Innerlijke vrede

12 januari 1987

Inleiding

Het onderwerp ‘Innerlijke vrede’ is voor mij een beetje moeizaam. Je hoort daar wel heel veel over, maar je komt het zo weinig tegen. Wanneer je mij vraagt wat innerlijke vrede is zou ik zeggen: aanvaarding van dat wat je bent en daardoor in jezelf gelukkig zijn. Dan heb je innerlijke vrede. Maar ja, wie is tegenwoordig nog innerlijk of uiterlijk tevreden? Men heeft misschien innerlijk een beetje rust, maar dan is het milieu weer niet in orde of er is de stress van het zakendoen, of de politiek, of iets anders. Mensen met innerlijke vrede kom je in het Westen dan ook weinig tegen. Misschien wel omdat ze allemaal denkbeelden hebben over hoe het zou moeten zijn. Iedereen maakt voor zichzelf uit wat hij zou willen doen of zou willen zijn en dat moet dan maar gebeuren. Alleen, ze zijn het niet, ze hebben het niet en het gebeurt niet. En dan zijn ze voortdurend bezig tegenover zichzelf en de wereld te klagen over het mislukken van hun plannen en ze zijn, laten we eerlijk zijn, ongelukkig omdat ze hun geluk niet beseffen.

Er zijn ook mensen die bang zijn voor de dood. Iedereen denkt dat hij eeuwig leeft, tot het ogenblik dat hij ontdekt dat het niet doorgaat. Maar waarom zou je je er zo druk over maken? Want een verandering, al kan zij ten goede of ten kwade zijn natuurlijk, zou toch welkom moeten zijn zo nu en dan.

Ik denk dat degenen die veranderingen nastreven veel dichter bij de aanvaarding zitten, en daarmee bij de vrede, dan al degenen die proberen het leven heel zorgvuldig in te delen. Hoe meer je denkt dat je de dingen bepaalt, hoe groter de tegenslagen die je ontmoet.

Als je met een mens praat moet je proberen over te komen als een redelijk wezen. Want hoe onredelijk een mens ook is, hij beschouwt zichzelf als redelijk en als je hem onredelijk benadert dan vindt hij het heel redelijk om de hele benadering opzij te gooien. En dat is hier niet de bedoeling. En daarom worstel ik juist met dat begrip van die innerlijke vrede.

Vrede vind ik trouwens ook zoiets. Op aarde is het op het ogenblik vrede. Weet u dat? Ja, u hebt nu al meer dan veertig jaar vrede, dit is nog kort geleden door een staatsman gezegd. Die man weet natuurlijk ook niet beter, maar als je kijkt wat er allemaal gaande is aan omwentelingen, aan veranderingen, aan onevenwichtigheden, dan moet je toch zeggen dat er eigenlijk geen vrede is. Het enige verschil is dat ze nu op een andere manier vechten, iets gemener dan met wapens alleen.

Nee, innerlijke vrede, ik denk dat het gewoon is: het kan me niets bommen. Je hebt mensen die heel erg onverschillig zijn. Dat wil niet zeggen dat ze niet denken, dat ze geen gevoelens hebben of zo, het zijn geen psychisch beschadigde figuren die ik bedoel, maar ze zeggen: ik zal wel zien, wat kan het mij eigenlijk schelen? Kijk, die mensen komen nog het dichtst bij die innerlijke vrede, omdat ze de dingen nemen zoals ze zijn en geen behoefte hebben verder vooruit te lopen met de gedachte: ‘het zou  zus of het zou zo kunnen’. Of die het verleden nog eens napluizen op de manier van: ‘als ik dat toen had gezegd was het anders gegaan.’ Dan kun je elke kleine vreugde van het leven proeven.

Innerlijke vreugde is, geloof ik, het bijstellen van je verlangens. Er zijn kinderen die gelukkig zijn als ze wat dovenetels en een paar paardenbloemen hebben geplukt. De volwassenen zeggen dan: maar anjers en rozen zijn veel mooier. Ja goed, maar die staan er niet. En als ze er staan en je plukt ze als klein kind, dan krijg je nog het een en ander te horen ook. In het leven is het precies hetzelfde.

Mensen dromen van idealen: de mooiste rozen, de mooiste chrysanten, maar je mag er met je vingers niet aankomen. Als je zegt: wat kan het me schelen, ik kijk gewoon naar wat er is, dan geniet je van de kleine dingen van het leven. En juist die dingen vormen de basis van de innerlijke vrede, dat gelukkig aanvaarden zonder verder veel te willen. Hoe meer je wilt hoe minder vrede je kent.

Maar als je eenmaal iets wilt moet je ook doorzetten en het voltooien. Want als je dat niet kunt gebeurt er ook niets en blijf je ontevreden.

Innerlijke onrust is weer iets anders. Er zijn heel wat mensen die wegvluchten voor de moderne maatschappij. De een voor het feit dat hij misschien werkeloos wordt, de ander voor de atoomwapens en andere gevaarlijke dingen. Dan zeg je: maar jullie doen alsof er niets anders bestaat. Dat is toch maar een heel klein gedeelte van wat er werkelijk is? Als je daar voortdurend mee bezig bent, wat blijft er dan nog over? Dan gaat het net als bij die twee buurvrouwen die op de gang even staan te rebbelen over de fouten van een derde en zich er zo over opwinden dat bij de een in de oven alles verbrandt en bij de ander de melk overkookt. En dan zijn ze weer ongelukkig dat dit is gebeurd.

