Inwijding in sferen

13 september 1976

Het onderwerp van onze gastspreker vanavond is misschien een beetje eigenaardig voor sommigen van u; het gaat namelijk over bepaalde sferen. Ik hoop dat u daar interesse voor heeft.

De gastspreker is iemand die geldt als inwijder in één van de sferen. Nu moet u zich daar niets al te groots of te hoogs van voorstellen. Het is gewoon een wijze van werken. We hebben heus wel hogere sprekers gehad ook, maar zelden iemand die juist deze specifieke taak heeft gekozen. U moet zich de situatie ongeveer als volgt voorstellen: Elke sfeer is vergelijkbaar met een klas. Een inwijder is iemand die proefwerken overhoort, iemand dus die probeert te kijken hoe ver je bent gekomen en die gelijktijdig allerhande latente kennis en emotionele inhouden weer naar voren laat komen. Want de mensen denken over de sferen heel vaak als een soort replica van de menselijke wereld en dat zijn ze natuurlijk niet. Als je pas overgaat, kom je inderdaad wel in een wereld die een beetje menselijk lijkt. Maar hoe verder je gaat, hoe anders het wordt.

Je kunt je misschien voorstellen dat je ergens in het duister terecht komt en rond je alleen in de verte sterren ziet, zoiets als ruimtevaarders zullen zien. En stel je dan voor dat je uit al die puntjes licht die er zijn, eigenlijk het voor jou juiste moet kiezen. Dat is erg moeilijk; je moet een koers bepalen. Dat kun je alleen doen door een soort emotie, een gevoel van juistheid. Wanneer het gevoel van juistheid er niet is, kun je elk licht najagen en je zult nooit iets bereiken. Je komt er niet, je blijft eigenlijk tussen werelden hangen.

Maar op het ogenblik dat je dat gevoel van juistheid bereikt, ben je a.h.w. ineens één met die stip licht. Dat wordt weer een hele nieuwe wereld, een wereld die misschien helemaal geen vormen kent of waarin de inhouden van het denken en van het beleven heel anders zijn dan je tot nu toe ooit ervaren hebt. Maar werelden waarin je je dan toch ook wel kunt bewegen. Je hebt een zekere affiniteit met die wereld.

Nu is een inwijder eigenlijk iemand die je helpt. In de eerste plaats om zo ver bewust te worden dat je de wereld die je gekend hebt, achter je durft laten, dat je niet meer bang bent voor het onbekende. In de tweede plaats iemand die je, voordat hij je die kans geeft, ook eigenlijk toetst zodat je je eigen harmonische inhoud, je eigen harmonische waarde voldoende sterk gaat beleven om daardoor die afstemming te kunnen vinden. Het is misschien een complex beeld, maar ik zou niet weten hoe je het eenvoudiger moet zeggen.

De taak van inwijders kan dus heel verschillend zijn, ook hun wijze van optreden. De meest bekende vorm is die van de ‘lichtende zuil’. De inwijder die zich manifesteert als een soort schijnsel plus bepaalde harmonieën, bepaalde gedachte-uitstralingen waarvan ieder dan absorbeert wat hij absorberen kan. Dit gebeurt in verschillende zomerlandwerelden. Maar dat is alleen maar een vorm die wordt aangenomen, omdat men nog sterk vormbewust is.

De warreling van die zuil, waarin vaak een heel mooi kleurenspel  te zien is ook nog, compleet met lichtshow, zou je haast zeggen, is eigenlijk niets anders dan een poging on van de vorm te vervreemden en gelijktijdig toch levensinhoud uit te stralen en met anderen te delen.

Wij maken daar dan over het algemeen een mooi verhaal van, van poorten van inwijding die je door moet, etc. De praktijk is gewoon een rijpingsproces. Het is of je, net als een rups, op  een gegeven ogenblik zegt: Ik heb geen interesse meer voor taken die tot deze wereld behoren; die wereld zegt me ook weinig. Je bent voortdurend met jezelf bezig.

Het is een soort meditatie, die gelijktijdig zelferkenning en zelfbeschouwing inhoudt en daarnaast contacten met zaken als God, realisatie van de stralen waartoe je behoort, de straalmogelijkheid van inwijding waartoe je zou kunnen behoren en al die dingen meer. Dus in dat isolement moet je proberen los te komen van je oude wereld zonder jezelf te verliezen.

Op het ogenblik dat je dus alleen bent werkelijk met jezelf en geen wereldassociatie er meer achter hebt, dan kun je meteen doorgaan. Je ontwaakt, het is als een vlinder die uit een pop komt, bij wijze van spreken, je wordt wakker in een nieuwe wereld. Je wacht even omdat je eerst de contacten met die wereld moet hebben, de harmonie ervan ervaren, en dan kun je weer actief zijn. In die activiteit moet je dan ook een eigen taak gaan zoeken, want niets doen, is maar niets.

Nu is de taak van de inwijder dus met de afstemming meestal niet afgelopen, want wanneer hij je zover heeft gebracht dat je in dat pop-stadium komt te verkeren, dan moet hij natuurlijk ook zorgen dat je er goed uitkomt. Hij heeft  er deel aan, het is deel van zijn aansprakelijkheid, en wanneer je dus weer ontwaakt in die nieuwe wereld, is het de taak van de inwijder om te zorgen dat je niet alleen in harmonie, maar ook in begrip deel kunt gaan hebben aan die wereld.

Nu bestaan er een groot aantal van die mogelijkheden, en elke sfeer zou je weer kunnen verdelen in een groot aantal verschillende harmonieën, die elk weer gepaard kunnen gaan met een specifieke wereldbeleving of een wereldvoorstelling, zelfs wanneer je in de lagere sferen blijft.

In al deze gevallen is het echter wel zo dat het aantal mogelijkheden waaruit je gaat kiezen naarmate je verder komt, eigenlijk kleiner is. U zou misschien denken: ik zit hier gevangen. Nu worden uw mogelijkheden groter, dat is voor uzelf waar. Maar voor het aantal werelden dat u kunt beleven, is dat niet waar.

