Inwijding (1969)

21 juni 1969

Wij zitten in een periode waarin, zoals u zelf weet, legenden eigenlijk langzaam maar zeker sterven; de mythes treedt terug voor feiten en wij komen te staan tegenover een keiharde werkelijkheid, u zowel als wij. Maar achter deze vroegere mythes en ook achter uw keiharde werkelijkheid liggen geestelijke mogelijkheden, geestelijke krachten verborgen. Deze geestelijke werkingen kun je niet helemaal ontleden. Maar wij kunnen er toch wel het één en ander over zeggen.

Als eerste is interessant: de uitwerking van een reeks groepsincarnaties, die in de komende jaren zeer belangrijk en op sommige punten zelfs kritiek zal worden. Bij een groepsincarnatie hebben wij te maken met entiteiten, die uit eenzelfde ontwikkeling stammen, geestelijk en meestal ook vanuit een bepaalde aardse periode. Deze groepen komen op het ogenblik over de hele aarde verspreid, langzaam maar zeker tot rijpheid. De groepen, die aanwezig waren in de jaren 50, hebben voorbereidend werk gedaan. Maar nu komen een groot aantal mensen tot rijpheid – laten wij zeggen op het ogenblik 20 tot 25 jaar – die in zich een verdere ontwikkeling van geestelijke mogelijkheid dragen en die daar ongetwijfeld gebruik van gaan maken. Door hun groepen zijn zij sterk georiënteerd in de richting van het oosten en dan denken wij hierbij vooral aan de hindoe‑mystiek, terwijl zij aan de andere kant een sterke indiaanse inslag vertonen. Ook daarvan zijn op het ogenblik nogal wat groepen aanwezig en in beide gevallen gaat het om groepen, die hun hoofdincarnatie hebben gehad omstreeks 700 n. Chr. Het zijn dus betrekkelijk snelle groepsincarnaties en wij mo­gen daaruit een voorbereiding weer voor een volgende reeks van werkzaamheden verwachten. Want over ongeveer 25 jaar, misschien 30 jaar zullen wij te maken krijgen met de laatste reeks van deze incarnaties die belangrijk zijn. Dat zijn groepen waarin wij een aantal, laten we zeggen hoge ingewijden aantreffen. Dit zijn entiteiten die dus op aarde incarneren, terwijl zij een zeer goede achtergrond hebben op geestelijk en magisch terrein. En die bovendien geplaatst worden in een omgeving, waarin zij door hun werkzaamheden, hun middelen en mogelijkheden grote kansen krijgen. Dit houdt in dat wij op het ogenblik met die incarnatiecycli op een gunstig punt staan.

Wij moeten daarom wel verwachten dat binnenkort ook magisch het één en ander gaat gebeuren. Want de eenvoudige magie die de mensen op dit moment gebruiken en die ze vaak niet eens meer zo noemen, zal langzaam maar zeker plaats gaan maken voor een meer beheerst uitstralen van de wil. En wat is magie eigenlijk anders dan een opleggen van de wil aan de omstandigheden, aan krachten van stoffelijke en niet-stoffelijke aard. Dit magisch aspect verwacht ik steeds sterker te zien vanaf einde volgend jaar of iets later.

Het tweede wat in deze tijd bijzonder interessant is, is de confrontatie van de mens met zichzelf. De mens, die op dit ogenblik nog heel vaak voor zichzelf wegloopt, zal door de omstandigheden van de komende drie à vier jaar gedwongen worden zichzelf beter onder de loupe te nemen. En wanneer dat gebeurt, zal de mens dus moeten afbuigen van de huidige trend.

Het is nu zo: ik zit in de penarie en de wereld is schuldig. Het zal dan waarschijnlijk zijn: ik zit in de penarie. Mijn houding tegenover de wereld is schuld. En dat is een zeer belangrijke variatie. Niet alleen doordat de mensen zichzelf beter kunnen begrijpen en beter met zichzelf kunnen werken, maar ook dat daarvoor de bewustwording vanuit die aarde aanmerkelijk groter wordt.

Ik meen, dat dit tweede punt voor de esoterische ontwikkeling voor een deel van de mensheid van belang zal zijn; daarnaast echter voor een verandering in de maatschappelijke benadering door de mens.

Er zijn op het ogenblik heel veel dissiderata bij de mensen, die eigenlijk zinloos zijn. Daar staat tegenover dat nu heel veel werkelijk noodzakelijke ontwikkelingen ontweken worden om de doodeenvoudige reden dat men er geen zin in heeft; men durft het niet aan. Veranderingen hierin gaan betekenen dat de wereld eerlijker wordt, maar daarnaast ook, dat die wereld daardoor eindelijk eens een keer spijkers met koppen kan gaan slaan. Zolang je de kool en de geit wil sparen, kom je nergens. Maar als je ze geen van beiden meer wilt sparen, dan is het mogelijk dat je een goed maal hebt van geitenvlees met kool, waarop je dan weer een aardig eind kunt afleggen. En ik geloof dat het die kant uitgaat. De afweging van belangen zal plaats maken voor een erkennen van het juiste. En dat juiste wordt gestimuleerd vanuit de innerlijke erkenning: zo ben ik en zo sta ik tegenover de wereld.

Met deze reeks van ontwikkelingen zult u de eerste 4 à 5 jaar waarschijnlijk niet zo gek veel te maken hebben. Daarna komt het steeds sterker opzetten en voor sommigen van u zal het moeilijk zijn om daarmee onmiddellijk mee te gaan. Ik zou echter teleurgesteld zijn wanneer u niet tenminste begrip had voor deze dingen. Want begrip is voor ons één der meest belangrijke punten, ook wanneer wij esoterisch of magisch willen werken. Wanneer wij niet kunnen begrijpen wat er in onze wereld gebeurt, dan kunnen wij ook niet juist reageren. Wanneer wij niet begrijpen wat wij zelf willen, wat wij in feite tot stand brengen, wat we durven. Hoe kunnen wij dan magisch geweld uit­oefenen, hoe kunnen wij dan iets presteren?

En daarmee komen wij dus vanzelf in de richting van een reeks kleine artikelen, die niet direct te maken hebben met esoterie of magie, maar waaruit magisch zowel als esoterisch veel uit voort kan komen, wanneer u met deze punten kunt werken.

