Invloeden vanuit het Al

image_pdf

2 mei 1966

Ik mag allereerst beginnen met een bekende spreuk: U weet dat we niet alwetend en onfeilbaar zijn; houd u er a.u.b. rekening mee. Probeer u ook zelf na te denken. Uiteindelijk hebt u nu eenmaal die hersens, waarom zou u ze soms niet gebruiken ook. Dus u begrijpt wel wat ik bedoel. Heeft u punten die onduidelijk zijn, waar u meer van wilt weten, waarmee u het niet eens bent, na de pauze krijgt u allen de gelegenheid daaromtrent opmerkingen, vragen e.d. naar voren te brengen. Het onderwerp van heden avond is: Invloeden uit het Al.

U hebt het gehoord, invloeden uit de ruimte, uit de kosmos. Als je de aarde bekijkt, dat is natuurlijk een heel klein stofje rond een heel klein zonnetje in een betrekkelijk onbelangrijk armpje van een op zichzelf niet meer zo daverend actief melkwegstelsel. En wanneer je dan gaat praten over invloeden en krachten en werkingen vanuit de kosmos, dan zegt de mens wel eens: Nou ja, wat kan dat nu zijn. Of onze wereld is zo belangrijk dat zij vanuit zichzelf bestaat of die invloeden zijn zodanig dat we er toch geen weg mee weten. Ik geloof dat ik allereerst wel aanvaardbaar kan maken dat er invloeden zijn in de kosmos.

Punt 1: Er bevinden zich in die zogenaamde ledige ruimte een groot aantal stromingen. Elk van die stromingen kan bestaan uit een bepaald soort van moleculen of atomen ofwel een samenstelling daarvan. Wanneer deze op een gegeven ogenblik tussen een zon en bv. ons zonnestelsel, hier Sol, komt, dan zal daardoor de stralingswaarde van een andere ster kunnen veranderen.

Wanneer sommige van de sluiers een zekere eigen activiteit hebben – en die zijn er inderdaad, er is zelfs een stroming van zeer complexe atomen, die het meest doen denken aan deuterium – dan zal. . .

  • Wat is deuterium?

Deuterium is een bepaalde zelf-actieve metaalachtige stof, ten minste op aarde. U kunt het vinden in de scala van de zware elementen. Dat was even tussendoor.

U kunt begrijpen dat een dergelijke stroming invloed kan hebben op zijn omgeving. Wat misschien moeilijker te begrijpen is, maar met enig nadenken toch wel te bevatten, dat bepaalde verhoudingen die er bestaan in het Al, daardoor tijdelijk of soms blijvend gewijzigd kunnen worden. Van zuiver natuurlijke oorsprong zijn er dus al vele invloeden in het heelal, in de kosmos, die op aarde in kunnen werken langs zuiver natuurlijke wegen. Maar we zijn er nog niet.

We hebben in dit bestel, dat we dan heelal of kosmos noemen, te maken met verschillende waarden als ruimte en tijd. Nu zal ik niet met u gaan vechten over de werkelijke betekenis van ruimte en tijd, want daarvan zou je heel veel kunnen zeggen. Zeker is wel dat wij sommige sterrennevels zich zien verwijderen, de zg. infrarood-shift, die gaan verder van ons af. Het Al dijt uit, ja, dat dacht u. Er zijn n.l. ook enkele sterrennevels o.a. in Signi, die eigenlijk op het ogenblik, volgens de gekende wet, op de aarde toekomen. Er zijn ongelijkmatige bewegingen waarbij kan worden gesteld, dat die bewegingen ten opzichte van elkaar een excentrisch effect hebben, zodat ongelijkmatige versnellingen kenbaar worden.

Deze ongelijkmatige versnellingen zullen resulteren in andere zwaartekracht- en veldverhoudingen en daarmede een directe beïnvloeding zijn van leven, de mogelijkheden tot ontstaan van leven en wat dies meer zij. Alweer invloeden uit de kosmos. Dan zult u zeggen: nu is dat dan alles wat je wilt vertellen?

Helemaal niet. Ik wil alleen maar duidelijk maken, dat die kosmos inderdaad iets te zeggen heeft. Dat je op aarde niet onafhankelijk bent van die grote ruimte, dat het zelfs niet alleen de zon is die het op aarde voor het zeggen heeft, maar dat deze aarde of dit zonnestelsel deel is van een groot geheel, waarin steeds wijzigende omstandigheden en condities op kunnen treden. Zouden we nu daarmee klaar zijn, dan was het misschien nog gemakkelijk, maar we komen op een gegeven moment in die materie op een punt dat we niet meer weten wat materie is. Men heeft wel eens gezegd: Het kleinste deel van de materie is een gat in een gat te doen, dat door een gat gehaald wordt (een vrije vertaling van een Amerikaans gezegde!), daaruit begrijpt u wel dat het niet materieel is en toch is er ergens een kracht en is materiële vorming mogelijk. Nu kennen we iets dergelijks. We kennen nl. de astrale of de fijnstoffelijke sfeer en werelden. Wanneer deze krachten behelzen, wanneer daarin tijd of een vorming van een veld daarin mogelijk is, dan zal die ook invloed hebben op de omgeving, zelfs wanneer die niet waarneembaar is. Ik stel dus:

Bepaalde astrale werkingen binnen het gehele melkwegstelsel kunnen resulteren in invloeden die de aarde beroeren en daarop een zekere beïnvloeding van de mens in zijn karakter, in zijn stoffelijke mogelijkheden, ja, misschien in zijn milieu betekenen. Dan zijn we al een eindje verder, maar we zijn er nog niet.

