Inwijding (1981)

Dinsdag, 22 september 1981

Over inwijding kun je erg veel zeggen en ook erg weinig. Inwijding is in feite een verandering van bewustzijn. Er zijn mensen, die denken, dat inwijding ontstaat doordat je allerlei geheimen geleerd wordt. Dat is niet juist. Vaak heb je een fase waarin je allerlei vreemde zaken ontdekt. Dat gaat echter voorbij. Een werkelijke inwijding is in feite een verandering in je bewustzijn, waardoor je jezelf en je wereld op een andere manier gaat zien en die wereld in andere verbanden leert kennen.

Hierdoor word je je ook bijvoorbeeld wel bewust van je eigen relatie met de krachten in de natuur. Je wordt je bewust van de factoren van belang in je eigen lichaam. Je leert je eigen geest en je eigen geestelijke voertuigen kennen. Op zichzelf betekent elk van deze dingen nog niet, dat je ingewijd bent. Ze zijn als het ware een nevenproduct van de veranderende toestand waarin de ingewijde komt te verkeren.

Nu heeft men een heel lange tijd een traditie gehad bij inwijding. Dat is deze. Elke ingewijde zoekt zich één of enkele leerlingen. Deze leerlingen worden dan opgevoed in feite. Die opvoeding is een heel klein beetje anders dan men denkt. Het is niet alleen maar een scholing. Het is eerder een ander aanvoelen dat je moet worden bijgebracht. Wanneer u, zelfs nu nog, in bepaalde ashrams komt in India, dan ontdekt u dat de meester in vele gevallen alleen maar zijn leerlingen toestaat rond hem te zitten wanneer hij mediteert. De Westerling vraagt zich af wat je daar wijzer van wordt, omdat die man alleen maar stil zit en er niets gebeurt. Dat is volledig waar. Er gebeurt niets op het stoffelijk vlak. Geestelijk echter, verandert zijn uitstraling, zijn persoonlijkheid. De leerling, die dat aanvoelt leert daardoor in feite, dat hijzelf ook andere mogelijkheden bezit. Het is geen kennis, die wordt overgebracht, het is eerder een toestand, die je voor jezelf had verworpen of hebt ontkend en die je nu langzaam maar zeker als een natuurlijk deel van je eigen bestaan gaat bezien.

Wat de fasen zijn van inwijding is erg moeilijk te zeggen. Per slot van rekening gebeurt elke inwijding weer een klein beetje anders. Zeker in deze tijd, waarbij inwijding voor een groot gedeelte buiten alle scholing en direct leermeesterschap om pleegt te gaan, kun je er eigenlijk geen touw aan vastknopen.

Ik wil u een paar voorbeelden uit het verleden geven. Daarnaast zal ik proberen één of meer voorbeelden te geven uit deze tijd. Beseft u echter wel, dat deze lang niet de enige wegen zijn.

Gedurende een bepaalde tijd kende men bijvoorbeeld het volgende systeem. Iemand ging inwijding zoeken en kwam terecht bij iemand die een zekere kennis bezat. Hij bleef daar totdat hij de kennis als het ware geabsorbeerd had, maar hij wist nog niet hoe hij ze moest toepassen. Hij wist niet hoe hij het aan moest voelen. Hij werd dan op pad gestuurd. Vaak, na een moeizame reis kwam hij dan terecht bij een volgende leermeester. Zo ging hij vaak vijf, zes soms tien verschillende leermeesters af. Dan gebeurde het opeens. Al die verschillende feiten, die hij had verzameld, al die verschillende kleine vaardigheden die hij had gekregen vielen dan als een soort legpuzzel ineen tot één groot beeld van leven. Vanaf dat ogenblik was hij ingewijd.

Het spijt me voor u, dat het iets anders is dan de beruchte inwijdingen zoals bijvoorbeeld in de “gevleugelde farao” wordt beschreven, waarbij je in een piramide moet zijn; in een schijndood drie dagen geconfronteerd worden met het leven aan de andere zijde, geestelijk, om daarna lichamelijk te herrijzen en als een herrezen Osiris gehuldigd te worden. Dat was eerder een priesterlijke inwijding en, ofschoon er ook echte inwijdingen uit voortkwamen, was het in zichzelf dus geen inwijdingstrap.

