Inwijdingen in de geest

uit de cursus ‘ Kosmische leringen ‘ ( hoofdstuk 3 ) – december 1972

Als wij al het voorgaande nog eens overdenken, dan komen we tot de conclusie dat de volgelingen van de Meesters vaak er maar een potje van hebben gemaakt. Maar als we hun systemen nagaan, dan komt het steeds weer neer op een wijze van leven, een wijze van denken. Er is geen sprake van een reële verlossingsleer, ofschoon men dat altijd weer pretendeert. Er is gewoon sprake van het aantonen van een wijze van leven waardoor de wens zelf verder kan komen.
De Boeddha leert de mens natuurlijk wel wat er zo aan de hand is. Hij vertelt hun hoe ze moeten leven, hoe ze moeten denken. Maar dan komt er een ogenblik dat hij zegt: Je moet het zelf doen. Je moet zelf proberen je eenheid met de oneindigheid te vinden.
Jezus heeft het steeds weer over het Koninkrijk Gods in ons dat we moeten binnengaan. Zelfs Mohammed duidt aan dat de werkelijkheid van Allah is gelegen in de mens en dat de mens in zich de verbondenheid met zijn God moet vinden. Dan is hij a.h.w. onkwetsbaar, dan kan hij alleen nog maar naar het Paradijs gaan.
De geest heeft uit de aard der zaak in al deze dingen, een rol gespeeld. Als u hoort over de geboorte van Jezus, dan hoort u over engelen en allerlei verschijnselen. Over de Boeddha; precies hetzelfde. Over bepaalde grote figuren, soortgelijke verhalen. Altijd weer is er ergens iets bijzonders aan de hand. Er zijn invloeden die van bovennatuurlijke aard schijnen te zijn.
En op het gevaar af dat het ontluisterend werkt, als je tegen Kerstmis ontkent dat er engelen in witte soepjurken met demonstratiebordjes boven de een of andere houten stal hebben gezweefd, wat er werkelijk gebeurde was dat een grote geest, die naar de wereld ging werd begeleid. Hij ging niet alleen. Er zijn altijd vele geestelijke krachten, die met zo’n persoonlijkheid in harmonie zijn en die a.h.w. zijn werk vanuit de geest proberen voort te zetten. De geest is dan ook vaak de belangrijke factor, als een Meester is heengegaan.
De invloed van de nieuwe Wereldleraar b.v. betreft de wijze van leven en denken, precies zoals bij alle andere Meesters. Ook hij heeft een groot aantal geestelijke krachten met zich meegebracht en hierdoor wordt er in de geest een bepaalde werking geboren. Die werking is niet de openbaring. Het is niet het bekend maken van een bepaald systeem, maar het is de hulp aan een ieder – die in harmonie gekomen is door een juiste wijze van leven en denken – klaar is om een persoonlijke ontwikkeling, een persoonlijke inwijding door te maken.
Hoe deze inwijdingen gezien moeten worden, daar kan men veel over praten. Het zal u duidelijk zijn dat een religieus systeem een zodanig brede omvang van mogelijkheden heeft, dat daarin geen toegespitste inwijdingsmogelijkheid is gelegen. Het zal u eveneens duidelijk zijn dat ook de weg, die door de leraren wordt getoond een weg is die een ieder op zijn manier moet en kan gaan. Er is geen nauwkeurige definitie mogelijk vanwaar de inwijding komt en hoe ze zal plaatsvinden. Wel echter staat vast dat degene die op zo’n wijze heeft geleefd, gestreefd en leren denken in bepaalde harmonische trillingen, daardoor a.h.w. rijp is voor een verdere persoonlijke ontwikkeling. De inwijdingen, die aan de hand van de leringen van de Meesters tot stand komen, zijn in wezen persoonlijk. Het zijn vooral deze persoonlijke inwijdingen waarbij de geest een grote rol kan spelen. Ik wil in het volgende betoog proberen u daarvan het een en ander te doen beseffen.
Een geest heeft een eigen harmonische kring. Dat kunt u een sfeer of een groep noemen. De Orde b.v. is als zodanig een in zich harmonische kring. Men is het niet over alle punten eens. Er zijn evenveel verschillen denkbaar als bij u op aarde in de een of andere gemeenschap. Maar er is een factor, die ons allen tezamen bindt, waardoor we elkaar verstaan, elkaar steunen en waardoor we kunnen putten uit een en dezelfde geestelijke kracht. Zo zijn er zeer vele geestelijke kringen te vinden.
Een dergelijke kring ongeacht het niveau van bewustzijn waarop die zich zou bewegen is een harmonische kring. En uit die harmonische kring behoren we nog tot een straal of een licht. De laatste termen kunt u laten voor wat ze zijn. Ze geven alleen maar aan dat een harmonische kring niet helemaal op zichzelf staat. Hij is door zijn wijze van bestaan en van denken verbonden met hogere krachten met een groter weten en een grotere invloed. Dezen zullen weer met nog hogere krachten verbonden zijn. Het is een soort celsysteem waarbij de ene cel altijd verbonden is met alle hogere cellen, maar daarnaast vaak losstaat van de lagere cellen of alleen met die lagere cellen samenwerkt dank zij de coördinatie van een hogere cel.
De geest werkt nu als volgt: Wij kennen een zekere harmonie. Die harmonie is essentieel voor ons bestaan in het licht. Deze harmonie kan op aarde eveneens ontstaan. Maar als ze in de mens ontstaat, dan is daar altijd de moeilijkheid dat de mens met zoveel vaste waarden rekening heeft te houden. Hij heeft te rekenen met voorstellingen, die wij niet kennen. Hij is geconditioneerd door zijn omgeving. Wij kunnen dus alleen op één punt die harmonie aanvaarden; dat is wat in die mens het beste is. Maar willen wij die harmonie vergroten, dan zullen wij moeten proberen de denkwijze of de vastgeroeste ideeën of gewoonten te wijzigen.
In een inwijding gebeurt dat door wat men noemt beproevingen. In de persoonlijke inwijding bestaat hetzelfde denkbeeld.
