Invloeden in deze tijd

9 juli 1968

Deze avond hebt u twee gastsprekers; ik heb dus niet veel tijd voor mijn inleiding.

Er zijn in deze tijd bepaalde invloeden werkzaam, waaraan ik graag een korte beschouwing wil wijden. Er is nl. op dit moment een toenemende tendens van onrust. Deze onrust manifesteert zich hoofdzakelijk in de persoonlijke sector en velen van u zullen in de loop der tijd – zo dit niet reeds gebeurd is – te maken hebben met kleine ongevallen, ziekten, teleurstellingen en wat die meer zij.

Een dergelijke tendens is echter – vreemd genoeg – niet alleen negatief. Wij kunnen nl. een groot gedeelte van hetgeen schijnbaar onaangenaam is ten goede wenden, wanneer wij daarvan op de juiste wijze gebruik weten te maken.

De basis van dit alles is altijd weer de mens zelf, de menselijke reactie. Wij weten dat de mens een psychisch grondpatroon heeft dat bijna erfelijk is. En daarbij kennen we dan:

  1. Opstandigheid of verzet, iets wat dus bij tegenslagen zeer snel naar voren komt.
  2. Gevoelens van gejaagdheid, die een zekere emotionaliteit uitdrukken.
  3. Een min of meer wanhopig zoeken naar het andere, de verandering.

Deze drie factoren zijn ongunstig, wanneer we die onbeheerst en alleen in zuiver materiële zin laten gaan. Maar wij kunnen aan onze emoties altijd onze gedachten verbinden.

Het denken van de mens is ook voor een deel instinctief. Deze instinctieve reacties of de emotie kunnen echter – omdat ook het denken instinctief is – een bepaalde vaste invloed van de mens doen uitgaan. Bv. u voelt zich onrustig. Deze onrust kunt u niet beteugelen, wanneer u niet een bepaald doel hebt. Indien u echter een doel kunt stellen dat op dit moment opportuun is en u kunt dus uw streven verbinden met deze onrust, dan zal blijken dat de onrust in daadkracht verkeert en dat deze daadkracht – mits zij redelijk gecontroleerd blijft – een véél betere en veel snellere prestatiemogelijkheid geeft.

Voor inwijding geldt al precies hetzelfde. Wanneer ik te maken heb met al deze instinctieve waarden, deze onrust en deze tegenslagen, dan kan ik daaruit een les leren. Ik kan nl. nagaan in hoeverre ikzelf verkeerd reageerde. Niet om daarover een berouw te koesteren of mij te beklagen, maar eenvoudig om de oorzaak- en gevolgwerking te constateren. Wanneer ik deze oorzaak- en gevolgwerking voor mijzelf heb erkend, dan heb ik daarmede iets omtrent mijzelf omschreven. Ik weet dus iets meer over mijn eigen reactie. En daar ik deze reactie ken, zal ik zowel wat mijn geestelijk bestaan (voor zover dit stoffelijk wordt uitgedrukt) alsook wat mijn stoffelijk bestaan betreft, dus meer regelmatig, bewust en gericht kunnen ageren.

Ik weet dat dit alles voor u misschien een beetje onbelangrijk lijkt. Maar ik moet een inleiding vinden tot een spreker die graag met u zou willen praten over de invloeden van deze tijd. En een algemene beschouwing daarover heeft m.i. weinig zin, wanneer wij niet weten hoe wij van die invloeden gebruik kunnen maken.

Er zijn een paar eenvoudige raadgevingen, die u waarschijnlijk wel meer gehoord hebt, welke wij kunnen hanteren voor deze tijd, voor deze periode.

  1. Ik moet trachten zo gelukkig te zijn als mij mogelijk is. Hierdoor zal ik positief reageren op het leven, ik zal positieve mogelijkheden erkennen en dus ook in mijn geestelijk streven meer positief reageren.
  2. De overgevoeligheid, zoals ze in deze periode optreedt, houdt tevens een grotere gevoeligheid t.a.v. geestelijke waarden en krachten in. Deze geestelijke waarden en krachten zijn in hun uiting altijd onze persoonlijke interpretatie van iets, wat wij ontvangen. Maar ons contact met andere werelden en sferen is intenser. Wij kunnen dus geestelijke kracht, raad, harmonische werkingen e.d. op eenvoudiger wijze bereiken.

En dan zal zo dadelijk wel heel veel worden gezegd over alles wat met harmonie samenhangt. Het is nl. op het ogenblik wel zo, dat disharmonie en harmonie vlak naast elkaar liggen. Maar harmonie is altijd een ogenblikkelijke toestand. Wij kunnen dus niet vandaag beginnen harmonisch te zijn voor morgen.

De grote moeilijkheid voor de doorsneemens in deze periode is daarbij dat door het snel wisselen van stemmingen en omstandigheden (o.a. door de zonnevlekkencyclus die daarbij een rol speelt), hij morgen meestal anders is dan vandaag. Wat vandaag normaal en harmonisch lijkt, is morgen betreurenswaardig. Men kijkt dan vaak terug op datgene, wat gisteren harmonie scheen en vergeet daarbij vandaag harmonisch te zijn. Hier is ook de regel zeer eenvoudig:

Bereik – verantwoord voor uzelf – harmonie op elk moment dat het u mogelijk is.

En begrijp dat elke dag nieuwe eisen en mogelijkheden met zich brengt. Voortbouwen op het oude is niet mogelijk; slechts steeds opnieuw beginnen.

U ziet het: deze regels zijn betrekkelijk eenvoudig en ze zijn ook wel praktisch.

Daar ik nog een paar minuten mag spreken voor de gastspreker mijn taak overneemt, wil ik u verder nog wijzen op het feit dat de gehele komende periode vol van wisselvalligheden zal zijn. Vandaag hebt u alles, morgen hebt u niets. Vandaag hebt u alle mogelijkheden, morgen hebt u er geen. Het is dus geen kwestie van geleidelijk de zaak ontwikkelen. Je moet op het ogenblik Fortuna bij de voorlok grijpen, wanneer ze aankomt en niet overwegen of het Fortuna wel is.

De meeste mensen laten in deze tijd hun positieve punten en mogelijkheden snel voorbijgaan, omdat zij niet in staat zijn erop te reageren. Zij menen dat alles verantwoord en overwogen moet geschieden. Verantwoord en overwogen is iets op het ogenblik dat ik – een mogelijkheid ziende – deze voor mijzelf zonder voorbehoud kan bevestigen. Dat is dus het enig belangrijke.

De consequentie hiervan is duidelijk. Iemand, die vaste plannen maakt in deze tijd, staat altijd voor grote verrassingen. Degene, die van de hem geboden mogelijkheden – geestelijke, maar bv. ook zakelijke – gebruik weet te maken, zal in deze tijd zeer veel goede mogelijkheden vinden. Je kunt innerlijk zowel als naar buiten toe zeer snelle en grote vorderingen maken op elk terrein, door gebruik te maken van de topmomenten die je steeds weer ontmoet.

