Inwijding en inwijdingssymbolen

uit  de cursus ‘Kosmische leringen’ (hoofdstuk 5 )  – februari 1973

Riten

Het belangrijke hierbij is, dat wij het verleden en het religieuze heden stellen tegenover de normale mensen en de normale mogelijkheden.
Als u wel eens heeft gehoord van de pelgrimstocht naar Mekka, dan zal het u opgevallen zijn dat de hele pelgrimage in haar hoogtepunt een soort uitbeelding is van het gebeuren van de eerste Hadj, de eerste heilige oorlog. De mensen gaan naar een bepaald dal toe, liggen daar in een tentenkamp en vasten. Vandaar beginnen ze een optocht, a.h.w. een symbolische strijd in de richting van Mekka en daar aangekomen eindigen ze met de bekende rondgang om de Kaäba en de meesten gaan dan meteen wat water halen uit de bron Zen Zen (?) Dit is een ritueel, dat in zekere zin probeert de openbaring, die Mohammed heeft ontvangen te laten mede beleven door de mensen, die in hem geloven als de profeet van God.
In deze riten, waarbij van alles en nog wat van pas komt, zijn natuurlijk allerlei prestige objecten verweven. Zo wordt b.v. regelmatig het grote tapijt, dat speciaal door de een of ander wordt gegeven om de Kaäba in te hullen, naar Mekka gebracht. Er zijn bepaalde prestigereglementen. Er zijn mensen, die met een autobus gaan, anderen gaan te voet of per ezel, maar er zijn ook nog mensen en dat zijn de heel deftigen die een heel stuk per vliegtuig gaan, ze landen bij Medina en vandaaruit gaan ze een eind met luxe wagens en dan met een karavaan. Want het waren de kameelruiters, die indertijd Mekka zijn binnengetrokken.
Nu zult u zich afvragen wat dit alles met inwijding te maken heeft. Wel, het is de poging om iets te doen herleven. Het belangrijkste van de hele islam is eigenlijk de openbaring die Mohammed heeft ontvangen. Maar die openbaring kon hij alleen ontvangen, omdat hij de eenzaamheid in trok. Hij was een belangrijk man geweest, maar op een gegeven moment trok hij zich in de eenzaamheid terug. Hij kwam daar tot de erkenning van Allah. Hij werd profeet. Hij werd herboren.
Nu is dat misschien een verhaal op zichzelf. Het doet hier en daar denken aan de verklaring van Lou de palingboer, die ook vertelde dat hij eenzaam in de modder stond ergens op een plaat in de Zuiderzee om vis te vangen of aal te steken, toen hij God hoorde die zei: Jij bent God. Nu ja, toen wist hij het. Zo is het kennelijk met Mohammed ook gegaan.
Voor de mensen, die in hem geloven is een groot aantal wetten, welke hij heeft gegeven de feitelijke leefregel geworden. Wij spreken in de eerste plaats altijd over de Koran. Daarin wordt duidelijk gemaakt hoe een mens heeft te leven om op de juiste voet te staan met God en later eventueel in te gaan in het hemelrijk. Wat dat betreft zien wij een vervorming, die in vele opzichten gelijk is met wat wij hebben gezien in het christendom.
Als men nu echter probeert om de wijze van denken na te gaan van de mensen, die hen ertoe brengt naar die heilige plaatsen te gaan, dan is het het zoeken naar de invloed waardoor Mohammed a.h.w. met God werd verbonden. Zij hopen op deze wijze een soort relatie, een harmonie met Mohammed te verkrijgen. Vandaar dat ook degene die de Hadj (de pelgrimstocht) heeft gemaakt (deze draagt meestal een bijzonder soort tulband en heeft meestal ook een miniatuur koran om zijn hals hangen dat hij in Mekka heeft gekocht) wordt beschouwd als iets bijzonders, want hij is in Mekka geweest.
Dit zie je ook in het judaïsme. Het uitbeelden (denk aan het Loofhuttenfeest) van de verlatenheid in de woestijn is altijd weer dat “tot wij elkaar zien in Jeruzalem”. De terugkeer naar de heilige plaats. De plaats waar de Arke des Verbonds stond, waar de grote Tempel stond, de plaats waar God Zich openbaarde aan Zijn volk.
Het is een typische neiging, die wij ook kunnen vinden bij de boeddhisten. Bij de boeddhisten vinden wij mensen, die de heilige plaatsen opzoeken. Er zijn grote standbeelden opgericht op de plaatsen waar de Boeddha eens geweest zou zijn. In vele gevallen is dat niet eens waar. Men gaat overleveringen na en probeert de voetstappen van de Gautama te volgen. En ook in die pelgrimage tracht men zich te vereenzelvigen met de profeet.
Wat het katholicisme betreft, dat, wat dit aangaat althans wat dichter bij de inwijdingsgedachte staat dan vele meer protestantse richtingen, daar zien wij het misoffer. En kijken wij wat daar eigenlijk gebeurt, dan blijkt dat het een uitbeelding is van het Laatste Avondmaal; de periode waarin de apostelen door Jezus volgens de opvatting werden bevestigd en deel hadden aan zijn geest. Ook hier weer datzelfde inwijdingsdenken.
Bij de Hindoes en de brahmanen bestaan ook heilige plaatsen waar ze naar toe trekken en waar ze bepaalde feesten vieren. Er zijn heilige stromen waarin de kracht van de Oneindige is en daarin moet je je baden. Denk aan de Ganges. Altijd weer hetzelfde motief. De mens, die zijn inwijding zoekt door het volgen van de voetsporen (dus de uiterlijkheden) hetzij symbolisch hetzij reëel van degenen die een grote leer hebben gebracht.
Als wij dat tegenover de hedendaagse wereld willen stellen, dan blijkt dat het heel vaak een prestige object is. Er zijn mensen, die naar Mekka gaan omdat dat status betekent, zoals er mensen zijn die vinden dat je tenminste eens in je leven het Heilige Land moet hebben gezien, want dan heb je iets om over te praten. Dat wordt allemaal wel verhuld achter vrome sentimenten, maar ik meen dat de benadering toch heel erg zakelijk is. En tussen al die mensen schuilt steeds weer de enkeling die het wonder verwacht. De enkeling, die misschien naar het H. Graf gaat en dan moet hij maar kiezen welke het juiste is in de hoop dat hij daar iets zal vinden van de kracht van de engel, die indertijd aan de vrouwen moet hebben gezegd: ”Weent niet, Uw Meester is heengegaan”, enz.
Zo kun je ook in datzelfde Jeruzalem, in de grote Moskee (dat is ook een speciale moskee) moslims aantreffen, die proberen de belofte van God aan Abraham in zichzelf te herbeleven om daardoor gesterkt te worden.
In deze zeer rationele tijd bestaat er bij de mensen een magisch geloof dat uitdrukking geeft aan zijn behoefte om door te dringen in de geheimen van de geest. Nu kunnen wij dat allemaal wel heel mooi versieren.
We kunnen er heel plechtige inwijdingsgeschiedenissen van maken. Er zijn, zelfs de z.g. esoterische scholen, die examens afnemen compleet met meditatieproeven en innerlijk schouwen die je dan later aan een Meester moet beschrijven. Maar in al deze gevallen blijf je ergens steken bij het uiterlijk, tenzij je iets in jezelf vindt. Want kenmerkend voor die hele relatie van de mens met de oneindigheid is zijn zoeken naar het symbool. Dat symbool is hem echter niet voldoende om er alleen maar naar te kijken; hij wil er deel aan hebben.
U denkt misschien: ach, wij zijn te nuchter en te zakelijk voor dergelijke riten. Vergist u zich niet: Als er in de Tweede Kamer een stemming wordt gehouden voor bepaalde zaken, dan is dat een ritus, want het is heus al bekend wat eruit komt. Dat weet iedereen al. Maar door het op deze manier te doen, wordt er het stempel van democratie op gezet; van iets wat misschien niet eens reëel kan bestaan. Iets waarvan men droomt en dat nooit helemaal waar wordt.