Wij horen dat Boeddha in meditatie neerzit onder de Boboom en dat hij zich richt op het oneindige. Hij wordt dan geconfronteerd met wat men noemt de drie aspecten van Mára, de Bittere, de duivel. Hier komt eerst de macht in het geding. Het is een kwestie van macht, van gezag. De Boeddha kan overwinnen, maar hij reageert niet en door zijn niet reageren is hij machtiger. Het aspect verdwijnt.
Nu zou een ieder geneigd zijn te zeggen: Nu, dat zijn allemaal duiveltjes die doodsbenauwd zijn dat die goede Boeddha daar de eeuwige waarheid gaat vinden. Dat is helemaal niet waar. De Boeddha draagt in zich (en dat is door zijn afkomst ook begrijpelijk) nog allerlei aspecten van macht. Hij komt uit een vorstenfamilie en moet eerst geconfronteerd zijn met macht en geweld, voordat hij ze ook in zichzelf terzijde kan schuiven. Het leger van Mára is eigenlijk niets anders laten we het maar eerlijk zeggen, dan de inhoud van de Boeddha zelf, gepersonifieerd, verscherpt uitgedrukt door de geest, die meewerkt.
Daarna krijgen we het meer sensuele aspect: de verleidingsscene door de dochters van Mára. Ook heel begrijpelijk. In die mens zijn er allerlei drijfveren, vaak ook erg sensuele. Als de sensualiteit hem overmeesterd, sluit hij zich meestal af voor het lichtere. Hij moet leren begrijpen dat het niet belangrijk is in de zin van Boeddha’s harmonie; dat de stoffelijke liefde meer een nevenverschijnsel is. En zo blijft Boeddha doof. Hij reageert niet meer op dit aspect, omdat hij ziet wat de mogelijkheden zijn. En voor het eerst erkent hij voor zichzelf: ik word er wel door aangetrokken, maar die aantrekkingskracht is niets t.a.v. mijn doelbewustzijn. En daardoor is er weer een factor geschapen waardoor er een grotere harmonische mogelijkheid ontstaat.
Dan komt Idra (de duivel zelf) en probeert eveneens allerhande trucjes. Ook daarop wordt niet gereageerd. Het is niet de duivel, het is alles wat er in het onderbewustzijn van die mens leeft, wat hem gevormd heeft: de resultaten van zijn leertijd bij een fakir en bij een magiér. Al die dingen worden tezamen genomen, want die mens moet de doelloosheid van een groot gedeelte van zijn verleden erkennen. Hij moet zichzelf losmaken van wat eromheen staat en dan pas kan hij in een hogere harmonie opgaan.
Nu is dat van de Boeddha natuurlijk een fantastisch voorbeeld. Bij de Boeddha is dat allemaal een soort nevenverschijnsel. Het doet ons denken aan Jezus in de woestijn. U weet hoe hij werd bekoord. Jezus had honger. Hij was een betrekkelijk gewoon mens al was hij uit een redelijk welvarende familie. Als je nu zegt: “Die stenen worden brood”, dan worden ze brood. Jezus realiseert het zich wel, maar hij realiseert zich ook: indien ik mijn kracht daarvoor gebruik, dan bind ik mijn kracht aan de materie; en daarmee overwint hij de honger.
Dan is Jezus uit het joodse volk. Daarover is hij ergens nogal trots, vooral in die tijd was hij erg trots. Jezus wil erkenning hebben. Dat kun je demonstreren. “Werp jezclf van de tinnen van de tempel en de engelen zullen komen om je op te vangen.” Dan weet de gehele tempel en het gehele joodse volk wie je bent: een uitverkorene. De Geltungsdrang zou de Duitser zeggen. Jezus realiseert zich dat het kan, maar hij schuift het weer opzij. En dan het laatste aspect. “Kijk naar de wereld. Al wat je aan je voeten ziet, die gehele wereld, kan ik je geven, indien je knielt en mij aanbidt! Maar wie is dat?
In het verhaal is het de duivel. Maar is het niet eerder de geestelijke macht, maar ook de materiële macht, de bezetenheid van het lagere die je moet ontkennen? En als je in een onderdrukt land woont en het word je daar aangeboden, dan is het toch ook heel vervelend om ook dit terzijde te stellen.
Dit zijn uit de aard der zaak voorbeelden. Wij weten niet, of het zich allemaal zo heeft afgespeeld. Opvallend is wel, dat wij in de Latijnse vertaling Jezus horen zeggen: “Vade retro, Satanas”. Ga achter mij, Satan. Niet wijk terug, zoals het wel eens is vertaald. Met andere woorden: Ik ga je voorbij. Deze dingen kunnen mij niets meer doen. En daar begint dan de perfecte harmonie. Vanaf dat ogenblik is Jezus werkelijk de drager van de Christus, niet voordien.
Denkt u nu werkelijk, dat er duivels rondlopen, die dergelijke dingen doen? De duivel zou toch wel wat beters weten te doen dan Jezus op die manier te verzoeken, zo kinderlijk! Maar als men uitgaat van het standpunt dat hier een geestelijke kracht aan het werk is, een kracht die het mogelijk moet maken om harmonie te scheppen, dan is ook duidelijk dat dat alleen kan gebeuren door de mens zichzelf te laten overwinnen, door hem te confronteren met zijn eigen zwakheden, zijn eigen geneigdheden en er dán voor te zorgen dat hij verder kan gaan. Het is ook niet zo, dat je hoort dat de duivel blijft aandringen. Een echte duivel zou toch met alle geweld proberen hem daartoe te brengen. Die gaat niet gewoon weg. Hij probeert het elke keer weer. Het zijn verschijnselen uit de geest. En vaak is dat een lagere harmonische kring, die voor het doen van dergelijke beproevingen in aanmerking komt.
Als een mens geestelijk werkelijk verdergaat, dan komt er een ogenblik dat hij het gevoel heeft: ik kan vrij zijn, ik kan God aanvaarden. Maar dat is een gevoel, het is geen werkelijkheid, omdat die mens aan zichzelf gebonden is. En ook deze binding moet je verliezen, voordat je werkelijk in God kunt opgaan, werkelijk harmonie kunt kennen.
