Innerlijke ruimte

In de mens leeft een hele wereld. Elke cel heeft een afzonderlijk leven, een eigen levensduur, een eigen bestaan. Je zou dus kunnen zeggen: de mens is eigenlijk een wereld in zichzelf. Maar er is meer dan dat. In de mens zijn astrale waarden zijn levenskrachten. In die mens is ook de geest en althans een deel van het geestelijke weten dat in de stof is geprojecteerd. Hij heeft dus een enorme inhoud. Deze inhoud, een wereld op zichzelf die zowel stoffelijke als geestelijke elementen bevat, draagt in zich de mogelijkheid tot grote verkenningstochten. Maar daarnaast ook tot het vinden van bijzondere harmonieën waardoor kosmische waarden juist binnen het ik kunnen worden beseft en beleefd. Wij noemen dat de innerlijke ruimte. Diep in u bestaat er een voorstellingswereld die zo omvattend is dat het moeilijk voorstelbaar is dat enig ding dat u ooit heeft gehoord of gedacht, enig ding dat ooit kosmisch waar is geweest in uw innerlijke wereld, niet kan bestaan. Vaak beleeft u hier iets van wanneer u dromen heeft. Iets duidelijker wordt het misschien, wanneer u uittreedt en bepaalde harmonieën met kosmische werelden beleeft. En nog duidelijker wordt die totale inhoud, wanneer u soms terug droomt naar vroegere levens in de stof of ‑ ofschoon dat vaak niet zo duidelijk is ‑ iets herbeleeft uit een geestelijke bestaan dat reeds achter u ligt.

Wij leven in ons veel intenser en veel reëler dan we naar buiten toe kunnen leven. Ik weet, dat dit voor mensen een wat eigenaardige uitspraak is. Maar realiseert u zich nu eens even dat alles wat u buiten u ziet mede wordt bepaald door uw eigen interpretaties. U ziet de wereld niet zoals ze is. U ziet alleen de wereld zoals u haar interpreteert. Maar die innerlijke wereld is onaantastbaar: dat is uw wereld.

Die ruimte, de kosmos waarin u bezig bent dat is de wereld van uw werkelijk leven. Wanneer u de stof verlaat, dan laat u ook al die wereldinterpretaties achter u. Een deel ervan gaat mee als een herinnering, natuurlijk. Maar de werkelijkheid van de innerlijke wereld ontplooit zich dan eerst. Is uw innerlijke ruimte gevuld met hel‑ en hemelwerelden, u zult ze betreden. Is uw innerlijke, ruimte een erkenning van alle samenvloeiende krachten, harmonieën en spanningen die in de kosmos en ook in uw wezen bestaan, dan is de innerlijke ruimte eigenlijk het startpunt voor een reis die verder gaat dan u in een stoffelijke kosmos kunt gaan. Dus de innerlijke ruimte is niet alleen maar een woord. Als we kijken naar moleculen en atomen, dan zien mensen daarin materie. Een atoom is iets daar praat je over en dat kan nog exploderen ook. Maar werkelijk voorstellen kun je het je niet. Je zegt: Hier dit is materie (klopt op de tafel). Deze materie is eveneens leeg. Daar is ook ruimte. Die ruimte is groter dan de werkelijke materiële bestanddeel. Als je de zon zou ontdoen van alle ruimte die ertussen de verschillende moleculen en atomen die daar in werking zijn bestaan, ja, je zou haar ontdoen van alle ruimte die tussen de kleinste delen steeds aanwezig is, dan garandeer ik u ze zou een knikker zijn. Ze zou door de aarde zakken, zo zwaar is ze maar niet groter dan een flinke knikker.

Als u zich dat gaat realiseren, dan weet u ook: ruimte is eigenlijk datgene wat het meest algemeen aanwezig is. Ruimtelijk bestaan is voor ons iets wat noodzakelijk is. Zonder ruimte kunnen wij ons geen beleven, geen bestaan, kortom, geen werkelijkheid voorstellen. Zo is het ook in onszelf. In ons zou je alle leegte, alle ruimte kunnen weghalen en dan blijft er van het ik alleen maar een heel kleine sterke punt van energie over, ‑ zo sterk misschien dat het 100 megaton TNT gemakkelijk kan overtreffen, maar zo klein als een speldenknop, groter zal die kracht niet zijn. Maar nu vult ze uw wezen en nog een deel daarbuiten. Het is een ruimte geworden waarin gedachten zich bewegen en veranderingen zich voltrekken. U spreekt op aarde zo graag over evolutie. Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het in uw innerlijke ruimte gesteld is? Daar is een verandering. Die verandering noemen we evolutie, omdat we altijd hetgeen we hebben bereikt minder belangrijk achten dan hetgeen wij moeten bereiken. Want dat hoort nu eenmaal tot de aard van elk wezen dat een ontwikkelingsgang doormaakt.

