Inwijding (17-2-1970)

17 februari 1970

Inwijding is een woord dat eigenlijk uit de oudheid stamt. Het hangt samen met priesterschap, met geheimen, met overleveringen van meester aan leerling. Dat is begrijpelijk. Er is een tijd geweest dat er onnoemelijk veel mensen waren die zich alleen beperkten tot het dagelijks leven. Vanuit dat dagelijks leven zocht een enkeling naar verklaringen en naar verschijnselen en dan kwam hij daarbij nog onvermijdelijk terecht bij priesters, bij tovenaars, kortom bij mensen die meer wisten dan de doorsnee en die van dit weten een geheim hadden gemaakt. Er zijn zo mensen gekomen die de grenzen, die liggen tussen de werelden van de geest en die van de mens, leerden overschrijden. Zij konden dit aan hun medemensen niet zonder meer vertellen, dat was gevaarlijk. Maar wie rijp was die kon een leermeester krijgen en wanneer het ogenblik kwam dat deze mens dan zelf moest bewijzen in staat te zijn ook geestelijke werelden te doorvorsen en zich een begrip te vormen van een kosmos die heel wat groter was dan een mens normaal kende, dan sprak men daarbij van een inwijding,

Datgene wat werd ingefluisterd was alleen maar symboliek, dat was voor de toehoorders, de toeschouwers. De werkelijkheid is altijd geweest, een persoonlijk werken. Omdat het moeilijk is iemand direct met de volledigheid van het bestaan kennis te doen maken, besloot men dus na te gaan in de eerste plaats wie er genoeg voor over had. Zo ontstonden de inwijdings-graden, waarbij een mens dus, via bepaalde beproevingen, moest bewijzen waardig te zijn iets van de kennis en de geheimen van zijn leermeesters voor zich te verwerven. Daarnaast ontstond natuurlijk ook een reeks van pseudo ingewijden, mensen die wel iets wisten maar net niet genoeg, en die niet deugden voor een doorgaan in de richting van een kosmisch denken, een overschrijden van de grenzen van hun eigen wereld. Deze werden dan vaak wetenschapsmensen, priesters dus die bepaalde onderzoekingen deden, of ook een zekere kennis overleverden aan hun leerlingen.

Die inwijding heeft een hele lange tijd kunnen bestaan. Er was dan een grote verdeeldheid in de wereld omdat elke groep goden op den duur een eigen zogenaamde inwijding had, omdat elke kleine stadstaat een eigen God had die, naar men zei, veel beter was dan de anderen. Daarom moest er iets gebeuren en dat is ook gebeurd. In een periode van minder dan 1000 jaar zien we ineens overal nieuwe figuren opduiken. We kennen Jezus, Boeddha, Mohammed en daarnaast heel wat meesters van inwijding zoals die bv. in India, in de Karokorums in Tibet hebben gewerkt. Wij krijgen te maken met meesters van inwijding zoals die bv. hebben gewerkt in het tegenwoordige gebied van de Hopi-Indianen. Deze meesters gingen niet meer uit van vele Goden en gingen direct al beginnen bij het punt waar het op aankomt: er is één oermacht, er is één oerkracht. Welke naam ze eraan geven was niet zo belangrijk, omdat het principe van de totale eenheid noodzakelijk was om te begrijpen wat je in een inwijding doormaakt, om inzicht te krijgen in de verbondenheid van werelden, die schijnbaar heel ver van mekaar afliggen. Maar ook om beter inzicht te krijgen in de mensheid, je eigen positie als mens, de zin van je leven. Hieruit zijn toen weer later een reeks van inwijdingsscholen voortgekomen.

