Innerlijk bewustzijn en innerlijk weten

Het zou me niet verbazen, als er onder u enkelen waren, die zouden zeggen: Wat betekent dat eigenlijk: innerlijk? Ik wil proberen dat duidelijk te maken.

De mens is een heel eigenaardig instrument. Is het u nooit overkomen dat u wist, dat iets niet helemaal klopte, maar dat u het niet kon vastleggen? Dat u logisch en met alle voorzorgen hebt gehandeld, helemaal redelijk volgens alles, wat u wist en dat het toch verkeerd ging? Toch had u het gevoel: het zit niet goed. Kijk, daar hebben we nu iets van innerlijk bewustzijn, iets van innerlijk weten.

In de mens spelen heel veel factoren een rol, die aan de buitenkant eigenlijk worden onderdrukt of worden weggewerkt, die niet passen in de logica van de mens. Geloof bv. is iets, wat naar buiten toe onbewijsbaar is; en toch weet je soms van binnen dat het waar is. Er zijn dingen, die je aan niemand kunt uitleggen. Je kunt ze niet omschrijven en toch draag je in jezelf een beeld ervan. Dat is innerlijk bewustzijn. Nu ik deze begrippen met een paar voorbeelden voor u een klein beetje heb gedefinieerd, kunnen we er misschien eens over gaan praten wat ze betekenen.

Het innerlijk bewustzijn van de mens is gebaseerd op alle erkenningsprocessen: de geestelijke, de stoffelijke bewust en onbewust. Zo ontstaat er in de mens een beeld, dat de uitdrukking is van zijn werkelijke persoonlijkheid, zijn werkelijke mogelijkheden, zijn werkelijke ervaringen. In dit innerlijk bewustzijn bestaan de beperkingen van het verstandelijke denken niet. Hij constateert eenvoudig: dit zou goed voor mij zijn, of: dit zou niet goed voor mij zijn, en hij reageert daar innerlijk op.

Daarnaast heeft hij zijn innerlijk weten; want heel veel wetten, die in je leven een rol spelen, kun je nu eenmaal niet verstandelijk uitdrukken. Waarom zijn er mensen, die een huis met het nummer 43 altijd prettig vinden, die er prettig wonen, terwijl een huis met bv. nummer 53 voor hen niet klopt? Het klinkt een beetje dwaas. Bijgeloof, kabbalistisch bijgeloof misschien, maar er kan iets in zitten.

Waarom veranderen mensen hun naam? Ze weten op een gegeven ogenblik dat hun naam niet meer bij hen past. Ze hebben bv. altijd Trudi geheten en ineens is het afgelopen en zeggen ze: Zeg maar Truus. Of ze hebben zich altijd Charlie genoemd en op een gegeven ogenblik zeggen ze: Zeg maar Kees. Dat klinkt allemaal gek, maar innerlijk weet je op een bepaald moment wat de waarde van je persoonlijkheid is. Je weet wat je relatie met de wereld is, je kunt het alleen niet verstandelijk uitdrukken. Je kiest dan ‑ en dat is voor ons een van de zeer interessante punten ‑ altijd die aanduidingen, die manierismen, die uitdrukkingen, waardoor dit innerlijk wezen zoals het wordt gekend tot uiting komt in de wereld.

Het innerlijk bewustzijn kunnen we dan vaak omschrijven als de drijfveer van de mens, die gelijktijdig iets van zijn droomleven inhoudt, althans zijn wensdromen. Je weet innerlijk heel goed wat voor jou belangrijk is. Je weet wat je zou willen in de wereld en je kunt dat niet omschrijven in menselijke termen. Je kunt bv. zeggen: Ik wou dat ik rijk was. Maar is rijkdom nu eigenlijk hetgeen u werkelijk wenst? Innerlijk weet u beter. In uw innerlijk bewustzijn is de voorstelling er niet een van bezit hebben, maar van kunnen doen; m.a.w. van mogelijkheden. Rijkdom is voor u een begrip, dat mogelijkheden uitdrukt. Op een gegeven ogenblik verlangt u voor uzelf misschien onschuld ‑ officieel ‑ en dan zegt u: Ach, was ik nog maar zo onschuldig als vroeger toen ik een kind was.

Dat klinkt als het een of ander melodrama uit de jaren ‘20. Het is eigenlijk heel begrijpelijk, als je ziet wat daarmee wordt bedoeld. Ik bedoel niet onschuldig; dat heeft er helemaal niets mee te maken, dat is maar een uitdrukking, iets dat past in de menselijke terminologie. Wat ik in feite bedoel is een toestand van niet‑verantwoordelijk‑zijn. En zo kun je verdergaan.

De uitdrukking van een mens, de manier waarop hij spreekt, de manier waarop hij zichzelf voorstelt, de gebreken die hij vertoont, maar ook de goede kanten die hij naar voren schuift, die staan allemaal met die innerlijke wereld in verband. Ze worden niet alleen maar bepaald door zijn verstand, door de kennis die hij heeft opgedaan. Neen, ze worden bepaald door iets in zijn wezen. Dat van binnenuit komende nu, dat moeten we proberen te definiëren.