Wij zijn in het verleden heel simpel geweest. Onze gehele innerlijke ruimte was een leegte waarin alleen een enkel woord sidderde, een vaag ik, maar niet. Van daaruit zijn we verder gegaan. We zijn gekomen tot de grenzen van het ik.

Wij hebben beseft, dat daarbuiten andere dingen bestaan en zo zijn wij gegroeid tot we­ eindelijk met een element konden samenleven voor een tijd.

Wij hebben gedanst in de vlammen van een vulkaan of zijn meegedreven in de stormen die rond planeten woedden. Van daaruit zijn we verder gegaan en ons stoffelijk leven is kleiner en kleiner geworden.

Wij hebben meegedanst in de vreemde schokkende bewegingsritmiek van de pantoffeldiertjes, de eencelligen en de kleine meercelligen. Wij hebben in de wereldzeeën gejaagd. Wij zijn gejaagd. Wij zijn verder gegaan, soms via plantenleven, soms via andere dierlijke vormen. En eindelijk ben je dan nu mens.

Tussen elke fase was er weer een wegvallen van de indrukken van de wereld. Dan bleef er alleen een lege ruimte over met daarin een vaag, wat schemerig herinneringsvermogen dat zich langzaam maar zeker heeft geconcretiseerd tot je tenslotte zelfs de complexiteit van een menselijk leven kon begrijpen. En nu zoek je je weg.

Een innerlijke ruimte is in zichzelf ongedeeld en ondeelbaar. Maar een mens probeert er altijd sporen in te trekken, opdat hij tenminste ergens een houvast heeft en een maatstaf. En dan spreken wij over de verschillende stralen, over de verschillende banen en paden van bewustwording. Maar zijn deze niet eerder een verdelen van de innerlijke wereld zoals we tegenstellingen hebben en kenbaarheid zien ontstaan, dan een werkelijke scheiding waardoor onze eenheid in wezen uiteenvalt?

Wij zijn diep in onszelf levende wezens. In dat leven zijn vele sporen van herinnering uit het verste verleden tot aan het heden. De voorschaduwen van de toekomst leven eveneens in dat innerlijke bewustzijn. Zij vullen die ruimte op. Ze zijn een lijnenstelsel, een krachtveld waardoor dat ik wordt gevuld.

Daartussen zien wij voortdurend werkingen. In de innerlijke ruimte is er een voortdurende verplaatsing van energieën en daarmee een verplaatsing van erkenning en vermogen. Je kunt het menselijk niet uitdrukken.

Het denken van een geest kan een mens alleen bij benadering begrijpen. Je geeft er dan een analogie voor die redelijk aanvaardbaar is. Maar zoudt u zich kunnen voorstellen dat u zich bewust bent gelijktijdig van elke cel van uw lichaam? Van de cellen die sterven, de cellen die pas zijn ontstaan of pas vernieuwd, het stromen van het bloed, de functie van de verschillende rode en witte bloedlichaampjes, het werken van de organen, het ontstaan van de afscheidingen, omzettingsprocessen. U kunt het zich niet voorstellen. Daarom is het ook niet mogelijk om iets te zeggen over de innerlijke ruimte waarin het beeld zo concreet is dat je daar inderdaad. in kunt leven als mens, over kunt denken als mens.

