Invloeden en hun beheersing

image_pdf

20 augustus 1965

In de eerste plaats wijs ik u er op, dat ook nu geldt: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, denk dus a.u.b. zelf na! Ons onderwerp: Invloeden en hun beheersing.

Bij het bezien van de invloeden, die in deze tijd werkzaam zijn, valt wel allereerst op, dat de onrust die overal reeds aanwezig was, steeds meer ook in feiten tot uiting gaat komen.

Daarnaast kunnen wij vaststellen, dat de beperkingen, die de mens zich op velerlei terrein tot op heden heeft opgelegd, eveneens meer en meer in feiten naar voren treden. Wij kunnen dan ook de nu onmiddellijk kenbare invloeden wel gelijktijdig als chaotisch en als onbeheerstheid veroorzakende omschrijven.

Nu zijn er vele dingen, die in deze dagen niet beheerst kunnen worden. Er zijn nu eenmaal invloeden, die buiten het bereik van het menselijke kunnen werken en zelfs door geestelijke krachten niet beheerst kunnen worden. Ofschoon de geest meer inwerkingen kan leiden en beheersen dan voor een mens mogelijk is, kan toch worden gesteld, dat vele invloeden van kosmische aard zijn, zodat alle poging tot een beheersen daarvan door mens of geest tot falen gedoemd is. Om, ondanks de inwerking van deze krachten, welke zich aan elke beheersing onttrekken, voor jezelf een zo goed mogelijk resultaat in dit leven te behalen, kun je wel maatregelen nemen, maar aan de invloed op zich kan men zich niet onttrekken. Hiertoe bestaat eenvoudig geen enkele mogelijkheid. Wel is het mogelijk, een zekere mate van beheersing in zich te vinden, waardoor het mogelijk is, zich binnen de werking van dergelijke invloeden zo juist mogelijk te oriënteren; vooral aan dit laatste punt wil ik vanavond aandacht wijden.

Op het ogenblik, dat ik handel zonder te weten, wat ik doe of waarom ik het in feite doe, zal ik de speelbal zijn van elke wel bewuste kracht en bestreving, ongeacht of deze uit de kosmos, uit de geest of vanuit de mensheid rond mij stamt. Deze stelregel moogt u nooit vergeten. Op het ogenblik, dat de mens zijn zelfbeheersing verliest, niet meer zelf nadenkt en zich geen persoonlijk oordeel meer vormt, is hij reeds het slachtoffer geworden van de invloeden, die hij daarbij later moeilijk of niet zal kunnen leren beheersen of althans hanteren. Wanneer ik eenmaal mijzelf door onbeheerstheid of onnadenkendheid aan een invloed van buitenaf heb onderworpen, zal het mij slechts in zeer zeldzame gevallen later mogelijk zijn mij van de ingeslagen weg te verwijderen. Hoe langer ik mij door anderen laat beheersen, hoe moeilijker het ook zal worden zeggenschap over eigen wezen en daden te herwinnen. Wanneer ik hier spreek over “anderen”, dan denkt u aan personen. Maar daarnaast moet u ook denken aan kosmische invloeden, aan datgene, wat een astroloog de inwerking van de sterren pleegt te noemen, evenals aan alles wat vanuit de Witte Broederschap, of zelfs maar vanuit het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid op het ik afstroomt.

Het is dus wel allereerst van groot belang steeds zelf te beseffen, wat men eigenlijk doet en wat de reden van de daad is. Misschien meent u, dat dit weinig zin heeft, omdat men toch niet zal kunnen overzien, wat de gevolgen van de daad kunnen zijn. Maar dit laatste is niet noodzakelijk.

Ik vraag u immers niet een prognose te geven, waaruit zal blijken wat over bv. over 100 jaren de gevolgen zullen zijn van uw daden. Daarmede heeft u niets te maken. Planning op lange termijn moge belangrijk zijn voor allen, die zitting hebben in commissies en raden, maar voor degene die bewust en beheerst wil leven, zijn dergelijke “visies” van minder belang.

De beheersing ligt niet in het overzien van gevolgen, maar in het bewust erkennen en volvoeren van alles, wat op het ogenblik werkelijk belangrijk is. Het gaat om een bewust kiezen uit de bestaande mogelijkheden volgens eigen wezen en inzicht en het verwezenlijken van zo bereikte inzichten ongeacht de pressie, die misschien van buitenaf op het Ik wordt uitgeoefend, om het tot een andere wijze van reageren en handelen te brengen. Door op deze wijze te reageren, kiest men in wezen de betekenis van het eigen ik binnen een bestaande inwerking en zal men eventuele werkingen van oorzaak en gevolg bepalen aan de hand van het bereikte peil van bewustzijn.

Sommigen zullen nu stellen; wat heb ik aan dit alles? Ik kan de gevolgen immers niet overzien?

Hoe moet ik dan weten, wat ik kiezen moet? Indien u echter bewust reageert volgens eigen wezen en inzicht, hebt u ook gehandeld in overeenstemming met de nu geldende grondwaarden voor bewustwording en dus ook gehandeld in harmonie met het bereikte bewustzijn. Dit betekent, dat de keten van oorzaak en gevolg, die zo wordt veroorzaakt, altijd een keten van gebeurtenissen zal zijn, die past bij uw persoonlijkheid, en deze tot hoger bewustzijn en grotere vrijheid van handelen zal brengen. Dit betekent zelfs, dat, zo men onder een bepaalde inwerking een bewuste keuze heeft gedaan, het voor het ik ook bij volgende, geheel andere beïnvloedingen, gemakkelijker zal worden beslissingen te nemen, die geheel stroken met eigen wezen en bewustzijn. Hiermede heeft men dan tenminste reeds bereikt, dat de bewustwording van eigen wezen niet meer kan worden geremd door de invloeden, die vanuit de wereld buiten het ik steeds weer op je afstormen. In feite bereikt men zelfs veel meer dan dit, want door het bewuste kiezen zal men voor zich steeds weer de mogelijkheid vinden al datgene te verwezenlijken, wat voor eigen innerlijk van belang kan zijn. Je leert a.h.w. in eigen leven voor het ik waar te maken, wat aan ervaringen en inzichten voor een harmonische ontwikkeling van eigen geest noodzakelijk is en dus voor het geestelijke ik, dat immers niet door de menselijke dood wordt aangetast, van blijvende waarde zal zijn.

Vele mensen houden zich vaak bezig met dagdromen. De een droomt, dat hij de redder van zijn vaderland zal worden, de volgende koestert het denkbeeld, dat hij morgen reeds geestelijk zal worden ingewijd, terwijl weer een ander zich in zijn dromen beperkt tot het feit dat hij in de eerstvolgende trekking van de loterij de 100.000 zal trekken. Maar dit zijn dromen. Wanneer men zijn leven, al is het maar voor een deel, op deze droombeelden gaat baseren, zal men nooit iets bereiken. Het kan misschien waar worden, maar op het ogenblik, dat men er nog van droomt, is het zeker nog niet waar. Wanneer ik vandaag het geld uit ga geven, dat ik morgen in de loterij hoop te winnen, is een faillissement waarschijnlijk. Indien ik vandaag reeds probeer tegenover anderen het gezag uit te oefenen, dat ik aan een komende inwijding meen te kunnen ontlenen, zal ik daardoor zo grote verantwoordelijkheden op mij gaan nemen, dat ik niet meer in staat ben deze werkelijk te dragen. Waardoor een moreel bankroet haast onvermijdelijk wordt.

Ik kan u wel meer voorbeelden geven, maar het zal u hiermede reeds duidelijk zijn geworden, dat de eerste stelregel altijd weer zal moeten luiden: weet wat je doet en waarom. Wanneer de reden voor een bepaalde daad of denkwijze een zeer persoonlijke of desnoods een emotionele is, zal dit van minder belang zijn, indien men dit maar erkent. Zodra het om idealen etc. gaat, zal er altijd sprake moeten zijn van een wijze van handelen en zelfs denken, die men nog kan overzien, zodat men op basis van de werkelijke feiten zal blijven handelen en denken. Wat alles wel logisch en mooi klinkt, maar geen antwoord geeft op de vraag, of men in de chaotische omstandigheden, die op velerlei terrein verwacht worden nog een verantwoorde keuze uit de mogelijkheden kan maken.

