Invloeden

19 oktober 1970

Op de vorige bijeenkomst is er met u gesproken over mogelijkheden en dat betekent dat wij verdergaande, de feiten zouden moeten aansnijden. Ik geef er echter de voorkeur aan om eerst over invloeden te spreken.

Wanneer je de reeksen van mogelijkheden beziet en je realiseert je hoeveel invloeden er op een mens kunnen inwerken, dan ga je je onwillekeurig afvragen: hoe is de inwerking van al die invloeden en bovenal: hoe bestaan ze en waaruit zijn ze opgebouwd?

Nu is dit voor de mens zeker belangrijker dan alleen maar een omschrijving van mogelijkheid of zelfs maar een omschrijving van uiterlijkheden, omdat alle invloeden, die voor ons kenbaar zijn, in onszelf bestaan. Het beeld dat u zich daarvan kunt opbouwen is betrekkelijk eenvoudig en naar ik meen bekend. U staat in het midden van een cirkel. Die cirkel is het besefte. Elke invloed op elke keuze die u doet of uitoefent, weerkaatst tegen de cirkel en keert tot u terug. M.a.w. uw wereld is opgebouwd uit datgene wat u zelf bent.

Als ik spreek over kosmische invloeden, dan kan ik mij voorstellen dat er een bezielende kracht is voor een hele Galaxy. Maar die kracht kan voor een mens alleen kenbaar zijn zover er in hem iets vergelijkbaars aanwezig is. Je kunt daarbij misschien nog wat verdergaan en zeggen: zelfs elke erkenning van God of duivel, elke erkenning van wijsheid of dwaasheid is gebaseerd op een gelijksoortige waarde die in onszelf bestaat. Daarom is het belangrijk dat je als mens niet alleen uitgaat van de krachten die de wereld eens even komen beïnvloeden, maar dat je wel degelijk ook uitgaat van de vraag: wat leeft er in mij? Ik geef u een klein overzicht van invloeden zoals die gemeenlijk optreden en ik behandel deze, voorlopig althans, alsof ze volledig buiten u ontstaan.

De eerste invloed: de aarde zelf. De aarde is een persoonlijkheid. De aarde beleeft bepaalde fasen. Zij denkt a.h.w. Haar gedachten worden in een aura uitgestraald. De mens, die op die wereld leeft, ondergaat de invloed daarvan en zijn gedrag zal hierdoor een zeker bias, een zekere bevooroordeeldheid kunnen krijgen.

Dan zijn er de z.g. sterren. In feite doelt men in dit verband op planeten. Hemellichamen, die eveneens denken, die persoonlijkheid hebben en die kunnen communiceren met de wereld of met elkaar. Hierdoor ontstaat wederom een veld. Dit veld kan die mens bereiken. Bereikt het de mens, dan wordt hij daardoor beïnvloed.

Daarbuiten liggen enorm veel sterren. Een groep sterren kan soms een soort coöperatieve geest hebben. D.w.z. dat de entiteiten in de verschillende sterren levende, een groep vormen die als eenheid naar buiten optreedt. Wanneer dat het geval is, dan hebben zij een definitieve uitstraling. Deze uitstraling – al is de afstand nog zo groot – kan in veel minder tijd dan licht worden overgedragen. Er is een praktische gelijktijdigheid. Er is dus wel een verschil, maar dat kun je in uren rekenen. Op deze afstand spreken wij van praktische gelijktijdigheid, waarbij de uitgezonden invloed elders kan ontstaan. Deze gedachten worden vaak ervaren als z.g. kosmische invloeden, maar ze zijn niet zo stabiel als ze worden uitgezonden. Want elke groep die zich tussen uw planeet en de bron van een dergelijke uitzending plaatst, onderschept een deel daarvan of vervormt een deel ervan. Dan hebben wij te maken met de z.g. groot‑kosmische invloeden die van meer geestelijke aard zijn. U zou ook kunnen zeggen: meer vierdimensionaal. Er zijn hier wezens van geestelijke structuur, een soort bouwmeesters van de kosmos, die denken beïnvloeden. Hun overwegingen omtrent de ideale geaardheid – vanuit hun standpunt gezien – van de stoffelijke kosmos, wordt overgedragen aan die stoffelijke kosmos. Wordt er dus gedacht over de aarde, dan wordt er gesproken over een invloed die op aarde optreedt. In de meeste gevallen denkt niet iedereen gelijktijdig over de aarde, wat begrijpelijk is, want het is maar een kleine planeet. Het resultaat moet u zich als volgt voorstellen: Er is een soort nachtwaker, wiens taak het is dit deel van dit melkwegstelsel in de gaten te houden. Deze denkt bijna voortdurend aan de aarde. Het is een invloed, die regelmatig terugkeert. Wij noemen het weleens een vitaliteitinvloed en krachtens die invloed kunnen zelfs bepaalde chemische stoffen ontstaan. Anderen kunnen dan denken over processen die plaatsvinden op de aarde of over varianten in de uitstraling van de aarde die mede door menselijk denken kunnen ontstaan. Wanneer zij nadenken over de aarde, dan worden hun gedachten veel sterker, maar ook in veel kortere perioden uitgedrukt.

Deze kosmische entiteiten zijn invloeden die over het algemeen niet meer dan enkele dagen op aarde gelden. In het gunstigste geval duurt een dergelijke beïnvloeding een half jaar. Van een jaren durende beïnvloeding kan hier zeker geen sprake zijn.

Dan hebben wij nog te maken met zuiver geestelijke invloeden die zich niet meer bezighouden met structuur of uitstraling, maar die zich eerder bezighouden met bewustwordingswaarden en harmonische waarden. Dat zijn wezens die je misschien weer een paar dimensies hoger zou moeten plaatsen want hun wereld omvat weer veel meer. Wanneer zij actief zijn, dan zijn zij tijdelijk a.h.w. één met de wereld. Er is geen sprake van een gerichte straling, er is sprake van een plotseling optredende invloed. Dergelijke invloeden kunnen soms van lange duur zijn, zij kunnen ontwikkelingsperioden van honderden jaren omvatten, in andere gevallen zijn ze zeer vluchtig. De meest vluchtige beroering van deze aarde neemt altijd nog een jaar of drie, vier.

Hier hebt u dus een aantal invloeden. Ik zou nog moeten spreken over de werking van de zonnevlekken op de aarde, invloeden van bepaalde varianten in maanreflex, bepaald mede door de eigen frequentie van de maanmassa. Je zou er allemaal over moeten praten, maar het lijkt mij voldoende geconstateerd te hebben, dat er vele invloeden zijn. Wanneer er een invloed is, dan is er ook iets dat beïnvloed kan worden en daaronder valt praktisch het gehele leven, soms zelfs de aardse materie. De mens is echter in alle gevallen vatbaar voor die invloeden. De vraag is alleen hoe hij ze zal verwerken. Om te begrijpen hoe die verwerking kan ontstaan en op welk vlak ze zich uit, moeten wij een vergelijkend beeld proberen te geven van de mens. In de mens bestaat instinctieve drang, e.d. Vergelijk dit met de aarde.