U bent in uw eigen wereld al specifiek gericht. Dat wil zeggen: u hebt een incarnatie-achtergrond, u hebt eventueel geestelijke belevingen tijdens het stoffelijk bestaan; daarnaast stoffelijke conditionering, denkgewoonten, bepaalde voorstellingen. Die bepalen eigenlijk al in wat voor zomerlandwereldje u in het begin terecht komt. Nu kunt u vanuit dat zomerland-wereldje nog vele kanten uit. Maar wanneer je eenmaal een harmonie hebt gevonden, laten we zeggen met de kloof van tijd, dus met de tijdstroom, dan is het duidelijk dat je bewustwordingsprocessen op die tijdstroom zijn gebaseerd en dat je steeds meer de tijd moet gaan overzien, d.w.z. dat je eigen tijdsbeleving steeds minder wordt. Dat je harmonie gelijktijdig een groter vlak omvat, maar minder specifiek met één punt binnen het gebeuren zich zal openbaren.

Voor mensen misschien een beetje moeilijk om te begrijpen dat je zegt: “Ik ga zoveel van iedereen houden, dat ik eigenlijk niet meer in het bijzonder van iemand houd.” In dergelijke termen uitgedrukt, lijkt het onzin. Maar in de praktijk komt het dus hier op neer, dat de hele wereld tegen je spreekt. Het is niet één persoon.

Als je in een sfeer bent, kunt u met personen contact hebben. Maar wanneer het een beetje hogere sfeer of wereld is, dan is elke persoon eigenlijk gelijktijdig representant van het geheel en in alles wat hij aan u doorgeeft ook deel van het geheel. Hij is stem van het geheel geworden.

Hoe hoger de sfeer wordt, hoe groter die eenheid, die versmelting, en daardoor hoe kleiner eigenlijk het aantal mogelijkheden van keuzen, van deviatie. Het geheel wordt in aantallen en in mogelijkheden uitgedrukt veel groter, maar in harmonie is het steeds beperkter, omdat er steeds minder tegenstellingen aanwezig zijn.

Het is duidelijk dat dergelijk zaken voor een inwijder dus moeilijkheden kunnen betekenen. En ook voor onszelf, wanneer we in uittreding contact krijgen met verschillende sferen, terwijl we op aarde zijn. Wanneer we in een sfeer levend naar een hogere of een lagere sfeer a.h.w. een uitstapje maken, dus proberen contact op te nemen, dan geldt hetzelfde. Want je kunt geen vergelijking trekken.

Als u uittreedt b.v., kunt u in een wereld komen die geen vormen heeft. Maar u zult ze toch tot een soort vorm, abstract of concreet, herleiden. U kunt komen in een wereld waar vibraties zijn, maar geen licht en geen kleuren in de zin waarin u het kent, maar u zult het  uitdrukken in tinten van licht, in kleuren, in lichtintensiteiten ook.  U kunt niet anders, maar dat kunt u ook niet anders als in een sfeer bent .

Nu is de moeilijkheid voor zo’n inwijder tussen de sferen eigenlijk dat hij behoort tot een wereld die meer omvattend en gelijktijdig meer één in harmonie is dan de wereld waarin hij inwijdt. Er is dus een groot verschil.

Het is niet: ik ben een wijzere persoonlijkheid in de wereld waarin ook jij leeft. Neen, ik leef in een andere wereld en ik moet proberen om precies in jou alle waarden te wekken die met mijn wereld of mijn mogelijkheden harmoniëren. En ik moet dit doen, terwijl ik weet dat je alles wat ik uitstraal, vertaalt in je eigen termen; dat je dat op je eigen manier ziet en dus niet de geestelijke achtergronden ervan begrijpt of niet voldoende begrijpt.

Voor iemand zoals ik, die naar de aarde teruggaat, is het betrekkelijk eenvoudig. Je neemt een oude persoon aan, dus een oude persoonlijkheid, een oude omschrijving van mijn ik. Dat die beperkter is en dat die bepaalde eigenschappen heeft, doet niet zozeer ter zake. Want in die persona liggen de associatieve mogelijkheden. Dat wil zeggen: de woorden, de gelijkenissen, de benadering ook van problemen die voor dé stofmens het meest aanvaardbaar zijn.

Wanneer ik zuiver geestelijk zou spreken, zou ik veel minder over kunnen brengen van de werkelijkheid, die ik probeer met u door te nemen, dan ik nu doe. Terwijl ik in feite voortdurend ernaast zit;  niet ver, maar een klein tikje.

Maar ik kan het niet helemaal juist zeggen, want dan zijn er geen woorden, geen begrippen en ook, voor de meesten van u althans, is  er geen mogelijkheid tot begrijpen. Ik kan dit doen, want ik heb een persoonlijkheid.

Maar als je in de sferen bent geweest is het bewustwordingsproces gelijktijdig eigenlijk een zodanige verandering van je persoonlijkheid dat je op een gegeven ogenblik — als je het vergelijken mag — nog loopt als een mens terwijl je al kunt vliegen als een engel. Alleen heb je nog niet geleerd je vleugels uit te slaan, en de vorm waarnaar je nu terug kunt, is die van de engel. Maar het is niet van de ‘mens’, die helemaal niet vliegen kan. Dus ergens blijft er een hiaat zitten. Dat hiaat kun je overbruggen door wat men noemt ‘de emotionele harmonische’.

Een emotionele harmonische is in feite niets anders dan een totaal uitstraling, waarop anderen kunnen reageren zonder dat er een specifieke inhoud aan verbonden wordt. Die inhoud verbinden de anderen er dan wel aan, maar die is er eigenlijk niet. Je straalt dus een geheel uit.

Je zou het misschien het best kunnen omschrijven met iemand die weinig zegt op een feestje en die ook niet uitbundig is of de aandacht trekt, maar die door zijn aanwezigheid een klankbord vormt, waardoor alles wat de anderen onderling doen, eigenlijk meer inhoud, meer betekenis krijgt.

