Inwijding en inwijdingsbeleving

image_pdf

9 september 1988

U weet natuurlijk nog steeds dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn.

Inwijding en inwijdingsbeleving dat zijn eigenlijk twee dingen die eerst een beetje uit elkaar gerafeld moeten worden. De meeste mensen denken: Inwijding dat is een soort plechtigheid waarbij je iets ingefluisterd wordt waardoor je meer wordt dan je was. Vergeet het maar. Inwijding is in feite een verandering in je besef, waardoor op een gegeven ogenblik, en dat is meestal tamelijk plotseling, een totaal nieuwe interpretatie van de wereld ontstaat. Je leeft dus als het ware in een wereld met andere waarden. Je kunt dan dat oude er wel bíj behouden, maar dat is een onderdeel geworden van een groter geheel. En daarom zeggen we dus: een inwijding, of het nou een kleine of een grote is, is een uitbreiding van bewustzijn, welke in verschillende fasen tot stand komt, maar plotseling beseft pleegt te worden.

Inwijdingsbeleving is weer heel iets anders. Het is het beleven van een plotselinge verandering, een soort hergeboorte. En zoals u weet heeft praktisch elke hergeboorte en elke geboorte een pijnlijk ogenblik, een ogenblik waarbij je tussen twee werelden zweeft. De mens die rationeel is, zal op dat ogenblik proberen toch een samenhang te ontdekken en maakt daarbij gebruik van allerhande symbolen. Gebruikelijke symbolen uit het verleden zijn bijvoorbeeld de tocht door de elementen, dus het gaan door het vuur, het gaan langs de afgrond, de lucht, het gaan onder de aarde, het gaan over de wateren…

In weer andere gevallen krijgt u te maken met een inwijding waarbij je uittreedt en tijdens de uittreding ook een groot aantal verschillende dingen doormaakt, bijvoorbeeld in bepaalde Egyptische inwijdingen: de gang door het vuur en de strijd met de slang. Het heeft allemaal te maken, direct of indirect, met een enorme wereldverbondenheid en gelijktijdig een reeks symbolen, waardoor die verbondenheid met alle pijnlijke realisaties die nog niet volledig ontwikkeld zijn, in symbolen wordt uitgedrukt.

In de oude tijd waren er inwijdingsrituelen en plechtigheden. En een deel daarvan zijn bewaard gebleven. U kunt ze in bepaalde Rozenkruizersgraden terug vinden, u vindt ze verder bij loges als die van de maçonnerie bijvoorbeeld. Maar ook hier gaat het om symbolen en symbolische handelingen en het werkelijke bereiken is innerlijk.

Als u vrijmetselaar wilt worden bijvoorbeeld, dan komt u op een gegeven ogenblik voor een gezelleproeving en wat gebeurt er? Men laat u een tekening maken van wat u bent. En dan wordt van u verwacht dat u de perfect behouwen steen uitbeeldt, een mooi vierkantje bijvoorbeeld. Dat symbool, dat kan eigenlijk pas ontstaan nadat je heel erg hebt nagedacht over wat jezelf bent, wat je wilt zijn, je richting dus en daarna dus uit de gebruikelijke mythologie die erbij hoort, dat symbool pakt wat volgens jou de beste uitdrukking is van je wezen en je mogelijkheden.

Bij inwijding gebeurt eigenlijk iets dergelijks. Want inwijding is niet altijd een kwestie van een gemeenschap, zwaardragende mensen, kandelaars, symbolische begrafenissen en dergelijke. Inwijding is heel vaak een zuiver persoonlijke zaak. En over het algemeen begint het met het gevoel dat je iets meer kunt of dat je iets meer bent dan een ander. En wanneer je dat doorleeft, dan ontstaan er langzaam maar zeker allerhande feiten. Je kunt dingen doen, zien, aanvoelen, horen, voorspellen, noem maar op, genezen.

Maar dan komt er ook een ogenblik dat het eigenlijk onbelangrijk begint te worden. Je doet het misschien nog wel, maar je bent er niet helemaal meer bij. Het telt niet meer zo en op een gegeven ogenblik ben je eigenlijk die gave kwijt: je kunt ze nog wel gebruiken, maar voor jezelf heeft ze geen zin meer. We zeggen wel eens, dan heb je een periode dat je het gevoel hebt dat je ziel onder een kaasstolp staat, want je voelt je afgesloten. In die afgeslotenheid ga je anders kijken naar de manier waarop je leeft en je probeert er weer wat anders van te maken. Lukt je dat, dan wordt die beslotenheid opgeheven en zie je hoe allerhande belevenissen op je afkomen.

En ook daarmee moet je dan weer klaarkomen, je moet een bepaald denkbeeld vinden weer, dat bij je past en dat een zeker gevoel van harmonie in jezelf opwekt. Heb je dat, dan kun je natuurlijk daar blijven. Er zijn mensen die door dit gevoel van zekerheid en tevredenheid in slaap worden gewiegd. Maar wanneer je verder gaat, dan verlies je je zekerheid. Er is eens een bekend theoloog geweest die zei: ‘Een mens die nader tot God wil komen, moet zo nu en dan wel aan zijn bestaan twijfelen, want zonder de twijfel vindt hij de ware overtuiging niet’. Ik denk dat hij gelijk had.

Met inwijding is het precies hetzelfde. Je raakt weer in twijfel en de spanningen bouwen zich op en op een gegeven ogenblik verplaats je dan heel vaak al je bezigheden naar buiten toe. Dat zijn van die mensen die dan ineens ontzettend actief worden voor hun medemensen: de een die is voor de groenvoorzieningen, en de ander die zorgt misschien voor de arme kindertjes of iets dergelijks. Ik weet niet wat tegenwoordig in de mode is. Maar die uiterlijke dingen zijn eigenlijk een poging om jezelf ervan te overtuigen dat je betekenis hebt. Maar dan zeg je ook op een gegeven ogenblik: ‘Ja, ik doe het nu wel, maar er zou eigenlijk heel iets anders, heel wat meer moeten gebeuren’. En uit die innerlijke onvrede ontstaat dan weer een ander gevoel. Het is of je de wereld als het ware afleest. Het is maar een term, ik heb hem bovendien van het medium geleend, want ik wou niet al te geleerd doen. En dan moet je dus het beste begrip vinden dat je uit de stomste kop aanwezig vindt, maar als het nodig is dan zijn er hier nog wel meer waar ik uit kan putten, waarmee ik niet wil zeggen dat u menselijk gezien dom bent: maar geestelijk, ja, dat ben je betrekkelijk gauw. Dat is eigenlijk niets anders dan een harmonisch gevoel, een soort resonantie misschien. Daardoor ga je de dingen in andere betekenissen zien.

