Inleiding tot mystieke belevingen

16 april 1973

Wij weten, dat elke mens eigenlijk leeft in meer werelden tegelijk. Het droomleven van de mens omvat soms uittredingservaringen, maar is toch voornamelijk gebaseerd op de herseninhoud en de daarin meest actieve impulsen – of nog meer zelfs – conflicten. Daarnaast leeft de mens (en dat doet hij meer dan hij zelf beseft) in een vormsfeer, dus in wezen een soort zomerland-sfeer, waarin de sfeer die gekozen is, mede wordt bepaald door de eigen instelling op aarde. Het zijn deze punten waar ik vandaag uw aandacht op wil vestigen.

Wanneer wij gaan slapen en wij zijn mismoedig, dan is de kans zeer groot, dat wij allerlei disharmonische factoren in onszelf wekken. Dat kan gebeuren in de droom, maar het gebeurt bijna zeker in de contacten die de geest tijdens deze herstelperiode van het lichaam pleegt te hebben met een sfeer. Men leeft dan in duistere, vormkennende werelden en hierin bouwt men vaak voor zichzelf bepaalde denkbeelden op, bepaalde krachten ook, die dan na het ontwaken de mens weer zullen beïnvloeden. Dit heeft niets te maken met de vermoeidheidsverschijnselen die soms na de slaap weleens optreden. Dit is eerder een kwestie van niet voldoende de kracht weer toevoegen die men voor bepaalde geestelijke arbeid tijdelijke mede aan het lichaam ontleend heeft. Deze duistere sferen kunnen altijd ontvlucht worden, mits de mens zijn eigen instelling maakt tot een positieve instelling. Onder positieve instelling wordt in dit verband verstaan een zeker optimisme, in ieder geval een levensaanvaarding. Wanneer wij het leven, op welke wijze dan ook, niet kunnen verwerken of aanvaarden, dan zullen wij trachten om al datgene wat in dat leven op ons inwerkt, te bestrijden. Maar wij kunnen de grote invloeden die rond ons aanwezig zijn en de invloeden die in ons werkzaam zijn, niet zonder meer afremmen. Wanneer dat gebeurt dan ontstaat er een zeer grote krachtconsumptie. Wij hebben minder lichamelijke veerkracht, we hebben minder geestelijke veerkracht en wij zullen ook psychisch vaak wat verward zijn. Zijn wij positief ingesteld, dan hebben wij daarentegen een levensaanvaarding. Wij aanvaarden de krachten die op ons inwerken en die in ons bestaan. Wij behoeven het niet eens te zijn met de resultaten die ze voortbrengen, maar we weten dat ook dit zinrijk is en we aanvaarden het, omdat het de enig mogelijke weg lijkt. Op zo’n ogenblik zullen we daardoor a.h.w. naar boven gestuwd worden en dan komen we terecht in wat men noemt de zomerlandwereld. We kunnen daar werken, contacten opdoen. We kunnen ons daar a.h.w. een soort huis bouwen. Er zijn duizend en één mogelijkheden, maar deze zijn harmonisch. Dat betekent dus, dat op deze wijze het lichaam eerder kracht krijgt toegevoegd; dan dat er kracht verbruikt wordt. Dat betekent dat in de psyche een groot aantal positieve factoren aan het werk gaan. Want de positieve associatie, het vinden van de beste mogelijkheid, het beste antwoord, wordt hierdoor sterk bevorderd.

Een mens die dit alles een klein beetje begrijpen kan – en dat kun je niet als je alleen de woorden begrijpt, maar alleen wanneer je de ervaring daarachter hebt doorgemaakt – weet, dat ik volkomen gelijk heb wanneer ik stel: alle menselijke instelling dient gericht te zijn op een aanvaarding van de bestaande tendens, ofschoon daar niet een aanvaarding van het ogenblikkelijke verschijnsel bij behoeft te zijn inbegrepen.

Elke benadering van het leven moet gebaseerd zijn op een geloof aan kracht en doel. Gaan wij daarvan uit, dan zullen wij een toenemende reeks van inzichten verwerven, wij zullen ook over de noodzakelijke krachten beschikken om datgene tot stand te brengen, wat waarlijk nodig is. Wij komen vaak tot positieve beslissingen aan de hand van verkeerde voorstellingen. Maar dat kan alleen, wanneer onze totale instelling positief is. Zodra wij negatief zijn ingesteld, kunnen wij desnoods het goede bereiken, maar dan zal het voor ons nog verkeerd zijn. Ga ik uit van het denkbeeld b.v. dat ik naar Parijs moet gaan, terwijl mijn werkelijke doel Rome is, dan kom ik door een vergissing wel in Rome terecht, maar het feit, dat ik dan streef naar een bestemming, helpt mij om de juiste bestemming te bereiken.

Dit alles heeft misschien minder te maken met mystiek dan u denkt. Het is een eenvoudig en logisch gevolg van ons eigen voorstellingsvermogen, kortom van ons eigen bewustzijn in verschillende vormen en vlakken van leven.

De mystiek die voor ons in de komende tijd waarschijnlijk belangrijker gaat worden, staat daar een beetje naast. Maar om te komen tot een werkelijk mystieke beleving, is het nog steeds noodzakelijk dat wij een positieve levensbenadering hebben. We moeten het leven aanvaarden, zij het niet in zijn gevolgen, dan toch altijd in zijn werking en zijn tendens.

Wij hebben namelijk voertuigen, die uitgrijpen tot de hoogste werelden. Deze voertuigen bestaan in onszelf. Normalerwijze zijn die niet bewust. Ze kunnen ook niet redelijk geactiveerd worden. Een mens beschikt niet over de redelijke vermogens, waardoor hij zijn hoogste voertuig a.h.w. kan activeren. Maar er is in de mens wel iets anders en dat is de emotie. Emotie kan onder omstandigheden een dermate grote harmonie tot stand brengen in deze mens en door deze mens misschien ook nog met andere waarden, dat hierdoor een doorbreking mogelijk is van de begripsgrens.