Je kunt het vergelijken met een seance als deze. Er zijn een paar mensen, die voelen meer aan of die weten meer dan het precies met woorden uitdrukbaar is. Maar daardoor heb ik een klankbord. Ik kan gaan afmeten wat hun reacties tegen de reacties van de anderen zijn. Ik kan a.h.w. bijsturen op de instrumenten.

Die mogelijkheid heeft zo’n inwijder dus ook wel voor een deel. Hij weet: kijk, deze is praktisch rijp, die zal binnenkort zich inkapselen. Hij weet: in dit wereldje krijg ik de beste reacties van inkapseling, dus verwijding (eerst vernauwing en daarna verwijding van bewustzijn) onder die omstandigheden. En nu bekijkt hij: hoe vertalen anderen dit en hoe is dat vertaald?

Hierdoor heb je maatstaven. Die maatstaven geven de mogelijkheid om  beelden uit te zenden die voor iedereen nog net begrijpelijk zijn of, wanneer ze al niet begrijpelijk zijn, toch een gevoelsreactie uitlokken. Dat betekent dat er een proces in de ander op gang komt.

Ik dacht dat ik daarmee eigenlijk over die moeilijkheden al voldoende gezegd had, anders heeft de gastspreker dadelijk zelf niets meer om te zeggen. Of ik heb allerhande dingen gezegd en hij komt vertellen dat het niet zo is.

Toch zou ik aan de hand hiervan graag enkele eigen beschouwingen voorleggen.

Alle leven bestaat uit een gevoelswereld die dichter bij de werkelijkheid ligt dan de verstandswereld. De verstandswereld is a.h.w. de uitdrukking, de vormgeving van de gevoelswereld. De verstandelijke processen spelen zich wel af, maar op de achtergrond blijft die emotie toch eigenlijk domineren. Het zijn je gevoelens die je redelijke processen sturen. Veel mensen zullen het daar niet mee eens zijn, maar het is toch zo. Doordat die emoties voor een mens gedeeltelijk stoffelijk, gedeeltelijk in de levenssfeer en gedeeltelijk in de geestelijke sfeer liggen, is het voor een mens nog wel eens moeilijk om dat allemaal uit elkaar te houden. Er zijn drift- en angstbelevingen die zuiver lichamelijk zijn bv., en daarnaast zijn er impressies die in de levenssfeer voorkomen. Het zijn in feite impressies die door de aura worden ontvangen.

Dan zijn er nog die geestelijke ervaringen, die eigenlijk helemaal boven de aura staan en die alleen in hogere chakra’s actief kunnen worden wanneer die ontplooid zijn. Dus door die emoties heb je eigenlijk een band met de wereld. Een band kan net zo goed haat zijn als liefde, onthoudt u dat! Het kan aanvaarding zijn of verwerping, dat maakt niets uit. Het is in beide gevallen een relatie. Het is die relatie, door de emotie bepaald, waaruit elke harmonie voortkomt.

Er zijn mensen die elkaar niet kunnen luchten of zien, totdat ze ontdekken dat ze samen een hekel hebben aan een derde persoon. Vanaf dat ogenblik zijn het vrienden. Een heel simpel voorbeeld, maar het bewijst iets. Het bewijst dus dat zowel negatieve, of schijnbaar negatieve, als positieve, of schijnbaar positieve waarden een band kunnen vormen.

Die band impliceert een groter begrip. Het is een opnemen van  elkaar. Wanneer je mensen hebt die lang samen geleefd hebben of die elkaar ontzettend vaak op het werk zien en goed met elkaar opschieten, moet je maar eens opletten: met een half gebaar, met een enkele hoofdbeweging of twee woorden drukken ze meer uit dan anderen in een  betoog van een half uur.

Het is alsof ze ingespeeld zijn op elkaars bewustzijnsinhoud en reacties. Stel je nu voor dat dit eens in een sfeer gebeurt. Geen belemmering van vorm, geen belemmering meer in sociaal of ander opzicht, van bezit of geen bezit, officiële regels, morele beschouwingen of wat dan ook. Helemaal niets meer aan belemmeringen. De harmonie is er. Dan betekent dit dat het begrip nog veel intenser wordt.

Door die intensiteit ontstaat iets wat wij harmonie noemen. Ook dat zal u bekend zijn. Nu is deze harmonie in feite emotioneel. De beelden die beiden naar de oppervlakte brengen, worden bepaald door die innerlijke harmonie die ze gevonden hebben. De uiterlijke tekenen zijn in wezen niet eens zo belangrijk. De vormen die ze samen zien en bespreken, hebben er eigenlijk veel minder te zeggen dan het feit dat zij gezamenlijk bespreken.

Het is een wisselwerking van persoonsinhoud geworden. Wanneer je dat voort gaat zetten over allerhande werelden, kom je als vanzelf ook bij een andere taak, die wij in de geest ook nog wel eens hebben: het helpen of beïnvloeden van mensen.

Wanneer ik iemand beïnvloeden moet, kan ik dat alleen doen wanneer ik eerst harmonisch ben met die persoon. Hoe die harmonie verder tot stand komt, doet niet ter zake. Pas wanneer wij komen op een punt dat wij elkaar zover aanvaarden dat het mogelijk is om één emotioneel beeld te wekken, kan de mens op aarde bv. dingen gaan  zeggen.

Het omgekeerde is ook waar. Wanneer iemand op aarde, hoe dan ook, harmonisch kan worden met onze sfeer, met één persoon of met honderd personen erin, dat maakt verder niets uit, dan zal daardoor ook weer in feite een gevoelsrelatie ontstaan. Die kun je niet uitdrukken in formules en redeneringen. Het is een zonderling gevoel van eenheid of verbondenheid. Dan kan die mens op aarde met zijn wensen en gedachten een begrip doen ontstaan in die geestelijke wereld voor datgene wat feitelijk bedoeld wordt.

