Inwijding (1977)

10 oktober 1977

We hebben vanavond een spreker die het één en ander te berde heeft te brengen over inwijding; althans hij geeft daar zijn visie op. Het is een gastspreker van wederom behoorlijk hoge orde. Het is erg prettig dat we die hier vaak kunnen krijgen.

Wat de inhoud zal zijn weet ik eigenlijk niet. Zijn eigen laatste periode waarin hij zich werkelijk heeft beziggehouden met inwijdingen ligt in middeleeuws Italië. Hij heeft daarvoor ook in Egypte een dergelijke cyclus doorgemaakt. Die laatste incarnatie ligt op het ogenblik ongeveer vijfhonderd jaar terug.

Wanneer je hem ziet is het een heel eenvoudig mens, zover je een geest een mens kunt noemen. Zijn denkbeelden zijn vaak meer praktisch dan filosofisch. Zijn eigen bezig zijn met de alchemie heeft, geloof ik, gevoerd tot de angst voor het te ingewikkeld maken en wanneer u mij vraagt is dit iemand, die voor zichzelf moet spreken. Ik ben daarom maar zo vrij om de inleiding te houden vanuit mijn eigen standpunt.

Wanneer we spreken over inwijding dan zijn er heel veel mensen die denken: inwijding is alles ingefluisterd krijgen en dan ineens meer weten. Maar het is eigenlijk meer een kwestie van wakker worden. Je bent half wakker. Je wordt een beetje meer wakker. Je beseft wat beter waar je bent en, wat je doet.

De processen van inwijding zijn zo ingewikkeld geworden omdat er voor een mens allerlei psychologische factoren aan vast zitten. Wanneer je opeens gaat zien ‑ en voor jezelf is dat toch wel een tamelijk plotseling gebeuren ‑ dat mensen anders zijn, dan je hebt gedacht of dat samenhangen anders liggen, dan je hebt gedacht dan vraagt dat erg veel aanpassing en degene die naar inwijding streeft, is over het algemeen iemand die zichzelf, de wereld en de kosmos au sérieux neemt. Hij of zij heeft de neiging om alles ernstig en met een diep geloof door te maken. Maar dat betekent wel, dat je daardoor ook een scherper zien van de werkelijkheid als een aantasting van een deel van je eigen wezen beschouwt.

Men zegt weleens: “Inwijding is een deeltje sterven om dan meer jezelf te zijn.” Daar zit iets in. Maar volgens mij is het meer een kwestie van je eigen illusies overwinnen en door die illusies heen de werkelijkheid gaan zien.

Nu blijkt mij ‑ ja, wie ben ik? ‑ dat de geest wat dat betreft heel vaak vergeet, dat voor de mens stoffelijke aspekten een rol spelen. Inwijding kan natuurlijk een totale verandering zijn, maar dan moet je helemaal anders gaan leven, als het even kan ook in een andere omgeving. Je moet het geheel van je geloof herzien. Je moet je waardering en benadering van de mensen, maar ook je gebruik van de materie veranderen.

In vele gevallen kun je dat niet helemaal en juist in zo’n geval krijg je dan die eigenaardige gespletenheid. Je bent aan de ene kant nog steeds de materie‑mens met zijn behoefte aan noem maar eens wat op: de volle maaltijd en wat er allemaal bij komt. Je hebt bezit en daar wil je toch voor zorgen. Je hebt bepaalde verplichtingen tegenover mensen. Je wilt een bepaald respect hebben van je medemensen en dan is eigenlijk die inwijding iets wat daar niet bij past. Je gaat dan proberen te schipperen. Je zegt: “Ik ben dit, maar ik ben toch ook dat.”

Het is een dubieus punt want de geestelijke inwijding kan wel degelijk verdergaan op die manier. Maar je komt dan natuurlijk wel in moeilijkheden omdat je niet je ware ik manifesteert. Ik dacht dat dit in deze tijd en trouwens ook in vroeger tijden, nogal eens het geval zal zijn. Je kunt geen afstand doen van je materiële persona.

Het ik‑beeld dat je opbouwt is gevormd uit alles wat anderen omtrent je denken en je probeert anderen steeds meer bewust te maken van wat je eigenlijk bent. Je wilt op een bepaalde manier gezien worden. Wanneer je echter verandert is dat beeld waardeloos, maar je kunt het jezelf niet zeggen, want daarmee zou je je hele leven als het ware overboord gooien. En dat overboord gooien dat is de moeilijkheid. Een zelfoverwinning waar weinigen toe zullen komen en die ook voor sommigen niet mogelijk is.

Wanneer u b.v. vorst of vorstin zou zijn in één of ander land dan zit u vast aan zaken van protocol. U hebt rekening te houden met politiek. U hebt rekening te houden met de wijze waarop mensen zullen interpreteren wat ze van u zien en moet u heel vaak naar buiten toe toch wel aanmerkelijk meer komedie spelen dan u zelf lief is. Dat hoort gewoon bij de functie.

Wanneer een vorst een inwijding ondergaat dan kan hij wel zeggen: “Ik stap eruit. Ik doe het niet meer.” Maar wat gebeurt er dan? Welke consequenties zal dat hebben” Kun je die aanvaarden? Voor jezelf kun je alles wel aanvaarden, maar kun je het ook voor een ander doen? Ik dacht dat daar de grote moeilijkheid zat.

We kunnen innerlijk door allerhande poorten van inwijding gaan ‑ ik weet niet waarom het poorten moeten zijn, je kunt er ook deuren van maken of wat anders, maar poorten is waarschijnlijk gewichtiger – en toch niet los kunnen komen van wat je bent.

Een mens op aarde wordt voor een groot gedeelte gemaakt door de betekenis die hij voor anderen heeft en dat is helemaal niet zo verwonderlijk, want ergens zijn we allemaal deel van één en hetzelfde mechanisme. Wij zijn samen deel van de mensheid binnen de schepping. Maar wanneer je hoger bewust wordt en je wilt je functioneren veranderen dan wordt je ook geconfronteerd met de verandering die dit voor anderen betekent. En dan is de vraag: is die verandering, die door jouw veranderen zou ontstaan, aanvaardbaar? Meen je dat je die kunt verantwoorden? En hoe meer je bewust wordt, hoe moeilijker het vaak wordt om te zeggen: “Laat die ander het zelf maar uitzoeken.”

Hoe minder je inzicht hebt in de totaliteit hoe meer je gehaast bent. Een mens die haastig is, is ook bereid om alles een beetje op andermans kap te laden. Hij zegt doodgewoon: “Dit is voor mij belangrijk. Deze bewustwording moet ik doorzetten en wat er met anderen gebeurt geeft niet, want mijn inwijding, dit geestelijk goed, is het hoogste.” Maar degene die verder gaat kijken zegt: “Ja, maar wat gebeurt er dan met die anderen? Geestelijk, mentaal en eventueel materieel? En dan blijkt dat er dingen zijn, die theoretisch allemaal heel erg goed zijn en die praktisch gezien onverantwoord zijn. Laat ik in uw eigen land een voorbeeld geven.