Dan hebben we ook nog wel eens geconstateerd dat gedachtenuitstralingen mogelijk zijn. Gedachtenuitstralingen kun je niet helemaal vergelijken met de astrale wereld. En toch is er een vorm van energie. Waar een bewustzijn is, kan een zekere vorm van energie worden uitgezonden en er is meestal onbewust een regelmatige – zij het betrekkelijk – diffuse uitzending van krachten die met levensfunctie, met denken en met wil in verband staan.

Nu, stel nou eens dat er wezens zijn, dat er wezens in die kosmos bestaan, dan zullen die hun denken, met hun willen, invloed uitoefenen. En wanneer die wil bijzonder krachtig gericht zou zijn op deze aarde, dan is de mogelijkheid heel groot dat ook daardoor een beïnvloeding van de wereld zou ontstaan. Nu heb ik wel eens gesproken over God. Over de facetten van God, de grote poorten van kracht, de stralen en de Heren van Stralen. Ik heb het allemaal niet eens aangeduid. Ik heb alleen gezegd, er is een kosmos. Die kosmos kent een heel aantal invloeden. Die invloeden kunnen op de aarde inwerken. Als we die invloeden nu allemaal tot hun bron moeten gaan herleiden, dan krijgen we misschien wel een mooi en wetenschappelijk misschien wel interessant betoog, maar we hebben er weinig aan. We zullen dus moeten proberen om een systeem te vinden waardoor we die verschillende krachten een klein beetje kunnen onderscheiden van elkaar en ongeveer – bij benadering dus – ook kunt stellen wat zij voor de mens en zijn wereld ongeveer betekenen.

Dat systeem is uiteindelijk meestal willekeur. Zo’n systeem bouw je op, maar elk ander systeem zou voor het zelfde bruikbaar zijn, mits het aan de feiten is aangepast. Wat ik nu ga zeggen, moet u dus niet zien als de enige waarheid of zo, u moet dit alleen zien als een systeem, een vereenvoudiging in feite, waarbij de invloeden die uit de kosmos de aarde kunnen bereiken dus op een zekere manier gerubriceerd, geclassificeerd zijn. Wij doen dit dan meestal in overeenstemming met het systeem der zeven stralen.

De zeven stralen dus. En wel in die mate dat wij zeggen: We hebben drie hoofdkleuren; naast die drie hoofdkleuren hebben wij een vierde kleur, wit, en daarnaast hebben we de herhaling van de voorgaande reeks, die ook weer bestaat uit drie kleuren.

En die drie kleuren met hun tussentinten geven in de tweede reeks aan de lagere werkingen. Wanneer we een invloed hebben uit die scala, dan moeten we er mee rekenen dat dat op de materie, op de dode materie zelfs, inwerkt. Dat kan aanleiding zijn tot spanningen in de aardkost, het kan aanleiding zijn tot veranderingen in de zeeën, veranderingen in de atmosfeer.

Nemen we de eerste drie, dan zeggen we: Hier hebben we te maken met invloeden die voor de mens althans meer psychisch zijn. Zij beïnvloeden zijn innerlijk, zijn kunnen, zijn karakter, zijn geheugen, zijn reacties en de uitwerking daarvan moet in de eerste plaats beschouwd worden vanuit het menselijk denkvermogen. Het zg. witte licht beschouwen wij dan als een invloed die alles gelijkmatig beroert. Zowel de psychische als de fysieke factoren. Mag ik aannemen dat u dat hebt kunnen volgen?

Dan kunnen we natuurlijk niet altijd precies een hoofdkleur kiezen, want er zijn er maar een paar, maar we kunnen die hoofdkleuren gebruiken als de vertegenwoordigers van een soort regenboogsysteem. Dus een kleurengamma dat gaat van ultraviolet tot infrarood bij wijze van spreken. Aan de andere kant precies hetzelfde. Het is nu mogelijk geworden door een kleur te noemen, een bepaalde kosmische tendens te omschrijven, want ik kan elke samenwerking van de drie hoofdfactoren van de mens plus enkele bijkomstige geestelijke factoren zelfs binnen die kleur verwerken en uitdrukken. Wanneer ik dat kan, kan ik dus ongeveer zeggen:

In de kosmos is er dit en dat aan de hand. Dan en dan moeten we rekenen dat die werking op aarde optreedt en dan volgt daaruit dat op aarde een bepaalde ontwikkeling plaats vindt. En als we dat nu zeggen, dan gaan we beginnen om die kleur eigenlijk een beetje te omschrijven. Rood, is ergens vitaliteit. Rood is niet wat men zou zeggen zinnelijkheid, daar heeft het niets mee te maken, maar het is het gevoel van meer kracht dan normaal; een zekere uitbundigheid. En in zijn negatieve betekenis – komt dus ook voor, rood-negatief – dan kunnen we zeggen: er is sprake van een zekere krachtloosheid. Deze energie op zichzelf moet geuit worden.