Bij de mens bestaan bepaalde onderbewuste reacties, die half instinct, half ervaring zijn. Vergelijk die met de invloed van de planeten. Dan bestaat er een mentaal erkennen en besef. Dit besef is niet altijd gelijk helder, het is vaak eenzijdig. Vergelijk dit met de uitstraling van bv. een reeks sterren naar deze wereld toe. Dan heeft die mens een geestelijk bewustzijn. Vergelijk de werking van het geestelijk bewustzijn t.a.v. de mens met het optreden van vierdimensionale krachten, de praktisch gelijktijdige projectie, waar ik het eerder over had.

Wanneer wij verdergaan krijgen wij hogere geestelijke invloeden, waarbij het begrip “hoger” slechts aangeeft méér omvattend en deze zijn voor de mens eigenlijk niet voorstelbaar, maar ze beïnvloeden hem door een variant te veroorzaken in zijn gevoelsleven en gelijktijdig een gerichtheid in zijn mentale processen.

Het denken en gevoelsleven van de mens kan op deze wijze veranderd worden. Dat kan vier‑ of vijf dimensionaal tot stand worden gebracht. En de mens die op deze wijze zou uitstralen, bewust en sterk, zou dus ook op dat vlak werkzaam zijn.

Met deze opsomming heb ik duidelijk gemaakte dat u voor praktisch alle invloeden die van buitenaf optreden, eigenlijk in uzelf een vergelijkbare waarde hebt. Maar die vergelijkbare waarde is nog geen identieke. U hebt een persoonlijk bewustzijn dat gevormd is door vele incarnaties heen. Uw geest heeft dus een grote reeks waarden waarop ze kan reageren, óók wanneer deze lichamelijk niet eens bekend zijn. Geestelijk is er een veel groter vermogen tot constatering en valuering dan in de stof. In de stof hebben wij alleen te maken met mogelijke en altijd beperkte vergelijkingen. Invloeden van deze aard kunnen wij mentaal weleens verwerken, maar zij krijgen dan het karakter van rationalisatie.

Gaan wij kijken naar de allerhoogste invloed die denkbaar is, dan komen wij – vanuit menselijk standpunt – in het Goddelijke terecht, ofschoon van daaruit dat hoge standpunt nog een differentiëring mogelijk is. Dan kunnen wij zeggen: er is een invloed die samenhangt met de directe levenswaarde van de mens op geestelijk terrein. Dit wordt voor die mens alleen nog maar geuit als levenskracht. Het is een versterking en kan enigszins worden vergeleken met het witte licht, mits u zich realiseert dat dit een zuiver innerlijke kwestie is, die nooit uiterlijke gevolgen vooropstelt. Doordat je innerlijk deze structuur hebt, kun je resoneren op elke voor jou harmonische trilling. Alles wat dus aanwezig is of vergelijkbaar aanwezig is in jezelf reageert op invloeden van buitenaf. De gedachtenprocessen die de oorzaak zijn van een dergelijke invloed of tot uiting komen in een dergelijke invloed, kun je echter niet volgen. Het resultaat is dat u werkt in den blinde onder een dergelijke invloed en dat u in uzelf een onvolledig beeld krijgt van wat werkelijk mogelijk is en van wat werkelijk volbracht moet worden. Dan vloeit hieruit als vanzelf voort dat de eeuwigheid waarin wij leven – ofschoon wij het in tijd indelen – voor ons eigenlijk voornamelijk kan worden uitgedrukt in beïnvloedingen. Het zijn de opvolgende beïnvloedingen die wij ondergaan, waardoor wij een voortdurende variatie van ervaring, die tijdsproces bepalend is voor het ik, dus de persoonlijke tijd.

Op het ogenblik dat ik met de allerhoogste kracht in harmonie ben, is er voor mij geen tijdservaren. Er is energietoevoer bij minimaal energieverbruik en hier krijgen wij het enige lichamelijk mogelijke verschijnsel: ik word in die tijd niet ouder. Het is zeer wel mogelijk dat een mens in een toestand van trance, van verrukking, 100 jaar verblijft zonder te weten dat de tijd voorbijgaat, zonder lichamelijk ouder te worden.

De krachten, die ons doen denken, liggen altijd veel dichterbij. Maar rationele processen komen het meest voort uit invloeden die feitelijk beneden het rationele vlak invloed uitoefenen. Wanneer ik te maken heb met de aarde en invloeden van de aarde, dan zijn dat zuiver instinctieve beïnvloedingen. Maar mijn instinctief gedrag moet ik voor mijzelf inpassen in mijn wereld en mijn mogelijkheden. Ik zal erover nadenken en ik vind een vorm van logica, waardoor mijn gedrag hanteerbaar wordt. Krijg ik te maken met invloeden die op zuiver mentaal gebied liggen, dan maak ik intuïtieve sprongen, d.w.z. ik kan niet meer een logische opbouw plegen en een groot gedeelte daarvan kan ik nl. niet verwerken, ik heb het alleen maar. Maar de conclusies komen wel weer duidelijk naar voren toe en zo krijg ik het gevoel dat ik eigenlijk alleen nog maar conclusies trek, zonder de tussenliggende beredeneringen nodig te hebben. Een bijzonder snelle reactiemogelijkheid is daarvan het gevolg en vele mensen krijgen daardoor ook zonder te verklaren hoog inzicht bv. in het verloop van de tijd, dus voorspellend, soms in de essentie van de dingen, het doorzien van structuren. In andere gevallen krijgen ze daardoor de mogelijkheid zich af te stemmen op bepaalde vormen van materie of geest en daarmede contact op te nemen. Dat gaat van wichelroede lopen af tot bepaalde vormen van mediamiciteit.

Wie in de esoterie werkzaam is of in zichzelf esoterisch werkzaam is, dient zich te realiseren dat een groot gedeelte van de in hem opkomende ervaringen en belevingen niet van hem zelf afkomstig zijn. Wanneer ik een visioen krijg, is dit niet een mij toegezonden visioen. Het is een mij toegezonden impuls die door mijzelf in een visioen vertaald wordt. En de samenhangen van het visioen liggen voor mij net boven het redelijke vlak, zodat ik niet redelijk kan interpreteren, maar slechts inspiratief, daarbij de tussenliggende redeneringsprocessen en erkenningen eenvoudig overslaand.

Wil je verdergaan dan dit, als esotericus, dan komt de vraag: kan ik mij afstemmen op een bepaalde invloed? Inderdaad. Zoals u in uw leven meestal gebonden bent aan een bepaalde straal, d.w.z. dat u tot een bepaalde ontwikkelingsgang behoort door uw voorgaande incarnaties, zo hebt u een gevoeligheid voor zekere krachten en een bepaalde ongevoeligheid voor andere krachten. Wanneer u de gevoeligheden erkent, dus weet welke paranormale verschijnselen, welke intuïtieve processen u het meest liggen, dan kunt u zich afvragen: welke invloeden kunnen hiermee gemoeid zijn? Invloeden van buitenaf. Daarop is nooit een redelijk, een perfect antwoord te geven, maar bij de overweging van een dergelijke vraag ontstaat al wel een voorstelling. Die voorstelling behoeft geen omschrijving van een persoon of een voorwerp te zijn, ze kan heel vaag een wezen weergeven of een idee van een kracht, zonder meer. De omschrijving is in 9 van de 10 gevallen eerder emotioneel dan verbaal. Op het ogenblik dat ik die omschrijving ken, kan ik proberen in mijzelf een toestand te scheppen die vergelijkbaar is met of gelijk is aan datgene wat ik erkend heb. Dat is het proces van afstemming. Maar stem ik mij af, dan zal alles wat vergelijkbaar is met wat ik in mijzelf schep in het Al, wanneer het actief is – het is dus voorwaardelijk – op mij met bijzonder grote kracht inwerken. Er is een resonantie geschapen die in mij de effecten zóveel sterker kenbaar maakt dan in mijn omgeving dat het voor mij mogelijk is vooruit te lopen op de werkingen van die kracht, zo ze materiele invloed heeft, in mijn innerlijke erkenningen, de kracht a.h.w. te ontvangen en wederom uit te stralen, maar op een minder gebundelde wijze. En ten laatste zal ik de mogelijkheid bezitten om in mijzelf hoofdzakelijk de gevoelswaarden en daarnaast enkele beelden te doen ontstaan, die behoren tot een hogere sfeer of een hoger wezen.