Het is belangrijk dat u beseft dat het geluk niet naar u toekomt, maar dat u het bij zijn voorlok moet grijpen. U doet maar net of u een Indiaan wilt scalperen. Wanneer u dat nl. weet te doen, dan zal door de snelle beslissing die u neemt, door het eigen initiatief dat u neemt, zeer veel onmiddellijk in orde gemaakt kunnen worden. Maar onthoud wel één ding:

Wanneer u verplichtingen voor de toekomst aangaat, geldt dit alles niet. Want de verplichting, die vandaag aanvaardbaar en dragelijk lijkt, zal dit misschien morgen niet meer zijn. U moet altijd uitgaan van de mogelijkheid van vandaag, niet van wat morgen eventueel zou kunnen.

Hier hebt u dan van mijn kant uit enkele misschien meer praktische richtlijnen, die naar ik meen, u zullen helpen om hetgeen deze eerste gastspreker u brengen wil in een meer praktische en meer bruikbare zin te interpreteren.

Deze eerste gastspreker – dat wil ik erbij voegen – behoort niet tot onze Orde. Hij is echter wel in vele taken met onze Orde gelieerd geweest. De tweede gastspreker, die na de pauze voor u ter beschikking zal zijn, is een spreker die wij al enige tijd kennen en die tot onze Orde behoort, maar die in zijn arbeid slechts zeer zelden tot mediamieke uitingen overgaat. Ik hoop u hiermede het geheel voldoende geïntroduceerd te hebben. Blijkt het door omstandigheden noodzakelijk, dan zal ik natuurlijk aanwezig zijn om uw medium op te vangen en dan eventueel met enkele woorden iets toe te lichten, zodat de spanning kan afvloeien. Ik vraag uw aandacht voor de eerste gastspreker.

Besluiten van de Witte Broederschap

Er zijn op het ogenblik in het kader van de Witte Broederschap nogal wat beslissingen gevallen. En deze beslissingen – ofschoon ik ze u niet verder wil toelichten – hebben toch zeker de nadruk gelegd op de mogelijkheden die de mens in de komende tijd op aarde krijgt. Hierbij behoren bepaalde aspecten van inwijding. Daarnaast behoren hierbij vergroting van bepaalde occulte of magische vermogens. En ten laatste behoort hierbij een vooruitlopen a.h.w. op het langzame proces van maatschappelijke omwenteling, dat reeds is ingezet, maar dat in de eerste paar jaren nog geen definitieve vorm krijgt.

De kern van alles wat wij in die Witte Broederschap en daarnaast natuurlijk ook wel degelijk in onze normale werkzaamheden tot uiting brengen, is gebaseerd op het verschijnsel van harmonie.

Harmonie is een heel eigenaardig iets, omdat je het niet omschrijven kunt. Harmonie kan een enkele flits zijn, als een bliksemstraal die overspringt. Soms is het een langzaam opkomen van bepaalde erkenningen, zoals de vloed die een strand begint te overspoelen. In enkele gevallen is harmonie een samengaan van totaal verschillende waarden. Soms echter is het eerder een ontmoeting. Daarom zou ik u juist i.v.m. al hetgeen wij besloten hebben en wat er gaat gebeuren, het een en ander willen zeggen over deze harmonie en al wat ermee in verband staat.

Harmonie is niet alleen maar een kwestie van samengaan zonder meer. Er behoort een zeker contact bij. Dit contact noemt men in uw wereld tegenwoordig communicatie. Wij zouden het echter ook begrip kunnen noemen.

Wanneer een aantal mensen een bepaald begrip delen – zelfs wanneer dit maar voor een betrekkelijk korte tijd is – dan zullen hun gedachten door dit gedeelde begrip werken als een eenheid. De ontlading van de kracht van die eenheid kan in ieder van hen geschieden, zij kan naar buiten toe gericht zijn. Maar dit geheel vormt bovendien een klankbord.

De gerichtheid bv. van een groep als deze is niet slechts een lering of het ondergaan van een bepaalde sfeer; het is het gezamenlijk vormen van een klankbord, waarop niet-gesproken en niet-uitspreekbare waarden kunnen inwerken. De sferen die van elkaar verder gescheiden zijn dan dimensies, komen op deze wijze met elkaar in contact.

Nu is de harmonie die geestelijk bestaat, op het ogenblik uit te drukken in drie aparte groepen.

De eerste groep zou ik willen noemen: stoffelijk begrip, omvattende wetenschap, maar ook begrip voor menselijke gevoelens. En deze groep werkt hoofdzakelijk in op de ontwikkelingen van uw wereld zelf. Hulp bij wetenschappelijke ontdekking, zowel als beïnvloeden van mensen op belangrijke plaatsen, speelt hier een rol. Deze invloeden zult u ondergaan. Zij kunnen vanuit de sferen worden opgelegd. Voor deze harmonieën behoeft u zich dus verder niet te veel te interesseren.

Belangrijker is de tweede groep, die begripsverwijding (of zo u het met een andere naam wilt noemen: de erkenningen van het gouden licht) op deze wereld wil uiten. De erkenning van het gouden licht, mijne vrienden, is in wezen een begrip voor levenskracht; daarnaast voor bepaalde geestelijke waarden en krachten. Zij houdt in het wegvallen van de sluier van de te subjectieve interpretatie, die elke mens eigen is.

Een harmonie met deze krachten kan echter niet verkregen worden zonder meer. Men zal in zich een toestand moeten kennen, waarin dit licht tekenend kan optreden (dus zich kenbaar kan maken), voordat de totale kracht dus in u een werking ten gevolge kan hebben, waardoor u beter erkent. Men zou dit kunnen noemen; een verscherping van geestelijke zintuigen en soms ook van normaal zintuiglijke waarneming.

Om deze krachten nu te kunnen bereiken, om daarin mee te kunnen werken, heeft u in de eerste plaats nodig een gevoel van vrede. Vrede is geen tevredenheid, een vergissing die men vaak maakt. Vrede wil zeggen: een a-priori aanvaarden van het bestaande en een absolute bereidheid om vanuit deze basis verder te bouwen.

Daarnaast hebt u nodig: voor uzelf de erkenning van geestelijke kracht (dus van een geestelijke mogelijkheid in welke vorm dan ook) en de behoefte om die geestelijke kracht in u te ervaren. De vorm waarin u ze wilt uiten is niet van belang.

Ten laatste wordt deze harmonie zeer sterk bevorderd en geïntensifieerd door een ogenblikkelijk reageren op deze erkenning. Wanneer ik in mijzelf vrede ken, wanneer ik in mijzelf een geloof heb aan een geestelijke kracht en er komt een ogenblik dat ik besef dat er iets werkzaam is, dan moet ik onmiddellijk daarop reageren. Ik moet mij daarvoor openstellen.

De derde groep – voor u waarschijnlijk de moeilijkst benaderbare – houdt zich bezig met wat men noemt “het verticaal inwijdingsproces”, waarbij het besef van de mens naar een hoger niveau wordt opgetrokken. Het optrekken naar dit hogere niveau kan alleen gebeuren, doordat de mens zelf medewerkt.

Streven kan nimmer rechtlijnig zijn bij deze groep, omdat zij gebruik maakt van alle op aarde denkbare en mogelijke begripswaarden. Vergelijk: Een trap kunt u misschien rechtuit oplopen, maar een inwijding in deze soort en aard is eerder het beklimmen van een bergwand, waarbij men dus voortdurend het volgende houvast moet vinden, zelfs wanneer dit houvast niet inhoudt dat men rechtstreeks stijgt.