En op een gegeven ogenblik, dan is het net of die wereld verschuift, of je ze uit een andere hoek bekijkt. Maar ze is niet alleen verschoven, maar ze is ook als het ware in kleuren uitgedrukt. Je voelt overal verschillende krachten aan, je merkt wat er allemaal gaande is en dan probeer je daarin en daarmee te werken. Die werkzaamheden, die zijn over het algemeen, laten we eerlijk zijn, betrekkelijk nutteloos, maar ze geven je een intense binding met wat er aan de hand is en wanneer je dán komt tot die fase waarbij je zegt: ‘Ach, ik deel wat ik ben en wat ik heb met een ander zo goed als ik kan en voor de rest, laat het maar verder gaan, het komt wel terecht’. Dan heb je eigenlijk eerst een kleine inwijding achter de rug. D.w.z. dat je eigenlijk in een voortdurende wisseling van zelferkenning en zelfvrede steeds weer naar onrust bent gegaan, van die onrust naar verandering en vernieuwing en van die verandering en vernieuwing weer naar een periode van rust.

Het is niet voor alle mensen precies hetzelfde, maar tot je de door mij genoemde kleine inwijding bereikt, zijn het gemiddeld drie à vier trappen. Nu heb je een wereld, waarin dus krachten, zeg maar geestelijke krachten, het zijn ook kosmische krachten eigenlijk, beseft worden, aangevoeld worden, soms ook gezien en erkend worden. Maar je bent nog steeds niet zo ver dat je het geheel kunt zien als werkelijk een harmonie. Laat ik het zo zeggen: u bent een schilderij aan het bekijken en u ziet wel de verschillen van pigment, maar nog niet de voorstelling. En dan langzaam maar zeker ga je verbindingen erkennen. Door die verbindingen raak je los van je eigen wereld. Want de samenhangen zijn veel belangrijker dan alleen de symptomen.

En zo groei je naar een wereld waarin geestelijke waarden, geestelijke werelden en krachten eventueel kenbaar zijn geworden, beleefbaar, zonder dat je nu menselijk gezien kunt zeggen: ik zie het of ik hoor het of ik weet het, het is er gewoon, spontaan, er is een tweede iets en als je dat tweede iets eenmaal hebt, moet je leren met dat tweede iets te versmelten. Die versmelting is niet, zoals de mensen wel eens denken, een oplossing van jezelf, maar het is een deel worden van een geheel, waarvan je bewust zelf een uitvoerende factor blijft. Heb je dat volbracht, dan ben je in staat om uit al die krachten om je heen te putten, wanneer je iets wilt doen. Maar je doet alleen de dingen die in overeenstemming zijn met dat geheel. Want dat andere is voor jou bijna onmogelijk geworden.

En op deze wijze ga je dan leven in vele werelden tegelijk. Het ene ogenblik ben je op een geestelijk vlak bezig, het volgende ogenblik ben je zuiver materieel bezig. Het ene ogenblik leef je vanuit de gevoelswereld van anderen, het volgende ogenblik sta je met de harde feiten en even daarna erken je allerhande kosmische stromingen en zie je de onvermijdelijkheden die eruit voortkomen. Op zo’n ogenblik spreken we van een grote inwijding. Een grote inwijding is dus in feite niets anders dan een vervollediging van je besef, waarbij je niet alleen een groter deel van je hersens, inclusief het onderbewustzijn, beter leert gebruiken, maar gelijktijdig ook een aanvoelen, wat we dus een geestelijk vermogen toch mogen noemen, een aanvoelen, een zien en weten dat niet meer zintuiglijk kan worden uitgedrukt, die langzaam maar zeker versmolten zijn.

En dan zeggen ze wel eens: ja, een ingewijde is meer dan een mens, dat is niet waar. Een ingewijde is een mens zoals die zou moeten zijn. Weet u, in de bijbel staat dat Adam wandelde met God. Ik raad de aanwezige heren niet aan om Adam te imiteren hier, want u zou weer wegens uw kostuum onmiddellijk moeilijkheden krijgen, en de dames ook niet voor Eva te spelen, per slot van rekening: u hoeft niet in de fruithandel te gaan, er zijn interessantere dingen. Maar het idee ‘wandelen met God’, dat is eigenlijk de inwijding. Het is een terugkeer tot een bestaan dat je vroeger gekend hebt, maar een bestaan dat je toen niet bewust kon beleven en dat je nu voor jezelf bewust kunt uitdrukken.

En ja, dan die belevingen, o lieve mensen, lieve mensen. Inwijding is een procédé, dat je niet kunt dwingen. Het is ook een procédé, waarvan je niets moogt en kunt verwachten. Hoe meer u druk bezig bent om ingewijd te worden, hoe groter de kans is dat u uiteindelijk alleen met schade blijft zitten. Er heeft eens iemand gezegd, als je er te veel uit wilt persen, nadat je gegeten hebt, dan moet je rekenen met beien, hè. Nu ik zou zeggen dat kun je geestelijk ook krijgen, dan wordt alle geestelijke werk wordt pijnlijk, en eigenlijk kun je daar niets meer mee doen. Het moet ongemerkt, het moet natuurlijk verlopen. Maar als het natuurlijk verloopt – u hebt dat uit het voorgaande gedeelte gehoord – dan zijn er natuurlijk perioden van neerslachtigheid bij. Inwijding is niet: halleluja, we gaan vooruit, of karma of iets dergelijks. Inwijding is een golfbeweging, een top van bewustzijn, gevolgd door een dal van frustratie. En in de frustratie ontstaat de verwerking van de betekenis van het voorgaande bewustzijn en daarmee pas de mogelijkheid tot een uitbreiding van het bewustzijn te komen.

De inwijdingsbeleving is dus een zeer wisselende reeks van gevoelens en de beleving ervan zul je over het algemeen voor jezelf proberen uit te beelden. Er zijn mensen die heel blijmoedig komen verkondigen: ik heb een nieuwe inwijding, ik zit op de vijfde straal. Dan denk ik ook: ja, die zijn waarschijnlijk in een of andere disco geweest, nietwaar, en getroffen door de laser en nu zijn ze dus op de vijfde laserstraal aangekomen. Maar voor hen is dat gewoon een symbool, ze zien die wereld in stralen, niet zo gek, het is een vaak gebruikt symbool. Het enige wat ze niet begrijpen is dat een straal een hoofdwerking is en dat je niet van de ene hoofdwerking op de andere kunt overstappen. Maar ja, het hindert niet, als zij het zo uit willen drukken, best.

Er zijn ook mensen die zeggen: Ja, ik heb in mijn droom een hogepriester van Osiris ontmoet en die heeft mij ingewijd. Nu, als je nu werkelijk nog denkt dat er oude Egyptische priesters zijn die zo getikt zijn: voor mij mag het, maar wees eerlijk, het is een symbool. Je hebt een ontmoeting gehad met een hogere kracht en omdat je die kracht, die deel is van jezelf, niet kon begrijpen, heb je daar dat beeld bij gebruikt. Er zijn ook mensen die zeggen: Ja, nu heb ik twee inwijdingen gehad en waar blijft nu de derde. Zolang je dat blijft roepen, komt hij niet. Want een inwijding is een groeiproces.