Wanneer wij mystiek ervaren of beleven, is er geen sprake van redelijkheid. Dat moeten we vooropstellen. Er is geen sprake van een reële benadering. De mystieke ervaring blijft apart staan en ze is zelfs in haar omschrijving nooit weer te geven als iets dat werkelijk is, of als iets waarmee we iets kunnen doen. Maar ze is voor ons gelijktijdig een onderdompeling en een krachtbron. En deze onderdompeling houdt in, dat ons eigen wezen op elk niveau – en dus niet alleen op het stoffelijke – geladen wordt met energieën. Dat begrippen, die tot op dat ogenblik misschien nog niet tot een juiste verhouding waren gegroeid of niet op de juiste wijze waren samengekomen, nu door deze kracht tot eenheid worden gebracht. De mystieke beleving brengt wijsheid op lager niveau, ze brengt kracht op elk niveau en ze brengt daarnaast voor de mens meestal een emotionele verschuiving of een emotioneel oproer. Emotionaliteit in deze zin is zonder meer goed en bruikbaar.

Nu is mystiek iets wat voor ons gebonden is aan voorstelling. Wanneer wij spreken over God, dan hebben we een voorstelling. Dat daar niets van klopt is niet belangrijk. We hebben een voorstelling. En die voorstelling doet ons iets. Soms ontmoeten we dingen, waarvan we niet weten wat ze zijn, maar ze kunnen voor ons spookgestalten worden. Ze kunnen voor ons lichtende engelen worden. Het is de reactie die wij vertonen, de emotionele reactie, die hier zeer sterk bepaalt wat we ons zo’n ogenblik kunnen voorstellen.

Wanneer wij stellen, dat wij in deze groep het mystieke element toch weer een wat grotere nadruk willen gaan geven, dan doen wij in wezen een beroep op gevoelens, op emoties, op sfeer, op instelling. In onze test van de vorige maal is gebleken, dat wij te maken hebben met een gemiddelde gevoeligheid van zeg maar ongeveer driekwart van de aanwezigen. Dit lijkt ons voor dit doel meer dan voldoende, maar het houdt ook iets anders in. Het betekent dat u al datgene wat ter bevordering van die mystieke beleving, de juiste afstelling e.d. wordt gedaan, niet redelijk kunt ontleden. Dat betekent dat er formules zijn die zinloos lijken en die toch in zich een geladenheid kunnen dragen. Het impliceert dat de bijeenkomst zelf niet meer hoofdbeleving is, maar dat zij eerder instigatie is tot eigen beleving op een bepaald niveau.

Wanneer wij die mystiek zo belangrijk achten, dan is dat geloof ik ook wel omdat de mens, die door deze mystieke beleving gemotiveerd wordt, zich kan losmaken van heel veel redelijkheden en beperkte emotionaliteiten, zoals die op aarde op het ogenblik een hoofdrol spelen. Iedereen die rond zich kijkt, kan die emoties zien.

Om u enkele voorbeelden te geven: De huidige stakingstendensen -niet alleen in Nederland, maar in vele landen – worden minder gedragen door redelijke behoeften en redelijke mogelijkheid tot bereiken dan door een emotionele onrust, die op deze wijze enigszins een bevrediging zoekt. Wanneer wij kijken naar de argumenten, die gegeven werden voor of tegen euthanasie, zwangerschapsonderbrekingen e.d., dan worden we weer met hetzelfde geconfronteerd. Er wordt in wezen niet redelijk gedacht en gesproken. Er is sprake van een sterke emotionaliteit en deze emotionaliteit bepaalt de wijze, waarop dit conflict op dit ogenblik tot stand komt. Ik meen, dat u daar rekening mee moet houden.

Wanneer die emotionaliteit zelfs doordringt tot in regeringskringen overal, de kringen van de United Nations, dan moeten we daar iets tegenover kunnen stellen. Dat zal nooit mogelijk zijn op redelijk niveau. Dat is niet mogelijk door zuiver onderricht. Daarvoor hebben we iets nodig, dat diezelfde emotionaliteit, die emotionele gemotiveerdheid in de mens tot stand kan brengen, maar nu in harmonie met zijn eigen hoger ik. En daarom zoeken we dan naar de mystiek.

Nu zegt men weleens: een mysticus, een mystica vervreemdt van de werkelijkheid. Ik wil uitdrukkelijk stellen, dat dat niet het geval is. Mystiek is niet iets wat ver van de werkelijkheid af ligt, integendeel. Het is eerder een essentie van de werkelijkheid die voor de mens niet redelijk uitdrukbaar is. Ze is ook niet tegen de natuur in. De mystieke verrukking maakt van praktisch het begin van de mensheid, lang voor homo sapiëns, deel uit van het bestaan, van het bewuste leven op deze aarde. Wanneer primitieve volkeren dansen, wanneer zij bepaalde riten vieren, dan is daar een sterke emotie bij, die voor sommigen een mystieke ontlading betekent. Ze komen tot belevingen, ervaringen, die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben, maar waardoor ze wel vaak die werkelijkheid gemakkelijker aankunnen. Ditzelfde geldt tot op zekere hoogte voor de moderne maatschappij.

Ook hier blijkt, dat men behoefte heeft aan een mystiek en dat deze mystiek alle redelijkheid en menselijkheid overspoelt. Een groot gedeelte van de mystiek, die op het ogenblik gepropageerd wordt, is negatief. D.w.z. ze is agressief. B.v. de Herrnvolkmystiek deed een beroep op het gevoel van meerwaardigheid, maar maakte gelijktijdig een innerlijke beleving van het één zijn van een groot geheel mogelijk, waarbij dit geheel echter dan al het andere aan zich diende te onderwerpen. En daar lag de negatieve factor.