In deze schijnbare leegte waarin voortdurend schimmen en beelden voor ons opdoemen, als wij al overwegende proberen in onszelf te keren, zijn er alleen maar kleine luchtspiegelingen ontstaan uit de werkelijkheid. Die werkelijkheid omvat alle dingen. Ze is niet uitdrukbaar in vormen, klanken of kleuren. Ze is zelfs niet uitdrukbaar in krachten zonder meer. Het is een voortdurende werkelijkheid: een statisch geheel in een constante staat van rimpeling. Als je zoekt naar je innerlijke wereld, dan zoek je onwillekeurig ook naar die eigenaardige innerlijke toestand van beleven. En dan weet je. Op een gegeven ogenblik staan de gedachten stil. Dan blijft er alleen een vage emotie over. Het ontwaken is dan een gevoel van vreugde en kracht zonder dat je weet waarom. Zo beleeft een mens dat. Dat is dan een tocht in de innerlijke ruimte waarin zoveel werelden leven als in de kosmos zelf. Waarin planeten hun baan trekken alsof ze een zonnestelsel zouden zijn. Allemaal verschillend. Allemaal anders van tijd. Allemaal anders van structuur. O, het is een analogie, natuurlijk, en niet eens een heel goede.

Stel u het volgende voor: u mediteert. De stroom van de gedachten wordt langzaam gelijk gericht, ze wordt zwakker en zwakker. Het is alsof op de achtergrond spookachtige beelden verschijnen. Nooit dezelfde, altijd weer andere. Langzaam maar zeker ontplooit het zich tot iets waaruit zelfs de vorm is verdwenen en waar alleen een gevoel overblijft van vrede, van vreugde, van kracht of misschien zelfs van een zekere verbondenheid. Dat is de innerlijke wereld. Dat is die vreemde ruimte waarin we soms dolen omdat we de weg niet kennen. Er zullen wel mensen zijn die nu uitroepen: Waarom wijst u ons die weg dan niet! Er is geen weg.

Kijk naar het nachtelijk firmament. Zie Venus piekend en fonkelend lang voordat de andere sterren hun aanwezigheid kenbaar maken. Zie hoe op de achtergrond Mercurius eveneens zich laat zien alsof ze samen een commentaar willen geven op de moderne wereld. Realiseer u, dat het over een paar maanden Mars zal zijn en niet Venus die deze rol speelt. En dat is binnen een zonnestelsel. Het zijn alleen maar planeten, meer niet. Vraag u dan eens af, of het in uzelf niet vergelijkbaar zou kunnen zijn.

De innerlijke ruimte bevat een oneindig aantal constellaties. Die constellaties bewegen ten aanzien van elkaar. Wat wij zien, dus de beleving van het innerlijk, wordt bepaald door de stand die ze op dat ogenblik innemen. Je kunt niet zeggen: de juiste weg is deze of die. Zomin als je kunt zeggen: In de ruimte is er een juiste en een onjuiste weg. Je kunt alleen maar zeggen. Ik kies mijn doel. De innerlijke ruimte is die verborgen wereld in onszelf waarin we ons, wanneer we waarnemen en wanneer we beleven, een doel moeten stellen. Dat is het enige dat ik u kan zeggen.

Als u niet met een zekere wil, met een zeker bewustzijn in uzelf kunt zeggen: dat wil ik beleven, dat wil ik bereiken, dan bent u alleen maar onbeheerst dolend in de ruimte en niet wetend wat u overkomt, niet beseffend wat er kan gebeuren. Als u een doel kiest, dan is het anders.

De kracht waarmee u uw wil richt, is natuurlijk een deel van het geheel dat u bent. Stel u nu eens voor dat ik in een vijver, die normaal tamelijk rustig is, alleen door de wind misschien gestreeld, een sterke stroming veroorzaakt door een waterstraal daarin te brengen met een behoorlijk grote kracht. U zult zien dat het gehele bewegingspatroon van het water daardoor wordt bepaald. De wil is de energie, die als het ware gestuwd wordt in de innerlijke ruimte. Ze is er wel deel vang maar ze wordt nu in een bepaalde beweging gebracht en daarmee bepaalt ze de beweging van alle andere delen, ook van de herinneringen die er zijn, ook van de verschillende gaven, mogelijkheden en krachten waarover u beschikt. Zo en niet anders kunt u leren uw innerlijke ruimte te beleven door u bewust een doel te kiezen, door steeds weer uw meditatie doelbewust te maken.

Ik weet, dat er meesters zijn die zeggen: Beleef het Niets en je hebt alles beleefd. Denk niet, besta. Maar bestaan is weten en weten is denken. Wat zij zeggen is niet wezen­lijk mogelijk. Wanneer je één wordt met al, dan weet je nog niets. Maar als je in het geheel voortdurend banen weet af te leggen, steeds weer verschillende, steeds weer anderen, dan ga je begrijpen hoe de innerlijke ruimte is gevuld met continu wervelende krachten die t.a.v. elkaar een spel van verschuivende evenwichten schijnen te spelen. En dan weet je hoe je de krachten in je kunt gebruiken. Dan weet je ook hoe je in je de herinneringen kunt wekken of terzijde kunt schuiven van het verste verleden of misschien van gisteren.