Om deze waarden te kunnen erkennen is nodig: een grote plooibaarheid van uw eigen besef; een innerlijke Godserkenning is natuurlijk noodzakelijk; daarnaast een aanvaarding van uw eigen ik. Iemand die met zichzelf voortdurend in strijd is over bepaalde eigenschappen, zal juist hier vaak falen.

Hier hebt u dan de drie groepen, die zeker in het komende jaar (maar vermoedelijk voor de eerstkomende 15 jaren) in deze vorm actief zullen blijven op aarde.

U staat daartegenover als mensen. U kunt harmonie nimmer geestelijk uitdrukken, u kunt haar slechts materieel uitdrukken. U kunt haar geestelijk ervaren, maar u kunt haar niet zonder meer geestelijk veroorzaken, tenzij u reeds een voldoende scholing hebt gehad om zelf geestelijk metterdaad op te treden. Daarom moeten wij in de eerste plaats rekening houden met de sfeer, die wij zelf tot stand brengen. Hoe groter onrust, hoe groter ongenoegen wij kennen, hoe moeilijker het ons zal zijn de nodige sereniteit, de nodige harmonie te bereiken.

Mensen, die onderling harmonisch zijn, zullen elkaar misschien maar op een enkel punt begrijpen. Een harmonie behoeft dus nimmer veelomvattend te zijn. Ook dit geldt voor de geest. Een enkel punt van contact, waarin een begrip mogelijk is, is voldoende om voor de mens een samenwerking te veroorzaken, een gevoel van eenheid en wederkerige erkenning.

Zoals dit voor mensen geldt, geldt dit voor krachten uit de geest. Zoek nimmer naar een volledige erkenning. In deze tijd zult u de lijn van een geestelijke leiding nimmer geheel kunnen volgen. U zult in deze dagen de zin van het totale gebeuren – of het u persoonlijk betreft of de gehele wereld – nimmer helemaal kunnen verklaren. Dat is ook niet belangrijk. Wanneer u één punt in de wereld vindt waarvoor u begrip hebt, wat u kunt verklaren, kunt u daarmee werken en vandaaruit een harmonie bereiken met een zeer groot deel van die wereld. Wanneer u in uw persoonlijk bestaan een enkel punt van begrip of contact hebt t.a.v. een andere persoon, dan kunt u die persoon op dat punt begrijpen en benaderen. En dit is voldoende. Harmonie is een samenwerking, waarbij communicatie noodzakelijk is, maar waarbij geen volledig wederkerig begrip noodzakelijk is.

De totaalkracht, die voor mij – en mede voor een groot gedeelte van mijn broeders – het meest belangrijk is, is uiteraard die van inwijding. Maar al behoort u misschien reeds tot een bepaalde graad van inwijding, dan moet u niet denken dat het proces stilstaat. Integendeel, de inwijdingsgraden (of stadia, als we ze zo mogen noemen) zullen vaak in een versneld tempo zich ontwikkelen. Hoe meer u geestelijk weet, hoe meer u bereid moet zijn om weer geestelijk actief tot een nieuw niveau van leven en besef te komen.

Taken wachten er eveneens op de meeste mensen. En ook dat vinden wij van ons standpunt uit belangrijk. Want de sfeer, die een mens schept voor zijn medemens, zal vaak meer van invloed zijn dan alle materiële middelen, die hij kan inzetten.

Het scheppen van een sfeer is een geestelijk begrip. Ik weet dat daarbij bepaalde stoffelijke condities mede belangrijk kunnen zijn, maar toch meen ik de geestelijke waarde hier voorop te mogen stellen. Deze geestelijke harmonie, deze sfeer die u creëert, kan a.h.w. besmettelijk werkend een groot gedeelte van uw omgeving, uw milieu en uw wereld veranderen.

Denk daarbij nooit dat iets onbelangrijk is. Een virus is klein en onzichtbaar. En toch, wanneer een klein beetje van dat onzichtbare virus in het grote menselijke lichaam binnendringt, dan kan dit virus dit grote menselijke lichaam tot één chaos maken.

U leeft in een wereld, die op dit moment veelal verkeerd georiënteerd is. Ook uzelf bent – mede door uw achtergrond – meestal niet geheel juist georiënteerd. Een punt van harmonie dat op de juiste wijze bereikt is, zal de sfeer veranderen. Maar als die sfeer verandert, begint in u een omzettingsproces dat ook in anderen verdergaat.

De Grote Broederschap heeft natuurlijk allerhand maatregelen bedacht om daarvan gebruik te maken. Het is begrijpelijk dat wij geen enkel middel terzijde laten, wanneer het o.i. toch gaat om de snelle ontwikkeling van de gehele mensheid. Maar wij kunnen een mens helpen om zichzelf te helpen; nimmer een mens helpen ondanks zichzelf. En daar ligt misschien het meest belangrijke aspect van al die harmonie. De harmonie kan nimmer uitgaan van de geest zonder meer. Zij moet door u erkend en aanvaard worden, voor zij verder werkt.

Nu zijn er op het ogenblik miljoenen geesten, die zich – nog veelal betrekkelijk kort na de overgang tot 10 jaren daarna misschien – gericht hebben op uw wereld. En een groot gedeelte van hen heeft een besef van licht, heeft zijn geestelijke toestand en wereld dan toch leren accepteren, met als resultaat dat dezen nu actief kunnen worden ingezet, juist t.a.v. die sfeer. Zij zullen zoeken naar die punten, die ogenblikken, die mogelijkheden, waarin een harmonische waarde op aarde ontstaat. Zij zullen daarin hun eigen geestelijke kracht natuurlijk mede doen spelen, maar bovendien – en dit is in de sferen mogelijk – degenen die harmonische krachten, levenskrachten e.d. ter beschikking hebben, waarschuwen opdat dezen van elk mogelijk harmonisch punt op aarde gebruik kunnen maken.

Wanneer wij die harmonie kunnen ontwikkelen zoals wij ons dit voorstellen, dan zal het de mensheid misschien wel lijken of men de mazelen heeft. Want overal ontstaan plotseling kleine centra, die van de rest afwijken, zich vaak kentekenen door een ander gedrag en die gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld voor de koorts in het sociale geheel. Deze kleine kernen – mits in een juiste vorm harmonisch -kunnen echter alle tezamen die mensheid veel sneller heroriënteren dan ooit door een grote macht zou kunnen geschieden.

Het is belangrijk dat de mensheid meer in contact komt met geestelijke waarden. Niet omdat daardoor de materie onbelangrijk wordt, maar omdat de materie pas zinrijk kan worden voor de mens, wanneer daarin een geestelijk element een rol speelt.

Kentekenend voor de eerstkomende tijd zal voor u vooral zijn de voortdurende behoefte, die u “behoefte aan verandering” zult noemen. In feite is het een behoefte aan begrip. En dat wil zeggen: aan een je begrepen weten. Dat “je begrepen weten” is een uitdrukking van harmonie, maar het is gelijktijdig sfeerbepalend. Op het ogenblik dat ik een medemens als mens begrijp, ontstaat er een zeker vertrouwen, dat – zelfs wanneer wij materieel en maatschappelijk gezien elkaars tegenstanders zijn – de verhouding toch gaat kentekenen en daarbij de positieve waarden sterker op de voorgrond brengt. En dat is heel belangrijk.