In het begin meestal in de vorm van sekten, later eigenlijk als bijzondere groepen die, langzaam maar zeker, helaas weer naar het godsdienstige toe zijn getrokken. Deze groepen zijn op zichzelf waardevol, zo goed als eens het priesterschap waardevol was en zoals de uiterlijke vertolking van leringen van Jezus, van Boeddha enz. eveneens dus wel zinrijk is. Maar er ligt iets achter. Wanneer wij de maçonnerie nemen dan zien we dat de mensen hier ploeteren en worstelen om zichzelf te leren kennen. Voor hen is dat een soort einddoel. Ze begrijpen niet dat een volledige zelferkenning pas dan begint, wanneer je niet slechts weet wat je voor jezelf bent, maar begrijpt wat je bent voor de wereld, voor de kosmos, wat je betekent. En zo is het duidelijk dat uit de maçonnerie op den duur mensen voortkomen die al deze, volgens hen dan al kinderlijk geworden pogingen, bestrevingen en besprekingen achter zich laten en zelf verder gaan zoeken naar een inwijding. Zij komen dan eigenlijk op de duur terecht in bepaalde groeperingen, die zich openbaar niet vertonen, en die zich meestal ook niet esoterisch noemen. We kennen bv. de verschillende rozenkruisers gemeenschappen en ook daar zien wij dat deze mensen streven naar inwijdingsgraden. Ze krijgen een zekere scholing, van geestelijke aard van zelferkenning, ze leren wat omtrent sterren, omtrent harmonische verhoudingen. Maar wanneer werkelijk het ogenblik komt dat zij verder moeten gaan voor een reële inwijding dan zien wij dat ook zij de groep achter zich laten. Men spreekt er dan wel eens over als de toetreding tot het verborgen priesterrijk. En degenen die bij dat priesterrijk terechtkomen die zullen ook daar proeven moeten afleggen. Sommigen van hen komen eigenlijk niet eens tot de eerste graad. Ze keren terug en ze worden de voormannen van de uiterlijke groeperingen. Ze weten meer dan een ander, ze kunnen vaak meer dan een ander, maar wat ze niet konden dat was zichzelf opgeven in een groter geheel. Degenen die wel slagen verdwijnen weer uit het gezicht. Zij gaan deel uitmaken van een in feite geestelijke waarde, een geestelijke groepering en dringen door in sferen zowel als in de geheimen van de natuur. Zij zijn niet meer zo sterk gebonden aan tijd, aan de gebeurtenissen in de tijd. Het resultaat is dat zij komen tot wat wij noemen: Een kosmische beschouwing, een kosmische erkenning.

Maar ook die dagen gaan langzaam maar zeker voorbij. De wereldontwikkeling gaat snel. Er ontstaan enorm grote moeilijkheden overal. En wanneer je zo eens kijkt hoe de zaak ligt, dan is het eigenlijk een wat vreemde zaak, een heel heel vreemde situatie. Er is een tijd geweest dat de arbeiders streden tegen de kapitalisten. Als gevolg daarvan ontstond in uw eigen maatschappij verandering. Nu staat men voor het feit dat de bezittende staten in feite de onderontwikkelde landen, zo noemt men ze, exploiteren en van deze dus tegen lage prijs grondstoffen kopen en tegen hoge prijs vaak verwerkte producten en ideeën leveren. Die spanning wordt steeds groter. De bevolkingsdichtheid neemt toe. Er komen steeds meer mensen en steeds minder krijgt de mens de mogelijkheid om vanuit zichzelf en voor zichzelf te leven. Hij wordt opgenomen in een maalstroom die alleen nog door zeer intrikate voorschriften kan blijven functioneren volgens de waarderingen van een verleden. Het zal u duidelijk zijn dat ook hierdoor grote spanningen ontstaan, er eenvoudig niet veel plaats meer overgebleven is voor esoterische scholen die vanuit de materie werkzaam zijn. Dit betekent dat de inwijdingsgedachte verplaatst moest worden naar de geest.