Uw vorige koningin heeft bij het begin van de oorlog gezegd, dat ze tot aan het einde toe achter haar troepen zou staan en haar volk niet zou verlaten. Ze heeft haar volk wel verlaten. Nu had ze daar alle reden voor. Redelijk, politiek en logisch gezien was wat ze deed het enige juiste. Maar wat is daardoor gebeurd? Daardoor zijn heel veel mensen zodanig geschokt in hun vertrouwen t.a.v. het koningshuis, dat veel van de revolutionaire tendensen in deze tijd hierdoor onmatig versterkt zijn. Het verzet tegen de poppenkast van het koningshuis is voor een deel terug te voeren op hetgeen jongere mensen hebben doorgemaakt toen ze opeens ontdekten: we zijn verlaten.

Nu kun je zeggen maar misschien was die koningin Wilhelmina geen ingewijde en zij heeft dan toch maar gedaan hetgeen voor het land het beste was. Zeker. Maar een ingewijde had ook dat in moeten calculeren. Die had zich af moeten vragen: wat kan er en zal er anders gebeuren. En dan had dat misschien een martelaarsrol betekend. Maar de ingewijde zegt dan: “Ik aanvaard die martelaarsrol, want hierdoor geef ik anderen nog meer vertrouwen, Ik maak het hen mogelijk nog juister te reageren en te leven.” terwijl de ander zegt: “Maar je moet rekenen met wat er later komt.”

Maar wat later komt ligt in de mentaliteit, in de geest van de mensen. Ligt in hun zielenleven. In hun afstemming op verschillende geestelijke mogelijkheden en sferen en niet alleen maar in het ogenblikkelijk gebeuren. In datgene wat redelijk is. Het is deze strijdigheid, dacht ik, die bij inwijding een hele grote rol gaat spelen. En misschien dat we juist daarom geneigd zijn om inwijdingen ingewikkelder te maken dan ze eigenlijk zijn.

We proberen de zaak aan te kleden om daardoor een afstand te scheppen tussen hetgeen we materieel zijn als we op aarde leven en datgene wat geestelijk in ons gebeurt. Er zijn maar weinig mensen die in staat zijn om dat weer te herleiden tot een synthese, tot een eenheid. Dat zegt niets over de graad van inwijding. Het zegt ook niets over de betekenis van het geestelijk gebeuren. Het zegt alleen iets over de gespletenheid tussen stof en geest, tussen innerlijk leven en uiterlijk gedrag, die voor veel mensen blijft bestaan. Ik geloof dat je dat voorop moet zetten.

Ik heb zelf bepaalde bewustwordingen doorgemaakt. Ik ben geconfronteerd met allerlei werelden van licht en ik heb mijn eigen plaats daarin weten te vinden. Dat wil zeggen dat ik vanuit mijn geestelijk standpunt verder ben gekomen. Maar wanneer ik ditzelfde materieel had moeten begeleiden dan vraag ik me af of ik in staat zou zijn geweest om dat allemaal precies zo te doen, dat het goed zou zijn zonder dat de eenheid geest en stoffelijke uiting verbroken zou zijn.

Want inwijding is niet alleen maar een beter begrijpen, een beter zien en juister kennen van samenhangen. In vele gevallen is het ook een brug bouwen over de tijd, zodat je weet wat je verleden en je toekomst eigenlijk betekenen. Het is wel degelijk ook de eigen betekenis in het geheel beseffen. En die betekenis is maar zelden t.a.v. één groep; één persoon of enkele personen.

De betekenis die je hebt spreidt zich veel verder uit dan je denkt. Een mens denkt misschien; ik zeg dit hier in een kleine vergadering en het gaat voorbij. Maar dat is niet waar, want dat kan een invloed zijn die veel verder doordringt, misschien duizenden mensen beroert: En dan wordt de vraag: is dit verantwoord of niet, toch wel heel erg belangrijk. Kan ik om het wille van persoonlijke harmonieën een groter harmonische mogelijk doen wegvallen? Ik dacht dat je daarmee rekening moet houden. Je kunt niet zonder meer je eigen weg gaan zolang je deel bent van een geheel. Als ingewijde ben je zozeer deel van het geheel dat al het andere bijkomstig wordt.

Nu zijn er natuurlijk heel wat verschillende inwijdingen en dus ga ik maar van mijzelf uit. Eerst zijn er werelden waarin de contacten groter worden. Het is precies hetzelfde als iemand die ineens radio in huis krijgt. Je wereld wordt groter. Je hoort meer. Je kunt meer beleven. Je kunt meer verwerken en daardoor wordt je visie op de wereld een andere.

Voor mij was dat eerste contact eigenlijk bijna ontstellend. Het begrip dat er zoveel verschillende dingen rond je gebeuren, waar je niet direct mee te maken hebt, terwijl je er toch mee verbonden bent is op zijn minst genomen overweldigend. Maar dan ga je ook weer begrijpen: ik speel mijn eigen rol. Het leven is niet alleen maar bestaan. Het is wel degelijk ‑ ook in de verschillende sferen en zeker niet alleen op aarde ‑ een soort rollenspel. Je vertegenwoordigt een bepaalde kracht en een bepaalde waarde.

Toen ik die eerste golf had doorgemaakt ging ik ontdekken waar ik behoorde. Ik behoor tot twee gebieden. Een zou je kunnen zeggen is van de Heren van Wijsheid en het andere is een specifiek deel van de Heren van Licht. Omdat ik twee waarden vertegenwoordig is in mij altijd een synthese noodzakelijk van die twee krachten.

In het begin snap je dat niet, dan denk je: maar ik kan toch wel kiezen voor het één of voor het ander. Nee, ik moet voor allebei kiezen, want ik ben allebei. Het is die tweeledigheid in mij die mijn betekenis in mijn eigen wereldje, in mijn sfeertje uitmaakt. Het is de kracht van twee verschillende soorten, waardoor ik actief kan zijn in een bepaalde duistere sfeer, hier kan komen praten en bovendien nog vele andere dingen kan doen. Wanneer ik kies voor één van de twee worden mijn mogelijkheden kleiner, maar gelijktijdig faal ik tegenover degene, die ik daardoor in de steek laat.

De derde fase die ik heb doorgemaakt was er één, die men dan wel noemt: het veelkleurig licht. Je kunt je het beste voorstellen dat je alles gaat zien in een nieuwe dimensie. Het is niet alleen maar een mens of een persoon of een voorwerp, het is a.h.w. een lijn in de tijd. En als lijn in de tijd vertoont het dus het geheel van zijn eigenschappen die het achtereenvolgens in de tijd, manifesteert. Wanneer je daarmee geconfronteerd wordt sta je wel gek te kijken. Maar ook dan zeg je weer: Het is juist die eeuwigheid die belangrijk is.