Ik wil proberen een voorbeeld te geven. U kunt kiezen voor het Amerikaanse ingrijpen in Vietnam, u kunt ook roepen: “Handen af van Vietnam!”. Er zijn natuurlijk meer mogelijkheden. Indien men stelt: Handen af van Vietnam, zo moet men zich ook realiseren, wat aan de hand van de nu gekende feiten dit zal betekenen, namelijk dat Vietnam en waarschijnlijk ook verschillende buurstaten binnenkort communistisch zullen zijn, zonder dat daardoor de onrust in Azië werkelijk verdwijnt. Is men bereid, dit als gevolg van eigen stelling te aanvaarden, dan is voor het ik deze wijze van denken en alle actie, die daaruit voortkomt, juist. Wanneer men echter stelt: De Amerikanen moeten ook verder blijven ingrijpen, zo stelt men daarmede gelijktijdig dat je geen communisme wenst in Azië en geen terreur. Wat heel mooi klinkt. Maar men zal zich daarnaast ook bewust moeten zijn van het feit, dat hierdoor een steeds gevaarlijker wordende situatie ontstaat: een oorlog, die invloed heeft op het geheel van het Oosten, maar ook op het gedrag van de staten in het Midden-Oosten. Als gevolg van dit ingrijpen moeten wij dus op meerdere plaatsen en ook zonder ingrijpen van Amerika, daarbij oorlogshandelingen verwachten. Dit kan zelfs voeren tot een atoomoorlog. Voor men dus een dergelijke stelling aanvaardt en eventueel daarop actie onderneemt, zal men aan de hand van nu kenbare feiten en ontwikkelingen eerst na moeten gaan, of dit risico nu werkelijk wel de moeite waard is.

Overweeg in een dergelijk geval dus alle feiten. Stel niet dat het wel niet zo een vaart zal lopen, dat het wel zus of zo zal gaan, maar bezie alle nu waarschijnlijke en mogelijke gevolgen, om alleen te besluiten, als men ook die gevaren en gevolgen wenst te aanvaarden.

U zult overigens opgemerkt, hebben, dat ik voor beide alternatieven evenveel of even weinig voel. Naar mijn persoonlijk inzicht zijn in beide gevallen de gevolgen niet te aanvaarden. Ik voor mij heb dan ook gezegd: Grijp alleen in door de grenzen te handhaven, zonder daarom aan binnen deze grenzen voorkomende oorlogshandelingen en strijd – ook politieke – deel te nemen.

Hierdoor zou het mogelijk zijn, dat het land tot rust komt, terwijl een al te grote invloed van Rood China of anderen, voorlopig kan worden voorkomen. De eerstvolgende regering van Vietnam zal dan wel communistisch zijn, maar ook daar zal men al snel bemerken, dat volgens de eisen van het mens-zijn een theoretisch communisme al even onbruikbaar blijkt in mensenhanden als een absoluut christendom. In beide gevallen doen de mensen zoveel water in de wijn, dat zij in de eerste plaats mensen blijven en hun eigen geluk en welvaart boven alle theorie en lering stellen.

U kunt natuurlijk een eigen keuze doen. Maar in dit verband en voor de hier aanwezigen is die keuze in wezen onbelangrijk. Het land ligt veraf en men heeft weinig mogelijkheid directe invloed uit te oefenen. Anders echter wordt het, wanneer men een keus moet gaan doen voor bv. kandidaten voor de 2de kamer. Dan is er reeds sprake van meer persoonlijke invloed op de loop der gebeurtenissen. Maar allerbelangrijkst wordt het, wanneer een keuze in direct verband staat met eigen leven en werken, wanneer de beslissing te maken heeft met eigen gedrag en de omstandigheden in eigen werk en omgeving.

Nu zal ook in de persoonlijke sfeer voor veel mensen het chaotisch karakter van deze tijd tot uiting komen. De tendens zal in de laatste maanden voor de meeste mensen zeurderig geweest zijn: Alles gaat langzaam, vol vervelende – ofschoon vaak kleine – ergernisjes, enz. Deze tendens geeft misschien niet zo’n spectaculaire problemen en mogelijkheden als de wereldpolitiek en dergelijke. Maar de invloed, die het op u heeft is groter, terwijl ook uw mogelijkheid, om werkelijk iets te doen, werkelijk invloed uit te oefenen, veel groter wordt.

Houdt er dus maar rekening mee dat, zo dit al niet het geval is, chaotische invloeden ook in uw particulier leven een rol zullen gaan spelen.

Om een voorbeeld te geven: Dingen, die u 100 malen gedaan hebt, zonder dat er iets van kwam, kunnen nu opeens onverwacht felle gevolgen met zich brengen, reacties van anderen uitlokken, die niet alleen onverwacht, maar vaak ook zeer onaangenaam zullen zijn. Daarom juist stel ik: Wanneer een chaotische tendens optreedt, zal men zo bewust mogelijk moeten leven. Bewust leven betekent hier steeds weer, dat men, aan de hand van de nu bestaande mogelijkheden voor zich een keuze doet en zich aan die keuze houdt, tot eventueel nieuwe gegevens of ontwikkelingen de feitenbasis, waarop men de keuze baseerde, wijzigen. Steeds weer weloverwogen reageren en in eigen gedrag een strijdigheid tussen besluit en uitingen vermijden, vergt een grote zelfbeheersing. Ik stel dit, ofschoon ik zeer wel besef, dat de meeste mensen hierop zullen reageren met een “het is wel mooi, maar zo een vaart loopt het toch niet”.

Met nadruk echter wijs ik er nogmaals op, dat de verhoudingen binnen het gezin, de verhouding met vrienden en buren voor de meesten onder u binnen zeer korte tijd van groot belang zullen worden. Aangezien de reacties van de mensen steeds feller en in de meeste gevallen vooral steeds onbeheerster worden, zult u steeds meer bewust juist moeten handelen, om binnen een dergelijke sfeer van ongeregeldheden, onenigheden en strijd niet onder te gaan maar uzelf te kunnen blijven en voor anderen uw betekenis te blijven behouden. Eerst wanneer men geleerd heeft, zo zichzelf te blijven in de moeilijkheden van het dagelijkse leven, zal men ook de grotere gebeurtenissen van deze tijd misschien enigszins kunnen beïnvloeden of zich althans aan de ongunstige werkingen daarvan grotendeels kunnen onttrekken.

Nu brengt de komende tijd – zelfs reeds deze tijd – een steeds toenemende mogelijkheid tot het verwerven van inwijding. Dit is een kosmische tendens, die echter door de Witte Broederschap in deze dagen volledig wordt uitgebuit. Menigeen voelt dit aan of weet dit. Nu kan het wel aardig zijn om aan te nemen, dat deze invloed ook het eigen Ik zal treffen, zodat men daar beter van zal worden. Maar ook hier moet ik weer waarschuwen. U weet immers niet, of dit gebeuren zal.

Ja, indien u de kans wilt hebben, dat een dergelijke kracht van inwijding ook uw bewustzijn zal beroeren, zo zult u er eerst zorg voor moeten dragen, dat u bewust leeft.

Nu is het ik van een mens moeilijk te regeren. Wanneer ik het ik van een mens bezie, doet dit mij steeds weer denken aan een Nederlandse menigte: 100 mensen, 1000 meningen, voortdurend ruzie, waarbij alleen wanneer grote dreigingen van buitenaf optreden, tijdelijk een wapenstilstand gesloten wordt en naar buiten toe een eenheid wordt getoond. Als mens ben je in jezelf en tegen jezelf verdeeld. Hierbij is het dus wel belangrijk allereerst voor jezelf uit te maken, wat in het leven voor jou nu wel van werkelijk belang is en wat maar bijkomstig is. Vele mensen doen hun uiterste best, zich materieel te beheersen. Zij zoeken voor alle lichamelijke processen een regelmaat tot stand te brengen en matigheid in alle dingen te betrachten. Zij trainen zich en menen hierdoor alleen beheerste mensen te zijn. Maar het is uiteindelijk alleen maar een beheersen van het lichaam. En het lichaam van de mens is uiteindelijk in de eerste plaats het voertuig van zijn bewustzijn.

Even belangrijk als lichamelijke beheersing is daarom het beheersen van het gedachteleven. Het lijkt een mens niet zo erg, dat hij in gedachten steels weer een dief is, zolang hij de gedachten maar niet in de praktijk omzet. Wat maatschappelijk misschien juist kan zijn, maar voor het ik zelf betrekkelijk weinig verschil uitmaakt. Indien men het denkbeeld van de diefstal niet verwerpt, maar alleen de praktijk ervan verafschuwt, kan men even goed stellen: Stelen en je laten betrappen is slecht, maar stelen zonder betrapt te worden is handig en zeker geen “zonde”. Volgens mij is het vooral het gedachteleven van de mens, waar wij in de eerste plaats naar beheersing moeten zoeken. Juist wanneer krachten uit de kosmos, vanuit de sterren, de geest of vanuit de mensen, je willen beïnvloeden, zal de mogelijkheid, eigen denken bewust te controleren en te regelen van groot belang zijn.