Het is allemaal heel eenvoudig. Een mens is gelukkig wanneer hij voor zichzelf het gevoel heeft dat zijn leven niet zinloos is. Er zit dus een relatie in met een ander, met anderen, met de wereld, wat dan ook. Maar als je dat dan eenmaal hebt komt het er niet meer zo erg op aan wat er gebeurt. Zeker, het is storend als er een gewoonte gebroken wordt, maar daar kom je wel weer overheen. Je gaat gewoon kijken wat je dan kunt doen. Je blijft niet hunkeren naar wat is geweest, je gaat verder met wat is. En op die manier is de wereld toch goed.

Als je werkelijk een beetje naar binnen durft te kijken, jezelf durft te accepteren zoals je bent en zegt: ja, ik heb mijn fouten, ik heb dingen verkeerd gedaan, maar ik probeer het zo goed mogelijk te doen, dan heb je toch het gevoel ‘het gaat wel.’ Het gevoel van: ‘ach, de wereld is zo kwaad nog niet en ik ben zo slecht nog niet.’ Als we het allemaal bij elkaar optellen is het leven toch een kostbaar iets, omdat we weten, omdat we beleven, omdat we denken. Ik ben er toch wel gelukkig mee. Als je dat punt bereikt hebt weet je wat innerlijke vrede is.

Mensen denken wel eens: iemand die innerlijke vrede heeft is een Meester. Nou, van die meesters heb ik ook meer dan genoeg hoor. Nauwelijks is er ergens een geestelijke meester opgestaan die een sekte heeft gesticht, of er komt een ander die als een geestelijke bovenmeester optreedt. Ik kan het echt niet hebben, want een werkelijke Meester heeft een natuurlijke uitstraling, maar je voelt hem we1 of je voelt hem niet. Een echte Meester draagt een soort lichte blijmoedigheid met zich mee. Dat betekent niet dat we nu plotseling allemaal mooie dingen zien, maar dat we het gevoel krijgen: ik ben op het ogenblik best wel tevreden. Ik kan glimlachen over het leven, over mezelf.

Dat is alles wat een Meester heeft, een sfeertje. Wat erachter schuilt aan krachten en aan energie dat is natuurlijk erg veel en niet gemakkelijk te karakteriseren. Maar de kern van de zaak is en blijft de aanvaarding die op dat ogenblik ontstaat.

Dan denk ik ook wel eens: er zijn mensen die grote vreugden in hun leven hebben gehad en ook heel grote dieptepunten. Voor de ervaring is dat natuurlijk belangrijk en kostbaar en na de dood heb je er wat aan. Maar hoe extremer deze dingen worden, hoe minder je ertoe komt in jezelf rust te vinden. Wat dat betreft zou ik nu toch die gastspreker even willen citeren. Ja kort hoor, want ik vond het grootste gedeelte onbegrijpelijk. Toen ik hem zei dat hij eenvoudig moest blijven zei hij dit: “God is geen wezen, God is een beleven. Pas wanneer je in jezelf het bestaan beleeft, beleef je iets van God.”

Met die uitspraak heb ik eerst zitten worstelen. ‘In jezelf het bestaan beleven’, dat doen we toch allemaal?

Maar nu ik zo bezig ben schiet me ineens te binnen wat hij bedoeld moet hebben. Hij moet bedoeld hebben: wanneer je gewoon het bestaan aanvaardt met al zijn voors en tegens zoals zij zich toevallig voordoen, dan ontstaat er een rust. En in die rust ontmoet je God.

Ik heb een tamelijk vroom en althans religieus leventje gehad in het begin van mijn vroegere aardse bestaan. Ook toen zeiden ze: “het Koninkrijk Gods is in u lieden.” En ik maar denken: wat zal dat klein zijn. Maar nu begin ik te begrijpen waar het om gaat. Het Koninkrijk Gods is ‑ net als God ‑ een toestand. Wanneer we in onszelf vrede hebben zijn we deel van het Koninkrijk. En daar ontmoeten we de kracht waaruit alles is ontstaan.

Kijkt u wel eens naar binnen? Ik bedoel niet kijken op de manier van: ik had dat niet moeten doen, als ik het even anders had aangepakt was het misschien leuker geweest. Zulke dingen bedoel ik niet. Ik bedoel echt zo gewoon eens naar binnen kijken om te zien wat je eigenlijk bent. Heel vaak ontdek je een acrobaat te zijn, die door allerlei buitelingen een uiterlijke gestalte probeert uit te beelden die hij van binnen niet is en die daar een groot gedeelte van zijn energie aan besteedt. Als je echt naar binnen kijkt ga je begrijpen wat je bent en wat je doet. We willen niet zeggen dat je van buiten dan helemaal verandert, maar het wil wel zeggen dat je de wereld anders gaat zien. De mens die zichzelf ontmoet gaat beter begrijpen wat er dan werkelijk achter alle vertoon is.