De aspecten die al bestaan, bepalen hoe die energie besteed wordt. Maar wanneer u een overdadige energie hebt op een dag …. ach, de dames en heren weten het zelf wel …. dan ga je ineens aan de schoonmaak net als er visite komt en dan heb je twee dagen later er nog de p… in. Of dan loop je haastig en opgewekt weg om een boodschap te doen, dat je net dat losse steentje niet zag en dan zit je vier dagen met je been omhoog in de zwachtels. Dat zijn ongelukjes die daaruit voortkomen.

Omgekeerd heb je die overmatige energie, heb je een bepaald doel voor, heb je een taak, dan kun je die vaak veel vlotter, veel prettiger afmaken. Is die invloed in de lagere scala, dus bij wijze van spreken van 5 – 7, dan zal dat vooral te maken hebben met materialen. Wanneer je dan moet werken met een machine of zo, of je wilt hout bewerken, of je wilt wat gaan timmeren of behangen of wat anders, dan zal het bijzonder goed gaan, dan heb je kans dat er iets is, dat het lukt.

Ook wanneer je gaat zaaien bv. of kweekproducten gaat maken. Heb je aan de andere kant te maken met de geestelijke waarden, dan is de vraag of uw stoffelijk uithoudingsvermogen groot genoeg is, want dan wilt u van alles en dan kunt u het misschien niet. Dan betaalt u daarvoor vaak de prijs later van overspanning, oververmoeid.

Ik doe dit nu voor één kleur om u een beeld te geven. Nu zo spreken we dus nog van groen en geel. Dat is een kleurencombinatie die heel veel gemeen heeft, we zeggen ook wel goud. Goud ligt tussen groen en geel in, zoals u misschien weet. Dan zeggen we: Het gouden licht is een gelijkmatige versterking van de geestelijke kracht, brengt harmonie, dus een gemakkelijker begrip. o.m. ook.

Komt dit in de materie voor, dan krijgen we te maken met perioden van buitengewone vruchtbaarheid.

Dan hebben we blauw. Blauw is eigenlijk een quaestie van wetenschap, daar ligt alles in. Geestelijke wetenschap. Hebben we het in de hogere scala, dan zien we mystiek, inspiratie, ontdekkingen, het verstandelijke werk, het geestelijke werk. Krijgen we het in de lagere scala, dan betekent ditzelfde blauw dus een makkelijker doorzien en groeperen. Voor de mens betekent het, dat hij voor het eerst de dingen zo ziet liggen, dat hij begrijpen kan. Voorbeeld: U hebt zo’n stukjespuzzel, weet u wel, zo’n ding waar mensen graag tijd mee verknoeien, 1400 stukjes. En als je het hebt gelegd, staat er alleen een Spaanse held. Op zo’n invloed zou de puzzelaar reageren doordat hij de stukjes a.h.w. meteen ziet. Hij weet niet of het vorm of kleur is, maar hij weet elk stukje, ziet het ineens en hij legt het neer. Hij hoeft niet te zoeken. Dan hebt u misschien de beste uitdrukking. Daar tussenin duizend-en-een variaties. En nu u zo’n beetje op de hoogte bent gesteld van het systeem, kan ik het gaan gebruiken hoop ik. Of is er iemand die zegt: Ik begrijp er nog steeds niet veel van.

  • Mag ik iets vragen? Dat gouden licht wat u zei en die vruchtbaarheid, daar snap ik niets van.

Nu dat is toch heel eenvoudig, dat is harmonie zeg maar. D.w.z. het is een zekere rust en een zekere geleidelijkheid en dat maakt het mogelijk om elke kracht, elk vermogen, elke gave a.h.w. in vrede, in rust te ontwikkelen. Mag ik een voorbeeld geven?

Als je nu wilt dat de plantjes snel de grond uitkomen, moet je het doen in een fase met rode invloed; maar wil je het hebben dat de plant gemakkelijk bestoven kan worden, bv. bij tulpen, bij kruisbestuiving of zo, kies dan een periode van het gouden licht. Dan pakt het makkelijker, dan zet het makkelijker. Daar heb je een voorbeeld. En ook weer, als je met iemand van mening verschilt en je hebt de eerlijke bedoeling om tot een overeenstemming te komen met die ander, zul je in een periode van gouden licht a.h.w. die ander ineens beter begrijpen, je zult het makkelijker verwerken. Er is geen kwestie van weten, maar er is eenvoudig een kwestie van, het speelt op elkaar in, het past aan. Dat is het gouden licht. Is dit voldoende?