Tijd is niet belangrijk. Het is belangrijk dat ik alle fasen die tot mijn wezen behoren, allemaal in de tijd kan uitdrukken zonder ooit de oervorm, die ik ben, te verloochenen. Dat was voor mij nogal een probleem, dat wil ik eerlijk toegeven en ik kan mij voorstellen dat het voor iedereen, die met deze tijdloosheid wordt geconfronteerd, een probleem zal zijn. Want enerzijds leef je nog in een persoonlijke tijd of, als je op aarde zoiets door zou maken, in menselijke tijd. Je wordt b.v. ouder. Je hebt bepaalde dingen waardoor aanspraak op je wordt gemaakt, al is het maar een gezin of kinderen of iets dergelijks en dan wordt het heel wat moeilijker, dacht ik, om die eeuwigheid in de gaten te houden. Het is belangrijk dat elke pas die je doet in overeenstemming is met het kosmisch beeld, dat je in dat geheel van de tijd bent.

U zult ongetwijfeld in menige lezing over esoterie en andere zaken gehoord hebben “je moet jezelf waarmaken”. Nu zijn er vele mensen die denken: “Nou, daar zal ik eens even aan beginnen,” stropen de mouwen open beginnen blauwe ogen uit te delen. Dat is ook een vorm van je waarmaken, ongetwijfeld, maar op een veel te laag pitje. Op een niveau dat niet past.

Waarmaken betekent, dat ik elk ogenblik het geheel van datgene wat ik ben en kan zijn, waarmaak. Dat betekent dat wat ik vandaag doe, morgen niet gedaan kan worden en wat ik misschien tien jaar niet gedaan heb, ik dat morgen weer wel moet doen of zijn. Het is een voortdurende wisselwerking want ik moet beantwoorden aan een kosmisch patroon waarin ik besta.

Voor mij zijn die consequenties van de inwijding het enige wat je er goed van kunt opschrijven. Onze gast kan het misschien anders, dat weet ik niet, maar ik neem aan van wel. Tenslotte heeft hij het een beetje verder gebracht dan ik en die paar dimensies ‑ of wat het dan ook zijn ‑ die hij erbij heeft gekregen zouden moeten helpen om een beetje duidelijker te stellen.

Van mij persoonlijk uit gezien is de grote moeilijkheid, dat je elk ogenblik dat je bestaat in de wereld waarin je bestaat een bepaalde waarde vertegenwoordigt. Die waarde kan plotseling veranderen. Maar de betekenis die je hebt is dan ook niet doordat je iets aan de gang brengt. Nee. Doordat je op het juiste ogenblik de juiste invloed betekent in de ontwikkeling en bewustwording van anderen.

Krankzinnige zaak eigenlijk, vindt u ook niet? Want als je daarmee bezig bent kom je er niet uit. Alleen wat jezelf betreft, daar kun je het wel ongeveer vinden. Maar zelfs dan is het heel erg moeilijk om te accepteren dat dit vandaag wel en dit morgen niet kan. Ook bij u op aarde is een plotselinge verandering altijd iets waar je moeite mee hebt. Voor een geest komt er bovendien nog bij, dat die in bepaalde ogenblikken van bestaan in een bepaalde vorm op moet treden. Voor u is het natuurlijk erg ongezellig dat ik nu in deze vorm als inleider moet optreden, want u had waarschijnlijk liever iets gehad wat een beetje meer nadrukkelijk…… hé?

Eén van de dingen die ook indruk op mij heeft gemaakt was een opmerking van onze vriend Henri, die op een gegeven moment zei: “Het eigenaardige van de Nederlandse politicus is, dat hij spreekt als een normaal mens totdat hij tot anderen spreekt. Dan wordt hij ineens een dominee met politieke bijbedoelingen.

Dat spraakgebruik is inderdaad waar, hè? Maar ik vraag mij soms af: is het bij onszelf niet hetzelfde? Het gaat er niet alleen om wat we zijn. Het gaat erom hoe we, wat we zijn, kenbaar maken. En die kenbaarheid is datgene, waarin anderen op hun beurt de inwijding moeten zoeken.

Mag ik zeggen hoe ik inwijding eigenlijk zie? Het klinkt heel gek. Als een dominospel waarbij alle stenen opgesteld staan in een bijna rechte, maar niet helemaal recht rij. Wanneer je nu ingewijd bent dan moet je één richting uitvallen want daardoor maak je voor al die anderen diezelfde beweging mogelijk.

De inwijding is een overdraagbare vergroting van je eigen inhoud. Maar dan moet je juist zijn. Juist reageren en dan moet je niet morgen en niet gisteren maar vandaag, bij wijze van spreken, handelen. Of vandaag nietsdoen en overmorgen ook niet. Maar over drie weken komt er een uur dat je wel iets moet doen. Als je dat precies weet uit te kienen draag je die geestelijke waarde aan een ander over. Het is die overdracht van bewustzijnsinhouden, belevingsmogelijkheden, die de betekenis geeft aan inwijding.

Ik heb in het begin gedachte inwijding is een heerlijke methode om de trap op te lopen. Dan sta je hoger dan alle anderen. Dat denken vele mensen ook en waarom zou een geest dergelijke stommiteiten niet uithalen, nietwaar. Maar op een gegeven ogenblik ga je beseffen: inwijding, dat is juist gelijktijdig meer zijn voor meer: Dus een grotere betekenis krijgen voor een groter deel van de kosmos waarin je leeft. En die betekenis impliceert dat je al dat andere in je opneemt, met je meedraagt.

Het grootste, mysterie van alle inwijding is misschien wel dat men zegt: Jezus is gestorven voor de zonden der mensen. Het klinkt ontzettend vroom. U krijgt nu het idee van: daar komt het Leger des Heils, hoempapa…. Maar of je het nu heel simpel doet als een gelovige of dat je het in zijn betekenis ziet; ik geloof dat de werkelijkheid dit is: Op het ogenblik dat je een geestelijk punt bereikt, waarop je voldoende weet wat je bent en moet zijn, besef je dat je niet alleen jezelf bent, maar dat je tevens een groot deel van de levens van anderen bent. Je kunt je daaraan niet onttrekken, al zou je dat willen. Je bent er deel van.

Als je dat eenmaal beseft hebt, kun je de zaak niet meer terugdraaien. Dan kun je alleen kiezen. Kiezen of je je verantwoordelijkheid tegenover die anderen opzij wilt zetten of dat je werkelijk wilt aanvaarden. Maar dat betekent dat er ook geen kwestie meer is van verdienste of van schuld. Van hoger of van lager. Het is alleen dat je een groter deel probeert te dragen van de lasten die allen met elkaar hebben.