Wanneer u begrip krijgt voor een geest en die geest begrip heeft voor u in uw wereld, dan kan een samenwerking ontstaan, waarvan u misschien niet al te veel zult zien, maar die toch uw wezen verandert, die uw omstandigheden verandert. En omstandigheden moeten heel vaak veranderen in deze tijd.

Ik weet niet of het juist is, maar in dit verband zou ik willen opmerken (het is een besluit van de Broederschap dat in zijn betekenis nog niet volledig is uitgewerkt, dat wil ik er meteen bijvoegen), dat in de persoonlijke omstandigheden van veel mensen zeer snelle en onverwachte veranderingen worden veroorzaakt. Die veranderingen zijn noodzakelijk, omdat alleen via die verandering harmonie kan ontstaan. Harmonie kan alleen ontstaan in vrijheid. Vrijheid en harmonie zijn in zekere zin identiek. Want eerst een mens, die vrijelijk reageert binnen het geheel, kan dit geheel volledig en zonder voorbehoud aanvaarden, voor zover hij er deel van is.

Het zal u duidelijk zijn dat de mensen, die op het ogenblik vaak aan bezit, aan menselijke verhoudingen en aanzien gebonden zijn, maar zelden zover komen dat zij van zichzelf uit de verandering aanvaarden en zoeken. Maar daar deze behoort tot de stoffelijke oorzaak- en gevolgwerkingen, kan zij beheerst worden.

Geestelijk kun je de mens niets opdwingen. Materieel kun je heel veel beïnvloeden. En doordat nu … laten we zeggen de “jongere broeders” in de geest actief zijn geworden en voor een zeer groot gedeelte als georganiseerde zoekers naar mogelijke harmonie gaan meewerken, zal het aantal gevallen, waarin wij die verandering kunnen veroorzaken en daarmee een harmonie bevestigen of vernieuwen en opnieuw bereiken, zeer veel groter worden dan voorheen.

Leven is niet alleen een kwestie van bestaan. Het is ook niet alleen een kwestie van denken. Leven is het erkennen van harmonieën, waardoor je wereld steeds groter wordt. Zodra eenzelvigheid en afgeslotenheid gaan optreden, is harmonie zeer moeilijk bereikbaar en zal de mens zelf aan de eentonigheid van zijn beleving vaak haast te gronde gaan. Eenzelvigheid moet dus vermeden worden.

Maar wij moeten verder gaan dan dit. Wij moeten proberen om niet slechts het isolement van de mens te doorbreken; wij moeten proberen de hogere geestelijke waarden en krachten, die in een mens kunnen bestaan, te activeren. Daar dit in de beslotenheid van een eenling niet te doen is, zal dit steeds gedaan moeten worden in gebeuren, sociaal gebeuren, groepsgebeuren. En daarbij komt uiteraard de noodzaak om een mens op de proef te stellen.

U vindt het misschien wreed of vreemd dat in een tijd, die voor velen van u toch al zo moeilijk is, voor velen geestelijke en soms zelfs materiële beproevingen bewust worden georganiseerd. Maar alleen wanneer u zelf geestelijk uw weerstand hebt kunnen bewijzen, wanneer u uw begrip, uw harmonisch vermogen hebt kunnen bewijzen, bent u in staat om nieuwe krachten van besef, maar ook nieuwe vermogens tot werken te aanvaarden. En er is behoefte aan zeer velen, die nieuw kunnen werken in deze tijd.

U kunt uiteraard geen opzienbarende wonderen verwachten. De wonderen van deze tijd zijn meestal begraven onder de verklaringen, die men ervoor vindt. Maar u kunt wel in uw eigen bestaan onverwachte wonderen aantreffen. Wanneer u begrip hebt voor het niet meer alleen natuurlijk-menselijke van het gebeuren, stel u erop in. Want dit bovennatuurlijke of occulte zal hand over hand toenemen als werking. En wanneer u er bewust in betrokken bent, wanneer u bewust helpt om dit uit te dragen en waar te maken, dan zult u ontdekken dat uw eigen leven daardoor een andere betekenis en inhoud krijgt. En dat u daardoor een veel grotere verbondenheid kent met de krachten van de geest, maar ook met de mensheid.

De beslissingen, waarvoor je staat in de Raad van de Broederschap, zijn vaak groot en moeilijk. Het is eenvoudiger een vast plan te volgen dan te werken met een zeer losse vorm van organisatie, waarbij men bij het optreden van omstandigheden en reacties voortdurend zal moeten improviseren. Toch is dat hetgeen, wat op dit ogenblik onvermijdelijk lijkt.

Het betekent voor ons in de geest grote inspanning, maar het betekent ook onvergelijkelijk grote mogelijkheden. Deze mogelijkheden waar te maken is – althans voor mij – een van mijn liefste dromen. Maar ik kan deze mogelijkheden alleen waar maken in harmonie met geest en mens. Alleen kan ik niets. En daarom, juist daarom, heb ik gevraagd of ik over dit onderwerp vanavond het een en ander zou mogen zeggen.

U meent misschien dat er in deze tijd vaste regels bestaan. De komende tijd zal u bewijzen – voor zover het u al niet bewezen is – dat vaste regels steeds minder bestaan. U meent misschien dat de norming van uw eigen bestaan en leven een blijvende is, een gelijkblijvende. U zult ervaren dat dit niet het geval is. U meent dat het maken van plannen inhoudt dat die plannen verwezenlijkt worden. U zult ontdekken dat plannen veelal de aanleiding zijn tot het onverwachte gebeuren, maar dat zij zelden een omschreven en verwacht gebeuren waar maken.

Dit alles is de werking van de geest in deze drie grote groepen op uw wereld. De acties, die reeds zijn ingezet, zijn in de laatste zes, zeven weken voor de meesten van u kenbaar geweest. Maar de grote inzet van deze krachten kunt u verwachten over maximaal acht weken. Dan is de topactie waarschijnlijk bereikt. Waarschijnlijk, want ook wij zitten met die onzekerheid, zoals ik u reeds gezegd heb.

Vanuit deze maximale inzet van geestelijke krachten en mogelijkheden moet het mogelijk zijn maximale vormen van harmonie op aarde waar te maken. Het moet mogelijk zijn om begrip te scheppen al is het maar op één punt, waardoor samenwerking mogelijk wordt. Het moet mogelijk zijn om besef en geloof en innerlijke waarden van verschillende mensen een zodanige eenheid op een enkel punt te geven, dat hierdoor een nieuwe geestelijke bewustwording kan opbloeien, dat nieuwe filosofieën zich kunnen ontwikkelen, dat nieuwe denkbeelden omtrent het leven – ook materieel – meer vaste voet krijgen. Dat moet mogelijk zijn, wanneer de mensen zelf enige harmonie kennen.