Als een dergelijke rijpheid is bereikt, dan moet er dus iemand zijn die helpt, die optreedt. We kunnen dat dan een engel noemen, we kunnen het ook een geest noemen. Zeker is, dat een aantal persoonlijkheden dan proberen om die mens a.h.w. los te maken van zichzelf. Kan hij dat niet, dan behoeft hij alleen maar te aanvaarden wat er in zijn onderbewustzijn zit en zal hij ongetwijfeld zijn grotere mogelijkheden ook verder kunnen waarmaken. Aan de andere kant kan hij natuurlijk zeggen: Ik ben er bang voor. Ik durf dit niet accepteren, maar ik wil ook niet van mijn weg afgaan. En dan blijft hij stilstaan.
Een aardig voorbeeld daarvan is het verhaal van de pastoor van Ars, de goede man die altijd door duivels werd achtervolgd. Zijn bed brandde onder hem af en al die dingen meer. Dan schep je een situatie waarin de beproeving zich blijft herhalen. Dat komt omdat er een tijdloos effect is. Die geest heeft in die harmonische kring rijpheid erkend en dat wil zeggen, dat de mens nu wordt beproefd.
In deze beproeving wordt hij ook gesteund. Hij krijgt hulp overal waar hij die nodig heeft, maar hij moet leren “neen” zeggen. Hij moet voor zich een bewuste keuze maken, bewust de belangrijkheid ervan stipuleren en erkennen wat er in hem is en wat er niets mee te maken heeft. Eerst dan is er een hogere harmonie mogelijk. En dan komt de kleine harmonische kring, die aan het begin staat weer waarschijnlijk a.h.w. contacten doorgeven. Die mens kan misschien met de allerhoogste krachten verbonden zijn, maar het begint altijd weer precies zo.
Als ik tot titel kies “de inwijding in de geest”, dan is het niet omdat dat een paar keer is gebeurd bij heel grote mensen. Het is eerder, omdat het een deel is van de taak, die de geest op zich heeft genomen. Wij moeten proberen de mens te beproeven. Niet dat we de mens in het verderf willen storten. Integendeel, indien er gevaar is, dan zullen we proberen hem te helpen. Zelfs in de beproeving zullen wij alles doen om er voor te zorgen dat de beproeving nooit fataal kan zijn, dat de mens nog altijd een kans heeft om terug te komen.
Elke keer, als een mens op het punt staat een zekere harmonie te bereiken, is het noodzakelijk dat hij wordt geholpen om zichzelf te zien, en dat kan alleen door hem te confronteren met aspecten van zijn eigen bewustzijn. Dat kun je doen in zijn eigen leven, b.v. iemand voor de keuze stellen om directeur van een bedrijf te worden of in een veel eenvoudiger functie verder te gaan met geestelijk werk. Je kunt iemand ook voor de keuze stellen om armoede en zich te moeten verdragen of in redelijke welvaart te leven, maar alleen indien hij bepaalde principes overboord zet. Al deze dingen behoren gewoon bij het spel; het is een inwijdingsformule.
Je wordt geconfronteerd met opdrachten, die je net niet waar kunt maken. Toch kun je ze verwezenlijken, maar alleen indien je jezelf verlaagt en dan ook zeggen: Wat ik ben en mijn relatie met God zijn belangrijker dan al het andere. Dat is de enige weg daaruit.
Dan moet u niet denken dat de geest ergens op een sikkeneurig moralistisch standpunt staat. Helemaal niet. Het gaat er helemaal niet om wat die mens heeft gedaan. Hij kan net zo goed een moordenaar of een rover zien als een heel deugdzaam priester. Hij kan net zo goed putjesschepper zijn als minister president, wat overigens een gradueel verschil is. Het maakt niet uit wat je bent en wat je doet. Het maakt wel uit welke harmonie je kunt bereiken.
Nu zult u begrijpen dat niet iedereen met dezelfde geestelijke kring harmonisch kan zijn. Zoals er heel veel mensen zin, die de Orde niet kunnen accepteren doodgewoon door hetgeen ze is en door de manier waarop ze optreedt; terwijl zij weer andere verschijnselen, die soms een veel minder redelijke basis hebben, wel kunnen accepteren. Het is helemaal niet belangrijk dat u bij de Orde hoort, dat u kerkelijk bent of dat u in een bepaald genootschap zit. Het is alleen belangrijk dat u op een gegeven ogenblik leert om op de weg waarop u zich bevindt alle dingen, die uit uzelf voortkomen opzij te zetton en daarvoor in de plaats iets te aanvaarden wat een hogere werkelijkheid is.
Het is natuurlijk moeilijk om een uitvoerend orgaan te worden van het Hogere in plaats van een persoonlijkheid te zijn, die zelf iets betekent. Maar de geest met al zijn verschillende groepen en kringen, met ontzettend veel persoonlijkheden die net de aarde hebben verlaten, met persoonlijkheden die misschien nooit de aarde hebben betreden zelfs, maar die toch tot die harmonie behoren, is altijd weer in staat om voor elke persoon – en dat is het belangrijke – de juiste harmonie te erkennen en het juiste inwijdingsprobleem te scheppen.
Misschien interesseert het u te horen hoe het bij ons gaat. Laten we zeggen: er is een volgeling van de nieuwe Wereldleraar. Er zijn er nog niet veel, maar we hebben kort geleden zo’n geval gehad. Deze mens heeft geleerd heel erg vrij te denken. Vrij van heel veel termen van moraal, ideaal etc. Hij heeft dus gewoon geleerd om de kern van de zaak te beschouwen. Deze man staat voor de keuze om in een bepaald land (het zuiden van Azië ) een heel belangrijke functie te bekleden of zich terug te trekken op het platteland en daar een combinatie van half dokters, half ingenieur en onderwijzer te spelen. Nu was het in dit geval voor ons gemakkelijk, want de tendens van de persoonlijkheid was inderdaad, we moeten helderheid brengen, we moeten naar de verbondenheid van de mens toe (dat is een deel van de leer van de nieuwe Meester) en we moeten daarin de geestelijke aspecten zich vrij laten ontplooien. De geest heeft zich daarmee bemoeid en we hebben als volgt gehandeld.