Dan was er de inwijding zoals die in bepaalde inwijdingsscholen, o.a. in Mesopotamië bestaan heeft waarbij men iemand eerst kennis bijbracht. Onder andere bracht men hem kennis bij van de sterren, dat was toen ook iets heel bijzonders. Wanneer hij daarop gunstig reageerde dan kreeg hij een scholing die wij waarschijnlijk een vorm van hypnose zouden noemen. Hij werd voortdurend geconfronteerd met schijntoestanden, schijnsituaties die hij uit moest vechten. Wanneer hij daardoor een enorme – vooral mentale – reactiemogelijkheid voor zichzelf had ontwikkeld, werd hij geconfronteerd met wat men de reis door licht en duister noemde. Dit was een inwijdingstocht, die eigenlijk ten doel had om jezelf te overwinnen in elke situatie. In die tijd geloofde men nog, dat de elementen de directe heersers onder de godheid waren op aarde en dat betekende, dat je ook de elementen in een droom overwon. Dat laatste is overgenomen door vele andere systemen. We vinden zelfs de strijd met de elementen als deel van een soort loge-inwijding bij de Mithras-cultus. Wat dat betreft kun je zeggen, dat wat die mensen deden was hun geest zodanig te scholen, dat ze meer konden overzien en meer konden bevatten. Dan moesten ze zichzelf op de proef stellen of ze de consequentie er van konden dragen en van de mogelijkheden, die daarin zaten ook werkelijk wilden gebruiken.

Dit was dan ook heel vaak een gevaarlijke droom, want men noemde dat dan de volledige uittreding. Het lichaam bleef in een zeer diepe trance, om niet te zeggen in een soort coma achter. Wat beleefd werd, werd zodanig reëel beleefd, dat wanneer je bijvoorbeeld de slang niet kon overwinnen, het lichaam verstikkingsverschijnselen vertoonde en kort daarop de dood intrad. Wanneer je de weide van vuur over moest steken en je wist jezelf niet in bedwang te houden dan ontstonden er op het lichaam brandblaren. Dat kon ook fataal zijn, zeker in die dagen. Die oude inwijdingsmethoden zijn eigenlijk niets anders dan een mens confronteren met kennis. Die kennis wordt bewust in vaste porties eigenlijk, bijgebracht.

In de moderne tijd ligt dat iets anders. Een inwijding begint zonder dat je zelf eigenlijk weet, dat er iets aan de hand is. Je gaat opeens – laten we zeggen – iets kritischer denken. Je gaat je realiseren, dat veel van je zogenaamde zekerheden in feite alleen maar illusies zijn. Daardoor zoek je houvast. Dan ontmoet je een mens, die je iets zegt. Dat blijft bij je hangen, het blijft doordrenzen. Je zit met een probleem. Je leest een blaadje, een krant. Je kijkt naar een film of naar een televisieverslag. Ineens is daar weer die associatie, dat betekent iets. Op deze wijze krijg je – maar nu in een veel grotere variëteit van mogelijkheden – de voor jou beslissende denkbeelden. Vaak gaan deze gepaard met stukjes kennis. Heel vaak betekenen ze echter, dat je het bestaan van die kennis anders gaat toepassen.

Door dit voortdurend te doen krijg je dan ook vaak contact met allerlei bewegingen. De één gaat naar het klooster, de andere naar een medium. Een derde zoekt een goeroe op en een vierde treedt in dienst van een oliemaatschappij. U moet dus niet denken, dat de inwijder bij u op bezoek komt. Het is geen Sinterklaas.

Je denken verandert; ook je leven en je beleven. Je kent dan vaak perioden waarin je bijzonder gevoelig begint te worden. Je gaat aura’s zien. Je gaat uitleggingsdromen beleven. Je gaat allerlei toekomstwaarden aanvoelen. Kortom, je voelt je eigenlijk tijdelijk verheven boven alles. In vele gevallen ga je daar teveel aandacht aan geven. Wanneer dat zo is, verdwijnt die gave langzaam. Men zegt dan heel vaak, dat men zich onder een stolp voelt zitten. Net of je van alles bent afgesloten. In die periode treedt er vaak zelfs diepe gevoelsarmoede op. Je vraagt je af wat het is. Je probeert je opnieuw te oriënteren. Al wat je geleerd hebt moet je toch samenvoegen tot een geheel. Dan komt er weer een woordje of een foto of een beeldje en ineens weet je het. De dingen passen bij elkaar. Het is nu echter niet een hele legpuzzel die ineens in elkaar valt. Het is of je per sector werkt. Alsof al die stukjes dus verdeeld zijn in rechthoekige kwadraten, die elke voor zich een afgerond geheel vormen maar hun werkelijke betekenis pas krijgen wanneer ze met de andere kwadraten op de juiste wijze in verband worden gebracht. Zo leer je dan geestelijk allerlei dingen te beseffen.