Hebt u wel eens een kamerplant gehad die u teveel mest hebt gegeven? Wat verlept ziet zo’n kreng er dan uit, hè? Nu, zo gaat het met u als u probeert met téveel geestelijk voedsel en andere krachtmiddelen uzelf op te fokken tot veel meer dan uw bewustzijn u op dit moment toestaat te zijn. En als u dat hebt, dan krijgt u met enorme frustraties te maken en heel vaak ook nog met allerhande waanideeën. Laat u zelf er alstublieft niet toe opzwepen. Het gevoel van ‘het gaat niet verder’ betekent gewoon: ik wacht wel, ik heb de tijd. En dan zegt u: ja, maar ik, ik zit al op de, nu, noemt u maar op de 40, de 50, de 60, de 70, de 80, voor mijn part, ik moet opschieten. Waarom? U hebt de eeuwigheid. Want wat je bereikt als inwijding is een eenheid met een totaliteit.

Die eenheid met die totaliteit die wordt altijd ter enigerlei tijd voor u mogelijk. De een doet er duizend levens over en de ander kan het misschien in vier doen, ik weet het niet. Weest niet ongeduldig. En ja, heel veel mensen worden dan negatief. Ze gaan kijken naar de dingen die er niet zijn. Een ingewijde is redelijk gelijkmoedig om niet te zeggen een beetje onverschillig zo nu en dan, tenminste in uw ogen. Het is iemand die heel goed weet wat hij wel en wat hij niet wil. Maar die zich eigenlijk voortdurend probeert te voegen naar anderen. Iemand die wonderen kan doen, maar ze eigenlijk alleen terloops voortbrengt, als er een gelegenheid is en niet als wonderdoener of supernaturale goochelaar probeert op te treden. Het is het langzame groeiproces, waardoor alles wat er gebeurt voor jezelf eigenlijk natuurlijk is. Dat moet u onthouden.

Op het ogenblik dat u verstomd staat over uzelf, geniet er even van en ga over naar de orde van de dag, zonder verdere verwachting, dan groeit u verder. Wees nooit mistroostig, omdat het niet gaat of omdat het anders gaat. Want de verwachtingen die je hebt zijn menselijk, zijn mengsel van wensdromen, gekende feiten en veronderstellingen, waar heel vaak geen enkele achtergrond bij is. Ga gewoon verder, zo blijmoedig mogelijk: zoek in alle dingen altijd weer het licht en het positieve te kennen en dan kun je jezelf aanvaarden en wat meer is, je kunt de wereld aanvaarden. En de wereld is ook niet zo bijzonder, vindt u? Ik weet niet hoe je dat uit moet drukken. Ik vermoed dus dat Dennis de Bengel uiteindelijk een projectie is van de onlustgevoelens plus de behoefte om toch goed te zijn, die Mrs. Tatchers echtgenoot voortdurend in stilte koestert. Maar wat hindert het, zo’n samenhang…

De wereld is misschien niet zoals ú hem zou willen zien, maar ze is aan het veranderen. Die wereld gaat ook verder en dat verder gaan dat mag niet liggen in ‘de techniek en de wetenschap’. Natuurlijk, de wetenschap moet er zijn en de techniek is makkelijk, maar de wereld moet meester zijn van de techniek en bewust gebruik maken van de wetenschap en ze niet zien als een einddoel in zichzelf.

Ik heb niets tegen een godsdienst, maar wanneer je de godsdienst stelt boven de mens, dan vergeet je vaak dat God de mens heeft geschapen. En dan misacht je een groot gedeelte van zijn werk. Kijk gewoon naar de goede dingen die er zijn en probeer er zelf wat extra bij te doen. Help anderen om een beetje beter zichzelf te zien, misschien. Help anderen eens een beetje uit de put te komen, een beetje blijmoediger te zijn en probeer ze vooral niet op een of andere manier teveel tegemoet te komen, want je moet jezelf blijven. Als je dat doet dan zul je ontdekken, dat de gevoelens van een inwijding eigenlijk heel normaal zijn. Het zijn gevoelens van een innerlijke vrede, waardoor de uiterlijke dingen minder belangrijk worden. Het is soms het aanvoelen van een innerlijke kracht, waarvan je niet eens weet hoe en waarom, maar die je bijna instinctief gebruikt op het ogenblik dat het nodig is. Het is een soort kleurtje dat je in jezelf voortdurend ziet als je even naar binnen kijkt, meer niet. Maar dat is dan ook wel iets waardoor je gelukkig kunt zijn, ondanks alles.

En gelukkig zijn is een van de gevoelens die bij de inwijding voortdurend weer komen op het ogenblik dat we even stil staan, dat we even op de top van het bereikte rusten, voordat we, ziende wat er nog meer zou moeten zijn, weer even bijna gefrustreerd, zeggen: nu ja, ik moet met die wereld leven, maar ik ga verder en dan ineens, dan heb ik weer iets te pakken en dan klimmen we weer verder en dan krijgen we, ja, een soort Sinterklaasverwachting: ik heb het gevoel dat er morgen een pakje komt, ik weet niet wat erin zit, maar, o, jongens, wat ben ik dol op verrassingen.

De gevoelswereld is dus eigenlijk een heel normale. Want wat u voelt in uw geestelijke groei, wanneer u een inwijding ondergaat, verschilt niet zoveel van wat mensen voelen, die gewoon leven en met de feiten geconfronteerd worden en met zogenaamde toevalligheden dan plotseling ook verrassingen beleven of zich gefrustreerd voelen. Maar het belangrijke van inwijding is niet dat je hem krijgt, het belangrijke van een inwijding is dat je onderweg bent, dat er steeds weer in jou iets gebeurt, dat je toch weer de dingen beter leert begrijpen of misschien zelfs zien. Het is de ontplooiing van je eigen persoonlijkheid tot het werkelijke ik, dat kosmisch bestaat, in steeds grotere mate in je bewustzijn tot uiting kan komen en zelfs in je menselijke fase een grote kracht en zekerheid betekent, waaruit je handelt.

Denk niet dat er een inwijding bestaat, waarbij je alle dingen zult weten. Want menselijk weten is een vorm van onwetendheid die herleid wordt tot het zogenaamd rationele denken. Maar je zult beseffen, je zult deel zijn van, en u bent allemaal deel van een wereld die verder groeit: van een mensheid die verder groeit en die zelfs wanneer de aarde voorbij zal zijn, verder zal groeien op een andere planeet bij een andere ster, in een andere wereld misschien, in een andere dimensie. U komt tot een inwijding, d.w.z. u komt tot het werkelijkheidsbesef van uw ware wezen. Laat dat genoeg zijn, wat moet ik er meer over zeggen?

U hebt waarschijnlijk een aantal gerichte vragen: sommigen zullen ze voorbereid hebben. En na de pauze zal ik ze graag beantwoorden. Maar ik hoop u duidelijk te hebben gemaakt, wat een inwijding in feite betekent. Niet de symbolen ervan, maar de innerlijke verandering. En ik hoop u duidelijk te hebben gemaakt dat inwijdingsgevoelens uiteindelijk niets anders zijn dan een soort emotionele weerkaatsing van een proces dat zich in ons afspeelt en dat is bij alle gevoelens bijna het geval. Na de pauze hoop ik u weer te ontmoeten. Maar ik meen dat als inleiding dit kan volstaan. Ik dank u voor uw aandacht.  