  • Geldt dat voor allen?

Daar is niets dat voor allen geldt. Althans theoretisch niet, maar in de praktijk ja, is het een invloed die voor iedereen geldt. Nu, dan wil ik eens proberen om u iets te vertellen over die invloeden. Zo hebben we op het ogenblik iets te maken met een felle rode invloed, die is momenteel sterk. Aan het eind van de maand wordt hij nog eens een keer sterk. Wat kunt u daaruit concluderen? Is er iemand die het weet?

  • Enorm vitaal.

Ja, enorm veel energie. Nu bij vele mensen is dat ook wel zo, maar die vitaliteit zit niet alleen in de mens, want u zit op het ogenblik zelfs voor een zeer groot deel in – wat wij noemen – de lagere niveau ‘s. Het resultaat is, meer branden dan normaal, meer explosies dan normaal. We krijgen alles wat kracht is. Wat we niet krijgen op dit moment is wat gebrek aan kracht is. We moeten dus niet denken aan een huis dat aan gebrek aan steun in elkaar zakt. Het zal misschien in brand gaan, maar in elkaar zakken, nee. Dat zit er niet in. Een dam zal misschien niet breken, maar er kan wel een explosie plaats vinden waardoor hij verwoest wordt. Ik geef u maar een paar voorbeelden.

En onder de mensen zien wij precies hetzelfde. Ze zijn gauw driftig, heet gebakerd, maken graag ruzie. Daar heeft u nooit over gedacht, m.a.w. het is wel een tijd die erg aangenaam kan zijn, maar je moet toch wel heel erg uitkijken. En dat uitkijken zal je zelfs in de komende paar dagen heel in het bijzonder moeten doen. Ik geef u nu maar een voorbeeld dat u ongeveer kunt nagaan. Donderdag en vrijdag a.s. dan is dus rood geestelijk sterk, maar materieel zwakt het af. Daar moet u ontzettend voor oppassen, dat u niet – vooral wanneer het gezellige dingen betreft en zo – meer neemt dan u eigenlijk dragen kunt, want dan zou u daar in uw gezondheid schade van kunnen hebben. Dat is nu een heel eenvoudig voorbeeld.

Dan gaan we eens kijken, wat is er nog meer? We krijgen binnenkort nog wel weer wat goud licht. Heel erg prettig, dat brengt de zaak een beetje harmonieuzer. We krijgen daarna een tijdje dat er wat blauw licht is. Wanneer blauw en rood samen gaan rommelen, dat is zo rond september/oktober/november misschien, dan kunnen we zeggen, dan wordt het op aarde een beetje onaangenaam, een beetje roerig. Dan gaat het meestal de mensen niet zoals ze het graag zouden willen zien. En dan krijgen we in de eerste en een deel van de tweede decade van december het witte licht, dan wordt alles a.h.w. verscherpt, verhelderd en dan zien we oorzaak-en-gevolg ook veel helderder en veel scherper dan anders. Tegen Kerstmis is het al weer afgelopen. Het wordt geen gezellige Kerstmis voor de meeste mensen.

Kijk, nu doe ik dit dus zo eventjes over die kleine golfjes. Nu gaat u ontdekken, dat wat ik daar doe dat dat eigenlijk al een omschrijving is van wat u zelf kunt verwachten, zoiets als prognose. Zo is het te stellen, maakt u geen zorgen. Maar wanneer we dit nu eens gaan omzetten in langere perioden!

Er zijn tijden dat een kosmische golf bv. drie, vier, zes of tien eeuwen lang duurt. Wanneer dat gebeurt dan zal zo een invloed voor een wereld of voor een mens vormend gaan werken. Zij elimineert bepaalde mogelijkheden, zij bevordert andere mogelijkheden. Zij zal een bepaalde technische ontwikkeling forceren, zij zal een bepaalde morele ontwikkeling bv. forceren en we kunnen dus zeggen: Zo’n periode – zo lang zij duurt – is ongeacht de werking van invloed of de kleur voor de mens over het algemeen aangenaam. Want hij wordt geconfronteerd met een vaste gang van zaken in zijn milieu, hij wordt geconfronteerd met vaste normen, vaste waarden en hij heeft houvast aan zijn milieu.

Misschien is de stemming vanuit ons huidige standpunt nu niet zo erg prettig bij die mensen – rode invloed bv. heeft nog al eens die riddertendens. U weet wat een ridder is? Een ridder is iemand die zegt heel beleefd: Mijn waarde vriend, ik weet dat je het niet bedoeld hebt om deze dame te beledigen, maar als haar ridder moet ik haar wreken en dan prompt begint om je tot moes te hakken al dan niet in blik verpakt. Dat is dus iemand die de exuberantie van de gewelddadigheid vereert ergens, maar voor een ridder kan dat heel normaal en heel prettig zijn. Begrijpt u? Dus die periode is aanvaardbaar.