In hoeverre is dit weten? Die aanpassing van binnenuit is een weten, zodra ik zonder daarvoor verder enige reden in stoffelijke zin te hebben een bepaalde tendens of benadering als zo belangrijk zie, dat ik die niet meer buiten beschouwing kan laten. Innerlijk weten is dus iets, wat een rol gaat spelen bij elke interpretatie in de wereld, bij elke stelling van een daad, bij elke benadering van het zijn.

Het innerlijk bewustzijn bouwt voor ons de voorstelling op het innerlijk bewustzijn geeft ons in de eerste plaats een wereldbeeld, dat van het algemeen stoffelijk gangbare sterk verschilt. In de tweede plaats ‑ en dat is nog belangrijker ‑ bepaalt het onze positie volgens geheel andere maatstaven en waarden dan we dit normalerwijze verstandelijk doen. Innerlijk weten kan buitengewoon belangrijk zijn, omdat het je de kans geeft met die eigenaardige inspiratie of intuïtie die je hebt meer te bereiken dan alleen verstandelijk gezien mogelijk zou zijn.

Het innerlijk bewustzijn echter heeft een nog veel grotere betekenis, indien wij tenminste leren er iets van te beleven. Het houdt in, dat wij weten hoe wij zelf tegenover de wereld staan.

God is een abstractie, zodra ik Hem overbreng in woorden. Als in mijn innerlijk weten God wordt uitgedrukt en ik zeg bv.: Er is een God (al kan ik het niet bewijzen, voor mij is er een God), dan is dit een constatering. Maar indien ik mij innerlijk van God bewust ben, is het een beleving. De grote fout, die je als mens altijd weer maakt, is dat je logisch redeneert; en logica is een heel vreemd ding. Logica n.l. is het afleiden van het ene feit uit het andere volgens de voor de mens, krachtens ervaring of aanvaarde stelling, vaststaande methodiek.

Het leven zelf is eigenlijk helemaal niet logisch. Ik kan hier 100 voorbeelden aanhalen, maar misschien is een van de aardigste wel deze; De mensen, die zondags het vroomst zijn, zijn door de week het gemeenst. Dat is een feit, maar dat is niet logisch. Iemand die zo bewust naar een kerk gaat en zo bewust met zijn God en met de bijbel leeft, zal dus een heel goed mens moeten zijn, maar is het 9 van de 10 keer niet. Het is meestal een grote egoïst. Hoe komt dat? Omdat hier niet geldt wat die mens zegt te aanvaarden, niet het algemene beeld dat hij creëert, maar hetgeen hij innerlijk is. In zijn innerlijk bewustzijn is God helemaal niet een kracht groter dan hij. God, dat is doodgewoon de regel, waaraan hij zijn eigen heerschappij ontleent. In zijn innerlijk weten is God een abso­lute vaagheid, zodra het om God Zelf gaat. Maar zodra het om hem zelf gaat, is het een bewijs van zijn meerwaardigheid, die dat gevoel van recht en van meerwaardigheid heeft, zal automatisch naarmate hij deze begrippen vromer be­leeft tegenover de wereld harder zijn, gemener. Het is dus eigenlijk wel logisch; maar dan moet u begrijpen hoe het in elkaar zit. Iets anders dat volkomen onlogisch is, indien men het menselijk bekijkt is: Als ik iets ga doen, weet ik eigenlijk van binnen al wat dat zal betekenen. Toch ben ik niet in staat om verstandelijk te bewijzen, dat ik het goed kan volbrengen. Ik weet alleen, dat indien het volbracht wordt, het voor mij zeker is dat er iets uit voortvloeit. Waar komt dat vandaan?

Als we het goed willen bekijken, kunnen we zeggen; In mij leeft een wereld, die anders is dan het stoffelijke. Een wereld, waarin de werkelijkheid van mijn behoeften, van mijn wezen, maar ook van mijn relaties met andere werelden en sferen een rol spelen. In die innerlijke wereld kom ik dus tot een besef, dat iets nodig is. Maar die noodzaak of het gevolg dat noodzakelijk is, beschouwd vanuit die innerlijke wereld, bestaat stoffelijk niet. Zo gebeurt het dan wel eens, dat iemand iets buitengewoon vreemds doet en dat het buitengewoon goed afloopt.

Wie denkt aan b.v. de experimenten van vooraanstaande wetenschapsmensen, zegt: Die kerels moeten knettergek geweest zijn. Als je hoort wat voor theorieën ze soms verkondigen, daarmee is eenvoudig niet te werken. Maar ga je kijken naar de resultaten, dan blijkt dat hun theorie resultaat opleverde. Het ging niet om die theorie; het was alleen maar de verklaring van hun proefneming. Maar hun proefneming en het resultaat, samen een uitdrukking van een innerlijk weten en voortgekomen uit een innerlijk bewustzijn, brachten nu een kenbaar iets. Daarin kon je je tanden zetten; daarmee kon je verder iets doen.