De mens die voor het eerst contact krijgt met deze dingen voelt zich meestal geroepen, voelt zich verheven boven anderen misschien, heeft het gevoel dat hij enorme taken moet verrichten. Want je begint als mens altijd met je eigen belangrijkheid voorop te stellen. Daarvoor moet hij heel veel teleurstellingen en klappen incasseren, want hij moet begrijpen dat het er niet om gaat wat hij is en betekent, maar alleen om datgene wat hij is in zijn relatie met anderen. En zo ontstaat dus een inwijding die – op het ogenblik grotendeels – vanuit de geest wordt gegeven. Nu denken de mensen bij een dergelijk woord altijd aan het verwerven van gaven. Ze zeggen: ja als je ingewijd bent, kun je over water wandelen, je kunt door vuur lopen, zieken genezen desnoods doden opwekken. Maar eigenlijk is dat niet waar, de mensen denken dat omdat zij het ingewijd worden zien als het bereiken van een positie, dat is helemaal niet waar. Het is het erkennen van een positie, zodat men u bewust ten uitvoer kan gaan leggen wat men eens onbewust, en gedreven door allerhande valse voorstellingen, eveneens volbracht. Er is een samenwerkingsmogelijkheid waardoor je eigen zwakke kanten inderdaad langzaam maar zeker terzijde worden geschoven. Er is een erkenning van de waarde van anderen, een uitschakelen van je eigen vooroordelen, een beheersen van je eigen onderbewustzijn op de duur. Maar verder gaat het eigenlijk niet. Zieken genezen kan bijna iedereen wanneer hij maar voldoende vertrouwen heeft in zichzelf en een beroep durft doen op krachten waarvan hij voelt dat ze aanwezig zijn. En daaruit zou je zelfs in bepaalde omstandigheden, mensen die bijna dood zijn tot leven kunnen opwekken. Daar kun je wonderen mee doen. Maar die wonderen zijn geen tekenen van ingewijdheid, ze zijn in de eerste plaats een teken van zelfvertrouwen, van een aanvoelen van bepaalde onzichtbare waarden. Als u telepathisch bent, dan behoeft u nog niet eens religieus te zijn. U behoeft helemaal niets te denken over allerhande inwijdingstechnieken. U hoeft er niet eens voor te weten dat ze bestaan. Telepathie is een gevoeligheid die elke mens heeft en die langzaam maar zeker ontwikkeld kan worden. De verschijnselen van een lopen door vuur blijkt via concentratie te verwerven. Het lopen over water lijkt misschien iets moeilijker, maar met een klein beetje vindingrijkheid kun je al een heel eind komen. Wanneer we begrijpen dat die uiterlijkheden dus niet het kenmerk zijn van de inwijding, wordt het ook begrijpelijker waarom de geest in deze tijd, en zeker in de komende tijd, zoveel meer vat krijgt op inwijding.

De mens van vandaag leeft in een wereld die hem niet tevreden stelt. Hij probeert dat te maskeren door het verzamelen van kapitaal, het verzamelen van aanzien, of het verzamelen van ervaringen. Maar ergens blijft hij geïsoleerd. Er is iets tekort. En dit tekort kun je alleen maar opheffen wanneer je niet uit je werkelijkheid wegvlucht, maar de werkelijkheid gaat benaderen. We zien dat in bepaalde meditatietechnieken, soms gebruikte men meditatie eenvoudig om daardoor los te komen van zijn wereld, geen last te hebben van die wereld, maar diezelfde meditatiemethode wordt heel vaak gebruikt om te gaan begrijpen wat er eigenlijk aan de gang is in die wereld, en zo dat gebeurt dan is het mogelijk om dit te inspireren, om in te werken op een ander. En de geest kan dus eigenlijk, ook vooral waar voldoende receptiviteit is, een steekproef nemen. Ze kan die mensen misschien wat suggereren, ze kan die mensen een paar dromen laten beleven, voor een raadsel stellen, in contact brengen met een ander die helemaal geen ingewijde behoeft te zijn misschien. En zo komt het proces van denken aan de gang. En omdat denken mede het vormen van harmonie impliceert, straalt u gedachten uit en u bent door het uitstralen van die gedachten ontvankelijk voor elke gedachte die op gelijke hoogte ligt. U krijgt dus door uw denken een steeds grotere verwantschap met een steeds groter deel van de werkelijkheid. En dit is nu het eigenlijke inwijdingsproces.