Zo is ook de manier waarop men iemand begroet een ritus. Als je het sociale verkeer tussen de mensen ziet zelfs tussen degenen die zeggen dat ze met al die dingen geen rekening meer willen houden dan krijg je soms het idee van een gestyleerde dans, een soort pavane waarin ze wederkerig met gebaren, hoofdse buigingen en samengaan proberen het beeld van het mens zijn tot uitdrukking te brengen. Er is iets in de mens wat hij naar buiten wil brengen; en dat wat hij buiten zich zoekt, kan hij niet vinden zonder dat hij zelf er iets voor maakt. De mens maakt voor zich dus een symboliek om zich daaraan vast te klampen. En als we dat in de praktijk omzetten, dan betekent dat, dat heel veel dingen op zichzelf geen betekenis hebben. Het misoffer bij de katholieken, de doop, het Avondmaal bij andere christelijke richtingen; de bedevaart, de meditatie, de kloosterperiode bij de boeddhisten; de studie, het aanwezig zijn bij de verschillende Meesters bij de Hindoes: de bedevaart, de lezingen van de Koran bij de moslims, ze zijn alle zinloos en zinledig, tenzij de mens daarin probeert uit te beelden wat hij in zich heeft.
En nu zien wij een vreemd verschijnsel, dat naar ik meen wel voor elke inwijding geldt. Indien je buiten jezelf iets uitbeeldt en daarin zo intens gelooft dat je het van binnen waar maakt, dan schep je een innerlijke waarheid. Als die innerlijke waarheid verder reikt dan je normale wereld, dan schouw je daardoor in het onbekende. Er komen dingen, die voor de normale wereld verborgen zijn in je naar voren. En in deze openbaring hoe wonderlijk geformuleerd misschien ook is dan weer een sleutel verborgen voor grotere werelden, voor een verdere ontplooiing van het ego.
Denk niet, dat de inwijdingen van de oudheid zoveel verschilden van wat er tegenwoordig gebeurt. Alleen werd er in de oudheid toneel gespeeld. Daarbij vielen er soms echte slachtoffers. Het was een uitbeelding van het leven, die zo levensecht was, dat de spelers vaak vergaten wie ze waren en het hen enige tijd kostte om weer terug te keren tot hun normale persoonlijkheid.
Nu is het misschien zo, dat er in de Comedie Divine, die wordt gespeeld geen sprake meer is van iemand, die Osiris uitbeeldt. Misschien is het de perfecte revolutionair Cheguevara. Het symbool blijft hetzelfde. Men verbindt zichzelf zo intens met een droom, met een onwerkelijkheid dat men die als werkelijkheid gaat beleven. Men verandert zijn persoonlijkheid door die zodanig aan te passen aan een misschien alleen maar mythische figuur of persoonlijkheid, dat men daardoor een andere wereld kan binnentreden. En nu is het belangrijke daarbij niet dat je zoiets uitbeeldt. Het belangrijke is, dat je in iets gelooft dat groter is dan je zelf bent. Door dit geloof ontstaat inderdaad de mogelijkheid uit het totaal bewustzijn van de mensheid en uit bepaalde geestelijke sferen denkbeelden, harmonieën, maar ook krachten af te tappen. Dat zijn geen geheimen, die kunnen worden overgeleverd. Het zijn geheimen, die alleen beleefbaar zijn. En als we zien waartoe dit voert, dan staan we ook weer heel erg verbaasd.
Als wij kijken naar b.v. het christendom, dan zult u tot de ontdekking komen dat men daar gevangen zit in leerstelligheden. Bij het christendom heeft men de neiging om datgene wat men voor waar zou willen aannemen als een onomstotelijke waarheid aan anderen op te leggen.
Maar gaan we nu kijken bij de boeddhisten, dan blijkt dat daar juist degenen die het verst gevorderd zijn behoren tot een Orde, die geen antwoord geeft op het onbekende, die de filosofie van het leven verkondigt en zegt: Het onbekende kan zich allen in u manifesteren, indien ge goed leeft. Het heeft geen zin om over een hiernamaals te praten. Het heeft geen zin om over een hemel of een hel te praten. Het heeft alleen zin te spreken over wat ge zijt, over de harmonie die ge nu tot stand brengt. Als ge dat kunt doen, dan openbaart er zich in u een waarheid. En dan zeggen ze nog niet eens welke. Ze zeggen alleen: Dan vindt ge de waarheid, het ware pad.
Opvallend is, dat er elders zoals b.v. in India Meesters zijn, die zeggen: Ach, mensen, het is allemaal niet belangrijk dat je de juiste leerstelligheden kent, daar komt het helemaal niet op aan. Het is ook niet belangrijk dat je je bezighoudt met het juiste leven. Je moet je bezighouden met de juiste discipline. Je moet op die manier denken, op die manier ademhalen, op die manier eten en indien je dat regelmatig doet, dan komt de rest vanzelf.
Is nu de een beter dan de ander? Ik zou zeggen; neen. De een is niet beter of slechter dan de ander, want het zijn allemaal maar spelen. De mens spéélt een inwijding. En indien hij voldoende in dat spel gelooft, vindt hij daarin, een grote waarheid. Het enige dat hij dan meestal vergeet erbij te zeggen is, dat in die grotere waarheid de leer, het systeem, de discipline onbelangrijk is geworden.
U leeft in een moderne wereld en u heeft niet veel tijd voor inwijding. Maar u heeft soms dingen waarin u gelooft. De een gelooft in een edele mensheid. Hij zal daardoor zichzelf tot een edeler mens maken, maar gelijktijdig zal hij gaan beantwoorden aan bepaalde krachten en ideeën, die eigenlijk niet meer tot het menselijke behoren, die al boven de mens uitsteken en daaruit denkbeelden maar ook kracht ontvangen. Hij zal daaruit een mate van harmonie en vreugde kunnen putten. Dat kan iemand zijn, die de gehele dag loopt rond te sjokken, die ’s avonds naar de televisie kijkt, die ook nog wel eens ruzie maakt en het verdomd lastig vindt zijn belastingbiljet in te vullen. Want degene die wordt ingewijd is geen bijzonder mens. Een inwijding is niet iets wat je cadeau krijgt. Het is iets wat je leeft en dat dan wel eens wordt bevestigd.
In de oudheid, een heel lange tijd geleden, was er een heksenvereniging. Het heette toen anders. De beroemde heks van Endos was er ook één van. Waarschijnlijk hebben ook de pythia’s daartoe behoord. Zeker is wel dat bepaalde vrouwelijke monniken en heiligen in Perzië en India daartoe hebben behoord en dat het geheel waarschijnlijk ook nog terug te leiden is in de richting van de oude Isis dienst en de hogepriesteressen daarvan. Hoe het ook zij, in deze groep leerde je a.h.w. te luisteren naar geesten, te voorspellen, geesten op te roepen en al die dingen meer. Dat waren de uiterlijkheden.
Als je echter die inwijding onderging, dan werd je gewoon leerling: d.w.z.: je ging gewoon meeleven hetzij met een klooster, hetzij met een heks. Dat kwam er niet op aan. Op die manier moest je de sfeer vatten. En als zij nu dachten; dat is iemand die er helemaal bij past, dan gaven ze je opdrachten. Ze zeiden: Probeer dat. En dan zaten ze met grote ogen te kijken of het ging. Het ging dan meestal wel. Dan zeiden ze: Kijk, dat is nu dat en dat. Zo’n inwijding was het geven van een stoffelijke of althans redelijk aanvaardbare verklaring voor effecten en aspecten van een werkelijkheid, die de inwijdeling zelf eigenlijk al had waar gemaakt. Het was niet zo, dat je eerst het geheim kreeg en dan moest presteren. Neen, je moest eerst presteren. Het geheim was alleen de verklaring van de prestatie.
Dit is een inwijdingsdenken dat in de moderne tijd ook wel past. Er zijn op het ogenblik in deze wereld een groot aantal inwijders (meestal halve en hele adepten), die bezig zijn de mensen te helpen. Nu doen ze dat niet, zoals u zoudt denken, door naar hen toe te gaan, geheimzinnig te fluisteren, de handen op te leggen en te zeggen: “Nu ben je ingewijd,” maar door te zorgen dat de sleutelbegrippen, de verklaringen, die je nodig hebt op het juiste ogenblik ter beschikking zijn.