Wij hebben eerst gezorgd dat er een aantal mensen kwam om hem te vragen, of hij alsjeblieft zou willen meedoen om een ministerszetel te bezetten. Toen hebben wij hem laten zien wat er zou gebeuren; we hebben hem een paar dromen gegeven. Hij zei: Neen. Dat was dan heel mooi. Dan moesten we ook zien; of hij het op een andere manier zou doen. Er kwam toen een groot zakenconcern. Daar hadden ze ook iemand nodig. We hebben er toen voor gezorgd dat deze mensen attent werden op deze zeer kundige en hoogstaande figuur en dat zij hem een enorm aanbod deden. Bij dat aanbod behoorde ook o.m. het stichten van een ziekenhuis en het geven van technische hulp aan een dorp waaraan hij zich verbonden had. Wij hebben hem ook laten zien dat daardoor zijn persoonlijke invloed zou wegvallen. Dat hebben wij gedaan door hem in contact te brengen met een paar mensen van dit probleemgebied op een zuiver persoonlijke basis. Zijn keuze was wederom: Neen. Broederschap is belangrijk. Ik kan dit niet doen, want dan verloochen ik mijzelf. Toen hebben we gezorgd dat de hele streek hem kwam huldigen. Dat is gemakkelijk genoeg in dat land. Ze zijn daar erg blij, als ze weer iemand hebben waar ze achteraan kunnen lopen. We hebben hem verheven tot een soort goeroe in de ogen van de mensen. Toen moest hij zich dit leraarschap ook ontzeggen. Hij mocht zelfs de verering niet aanvaarden. Hij ging zich vervolgens realiseren, indien ik de mensen als gelijke benader, werken en denken ze met mij mee. Maar op het ogenblik dat ik met gezag spreek, doen ze alleen letterlijk wat ik zeg. Wij hebben hem inderdaad in zo’n situatie iets laten vergeten waardoor wat hij zei op zichzelf wel zinnig was, maar door de ontbrekende détails toch tot onzinnige resultaten voerde. Dat hebben we rustig tot stand laten komen. Toen heeft hij gezegd: Ik ben ook geen leraar. Ik kan alleen mijzelf zijn.
Dit is een geval dat de Orde bij de hand heeft gehad. Er zijn andere groepen, die dergelijke gevallen misschien bij honderden hebben. Toen hebben wij hem overgegeven aan wat je kunt noemen; de hogere instanties en die hebben hem bepaalde krachten gegeven. Chakra’s zijn daardoor tot ontplooiing gekomen. Daardoor kan hij de mensen beter doorzien, hij weet beter wat er te wachten is. Nu moet hij proberen om daarmee de mensen niet alleen technisch te helpen, maar hen ook meer bewust te maken van elkaar. Als hij daarin slaagt, dan hebben wij er een groot ingewijde bij. Maar dat valt natuurlijk buiten mijn bevoegdheid, dat begrijpt u wel. Dat speelt zich in uw termen gezegd nog wel een sfeer of drie, vier hoger af.
De manier waarop dus wordt gewerkt is voor de geest, suggereren, beïnvloeden. Kun je het niet direct doen met de mens zelf, dan kun je het doen met droombeelden, met illusies. Je moet hem confronteren met de mogelijkheid.
De mens moet zelf bewust kiezen en hij moet weten waarom hij het doet. Want als je gewoon maar kiest zonder te weten waarom, dan zijn de resultaten nil. Dit is nu een geslaagd geval, maar hoeveel gevallen hebben we niet, die we proberen te bereiken op een heel andere manier.
Daar zijn b.v. de eenvoudigen van geest, zoals u misschien zoudt zeggen. Er zijn mensen die ons aanroepen, zoals ze vroeger de heilige Anthonius aanriepen. Die aanroepingen op zichzelf daar geven we antwoord op als het kan. Maar nu komt er een ogenblik, dat die mens zich moet realiseren, ik ben het wel niet alleen, maar ik kan zelf toch ook wel verder. Dan ga je tot zo iemand zeggen. Kijk, nu kun je kiezen. Je kunt die hulp en steun krijgen. Je kunt groot doen tegenover anderen en redelijk bewust leven of je kunt een probleem gaan oplossen.
Dat probleem proberen we in de omgeving te stellen. Is dat niet mogelijk, dan kunnen we de persoon vaak door suggesties confronteren met een probleem ergens op de wereld dat belangrijk is. Hij gaat zich dan ermee bezighouden, maar de manier waarop hij dat doet is bepalend. Zolang zo iemand denkt; het ligt in het probleem, is hij fout. Zodra hij zegt: ik moet het zoeken in mijzelf en vanuit dit standpunt alleen kan ik op zuiver persoonlijke basis op het probleem reageren, dan is hij weer een stap verder gekomen. We komen dan weer met verdere scholinkjes en zorgen ervoor dat zo iemand de kennis krijgt.
Dit is gemakkelijk. Je inspireert iemand in de buurt en in plaats van dat hij normaal flauwe praatjes verloopt, zegt hij opeens drie woorden, die voor de persoon in kwestie betekenis hebben. Of, je laat hem per ongeluk tegen een blaadje oplopen waarvan de inhoud hem tot nadenken brengt. Of, je zorgt dat hij zich in een zekere richting gaat bekwamen. Zo werkt de geest dan mee aan heel wat inwijdingen en inwijdinkjes. Maar elke inwijding en dat is het beroerde voor de mens impliceert ergens een soort zelfverloochening. Het is niet alleen maar uitvoeren wat je wordt gezegd; dat denk je in het begin. Neen, het is vinden in jezelf hoe en waar je trouw kunt zijn, trouw ook aan hetgeen je als hoogste ziet, zonder daarbij het probleem op zichzelf af te wijzen. Het probleem moet je wel oplossen, maar je bent niet gedwongen de omstandigheden waaronder het probleem zich aan jou presenteert te aanvaarden.
Hetzelfde is met Jezus het geval. Jezus heeft wonderen gedaan. Hij heeft wel geen stenen in brood veranderd, maar toch wel water in wijn. En hij heeft zichzelf misschien niet van de tempel afgegooid, maar hij heeft dan toch wel veel mensen genezen, die ongeneeslijk waren. Hij is misschien geen koning der aarde geworden, maar hij heeft wel degelijk zijn stempel gezet op een heel tijdperk. U moet dus niet vergeten, al die dingen gebeuren wel ergens, maar ze gebeuren niet in de zin waarin dat persoonlijk aanvaardbaar is en beantwoordt aan wat je zelf zo graag zou willen.