De mensen zeggen wel eens inwijding gaat gepaard met veel beproevingen. Dat is alleen waar omdat de mens enerzijds zijn innerlijk weten vergroot en anderzijds aan zijn oude maatstaven blijft vasthouden. Hij zegt; ja ik mag niets bezitten eigenlijk, ik mag mij niet binden aan bezit, maar zegt hij er dan achteraan, ik hoef dan toch ook niet iedereen die erom vraagt zo maar te geven wat hij nodig heeft, en daar ligt dan de fout. Want wanneer ik niet aan bezit mag hechten, is het immers niet belangrijk wat een ander eventueel met mijn bezit zal doen. Het is genoeg dat die ander dat bezit nodig heeft. Omdat daardoor een tweestrijd kan ontstaan krijg je de beproeving, want de mens straft zichzelf voor zijn falen. Dat is in de psychologie ook bekend. Mensen die het gevoel hebben dat ze iets gedaan hebben waarvoor ze bestraft moeten worden, zoeken onbewust situaties uit waarin zij inderdaad lijden naar zich toehalen. Hetzelfde zien we met die inwijding dus. Voor de geest is het hier belangrijk om de moed erin te houden, niet alleen bij zichzelf want ik zal u vertellen dat het heus niet gemakkelijk is om iemand vanuit de geest zover te brengen dat hij naar een nieuw wereldconcept leeft, maar vooral ook bij degene die die beproevingen moet doorstaan. Zolang ze nu maar kunnen dienen tot het uitwissen van het schuldgevoel is het al voldoende. En heel vaak blijkt de mens daardoor iets te leren. Hij wordt vanuit menselijk standpunt gezien onverschillig, misschien zelfs harder. Maar het is geen onverschilligheid of hardheid alleen tegenover anderen. Ze bestaat tegenover hemzelf evenzeer. Hij noemt zichzelf niet meer zo ernstig in een groot aantal facetten, en hierbij kan hij dan ook gemakkelijker de aangevoelde juiste levenshouding gaan aannemen.

Zijn denken wordt dus harmonischer, doordat het harmonischer wordt is het een sterkere kracht, een sterkere kracht reikt a.h.w. verder. Meer delen van de wereld van de geest, van de wereld van de mensen, gaan nu een rol spelen in zijn besef. Voor hij het weet heeft hij zijn eigen beoordeling niet meer gebonden aan zijn beperkte ervaringen maar betrekt hij daarbij de ervaringen en ook vaak de gedachten en mogelijkheden van ongetelde anderen. Hij wordt a.h.w. een cel in een geheel. En omdat hij zich aan niets bindt en hecht, en alleen zijn eigen wezen vervult, ontstaat er in hem een soort vreugde die gelijktijdig sereniteit, rust is. Deze rust is het eerste kenmerk van werkelijke inwijding. Een mens die ondanks alles een zekere gelijkmoedigheid blijft bewaren en zichzelf niet te zeer dramatiseert, en niet te zeer au sérieux neemt, is meestal iemand die het geestelijk wat verder heeft gebracht. En zo zie je de mensen weggroeien van de wenselijkheid, van de gemeenschap. Want voor hen worden normen steeds onbelangrijker, ja zelfs daden worden bijna betekenisloos omdat ze slechts de uitdrukking zijn voor hen van een denkbeeld, van een gedachte, niet een noodzakelijke zelfbevestiging. Op deze manier kun je mensen wekken en naarmate meer mensen ontevreden worden met hun leven, meer mensen gaan zoeken en denken naar een nieuwe weg, een nieuwe mogelijkheid kan vanuit de geest dus ook meer gedaan worden.

We zijn op het ogenblik met deze geestelijke inwijdingen druk bezig. Er is gelijktijdig nog een aflopend materieel inwijdingsprogramma aan de gang, waarbij dus nog meer menselijke en persoonlijke inwijdingen plaatsvinden. Maar het wordt langzaam maar zeker toch overgeheveld naar werken vanuit de geest.