Zo bouw je in jezelf begrippen van werelden, die boven het menselijk bereik uitgaan en met deze werelden vind je een zodanige verbondenheid dat je de kracht van die werelden a.h.w. in je eigen wereld gaat vertegenwoordigen. Hiervoor is een heel eenvoudige regel. Naarmate ik kom tot een duidelijker voorstelling en een grotere identificatie met een kracht van geestelijke of semi‑materiële aard, buiten de aarde bestaande, zal ik deze kracht en haar inwerkingen, zoals ze in de bron zelf wordt geordineerd in grotere mate op aarde kunnen verbreiden. De variaties die ik kan aanbrengen, zijn van intensiteit, nimmer van intentie.

Hieruit volgt, dat alle kosmische invloeden, ja alle denkbare invloeden van geestelijke aard of van supernaturale aard vanuit menselijk standpunt, door de mens zelf kunnen worden gewekt, in de mens zelf kunnen optreden met een bijzondere intensiteit dankzij zijn afstemming en dat verder deze krachten gebruikt kunnen worden in de materiële wereld, zolang wij niet afwijken van het oorspronkelijke plan dat erin ligt.

Een voorbeeld: Er is een mijnheer die zich openstelt, zoals men dat op aarde noemt, en daarbij uitgaat van een visioen. Nu behoort dat visioen toevallig tot de gedachte die de aarde op dat moment denkt. Dan zal hij, mits hij zich houdt aan de inhoud van dit visioen, alles kunnen bereiken. Dit visioen wordt nl. werkelijkheid waar hij komt. Op het ogenblik dat hij dit visioen ziet als een aanleiding om zelf actief te worden, zal elke actie die niet past in het beeld van het visioen, automatisch gefrustreerd worden. En dan zit je net als die beroemde profeet die Ninive de ondergang had voorspeld en toen onder een boom zat te klagen dat het niet doorging. Er was een voorwaarde gesteld. Indien de stad zich liet bekeren. De stad bekeerde zich, dus werd de vernietiging overbodig. De behoefte aan vernietiging, in de profeet aanwezig – het waren vijanden van zijn volk – kon dus niets daaraan veranderen. Wanneer de aarde denkt: dood, dan kunt u de dood erkennen wanneer u die afstemming hebt. U kunt de dood soms zelfs aankondigen; u ziet hem van tevoren komen. U kunt in bepaalde gevallen een doodsdrang versterken, maar u zult nooit leven kunnen geven. Onthoudt u dat.

Hier ligt dus een essentiële mogelijkheid van de innerlijke kracht en de innerlijke wereld. Want mijn afstemming, mijn openstaan, hebben eigenlijk niets te maken met mijn denken. Ze hebben te maken met gevoelens, vage voorstellingen en vooral daaruit voortvloeiende kenbare verschijnselen of mogelijkheden. Wanneer ik in mijzelf een kracht niet kan omschrijven en toch erken en ermee werk, dan zal echter al datgene wat in mijn wezen wel in staat is die kracht te erkennen, zich bewuster worden, niet alleen van die kracht, maar van de gehele wereld, de gehele structuur waarin die kracht werkzaam is. De invloed, die ik onderga, brengt mij, wanneer ik ermee werk, niet slechts mogelijkheden, maar ze brengt mij daarnaast een uitbreiding van mijn besef en daarmee op den duur – het is een langzaam proces – een uitbreiding van mijn vermogens.

Waaruit de conclusie te trekken valt dat esoterie, op de juiste wijze nagestreefd, niet alleen maar een bewuste en rationele erkenningsmogelijkheid schept t.a.v. het eigen ik, maar zij schept ook t.a.v. de niet erkenbare delen van het ik een ontwikkelingsmogelijkheid.

En nu gaan wij even zien naar uw wereld en daar nemen wij voorbeelden van invloeden. Ik kan ze niet allemaal behandelen.

Er is een invloed van een sterrengroep, een z.g. ruimte invloed dus en deze bereikt de aarde. Gezien de reflex die dat op de wereld heeft, noemen wij die invloed rood, omdat ze te maken heeft met processen van vitaliteit. De aarde reageert: Dus de aarde zelf wordt vitaler en dit betekent een grotere werkzaamheid. Dat kan tot uiting komen in vulkanische werkingen, het kan in grotere en snellere atmosfeerverplaatsing tot uiting komen, zelfs in een lichte wijziging van afstand e.d. Het kan ook tot uiting komen in storingen en vooral versterkingen van het magnetische veld. Wanneer ik die invloed ook ontvang, weet ik hoe de aarde zal reageren. Omdat ik harmonisch ben met de invloed, weet ik gelijktijdig wat ze voor de aarde betekent. Want dat wordt in mij ingelegd. Ik ben dus in staat om voorzorgsmaatregelen te treffen tegen eventuele natuurrampen die eruit voortkomen. Maar ik weet óók, dat het vitaliteit is. Deze vitaliteit zal overal optreden. Dan moet ik rekenen met een versterking van actie op elk terrein. Elke actie die ik in deze tijd beging zal dus meer momentum gewinnen, sneller dan normaal tot ontwikkeling komen. Ik kan zelfs naar buiten toe hiervan gebruikmaken. In mijzelf betekent echter die vitaliteit nog meer. Ze geeft voor mij een zeker gevoel. Een gevoel soms van onmacht of kleinheid, soms van grootheid, van vermogen, van besef, van inzicht, soms wordt het visionair, soms worden het dromen. De beelden, die daaruit voortkomen, zijn de omschrijving van wat ik innerlijk ben. En hierdoor is het mij mogelijk deze zelfde vitaliteit in mijzelf a.h.w. te erkennen, daardoor de kracht van buiten via mijzelf te richten op personen in een grotere dichtheid dan normaal.