Het gaat dus niet om de redelijke omschrijving, maar om datgene wat er achter zit.  Nu is het wonderlijke dat die achtergrond weerkaatst in de geest, die op zijn manier daarop reageert. Dan kan de  geest bv. kracht geven in de wereld van de mensen.

Voor ons betekent het heel vaak overigens, dat ze nijdig worden op aarde. Weet u, de mensen vragen bijvoorbeeld om de honderdduizend, maar die hebben ze helemaal niet nodig. Ze willen vrij zijn van zorgen. Nu kun je die honderdduizend niet aan iedereen tegelijk geven, maar je kunt wel iets geven waardoor die zorg iets minder wordt, of anders wordt, of waarbij die mensen resultaten gaan vinden in hun werk, waaruit geluk of een zekere tevredenheid voortkomt. Dan geef je ze dus dat, want dat kun je wel geven.

Dan zeggen ze: “Waar blijft nu mijn honderdduizend? Zie je dat de geest niets kan.” Want ze zijn gefixeerd op één bepaald beeld, één bepaalde uitdrukking; zoals dit is tussen mijn wereld en de uwe, zo zal dat tussen de sferen ook wel zijn.

Ik weet van mezelf, toen ik langzaam maar zeker ging gradueren uit de vormen, dat ik ook een heel bijzonder beeld in mijzelf had. Ik wou God’ ontmoeten. Ik had het gevoel: wanneer ik dit achter me laat, moet ik toch wel ineens tegenover de Scheppende Kracht zelf staan. Het wonderlijke is dat dit inderdaad het geval was. Maar wat zag ik? Niets. Waarom? Omdat ik gewoon niet in staat was te begrijpen wat scheppende kracht was.

Ik wilde iets wat ik mij als zodanig voorstelde, maar dat was in de eerste plaats macht en die was voor mij helemaal niet bruikbaar geweest. In de tweede plaats: wanneer ik ermee geconfronteerd was geweest, had ik waarschijnlijk onmiddellijk weer de benen genomen naar de sfeer waar ik uit kwam. Dus dat was helemaal niet nodig.

Dus wat moest ik doen? Ik moest daar in die leegte zijn; in die Leegte beseffen dat een God zoals ik Die verwachtte, niet bestond; aanvoelen dat er toch een leven of een eenheid was, anders dan wat ik gekend had, en daardoor kon ik mezelf gaan oriënteren.

Misschien is het ook wel deze ervaring waardoor ik het eerste beeld heb gekozen van ‘tussen de sterren staan’. Het ligt een heel klein beetje in de richting van wat ik zelf heb doorgemaakt. Dus voor mij, voor u, voor iedereen treden deze verschijnselen op.

Zijn er wetten waardoor ze beheerst worden? Dat is erg moeilijk. Hoe kun je een wet uitspreken die emotie uitdrukt? Wanneer ik dat dus nu ga doen — want ik wil toch proberen een paar spijkers met koppen te slaan — dan moet u zich wel realiseren dat ik iets onzegbaars zeg in woorden. Dat komt wel eens meer voor en dat is ook nu weer het geval. Maar als u voelt wat er aan verbonden is, kunt u misschien in uzelf voelen, beredeneren kunt u het niet, wat de werkelijkheid is.

Dan geef ik u de eerste regel, die alles eigenlijk domineert in deze contacten.

  1. Mijn innig verlangen plus mijn overgave aan het onbekende veranderen mijn besef. Meer niet. Heel eenvoudig, mijn besef verandert.
  2. Ik kan niet meer worden dan ik ben, maar ik kan wel meer worden wat ik ben. Je moet niet denken dat je veranderen kunt, maar je hebt nog heel veel mogelijkheden die je niet ontplooid hebt.

Dan is er één regel die volgens mij heel erg belangrijk is. Ik weet niet of iedereen het ermee eens zal zijn in onze wereld.

      3.  Alles wat ik in een hogere wereld beleef, is een mogelijkheid tot verdere ontplooiing,                 wanneer ik mij niet te sterk bind aan de omschrijving die ik daar zelf voor vind.

Heel erg belangrijk, dacht ik, want anders lopen we vast in dromen, die wel ergens met de werkelijkheid verwant zijn, maar die daar net niet helemaal in passen.

En dan de laatste regel die ik u graag zou willen geven in dit verband:

  1. Wij zijn verbonden met alle krachten van leven en besef. Wij kunnen realiseren wat wij zijn en daardoor in anderen kunnen aanvaarden. Onze aanvaarding, gebaseerd op ons eigen wezen, impliceert een groei van ons besef. Het is in het groeien van ons besef dat onze werkelijke vreugde, onze vrede en bewustwording tezamen gelegen zijn. Al het andere is hierbij incidenteel.

Het zijn gewoon een paar regeltjes. Misschien voelt u wat ik ermee wil zeggen. Niet alleen zomaar een lekker regeltje waar u ‘ja’ bij kunt knikken; wat dat betreft, weet ik er veel betere. Als je mensen ‘ja’ wilt laten knikken, moet je alleen niet zeggen wat ze of helemaal niet begrijpen of wat ze zelf wel altijd gedacht hadden. Dan is het altijd raak.

Maar deze dingen zijn voor mij dus waarheden, die achter de woorden een beetje verder gaan. En dat kan ik net niet pakken, ik kan het niet helemaal omschrijven. Wanneer u het wilt vertalen in termen van werken — dat doen we toch ook wel graag, zeker als we op aarde zijn — dan zou ik het volgende willen stellen:

Alle werk dat je doet in de wereld waarin je leeft, kan weerkaatst worden op elk hoger niveau waarvoor je nog open kunt staan.

Alle kracht die je in jezelf erkent en misschien op aarde of in een sfeer begeert, is in feite deel van jezelf, zodra je je kunt bevrijden van die delen van jezelf, die je het gebruiken van die kracht onmogelijk maken.

Alles wat denkbaar is, is waar. Maar we kunnen het slechts waar maken door er zelf deel van te zijn, anders blijft het voor ons een droom.