Dit herscheppen van menselijke gebondenheid in kosmische zin, via een gemeenschappelijk bewustzijn van mens en geest tezamen. En daarom neem ik aan dat het aantal inwijdingen hand over hand gaan toenemen. We moeten wel begrijpen dat er uiterlijk weinig kenmerken van zijn. Een ingewijde kan een heel deftige heer zijn met de nieuwste modernste coupe of het kan een vieze vuile (zo zegt men dit tenminste vaak) langharige baardaap zijn met kettingen en vodden behangen. Het maakt nl. geen verschil uit. Het gaat er niet om hoe je naar buiten toe bent, dat is alleen maar de uitdrukking van jouw relatie met de wereld. Wat je van binnen bent en met die wereld, is belangrijk. Inwijdingen zullen ongetwijfeld in zeer sterke mate toe gaan nemen. En wanneer ik dat zeg zal menigeen verwachten dat de wereld nu onmiddellijk beter wordt. De wereld moet haar eigen strijd strijden, desnoods tot de ondergang toe, tenzij zij komt tot een juister begrip van eenheid. De mens heeft een zekere vrijheid van willen en denken. Die vrijheid kun je niet uitleven zonder gelijktijdig de eenheid te verliezen, te verwaarlozen. Aan de andere kant kun je datgene wat je innerlijk en bewust zelf bent, nooit in uiterlijkheden verloochenen, zonder eraan ten onder te gaan.

De ingewijde van morgen is waarschijnlijk een mens die schijnbaar zeer praktisch, redelijk en logisch denkt, want hij gaat op in een uiteindelijk technische wereld. Zijn terminologie zal dichter bij die van de techniek en de wetenschap liggen dan bij die van de mystiek. Zijn belevingen zullen daarom niet minder mystiek zijn. Hij zal zich aanpassen aan de noodzaken en mogelijkheden van zijn omgeving. Niet omdat hij zich gebonden voelt daartoe, maar omdat hij eenvoudig de middelen gebruikt die voor hem noodzakelijk zijn, om zijn plaats zoals hij die ziet en voelt in de gemeenschap van mens en geest waardig in te nemen. Het materiële wordt steeds onbelangrijker. En op den duur leert hij zelfs dat je door denken, gericht denken, eigenlijk alles wat je nodig hebt zonder meer naar je toe kunt halen. Het laatste zal menigeen interesseren neem ik aan, maar het is ook iets wat training vergt. Ik zal er zo dadelijk nog iets over zeggen.

Voor u zijn in dit betoog een paar punten die u goed moet onthouden waar uzelf eens over na moet denken om tot een mening een oordeel te komen:

  1. De tijd van de oude organisaties is voorbij omdat zij een voortdurend grotere tendens vertonen, om gezag en macht te worden, vaak ook bezit te vergaren en daarbij het werkelijke doel, een geestelijke eenheid, uit het oog verliezen.
  2. Door de enorme spanningen die in uw gehele wereld op het ogenblik op elk terrein aanwezig zijn, zal een groot aantal mensen niet kunnen komen tot inwijding maar er moet een mogelijkheid worden geschapen om hen op te vangen. Daartoe zijn een aantal rustpunten in uw wereld noodzakelijk. Deze kunnen bestaan uit mensen die geheel niet zijn ingewijd, mensen die misschien beginnen aan een inwijding of de hoogste ingewijde. Dat is niet belangrijk. Belangrijk is dat zij functioneren als een rustpunt, dat zij in het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensen dus een vredesnoodzaak tot uitdrukking brengen die anders in het jachtige streven van de mensheid teloor zou gaan.
  3. De inwijding is altijd een zelfstandige beleving en ervaring. De leiding die men ontvangt is niet bestemd om de inwijding tot stand te brengen, maar om de mens de mogelijkheid te geven zelf zijn inwijding te zoeken en te vinden.
  4. De gaven die een mens aan de ingewijden toeschrijft zijn bijkomstigheden en bestaan grotendeels uit krachten en gaven die in elke mens reeds aanwezig zijn, maar niet ontwikkeld worden.