Innerlijke ruimte. Hoeveel dingen berusten daar niet op? De veilige atoomcentrale en zelfs de veilige atoombom zijn eigenlijk gebaseerd op atoomfusie in plaats van atoomontbinding. Je neemt eenvoudig de spanning weg tussen de deeltjes, zo vallen samen en de energie komt vrij, ze stuwt geen deeltjes voort. Als u ongecontroleerd bezig bent met uw krachten, dan is het als een atoomexplosie. Delen van uw wezen worden eruit gestuwd, aan alle kanten worden de krachten weggeslingerd. Ze beroeren andere, ze veranderen alles om je heen. Maar als je in jezelf de versmelting kunt bereiken van herinneringen en krachten en deelbewustzijn, dan is er nog energie. Maar ze is niet meer een energie die een deel van je wezen vertraagt of die een deel van het ik a.h.w. doet uiteenspatten. Neen, dan is het juist een stille vrede in jezelf en een onmetelijke kracht die in je ontstaat en vanuit je werkt.

Ik weet niet, of ik tot zover erin geslaagd ben enig beeld van de innerlijke ruimte over te brengen. Als het onduidelijk is, kunt u het zeggen. Kennelijk vindt u het duidelijk genoeg. Ik ben daar blij om daar ik zelf deze bevrediging nog niet ken. Ik wil proberen de zaak te vereenvoudigen en in retoriek het onbekende te schilderen voor een ogenblik laten rusten.

Eerste raad:

Als je diep in jezelf bezig bent, dan breng je niet alleen maar de dingen in beweging die behoren tot je stoffelijke wereld. Je bent betrokken bij alle sferen die je je kunt voorstellen. Elk van die werelden met haar wetmatigheden bevat een deel van je ik, maar de kracht daarvan is eveneens deel van je ego. Op deze manier stroomt van alle kanten de energie door je wezen heen.

Als je nu in staat bent om die krachten te beseffen en samen te voegen, dan beschik je over alle kracht, die behoort bij je persoonlijkheid op elk niveau waarop je haar wilt gebruiken. Je kunt haar gebruiken om een gedachte naar een medemens te sturen. Je kunt haar evengoed gebruiken om door te dringen tot in de diepste werelden van de geest om contact op te nemen met degenen waarmee je harmonisch bent. Je kunt licht ontsteken in een duistere wereld. Je kunt een mens genezen die stoffelijk lijdt. Daarom is de techniek die bij de innerlijke ruimte behoort misschien iets eenvoudiger en praktischer te benaderen dan de werkelijkheid die ik bijna te vergeefs, denk ik, probeerde te beschrijven.

Mediteren betekent, je afsluiten van de wereld. Sluit u af van de wereld, maar wees niet blind voor hetgeen er in u bestaat. Er zijn wervelingen van impulsen, gedachten, signalen diep in uzelf. Breng ze tot eenheid door een daarvan als drager uit te kiezen voor het geheel van de impulsen die in uw wezen werken.

U doet dit door u op dit beeld te concentreren, door uit te gaan van deze ene voorstelling, deze ene kracht, dit ene willen. Laat de stuwing in u opkomen. Ze zal gepaard gaan met vele afwisselende, soms caleidoscopisch verschuivende beelden. Let niet op de beelden. Let alleen op datgene wat u wilt, datgene wat u innerlijk zoekt. U zult merken, dat langzaam naar zeker alles verbleekt en vervaagt. Wat er overblijft is een beseffen, eerder een aanvoelen, want beseffen is het voor een mens niet, dat sterker en sterker wordt totdat het uw gehele zon schijnt te vervullen.

U heeft dan op dat ogenblik een harmonie bereikt waarmee u met uw gehele wezen verbonden bent. Op dat ogenblik en niet eerder ontstaat in u wat men wel “sleutels” noemt. Er ontstaat iets wat geen woord of een voorstilling zonder meer is, maar wat u kunt comprimeren tot iets wat zelfs menselijk kan worden onthouden. Een flits, een gevoel, een emotie, één woord desnoods waarmee u deze eenheid doet herontstaan. Dit is het belangrijkste.

