Inwerking van krachten

uit de cursus ‘Het vinden van innerlijke rust'(hoofdstuk 6) – maart 1981

Inwerking van krachten

Een mens, die innerlijke rust zoekt, zal vaak ontdekken dat door omstandigheden buiten zijn weten om toch een verstoring van het innerlijk evenwicht tot stand wordt gebracht. Als je nu weet waar dat aan ligt, is het niet zo erg, dan kun je dat weer herstellen. Maar op het ogenblik, dat je wordt geconfronteerd met invloeden die niet te definiëren zijn, dan voel je je eigenlijk een beetje vreemd en krijg je het gevoel dat het steeds erger moet worden en dan is alle rust en vrede naar de maan.

Invloeden van buitenaf kunnen natuurlijk van vlakbij komen; ze kunnen bv. van geestelijke aard zijn.

Een geest die in uw omgeving is, kan proberen contact met u te maken. Dat blijft dan meestal een vaagheid, een soort schim die a.h.w. achter u staat. Het is soms een gevoel, een enkele keer een vluchtige indruk en verder niet. Als je daaraan nu te veel aandacht gaat besteden of je gaat je voortdurend daarmee bezighouden, dan krijg je steeds weer de frustratie dat je door het richten van je aandacht geen contact krijgt. Dat betekent dat je steeds meer gespannen gaat proberen de signalen op te vangen. Het eindresultaat is dat je je innerlijke rust, je vrede helemaal kwijtraakt zonder dat je werkelijk resultaat krijgt.

Wanneer entiteiten proberen met u enig contact op te nemen, dan moet u dat maar gewoon zijn gang laten gaan. Op het ogenblik namelijk dat die entiteit de mogelijkheid krijgt om zich op u af te stemmen, is het heel goed denkbaar dat ze op een gegeven moment wel begrijpelijker verstaanbare of kenbare signalen gaat uitzenden. Zolang u echter steeds bezig bent om gespannen te luisteren naar zo’n persoonlijkheid, gaat u uw denken en uw invloed naar die geest toezenden. Het resultaat is natuurlijk dat alles misloopt. Dit is een van de invloeden die kan voorkomen en hier geldt zeker; passief blijven.

Soms kunt u ook het gevoel krijgen dat er plotseling een drukkende sfeer is. Ik wil niet zeggen dat het nu precies is alsof men in een beerput woont, maar geestelijk gezien hangt er een eigenaardige geur. Als dat het geval is, kan dar voortkomen uit natuurlijke omstandigheden. Dus als zoiets gebeurt, dan nooit zeggen: De duivel is in de buurt. Eerst eens kijken of de gasleiding misschien lekt. Heeft u dat gedaan, dan blijft er maar één ding over om te doen. Zorg dat er zoveel mogelijk wind en zonlicht binnenkomt in de vertrekhen waar u moet zijn. En als u de kans krijgt, ga even rustig zitten en mediteer wat mij betreft over een zonnige dag of ever een situatie van rust, van vrede, van licht. Als u die meditatie een paar keren herhaalt, dan zult u merken dat de sfeer langzamerhand verdwijnt, de druk is niet meer aanwezig en daarmee kunt u ook uw normaal innerlijk evenwicht herwinnen. Door de meditaties heeft u die evenwichtigheid echter al voortdurend versterkt. Wij kunnen daarmee dus invloeden die niet bij ons passen afstoten door ons op de juiste wijze steeds op het licht in te stellen en door niet bewust op die invloeden te reageren. Dat laatste kan ik niet nadrukkelijk genoeg zeggen.

Krijgen we te maken met invloeden uit het totale menselijke bewust­zijn, dan wordt het iets moeilijker. Want er kan een sfeer van angst, van mismoedigheid of van gespannenheid hangen die een heel land, mis­schien zelfs de hele wereld omvat. In een dergelijk geval wordt u on­willekeurig meegetrokken.

Als iedereen die u tegenkomt zegt: Nou, het is toch maar ellendig met …, en dan noemt u maar wat op, dan gaat u op het laatst ook denken Ja, het is toch maar ellendig met… Op dat ogenblik bent u zo druk bezig met de ellende dat u langzaam maar zeker geen compen­satie meer kunt vinden en meeglijdt in de sfeer die overal heerst.

Om hiertegen iets te doen moet u het volgende goed voor ogen houden;

In de 1e plaats; Als iemand zegt dat het een ellende is met dit of dat, behoeft dat niet waar te zijn. U zou het eerst zelf moeten nagaan.

In de 2e plaats; Heel veel dingen die de mensen bijzonder nadruk­kelijk vrezen worden niet waar, want als te veel mensen daarvoor bang zijn, dan voorkomen ze wel dat ze gebeuren.