Hoe u die harmonie zoekt is eigenlijk niet zo belangrijk. Belangrijk is dat u haar vindt. Belangrijk is dat u die harmonie steeds beschouwt als een gebeuren in zichzelf; niet als het begin van een ontwikkeling of het einde daarvan. Die harmonie wekt in u een nieuwe kracht. U zult ontdekken dat uw eigen sfeer verandert. Laat deze sfeer door geen enkele invloed aantasten.

Tracht die sfeer ook verder te handhaven. Tracht daarin iets positiefs, iets goeds, iets lichtende te vinden. Dan geeft u ons de mogelijkheid om u te helpen. Dan geeft u ons de mogelijkheid met u samen te werken. Dan geeft u ons de mogelijkheid om zelfs de ban van het materiële en materialistisch denken in deze wereld te doorbreken en de verstarring van ideologieën eindelijk teniet te doen.

In enkele jaren zal zeer veel moeten geschieden. Wat deze maal ons aan mogelijkheden gebleken is, is onverwacht groot maar gelijktijdig ontstellend veelzijdig. Wij doen alles wat wij kunnen. Maar alle geest kan de mens niet redden voor zichzelf, tenzij die mens tracht zichzelf te redden. Alle geest kan de mens niet tot vrede brengen, tenzij die mens zelf alles doet om vrede te vinden. Alle geest kan de mens geen inzicht en geen geluk geven, tenzij de mens in zich leert gelukkig te zijn, leert zichzelf te aanvaarden en zo open te staan voor verder inzicht.

Ik durf geen beroep op u te doen. U zult ieder op uw eigen wijze ontdekken, dat er nieuwe mogelijkheden zijn en ook nieuwe verwikkelingen. Maar u kunt daaruit iets goeds maken … voor uzelf. Zoek daarbij dan als u even kunt naar harmonie, naar begrip.

En als ik u een raad mag geven: streef niet naar het hoogst geestelijke of naar het onmiddellijk materiële resultaat. Streef naar dit gevoel van vrede in uzelf. Want als u vrede kent in uzelf, wanneer u begrip hebt voor een ander – al is het op één punt – dan wordt er harmonie geboren, waaruit alle mogelijkheden ontspruiten.

Ik ben mij ervan bewust dat dit een kort en voor de meesten van u misschien een wat vreemd betoog is. Ik ben u aangekondigd als een hoge gastspreker en ik kom eigenlijk eerder om u iets te vragen.

Maar wij kunnen niet zonder u, u kunt niet zonder ons. Wanneer wij -geest en geest, mens en mens, mens en geest – gezamenlijk iets willen bereiken, moeten wij beginnen met elkaar te aanvaarden. Dan moeten wij zoeken naar dat ene punt, waarop wij elkaar verstaan. Dan moeten wij zoeken naar die ene taak, waarin wij volledig durven opgaan. Dan moeten wij niet hunkeren naar andere mogelijkheden, maar gebruik maken van de mogelijkheden die wij nu – op dit moment – hebben. Dat geldt voor ons, dat geldt voor u. Wij kunnen geen toren van Babel bouwen, maar wij kunnen wel een lichtstraal bouwen, die naar de hemel gaat en die uit die hemel antwoord krijgt.

Er zijn vele krachten, zeer vele die ingezet kunnen worden, wanneer het nodig is op deze aarde; maar dat zou gaan ten koste van de mensheid. Wij willen alles doen om dit te voorkomen, omdat wij menen, menen met u althans harmonisch te zijn in één begrip: dat de mens zinrijk is en dat hij in vrijheid moet komen tot besef van zichzelf en van de hoogste Kracht.

Wat moet ik u meer zeggen? Dat wij met u zijn? U zou het kunnen weten. En dat u nooit eenzaam bent? U weet het waarschijnlijk, al vergeet u het soms. Dat uw dromen en de werkelijkheid verschillende dingen zijn? U weet het, al wilt u het niet altijd toegeven. Die dingen behoef ik u niet te zeggen.

Maar wat ik u wel kan zeggen is dit: Er zijn onmetelijk grote mogelijkheden. U zult niet zonder moeite die mogelijkheden waarmaken. Maar gezamenlijk kunnen wij in zeer korte tijd zeer veel van deze wereld en deze mensheid veranderen, op een nieuw vlak brengen, wanneer wij willen en wanneer wij elkaar begrijpen. Daarom pleit ik voor harmonie tussen mens en mens, tussen mens en geest. De hoogste kracht is waardeloos, tenzij hij bereid is om te vernietigen. Maar de hoogste kracht, die werkelijk wil behouden wat bereikt is en verder gaan, kan dit alleen doen door een wederkerige aanvaarding. En daarom, vrienden, wil ik mijn kort gastoptreden besluiten met een zeer eenvoudige vaststelling:

In uw handen liggen grote krachten en mogelijkheden. Ze zijn niet waar te maken volgens een systeem, maar ze bestaan, en u zult ze elk ogenblik ontmoeten. Wanneer u er bewust van bent, zullen wij gezamenlijk die sfeer scheppen, waardoor in deze wereld een louterende koorts een nieuwe gezondheid kan brengen. Moge het ons gegeven zijn elkaar op harmonische wijze bij de volbrenging van deze taak, deze vrijwillig aanvaarde taak, te ontmoeten.

Ik dank u dat u mij gehoor hebt willen geven, ook namens de broeders voor wie ik heb gesproken.

Relatie met de Oneindigheid

Dit is een avond, die naar ik meen in vele opzichten voor u iets afwijkt van het normale. En dat is begrijpelijk, omdat wij ons vanuit onze sferen bezighouden met allerhande maatregelen en allerhande mogelijkheden, die voor een deel op uw wereld liggen. Maar ik geloof toch dat wij achter al die dingen begrippen moeten gaan hanteren, die – ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt – een klein beetje religieus zijn. En daarmee bedoel ik niet de ontzettende vroomheid van de lettergelovigen, maar eerder het begrip van een relatie met de Oneindigheid.

Wij spreken van God de Vader. Maar we verwachten eigenlijk van vaders meestal meer slagen dan beloning. Wij spreken over God als iets, wat dicht bij ons is; en wij vergeten steeds weer God anders te behandelen dan een relatie die ergens in de familie is aangetrouwd en zich op verre afstand bevindt.

God is een wonderbaarlijk iets – in alle vaagheid daarvan -zodra je Hem beseft als de Kracht die met je werkt, als de levende Kracht die altijd actief is, wanneer je er maar voor open staat. Al het werk dat wij in de geest proberen te doen en alles wat u op aarde doet krijgt alleen zin, wanneer wij de continuïteit van ons bestaan gaan begrijpen. En daarmee bedoel ik niet alleen maar voorgaande incarnaties en volgende incarnaties, maar het permanente bewustzijn dat ons door alle dingen heen blijft doordringen als ik-heid, als persoonlijkheid.

Wij zijn gevangen in de tijd als een vlieg in een stukje barnsteen. Maar dat wil nog niet zeggen dat er niet iets anders bestaat dan tijd. Oneindigheid is een begrip dat gelijktijdig niets is en alles. Maar tijdloosheid kan bestaan zijn. En het is dit bestaan, waarin wij God in feite ontmoeten. En het is ook de Kracht, waaruit wij uiteindelijk de zaak waar moeten maken.