Degenen onder u, die zich realiseren hoe bv. de wetenschap alleen al in de laatste 15 jaar veranderd is in allerhande opzicht, zullen zich ongetwijfeld met wij wel eens afvragen hoe de mensen er eigenlijk toe zijn gekomen om allerlei theorieën nu meer ineens op de proef te stellen. Als je dat logisch nagaat, dan is er geen reden voor. Men had een wetenschappelijke verklaring. De kennis van de mensen maakte duidelijk, dat het niet anders kon zijn; en toch gingen ze proberen, of het toch anders kon zijn. Maar ze hadden resultaat. Door het onverwachte resultaat moesten de gekende feiten opnieuw worden benaderd; en nu zien we weer typerend hoe het innerlijk weten optreedt. Indien er nu een feit bewezen is, rolt er ineens een theorie uit, waardoor misschien 40 of 50 verschillende feiten in een precieze volgorde worden gezet, zonder dat ze bewezen zijn. En nog eens wat later blijkt, dat het waar is.

Hier heeft u dus een typerend beeld van wat innerlijk weten en innerlijk bewustzijn, zelfs in een zuiver materialistische maatschappij, kunnen betekenen. Een groot gedeelte daarvan, dat geef ik graag toe, kan worden ondergebracht bij de associaties, terwijl een ander deel ervan ‑ menselijk gezien – valt onder wat mystiek beleven heet. Maar is een associatie en een mystiek beleven dan niet verschillend? Ik geloof het niet.

Een mystiek beleven is de associatieve uitdrukking van een innerlijke erkenning of ervaring; kortom, van een innerlijke bewustzijnstoestand of een inner­lijke kennis. Daarmee blijkt volgens mij dus eigenlijk dat de mens in zich al die stimuli, mogelijkheden en erkenningen draagt, die hij verstandelijk niet kan ge­bruiken, maar die de aanleiding worden tot ‑ verstandelijk beschouwd ‑ niet hele­maal verklaarbare conclusies, associaties en ook niet verklaarbare resultaten. Dat ik de begrippen “associatie” en “associatief denken” hierbij een rol moet laten spelen, zal u duidelijk zijn; want wie van u is in staat om een sfeer te beschrijven, die geheel valt buiten al het stoffelijk gekende; dus buiten alle stoffelijk zintuiglijke indrukken? Dat is praktisch onmogelijk. Maar je kunt wel iets van die sfeer associëren met stoffelijke begrippen. Daarom mag ik misschien nog een stap verdergaan.

In ons bestaat een wereld; van deze wereld zijn wij ons bewust. Zij onttrekt zich aan ons herkenningsvermogen in stoffelijke zin. De omschrijvingsmogelijkheid is dus verstandelijk niet aanwezig. Indien de omschrijving emotioneel geschiedt, dan past zij niet in het redelijk kader van het menselijk bestaan. De enige mogelijkheid om die innerlijke wereld toch nog enigszins over te brengen in het menselijk bestaan, zoals men dat verstandelijk kent, is dus het wekken van een aantal associaties, waardoor een gerichtheid van het normaal redelijk denken ontstaat of een aantal emoties, waardoor er niet rationeel maar wel juist acties ontstaan. Dit zijn allemaal dingen, die betrekkelijk vaag zijn. Als je werkelijk ter zake wilt komen stuit je altijd op de moeilijkheid om dat innerlijk bewustzijn en dat innerlijk weten te omschrijven. Toch geloof ik, dat het verstandig is in deze inleiding een aantal conclusies te trekken. Bij conclusies ‑ ik zeg het u nogmaals ‑ kunnen niet volledig juist in woorden worden uitgedrukt; het is altijd een benadering. Het geheel kan u misschien helpen u beter te oriënteren t.a.v. uw eigen innerlijke wereld, Dan stel ik:

Datgene, wat ik bewust denk en mij bewust voorstel, zal ‑ zeker als er geen onmiddellijke aanleiding in de stoffelijke wereld daartoe aanwezig is ‑ voortkomen uit mijn innerlijk bewustzijn. Alle waarden uit dit bewust­ zijn worden vertaald in de termen van mijn eigen wereld. Indien de voorstelling, die zo ontstaat, een daadvoorstelling is, gaat het niet om het feit maar om de emotie, om de achtergrond, die ermee verbonden is. Als het gaat om een beredenering of een theorie, die ook stoffelijk niet geheel reëel lijkt, dan gaat het hier niet om de stelling op zichzelf, maar wel om een werking, die daarin verborgen ligt: het stellen van een actie of een actiemogelijkheid.

Al datgene, wat in mijn innerlijk bewustzijn bestaat, is in overeenstemming met de waarheid van mijn persoonlijkheid, aangezien daaraan geen verstandelijke remmen zijn opgelegd. Zo zal al hetgeen in mijn innerlijk bewust zijn bestaat het werkelijke “ik” weergeven; en zal elke denkwijze, elke actie in de materie voortkomend uit het innerlijk bewustzijn een verduidelijking betekenen van de werkelijke persoonlijkheid, die ik ben.