In de 3e plaats; U moet zich goed realiseren, dat als u verstan­delijk nagaat wat u wel en wat u niet kunt doen en vervolgens al datgene waar u niets aan kunt doen, gewoon maar aanvaardt en u alleen be­perkt tot de enkele punten waarop u actief kunt zijn, dan zult u daar­door als vanzelf uw innerlijk evenwicht versterken. Want u doet dan iets; u zit niet tegen een hopeloze taak aan te kijken. Iets wat onmo­gelijk is, moet u nooit proberen te doen. Ook in dit geval dus:

Zorg dat u redelijk blijft. Probeer geen kritiek te hebben op alle wanhoopsbeelden die in u opkomen. Vraag u af, waarom u die emoties en gevoelens juist nu heeft en waarom ze er anders niet zijn. Hierdoor neemt u afstand. Bij dat afstand nemen, vindt u vanzelf enkele punten waarin u misschien zelf verandering kunt brengen. Als u dat doet, gaat de rest langzaan maar zeker beter en kan het innerlijk evenwicht behou­den blijven, kan de innerlijke rust en vrede worden hersteld.

Wij hebben natuurlijk ook te maken met de invloeden uit de kosmos. U kent ze allemaal. Wij hebben ze vaak genoeg omschreven.

Wanneer nu zo’n kosmische invloed optreedt, dan gaat de hele we­reld eigenlijk een beetje veranderen. Hoe sterker de invloed is, hoe meer er wordt gevochten. De mensen zijn feller, ze zijn onredelijker en u bent dat zelf ook. Maar als u uzelf kent en u heeft een beetje in­nerlijke rust, dan weet u wanneer u onredelijk bent. Verwacht nu maar het volgende.

Als u bij uzelf een toenemende tendens tot onredelijkheid ontdekt, dan moet u aannemen dat die bij anderen eveneens bestaat. Trek u dus van de onredelijkheid van anderen niets aan. Laat het maar over u heen gaan, morgen gaat het wel beter. Dat klinkt een beetje laisser faire-­achtig, maar dat is het niet. Want door de manier waarop u reageert voorkomt u dat extra spanningen worden opgebouwd. Gelijktijdig gaat u zich door het besef van eigen onredelijkheid, prikkelbaarheid etc. be­dwingen en dus uw rust en evenwichtigheid langzamerhand herwinnen. Het resultaat is, dat u op deze manier niet alleen de invloeden van buiten voor een groot gedeelte voor uzelf beperkt, maar dat u tevens voorkomt dat u wordt meegesleept in ontwikkelingen, denkwijzen en ge­voelens die eigenlijk niet passend zijn voor u en uw mogelijkheden.

Als we te maken hebben met wit licht, dan is het natuurlijk nog veel erger, want dan worden alle tegenstellingen heel sterk kenbaar. Iedereen die dan onmiddellijk begint met kritiek te hebben op de wereld, zou ik de raad willen geven: kijk even naar jezelf. Als je ziet hoeveel er bij jezelf nog te kritiseren is in je gedrag, je denkwijze, je reactie, zul je automatisch anderen minder snel veroordelen.

De kunst bij het erkennen van feiten (vooral het scherp erkennen ervan) is wel geen schuld bepalen, niemand verwijten te maken maar rekening te houden met de erkende toestand. Wie op deze wijze werkt, ontdekt bovendien dat in hem een zekere kracht ontstaat. Deze kracht blijft niet alleen beperkt tot een grotere innerlijke rust, maar pleegt tevens de eigen uitstraling te versterken.

Hebben we te maken met het zogenaamde gele of gouden licht, dan geeft dat een golf van levensenergie. Bij die golf van vitaliteit voelt u zich heerlijk. U heeft het idee dat u plotseling heel veel zou kunnen doen en ook veel dingen tegelijk. Op zo’n ogenblik is het belangrijk dat u uw innerlijke rust bewaart. Dat wil zeggen, dat u niet bv. drie dingen te­gelijk doet. Probeer altijd de dingen die u als noodzakelijk erkent stuk voor stuk af te handelen. Gun u steeds weer, wanneer een taak is ver­vuld of als ze zwaar en langdurig is, wanneer een rustpauze mogelijk is om een ogenblik heel stil en rustig te gaan zitten en gewoon te denken aan de meest positieve zaken die u kent. Ook hierdoor krijgt u langzaam maar zeker rust en evenwicht.

Een enkele maal, het komt niet zo vaak voor, wordt de wereld getroffen door grote golven groen licht.

Groen licht hangt samen met geloof en vele andere zaken. Wanneer die golven optreden, zien wij dat de meeste mensen opeens gaan geloven in alles. Dat wil zeggen: iedereen gaat onzekerheden als waarheid aannemen zonder te onderzoeken in hoeverre ze waar kunnen zijn. Als dat het geval is, dan is het op dat moment heel erg prettig. Maar later, wanneer die golf is afgelopen, komt u daardoor steeds meer voor conflicten te staan.