De geest heeft daarmee dus werkelijk wel wat te doen. Naast de gewone inleidingen, zoals we ze hier houden, hebben we de taak om bepaalde inwijdingsmogelijkheden te scheppen. Soms kunnen we daarvoor van mogelijkheden als deze gebruik maken. We spreken vaak in sleutels.
Nu zult u zich afvragen; Hoe zit het dan met b.v. de nieuwe Wereldleraar? Wat voor inwijding moeten we daarvan verwachten?
De inwijding, die je daarvan moet verwachten is precies dezelfde inwijding als van elke andere grote Meester. Er is een systeem, er is een denkwijze. Die denkwijze kun je je eigen maken, of je de Meester kent of niet. Dit is een heel belangrijk punt; Zoals je de essentie van Jezus’ weg wel degelijk kunt erkennen en voor jezelf kunt waarmaken zonder ooit christen te zijn of de bijbel te lezen. Je bent niet gebonden aan de uiterlijkheden, vergeet dat niet!
Bij de nieuwe Wereldleraar is dit eveneens het geval. Ook hier zijn invloeden. Ook hier zijn krachten. Als je dat allemaal samenvoegt, dan weet je, ook hier worden de mensen beïnvloed in een zekere richting. Maar wat gaan dezen nu doen? Gaan ze protesteren tegen het onrecht in de wereld? Daarmee bereiken ze weinig, want ze zullen daardoor onrecht tegenover anderen plegen. Dat moet je hun ook voorhouden. Of ze het aannemen, dat is hun zaak. Op die manier ontstaat het proces van bewustwording dat bij de geestelijke waarden steeds meer de nadruk krijgt.
“Nu denkt u waarschijnlijk: dat is altijd voor de oudjes. Geestelijk is dat vaak ook zo. Als het op inwijding aankomt, heb je zo de neiging te zeggen: De oudjes doen het nog best, die hebben er de tijd voor. Ja, maar de grote ingewijden zijn meestal allemaal jong! Dat klinkt gek. Maar om zo iets te bereiken moet je veel achterlaten en hoe ouder je wordt des te moeilijker het is. Vandaar dat de geest voor de inwijding dan ook zoekt naar jongeren, de jeugd.
Bij de nieuwe Wereldleraar is dat ook gemakkelijk, want zijn gevoelens van broederschap, zijn ontkenning van de persoonlijke macht, gepaard gaande met de aanvaarding van een moderne maatschappij met al haar facetten en met het besef van eigen innerlijke krachten waardoor je meer kunt zijn, meer kunt doen, zijn voor veel jongeren aanvaardbaar. Helaas voornamelijk in theorie. Maar altijd weer zullen wij er één bereiken, die zegt: Het gaat er niet om wat wij aan de wereld verkondigen, het gaat erom wat wij in de wereld zijn. En zo iemand kun je dan verder helpen.
Nu heeft u een beetje achter de schermen gekeken. U zult zich waarschijnlijk de vraag stellen: Maar als alle geesten en geestelijke kringen dat doen, waarvoor zijn dan al die entiteiten met zo’n Meester mee op aarde gekomen? Ook dat is begrijpelijk.
Kijk eens, het zijn allemaal hoge entiteiten. Een Meester kan nooit uit een lagere sfeer komen, ook niet uit een lage lichtsfeer. Om dit meesterschap op aarde te kunnen manifesteren moet je behoren tot een van de hoogste lichtsferen. En dat betekent een harmonie met bepaalde Meesters van Licht, bepaalde Heren van de Stralen enz. Daardoor bestaat er bij zo’n Meester een gerichtheid. En deze gerichtheid kunnen we dan bepalen ongeveer als een soort verwantschap met een bepaald actief deel van de scheppende Kracht en de openbaringswijze die daaruit voortvloeit.
Als een dergelijke entiteit zich naar beneden begeeft, dan zullen velen, die hem zijn taak eigenlijk zelfs een beetje benijden, meegaan. En zo krijgen we dus een soort staartster effect. In elke sfeer zijn er weer die zeggen: Hier gaat iets gebeuren, daar wil ik bij zijn. Maar de grootsten onder hen zeggen dan: Denk erom, dit moet harmonisch blijven.
Er ontstaan dus groeperingen, die zijn opgebouwd uit entiteiten van verschillende sferen, waarbij de entiteiten in die sferen nog tot verschillende kringen kunnen behoren; ze zijn gezamenlijk aangetrokken. Omdat zij direct deel hebben aan het werk van die Meester en in de periode van leven meestal in zijn omgeving bleven, althans voortdurend contact met hem houden, zijn zij degenen die aan alle geesten die daarmee harmonie kennen, gegevens kunnen doorgeven, die duidelijk maken welke ontwikkelingen te volgen zijn. Zij zijn het die a.h.w. het criterium stellen waaronder bij een nieuwe Meester een inwijding mogelijk is in een bepaalde richting, onder een bepaalde straal enz. De entiteiten, die erbij zijn zou je dus kunnen beschouwen als vertegenwoordigers van de kracht van de Meester in de gemeenschappen waartoe zij geestelijk behoren. En het vreemde is, dat zij vaak ook een langere tijd dienend werkzaam zijn.
Nu denkt u misschien: Jezus liep daar rond en deed de wonderen in z’n eentje. Er is dus nog wel meer voor nodig, dat begrijpt u nu ook wel! Er zijn inderdaad geesten geweest die hem hielpen; engelen kunt u ook zeggen, als u dat liever doet.