Alle mogelijkheden tot harmonie en disharmonie (of aantrekking en afstoting) zoals die voor het “ik” bestaan in de gehele kosmos, worden in het innerlijk bewustzijn uitgedrukt, maar kunnen stoffelijk slechts als een afleiding worden weergegeven. Hierdoor kan elke stoffelijke actie of denk­wijze voor de mens in feite het symbool worden van voel grotere krachten, die hij in zich beseft, die hij door zichzelf waarmaakt, maar die hij zelf met stoffelijke middelen niet kan omschrijven.

Innerlijk weten.

Het innerlijk weten is niet rationeel. Het is schijnbaar onsamenhangend, daar het een omschrijving is van alle in het “ik” aanwezige ervarin­gen, alle in het “ik” bestaande mogelijkheden, zoals deze – onverschillig op welk vlak van de persoonlijkheid waarin bewustzijn bestaat ‑ kunnen worden beleefd. Het innerlijk weten geeft ons zo het feitenmateriaal, waardoor de mogelijkheden van het innerlijk bewustzijn omschrijfbaar worden, maar eveneens op niet‑rationeel vlak. Dan is het duidelijk. Daar, waar mijn innerlijk weten spreekt, wordt uitdrukking gegeven aan aantrekkingen, afstotingen, harmonieën of disharmonieën, die in mijn persoonlijkheid aanwezig zijn en door mijn persoonlijkheid moeten worden geuit. Het innerlijk weten is dus voor iemand, die juist wil leven, altijd een dwingende factor.

Het is zeer moeilijk om het innerlijk weten over te dragen aan een ander, er zijn geen referentienormen. Het innerlijk weten kan daarom alleen met de daad en met een door overdracht in de materie ontstaan bewijs worden weergegeven. Al hetgeen in de materie creatief uit het innerlijk weten voortkomt, is niet rationeel tot het ogenblik, dat het resultaat bekend is. Dan kan men het door herleiding invoeren hetgeen de rationele kennis behoort.

Datgene, wat ik innerlijk weet, is een zekerheid, geen veronderstelling. Ik mag hierop wel even de nadruk leggen. Het is geen speculatief proces maar een factuele voorstelling, die uit het innerlijk weten voort­komt, zodat hetgeen innerlijk wordt beseft, wat men innerlijk weet, altijd een waarheid is, die alle rationele waarheid te boven gaat. Misschien alweer niet praktisch genoeg of te vaag. Ik kan het me voorstellen.

Laat mij een voorbeeld geven van wat innerlijk weten kan doen. In een tijd, dat niemand wist wat de wereldruimte, de sterren, de zon kortom de hele natuur eigenlijk betekende was er ongeveer 1700 v Chr. een dichter, een Chinees. Hij is betrekkelijk, onbekend gebleven. Hij schreef dit;

“De zonnen staan gezaaid in de weide van de hemelen. En wij aan de rand van het perk verbazen ons zonder te begrijpen.”

Een heel eigenaardig iets, als u er rekening mee houdt dat het werkelijke beeld van de sterrenhemel, de plaats van de zon, van de aarde eigenlijk pas werd gedefinieerd in de 19e eeuw.

Een ander denker, een filosoof, omschrijft ons de wereld van atomen, van moleculen. Dichterlijk, inderdaad. Het is een Indiër. Hij doet dit echter zo lang tevoren, voordat de mensen maar een begrip hebben van de mogelijke structuur van materie, dat je je moet afvragen; Hoe komt hij eraan? En zelfs nu komt het wel eens voor, dat een dichter of een schrijver iets weergeeft, dat helemaal buiten de rede valt en dat toch ‑ vreemd genoeg ‑ ergens een associatie vormt met een latere werkelijkheid, die pas dan als een feit wordt erkend.

Hier werkt dus innerlijk weten. Dat weten constateert feiten, die stoffelijk niet vaststelbaar zijn. Het constateert samenhangen, die menselijk niet eens voorstelbaar zijn. Het inspireert a.h.w. hierdoor en maakt het je mogelijk om een voorstelling op aarde te ontwerpen, die erop lijkt. Het typerende is wel, dat waar het innerlijk weten in het geding komt, we altijd weer de uitspraak horen in dichterlijke vorm. Het is een dichterlijk woord, een gelijkenis, een parabel, omdat je het onomschrijfbare kennelijk alleen maar in analogieën kunt weergeven.