Wanneer wij kijken naar de mensen die op dit moment beweren dat de gehele wereld gelijk is en dat je voor eenieder gelijkelijk moet zorgen, dan hebben we ook weer te maken met een soort mystiek. De mensen, die dat intens en volledig geloven, gaan daarbij niet uit van een redelijk standpunt, maar zij komen – vaak door hun onderlinge betogen, de wijze waarop ze demonstreren etc. – tot een innerlijke beleving, waarbij ze plotseling het gevoel hebben: dit is juist. Hier zijn wij juist en de anderen zijn onjuist. Wij moeten de anderen overheersen en bestrijden. Een negatieve benadering.

Daartegenover zou een mystiek kunnen staan, die alles samenvat. Niet meer in het beeld van een godsdienst (ik meen dat dat beeld voor de komende periode overleefd is). Een mystiek die ook niet meer uitgaat van een vaste leerstelligheid (ook dit is naar ik meen achterhaald, vooral omdat de leerstelligheid de neiging heeft de plaats in te nemen van de mystiek en dat is onjuist).

Wie hebben gewoon behoefte aan een mystiek in zichzelf die – wanneer het even mogelijk is – overdraagbaar wordt. Een aanvaardingsmystiek, waarbij men bewust of onbewust inspeelt op de stralen van bewustzijn, inspeelt op de verschillende kleuren van bestaan. En dit automatisch inspelen is o.i. bereikbaar.

De experimenten, die wij in uw groep gaan doen – want het blijft voor ons nog steeds een experiment – heeft ten doel in u deze mogelijkheid tot stand te brengen. Er zijn er onder u, die ten zeerste van hun eigen waardigheid en vaardigheid etc. overtuigd zijn; en die daardoor de neiging hebben anderen op de achtergrond te zetten. Dat is onjuist. Wij moeten juist proberen die gevoelens van meerwaardigheid weg te nemen en daarvoor een overdracht van mogelijkheid en vaardigheid tot stand te brengen. Er zijn er onder u die erg geladen zijn en erg agressief tegenover de wereld staan, omdat ze het gevoel hebben dat ze altijd ergens tekortschieten. Deze mensen moeten leren dat je niet waarlijk tekortschiet wanneer je je innerlijke krachten gebruikt. Ze zullen rustiger worden, maar ze zullen vooral – en dat is erg belangrijk – dat gevoel van aanvaard zijn, van zinrijk zijn aan anderen overdragen, ook wanneer ze niet over voldoende redelijke argumenten daarvoor beschikken. Er zijn er onder u die het gevoel hebben dat ze de wereld wel even kunnen regelen. Ze zullen moeten ontdekken dat dat niet zo is. En dan menen ze vaak dat de wereld verkeerd is. De wereld is niet verkeerd. De wereld is goed genoeg wanneer we de harmonische factoren, die in die wereld liggen, maar naar voren kunnen brengen. En wanneer iemand dat gevoel van: “Ik moet de zaak op orde stellen” nu eens veranderde in het gevoel: “Ik straal het juiste uit en ik zal er antwoord op ontvangen” dan zitten we op een mystieke belevingsbasis, maar dan bereiken we veel meer.

Het is voor u allemaal, zo goed als voor ons, een experiment. Dat zeg ik erbij. U hebt de mogelijkheid om dit enkele malen mee te maken vandaag en ik meen de volgende keer ook nog en dan kunt u voor uzelf zeggen: dit doet mij iets of dit doet mij niets. Maar wanneer u zegt: het doet mij niets, dan moet u zich wel even afvragen of er iets in het verloop van uw eigen leven en denken verandert. En dat kun u alleen zelf doen. Dat gebeurt niet op deze avond. Op deze avond, zal men proberen u een afstemmingsmogelijkheid te geven. Een mogelijkheid om voor uzelf tot een beleving te komen, die de grens van begripsmogelijkheid doorbreekt. De kracht die u daaruit put, de wijze van denken, van leven, die daaruit zal gaan resulteren, is in het begin niet bijzonder scherp af te bakenen. Het is eerder een verandering. Een: “Ik voel mij anders, ik beleef iets anders.” Daar moet u dan ook maar eens op letten, want dan krijgen we als vanzelf de juiste afstemming.

En dan is er nog een punt. Ik weet het, het is minder les dan organisatorische praat vandaag, maar wij moeten erop letten, dat wij gezamenlijk een beetje sfeer kunnen maken. Wat ons betreft zullen we trachten om die sfeer zo snel mogelijk en zo juist mogelijk op te bouwen en te richten. Voor u is het het beste wanneer u zoveel mogelijk ontspannen bent. Als u op het puntje van uw stoel zit om te kijken of er iets te beleven is, dan is er al niets meer te beleven. Wanneer u ontspannen ondergaat, dan zijn de mogelijkheden veel groter.

De mystieke mogelijkheden van een mens gaan betrekkelijk ver. Er wordt veel gepraat over esoterie, maar wanneer je esoterie doorzet tot zijn essentie wordt ze mystiek. Er wordt gepraat over de magie, maar alle magisch streven in zichzelf omvat mystieke elementen. En wie het grootste bereiken voor zich in de magie mogelijk wil maken, zal in wezen ook de rede en alle redelijkheid achter zich moeten laten. Hij zal moeten komen in die toestand waarin oneindige krachten niet meer gedefinieerd worden, maar alleen door het ik worden geabsorbeerd en omgezet.

De groep heeft een reeks voorscholingen op allerlei terrein, die veelbelovend zijn. Er zijn de redelijke, bijna wetenschappelijke benaderingen, die wij indertijd hebben gekregen toen wij ons bezig hielden met de achtergronden van de magie en wat daar inzat. Wij hebben een redelijke psychologische benadering gekregen, door een aantal lessen die op dat terrein zijn gegeven. Er moet dus worden aangenomen dat de aanwezigen voldoende werktuigen hebben, om iets te begrijpen. Al is het maar dat het ongrijpbare, het onbegrijpelijke, een rol zijn gaan spelen. Dat is erg prettig, want de mysticus, die bewust is van deze mystiek in zichzelf, zal daardoor gemakkelijker de poort a.h.w. kunnen openhouden.