Er is een mooie vergelijking waarin de wereld met een kermis wordt vergeleken. Als je er rondkijkt zijn er allemaal heel mooie, attractieve gevels met zo’n promenade ervoor, maar achter iedere mooie gevel zit een klein rottentje. Wanneer je ziet wat er buiten allemaal getoond wordt door de artiesten denk je dat het schitterend moet zijn, maar het beste zie je gratis. Als je eenmaal betaald hebt krijg je veel minder te zien. Ik denk dat dit een leuke benadering is van het leven. De buitenkant ziet er allemaal zo mooi uit, maar wat is het in feite? Als je dat eenmaal wilt weten moet je dus niet stil blijven staan bij de façade die je voor jezelf opbouwt, maar dan moet je proberen erachter te komen waarom je dingen doet, waarom je zus of zo reageert. Vaak kom je tot de ontdekking dat heel veel dingen heel anders zijn dan je hebt gedacht. Laat ik een paar voorbeelden geven.

Er is een echtpaar waarvan de man is overleden toen hij 37 jaar was en zij zoiets van 36. Zij is nu 82. Elke dag sjokt ze nog naar zijn graf en legt er een bloemetje neer. In haar gedachten is zij nog voortdurend met die man bezig. Maar als je haar nu zou confronteren met de reden van haar gedrag dan zou blijken dat zij het gevoel heeft schuld te hebben aan de dood van haar man en dat zij probeert die schuld af te kopen. Maar dat geeft ze zichzelf niet toe en daardoor laat zij vele mogelijkheden in haar leven links liggen en schiet ze tegenover andere mensen voortdurend tekort. Ze heeft geen tijd om wat voor een ander te doen want ze moet naar het kerkhof. Het is natuurlijk een heel vreemd voorbeeld maar die gevallen komen voor.

Er zijn mensen die voortdurend bezig zijn de hele wereld ervan te overtuigen hoe goed zij zijn en hoe goed zij het bedoelen. Maar als je dan kijkt waarom zij dat doen, dan is het omdat zij weten dat zij innerlijk een beetje tiranniek van aanleg zijn en dat zij zich voortdurend schuldig maken aan vergrijpen tegenover anderen. Maar dat mag nooit naar buiten komen, dus wordt het vervormd. Het erge is dat zo iemand gelooft in zijn vermomming en niet in de feiten.

Ach, elke mens heeft zijn fouten, elke mens heeft zijn kwaliteiten, elke geest heeft zijn tekortkomingen en ook zijn deugden, maar juist omdat je zelf gaat geloven in de façade die je optrekt, ben je niet meer in staat werkelijkheden te zien. Voor jou is de hele wereld een soort kermis vol met schitterende tempels, daverende idealen en fantastische attracties. Maar iedere keer wanneer je ergens anders binnengaat zeg je: hoe kan dat nou? Het valt me tegen. Nee, dat kan ik niet accepteren. Maar waarom accepteer je dat andere niet? Omdat je jezelf nog niet hebt kunnen accepteren.

Innerlijke vrede is een moeilijke zaak. Maar aan de andere kant, begin nu eerst maar eens toe te geven wat je zelf bent en wat je bent geweest en vraag je af: waarom ben ik nu zoals ik ben? Dan vindt je beweegredenen die misschien niet zo mooi en zo edel zijn als je zou willen, maar ze zijn echt. En dat is het belangrijke.

Je kunt vrede hebben met het leven wanneer je de feiten onder ogen ziet. Zolang je dat niet doet zul je nooit vrede hebben. Niet omdat de wereld je teleurstelt, maar omdat je steeds van de werkelijkheid dingen verwacht die er eenvoudig niet in thuishoren. Het is zoiets als bij mensen die zeggen: ‘ik heb een lamp die er net zo uitziet als die van Ali Baba. Ik poets hem nu iedere dag, misschien dat er een djinn uitkomt (een goede geest).’ Behalve dat het koper van dat vele poetsen slijt en het zonde is van de tijd die je eraan besteedt, kun je je afvragen waar je een djinn voor nodig hebt. Er zijn heel veel andere dingen die je ook zou kunnen doen, zeker als je daar de tijd voor gebruikt die je nu zit te poetsen. Ik kan me voorstellen dat iemand zegt: is dat nu geestelijke wijsheid? Of ze geestelijk is weet ik niet, maar zij is mij eigen en voor mij blijkt zij te werken. Weer zo’n moeilijk punt: voor mij werkt het, dus zal het voor u ook wel werken.

Het kan natuurlijk wel, maar wij kunnen geen geestelijke wijsheid voorleggen die voor iedereen en altijd van toepassing is. Dan moeten we ook innerlijk begrijpen. We moeten begrijpen dat we een eigen wezen zijn met eigen kwaliteiten en een eigen weg. Dat die weg wel eens anders loopt dan we hadden gedacht komt hierbij eigenlijk helemaal niet ter sprake. Wanneer we nauwelijks weten wat we zijn, dan weten we ook een klein beetje wat we kunnen. Wanneer we weten wat we kunnen en we waarderen de wereld niet volgens een ideaal, maar volgens de werkelijkheid, dan weten we zelf zo’n beetje wat we kunnen verwachten. Dan wordt ons leven iets waarin voortdurend de bevestiging wordt gevonden van dat wat we zijn. Op het ogenblik dat dit het geval is zijn we innerlijk rustig, we zijn onaantastbaar geworden.