Het is heel aardig om te zeggen: Mensen, ik vind jullie allemaal lief, ik houd van jullie. En geloof me, wanneer ik zoiets zou zeggen, dan zou het nog eerlijk overtuigd gemeend zijn ook. Maar je kunt eigenlijk dergelijke uitdrukkingen maar beter achterwege laten. Je moet eerder een begrip hebben voor je eigen taak in het geheel. En een taak in het geheel is – voor mij althans – eerder juist kiezen in de tijd waarin ik mij bewust ben, dan trachten om het juiste van alle dingen uit het tijdloze te bewijzen.

Leven is niet alleen maar de kunst om voort te bestaan; leven is de actieve keuze uit de vele mogelijkheden die er zijn. En naarmate het aantal mogelijkheden groter is, is het belangrijker dat wij juist weten te kiezen. En juist kiezen kunnen wij alleen doen vanuit onszelf.

Eeuwigheid is een heel mooi ding. Maar geloof me, al hebt u duizendmaal de eeuwigheid, u kunt nog altijd de trein missen, want voor u telt de tijd. En daarom moet u juist kiezen in de tijd; niet vanuit een eeuwigheid. Daarom moet u juist reageren en leven, niet vanuit een oneindigheid, maar vanuit uw eigen bestaan, uw eigen leven.

Als je in jezelf probeert door te dringen, ontmoet je steeds weer van die fragmenten van tijdloosheid, van oneindigheid, de vage verten van het menselijk onbestembare. Maar die vage verten zijn op dit moment alleen belangrijk, wanneer ze voortkomen vanuit het heden.

Wanneer ik doordring in mijzelf en mijzelf leer kennen, dan is het niet zo belangrijk dat ik de oneindigheid besef, maar dat ik besef wat mijn wezen is volgens mijn besef. Het is niet zo belangrijk dat ik vandaag de dingen doe die volgens mij goed zijn voor de geest of voor een volgende incarnatie of voor de afwikkeling van een karma. Het is belangrijk dat ik juist handel uit datgene wat ik nu ben. Zoals het buitengewoon belangrijk kan zijn dat ik als mens voor mijzelf begrijp hoe ik tegenover mensen sta. Tegenover de geest kun je dat toch niet weten. Een geest, die je zo na staat dat je met die geest kunt communiceren, is voor jou een mens zolang je in de stof bent. Een beetje ander mens, maar een mens. Je moet niet proberen om ver weg te grijpen naar oneindigheden; je moet proberen om vandaag de dingen te doen.

En daarbij heb je toch een heel grote behoefte aan iets wat wij verdraagzaamheid noemen. Maar veel mensen denken dat verdraagzaamheid een verklaring is. Ik weet zelf hoe moeilijk het is om verdraagzaamheid werkelijk in woorden vast te leggen. Wat is verdraagzaamheid? Bij ons in de Orde hebben we er een aantal definities voor; maar wij weten, dat het allemaal maar stukjes en brokjes zijn van de werkelijkheid.

U wilt verdraagzaam zijn. Maar ergens in u zit er iets, waardoor u Joden niet prettig vindt en waardoor u een vooroordeel hebt tegen negers, tegen Surinamers, tegen Pygmeeën of iets anders. En nu kunt u wel verdraagzaam zijn tegenover die anderen, maar het vooroordeel, blijft bestaan. Je moet dus niet proberen om die vooroordelen weg te praten, maar je moet proberen ze zó in te passen in je levenshouding dat je het bestaan van de ander kunt verdragen. Je moet niet de zaak proberen op te bouwen in een algemene tolerantie tegenover iedereen, want dat kun je toch niet. Dat kun je niet als mens en dat kun je niet als geest. Maar je moet proberen om vanuit jezelf te constateren wat je verdraaglijk vindt, wat je aanvaardbaar vindt. Weet dat nu eens een keer. En als je dat weet, erken dan dat er dingen zijn die anders zijn en laat die buiten beschouwing.

Verdraagzaamheid is niet het bevestigen van de dingen, waar je het zelf niet mee eens bent. Maar het is de erkenning dat je in je werking t.a.v. mensen, in je wijze van leven, in je wijze van optreden, in je hele mentaliteit als mens – en ook als geest – gebonden bent aan een bepaalde reeks harmonische mogelijkheden.

Och, ik denk wel dat u dat weet. Maar hoe vaak besef je het eigenlijk? Verdraagzaamheid is niet hulpeloosheid tegenover het andere omdat het andere bestaat. Het is het weten wat je kunt verdragen en wat niet. Het is proberen zoveel mogelijk te leven met datgene wat voor jou aanvaardbaar is. Wat voor een ander aanvaardbaar is, is niet belangrijk; als jij het maar aanvaarden kunt.

En daarin ligt eigenlijk de kern van onze hele Godsbenadering. Wij kunnen natuurlijk proberen de Vader alomvattend en ver weg te zien in alle dingen. Maar dan beleven wij het niet, dan is het niet waar. Wanneer ik een mens zie met een probleem en ik begrijp dat probleem en ik besef dat die mens een schepsel is zoals ik, dan bestaat die band er en dan kan ik in die ander iets van het Goddelijke zien. Dan kan ik begrijpen dat die ander ook betekenis heeft. Maar zodra die ander voor mij onbegrijpelijk is geworden, is er een grote kloof. En dan kan ik 1000 keer zeggen: “God leeft in die ander ook”, maar ik kan het niet geloven.

En dacht u dat het in de geest anders was? Dacht u dat een geest, hoe hoog en hoe lichtend, hoe goed dan ook, kan afdalen in een duistere sfeer en daar iemand bevrijden, in wie hij niet eerst iets van licht beseft heeft? Dat gaat eenvoudig niet.

Voor ons in onze Orde is het buitengewoon moeilijk om de juiste uitdrukking te vinden. Verdraagzamen, verdraagzaamheid, het is een term. Maar het is een term, die ergens moet staan voor een levenshouding. En die levenshouding moet gebaseerd zijn op het aanvaardbare. Gewoon op het aanvaardbare. Al het andere mag bestaan …… buiten mij. Daar wil ik niet mee van doen hebben, want daar heb ik geen contact mee. Maar waar ik contact heb, waar ik begrip vind, daar vind ik ook eeuwigheidswaarden, daar vind ik God. Daar vind ik mogelijkheden om te leven, om te werken. En wat een ander ervan denkt, is dan niet belangrijk. Wat ik ben – vanbinnen – dat wordt ook door die vooroordelen, door die beperkingen van leven duidelijk gemaakt.

Och, u weet het toch, vrienden, wij kunnen als mens spreken over verdraagzaamheid en over God; wij kunnen spreken over de diepste esoterische wijsheid; en … er niets, werkelijk niets bij voelen. En het is zo belangrijk dat je voelt wat je doet in het leven, voelt wat je bent in het leven.

Iemand die een proef van tastzin moet afleggen trekt toch geen handschoenen aan. Maar een mens die zijn idealen en zijn denkbeelden zo algemeen maakt, dat ze de wereld moeten omspannen, die trekt handschoenen aan. Hij kan de fijne nuances niet meer vinden in het leven; hij kan niet meer begrijpen waar de verschillen liggen. En hij kan dit niet alleen t.a.v. de wereld niet, of de geest en God niet meer; hij kan het ook t.a.v. zichzelf niet meer. Hoe grootser onze denkbeelden zijn, hoe moeilijker het wordt om er nog waarheid in te vinden, om erin te leven, om erin te bestaan.