Misschien kan ik daar een beeld voor vinden. Beelden zeggen vaak veel meer dan betogen. We hebben een membraan dat uitermate elastisch is. Nu is een mystieke beleving het met een naald doorboren van dat membraam, zodat deze naald en de daaraan zittende draad door het membraan heen naar de andere kant kunnen komen. Door hetzelfde gat kan die naald ook weer terug. Maar wanneer we te maken hebben met een eenmalige doorsteking, dan blijkt over het algemeen dat dit gaatje bijna niets is. Dat verdwijnt haast. Het elastische geheel vangt het op. Stel nu, dat je regelmatig op dezelfde plaats steeds weer diezelfde naald en draad er doorheen jaagt. Dan ontstaat er op den duur een opening. Er is veel minder weerstand, er is a.h.w. een verbinding gekomen tussen die twee ruimten, die door het membraam worden gescheiden. Kunt u zich dat beeld voorstellen?

In de mystiek is het zo, dat wat wij de begrenzing van de rede noemen, zich gedraagt als een enigszins elastisch, maar toch wel zeer sterk begrenzend membraam. Alles wat boven die redelijkheid uitkomt kunnen wij alleen nog aanvaarden, wanneer wij dat omgoochelen in iets wat rede is. Via een osmotisch proces kunnen wij door dat membraam nog wel krachten van dat hogere ik aanvaarden. Wij kunnen ze niet puur, niet zuiver aanvaarden en dat betekent dat een groot gedeelte ervan altijd onbereikbaar blijft.

Wanneer wij nu tot een mystieke beleving komen – hoe dan ook, meestal gebeurt dat tijdens een slaapperiode, soms tijdens een periode van intense concentratie en contemplatie – dan hebben wij een “doorboren” d.w.z. het gehele wezen “ik” krijgt deel aan het totaal van de kracht van het hoogste deel van het ik. Men komt in een wereld die niet meer redelijk is, de krachten worden echter aanvaard en omgezet. Wanneer we dat één keer hebben, dan is dat een herinnering, waaraan je je leven lang blijft denken. Maar wanneer wij dit kunnen herhalen – en dat zal vooral in het slaapritme van de mens gezocht moeten worden, dan zouden we dus die kracht onvermengd en voortdurend kunnen toevoeren. Er is dan geen sprake meer van een bewust pogen om die grens van het aanvaardbare te doorbreken. Neen, er is een normale, voortdurende doorbreking van die grens, waardoor wij op elk terrein redelijk kunnen blijven functioneren tegenover onze eigen wereld en gelijktijdig kunnen beschikken over de krachten, de energieën en zeker ook bepaalde wijsheden of wetten als je het zo mag noemen, die uit die hogere wereld stammen. Om dit te bereiken zullen wij waarschijnlijk een 10 tot 20 zittingen nodig hebben. Voor sommigen zal dat minder zijn. Er zijn enkelen, waar één enkele zitting die goed slaagt al een permanente toegang mogelijk maakt. Er zijn anderen, voor wie wij moeten zeggen 15 tot 20 keer voordat wij een werkelijke blijvende toegankelijkheid kunnen verkrijgen. Misschien nog wel meer.

Maar laten wij ons dat als grens stellen. Dan nemen wij dus aan, dat wanneer alles goed verloopt, wij over ongeveer l jaar en 3 maanden kunnen zijn waar wij willen. Dat betekent, dat deze experimenten gedurende die tijd moeten worden voortgezet, en dat ze in die periode voortdurend moeten worden gevarieerd om een maximum aan resultaat te verkrijgen. Het betekent voor u, dat u zo nu en dan weleens gekke dingen zult meemaken. Of heel gekke gevoelens in uzelf zult voelen rijzen. Niet zo belangrijk. U kunt die dingen gemakkelijk aan en u zult er geen schade van krijgen. Integendeel, wanneer u probeert ze niet te zien als iets wat u van de wereld onderscheidt, maar alleen als iets dat u meer één maakt met de wereld, zult u er in alle opzichten waarschijnlijk op vooruit gaan. Ik hoop dat u dit kunt aanvaarden. Wanneer u zegt: “Het is onaanvaardbaar” dan kunt u het nog steeds zeggen. Dan kunnen we op deze wijze verdergaan.

Wij: gaan dan nog even terug naar de voertuigen van de mens.

  1. Wanneer we te maken hebben met een positief of negatief gerichte instelling, dan komen we terecht in de daarbij behorende sfeer. Het is duidelijk, dat iemand die naar een juiste mystieke beleving streeft, een zo positief mogelijke instelling tegenover het leven moet innemen. Dat betekent: wij aanvaarden – ik herhaal het nogmaals – niet de toestanden van het ogenblik, maar wel de tendens van het ogenblik. Alles wat gebeurt is zinvol. Wanneer het ons niet past, dan mogen we proberen om het te veranderen, maar het zinvolle mogen wij niet ontkennen.
  2. We zullen zelf in vele gevallen falen. Als we elke dag onze zonden gaan optellen, dan komen we tot een onmetelijke lijst. Maar we hebben ook elke dag wel iets waarvan we zeggen: “Dat heb ik goed gedaan.” Laten we ons deze dingen voor ogen stellen als we gaan slapen. Dan zullen we zeggen: “Ik ben vandaag weer positief waardevol geweest.”

Wanneer u dat besef kunt handhaven, dan heeft u een positieve gerichtheid. In deze positieve gerichtheid zal de normale actie in één van de sferen door de geest altijd wel bepaald worden op zomerland.