  1. De waarheid kan niet gekend worden, doch slechts vermoed (heel belangrijk, dat u daar rekening mee houdt).
  2. Zolang ik mijn beeld nastreef, zal ik aan de werkelijkheid voor­bij gaan.
  3. Mijn wil is bepalend voor mijn vermogen.
  4. Alle geestelijke waarden zijn uitdrukbaar in stoffelijke voorstellingen. Stoffelijke voorstellingen kunnen gebruikt worden om geestelijke waarden te richten.
  5. De kracht van de innerlijke bewustwording is gelegen in de erkenning van de relatie, niet van de feiten.
  6. De mogelijkheden van de innerlijke bewustwording zijn:
  • juistere oriëntatie in de wereld.
  • juistere beïnvloeding van eigen lot in die wereld.
  • juister hanteren van eigen middelen in de wereld.
  1. Erkenning van het eigen wezen vergroot het begrip voor de moge­lijkheden in het wezen van anderen.
  2. Selectiviteit is noodzakelijk t.a.v. de mens, omdat wij slechts door te selecteren voor onszelf de harmonische mogelijkheden kunnen vinden (ook een zeer belangrijke regel).

Dan zijn de volgende van een misschien wat magisch karakter, dus praktische punten:

  1. Elk beeld wat ik in mijzelf voldoende duidelijk vorm, kan ik in mijn wereld weergeven. Omschreven en duidelijke voorstelling is bepalend voor vermogen tot prestatie in de wereld.
  2. Geestelijke krachten zijn menselijk niet volledig kenbaar. Wel kenbaar is hun inwerking. Wie uitgaat van harmonische inwerkingen en zichzelf beschouwt als uitvoerend en medebepalend orgaan, zal door deze werkingen veel tot stand brengen. Wie zich echter onderwerpt aan elke geestelijke waarde zonder meer, zal ontdekken dat hij hierdoor voor zichzelf en anderen verwarring sticht.
  3. Grote geestelijke krachten openbaren zich op aarde. Hun openbaring is niet gericht op de totale omwenteling van deze tijd en deze mensheid, maar op die kleine correcties, waardoor deze mensheid zichzelf kan redden.
  4. Alle krachten vastgelegd in de levende materie, mensen of geesten kunnen met elkaar in overeenstemming worden gebracht, mits er iemand of iets is, dat hen t.o.v. elkaar in balans brengt. Het ego dat bewust reageert, kan zo een evenwichtigheid rond zich scheppen bestaande uit schijnbaar strijdige krachten.

En nu zal ik u vertellen wat esoterisch en wat magisch is. Magie: In de magie heb ik altijd weer te maken met mijzelf. Ik ben zelf beslissend. Datgene wat ik magisch doe is niet noodzakelijkerwijze bovennatuurlijk. Het valt slechts buiten de normale gang van zaken. Wanneer ik rekening hou met al die regels, dan ben ik in staat:

  1. Alle geestelijke krachten te beseffen en ermee te werken.
  2. Ik heb begrip genoeg voor de mens en voor de wereld rond mij om te bepalen op welke wijze ik moet werken.
  3. Ik ga beseffen dat het grootste gedeelte van het werk niet door mijzelf moet worden gedaan, maar dat ik eerder mijzelf moet be­schouwen als stimulator of stimulatrix. Ik ben dus degene die de zaak in beweging brengt, ik ben niet degene die de totale beweging bepaalt.

Wanneer u dit in de gaten houdt, dan begrijpt u dat u hiermede eigen­lijk de totale magische omschrijving hebt van alles, wat met bezweringen tezamen hangt. Alleen in de magie zal ik heel vaak kunstmatig bepaalde evenwichten stellen. Volgens deze regels zal ik in de eerste plaats zoeken naar natuurlijke evenwichten. En dat is een verschil.

Wanneer ik krachten; of dit nu genezende krachten of voorspellende krachten of andere aan het werk wil zien, kan ik natuurlijk net zo lang gaan wrikken en zoeken, totdat ik kunstmatig zoiets geschapen heb wat erop lijkt. Maar ik kan ook kijken: waar zitten de mogelijkheden. En wanneer ik nu strijdigheden zie, die ik in mijzelf kan samenvoegen, dan ontstaat daaruit dus a.h.w. natuurlijk de reactie. Zoals je soms stoffen in de chemie bij elkaar kunt voegen, elk schijnbaar strijdig met de ander maar ze verbinden zich tezamen tot een nieuw product en dat geeft mogelijkheden die geen van beiden voor die tijd hadden. Op dezelfde manier kunnen wij geestelijke krachten en uitstralingen vaak door onszelf te beschouwen als de sti­mulator, op de juiste wijze met elkaar in verbinding brengen. En dat ontstaat, zonder dat wij zelf daarin direct betrokken zijn als leidinggevende figuur – voor sommigen is dat misschien een teleurstelling – vanzelf wat noodzakelijk is.

De meeste mensen, die zich bezighouden met magie en esoterie, zijn geneigd om het allemaal kunstmatig te construeren. Nu is een constructie natuurlijk goed wanneer ik niets anders heb. Maar u zult het toch met mij eens zijn dat in vele gevallen het natuurproduct beter is dan het kunstmatig vervangingsmiddel. En wanneer u dat in uw eigen leven al een beetje erkent, zult u het toch ook met mij eens zijn, dat waar geestelijke krachten aan het werk zijn, de zuiver natuurlijke werking altijd beter is. Al is het alleen maar, omdat ik hier niet kunstmatig een evenwicht in stand behoef te houden, maar door de erkenning van het evenwicht een werking tot stand breng, die zichzelf continueert. Je kunt op die manier werkelijk meer bereiken en je zult er zelf minder moeite mee hebben. Geestelijk moet je je ook niet meer inspannen dan hoogst noodzakelijk is.

Inspanning is in vele gevallen toch wel noodzakelijk, maar men moet nooit proberen te veel in te korte tijd te bereiken, of te veel tegelijk te doen. Daarmee maak je het voor jezelf maar moeilijk en de resultaten zijn meestal veel minder goed. Je moet er gewoon de tijd voor nemen en je moet jezelf rustig durven ontspannen, dan kun je dus geestelijk een juist resultaat bereiken. En wat ik gezegd heb over deze natuurlijke evenwichten die er bestaan en die je vanuit jezelf heus weleens erkent, zult u vanzelf kunnen afleiden, wat de juiste methode zou zijn voor u.