Vragen

Zo vrienden, daar zijn we weer. Ik zou nu graag verder willen gaan met de vragen die u hebt gesteld. Schriftelijke vragen eerst natuurlijk. Mag ik beginnen met nummer één.

  • Bestaat in de zuivere verlichte staat de persoonlijkheid nog wel? Als het geheel is opgelost, hoe kan ze daarna weer herrijzen?

U vraagt me iets wat ik alleen tot een zekere hoogte kan beantwoorden, maar zeker tot de hoogte van de grote ingewijden. De grote ingewijde is gelijktijdig uitvoerend orgaan van het geheel dat hij in zichzelf kent en is daarnaast eigenlijk toch zichzelf. Het klinkt misschien een beetje vreemd om het zo te zeggen, maar Jezus bijvoorbeeld was een mens, maar hij was ook iets anders. Apollonius was een mens, kon ontzettend driftig zijn, en al die dingen meer, maar gelijktijdig was hij veel meer dan dat. En een deel van zijn handelingen werden bepaald door invloeden die niet menselijk waren.

Maar de ingewijde is geen voertuig van de kracht zonder meer, hij is deel van de kracht, dat is zijn werkelijke bron en deze bron is eigenlijk het leidsnoer van de persoonlijkheid die toch ook bestaat. En wanneer dan zo iemand overgaat, dan kun je ook zeggen: zo iemand blijft die gedaante wel houden. Wanneer je de grote geesten ziet, bijvoorbeeld Jezus en de laatste Boeddha en zelfs Mohammed, dan zeg je: dat zijn gewoon mensen, maar gelijktijdig zijn ze een totaliteit van licht en kracht die zo ontstellend is, dat het moeilijk is om te zeggen, ze zijn alleen dit. Dus het is niet een kwestie van ‘staat het ik weer op’, nee, het ik is versmolten, maar het houdt zijn specifieke persoonlijke uiting, maar daarbij is het geheel altijd dominerend t.a.v. het ik, zoals dat zich stoffelijk of anderszins manifesteert. Voldoende?

  • Er is hier in de orde wel eens gezegd dat als je Jezus ziet dat hij te zien is als een grote lichtende zuil, krachtzuil.

Ja, dat ligt eraan onder welke omstandigheden u hem ziet. Wanneer u Jezus gewoon ziet als hij zich manifesteert, dan zie je gewoon een mens: hij was niet al te mooi, niet al te groot, erg donker, betrekkelijk ruw van huid zelfs en dat wordt gereproduceerd op bepaalde geestelijke niveaus. Maar wanneer je te maken hebt met de kracht die Jezus is, dan heb je inderdaad te maken met een soort wit licht en dan kun je zeggen, een lichtende zuil of wat, dat is dan alleen maar een symbool wat je gebruikt om aan te geven dat het vooral een macht is, een kracht, en dat eigenlijk de figuur daarin dan tijdelijk versmelt, omdat je met een totale uiting te doen hebt. Maar op het ogenblik dat die uiting weer op een persoonlijk niveau komt, dan verdwijnt a.h.w. een groot gedeelte van die uitstraling en dan blijft er een figuur over die nog wel lichtend is, maar die toch menselijk kenbaar is, die in een menselijke gestalte te zien is.

  • Is het een vast gegeven of een veel voorkomende feit dat men één van zijn laatste zeven levens een soort kruisigingservaring moet doormaken: maakt iedereen iets dergelijks wel eens mee in zijn evolutie?

Nou, een ‘kruisiging’, dat is natuurlijk, dan zitten we weer aan de christelijke symboliek vast. Maar er komt altijd een periode in het geheel van een inwijding, waarbij je een keuze moet maken tussen jezelf en datgene wat je bent, innerlijk bent en dat is meestal een keuze die erg onaangenaam is, dat ben ik met u eens: want je hebt je de stoffelijke persoonlijkheid en die houdt misschien van rijkdom en je moet arm worden. Je hebt een behoefte om met vrienden toch redelijk prettig door het leven te gaan en je moet ineens het risico nemen van vervolging en sterven. Dat zit er wel in.

En in enkele gevallen kun je er je aan onttrekken, omdat het doel vervuld is. En in andere gevallen moet je het gewoon ook a.h.w. uitbeelden. En Jezus aan het kruis beeldt de sterfelijkheid uit, terwijl hij gelijktijdig de onsterfelijkheid blijft. Maar anderen die, bijvoorbeeld een Boeddha, nu ja, die sterft heel rustig. Waarom? Omdat hij het weer op een andere manier heeft gedaan. Maar zijn conflict is geweest dat hij als vorstenzoon, voortdurend in de verleiding werd gebracht om méér aandacht aan vorsten en hun hofhoudingen te geven dan aan de eenvoudige mensen, terwijl hij voor de eenvoudige mensen was gekomen. En daar heeft hij ook een aantal oplossingen voor moeten vinden, die voor hem persoonlijk natuurlijk erg onaangenaam waren. Dus in die zin: ja, je zult altijd wel een offer moeten brengen om waar te maken wat je als innerlijke grootheid in jezelf hebt erkend.

  • Ramana Maharishi schijnt een operatie, zonder enige verdoving, aan zijn arm te hebben ondergaan zonder te reageren, hoogstens zeer afstandelijk ’there is some pain’, niet ‘ik heb pijn’. Bewijst dit niet dat hij werkelijk vrij was van het lichaamsbewustzijn (los van lichaamsidentificaties) en inderdaad in een diepere werkelijkheid verbleef?

Nee, dat kun je niet zeggen. Je kunt namelijk op een gegeven ogenblik door een sterke concentratie bepaalde eenvoudige pijnprikkels uitsluiten. Dit kan ook gewoon met de hatha yoga, dus alleen met de oefeningen van lichaam en lichaamsstromingen en dan hoeft er niets geestelijks bij te zijn, maar dan kun je dat ook. Maar je kunt je in een bepaalde toestand brengen, waarbij je dus ongevoelig bent voor pijnprikkels, en afstandelijk gadeslaat wat er gebeurt, dat is volkomen waar.

  • Er wordt vaak veel betekenis toegekend aan helderziendheid. Echter, zichzelf kennen is toch veel belangrijker dan een ander doorzien. Kennen helderzienden door hun gaven zichzelf automatisch ook beter?

Hoe meer je helderziend bent, hoe minder je in de spiegel kijkt met je helderziendheid. M.a.w. het doorzien van dingen of het zien in tijd, wat ook helderziendheid is, gaat heel vaak gepaard met het onvermogen om jezelf te zien. Werkelijke helderziendheid kan dus voorkomen op grond van, zeg maar parapsychische begaafdheid zonder dat daar een bewustzijn achterstaat. Maar wanneer je ingewijd bent, dan ben je tot op zekere hoogte ook helderziend, alleen de helderziendheid wordt a.h.w. terzijde geschoven, tenzij ze saillant is, dus betekenis heeft op het ogenblik voor anderen of voor jezelf. Je zelfkennis valt dan tijdelijk weg in het visioen.

  • Krishnamurti stelde dat een grote liefdevolle verstilde aandachtstoestand nodig is om zichzelf te kennen, waarbij men niet gehinderd door woorden, gedachten, herinnering, kennis, en ervaring en aldus oog in oog komt te staan met zijn angsten, begeerten, emoties etc. M.a.w. is kennis voor zelfinzicht (i.t.t. zelfkennis) niet noodzakelijk of zelfs een hinderpaal?