En zo was het ook bij de Boeddha. Daar gebeurden ook allerhande vreemde, bijna bovennatuurlijke dingen. Ook daar waren geestelijke helpers bij de hand. Door dit voortdurend werken met de kracht stijgen zij zelf ook een graadje. Ik zal een voorbeeld geven. Ik behoor tot een bepaalde kring in de Orde der Verdraagzamen. Stel, één van ons is gezel geweest van de Wereldleraar. Hij was voortdurend in diens nabijheid, hij heeft geprobeerd de sfeer te vatten, de lering op te doen, maar ook het werk te verrichten. Wanneer hij terugkomt dan is hij méér dan wij zijn. Maar zijn ontwikkeling is niet zodanig dat hij daardoor komt los te staan van ons, want hij blijft wel degelijk zichzelf. Hij heeft alleen iets meer gekregen en wel de directe harmonie met een Heer van Licht, die Heer van de Straal waaruit deze openbaring, deze manifestatie plaatsvindt. Hij kan dus die kracht aan de gehele kring geven, indien dat nodig is. Hij kan aan die kring gegevens verstrekken, maar hij kan ook de kring helpen om zijn doel te kiezen, wanneer het gaat om een inwijding. Dergelijke entiteiten zijn dus nadat de Meester weer is heengegaan een soort representanten geworden in hun eigen sfeer, waarbij hun ontwikkeling redelijk normaal verloopt. Zij zijn het vooral, die zorgen dat inwijdingsmogelijkheden voor bepaalde personen worden ontdekt. U zoudt kunnen zeggen; ze zijn de speurhonden, die nagaan waar een is die een zodanige rijpheid heeft bereikt, dat je hem kunt confronteren met problemen en hem kunt inwijden in een hogere wereld.
Hiermee zijn we dan aan een volgend deel van dit betoog gekomen.
U zult begrijpen, dat de inwijding vanuit de geest ook openbaringen inhoudt. Het zijn wel geen openbaringen in de zin van een mooi boekje waarin alles is vastgelegd. U moet zich niet voorstellen, dat er ergens in de geest iemand zit en een boekje als dat van Mao schrijft en dat uitreikt aan iedereen die het goed weet. Die is dan voortaan de grote ingewijde, die kan alles. Het is eerder een ontwikkelingsproces.
Iemand, die wordt ingewijd, zal tijdens die inwijding niet worden geconfronteerd met zijn volledige persoonlijkheid, want hij krijgt die inwijding vanuit de mens. Die volledige: persoonlijkheid kan hij pas aanvaarden, indien ze a.h.w. stuk voor stuk wordt gemanifesteerd. De geesten, die daaraan deelnemen, hebben tot taak hem a.h.w. voorzichtig en met kleine brokjes, zodat hij het net kan verteren, te confronteren met wat hij werkelijk is. En als de adept (adeptus minor) ben je dan wel, als het zover komt dit allemaal heeft aanvaard, dan komen er meestal hogere geesten die de inwijding voortzetten. Zij zeggen dan: Kijk, dit zijn je bekwaamheden. Dat alles heb je geweten. Dat was je geestelijke bestemming. Zo wordt dus de mens weer met zichzelf geconfronteerd. Maar nu kan hij zijn krachten zien. Waar het vroeger voor hem het bovennatuurlijke was, is het nu een natuurlijk deel van hem geworden. Waar vroeger een bepaalde kennis als met een flard kwam en hij zei: Hoe kom ik eraan, dat is inspiratie, kan hij nu zeggen: Dat komt uit de relatie met die sfeer, of; dat komt uit het leven dat ik toen heb geleid. En zo kan hij zichzelf dus vollediger gaan ontwikkelen. Er is nog steeds geen gebruiksaanwijzing bij gegeven, maar hij is nu in staat zichzelf te aanvaarden zoals hij is, om zijn eigen krachten en mogelijkheden te gebruiken. Hij is daarmee dus gekomen tot de status, die wij Adept Major noemen, de vol ingewijde.
De vol ingewijde zal doordat hij zijn totale “ik” heeft leren aanvaarden ook harmonisch zijn met krachten, die heel ver boven het stoffelijke, het vormbeperkte bestaan uitreiken. In deze harmonieën nu, zoekt hij zelf naar datgene waar hij bij hoort. Ook een ingewijde behoort ergens bij; hij staat niet alleen. En in het zoeken naar die harmonie wordt hij deel van wat men een geestelijke kring zou kunnen noemen, een aantal entiteiten met vergelijkbare macht en instelling. Met hen tezamen komt dan zijn actie. Hij wordt daardoor nog nauwkeuriger bepaald in wat op aarde wel het best zou zijn. Daarmee zijn alle lagere beschouwingen omtrent vorm, persoonlijk welzijn en dergelijke voorbij. De ingewijde heeft nu in de eerste plaats de kracht. Of hij kan zoals ik reeds heb gezegd – uit zijn kring alle krachten putten, indien dat nodig is. Hij is dus sterker dan als hij alleen zou zijn. Hij kan op die kring rekenen om hem te helpen en te beschermen, indien dat noodzakelijk is, of indien hij bepaalde beproevingen nog moet overwinnen. En dank zij deze kring kan hij veel hogere krachten harmonisch in zich verdragen dan zonder dat mogelijk zou zijn. Het is dus weer niet een formule of het openbaren van een geheim. Je zou kunnen zeggen:;
De werkelijke inwijding is altijd een zelfopenbaring. Maar een zelfopenbaring waarbij je wordt geholpen door entiteiten uit de geest. Elke inwijding in de stof waarbij je met theorieën e.d. wordt geconfronteerd is hoogstens een heel zwakke afschaduwing van de inwijdingswerkelijkheid.
De geest zelf zoekt natuurlijk ook naar inwijding. Zo is het mogelijk, dat je als geest van een bepaalde kring evolueert naar een veel hogere sfeer en daar een andere harmonie vindt. Er geldt voor de geest echter één regel. Elke uitbreiding van bewustzijn omvat het vorige bewustzijn. Er is dus geen vernieuwing, er is alleen uitbreiding. Dit geldt ook voor harmonie. De geest, die hoger is gestegen, zal in de kring waartoe hij behoort altijd een invloed blijven. Hij zal die kring begrijpen en vanuit die kring en door die kring kan er een beroep op hem worden gedaan.
Voor ons in de geest is het ook geconfronteerd worden met jezelf, illusies kwijtraken, leren aanvaarden wat je bent, wat je kunt en wat je niet kunt. Het is een langzaam maar zeker zoeken naar je werkelijke mogelijkheden en je werkelijke bestemming net zoals voor de mens, die dat alles doormaakt. Naar onze bestemming wordt bepaald boven alle Heren, boven alle Machten, boven alle Meesters. Ze wordt bepaald door het scheppend Principe zelf. En eerst als we harmonisch juist in dat scheppend Principe deelhebben, zijn we met iedereen harmonisch. Dan is het niet meer nodig tot een kring of een straal te behoren. Wij staan dan daarboven. En zelfs dan zullen wij ons nog voortdurend openbaren daar waar dat noodzakelijk is.