In de esoterie zijn er ook een paar punten, waarmee men rekening moet houden. Het is natuurlijk erg mooi om mijzelf kunstmatig op te zwepen tot één of ander besef. Maar hoelang kan ik dat besef handhaven? Over het algemeen maar een heel korte tijd. Wanneer ik in mijzelf een besef natuurlijk laat groeien, dan weet ik niet eens dat mijn besef verandert, alleen mijn mogelijkheden veranderen. De esoterie, zoals wij die zouden moeten beleven, zou eigenlijk moeten bestaan uit dit natuurlijke groeien van ons eigen besef, onze eigen waarderingen en daarbij zou dan misschien zo nu en dan voor onszelf maar eigenlijk dus buiten de sfeer van de werkelijk volledig activiteit enigszins, die concentratie kunnen bestaan, die meditatie, waardoor wij even boven de norm uitkomen,

Er zijn meer van die kleine regels die men zo aan het eind van een jaar zou willen geven. Een ervan zult u heel vaak gehoord hebben, maar is nog steeds belangrijk. “Vereenvoudig”. Wanneer er 100 mogelijkheden zijn, neem de eenvoudigste als waar aan. Dat is esoterisch niet altijd zo prettig. Er gebeurt bv. iets met u. De eenvoudigste uitleg is: ik ben een stommeling. Maar het is natuurlijk veel prettiger te zeggen: de geest heeft mij dit als een beproeving opgelegd. Toch: hou u aan de eenvoudigste uitleg. Vereenvoudig zoveel u kunt. Met die vereenvoudiging kunt u magisch zowel als esoterisch betere resultaten verwachten, ook in het dagelijks leven.

Wanneer ik nl. in mijzelf zoek naar God en naar de geheimen van de natuur, dan zie ik zoveel mogelijkheden. Dan komen er zoveel gedachten en denkbeelden op en voor je het weet ben je verdwaald geraakt in een of ander bos met pilaren, waarvan je dan wel aanneemt dat de kosmische tempel daarop gegrondvest is. Maar daarmede heb je de kosmische tempel niet gevonden.

Ga eenvoudig uit van de gedachte, die het simpelste is. Werk met die gedachte, met de emotie die het meest eenvoudig is. Werk met die emotie. Probeer het niet aan te kleden. Probeer het niet mooier, gewichtiger of interessanter te maken of uitvoeriger. Kies het eenvoudige. In die eenvoud vindt u dan vanzelf de nodige harmonie en wanneer die eenvoud dan niet voldoende is, dan ontstaat als vanzelf de nodige aanvulling, de correctie. Waarom zouden we dan beginnen met het ingewikkelde, waarbij zoveel correcties nodig zijn dat wij op den duur niet meer weten, wat er nu wel en wat er niet waar is.

En in de magie precies eender. Er zijn zeer ingewikkelde procedures denkbaar, maar de eenvoudigste voor mij aanvaardbare procedure is altijd de meest juiste. Want wanneer ik die gebruik, dan weet ik in ieder geval dat ik vatbaar ben voor alle reëel rond mij optredende werkingen, mogelijkheden en krachten. Dan ben ik veel gemakkelijker op mijn hoede. Als u moet denken aan 77 verschillende uitspraken, plus het onderhoud van 24 brandende lampen plus het voortdurend toevoegen van de juiste rookkruiden enz. dan houdt u geen tijd meer over om aan te voelen wat, er aan de hand is. Maar wanneer u niets anders te doen hebt dan voelen, dan is dat voldoende. Wan­neer u werken wilt, kies dan symbolen om de zaak verder te vereenvoudigen. Kies een eenvoudig symbool dat voor u betekenis heeft.

Wat een ander ervan denkt gaat u niets aan. Werk met die eenvoudige symbolen. Zorg dat u precies weet, wat het symbool voor u representeert. Met dit gevoelsmatig kortschrift kunt u vaak gemakkelijk en snel bepaalde toestanden voor uzelf bereiken en daarmede ook bepaalde harmonieën en contacten.

Hebt u te maken met bv. visioenen – nu zijn visioenen heel vaak angstdromen, die men een beetje bovennatuurlijk maakt om aan hun consequenties te ontsnappen. Maar het zou kunnen zijn dat u een echt visioen hebt. Onthoud dan het volgende: een visioen uitleggen is ontzettend moeilijk. Maar wanneer je probeert om de eenvoudigste dingen terug te vinden, dan zal je zien dat er iets is wat een hoofdrol speelt. En wat dat betekent voel je heus wel aan. Beschouw het dan als de betekenis van uw visioen en u zult zien dat op den duur de rest als vanzelf, als een legpuzzel in elkaar valt. U krijgt het volledige beeld. Probeert u het hele visioen detail na detail te ontrafelen, dan zult u in de meeste gevallen zoveel strijdige mogelijkheden krijgen, dat u zelf niet meer weet waar u aan toe bent en dan zou het beter geweest zijn dat u geen visioen had.

Op deze manier probeer ik u in deze laatste bijeenkomst van dit verenigingsjaar bij te brengen dat wij met al onze ingewikkeldheid en al ons zoeken naar psychologische achtergronden, naar geestelijke krachten en achtergronden, toch op een gegeven ogenblik moeten komen tot de simpele werkzaamheid, de zelfwerkzaamheid. Zelfwerkzaamheid wordt niet bepaald door een maximum van inspanning, maar door een maximum aan behaalbaar resultaat bij een minimum van inspanning.

Iemand, die zo weinig mogelijk kracht gebruikt om iets tot stand te brengen, zal meer tot stand kunnen brengen, omdat hij altijd kracht over heeft voor een volgende taak.

Beschouw niets in uw leven als overweldigend belangrijk. U hebt de eeuwigheid voor u. U gaat van hieruit naar bepaalde sferen toe, misschien komt u nog eens op aarde terug. Misschien gaat u ergens anders naar toe. Maar in ieder geval hebt u tijd genoeg. Er is geen reden om zo hard van stapel te lopen. Hoe harder u van stapel loopt, hoe groter de kans is dat u op een gegeven ogenblik met het hoofd tegen de muur loopt, dat u op een gegeven ogenblik niet verder kunt. Juist de geestelijke dingen, juist de magische aspecten ook, moet je beschouwen als iets, waarvoor je alle tijd hebt. Komt het vandaag niet, dan komt het morgen. Komt het morgen niet, dan komt het 3 levens later, maar komen zal het. Door deze benadering met geduld bereik je nl. een goed voltooien van datgene wat je nu als taak hebt. Dat klinkt misschien erg vreemd.

Stel u voor, u hebt als taak bv. het geven van een bepaald onderricht aan iemand. Nu wilt u het liefst gelijk 400 mensen onderricht geven. Het resultaat is dat u aan geen van hen over kunt dragen, wat u hen eigenlijk moet leren. Maar als u zegt: laat ik nu met deze ene beginnen. Wanneer die anderen erbij horen, dan komen ze later wel. Dan zult u tenminste één leerling achterlaten die volleerd is, voordat u misschien aan een volgende begint.