De verwantschap met werelden en sferen is echter van het hoogste belang. De werkelijke ingewijdheid bestaat uit een besef omtrent leven en bestaan, veel verder gaande dan alleen het aardse bestaan of alleen deze aarde, verder gaande ook als een ontwikkeling in tijd door de sferen, of zelf een hemeltje en een helletje.

Wanneer u die punten hebt opgenomen in u (ik hoop dat het u gelukt is) kan ik alleen nog het volgende hieraan toevoegen: Om inwijding te vinden moet je het verschil leren beseffen tussen je recht om zelf te denken en een oordeel te hebben en het recht van de ander om te oordelen en te denken. Je kunt niet jezelf een recht toe-eigenen en dit gelijktijdig aan een ander ontzeggen zonder een conflictsituatie te scheppen waarin je ook je eigen rechten verliest. Op deze manier kun je in het leven al heel veel bereiken.

Bezit is in deze tijd een zeer instabiele waarde. Ik moet daarom nog niet eens ingaan op de voortdurende vermindering van de waarde van geldelijk bezit. De grote gevaren die op het ogenblik kleven aan aandelen, bezit e.d. je weet het ongetwijfeld zelf. Ik wil u ook niet wijzen op de spanningen in de economie op de hele wereld, vandaag of morgen ineens kunnen ontaarden in een crisis, waarschijnlijk resulterende in allerhande burgeroorlogverschijnselen, u weet dat zelf. Ik wil er wel op wijzen dat degene die vandaag aan zijn geld hecht en zijn aandelen belangrijk vindt, juist daardoor zichzelf de mogelijkheid vaak ontneemt zich aan te passen aan de werkelijke levensnoodzaak en behoefte in een andere tijd. In een periode waarin die dingen misschien niet meer zo waardevol zijn. Wie terughaakt naar het verleden, wie voortdurend zoekt de waarden van gisteren, vandaag te handhaven, meestal vooral voor anderen zal hierdoor zichzelf de groei naar morgen onmogelijk maken.

  1. Praktisch is dit: Begrijp dat uw bezit alleen betekenis heeft in zoverre u daarmee iets voor anderen kunt doen. Niet voor uzelf, dat is niet zo belangrijk.
  2. Besef dat geen enkele leer of leerstelling u kan helpen, en dat slechts een innerlijke waarheid mogelijk krachtens of door middel van een leer gevonden voor u de werkelijkheid kan representeren, en alleen uit die werkelijkheid kan inwijding en bewustwording voortkomen.
  3. Vertrouw een klein beetje meer in uzelf en uw eigen kunnen, want degene die in zichzelf en zijn eigen kunnen vertrouwt kan veel tot stand brengen zelfs wanneer hij niet ingewijd is, omdat hij hierdoor in zichzelf alleen mogelijkheden en krachten activeert.

Nog iets over het denken. Je kunt met het denken als mens niet iets scheppen, je kunt dus niet zeggen; ik creëer nu hier en ter plaatse iets wat er niet is geweest, of ik verander iets hier alleen door mijn gedachten. Dat is praktisch niet mogelijk maar er bestaat een andere methode en dat in gericht denken. Bij gericht denken omschrijf je je denkbeeld zeer nauwkeurig totdat je a.h.w. beelden voor ogen hebt. Hierdoor stem je je eigen gewaarwordingen, je ervaringen bewust, onderbewust, geestelijk en stoffelijk af, op alles wat met dit beeld in verband staat. Je zult op deze wijze alle omstandigheden zoeken en benaderen, zonder het soms zelf te beseffen, waarin dit beeld voor jou zoveel mogelijk waar wordt. Je kunt met je denken er dus toe bijdragen dat je uit de vele mogelijkheden die je in de wereld onbewust ondergaat, juist die elementen kiest die je dichter bij een wensvervulling brengen. Dat wil dus niet zeggen dat je wonderen kunt doen, maar wel dat u dingen tot stand kunt brengen die toch eigenlijk een klein beetje onmogelijk lijken voor u. Om dat te kunnen doen moet je natuurlijk een heel klein beetje vertrouwen hebben in jezelf. Hoe sterker de beheersing die je vindt voor jezelf, je lichaam, je denken, hoe beter het is. Niet omdat het zo belangrijk is dat uw lichaam getraind is, maar omdat een getraind lichaam beter kan gehoorzamen en daardoor gemakkelijker en sneller kan reageren waar het nodig is. Je moet uw gedachten leren beheersen, niet omdat het nou zo belangrijk is dat u alles kunt uitschakelen en aanschakelen, maar omdat u alleen op die manier u kunt concentreren op de dingen die werkelijk belangrijk zijn en zo het geheel van uw persoonlijkheid en uw besef in het geding kunt brengen op de verschillende, voor u toch wel belangrijke plannen, gebeurtenissen, wensen of zelfs angsten.

