Innerlijke en uiterlijke waarden

image_pdf

14 maart 1962

Wij zijn niet onfeilbaar noch alwetend, daarom stellen wij het op prijs dat u  zelf nadenkt over de gebrachte stof.
Wij zouden van deze bijeenkomst gebruik willen maken om het een en ander te belichten want het is zeker dat er punten zijn waar u zich wel eens zorgen over maakt.

Het onvermijdelijke is dat u ook op deze wereld bent, u er deel van uitmaakt en u ook voor uzelf wel iets wil bereiken.

U weet dat het soms moeilijk is alles te begrijpen en alles in praktijk te brengen op een wijze dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de regel waarin u meent de hoogst mogelijke verwezenlijkingen te kunnen verkrijgen. Een mens zoekt naar waarden die hij normaal in het leven zoekt. En als de mens naar waarden zoekt van geestelijke achtergrond, dan begint hij voor zichzelf zo iets heiligs te maken, een tempel op te bouwen, een heiligdom te betreden – hetzij in de praktijk of in gedachten – waar hij zijn vertrouwen kan in stellen. Een groot gedeelte van de bevolking en van organisaties twijfelen op de duur zelf wel aan deze grote woorden die er aan gehecht worden.

Enkele punten waar voor u waarde in ligt:

U kent in de wereld verscheidene tekens, symbolen. Het kruisteken bijvoorbeeld wordt onnoemelijk veel op deze wereld gedragen en ook wordt het in tekens vastgelegd. U hebt nog andere punten waar zeer vroom mee omgesprongen wordt en als u als buitenstaander er even naar kijkt, ben je versteld dat er zo weinig van deze zaken uitgaat. U zou kunnen zeggen dat het zo weinig macht en kracht vertegenwoordigt. Daarom is het misschien aan te raden om te kijken hoe wij op dit ogenblik kunnen profiteren van iets dat nog niet zo direct gangbaar is.
Iets zeer praktisch dat u zelf kunt aanvoelen en ondervinden, waarbij u uw eigen wezen ietwat meer kunt belichten. Belichten is een goede uitdrukking want een mens draagt in zich Licht. Maar hij moet eigenlijk toch ook deze belichting in stand houden en hij kan ze heel wat hogerop laten gaan dan dat ze op dit ogenblik schittert.

Wij zijn stilaan in de tijd gekomen van Aquarius. Af en toe treedt er iets op dat schijnbaar vanuit de geest een zeer grote ontwikkeling zou meebrengen en achteraf gezien wordt dat opgeslorpt door iets dat al bestaande is. Indien er een grote ontwikkeling bij te pas komt – ik heb deze studies mogen meemaken – en voor u het nieuwe wil brengen op  een wijze dat u zelf rechtstreeks de hand aan de ploeg kunt slaan.

Er zijn in deze wereld velen die heilige tekens gebruiken en er zijn er weinigen die daar iets mee kunnen doen. Van waaruit dat de conclusie getrokken wordt in de stof, dat er iets meer bij moet zijn. Het zou bijna gelijk zijn als bv.: Ik heb hier een zwaard liggen en dat kan als een machtig wapen dienen, maar dan moet er nog een hand zijn die een soortgelijke trilling heeft, die daarmee om kan gaan en wanneer het dan op de juiste manier gebruikt wordt, dan kan men pas spreken: “Pas op, daar is een zwaard!”. En zo gaat het met alles.

Anderzijds gezien, van het ogenblik dat het de mens boven het hoofd groeit wat hij ziet of wat hij maakt, dan staan we ook wel stilaan tegen de chaos aan. En dat is helemaal niet de bedoeling van de Schepper. Nu, indien een mens naar zichzelf kijkt welke gewoonten hij heeft, zal hij zeker vinden dat hij zich ofwel gedraagt volgens zijn innerlijk bewustzijn – waarvan hij meent dat dit het juiste is – en dat hij anderzijds deze gewoonte ongeveer gaat aanpassen aan de maatschappij waar hij toebehoort.