Wanneer we een andere periode hebben en deze duurt lang genoeg, is die aanvaardbaar, uitgezonderd een witte periode. Wel, omdat in een witte periode wel alle dingen scherper worden gedefinieerd, maar ze worden niet eenzijdig opgelost. De mens ziet zijn problemen feller, hij moet er verder mee worstelen, maar hij heeft minder houvast. De enige houvast die hij heeft, is zichzelf. Dat geldt natuurlijk voor planeten en voor andere sterren precies zoals voor mensen. En daarom wil ik nu eens een these opbouwen.

Het geheel van de schepping kan worden ingedeeld in bepaalde fasen en daarmee hebben we niet alleen te maken met die zg. kosmische jaren, maar we hebben wel degelijk ook te maken met perioden waarin een bepaalde kosmische invloed heerst. Die perioden zullen ongelijk lang zijn; er is dus geen sprake van een vast ritme. Wanneer een top wit licht de eerste keer optreedt en tienduizend jaar daarna weer met gelijke sterkte, dan is het praktisch zeker, dat het tienduizend jaar later weer met gelijke sterkte optreedt. Het is een vast ritme. Een kosmisch jaar, dat geldt voor alle sterren zou je kunnen zeggen. De invloeden treden echter per sector op.

Dat is dus heel belangrijk dat u dat begrijpt. Zij heersen dus niet overal bv. in het hele Melkwegstelsel, zij heersen in een bepaald deel in de ruimte en daarom zegt men wel eens, dat het totaal der kosmische werkingen altijd als een volledig rad (beter in segmenten verdeelde bol) aanwezig is in de ruimte. Waarbij echter de verwisseling van die kleuren ten opzichte van plaats dus waarop zij zich bevinden, in een voor ons niet te schatten onregelmatig tempo plaats vindt. Daarbij blijven de sectoren ongeveer gelijk. Dat is ingewikkeld hè, maar ik moest dat toch wel even gaan vertellen, want nu kunt u zich misschien voorstellen dat een planeet of een zon met planeten die door de ruimte vliegt, op een gegeven ogenblik van de invloedsfeer van de ene kleur komen in de invloedsfeer van de andere kleur. Die verandering is dus geleidelijk, heel geleidelijk. U kunt nooit precies zeggen: Hier is het scherpe lijntje dat verdoezelt, dat verwaast.

Wanneer dit gebeurt, ontstaat een periode die voor een ster zich bewegend met een snelheid van de zon en onder een baan ook als de zon, ongeveer 1500 jaar zal bedragen. Zo’n overgangsperiode van 1500 jaar zal voor de planeet zelf betekenen: verandering van mutaties, mogelijk een verandering in de samenstelling van de atmosfeer, waarbij ook atmosferische reflex en magnetisch veld wijzigingen kunnen ondergaan. Dat betekent voor alles dat er op leeft een schijnbaar zeer snelle evolutie. Die evolutie is zowel geestelijk als stoffelijk. Maar het karakter van de wereld is voor een buitenstaander en zelfs voor een mens die dat beleeft, chaotisch. Er is geen vaste lijn omdat van dag tot dag a.h.w. de milieuwaarden en invloeden veranderen. Kunt u dat volgen?

Nu bevinden we ons in een soort dergelijke situatie, wat hier de aarde en de zon betreft. Wat moeten we dus stellen? Er zal in een betrekkelijk korte periode ten aanzien van het bestaan van de wereld en de mensen een zeer grote reeks van zeer belangrijke veranderingen plaats vinden. Deze veranderingen zullen zowel op geestelijk als op zuiver materieel terrein liggen. Zij zullen zowel mutaties van vormen als ontwikkeling van eigenschappen behouden en zij zullen gedurende de periode van overgang een voortdurend conflict vormen. Ja, ik zit wel erg voort te borduren, ik weet het hoor, maar ik zeg het opzettelijk. Want men moet begrijpen dat dit continu is. In een dergelijk continu periode van verandering zal een zogenaamde secundaire invloed een zwakkere invloed, die een sneller ritme (die wisseling als het ware) nog eens een keer vertoont.

Denkt u vergelijkend aan de dagwenteling van de aarde en de jaarbaan van de aarde rond de zon. Die kleine invloeden zijn als het ware die dagwentelingen. Deze invloeden zullen in een periode van ongevormdheid en overgang altijd veel sterker inwerken dan anders. Maar wanneer de overgang ligt bv. tussen blauw en geel, dan moeten we er rekening mee houden dat de blauwe invloed afnemend sterk is, dat de gele invloed steeds meer versterkt wordt.