Zelfkennis is noodzakelijk om jezelf juist te kunnen hanteren. Maar als je niet tot inzicht bent gekomen in jezelf, dan heb je aan die kennis heel weinig, omdat je niet weet met welke kracht je werkt.

Verstilling, ja, het is een vorm, een uitdrukking, maar je zou het misschien het beste zo kunnen zeggen: jezelf beleven kun je alleen door niet aan jezelf te denken. En hoe minder je gericht bent op iets wat vaste waarde heeft, hoe zuiverder je beleeft wat je bent. Dat is volledig waar. Wanneer je die beleving echter hebt, moet je jezelf in je uiting beschouwen volgens deze innerlijke beleving. Hierdoor ontstaat de zelfkennis, waarbij je zowel je tekorten als je mogelijkheden juister leert hanteren.

  • Van welke aard is de confrontatie ‘met de wachter aan de drempel?’

O ja, magische term. Ja, een Engelse schrijver die dat zo mooi heeft geïmpliceerd. Het is eigenlijk niets anders dan dit. Wanneer u uittreedt en u wilt uittreden naar hogere werelden, dan zult u altijd geconfronteerd worden met uw eigen onvolkomenheden en uw onvolkomenheden uiten zich in schuldbesef, angsten en dergelijke. Je zult deze onder ogen moeten zien, want anders dan word je daardoor teruggedreven, dan kun je niet bereiken.

De wachter aan de poort is dus in feite de negatieve kant van je ego dat je moet aanvaarden om de harmonische werkelijkheid van een hogere wereld te kunnen zien, beleven en doormaken. Het is een mooi beeld, ik hoop niet dat u nu denkt aan een generaal met een pokdalig gezicht en wat versleten reeks lintjes die klaar staat om je uit de hogere sfeer weg te gooien en waar je elke keer een robbertje mee moet vechten.

Het is doodgewoon: elke mens heeft angsten, hij is bang voor zichzelf, voor zijn eigen kwaliteiten, voor zijn eigen eigenschappen. Hij aanvaardt zichzelf niet: hij zou zichzelf willen zien als een ideaalbeeld, en hij weet het niet te zijn. Wanneer je dan verder wilt gaan dan de astrale werelden en, nu ja, misschien een zomerlandsfeertje, dan moet je dat beeld van jezelf opzij zetten. Om het heel simpel te zeggen: de wachter aan de poort is het gebrek aan zelfaanvaarding en zelfervaring dat de mens belet harmonisch te zijn met de krachten die in hem wel degelijk bestaan, maar die hij nog niet heeft erkend.

  • Is het erkennen van de wachter aan de drempel hetzelfde als het erkennen van je persoonlijke godsbeeld uit de esoterische magie?

Laten we hopen van niet, want anders hebt u een zeer duistere god. Het heeft dus niets te maken met een godsbeeld, maar het is een projectie van jezelf en dat kan ik niet vaak genoeg herhalen, omdat bijna iedereen daar – zelfs gewoon in een gevoelsdenken – mee geconfronteerd pleegt te worden. U bent wie u bent, d.w.z. u hebt positieve en negatieve kwaliteiten, maar positief en negatief, dat komt vanuit uw wereldbeeld, uw scholing, uw omgeving en daarom behoeft het niet juist te zijn. Aanvaardt uzelf zoals u bent. Zeg niet: ik ben slecht of ik ben goed. Aanvaardt uzelf zoals u bent. U zult dan ontdekken dat de wachter aan de poort op u geen invloed heeft, want u schrikt niet meer terug voor een werkelijkheid die u probeert te ontkennen, terwijl dat in feite niet noodzakelijk is. Aanvaardt datgene wat je bent en werk ermee. Dat is beter dan te zoeken naar een ideaalbeeld dat je nooit kunt bereiken en voortdurend weg te vluchten voor je eigen tekortkomingen.

  • Is het erkennen van de wachter hetzelfde als het ingaan in het witte licht?

Neem me nu niet kwalijk, maar dat is nu precies hetzelfde of u zegt: is het kopen van een zaklantaarn het verwerven van een elektrische atoomcentrale. Dat zijn onvergelijkbare grootheden. De wachter aan de poort, ik heb het duidelijk genoeg gezegd, is een ik-beeld. Wanneer u dat ik-beeld accepteert, komt u inderdaad in harmonieën met hogere werelden. Dan kunt u uittreden tot werelden die eigenlijk onomschrijfbaar zijn en die dan sommige mensen proberen uit te beelden als het zweven van engelen boven gouden velden of iets dergelijks. Maar het zijn alleen symbolen.

Maar het witte licht, het witte licht is heel iets anders. Het witte licht is datgene waarin de tegenstelling ophoudt te bestaan, waarin de eenheid alomvattend is en gelijktijdig de alomvattendheid in het deel van de eenheid beleefd wordt. Ingaan in het witte licht is jezelf verliezen, dat is heel iets anders dan de wachter van de poort overwinnen, wat eigenlijk neerkomt op een zelfaanvaarding waardoor je harmonisch kunt voorgaan.

  • Is een eenmaal bereikte inwijding blijvend gedurende alle volgende incarnaties?

Als je een keer hebt leren fietsen, kun je er wel eens een tijdje mee ophouden, maar zodra je weer een rijwiel hebt, gaat het ontzettend vlug weer verder, met schaatsenrijden precies hetzelfde. Zo is het ook met inwijding. Natuurlijk, wanneer je een nieuwe incarnatie hebt, dan zal de inwijding die je hebt gehad, bepalend zijn geweest voor de incarnatie die je kiest, dat is duidelijk. Maar je bent je dan niet onmiddellijk van het ingewijd zijn bewust, dat is maar heel zelden en dan moet je een hele hoge geest zijn. Maar je zult alle dingen a.h.w. herkennen. Er zijn mensen die een vreemde taal onder ogen krijgen en die het gevoel hebben van er iets in te herkennen en die zo’n taal ook heel gemakkelijk leren. Ze absorberen, het is meer alsof iets in herinnering wordt geroepen. Nu, zoiets heb je nu ook met bepaalde geestelijke waarden. Dan gaat het zo gemakkelijk en zo snel, dat je niet meer kunt spreken van een inwijdingsproces met al zijn hoogtepunten en al zijn diepten, maar eerder een je herinneren tot je in de herinnering de oude toestand herbereikt.

  • Kan er een terugval zijn in het inwijdingsproces en zo ja, kunt een voorbeeld geven?