Dat was voor mij eigenlijk een, zullen we zeggen, in het begin wat bittere ontdekking. Want het is niet zo gemakkelijk om je op te offeren voor de stommiteiten van anderen, dat weet u zelf wel. Het is niet zo prettig om opgescheept te zitten met de gevolgen van iets wat een ander doet. Totdat je besefte ik ben in deze relatie met de ander een deel van een ontwikkeling.

Ik druk iets uit wat in de schepping onvermijdelijk en noodzakelijk is. Daarom kan ik niet zeggen: het is de stommiteit van een ander. Ik weet misschien beter, maar ik ben deel van de ander en aangezien ik de stommiteit niet kan voorkomen is zij mede op mijn kap geworpen.

Het is dus eigenlijk zo dat Jezus, wanneer Hij de zonden der wereld draagt, Hij deze niet draagt alleen maar omdat Hij slachtoffer is, zich opoffert, maar omdat Hij beseft: levende als deel van de mensheid ben ik aansprakelijk voor alles wat in relatie tot mij is gebeurd.

Ik heb zo’n idee, dat dat wel tot de hoogste inwijdingen behoort en dat er een ogenblik moet zijn, waarin je beseft hoezeer je met alles verbonden bent. Dat je je niet meer los kunt maken van het bestaande omdat het bestaan zelf, alleen door die verbinding met het bestaande, gerechtvaardigd wordt.

Als je daarover gaat piekeren ‑ en als je zo’n beetje aan het begin bent, gebeurt dat nogal eens ‑ dan ben je natuurlijk in verweer. Het is iedereen zijn schuld, uit de aard der zaak. Daarnaast zeg je: “Waarom moet dat mij nou overkomen? Waarom nu juist nu en in dit leven?” Of: “Waarom moet ik in deze sfeer dat nu ervaren?”

In de praktijk is het doodgewoon zo dat het niet anders kan. Dat het niet de ander is die de schuld heeft. Je bent zelf ook schuldig. Je moet eenvoudig de last van wat zo ontstaat zien als een normaal deel van jezelf en niet anders.

Misschien verveel ik u wel een klein beetje met mijn inzichten. U heeft waarschijnlijk liever verhalen over alles wat er gebeurt in jezelf. Het glorieuze ogenblik van innerlijk licht. Ik heb dat ook een paar keer gehad. De eerste keer had ik echt het idee dat iemand een flitsfoto van me had genomen. Je staat er een ogenblik verdwaasd te knipperen, terwijl je denkt dat je iets gezien hebt. Maar je weet niet wat. Dat herhaalt zich nog eens een keer en dan zeg je: Ik heb vaag iets begrepen, maar ik heb het nog niet.

Het grote licht is iets waar je naar toe moet groeien. Het is een kwestie van afstemming, zegt men dan geloof ik. Naarmate ik meer harmonisch ben met het Al zal de werkelijke kracht in dat Al voor mij ook gemakkelijker te vatten zijn, te be­grijpen zijn. Maar hoe meer ik beperkt ben en alleen maar op één deel kan reageren hoe vager het beeld van die totaliteit moet wor­den dat ik kan waarnemen. Dat geef ik eerlijk toe. Ik heb er nog niet zo heel erg veel van begrepen.

Denk niet dat dat betekent dat u meer bent hoor. Als u denkt dat u er veel van begrepen hebt bent u waarschijnlijk nog iets lager dan ik. Want de kunst om te weten wat je begrepen hebt komt pas op het ogenblik, dat je je niet meer beroept op hetgeen je be­grepen meent te hebben. (Dat is een gemene ook nog: Dat mag eigenlijk niet maar in deze esoterische les moet u het dan maar nemen). Ik kan zo langzamerhand trouwens al weer naar het besluit van mijn rede toe roeien, merk ik.

De grote moeilijkheid bij ons is, dat we de totaliteit willen zien en nog niet in staat zijn om te weten wat de details betekenen. Inwijding is de belangrijkheid begrijpen van de details, omdat uit de details het geheel is opgebouwd. Het is een langzaam steeds meer samenvoegen van kenbaarheden opdat het totaalbeeld steeds meer ken­baar wordt. Iedereen heeft daar zijn eigen opvattingen over. Iedereen werkt met zijn eigen manier van energieën, met zijn eigen uit­straling en met zijn eigen kracht.

Ik weet b.v. dat mijn uitstraling voor sommigen bijna prikke­lend is. Dat ze zeggen; o, daar zit hij weer te kletsen. Hindert allemaal niet. Ik ben wat ik moet zijn. De reactie die ik opwek is de reactie die op één of andere manier noodzakelijk is, anders zou het niet gebeuren. En op diezelfde manier moet je dus denken de kracht die ik heb, de mogelijkheid die ik heb, de uitstraling die ik heb, is precies datgene wat nodig is om een mogelijkheid te schep­pen. Dat is mijn taak, dat is alles.

Niet zo prettig als je denkt, ik ben er alleen maar om een mogelijkheid te scheppen. Ik zou ook liever het werk afmaken. Het is natuurlijk prettig om zalig gemaakt te worden, maar het is nog veel leuker om zaligmaker te zijn, als u weet wat ik bedoel. Je houdt het heft in eigen handen. Maar op een gegeven ogenblik moet je je er mee tevreden stellen om datgene te zijn wat je kunt zijn. Maar dan wel zo, dat je daardoor voor steeds meer wezens, geestelijk en anderszins, de mogelijkheid schept om meer te begrijpen van zichzelf en daardoor ook het licht, de werkelijkheid dus, meer te aanvaarden.

Schaduw, duisternis is in feite blindheid voor het licht. Wie het hele licht wil zien zal altijd verblind worden. Maar hij, die stap voor stap verder wil gaan, hij zal steeds meer lichtende werelden ontdekken. Steeds meer licht en steeds meer vreugde. Dat is mij, overkomen. Ik spreek dus uit eigen ervaring. Voor u geldt hetzelfde.

U zult gespleten blijven op aarde, daar ben ik wel van over­tuigd. Ook wanneer u innerlijk veel verder bent gekomen. Er komt een ogenblik dat je zegt: “Ja maar, zaken zijn zaken.” Goed. Mag. Wanneer je dan maar beseft dat “zaken, zijn zaken” alleen gerechtvaardigd is wanneer het meteen uitdrukt wat jij bent. Dan mag je dat frontje heus wel in stand houden. Dan mag je wel net doen of het anders is, wanneer er achter die werkelijkheid dan ook maar besef uitgestraald en uitgedragen wordt. Want het is de uit­ straling die je voortbrengt waardoor een inwijding betekenis krijgt. Niet alleen voor jezelf, maar voor de hele kosmos.

Daar wil ik het bij laten. Hopelijk ben ik duidelijk genoeg geweest. Degenen die denken dat ik teveel gezeurd heb moeten er maar even over nadenken hoe vaak ze zelf nog erger zeuren over andere dingen. Dat is niet hatelijk bedoeld. Dit zijn mijn belevingen het is mijn ervaring met de inwijding. Ik weet dat het op vele andere manieren mogelijk is, maar het betekent dat dit ook mogelijk en schijnbaar onvermijdelijk is.