De Orde van de Verdraagzamen heeft altijd geprobeerd om a.h.w. alles te overkoepelen. Wanneer er een waarheid is, die tot je spreekt en het is er eentje uit de Hindoeleer of van de Boeddhisten of desnoods van Jehova’s getuigen of Lou’s volgelingen, dan gaat het er niet om wat die anderen zijn, dan gaat het erom wat die waarheid zegt. En als je die waarheid terug kunt vinden in die mensen, dan is er verdraagzaamheid, dan is er een aanvaarding. En uit die aanvaarding kan een meer actief contact voortkomen, een wederkerig begrip, misschien een elkaar helpen.

Je bent als mens en als geest zo afhankelijk van elkaar. Altijd weer: alleen ben je niets. Je bent alleen waardevol, je bent iets wat betekenis heeft door datgene, waar je tussen staat. We zijn als een streepje in een tekening dat op zichzelf absoluut geen betekenis heeft, maar in het geheel van de tekening door zijn accent beduiding krijgt. En zo is het met ons. Maar we kunnen alleen beduiding hebben in de tekening, waarin we thuishoren. Wij kunnen alleen werken (en daarmee betekenis hebben) en erkennen waartoe wij behoren, wanneer wij werken uit hetgeen waarbij wij, wij persoonlijk, betrokken zijn.

Het is eenvoudig genoeg om allerhand grootse woorden te gebruiken. En ik weet dat naarmate men minder besef heeft voor hetgeen er van belang is, men meestal meer grote woorden gebruikt. De waarheid is altijd eenvoudig, maar door haar eenvoud is ze vaak zo moeilijk te aanvaarden. Niet wat ik allemaal leer over mezelf, maar wat ik ben is van betekenis.

Naastenliefde is niet de liefde voor de totaliteit zonder enig verschil. Naastenliefde is de erkenning van een relatie, maar dan in liefde kosmisch gezien. Verdraagzaamheid is niet zonder meer een tolereren van alle dingen, maar het is het beseffen van je eigen harmonieën en het je beperken daartoe, zonder anderen hun harmonie te misgunnen.

Dat is allemaal vaag en gelijktijdig toch onmetelijk duidelijk. De stemmen die ik moet lenen – ik kan helaas niet direct tot u spreken; ik heb twee schakels nodig op het ogenblik – zijn voor mij een kwestie van harmonie en verdraagzaamheid. Wanneer ik niet harmonisch ben, dus a.h.w. mijn wezen niet kan zien in de ander, kan ik geen contact overbrengen. En wanneer die schakels met elkaar niet harmonisch zijn, wringt er iets. En wanneer wij – dus ik als spreker aan het ene eind en degene (de belangrijkste op dit moment) die het medium manipuleert aan het andere eind – niet een hechte eenheid vormen en het medium kunnen aanvaarden met al zijn beperkingen en al zijn mogelijkheden, dan gebeurt er niets. Het is een samenwerking, een samengaan dat niet stoffelijk omschreven kan worden en dat geestelijk niet eens vast te leggen is. Eenvoudig, maar gelijktijdig wonderlijk vaag, tenzij je het ervaart in jezelf.

Je kunt plannen maken … ze worden tot niets. Je kunt filosofieën opbouwen, die reiken tot in de hemel … en je blijft op de aarde staan en je ziet de hemel niet. Maar soms kun je in een vaagheid leven, een eenvoudige vaagheid. En dat is wat we allemaal zijn … eenvoudige vaagheden.

Er is een eenvoudig principe, dat ons allen regeert. En er is een eenvoudige relatie tussen ons en de Oneindigheid. Wanneer ik zeg: “God de Vader”, dan geef ik iets anders aan dan God, dan geef ik een relatie aan. Een relatie die ik niet waar kan maken. En het feit dat God mij geschapen heeft maakt God niet tot mijn vader. Maar in het feit dat de relatie tussen God en mij of tussen mij en anderen, misschien vanuit God zelfs, dit begrip van aanvaarding, van beschermende geborgenheid en toch gelijktijdig volledige aanvaarding inhoudt, is God Vader. Zoals een mens mijn naaste niet is omdat hij mijns gelijke is of omdat hij vlak bij mij staat, maar mijn naaste wordt doordat ik in die ander iets erken en die ander iets in mij, een afhankelijkheidsverhouding misschien. Daarom zijn de dingen vaag.

Het is in deze tijd voor u waarschijnlijk moeilijk om met vaagheden te werken, ik weet het wel. Het is zo uitermate moeilijk om te begrijpen wat het betekent, wanneer ik u zeg dat we hier op het ogenblik een gouden licht en een blauw licht gelijktijdig zien, hier in deze omgeving. Dat er hier op het ogenblik iets werkzaam is, dat zegt u niets, het is vaag. Maar soms voelt u iets van wat er gebeurt, van wat er gemanipuleerd wordt. Van de verbindingen die op een heel ander niveau (dan dit van spreken via een medium) tot uitdrukking komen tussen de sfeer, waar ik eigenlijk bij behoor en uw wereld. Een eenheid, maar een eenheid, die je niet omschrijven kunt, ik niet en u niet. U niet en ik niet, omdat ze niet vast te leggen is. Ze is te ondergaan, ze is te beleven. En dat is de werkelijkheid. Uit deze vaagheid die wij beleven, komt in de geest en voor u in de stof de concrete reactie voort.

Wanneer u tegenover een mens staat – of hij nu ongelukkig is of dat hij fout is geweest of dat hij wat anders heeft – en u begrijpt die mens niet, dan zult u voor die mens niets betekenen, maar die mens kan u ook niets zeggen. Maar wanneer er een contact is, dan helpt u niet alleen de ander, maar de ander helpt u. Er is een wisselwerking.

Wisselwerking hebben we nodig. En die kan alleen bestaan, waar aanvaarding is. Daarom moet onze verdraagzaamheid voor anderen, al het aanvaardbare laten bestaan. Maar wij moeten zelf zoeken naar hetgeen voor ons het aanvaardbare is. Begrijpt u? Ik kan het niet zeggen, u zou het moeten voelen.

En wij kunnen spreken over de grote lichtende Kracht, de Christuskracht, die zich gaat openbaren en die zich eigenlijk reeds openbaart; over de grote krachten die zich weer gaan manifesteren op de wereld, maar het blijft allemaal vaag. Wanneer ik het ga definiëren is het niet juist meer. Je moet het voelen. Je kunt het alleen léven, wanneer je het voelt; niet wanneer je denkt dat je het weet.

Er zijn zoveel grote dingen op de wereld. En wij spelen met onze – op aarde misschien schijnbaar onbelangrijke – Orde van Verdraagzamen een grote rol. Maar die rol ligt niet in wat we zeggen, maar in wat we zijn. In wat we zijn: een gevoelswaarde, een onbeschrijfbare vaagheid, die toch ergens licht is en kracht.