De afstand die ligt tussen ons en onze gedachten, zouden we emotioneel moeten meten, ons bewust afvragen: zou ik dit werkelijk willen of heeft dit werkelijk betekenis voor mij? En pas wanneer ons gevoel daar volledig ‘ja’ op zegt en ons besef ook, moeten we het projecteren in de hoogste wereld, waarin we maar kunnen beleven.

Wanneer we dat gevoel en de beelden erbij eventueel op de juiste manier overbrengen, zal in elke wereld waar we bewust zijn iets gaan gebeuren. En dat wordt bepaald door die wens plus onze eenheid, onze harmonie met al die werelden.

Voor een mens betekent dit: ik kan nooit iets doen wat alleen in de menselijke wereld betekenis heeft. Want al wat ik ben en al wat ik doe, zal in elke wereld waarvan ik deel ben en waarin ik bewust ben of mij bewust kan zijn, weerkaatst worden. Het is in deze weerkaatsing dat de kracht geboren wordt, waarover ik mij in de stof verwonder.

Dan zou ik u nog het een en ander willen zeggen over wat dadelijk komt. Elke manier van inwijding gaat gepaard met uitstraling, dat heeft u wel begrepen. Uitstralingen zijn belangrijk, maar associaties zijn voor u ook belangrijk omdat ze voor u de uitdrukking vormen.

Wanneer u luistert naar de woorden kunt u er ongetwijfeld wijzer van worden. Wanneer u daarnaast de harmonie, de gevoelens opneemt, dan is het best mogelijk dat u eigenlijk minder goed hoort naar uw eigen begrip; er zijn dingen die u vergeet. U gaat selectieve waarden eruit halen en u gaat ze op uw eigen manier samenvoegen.

Nu weet ik dat dit uitgegeven wordt. Wanneer u dat nu dadelijk leest, moet u niet zeggen: Hé, ik dacht dat het anders was. Dan moet u zeggen: Het is voor mij anders. Ook dat is heel erg belangrijk, want u moet uw eigen harmonie vinden. Niemand kan zeggen dat u allemaal dezelfde harmonie heeft.

Wanneer ik het hier bekijk, zie ik er al een heel stel die op verschillende stralen zitten. Ik zie daarbij verschillende trappen van besef, van bewustwording, van activiteit. We hebben te maken met mensen die het op de éne manier beleven en dramatiseren, of op een andere manier.

Ik kan dus nooit voor u zeggen: Dit is de juiste leer. Maar zo’n inwijder is gewend te spreken (uitzenden zou misschien een beter woord zijn) naar misschien honderden en in enkele gevallen zelfs duizenden entiteiten. Dat betekent dat hij ook niet iedereen precies het juiste kan geven, maar dat hij de grondtoon geeft plus een aantal reacties of een aantal beelden, die men dan op zijn eigen manier moet verwerken en interpreteren.

Er begint nu weer een jaar esoterie en het is misschien wel goed dat  u daar even op gewezen wordt. Niet wat gezegd wordt, is zo  belangrijk, maar hetgeen wat volgens u gezegd werd, want dat is uw manier van  reactie. Als u daarmee een gevoel van eenheid bereikt, wil het zeggen dat u in dit beeld harmonie kunt krijgen met een andere wereld, met een betere sfeer, of dat u daardoor u bewuster kunt worden van bepaalde krachten.

Wanneer u afwijst — en dat komt ook wel voor — dan betekent dat, dat het voor u een antithese is op dit ogenblik met een disharmonisch begrip. Dat kunt u dus alleen gebruiken om u te beschermen, om af te wijzen. U kunt het nooit gebruiken om innerlijk bewuster te worden. U kunt zich slechts bij de benadering van anderen daardoor beschermen.

Dus dan heeft u meteen een aardige selectiemethode en dat kunt u, meen ik, ook gewoon redelijk als mens nog wel doen. U weet heus wel hoe u dat voelt en hoe u erop reageert. Dan heeft u dus gelijktijdig een methode om een instelling te krijgen van verdediging, afweer, afscherming en u heeft een methode om hogere harmonieën te vinden. Want in woorden en beelden ligt de werkelijkheid niet. Maar dat wat ze in ons wekken, is vaak de band met de oneindigheid.

U krijgt zo dadelijk de gastspreker. Ik weet niet precies hoe hij zich hier gaat manifesteren. Dat is altijd een groot probleem. Maar ik ben er wel van overtuigd dat hij niet alleen iets kan zeggen over zijn wereld, maar dat hij u misschien ook bepaalde mogelijkheden of ervaringen kan brengen, die u in uw eigen wereld kunt gebruiken.

Ik hoop dat de gastspreker, die we voor deze eerste avond van het nieuwe seizoen hebben gevonden, voor u bepaalde sleutels en krachten kan brengen, waardoor u nog meer en nog vrijer in de geest zult beleven en werken.

De gastspreker

Men heeft mij gevraagd het een en ander mee te delen over mijn werk, mijn denken, mijn wijze van leven.

Leven is voor mij: verbonden zijn. Wanneer je geen contacten hebt met anderen, leef je niet echt en dan bestaat de kosmos niet echt. Altijd weer moet je ook proberen bruggen te bouwen tussen wat je zelf bent en wat anderen zijn; tussen de wereld waarin je zelf denkt te leven en de wereld waarin anderen hun zijn ervaren.

Wat ik denk, denk ik wel. Ik ben, ik existeer. En een veelheid van beelden en gedachten flitst door me heen. Ik zie mijzelf in een verleden gaan door de woestijn met andere monniken. Ik zie mijzelf staan en de zon groeten in de vroege morgen. Ik zie het kampvuur. Ik hoor de jagers zingen. Ik zie een licht, zo wonderlijk symmetrisch, veelzijdig en complex, dat het haast de ontplooide staart van een pauw lijkt, maar dan in duizend kleuren die alle even schoon zijn. Dat zijn de dingen die ik denk.