Daarom wil ik allereerst een paar punten stellen, die op dit terrein en in deze tijd m.i. van groot belang kunnen zijn voor iedere mens.

Herken al het niet-mooie en verwerp het bewust, dit verwerpen met redenen omkledende, voor uzelf. Dit voert tot een wijze van handelen en denken, waarbij men niet alleen mooie dingen erkent, maar dezen ook waar maakt door een verwerpen van alles, wat niet mooi, niet eerlijk en zuiver is.

Wees nooit vol angst voor mogelijke conflicten in uzelf, maar stel altijd weer, dat de geestelijke inhoud van uw wezen en uw persoonlijk materieel besef boven alle materiële waarden en beoordelingen verheven blijven, terwijl wij daarin allereerst harmonie voor onszelf moeten vinden, vooraleer wij in geest of materie ook maar één enkele schrede verder kunnen gaan.

Begrijp, dat alles, wat in de materie gebeurt, alleen maar belangrijk is voor ons, wanneer wij dit geheel en ook innerlijk beleven.

Wanneer er op de wereld of in ons leven dingen zijn, die wij lelijk vinden en waaraan wij toch voortdurend denken, zo moeten wij ons realiseren, waarom wij dit lelijk vinden en waarom wij er voortdurend bezig mee zijn. Met dit begrip zullen wij over de middelen beschikken om aan deze overdreven aandacht voor het verwerpelijke, deze ongezonde belangstelling voor alles, wat onaanvaardbaar is, een einde te maken.

Wat dit materieel verder inhoudt, is voor het ik verder niet zo belangrijk. Dat men echter van een preoccupatie met het duistere deel van leven en bestaan afraakt is voor de geest een van de belangrijkste dingen, die er kunnen bestaan.

Ik ken nog een kleine regel, die misschien hier op zijn plaats kan zijn. Het innerlijk van de mens ziet veel verder en beseft veel juister de werkelijke mogelijkheden en de toestand, waarin de mens verkeert, dan hij bewust ooit zal beseffen.

Probeer daarom elke dag uw problemen – geestelijk zowel als stoffelijk – voor uzelf duidelijk te omschrijven. Tracht vervolgens enige tijd nergens aan te denken. De flarden van gedachten, die in u opkomen, kunt u eventueel noteren. Ook al is er oppervlakkig geen samenhang met het probleem te bekennen, zo zullen deze flarden meestal toch een door uw ik gegeven antwoord op de moeilijkheden en problemen inhouden. Wanneer ik hier de term “meestal” gebruik, zo bedoel ik hiermede 9 van de 10 keren. Ook door dit laatste zult u dus de mogelijkheid kunnen vinden, om niet alleen het stoffelijk bestaan, maar ook het innerlijke leven enigszins in vorm te brengen.

Op het ogenblik, dat het innerlijk leven een zekere harmonie bereikt en de gedachteprocessen in zekere mate beheerst en beseft worden, zullen invloeden, die van buiten af op het ik instormen, niet zonder meer door kunnen dringen. Zij worden door bewustzijn plus innerlijke samenhang a.h.w. gefilterd. Men wordt door tendensen en inwerkingen niet zonder meer overmeesterd en men kan dus voor zich de betekenis, die zij voor het ik hebben, enigszins aanvoelen. Voelt men zekere inwerkingen als harmonisch, dan betekent dit, dat men daarvan zowel in eigen leven gebruik zal kunnen maken, alsook de tendensen, die daaraan ten grondslag liggen, in alle contacten met anderen zal kunnen bevorderen.

Nu zijn er op het ogenblik heel wat inwerkingen. Vanuit de natuur vallen in deze tijd 14 verschillende cycli samen. In dezelfde tijd treden vier invloeden van kosmische aard op, terwijl rond 17 grote geestelijke inwerkingen vanuit verschillende sferen eveneens optreden. Deze inwerkingen beïnvloeden de mensen en gaan hen in de komende dagen nog sterker beïnvloeden. Misschien dat men van die inwerking op zich weinig bespeurt, maar het eigen denken en gedrag van de meeste mensen wordt wel degelijk beïnvloed. Is eigen innerlijk en gedachteleven geschoold en wordt het enigszins beheerst, zo zal men uit de vele invloeden, die rond het ik optreden, voor zich alleen die tendensen aanvaarden, die bij het ego passen – dus goed zijn voor u en aanvaardbaar zijn.

Daarbij is het goed te beseffen, dat men niet alle inwerkingen gelijktijdig kan aanvaarden en toch zichzelf blijven beheersen en van eigen daden en gedachten meester blijven. Ik mag hier misschien een vergelijk maken met het wagentje met hors d’oeuvres, dat in chique gelegenheden voorbij komt. Daarop treft, men misschien wel 100 tot 120 variaties van voorgerechten. Wie probeert alles te proeven, alles op te eten, zal ontdekken dat hij geen eetlust meer heeft, dat hij maagpijn krijgt enz. Men lijdt dan, met een mooi woord, aan acute indigestie. Iemand, die alle inwerkingen en invloeden, die in deze dagen optreden bewust mee wil beleven, zal dit niet klaarspelen. Er ontstaat een geestelijke indigestie, waardoor alle verdere bewustwording en zelfs de mogelijkheid tot bewust handelen, wegvallen en slechts een lusteloos zich door invloeden laten sturen, overblijft. Iemand, die uit alles nauwkeurig en met mate kiest, wat voor eigen wezen belangrijk is, zal krachten en impulsen ontwikkelen, waardoor voor hem de komende tijd aangenamer, geestelijk vruchtbaarder en beter wordt. Men komt zo tot een juister en harmonischer leven en werken.

Ik noemde zo even een groot aantal inwerkingen en invloeden. U zult begrijpen, dat ik deze niet allen afzonderlijk kan bespreken. Wanneer ik aan enkelen daarvan aandacht besteed, is de reden hiervoor wel, dat u daarmede in het bijzonder te maken zult krijgen en deze invloeden ook werkelijk verstandelijk kunt beseffen.

Op het ogenblik is werkzaam en nog steeds in kracht toenemende: Een tendens – hoofdzakelijk van astrale aard – die drift en onredelijkheid bevordert. Men is onder invloed hiervan geneigd, ook het kleinste en onbelangrijkste gebeuren, dat het ik niet past, op te blazen tot enorme proporties. Onbeheerst handelen komt daaruit voort, tenzij men zich steeds weer dwingt na de eerste vaststelling niet verder op de feiten door te gaan wanneer zij een gevoel van woede of onmacht doen rijzen. Zo nodig kan men later, wanneer de emotie niet meer zo sterk oplaait, de werkelijke betekenis van de feiten nog eens overdenken. In de komende dagen zullen wij als uitvloeisel van deze inwerking zeer vaak zien, dat iemand, die onaangenaam is getroffen door een woord, daad of uiting, daarop fel reageert, dan enige tijd stil is, om opnieuw – en nu zonder oorzaak – op het zelfde te reageren met een nu toenemende onredelijkheid en steeds grotere ferociteit.

Een tweede invloed, die voor de meesten van u wel kenbaar werkzaam zal zijn, brengt een soort lethargie, welke over dreigt te gaan in een vorm van misantropie. Er is hier sprake van een lusteloosheid in eigen leven en denken, gepaard gaande met steeds sterker optredende besluiteloosheid. Als gevolg hiervan zal eigen leven en het gebeuren in de wereld rond het ik steeds naargeestiger en hopelozer worden geïnterpreteerd. Men komt hierdoor tot een geheel verkeerd interpreteren van het wereldbeeld, een verkeerd beoordelen van de mogelijkheden en bedoelingen van de naasten. Hierdoor zal de mens vaak niet komen tot het nemen van voor hem toch zeer belangrijke en noodzakelijke besluiten, terwijl hij eveneens zo traag begint te reageren op alles, wat rond hem gebeurt, dat hij daar, waar het op onmiddellijke reacties aan zal komen, steeds weer te laat is. Deze tendens zal hierdoor – na rond twee weken voor een duur van rond 6 weken – aansprakelijk zijn voor o.m. een toenemende reeks van zeer ernstige ongelukken bij weg- rail- en luchtverkeer. Reeksen van ernstige ongelukken, veroorzaakt door traagheid, luiheid en nalatigheid, zijn in deze periode haast onvermijdelijk. Wanneer u ontdekt, dat ook u besluiteloos en lethargisch bent in deze dagen, dat u eigenlijk nergens zin in hebt, zal het goed zijn, iets te zoeken, waarvoor u nog even enige interesse meent te kunnen opbrengen. Dit zal in vele gevallen tegen vallen. Probeer toch dit zover door te zetten, dat u weer enige belangstelling krijgt. Ga verder uit van het standpunt, dat het beter is een verkeerde beslissing te nemen dan geen beslissing. Tracht in de activiteit, die hieruit voor u voortvloeit, steeds zo optimistisch en redelijk mogelijk te denken.