Je beleeft iets, je doet iets uit jezelf. Je kunt het niet verklaren en dan ineens vind je die zinsnede, dan hoor je het woord dat de verklaring is. Dat is hun methode.
In de moderne tijd wordt er helemaal niet geprobeerd om het in een religieuze sfeer te betrekken. Ik zou haast zeggen, dat de moderne inwijding in tegenstelling tot alle vroegere in wezen a religieus is. Ze gaat niet uit van de godsdiensten. Ze beschouwt God wel als een werkzame factor, maar die moet je maar in jezelf vinden. Het gaat nu om wat je zelf bent en wat je uit jezelf weet te puren.
Ook dat is heel begrijpelijk, want als wij kijken wat er is geworden van de moslim inwijdingen b.v., dan komen we tot de ontdekking dat de mens, die het juiste gevoel heeft gevonden, als hij de Hadj heeft gemaakt, zich dan ook inderdaad gaat voegen bij bepaalde monnikengroepen. En dan zie je daar mensen, die vanuit ons standpunt een beetje gek zijn. Die zich ritueel opzwepen en gifslangen de kop afbijten of die zich doorboren met dolken of die uren lang in een en dezelfde beweging dansen tot ze uitgeput in een soort trance neervallen. Dan zeg je: Is dat nu inwijding? Ja, dat hoort erbij. Ook dit is een van de riten: het jezelf verliezen in een onwerkelijkheid, iets wat anders is. En denkt u niet dat, dat nu alleen daar voorkomt.
Er zijn in de christelijke wereld tegenwoordig ook bepaalde groepen waar men de heiligen aanroept en dan lopen ze b.v. door gloeiende sintels. Onder een andere aanroeping doen ze datzelfde ook in Perzië. Je kunt het ook hier en daar in India vinden. Zelfs op Ceylon is nog een groep die over vuur loopt. Die mensen doen dat om op deze manier iets waar te maken van een band met het bovennatuurlijke.
Het verschijnsel op zichzelf is heel gemakkelijk te verklaren. Het is gewoon een kwestie van een lichaam, dat tegen alle gewoonte in reageert op een zeer bijzondere toestand. De voetzolen worden omgeven met een laagje vocht waardoor het mogelijk is om door de sintels te lopen. Alleen als je er afstapt, moet je oppassen dat er geen sintels aan de zolen blijven kleven. Je moet even goed je voeten afstampen; en dat zie je ze dan ook allemaal doen. Dat is doodgewoon. Maar het feit, dat die mensen deze verandering tot stand kunnen brengen, dát is het bijzondere. Dat is iets wat ligt in de sfeer van een inwijding. Het is a.h.w. een ritus waardoor de mens zich onttrekt aan zijn alledaagsheid.
Ik meen, dat je zowel in de moslimwereld als elders die schijnbare excessen moet begrijpen als een ritueel dat ten doel heeft voor de mens de inwijding mogelijk te maken, voor hem het doorbreken van zijn beperkingen tot stand te brengen.
Nu weten we wel, dat er vele riten zijn, die absoluut niet goed werken. Er zijn bepaalde kloosters waar men zich regelmatig moet geselen. Soms staat het zelfs in de voorschriften dat men zich minstens eenmaal per week hevig moet geselen en tweemaal per week mag men het in mindere mate doen. Dan zijn er ijveraars, die het elke nacht doen. Zij denken dat ze er beter van worden, maar het zijn gewoon masochisten. Het is een vorm van zelfbevrediging door zichzelf lijden toe te voegen. Maar er zijn mensen bij, die door hetgeen ze doen het gevoel krijgen dat ze niet zichzelf bevredigen, maar dat ze van zichzelf loskomen, dat ze dichter staan bij Jezus of iets anders.
Het zijn allemaal gewoon beelden. Wat ze doen is een ritueel. Wat daaruit voortvloeit is in wezen een illusie. Een illusie in haar uitbeelding, maar niet in haar mogelijkheden. Want daardoor zijn figuren mogelijk (priesters) die juist dank zij deze zelfkastijdingen wonderbaarlijke zieners en genezers blijken te zijn. 0, ik weet wel dat ze over het algemeen worden weggedrukt. Denk naar aan pater Pio. Maar ze zijn er dan toch.
Het vreemde hierbij is, dat aan de hand van de uiterlijke verschijnselen het haast niet mogelijk is uit te maken wie nu werkelijk een inwijding ondergaat en wie alleen maar in een soort hysterie een zuiver stoffelijke zelfvervulling probeert te bereiken. Aan de uiterlijke verschijnselen zie je het niet. Ik geloof niet dat het trouwens erg belangrijk is, want als je zou weten: deze of gene is veel verder dan ik, dan zou je er heen lopen en zeggen: Vertel het mij alsjeblieft ook. En dat kan niet. Wij hebben ons ritueel nodig. Maar ons ritueel is de aanloop, die we nemen voor de sprong in het onbekende, het ondergáán van het andere. En of dat andere nu in een droom naar voren komt, in een enorme emotiestorm of op een andere wijze, dat doet niets ter zake. We gaan het onbekende in. Het onbekende vormt zich naar ons, maar wij vormen ons ook naar het onbekende. Er ontstaat een relatie, een harmonie. We kunnen gaan leven met het onbekende als een werkelijkheid en daardoor wordt het kenbaar. Dat is inwijding. Er zijn een aantal voorschriften, die er altijd zijn geweest, voor wat je allemaal moest doen. Ik zou een paar daarvan willen zetten naast nuchtere raadgevingen voor deze tijd.
1. Egyptische inwijding.
Ga in eenzaamheid voor de God. Vast. Neem geen voedsel en drank tot u. Blijf geknield totdat hij tot u spreekt. Wanneer ge zijn stem hoort, is zijn woord uw inwijding en het begin van uw priesterlijke werkelijkheid.
2. Het vroege christendom.
Zo trek u terug in eenzaamheid en bid tot God, opdat Hij u verlichte. Ge zult de bekoringen of verleidingen overwinnen en dan zal een engel Gods tot u komen en u een naam geven. En in deze nieuwe naam zult ge Jezus’ kracht uitdragen. (Letterlijk. Dit is uit de 3e eeuw na Chr.)
3. De moslims. (Uit de rituelen van de dansende derwisjen.)
En zo gij de 5e maal gedanst hebt (ik weet niet waarom de 5e keer, maar zo staat het daar) en uzelf hebt verloren (m.a.w. de 5e maal dat je bij de dans in trance bent geweest) zo zult ge u terugtrekken in eenzaamheid. Ge zult u onthouden van voedsel. Gij zult opzien naar de hemel en ge zult roepen tot de groten en Mohammed vragen Allah’s kracht tot u te voeren. Zij zullen tot u komen over de brug de engelen en zij zullen tot u spreken. Zij zullen u noemen een naam en zij zullen u noemen een kracht en uit deze beide zult ge weten wat de wil is van Allah en zult ge de juistheid begrijpen van de openbaring van Mohammed onze profeet.
4. De boeddhisten.
Er bestaat een boeddhistische groep, die aan overwegingen doet. Ze hebben zelfs een klooster in Kandiri. Dezen hebben ook een soort inwijdingsritueel, een inwijdingsformule. Daarin staat:
En zo ge de juiste deugden in uzelf voortdurend bevestigt, indien ge de juiste paden gaat en onthecht zijt, zo zult ge u richten op het grote Niets (dit is de meest juiste omschrijving die je in een vertaling kunt geven) en zo het Niets over u komt, zult ge daaruit de betekenis der dingen leren kennen.
Dit komt ook op hetzelfde neer. Ik zou u nog twintig verschillende variaties kunnen geven zoals ze in India worden gebruikt, maar in al deze formulieren of voorschriften wordt gezegd: Je moet je afzonderen in eenzaamheid. Je moet daar wachten tot God tot je spreekt. In heel veel gevallen wordt aangeduid dat je iets verandert. Je krijgt een andere naam of een machtwoord dat dan je eigenschap is: de sleutel tot je persoonlijkheid.