Bewegen wij ons naar een bepaalde invloedsfeer toe, dan zullen alle secundaire effecten van dezelfde waarden een bijzonder grote betekenis krijgen. Heeft u dat ook kunnen begrijpen?

  • Ja, die secundaire effecten wat bedoelt u daar mee?

Nu, dat zijn dezelfde kleuren…..

  • In de tweede reeks?

Nee, niet in de tweede reeks. Dat zijn wel dezelfde kleuren, maar oppervlakkiger, a.h.w. als flitsen. Ik heb die vergelijking gemaakt – u herinnert zich dat misschien – van de dag/licht en donker/ en het jaar-temperatuurverschillen. De dag dat zijn die secundaire effecten.

Dan zijn we nu wel zover gekomen dat we die invloeden ook nog moeten proberen thuis te brengen. Een heel klein beetje althans. Nu is alle pogen om gestalte te geven aan dergelijke invloeden en krachten natuurlijk ergens onjuist. Ik kan niet zeggen: God ziet er zó uit of een bepaalde kleur wordt geregeerd door een engeltje, maar ik kan wel wat anders zeggen. Elke kleur waarover we het hebben gehad, elke sector van de kosmos wordt geregeerd door wetten, door wezens die bepaalde wetten tot uiting brengen. En nu is het zo, wanneer ik een wet ontmoet (hetgeen ik persoonlijk zeg), dan moet er toch iemand of iets zijn dat optreedt als wetgever. Laten we deze krachten dan wetgevers noemen. De wetgevers zijn bewuste wezens volgens mij. Je kunt zeggen, het is allemaal natuurkundig verklaarbaar, het is psychologisch verklaarbaar, maar daarachter moet toch ergens een bewustzijn, een dirigerende kracht steken. De kern van al die krachten noemen we God. Maar deze krachten in de kosmos, die kunnen we dan gaan onderbrengen, bv. bij de regent van een bepaalde sector van de ruimte. Die regent regeert niet alleen over de mensen, dat doet hij eigenlijk niet eens, dat is maar een nevenverschijnsel; deze regent van dit deel van de kosmos regeert de sterren, zij regeert de verhouding energie, materie, beweging die daarin bestaat. En daarbij is beweging in deze betekenis gelijk aan tijd ook nog een keer. Ingewikkeld, praten we niet over. Mag u dadelijk op terugkomen als u wilt. Wanneer deze heersers bewuste wezens zijn, dan zullen zij op een bewuste gedaante kunnen reageren. Nu stel ik:

Waar de aandacht van de wetgever of de regent is gericht op een bepaald punt in het beheerste gebied, zal de wet daar bijzonder scherp en duidelijk tot uiting komen in al zijn positieve en negatieve effecten. Kunt u me volgen? Waar wezens denken, hebben ze hun uitstraling. Dat heb ik in het begin gezegd. Wanneer de invloed vanuit de kosmos een gemeenschappelijke denkimpuls van bv. drie kwart van de wereldbevolking kan veroorzaken, emotioneel, dus onderbewust of bewust, dan zal dit een invloed zijn groot genoeg om de aandacht van een regent te trekken. Wanneer dit gebeurt zullen de krachten van die regent bijzonder scherp kenbaar worden. Of om het anders te zeggen: naarmate het menselijk gedachteleven scherper reageert op de invloeden die nu van kracht zijn, zal die gehele mensheid scherper geconfronteerd worden met de regent van de sector, dus niet met het dageffect, maar met de heer van het jaareffect, omdat elke invloed, welke kleur dan ook, wanneer zij een reactie tot stand brengt de wetten veroorzaakt van de regent van het deel van de ruimte waarin men zich bevindt.

Bevindt men zich in een niemandsland, zoals de aarde, dan zal geen van de twee regenten kunnen reageren en zal hun optreden erratisch zijn. Er is dan geen invloed, omdat geen van beiden bewust invloed wil uitoefenen op een terrein waar de ander eveneens nog invloed zou kunnen uitoefenen. De aarde en de zon bevinden zich op het ogenblik in niemandsland. Nu hebt u alweer wat geleerd misschien.

  • U zei dat we in de rode straal zaten?

Ik heb gezegd dat we in de rode straal zitten, maar ik sprak daarbij over het secundaire effect. Het dag effect, want – dat kunt u wel begrijpen – anders dan zou dat niet over een maand, ander halve maand, anders kunnen zijn. Het is ook mijn schuld, ik had het duidelijker moeten doen natuurlijk. Maar nu heb ik u hier over die invloeden vanuit de kosmos verteld; mag ik nu een paar conclusies trekken? Een paar praktische conclusies?

In de eerste plaats: De secundaire ritmen zijn voor de mens van zeer groot belang, omdat zij hem in zijn dagelijks leven en in zijn eigen milieu verschillende mogelijkheden geven, die – wanneer hij daar gebruik van maakt – zijn leven geestelijk zowel als stoffelijk zullen veraangenamen.