Uzelf bezit dit innerlijk weten zo goed als ieder ander. Uzelf heeft ook vaak, zonder dat u de reden ervoor kent, ineens denkbeelden van harmonie en van disharmonie. Soms een oordeel over de wereld of mogelijkheden in de wereld. Meestal schuift u ze opzij. De vraag is, of dat juist is. Als je een mogelijkheid erkent, ook al weet je niet of ze werkelijk bestaat, dan is het tenminste de moeite waard om die vast te leggen, om te proberen er een omschrijving van te geven. Veel van de roem van oude filosofen en denkers is toch eigenlijk voortgekomen uit het feit, dat ze hun denkbeelden durfden vastleggen. Een groot gedeelte van het innerlijk denken was innerlijk weten. Ze dachten dat het speculatief werken met ideeën was, maar ze kozen uit zoveel mogelijkheden de enig juiste, zodat we moeten zeggen; Er is sprake van weten. Als u leert die schijnbaar onsamenhangende denkbeelden en conclusies, die u heeft toch eens een keer vast te leggen en dat vage wat u aanvoelt en wat u toch niet helemaal kunt thuisbrengen (u weet wel, zoiets van een ongeformuleerd denkbeeld dat je dwars zit als een ei de kip, wanneer ze geen nest kan vinden om te leggen), dan moet u toch eens proberen om op een gegeven ogenblik aan de leg te gaan. Probeer het eens een keer vast te leggen. Als u naar die analogieën zoekt, dan geeft u uzelf a.h.w. steeds meer verstandelijk mogelijkheden om uw innerlijke wereld te omschrijven. U gaat beter begrijpen hoe u de wereld werkelijk ziet; en dat is heel belangrijk.

Het innerlijk weten is op deze manier, althans ten dele en zonder dat we daarbij mogen spreken van een volledige logica in menselijke zin natuurlijk, toch wel over te brengen in uw eigen verstandelijk, sfeertje, uw normaal stoffelijk bestaan. Naarmate u die denkbeelden gemakkelijker kunt vastleggen zal ook de kwestie van het innerlijk bewustzijn een veel grotere rol kunnen spelen.

Zoals ik u heb gezegd is de wereldvoorstelling die in het “ik” bestaat zo totaal afwijkend van alles wat u stoffelijke als wereldbeeld aanvaardt, dat er geen gelijkenis is, zodat een overdragen van waarden praktisch onmogelijke wordt. Maar vergeet niet ons innerlijk weten geeft feiten. Het is geen kwestie van een speculatie of van een vermoeden. Neen, het is een innerlijke zekerheid die voor het “ik”geldt. Door te werken met alle begrippen, die uit het innerlijk weten voortkomen, kunnen we wel degelijke volgens mij een heel eind verder komen. Wij kunnen n.l. nu ook de sfeer van ons innerlijk bewustzijn en daaruit voortkomende stuwingen gaan begrijpen Dat wil niet zeggen dat we het kunnen omschrijven, maar we gaan begrijpen wat we ermee moeten doen. Daar de innerlijke wereld de harmonie en ook de disharmonie met de hele kosmos, waarvan je deel bent omvat, is het ook wel duidelijk dat je hierdoor gemakkelijker kunt werken met afstemming op harmonische aspecten of met het wekken van disharmonische aspecten voor dingen, die je van je wilt verwijderen. Je bent dan veel beter in staat je eigen leven te gaan beheersen. Ik wil niet zeggen, dat u daarmee zonder meer gelukkiger wordt in de menselijke zin van het woord, maar ongetwijfeld zult u meer beleven zult uit het leven meer feiten kunnen putten en u zult vooral beter begrijpen waarom die feiten voor u iets betekenen. Ik hoop, dat ook dit begrijpelijk is. Geloof mij, het is van praktisch nut.

Nu kom ik aan een deel, dat voor de meesten van u helemaal fantastisch wordt. Alvast van tevoren, mijn excuses. Het is een waarheid, die wordt vertaald vanuit een geestelijk bewustzijn naar een stoffelijk bewustzijn, etc. etc..

De wereld is deel van een totaliteit. Deze totaliteit is de wereld van de ziel, de wereld van de geest. Het innerlijk bewustzijn omvat de wereld van de ziel en van de geest. Het innerlijk bewustzijn omschrijft dus de onbeperkte werkelijkheid van het bestaan. Alles wat ik doe en niet doe, waar maak en niet waar maak in mijn wereld, is ook een deel van die grotere werkelijkheid. Door uit te gaan van het standpunt (en dat moet u dan desnoods maar even als een fantastische theorie beschouwen), dat ik in mij bewust ben van al mijn mogelijkheden, dat ik innerlijk dus a.h.w. weet vat mijn relaties zijn daarmee wat mijn kunnen op elk terrein inhoudt, moet ik daaruit wel de conclusie trekken, dat ik ook in een beperkte wereld en met een beperkt wereldbesef alle dingen moet kunnen bepalen. Hier komt eventjes de vrije wil om de hoek kijken, zoals u merkt.

Mijn innerlijk bewustzijn is mijn werkelijke wereld. Mijn innerlijk weten is de vaststelling van de voor mij in die wereld bestaande relaties. Zodra ik deze ken, ben ik in staat mijn leven geheel te bepalen met alle materiële en geestelijke factoren, die in een menselijke wereld daarbij te pas komen. En dan ben ik geen slachtoffer meer.