Stel dat er een invloed is die wij weleens blauw noemen. Meestal zijn dat invloeden die uit de kern van het melkwegstelsel komen. In enkele gevallen zijn het ook zuiver geestelijke invloeden. Wij nemen aan dat het een invloed is uit de kern van het melkwegstelsel. Het betekent verstandelijke activiteit. Tijdelijke versterking van geheugenfuncties. Het betekent voor de aarde een herzien van processen. In deze tijd vindt vaak een selectie van verschillende vormen, dus mutaties plaats. Ik weet: dit is een tijd, niet slechts van besef, van stoffelijk, redelijk denken, het is een proces van selectie. In deze tijd kan ik het zuiverst en meest overlegd een keuze maken. Ik kan echter nooit voor een ander kiezen. De ander leeft in zijn eigen beperkte wereldje. Vanuit zijn eigen besef smijt hij zijn invloeden de wereld in en krijgt hij ze terug. Ik kan die mens dus niet direct helpen, ik kan zijn problemen niet oplossen, maar ik kan wel dit besef dat in mij bestaat, naar de ander projecteren. Hierdoor wordt voor de ander het eigen probleem duidelijker en wordt hij in staat gesteld om eigen conclusies te trekken. Voor mijzelf betekent een dergelijk iets, een juister waarderen van de kennis die ik bezit. De betekenis van hetgeen ik mentaal besef, wordt voor mij duidelijker. Datgene, wat ik geestelijk besef en meestal stoffelijk niet kan overdragen, wordt meer geconcentreerd uitgedrukt in de materie. Er komen inspiratieve momenten en zelfs vaak momenten van z.g. valse herinneringen.

Ik heb hier twee voorbeelden gegeven. In deze twee voorbeelden komt duidelijk tot uiting, dat het gaat om iets wat zich in mijzelf afspeelt, een mogelijkheid die ik naar buiten toe heb, maar ook een verandering in mijn besef. Wanneer een verandering in de persoonlijkheid het totaal van het besefte omvat, dus een groter deel van het geestelijk besef plus het mentaal besef, ontstaat een totaal vernieuwde benadering van de wereld. Mensen, die op deze wijze worden geconfronteerd, in feite met zichzelf en met de kosmos, zullen hun persoonlijkheid naar buiten toe vaak veranderen. Die verandering behoeft niet opvallend te zijn, maar ze is er. En deze verandering betekent weer dat de keuzemogelijkheden die je hebt, zich eveneens wijzigen en bovenal dat de energie die je bezit, de kracht waaruit je put, een andere wordt. Er zijn bij invloeden natuurlijk ook z.g. lage of geestelijke invloeden van het gehalte zoals bv. ik ben. Ik ben geen hoge geest. Mijn invloed is zeker niet van kosmische geaardheid, maar wanneer ik iemand wil benaderen, dan kan ik gedachtegangen en woorden geven die hij zelf niet bewust bezat op dat ogenblik. Wat is hier dan de oorzaak? Ik moet in mijzelf de punten en krachten terugvinden die bestaan in degene die ik benader. M.a.w.: er wordt hier ook een soort openstellen gevergd, waarbij ik als geest mij eerst moet openstellen voor de mens, voordat ik mij afstemmende op die mens, deze mens kan benaderen. Dit geldt voor elke geest. Een kwade geest kan een mens alleen benaderen, wanneer hij zich openstelt voor die mens. Een mens kan een geest, goed of kwaad, alleen benaderen, wanneer hij zich openstelt voor en daarmee afstelt op die geest. Dit betekent dat u nooit benaderd kunt worden door een geest, tenzij die geest uitgaat van hetgeen in u aanwezig is of uzelf de eigenschappen van die geest in uzelf draagt en bewust of onderbewust uitzendt.

En dit brengt ons ook weer tot een interessant punt. Wanneer u nl. overgaat, komt u in contact met alle geesten voor wie een dergelijk proces mogelijk is. U kunt nooit benaderd worden door een geest die niet een zeker aantal gelijke punten in zichzelf draagt als u. Er moet een overeenstemming zijn. Benadering en contact zijn op die overeenkomsten gebaseerd. Wanneer ik nu in mijzelf werk en streef, dan blijft die overeenkomstigheid bestaan.

U hebt uw stoffelijk denken, uw genetische eigenschappen. U kunt niet ontkomen aan een beperktheid en een zekere eenzijdigheid. Dat ligt tijdelijk in uw wezen gegrift. Maar u kunt wel in uzelf zozeer bewust worden dat u elke beïnvloeding van buitenaf als zodanig erkent. En dat u omgekeerd, elke beïnvloeding of openstelling voor de geest volledig bewust en daardoor ook in werking door uzelf, beperkt doet plaatsvinden. En dan zien wij weer, hoe die innerlijke processen eigenlijk zelfs magische werkingen en resultaten beïnvloeden. De mensen zijn geneigd te denken dat al die invloeden kunnen worden samengevat in een soort kosmisch patroon, b.v. de astrologie. De astrologie werkt. Je kunt er wat mee doen. Maar de invloeden en werkingen die er zijn, kun je toch – volgens mij – niet kosmisch overzien. Je kunt niet zeggen met de astrologie: Dit is de werkelijke kracht. Je kunt alleen zeggen: ik verwacht op een bepaald niveau een zekere constellatie, waarin krachten optreden. En dat besef, dat is op zichzelf interessant en belangrijk. Niemand en niets kan bepalen, wat ik in mijzelf ben, wat ik vanuit mijzelf selecteer. Elke optredende invloed is afhankelijk van mijn aanvaarding van die invloed. Dientengevolge bestaat er geen binding aan het patroon der sterren, tenzij men onbewust is. Grote invloeden van kosmische en andere geaardheid kun je natuurlijk niet zo één, twee, drie ongedaan maken. Wanneer een heel hoge kracht een invloed naar de aarde stuurt, verandert hij daarmede de gehele omgeving en beïnvloedt ook uzelf. Maar ik kan in ieder geval die kracht erkennen. Weet ik wat er aan de hand is, dan kan ik er meestal wel wat aan doen. Ook hier moet ik in mijzelf een besef kweken om die kracht te erkennen, en dan kan ik, al onttrek ik mij daar niet aan, zorgen dat de werking van die kracht voor mij de meest juiste is.

Misschien begint u te begrijpen waarom dit onderwerp het tweede in de reeks geworden is. Het past aan bij: mogelijkheden. Want de mogelijkheden, die u in uzelf hebt, kunnen wij nu wel heel mooi en ritueel omschrijven. Wij kunnen u precies vertellen, hoe u met magische procedures dromen kunt wekken, enz. Maar dat heeft zo weinig zin, omdat u krachtens uw wezen deze dingen in zekere mate hebt. Het lijkt mij belangrijker dat u eerst beseft wat u hebt, dan uit te gaan van iets, wat je misschien eens zult kunnen verwerven, terwijl je je eigen middelen nog niet eens kent.

Een keuze doe je, dat weet u allemaal, aan de hand van de mogelijkheden die er bestaan. De eenzijdigheden die er in jezelf bestaan en de krachten die op je inwerken. Maar als ik een kracht erken, die op mij inwerkt, dan wordt mijn besef in ieder geval groter.

Dit beperkt mijn eenzijdigheid en vergroot mijn keuzemogelijkheid. Dat lijkt misschien niet erg esoterisch, maar wanneer u in contact wilt komen met een hogere geest, dan zou u dus u moeten afstemmen op die hogere geest. Hoe kunt u zich afstemmen op die hogere geest, wanneer u niet weet, welke waarden u in uzelf ziet als vergelijkbaar met de hogere geest? Zelfkennis, innerlijke beleving, werken met innerlijke krachten is noodzakelijk, ook om een openbaring te verkrijgen. Ook om in jezelf eigenlijk bij een voorstelling te komen, die dichter bij de werkelijkheid ligt. Een instelling van je eigen wezen is noodzakelijk om je los te maken van de schijnwereld rond je. Er is al het één en ander over gezegd, maar misschien mag ik er hier in dit verband nog enkele punten van noemen.