Wanneer wij in de innerlijke ruimte dolen, dan kunnen wij van de ene bestemming naar de andere gaan zonder verder te komen, maar door deze techniek te gebruiken kunnen wij een en dezelfde vorm van harmonie in ons steeds weer bereiken. Alle krachten en besefsmogelijkheden die eraan verbonden zijn, kunnen wij daardoor eveneens steeds weer bereiken. Ze werden voor ons werkelijkheid, ze worden deel van ons persoonlijk leven.

Mijn tweede raad in dit opzicht is eigenlijk beladen met symbolen.

Elke mens kent in zijn bestaan een stoffelijk gevoel van juistheid. Dit gevoel van juistheid kan zich uitstrekken tot de ademhaling, de voeding, de bewegingsmotoriek én wat dies meer zij. Deze dingen behoeven op zichzelf niet zinrijk te zijn. Ze zijn voor u de uitdrukking van iets wat in uw innerlijke werkelijkheid bestaat. Probeer zoveel mogelijk deze van binnenuit komende stuwkracht in uw leven te vervlechten. Maak er desnoods de regels van uw bestaan van. Hierdoor brengt u die innerlijke wereld met haar totale gevoel dichter bij uw stoffelijke werkelijkheid. Het betreden ervan wordt eenvoudiger, de beleving ervan wordt zinvoller.

Een derde raad is misschien wat praktischer. In het begin zal elke mens zich voornamelijk bezighouden met het voorkomen van storingen, wanneer hij zich aan meditatieve of andere processen wil wijden. Besef, dat storingen eveneens in u bestaan. Dat wat buiten u is, kan u niet storen, tenzij u innerlijk daarop reageert. Ban het begrip ‘storing’ zoveel mogelijk uit. Wen u aan om deze verinnerlijking op elk ogenblik en ongeacht de omstandigheden te bereiken, als het nodig is. Met verbazing zult u zien, dat u daardoor de innerlijke ruimte langzamerhand heeft gemaakt tot iets wat ook buiten u kenbaar wordt. Juist het feit, dat die innerlijke werkelijkheid voortdurend vereend is met alle dingen en de wereld deze niet kan aantasten, betekent een superioriteit van al datgene wat er in u leeft. Door uw meditatie heeft u daar richting aan gegeven.

Wat die superioriteit inhoudt, zult u ook willen weten. Het is eigenlijk minder belangrijk.

Een innerlijke wereld schept harmonieën. Er is sprake van iets wat je als verschuivende constellaties kunt aanduiden. Zoiets als sterren die t.o.v. elkaar hun werking en aantrekkingskracht steeds wel iets wijzigen en gelijktijdig een eigen baan volgen. Wanneer u de innerlijke ruimte kunt betreden, kunt u die harmonieën erkennen, dat is duidelijk. Maar deze harmonieën zijn niet alleen beperkt tot uw persoonlijkheid. Ze zijn uw persoonlijke weergave van iets wat alle leven omvat in elke wereld, in alle werelden. Als u nu in u een bepaald patroon hoeft versterkt tot het u helemaal vervulde, dan heeft u daarmee deze factor gewekt in alle krachten om u heen. Ik kan het misschien het eenvoudigst zo zeggen. Wanneer alles erg droog is, dan kan elektriciteit geen vonken laten slaan. Maak je het vochtig, dan is de kans dat er een vonk overslaat al veel groter. Maak je de zaak werkelijk nat, dan blijkt dat de stroom zich door de materialen, die normaal niet geleidend zijn, gemakkelijk beweegt al is het dan ook maar een schijneffect. Dat is hetgeen u doet, als u naar buiten toe zoiets uitstraalt. U heeft a.h.w. alles geleidend gemaakt voor de kracht die u in uzelf heeft opgewekt. Misschien kunt u nu begrijpen waar het om gaat.

Het is duidelijk, naarmate u zelf sterker eenheid en harmonie in uzelf vindt, zult u de waarden waarop deze berusten buiten u eveneens tot stand brengen. Anderen zullen misschien voor een ogenblik ervaren, maar als u actief bent in de innerlijke ruimte en dus a.h.w. een gebeuren veroorzaakt, dan weerkaatst dat. Elke spanning, die u innerlijk opwekt, springt over door de uitstraling in de kracht om u heen die u tot stand heeft gebracht. Zo werkt dat ongeveer.