Men kan, indien men kortzichtig is, deze beide gemakkelijk in elkaar laten versmelten. Maar zulke samensmelting gebeurt eigenlijk nooit zonder dat automatisch een strijd in het organisme zelf plaats vindt. Daarom is het ‘t best te denken dat u niet direct zo gaat beantwoorden aan wat van u geëist wordt en dat nu ook niet zo direct maar de eerste de beste impuls – uw gemak en uw juistheid of goedheid – belevenswaardig geacht wordt. Men moet eens proberen vanuit zichzelf iets te doen, een verandering in zichzelf aan te brengen.

Ons uitgangspunt zal dan ook zijn: “Mens, breng een verandering en een vernieuwing aan in uzelf”.
Op het ogenblik zijn er in de kosmos grote wijzigingen aan de gang. Grote vernieuwingen en veranderingen zijn grotendeels al opgebouwd. Daar is in de stof nog niet  teveel van te merken. Maar toch, omdat datgene dat leven betekent op deze aarde grotendeels geleid wordt door mensen die een bewustzijn hebben dat iets verder reikt dan het andere leven  mag dit aan de hand van hun bekwaamheid zeer zeker niet over het hoofd gezien worden. Gaat de mens die dus normaal betrachting heeft, deze krachten, deze vernieuwing kunnen bereiken?

Hij gaat via zijn denken een rijkere bron aanboren die hem mogelijkheden geeft. Deze mogelijkheden zijn dan in het begin heel miniem. Die leiden tot niets anders dan erkenning van het voertuig waarin hij zich bevindt. Maar, om deze voorbereiding te slagen moet een mens eerst proberen aan te voelen waarom hij zich tot zulke – of enkele zulke zaken – aangetrokken voelt en waarom hij zich afgestoten voelt of onverschillig staat tegenover  weer andere zaken.

Er zijn bijvoorbeeld mensen die ziek zijn, die u kent. U bent direct bereid die ene mens bij te staan. Er is dan nog iemand die u kent en die is ook ziek, een graad erger zelfs en daar staat u onverschillig tegenover. U hebt nog zelfs de mening dat u zegt: “Och, het is zijn eigen schuld!”. Toch zijn het twee mensen die u allebei kent. Tot de ene bent u aangetrokken, tot de andere niet. Het zou de moeite waard zijn indien u eens naging bij de persoon waartoe u zich aangetrokken voelt, welke eigenschappen u daar constateert. Dan zult u merken dat er wel veel van de bepaalde karakters overeenstemmen, dat hier als het ware een onbewuste binding is die u in staat stelt aan die persoon meer aandacht te geven. Aan de andere kant zult u veel tegenstellingen zien van hetgeen u in uzelf draagt. Vandaar dat deze onverschilligheid optreedt en u zelfs zegt: “Het raakt me de koude kleren niet!”.

Indien u nu zelf iets wilt gewaarworden van die bindingen die er bestaan, dan zou ik in de stof niet zoveel aandacht geven aan de reeks grote heiligdommen die er zijn. Ik zou de aandacht hoofdzakelijk richten op mijzelf en zou ik in de stof willen bereiken dat ik te weten  kom – gewoonlijk door aan te voelen – wanneer er iets van mij is uitgegaan en dat het roos getroffen heeft. Dus recht in het doel.

U kunt bijvoorbeeld het volgende doen. Wanneer u in uw buurt gewoon maar iets wijzigt aan uzelf, bijvoorbeeld zo veel mogelijk mensen proberen te benaderen, te bereiken – want op een dode materie zou u ook invloed kunnen uitoefenen, maar dat zou u niet merken – u gaat bijvoorbeeld de gewoonte aannemen eens vriendelijke goedenavond, een vriendelijke goedenavond te zeggen, meer niet. Met mensen die je beter kent kun je een babbeltje houden. Ga niet zo direct aanklager spelen, ga gewoon bewuste vriendelijkheid toepassen. Dan gaat u merken hoe de mensen tegenover jou gaan reageren.
Gaat u overdrijven, dan gaan ze u natuurlijk vlug voor de aap houden. Maar u gaat dat bewust doen, u gaat bewust deze mens zijn aandacht op uw persoon laten vestigen, met te zeggen bijvoorbeeld “Goedenavond”. Wat speelt zich in deze kleine onbenullige “goedendag” af?