Nu moet u niet zeggen: Maar als er nu een wereldoorlog komt? Het is begrijpelijk. Als er een wereldoorlog komt, dan bent u daar deel van; dat is voor u en voor uw denken onvermijdelijk. Maar indien ik het juiste bewustzijn heb, kan ik niet meer bestaan in een wereld, waarin een wereldoorlog komt. Wat gebeurt er dan? Ga ik dood? Of leef ik misschien voort in een wereld, waarin die wereldoorlog niet bestaat? Ja, dan komt men aan de kwestie van de parallelle werelden en wat er allemaal niet bij te pas komt bij dat innerlijk bewustzijn. Maar het is toch mogelijk, het is toch denkbaar.

Mijn bewustzijn bepaalt mijn wereld. Indien mijn innerlijk bewustzijn uit alle mogelijkheden kan kiezen, dan kiest het uit alle werelden die er mogelijk zijn. Voor mij gaat het bestaan ononderbroken verder; maar in een andere wereld ver­dwijn ik, overlijd ik of word ik geboren, precies zoals het uitkomt. Is er op het ogenblik iemand die denkt; Nu, dat is vast een gek, die daar aan het woord is? Het is voor een mens ondenkbaar dat hij de wereld, waarin hij leeft zelf kiest. Maar waarom zou dat niet zo zijn? U aanvaardt toch de wereld, waarin u leeft? U heeft een hoop klachten en ook een hoop dingen, die u niet aanvaardbaar vindt, maar bent u eigenlijk niet vaak verliefd op de dingen, waarover u zich kunt beklagen? Koestert niet menigeen zijn lijden met meer zorg dan een moe­der haar eerstgeborene? Koestert niet menigeen zijn grieven en bezwaren zorgvuldiger dan een schatbewaarder de sleutel van de kluis? Wees eens eerlijk, denk eens na.

De wereld, waarin u leeft, zoals ze voor u is (onthoudt dat goed, zoals ze voor u is.), wordt geschapen door de zaken, die u belangrijk vindt. Dat u ze misschien op een verkeerde manier belangrijk maakt en dat daardoor uw wereld een verkeerde schijnt te zijn, dat is uw zaak. Maar zodra u iets absoluut terzijde schuift, zonder daarbij te zeggen; “Nu moet de wereld mij gehoorzaken”, of; “Nu gehoorzaam ik aan de wereld”, maar eenvoudig zegt; “Het is niet zo, het is anders”, dan moet u eens zien hoe de dingen gaan veranderen.

De meeste mensen gaan dan uit van het standpunt, dat wat er eenmaal is geweest, moet voortgaan. Daarom is de verandering voor de meeste mensen geleidelijk. Iemand, die op een gegeven ogenblik elke herinnering a.h.w. in zichzelf zou kunnen wegvagen, zou daardoor een ander mens zijn en dus ook anders in de wereld staan. Het vreemde is, dat men dit op grond van geestelijke waarden niet wil aanvaarden. Wel wil men aanvaarden dat iemand, die totale amnesie heeft gehad en weer tussen de mensen komt als hij zijn begrip in de wereld en zijn bekwaamheden heeft herwonnen, een geheel andere aard heeft dat hij een heel ander beleven van de wereld heeft. Dat neemt men als normaal aan. Men zegt: Dat komt doordat daar bepaalde complexen verloren zijn gegaan; er zijn neurosen verdwenen; door de herinneringen, die zijn uitgeblust, zijn spanningen uit de persoonlijkheid weggehaald en daardoor kan hij een ander zijn. Dat is ook eigenlijk bewezen. Maar waarom moeten we dan niet aannemen, dat onze wereld kan veranderen, als wij zelf veranderen? Als wij anders zijn dan de wereld ons voorschrijft te zijn, dan moet de wereld voor ons anders worden. Dat is geen kolder. Dat heeft niets te maken met parallelle tijdsporen en tijdlijnen. Dat heeft niets te maken met allerhande ingewikkelde thesen over ruimte en tijd. Dat heeft alleen maar te maken met die innerlijke werkelijkheid, waarin je leeft.

Ons innerlijk bewustzijn is totaal, is tijdloos. Ons innerlijk weten is relatieomschrijvend, niet feitenomschrijvend. Menselijk weten daarentegen is beperkend; dus onderscheid makend tussen het niet‑gekende en het gekende. Het menselijk bewustzijn is selectief. Het is niet al‑ervarend; het is integendeel al‑sorterend. Het menselijk weten is niet het erkennen van relaties, maar het stellen van feiten, op grond waarvan dan een relatie zonder meer wordt geaccepteerd. Ik vind daar heel veel vreemde dingen in. Als iemand zegt: “Ik zweer, dat dit de waarheid is, zo waar helpe mij God Almachtig”, dan neemt men aan dat hij de waarheid spreekt. En toch is juist met die formule voor ogen de grootste leugen meestal het gemakkelijkst. Wij hebben niet te maken met de bijgelovige vasthoudendheid van een menselijke wereld, dat is onze werkelijkheid niet. Onze werkelijkheid is groter. Onze betekenis is anders. onze betekenis ligt niet in datgene, wat wij op dit moment van de wereld beseffen, maar in de relatie, die wij met deze wereld en elke wereld of sfeer daarboven wel of niet hebben beseft. Daarin schuilt nu juist de angel. Een mens kan in zijn eigen wereld (de buitenwereld) nu eenmaal niet reageren zonder alles aan te nemen wat gangbaar is. Op het ogenblik, dat hij dit niet doet, schijnt het dat hij buiten de gemeenschap komt te staan. Hij heeft echter daarbij één ding uit het oog verloren: n.l. dat men weliswaar buiten de gemeenschap komt te staan, voor zover het de oude relatie betreft, maar dat men in de gemeenschap in een nieuwe verhouding, een nieuwe relatie komt te staan, en dat die nieuwe relatie en verhouding waardevol kunnen zijn zolang we ons maar niet blijven beroepen op wat is geweest.