Punt 2 : Wij kunnen ons aan een primaire heerser of kleur nooit onttrekken. Zij zal beslissend zijn voor onze bewustwordingsmogelijkheid binnen de gehele tijd, dat de aarde of de zon met de aarde, deze sector doorloopt.

Wanneer er een niemandsland is, dan zal hierdoor een massalere incarnatie op aarde plaats kunnen vinden, daar dan geen enkele regent selectief optreedt ten aanzien van de mogelijkheden op aarde. Er zal op deze wereld altijd een periode van overbevolking zijn, een periode die gezamenlijk ongeveer een 1400 – 1500 jaren meet en dit aspect zal zich herhalen. De tussenruimten waarmee het zich herhaalt, is de tijd die nodig is om een ruimtesector te doorlopen en dat kan wel eens een periode van 60.000 jaar zijn. Er zijn perioden bij die langer en die kleiner zijn, want er is geen gelijkmatige verdeling.

Als mens moet ik in deze tijd uitgaan van de vaststelling, dat elke ontwikkeling op aarde op dit moment chaotisch is, daar een voortdurende verandering het onmogelijk maakt een regel lange tijd te handhaven zonder daardoor met mijzelf of met anderen in strijd te komen. Ik zal dus geen enkele regel bezien als enig juiste, als onfeilbaar of als blijvende, maar ik zal in mijzelf zoeken naar een harmonie, hetzij met de heerser van de straal of beter nog met God, waardoor ik in staat ben de optredende secundaire invloeden te gebruiken in een zo groot mogelijke harmonie en dus in het chaotische van de situatie, de opbouw te brengen waardoor de aanvaarding van de volgende regent mogelijk wordt.

Allemaal nog te ver af, we komen nog dichterbij, maakt u zich geen zorgen! Ik ben bijna klaar overigens hoor, maar…..

En dan heb ik nog een paar heel eenvoudige raadgevingen. Als u zich afstelt of instelt – of hoe u het noemt – op de sfeer, dan zult u van dag tot dag ontdekken dat die anders kan zijn. Wanneer je opstaat en je hebt het geleerd, dan snuffel je even en dan zeg je: Vandaag een echte energieke dag. Onthoud dan, dat u datgene dat u bemerkt altijd beheerst moet gebruiken. Voelt u dat u buitengewoon energiek bent, probeer dan die energie te kanaliseren. Doet u dit niet, dan zult u ontdekken dat anderen met precies dezelfde neiging met u in botsing komen. Beheers vooral de invloed die op een bepaalde dag u het sterkst tegemoet treedt en u zult veel beter leven en u zult ook veel meer bereiken.

Punt 1. We zijn een hele hoop punten verder, maar van deze eenvoudige punten.

Punt 2. Wanneer je bidt – en ik neem aan dat u dat soms wel eens doet – dan heb je de ene dag de neiging om God als ver weg te zien, de andere keer als dichtbij. De ene keer kun je met hem spreken en een andere keer kun je alleen maar iets opdreunen. Onthoud dit. Wanneer je God dichtbij voelt, heb je de mogelijkheid om geestelijke krachten in jezelf te doen ontwaken. Stel je dan open voor het ontvangen van deze geestelijke kracht, deze inhoud, maar probeer niet dit systematisch of logisch te doen. Neem de zaak in, dadelijk kun je wel gaan sorteren, als de mogelijkheid weer voorbij is.

Er zijn voor de mensen, en dat ligt een beetje aan uw eigen achtergrond ook, u hebt zelf ook een bepaalde voorkeur voor zekere kosmische invloeden, maar wanneer mensen een contact hebben met God, dan is het niet de tijd om te gaan redeneren, dan is het tijd om te nemen, want wanneer wij een kracht verkrijgen, hetzij uit een straal, uit een regent, vanuit het goddelijke of vanuit iets anders en wij aanvaarden deze kracht, dan zal al wat wij aanvaard hebben in ons aanwezig blijven als een soort reserve of energie of weten, dat ook gebruikt kan worden wanneer de omstandigheden zich wijzigen. Heel belangrijk punt.

Dan heb ik nog een heel eenvoudige raadgeving, dat is deze. Denk nooit aan een ander…. ja, ja, hij is geschokt…. Denk nooit aan een ander…. tjonge, tjonge en dat in deze tijd! Denk nooit aan een ander wanneer je geestelijke krachten of begrippen van harmonie of van taak hanteert. Het besef van deze waarden kan alleen in jezelf geboren worden. De formulering vind je desnoods wel in het contact met anderen, maar de waarde moet er eerst zijn. Harmonie, samenwerking of wat desnoods sociaal samengaan. Wat dit betreft, moet u er rekening mee houden, dat deze dingen nooit geboren kunnen worden uit een onderdanig invoegen in een geheel, maar dat zij slechts voort kunnen komen uit een persoonlijk besef dat een taakbegrip, een krachtsbegrip, een kennis verworven hebbende, deze tot uitdrukking brengt in het geheel en voor het geheel. Ga uit van uzelf en u brengt het beste. Ga uit van wat anderen zeggen of denken of menen dat u moet doen, en u komt negenennegentig van de honderd gevallen om niet te zeggen negenhonderd negenennegentig van de duizend gevallen verkeerd terecht; u bent belangrijk. Eerst wanneer u uzelf bent, kunt u iets betekenen voor een ander. Elke kracht en waarde van harmonie die u op deze wijze projecteert zal voor u betekenen, dat de heerser van de dag, van deze secundaire invloed, voor u gemakkelijker bereikbaar, bruikbaar en beheersbaar is, zover het in zijn uitstromingen gaat natuurlijk.