Ik heb mensen wel eens horen zeggen: er wordt door de geest nogal eens gesproken over geestelijke krachten. ‘U kunt dit, u kunt dat, u kunt genezen’. Ja, dat kunt u ook, maar je moet er wel zelf in geloven. Er wordt gezegd: ‘u kunt met de geest spreken.’ De meeste mensen spreken liever met zichzelf, dan krijgen ze uiteindelijk altijd gelijk, maar goed, die dingen zijn er.

Er zijn heel veel mensen die zeggen: ik wil alles doen. Ik wil medium worden. Ja, ik begrijp ook niet waarom, maar ze willen dat. Wat ze niet begrijpen is, dat het mediumschap, als het goed is, een uitvloeisel is van een innerlijke toestand. Het gaat niet om het verschijnsel en het nastreven daarvan, het gaat om de innerlijke toestand. Wanneer je nu die innerlijke rust hebt, die innerlijke vastheid, dan komen al die krachten als vanzelf wel naar voren. Je gebruikt die krachten dan niet omdat het zo belangrijk is of zo, je gebruikt ze en je weet eigenlijk zelf niet waarom. Je doet het gewoon. En dan kom je een eind verder.

Er is na de dood ook een heel eigenaardig verschijnsel. Als je doodgaat heb je de kans dat je in bepaalde wereldjes, wereldbeelden, terechtkomt die niet erg attractief zijn. Je loopt bijvoorbeeld door een soort overdekte winkelgalerij. Je kunt er niet uitkomen. Je bent opgesloten in je eigen visie omtrent jezelf, die te sterk verschilt van dat wat je in wezen bent. Als je kijkt wat er in de winkels is, is het allemaal bedorven voedsel. Waarom? Je hebt een verwachtingsbeeld en je wilt dat verwachtingsbeeld aan alles opleggen. Dat kun je niet. Daardoor wil je in een winkel fruit zien, maar het is allemaal rot en bedorven, terwijl als je anders zou kijken er alleen wat wit papier zou liggen. Het zijn beelden die je regelmatig tegenkomt. Als u wist hoeveel mensen je uit dergelijke situaties moet halen dan zou u werkelijk schrikken. Het komt enorm vaak voor.

Er zijn mensen die voortdurend bezig zijn met het denkbeeld aan winst bijvoorbeeld. Die zitten dan na hun dood op een kantoor. Het eerste wat ze doen is het kantoor opzoeken en de telefoon pakken. Ze krijgen nog antwoord ook, maar ze spreken met zichzelf. Dat wil zeggen dat ze niet meer met succes zaken kunnen doen en dat iedereen waarmee ze zaken willen doen even gemeen is als zijzelf zijn. Dan beklagen ze zich erover en begrijpen niet waarom ze nog niet failliet zijn, totdat iemand ze wakker maakt en zegt: hè, het is allemaal een illusie.

Toch moeten ze wel heel wanhopig zijn om dat toe te geven en afstand te doen van het beeld. Ik kan dat, ik doe dat, ik bepaal dat. Je kunt niets. Het is een bittere pil: je kunt niets. Je kunt alleen maar rommelen in de marge, want u leeft in een wereld die bepaald wordt door een werkelijkheid die de meeste mensen niet eens zien. Die werkelijkheid kent zelfs wetten die heel rationeel lijken. ‘Oorzaak en gevolg’ wetten bijvoorbeeld, alleen, de werkingen zijn niet altijd zoals je ze zou verwachten.

In die wereld moet je proberen de waarheid te vinden. De waarheid is doodgewoon dat je, of je wilt of niet, in een bepaalde richting wordt gedreven. Dat je met al je pogingen om alles te bepalen voor jezelf en voor een ander, uiteindelijk alleen maar waarmaakt wat ook zonder dat zou zijn gebeurd.

Zeker, je beleeft het een beetje anders, natuurlijk. Als je denkt ‘ik zal het waarmaken’ en het gebeurt, dan klop je op je borst. Maar zonder dat zou het ook gebeurd zijn. Wat we voelen, ja, dat kunnen we voor een deel zelf bepalen in kleine dingetjes. Of je vandaag spruitjes eet, of boerenkool, of snert, dat mag u zelf uitmaken. Maar de kans is heel groot dat u net tegen die dingen aanloopt waardoor u toch aan de snert raakt terwijl u van plan was spruitjes te eten. Dan kunt u later zeggen: het was wel lekker, maar ik had spruitjes willen eten. Inderdaad, maar de omstandigheden hebben het bepaald. De omstandigheden bepalen veel meer dan u denkt.