Heeft u dus dit gevoel van geloof, probeer dan te geloven aan een licht in uzelf. Herleid elke waarde die u wordt gegeven (predicaties van buitenaf, impulsen die u ontvangt, openbaringen en visioenen) tot een licht dat in u aanwezig is. Hierin gelooft u dan veel intenser dan anders. Maar hiermee bevestigt u tevens een toestand die feitelijk bestaat. Dat wil zeggen dat alle krachten en mogelijkheden die daarmee verbonden zijn voor u toegankelijker worden. En als ik u nog één raad erbij mag geven.

De meeste mensen maken van hun geloof iets exclusiefs; een soort schild dat ze aan een lange stok voor zich uit plegen te dragen. Doet u dat in ‘s hemelsnaam niet! Uw geloof is een heel normaal deel van uw bestaan. Zolang dat geloof een zekerheid is, is ze een normaal deel van uw leven. Handel daarnaar, reageer daarnaar en vraag u niet af; waarom. Want bij een geloof moet u niet vragen waarom, maar alleen hoe ervaar ik?

Dan hebben we ook nog blauw licht. Blauw licht is voor sommige mensen erg storend, omdat het namelijk verstandelijke factoren pleegt te beïnvloeden. Als u opeens redelijk wordt, dan beseft u de onredelijkheid van uw situatie en van alles waarmee u verbonden bent. Dat kan dan vaak een tweestrijd veroorzaken. Wilt u de innerlijke rust behouden of versterken, dan moet u dus nooit beginnen in deze plotseling mentaal mogelijke opstelling van alle onvolwaardigheden en onjuistheden te zeggen Hier moet ik verandering in brengen. Constateer. Vraag u af welke kracht, welk geloof schuilt er in mij? Ook als het om dit weten gaat. Oriënteer u vervolgens op die innerlijke stem en ga vandaaruit volgens uw beste weten eventueel naar buiten toe aan het werk.

Soms is er ook een bijna purperen invloed, soms violet. Dan wordt u plotseling mystiek getroffen of beroerd. U beleeft innerlijk allerlei grootse zaken, u ziet visioenen, u voelt u opgenomen in een kloppende eenheid en u vergeet een ogenblik wie u bent. Erg mooi. Maar als u terugkomt, dan is er het heimwee. Dan zou u dat grote, dat volledige willen hebben. Het resultaat is, dat u geneigd bent om wat er in u bestaat te verwerpen. Die verwerping moet u ten koste van alles voorkomen.

Elke mystieke invloed en elke mystieke beleving kan alleen dienen om ons beter, bewuster en evenwichtiger te laten leven in het heden. Als dat niet het geval is, dan is het voor ons waardeloos en moet ze vergeten worden. Ze kan nooit worden gebruikt tegenover de buitenwereld hetzij als een wapen hetzij als leerstof. Het is altijd weer iets wat voor onszelf van kracht is en waarmee wij vanuit onszelf moeten werken.

Dat zijn dan enkele, niet alle invloeden die we met kleuren plegen te geven. Maar er is natuurlijk veel meer.

Wij weten allemaal dat er in een horoscoop een punt is dat de stand van de planeten aangeeft, Hé, dat wordt ongunstig. Misschien wordt zelfs aangegeven waar het ongeveer ongunstig zal worden. Dan kunnen we met die invloed rekening houden. Er zijn verschillende manieren om met zo’n invloed rekening te houden.

Als die invloeden optreden, ben je daaraan onderworpen zo goed als de rest van de wereld. Je zult erop moeten reageren volgens de structuur van je wezen, zeker voor zover dit stoffelijk het geval is. Maar de wetenschap op zichzelf dat deze beïnvloeding bestaat, verandert je gevoel van verantwoordelijkheid. Je bent niet meer zo sterk met het gebeuren vervlochten, je kunt er een beetje afstand van nemen. Iemand, die op een afstand staat, heeft een beter overzicht. Iemand, die een overzicht heeft, kan de rust vinden om gade te slaan en eventueel te interveniëren zonder dat hij daarbij zijn wezen, zijn eigen waarde en mogelijkheden uit het oog verliest.

U denkt waarschijnlijk; Dat is een mooi verhaal. Wat moeten wij daarmee? Ik heb reeds enkele praktische aanwijzingen erin verwerkt. Het meest belangrijke is toch wel dat invloeden van buiten die ons beroeren, ons in het stoffelijke milieu wanneer we op aarde leven en in onze gedachtewereld, soms zelfs wanneer we in de geest leven, aanmerkelijk zullen beïnvloeden. Wij kunnen er niet aan ontkomen. Dat wil zeggen dat wij ons bij dergelijke invloeden gewoon moeten neerleggen. Wij moeten ze accepteren zoals wij de regen en de zon accepteren. Wij mogen mopperen tegen de regen en de zon loven (soms is dat ook omgekeerd, het ligt eraan waar je woont), maar in wezen accepteren we die zaken als onvermijdelijk. Doe dat nu ook met alle invloeden die van buiten komen.