Van groot geestelijk belang is een inwerking, die vooral bepaalde lichtvoertuigen – die deel zijn van uw wezen – aanspreekt. De sfeer van de betrokken voertuigen gaat boven de als Zomerland gekende werelden en de daarmede verwante voertuigen uit. Wij kunnen deze invloed het beste omschrijven als een fel en helder Licht, waarin een mengsel van het witte en gouden Licht aanwezig is. Deze werkingen zullen, via het onderbewustzijn, ook tot de stoffelijke mens kunnen doordringen.

Nu zult u begrijpen, dat deze Lichtende Kracht voor velen overweldigend is, zodat het eerste resultaat in de stof een gevoel van machteloosheid is. Dit gevoel van machteloosheid gaat vaak gepaard met onbestemde begeerten. Vergelijkend: iemand, die maar één zak bij zich heeft en de grot van Ali Baba betreedt, wordt overweldigd door de weelde voor hem. Hij blijft staan, omdat hij niet alles mee kan nemen en wordt tot slachtoffer van zijn zucht meer mee te nemen, dan hij dragen kan. Ik meen, dat dit beeld mijn bedoelingen zal verduidelijken. Wanneer u ontdekt, dat in u het gevoel overheerst, dat u veel meer zou kunnen en mogen doen en beleven, dan in feite voor u op dit ogenblik mogelijk is, zal men zich daarin niet al te veel moeten verdiepen. Het gevoel van vermogen zal goede resultaten kunnen brengen, wanneer men zich niet met wenselijkheden bezig houdt, maar zich afvraagt, wat de mogelijkheden van dit ogenblik in feite zijn. Gebruik de mogelijkheden, die nu redelijk kenbaar voor u bestaan. Deze actie voorkomt verstarring. De rest volgt dan, zo dit mogelijk is, wel vanzelf.

Dan moet ik uw aandacht nog vestigen op een tendens, die ik misschien het beste een leugentendens kan noemen; deze werking is reeds enige tijd werkzaam, maar zal eerst rond oktober een hoogtepunt bereiken. Ook zij verwijdert de mens van de werkelijkheid door hem voor te spiegelen, dat het geven van of in zich opnemen van het totaalbeeld niet van belang is.

De werking zelf kan m.i. het beste als een neiging tot fragmentatie worden omschreven. Zij brengt steeds meer mensen er toe de waarheid te verdraaien. Nu behoort liegen reeds vanaf het eerste begin van de mensheid tot de menselijke fouten, maar in deze dagen wordt het verdraaien van de waarheid zozeer tot een gewoonte, dat men gelijktijdig gaat handelen volgens de werkelijke feiten en toch meent, eigen leugens als volle waarheid te mogen aanvaarden. U zult tekenen hiervan ontdekken in eigen leven, maar ook in dagbladen, radio, t.v., op bijeenkomsten enz. In vele gevallen zult u voelen, dat er iets niet klopt, maar niet in staat zijn, te zeggen wat.

Wanneer u invloed van deze tendens meent te bemerken, moet u beseffen, dat zij op zich niet slecht of schadelijk is. Het is eenvoudig een neiging tot het scheppen van fantasieën en het tijdelijk of blijvend dezen voor waar aannemen. Daarom lijkt het mij goed, dat u zich hierin nimmer mengt, wanneer anderen dit voor zich doen. Dit is hun eigen zaak. Het is niet belangrijk de leugens van anderen te ontmaskeren, tenzij daardoor uw eigen belangen, of de belangen van anderen die voor uw gevoel onder uw verantwoordelijkheid vallen, daardoor getroffen worden.

Het is voldoende, dat u weet, dat deze neiging zich via interpretaties e.d. van de feiten steeds verder te verwijderen, overal toeneemt, zodat aannemen op “horen zeggen” zeer gevaarlijk kan zijn. Tracht, wanneer u een dergelijke voorlichting ontmoet en u daarmede al moet of wilt bemoeien, zelfstandig naar de feiten te zoeken, zij het door de feiten zelf na te gaan of de interpretatie van feiten, die u zelf niet kunt nagaan, van zoveel mogelijk verschillende kanten te ontvangen en na te gaan.

Onthoudt verder, dat deze tendens zich kenmerkt door de meest gevaarlijke vorm van liegen, die er bestaat: Het geven van halve waarheden. Indien u dus zelf geen controlemogelijkheden hebt, maar aanvoelt, dat er iets niet geheel klopt, moet u eens nagaan, of de mededeling of voorlichting wel volledig is. Zo dit niet het geval is, zal de aanvulling tot waarheid waarschijnlijk reeds mogelijk zijn door aan te nemen, dat ook het tegendeel van het verkondigde bestaat en waar is.

Voorbeeld: vertelt men u alleen kwaad, dan zal men u het goede verzwijgen. Vertelt men u alleen goede dingen, zo zullen kwade dingen verzwegen worden. Spreekt men u alleen over de toekomst dan zal men u de fouten en gaven van het heden verzwijgen. Spreekt men u over het goede van het heden, dan zal men u meestal vrezen voor de toekomst of reeds reëel bestaande dreigingen onthouden. Door hiermede rekening te houden kunt u voorkomen, dat u wordt meegesleept door de vaak zeer handige en fraaie verdraaiingen van de feiten en zo steeds verder van de werkelijkheid wordt verwijderd. Dit laatste betekent immers, dat u steeds meer gebonden bent aan degenen, die de leugens vertellen.

De meest curieuze tendens – maar misschien ook wel de voor de mens meest nuttige – is een op de wereld geprojecteerd beeld van harmonie, waarop de mens zal reageren met een behoefte om goed te doen. Misschien hebt u reeds bemerkt, dat bij velen de behoefte om goed te doen steeds toeneemt. Zij hebben er gewoon behoefte aan zich goed te voelen. Een top hierin kan verwacht worden rond 21 september. De kern van alle effecten is de toenemende behoefte van mensen, om voor anderen betekenis te gewinnen. Denk niet, dat dit “goed doen” ook voor uw inzichten altijd “goed” zal zijn. Want goed doen kan evenzeer het geven van een lang reeds noodzakelijk pak slaag omvatten, als het geven van een aalmoes. Wanneer men geneigd is steeds meer voor anderen te gaan doen, zal men echter juist, omdat deze tendens nu eenmaal heerst, eerst even na moeten denken. In deze dagen zal men immers voor een ander alleen iets goeds kunnen doen, wanneer men het zelf doet.

Alle “goed doen via anderen”, bv. via collecten e.d. verliest te veel van zijn werkelijke waarden, of gaat onder in halve waarheden en droombeelden. Ondanks dit alles kunnen wij wel aannemen dat er in deze tijd zeer veel goeds voor anderen gedaan zal worden. Maar indien dit ook geestelijke waarden omvatten moet, dient men te beseffen, dat het waarlijk goede eerst tot stand komt, wanneer de ene mens persoonlijk tegenover de ander goed handelt. Wilt u dus werkelijk iets bereiken met dit gevoel, dat men goed moet zijn voor anderen, zo zult u zelf anderen persoonlijk uw kracht, steun en hulp moeten geven en moogt u ook de hulp, die zij u bieden, niet afwijzen. Vermijdt daarbij zoveel mogelijk alle bemiddeling van anderen, handel steeds zo direct als u maar mogelijk is.

Dan is er een minder belangrijke tendens, waarvoor ik u nog even wil waarschuwen. De uitwerking daarvan is een neiging tot bijgeloof. Juist omdat de mensen in deze dagen steeds minder zeker zijn en gelijktijdig anderen een grote zekerheid willen voorgoochelen, is de neiging om zijn toevlucht te nemen tot het bovennatuurlijke op meer bijgelovige wijze zeer groot. De geest zal hiervan geen gebruik willen maken om invloed op de mensen uit te oefenen, maar er bestaan verschillende astrale vormen, enkele schillen van zelfs zeer respectabele ouderdom, die dit wel zullen doen.

Onthoudt daarom het volgende: Een bijgeloof kan misschien een redelijke basis hebben. Maar op het ogenblik, dat wij deze redelijke basis niet kennen, mogen wij ons door de uiterlijke verschijnselen en tekenen, die in het bijgeloof zo belangrijk zijn, niet zonder meer laten leiden.