Neem nu bv. Jezus. Jezus is altijd het heerlijke schoolvoorbeeld, omdat je hem overal voor kunt gebruiken.

Jezus is gelijktijdig een vrome jood en een ontkenner van het gezag van priesterdom en tempel. Jezus is een revolutionair, want hij vernieuwd het den­ken, maar tegelijkertijd is hij een slaafs volger van de wetten. Waarom had hij zich anders laten kruisigen? Waarom had hij zich anders steeds weer aan de wet­ten onderworpen, indien het mogelijk was? Jezus was een filosoof, want hij bracht nieuwe gedachten en nieuwe samenhangen, maar gelijktijdig was hij eigenlijk ergens orthodox, want hij vermeed (althans in zijn openbare leringen) bepaalde dingen aan te tasten. Hij ging er gewoon aan voorbij.

Als je naar Jezus kijkt, zie je een figuur, waar je nog alles kunt ma­ken. Dat hebben ze in de loop der tijden dan ook gedaan. Want dat betreft: Jezus is de aanvoerder geweest van religieus bezielde legers, Hij is de voor­ stander geweest van de democratie, de held van de sociale revolutie en al wat u verder denkt. Maar is dat de werkelijkheid? Neen, dat is nu juist het feit. Die Jezus wordt verstandelijk geïnterpreteerd, Hij wordt in de wereld ingepast volgens de bestaande waarden. Maar als je innerlijk over Jezus nadenkt en je probeert nu eens niet zijn positie om zijn wil vast te stellen, maar alleen een moge­lijke relatie tussen het “ik” en Jezus, dan komt er heel iets anders te voorschijn.

Dan blijkt, dat die idee van Jezus – zelfs indien je aanneemt dat hij nooit heeft bestaan ‑ toch ergens een gevoel heeft van een mogelijkheid, van een inwijding. Jezus is eigenlijk je innerlijk bewustzijn eerder een vergezicht dan een persoonlijkheid. Het is natuurlijk een analogie. Het is weer niet juist, het is een parabel, maar hoe moet je het anders vertalen? En als ik met mijn innerlijk weten ga werken, dan kom ik helemaal niet tot een omschrijving van; Jezus is dit of dat voor mij, maar dan kom ik tot een gerichte Jezus (dat vergezicht, dat ergens in mijn wereld, in mijn bewustzijn bestaat), geeft mij a.h.w. een richt­lijn. Ik moet in een bepaalde richting handelen. Ik ben gepredisponeerd in een bepaalde richting. Dat is harmonie; en dat kun je niet verstandelijk, niet theologisch en sociologisch verklaren, ook niet polemisch” Het is er.

Als ik met u spreek over het innerlijk bewustzijn en het innerlijk weten, dan wordt het me wel moeilijk gemaakt om duidelijk te zijn, Als ik u nu maar het beeld kan bijbrengen van een grotere werkelijkheid, die in u bestaat, van een besef dat niet te formuleren is, maar dat een wereld uitdrukt, groter dan wat verstandelijk ook maar kan worden bevat en als ik u duidelijk maak dat het inner­lijk weten alle richtlijnen, alle wegen in dat innerlijk aangeeft, dan bent u misschien al zover dat u kunt zeggen; Ik wil er iets mee doen. Er wordt uit de aard der zaak in deze dagen heel veel gesproken over magie, over esoterie en al die dingen meer. Wat is magie? Wat is een magiër?

Magie is het erkennen van wetten, die niet algemeen bekend zijn en ze gebruiken om resultaten te verkrijgen, die normalerwijze niet kunnen worden ver­wacht. Wat is het anders, als ik de innerlijke wereld, dit innerlijk bewustzijn van mij laat werken? Als ik de daarin bestaande gerichtheden, de door het in­nerlijk weten vastgestelde harmonieën nu eens ga uitdrukken? Als iemand danst, inspiratief piano speelt of iets dergelijk, dan drukt hij iets uit; niet omdat hij weet hoe, maar omdat hij voelt. Het kan niet anders. Een wer­kelijk kunstwerk is een gedwongen zijn om a.h.w. een keuze te doen, maar gelijk­ tijdig de onvermijdelijkheid van elke keuze, die je doet. Kijk bv. maar eens naar een werkelijk goede flamencodanser. Hij weet elke kleinste variatie van de gitaren op de achtergrond door kleine variaties van de kleine pasjes en het ratelen of roffelen van de hakken uit te drukken. Zijn houding verandert voortdurend. Hij kan nooit tweemaal dezelfde dans dansen, want als hij bezield is door het ritme van de muziek, dan kan het niet anders, of hij weet, dat moet het zijn, en voert het automatisch uit. Hij denkt er niet over na en dan maakt hij iets, wat in hem leeft waar, ook als de vorm daarbij in feite onbelangrijk is.