Als je namelijk denkt dat je enige invloed erop hebt, dan zul je altijd in strijd komen. Je zult je evenwicht verliezen. Het aanvaarden van de situatie, ook van jezelf zoals je bent, is een van de belangrijkste punten voor een mens die innerlijke vrede en innerlijke rust nastreeft. Want door je niet te verzetten tegen de invloed van buitenaf, maar volgens je eigen wezen en innerlijk besef te reageren zal je dat alles zeer gelijkmoedig kunnen verdragen. Je zult het heel gemakkelijk kunnen verwerken en in dat verwerkende rust en de vrede, die werkelijk noodzakelijk is, in zoverre behouden dat je ze ogenblikkelijk kunt herwinnen, wanneer de invloed ten einde loopt.

Dan zou ik u erop willen wijzen dat er een aantal zaken zijn waarmee de mensen weleens wonderlijk omspringen.

Ieder van u heeft in zich levenskracht, levensenergie. Je kunt daarmee mensen genezen. Je kunt daarmee misschien ook medemensen ziek maken, het ligt er maar wie je bent en wat je doet. Je kunt met die krachten echter ook je omgeving laden. Je kunt een bepaalde sfeer bewust vast­leggen in de vertrekken waarin je regelmatig verblijft. Je kunt daar­mee een bepaalde plek of zelfs een bepaalde hoek in een vertrek wijden. Dat wil zeggen; daarin een bijzondere sfeer scheppen waardoor je vanuit die plaats allerlei dingen tot stand kunt brengen die anders onmoge­lijk zijn. Die mogelijkheid heb je dan. Maar als je die krachten kramp­achtig gebruikt, weet je niet wat je doet.

Als je paarden wilt mennen, dan is het erg belangrijk dat je de paarden in je macht hebt. Op het ogenblik, dat het paard niet meer in bedwang wordt gehouden, heb je geen controle meer over het tempo en over de weg. Als het paard dan op hol slaat, die mogelijkheid bestaat, dan ben je ook zonder meer het slachtoffer.

Als je gebruikmaakt van je genezende kracht, je gedachtenkracht en wat dies meer zij, onthoud dan altijd dat dat alleen kan, indien het als vanzelfsprekend gaat. Zodra het een te grote inspanning van je vraagt, weet je dat hierdoor je innerlijk evenwicht en dus ook je rust en vrede in gevaar kunnen komen. Soms wil je dat risico aanvaarden omdat het doel, ook innerlijk bezien, zo belangrijk is dat je al het andere daaraan opoffert. Je weet dan welk risico je loopt. Maar als je gewoon denkt; ik moet die kracht nu eenmaal manifesteren en je ge­neest links en rechts, je legt de handen op, je zendt gedachten uit zonder dat je je bewust bent van het feit dat die niet altijd in over­eenstemming zijn met de werkelijkheid die in je bestaat, dan kun je voor anderen soms iets goeds doen, maar je zult tevens je eigen “ik” en de mogelijkheden daarin verstoren, beperken en op den duur chaotisch maken.

Leer te werken met datgene wat voor u mogelijk is. Probeer nooit meer te zijn dan dat.

Als u een recept krijgt voor het een of ander magische procedé, voor het een of ander geneesmiddel of iets dergelijks en u heeft geen verstand van de bestanddelen, van de ontwikkeling, van de werkwijze, laat dan de vingers ervan af.

Innerlijke rust en innerlijke vrede krijgt u juist als u alleen maar reageert op die dingen waarvan u kennis heeft, waarvan u een voldoende besef bezit. Daarvoor zijn er een aantal punten zonder meer te geven.

Een mens, die normalerwijze geneest, doet dit zonder daar verder over na te denken. Hoe meer u moet gaan zitten denken over de geest, over God en alle krachten die u moeten helpen, des te groter het ge­vaar is dat zo u al geneest u voor uzelf spanningen opbouwt die u niet zo gemakkelijk meer meester kunt worden. Het moet vanzelfsprekend gaan.

Hetzelfde is het met het contact met de geest. Zeker, contact met de geest kan op duizend verschillende manieren worden bereikt. Elk van die manieren draagt een zeker risico in zich. Maar als u leert een bepaalde weg te kiezen en u doet dit als vanzelfsprekend zonder dat het u enige moeite schijnt te kosten, dan heeft u een weg gekozen die in overeenstemming is met uw wezen. Dit betekent, dat al het werk dat u op die manier doet en alle contacten die u op die manier bereikt in over­eenstemming zullen zijn met uw innerlijk. Dan kan een dergelijk contact de vrede, de tevredenheid met uzelf, ook de rust waarmee u het leven en de gevolgen van het leven onder ogen ziet aanmerkelijk doen toenemen.