Het is voor ons geestelijk altijd erg belangrijk dat wij de zaken evenwichtig en harmonisch kunnen afdoen. Evenwichtig doordat wij niet uit eenzijdigheid of eenzijdige streving iets forceren. Evenwichtig doordat wij zelf met wat wij betekenen en wat wij zijn, een tegenwicht vormen voor de krachten en invloeden die in de wereld op ons inwerken. Dat is heel erg belangrijk.

En harmonisch, dat is vanzelf duidelijk. Wij moeten niet de strijd zoeken, waarbij wij iets absoluut afwijzen. Wanneer wij al strijd, kennen, ja dan moet het een kwestie zijn van erkenning. Dat wil niet zeggen dat je niet mag vechten. Dat doen de meeste mensen in hun leven toch hoor, op verschillende manieren, Maar het strijdelement wordt harmonisch, zodra het gedragen wordt door een wederkerige erkenning van de tegenstander. En je kunt nooit verwachten dat een tegenstander u zal er­kennen, voordat u die ander erkend hebt. Overwaardeer uzelf niet en overwaardeer de ander niet, maar begrijp wat de goede kanten van die ander zijn. Dan bereikt u het meeste.

Nu is dit allemaal erg praktisch, kort en erg eenvoudig en nu kan ik het wel moeilijk gaan maken. Ik kan u bv. vertellen dat op het ogenblik vanuit de hoogste sferen de directe invloeden van kracht nog zeer verwarrend werken – een mengeling van paars en rood – waardoor wij een aantal onjuiste conclusies zullen krijgen t.a.v. de wetenschap en ervaringen van de mensen, waardoor de opstandigheid van de mensen groter wordt, het aantal ongelukken waarschijnlijk groter en vooral de sterk wisselende energieën en emoties van de mensen, ze half gek zullen maken. Het zou juist zijn, wanneer ik u dit zou zeggen. Maar kom ik er één stap verder mee? U komt er alleen verder mee wanneer u vanuit uzelf deze dingen constateert. Want wat je voor jezelf constateert, dat staat in betrekking met je innerlijk wezen. En daardoor kun je dan vanzelf er ook meer mee doen. Maar op het ogenblik dat je de zaak een beetje uitschakelt, dan is er eigenlijk niets meer aan de hand.

De les die ik er dan nog even aan wil toevoegen is deze: Wij zoeken het Hogere en wij kunnen het Hogere vaak pas begrijpen wanneer wij het ontleden. Wij proberen door het prisma van de rede, de waarheid uiteen te doen vallen in verschillende tonen en stukken, die wij dan stuk voor stuk wel kunnen begrijpen. Dat is allemaal heel goed, wanneer het gaat om redelijke processen. Maar redelijke processen – en laten we dat heel goed begrijpen – die ook juist zijn. Er zijn bv. mensen die zeggen: nu is een wereldoorlog onmogelijk. Maar op het ogenblik dat ze het zeggen begint de narigheid.

Er zijn mensen, die redelijk uitrekenen dat een crisis nu niet meer voor kan komen en ze staat alweer voor de deur. Met die rede kun je niet zo veel doen.

Laten wij het goed begrijpen. In ons leeft de oneindigheid en vanuit die oneindigheid werken wij. Die oneindigheid gaat veel verder dan alle menselijke rede. Ze gaat zelfs veel verder dan alles wat wij ons kunnen voorstellen en kunnen beleven. Deze eeuwigheid, deze werkelijkheid werkt in ons en ze brengt alles tot stand wat noodzakelijk is. Er kunnen voorkeuren bestaan, maar voorkeuren zijn nooit bepalend. Waar noodzaken bestaan, is de vervulling onvermijdelijk. En wanneer wij in ons zoeken naar waarheid, zullen wij waarheden genoeg kunnen ontdekken. Maar wanneer het voor ons noodzakelijk is een bepaalde waarheid eindelijk te erkennen, onder ogen te zien, dan ontkomen wij er niet aan. Dan gaan wij desnoods ten onder aan onze ontkenning en zullen wij in een andere wereld of sfeer toch moeten constateren hoe het was. Wij kunnen nooit aan een noodzaak ontkomen, begrijpt u dat goed, Wij zijn deel van een totaal patroon. In dat totale patroon zijn harmonie, evenwichtigheid en al die dingen aanwezig, zolang wij er bewust of onbewust deel van uitmaken. Op het ogenblik echter dat wij menen, zelf noodzaken e.d. kosmisch bezien te kunnen constateren, zijn wij weg. Want de noodzaken van de kosmos worden verwezenlijkt,

De noodzaken die wij menen te constateren, worden ons dan vaak eenvoudig uit handen geslagen. Laten wij dan a.u.b. heel goed in onszelf begrijpen: wij kunnen met psychologie en met redelijkheid natuurlijk menselijk veel dingen aanvaardbaar maken. Het is goed dat we er iets van af weten, dat wij er iets van begrijpen. Maar wanneer het erop aan komt, dan moeten wij werken met de kracht die in ons is. Datgene, waarvan wij deel zijn. En die werking is gebonden aan kosmische wetten en aan kosmische noodzaken. Al hetgeen ik u kan zeggen omtrent beïnvloeding op dit ogenblik, zelfs over de grote krachten die zich op dit moment op aarde aan het manifesteren zijn, het grote aantal min of meer ingewijden die alweer geboren zijn op aarde, dan heb ik u niets gezegd. Ik heb u veel gegevens verschaft en ik heb het u misschien mogelijk gemaakt om op uw manier te dromen. Maar ik heb u niets gegeven dat niet zonder mijn ingrijpen op een gegeven ogenblik zich zal openbaren op het ogenblik dat het nodig is. Wij kunnen ons niet onttrekken aan de kosmische noodzaken en de kosmische regels. Dat geldt voor de Witte Broederschap net zo goed als voor u.

Daarom is het misschien wel interessant vanavond te maken te hebben met een gastspreker die behoort tot de Witte Broederschap en die zich daar als een soort organisator in bepaalde groepen pleegt te bewegen. Hij staat vanuit uw standpunt natuurlijk weer ontzettend hoog, maar door zijn werk is hij gewend uw sfeer regelmatig te benaderen. Zodat wij menen dat in dit geval, direct contact zonder bezwaren kan worden opgenomen.

Wanneer u met deze spreker te maken krijgt, dan hoop ik dat u zult voelen, waar het eigenlijk om gaat. Uit die vele fragmenten, die ik u hier achter elkaar heb opgesomd, krijgt u dan misschien dat ene idee dat voor u belangrijk is.