Vroeger betekende die inwijding vaak, dat je van leefwijze of van werkwijze veranderde. In een overbevolkte wereld als de uwe is dat niet zo gemakkelijk meer mogelijk. Je gaat wel verder met hetgeen je doet, maar je gaat het anders beschouwen. Je zoudt kunnen zeggen, dat de adeptus minor, de kleine ingewijde van deze dagen, iemand is die voortdurend zoekt naar de betekenis van de dingen die hij altijd als vanzelfsprekend heeft aangenomen. Daardoor wordt hij zich steeds meer bewust van wat dan goddelijke of kosmische waarden heet. De naam, die je er aan geeft is niet zo belangrijk. Wanneer je zegt: ik voel de kosmos in mij of ik voel God in mij of je zegt, dat je de Christus in je voelt, dat maakt geen verschil. Dat is de naam, die je er aan geeft. Het is de lichtende werkelijkheid en het is de persoonlijke kwaliteit van die lichtende werkelijkheid, vergeet dat niet, waar je mee geconfronteerd wordt en waardoor het ik een veel grotere reikwijdte krijgt van begrip. Het wonderlijke is, misschien ook al omdat je in het normale leven blijft in deze dagen, zelf eigenlijk niet beseft, dat je ingewijd bent. Je voelt wel, dat je anders denkt en anders leeft dan een ander, maar het is voor jou zo normaal, zo logisch, dat je zo handelt en denkt, dat je alleen maar jezelf afvraagt waarom anderen dat niet kunnen begrijpen. Pas wanneer je wat verder bent, ga je zien, dat je een heel ander niveau van mentale en geestelijke activiteit vertoont dan de doorsnee-mens. Opvallend is, dat in deze tijd een i.q. kan oplopen met zeg maar 50 punten. Iemand met een i.q. van 120 kan er een krijgen van 170. Dat kan zich ineens manifesteren. Gelijktijdig blijkt de gevoelswaarde groter te zijn; de waarneming veel scherper. Misschien dat de mensen gewoon een ander aankijken en aan de trekken, die een ander ontgaan aflezen wat die mens voor kwalen en voor zorgen heeft. Het is net of alles spreekt. Daarbij komt dan in meerdere of mindere mate vaak ofwel telepathie ofwel empathisch aanvoelen. Dat betekent dus alleen dat hij de gevoelens van een ander overneemt en ze zo leert kennen.

Die inwijding zoals ik ze beschreven heb is er natuurlijk een. Zoals gezegd, er zijn vele wegen in deze tijd. Iemand kan beginnen met de één of andere meditatiecursus. Hij leert mediteren, hij leert zich ontspannen. Op een gegeven ogenblik heeft hij daar werkelijk veel aan. Er komt ook een ogenblik, dat het langzaam maar zeker wegebt, het heeft geen effect meer. Hij gaat zoeken naar iets anders. Die oude gewoonte, dat ontspannen, dat bezinnen blijft je toch een beetje bij. Daardoor ga je waarschijnlijk met een heel andere meester mee of naar een heel andere beweging of godsdienst toe, maar wat je gehad hebt blijft meewerken. Je zoudt het met een beetje goede wil misschien een oecumene inwijding kunnen noemen, omdat daar alles in zit. Er kan yoga in zitten. Er kunnen meesters in zitten, baghwans en dergelijke. Er kan van alles bij zijn. Het enige wat je dan zelf opvalt is dat je eigenlijk steeds minder – laten we zeggen – fanatiek begint te worden. Je gaat begrijpen hoe betrekkelijk de dingen zijn en vanuit die betrekkelijkheid ga je ook de wereld niet meer eenzijdig benaderen. Het is net of je in plaats van een gezichtshoek van 90° er langzaam maar zeker een ontwikkelt van 180° of meer. Je ziet meer, je beseft meer. Ook dit is een inwijdingsvorm, die veelal overigens voor de persoon zelf minder aangenaam is omdat hij altijd weer de beweging waarin hij zijn zekerheid zocht moet achterlaten daar hij hiermee niet meer kan leven.

Dit zijn dus twee mogelijkheden van deze tijd.