Degenen, die zich alleen aan de uiterlijke tekenen van het bijgeloof vastklampen, evenals zij, die alleen de uiterlijke waarden van een geloof handhaven, zonder dit te beleven, zullen van deze neiging in de komende dagen veel schade kunnen ondervinden. Voorbeeld: Er staat een ladder. Uit bijgelovige angst loopt u zonder meer de rijweg op, waar een voertuig u onmiddellijk de noodzaak verschaft de zomer verder door te brengen in een ziekenkamer met als grootste attractie het bosje bloemen van tante Geert.

Als je dit alles oppervlakkig beluistert, lijkt het u misschien van weinig werkelijk belang. Maar ik verzeker u, dat voor u en uw leven in de komende tijd deze en dergelijke feiten van het grootste belang zijn. Dankzij de gegeven aanwijzingen kunt u veel voorkomen, veel in uw eigen voordeel laten werken. Maar om dit te bereiken is het noodzakelijk, dat men zich beheersen kan en vooral ook meester is van zichzelf en eigen denken. Want de kern van een meester zijn over eigen wezen ligt vooral in het vermogen, eigen gedachtewereld te beheersen. Vergeet niet, dat er niets op deze wereld voor u waarlijk en onveranderlijk goed of kwaad zal zijn, tenzij u het door uw denken zelf daartoe maakt. Zoals er voor u geen werkelijke vreugde of geen werkelijk leed in het gebeuren op uw wereld kan schuilen, tenzij u door uw denken en innerlijke toestand zelf deze waarde aan het gebeuren geeft. Uw gedachteleven bepaalt daarom ook de betekenis, die het gebeuren van deze dagen voor uw persoonlijk leven en uw bewustwording zal hebben.

Wanneer dit gedachteleven meegesleept of zelfs beheerst kan worden door elke willekeurige invloed van buitenaf, beheerst kan worden door elke suggestie, dan ontstaan voor u juist nu grote reeksen van problemen, die voor u onoplosbaar zullen blijken te zijn. Bent u in staat om meer beheerst, en dus met een zeker afstand nemen, alle gebeuren te beleven en even bewust, niet harmonische invloeden uit eigen gedachteleven te weren of zelf monomane denkbeelden op te lossen, te breken, dan zult u daardoor de wijze, waarop wereld en leven u tegemoet schijnen te treden, ook nu zelf kunnen bepalen. Je kunt een zekere mate van zekerheid en verminderd levensrisico bereiken langs deze weg. Daarnaast moet u er rekening mee houden, dat juist de mens die een beheersen van het gedachteleven tot werkelijkheid weet te maken, in deze dagen de grootste mogelijkheid tot bewustwording heeft, die sedert zeer lange tijd voor mensen in de stof op aarde heeft bestaan. Deze grote bewustwordingsmogelijkheid betekent voor u allen, zeker bij de heersende tendensen, ook de mogelijkheid op kortere termijn een zekere inwijding te bereiken.

En daarmede zou ik mijn onderwerp gevoeglijk af kunnen sluiten, maar ik wilde nog graag iets zeggen, over dit begrip inwijding. Een inwijding is niet een plechtigheid. Wanneer ik het woord inwijding dus hier gebruikt heb, zo deed ik dit zeker niet om aan te geven, dat er opeens een onbekende, een geest, een visioen bij u zal komen aan kloppen met de mededeling: “Mijnheer Jansen, Juffrouw Pieterse, Mevr. van Dezen tot Duttem, ik kom u plechtig inwijden. Daarvoor hebben wij het volgende nodig …enz.” Zo gaat dit niet. Want een inwijding is in wezen niets anders dan een verandering in eigen begrip. Vaak is het proces in het begin haast onmerkbaar, maar opeens vallen de stukjes van de levenspuzzel op hun juiste plaatsen en ziet men het leven anders. Haast onbewust zal men daarop ook eigen mogelijkheden en capaciteiten op een andere wijze gaan gebruiken. Er zijn verschillende mensen in de zaal, die reeds iets dergelijks hebben meegemaakt en op een bepaald ogenblik hebben ontdekt – al wisten zij niet hoe – dat zij opeens dingen konden doen, die zij altijd meenden die voor hen onmogelijk waren, of opeens dingen gingen begrijpen, die hen vroeger altijd vreemd bleven.

Misschien zijn er zelfs mensen hier, die door een onbegrijpelijke inwerking opeens vrede met zichzelf wisten te sluiten, terwijl zij voordien altijd met zichzelf in strijd waren.

Dit nu is veelal het begin van een werkelijke inwijding. Wanneer men niet zich blind staart op eigen grootheid, maar eenvoudig verder blijft streven zonder meer, groeit dit alles steeds verder.

Een werkelijke inwijding maakt je in het begin vaak wat hulpeloos: Je voelt je als een pas geboren katje, waarvan de ogen nog niet open zijn, en het duurt vaak meer dan negen dagen, voor je vol verwondering een opeens vernieuwde wereld beschouwt. Vandaar dat men juist in de beginperiode van een inwijding vaak wat verward zal praten en zelf niet zal weten, waar men eigenlijk aan toe is. Erg is dit niet. Uit die periode van verwarring en vaak ook gevoelens van verlatenheid en nutteloosheid – omdat immers vele lievelings ideeën opeens niet meer levensvatbaar blijken en vele handigheidjes, waarmede men zich in het leven er zo mooi door wist te slaan, niet meer werken – ontstaat het begrip, hoe men de wereld dan wél moet benaderen. Dit leren, de wereld op een geheel nieuwe wijze te benaderen is in wezen de inwijding. Het zal u duidelijk zijn, dat de werkelijke inwijding niet afhankelijk is van plechtigheden en dat daarbij niet op spectaculaire wijze gaven worden verstrekt, zo ongeveer op de manier, waarop een goede oom zegt: Je bent braaf op school geweest, nu krijg je van mij een dubbeltje om drop te kopen. Indien wij een vergelijking willen zoeken; het is eerder of iemand je vriendelijk zegt: Ik zal je eens een paar formules algebra leren. Leuk vind je dat meestal niet en je vraagt je af; wat heb ik daar in ‘s hemelsnaam nu aan; maar hoe verder je komt in werk en leven, hoe meer je blijkt, dat je juist deze dingen dagelijks moet gaan gebruiken, hoe meer je beseft, dat die dingen in wezen onmisbaar zijn.

Zo er al sprake is van ontwakende gaven, zal in de meeste gevallen de ontwikkeling een gelijksoortige reactie wakker roepen: je bent niet opeens bewust en beheerst helderziende, maar je ziet wel eens iets, vaag en onbegrepen, voor je goed weet, wat het was. Of je bent “helderhorend”, maar kunt niet verstaan, wat er gezegd wordt. Je treedt misschien wel uit, maar vraagt je altijd weer af, of je nu gedroomd hebt of iets meer werkelijks hebt beleefd – want dat weet je doodgewoon niet. Een dergelijke tijd van onzekerheid kan betrekkelijk lang duren, maar er komt een ogenblik, dat je duidelijk en beslist ziet, dat wat je hoort helder, zuiver, duidelijk is, dat er geen sprake meer is van onbegrijpelijke visioenen, maar dat men, zo zij optreden, ook daarbij beseft wat zij betekenen. Ook zal men niet meer zich afvragen, of men nu droomt of uitgetreden is, maar zal men voor zich het bewijs van een werkelijk uittreden steeds meer weten te leveren. Dit alles is niet de hoofdzaak, maar slechts een bijkomstigheid in alle inwijdingen.

Het lijkt mij wel goed op dit laatste hier nog eens de nadruk te leggen. In deze dagen zullen vele mensen eigenaardige dingen gaan beleven, in dromen visioenen, gevoelens, kortom paranormale verschijnselen, die wel actueel zijn, maar een werkelijke samenhang schijnen te ontberen.

Kortom, geestelijk zoiets als de tekeningen van Ton van der Tast in de Daverende Dingen van deze dagen. Misschien bent u dan geneigd, om die dingen allen zeer au sérieux te nemen, om met dergelijke verschijnselen hoog weg te lopen. Mag ik u een raad geven? Doe dit in deze dagen vooral niet. Zijn die dingen voor u concrete waarden? Houdt er dan rekening mee, maar pas ze in binnen het kader van een beheerst en logisch denken, pas uw reacties op dergelijke verschijnselen in, in uw normale leven.

En nog een raad. Juist degenen, die zich richten op inwijdingen en daarnaar streven, zullen zich vaak overgeven aan allerhande speculaties, ingewikkelde theorieën enz. Geloof mij echter, wanneer ik u zeg, dat het voor deze benadering nu de juiste tijd niet is. Er zijn tijden, dat de filosofie voeren kan tot geheel nieuwe inzichten. Maar in deze dagen zal juist de filosofie, deze speculatie van de rede, eerder tot verwarringen leiden. Probeer niet iets nieuws te leren of te beginnen, maar tracht eerder uit alles wat men is, weet en bezit, een synthese te bereiken. Dit is voor de mens, die zijn gedachteleven enigszins beheersen kan, zeker de tijd om een synthese te vinden, een samenvoeging van alles, wat hij gekend, geleerd heeft in het verleden, een samenvoegen van alles ook, wat hij misschien gelooft en meent te weten.