Op de aarde, bij de mens is het de gewoonte als men iets krijgt van iemand, dat men direct de onbewuste opmerking maakt: “En wat ga ik dan in de plaats moeten geven”? Dat is een proces, dat speelt zich in alle mogelijke lagen van de bevolking af. Dit verraadt dat er heel weinig vertrouwen is bij de mensen onder elkaar.

Indien nu echter niet beantwoord wordt aan dit idee van deze mensen die u gewoon een vriendelijke goedendag zegt dan gaat u een wijziging aanbrengen in hen wat hun mening betreft, u gaat ook een verstoring aanbrengen in hun gewoontepatroon van denken die beelden zijn en een zeer sterk op astraal gebied hun invloeden kennen. Dan gaat u bemerken dat er zich iets wijzigt rondom u en zult u ook begrijpen en krijgen dat er zijn die ook spontaan tegen u “goedendag” zeggen, waar die dit misschien ook weer anders een vorm geven waarbij er iets nieuws geboren wordt.

Deze punten buiten uw bereik zijn natuurlijk onzichtbaar, maar u kunt ze altijd via de gedachte van vernieuwing absorberen. U krijgt als het ware een dominante positie tegenover uw buurt.  Nu zult u zeggen, ja, maar er is gezegd als ik iets doe, moet ik het bewust doen en dan mag ik dit niet tegen mijn zin doen. Dat is waar, om de vrijheidsbeleving van mijzelf te kennen, zal ik deze leer kennen en aan de hand van mijn bewustzijn kan leren, maar het heeft geen zin van een vernieuwing aan te kleven en een vernieuwing is precies gelegen in een actie die van mij uitgaat. Ook tegen een principe dat ik normaal al zelf aankleef. Dus gooi ik het roer om en zeg ik: “Ik ga eens iets tegen mijn zin doen, maar ik ga dit bewust doen”. Ik ga deze bewuste handeling zeker niet voor mijn profijt zoeken, maar van het ogenblik dat ik zoiets doe, ga ik een gewaarwording krijgen, ga ik iets constateren, dit is onvermijdelijk. Nu kan ik het vastleggen.
Ik kan daarover voor mij een gewone tekening maken. Ik ga bijvoorbeeld mijn actie beginnen en ik neem papier. Ik teken er een vierkant op. Maar binnen deze lijnen ga ik in mijn wezen het bewustzijn griffen van: “Ik ga vriendelijk zijn”. Ik wacht af, nu merk ik dat er velen ook tegenover mij vriendelijk zijn. Nu zeg ik: “halt, hier is iets van een weerkaatsing”. Ik ben begonnen met een kracht, een verhouding te scheppen en deze verhouding keert tot mij terug. Dus is dit voor mij een bewijs dat als ik iets weggeef, dan komt het naar mij terug. Dan ga ik dat ook vastleggen, door in dit vierkant bv. een cirkel te tekenen, zodanig dat ik vier hoeken heb en dat de rand van de cirkel de andere lijnen raakt. Nu heb ik dus een cirkel met een vierkant daar omheen.