U hebt een oordeel, een waardeoordeel. Dat waardeoordeel kan bv. zijn, dat elke seksshop zondig is. Dit bepaalt niet de waarde van de seksshop, maar slechts de betekenis die ze voor u heeft. U projecteert, zoals u weet, een dergelijk oordeel in de wereld en zegt: dat is slecht. Sommige mensen zeggen: maagd blijven is goed. Anderen zeggen: het is verkeerd. Het is niet goed en niet verkeerd. Op zichzelf is het feit nl. neutraal. Maar op het ogenblik dat wij daar een bepaalde beoordeling bij projecteren, krijgt het voor ons een betekenis. Zolang die betekenis als een persoonlijke wordt gezien, zal ze onze bewustwording niet in de weg staan. Want wij beoordelen niet de wereld, maar wij erkennen nog steeds de wereld zoals ze is. We zeggen niet: deze is maagd en die niet. We zeggen rustig: deze erkent of aanvaardt dit wel en de ander doet dat niet. Hun gedrag wordt niet bepaald door een beoordeling, maar door hetgeen ze in feite zijn en doen.

De uitschakeling van een dergelijke beoordelende functie en van een zekere projectie, ook van jezelf in de wereld waarover de vorige maal méér is gezegd, geeft je dus de kans om reëler en werkelijker te leven. Maar hoe kun je werkelijk leven en meer feiten reëel aanvaarden, wanneer je nog steeds niet uitgaat van wat je vanbinnen bent?

Invloeden, die optreden, kunnen uw oordeel beïnvloeden, dat is waar. Er komt op een zeker ogenblik een felrode invloed en morgen staat iedereen ruiten in te gooien in elke zaak, die hij niet leuk vindt. Dat is heel normaal. Het oordeel is verscherpt en is daardoor aandrang geworden tot actie. Erken ik de invloed, dan zal die mij niet tot die actie kunnen voeren. Ik zal dan niet nagaan: hoe kan ik mijn beoordeling verder tot uiting brengen, maar ik zal stellen: hoe kan ik deze invloed gebruiken om het voor mij belangrijke waar te maken? Alles wat ik waar maak, terwijl het voor mij werkelijk belangrijk is, is een bewustwording. Ik leer. Naarmate ik meer leer, zal ik beter beseffen wie ik ben, maar ook wie mijn wereld is, wat mijn wereld is. En door dit besef zal ik mede in staat zijn mij beter af te stemmen. Ik krijg nieuwe inzichten t.a.v. de kosmos en de krachten van de kosmos. Praktisch gezien kun je als mens moeilijk een onderscheid maken tussen de verschillende invloeden, zoals ze optreden. Voor u zijn het allemaal engelen of planeten e.d. of het is helemaal niets. Dat hangt er maar van af hoe je één en ander hebt geleerd. Het schema, dat ik u gaf, is in de eerste plaats bedoeld om u te laten zien dat er verschillende invloeden zijn. Voor u zal de erkenning van een invloed eerder in intensiteit of in persoonlijke of meer algemene betekenis tot uiting komen dan in een erkenning van een behoren tot een bepaalde sfeer of een bepaalde groep, maar de intensiteiten op zichzelf zeggen al iets. Een kracht, die mij dreigt te beheersen, zelfs als ik haar erken, zal een kracht zijn die ook op anderen inwerkt, zeker op allen die daarmee enigszins harmonisch kunnen zijn. Ik weet dus dat ik de hele relatie met de wereld moet baseren op de inwerking van die kracht en dat ik alle resultaten, die ik nastreef, moet baseren op werkingen van die kracht in de wereld.

En dan kom ik een eind verder. Is die kracht zwakker, dan zeg ik: dat is misschien een persoonlijke invloed. Zie ik die kracht overal gelijktijdig optreden, maar betrekkelijk vlak, dan zeg ik: dat is een mogelijkheid. Zie ik dat die kracht erg sterk is en dat ze mij tijdelijk overrompelt, zodat ik mijn leven misschien helemaal wijzig, terwijl dat ook elders het geval is, dan heb ik te maken met een dominerende kracht. Die kan ik niet meer richten, daar kan ik niet eens over nadenken wat ik ermee doe, die moet ik kanaliseren in de voor mij meest gunstige zin.

Nu stel ik u een paar problemen:

  1. Wanneer ik normaal leef als mens, zal ik alle invloeden ondergaan. Is het noodzakelijk dat ik voortdurend over die invloeden nadenk, om er gebruik van te maken? Mijn persoonlijke antwoord luidt hier: neen. Het is niet noodzakelijk dat ik er voortdurend over nadenk, want ik onderga die invloeden. En naarmate ik innerlijk tot een erkenning van invloeden en beïnvloeding kom, zal een constateren bijna automatisch en instinctief plaatsvinden. Mijn reacties zijn schijnbaar spontaan, omdat hogere geestelijke, zowel als onderbewuste waarderingen, invallen voor het redelijk proces.
  2. Wat zou beter zijn: een redelijk proces, waardoor ik een resultaat behaal dankzij of ondanks bepaalde invloeden, of een spontane reactie die voor mij, minder overlegd, toch een gunstig en gewenst resultaat heeft? Ook hier geef ik een persoonlijk antwoord: Het spontane heeft vele voordelen. Want datgene wat spontaan tot stand komt, ook al verdwijnt het misschien weer als ongewenst, is altijd belangrijk. Het is iets dat in overeenstemming is met mijn wezen en het brengt een ervaring, waardoor delen van het onbewuste worden overgebracht naar mijn bewustzijn. Alles wat ik overlegd doe, is beperkt door mijn kenvermogen. Dat is mijn redenering, waarmee u het niet eens behoeft te zijn.
  3. Op deze vraag geef ik geen persoonlijk of ander antwoord. Indien wij weten dat invloeden bestaan en in onszelf erkennen dat wij er gebruik van kunnen maken, welke weg zullen wij dan moeten bewandelen? De mogelijkheden om tot een voor u verantwoorde beantwoording te komen op deze vraag, zijn in dit onderwerp gegeven. U hebt dus de beschikking over alle noodzakelijke feiten. Met deze derde vraag heb ik eigenlijk het hoofdgedeelte van dit betoog afgesloten. Wanneer ik dan toch nog enkele woorden ga spreken, is dit een kwestie van persoonlijke neiging en interesse.