Ik heb gezegd, dat ik u geen absoluut overzicht kan geven van inwijdingen en al wat er mee samenhangt. Zeker niet zoals dat in deze dagen bestaat. Toch zijn er factoren waarop u eens moet letten, wanneer u zelf bezig bent. Overkomt het u wel eens, dat u opeens een soort sfeer ondergaat die een beetje vreemd is? Lijkt het soms of er een soort suggestieve deken over u heen hangt? Hebt u soms dat eigenaardige gevoel, dat u niets hoort behalve vijf woorden? Kent u dat eigenaardige verschijnsel van synchroniciteit vaak? U denkt ergens aan en een ander zegt het en het komt steeds weer voor? Wanneer deze factoren bij u een rol spelen dan kunt u aannemen, dat u zich op een weg naar inwijding bevindt. Zo vreemd het u ook verder moge voorkomen, u bent dan bezig om uw eigen waarneming uit te breiden. U moet er ook niet bang voor zijn. Heel veel mensen hebben de neiging om zich vast te klampen aan een vaste hiërarchie. Er moet een vast gezag zijn. Een meester, die zegt wat waar is. Een wet, wat je wel en wat je niet kunt doen. Verder heb je zelf maar te gehoorzamen. Het wachtwoord voor deze mensen is discipline. Discipline is alleen maar goed wanneer je weet waarop ze berust. Wanneer de discipline het je onmogelijk maakt het wezen te onderzoeken waaruit gezegd wordt, dat ze voortkomt, is ze verkeerd. Het zijn moeilijke punten vaak, maar het is toch wel iets waar u rekening mee moet houden.

Dan zijn er ook nog andere factoren waar u rekening mee kunt houden. Uw kennis behoeft niet altijd zo groot te zijn. Trouwens, de meeste mensen zijn tegenwoordig – wanneer ze al intellectuelen zijn – enigszins eenzijdig. Hoe meer ze presteren in de maatschappij, hoe eenzijdiger ze meestal nog zijn ook. Realiseert u zich nu maar doodgewoon, dat op het ogenblik, dat de kennis die u bezit, de wijze waarop u ervaart en voelt, u dingen doet begrijpen die niet onmiddellijk kenbaar zijn, dat uw eigen gevoeligheid – een soort geestelijke gevoeligheid – wordt ingeschakeld en eigenlijk compenserend gaat optreden ten aanzien van uw beperkt stoffelijk waarnemingsvermogen, zoals uw gevoel een steeds sterkere aanvulling gaat worden voor de toch wel wat beperkte menselijke logica.

Ook dit is een stap die voert in de richting van inwijding, maar hoe en wanneer u ze zult bereiken kan niemand u zeggen.

Er zijn mensen, die zeggen, dat inwijding pas kan ontstaan wanneer je gelooft. Ik geloof – u ziet, ik ben dus ook een gelovige – dat juist dit een grote fout is. Een inwijding is niet afhankelijk van hetgeen je als zekerheid postuleert zonder het te kunnen bewijzen. Een inwijding is afhankelijk van je vermogen om steeds dieper door te dringen in de zin van datgene wat voor jou kenbaar en beleefbaar is. Er kunnen ingewijden zijn die tot op het ogenblik van hun volle inwijding zich niet eens bewust waren van het bestaan van een God. Toch zijn ze ingewijden. Er kunnen gelovigen zijn die hun voorstelling van God gebruiken als een grendel voor de poort waar ze door moeten gaan om het werkelijke van het leven beter te leren beseffen. Denk dus nooit, dat uw geloof of de wijze waarop u leeft of denkt, alleen beslissend is. Het is duidelijk, dat iemand die inwijding zoekt zoveel krachten nodig heeft, zo veel ervaring moet verwerken, dat hij niet nog een keer in tweestrijd met zichzelf kan verkeren. Daarom moet je nooit dingen zijn of doen, die ingaan tegen je eigen begrip van juistheid. Men zegt wel eens heel simpel, dat een mens begrip heeft van goed en kwaad. Nu bestaat er geen reëel goed en geen reëel kwaad, ook niet in God want die heeft alles geschapen. Wanneer hij een deal kwaad zou noemen van de mogelijkheden die hijzelf is en maakt, zou hij daarmee zichzelf veroordelen en dat is dwaasheid.

Er is dus geen absoluut goed en kwaad, maar het is er voor u wel. Misschien dat een deel van dat goed en kwaad voortkomt uit de manier waarop u geconditioneerd bent door de omgeving. Daar gaat het echter niet om. Het gaat er niet om waar het vandaan komt, het gaat er om, dat u steeds zo moet leven, in handelen en denken, dat u zichzelf nog kunt aanvaarden zoals u bent.