Inwijdingsprocessen zijn moeilijk. Iemand die veel met die inwijdingsprocessen te maken heeft en met andere geestelijke werkingen op uw wereld, heeft ongetwijfeld daar weer een andere kijk op dan ik. Maar met die kijk heeft hij ook een gevoel voor de noodzaken. Hij heeft een begrip voor de harmonische mogelijkheden En wanneer u dat kunt aanvoelen, misschien dat u dan iets daarvan kunt gebruiken om uw eigen zaken eens een keer op meer harmonische basis te brengen. Met minder strijdigheden en tegenstrijdigheden Verder mag ik geen verdere inlichtingen over hem verstrekken. Hij is in zijn leven nogal bekend geweest, enfin hij is zo belangrijk dat ik blijf om te luisteren wat hij na de pauze te vertellen heeft.

De gastspreker

Wanneer je de wereld beziet van een afstand, dan vraag je je altijd af: waarom hebben de mensen zo’n haast? Want de mensen zijn voortdurend bezig om dingen te doen, die eigenlijk niet nodig zijn. Ze lopen vol met problemen en vrezen die eigenlijk overbodig zijn. En wanneer je op een afstand staat, zie je dat zoveel beter. En dan vraag je je af: ­mensen, wat kan ik doen om jullie te laten zien, wat eigenlijk belangrijk is. Belangrijk zijn maar héél, héél weinig dingen. Belangrijk: inwijding. Maar inwijding op zichzelf is eigenlijk niet belangrijk. Belangrijk is dat de geest die in de materie leeft, zover komt dat hij zichzelf kan aanvaarden zoals hij is. Dat hij zijn leven kan zien, zoals het is. Want dan is hij één en dezelfde in alle werelden en sferen en dan kan hij als mens, als geest, overal eigenlijk betekenis hebben en eenieder van dienst zijn. Op de wereld hebben de mensen veel regels gemaakt die allemaal zo dwaas zijn. Men spreekt bv. over eerlijkheid, maar is eerlijkheid eigenlijk niet de bevestiging van oneerlijkheid?

Wanneer de één heeft en de ander niet heeft, is dan eigenlijk het feit dat de één heeft en de ander niet, eigenlijk niet oneerlijk? Zouden wij dan nog over eerlijkheid moeten schrijven tegenover de arme, opdat hij respectere wat een ander in feite ten onrechte heeft?

Het zijn van die moeilijke vragen. Voor mij is het altijd weer moeilijk om die menselijke mentaliteit zover te aanvaarden dat je met de mens kunt werken. Dat is altijd een beetje mijn taak geweest, om voor de mens het één en ander te regelen. En ik heb mij een lange tijd beziggehouden met de innerlijke verlichting van mensen en op het ogenblik hou ik mij bezig met het betere begrip van vele mensen. Maar je kunt nooit beginnen te zeggen wat waar is, omdat de mensen zoveel onwaarheid kennen dat ze de waarheid niet zouden kunnen aanvaarden. Je moet begrijpen, hoever je kunt gaan in het openbaren van de waarheid. En dat is heel erg moeilijk.

Maar wat zou ik eigenlijk praten over mijn probleem. Uw problemen zijn eigenlijk precies eender. Want u bent anders dan u eigenlijk voorgeeft te zijn. Dat op zichzelf is helemaal niet erg.

De wereld is nu eenmaal een beetje toneelspel, een poppenkast en daarin hebben de figuren nu eenmaal maskers. En wanneer u zich een masker aanmeet in dat spel, kan niemand u het kwalijk nemen. Maar zodra u gaat menen, dat het masker belangrijker is dan degene die het masker hanteert, dan wordt het wat anders. Begrippen als inwijding bv. worden vaak omgeven door het idee van een masker. Een tovenaar met een punthoed en een gouden gewaad met zilveren sterren en dierenriemtekens Dan denken ze: dat betekent iets, maar dat is uiterlijk. Wat iets betekent, is wat die mens voelt, wat hij proeft van die werkelijkheid.

En wanneer ik u de werkelijkheid probeer voor te stellen – voor zover dat mogelijk is – dan probeer ik in de eerste plaats u duidelijk te maken wat de belangrijke punten zijn. Geestelijk hogerop gaan is voor de mens erg belangrijk. Zolang hij tenminste in die werkelijkheid blijft staan. Maar het is belangrijker in de werkelijkheid te staan, dan naar hoge geestelijke waarden uit te grijpen.

Want vanuit de werkelijkheid groei je naar een grotere, een meer geestelijke waarheid toe. Maar wanneer je de feiten niet meer kent, wanneer je los bent geslagen van elke maatstaf die je toch voor de erkenning nodig hebt, dan zal je geen enkele geestelijke waarheid of werkelijkheid kunnen begrijpen, dan kan je besef zich niet meer uitbreiden.

Het is erg belangrijk dat we weten wat het is om lief te heb­ben. Niet omdat liefde nu toevallig een hartstocht is die voor het voortbestaan van het menselijk ras nodig is, maar omdat de aanvaarding, de aanvaarding van de mensen en ook van God, het voor ons pas mogelijk maakt er werkelijk mee te leven. Mensen, die werkelijk van elkaar houden, zullen op elkaar vaak meer kritiek hebben, dan mensen, die onverschillig naast elkaar staan. Ze zullen misschien eerder twisten, maar ze zullen elkaar vergeven. Ze kunnen elkaar begrijpen, ze willen elkaar aanvaarden. Als je het leven niet liefhebt, als je de mensen niet liefhebt, dan heb je eigenlijk niets. Dat, wat wij liefde noemen, is de uitbreiding van ons besef, totdat wij in staat zijn andere dingen, andere waarden, andere mensen meer te gaan zien als iets, waarbij wij betrokken zijn.

Betrokkenheid. We kunnen niet zeggen: dit is van mij en dit is niet van mij. Ik kan alleen zeggen: dit erken ik als behorende bij mij en dat niet. Dit is mijn zaak. Maar ik moet werkelijk leren om lief te hebben omdat die liefde voor mij de enige mogelijkheid is meer te worden dan ik ben. En dan kan ik die liefde natuurlijk op hoog ethische normen en gronden baseren, maar ik kom er niet verder mee. Ik moet beginnen bij de feiten. Dat wat ik ben, de wijze waarop ik mijzelf beleef, de wijze waarop ik mijn wereld zie. Daarin moet ik liefhebben. Als ik daarin die liefde vind, die aanvaarding, dit gevoel van verbondenheid, dan zal al het Hogere daar ongetwijfeld ook mee een rol gaan spelen.