In de moderne tijd hebben we aan die woorden misschien niet veel. Een enkeling zal een nieuwe naam vinden, inderdaad. Maar als ik het voor de moderne mens zou moeten formuleren, dan zou ik alleen maar dit willen zeggen:
Probeer uw ontevredenheid met de wereld te vergeten. Vraag u af waar u faalt of heeft gefaald en erkennende uw eigen onvolkomenheden aanvaard de wereld zoals ze is en de krachten daarin, als een werking, waaraan u zich niet meer wilt onttrekken. Aanvaard het geheel (dat kunt u vaak in een heel kort ogenblik doen) en zie dan welke denkbeelden er in u opkomen. Want dat is het eigenlijk.
Wij hebben toch al die illusies niet nodig. Wij hebben alle mooie rituelen, die werden gebruikt om aan iets een bepaalde Godsvorm te geven, niet nodig. Juist het niet religieuze karakter van de inwijding maakt haar toegankelijker, ofschoon ze gelijktijdig minder specifiek een beroep doet op bepaalde emotionaliteiten in de mens. Wacht en u krijgt een denkbeeld. Gewoon een paar gedachten. U krijgt plotseling een klein inzicht; dan gaat het weer voorbij. Houd die kleine dingen vast en gebruik ze om uw wereld daarmee opnieuw te bezien. U zult tot uw verbazing ontdekken, dat uw inwijding veel gemakkelijker is, dat ze vaak veel meer inhoudt dan u had ge-dacht. Zo eenvoudig kan het dus zijn in deze tijd.
Een andere regel – ik zal ze nu niet meer van alle richtingen geven – staat in een brahmaans manuaal voor wat men noemde: de erkenning van verleden en toekomst. Dat betekende dat de mensen vroegere incarnaties beseften, de waarheid omtrent zichzelf in het heden en ze daardoor eigenlijk de toekomst konden beheersen. De incarnatie cyclus was dus helemaal hun eigen beheersing. Zij konden de werkelijkheid van de wereld zien. In dat geschrift geven ze deze raad:
“Indien gij uzelf erkent zoals ge zijt en leest in de regels (de Upanishaden), zo zult ge soms als sluimerend vergeten wat ge leest. En dan komt in u het gevoel dat er andere woorden staan.”
Ik kan het verder uitwerken. Ik kan u elders analogieën ervan geven, maar het belangrijke is hier dat je op een gegeven ogenblik in een meditatie of op een andere manier zo ver kan vervreemden van de werkelijkheid, dat je niet meer weet waar je aan toe bent, dat er ineens heel nieuwe dingen komen. Je leest iets, maar je leest niet wat er staat. Je ziet iets en je weet wat er staat, maar je ziet iets anders dan er staat. Je hoort iets en je weet wat je hoort en toch hoor je iets anders. Er zit een verandering in. Dan wordt hier gezegd
“En deze verandering is de erkenning van de kracht waaruit wij leven en de weg, die wij gaan tot in de wereld der goden.”
Heel mooi. Een beetje padvinderachtig: weest bereid en ga op weg, dan komt je in de wereld van de goden terecht. Maar voor ons is dit eigenlijk toch wel leerzaam.
Er is een vervreemdingseffect. Op het ogenblik, dat wij geloven in de waarden van ons eigen wezen en deze niet ideëel maken, maar gewoon beleven, verschuift er iets in de werkelijkheid. We gaan bepaalde dingen anders zien. We weten, het is niet zo, toch zien we het. Het is een droom, die a.h.w. over de werkelijkheid ligt. Indien dit optreedt, moeten we het waarmaken, want we moeten het voor onszelf bevestigen. En nu is het vreemde, indien je niet handelt in overeenstemming met wat je feitelijk weet, maar met de droom die er bovenop ligt, dan verandert je besef van de mensen en van de wereld. Ook dat is een inwijding.
Waarom die daadwerkelijke beleving ervan, het op de proef stellen ervan nodig is, is ook weer een ritueel. Wij geloven namelijk niet in een werkelijkheid, voordat ze in onszelf bewezen is. En daarom moeten we elke werkelijkheid die we vinden, afwijkend van de norm, voor onszelf beproeven, waarmaken of uitbeelden op de een of andere mazier om haar te kunnen aanvaarden. We moeten over de drempel heen van: maar dat speelt zich alleen in mij af; buiten mij bestaat het niet. Wij moeten het leren zien als een totaliteit.
Nu zult u zeggen: we hebben toch wel onze gaven en krachten.
Ik ga u herinneren aan een heel vreemde Orde (het was eigenlijk ook nog een secte), die indertijd in de woestijn heeft bestaan. Het was wat men noemde: de volgelingen van Anubis, de gidsen in het onbekende land; dus eigenlijk in het land van de dood. Deze mensen stelden: “Wanneer wij met de ziel gaan, zo treden onze voeten de woestijn, maar onze gedachten gaan op de treden. Zij spreken de woorden, ze gaan langs de zuilengalerijen etc. tot de Hof der Rechteren.”
Deze mensen geloofden namelijk dat je door je zo sterk in te beelden dat je in het hiernamaals was en dat je die rituele gang van het Dodenboek maakte, je dat ook feitelijk deed. Het moet wel een krankzinnig gezicht zijn geweest om zo’n paar mensen, die misschien gehuurd waren om een ziel de weg te wijzen, daar gewoon over de woestijn te zien schuifelen en ineens van die danspasjes te zien maken (want ze gingen de trap op) en buigingen te maken tegen een niets. Maar dit ritueel was voor die mensen nodig om zich daarmee te vereenzelvigen. Ze probeerden op deze manier lichamelijk de wereld te ontvlieden door ook lichamelijk te handelen, alsof ze in een andere wereld leefden.
U zult ook wel eens in een situatie komen, waarin u zegt; Als ik nu volkomen reëel moet handelen, kan ik niets. Maar als u innerlijke een besef heeft, een kennis, een wetenschap of mijnentwege een godsdienstige leerstelling waarvan u volledig overtuigd bent en u gaat die uitbeelden zonder u af te vragen, of u voor gek staat of niet, dan zult u wonderlijk genoeg tot de erkenning komen dat u iets waar maakt wat op de wereld niet waar is, maar dat u de gevolgen van die waarheid kent en dat u die zelfs in uw eigen wereld kunt gebruiken. U kunt ze daar uitstralen. U kunt het manifesteren. Ook hier dus weer een heel typische ontwikkeling.
Nu zou ik u misschien moeten lastig vallen met allerlei formules, want die horen er eigenlijk bij. Maar ik vraag mij altijd af, of die superconcrete en exacte formuleringen, die zeer ingewikkelde zinnen wel zo buitengewoon nuttig zijn. Iedereen heeft zijn eigen visie daarop. Ik heb de mijne. Ik handel dus maar volgens de werkelijkheid, die ik veronderstel en geef het zo eenvoudig mogelijk weer. Voor een ieder, die een inwijding begeert, geldt:

Datgene wat ik met volle inzet van mijn persoonlijkheid en met volle overtuiging uitbeeld en desnoods alleen symbolisch of ritueel waar maak, is een innerlijke waarheid waardoor de harmonie, die ik met de rest van de kosmos kan krijgen, eigenlijk wordt bepaald. Doordat ik geloof in de schijnwereld die ik hanteer, kan ik de boodschappen uit de werkelijke wereld ontvangen.
(Dit is naar ik meen een heel belangrijk punt). Dan moet onmiddellijk daarop volgen:
De mens, die niet leeft naar datgene wat hij in zichzelf als waarheid beschouwt, zal er nooit in slagen verder te komen. Integendeel, hij maakt zijn waarheid zelfs indien ze voor anderen bestaat meer en meer tot een illusie. Ik meen, dat dat duidelijk is. Als je om iemand de vrijheid te geven hem eerst tot slaaf maakt, kom je ook niet verder. Je moet gewoon proberen te leven wat je voor jezelf en in jezelf op dit ogenblik gelooft.