Wat u kan dat is doodgewoon innerlijke werkelijkheid vinden. Maar innerlijke werkelijkheid kan alleen beleefd worden wanneer ze aanvaard is, wanneer er vrede is. Uit die aanvaarding komt het vermogen voort om niet meer te reageren op de uiterlijkheden van de dingen, maar op het wezen. En dan zul je die grote lijn zeker nog voortzetten, maar je kunt hem een heel klein beetje afbuigen naar links of naar rechts. Het zijn maar heel kleine varianten, maar ze zijn net voldoende om je het gevoel te geven dat jij in je leven juist functioneert.

Ik denk dat al die praat over innerlijke vrede uiteindelijk neerkomt op aanvaarding. En dat betekent: aanvaarding van de wereld zoals ze is, van jezelf zoals je bent, maar ook van de hogere krachten zoals ze er zijn. Wanneer je het gevoel hebt dat je iets niet moet doen en je hebt geen redenen die dringend en dwingend genoeg lijken te zijn om het wel te doen, laat het dan. Je zult ontdekken dat je er veel beter mee uit bent. Eenvoudig omdat je niet uitgaat van het standpunt: ik bepaal nu eenmaal wat ik ben, wat ik doe en wat er gebeurt.

Je kunt het misschien een beetje zen-achtig noemen maar: hoe vliegt een vogel zonder vleugels? Hoe loopt een mens zonder benen een hordeloop? Het antwoord is simpel: in zijn gedachten. Maar als mijn gedachten zo sterk zijn dat zij de werkelijkheid zoals die rond mij bestaat voor mij kenbaar maken, dan zal ik of niet willen vliegen of lopen, dan wel de kracht vinden waardoor ik dat vliegen of lopen, dat schijnbaar onmogelijk is, kan compenseren. Daar ligt voor mij feitelijk het essentiële punt van de hele zaak Er is niets werkelijk onmogelijk zolang het behoort tot de mogelijkheden van je wereld.

Maar alles kan alleen mogelijk zijn wanneer je de innerlijke kracht vindt om de feiten te erkennen en zo die dingen waar te maken die jij belangrijk vindt.

Dan is er nog een laatste punt.

Realiseert u eens dit. Je doet heel veel dingen voor anderen, maar doe je ze wel voor anderen? Doe je ze in feite niet voor jezelf? Goed zijn voor anderen wil zeggen in jezelf evenwicht vinden. Betekenis hebben voor anderen betekent ook innerlijk tot een aanvaarding van jezelf komen. We kunnen niet iets alleen voor onszelf doen of alleen voor de wereld, het is altijd een kruising. Maar als we met ons streven die buitenwereld ook zien als iets wat erg belangrijk is, die we moeten aanvaarden zoals hij is, die we gelijktijdig vanuit onszelf moeten erkennen en waarmee we een wisselwerking moeten vertonen, dan komen we tot die innerlijke rust waaruit niet alleen de vrede of het Koninkrijk Gods, maar de vervulling van de werkelijkheid geboren wordt.

Al die dingen hebt u nu te danken aan het feit dat ik te maken had met een leermeester die probeerde duidelijk te maken wat de zin en de essentie van het leven is en dat geheel dan samenvatte onder ‘innerlijke vrede’.

Vrienden, ik wens u verder een zegenrijke avond toe.

De Gastspreker

De werkelijkheid is datgene wat we beleven zonder het te beseffen. Wanneer wij proberen in onszelf de werkelijkheid te vinden, vinden we zelfbedrog. De toestand van verlichting is geen toestand van weten. Het is een toestand waarin je bent en je van het ‘zijn’ bewust bent zonder de tijd of de feiten te tellen.

De grote rust is wel degelijk: bestaan en bewust bestaan. Maar zij is gelijktijdig ook een niet als persoon willen denken of reageren. Dat wordt dan uiteindelijk een eenvoudig reageren als deel van een geheel. Dit noemen we dan Nirwana.

De weg daarheen is moeilijk te vinden. Want om de weg te vinden die voert naar de uiteindelijke verlossing moeten we eerst beginnen de weg te vinden die in onszelf voert tot de aanvaarding.

Bepaalde groepen in het boeddhisme zeggen dat je niet lief mag hebben. Zij bedoelen: je moet je niet meer hechten aan de een dan aan de ander. Zij zeggen dat je onthecht moet zijn. Ze bedoelen niet dat je arm moet zijn, maar dat bezit onbelangrijk moet zijn. Zodra wij ons binden aan delen van de Schepping wordt ons beleven onevenwichtig.

En zoals wij zijn op aarde zijn wij allen geneigd ons te binden. Wij binden ons aan mensen, aan dingen, landschappen, gebeurtenissen. Maar daardoor verwerpen wij het andere.

Het is deze onbewuste verwerping van veel, waardoor wij de werkelijke vrede in onszelf niet kunnen vinden. En toch, toen de Meester onder de boom zat werd hij bekoord. Toen Jezus op de berg was werd hij bekoord. Tot Jezus zei de kracht van verdeeldheid: indien ge het wilt kunt ge van deze stenen brood maken. Tot de Boeddha sprak de bittere: ik zal u macht en gezag geven. Ik zal u legers geven en grote schatten.

Wanneer je de dingen wilt veranderen, of je eigen toestand wilt veranderen, kun je geen vrede hebben in jezelf.

De tweede bekoring was bij beiden ook weer een verhaal van: indien gij voor mij neerknielt zal ik u dit alles geven en hij toonde Jezus de koninkrijken der wereld.