Voor u allemaal staat de toegang tot alle sferen en werelden open op elk ogenblik, wanneer u maar zelf daarmee één kunt zijn. En toch gaat er veel aan u voorbij, omdat u het nog niet kunt verdragen. U kunt het niet inpassen; u kunt het niet zien als iets, waarmee u één bent in uw eigen leven.

Dat is eigenlijk voor mij het belangrijke punt. Het is de reden, waarom ik – zullen wij zeggen wat ontvluchtend aan de pogingen de dingen te concretiseren – u iets duidelijk wil maken van hetgeen ons beweegt. Want wij zijn ergens gelijk aan elkaar.

U bent mens; ik ben mens geweest. U leeft in een wereld; ik leef ook in een wereld. Mijn wereld lijkt groter dan de uwe, maar ze is nog steeds gebaseerd op dezelfde kosmische wetten. Daarom probeer ik mijn denken, mijn filosofie, nu eens een keer te uiten.

Kracht is allemaal mooi. En je kunt spelen met krachten. Maar hoe kun je met een kracht spelen, die je niet eerst gevoeld en beseft hebt in jezelf? Wanneer er een kracht in je is, dan is het vreemde dat je niet eens weet hoe je ermee werkt misschien, maar je werkt ermee. Je brengt er iets mee tot stand, je beseft er iets door, omdat het deel is van jezelf. En je weet niet eens dat het er is, hoe het is, wat het is.

En dat is nu weer de esoterie, die bij ons behoort. Dat is de innerlijke weg, die wij moeten gaan. Dat is de kracht van de werkelijkheid, die in ons bestaat. Ik kan mijzelf ontleden, ik kan mijzelf omschrijven; maar de dingen die ik voel zijn veel belangrijker, want daaruit put ik de waarde. Alles wat ik weet, wat ik ken, wat ik zie, wat mijn wereld is, vloeit samen tot een gevoel. En dat gevoel is mijn relatie met het Ongeziene, met God. Dat is mijn relatie met de tijdloosheid, die ik nog niet helemaal waar kan maken, maar waar ik toch ergens mij één mee ga gevoelen en daardoor ontsnap aan de beslotenheid in de tijd. En dat is belangrijker dat alles wat ik weet,

Ik heb een innerlijk weten en dat hebt u ook. Het is dat innerlijk weten dat voor ons uitmaakt wat God is. Het is dat innerlijk weten, dat niet omschrijfbare, die vreemde reactie van je gevoelens en van je denkbeelden, waar je niet eens raad mee weet, waaruit de waarheid in ons geboren wordt. En we kunnen alleen werken en leven vanuit deze basis.

De vormgeving ervan is een kwestie van leren. Dat is een kwestie van verstand misschien, van het maken van een keuze, van het scheppen van oorzaak en gevolg, het stellen van plannen. Maar de werkelijkheid waar het om gaat, dat is die gevoelswaarde.

En misschien dat u nu begrijpt waarom ik die verdraagzaamheid probeerde te definiëren. Niet meer als een algemeenheid of een leefregel, maar als een besef dat uit jezelf moet voortkomen. En dat kan ik doen voor naastenliefde, dat kan ik doen voor God, voor alle dingen. Wat in mij lééft is belangrijk. En alles wat je werkelijk kunt zijn op de wereld, wat je waar kunt maken, elke filosofie die je op kunt bouwen, elke ontdekking die je kunt doen, moet van daaruit komen. De basis van alles is die vreemde emotie, die wij niet omschrijven kunnen; deze definitie van ons bestaan, waar wij eigenlijk geen raad mee weten.

U zit in een tijd, die verwarrend kan zijn. U zit in een tijd, dat u het belang der dingen niet meer kunt overzien. Maar u zit gelijktijdig in een periode, waarin juist die vreemde, die onbestemde gevoelswaarden vaak veel beter spreken, veel juister zich openbaren, veel meer licht en bewustzijn scheppen dan in andere tijden. En daarom moet u uit uw verwarringen los. Daarom moet u verdraagzaam zijn op de juiste manier. Niet door te proberen alles zonder meer te aanvaarden, maar door u te beperken in uw streven tot het aanvaardbare. En het andere niet aan te vallen, tenzij het u voor uzelf onaanvaardbaar zou maken. Dat is eigenlijk alles, wat ik u te zeggen heb.

Ik had een kleine storing in de verbinding en ik zal dan ook mijn onderwerp nu moeten besluiten.

Wilt u a.u.b. één ding, onthouden? Het verschil tussen de hoogste geest en de laagste mens is alleen een kwestie van ik-besef. Niet van werkelijkheid. Het verschil tussen licht en duister is niet een verschil van machten rond ons, maar van krachten in onszelf.

U kunt licht zijn, wanneer u wilt. U kunt – zelfs nog ingesponnen in uw cocon van tijd – uit die basis van uw aanvoelen (ik zou haast zeggen; vanuit uw instinctiviteit van leven) eeuwigheidswaarden puren. En daardoor God werkelijk met u weten, kracht werkelijk in u weten. Dan kunt u onmogelijk schijnende lasten dragen. Dan kunt u taken verrichten, waarvan u later pas beseft hoe belangrijk ze waren. En dan kunt u in de schijnbare details van het bestaan soms voor uzelf en anderen de Oneindigheid tekenen. Vanuit dit standpunt leven wij in onze Orde. Vanuit dit standpunt moet u leren leven.

Ik beëindig nu de verbinding, maar laat aan de spreker, die zo perfect dit instrument bespeeld heeft – want deze eer lijkt mij toch wel gepast – nog een ogenblik de tijd voor een afscheidswoord.

Welk afscheidswoord, vrienden, ik dan ook heel graag spreek. Want het is prettig te weten dat wij, onbelangrijke kleine jongens van de Orde, met de grote bazen zo harmonisch kunnen samenwerken dat het u haast niet opvalt; en dat wij zelfs soms vergeten dat wij maar een verlengstuk zijn.

Ik heb het op prijs gesteld dit te mogen doen. Ik hoop dat de expressie, die ik getracht heb lichamelijk te geven aan hetgeen werd doorgegeven, de nadruk heeft kunnen leggen op de eenvoudige oprechtheid die de spreker die uw gast was in het tweede gedeelte kenmerkt, voor ons allemaal.

Ik hoop ook dat u uit dit alles voor uzelf misschien de kracht zult putten om een beetje meer uzelf te zijn en een beetje meer het werkelijk belangrijke in uzelf te erkennen.

En met dit slagzinnetje – of hoe u het noemen wilt – besluit ik dan. Het was mij heel aangenaam. En ik geloof dat wij gezamenlijk een beetje gezegend zijn. Want wat er werd gezegd over het licht dat hier aanwezig was, dat was zeker geen retorische zinswending maar een feit, waarvan ik mij nu, nu ik los sta van andere schakels, pas eigenlijk goed bewust word.

Ik geloof dat het mooi was en heel goed was, wat dit licht betreft. Ik hoop dat het in u mag doorwerken, zodat u ook wat lichter, wat blijer, ik zou zeggen wat levenslustiger hier vandaan gaat om – als het even kan – met de verdraagzamen samen de wereld een ietsje beter te maken.