Nu bestaat er in zomerlandsfeer altijd de mogelijkheid tot onderricht. Dit onderricht ligt beneden de grens van het redelijk aanvaardbare, van het begripsvermogen. Wanneer u op deze wijze u positief instelt en bovendien deze mystieke benadering hebt, dan zult u geneigd zijn om u bij dit onderricht te voegen. En dan zal eenieder op zijn eigen plaats meestal in één van de zomerlandwerelden onderricht kunnen verkrijgen. Dit betekent, dat u zich innerlijk gemakkelijker ontplooit, maar nu hebt u een hoger geestelijk voertuig en dat heeft geen vormen meer nodig. Dat werkt zeg maar op resonantie. Dit voertuig is normalerwijze betrekkelijk ongevoelig zolang je op aarde bent. Maar wanneer je in die astrale werelden niet meer bezig bent met uittredingen, maar werkelijk in zomerland actief bent, en daarbij nog lering aanvaardt, dan zal je gemakkelijker kunnen resoneren. Je krijgt meer mogelijkheden tot reactie in een hoger voertuig, dat eveneens nog redelijk is. Het inspiratief moment – zoals de mens dat noemt -wordt dan aanmerkelijk bevorderd. Gelijktijdig ontstaat er een grotere innerlijke zekerheid voor de mens. Deze kan weer bijdragen tot die intensifiëring van de mystieke beleving; en een vergroting van overdracht van krachten uit die heel hoge wereld mogelijk maken.

Het is dus een opbouw, waarbij alles wat wij zijn in het geding komt. Het gaat om ons verstand als mens. Het gaat om ons innerlijk weten. Dat deel van het weten, dat niet op de aarde gebaseerd is. Het gaat om bepaalde wetenschap en ervaringen en uittredingen. Samen vormen zij de basis voor een enorme kracht. Die kracht zal vernieuwend moeten zijn.

Laten wij één ding goed begrijpen. Je kunt heel ver komen als mens op aarde, maar je zult altijd geneigd zijn in een bepaalde sleur te vervallen. Die sleur wordt bevorderd op uw wereld vaak doordat er sociale relaties ontstaan, bezitsrelaties, inkomensrelaties e.d. Maar wanneer het nu eens mogelijk is om dat geheel te doorbreken, om die sleur te doorbreken en daarvoor in de plaats een nieuw, krachtig element te zetten? Dan kunnen wij waarschijnlijk het effect, dat wij in het verleden hadden behouden, maar wij kunnen daarnaast meer zijn. Meer betekenen. Groeien. Deze groei kan van groot belang zijn.

Er zijn er verschillenden onder u, die nog voldoende actief zijn om te zeggen: “Aan die taak zou nog wel iets bijgevoegd kunnen worden.” Maar zoals het nu gaat is dat bijna onmogelijk. Wanneer wij echter de instelling, de benadering veranderen, dan bestaat die mogelijkheid wel.

Dat kan allemaal bereikt worden. En de bedoeling is, dat u vanuit uzelf gaat leren om de wereld anders te zien en anders te interpreteren. U moet de dingen kunnen doorzien. U moet weten wat er aan de hand is. Niet omdat iemand het u zegt of omdat het er zo duidelijk op ligt, dat je het er met een spaan kunt afscheppen, maar gewoon omdat het is ingebouwd in de essentie. A.h.w. kijken naar een stuk metaal en zien hoe in een deel daarvan kristallisatie optreedt. Zonder dat we weten hoe misschien, maar als we het zeggen, hebben we gelijk. Dat blijkt dan later.

Op die manier leren zien, want dan krijg je een grotere integratie met menselijke werkelijkheid. Een menselijke werkelijkheid is dat deel van het bestaan, waar een groot gedeelte van de geest – denk aan de Witte Broederschap – op inwerkt. Het is dat deel van wezen en van werken, waar we voortdurend mee geconfronteerd, worden. We moeten die confrontatie met de werkelijkheid goed doorleven, we zijn altijd een beetje weifelachtig. Er zijn veel mensen, die niet op een bank kunnen gaan zitten zonder eerst te voelen of hij soms pas geverfd is. Er zijn heel veel mensen, die een medemens niet kunnen benaderen zonder zich af te vragen, wat nu eigenlijk het mechanisme is, hoe ze dat mechanisme in werking kunnen stellen of kunnen afremmen. Kijk, zolang we dat bewust nodig hebben, zijn we nergens.

Leven is het automatisch deel hebben aan de positieve kant van het leven. En dat impliceert alle inzicht, alle werking en alle krachten.

U vindt het misschien vervelend wat ik hier zo vertel. U bent hier gekomen om een hoogverheven les te krijgen en in plaats daarvan wordt u geconfronteerd met de werkelijkheid en met een paar plannetjes.

Maar wanneer u leeft, dan hebt u elke keer weer een periode, die men de beproeving noemt. Dan moet u een keuze doen. Dat is niet de keuze, die anderen verwachten of die schijnbaar de beste is, het is uw keuze. En als uw keuze juist is – ongeacht de gevolgen – dan bereikt u daarmee ergens een verandering in uzelf. En die verandering noemt men weleens het doorlopen van een poort van inwijding. Men noemt het ook weleens de stage voor een volgende uitoefening van kracht.

Nu heeft iedereen in zijn leven die dingen. De meeste mensen falen of ze komen er net doorheen zonder te beseffen wat er aan de hand is. En soms weten ze wat er aan de hand is, maar dan gaan ze dat niet zien als een normaal verlengstuk van hun leven, maar als iets bijzonders, iets exclusiefs, iets wat hen eigenlijk een beetje buiten de gemeenschap plaatst.