Dan is er verder een :(eigenlijk is het een soort formule, die ik maar heel eenvoudig heb vertaald)
Indien ik consequent waarmaak wat ik in mij als juist heb ervaren, ook als ik het in wezen niet begeer of niet zie als een noodzaak of mogelijkheid, dan zal ik door mijn visie op het zijn veranderen. Ik zal mijzelf bevrijden van beperkingen, maar gelijktijdig een nieuwe scala van waarderingen vinden. De scala van waarderingen, die buiten het stoffelijke bestaat, kan stoffelijk worden geïnterpreteerd en zal daardoor de samenhang van het stoffelijke op een andere wijze doen blijken. Degene, die het verst gaat in deze ontwikkeling, is in staat om de kleinste delen in hun loop te beseffen. Hij kan de elektrische stroom dwingen te vloeien of te onderbreken. Hij kan de atomen zeggen zich te hergroeperen. Kortom, hij is meester van alle materie. Maar alleen omdat hij zichzelf niet meer beschouwt als een materieel wezen.
Dan en dit is naar ik meen, voor u allen heel erg bruikbaar:
Dat wat je volledig en intens kunt denken, moet je met een gebaar waarmaken. Dat gebaar is dan weer de verwezenlijking.
Dan staat daar achter:
Het is niet nodig te beseffen wat je waar maakt, als je het maar aanvoelt. Het aangevoelde is even werkelijk en de bereiking daaruit voortvloeiend is volkomen gelijk aan datgene wat met volbewustzijn tot stand wordt gebracht, omdat het gehele wezen zich oriënteert op een andere wereld en daarmee deel heeft aan de krachten daarvan en het bewustzijn daarvan geniet.
Een laatste regel, die naar ik meen wel heel erg belangrijk is voor een ieder, die bezig is met inwijding en ziet hoe anderen ermee worstelen:
De mens, die probeert zijn wereld voor een ogenblik te vergeten, is een wijze. Wie probeert te leven alsof zijn wereld niet bestaat, is een dwaas. Wat je in jezelf bereikt, moet je vertalen in de termen van de wereld waarin je leeft, want eerst dan bewijs je vanuit en door jezelf de werkelijkheid van hetgeen je op geestelijk niveau erkent en hebt bereikt.
Dit is nu gewoon een lezen van de aren van het onmetelijke korenveld van de riten, de inwijdingen e.d. Indien u zelf een ritus nodig heeft, denk dan niet dat die zo ingewikkeld moet zijn. De kinderen in een klas hebben ook een zekere rite. Als Juf erg vervelend is, beginnen ze te wapperen; één of twee vingers de hoogte in. Het is een methode om duidelijk te maken; ik wil eruit. Wij kunnen dat ook doen. We kunnen met de handen een gebaar maken, we kunnen misschien, als we dat nog te opvallend vinden, met onze tong een figuurtje tekenen op het verhemelte. We kunnen met een onopvallend gebaar de relatie stellen tussen ons voorhoofd en ons achterhoofd. Die dingen betekenen op zichzelf niet zoveel. Maar het gebaar (de rite) is erg belangrijk, omdat ze voor ons het signaal is waarop we kunnen reageren. Een mens, die wisselt tussen verschillende werkelijkheden, zal, wil hij in zijn wereld bewust, nuttig en geestelijk groeiend kunnen leven een sleutelgebaar of een sleuteluitdrukking moeten gebruiken om uit die andere wereld naar zijn eigen wereld en uit zijn eigen wereld naar die andere wereld te gaan. Deze symbolische uitdrukking, misschien het ritueel maken van een gebaar, van enkele schreden of het spreken van een enkel woord, kan voldoende zijn om daardoor bewust en beheerst de krachten, die je anders halfbewust in je meesleept te manifesteren in je wereld. Die manifestatie op zichzelf is weer een stimulans tot een reëler aanvaarding van de geestelijke werkelijkheid waaruit je leeft.
Deze lezing is belangrijker dan u op het eerste gezicht beseft. Datgene wat u over inwijding heb gezegd, zou ik als ik u was, nog eens goed nalezen en mij eens afvragen; slaat het misschien op mij? Kan ik er misschien iets aan doen? Want alle inwijdingen uit de oudheid zijn onbelangrijk, als je als een suffe steenezel in de materie blijft doorploeteren zonder te beseffen welke werkelijkheid er rond je bestaat en welke grote krachten er in je leven.

Noot
Er is gevraagd Hoe weet je nu of je met een inwijding bezig bent?
In de praktijk ben je altijd, als je geestelijk georiënteerd bent – hoe dan ook – wel bezig met een inwijding. De meeste mensen beseffen dat niet, maar op het ogenblik dat je belangstelling niet alleen naar de z. g. concrete zaken gaat, maar dat je uitgrijpt boven de werkelijkheid (en dat kan dus zelfs sociale politiek zijn) dan zoek je naar een inwijding en ben je er dus mee bezig. Het is goed om dat hier nog weer even te stipuleren.
Elke mens op aarde, die zich kan losmaken van het zuiver materiële en van het normale denken en doen van zijn omgeving, zoekt in wezen een inwijding. Het zoeken naar de inwijding, gebaseerd op een aanvaarding van jezelf zoals je bent met erkenning van het goede en het kwade dat er in je woont, is in feite een stap doen in de richting van de inwijding.
Dan krijgt u de droom, de gedachte van een mogelijkheid of een macht. Gelijktijdig vindt u vaak daarnaast de ledigheid van uw wereld, omdat u die twee nog niet samen kunt brengen. Probeer dan de krachten terug te brengen, steeds sterker naar uw eigen wereld en u zult zien dat er zich nieuwe denkbeelden ontwikkelen. Dat is misschien geen schokkende verandering, maar het is wel een totale verandering van uw leven, uw mogelijkheden en vooral van uw geestelijk bestaan.
De harmonieën, die u op deze wijze tot stand brengt, zullen u helpen om steeds verder te gaan op het pad der inwijding. U zult daarbij uw eigen kleine riten haast automatisch ontwikkelen, omdat dit voor u de bevestiging is van hetgeen u bent. Vraag u dan niet af, of u meer ingewijd bent dan een ander, maar vraag u af, of u gebruik maakt van alle kracht, die u in u beseft en alle werkelijkheid, die u innerlijk beleeft, ook mede in uw wereld tot uitdrukking weet te brengen.

De vrije wil

Een mens, die denkt dat zijn wil volledig vrij is, is een dwaas. De mens, die denkt dat zijn wil geen mogelijkheden bezit, is een nog groter dwaas. Een wijze is hij, die begrijpt dat zijn wil slechts vrij is in het kleine, terwijl hij in de grote lijnen van zijn bestaan voortdurend wordt bepaald door krachten, die hij nog niet kent en daardoor niet kan beheersen.
Het zal u bekend zijn, dat onkunde in vele gevallen de aanleiding is tot onvermogen. Ik herinner mij dit uit mijn jeugdjaren, toen de wil tot vrijen bij mij wel aanwezig was, maar ik deze wil toch niet in vrijheid kon uitleven. Hier was ik niet in staat te weten wat de essentie van deze overigens instinctief ingeschapen drang betekende. En daar in mijn dagen de voorlichting nog zeer beperkt was, heb ik daarmee enige worstelingen en verrassende ontdekkingen doorgemaakt.
Zo gaat het ook de mens. Als zijn bewustzijn groter wordt, zijn begrip voor de werkelijkheid intenser en meeromvattend, dan zal zijn wil meer betekenis krijgen. Want hij weet dan wat zijn keuze mogelijkheden werkelijk inhouden en hij beseft wat de consequenties daarvan zullen zijn.
Onze vrije wil is eigenlijk het sterkst gefrustreerd door ons gebrek aan inzicht. Op een bepaald moment handelen wij volgens datgene wat wij in onszelf als rail of als begeerte ervaren. Maar wij weten niet wat daarna komt en zo blijkt dat onze werkelijke begeerte, die meestal een zekere continuïteit inhoudt, door onze handelingen wordt gefrustreerd. Dit nu lijkt mij een punt waarvan wij zeer veel kunnen leren. Althans ik heb het gedaan en neem dus aan dat ook voor u die mogelijkheid bestaat.