De innerlijke mens is de kracht, die de uiterlijke wereld vormt voor het ik en kan beheersen vanuit het ik. Hoe zwak of hoe sterk ik ook ben, door mijn wezen zal mijn relatie met de buitenwereld zodanig bepaald worden dat elke bewuste ontwikkeling van mijn wezen een verandering in de relatie met de buitenwereld tot stand brengt. Ik kan dus, of ik zwak ben of sterk, altijd iets bereiken. Daarbij wordt de bereiking niet gemeten met een vaste maat. De eenvoudige en zwakke mens, de spontaan reagerende mens, die tot een enkel besef omtrent zichzelf komt en daardoor een verandering in zijn besef en wezen tot stand brengt, bereikt in vergelijking veel meer dan een wijze, die 10.000 feiten kent en er 1000 bij liegt. Er is dus geen verhouding te geven van vordering. Het is dan ook niet belangrijk of je snel vordert of langzaam, wel dat je vordert. Voor de innerlijke mens en de innerlijke bewustwording is het tempo niet belangrijk, wel het feit, dat je voortdurend in beweging bent. Een bekend gezegde uit het Frans zegt: volledig waar, omdat de fout die ik maak, op zichzelf een besefverandering inhoudt. En elke besefverandering is een vergroting van mogelijkheid. Ik kan – geestelijk gezien – nooit werkelijk verkeerd doen; tenzij ik bewust mijn eigen harmonieën verbreek. En dat moet u bij innerlijke bewustwording wel degelijk in de gaten houden. U kunt geen werkelijk kwaad doen, tenzij u uw eigen harmonie wetens en willens bewust verbreekt. Hier geldt dus het eigen besef, eventueel misschien aangevuld met een zekere intuïtie en aanvoelen van de dingen als enige bepaling. Een mens zondigt nooit tegenover geesten, goden mensen of kosmos; slechts tegen zichzelf. Dat een esoterische waarheid, die op aarde niet geheel aanvaardbaar is, dat is een feit, dat weet ik. U moet dan verder zo redeneren: Daar elke verandering die ik in mijzelf tot stand breng, voor mij mijn wereld verandert, zal elke mogelijkheid, gecontroleerde verandering in mijzelf tot stand te brengen, een gecontroleerde beheersing van mijn wereld tot stand brengen. Ik ben nooit de slaaf van mijn wereld, tenzij ik onbewust ben van mijzelf of slaaf ben van mijzelve.

Naarmate mijn besef groter is, zal mijn beheersing méér harmonieën wekken. Maar deze harmonieën zullen mij ook confronteren met méér invloeden. Hoe wijzer ik innerlijk ben, hoe groter de inwerking en de mogelijkheid, die voor mij in de invloeden gelegen is.

En dan vind ik ook het volgende altijd erg belangrijk. De mens, die alleen in zichzelf aan zichzelf werkt, verknoeit zijn tijd en zijn energie, doordat hij zich overlevert aan de invloeden, die van buitenaf zijn leven bepalen. De mens, die slechts aan zichzelf werkt door de innerlijke erkenningen voortdurend daadwerkelijk op de proef te stellen, brengt voor zichzelf een voortdurend grotere werelderkenning en daarmede zowel persoonlijkheidserkenning als wereldbeheersing tot stand. Laat u nooit moedeloos maken. Wanneer u denkt: ik ben aan deze dingen gebonden en zonder dit gaat het niet, komt u nooit verder. U moet vragen: wat zijn de feiten op dit moment? Welke harmonische mogelijkheden bestaan er in mij? Laat ik krachtens die harmonieën zoeken naar een nieuwe situatie, die wel binnen de overzichtelijke mogelijkheden is gelegen. Ik moet nu eenmaal een keuze doen, ik moet nu eenmaal ergens uit mijn mogelijkheden iets waarmaken, maar laat mij het dan doen vanuit mijn innerlijk bewustzijn.

En dan een laatste raad:

Wanneer je over de dingen nadenkt, loop je vaak vast. Maar wanneer je jezelf het vermogen van intuïtief – dus niet samenhangend denken – gunt, kun je tot conclusies komen die later, bij een terugwerken naar het uitgangspunt, een volledig overzicht geven van mogelijkheden en ontwikkeling. Gaat men echter uit van een logische ontwikkeling, dan blijft men steken. Men komt niet verder. De overbrugging, die je vindt door je intuïtie in te schakelen bij elk denkproces, waarbij je aan het einde bent gekomen, waar je niet verder kunt gaan, maakt het je mogelijk om ook in je eigen wereld én rationeel te kennen én te beheersen.

Op deze manier vindt men de maximale lering en vindt men gelijktijdig een maximaal magische mogelijkheid die gelegen is in de schijnbaar normale wereld, waarin u leeft.

De Gastspreker

Wij zijn vandaag aan het spreken over invloeden en beïnvloedingen. De mens beïnvloedt elke medemens. De hele wereld hangt van wederkerige beïnvloedingen aan elkaar. Het is eenvoudig om te denken dat je als mens alleen kunt staan, maar in feite ben je aangewezen op alles wat van buitenaf op je toekomt en is je reactie altijd weer het product van al de dingen die je hebt moeten ondergaan.

Nu zijn die invloeden van buitenaf natuurlijk niet altijd zuiver materieel en wanneer wij zien hoe een geest, die eigenlijk thuishoort in schaduwland, een lange tijd zich aan iemand kan vasthechten en zijn eigen gedragspatroon kan trachten te leggen over het gedragspatroon van een persoon die hij aankleeft en probeert te beheersen, dan wordt het duidelijk dat beïnvloeding van vele zijden, óók van geestelijke zijde, kan voeren tot een tijdelijke overschaduwing van de eigen persoonlijkheid van de mens. De mens heeft een eigen persoonlijkheid. Die persoonlijkheid dat zal u bekend zijn, bestaat uit erfelijke aanleg, door opvoeding ontwikkeld karakter, geestelijke voorgeschiedenis plus associaties. Deze eigen structuur van een mens is zelden volledig samenhangend. En juist door dit gebrek aan samenhang is het mogelijk om een mens te beïnvloeden. Want waar samenhang in het eigen wezen ontbreekt, probeer je dit als mens aan te vullen. Je doet dit door verschillende vormen van dagdromerijen en fantasie. Je kweekt verlangens en soms zelfs afhankelijkheden. Een alcoholicus b.v. kweekt een afhankelijkheid van alcohol, omdat de roes hem de mogelijkheid geeft tijdelijk een deel van zijn fantasie als werkelijkheid te beleven. En dat zal ook wel gelden voor de meeste mensen die verschillende vormen van drugs gebruiken. Maar de gebrekkige samenhang die je hebt, maakt je kwetsbaar. Want op het ogenblik dat de fantasie of de dagdroom wordt geprojecteerd als een werkelijkheid of iets dat werkelijkheid kan worden, zal het geheel van de persoonlijkheid tijdelijk aan deze honger naar verwezenlijking van het eigen ik onderdanig worden. Die onderdanigheid op zichzelf is helemaal niet zo verwerpelijk, maar het is jammer dat de persoon vaak zijn eigen persoonlijkheid helemaal ondergeschikt gaat maken aan de invloeden die hem een verwezenlijking beloven. Wij hebben dat zuiver menselijk op aarde, wij hebben een soortgelijk werken, een soortgelijk spel ook wel degelijk vanuit de geest en in vele gevallen wordt bewust of onbewust iets dergelijks gedaan zelfs vanuit de hoogste sferen.