Kijk, wat wij nodig hebben is dat die stage, die perioden die u allemaal in uw leven gehad hebt – en die velen van u ook nog wel zullen ontmoeten – dat u die niet meer doorloopt als iets bijzonders, als een beproeving, maar dat u a.h.w. er harmonisch doorheen slipt. Laat ik het zo zeggen: Wanneer u de juiste mystieke ervaringen hebt doorgemaakt, de juiste belevingen hebt doorgemaakt, dan komt er een ogenblik, dat je staat voor die schijnbaar ontoegankelijke muur, tot hiertoe en niet verder. Maar je bent a.h.w. helemaal geolied. Waar een kleine mogelijkheid is die voor een ander niet bruikbaar lijkt, daar kun jij die muur doorbreken en weer in een nieuwe wereld verdergaan. Je kunt je weg gemakkelijker voortzetten en die weg krijgt een andere inhoud misschien dan je hebt gedacht. Maar een inhoud die sterk harmonisch is.

Dat zijn dingen waar elke mens toch wel een beetje naar moet hunkeren, dacht ik. Niet naar die inwijding. Inwijding is uiteindelijk maar een woord dat de mensen eraan geven. En als iemand zegt: “Ik ben ingewijd” dan bedoelt hij meestal: ik ben wijzer dan jij. En juist degene die dat zegt, is meestal niet erg verstandig. Maar het begrip “inwijding” in de zin van verruiming, adem kunnen halen op de wereld, niet meer stikken in je isolement en je eenzaamheid, of in je frustraties, maar gewoon de wereld steeds groter maken tot de zorgen en de problemen die blijven bestaan a.h.w. in zo onmetelijke verdunning gaan optreden, dat ze niets meer zeggen, dat het eeuwige, natuurlijke ritme dat in een mens leeft, kan doorklinken.

Het is natuurlijk niet leuk, dat u dat allemaal zo wordt gezegd. Er zijn er onder u, die denken dat ze heel wat kunnen, heel wat weten. Er zijn er onder u, die denken, dat ze niets kunnen en weten. Ze zijn over het algemeen allebei mis. Deze mensen zouden liever een bevestiging hebben, dat ze zijn zoals ze denken te zijn en dat ze wel verder kunnen gaan als ze hadden gedacht dat ze verder zouden gaan. Maar waarom zouden we ons conformeren aan die redelijke kant van de mens?

Waarom zouden we niet proberen om een andere kant aan te snijden? Die van wat men weleens superego heeft genoemd. De Goddelijke ziel of wat anders. Die werkelijkheid waarvan wij ook nog deel zijn. Die werkelijkheid die op aarde misschien niet te uiten is in redelijke termen, maar die ook in de aardse mens kan bestaan als een volledig werkzame, actieve factor.

Vrienden, daar hebt u een beetje het programma en zover dat mogelijk was een uitleg van het waarom. Ik zou u willen vragen op dit ogenblik: “Hebt u er bezwaar tegen, dat de tweede helft van deze bijeenkomst gewijd wordt aan een poging iets van krachten te wekken en een zekere mystiek te veroorzaken?” Er zijn geen tegenwerpingen. Er zijn enkele gedachten met enig voorbehoud. Er is zelfs iemand die denkt: Het zal mij wel weer niets doen. Maar we nemen aan, dat u uw toestemming hebt gegeven.

Wij beginnen dan hiermede met een nieuwe fase. Een fase, waarbij het veel minder dan in het verleden aankomt op wat wij zijn en wat wij doen. Op het ogenblik proberen wij alleen maar om in uzelf een bepaalde actie en reactie mogelijk te maken. En daarmee komen we misschien dan ook meer op voet van gelijkheid. Ook dat is goed, want maar al te vaak bestaat er op de één of andere manier een soort onderscheid van: dit komt uit de geest en dat is maar menselijk. Er zijn er enkelen die wel weten dat het niet helemaal zo is, maar wij moeten dichter bij elkaar komen te staan en we gaan samenwerken.

Die samenwerking zult u zien in het tweede gedeelte. Ze bestaat voor u voorlopig in het aanvaarden van een sfeer. Helemaal niet krampachtig iets willen beleven. Als u dat wilt, dan maakt u al veel onmogelijk en kapot. Voor u is het dus zeker deze eerste avond een passieve toestand. In die passieve toestand zullen wij werken met woorden. Die horen er nu eenmaal bij. Als het alleen stil blijft, dan breekt het zo vlug. Daarna gaan we een beetje spelen met krachten en dan zullen we ook nog proberen – wanneer het mogelijk is,- dat ligt aan degene, die het gaat doen – om u iets over te dragen van: zeg maar de kosmische verbondenheid. Dankzij uw toestemming kan ik nu ook zeggen wie de eerste zal zijn, die aan een dergelijke proef wil meewerken. Het is één van de leden van de Orde, die hoog is gestegen en die u nog wel bekend zal zijn onder de naam “het pastoortje”. En zegt u nu niet vertederd “ach”. In de eerste plaats was hij vroeger een flinke baas, die ondanks dichterlijke neigingen veel eerder een minder hoorbare term ontlokte dan een “ach” wat vertederend was. En in de tweede plaats moet u niet vergeten, dat hij zich nu een zeer bepaalde taak heeft gesteld. Spelen met krachten. En dat is zeker geen kinderwerk, maar het is voor u waarschijnlijk prettig om hem terug te zien. Wij meenden dat met deze persoon een zekere sympatische band bestond voor de meesten uwer en dat het daardoor ook gemakkelijker zou zijn om een redelijke overdracht van krachten in dit eerste experiment tot stand te brengen.

Wij hebben daarnaast voorzorgen getroffen om enkele gasten aan te trekken en nu niet omdat ze iets bijzonders te zeggen hebben of iets bijzonders zijn – er zullen erbij zijn, die u qua persoonlijkheid als kleurloos voorkomen – maar omdat ze beschikken over enorme krachten en een enorme empathie en deze krachten dus kunnen gebruiken om voor uzelf een innerlijk proces op gang te brengen.