Op het ogenblik, dat ik de consequenties van een daad kan overzien, kan ik ook werkelijk zeggen, of ik haar aanvaard of niet. Als ik dan handel, is dit volkomen bewust. En daar ik weet wat er gaat gebeuren, kan ik mij daarop prepareren. Ik ben in staat mij te verdedigen. Ik ben in staat om a.h.w. van tevoren de eenvoudigste oplossing te kiezen. Hierdoor bereik ik veel eerder het door mij gewenste resultaat; en ik bereik het bewust aan de hand van de mij besefte mogelijkheden. Op het moment echter, dat ik mij ga bezig houden met de een of andere daadstelling, die naar mijn begrip in een droom wel dit of dat zou kunnen worden, maar waarvan ik de werkelijke mogelijkheden en consequenties niet overzie, voor mijzelf niet en ook niet voor de wereld, dan word ik geconfronteerd met zaken waarop ik niet heb gerekend. Ik kan niet snel genoeg reageren. Ik kan geen uitweg zoeken uit een enorme drang misschien, die van buitenaf op mij wordt uitgeoefend en dan ben ik mijn vrijheid kwijt.
Ik heb in het verleden ongetwijfeld ruim gebruik gemaakt van mijn vrije mogelijkheid tot keuze. Maar altijd weer waren er omstandigheden, die ik niet had voorzien, naar ik meende. Achteraf bezien waren ze volkomen logisch en vloeiden geheel voort uit datgene wat ik zelf mede had veroorzaakt. Het was mijn niet inzien van samenhangen waardoor ik steeds weer werd gefrustreerd en mijn wil niet volledig tot werkelijkheid kon maken.
Dan moeten wij daaruit concluderen, dat de mens, die een volledig bewustzijn bezit een volledig vrije wil zal hebben, maar dat de beperking van het bewustzijn op zichzelf een beperking betekent van de vrijheid van wil.
Nu zijn er veel mensen, die een dergelijk onderwerp gaarne bezien in meer logische termen en dan kan men natuurlijk zeggen: Elke mens wordt begrensd door de mogelijkheden die hij bezit, door het milieu waarin hij zich beweegt, door de maatstaven die hij hanteert en last but not least door datgene wat men hem als waardevol voorlegt, zonder dat hij wijs genoeg is om te controleren of dat waar is. Wat dat betreft is het in de wereld slecht gesteld.
De wereld vertelt u b.v. dat gehoorzaamheid een deugd is. Die gehoorzaamheid kan dan voeren tot de bombardementen van Vietnam. Men vertelt u dat kuisheid een deugd is. Gelukkig geloven de mensen dat zelden of stappen ze over hun bezwaren heen, anders was de mensheid uitgestorven. Men vertelt u dat het recht altijd zal zegevieren. Nu, het onrecht viert over het algemeen meer overwinningen dan het recht en dat kan een ieder constateren. Maar wij willen beantwoorden aan wat die wereld ons voorhoudt. Wij geloven, dat wij alleen zalig kunnen worden in de juiste kerk. Wij geloven, dat de liefde alleen beleefbaar is, indien wij aan bepaalde formaliteiten hebben voldaan. Wij geloven, dat ons mens zijn afhankelijk is van de wijze waarop wij ons kleden. Kortom, wij geloven alles behalve één ding: dat wij eerst onszelf moeten zijn.
Wij weten wat de wereld is, die schijnwereld buiten ons en wij kunnen onze houding daar tegenover bepalen. Wij weten, dat in een absoluut conflict met de wereld wij altijd het onderspit zullen delven. Het is dus dwaas om een dergelijk conflict te beginnen, tenzij zeer grote en hoge geestelijke belangen op het spel staan. Maar in de praktijk kunnen wij altijd uitwijken.
Ik vind iemand, die probeert met twee vingers een losgebroken locomotief tot stilstand te dwingen een dwaas. Degene echter, die opzij springt en zich afvraagt, of er misschien een wissel is over te halen waardoor dat ding in ieder geval geen grotere ravage veroorzaakt, noem ik een wijze. Zo is het ook met de vrije wil.
Wanneer de gemeenschap, de maatschappij, het leven waarin wij nu eenmaal zijn opgenomen, ons dreigt te overrompelen, dan moeten wij ons afvragen: kan ik mij uit de baan van het gevaar verwijderen? Zo niet: kan ik het gevaar misschien afleiden in een richting waardoor zo weinig mogelijk onaangename en onaanvaardbare consequenties ontstaan? Dat is ook vrije wil.
Men heeft eens gezegd, dat de vrije wil alleen kan worden uitgeoefend door een diplomaat. Nu ben ik het daar niet helemaal mee eens. De vrije wil heeft weinig te maken met de voortdurende leugens. Toch zou ik willen zeggen: Iets wat de diplomaat heeft, moeten wij ook gebruiken; namelijk de methode om ons zo te bewegen en uit te drukken dat wij de waarheid zelf kunnen beleven en uiten, zonder dat zij aan anderen onmiddellijk aanstoot geeft. Dit lijkt mij voor de mens de oplossing voor vele van zijn wilsproblemen.
Daarnaast is er naar ik meen ook nog een verwarring tussen wil en wens. Heel veel mensen zeggen dat ze geen vrije wil hebben, omdat ze hun wensen niet kunnen verwezenlijken. Maar ze vergeten één ding: datgene wat zij wensen is niet afhankelijk van henzelf en hun eigen instelling en daden, maar veronderstelt een onderworpenheid aan of een daadkracht bij anderen, die mogelijk niet aanwezig is. Het is natuurlijk aardig te zeggen: Ik houd er niet van om bergen te beklimmen. Als die bergen nu een klein beetje opzij kunnen gaan, kan ik er langs lopen.
Heel veel mensen reageren zo in hun wens en droomleven. Zij zouden graag alles opzij willen schuiven om op die manier de voor hen eenvoudigste weg te kunnen gaan. De praktijk is dat wij, indien wij naar de andere kant van de berg willen gaan, ook de consequenties van het klimmen en het afdalen moeten aanvaarden.
Er is een wet van oorzaak en gevolg; daaraan kunnen wij ons niet onttrekken. Onze keuze is een daadstelling. Dat brengt ontwikkelingen met zich mee waaraan wij ons zullen moeten aanpassen. Het is natuurlijk dwaas te veronderstellen dat je bal tegen een ruit kunt trappen, zonder dat het glas breekt, zonder dat er een boze buurman naar buiten komt en zonder dat het moeite kost om de bal terug te krijgen. Dat is een dwaze veronderstelling. En dan beginnen wij te redeneren: Ja, als dit niet en als dat niet; en als die nu eens anders was. Maar dat heeft niets meer te maken met vrije wil.
Vrije wil is wat ik zelf kan en zelf doe. Als ik zeg: Ik wil naar de noordpool gaan, dan kan ik dat doen. Zeker, het zal moeilijk zijn. Ik kan niet verwachten dat iemand mij er even heen brengt, zonder dat het mij inspanning kost. Maar ik kan gaan, ofschoon ik mij niet kan voorstellen waarom iemand daarheen zou willen gaan. Ik weet wel aangenamere plaatsen op de wereld. Maar als voorbeeld is het misschien bruikbaar.
Iedereen, die vanuit zijn droomleven probeert iets waar te maken, zal zich daarbij dienen te realiseren: Ik kan alleen datgene waar maken wat afhankelijk is van mijzelf. Ik kan mijn daden stellen in de richting van mijn doel. Dat is de vrijheid van willen en handelen die ik bezit. Maar ik kan nooit de zekerheid hebben dat die wereld dan ook volledig aan mij zal beantwoorden.
Er is nog een ander aspect van de vrije wil, dat mij de aandacht waard lijkt.
Als een mens intens denkt, dan straalt hij die gedachte uit. Indien de intensiteit van zijn wens en van zijn willen groot genoeg is, dan brengt hij daarmede de omstandigheden tot stand waarin de verwezenlijking gemakkelijker mogelijk is. Men vergeet dat vaak. Datgene wat wij uitstralen naar de wereld, bepaalt de wijze waarop de wereld ons benadert. En daarmede is aan de vrijheid van wil een nieuw aspect toegevoegd.
Het is niet voldoende te zeggen, dat ik iets wil. Ik moet het volledig willen, met mijn gehele wezen, met mijn gehele denken, zonder enig voorbehoud. Als ik het zo beleef, dan schept de wereld rond mij de condities waardoor het waar kan worden. Ook dan zal ik waarschijnlijk zelf tot actie moeten overgaan. Ik zal altijd toch weer zelf een stap moeten doen, zelf ingrijpen. Maar dan zijn toch de mogelijkheden tot mij gekomen, die er zonder mijn denken niet zouden zijn.