Nu is het eigenaardige dat als ik een kracht bewust van mij afgeef en die kracht komt naar mij terug, dan moet die kracht geladen zijn met iets, met wat, dat weet ik niet.
Ik kan dat niet bepalen en het is ook niet met een regel vast te leggen. Want deze kracht die is afhankelijk van datgene, dat gebrek, dat in mij nog leeft. Want, ik ben tenslotte pas begonnen, er moet nog heel veel geschaafd worden. Nu merk ik, op een ogenblik dat ik een andere levenshouding in mij krijg, levensvisie bv., iets dat mij altijd waardevol geweest is, blijft mij nog wel de aandacht waard, maar ik begin dit niet meer zo eng te zien. Ik ga dit optekenen. Eens ik het opgetekend heb in mijn zegel, bekomt het voor mij waarde. Indien ik zoveel mogelijk aantekeningen kan aanbrengen in iets dat ik zelf beleef, zal geen enkel punt vanuit mijn wezen  – waar tenslotte de belangstelling naar profijt is uit verdwenen – daarin nog een verstoring kunnen aanbrengen. En zo begin ik met alle mogelijke afgeronde belevingen op te tekenen. Ik kan die in verhouding zien, aan de hand van een evenwicht dat ik ken en zo meer. Dat is een begin. Wat heb ik dan gedaan en verkregen?

Ik heb eerst en vooral beantwoord aan een vernieuwing. Een vernieuwing die niet het oude verwerpt, maar die het oude gaat wijzigen, die iets gaat intensifiëren dat bijvoorbeeld uit het oog is verloren geraakt. Of ik ga een scheiding, die door het oude in het leven was geroepen terug bij elkaar brengen? En in mijn wezen ben ik ook degene die profiteert van deze vernieuwende kracht, die positieve lichtende kracht, die op dat ogenblik kan gebruikt worden. Ik mag natuurlijk niet blijven sarren en op mijn eenvoudig en enggeestig standpunt blijven. Ik moet altijd de beleving van mijn zegel, de aflezing die ik van het zegel door deze erkenning in mij terug laat opleven, laten werken ten dienste van het geheel, of van uw kring, of van uzelf, maar dan om een bepaald begrip te krijgen van waar we eigenlijk heengaan en wat we eigenlijk samen zijn. Doet u dit zo dan zult u merken dat veel van wat u geleerd hebt u niet meer te pas komt, maar dat juist door het leren dat u gedaan hebt, het u nu mogelijk wordt een andere weg in te slaan.

Ik zeg de reden erbij. Het zou anders niet mogelijk geweest zijn het zo te kunnen ontdekken en het op die wijze te kunnen uitvoeren. Alles wat u doet heeft zijn betekenis, doe het dan bewust. Indien u echter iets bewust doet, dient u er rekening mee te houden dat alles, elke kracht, elke beroering die u door uw daden in het leven hebt geroepen, dat u normaal zo doende, dat opnieuw kunt opnemen, uzelf ermee zult verrijken op een wijze die nu niet precies beantwoordt aan de eigenschap of regel van rijkdom die u op dit ogenblik in u draagt.

U begrijpt, als u dit zo doet, dat uw leven dan zin krijgt, dan kunt u op de duur zeggen: “Goed, ik constateer daar een feit. Ergens in mijn leven heb ik dit gedaan en ik heb dat als antwoord gekregen”. Dus zijn deze twee punten gelijk in waarde. Ik kan alleen mijn wil richten waar het precies goed is, waar het precies voor mij het beste is en dienstbaar maakt aan de hand van de beleving die ik heb, het bewustzijn dat ik eigenlijk draag en aan mijn zegel als het ware dat ik heb getekend.”

Ik meen, als u dit zo ziet, dat er veel kan mee gedaan worden. Want het is niet het geval van: “Dat is zo, daar is een heiligdom, dat geeft krachten als ik nu maar eens wist welke woorden ik moet uit spreken, dan zou deze aarde wel sidderen”.

Het is ook niet meer: wanneer ga ik bewust worden of ingewijd, wanneer ga ik nu eens werkelijke erkenning krijgen? Want de waarden die liggen in het willen krijgen van deze erkenning die u op dit ogenblik bezit, zijn deze waarden niet. U zoekt als het ware in het duister. Met de beste bedoelingen is het onmogelijk voor de mens krachten te leren herkennen en te beleven, waarden die voor hem in feite niet definieerbaar, niet herkenbaar zijn. Het verschil dat u meent, dat de ene mens iets beter kan dan de andere is te diep ingeworteld.