Wilt u als wij zo dadelijk gaan beginnen, proberen om zo ontspannen en zo rustig mogelijk te zijn? En wilt u ook niet de spreker begroeten met een onmiddellijke vertedering en – dat kwam er zo net al uit – dat u zo met ogen vol glans gaat zitten kijken van: hier komt de heilige Alliakkes, maar dat u heel gewoon zegt: hier is een wezen, waarmee wij in harmonie willen zijn. Ik zit hier en ik zal het wel zien.

Wij hopen, dat dit het begin zal zijn van een experiment, dat verreikende gevolgen kan hebben. Blijkt het niet goed te zijn, ach, we zullen trachten in het eerste gedeelte wat terug te keren naar lering en dan krijgt u in ieder geval toch nog een beetje waar voor uw geld.

Ik hoop, dat dit een voor ons allen bijzonder gezegende avond wordt. Ik hoop, dat wij er gezamenlijk in zullen slagen een paar positieve krachten op deze aarde los te laten, die de negatieve mystiek een klein beetje andere inhoud kan geven.

Experiment met golven van licht

 

Het is een tijd geleden dat ik bij u ben geweest, maar de omstandigheden, de mogelijkheden hebben eraan meegewerkt, dat ik vandaag weer eens echt zo onder de mensen mag zijn.

Nu hebben we dan vandaag een doel gesteld dat, lieve mensen, eigenlijk een beetje stoutmoedig is. Het is niet altijd zo eenvoudig om krachten te manipuleren. Weet u, er zijn krachten en krachten. Als je voor het eerst probeert om naar boven te gaan, dan wordt het steeds lichter. En op een gegeven moment denk je: nu is het donker. Dan is het zo licht, dat je het licht niet meer ziet. Maar het vreemde is, dat wanneer je daar nu doorheen komt, dan ligt het licht niet onder je. Het is er nog steeds, maar je bent er een beetje aan gewend. En dan op zo’n ogenblik, ken je eigenlijk alle dingen tegelijk. Dat is heel wonderlijk. Toen ik dat voor de eerste keer heb gedaan, toen heb ik heel veel van mijzelf moeten leren. Het valt weleens tegen.

En nu hebben ze mij gevraagd om u iets te geven, een beetje kracht en een paar van die dingen, waarmee u zelf misschien ook een keer boven door het licht heen in de spiegel kunt kijken.

Nu ben ik helemaal niet zo ontzettend machtig. Het enige wat ik bezit is de liefde voor alle dingen, voor het leven, waardoor ik er ergens harmonisch mee ben. Dat kan ik u niet geven. Ik kan u mijn liefde laten delen als u dat wilt, maar ik kan het u niet geven. U moet het zelf waarmaken.

En dan is er natuurlijk het eigen wereldje. Ook voor u misschien al aardig hoog. Maar voor mijzelf … och … eigenlijk nog maar een begin. Dat zijn de twee dingen die ik met u kan delen. Mijn wereldje – want dat ben ik – die trilling, dat ben ik, en mijn liefde voor de kosmos. Het wegvallen van een grens. Om die dingen te doen is een sfeer bouwen heel gewoonIk doe nog iets meer. Ik bouw een klein mechanisme in u. Zo’n ding dat zelf op de knop drukt. En dat betekent, dat wanneer u klaar bent voor de reis, dat de brandstof ontstoken wordt en dan maar afwachten waar u terechtkomt. Want u programmeert uzelf. Dat doe ik niet. Laten we het zo eens proberen.

Licht, dat is een golving. Een soort branding, die tegen je aanspoelt en terug ebt en weer komt en steeds maar weer is er licht en kracht. Het komt naar je toe en dan kun je het ook aannemen. Je behoeft niet te zeggen: terug. Je kunt zeggen: ach kom. Laat dat licht nu maar komen.

 Maar wij moeten begrijpen, dat die kracht nu eenmaal werken moet. Als wij die kracht nu nemen, dan moeten we ons niet afvragen van “hoeveel kan ik zelf krijgen”, maar dan zeggen we: “Kijk, daar komt die kracht, ik neem ze op, ik laat ze in mijzelf pulseren, en ik laat ze naar buiten gaan”. Heel gewoon. Ik heb kracht. Het is niet mijn kracht. Het is ook uw kracht. Ik geef het u nu toevallig. Maar hoe kan ik u iets geven, wat u eigenlijk al niet waard bent, al niet zou moeten hebben? Ik houd een beetje van u.  Ik ben blij, dat jullie leven. En als die kracht komt en ik kan ze jullie geven, dan is dat maar een klein beetje van de blijdschap die ik heb over het feit dat jullie bestaan, de wereld bestaat. Al die dingen die er zijn, jullie radio, televisie, jullie auto, ijskast, jullie met al je problemen. Met je gekke mode, die wij vroeger absoluut afgekeurd zouden hebben. Ik ben blij dat het er is. Het is deel van het leven. En daarom mag die golving van het licht steeds sterker worden en zullen we dat in ons opnemen zoveel wij kunnen.

Laten we dan eens proberen of die golving van licht ons kan stuwen. Of die kracht van het eeuwige, van het licht, of die ons een ogenblik kan vrijmaken. Dat wij al die kracht absorberen, die er is. Heel gewoon.

En nu gaan we niet zeggen wat wij gaan beleven. Dan komen we terecht in fabeltjesland. Wij gaan niet naar fabeltjesland. Wij willen alleen maar een beetje meer van de werkelijkheid bewust worden. Meer niet. En zie, ik heb een heel klein beetje werkelijkheid. Vroeger dacht ik, dat ik de eeuwige waarheid had, nu heb ik een klein stukje, maar ik ben er wel gelukkiger mee. Dat kleine beetje werkelijkheid, meer hebben wij voorlopig niet nodig. Het is iets van wat wij zijn. Iets van wat wij denken. Iets van wat wij leven en heel veel van de kracht, die rond ons is en die wij kunnen geven en ontvangen, geven en ontvangen.