En ten tweede, dat u binnen de mogelijkheden van uw milieu zo snel mogelijk geestelijk bewust wordt.

Dat zijn een paar eenvoudige dingen, misschien een beetje ingewikkeld gezegd. Ik heb zo het idee, dat ik met mijn formuleren net niet populair genoeg ben aan de ene kant, niet wetenschappelijk genoeg aan de andere kant. Dat is het nadeel van een compromis. Een compromis is nooit goed eigenlijk. Maar ja, ik moest hier kiezen tot een redelijk begrepen worden door u allen, een goed begrepen worden door enkelen of een misschien aangevoeld worden door weer een paar anderen. Ik heb gekozen voor een grootst gemiddelde, ik hoop dat ik daar goed aan heb gedaan. Wat ik u heb voorgelegd is niet een levensopdracht, het is iets om eens over te denken.

En wanneer ik nu het eerste deel besluit, dan zeg ik nog eens nadrukkelijk dat het mijn bedoeling is u duidelijk te maken vandaag:

  1. Er zijn invloeden die vanuit de kosmos, desnoods niet materieel definieerbaar, de aarde bereiken.
  2. Zij beïnvloeden uw wezen, maar u kunt ook t.o.v. die krachten, een zekere invloed uitoefenen.
  3. Het beheerst gebruik van dergelijke krachten geeft de grootste rendementen op geestelijk en stoffelijk terrein.

Aan de invloed van de grote krachten kunt u zich nooit onttrekken. Een je-verzetten is daarom dwaas en dom. Een reguleren en zoeken naar een innerlijke waarde binnen die invloed, is wijs. Nu als u dat nu allemaal er een beetje uit begrepen hebt, dan ben ik alweer gelukkig. Dan hoop ik maar dat u het ook bent.

  • Wanneer u dan op deze manier rood, geel of groen zei of geel-groen of goud, dat zal dan wel een gevoelskwestie zijn?

Dat is dus eigenlijk een gevoelskwestie. U moet dat leren aanvoelen. Overigens mag ik opmerken, dat wij in de Orde wel de gewoonte hebben en dan volgens juist deze code, die ik ook hier heb uitgelegd, om er nog al eens iets over te zeggen. U zult het ook vanzelf wel zien. Wanneer u bv., wanneer u eens denkt, half augustus bv. blauwe invloed weer overgaande in een rode invloed, wat krijgen we dan? Waarschijnlijk aardig weer al zal het nogal wat onweren, maar het is wel erg onbestendig. Wat krijgen we verder? Er zullen nog al wat ongelukjes gebeuren en vooral door kwaadwilligheid in die periode.

In mei gebeurt er ook het een en ander, maar dat zijn ongelukken, meestal. Maar dan kwaadwilligheid. Dan krijgen we waarschijnlijk weer met kleine oorlogsdreiging en gevechtshandelingen te maken. Met allerhande stommiteiten, met staking, relletjes, noem maar op. Dat weet je dan hè. Nu is het gekke dus, wij zeggen dat nu hè, wij geven dat over een hele periode, dat kunnen de meesten van u niet. Er is maar een enkeling die het kan. Maar u kunt wel a.h.w. ruiken, vandaag… zo is het.

Ik weet niet of u die boerenwitz kent: die man die kwam altijd buiten, dan snuffelde hij even en zei: de wind gaat vandaag naar het noorden, de wind gaat naar het oosten. Dan komt hij weer een keer, en toen zegt hij: zou het windstil worden? Dan zegt zijn vrouw: “Neen, ik ben mijn voeten aan het wassen”. Maar dat is maar een grapje.

  • Maar hetgeen u zei, is helemaal geen nieuws.

Dat legt in ieder geval geen windeieren! Maar goed, dat was even een koekoeksei. Maar ik zou zo zeggen, we moeten nu werkelijk gaan eindigen. Wanneer u nog vragen hebt, dat kan ik me voorstellen, wilt u die dan bewaren tot de tweede helft; dan kunt u nu eventjes een klein beetje gaan luchten of uitwaaien of hoe u dat noemt. Tot zo dadelijk.

Tweede gedeelte

(Helaas niet op de band door gekomen.)

image_pdf