Wanneer u inwijding ooit wilt gaan nastreven is dit het eerste waarvoor u moet zorgen. Dat u in staat bent uzelf te aanvaarden. Dat betekent verder – daar moet u ook rekening mee houden – dat u uw eigen maatstaven hebt. Wanneer u die voor uzelf hanteert, dan moet u ook begrijpen dat anderen dit eveneens mogen en kunnen doen. Dan kom ik misschien een beetje in de reclamesfeer terecht, maar verdraagzaamheid is voor inwijding werkelijk noodzakelijk. Dat betekent niet, dat je niet nijdig kunt worden wanneer er iets gebeurt, maar dan wordt je nijdig op omstandigheden, niet op mensen. Je veroordeelt misschien een daad, maar niet de dader. Het verschil valt vaak moeilijk te maken, maar toch zult u daar aan moeten wennen, want wat die ander is en wat hij doet, dat vloeit uit hem voort. Wanneer hij dat tegen zichzelf in doet dan zal hij zichzelf verteren door zijn innerlijke strijdigheden. De daad is iets anders. Dat heeft betrekking op anderen en ook op uzelf. Bij die daad kunt u een oordeel uitspreken omdat die daad betrekking heeft op een beperkt, maar door u geheel gekend beeld van de wereld.

Daarmee heb ik eigenlijk de voornaamste punten voor uzelf opgenoemd. Dan kan ik daar verder alleen nog dit aan toevoegen.

Een meester kan u alleen inwijden wanneer hij in staat is het geheel van zijn eigen inhoud aan u over te brengen. Hoe moeilijk dat is, kunt u misschien nagaan wanneer u zich realiseert, dat Jezus geprobeerd heeft zijn krachten over te brengen op zijn discipelen en dat diezelfde discipelen niet in staat waren volgens de hen ingelegde mogelijkheid en kracht te leven.

Nu denk ik heus niet aan het verraad van Simon Petrus, aan het verraad van Judas, op een andere manier, maar ik denk wel degelijk aan de onderlinge strijd tussen die apostelen, die ondermeer voor het afreizen van Jacobus en Andreas aansprakelijk is geweest en die later zeer zeker de conflicten heeft doen ontstaan tussen Petrus en Paulus, die pas op zeer late datum in feite werden bijgelegd.

Wanneer Jezus dat niet eens kan, niet volledig, dan mogen we toch wel zeggen, dat er in deze dagen niemand zal zijn, die dat kan. Een deel ja, u kunt iemand de kracht geven om te genezen en duivelen uit te drijven bij wijze van spreken. U kunt iemand het vermogen geven om te zien wat de waarheid is achter alle schijnbeelden, die de mensheid voortdurend voor zichzelf opbouwt, maar daarmee alleen ben je er niet. Een meester kan je de mogelijkheid geven, maar het waarmaken van de inwijding is altijd je eigen zaak. Niemand kan daartussen optreden.

Dan wil ik er op wijzen, dat een meester – dus iemand die werkelijk adeptus major, de grote ingewijde, is – dat niet zegt. Niemand zegt: ik ben de meester, die het ook werkelijk is. Het is opvallend, dat in Jezus’ tijd er tenminste 100 en waarschijnlijk nog meer mensen hebben rondgetrokken, die allen verkondigden, dat zij de verwachte Messias waren. De enige, die dat van zichzelf nooit heeft gezegd, was Jezus. De mensen hebben gezegd: hij is de zoon van God. Hijzelf heeft alleen gezegd, dat God zijn Vader was en dat is een andere dan de zuiver stoffelijke relatie die men eruit heeft willen afleiden.

Jezus heeft nooit gezegd, dat hij de meerdere was, ook al heeft hij zich dat vaak getoond. Hij was nederig genoeg om mensen te bedienen wanneer dat zo uitkwam. Hij had begrip genoeg om mensen te helpen wanneer hij vermoeid was, ook wanneer zijn leerlingen vonden, dat het meer dan genoeg was.

Hij had de wetenschap van hetgeen er ging gebeuren, maar liet zich er toch niet door tegenhouden. Hij zei niet tegen zijn leerlingen, dat hij naar Jeruzalem ging om te sterven. Hij zei wel, dat Jeruzalem ten onder zou gaan en hij zei ook, dat zijn eigen leven in gevaar zou komen. Het werkelijke aanvaarden van zijn kruisdood heeft hij pas gezegd kort voor hij met zijn leerlingen naar Calvarie ging en dus na het laatste avondmaal.

Een ingewijde komt niet aan met trompetten: hier is de meester, de verlosser, de leraar, dat kan hij ook niet doen. Daardoor bindt hij zich aan zovelen, dat hij niet meer in staat is om zichzelf te zijn. Een meester moet zichzelf zijn om vanuit zichzelf een kosmische harmonie uit te drukken. Laat u niet te veel misleiden door hen, die zeggen, dat ze meester zijn of degenen, die u vertellen, dat ze u bij de enige ware meester kunnen brengen.

Wanneer u wilt kunt u zo iemand op de proef stellen. Vraag u af wat deze man u geven kan. Wat deze de wereld geven kan. Zeg nooit: hij is mijn meester. De enige meester is de God, die u heeft voortgebracht. Daarmee heb ik eigenlijk datgene wat in de gauwigheid te zeggen is over het onderwerp wel verteld. Misschien heeft u er vragen of opmerkingen over.