Als u te maken krijgt met zaken waarmee u krampachtig moet werken, dan heeft u voortdurend de angst van te kort te schieten. U doet aldoor een beroep op krachten zonder te weten welke die zijn. U bent altijd met uzelf in duel; d.w.z. dat u uw innerlijke rust en vrede zelf verstoort door een grote strijdigheid in uzelf te veroorzaken en waarbij de krach­ten (dit wil ik er ook nog bij zeggen) die u eventueel gebruikt voor een zeer groot gedeelte mede aan uw eigen wezen zullen worden onttrokken. Ook hier is weer een punt waarover men moet nadenken.

Het is gemakkelijk genoeg te preken tegen anderen, maar als je niet gelooft in wat je predikt, dan ben je door die prediking van het valse eigenlijk in strijd met jezelf. Het resultaat is dat je innerlijk oneven­wichtigheden voor jezelf veroorzaakt. Wil je komen tot een werkelijk evenwicht, dan zul je eerst moeten ophouden met prediken en zul je eerst moeten zoeken naar de waarheid zoals ze in je bestaat en die tot uiting brengen. En dan kun je weer komen tot de rust, niet zonder dat.

Dit is een heel gevaarlijk punt, omdat heel veel mensen in hun le­ven altijd bezig zijn zaken te verkondigen waarin ze zelf niet of slechts ten dele geloven. Zoals eens een vriend van mij opmerkte: Als je tien­duizend dominees hebt, dan is er misschien één bij die precies gelooft wat hij zegt.

Wij moeten gewoon aanvaarden dat dergelijke mensen innerlijk verdeeld zijn, dat ze hun schijnbare zekerheid naar buiten toe alleen maar ontle­nen aan een enorme chaos in zichzelf, dat ze hun zelfvertrouwen opbou­wen door de verloochening van hun innerlijke werkelijkheid en zo in zich steeds meer verstoord raken.

Als je werken wilt met waarheden, best. Maar verkondig dan de waarheden waarin je zelf kunt geloven. Alleen als je de waarheid spreekt die ook diep in jezelf leeft, kun je overtuigend spreken; d.w.z. je kunt de inhoud en de achtergronden overdragen verder zelfs dan woorden gaan.

In uw contacten met uw medemensen moet u daarmee rekening houden. Een leugentje om bestwil, ach, wie heeft dat nooit gezegd. Er zijn zelfs mensen die liegen om bestwil de gehele dag. Anderen doen het beroeps­halve. Maar begrijp heel goed, als zo’n leugen voor u belangrijk gaat wor­den, als ze eigenlijk deel gaat worden van uw leven, van datgene wat u doet, wat u betekent, dan komen er in u spanningen. Dan weet u geen rust en vrede meer te vinden. Dan zullen alle zekerheden waaraan u zich vastklampt steeds weer afbrokkelen. Dan moet u eerst terug naar de er­kenning van wat u werkelijk denkt en gelooft. Dat betekent, dat u heel veel argumenten over boord moet gooien. Maar dat is niet erg. Dat be­hoeft u per slot van rekening tegen niemand te zeggen. Als u maar eerst erkent hoe betrekkelijk allerlei theorieën en argumenten zijn waarmee u voortdurend werkt naar buiten toe. En hoe beperkt misschien de onfeil­baarheid is van alle stellingen waaruit u tegen de medemensen predikt en werkt, dan komt u vanzelf tot de conclusie dat u in u een waarheid heeft. Zorg dan dat in alles wat u zegt die waarheid altijd meeklinkt, dan zult u in ieder geval innerlijk vrede en rust vinden. En als u het niet aan kunt, leg dan het werk terzijde en laat anderen het maar doen.

Innerlijke rust en vrede zijn voor een mens veel belangrijker dan iets anders. Want als wij innerlijk rustig en evenwichtig zijn, dan bete­kent dit dat we ook levend in de stof voortdurend contact hebben met hogere werelden. Het betekent verder, dat we na de overgang be­wuster en directer kunnen reageren op die hogere werelden, dat we niet bedreigd kunnen worden door schijngestalten, omdat wij in ons de werke­lijkheid dragen en dat wij vanuit het licht dat in ons leeft, leren elke lichte wereld te aanvaarden, te toetsen en bovendien aan te passen aan onszelf in zoverre dat ze het licht dat in ons bestaat altijd kunnen beantwoorden. Er zijn dus velerlei redenen om die rust en vrede in ons te zoeken en te vinden.

Nu kun je zeggen; Je kunt dat meditatief doen of contemplatief. Je kunt het op duizend en één manieren doen. Maar ik geloof niet dat het proces zo belangrijk is. Bij innerlijke rust en vrede gaat het niet om datgene wat men officieel daarvoor doet. Het gaat erom wat voor u werkzaam is. Misschien is dat wel een van de belangrijkste lessen die een mens moet leren die innerlijke evenwichtigheid, vrede en rust na­streeft.