Er is een tijd geweest dat het goed was om te spreken vanuit God. God stond ver boven de mensen en God werd algemeen aanvaard. En wanneer je iets vanuit die godheid zei, dan werd het dus in eerbied en vaak ook in een zekere genegenheid geaccepteerd. Maar nu op het ogenblik is God gelijktijdig zo ver af en zo dichtbij dat het weinig zin heeft om te profeteren, om bevangen door de Heilige Geest, zoals dat heet, uit te barsten in profetieën. Nu moet je leven met de mensen en je moet werken met de middelen van de mensen. Er zijn heel veel figuren in de geschiedenis geweest, die op hun eigen wijze geprobeerd hebben een aanvaarding te vinden en er zijn een paar die ik hier zou willen citeren.

Een voorbeeld uit een inwijding, die nu niet meer mogelijk is, vinden wij in het boek Job. Job die alles heeft en die alles verliest. En dan weer terugwint door zijn trouw. Dat is niet meer denkbaar in deze tijd. Iemand, die alles verliest zal zeggen: nu is het ook de taak van de ander om te compenseren. Daarom kunnen we niet meer zeggen: de absolute onderwerping aan hetgeen er gebeurt, het fatalisme a.h.w. is de oplossing. Ze zouden nu eerder moeten zeggen dat het besef van wat je zelf nog kunt doen belangrijk is. Je moet niet meer trouw blijven aan een vaagheid, je moet trouw blijven aan hetgeen je zelf juist acht en dan ook volledig. Alleen dan kun je gaan begrijpen wat de wereld betekent en misschien dat je dan niet zoals Job zevenmaal alles terugkrijgt wat je verloren hebt. Maar het is wel zeker dat wat je terugkrijgt, voor jou een waarde en betekenis krijgt, geestelijk zowel als lichamelijk, dat zevenmaal het verlorene waard is. Je kunt in de moderne tijd niet meer gaan proberen de mens duidelijk te maken, hoe eenvoudig het is om te leven. Want de mens leeft niet eenvoudig meer. Eens was het heel eenvoudig. Samson gelooft in God. Zijn haren droegen zijn kracht. Toen hij ze niet had was hij dus krachteloos. Toen hij ze terugkreeg, kon hij de tempel in elkaar laten vallen, waarin ze hem geketend hadden. Dus dat gaat niet meer, want de mens gelooft niet meer dat zijn kracht ergens in berust. Hij is met zijn gehele wezen georiënteerd op de gehele wereld en zijn kracht is voor hem, geloof ik wel, datgene, wat hij in de wereld zoekt. Laten we dan niet uitgaan van iets persoonlijks, maar gewoon van hetgeen wij in die wereld kennen en wat wij erin zoeken. Wanneer wij begrijpen dat wij daar onze kracht uit putten, dan zullen wij ongetwijfeld steeds voortgaan met zoeken en dan is er niemand, die ons dat kan ontnemen. De mens van vandaag is zoveel rijker eigenlijk dan in het verleden en gelijktijdig zo ontzettend veel armer. Armer omdat hij niet begrijpt hoeveel hij kan zijn en doen. Rijker omdat hij beter begrijpt wat er gebeurt, dan men in het verleden kon begrijpen.

Wij hebben de laatste tijd geprobeerd om een systeem te ontwikkelen om de mensen iets te geven. Noem het inwijding, noem het beter bewustzijn, noem het een betere aanpassing. Dat systeem omvat verschillende eenvoudige leerstellingen en lessen. En ik zal ze u zeker niet alle gaan voorhouden, want voor sommigen bent u nog niet rijp en anderen hebt u al zo vaak gehoord. Maar belangrijk is hierbij steeds dat je zelf centraal komt te staan. “Ik leef”. Zoals ik het leven zie, zo is het leven. Dat is voor een mens waar. Dan betekent dat dus: ik moet trachten het leven te zien, zoals ik het wil zien. Ik moet proberen om uit het leven datgene te puren, wat voor mij op dit moment belangrijk is en wanneer ik dat niet vinden kan, dan moet ik een vervanging hebben. Ach en dat gebeurt altijd: de mens zoekt altijd weer vervangingsmiddelen voor datgene, wat hem naar zijn eigen begrip ontgaat, Maar die vervangingsmiddelen zijn niet altijd juist en goed. Wij moeten leren om een vervanging te vinden, die bij ons zelf past.

De mens heeft er behoefte aan te weten, dat hij goed is. Goed zijn kun je alleen maar vanuit jezelf. Wanneer ik gehoorzaam aan mijn eigen gevoel van wat goed is, dan ben ik al heel ver gevorderd. En wanneer ik zover kom dat ik dit goede niet meer zoek ten koste van anderen, dan heb ik iets bereikt.

En nu zou ik graag gewoon een paar dingen gaan vertellen – zegt u maar – dat ik enigszins spreek in gelijkenissen. Wanneer er op de wereld kracht is, dan kan ik uit die kracht mijzelf voortdurend met meer kracht verrijken. Wanneer ik niet besef dat er kracht is, dan ben ik zo zwak dat de kracht, wanneer ik ze ontmoet, mij zou kunnen doden, omdat ze zoveel sterker is en mij velt. Daarom is het goed te weten welke krachten er zijn. De kracht die aanwezig is, zal altijd rond mij duidelijk kenbaar zijn. En de praktische conclusie is dus: de tendensen die ik rond mij zie, moet ik op mijzelf toepassen. Wanneer ik in de wereld rond mij toenemende onvolmaaktheden zie, moet ik begrijpen dat ik zelf disharmonisch ben en moet ik mijn eigen oriëntatie veranderen. Wanneer ik rond mij mensen zie vol energie, dan moet ik proberen om een zekere vreugde te verkrijgen, zodat ik met hen mee kan werken voor zover het mij maar mogelijk is. Ik moet beantwoorden aan hetgeen er rond mij is, zonder mijzelf te verloochenen. De grootste kracht die wij hebben, is het feit dat alle kracht dezelfde is. Er is geen enkel feit dat onmogelijk is, tenzij je dat zelf onmogelijk maakt. Maar wij maken de dingen onmogelijk door condities te verbinden aan de mogelijkheden die wij zouden willen ontwikkelen. Laat ik het zo zeggen:

Er was een man die zich een voertuig wilde maken. Nu was er rond hem hout en hij had werktuigen, zodat hij zich eenvoudig een wagen van hout had kunnen maken die aan vele van zijn wensen voldaan zou hebben. Maar hij vond dat hout geen materiaal was. Dus zocht hij metaal, maar hij had geen werktuigen om het metaal mee te verwerken en na een lange uitputtende reeks experimenten, had hij geen voertuig op het ogenblik dat hij het nodig had. Zo gaat het met u, zo u condities gaat verbinden aan hetgeen u mogelijk acht. Een mogelijkheid moet je waarmaken met de middelen die je hebt. Oh, dat is geen inwijdingsleer, maar het is wel één van de principes van waaruit inwijding mogelijk wordt.