Wanneer u zo dadelijk na de pauze met de gastspreker te maken krijgt realiseer u dan alstublieft dit: wat hij u brengt is zijn weten. Zijn besef. Maar ook de uiting van zijn deelgenoot zijn van de totaliteit. De manier waarop hij dat doet en met de inhoud waarmee hij dat doet daaraan kun je niets veranderen. Je kunt er alleen iets van erkennen en in die erkenning je misschien bewust worden van veel wat in jezelf al bestaat en wat je alleen nog maar hoeft waar te maken zelfs wanneer dat alleen innerlijk gebeurt.

De Gastspreker

Ik zou dan het één en ander moeten vertellen over inwijdingen. Kijk eens, inwijding is natuurlijk alleen maar een woord. Inwijding is eigenlijk een manier van beseffen, Als mens zou je kunnen zeggen: een manier van denken.

Op het ogenblik dat je leeft, word je geconfronteerd met vele dingen die je niet begrijpt. Nu zijn er mensen die zeggen “Dat is dan niet mijn schuld”, die gaan door. Er zijn ook mensen die denken: Waarom? en de mensen die dat “waarom” zeggen gaan dan nog eens terugkijken. Ze kijken dan vaak ook nog een beetje verder en dan komen ze waarschijnlijk ineens tot hele nieuwe ontdekkingen t.a.v. zichzelf, maar ook t.a.v. hun medemensen. Wanneer je je medemensen op die manier een paar keer a.h.w. een beetje beter doorzien hebt, kom je als vanzelf ook veel dichter bij een begrip van de mogelijkheden.

Er zijn mensen die denken dat inwijding een zuiver innerlijke zaak is. Maar hoe kan iets, wat je hele persoonlijkheid betreft, alleen een innerlijke zaak zijn? Wanneer je een droge hei hebt dan is het niet belangrijk op welk punt je ze aansteekt. Belangrijk is de zekerheid dat ze gaat branden en voort blijft branden, tenzij ze geblust wordt, zo is het met inwijding ook.

Inwijding komt niet van één bepaald punt. Het is een toestand waarin je verkeert en dan kan één gebeuren, één gedachte, één geestelijke of andere beleving het begin zijn. Daardoor ontstaat een vuur en dat vuur verteert dan de oppervlakte.

Nu heb ik heel vaak gezien dat, waar zo’n vuur is geweest, de bodem opeens vruchtbaarder is geworden. Er komen meer gewassen op en in een grotere variëteit. Dat is nu hetgeen kan gebeuren bij zo’n inwijding.

Het eerste is altijd verliezen, want alles wat was wordt uitgewist, wordt as, wordt droog. Daar heb je geen zin meer in. En dan komt daar bovenop op een gegeven ogenblik de invloed die we op aarde misschien als regen kunnen omschrijven. Daardoor wordt dat verleden vermengd met de basis van je bestaan en daaruit groeien je nieuwe mogelijkheden.

Het is altijd erg lastig om inwijdingen helemaal duidelijk uit te drukken. Wanneer ik een gelijkenis moet zoeken dan denk ik aan iemand die wil springen. Als je dat nooit gedaan hebt kom je zo ver (1/2 m) Als je het meer hebt gedaan kom je verder (1 m), enz. Bij inwijding is het dus ook nog een kwestie van; je kunt verder springen naarmate je meer gesprongen hebt.

Dit is nu het gekke; naarmate je geestelijk meer meemaakt, kun je meer doen. Je kunt verder komen. Maar iemand die heel ver kan springen kan die kleine sprong ook maken. Je verliest dus niet aan mogelijkheden, maar je wint aan mogelijkheden. Je bent niet gebonden aan het uiterste wat je bereikt, maar je omvat een heel scala van mogelijkheden, die tenslotte terecht komen bij je normale bereiken. Dit voorbeeld zullen we nu gaan omzetten, als u het niet erg vindt.

Elke mens heeft een eigen trilling. Dat is de basis van zijn wezen. Nu kun je met die trilling natuurlijk wel iets doen, maar omdat er bewustzijn bijkomt kun je bepaalde variaties aanbrengen op die trilling. Dat is het gewone leven.

Ga je nu een stap inwijding verder, dan is er een tijd dat je eerst denkt: hé, ik val weer terug op die oertrilling, omdat je weer opnieuw die sprong moet maken én naar het normale én verder. Heb je dat gedaan dan ontdek je: hé, ik kan twee of drie verschillende uitstralingen waarmaken. Het aantal mogelijkheden om jezelf waar te maken neemt dus toe.

Als je dat in trillingen uitdrukt kun je zelfs zeggen: een normaal mens heeft over het algemeen vier tot vijf factoren om zich waar te maken. Dat is zijn keuze‑element. Maar iemand die een inwijding eerste graad heeft, heeft al vijfentwintig. En iemand die nog een keer verder komt heeft niet honderdvijfentwintig, maar 25 x 25 en dat is heel wat. Als je het precies uitrekent: 625. Anders gezegd: het neemt toe naarmate je verder komt alsof het aantal bereikingen met zichzelf vermenigvuldigd wordt.

Nu zijn we hier tezamen en er zijn er een paar bij die kunnen wat hoger hebben. Er zijn er ook bij die alleen maar een zeer beperkte scala van mogelijkheden kunnen aanvoelen. Wanneer ik mij nu instel op mijzelf, op mijn oertrilling, dan merkt u weinig of niets. Er is wat kracht aanwezig, maar dat is dan ook alles.

Die kracht is gewoon de kracht van leven en meer niet. Nu nemen we daar een trap bij. Ik voer het even op en nu ben ik aan de rand zo van het gemiddeld menselijke gekomen. Hé, dat gaat bij verschillenden al verschillende reacties wekken. Dat is logisch, want alle mensen zijn anders. En als ze het niet zijn dan denken ze, dat ze het zijn. Nu gooien we daar ‑ om het niet te gek te maken ‑ nog één keer een trap bovenop. Ik pas nu mijn eigen uitstraling aan, aan een gemiddelde inwijdingsbereiking zoals die voor een mens nog mogelijk is.

U denkt daar ineens aan lichtblauw. Het is heel eigenaardig dat iemand dit vertaalt in lichtblauw. Goed, dat is dus deze trilling. Wat is nu het geval?

Op dit ogenblik wordt het geheel aangevoeld en niet alleen meer de eigen reactie. En als u allemaal als lichtblauw wordt aangevoeld door iemand dan betekent het, dat die iemand u beschouwt als nogal intellectuele mensen. Dat is niet voor mijn rekening. Het is voor rekening van degene die denkt aan lichtblauw, wel te verstaan. Voor mij zijn de variaties die er zijn nog tamelijk groot, maar goed.