Als u werkt met middelen die voor u niet werkelijk functioneren, zult u voortdurend voor uzelf een last, een onevenwichtigheid creëren. Zoek steeds naar de zaken die voor u goed zijn, die voor u werken en waarmee u verder kunt gaan. Als u die heeft gevonden, dan zal de we­reld misschien niet altijd applaus geven. Dat hoeft ook niet. Maar u zult innerlijk stabiliteit vinden. U zult in staat zijn afstand te doen van vele dromen van allerlei aard en daarvoor in de plaats de feiten zo beleven dat ze voor u een bron van kracht zijn en gelijktijdig een versterking van uw innerlijke zekerheid.

Vragen

  • Denkt u dat het mogelijk is om deze innerlijke rust ook te blijven behouden bij bv. gebrek aan woonruimte, aan eten en dergelijke?

Ik geloof het wel. Wat u daar noemt, zijn allemaal dingen die heel betrekkelijk zijn. Gebrek aan voedsel. U kunt het gemiddeld 28 dagen zonder voedsel stel­len, als u maar voldoende drinken heeft, voordat het ook maar enigs­zins kritiek wordt. Dat wil zeggen, dat u in die tijd heus wel weer voldoende voedsel kunt krijgen om weer een paar weken verder te gaan. Trek u er niets van aan en ga gewoon door. Gebrek aan woonruimte: Ik meen dat de hemel nog steeds groot genoeg is voor alle mensen. Dan kunt u wel zeggen: Ik wil een speciaal eigen hol hebben waarin ik mij kan verbergen. Waarom eigenlik? Ik geloof dat de mens die werkelijk wil ook zonder woonruimte die rust en vrede altijd kan krijgen. Ik wil u in dit geval wijzen op bepaalde Indische wijsgeren die zelfs langs de wegen zwerven, die langs de wegen zitten en slapen ongeacht het klimaat, ongeacht regen of droogte en die juist daarin hun werkelijke vrede vinden, omdat ze geleerd hebben geen eisen te stel­len. Hoe hoger de eisen zijn die je stelt aan de wereld buiten je zonder dat je zelf tot het vervullen van die eisen in staat bent, hoe groter de verstoring van je innerlijke vrede.

  • Zijn bepaalde hormonale invloeden in het lichaam ook geestelijk op te vangen of op te heffen?

Alle invloeden in het lichaam zult u geestelijk moeten accepteren zoals ze zijn. Dat wil zeggen. Als u weet dat hormonale invloeden zo nu en dan een beetje op de loop gaan met u, dan moet u dat maar aanvaar­den. Als u begint met ze te aanvaarden, dan blijkt dat u ze voor een groot gedeelte kunt reguleren. De geest is namelijk sterker dan de stof. Zodra u echter daartegen in verzet komt, gaat u in feite de energie, die u nodig heeft om rustig en beheerst te blijven, spenderen aan een bestrijding van iets wat u nog niet heeft aanvaard en daardoor niet in zijn volledige betekenis kunt erkennen. Dus ook hier geldt weer; Aanvaard eerst de situatie. Maak uzelf geen verwijten, als u erkent dat het een hormonale kwestie is. Probeer ook niet de wereld verwijten te maken dat ze daar niet tegen op kan, maar tracht gewoon in de aan­vaarding van de toestand innerlijke rust te vinden en vanuit die rust zo goed mogelijk (ook lichamelijk zo goed mogelijk) naar buiten toe te reage­ren. U zult merken dat u inderdaad het evenwicht van de interne se­creties voor een groot gedeelte kunt herstellen.

De godsdiensten in het verleden

Als wij ons hiermee bezighouden, dan vergeten wij weleens dat in het verleden ook godsdiensten zijn geweest die nu allang verdwenen zijn. Zoals bijvoorbeeld de godsdienst van Atlantis.

De God van Atlantis was de zon. Niet de stoffelijke zon, maar de enorme kracht en de energie die zij vertegenwoordigde. De Atlantiër res­pecteerde juist de zichzelf vernieuwende energie die voor de zon ken­merkend is. Haar macht en alle werkingen die uit haar voortkwamen wer­den gezien als verschillende varianten of moeten we zeggen halfgoden, die dan wel afzonderlijk benaderd worden. Maar de bron was altijd weer deze altijd vluchtige, zichzelf vernieuwende wereld die zon heet.

Opvallend is, dat in die tijd de mensen wisten dat de zon voor een groot gedeelte een gasvormige atmosfeer heeft van een zeer hoge tempe­ratuur. Men geloofde dat de zaligen de absolute vrijheid zouden kunnen vinden juist in de zon. Niet het vuur, want dat was hun eigenschap, hun kwaliteit zelf geworden, maar de vrijheid die erin ligt en ook het vermogen om hun gedachten en invloeden te laten uitgaan naar de aarde en eventueel ook naar andere delen van de kosmos waar ze van invloed zouden hunnen zijn.