Je kunt in deze dagen langs deze weg wel komen tot een nieuw en zeer persoonlijk geloof, dat niet alleen voor het ik betekenis heeft, maar ook feitelijk voor het ik werkt en zelfs in de stof resultaten met zich kan brengen. Daarvoor zijn deze dagen wel zeer gunstig.

Dat was dan het begrip inwijding. Ik heb echter nog iets. Op het ogenblik, dat de mens voor zichzelf bewust wil leven en handelen, zal hij eerst moeten leren zich te ontspannen. Waarmee ik niet bedoel, dat u naar de bioscoop moet gaan of vakantie moet gaan houden. De procedure van het ontspannen kent u waarschijnlijk wel, maar voor alle zekerheid zal ik haar hier nog even memoreren.

Ga rustig liggen, zorg er voor, dat u vlak ligt en geen al te zeer knellende kledingstukken draagt; haal rustig en vooral diep en gelijkmatig adem. Denk aan elk deel van uw lichaam en wil bewust een ontspannen daarvan bereiken. Begin dus bv. bij de tenen, ga vandaar naar de voet, de enkel, de kuiten, de knieën enz. Met enige oefening zal men er in slagen zijn lichaam werkelijk geheel van spanningen te ontdoen. Zodra dit bereikt is, moet men proberen een ogenblik werkelijk aan niets te denken. Daarbij ontstaan – dit is haast niet te vermijden – vanzelf weer gedachten, die veelal een voornemen of een probleem inhouden. Tracht dezen dan beheerst en redelijk te overwegen, eventueel besluiten nemende. U kunt op deze wijze in zeer korte tijd zeer veel energie vergaren en bovendien menige verspilling van energie voorkomen.

Men zal niet alleen de stoffelijke en geestelijke energie opdoen, die noodzakelijk is om in het dagelijkse leven snel en juist te handelen, maar bovendien weten, hoe te handelen.

Nog een klein punt, dat uw aandacht misschien wel waard is. Ik denk, dat er onder u zeer velen zullen zijn – zoals overal – die in de laatste tijd steeds meer rust tekort komen. Een gevaar voor overspannenheid, overwerkt zijn, bestaat voor velen reeds langere tijd. De invloed is reeds werkzaam vanaf februari. Indien u daarvan last hebt, bestaat er voor u een mogelijkheid om, tot rond november, met gebruik maken van de nu heersende invloeden, onderuit te komen. Ik wil u ook hier een kleine raad geven.

  1. Schrijf aan het einde van de dag alle problemen op die u zich dan herinnert. Problemen, die wel bestaan, maar die u dan niet kunt formuleren of onthouden, zijn meestal onbelangrijk.
  2. Ontspan u voor het slapengaan op de wijze, die ik reeds beschreef. Stel u daarna licht voor in de kleur, die u het aangenaamste vindt. Tracht uit ongeacht mogelijke storingen enige tijd vol te houden.

U zult ontdekken, dat u als gevolg hiervan een korte, maar over het algemeen zeer diepe slaap zult kennen, waarvan de werkelijke duur zal variëren tussen 1 uur en zeg iets meer dan 3 uren. U ontwaakt en voelt u wakker, fris. Volgens de klok is het dan natuurlijk nog tijd om even lekker te blijven liggen, om nog wat te dutten, doe dit nu eens niet, want juist wanneer u op deze wijze uitgerust bent, kunt u vaak scherp denken, zult u meer dan normaal zeker reageren en handelen. Besteed liever enkele uren aan arbeid of ontspanning.

Indien u vreest slaap te kort te komen, vooral wanneer u enkele uren gewerkt hebt of u ontspannen hebt, is het goed wederom te gaan zitten of liggen en u, als voor omschreven te ontspannen. Geef daarbij uzelf de opdracht minstens een uur volledig te rusten. Maak u vooral geen zorg over de korte tijd, die u geslapen hebt: Zolang de nodige processen van reiniging en ontspanning in het lichaam maar plaats vinden, doet de tijd van werkelijke slaap er weinig of niet toe. Wanneer u, bv. wanneer u meent onder slapeloosheid te leiden, op deze wijze zeg rond 4 uren gerust hebt, zult u daaraan voor lichaam en herwinnen van energie meer hebben dan aan 10 uren niet onderbroken en redelijk vaste slaap, en dat wil wat zeggen. De heersende tendensen geven meer dan voldoende levensenergie. Maar de mens, die zich niet voldoende ontspant, kan deze niet in voldoende mate opnemen, terwijl hij eigen spanningen niet voldoende kan afreageren. Het gevolg is, dat er wel een toename van energie te constateren valt, maar dat deze meer dan teniet wordt gedaan door accumulerende spanningen van zenuwstelsel en lichaam.

Na deze meer praktische raadgevingen wil ik alleen het onderwerp nog afronden. De tendensen van deze tijd zijn onregelmatig. Wij kunnen er echter zeker van zijn, dat steeds meer van buiten komende en ons beroerende invloeden tot een topspanning komen, dat steeds meer factoren, die normaal betrekkelijk hoog plegen te staan, tot een nulpunt gaan dalen. Er is dus op het ogenblik geen werkelijke regel in de wereld te vinden vanuit een menselijk standpunt. Houdt er rekening mee, dat zeker de eerste 6 à 7 weken de wereld en het leven voor u van toevalligheden aan elkaar zullen hangen, een berekenen van toekomstige mogelijkheden en ontwikkelingen in deze periode wordt steeds meer onmogelijk. Reageer op dit alles, door uw denken te scholen en te beheersen, zo goed gij kunt. Reageer op alle omstandigheden, ook de onverwachte, volgens eigen wezen en zo juist mogelijk. Dan zal het u mogelijk zijn deze periode in ieder geval zonder schade door te komen.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Is het optreden van die invloeden een kans, die de mensheid na lange jaren wordt gegeven, of is de samenhang logisch?

De wereld wordt altijd beheerst door vele invloeden vanuit de kosmos, die periodiek optreden. Ook andere invloeden treden regelmatig op. De periodiciteit waarmede deze invloeden tot uiting komen, verschilt echter nogal. Er zijn perioden bij van 2.100 jaren, van 24.000 jaren, maar ook invloeden die een cyclus hebben van 24 jaren, 28 jaren, 7 jaren, 9 maanden, 28 dagen enz. Wanneer deze invloeden afzonderlijk voorkomen, hebben zij wel zekere invloed op de mensheid, maar hun kracht is vaak te verwaarlozen. De mens kan dus op zekere regelmaat rekenen en zijn leven voor zich betrekkelijk redelijk bepalen. Op het  ogenblik, dat al deze krachten gelijktijdig sterk tot uiting gaan komen, ontstaat een soort cocktail van invloeden, die zo sterk is, dat de mens daarmede vaak geen raad zal weten, terwijl ook de natuur haar tempi verandert, zodat ook hier afwijkingen optreden.

Wat weertype betreft, kan men zeggen, dat het huidige weerbeeld past in het z.g. 4-jarenschema, maar de 9 jaarlijkse golf van stormen blijkt dit jaar eveneens op te treden. Daarnaast blijkt, dat ook de vulkanische tendensen, die gemiddeld per 31 à 32 jaren een top plegen te bereiken eveneens een top in deze dagen aankondigen. De verwarring van deze tijd is dus niet te wijten aan enige tendens afzonderlijk, maar volgt uit het samenvallen van verschillende invloeden op een enkel punt in de tijd. Wanneer er meer invloeden gelijktijdig optreden, is het aanwezige potentiaal hoger dan normaal. Je kunt er dus meer mee doen dan normaal, maar aan de andere kant is de inwerking op het ego groter en ontstaan er dus gevaren, die eveneens veel groter zijn dan de norm. De moeilijkheden van deze tijd vloeien dus hieruit voort. Het ingrijpen van de Witte Broederschap – en ons allen in de geest – heeft dan ook voornamelijk ten doel de felheid van de invloeden wat af te zwakken, zodat voor de mensheid nog net geen kortsluiting ontstaan zal.

  • De Witte Broederschap sprak einde vorig jaar over astrale beïnvloedingen, die op zouden treden. Is dit nu gaande?