Er bestaat één vorm van terugval die denkbaar is. Bij elke soort van inwijding en zelfs bij elk bewust gebruik van krachten die men op aarde nog paranormaal pleegt te noemen. Dat is namelijk dit. Wanneer je kiest voor de totaliteit, de eenheid met de totaliteit, dan kun je nooit kiezen voor jezelf. Maar soms dan is het erg moeilijk om zo te leven en dan kies je voor jezelf. En als je voor jezelf kiest, dan maak je de inwijding a.h.w. ongedaan, d.w.z. de kwaliteiten die je door de inwijding hebt gekregen, behoud je wel, maar je kunt niet meer gebruik maken van de lichtende krachtbron en je moet daarvoor andere krachtbronnen aanboren. Dus in die voege is dat mogelijk, maar zelfs dan kan na zo’n terugval een periode komen, misschien dat je die inwijding nog net niet helemaal haalt, omdat je steeds jezelf moet overwinnen, maar na een paar incarnaties kom je toch weer op hetzelfde peil terug en dan kun je misschien wel positief kiezen.

  • Is de inwijdingsbeleving altijd iets dat gepaard gaat met energie?

Ja, een gekke vraag. Je zou eigenlijk een gek antwoord willen geven. Ja, ik zou zeggen: als er een lichtmeter is en een aansluiting op het net, moet je toch het knopje omdraaien. Maar een inwijdingsproces brengt de mogelijkheid tot gebruik van kracht of het nu een bewuste of een nog onbewuste gang naar inwijding is, je krachten, je mogelijkheid dus bepaalde geestelijke en levenskrachten te gebruiken, neemt toe.

Of je dat ook werkelijk zult doen, is een andere vraag en wanneer het een onbewust proces is, dan weet je over het algemeen ook nog niet precies hoe je het moet doen, dan moet je het leren. Maar in die zin neemt dus inderdaad, met het verdergaan op dit pad, de kracht waarover men kan beschikken toe. Van een bewust gebruiken van kracht is echter eerst sprake na de kleine inwijding, zoals dat heet, het besef dus van verbondenheid. Volledige ontplooiing en wat men noemt miraculeuze krachten ontstaan over het algemeen pas na de volle inwijding of hoge inwijding, waarbij het ik deel is van de eenheid en dus uit het geheel werken kan zonder daarop een beroep te doen, gewoon als deel ervan. Maar ja, krachten zijn er altijd bij, maar als u leeft hebt u ook kracht nodig.

Ik heb niemand horen hijgen hier, maar u zit wel allemaal adem te halen. Levenskracht hebt u ook allemaal, de een gebruikt het wat beter dan de ander, ben ik met u eens, maar die levenskracht neemt u voor een deel op uit uw omgeving en voor een deel wekt u die ook organisch bij uzelf op, vooral in de dwarsgestreepte spieren. Dus, wanneer we reëel zijn, moeten we zeggen: alles wat met leven te maken heeft, heeft energie en elke vorm van bewuster leven betekent een juister gebruik van energie en daardoor beschikken we over meer energie op de punten waarop dat noodzakelijk is. En dan is het duidelijk dat dit in een inwijdingsproces ook inderdaad toeneemt. Maar in het inwijdingsproces zijn er altijd perioden dat je je een beetje gefnuikt voelt, dat je je afvraagt waar het allemaal goed voor is: nu dan heb je minder energie. Niet omdat ze er niet is, maar omdat je tijdelijk niet in staat bent de juiste harmonie te vinden daarmee om ze te manifesteren.

  • Hoe kan een Tibetaanse lama een inwijding stimuleren?

Door suggestie. Nu vraag je me iets wat een beetje moeilijk is om te verklaren. Tibetaanse lama’s kunnen bepaalde paranormale kwaliteiten ontwikkelen en met deze paranormale kwaliteiten kunnen ze dus een ander beter zien. Nu kan het zijn dan een mens een houding heeft, een lichaamshouding bijvoorbeeld, die net een beetje altijd scheef is of zo. Dan kun je zo iemand beet pakken en recht zetten en zeggen: beweeg je nu zó. Dat is dan de inwijding die zo’n Tibetaanse lama tot stand brengt. Hij brengt a.h.w. een bepaalde geestelijke en lichamelijk kwaliteit beter in evenwicht.

En daarnaast bestaan natuurlijk een hele hoop legenden als het activeren van de pijnappelklier en nog zo wat van die dingen, en ‘dan bent u ineens helderziend’, u hebt een derde oog, nou ik ken iemand die heeft een hele hoop eksterogen, ja, het zijn eksterogen, maar dat zijn allemaal symbolen, het gaat niet om die klier, want die kijkt niet. Het is wel een restant van een gevoeligheidsinstrument en maakt dus bepaalde reacties in de prefrontale hersenlobben onmogelijk, maar ja, dat zijn zoals u weet emotionele reacties. Maar voor de rest eigenlijk, stoffelijk kun je er heel weinig aan doen.

Werkelijke inwijding is een geestelijke inwijding. Maar omdat de Tibetanen dus een ander geloof hebben met heel veel magische riten erbij, – er zijn zelfs een paar kloosters geweest, ze bestaan nu niet meer, althans niet openlijk, maar die helemaal dus aan magie waren gewijd -, maakte men gebruik van bepaalde symbolen en met die symbolen werkte men zodanig suggestief, dat de mens die zo bewerkt was zichzelf anders ging zien en aanvaarden. En dan klinkt dat misschien alsof het een wonder is, maar wanneer een hypnotiseur behandelt om minder te roken of minder negatief te denken, dan verandert hij ook iets in uw gedrag. En als u dan aan die man en zijn invloed gelooft en ervaart het een paar dagen, dan blijft u er vanzelf mee doorgaan en dat is de Tibetaanse inwijding.

  • Wat is een mahatma?

Ja, het is eigenlijk meester of leermeester, daar komt het wel op neer. Het is iemand die vereerd wordt als een heilige, hij hoeft het niet te zijn, omdat hij, door wat hij is en leert, anderen a.h.w. brengt tot een andere levensbeschouwing en hen tot een intensere beleving van zichzelf en de positieve mogelijkheden van hun leven en wereld brengt.

Mahatma Gandhi bijvoorbeeld, of Gandhi, en zo zijn er heel veel mahatma’s, heren, die eigenlijk niets anders zijn dan voorbeelden voor anderen en die daardoor dus deze titel krijgen toegemeten. Anderen worden weer aangesproken als leermeester, als goeroe bijvoorbeeld. Dat wil zeggen dat ze een speciale afhankelijkheidsverhouding aangaan met bepaalde leerlingen. Er zijn er ook weer die gewoon worden aangesproken als Bodisvatta of Boeddha, ander geloof, maar dat betekent dat ze geestelijk bepaalde kwaliteiten bezitten plus een mate van geestelijk hoger bewustzijn, waardoor ze zich van anderen onderscheiden en vanuit deze kracht kunnen ze dan anderen misschien zegenen of wijsheid brengen.

  • Wat was het laatste motief bij enkele groten (Jezus, Boeddha, Mohammed, Lao Tze, de Wereldleraar) vóór zij bevrijding bereikten? Bij Boeddha waarschijnlijk aanzien. Is angst ook wel eens het laatste motief?

Ik denk dat angst bij het heengaan voor bijna iedereen bestaat. Wanneer een organisme ophoudt te functioneren, dan verzet het zich daartegen en dat betekent dus dat kort voor de dood vaak bepaalde endocriene afscheidingen nog plaatsvinden, welke dan een toestand van angstige agitatie, gezien de verwachting, teweeg brengen. Dat is voor Jezus zo geweest, dat is voor Mohammed zo geweest, dat is voor de Wereldleraar zo geweest. Alleen degene die volledig bewust is, kan zich daarboven verheffen, het ik heeft er geen deel aan. Laten we het zo zeggen, het lichaam kreunt en rochelt, terwijl de geest al zingt.