Ik denk wat ik ben geweest, waarschijnlijk. Ik denk wat ik besef van wat ik worden moet of de werkelijkheid waaruit ik stam. En dan zeggen ze: “Ja, maar je bent een inwijder.” Wat is een inwijder eigenlijk? Is een inwijder anders dan iemand die anderen op de hoek van een straat waarschuwt en zegt: “Denk erom, linksaf krijg je moeilijkheden hier”, en misschien een reden erbij geeft.

Een inwijder is iemand die probeert te voelen wat je bent en dan probeert met jou te zijn wat je bent, maar intenser en wat levender, en meer eigenlijk niet.

O, ik weet het, ze maken van inwijding tussen de sferen vaak een heel mystiek verhaal. En ik weet dat het er soms een beetje vreemd uitziet wanneer je je manifesteert, zodat je zoveel mogelijk entiteiten en personen kunt bereiken. Ik weet het. Maar eigenlijk ben je het toch alleen maar zelf.

Misschien ben je inwijder omdat je wilt delen wat je zelf bent. Of misschien ben ik wel inwijder omdat ik niet volledig ben, wanneer ik niet reageer op alles wat er rond me is.

Er zijn er onder u die wel eens de lichtende paden gaan. Er zijn er een paar bij, die heb ik wel eens ontmoet. Soms heel bewust. Soms terwijl het lichaam slaapt en de hersenen weigeren op te nemen wat ze beleven. Wat kun je dan zeggen? “Hallo vriend?” Dat heeft geen betekenis. Maar je kunt zeggen: “Hier is licht, hier is warmte, hier is kracht, dat ben ik. Heb je het nodig? Neem er een beetje van. Heb je het niet nodig of heb je te veel, geef het maar aan mij. Laten we gewoon samenzijn in alles waarin we samen kunnen zijn, en dat is voldoende.” Dan keert u terug naar uw wereld, met uw eigen beeld, met uw eigen droom, met uw eigen ervaring en ik blijf in de mijne. We zullen ons misschien de persoonlijkheid niet eens herinneren, die we ontmoet hebben; het beeld van een ego. Maar de kracht die we gedeeld hebben, vergeten we niet. Het licht dat we samen geweest zijn, blijft bestaan.

Ik herinner me nog wel menselijke tijden, al is het helaas (of gelukkig?) nogal lang geleden, En weet ik hoe mensen zijn, hoe mensen denken en hoe mensen voelen. Ik ben mens geweest maar wat ik eens dacht en eens voelde, is eigenlijk langzaam maar zeker uitgevloeid als een inktvlek in het vloeipapier van menselijke verbindingen. Ik hoop dat ik het beeld juist kies.

Ik heb gestaan naast de bouwers van kathedralen. (Als geest, ik was al een tijd dood.) En ik heb met hen gedacht aan het mystieke geheim dat je uitbeeldt, in steen in hun geval. Eigenlijk meer door de leegte dan door de lijnen.

Ik zie mensen die nog zo zijn, precies zo. Het is alsof die oude contacten herleven, voortdurend weer. Niet de gestalten en niet de werkzaamheden, maar de stille hunkering, de behoefte aan erkenning, misschien bovenal de behoefte om blijvend te zijn. Dat is ook het geheim van alles wat je tussen de sferen doet.

Ze hebben me gevraagd of ik vooral over de sferen wilde spreken. Natuurlijk kan ik over de sferen spreken. Maar als u er geweest bent, hoef ik het niet te doen. En als u er niet geweest bent, wat zegt het u dan?

Ik kan u misschien spreken over het gevoel. Staan tussen de sferen, is een  ogenblik jezelf vergeten in een eindeloze verrukking of in een zinloze tristesse zonder einde. Dat is verloren zijn. En als je dan verloren bent, ontdekken dat je niet alleen bent. Je krijgt gestalte door de anderen. Dat wat weg was gevallen, komt weer tot leven, maar nu niet meer als iets wat vanuit zich zich manifesteert, maar als iets wat omschreven wordt door anderen.

Ik kom soms naar wat u waarschijnlijk Zomerland noemt, Midden- en Hoog-Zomer1and, om degenen die rijp zijn, te wekken tot het besef dat in hen leeft. Soms zien ze me als een lichtende gestalte, soms als een warrelende zuil, soms als een vreemde wolk; ik ben toch altijd dezelfde.

Wat zij zien, is de gestalte die ze uitdenken om mijn inhoud te omschrijven. Zij die mij zien als een gestalte, kunnen een deel van mijn besef met mij delen, daarom geven ze mij een gestalte.

Datgene wat van mij uitstraalt, is niet alleen een harmonie, een gevoel; het wordt voor hen een erkenning. Die erkenning wordt uitgedrukt in de gestalte, waarvan ze zeggen dat ik het ben. Als we samen zijn en ze zien me als een zuil, dan beseffen ze de verbondenheid die in mij bestaat. Dan voelen ze de harmonie, die ook in hen bestaat, met al het hogere, maar ze hebben er geen vorm voor, ze hebben er geen lijn voor. Het is een verbinding zonder meer, en dan beseffen ze dat er zoveel mogelijkheden zijn.

Dan zeggen ze: “Het is een zuil van levend licht.” Maar ben ik daarom een zuil? Of de vaagheid die in hen gewekt wordt, omdat ze wel aanvoelen wat ik uitstraal, maar het beeld van die andere wereld, dat andere leven, dat andere bestaan dat ze nog niet kunnen volgen, wordt tot een wolk, waarachter voor hun gevoel misschien God zijn aangezicht nog verschuilt. Toch ben ik dezelfde.

Zo is het met u. Wie bent u? Altijd dezelfde. Uw uiterlijk kan veranderen. U kunt in andere werelden leven. Het verleden kan herboren of vergeten worden, maar u blijft dezelfde.

Je bent dezelfde, ook wanneer de wereld zegt dat je een ander bent geworden. Vergeet dat niet. Je bent dezelfde, omdat alles wat je ooit kunt zijn in de ogen van anderen mede in jou berust. Het is jouw harmonie die anderen zien. Het is jouw uitstraling die anderen omvormen tot eigenschappen. Het is jouw innerlijke hunkering of willen dat zij omvormen tot een verwachting.