Zoals dat voor ons geldt, geldt dat natuurlijk ook voor de ingewijden op aarde. De geest met haar eigen inwijding, haar eigen problematiek, haar eigen harmonieën, eigen kringen en groepen, weet dit wel. Maar zoals het de mens gaat die weet wat inwijding is maar haar nog niet kan bereiken, zo gaat het ook ons. Wij moeten voortdurend voldoen aan de taak, die ons nu is besteld.
Een deel van die taak is anderen helpen zich bewust te worden van zichzelf. Dank zij de nieuwe Wereldleraar is er een methode of een weg, waarvoor de Orde zelf ook zeer gevoelig is, waarmee ze erg harmonisch is. Een weg, die past in deze tijd. Een weg, die enerzijds durft en kan breken met vele gewoonten uit het verleden van de mensheid, die durft te breken met allerlei denkbeelden omtrent heilig en niet heilig, die durft breken met denkbeelden omtrent noodzakelijke maatschappelijke orden en al die dingen meer. Een weg echter, die alleen begaanbaar is voor degene die zichzelf in waarheid erkent en zichzelf daarbij een zekere dienstbaarheid oplegt ten aanzien van anderen, die zijn harmonie niet alleen maar ziet als een prettige ervaring, maar als een verplichting, een taak die hem is opgelegd.
In dit verband werkt de geest mee aan een inwijding, die in de komende tijd voor heel veel mensen mogelijk zal zijn. Een persoonlijke inwijding, omdat de systemen, die tot nu toe die mogelijkheid in zich hebben geborgen, langzaam maar zeker zijn vastgelopen in een dogmatisme, omdat de mensen, die daartoe behoren, niet meer in staat zijn zich los te schudden van de vooropgezette stellingen en denkbeelden omtrent zichzelf en du wereld. Zij willen een regel hebben waarmee God menselijk kan worden omschreven. Maar zodra zij dat overwinnen, dan is ook voor hen de inwijding weer mogelijk.
Voorlopig echter zal het vooral de kracht zijn van de nieuwe Wereldleraar, de nieuwe Meester, die deze aarde zijn krachten geeft mede waardoor inwijdingen in de toekomst zullen toenemen. Voor zover ik het kan zien, is het de geest, die daarbij een zeer belangrijke rol gaat spelen, zoals hij dat in het verleden ook vaak heeft gedaan.
Gezamenlijk zullen mens en geest zoeken naar een sleutel tot de werkelijkheid. Vooral de werkelijkheid van het eigen wezen. Want wie eerst zijn eigen werkelijkheid kan aanvaarden en waarmaken, is in staat God te aanvaarden en Hem te aanschouwen.

Godsdienst en oorlog

Als wij de geschiedenis van de mensheid nagaan, zo valt het op dat vele van de grote oorlogen in het verleden en zelfs ook nog in deze tijd in feite worden veroorzaakt door een verschil in denken en geloven, een verschil in godsdienst. Elke mens gelooft in vrede op aarde, maar alleen indien iedereen het eens is met hetgeen hij de waarheid noemt. Dit is een jammerlijk verschijnsel en daarom moeten wij proberen na te gaan wat hiervan de oorzaak kan zijn. Ik heb getracht een aantal argumenten uit de aard der zaak, niet alle, hier in kort bestek bijeen te brengen.
1. De mens, die gelooft, stelt aan zichzelf eisen waaraan hij meent niet te kunnen beantwoorden. Hierdoor twijfelt hij innerlijk aan de werkelijke betekenis en waarde van zijn geloof. Een ieder, buiten zijn eigen wereld en omgeving, die het dus niet eens is met zijn stellingen, ziet hij als een directe bedreiging van zijn zekerheid. Hij heeft a.h.w. de godsdienst gemaakt tot een eigen territorium, dat alleen door onderdanigen mag worden betreden en hij projecteert dit op de wereld. De mens zal agressiever zijn tegenover andersdenkenden naarmate hij minder zeker is van zijn eigen waarde en geloof.
2. Godsdiensten en wijsgerige en zelfs sociale systemen zijn over het algemeen betrekkelijk abstract. Dit betekent, dat de stellingen daarvan weliswaar aanvaard kunnen worden, maar dat het niet noodzakelijk is ze zonder meer in praktijk te brengen. Niemand zal daarop enige kritiek hebben. Juist daardoor zal men deze abstracte systemen kunnen gebruiken om de mensen tot strijd te voeren, als men de werkelijke redenen daarvoor wil verbergen.
3. Elke godsdienst gaat uit van een openbaring. Elke godsdienst weigert verdere openbaringen te erkennen. Het is duidelijk, dat elke waarheid op welk terrein dan ook die elders wordt geopenbaard door de godsdienst als vijandig aan eigen wezen zal worden beschouwd. De godsdienst – veelal een hiërarchische structuur – zal daarom haar eigen dogmata verdedigen tegen een ieder, die juistere of betere waarden schijnt te brengen.
4. Oorlog is altijd een conflict tussen gemeenschappen en zal feller optreden naarmate de gemeenschappen elkaar minder kennen. De godsdienst, is in het verleden en wordt ook in deze tijd nog gebruikt om vervreemding te veroorzaken tussen mensen. Hierdoor is het gemakkelijker bepaalde groepen tegen elkaar uit te spelen. Het is opvallend dat degenen die profiteren van oorlogen, pretenderen een diep geloof te bezitten, terwijl ze in wezen ongelovig zijn.
Met deze vier punten heb ik reeds veel gezegd omtrent de mens, omtrent het geloof en omtrent de godsdienst. Maar we moeten nog iets verder doordringen in de feiten willen we begrijpen waarom de godsdienst zo’n bijzonder sterke invloed heeft juist als het gaat om strijd. De godsdienst brengt een systeem, dat gebaseerd is op een zekere moraal, een zedenleer. Deze zedenleer maakt hij tot basis van elke samenleving, waarin hij een overwegende invloed heeft. Hierdoor legt hij dus het gedragspatroon vast, niet alleen van de gelovigen naar ook van de andere leden in de gemeenschap, die niet gelovig zijn. Dit gedragspatroon betekent dan ook een ontkenning van dit gezag; en gezag impliceert machtslust. De godsdiensten worden steeds weer door een machtslust gemotiveerd, die zij zelf ten onrechte zendingsdrang plegen te noemen. De kracht van een geloof is gelegen in de innerlijke bronnen, die daardoor bij de gelovigen worden ontsloten.