  • Waarom doet een ingewijde er verkeerd aan om zijn wijsheid met iedereen te willen delen? Deed Echnaton dit? Doen Krishnamurti en Sai Baba dit niet ook door voor grote menigten te spreken?

Als je voor een grote menigte spreekt, begrijpen de toehoorders alleen datgene wat ze in zichzelf al kennen. Het gevaar is dus niet zo groot. Maar een ingewijde die bepaalde bereikte geheimen, zeg maar van kracht bijvoorbeeld, met anderen deelt, die is daardoor aansprakelijk voor hetgeen ze ermee doen. Maar hij kan hen niet beheersen in hun gebruik daarvan. En dat is dus onaanvaardbaar.

De ware ingewijde kiest altijd enkele leerlingen of een enkele leerling die hij het geheel van zijn innerlijk en stoffelijk weten overdraagt en Echnaton kunnen we daar niet onder rekenen. Echnaton namelijk heeft niet de geheimen van de innerlijke wereld gedeeld met anderen, maar hij heeft ze willen bevrijden van een veelgodendom dat hun tot slaven van de priesters en de tempels maakte. En daarvoor is Echnaton dan ook vernietigd. Zoals Jezus vernietigd is, omdat hij een vorm van liefde en vrijheid predikte die in geen enkel rijk aanvaardbaar is, omdat ze een samenhang betekent waarop de macht geen invloed meer heeft, d.w.z. de stoffelijke macht.

Dus u moet heel goed begrijpen dat het heel wat anders is. Maar Jezus bijvoorbeeld had een lievelingsleerling, Johannes, met hem heeft hij zijn geheimen gedeeld. En hij had een leerling die hij uitkoos om, ja, de chinezen zouden zeggen de grote roerganger te zijn, de leider dus van degenen die hem van het begin aan gevolgd hadden en dat was Petrus of te wel Simon, die later door een verkeerd begrip tot Petrus is geworden.

Wanneer je dat allemaal bekijkt dan wordt ook duidelijk dat een godsdienst altijd berust op de misrepresentatie van de werkelijke leer van de stichter. Maar neemt u mij niet kwalijk, ik wil geen gelovigen beledigen. Maar als je je naaste werkelijk lief hebt, dan ga je niet die naaste bestrijden in de naam van God. En dat gebeurt nog al eens. En je gaat ook geen zielen redden door anderen te kwellen. En je gaat ook de mindere broeders en zusters, de dieren, ga je niet mishandelen, omdat de mens nu eenmaal dichter bij God staat: dan heb je geen naastenliefde, dan heb je geen liefde voor datgene wat er om je heen is. Toch zijn er kerken die dat hebben aangemoedigd. Er is zelfs een dominee in Ierland, nou ja, hij heeft aanleg om een groot man te worden – de grote mond heeft hij al – maar die predikt in feite hel en verdoemenis, vernietiging te vuur en te zwaard van een ieder die het niet met hem eens is. Wat regelrecht ingaat tegen datgene wat Jezus zijn leerlingen heeft gezegd, namelijk: als ze niet luisteren, ga verder. Dus als we het zo bekijken dan moeten we zeggen: ja, hun laatste ogenblikken waren natuurlijk wel angstig, maar die angst was de lichamelijke en een lichamelijke angst is van weinig belang, wanneer er een innerlijke vrede bestaat die te boven gaat aan alles wat lichamelijk lijden ooit kan betekenen.

  • Hoeveel verlichten zijn er op aarde sedert het begin van de menselijke evolutie. Honderd, duizend, miljoen, welke orde van grote?

Nu, u kunt wel denken in de term van honderdduizenden, alles bij elkaar. Van hen is maar een betrekkelijk klein gedeelte bekend geworden. En vooral in het verleden zijn velen van hen, nolens volens, tot goden verklaard, omdat ze daardoor macht verleenden aan anderen die niet wisten waar ze het over hadden: iets dat komt tegenwoordig nog wel voor. Dus als u zegt enkele honderdduizenden, zo honderd-, tweehonderdvijftig duizend bijvoorbeeld, dan zit u aardig in de juiste richting, maar ik moet eerlijk toegeven, ik heb ze nooit geteld: ik ben teveel onder de indruk als ik er eens een ontmoet.

  • Waarom wordt bij de Orde der Verdraagzamen – i.t.t. bijna alle andere mystieke groeperingen -, de term ‘overgave’, hetzij aan de waarheid, hetzij aan een hogere macht, nooit gebruikt, althans heel weinig. Kan het aan het vertaalinstrumentarium van het medium liggen?

Nee, daar ligt het niet aan, maar het ligt aan de associatie, die overgave bij de toehoorder teweeg brengt. Overgave betekent ‘een je weerloos maken’, en je bent niet weerloos, je bent deel van de totaliteit. Je overgeven aan een geloof, aan een kracht betekent ze aanvaarden zonder te weten, zonder te beseffen, zonder er bewust mee bezig te zijn. En daarom vinden wij dat die term slechts in zeer zeldzame gevallen gehanteerd mag worden.

Overgave is datgene wat altijd gepredikt wordt door degenen die zichzelf niet overgeven, maar van anderen overgave wensen om zo hun zienswijze aan anderen op te leggen. De Orde echter gelooft dat God elke mens de mogelijkheid heeft gegeven om langs zijn eigen weg tot bewustzijn te komen. En wij geloven dat je een ander moet helpen om die weg te vinden, maar dat je hem nooit mag opleggen welke weg hij moet gaan.

  • Kunt u wat zeggen m.b.t. tot uw eigen inwijdingsweg in relatie tot de toestand of staat waar u zich thans bevindt?

Ja, weet u, het is voor mij een kwestie geweest, ik heb op aarde een paar levens achter de rug en nu langzaam maar zeker ben ik erachter gekomen dat je dood moet gaan om te weten wat leven is. En leven is niet alleen maar beleven en bewustzijn, maar het is ook wel degelijk kracht, het is deel zijn van iets waardoor je mogelijkheden hebt. In mijn inwijdingsweg betekent het dat ik een groot aantal sferen kan bezoeken, het betekent dat ik veel kan begrijpen, dat ik veel kan zien en dat ik mijzelf, mijn eigen gemak, pret, hoe zou je het willen uitdrukken, genoegen, makkelijk kan vergeten, wanneer er iets anders is wat belangrijker is.

Ik begrijp dat ik dienend ben t.a.v. van al wat mijn dienst van node heeft en dat ik gelijktijdig mezelf mag zijn, juist omdat ik als dienaar beter weet wie ik ben. Zover ben ik gekomen, nu, dat is nog niet ver hoor. Maar ja, er zijn er nog verschillenden die kunnen er een punt aanzuigen, dus… Ja, dachten ze waarschijnlijk dat ik het achterste van m’n tong zou laten zien: ik vind dat trouwens een eigenaardige term.