  • U zegt dat het verschil te diep in ons is ingeworteld, maar we ondervinden toch dat de ene mens meer begaafd is voor dit en de andere voor iets anders?

Dan gaan we eens begaafdheid bespreken. Want als ik ga stellen dat de ene meer begaafd is dan de andere, dan ga ik mijzelf een domper op de neus zetten. Ik ga gewoonlijk te laks zijn om iets zelf te proberen, of dat het niet deugt uit angst natuurlijk dat ik dan toch al weet dat ik het niet kan, want de ander is meer begaafd.

Niet elke mens kan hetzelfde doen. Daar ben ik het met u eens. Bewust wel te verstaan. Onbewust kunnen de meesten hetzelfde. Van het ogenblik dat u rekening houdt met begeerte en angst, dan zijn we ongeveer op hetzelfde niveau. Neem nu eens, u zegt, die is daartoe meer begaafd in dan een ander en ik herken deze begaafdheid, dan moet ik toch tegelijkertijd in mijn wezen iets kunnen vinden waar ik zelf in begaafd ben. En  indien dit woord “die is begaafd ” de hoge toon aanslaat bij iemand, dan herken ik in deze uitspraak “die is begaafd” een zeer hoge krachtsverhouding. Iets dat normaal prettig moet aanvoelen, logisch, we streven positief. Anders zou u moeten zeggen: “Daar is de beul van Londen, die heeft er velen naar de andere wereld geholpen”. Daar streven wij niet naar. Maar u gaat het zien als iets edels, iets dat u wilt presteren. Nu wordt deze prestigekwestie in zijn geheel genomen als begaafdheid maar kan ik in mijn wezen ook iets vinden dat zeer zeker deze prestatie zal evenaren, of beter gezegd mij op dezelfde trap zal doen staan.

Ik kan dit vinden in mij. Gewoonlijk kan ik dit met mijn persoonlijkheid niet accepteren, dat geef ik toe. Er zijn veel mensen die, om een voorbeeld te geven, nu met de auto rijden en die beter een stootkar zouden nemen. En waarom willen ze niet in de stootkar? Omdat de buren zouden zeggen: “Die heeft zijn auto moeten verkopen en nu rijdt hij met een stootkar naar de markt!”. Het is een prestigekwestie die daarin meespeelt, maar dat is helemaal geen reden om te zeggen: “Die man is meer begaafd dan ik”. Ik kan mijn begaafdheid vinden in iets dat in mij ligt, dat bij mij past. En ik kan via mijn wezen , door de begaafdheid en de drang die ik positief leer verkrijgen in mij, door deze beweeglijkheid zeker een begaafdheid bereiken die een ander mens krijgt. Misschien iets meer erkend dan deze van u, maar dan toch is deze van u zeker even noodzakelijk. Dus ik ben het niet met het begrip ‘begaafdheid’ eens.

Als we het stoffelijke nemen, dan komen we niet ver. Want wij zijn hier bij elkaar en ik ben daarnet met een theorie komen aandraven die meer tijd in beslag neemt dan de tijd die wij in de stof hebben meegemaakt en die nog in de stof zal bestaan. Stof is vergankelijk. En het is ook een bewijs dat er velen na hun overgang pas beroemd of erkend worden. Vandaar dat ‘begaafdheid’ in de stof helemaal niet past in een esoterische school waar min of meer een eeuwiger waarde aan het licht wordt gebracht. En dan, in de stoffelijke zin, zal ik het misschien moeten afleggen als u zegt: “In de stof, ben ik het daar niet mee eens”. Goed, maar dan voor de stoffelijke uiting en erkenning die daarin verscholen ligt. Want er zijn er velen die begaafd zijn zoals u zegt: zeer slim zijn en die voor dwaas in een gekkenhuis zitten. De grens tussen die twee, zowel als idealist of idioot, is niet groot in de menselijke bewoording.