*  Ik maak uit uw inleiding op, dat inwijding een soort gelijke schaal is. Steeds meer, steeds beter. U hanteert ook begrippen als klein-ingewijde en groot-ingewijde. Hier is niveau-verschil.

U spreekt toch ook van kinderen en van volwassenen?

*  Wel verschil.

U moet op een gegeven ogenblik een aanduiding geven. Je kunt dan zeggen, dat deze minor is en de andere major. Die heeft dus eigenlijk een soort volwassenheid bereikt. Om het anders te zeggen: hij begrijpt eindelijk de volledige consequentie van zijn eigen geestelijke bereiking. Daarom zeg je dus major. Dat wil niet zeggen, dat de kleine ingewijde minder kan doen dan de grote ingewijde. Dat wil zeggen naar buiten toe. Het betekent wel, dat de grote ingewijde in staat is alles te overzien, terwijl de kleine ingewijde een wat kleiner gezichtspunt heeft en daardoor misschien ingrijpt waar de grote ingewijde dat niet zou doen of omgekeerd.

*  Vraag over ingewijd zijn en leerling-vrijmetselaar.

Dat noemen de mensen een inwijding. Het zou een deel van een inwijding kunnen zijn, maar dat is sterk afhankelijk van de persoon en van de betekenis, die zoiets voor hem heeft. Alleen maar het juiste vierkantje tekenen, de juiste spreuken kennen, dat maakt je nog geen ingewijde. Het is hetzelfde als u als maçon in een tempelbijeenkomst komt en u staat in de juiste opstelling, de juiste woorden worden gezegd, denkt u dan werkelijk dat iedereen daardoor hetzelfde ervaart? Toch wordt er een patroon opgebouwd (we hebben het nu even over de maçonnerie en we nemen dus aan, dat het niet alleen een zakenloge is, want die heb je ook, maar dat u werkelijk geestelijke bedoelingen hebt) dan kun je toch voor jezelf weten, dat sommigen zeer intens het ritueel ondergaan en als het ware een beetje van binnen veranderen door dat ogenblik, terwijl anderen er onberoerd tussen staan en het alleen maar doen omdat het zo hoort. Dan kan degene, die onberoerd blijft een meester zijn met mijnentwege 17 of 18 graden en de leerling als beginnelingetje, die eigenlijk alleen maar terzijde mag staan, die ervaart het. Dan zeg ik u, dat qua inwijding die leerling verder is dan die meester.

Ik hoop, dat ik daarmee duidelijk maak waarom ik zo aarzelend ben om te zeggen, dat de mensen het een inwijding noemen, om de doodeenvoudige reden, dat de uiterlijkheden niet beslissend zijn voor een innerlijk gebeuren en dit innerlijk gebeuren noodzakelijk is wil er sprake zijn van een begin van inwijding.

*  Vraag over opvolger van Christus.

Ik ken het verhaal. Ik ben altijd een beetje diplomatiek omdat je bij dergelijke zaken altijd snel aanschopt tegen het dierbare geloof van de mensen, wat heel veel illusie is. Laten we het zo zeggen: wanneer de Christus weerkeert op aarde, onder de mensen, dan is hij onder de mensen om te werken, dat is duidelijk. Op het ogenblik, dat hij zich als macht manifesteert, niet als dienaar, is hij niet de Christus. Wanneer iemand nu in een advertentiecampagne moet worden aangekondigd, wanneer er overal profeten rondgaan en zeggen, dat hij komende is en dat hij dan en dan komt, dat u het zult zien, ook op de televisie, bij wijze van spreken in Den Haag vandaag – ofschoon het me moeilijk lijkt daar een ingewijde in te brengen, dan vraag ik me af waar we aan beginnen. Hier wordt een abstractie gecreëerd, iemand die boven de mensen staat, niet iemand die versmelt met de mensen en zo met hen deelt. Dan is het dus iemand die de grondeigenschappen van de Christus niet heeft. Als hij die grondeigenschappen niet heeft hoe kan hij dan de Christus zijn.

*  Opmerking over Christus en persoon.

Men zegt tegen u: de lord Maitreya, de grote meester, de leraar, zal u niet alleen de Christus op aarde brengen want de meester leeft heden nog onder ons, maar hij zal ook de manifestaties met zich mee brengen en opnieuw in de stof van al die ingewijden zijn die zijn voorgegaan als de Boeddha, etc. etc.