Mara (deva of demon van de dood), de bittere, liet zijn schoonste dochters dansen en zei tot de Boeddha: neem wat gij begeert. Maar Jezus begeerde geen macht en de Boeddha wendde zijn blik zelfs niet af. Hij bleef zichzelf, hij bleef mediteren.

Toen werd Jezus uitgedaagd zichzelf te bewijzen. ‘Gooi uzelf van de tinnen van de tempel en bewijs dat engelen u opvangen.’ Tot de Boeddha werd gezegd: ‘ik zal u verslaan met al mijn helse legers.’ Doch Jezus reageerde niet. De Boeddha reageerde niet. En zo ging Jezus zijn weg en viel de Boeddha de verlichting ten deel.

Dat zijn de verhalen die mensen vertellen. Het zijn verhalen die iets zeggen omtrent werkelijke bewustwording, werkelijke inwijding, werkelijke bereiking. Hoe groot moet de vrede niet zijn die je in jezelf draagt om niet beroerd te worden door uitdagingen die jouw macht, je mogelijkheden, ja, uiteindelijk misschien zelfs je eigen goddelijke macht zouden betreffen? Maar de waarbewusten zijn innerlijk rustig. Betrokken als zij zijn bij het leven en bij de wereld, bij het geheel van mensheid en gebeuren, zijn zij gelijktijdig onaantastbaar voor alle dingen die uiterlijk zijn en niet behoren tot datgene wat in hun ziel woont.

Wanneer je innerlijke vrede wilt moet je beginnen te beseffen: ik ben, maar ik ben gelijktijdig niets en alles. Ik kan niet slechts een of enkele dingen zijn.

Wanneer je de innerlijke vrede wilt, moet je zeggen: niets kan mij beroeren, want de eeuwigheid in mijzelf is onveranderlijk. De uiterlijkheden die haar weergeven versmelten voortdurend als sneeuw voor de zon. Wanneer je innerlijke vrede wenst moet je niet streven naar macht, grootheid, zij het dat deze geestelijk of meer materieel zou moeten zijn. Je moet ook niet streven naar onderwerping, nederigheid, wegcijferen. Je bent. Wat je bent is het enige dat werkelijk voor jou leeft.

Wanneer er een eeuwige dood is verdwijnt het Al, verdwijnt de scheppende kracht voor jou met je heengaan.

Wanneer je eeuwig bent kan niets werkelijk vergaan wat behoort tot je wezen, wat deel is van je ziel.

Innerlijke vrede is een weg die voert tot bewustwording, die voert tot de uiteindelijke bereiking.

Een wijze zal altijd eten wanneer hij honger heeft, maar hij zal niet meer eten dan nodig is om de honger te stillen.

Een wijze zal niets verwerpen van al wat er op de wereld bestaat, maar hij zal het niet tot zich nemen, tenzij het nodig is om zijn rust voor zichzelf te hervinden of te bewaren.

De dwaas denkt dat hij kan verwerven; en wat overblijft is het verliezen, omdat niets blijvend het uwe kan zijn.

De wijze echter weet dat alleen wat hij zelve is blijvend is, dat al het andere verandert. Daarom begeert hij niet wat hij toch moet verliezen. Daarom neemt hij niet wat toch nooit deel van zijn wezen kan zijn.

De wijze zoekt naar het huwelijk der gedachten, de dwaas naar het huwelijk der krachten. De wijze weet: wat deel is van mijn ziel, wat klopt in mijn bewustzijn, wat erkend is in mijn geest, is onveranderlijk zijn. Het is deel van mij. Maar al wat buiten mij bestaat en niet deel wordt van mijn geest, niet deel wordt van mijn denken en van mijn ziel, is zo vluchtig dat het geen aandacht waard is.

Dwazen pijnigen zich en roepen: zie, hoe goed ik mijn lichaam kan beheersen. Wijzen zoeken de waarheid in zichzelf en zeggen: wat komt het lichaam erop aan?

Dwazen denken dat een Kracht of Meester of Leraar hen kan voeren tot de uiteindelijke bereiking. Wijzen weten dat de bereiking in jezelf ligt, uit jezelf voortkomt.

Dwazen onderzoeken alle dingen en staan bij niets stil. Wijzen beseffen het gebeuren en dringen door tot de essentie die achter alle dingen verborgen ligt.

Wie vrede zoekt, zoekt rust. Niet de rust van uiterlijkheden, niet de sluimering die door dromen wordt geplaagd en doorbroken, maar de rust van een aanvaarding: wat ik ben ken ik misschien niet, maar ik verwerp het niet, want dit ben ik. Dit ben ik. En wanneer wij tot de kern der dingen doordringen, tot de wijsheid die alle dingen omvat, dan verandert ons woord en dan zeggen we: dit ben jij. Dit ben jij, want dat wat ik ben, ben ook jij. Dat wat gij bent, ben ook ik.

Wij, die verbonden zijn door de eenheid van alle dingen, kunnen niet ontkennen dat Al tot ons behoort.