Nu gaan we gewoon nog een stap verder en dan zeggen we: wat is het kenmerk van een inwijding? En nu stralen we gewoon eventjes een inwijdings‑impuls uit. Kan ik gemakkelijk doen en ik ga daarbij ongeveer drie kleine graadjes hoger dan de norm menselijke inwijding. Asjemenou… krijg ik nog van één, twee, drie, vier personen reactie. Dat is leuk.

Kijk, dit is wat u noemt ‘de kleurige poort van de inwijding’. Dat is de pauwenstaart van de illusie waar je doorheen moet stappen om te zien wat daarachter ligt. Deze uitstraling op zichzelf is natuurlijk een veld. Veld is een term die ik aan het medium ontleen, ook al omdat die term kennelijk vaak door sprekers van uw groep gebruikt wordt. Ik denk aan een veld als iets anders, maar dit zijn dan een reeks voortdurend vibrerende lijntjes. Dit veld bouwen we nu gewoon verder op. Geen magie alstublieft. Dat doen we niet.

Wat is hier de werkelijkheid? Laat uw eigen gedachten maar eens rustig opkomen. En dan ziet u op hoeveel verschillende vlakken dat mogelijk is. Nu is dit ook kracht. Wanneer u die inwijding hebt kunt u die kracht eenvoudig in u zelf ontvangen. Dat is helemaal niet moeilijk.

Nu houden we even op met het experiment want anders wordt het voor sommigen een beetje topzwaar. Krijgen een druk op de kruin. Klap op het hoofd.

We gaan ons nu afvragen: wat is inwijding?

Het is in de eerste plaats dat je bepaalde denkbeelden met een hogere waarde gaat associëren. Ze hebben een andere, meer diepgaande betekenis gekregen.

In de tweede plaats voel je dat er een kracht aanwezig is, een energie en die kun je voor jezelf gebruiken. Dat is echt iets om lekker even warm mee te worden.

In de derde plaats betekent het dat de gevoeligheid is toegenomen. Je wordt dus gevoeliger voor alles wat er om je heen aanwezig is. Maar dat betekent dat je een eindje door uiterlijkheden heen gaat kijken. Dat betekent dat je samenhangen op een andere manier gaat zien.

Hier heb ik een mooi beeld. Inwijding dat is zo’n platenboek, een encyclopedie. Daarin staat een afbeelding van een mens, compleet met vel en verder zonder. Neem je één plaatje weg dan is het vel weg en zie je de spieren. Zo kun je verder gaan. Steeds een stukje eraf tot het geraamte overblijft. Wanneer je nu als ingewijde naar het gebeuren kijkt kun je alle plaatjes op elkaar leggen. Dan zie je dus die mens in zijn vel. Wat dat betreft mag u er voor mij nog één plaatje bij doen zodat hij decent is voor de filmkeuring of wat anders. Maar u kunt blaadje voor blaadje wegnemen en kijken wat eronder is. Die mens is de werkelijkheid.

In de werkelijkheid zijn hoofdlijnen waar we ons niet aan kunnen onttrekken. D.w.z. dat wanneer u begint te leven u onder meer dood moet gaan. U kunt het uitstellen als u erg bewust bent, maar er komt een ogenblik dat je zegt: nou moet ik geest worden. Dat is een lijn. Een soort botje en daar kun je dan allerhande belevingen overheen leggen. Daar kun je bepaalde gedachten in zetten als functionerende organen. Maar het is het botje dat de vorm mogelijk maakt. Op die manier gaat de ingewijde zien wat het onvermijdelijke is.

Als hij het onvermijdelijke kent dan bladert hij terug en kijkt hoe het aangekleed is. Hij weet dan hoe het onvermijdelijke functioneert en zich toont. Hij weet dan ook welke mogelijkheden hij heeft. Is er een tekort dan weet hij in welke gedachte dat kan liggen of in welke besluiten. Dus als je het goed bekijkt is een ingewijde een deskundige op het gebied van leven.

Nu moet je dat nog iets verder doorzetten; dacht ik. Want we kunnen nu wel komen met de mooie en overigens beleefbare symboliek van de lichtende werelden, maar een lichtende wereld is ook maar aankleding.

De basis van alles is kracht. Die kracht heeft één eigen vibratie. Hoofdtrilling. Wij noemen die beweging in de kracht God. Eerste oorzaak of Bron. Niets kan bestaan zonder dat het ontstaat, geënt op die eerste trilling. Onze beleving ervan wordt bepaald door ons vermogen om waar te nemen, om te kennen. Maar we kunnen ons daar niet aan onttrekken.

Nu is die oerwaarde een nogal erg simpele trilling. We zullen eens proberen. Er zijn er hier een paar die daar normaal niet zo gunstig op reageren de laatste tijd. Kijk, dat is dus deze trilling; een beetje traag een beetje tintelend. Eigenlijk iets wat je bijna niet merkt en wat er toch op één of andere manier is.

Breng daar nu een kleine verandering op aan. Ent daarop een besef of een ontwikkeling en dan ontstaat in de richting van levenskracht bijvoorbeeld dit: …. Nu gaat het een beetje kloppen. Net of je bloed even doorstroomt. En het gekke is dat doet het niet noodzakelijk bij je hoofd, maar bij de rest. Waarom? Omdat het denken op zichzelf alweer zoveel geestelijke elementen bevat, dat die oerkracht alleen versterkt met de trilling levenskracht niets doet. Dat doet de rest van het lichaam wel. De rest van je voertuigen reageert wel, maar het is geen besef. Dus nemen we voor de aardigheid een paar trappen verder. Het is maar een poging om iets te laten voelen en iets duidelijk te maken. We nemen dus een besefs‑trilling.

Een besef‑trilling ligt aanmerkelijk veel hoger en heeft dus ook weer meer mogelijkheden. Als ik nu hier een trilling neem, die dicht bij zijn eigen trilling in een stoffelijk bewustzijn en inwijdingsfase heeft gelegen moet u mij dat niet kwalijk nemen, want anders wordt het helemaal te ingewikkeld. Het wordt dus dit: ….

Dit is een bewustzijns‑trilling. Die bewustzijns‑trilling kan de manier waarop je denkt en associeert bepalen. Er zijn een paar mogelijkheden om die aan te voelen, maar de meest voorkomende is het gevoel of je een kalotje op hebt. De tweede mogelijkheid die ook wel voorkomt, is het gevoel dat de kruinharen iets aan het rijzen zijn terwijl er hier opzij bij je oren ook een paar haren aan het kwispelen zijn. Dat is dus deze trilling. Ik zal proberen hem nog één keer en nu geconcentreerd even uit te zenden …. Go, dat was één ademhaling lang. Meer niet. Je moet het brein nooit overbelasten, hebben ze vroeger altijd tegen mij gezegd.