Ik kan krachten doen spelen rond u en misschien is dat erg indrukwekkend. Maar wanneer ik een kracht rond u laat spelen en u kunt die kracht zelf niet terugvinden, wat hebt u dan nog? Dan hebt u niets. Dan bent u een ogenblik een speelbal geweest van mijn ge­dachten en van mijn vermogens. En als daaruit voor u verder niets voortkomt, dan is het niet alleen nutteloos, maar het heeft u bovendien een gevoel van minderwaardigheid gegeven. Dan voelt u zich mijn mindere. Maar wanneer ik krachten laat spelen en u kunt ze zelf op dezelfde wijze laten spelen, dan begint u een verwantschap te voelen met mij. Dan zult u een beroep durven doen wanneer het nodig is. Niet omdat uw krachten zonder meer onvoldoende zouden zijn, maar omdat u het gevoel hebt dat wij gezamenlijk meer kunnen doen.

En dat zou eigenlijk de juiste methode zijn. Er is niets wat onder mij ligt, er is niets wat boven mij staat. De krachten waar het om gaat zijn overal. Zij onderscheiden zich niet van ons doordat zij anders zijn, maar alleen doordat zij meer omvatten. Maar onze wereld omvatten ze ook. En dan kunnen wij met die kracht in onze wereld werken.

Er was een man die honger had. Omdat hij wilde weten wat hij zou gaat eten, onderzocht hij het en toen hij wilde gaan eten bleek dat alle gerechten bedorven waren.

Wij moeten eten wanneer wij honger hebben. Niet onderzoeken wat het gerecht is. De krachten rond ons zijn altijd aanwezig en wij moeten niet proberen uit te vinden wat ze precies betekenen. We moeten proberen daaruit zelve kracht te gewinnen.

Wanneer ik u zeg dat hier levende kracht is, dan is dat een waarheid. Maar kunt u die kracht voelen en zien? Laten wij het experiment nemen. Hier is kracht. Ik stabiliseer die kracht als een soort bol die zo ergens in onze buurt rondwentelt. Wanneer u die kracht gevoelt, als u het gevoel hebt: ik zie die kracht, ik onderga haar, dan moet u niet zeggen: O, wat een mooie kracht is dat. Maar u moet zeggen: wat kan ik van die kracht krijgen. Vraag om kracht, stel u er voor open. Dat is eigenlijk het hele experiment. Want wanneer u eenmaal geconstateerd hebt dat er een kracht is, dan kunt u uit die kracht putten. Vecht er niet om wat het precies zou moeten zijn. Wanneer u weet dat er iets is, absorbeer het, neem het in u op en tracht er zelf iets mee te doen, iets mee te maken. De hele wereld van morgen zal gebaseerd moeten zijn op dat eenvoudige feit. Ik moet het doen met wat er is, maar elke kracht en mogelijkheid die er voor mij bestaat, zal ik gebruiken. Zo eenvoudig.

En laat mij nog iets vertellen. In de tijd dat de mensen de toren van Babel bouwden, waren zij zo trots op hetgeen zij zelf presteerden dat ze niet meer luisterden naar de trots van anderen. Daar­door verstonden zo elkander niet meer en werd het werk niet voltooid.

Respecteer een klein beetje de trots en de gevoelens van anderen. Probeer ze eens te begrijpen, probeer ze eens te verstaan. Alleen ben je zo vaak machteloos, maar in harmonie met anderen kun je zo onmetelijk veel doen. Je kunt een toren van kracht bouwen die tot in de hemel reikt, maar alleen wanneer je de anderen blijft verstaan.

En om anderen te verstaan is het noodzakelijk, dat je zelf eenvoudig blijft.

Het is eigenlijk zo simpel. U hebt niets nodig buiten dat ene. De eenvoud, het niet achter de dingen zoeken zonder meer, maar het eerst aanvaarden van de dingen zoals ze zijn. Als een ander tegen u zegt dat het slecht weer is, heeft hij misschien vanuit zijn stand­punt gelijk. Aanvaard dat eerst. Dan zult u misschien begrijpen, waarom die ander reageert zoals hij doet. En dan zult u met die an­der samen iets kunnen bereiken, Maar wanneer u gaat argumenteren dat u het weer wel goed vindt, zult u nooit iets kunnen bereiken en u zult elkaar ook niet begrijpen.

Probeer niet te veel af te gaan op woorden. Woorden zijn bedrieglijk. En vooral ga niet al te veel af op al die inspiraties en krachten die u krijgt, die geestelijke communicaties die u krijgt, wanneer u daar de zin niet van kunt begrijpen. Wanneer u ze probeert aan te passen aan uzelf, verliezen hun waarde hun betekenis, dan worden ze anders. De grootste kracht die bestaat die wij God noemen is gelijktijdig de eenvoudigste kracht die er bestaat. Daaruit zijn alle vormen opgebouwd. De kracht waarmee wij kunnen werken is de eenvoudigste kracht die voor ons nog aanvaardbaar en benaderbaar is. Wat daaruit wordt opgebouwd kan nog veel complexer zijn. Maar wij moeten uitgaan van die simpele kracht. Hoe meer wij de zaak ingewikkeld maken, hoe moeilijker het wordt om iets te bereiken. En geestelijk bereiken betekent heel vaak in eenvoud geestelijk en materieel reageren.

Ik probeer u nu wel allerhand lessen te geven, maar soms vraag ik mij af of ik niet te ingewikkeld spreek. Ik leef in een wereld die voor u ontzettend verwarrend is. Ze zegt bijna niets meer. Ze is licht. En de gradaties van licht die voor mij volkomen duidelijk zijn, zijn voor u misschien niet eens kenbaar. Toch is mijn wereld even vol feiten en verschillen en mogelijkheden als de uwe. Onze werelden verschillen niet zoveel. Alleen u kunt in mijn wereld niet ervaren wat ik kan ervaren. En wanneer ik naar uw wereld terugkom, dat probeer ik heel vaak, dan ontdek ik steeds weer dat ik niet kan ervaren, zoals u ervaart. Er zijn kleine nuances, kleine verschil­len die ik wel gekend heb en die ik mij vaag herinner, maar die zich onttrekken aan mijn reageren, mijn denken en mijn pogen van dit ogenblik. En dat is voor mij de grote hinderpaal. Ik zou veel meer moeten zijn, omdat ik veel lager, veel menselijker zou moeten kunnen denken.