U ziet, het is eigenlijk niets bijzonders om inwijder te zijn. U, zoals u zelf bent, treedt soms ook op als inwijder. Een enkele keer zult u het beseffen. Een andere keer gaat het aan u voorbij en weet u niet eens wat u tot stand brengt. Maar wanneer je geeft van jezelf, wanneer’ je de kracht uitstraalt, wanneer je je gedachten en je harmonie, je innerlijk iets meer van de wereld laat omvatten, dan ben je toch inwijder? Want je wekt in anderen een nieuw besef van zichzelf.

U denkt misschien: ach, de betekenis van wat ik ben of wat ik doe, is niet zo groot of misschien is ze erg groot. Maar wat is groot en wat is klein?

Hier neem ik een lichaam dat niet eens van mij is. Neem ik wat levenskracht die ten dele van mij is. Ik trek twee vingers van elkaar: hier ligt de kosmos. Zo klein is de kosmos. Zo klein en zo groot dat je het einde ervan niet kunt beseffen.

Ze zeggen wel eens dat de kosmos een gedachte is, gedachte van God. Maar ik geloof dat het eerder een kus is van God. Een kus misschien aan het onbekende. Een moment van intense liefde, uitgedrukt hoe dan ook aan al het andere. Het is betekenisloos.

Ze maken van de Schepper vaak een wezen dat regeert, dat wetten maakt. Maar wanneer ik dat wezen zoek, zo goed ik kan vanuit het wezen dat ik nog denk te zijn, vanuit de beperking waarin ik besta, dan is die God alleen maar een siddering, een beroerd worden, een gloed waardoor ik gelukkig ben, meer niet, niet minder. Het is een eeuwigheid in een moment. En wanneer ik terugzak tot mijn eigen harmonisch bestaan, dan weet ik dat ik nog veel’ te Ieren heb omdat ik tekort schiet.

Kijk, dat is een manier om te leven en te denken, die aan de meesten van u een beetje voorbijgaat. Dat je denkt: we gaan nu toch langzaam maar zeker opklimmen naar een hogere wereld. Ach ja, zij die klimmen naar een hogere wereld, proberen vaak een trap op lopen die niet bestaat. En dan is de kans dat je valt, terwijl je voorwaarts gaat, erg groot.

Probeer niet hoger te worden dan je bent, maar wees wel open voor alles wat je bent en wat je ervaart uit de kosmos. Zeg niet: “Dit is mijn wereld en die andere wereld niet.” Of: “Deze sfeer is uitverkoren voor mij.” Zeg gewoon: “Dit ben ik, dit is mijn harmonie, dit deel ik met al wat is, dit is mijn kracht die  ik geef aan al wat is.”

Je kunt filosoferen. De tijd dat ik het leerlingschap ternauwernood ontgroeid was, de lange tochten maakte door het barre land, dan vocht ik met woorden en was ik scherpzinnig met ideeën. Maar ik betekende niets. Toen ik in dat leven stierf, had ik nog niet eens geleerd stil te zijn. Stil zijn, is een grote kunst. Stil zijn en in jezelf deel hebben aan alle dingen. Stil zijn en je kracht delen met al wat bestaat. Al wat je aanvaarden wil en aanvaarden kan, ook wederkerig aanvaarden, niet in de zin van een specifiek gebeuren, maar een samen opgaan in totaliteit en tijd en ruimte; het wegvagen van scheidingen en wereldvoorstellingen tot ieder voor zich, ontwakend, weet: wat geweest is, heb ik verloren en toch vind ik het terug op een nieuwe weg.

Ik denk anders, ik leef anders, ik ben misschien anders voor mijzelf, maar ik heb niets verloren buiten de behoefte om mij zo specifiek te uiten volgens de normen van één wereld of één denkwijze. Als mens leven, is moeilijk. Moeilijker dan veel mensen beseffen. Als mens leven, betekent:  vechten, of je wilt of niet, met een wereldvoorstelling die niet echt is, met verwachtingen die niet waar worden. Vechten met denkbeelden omtrent het Hogere, die je niet eens innerlijk beleven kunt. Dat i’s moeilijk. Maar zo moeilijk is het toch ook weer niet, wanneer je begrijpt hoe betrekkelijk dat alles is.

Wanneer ik hier zeg: “Ik geef u mijn kracht”, dan verwacht u heel wat. Maar wat kan ik u anders geven dan dat wat er altijd is? Wanneer u kracht nodig hebt en u vraagt diep in uzelf: “Kosmos,  ik ben deel van je, geef me wat nodig is”, dan is het er toch? Wanneer je het echt doet? Als u zegt: “Geef mij kracht, want ik wil dit of dat doen”, dan is het er toch niet.

Lieve mensen, denk niet zoveel na, maar leef. Dan bedoel ik niet: leef je uit volgens menselijke normen, maar gewoon: leef! Heb deel aan alle dingen. Kijk naar een boom die zijn blad laat vallen. Kijk naar een mens die verdergaat en niet eens beseft dat u er bent. En zeg tegen jezelf: “Ook daar hoor ik bij.” Zo eenvoudig is het.

Ik leen een lichaam. Ik spreek woorden die eigenlijk de mijne niet meer zijn in een taal die ik nooit gesproken heb terwijl ik op aarde was. Toch probeer ik te delen wat ik ben, en omdat ik dat probeer, kan het niet anders of er moet een antwoord zijn, ook al kan ik dit op dat moment misschien nog niet volledig waarderen of begrijpen.

Daarom is de belemmering,  de remming die ik ervaar op bepaalde punten, helemaal niet zo belangrijk. Dat gaat wel voorbij, dat zal zijn betekenis en zin wel krijgen. Wat nu is in uiterlijkheden, is afhankelijk van wat er in je is. Diep, heel diep in je werkelijke wezen. Die droom van werkelijk geluk, van een verbondenheid die niet kan worden uitgedrukt in een relatie mens-mens of mens-land of mens-wereld of zelfs mens-God, maar die alleen is: het gevoel van absoluut en altijd zonder eenzaamheid (zijn) met het totaal bestaan.