Wat ik nu in feite heb gedaan met die trillinkjes is een inwijding nalopen. Elke keer wanneer je er een trilling bijgooit verandert er iets. Bij u was dat eenvoudig bij de één wat meer, bij de ander wat minder. Was dat even een gevoel. Het werkt natuurlijk wel door, maar het kan nooit serieus zijn. Daar heb ik voor gezorgd. Het kan nooit negatief worden.

Wanneer je zo’n trilling erbij krijgt ontstaat er een andere spanning in je eigen wezen. Ook in uw geest. De grondtrilling blijft aanwezig. Al die andere dingen zijn er ook, maar er is iets bovenop gekomen. Wanneer ik alleen met die hogere trilling werk is ze niets waard, want ze heeft die basis nodig.

Wanneer iemand u zegt: “Ik ben ingewijd. Ik hoef niet meer te eten, te drinken, etc.” ‑ vult u zelf maar in ‑ dan is dat iemand die een dwaas is. Hij zal misschien een tijd lang die verheldering ondergaan, maar wanneer hij niet tijdig terugkeert heeft hij de basis niet meer. Hij heeft zich los gemaakt in zijn besef van de grondvibratie van het goddelijke. Daarom is het zo nodig dat die dingen bij elkaar blijven.

Wanneer u nu verder ingewijd wordt komt er dus steeds een trilling of een paar trillingen bij. Altijd zal iemand die een inwijding nagaat moeten beginnen bij de elementen. De elementen zijn; oerkracht, levenskracht, gedachtekracht. Niet meer en niet minder. Wanneer je die drie uitschakelt, waar en hoe dan ook, loopt het mis.

Wanneer je meer gaat begrijpen en gaat beseffen moet je het altijd nog blijven vertalen in: oertrilling, levenskracht, gedachtekracht. Alleen op die manier heeft alles wat je verder bereikt betekenis.

Denk niet dat iemand u die inwijding kan geven met een geheimzinnige meditatiesleutel. Met één of ander wonderbaarlijk gebaar of iets dergelijks. Het is iets dat zuiver aan uzelf gebonden is.

Ik kan niemand van u inwijden. Ik kan alleen iemand van u bewust maken van de gevoeligheid, die hij ontwikkeld heeft. Dat is heel iets anders. Elke inwijding is gebaseerd op de groei van mogelijkheden binnen een ik, of het ego, dat klinkt mooier.

Op het ogenblik dat het ik gevoeliger wordt, wordt het geconfronteerd met nieuwe waarden en omstandigheden. Maar het is er zich niet van bewust. Wat wij de inwijding noemen is niets anders dan het je bewust worden van de verandering. Het is dus niet zo ingewikkeld als het lijkt.

Nu zijn er heel veel onder u die streven naar bewustwording. Die zeggen “Ik wil ingewijd worden.” Nou, dat is best. Maar weet u wat inwijding betekent? Ik heb geprobeerd het u een beetje simpelweg duidelijk te maken. Het betekent steeds weer dat je beeld van het verleden ‑ en voor u is dat meestal de wereld ‑ afgekapt wordt. Er is een periode ten einde en die kan nooit meer zo voor jou terugkomen, want je hebt de illusies niet meer waardoor je het zou kunnen beleven. Het duurt dan een tijdje voordat je de betekenis ziet op dat nieuwe vlak en dan ga je zien dat het heel wat ingewikkelder zat dan je dacht.

In die veelheid is het erg moeilijk om een weg te vinden. Het lijkt in het begin gewoon een doolhof totdat je beseft dat heel veel van de lijnen, die je ziet, niet echt zijn. Er zijn lijnen die je denkt en er zijn lijnen die er bestaan door anderen.

Wie ingewijd wordt leert ook om te elimineren wat uit hemzelf voortkomt, wetende: dit is niet mijn buitenwereld maar mijn innerlijke wereld. Pas dan kun je die twee met elkaar gaan vergelijken, waardoor je weer tot een grotere gevoeligheid komt. Je gaat meer in andere werelden leven. Je gaat allerhande ervaringen doormaken.

Er zijn mensen die, als ze voor het eerst uittreden, niet weten waar ze aan toe zijn. Als je het honderd keer gedaan hebt weet je het zo langzamerhand wel. Maar dan moet je gaan leren die uittredingen te besturen naar deze wereld of naar die wereld. In contact met deze kracht of voor een keer liever in contact met die mogelijkheden. Het bewust kiezen is dus weer het bewustwordingsproces.

Er is geen inwijding mogelijk wanneer je niet bewust kiest. En nu bestaat er op aarde waarschijnlijk nog wel een bekende regel: “In geval van twijfel, onthoudt u”. Dat is overigens een kerkelijke regel geweest die in de tijd, dat ik nog mijn dwaasheden op aarde volvoerde, net gebruikt werd.

Het is een heel juiste regel. “In geval van twijfel, onthoudt u.” Want wanneer je twijfelt, weet je niet meer waar je naar toe gaat en wat je wilt. Iemand die twijfelt en toch maar iets doet of laat, zonder meer, is iemand die stuurloos is. Hij wordt de illusiewereld ingedreven, want hij is niet meer in staat te weten wat de verbindingen zijn. Daarom betekent in dit geval de mooie regel, dat je in geval van twijfel eerst voor jezelf moet weten, wat is belangrijk: Wat brengt het mee. Wat voor kracht is eraan verbonden. Wat voor licht kan ik eruit puren. Wat voor voldoening zit er voer mij in.

Een mens die bewust ja of nee zegt, is iemand die zijn eigen wezen uitdrukt in een wereld van mogelijkheden en daarmee ook erkent waar zijn eigen lijntjes liggen in de doolhof. Hij ziet opeens: dat is een grens die mijn gedachten trekken. Dat is een lijn, daar kan ik niet aankomen. Die bestaat buiten mij. Dan is deze lijn niet belangrijk, die wis ik desnoods even uit, maar die lijn moet ik goed bekijken, want daarlangs zal ik mijn weg moeten vinden.

Doe ik het nog steeds goed? U zit er allemaal zo lekker bij van: hier komt de hogere waarheid. Vergis u niet. Als er een hogere waarheid in zit dan kan dat er alleen maar uitkomen omdat dat in u bestaat.

Elke mens is ongeacht zijn banden met de kosmos volledig verbonden met zijn eigen denkwereld. Zijn krachten, zijn vermogens, zijn keuzemogelijkheid en zijn belevingsmogelijkheid liggen in hemzelf en nergens anders. De bewuste is zelf, de onbewuste is ondanks zichzelf. Inwijding is dus van “ondanks alles” komen tot een “wetend kiezen uit alles”. Wel, ik dacht, dat is ook gemakkelijk.