Een ander punt in dit geval is wel het ongeduld van vele mensen. Het doet mij denken aan iemand, die in de volle zomer in Nederland op de boulevard plotseling stamelt: Ik wil zuurkool met spek. Als je ergens naar toe gaat en je wilt ervoor betalen en je wilt erop wachten, dan kun je zuurkool met spek krijgen. Maar als je verwacht dat het onmiddellijk ter tafel wordt gebracht of zelfs dat iemand het je gratis komt aanbieden, dan krijg je het niet.
Er zijn mensen, die iets willen bereiken wat een leven lang van streven moet kosten en ze verlangen dan dat dat binnen enkele dagen waar wordt. De kans, dat deze wil wordt verwezenlijkt, is niet groot. Want op het ogenblik, dat ze hun termijn zoals ze die hebben gesteld is verstreken, verwerpen ze wat ze hebben nagestreefd. Ze geven de wereld dus niet eens de mogelijkheid te beantwoorden aan hetgeen er in hen leeft. Je moet geduld kunnen hebben.
Er zijn dingen, die een heel leven vergen om ze waar te maken. Maar als je het wilt, kun je ze waar maken. Wie echter de kostprijs berekent van hetgeen hij wil bereiken, zal alleen hierdoor vaak beseffen dat er ook voor hem prioriteiten bestaan. Het ene is nu eenmaal belangrijker dan het andere en bovenal: het ene is gemakkelijker te bereiken dan het andere. Mij dunkt, dat menigeen vergeet de ene voet voor de andere te zetten, omdat hij zo graag 60 km verder wil zijn. En hij verbaast er zich dan over dat het niet waar wordt. Wie in kleiné étappes probeert te bereiken, maar dan ook wel voortdurend aan de verwezenlijking van zijn ideaal of zijn denken werkt, bereikt veel. Zijn wil is vrij genoeg om een verwezenlijking mogelijk te maken, hoe beperkt misschien en hoezeer ook gebonden aan de eigen persoonlijkheid. Maar degene die alleen de grote dingen wenst, is eenvoudig niet in staat ze waar te maken. Hij heeft zelfs niet het vermogen zich juist voor te stellen wat hij in feite wenst.
Er zijn mensen, die zeggen dat het leven hen voortdurend teleurstelt. Ze hebben geen vrije wil, want alles wat ze hebben wilden, hebben ze niet gekregen. Maar als je nagaat wat ze wilden, dan hebben ze het meestal wel bereikt of wel gekregen maar op het ogenblik, dat ze iets anders verlangden.
Ik geloof, dat de inconsequentie van de mens sterk kan bijdragen tot de gebondenheid van zijn wil, de onvrijheid van zijn leven. Wij moeten in onszelf bewust en consequent zijn. Twee dingen die voor de doorsnee mens erg moeilijk zijn, als ik mag oordelen naar hetgeen ik zelf ben geweest. Wanneer hij dit kan bereiken en hij overweegt bewust; dit is mijn wens, wat zijn de mogelijke gevolgen, ik aanvaard al die gevolgen om het gewenste waar te maken, dan is hij in staat alles te verwezenlijken. Dat gaat vanaf de hoogste inwijding bij wijze van spreken tot de vreemdste veranderingen van zijn persoonlijkheid toe. Maar je moet ook wel geloven dat het mogelijk is.
Als je iets wenst en je dénkt dat het niet mogelijk is, verwerp je het zelf. Je zegt tegen de wereld: Dit kan niet, dus houd het van mij af. En gelijktijdig predik je tegen jezelf: Maar ik wil dit en ik kan het niet waar maken, dus ik heb geen vrijheid van wil. Ik meen, dat daarmede de meeste aspecten van de vrije wil reeds belicht zijn.
Natuurlijk speelt predestinatie bij de mens altijd een grote rol. Ik heb in mijn leven mensen leren kennen, die uitriepen: Dit is voorbeschikt, daaraan kunnen wij toch niets veranderen. Opvallend is dat ze dat meestal deden, als zij zich schuldig voelden. Ik heb enkele vriendinnen gehad, die het over predestinatie hadden toen we elkaar ontmoetten en toen wij elkaar verlieten. Ik geloof daar niet in. Uw moderne term zal misschien “karma” zijn, maar dat is precies hetzelfde. Wij doen alsof er iets is vastgelegd, omdat we niet willen toegeven dat wij zelf iets willen, waarvan we toch ergens het gevoel hebben dat het niet juist is. Wij verschuiven eenvoudig de aansprakelijkheid door te zeggen dat wij gebonden, verplicht zijn; dat wij ons niet eraan kunnen onttrekken. Maar dat is geen pleidooi tegen de vrije wil. Het excuus van een predestinatie helpt weinig.
Ik heb vele gelovigen ontmoet ook hier in onze sferen die ervan overtuigd waren dat ze voor een bepaald lot waren voorbestemd en uitverkoren. Het vreemde is, dat allen meenden bij hun overgang uitverkoren te zijn voor het Koninkrijk der Hemelen. Ik heb nog nooit iemand ontmoet, die beweerde dat hij gepredestineerd was voor de hel. En ook dat zegt mij weer iets.
Men neemt dus aan dat andere machten de eindbestemming bepalen, omdat men daarmee zich zeker kan voelen van dingen, die men zelf niet denkt te kunnen verwezenlijken of bereiken. Neen, ik geloof dat dat in vele gevallen alleen maar een uitvlucht is.
Onder ons wordt natuurlijk ook wel eens over deze dingen gesproken. Er zijn bij ons heel veel hartstochtelijke wandelaars – dat neem ik althans aan – die het voortdurend hebben over de wegen, die je moet gaan en waarbij je links of rechts kunt lopen naar eigen believen. Mijn ervaringen zijn wel enigszins afwijkend en daarom ook mijn conclusies.
Ik meen namelijk, dat wij op die weg lopen, omdat wij denken dat het de juiste weg is, maar dat we heus nog wel eens een afstekertje kunnen maken. We kunnen zelfs een andere bestemming kiezen. Alleen, moeten wij die weg dan met al wat hij voor ons betekent aan zekerheid en gerichtheid terzijde stellen. Ik heb dat meermalen gedaan. En als ik zie wat het resultaat is van mijn leven met al zijn vreemde fratsen en farcen, dan moet ik zeggen: Die veranderingen hebben mij zeker teruggehouden van het vervullen van datgene waartoe ik leek voorbestemd, maar wat ik heb bereikt, is minstens even waardevol, zo niet meer waardevol.
Ook voor u zal dat gelden. Wij hebben de neiging een vaste weg te gaan. Natuurlijk omdat we te bang zijn om ons zonder kompas misschien in de een of andere wildernis te wagen en mogelijk verkeerd uit te komen. Maar de mens, die het avontuur aandurft, die zal in vele gevallen bereiken wat hij wil en niet alleen het doel waar de weg naartoe voert.
Ik kan u verzekeren dat het inderdaad in vele gevallen verkieselijker is om zo nu en dan de zijwegen in te slaan. Ik weet, dat mijn vrienden de rechte weg gingen omdat ze die het best kenden. Als hun evenwichtsgevoel en denkvermogen sterk waren gestoord, dan konden hun voeten toch de weg huiswaarts vinden. Ik maakte afstekertjes. Ik kwam o.a. terecht in de “Lapin qui rit”, een heel aardige gelegenheid en daaraan heb ik enkele zeer zoete weken te danken, die ik – als ik de rechte weg alleen had willen volgen – zeker niet gevonden had. Het nadeel is natuurlijk, dat ik de weg huiswaarts niet kon vinden. Maar mijn gezellin wist de weg naar haar huis nog wel en het probleem was toen eenvoudig opgelost. Dit gebruik ik alleen als voorbeeld om u duidelijk te maken dat wij veel meer vrijheid hebben dan wij wel denken.