Dat is in u net zo goed als in elke geest. Dat leeft in mij. Ik zou me niet voor kunnen stellen dat er één entiteit is, één deeltje van de werkelijkheid of van het leven, waarin het niet op de een of andere manier bestaat.

Een spel van kracht is gemakkelijk genoeg. Maar een eenwording van krachten is de enige werkelijkheid, de versmelting van de dingen. Toch schieten woorden elke keer tekort, dat heeft u misschien wel gemerkt.

Toen die broeder bij me kwam en zei: “Wilt u spreken tot een groep die wij daarvoor geschikt achten?” heb ik ook niet gevraagd: Welke groep? Ik heb gezegd: “Wanneer ik spreken moet en u verlangt dat, dan spreken we samen.” Ik heb gedacht: wanneer ik geen woorden vind en geen gebaren, dan nog ben ik mezelf en aanvaard ik in harmonie alles wat ik ontmoeten zal als deel van mezelf, zolang als het andere mij aanvaardt als deel van zichzelf.

Ik zal me niet opdringen, maar ik zal het hoogste en het beste en het sterkste wat tot mij komt, weerkaatsen. Ik zal het beste en het hoogste van mijzelf uitzenden in de hoop dat het een echo wekt.

Nu probeer ik het, wetend hoe klein en onvolkomen ik ben in het geheel. Maar ook beseffend dat achter dit klein zijn de kosmos ligt. Mij zult u misschien niet begrijpen of verstaan, maar de kosmos zult u begrijpen en verstaan. Want niemand kan zich onttrekken aan de kracht en het leven van het geheel, wanneer het zich openbaart. Misschien deel na deel, maar onophoudelijk

Het leven verandert vaak voor u, ik weet het. Maar de kern blijft hetzelfde. Van het begin tot het einde der tijden is er één wezen, één lijn: jij zelf, niets anders. Van het begin tot het einde der tijden op een weg, die alle sferen omvat en alle wereldbelevingen die noodzakelijk zijn, gaat een wisselende gestalte met één lichtende ziel, één lichtend wezen, dat ben jij, jij zelf. Of er een dood komt en een schaduw, of er een ogenblik komt dat je stilstaat, omdat je een geestelijke wereld alleen nog maar beschouwen kunt van wat je in jezelf ontdekt, er is een ontwaken. Er is een wereld; die wereld ben jij. Jij zelf.

Daarom is er geen enkele scheiding tussen u en al het levende in werkelijkheid. Daarom is er geen verschil in rang, stand, uiterlijkheid of wat u maar denken wilt, tussen u en Al. Want u bent deel van het Al en levende hierin zult u steeds weer uitbeelden wat leeft en zeggen: Dit is mijn wereld. Maar in die wereld zelf blijft de hunkering, blijft voortdurend het kloppen aan die begrenzing van het besef, totdat u eindelijk kunt zeggen: Alle dingen zijn mij bekend. Ik ben deel van alle dingen omdat ik deel ben van alle kracht en alle wezen.

Je voelt die dingen aan. Je luistert, je hebt een vaag gevoel van begrip. En haast onwillekeurig wil je het weer van je afschudden. Natuurlijk, want er is je eigen wereld met zijn eigen waarden en zijn werk en zijn noodzaken en moeiten.

Ga maar rustig die wereld in, 0f het nu een sfeer is of een stoffelijke wereld, wat is het verschil? Ga je wereld in, maar weet diep in jezelf dat die eenheid bestaat, dat je niet alleen bent, omdat er altijd krachten met je zijn, omdat je deel bent van het’ geheel, hoe het uiterlijk misschien ook lijkt. Beroep je op die kracht in jezelf totdat je voelt: nu kan ik mijzelf beschouwen en zo een grotere eenheid vinden in de kosmos waarin ik leef.

Het zijn mijn gedachten, het is mijn beleven. Het is de uitdrukking van iets in mijn wezen. Ik geef het u. En ik neem van u terug de stilte, de erkenning van een harmonie, de haast weifelende hoop dat het waar is. Ik neem van u mee de onzekerheid en de zekerheid. Ik neem van u mee de herinneringen aan sferen en werelden, de schemer en de kleuren van het Licht dat u gezien hebt en de troosteloosheid waarin u soms door de dagen uzelf beschouwt. Ze is een deel van mij zo goed als van u.

Daarom zeg ik: Ik heb gegeven wat ik ben, achter de vaagheid van woorden om. Ik heb van u ontvangen wat u op dit moment bent en wilt zijn buiten woorden om. En we hebben samen toch ergens een licht gevonden, een klein licht. Misschien zullen we met dit licht de weg vinden naar het grotere Licht waarvan we dromen en dat er net nooit helemaal schijnt te zijn. Misschien zullen we samen met dat kleine licht iets vinden van de zekerheid waarop we hopen in al onze weifelingen. De zekerheid die we onszelf verkonden, omdat we haar niet volledig geloven.

Samen, dat is het sleutelwoord. Niet ik, maar al door mij. Niet het AL, maar mijn wezen als deel van het geheel.

Daarmee heb ik mijn plicht zo goed mogelijk gedaan. Het is niet mogelijk om veel tijd te condenseren tot één flits in uw wereld. U zou het niet verdragen. Voor mij is het niet mogelijk zonder schade eindeloos te blijven manipuleren met iets, wat ik toch niet geheel meer voelen kan als deel van mezelf.

Daarom neem ik afscheid. Maar mijn werkelijke wezen blijft de harmonie, de poging om in eenheid de werkelijkheid te vinden, die achter de grens ligt van onze wanhoop en onze verwachtingen.

Ik wens u veel licht op uw pad, veel zekerheid in uw zoeken en veel kracht bij uw zelfbeschouwing.

Print Friendly, PDF & Email