Een man die zichzelf wijs achtte sprak eens: “ziet, rond mij zijn demonen, zij beroeren mij niet. Want rond mij zijn engelen en ziet, zij verdedigen mij.”

Maar een ware wijze die deze woorden hoorde, zei: “hoezeer bent ge tegen uzelf verdeeld, dat ge een deel van uzelf demon en een deel van uzelf engel durft te noemen?”

In uw dromen zoekt ge de eenheid die ge alleen kunt bezitten wanneer ge alles aanvaardt wat is, wat ge bent.

Mensen in deze tijd waarin u leeft, zijn mensen die voortdurend bezig zijn te verwerpen en te veroordelen, uit te roepen: “dit is goed, maar dat is verwerpelijk.” Zij vergeten dat datgene wat zij verwerpen datgene is wat ook in hen leeft, als feit of als mogelijkheid. En dat datgene wat zij begeren en niet zien, reeds deel is van wat zij zijn en deel uitmaakt van hun werkelijkheid.

Dwazen vechten met woorden. Wijzen worstelen misschien met zichzelf om hun eenheid te vinden.

Dwazen strijden voor een betere wereld. Wijzen zijn innerlijk deel van een betere wereld.

Dwazen proberen de dood te overwinnen, wijzen weten dat leven en dood één zijn.

Vrede kun je pas vinden wanneer je dit alles leert aanvaarden.

Er is geen kracht groter dan de kracht die ook in u woont. Er is geen licht helderder dan het licht dat ook in uzelf leeft. Er is geen duister dieper en verderfelijker dan het duister dat in u bestaat. Al deze dingen ben jij zelf.

Wat ge ook ziet op de wereld, oneindigheden van een oceaan of de ijle ademloze hoogten van de bergen, ook dit bent gij. Want wie doordringt tot de toppen van zijn innerlijk bewustzijn, is ademloos en kan bijna niet verdergaan wanneer hij de top van zijn werkelijke bestaan wil bereiken. Hij die wil uitschouwen over zijn onmetelijkheid in tijd, hij is als iemand die staat aan de rand van een oceaan en golvingen ziet en zegt: ik ken de oceaan.

Er zijn vele dingen die moeten groeien. Er zijn vele dingen die moeten leven. Niet buiten ons, maar in onszelf. Het uiterlijk gebeuren, waaraan mensen zich vastklampen, is onbelangrijk. Het innerlijk gebeuren, waar mensen zo vaak aan voorbijgaan, is het enige dat blijvend is en telt.

Hoe kan ik u duidelijk maken wat vrede is? Vrede is een onaantastbaarheid. Maar vrede is ook een onbekommerdheid. Vrede is geen vreugde en geen leed, maar een erkenning die vreugde en leed te boven gaat. De werkelijkheid van het leven ligt verborgen achter de feiten. Wat gebeurt telt niet, want dat vergaat. Datgene wat in u is en beseft wordt is blijvend en kan niet vergaan. In ons de eeuwigheid, buiten ons de vergankelijkheid, het uiteenvallen van al wat we ternauwernood beseft hebben. De keuze is aan de mens.

Er zijn geen krachten die zeggen dat je anders moet zijn of kunt zijn dan je bent. Maar er is altijd een vraag, of jij in uw uiterlijkheden trouw bent aan datgene wat in u bestaat. Want het in ons bestaande is het belangrijke. De daden, die de wereld beoordeelt en soms veroordeelt, zijn van geen belang. Maar wat ze voor ons betekenen is blijvend. Onze angsten zijn dwaasheden die vergaan, maar datgene wat wij in onszelf niet kunnen aanvaarden, is een deel van bewustwording dat voor ons tijdelijk onbereikbaar wordt.

Het leven is een vaste weg. Wij moeten de wegen gaan door vele incarnaties. En telkenmale zullen we ook moeten gaan door de vele droomwerelden, die men de hellen en hemelen van een hiernamaals noemt. Want zolang wij de waarheid niet kennen en aanvaarden zullen onze dromen ons beheersen na de dood. En zolang wij niet beseffen hoe belangrijk het is juist dat te zijn wat we nu zijn en de weg in het leven af te leggen die we hebben afgelegd en af zullen leggen, zullen de dromen ons blijven beheersen. Maar wie weet dat het gaan van de weg niet een persoonlijk iets is, maar een verwerkelijking die niet in het uiterlijk kan worden vastgelegd, die weet: door mijn weg te gaan ben ik deel van het onvergankelijke.

Zo zoek je naar vrede, omdat de innerlijke vrede de eerste poort is voor hen die op willen gaan in het Al-bewustzijn.

Het is vaak eenvoudiger om dingen te verwerpen of te beoordelen, om je te beklagen, of om te verheerlijken, maar juist deze dingen doden voor ons de werkelijkheid die we zouden kunnen beseffen. Al wat ge zijt voor uzelf en voor anderen wordt waar als het in u waar is. Het blijft een vergankelijke leugen wanneer u er innerlijk geen deel aan hebt gehad. Wie zoekt naar het edele juweel zal het nooit vinden, tenzij het uit hemzelf geboren wordt. Het kleinood in de lotus is de werkelijkheid in het gebeuren. Het gebeuren is de bloeiende uiting, maar onvergankelijker dan de bloem is het kleinood dat eruit geboren wordt. Wat u nu bent of denkt te zijn zal over een aantal jaren vergeten zijn, alsof het nooit geweest is. Maar wat in u heeft geleefd, wat in u zal blijven leven, wat ge gedeeld hebt met anderen, zo goed als het u mogelijk was, is deel van een werkelijkheid waaraan geen einde komt. Met wat wij zijn en denken te zijn bouwen wij de uiterlijke vorm op waarin de werkelijkheid van ons wezen leeft. Dit te beseffen houdt in: vrede kennen, ongeacht de uiterlijkheden.

