarin ik mijzelf erken. Ik kan alleen, door mijzelf te verliezen in mijn problemen, mijn probleem oplossen. Ik moet mijzelf weten te verliezen in het mens-zijn. Niet proberen, om vandaag de dag een geest te zijn. O God, we hebben van die ellendelingen. Ja, u denkt misschien wat staat hij nu te kletsen, maar… Er zijn van die mensen, die hier op aarde proberen als een geest rond te gaan. En dan proberen ze met engelenvleugels te wapperen en ze lijken op een kip of op een haan, die op de mesthoop staat. Dat hoort er niet bij! Als je mens bent, moet je mens zijn. Het geestelijke wordt gevoed door het mens-zijn, goed. Maar nu ben je mens in je bewustzijn en wees mens. Maar wees dan niet mens in tegenstelling tot de hele wereld, maar als een bewust deel van die wereld. En als je later doodgaat, dan ontdek je, dat er een andere wereld is en dan kun je daar de zaak op dezelfde voet voortzetten. Dan kun je deel worden van een nieuwe wereld. Wijs niets af, maar erken het in relatie tot jezelf en probeer er mee te leven in een harmonie, waardoor het andere kan bestaan, zonder dat jij eraan te gronde gaat. Voeg jezelf als het ware toe aan al wat er bestaat.

En dan zul je zeggen: ja, wat heeft dat nu nog met de I Tjing te maken? Maar dat zegt de I Tjing ergens ook. Dat zegt de leer van Tao ook. Zeker, Tao zegt, je bent op je plaats geboren. Ik zeg u dat niet. De meesten van u weten niet eens, waar hun plaats is. En als ze een plaats hebben, zouden ze liever een andere hebben. Dat neem ik ze ook niet kwalijk. Maar je bent jezelf en dat is je plaats. Zijn, wat je bent, met je eigen kwaliteiten, met je eigen capaciteiten, met je eigen leven, met je eigen kracht en dan daarmee doen, dat, wat in dat geheel past. Niet je zelf verwringende of veranderende, maar gelijktijdig ook niet een tegenstelling scheppen tussen jezelf en de ander. Deel ervan zijn. Dat is mijn idee. Stokpaardje misschien. Maar laten we daar niet langer over bezig blijven. Heeft iemand er misschien nog commentaar op?

  • Ziet u dat deel zijn met de anderen ook als een mogelijkheid tot, ja, wat zal ik zeggen, innerlijke groei? Dus een bewustwording?

Ik dacht, dat het zelfs de enige was. Alle grote leraren, of je nu gaat kijken naar de Boeddha, voor mijn part ga je terug naar Krishna en zijn strijd, of je gaat naar Mohammed zelfs, ofschoon die weer een heel ander type is, of je gaat naar Jezus terug, allemaal leren ze ergens: eenheid. En zelfs, wanneer ze strijd prediken, zoals Mohammed, dan is dat een strijd om een verdeeldheid om te vormen tot een eenheid. Dat dat dan weleens verkeerd uitpakt, moet je ze ook niet kwalijk nemen. Wanneer Jezus zegt: Ik ben de weg en de waarheid, niemand komt tot de Vader dan door mij’, dan heeft hij volledig gelijk. Maar dat betekent niet, dat Jezus de poort is, waar iedereen door moet gaan. Dat betekent, dat het Christus-wezen, dat hij manifesteert, de verbondenheid met alle dingen, de liefde, die zichzelf zozeer als deel van het geheel ziet, dat de eigen vorm daaraan desnoods kan worden opgeofferd, dat die de weg is. Want dat is belangrijk. Wanneer Boeddha het heeft over de onthechtheid, dan bedoelt hij daarmee zeker niet ontmenselijking, wat men er soms van maakt. Hij bedoelt hiermee het vermogen om, zonder aan iemand gebonden te zijn, in eenieder het levende te erkennen. En zo kun je doorgaan. Ja, dat is bewustwording, inderdaad. En een mens, die in het leven veel verwerpt en het daardoor niet kent, zal daardoor minder bewust worden dan hij, die alle dingen erkent en dan zijn eigen houding bepaalt zonder het bestaan van dat andere daarom volledig te aanvaarden of volledig te verwerpen.