Nog een laatste raad; probeer in uw denken altijd angst te vermijden. Iemand die bang is schept het gevreesde voor zichzelf omdat hij alle mogelijkheden die met die vrees verwant zijn naar zich toetrekt. Als u dadelijk naar buiten gaat en u bent bang dat u vallen zult, is de kans dat u vallen kunt ongeveer 5 maal zo groot als normaal. Maar wanneer u, terwijl u eigenlijk wankel op de benen staat, naar buiten gaat met een gevoel, ik zal niet vallen, is de kans dat u werkelijk vallen zult tegen de verwachting in (bij een verwachting dus van 10 misschien 1 à 2). Als u dat niet gelooft, zal ik u wat zeggen: Hebt u wel eens een dronkenman zien lopen, de man heeft absoluut geen evenwichtsgevoel, hij zwaait en zwalkt. Hij is voor iedereen een gevaar, maar het gekke is dat wanneer die man een heel smal bruggetje moet oversteken hij eroverheen komt zonder dat hij in het water valt, omdat hij niet eraan denkt dat bij vallen kan. Het is de slaapwandelaar in de dakgoot, dat lievelingsvoorbeeld, waarbij hoogtevrees ed. uitgeschakeld wordt en daardoor beheersing in de plaats komt van de anders niet geheel beheerste reactie.

Wanneer u bang bent voor iets, dan maakt u datgene wat u vreest eigenlijk meer waar. Hoe zekerder u bent, hoe meer u kunt. U behoeft uzelf daarom niet te overschatten, u moet niet zeggen: ik kan alles; maar je moet wel zeggen: Alle taken die ik moet volbrengen kan ik volbrengen, zover kunt u gaan. U zult zien dat u daardoor uw relaties met de mensen, met de wereld kunt veranderen. Zo groot zijn uw mogelijkheden al zonder inwijding. Wanneer je daarnaast beseft wat de werelden van de geest betekenen, wat astrale krachten zijn, hoe inwerkingen vanuit allerhande werelden en sferen op deze aarde een rol spelen, dan is uw erkenning van factoren zoveel groter dat u nog meer waar kunt maken wat u wilt. Alleen beseft u dan vaak dat de dingen die voor mensen erg belangrijk schijnen te zijn, de moeite van een dergelijk streven niet zozeer waard zijn, ze zijn bijkomstig. Ik hoop duidelijk te hebben gemaakt hoe belangrijk een bepaalde manier van denken leven en streven kan zijn. U zult altijd daarvoor een zekere prijs betalen, dat is waar. Wanneer u uitgaat van vertrouwen voor iedereen dan zult u bedrogen worden, maar daar staat tegenover dat er zoveel vertrouwen is, en dat er zoveel mogelijkheden zijn dat eigenlijk die mislukking onbelangrijk wordt in het geheel, wanneer men maar niet bang wordt omdat men een keer bedrogen is.