De Atlantiërs hadden daarbij het gevoel dat de Goden nooit werke­lijk zijn, als ze niet tot je spreken. De gedachte aan een God die er al­leen maar is en alleen maar geschapen heeft, zoals in andere godsdien­sten, was voor hen onaanvaardbaar. Zij geloofden alleen aan een God die zich aan sommige mensen of aan alle mensen kon manifesteren.

Als je sprak tot God, dan wilde je een antwoord hebben. Orakels waren dan ook een normaal deel van hun religieus beleven. Dat heeft zelfs geleid tot een splitsing tussen de kluizenaars, de zogenaamde witte priesters en de grijze of zwarte priesters die in de stadstempels plach­ten te werken.

“Wanneer ik spreek tot God en ik krijg een antwoord, dan zal mij dat antwoord niet altijd duidelijk zijn” zo zeiden zij. “Ik moet nadenken over het antwoord, opdat ik de betekenis, die het voor mij kan hebben, ga be­seffen.”

“Hierbij moet u er rekening mee houden,” zo zei een wijsgeer uit die tijd, “dat Goden zelden rechtuit spreken. Een God spreekt over zoveel dingen tegelijk dat het voor een mens onmogelijk is om ze allemaal pre­cies te begrijpen. Zoek daarom naar datgene in het antwoord dat past bij Uw wezen, maar niet datgene dat past bij uw verwachting.” Hiermee is eigenlijk een soort magische godsdienst geschapen.

Zeker, er is wetenschap geweest in Atlantis. Er zijn grote mogelijk­heden en middelen geweest. Men heeft gewerkt met mediums. Er zijn inge­wijden geweest die zijn opgetreden. Maar alles bij elkaar was het geloof; “Als ik mij op aarde richt tot God, dan moet God zich richten tot mij. Als ik iets doe voor God, dan kan God mij niet negeren, zeker niet als ik het bij herhaling doe. Hij zal moeten antwoorden.”

Deze relatie, deze wisselwerking tussen de hoogste kracht en de eenvoudige mens was voor hem de maatstaf van alle leven en alle werken. Als God zei dat je iets niet kon doen, dan kan hij dat zeggen in een droom, via een orakel of op een andere manier. En dan deed je het niet, ook als je hele verstand zei dat je het wel moest doen. Je probeerde dan een andere weg te vinden die net niet in strijd was met het antwoord van de God. Kortom, de gelovige in die tijd volgde de bevelen van zijn God op zoals hij die zag op ongeveer dezelfde manier waarop een politieke partij haar partijbeginsel in de Kamer probeert te handhaven.

Wat was het meest belangrijke? Het meest belangrijke was altijd weer dat de mens gebonden, is aan de aarde. Als je gebonden bent aan de aarde, dan ben je gebonden aan een kracht die onderworpen is aan de zon. Op het ogenblik, dat je in contact bent met de zon, ben je dus sterker dan de aarde. Dan kun je de elementen bevelen, je kunt de zee zeggen om je te dragen, je kunt de wind zeggen om te waaien of te gaan liggen, dan kun je zelfs de donder en de regen zeggen waar ze wel of niet mogen vallen.

Een geloof dat zolang is blijven voortbestaan dat het zelfs in Atlantis maar een begin was. De perfecte vorm ervan werd eigenlijk later door bepaalde ingewijden van Tibet gehanteerd.

Bedenk dit wel; Oude godsdiensten zijn niet dat wat wij altijd moeten zoe­ken, maar ze kunnen elementen bevatten die voor ons belangrijk zijn.

Als ik in mij de zekerheid heb dat mijn God of de hoogste innerlijke kracht die ik besef mij zegt iets te doen, dan heb ik geen reden om kritiek uit te oefenen. Dan kan ik mij nog wel afvragen op welke manier ik het zelf het best kan doen. Ik zoek dan naar de weg die het best past bij mijn wezen. Maar doordat ik afga op de kern van mijn wezen (de innerlijke kracht daarin), de hoogste waarde die ik in mij erken, zal ik altijd weer bij al mijn pogingen om te beantwoorden aan deze kracht mijn rust en vrede kunnen vergroten. Zodra ik in twijfel kom, moet ik mij onthouden. Maar zolang ik zekerheid heb, moet ik uitgaan van deze zekerheid, leven en werken vanuit deze zekerheid.

Er is een tijd geweest dat in Atlantis in de tijd van de zogenaamde boerenrijken een zeer grote innerlijke vrede placht te heersen. Er waren veel wetgeleerden (vergelijkbaar met de brahmanen in de hindoe-religie) die zich niet alleen bezighielden met de wetten, de voorschriften en de verhalen van en over de goden, maar vooral met de boodschappen die van de lichtenden, van de zon zelf kwamen. Zij probeerden deze machten en krachten vanuit zichzelf te beleven.