En zo vinden wij onszelf terug als een deel dat alle dingen beseft en toch een deel blijft; als een geheel dat zonder het deel niet volmaakt is, maar dat zonder het besef van het deel ook zichzelf niet in zijn volmaaktheid kan beseffen.

Wij bouwen op buiten ons. In ons fixeren we het beeld van wat wij willen bouwen. Dat innerlijke beeld zal waar zijn, terwijl de uiterlijkheid veranderd is. Al wat u droomt zal deel zijn van uw leven te enigerlei tijd in enigerlei wereld. Al wat ge vreest zult ge moeten overwinnen, hetzij nu in deze werkelijkheid, hetzij in een andere. En al wat ge begeert zult ge naar waarheid ontmoeten en erkennen, zij het in deze wereld, zij het in een andere wereld. Daarom is er geen reden om ons te ketenen aan het andere. Er is geen reden om te verwerpen of te begeren, want wat wij zijn weerspiegelt zich in dit alles. En niet het spiegelbeeld, maar de werkelijkheid leeft voort.

Oneindig is uw wezen, onomschrijfbaar is uw werkelijkheid. Je kunt haar in uzelf herkennen en beleven, maar ge zult haar nooit omschrijven. Je zult wat waar is in uw wezen moeten aanvaarden, maar het zal nimmer bepalen wat ge zult zijn of alleen voortvloeien uit wat ge uiterlijk geweest bent.

Ik heb getracht het eenvoudig te zeggen, want er is geen mogelijkheid waarheid die in je leeft uit te drukken, daarom probeer ik haar te zijn, samen met u. Maar dit zeg ik u: machtig noch machteloos zult ge zijn. Als je waar bent zal uw wezen weerkaatst worden in al wat ge ontmoet, in al wat ge beroert, in al waarvan je deel bent. Niet wijs of dwaas bent gij, maar de waarheid in u die ge herkent, zal wijsheid zijn voor anderen. De dwaasheid waarin ge u hult zal de dwaasheid zijn waarin anderen deel hebben tot ze zichzelf ontdekken.

Men heeft mij gezegd dat uw kring esoterisch, dus innerlijk strevend moet zijn. Waarnaar streeft je dan? Jij die bent, probeer te voelen, te weten, te erkennen wat je werkelijk bent wanneer alle gewoonten, alle zelfrechtvaardiging en alle zelfverheffing wegvallen en u zult weten wat uw leven is. Jij zult ook weten wat uw innerlijke waarheid omvat en daarmee hebt ge een stap gezet op weg naar het pad der verlichting.

Men heeft wel gezegd: doe veel goede werken, want dat brengt u verder op het pad.

Ik zeg u: wees geen dwaas. Deel wat je bent, innerlijk bent, met de wereld wanneer zij daaraan behoefte heeft, opdat uw eenheid met het grote geheel in uw wezen steeds dieper verankerd worde. Zo zult ge verder gaan. Maar goede daden, gesteld om bewust te worden, helpen u alleen aan nieuwe illusies, niet aan feiten.

Er was een wijze die meende zichzelf meester te zijn. Zo staarde hij in de zon en leefde verder in een duisternis die hij zelf veroorzaakt had. Wie te veel wil zijn eindigt in duisternis. Maar wie leven wil in de wereld die hij kent en innerlijk deel wil zijn van die wereld zoals hij weet dat zij is, die leert steeds meer licht verdragen. Misschien zal hij niet in de zon staren, maar hij zal één zijn met de zon. Dat is de weg.

Ik heb een groot gedeelte van mijn pad afgelegd. Jij bent bezig uw eigen weg te gaan. Wat ik ben kan u niet veranderen, wat jij bent kan mij niet deren. Maar wij hebben gemeenschappelijk dit op weg zijn. Wanneer wij delen wat in ons waar is en als waar wordt beseft, komen wij verder op onze weg zodat onze wereld groeit, onze werkelijkheid meer benaderd kan worden en in onszelf een aanvaarding ontstaat, een innerlijke vrede, die de poort vormt naar alle werkelijke dingen.

Ik heb u niet meer voor te leggen dan dit. Want vele woorden vormen een scherm dat staat tussen de werkelijkheid en de beschouwer. Weinige woorden echter zijn als een raster, een traliewerk, waardoorheen je iets van de werkelijkheid kunt zien. Daarom wil ik volstaan met weinig woorden.

Dat wij gezamenlijk de werkelijkheid mogen vormen die tijdloos is en ons daarvan bewust mogen zijn. In deze vorm groet ik u en verlaat ik u.