Als ik in de stof in een straat ben en het regent en er zijn verscheidene huizen in die straat en ik begin aan een deur te rammelen,  die is vast maar ik blijf aan diezelfde deur bonken, dan heb ik toch weinig kans dat die opengaat. Dan doe ik verstandiger in de buurt te gaan kijken of daar geen deur open is. Dat is een principe dat u in de stof kunt uitvechten, maar in de geest niet meer.

  • Ik heb het begrepen. Als men tegen een deur duwt en ze gaat niet open, niet blijven duwen, maar een andere proberen. Maar welke? De eerstvolgende?

Van het ogenblik dat u zegt, nu moet ik beslist door een deur heen en u legt zich daarop toe, dan is het gemakkelijk. Maar zolang u zegt: ik moet door díé deur willens nillens dan wordt het moeilijker u bij de hand te nemen en u ergens anders te brengen. Als het nu andersom lag en wij u met een lichamelijke zwaarte konden vastpakken, dan zou dat kunnen gebeuren, maar nu kunnen wij dat niet doen, want anders zou het gekrijs enorm groot zijn.

Er zijn andere waarden, vrienden, en dat moeten we toch eens uitklaren.

De enige weg om God te zoeken.

Vanavond is het mij een eer u iets te mogen vertellen en er ontstaat een zekere grote drang in mij u dat plotseling in waarheid te willen omtoveren. Maar toch, wij die – of u nu in de sferen bent of in de stof – wij zoeken toch naar een God, wij zien in deze God vanuit de geest iets dat leven en kracht en vreugde geeft en een erkenning van het Zijn. In de stof aanzien wij deze God gewoonlijk als iets tot wie we bidden en smeken om iets te verkrijgen. Dat kan verschillend zijn. Lange tijd was de bereiking van mens en geest voldoende om tot een erkenning te komen van een bepaald liefdesaspect. Vandaar dat we zeggen, de Goddelijke Liefde, namelijk Onze Lieve Heer was zo goed, was zo lief voor de mensen. Als u deze liefde kunt begrijpen dan kunt u wonderen doen, kunt u verder leven en kunt u de eeuwige gelukzaligheid verkrijgen.

Ik geef grif toe, met deze punten heb ik zelf het een heel eind geschopt. Maar er is toch iets meer. Nu is er zoveel gepraat over Jezus, over zijn lijden, zijn wonderen, zijn dood en opstanding en als je nu deze Paasvoorbereiding bekijkt, de meeste annalen bekijkt die er op het ogenblik nog bestaan, dan zeg je: “Ja, het was toch een treurige boel en waarvoor heeft het toch gediend?”.

Zeer zeker, veel woorden, uitspraken van hem zijn eeuwig en waardevol geladen met kracht. En als u het zelf niet meer kunt en u doet het verder in Zijn naam, dan komt het misschien nog goed. Maar voor wat betreft de ziel, als wij nu eens even denken dat Jezus op aarde is geweest, wonderen heeft gedaan, gesproken heeft over de Vader, gekruisigd is en dan ook opgestaan is uit de doden en bewezen heeft dat hij verder leefde, dan verstout ik mij maar eens, om buiten mijn gewoonte om te zeggen: “Welke zin had dit, dat dit gebeurde?”.

Ik denk nu niet op dit ogenblik aan die God. Liefde, alleen maar dat lief zijn en dat krijgen en dat goedschikse van kinds af aan. Neen, ik wil dat afleggen. Ik wil tot een erkenning komen van iets dat IS en dat voor iedereen mogelijk kan zijn.

En dan zo, mijn lieve vrienden: Als Jezus hier op deze wereld is en hij zegt: “Mens, zie hier uw dienaar, ik ben de zoon des mensen”, zouden wij daar dan niet de enige betrachting van ons wezen kunnen op  stellen? Zouden wij dan daar niet in kunnen vinden wat men zegt: “Dit is God”. En hier is een waarheidsspreuk die ik u wil zeggen en naar ik hoop, die u zult onthouden:

“Want in de stof, het zich bewust zijn van eenheid, nu dit is de hoogste bereiking voor zij die in de stof zijn”.