Ja. Indien u de onderwerpen van de afgelopen weken gevolgd hebt, zult u weten, dat wij wezen op het feit, dat er in het astrale vlak schillen of vormen bestaan, die door het menselijke denken werden opgebouwd en onder de huidige omstandigheden met grote kracht de ingelegde eigenschappen op de mensheid terug stralen. Hierdoor kunnen voor de mens beïnvloedingen ontstaan, ontleend aan menselijk denken en geloof in het verleden, die zeer in strijd komen met de feiten van heden. Dankzij geloof, bijgeloof en illusies, die in het verleden zeer sterk waren, kan de mens van heden vaak de drang niet onderdrukken tegen zijn gezond verstand in te handelen. Oude vooroordelen en geloofspunten spelen daarbij een zeer grote rol.

Dergelijke astrale inwerkingen nemen op het ogenblik nog steeds toe. Eerst na het einde van september zullen zij, naar ik meen, weer afnemen. Ik mag hieraan wel toevoegen, dat mijn betoog van heden dus niet alleen maar een gezellig en interessant praatje was – ook al koos ik een dergelijke vorm om mij uit te drukken – maar trachtte ik u duidelijk te maken, dat men zich van dergelijke invloeden los kan maken, wanneer men bewust denkt, bewust reageert, zodat een zekere mate van zelfbeheersing de gevaren van dit alles aanmerkelijk verminderen kan.

Als mens kun je de reacties van de mensheid en de wereld niet besturen of bepalen. Maar je kunt zeker binnen de bestaande reacties, en mogelijkheden, een bewuste keuze maken en zo voor jezelf het beste deel verwerven, en de wereld een zeker tegenwicht verschaffen voor haar eigen gebrek aan werkelijkheidszin.

  • Door dit bewuste werken werk je toch ook in op de algemene tendens?

Dit doe je inderdaad. Er is een tijd geweest, waarin wij de menselijke gedachtekracht zagen als iets, waarmee men werkelijk iets kon bereiken en u verzochten steeds positieve gedachten uit te zenden. Nu echter zijn zovele verschillen invloeden op deze wereld actief, dat de gedachtekracht daarin haast wegvalt. Daarom kan de mens in deze dagen beter zijn aandacht eerst rechten op zichzelf, en harmonie na streven in zijn gehele wezen, dit is immers harmonisch met zovele voertuigen, die tot een hogere sfeer behoren, dat op deze wijze indirect nog wel invloed kan worden uitgeoefend. Want hierdoor zal zeker ook een beïnvloeding van het totaal bewustzijn van de mensheid optreden. Door zelf zo goed en harmonisch mogelijk te leven, doet men dus onder de huidige omstandigheden gelijktijdig het beste, wat men doen kan voor zijn naasten.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

Heersers en kracht.

Ik zou graag dit tweede deel van uw bijeenkomst willen gebruiken voor een korte beschouwing over bepaalde geestelijke Heersers en Kracht.

De kern van het Licht is God, God pulseert in de enige werkelijkheid, die zonder veranderingen of tijd bestaat. Daar, waar Zijn Wezen de grenzen van Zijn Rijk benadert en het Licht pulserend tot Hem terugkeert, ontstaan secundaire werkingen, die wij de stralingen van de Heren of Meesters van het Licht noemen. Deze stralingen of kleuren – zoals zij wel genoemd worden beheersen niet alleen uw eigen wereld en zelfs niet alleen het u bekende Al. Er bestaan – vanuit uw denken, in andere dimensies – meerdere stoffelijke heelallen. Al deze in zich besloten werelden zijn onderhevig aan het verschijnsel tijd, onderhevig ook aan het verschijnsel van ontwikkeling, waarbij beweging langzaam aan overgaat in rust, in stilstand. Er is steeds weer een ogenblik, dat een dergelijk heelal tot een absolute stilstand is gekomen en zo, bij een minimum aan beweeglijkheid, terugvalt tot een minimum aan ruimtelijkheid. Dan is daarin geen leven in de stoffelijke zin van het woord meer mogelijk.

Er is een voortdurende dans van deze krachten. Wanneer wij de Heren van Licht – of de poorten van Licht – beschouwen, zo zien wij, dat zij voor ons denken als een soort eeuwig lichtbaken roteren, daarbij steeds weer nieuwe Galaxy’s doorkruisende met hun Licht, en inwerkende op alles, wat daarin leeft. Nu kan het voorkomen, dat een wereld – heelal – en dus niet noodzakelijk uw Al, juist op het ogenblik, dat de bundel van Lichtende Kracht de grens tussen dit Al en een volgend Al overschrijdt, ineen valt. Dan ontstaat er een wonderlijke, alle heelallen treffende werking, die men wel de dans of het lied van de sterren heeft genoemd. Het in zichzelf terugvallen van een stoffelijk Al is een vorm van purificatie, van reiniging. Er zal dan alles, wat niet harmonisch is, wegvallen. Wat overblijft, is een perfecte evenwichtigheid en harmonie.

Dit geldt ook voor alle bewustzijn. Bewustzijn, dat niet harmonisch is, kan onder die condities in dit Al niet voortbestaan, kan geen stoffelijke vorm kennen en ontwijkt door het disharmonische aspect, een andere, wel mogelijke vorm van contact met de materie.

Voor ons komt dit alles er op neer, dat de Heer, wiens Licht deze overgang van Galaxy tot Galaxy op dit moment volbracht, ook een grote reinigende werking zal hebben op de nieuwe en zelfs nog de daarop volgende Galaxy, die Hij met zijn Licht beroert. Deze werking zal uitgaan over het totaal van alle daarin bestaand leven en invloed hebben op de eigenschappen en vormmogelijkheden van alle daarin bestaande materie. Ik vertel u dit alles om u duidelijk te maken, dat er steeds weer krachten optreden, die binnen een stoffelijk heelal de harmonie herstellen. De wijze, waarop die harmonie dan verder voortbestaat – of zo gij wilt de openbaring van de Schepper in die periode – is dan onderdanig aan de kleur van de Heerser, die op het bewuste ogenblik de grenzen van twee Allen met elkander heeft verbonden.

Een ingewikkelde materie. Maar wij moeten begrijpen, dat de Goddelijke Kracht ons nimmer direct, maar altijd als een weerkaatsing bereikt. Wij moeten beseffen, dat de werking van die Goddelijke Kracht en haar weerkaatsingen niet beperkt blijft tot één enkel heelal of één enkele sfeer of wereld. Het geheel der schepping wordt door een oneindig aantal afspiegelingen van de

Enige Werkelijkheid omgeven. In tijd liggen zij soms dicht bijeen, soms ver uit elkander, maar zij zijn altijd aanwezig vanuit het Goddelijk Licht. Het is de werking op die materie en alle sferen, uit het bewustzijn van die materie ontstaan, welke voor ons, zo wij ons in dit heelal bewegen, van het hoogste belang is.

Indien ik in mijzelf op wil gaan tot een hypothetische Godheid, zal ik niets bereiken Zoek ik de kern van alle dingen, ik zal niets bereiken. Maar aanvaard ik de Kracht, die werkt in alle dingen, dan bereik ik de weerkaatsing van het Goddelijk Licht. Ik kom tot de grens, waar mijn wereld en bestaan en de Eeuwige Werkelijkheid elkander beroeren. Voor vele mensen lijkt dit een onmetelijke afstand, die moeizaam overbrugd moet worden. In feite is de afstand kort, is de grens dichtbij. Want op het ogenblik, dat wij het Licht, dat heerst in ons zelf, kunnen bevatten, dat wij de Lichtende Kracht dus, die nu voor ons leeft, kunnen aanvaarden, ontstaat reeds een harmonie tussen ons en de Heer van die Kracht. Daardoor zullen alle leringen en stellingen van tijd tot tijd gewijzigd moeten worden, want de heersende kleur of Kracht verandert immers ook.

Zelfs de wereld en de structuur van het Al zal bepaalde wijzigingen daarbij moeten ondergaan.

Wij kunnen dus niet zonder enig voorbehoud op het oude vertrouwen. Er is steeds weer de tendens van deze tijd, de tendens van het Licht, dat nu de kosmos, waarin wij leven, doorkruist; het Licht, dat – zoals u misschien beseft – ook uw eigen zon en wereld gaat beroeren.