Wij zijn allen deel van één gedachte, van één organisme. Ons bestaan in dit organisme wordt niet bepaald door de vorm waarin wij verschijnen, maar wel door het deel van de kracht van het geheel die we zijn. Naarmate wij beter begrijpen op welke wijze wij één zijn met het geheel zal de vorm waarin wij verschijnen voor ons dus onbelangrijker worden. Wij kunnen ons nooit geheel aan die vorm onttrekken. Er zullen ogenblikken zijn dat het voor ons moeilijk is om in menselijke vorm, bepaalde belevingen te ervaren en te aanvaarden, waarvan wij innerlijk dus in onze totaliteit weten dat ze noodzakelijk en onvermijdelijk zijn. Maar wij weten dat het zin heeft en het totaal van ons leven is niet meer gericht op het manifesteren van jezelf als iemand of iets, maar op het bereiken van een eenheid waardoor het geheel a.h.w. toegankelijk wordt voor jou en jij de uitdrukking kunt worden van het geheel. Inwijding is dit proces waarbij enerzijds het ik dus opgaat in het geheel, maar het is anderzijds het proces waarin het geheel zich kan gaan uiten door het ik.

Op een gegeven ogenblik zul je de hoogste inwijdingsgraad bereiken en dan is er eigenlijk geen grens meer tussen bv. de dode materie en de hoogste levende geest in jezelf. Je bent deze allen tegelijk. Als je iemand wilt voeden dan wijs je op een tafel en je zegt: Wordt brood en dan wordt dat brood. Wanneer je de hoogste geest waar wilt maken op deze aarde dan beroep je je op die geest, en alle krachten en mogelijkheden van die geest openbaar je rond jezelf. Niet omdat je zelf iets bijzondere bent, maar omdat je deel bent van een geheel. Het criterium van deze mogelijkheden ligt kennelijk in het besef één te zijn met dit geheel niet alleen een aanname, een geloof, maar werkelijke beleving. Zo zou je kunnen zeggen dat, volgens mij, de mystieke beleving de basis is van de mogelijkheden van de ingewijde, terwijl de rationele processen en uitdrukkingen voor de ingewijde het meest perfecte middel zijn wanneer hij leeft in een menselijke wereld. Juist hierdoor kan een ingewijde als mens met de mensen bestaan, zonder zijn verbondenheid met het geheel te verliezen of zijn groei naar een totale verbondenheid te beëindigen. Het is veel belangrijker dan een mens beseft. Dit is de enige werkelijke onsterfelijkheid die er bestaat. Anders is het toch altijd weer een teruggrijpen naar herinneringen waarbij er een begin en een einde blijft. Het is eigenlijk de enige werkelijke ontmoeting met God die er kan bestaan. Het is de eenheid met alle dingen, deze eenheid is volgens mij de essentie. Wanneer de geest ertoe bij kan dragen dat deze essentiële waarden ook op aarde door velen erkend worden, kan ze dat niet doen uit haar eigen krachten, maar alleen krachtens haar verbondenheid met het geheel, zover ze die beseft en kan realiseren.

En daarom vrienden moet u niet zo vreemd tegen het begrip inwijding opkijken, u het ook niet moet zien als iets wat u nou toevallig graag wilt hebben omdat het u meer maakt. Het zal u vaak in conflict met uzelf brengen vooral in het begin. Maar u moet het wel zien als een onmetelijke uitbreiding van leven, een zinrijkheid van bestaan die door niets kan worden overtroffen. Een dienstbaarheid die groter is dan ooit iemand zal kunnen beseffen en erkennen maar een dienstbaarheid die in zichzelf door het dienstbaar zijn, al de beloning is, omdat je in het geheel mede jezelf uitdrukt en dient tegelijk. Ik hoop dat die inwijding voor u niet iets is waar je bang voor bent. Ik hoop dat die voor u niet iets zal worden dat u nou toevallig ook graag wilt hebben om wat meer te worden dan een ander, dat lukt u toch niet. Ik hoop dat u zult begrijpen dat je als mens, en als onbewuste, vaak moet gehoorzamen omdat het de enige methode is om op de juiste manier te leren denken en oordelen. Omdat je nu eenmaal eerst op weg moet gaan voordat je iets kunt bereiken, maar dat u daarnaast voortdurend voor ogen zult stellen dat de bereiking de uwe moet zijn, dat niemand u iets kan geven wat u niet eerst zelf in uzelf hebt waargemaakt.