Wat ik tracht te doen is niets anders dan iets te laten leven voor jullie. Iets in je te laten leven.

Jullie hebben licht, dat licht dat er golft en breekt en weer terugkeert, dat is bij jullie. Niet alleen bij mij. En de kracht, die daarin ligt, is niet mijn kracht. Dat is niet iets wat ik moet uitstralen. Dat is iets wat rond jullie moet golven. Dat in jullie moet bestaan. Het licht moet in jullie werken met zijn eeuwige trilling, met zijn golving en zijn kracht. En je moet het ergens in jezelf opslaan. Kracht nemen en de wereld liefhebben. Het leven liefhebben. Erg moeilijk.

Het is moeilijk om het leven lief te hebben en nog moeilijker om je medemensen lief te hebben. Ik weet het. Ik weet het uit bittere ervaring, maar het kan. Want al die oppervlakkigheden zijn zo onbelangrijk. Wij kunnen de wereld liefhebben. Er zijn zoveel dingen goed en licht, dat het andere niet meetelt. Laten wij nu eens even zeggen: “Ik heb geen zorg. Kom morgen maar weer terug. Nu geen zorg. Niets. Ik ben blij dat ik leef. Ik ben blij dat ik hier ben bij al die anderen. Ik ben blij, dat ik leef op deze wereld. Ik ben blij, dat ik mag leven uit de kracht van deze wereld. Ik wil die kracht delen met anderen op deze wereld. Het is zo goed om te leven.” Zeg dat tegen jezelf. Het is zo goed om te leven. Het is niet moeilijk om lief te hebben wanneer je niet beoordeelt. En wij oordelen niet. Iedereen lief.

Ze hebben allemaal iets goeds; in allemaal is licht. Dat licht hebben we lief en die mensen, die vorm, die vergissing, die kunnen we wel aanvaarden. Dat licht is in hen en daarom hebben wij die mensen lief. En met die liefde aanvaarden wij die eeuwige golfslag, dat licht dat vibreert en vibreert. De kracht, die uitgaat en uitgaat en terugkeert en weer uitgaat en dan met een golf in ons, wordt tot kracht.

En dan zeggen we alleen tegen onszelf: God, geef mij een beetje waarheid. God, laat mij nu even de werkelijkheid zien en vinden. Ik wil de waarheid vinden, die ligt achter het licht. Dat wil je toch? Je wilt de waarheid weten. Niet over jezelf of over anderen. Maar over het leven zelf, over de kracht van het leven. Die waarheid wil je weten. Die waarheid zal je weten. Daar is het licht, dat komt en steeds sterker wordt, dat steeds grotere krachtgolven naar jullie toestuurt. Daar is die zegening van de eeuwigheid, die boven al uitgrijpt en die je a.h.w. mee kan stuwen. Dat is die lading in jezelf.

En als je dan een ogenblik rust en je kunt jezelf even laten gaan, één ogenblik los zijn, dan zal die kracht, dat licht, dat golvende licht zal, omdat je in liefde de hele wereld kunt aanvaarden; zal je nemen en het zal je opbeuren. En dan zal je er iets van meebrengen; maar je zult de golving van licht niet vergeten. Steeds weer zal je dat licht opnieuw voelen in jezelf als een kracht. Je zult het voelen als een golfslag die je beroert. Als iets, wat in jezelf toeneemt en toeneemt totdat je blij bent. Totdat je sterker bent en vooral; totdat je lichter bent. En dan zal je voor jezelf die bede herhalen om waarheid. Heer, ik wil de waarheid zien achter het licht. Heer, ik wil de waarheid zo graag zien, die ligt achter het licht. En dan zal je het weer proberen en het licht zal je stuwen. Het zal een kracht zijn, die je voort jaagt en je zult waarheid zoeken en vinden. Waarheid. En waarheid zal je aanvaarden omdat je de wereld liefhebt, omdat je het leven liefhebt en omdat je jezelf niet kunt haten. En zo zal je meer en meer ook beseffen wat er leeft achter het licht. Je zult de kracht in je voelen. Je zult ze door jezelf zien gaan.

Dat geef ik jullie, uit mijn wezen, uit mijn kracht, uit mijn liefde voor jullie allemaal. Niet omdat het van mij is of omdat ik het al mag hebben, maar omdat het ook van jullie is.

Zo zullen wij dan een begin maken. Een begin met de reis naar de waarheid. Een begin met de openbaring van de werkelijkheid en de werkelijke liefde.

En dat is dan hoop ik, genoeg. Het ligt mij niet zo om magiër te spelen, maar het lijkt mij de enige manier, waarop ik jullie duidelijk kan maken wat er is. Het jullie duidelijk kan maken, dat ik werkelijk: de mensen en die geest en alles, het levende, het leven liefheb. Omdat het bestaat. Het is mijn enige manier om bij jullie ergens iets in te leggen. Dat je je eigen grenzen eens een keer doorbreekt.

Wat is het goed dat je groeien mag. Wat is het goed, dat je leven mag. Niet stilstaan ergens. Gewoon groeien en verdergaan. Ik zou zeggen: kijk, nu is niemand meer of minder dan een ander. Nu is er alleen maar het licht en de kracht en de wetenschap, dat we die waarheid zullen vinden. En met al mijn kracht voeg ik eraan toe: dat jullie er iets van zult onthouden. En dat is nu alles.

Weet u, in ons geloof zoals ik het eens beleed, is er één woord dat hiervoor gelden kan: “En in Uw eigen handen, oh Heer, leg ik mijzelf, mijn streven en mijn lijden. Uw wil geschiede. Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”. Zo moeten wij Gods poorten van werkelijkheid bestormen. Uw wil, oh God, geschiede. Maar Uw licht draagt ons voort.