Om een aanvaarding van dit nieuwe Licht mogelijk te maken, treden altijd weer lagere heersers op, die, verpersoonlijkt op aarde, hun leer brengen. Zij kunnen worden voorgesteld als Lichtkrachten met een hofhouding van meer bewusten. Zij zenden hun boden op aarde, om de mensheid voor te bereiden op de waarden van een nieuwe tijd. Zoals zij overal, waar de Kracht van het hen beheersende Licht optreedt, zij boden zenden aan alle bewuste leven op gelijke wijze. Wanneer dan de Kracht van het Licht zelf begint te overheersen – en niet eerder – zien wij, dat de persoonlijkheid van de Licht en de Heerser eveneens geopenbaard wordt binnen een schepsel, of een schijnvorm van een schepsel. Er zijn reeds boden geweest vanaf 1800, die deze nieuwe kracht aankondigden. Er zijn op uw wereld steeds weer stemmen gehoord, die gezegd hebben: Mens, de waarheid van deze tijd zult gij anders moeten zien. Zij hebben dit gedaan aan de hand van een op grond van de menselijke geloofs- en gedachtewaarden van het verleden, maar zij hebben dit verleden een geheel nieuwe inhoud en waarde gegeven.

Zo kwam er een ogenblik, dat er op deze wereld een Wereldleraar, een brenger van een nieuwe leer, tot aanzijn kwam. Hij heeft kort geleefd en is heengegaan. Hij heeft het spoor bereid, zoals eens profeten de komst van Jezus hebben aangekondigd. Zijn waarheid is de waarheid van de komende kracht van Licht. Want deze gehele kosmos, dit gehele Al, staat voor een betrekkelijk ingrijpende wijziging. Er is een nieuwe Kracht en de mogelijkheid bestaat, – al kan ik die niet geheel nagaan – dat deze Kracht in meerdere of mindere mate de door mij omschreven reinigende werking op dit Al zal uitoefenen.

Wat kunnen wij nu uit het werk van de Wereldleraar en de Kracht die wij erkennen, aflezen? “Heb uw naaste lief gelijk uzelf”, is een wet, die zal blijven gelden, maar een andere formulering vergt: “Gij en uw naaste zijn één binnen de Kracht, waaruit gij leeft. Indien gij een ander schaadt, zo schaadt gij uzelf. Zo gij een ander dient, dient gij uzelf en zo gij een ander bemint om de God, die in hem leeft, gij bemint de God in uzelf en het bewustzijn van Deze zal u gegeven worden”.

Dan is er de wet van goed en kwaad, die in zovele vormen ongetelde eeuwen reeds de mensheid heeft geregeerd, en ook zij krijgt een nieuwe vorm: Wat uit het geheel van uw wezen voortkomt en wat gij volbrengt met inzet van al, wat gij zijt, is goed. Datgene, wat niet uw gehele wezen heeft, datgene dat bij u schijn of vorm is, is kwaad. Want het goede is de volledige beleving van de God in u, het kwade is de uiterlijke beleving, terwijl in het innerlijk slechts het ik wordt vereerd.

Dan komt uit de Kracht de wet van het weten. En deze wet zegt niet, zoals in het verleden: wetenschap is het bewijs voor het bestaan der dingen en de verdere ontwikkeling van het erkende. Voor de wetenschap gaat de wet luiden: wetenschap is het erkennen van de hiaten in eigen weten en het overbruggen daarvan door eigen zoeken. Er is dus geen kwestie meer over uitbreiding van weten of het praktisch gebruik van het ontdekte, maar de kern is geworden: De noodzaak tot het erkennen en stellen van een waarlijk afgerond geheel.

Ten laatste is er de – misschien wel – belangrijkste wet: de wet der menselijkheid. Ook deze ondergaat een wijziging. Wij kennen zelfs nu nog de oude klacht van Kaïn, wanneer God hem de dood van zijn broeder Abel wil verwijten: “Ben ik mijns broeders hoeder?” Deze vorm, het hoeden van anderen, is ook in de afgelopen tijd nog geldig geweest. Nu wordt het de ware menselijkheid. Erkennen dat eenieder recht heeft eigen leven te leven. Erkennen, dat men verplicht is een ander die mogelijkheid te geven, en de verplichting voor het ik een eigen leven te leven en alle mogelijkheden om dit te doen te gebruiken, maar gelijktijdig dit eigen ik dienstbaar maken aan het totaal, dat beseft wordt.

Dit zijn slechts enkele punten uit de grote reeks van vernieuwingen die reeds zijn aangekondigd, vernieuwingen, die ongetwijfeld steeds sterker kenbaar in uw wereld zullen worden uitgedrukt. Ik wil en kan niet alle wijzigingen en ontwikkelingen onder de nieuwe Heerser hier opsommen, doch wil met een laatste punt volstaan: De Goddelijke waarheid kan door geen mens geheel omvaamt worden. Maar de mensheid kent reeds zeer vele delen van die waarheid. Dezen samenvoegende zal de mens begrijpen, waar zijn onvermogen begint.

Ik heb u dit gegeven, opdat u iets zou kunnen aanvoelen van de achtergronden van alles wat er buiten u geschiedt, van alles wat misschien ook reeds in uw innerlijk zich afspeelt. Er is een nieuwe Kracht, er komt een nieuwe openbaring. Nu echter is het een tijd van verandering. En die verandering kunt gij innerlijk aanvaarden en verwerken, wanneer u zich richt op de geestelijke Kracht, die nu heerst, niet zoekende naar het uiteindelijke zonder meer, maar erkennende, dat, zo gij de weerkaatsing van de Goddelijke Kracht in deze tijd aanvaarden en beseffen kunt, en beseffen kunt binnen uzelf, dat u als mens de uiterste graad van bewustzijn kunt bereiken.

Er zullen vele, vele nieuwe tijdingen komen. Er zal op deze wereld veel veranderen, maar het einddoel van dit alles is de zuivering, waardoor opnieuw de mensheid in staat wordt gesteld – om hierbij een oude term te gebruiken – om het Koninkrijk der Hemelen – waar te maken in zichzelf en zo de waarheid van Gods eeuwige wereld te beleven en kenbaar te maken binnen de beperkte vloed van tijd, die de mens nog “zijn wereld” noemt.

Hiermede, heb ik mijn onderwerp beëindigd. Ik ben zo vrij, het woord nog kort over te geven aan een laatste spreker, opdat u de gebruikelijke improvisatie aan het einde van een bijeenkomst ook deze maal niet zult hoeven te ontberen.

Moge de kracht van het nieuwe Licht in u doordringen en in u worden tot het weten, dat wijsheid baart.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Het schone woord 

  • Wijsheid – Kracht – Schoonheid – Vakantie.

Wanneer Wijsheid, Schoonheid en Kracht de mens voeren tot de kroon van het leven, krijgt de waan voorgoed Vakantie.

Vakantie: vrijheid van gebondenheid

aan de tijd.

Het ruisen van de bossen,

het kabbelen van de golven,

het spelen, waardoor je vrij bent

een ogenblik jezelf te zijn en uit de waan

te ontsnappen, die steeds weer je dwingt

jezelf te ontkennen, wil je als mens

nog onder mensen leven.

Is de mens niet dwaas om zo te leven,

en bij zoeken en bij streven niet

te zoeken naar de waarheid,

die in iedereen en Al bestaat?

De Kracht, die vrijheid geeft

aan het innerlijke leven

en zo het leven tot ware vrijdom maakt?

De schoonheid, luister van het goddelijke,

weerkaatst in al wat leeft;

sterren doet flonkeren,

de zon haar krachten geeft,

dat, wat wordt harmonie,

die spreekt in duizend talen?

En dan de Kracht, die het Al

in wezen wil vertalen,

de Kracht, die is een Goddelijke macht,

een liefde zonder grens, die doordringt

in al, wat er bestaat,

doordringend zelfs de mens,

die, onbewust van liefde,

noch ‘t ik of ‘t leven haat.

Die kracht, zo groot en sterk,

moet ook omschreven zijn.

Zo treedt de wijsheid, uit het leven,

voortdurend weer de wijn van weten,

essence van besef.

Als een derde zuil, gericht in de tempel

die God zichzelf heeft gebouwd

is daar de Wijsheid, die niet bouwt ,

maar uit wereld schoonheid, leven,

geest de waarheid heeft geweven.

De wijsheid is begrip, een streven,

dat zich zelf erkent voor wat het is:

het is God, gezien in al wat leeft,

en sprekend als een droom, die in

elk wezen zweeft:

God als dag en nacht,

tot één begrip tesaam gebracht

en zo gemaakt tot de gezel

en basis van de Kracht,

waardoor je leeft met Al,

en God in Al beleeft.

Onmisbaar ook hierbij:

de schoonheid, die aan besef

de vorming geeft,

waardoor de Schepper

leeft voor al, wat er bestaat.

Schoonheid, die men

niet slechts beschouwt en ondergaat,

doch die het ik herbouwt,

hervormt, tot aan het eind der tijd

volmaaktheid is geboren,

een eenheid met de eeuwigheid,

die leeft, zelfs in de tijd, omdat het ik

de Schepper heeft beleefd.

image_pdf