Nu kunnen we van u niet verwachten, zeker niet zoals u hier bij elkaar zit, dat u allemaal flamenco gaat dansen, dat zou een heel rare geschiedenis worden. We kunnen misschien wel van u verwachten, dat u het magisch aspect dat uit het innerlijk bewustzijn voortkomt, dit onbewijsbaar weten van harmonieën en disharmonieën, dit haast improviserend stellen van een werkelijkheid, groter dan wat u kunt beredeneren, dat u dat eens een keer in praktijk gaat brengen. En dan is de vraag natuurlijk, hoe? Ja, heel eenvoudig,

Als u weet, dat het er werkelijk op aan komt, dat iets werkelijk belangrijk is, begin dat dan heel rustig te beredeneren. Of begin met een bepaalde ritus of met onverschillig welk verstandelijk en logisch uitgangspunt. Probeer daarin uw tempo te versnellen tot er een ogenblik komt, dat u uw tempo niet meer kunt bijhouden. U kunt dat ontdekken, als u bv. in debat bent. Dan gaat u heel vaak dingen zeggen, waarvan u niet eens wist dat u ze wist en die u eigenlijk liever niet gezegd zou hebben, als u er van te voren over had nagedacht; maar nu gooit u ze eruit. Dat is iets, wat van binnen naar buiten spuit. Op deze manier kunt u leren iets van het innerlijke weer te geven. Naarmate u meer kunt doen, dus meer a.h.w. uit spontaniteit creëert en pas later wat bewonderd ziet wat u heeft gewacht; zult u daardoor ook begrijpen in wat voor wereld u innerlijk gaat leven. Uw innerlijk bewustzijn wordt wel niet omschreven, maar het wordt een realiteit, u kunt ermee leven. De meeste mensen zijn bang voor wat er in hen bestaat. Ze zijn bang voor die waarheden. Ze zijn misschien ban voor de ontluistering van hun theorieën, van hun menselijk grootheidsidee aan de ene kant, en aan de andere kant bang voor de grote verantwoordelijkheid die je draagt, als je zo voortdurend eigenlijk het lot van je wereld op je schouders draagt. Maar als je af kunt komen, dan kun je ontdekken hoe gemakkelijk het is om de dingen, die goed zijn, waar te maken. U zult ontdekken, dat de vormen van uw eigen wereld van minder belang zijn, dat er ergens een geheimzinnige kracht in, die de dingen inhoud en zin geeft. En u zult ook ontdekken, dat uw eigen denkprocessen meer en meer die eigenaardige verstandelijke sprongmutaties gaan vertonen, waardoor u op een gegeven ogenblik een normale theorie ineens op een hoger vlak kunt voortzetten, zonder dat u weet hoe de overgang tot stand komt. U kunt uzelf beter leren kennen. U kunt uw wereld beter leren begrijpen, natuurlijk. Maar ik geloof, dat het belangrijkste is, dat je leert om met jezelf te werken.

De meeste mensen willen met alle dingen werken behalve met zichzelf; Maar het enige, dat je wereld kunt bepalen, ben je zelf. Wie met zichzelf leert werken (met de krachten, met het bewustzijn, met het weten dat ergens in het innerlijk verborgen ligt), die kan zijn wereld langzaam maar zeker gaan beheer­sen. Hij kan ‑ werkende met zichzelf ‑ de harmonie, die in hem bestaat waar ma­ken. En wie de innerlijke harmonieën waar maakt, die vindt iets, wat we God noemen. Hij vindt een zo absolute verbondenheid met onbekende en niet rationeel omschrijfbare krachten, dat je alleen nog maar kunt zeggen: Ik ben er gelukkig is; en dat is dat. Dat moet ik geloof ik nu ook gaan zeggen.

Ik heb vele problemen aangesneden, dat weet ik. Als u men ideeën omtrent de innerlijke werkelijkheid wilt aanvallen, graag. Maar als u kunt, doe het dan inspiratief, dan kunnen we meteen de innerlijke werkelijkheid en het innerlijk weten een klein beetje op de proef stellen. Als u aanvoelt, dat er ergens iets harmonisch is (een kracht die ondanks alles stimuleert, een warmte die ondanks alles in jezelf bestaat in verband hiermee) laat dan dat innerlijk bewustzijn eens een keer de leiding nemen bij een debat of vraagstelling. Vraag u niet of, of een ander het gek vindt, of het dom is, of het logisch is of niet. Reageer nu eens, zoals u bent.