De allerhoogste sferen stellen wij ons voor als God. Wij zeggen: God is het onbekende dat een trilling of gedachte uitzendt, die een weerkaatsing vindt op het punt waar voor ons werkelijkheid begint. Vanuit God is alle z.g. werkelijkheid slechts een reeks van schijnvormen, een reeks van oervormen, die de nuchtere reactie zijn op de voortdurend wisselende gedachte van het Goddelijke. En daar waar die oervormen ontstaan, ontstaan de archetypes, de oertypen waarbij ook o.m. de mens behoort. Het is de begrenzing van een gebied. Maar zoals een mens in zijn lichaam een groot aantal verschillende organen heeft – er zijn belangrijke klierfuncties, er zijn functies voor omzettingen – dan kunnen wij ook zeggen‑ heeft een archetype in zichzelf een reeks van functies die wij als entiteiten omschrijven. Of ze dat precies zijn, weten wij eigenlijk niet. Wij weten alléén dat ze zich t.a.v. de buitenwereld gedragen als onafhankelijke persoonlijkheden, met eigen besluitmogelijkheid en eigen denken. Nu zal het u duidelijk zijn dat het menselijk lichaam op een afscheiding reageert, maar niet alle weefsels reageren gelijk op die afscheiding en niet alle even sterk. Wanneer in een archetype, een evenwicht in stand wordt gehouden, betekent dat voor alle delen van het archetype een voortdurend wisselende beïnvloeding, die ten doel heeft een zeker evenwicht te handhaven. De krachten die uitvoerend zijn, die de beslissingen van de organen van dit oertype mens overbrengen naar de delen, de cellen van het totaal, beschouwen we dan vaak als engelen of demonen en ook hierin kunnen wij weer verschillende gradaties erkennen.

Nu stel ik het volgende. Zodra wij in onszelf een begrip hebben voor het oertype, zullen wij zelf evenwicht handhavend t.a.v. onszelf functioneren. Onze dagdromen zijn geen dagdromen meer, maar een besef van een werkelijkheid die naast de onze bestaat. Op dat ogenblik zijn wij onaantastbaar geworden voor alle functies die binnen het oertype bestaan. Zolang wij echter niet in staat zijn om de werkelijkheid in onze dagdromen te benaderen, blijven er dus de hiaten in ons besef en onze mogelijkheden, op een wijze die beïnvloed kan worden. En nu gebeurt het volgende. Wij hebben onze dagdromen. Een andere droom wordt daarop geprojecteerd. Dat is de impuls die wij krijgen van zeg maar een engel of een duiveltje. Het resultaat van die twee is een gedeeltelijke congruentie en een gedeeltelijke incongruentie. Daar waar de ontvangen impuls afwijkt van ons fantasiebeeld, komen wij niet tot uitvoering. Daar waar een gelijkwaardigheid of gelijkheid bestaat, worden wij aangezet tot daden. D.w.z. dat wij onze fantasie overdragen in onze werkelijkheid en deel gaan maken van onze persoonlijkheid. Maar de impuls, die wij gekregen hebben, was niet bedoeld om ons volledig te maken, maar om een evenwicht in het geheel, waartoe wij behoren, tot stand te brengen. Dat betekent dat elke impuls die wij zo ontvangen, in feite strijd veroorzaakt.

En nu is strijd in het menselijk leven een groot en goed ding. Wanneer je ergens niet voor behoeft te vechten, is het waardeloos. Wanneer je zonder strijd leeft, kom je ook niet verder. Je komt niet tot een nieuw besef en een nieuw begrip. En daarom kan je die beïnvloeding ongeveer als volgt karakteriseren. De voorspiegeling dat mijn dagdroom waar zou kunnen worden, brengt mij tot een gedrag dat de dagdroom niet wezenlijk waar kan maken. Maar door dit gedrag is mijn invloed op de wereld zodanig dat ik die wereld anders leer zien en kennen. Mijn eigen bewustzijn breidt zich uit, niet in de richting van de dagdroom of fantasie, maar meestal in een divergerende, een afwijkende richting. Hierdoor echter wordt het geheel van de hiaten in mijn bewustzijn veranderd en daarmee ook de reeks van impulsen, die mij nog kunnen treffen uit de totaliteit, uit het oertype. (Dit is wel theorie, maar theorie heeft soms voordelen. De theorie geeft ons de schets van een mogelijke werkelijkheid waaruit wij later t.a.v. die werkelijkheid besluiten kunnen trekken en op grond waarvan wij onze werkelijkheid kunnen aanpassen en zelfs vormen).

Wat ik innerlijk ben, weet ik niet. De werkelijkheid van het innerlijk wezen is waarschijnlijk verwant met de in zichzelf begrensde Goddelijke gedachte. Wij leven niet in het oertype waarvan wij deel uit denken te maken, wij leven werkelijk in het Goddelijke, zonder de schijnvorm, zonder de verdeeldheid. Wanneer ik leef in de verdeeldheid, dan zoek ik als vanzelfsprekend steeds weer een eenheid te bereiken. Hoe ik die uitdruk, ligt aan mijzelf, mijn bewustzijn, mijn dagdromen en mijn fantasieën. Maar ik streef naar die eenheid. Die eenheid is nl. de bereiking, de betekenis, het evenwicht. Zodra ik uit durf gaan van mijn innerlijke waarde, wordt het uiterlijk gedrag dus eigenlijk onbelangrijk en ga ik uit de Goddelijke kracht, de Goddelijke werkelijkheid, zelf corrigerend optreden. Maar ik kan niet in mijzelf evenwichtig worden, want ik blijf deel van het geheel, het oertype: mens, waartoe ik behoor en ik moet mijn evenwichtsherstellende functie binnen dit geheel blijven volbrengen. Pas op het ogenblik dat ik niet meer tot die mensheid behoor, ben ik vrij van de beïnvloedingen die die totaliteit, dit oertype voor mij voortdurend tot stand brengt. De beïnvloeding echter wordt voor de mens belangrijk door de betekenis. Zodra de betekenis van de beïnvloeding voor mij wegvalt, volbreng ik mijn functies nog wel, maar ik weet slechts dat zij dit zijn en verder niet. Ik leef dus in een wereld van verhevenheid, om niet te zeggen in een benadering van Nirwana, waarbij mijn totale werken eigenlijk onbelangrijk is voor mijzelf. En hier treden dan mogelijkheden op, waarvan wij enkele voorbeelden op aarde vinden.

Denk bv. aan de Boeddha; een type dat meer tot de moderne mens spreekt dan Jezus, ofschoon hij hetzelfde proces heeft doorgemaakt. De Boeddha komt tot erkenning. Uit die erkenning krijgt hij een droombeeld, een fantasiewereld, een wereld waarin ziekte, dood, armoede niet bestaan. Hij zoekt naar de verwezenlijking, door zichzelf te willen veranderen. Maar er komt een ogenblik dat het geheel van wat hij doet, niet meer belangrijk is door zijn dagdromen, maar door de erkenning van een waarheid, die boven alle droom en alle vorm uitgaat. Vanaf dat ogenblik worden zijn bewegingen niet meer gedicteerd door zijn persoonlijkheid, zijn gevoelens en zijn dromen, maar worden ze gedicteerd door de oertype mens, het archetype. En deze gebruikt hem om evenwicht te scheppen, lering te geven, om een geestelijke evenwichtigheid mogelijk te maken voor mensen op een ogenblik dat de algehele onevenwichtigheid dreigt. Bij Jezus kennen wij ongeveer hetzelfde proces, alleen trekt hij zich terug in de woestijn en ook hij komt tot een afstand doen van zijn lichamelijkheid a.h.w. Wat hij lichamelijk doet is alleen van betekenis doordat het een evenwicht gevende, een herstellende werking heeft in het geheel. Niet meer een zuiver persoonlijke. Een mens kan tot een symbool worden van de oneindigheid, die hij bereikt heeft, zonder dat hierdoor zijn functie ooit beperkt wordt in het archetype in de menselijke wereld.