Wanneer ik nu probeer u de essentie te geven van wat voor mij waarheid is, wat zien wij dan? Dan denkt u dat het niets betekent of u voelt het als te eenvoudig. En toch is het datgene wat in mijn wereld alle kleine verschillen zelfs meebepaalt. Werken vanuit de grote broederschap is heerlijk. Het is prettig om daar gezamenlijk met al die grote en lichtende entiteiten, tezamen met al die kleineren, jongeren misschien, degenen die weg leven in een wat lagere wereld, gezamenlijk met hen te grijpen naar die wereld en te zeggen: we moeten proberen die mensheid te helpen om eindelijk ons bestaan mee te gaan verwerken in zichzelf. Want ze kunnen zoveel meer. Een fantastische taak, een heerlijke taak.

En wanneer je soms een beetje verscheurd wordt door je pogen, ach dat is helemaal niet erg. Want het heeft zin. En toch elke keer weer vraag je je af, heb ik niet gefaald? Gefaald omdat ik misschien toch teveel wilde? Of omdat ik het misschien wat te geestelijk wil zien? Dat is de grote handicap. Ik zou zo graag tussen u zitten als mens en kunnen denken als mens, maar ergens schiet ik tekort. Zoals u waarschijnlijk tekort schiet wanneer het er om gaat mijn gedachten te vormen. Laten wij die tekorten bij elkaar dan ook accepteren. Ik heb ontdekt dat je vanuit onze broederschap en al hetgeen wij proberen te doen, alleen wat bereikt wanneer je bereid bent een schijn van tekort te aanvaarden. En het lijkt alsof ze je op aarde weleens aan het lijntje houden. Of ze je niet willen begrijpen. En dan moet je toch maar aannemen, dat het ernstig en eerlijk gemeend is, want dat is de enige manier om dat contact te krijgen. Zo zou u moeten zijn.

Zo dadelijk zie ik bij ons weer die legioenen opmarcheren om te proberen om hier in een oorlog iets te remmen en daar mensen te sti­muleren tot een andere gedachte. En dan kom ik met al diegenen die die taak volbrengen, waarbij ik ook betrokken ben, en dan gaan wij proberen die mens geestelijk a.h.w. iets meer open te zetten, iets wijder te laten leven. En dan denk ik weleens: is het eigenlijk niet belangrijker voor ons dan voor de wereld? Dit verandert die wereld wel, maar die wereld zou toch wel veranderen. Maar wij kunnen niet leven zonder voor onszelf tekort te schieten, wanneer wij niet werken. Wanneer wij niet juist zo proberen iets waar te maken. En dat is voor mij, geloof ik, de essentie van ons geestelijk werk.

En wanneer ik met u spreek over de dingen die bij de mensen thuishoren, dan zou ik precies hetzelfde willen zeggen. Dan zou ik willen zeggen: ik weet het. Ik zeg het onvolledig en ik weet niet precies misschien hoe u dat voelt en denkt. Maar kijkt u daar nu maar overheen, want wij hebben ergens achter dit alles die grote kracht gemeenschappelijk waarin wij allen leven. Wij hebben ergens de mogelijkheid om samen te gaan en samen te werken. En het wonderlijke is, dat dit geen logisch argument is. Maar er zit een gevoel aan vast en dat gevoel begrijpt u. Samengaan, niet omdat wij elkaar begrijpen, maar eenvoudig samengaan, omdat wij aanvoelen dat wij elkaar moeten aanvaarden en gezamenlijk meer kunnen zijn dan zonder dit. Kijk, dat is eigenlijk een les, een boodschap, die ik probeer over te dragen.

Wat moet ik nu verder geven. Ik kan u een zegen geven, natuurlijk. Maar zou een zegen veel verschil maken? Dat ligt aan uzelf. Wanneer u aanvaardt, ja. Wanneer u het verwerpt, neen, want dan wordt ze misschien zelfs een vloek. Ik zou u misschien kunnen geven wat er in mij is aan kracht, maar als u het aanvaardt, hebt u het toch en als u het verwerpt, kan ik het u toch niet geven.

Weet u wat ik zou willen zeggen: wees jezelf. Zo eenvoudig als u kunt, zo gewoon als u maar kunt, zonder pretenties en probeer dan alles te aanvaarden wat op je afkomt, wanneer het bij je past. Ook uit de geest. Ook wanneer het inspiraties zijn. Probeer er dan niet iets van te maken, laat het op u inwerken. Draag het met je, je zult zien, dat het zichzelf dan ontplooit, dat het zin en betekenis voor jezelf krijgt. Inwijding, één van de dingen waarmee ik bezig ben, is nu eenmaal niet iets wat je kunt geven aan een ander. Dat is iets wat je kunt helpen ontstaan, wanneer de ander het zelf al zoekt en zelf wil dragen.

Onthoud nu maar één ding. Wanneer u die inwijding, die ontplooiing zoekt en u gaat ons niet vertellen wat dat moet zijn, maar u wilt alleen wat harmonisch is, accepteren, dan komt ze. Dan zijn wij er. Dan zijn al die werelden en sferen voor u, van hoog tot laag, in feite van alle verschillende vormen van besef, zijn samen met u één. Die werken met u samen, die helpen u. Leg ze niet uit, maar werk er mee. Met uw werken zult u dan ontdekken hoe u, wat men een inwijding noemt, vindt. Namelijk, het besef van meer mens zijn en daardoor het geestelijk meer bewust zijn.

Dat is alles wat ik te zeggen heb. Een gastspreker wil nu eenmaal graag zeggen wat hij denkt. Misschien dat u er iets van uzelf in erkent. Dan kunnen wij de conversatie op een andere, eenvoudiger voet, later voortzetten. En wanneer u alleen maar denkt: dat gezwam ken ik allang, trek u er dan maar niets van aan. Er komt voor u ook een ogenblik dat u gaat begrijpen, wat ik heb willen zeggen.

De kern van ons hele bestaan is die liefde, die aanvaardt, niet kritiekloos, maar zonder een definitieve verwerping of afkeur. Die aanvaardt. En in de aanvaarding vinden wij in elkaar die elementen, waardoor wij gezamenlijk meer zijn, bewuster zijn, meer kunnen, dan zonder dat mogelijk zou zijn. In deze zin hoop ik, dat wij elkaar zullen vinden. In deze zin hoop ik dat wij onze taak voor de komende tijd zullen kunnen volvoeren. Want zowel u als wij hebben in de komende paar jaren geestelijk nog heel wat te doen.