De wijsheid die zij voortbrachten was van zeer hoog gehalte en bovendien zeer belangrijk voor de verdere ontwikkelingen die mogelijk waren. Maar als God u een kracht geeft en u probeert daar een wapen van te maken, als u een kracht krijgt van God en u probeert deze te verkopen, dan bent u in strijd met uw eigen gevoel van juistheid. En dat betekent, dat er een gevaar ontstaat.

De wetenschap die Atlantis te gronde heeft gericht, is eigenlijk voortgekomen uit de godsdienst. Een groot deel van haar ervaringen, van haar mogelijkheden heeft ze te danken gehad aan de wijzen en de ingewijden die uit hun innerlijk waarheden hebben voortgebracht die men zuiver stoffelijk anders misschien niet had kunnen benaderen. Zij hebben nu geprobeerd om ze weer los te maken van de verantwoordelijkheid tegenover de kracht waaruit het voortkwam. Zij hebben het willen gebruiken voor zichzelf. Zo zijn de rampen ontstaan waaraan dit eilandenrijk ten onder ging.

De godsdienst van Atlantis echter was in feite de godsdienst van het licht.

Wij aanbidden de zon niet. Wij spreken niet meer over het hoogste Licht. Wij spreken over het geestelijke of innerlijke Licht. Maar in wezen is veel daarvan vergelijkbaar. Wij zijn zover gekomen dat we weten dat de zon in feite een oven is die aan de hemel hangt. Maar we weten dat licht, kenbaarheid, besefsmogelijkheden zijn die voor ons zijn voortgekomen uit het onbekende. Dat onbekende waaruit het voortkomt, moet licht zijn. Want kenbaarheid betekent licht. Onvermogen tot erkennen betekent duister.

De kracht van de zon kan overal zijn. Zo kan ook de kracht van het licht overal zijn. Wij kunnen parallellen blijven trekken.

Als de Atlantiër werkelijk wilde ingaan tot zijn God, dan ging hij in de eenzaamheid, hij zette zich neer en hij mediteerde en mediteerde en riep tot zijn God totdat hij een antwoord kreeg.

Het is voor ons een beetje vreemd om dergelijke dingen te doen. De meeste mensen bidden dat God iets zal doen. Maar volgens de Atlan­tische religie zou je moeten bidden totdat God je een antwoord geeft. Dat antwoord zal je dan vertellen wat je moet doen.

Het is een groot verschil of je je afhankelijk maakt van onbekende krachten, zoals sommigen doen en alleen uitgaande van de wil en de goed­keuring van een goddelijke kracht gewoon op de wereld maar doet wat je zelf kunt en wilt of dat als je in twijfel verkeert en niet meer weet waarheen je moet gaan, diep in jezelf keert, probeert jezelf te erken­nen en vooral de God in je tracht aan te horen. Deze techniek heeft er­voor gezorgd dat vooral in de tijd van de boerenrijken de innerlijke vrede van de Atlantiërs zo groot was dat ze zich hebben kunnen opwerken tot de veerkrachtigste en daarmee ook de grootste en de machtigste groep van de toenmalige wereldbevolking.

Niet wapens maar innerlijke rust. Niet macht in stoffelijke zin, maar de erkenning van de grote krachten die er zijn, zijn de werkelijke machtsmiddelen waarmee een mens zichzelf en zijn wereld kan leren ken­nen en eventueel als u het zo wilt noemen, veroveren. Beter zou zijn te zeggen: één te maken met zichzelf. De eenheid van alle dingen is niet te reguleren door een bepaalde wetgeving of een bepaalde modus. Ze kan alleen vanuit het innerlijk leven worden geboren.

De Atlantiërs hebben ons aangetoond dat het een lange tijd mogelijk was voor de mensen om volgens deze norm te leven. En dat op het ogen­blik, dat ze deze norm hebben verlaten om te denken aan hun eigen macht, hun eigenbelang, hun strijd tussen koninkrijkjes, hun pogingen tot ver­overing, zij niet alleen hun innerlijke vrede hebben verloren, maar zelfs de wereld waarover ze hadden kunnen regeren.

Eenieder, die zich bezighoudt met de godsdienst van Atlantis, met het bestaan van de Atlantiërs, met al deze sagen over een ver ver­leden, moge zich dit herinneren.

De wet is: de waarheid leeft in u. Ga tot de waarheid in uzelf en u zult in waarheid in de wereld leven. Wie leeft in waarheid in de wereld is onverslaanbaar, omdat geen leugen, geen bedreiging en bedrog hem te gronde kan richten. Maar wee degene, die luisterend naar de innerlijke kracht en het innerlijk licht, denkt aan zichzelf en zijn eigen stoffelijke objectieven en daartoe deze krachten zonder meer inzet. Want hij richt deze krachten niet alleen tegen de materie, maar ook te­gen zichzelf. Hij bouwt zo de wapens die hem te gronde zullen richten.