Vandaar dat Jezus de dienaar was en dat u het ook best zou wezen.

In deze wereld wordt dit genomen als dé Godsbeleving, de erkenning van éénheid en dienstbaarheid tegenover deze eenheid.
Dit is de enige weg die nu vrij ligt om God te leren kennen.

En dan mag u geloven in hel of duivel, in hemel of geen hemel. Dan mag u geloven in sacramenten en al wat erbij hoort, dit kan voor u ten volle een weg zijn, maar dit kan u nooit of nimmer een godsbeleving zijn in de stof en zeer zeker later niet in de geest. Dit is nieuw, maar dit is ook oud, want toen Jezus hier predikend rond ging, toen zei hij dit op zijn  manier tegenover deze onbeholpen mensen. En toen hij daarbij ook zei: “Wanneer men dit met het groene hout doet, wat zal er met het dorre hout geschieden!”.

Lag daar niet de bekentenis in: de erkenning van eenheid en dat Hij dat aan de mensen wou zeggen?

Mens van de aarde, uw geest is gezonden om deze aarde tot God te brengen. Let daarop en geef uw aandacht aan de daden die u stelt in deze wereld en wees uw God indachtig in uw daden.

En dit, mijn lieve vrienden, is de ENIGE WEG……. De enige weg die u nog kunt ingaan om zo vlug mogelijk tot de bereiking te komen.

En dat u dan zo goed mogelijk meewerkt, aan dit grote werk dat u nu nog niet kent en waarin waarin ik en waaraan ik helaas niet zo veel meer deel kan aan hebben omdat ik moeilijker te bereiken ben, door de verdeeldheid die onder de mensen heerst.
Maar dat u zo doende kunt meewerken, niet door uitbreiding in stoffelijke zin, niet door kerken te bouwen om er te prediken. Maar wel dat u zult kunnen helpen voor die miljoenen zielen die in het duister en de begoocheling zijn, die op deze werelden leven en ook wat u noemt na de dood, verder leven en ook daar het duister kennen. Dat u deze vrij zult helpen maken.

Dit is uw taak. Uw taak ligt dus niet in de stof alleen! U zult door de Goddelijke hulp gedragen worden in het werk dat voor hen nodig is. Eenheidsbeleving, dienstbaarheid voor het AL, ontkenning van uw eigen Goddelijke dunk van uzelf. Want de enige weg van de waarheid, zoals de zuilen van het Licht de aarde beroeren, zal misschien de kerken niet wegvegen, maar wel zuilen van een andere geaardheid erin plaatsen, om de hemel te beletten in te storten.

Hiermede, vrienden, hoop ik dat ik u een dienst heb bewezen. Het is misschien niet op de manier die u gewoon bent. Zachtzinnigheid is goed, heel goed en kan helpen. Maar er is meer nodig dan enkel een kruisje te slaan en te zeggen: “God, sta mij bij, ik kan niet meer.”

Dieper moet het zijn, bewust van uw kracht. Geef deze kracht, die in u leeft, ten dienste van deze rampzalige wereld waar u aan verbonden bent en u volbrengt de taak van het Licht.

En al het andere vrienden dat u ooit leren zult,  nu en in de toekomst, zal alleen maar dienstig zijn om u deze hier verkondigde waarheid duidelijk aanneembaar te maken volgens uw denken en misschien wanneer u niet meer verder kunt.

Ik dank u voor uw aandacht en dat de Goddelijke hulp u op dit pad verder mag voeren. Wij zien elkaar misschien niet meer, maar horen mekaar zeer zeker nog en dan zeg ik u: tot de volgende keer.  Gezegend in de Naam des Heren, Gods Goedheid en Kracht en Liefde in de erkenning van uw Zijn.

image_pdf