Met andere woorden dus een geestelijke vorst, die komt met zijn hofhouding om de wereld te regeren, de vrede te redden. Dat is net zoiets als vliegende schotels, die neer zullen dalen om alle atoombommen onschadelijk te maken. Het is niet onmogelijk, maar het is zo onwaarschijnlijk en in strijd met alles, met alles wat er ooit geweest is, dat het op zijn minst genomen verstandig is om terughoudend te zijn.

*  Vraag over aankondiging.

Wij hebben u al vele uitspraken gedaan van een wereldleraar en van een wereldmeester, dus twee verschillende figuren. We hebben u duidelijk gemaakt, dat beiden thans de aarde verlaten hebben. U heeft kennelijk de daarover verschafte gegevens niet onthouden.

*  Opmerking over leraar en meester.

Een leraar en een meester, die werken aan het begin van een nieuwe era zijn te vergelijken met een boer die zaait. Dat is meestal dan de wintertarwe. Het moet de tijd hebben voor het gezaaide vrucht kan dragen. In die zin is hun taak inderdaad vervuld. Dit betekent ook, dat er een levende kern van hun weten en hun zijn is achtergebleven en op de aarde actief is en blijft, maar wel in het verborgene omdat de tijd nog niet rijp is. Nog niet rijp voor een oogst, voor een plotseling overal kenbaar worden van de waarheid, die wanneer ze op dit ogenblik wezenlijk en volledig zou zijn geopenbaard, alle staatshoofden en legers zou verenigen in één groot progrom om de aantasting van hun eigen machtsbewustzijn te slechten.

Dat is de reden waarom de werkelijk ingewijden in stilte werken. Of dacht u, dat een mens in staat zou zijn, werkelijk in staat zou zijn alleen maar samen te leven met een perfecte gedachtelezer, die precies weet wat er in zijn hart leeft.

Denkt u, dat een mens in staat zou zijn werkelijk samen te leven met iemand, die in staat is alles te veranderen naar zijn believen. De aard van de mens brengt met zich mee, dat hij hoe dan ook zichzelf wil laten gelden. Hij wil zichzelf vormen. Wanneer hij zich laat vormen dan is dat alleen omdat hij niet meer op zichzelf vertrouwt.

Een werkelijk meester, zeker een groot geestelijk meester, een kracht die men de Christus of meer zou willen noemen, zal nooit de mensheid maken tot marionetten, hoezeer de vrede daaruit voort zou kunnen komen, omdat de mens die zelf de vrede niet vindt aan zichzelf ten onder kan gaan, zelfs wanneer zij wereldvrede kent. Dat moogt u niet over het hoofd zien.

Voor diegenen, die zich daar zo druk mee bezig houden, hier is een beetje zalf op de wonden. Niets belet u te luisteren naar een dergelijke meester zoals hij zich aankondigt. Kijk naar wat hij is en kijk of u er bewuster van kunt worden. Onthoudt dan één ding, dat kunt u alleen wanneer u uzelf blijft, niet wanneer u al uw eigen denken, streven en gevoelen voor het patroon dat zo iemand u oplegt en u daarmee in feite probeert uw persoonlijkheid te ontstelen. Dat was het.

*  Opmerking over wereldleraar.

Wat geeft het uit welke hoek het komt. Een tijd geleden hadden de theosofen ook een wereldleraar. Op het ogenblik is hij, als ik me niet vergis, weer in uw land, alleen hij heeft het verstand gehad om zelf te zeggen, dat hij niet was wat men wilde dat hij zou zijn. Mensen, die een bepaalde weg volgen, die de neiging hebben te zoeken naar het ideaal, dat die weg voltooit, dat hun gelijk als het ware bewijst en ieder ander. Of dat nu grootmeesters, opperpriesters, etc. etc. zijn, dat maakt geen verschil uit. Personificatie, die men zoekt van het eigen gelijk en vaak projecteert op iemand, betekent in wezen, dat het gelijk niet bestaat. Op het ogenblik, dat het een werkelijkheid is die je beleeft heb je geen behoefte om te te bewijzen en is ze zo. Op het ogenblik, dat je probeert ze te bewijzen en daarom wacht op iemand, die ze zal manifesteren bewijs je, dat het voor jou nog niet echt is en dat je alleen maar hoopt, dat het echt waar zal worden. Ik hoop niet, dat u met dat kwalijk neemt, ik wil niemand van de aanwezigen beledigen.

*  Vraag over de oude elementen, die dicht bij de goden stonden.