De conclusie, die men hieraan kan verbinden, luidt als volgt: uiterlijk gedrag zal nimmer een volledige weergave zijn van innerlijke bereiking. Naarmate het uiterlijk gedrag meer een functievervulling in de totaliteit is, is de kans groter dat het werkelijke ik zich reeds buiten de mensheid bewust is van een werkelijkheid, die groter is dan zelfs het oertype, waartoe hij behoort als lichaam. En dan voegen wij daaraan toe: daar het ego de mogelijkheid heeft het oertype te overschrijden of te verlaten, is het oertype slechts een uitdrukkingsvorm, maar nimmer het werkelijke wezen, noch bepalend voor het werkelijke wezen.

En dat brengt ons dan weer tot enkele praktische gevolgtrekkingen. Ik stel: zolang ik aan mijn geestelijke erkenningen een voldoende nadruk geef, zal het geheel van de stoffelijke handelingen slechts in verband met deze erkenning belangrijk kunnen zijn. Zonder dit zijn ze onbelangrijk, onbetekenend, of ik ze volbreng of niet. Wanneer ik als mens in mijn besef kan uitgaan boven de vorm is de hoogste vorm van menselijk besef niet de hoogste vorm van het persoonlijk besef. Ik kan uit een besef hoger dan het totaal menselijke putten en daarin bestaan en in de menselijke vorm daardoor juister functioneren. En ten laatste: daar de evenwichtsherstellende functies in de archetypen zo buitengewoon belangrijk zijn, moet worden aangenomen dat elke, ook zelfstandige functie, die evenwicht herstellend werkt binnen het archetype, op zichzelf een weergave zal zijn van een Goddelijke behoefte of een Goddelijke gedachte. Als zodanig uit de Goddelijke gedachte zich in elke mens, die handelt vanuit een besef dat boven het menselijk is uitgestegen.

En dit betekent dus, dat u zich moet losmaken van alle stoffelijke gedraging. Dat u moet uitgaan van innerlijk besef. Dat u uw dagdromen moet vervangen, waar dit mogelijk is, ofwel door een vage erkenning, een Godserkenning bv., dan wel door een praktische bestreving. Volsta nimmer met de dagdroom alleen, dat brengt u niet verder.

Conclusie: op het ogenblik dat ik in harmonie ben met het archetype zal ik, het geheel van de mensheid vertegenwoordigende, de macht bezitten over alle delen van die mensheid, zover dit in het belang van de gehele mensheid is.

En daarmee hebben wij dus het magisch grondbeginsel uitgedrukt. Het geheel van alle krachten is werkzaam, maar voor mij zijn deze krachten slechts werkzaam op het ogenblik dat mijn besef zich losmaakt van die krachten.

En dit is misschien ook nog interessant, voor iemand die redelijk magisch probeert te denken. Een herstel van evenwicht kan nimmer liggen in één persoon, daar het evenwicht altijd het geheel moet betreffen. In elke bestreving, die ik vanuit geestelijk standpunt ken binnen de wereld die ik de mijne noem, zal ik dus moeten streven naar een evenwicht binnen het geheel en op deze wijze de kracht krijgen om, waar noodzakelijk, het evenwicht in de enkeling te herstellen of een gerichte onevenwichtigheid daarin tot stand te brengen die voor allen gunstig is.

Eindconclusie: de mens die zover komt dat hij los staat van het menselijke, geeft niet slechts de meest perfecte menselijkheid weer, maar hij beheerst het totaal van menselijke mogelijkheden en functies, mits deze aangepast binnen het geheel tot uiting komen.

En nu het slotwoord:

Vertwijfeling

Wanhoop. Onvermogen tot erkennen van de werkelijkheid en daardoor het jezelf onderwerpen aan een illusie, waarin je dan geen uitweg ziet. Wie terugkeert tot de werkelijkheid zal nimmer vertwijfelen, omdat hij weet dat het geheel zinvol zijnde, zijn wezen in de aanvaarding daarvan, een ook voor het ik zinvolle reeks van mogelijkheden en belevingen schept.

Wie vertwijfelt, wendt zich af van zijn eigen werkelijkheid. Wie in hoop leeft en daarbij zichzelf voortdurend vervreemdt van zijn werkelijkheid, zal de vertwijfeling eens leren kennen. Want wij moeten leven in de werkelijkheid die wij zijn. En levende vanuit deze werkelijkheid, denkende en levende vanuit onszelf als vertegenwoordigers van Goddelijke kracht of Goddelijke gedachte, vinden wij de zekerheid waardoor alle dingen aanvaardbaar worden. Waardoor wij alle dingen kunnen ondergaan, doorstaan en zelfs beheersen, indien dit noodzakelijk is. Te weten dat al hetgeen wij nu zijn of doen, al hetgeen wij nu ondergaan of tot stand brengen, zinvol is binnen de totaliteit, maakt op zichzelf reeds vertwijfeling bijna onmogelijk. Maar zodra wij beseffen dat het bewust aanvaarden en werken met hetgeen de vertwijfeling veroorzaakt én in de wereld voor onszelf een nieuwe openbaring en kracht gaat betekenen, zullen wij een zekere vreugde vinden, waar eens slechts de wanhoop gevonden werd.

En in deze vreugde, in deze aanvaarding van het schijnbaar ondragelijke en onaangename, vinden wij de kracht, niet slechts om te dragen, maar om te richten en te vormen. Want waarlijk vormend en scheppend zijn wij op het ogenblik dat wij de kracht van de Schepper aanvaarden, ongeacht de omstandigheden. Op het ogenblik dat wij de krachten en de Schepper slechts willen gebruiken om onze omstandigheden te vormen, dreigt de wanhoop. Want wij kennen dat niet, waarin wij roepen en wij beseffen onszelf niet zoals wij zijn. Keer terug tot de innerlijke werkelijkheid, die ge zijt en laat de uiterlijke werkelijkheid daaraan zijn vorm ontlenen, wetend, dat alles zinvol is en ge zult de kracht vinden om alle dingen tot stand te brengen, die noodzakelijk zijn om alle dingen te verdragen die onvermijdelijk zijn en bovenal om vreugdig te leven, zelfs in een schijn van ondergang.

Dit is alles wat ik hierover te zeggen heb. Hiermede ben ik aan het einde van mijn betoog. Ik hoop dat u uw gedachten zult willen laten gaan, over hetgeen wij vanavond besproken hebben. Ook dat u zult trachten een eigen interpretatie te vinden, een eigen waarde en waardering voor alles wat u gebracht is, want slechts op deze wijze is een werkelijke bewustwording mogelijk, leert u uzelf beter kennen en wordt u meer meester van uw wereld op een juister en nuttiger wijze.