In ieder geval, ik heb geprobeerd uw vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, zonder u nu precies mijn eigen persoonlijke beleving helemaal uiteen te zetten. Want u gaat uw eigen weg, en die is toch anders dan de mijne. Er zijn geen twee mensen die precies hetzelfde doormaken op weg naar de inwijding. En toch: wanneer de inwijding bereikt is, bereiken we allemaal precies hetzelfde, maar uiten we volgens de mogelijkheden en middelen die wij onszelf verworven hebben in ons leven en onze bewustwording…. dus waarom zou ik het doen…

  • Op welke manier kun je spreken van aquariusinstromingen m.b.t. de inwijdingsmogelijkheden?

Ja, kijk, die aquariusinvloed, die brengt dus veel sterkere relaties tussen de mensen. Dat wil niet zeggen dat ze altijd even vreedzaam zullen zijn, maar ze zullen elkaar meer kennen, daarom zegt men wel broederschap, bijvoorbeeld. Het brengt kennis, ook technische kennis, maar daarnaast een toenemend begrip voor de totaliteit, dus niet: wat is één kennis, maar wat betekent het geheel van alle kennis in een bepaald concept, met een bepaalde samenhang.

Wat de bewustwording betreft, betekent het dus een mogelijkheid om je meer deel te voelen van een geheel. En als je dat kunt, dan zul je daardoor ook eerder het deelzijn van een grotere kracht aanvaarden. Als zodanig zijn de inwijdingsmogelijkheden aanmerkelijk groter, zeker voor degenen die zich dus ook innerlijk bezig houden met harmonie, met rust, met aanvaarding, en niet alleen maar proberen het bekende te aanvaarden, maar ook het onbekende leren aanvaarden. Want inwijding, dat is, ik zou haast zeggen, het huwelijk met de onbekende, waaruit het kind-bewustzijn voortkomt.

  • Gaat inwijding ook gepaard met op een gegeven moment met zuiver leven en een gevoel van universele liefde, voor al het zijnde?

Het komt eruit voort. Zuiver leven, ja, niet in een bepaalde stoffelijke zin, maar in een innerlijke zuiverheid en het besef van de overbodigheid van veel uiterlijkheden. In die zin, inderdaad. En wanneer je eenmaal bewuster wordt, dan ga je de betekenis van de dingen beter begrijpen, aanvoelen en dan zul je dus minder dwaasheden uithalen. De meeste dwaasheden halen de mensen namelijk uit, omdat ze niet weten wat ze werkelijk willen of wat ze werkelijk voelen. Zo is dat nu eenmaal.

  • En het universeel gevoel, met al het zijnde verbonden?

Is dat nog een gevoel? Ik dacht dat dat een toestand was. En het is een toestand die je ondergaat en die je niet meer als een gevoel kunt omschrijven, en die een achtergrond vormt voor je gevoelens en voor je beseffen en deze eigenlijk altijd kan domineren en kan aanvullen.

  • Is inwijding eigenlijk iets wat automatisch hoort bij de geestelijke evolutie van de mensheid?

Ik geloof niet dat je kunt zeggen van de mensheid. Als u zegt van ‘het zijn’, ja. In het zijn kan langs verschillende wegen op heel verschillende manieren bewustzijn ontstaan. Waar bewustzijn ontstaat, ontstaat het langzaam hervinden van de eenheid met het geheel waaruit men is voortgekomen. Dat is dus inherent aan het bestaan. Mag ik een zijdelingse aanmerking maken, een soort annotatie?

Kijk, een hele hoop mensen verdelen het hiernamaals in hemel en hel. Nu ja, dat zijn de mensen die dan zorgen dat de hel voor anderen op aarde al bestaat meestal en die dromen van een hemel die ze nooit bereiken, maar… Er is één God, er is één kracht waaruit alles is voortgekomen. Er is één kracht waar alles naar terugkeert. Kan er dan nog een verschil zijn van schapen en bokken bij wijze van spreken? Ja, van menselijk standpunt uit, maar ik denk toch dat de scheppende kracht het niet heeft over de schapen en de bokken en over de geiten, – die zullen er ook wel tussen lopen, dat moet je in deze feministische tijd toegeven -, maar dat die gewoon zegt: nu, daar komt de hele veestapel thuis. En ik vind het daarom ook zo dwaas eigenlijk dat je inwijding gaat zien als iets bijzonders.

Groeien, dat vinden ze heel normaal. Waarom mag je dan geestelijk niet groeien? Iedereen praat over evolutie, ofschoon de meeste niet eens weten wat het precies betekent of wat de werkelijke consequentie en wat werkelijk verloop van zaken is geweest. Want er is geen sprake van een evolutie, er is sprake van een aanpassende sprongmutatie die geleid heeft tot de huidig bestaande vormen, waarvan één bestaande vorm al druk bezig is om alle anderen weer uit te roeien. Dus waarom moeten wij denken in een evolutionair proces?

Bewustwording is een schoksgewijs gebeuren, inwijding is een schoksgewijze realisatie en het betekent gelijktijdig een aanpassing aan omstandigheden die voor die tijd niet bewust werden beseft als gevolg van invloeden, belevingen e.d. die men niet in hun werkelijke betekenis heeft kúnnen waarderen voor het nieuwe besef werd bereikt. Dat is eigenlijk het geheel.

Wanneer we dan zo bezig zijn over inwijdingen, inwijdingsbeleving en inwijdingsgevoelens en al die dingen meer, dan denken de mensen: we hebben het over iets bijzonders. Nee. We hebben het over een normale fase van het werkelijk bestaan, waarvan een klein deel als uitgestulpte pode tijdelijk in de materie wordt gemanifesteerd en wanneer dat het geval is, dan noemen we dat kleine deeltje van onze werkelijkheid ‘ik’ en vergeten dat de rest bestaat. Laten we alstublieft niet zoeken naar iets wat ons boven anderen verheft. Wanneer we dat doen, bereiken we nooit een werkelijke inwijding.

Laten we gewoon proberen meer deel te zijn van alles wat in ons lichtend en goed lijkt en wat we in de wereld rondom ons voortdurend proberen te ontmoeten en te herkennen. Laten we niet bang zijn voor onszelf met de kwaliteiten die we hebben. O, u zult heus wel een paar kwade kanten hebben en dan bent u 65 jaar, nu, voor mij part 100, dan bent u ervan af. En dan kunt u weer opnieuw beginnen als het nodig is. Maak je er niet zo druk over. Maar besef: in elke mens, in elk levend wezen bestaat iets goeds. Het is een functie in een geheel, zeker geestelijk. En als we ons daarvan bewust worden, ontstaat in ons de inwijding die we nodig hebben. En de belevenissen die we daarbij doormaken, zijn in feite de symbolen van een verandering van ons proces van beleven en denken, meer niet.

En daarom meen ik ook vanavond van u afscheid te mogen nemen met een groet: mede aanstaande ingewijden, het ga u goed op uw pad, moge het innerlijke licht u worden tot innerlijke kracht en u zo geleiden tot waarheid in uzelf, t.a.v. uzelf en t.a.v. uw wereld.

image_pdf