Aan de andere kant: Als je een lichaam hebt, ben je gebonden aan wat dat lichaam kan doen. Als je in een bepaald land leeft, dan is het vaak heel erg moeilijk om in een ander deel van de wereld terecht te komen dan waar je met alle geweld zou willen zijn. Het kan wel, maar het vraagt veel meer inspanning, opoffering, tijd, geduld dan de meeste mensen willen opbrengen. Je kunt zelfs aan je eigen lichaam soms wel het een en ander veranderen, maar niet al te veel. Hier schijnt de wil dus niet vrij te zijn. Je moet werken op basis van wat je hebt en dán kan de wil vrij zijn. Je kunt nooit uitgaan van wat je zou willen hebben. Dat is iets wat aan staatslieden is voorbehouden. Die gaan altijd uit van hetgeen ze willen hebben en nemen dan aan dat alle anderen graag bereid zijn om dat te hunnen koste natuurlijk waar te maken. Maar bij ons in het leven is dat anders.
Als ik een paar laatste conclusies mag trekken, zou ik willen zeggen:
De meeste mensen worden dermate verblind door hun illusies, dat ze hun werkelijke mogelijkheden van de verwezenlijking van het voor hen noodzakelijke, dus hun werkelijke mogelijkheden niet zien.
Heel veel mensen worden door hun vooroordelen teruggehouden van het verwezenlijken van wat voor hen nodig is; en zo zijn ze dus tegen zichzelf verdeeld. Als je zelf niet eens weet welke kant je wilt uit gaan, dan gedraag je je als een hond, die met de voorpoten naar voren en met de achterpoten naar achter wil. Je rekt je alleen maar uit, je krijgt pijn in het lijf en je komt nergens – en dat zult u begrijpen – is zeer pijnlijk. En juist degenen die die pijn hebben, vragen zich dan af: Is er wel een vrije wil?
Leer je bewegen naar dat wat je bent. Leer één doel tegelijk na te streven en niet vele doeleinden. Maak iets waar met je hele wezen en met al je kracht. De wereld en de kosmos zullen aan je beantwoorden zolang je uitgaat van hetgeen je bent. En als je dan één doel hebt bereikt, kun je verdergaan naar het volgende. Maar als je vooruit loopt op een bereiking, die je nog niet hebt waargemaakt, dan kom je weer in de wereld van illusies. Dan kun je niet de juiste harmonieën vinden in de wereld. Dan vind je ook niet het uithoudingsvermogen en de kracht in jezelf, die je nodig hebt en stapel je maar weer dat de mens geen vrije wil heeft.

Spontaniteit

Wanneer de impulsen in mij rijzen, voordat ze goed gedacht zijn, zijn ze waar gemaakt. Er staat geen schutting, geen heg, geen hek van voorbehoud der gedachten. Ik vervals de werkelijkheid, die in mij is door mij af te vagen, of ze redelijk is. Dat noemt men spontaan.
Het werkelijke gebeuren van het Al is spontaan. Er is geen lange voorbereiding. De goede God heeft geen architect aangetrokken om een arbeidsindeling voor Hem te maken en Hem te vertellen op welke wijze Hij het best de werelden zou kunnen scheppen. Hij heeft ze eenvoudig uit Zichzelf voortgebracht. En juist dit maakt Zijn creatie tot een groot wonder en geeft daaraan die wonderlijke eenheid, welk zou ontbreken, indien men plannen had gemaakt.
In het leven is het hetzelfde. In u spreekt vaak een veel groter kunnen en weten dan u uzelf redelijk kunt toegeven. Wanneer u spontaan reageert, gaat de gehele persoonlijkheid mee. Wat dan tot uiting komt is werkelijk, is waar en volledig. Maar op het ogenblik, dat u gaat nadenken, is de waarheid al verdwenen. Dan vlucht ze weg achter de redelijke argumenten, achter de redeneringen en wordt de waarheid, die vanuit u mogelijk was tot een leugen waaraan u zichzelf bezeert.
Spontaniteit. Het lijkt misschien dwaas om aan een opwelling toe te geven. Dwaas om in vreugde iemand een kus te geven, gewoon midden op straat, ofschoon je hem niet kent. Vreemd en dwaas misschien om iemand eenvoudig aan te spreken of iemand hulp te bieden of hulp te vragen, omdat je voelt dat dat op dat ogenblik het juiste is. Maar daardoor veroorzaak je in jezelf geen spanningen. Er is geen strijdigheid tussen je gevoelsleven, je innerlijke geestelijke drijfveren en je redelijkheid en denkbeeld omtrent de mensen. Er staat geen theorie tussen jou en de scheppende Kracht, die door jou werkt. Dit alleen reeds maakt je vrijer, brengt je dichter bij de werkelijkheid en doet je je wereld juister zien, omdat je niet meer probeert haar aan jezelf te verklaren, maar door haar te beleven haar in jezelf erkent.
Waarlijk, spontaniteit is een kostbaar goed, indien men haar gebruikt op de juiste wijze. Maar wie spontaniteit beschouwt als de mogelijkheid om maar te doen wat je op dat ogenblik invalt, waarbij in feite redeneringen en wensjes een veel grotere rol spelen en misschien ook de behoefte om aandacht te trekken of aan te trekken of af te weren dan de werkelijkheid in jezelf, is ze schadelijk, want dan wordt ze een soort commedia del arte, waarbij je gelijktijdig Pierrot en Bombasto wilt spelen. En wie zo dwaas is, slaat voortdurend zichzelf, lijdt onder zichzelf en kan zichzelf nooit zijn meerwaardigheid bewijzen.
Daarom, indien iets werkelijk in u opwelt aan woord, aan begrip of aan reactie, geeft daar uiting aan. Maar op het ogenblik, dat u voor uzelf een rol wilt gaan spelen en gewoon alleen maar wilt reageren, omdat het leuk is, beperk uzelf dan wel. Want de ware spontaniteit omvat geest, gevoel en mogelijkheid en is niet een tijdelijke verschuiving van de werkelijkheid, die daarna weer in haar normale vorm zou moeten terugkeren.

De drempel

De drempel is niet veel: een scheidslijn, soms denkbeeldig tussen het een en het ander. De drempel is iets wat wij in onze gedachten maken tot iets groots en bijna onoverkomelijks, ofschoon het in werkelijkheid niets is. Wij stellen drempels van mogelijkheid. Wij stellen drempels van waarschijnlijkheid. Wij stellen drempels in gedrag en zeggen dat je die niet mag overschrijden. Of zo je ze al overschrijdt, dit slechts mag doen in het licht van waarheid en eeuwigheid in de openbaring aan de mens gegeven, in het juist geïnterpreteerd worden door hen, die van het interpreteren leven en zo de waarheid naar zij zeggen kennen.
Maar is er wel een drempel? Er is geen drempel tussen leven en dood voor de geest, die erkent ik sta er voor. Er is geen drempel tussen uw wereld en de onze voor de mens, die innerlijk hoort en luisteren wil naar een stem, die tot hem spreekt, naar een kracht die hem stil beroert. Er is geen grens tussen een eenvoudig mens en een adept dan slechts het besef. Wie beseft, verheft zichzelf niet, maar treedt slechts een werkelijkheid in – geen drempel, moeilijk te overschrijden – indien het begin maar is gemaakt van de realisatie : ik ben niet beperkt zoals ik denk te zijn.
Drempels gebouwd door het menselijk fatsoen zijn dwaasheden. De mensen zullen altijd weer dat doen wat ze voor zich erkennen als begeerlijk of goed. En als je, je dan bindt aan wat een ander zegt dat moet, dan bereik je de werkelijkheid niet; dan leef je je leven niet; dan wordt je wereld klein en word je bevangen door een drempelvrees. Zo gevangen wordt het leven niets, een nietigheid. Maar wie beseft, zo er al drempels zijn, het zijn de reinen slechts. Waar het “ik” die overschrijdt, daar is de werkelijkheid opnieuw en groter soms en met een ander nieuw bestaan en nieuw ervaren ondergaan, waaruit ik leer en zelve word tot meer bewuste kracht.
Dan heeft de mens eindelijk beseft wat leven is. Dan is zijn leven volbracht. Dan treedt hij zonder grens of drempel te ervaren een andere wereld in en vindt de eenheid van het bestaan in elk leven weer. Dan is hij niet slechts mens of geest, maar meer: een wezen dat de eeuwigheid beleeft, ook in een breukdeel van de tijd.