Er zijn heel wat inwijdingsscholen. Nu is mij opgevallen ‑ misschien dat het nu ook nog bestaat ‑ dat vaak degenen die in een scholing tot, zullen wij zeggen, de minder goede behoren, degenen zijn die het later het verste schoppen. Als dat nog steeds zo is zult u begrijpen waarom ik zeg dat esoterische scholen maar van een beperkt belang zijn. Ze geven je de richting. Ze geven je wat oefeningsmogelijkheden maar ze kunnen je nooit het succes geven. Dat kun je weer alleen zelf. Nu is het beter om weinig te weten en met weinig alles te doen wat je kunt, dan veel te weten en maar heel weinig uit te voeren. Dat is altijd zo geweest.

Ik heb heel vaak horen zeggen: “Maar er waren toch inwijdingen waarbij de ziel werd geplaatst in de beproevingen van de elementen?” Iets wat ik zelf ook nog eens heb nagestreefd. Ik wilde leren om de juiste sulfers te raffineren, daarmee dan alles te maken van het levenselixer of via het vloeibare goud tot de steen der wijzen.

Ik moet zeggen, het is allemaal heel aardig, maar het is fantasie. Als je door het vuur gaat is het geen echt vuur. Zolang jij denkt dat het vuur is, is het vuur. Als je beseft dat het alleen maar kracht is, dan absorbeer je het en je gaat gesterkt verder. Als je denkt: het is vuur, dan denk je: hemel, laat ik me niet branden.

Op die manier zit het ook met al die beproevingen. Het zijn beelden. Het zijn voorstellingen. Beelden en voorstellingen zijn aardig voor degenen die nog niet zover zijn. Maar denk nooit dat zo’n leerstelling of zo’n beeld absoluut waar is, Niets is absoluut waar buiten je eigen erkenning van en band met de oertrilling waar­op je hele wezen is gebaseerd.

Als u hier zit en snakt naar inwijding, dan moet u niet uit gaan kijken of er iemand komt die u in kan wijden. Dan moet u eerst proberen te beseffen welke krachten in u werkzaam zijn.

Daar is de oertrilling. Besef dat er ergens een soort basisritme is. Probeer het even aan te voelen desnoods.

Dan is er het levensritme. De levenskracht. En dan kun je je openstellen zoveel als je wilt. Gapen totdat je bek scheurt, bij wijze van spreken, maar er komt niets in.

Openstellen is het niet. Het is beseffen: In u vibreert die levenskracht. Probeer te voelen hoe ze in u werkt.

Als u die twee hebt ‑ en niet eerder ‑ dan zegt u: en nu mijn denken: Mijn denken kan ik richten of ik kan het niet richten, dat maakt niet uit. Er is een ritme in mijn denken, in mijn beseffen. Probeer dat aan te voelen. Niet de gedachte, maar die eigenaardige golving die erachter ligt. Als je die aanvoelt en je hebt die drie ritmen, denk dan eens gewoon aan een facet van je eigen leven. Denk erover na, gewoon zoals je altijd over dingen nadenkt. Mopper desnoods een beetje, hindert ook niet.

Wanneer je zo bezig bent ontstaan er nieuwe beelden. Besef dat die nieuwe beelden geen fantasie zijn. Ze zijn een deel van de werkelijkheid die je met dit werken, dit ritme van het denken nu plotseling naar boven brengt. Verzamel die dingen. Je zult zien, dat ook deze beelden een bepaalde figuur hebben, één bepaald ritme hebben. Probeer dat weer te beseffen en je komt als vanzelf tot die bevrijding, waarbij je in een hogere lichtwereld toch weer erkent wie en wat je bent. Dat is inwijding. Dat is het helemaal.

Niet zo gemakkelijk als je denkt misschien. Toen ik zei: “Dit is de oertrilling” waren er een paar die voelden wat. Een paar die dachten dat ze wat voelden, omdat ze graag wat wilden voelen en zo verder. Maar die oertrilling is er. En nogmaals: ik grijp terug naar de basis van mijn bestaan en ik probeer ze nog een keer door te geven.

Dit is het oerritme van de kracht.  Houd dat maar vast als je kunt. Leg het maar vast in je besef, in je gevoel.

Dan heb je de levenskracht. Ook daar zullen we de poging nog een keer wagen. Dus dit is de levenskracht … Absorbeer dat, ook al kun je er geen naam aan geven. Dat gevoel, dat idee wat erbij hoort kun je nodig hebben als je streeft naar inwijding.

Dan hebben we eigen golving van de gedachte. Die kan ik u alleen geven vanuit mijzelf. Die kan voor u wat anders liggen. Maar u zult toch voldoende opnemen, denk ik, om uw eigen ritme aan te voelen.

Dit is mijn gedachtepatroon, mijn gedachteritme gebaseerd op het menselijk nog aanvaardbare.

Leg het maar vast in uw aura. Dat hoeft u niet te doen, dat doe ik wel, want dan zegt u weer: dat kan ik niet.

Ik heb u nog eens geprobeerd te wekken tot die drie fasen waarop je de inwijding kunt opbouwen. Dus geen gegoochel. Je hoeft niet in het donker te gaan zitten met een kap over je hoofd en een kaars op de schoorsteen of zo. Dat is helemaal niet nodig. Gewoon proberen voor jezelf, zo goed je kunt, deze drie fasen achtereenvolgens te voelen, te beleven. En als je daar bent laat dan dat nieuwe, dat in je gedachten opkomt in het begin zijn gang gaan. Ook al lijkt het fantasie. Al wordt het een versje of voor mijn part een reeks onsamenhangendheden. Het heeft een ritme.

Als je het een paar keer geprobeerd hebt kun je gaan kijken: wat is het ritme waarin deze vreemde denkbeelden, die afwijking in mijn denken, voorkomen. Probeer je dan op dat ritme in te stellen en je wereld gaat wijder worden.

Je kunt één blaadje van het boek terugslaan en je ziet de wereld in een andere staat. Je ziet functies en als je functies ziet weet je beter hoe je zelf functioneert. Als je weet hoe je zelf functioneert kun je als vanzelf groeien naar de vrijheid van de geest. De werelden van de geest en de steeds sterkere erkenning van het licht.

Zo, dat was ongeveer alles. Ik heb u alleen maar een mogelijkheid gegeven. Iets laten zien hoe het kan. Of u er wat mee doet moet u zelf weten. Niemand zegt dat u ingewijd moet worden. En niemand zegt dat hij u in komt wijden.

Dit is de basis. Wanneer je daarmee kunt werken kom je verder. Als u ver genoeg bent dan hoeven wij, gastsprekers, tenminste niet meer hiernaartoe te komen. Dan komt u wel bij ons. Misschien dat je denkt: toch is die uiting wel prettig, maar dan kan ze op een ander vlak worden aangevuld terwijl u het beseft.

Dat is nu precies alles wat ik vandaag voor u kan doen. En als het aardig gaat zal ik vragen of ze me nog een keer uitnodigen. Dus als u mij niet meer terug wilt zien; niets aan inwijding doen.