U kent tegenwoordig chemische elementen. Vroeger kende men de elementen, die samen het leven uitmaken. U kent ze allemaal wel, aarde, water, vuur en lucht en eventueel daarbij het vijfde element de ether, de bezielende kracht, die in deze elementen doorvloeit. Nu werden deze krachten gezien als een deel van een groter geheel. Dit komt voornamelijk voort uit vroeger Griekse filosofieën. Griekse schrijvers hebben een pantheon vervaardigd uit de vele goden, die anders teloor dreigden te gaan. Deze indeling, Grieks als ze moge zijn ook in haar formulering, vindt zijn weerkaatsing in veel oudere denkbeelden waar men het heeft over de vier winden, de vier richtingen, de vier streken van het kompas zou je hier kunnen zeggen. Op deze manier probeert men het geheel uit te drukken in een verdeeldheid. Door die verdeeldheid probeert men de mogelijkheid te verwerven om het één tegen het ander uit te spelen. Wanneer ik kijk naar de vroegere medische wetenschap bijvoorbeeld dan had men bepaalde denkbeelden. Deze hebben nog tot in 1700 bestaan. Men zei als iemand koorts had, dat het vuur was en dat men dit bestrijden moest met water. Of men zei, dat er sprake was van enorme spanningen, men was rood, dat dit alleen kon verdwijnen door het vuur weg te halen, dus door aderlating. Men zei als iemand kennelijk een teveel aan water was – men noemde dat dat geen diarree – dat dit een verstoring was van de elementen, dus moest men iets vast zoeken en hem dit laten eten. Dat vaste was vaak boombast of aarde. De boombast stopte het dan wel. In het geval van de aarde kreeg men er alleen maar meer zwaarlijvigheid van.

Die elementen waren in die tijd heel iets anders dan men er tegenwoordig onder verstaat. Ze werden beschouwd als bezield. Elk had een heerser. Er bestond een soort goddelijke hiërarchie, eigen aan dat element. Dat waren ook de wezens, die behoorden bij het element. Denkt u maar aan de gnomen, de feeën, de salamanders, de werelden, de zeenimfen. Wanneer u er vanuit gaat, dat alles bezield is geeft dit de rijken aan die tezamen de aarde, dus het menselijk leven regeren.

Na deze korte reeks vragen wil ik graag afsluiten. Ik heb geprobeerd u duidelijk te maken, dat inwijding een zeer persoonlijk gebeuren is, een zeer persoonlijke beleving. Ze kan niet gebonden worden aan scholing of zelfs maar aan bepaalde rituelen.

Ze kan zich alleen in jezelf afspelen. Uiterlijke tekenen en omstandigheden kunnen bijdragen tot de inwijding, ongetwijfeld. Het is zelfs zo, dat een mens die rijp is voor inwijding een uitstraling heeft, die ietwat anders is geworden dan van de meeste mensen. Hierdoor heeft hij de neiging die dingen tot zich aan te trekken, die hem kunnen helpen tot het ook in eigen bewustzijn formuleren van datgene wat er in zijn innerlijk eigenlijk gebeurt. Anders gezegd: een inwijding is in wezen een geestelijk proces, dat echter de neiging heeft alle bijpassende stoffelijke feiten, waarden en mogelijkheden tot zich aan te trekken.

Denk niet, dat u niet ingewijd zult worden of dat u het wel zult worden. Vraag u niet af of u ingewijd zult worden. Probeer gewoon te leven met uzelf, uzelf te aanvaarden. Probeer die wereld te beseffen zoals ze is. Kijk, waar u kunt, door de illusie been. Probeer de betekenis te beseffen van de dingen. Als u bemerkt, dat u daar veel verder mee bent dan een ander, dan moogt u voor mij op uw borst kloppen en zeggen, dat u ingewijd bent, zolang u zich daarbij maar van de zoutpot bedient. Dat mag dan altijd met een korrel of meer genuttigd worden. Onderwerp u nooit aan meesters. Onthoud, dat al degenen, die zeggen, dat zij weten wat God wil, uitspreken wat zij juist achten. Onderwerp u aan hetgeen u als innerlijk juist en goddelijk aanvaardt. Elke mens is iemand anders dan de ander. Ik wil niet zeggen, dat u uniek bent, ofschoon dat qua ziel en geest eigenlijk wel waar zou kunnen zijn. U bent in ieder geval dermate afwijkend in uw mogelijkheden dat u uw eigen vorm, uw eigen besef, uw eigen uitstraling moet vinden en nooit kunt volstaan met het imiteren van een ander. We hebben het daarnet even over de maconnerie gehad. Ik zou willen zeggen: een welbehouwen steen is de steen die past op zijn plaats in de muur van de tempel. Niet de steen die het gladste is, maar de steen die past.

Dat geldt voor u. In de werkelijkheid hebt u betekenis door hetgeen u bent en waarmaakt van hetgeen u bent in uw leven. Al het andere is bijkomstig.