Het is in het verleden en naar ik meen in deze tijd steeds weer gebleken dat een mens met een werkelijk geloof onverschillig welk geloof dat ook zij hieruit kracht én zekerheid weet te putten en tot prestaties komt, die voor een niet gelovige ondenkbaar zijn. We moeten goed begrijpen, dat dit een persoonlijke reactie op het geloof is. Het geloof echter als godsdienst maakt voor zichzelf aanspraak op elke bijzondere prestatie van een gelovige en ziet dit als een bevestiging van zijn eigen waarde. Men vergeet daarbij vaak dat deze waarde is ontstaan doordat de persoon in kwestie afweek van het geloof. In de katholieke Kerk zijn er enkele heiligen, die heilig verklaard zijn, omdat zij zich onzedelijk hebben gedragen volgens de normen van diezelfde kerk. Vragen wij ons af  waarom, dan blijkt dat zij dit hebben gedaan om gehoorzaam te kunnen zijn aan hun Overste. Waaruit wel blijkt, dat die kerk gehoorzaamheid meer op prijs stelt dan een leven volgens de morele maatstaven, die zij pretenderen te verkondigen.
Dit is nu een denkwijze, die wij overal vinden waar mensen zich verwijderen van de werkelijkheid. Indien wij naast een kerk met haar priesters, haar hiérarchische opbouw, haar eigen rechtspraak etc., nu eens een leger stellen, dan wordt ons duidelijk dat we ook hier te maken krijgen met een maatschappij die in feite buiten de gemeenschap staat, maar zich gelijktijdig terecht of ten onrechte als enig juiste verdedigster of beschermster en in feite ook arbiter beschouwt in die maatschappij.
Kijken wij naar de karakteristiek van de mensen die in het leger gaan, zo blijkt dat velen van hen zekerheid zoeken door te leven in een milieu met vaste regels waarbij de eigen aansprakelijkheid tot een minimum beperkt blijft en gelijktijdig de mogelijkheid tot gezagsuitoefening voortdurend groter kan worden. In de kerken blijken soortgelijke typen zich veelal geroepen te voelen tot kerkelijke posities. Men beseft dit zelf niet. Dus mag men dit de mensen niet verwijten. Maar het is duidelijk, dat zo goed als een leger altijd zal proberen zijn eigen structuur te verstevigen, zichzelf tegen omwentelingen en vernieuwingen te beschermen en zijn invloed op de samenleving te behouden, ook de kerk ditzelfde doet.
Nu zijn echter godsdiensten supra nationaal. Een leger behoort tot één bepaalde gemeenschap, een natie. De kerk omvat vele naties. Dit houdt in, dat problemen van de kerk een veel grotere diversiteit hebben en dat de dreigingen, de onzekerheden eveneens in veel groter mate kunnen optreden. Het leger zal tevreden zijn, als het zijn situatie en toestand kan handhaven binnen de samenleving waarvan het deel uitmaakt. De kerk maakt geen werkelijk deel uit van de samenleving en probeert dus in feite een rijk te scheppen dat niet door grenzen of naties wordt beperkt. Hierdoor zal de eigen agressiviteit veel groter worden en is ook de neiging groter om elke invloed, die schadelijk zou kunnen zijn voor een algehele dominantie van het geloof, uit te schakelen. Wij kunnen hiervan voorbeelden zien in de christelijke kerken, maar wij kunnen ze evengoed aantreffen in het gedrag van de moslims in de laatste tijd.
Het zal u misschien bekend zijn dat er in de moslimwereld op dit ogenblik een conflict broeit tussen twee afzonderlijke groepen. Hierbij gaat het in wezen niet meer om het winnen of herwinnen van een bepaalde status in de gewone wereld. Het gaat hier om het gezag binnen de moslimgemeenschap hetzij voor een orthodoxe groepering, hetzij voor een wat meer liberaal denkende groep, die een mogelijkheid tot contact en zelfs samenwerking met andere godsdiensten wel ziet. Hier worden dus oorlogen veroorzaakt. Hier wordt terreur uitgeoefend, ook in uw dagen. Hier worden moorden gepleegd in naam van een godsdienst. En degene, die dat niet gelooft, moet de moderne geschiedenis maar eens nagaan. Hij kan in de laatste jaren steeds weer zien hoe het optreden van bepaalde groeperingen door een zekere Groot Moefti wordt geleid en hoe deze door op een handige wijze overal twist te zaaien ook tussen de rechtgelovigen zelf zijn eigen machtspositie en daarmede de machtspositie van een orthodoxe groepering tracht te vergroten.
Als we zeggen, dat godsdiensten voor vele oorlogen aansprakelijk zijn dan is dat zeker geen ledig woord. Het is integendeel een vaststelling, ge¬baseerd op het wezen van elke structuur, die zich door het dogmatisch handhaven van één bepaalde orde en het stellen van een grote onderlinge afhankelijkheid en gehoorzaamheid plus een onfeilbare wet, probeert te stellen boven mens en menselijkheid.
U zult nu misschien menen dat ik overdrijf. Mag ik u eraan herinneren dat b.v. de 80 jarige oorlog is voortgekomen uit een religieus conflict? De 30 jarige oorlog in Duitsland was een conflict tussen Protestanten en Katholieken, althans uiterlijk. In feite was het een conflict tussen arme vorsten, die kloosters wilden plunderen en rijke vorsten, die voorlopig deze schatten nog even wilden bewaren tot zij die nodig hadden.
Als wij kijken naar de Eerste Wereldoorlog, dan zijn we geneigd aan te nemen dat hier dan toch de godsdienst geen rol heeft gespeeld. Mag ik u erop wijzen dat ook hier wel degelijk een fanatiek aanhangen van een bepaalde ideologie, waarin geloofswaarden mede een rol speelden, zowel de oorzaak (de moord op Aartshertog Franz Ferdinand) tot stand bracht als ook de daar-opvolgende reeksen oorlogsverklaringen. Zelfs de revolutie, zoals deze zich in Rusland heeft voltrokken, blijkt voort te komen uit het geloof aan een bepaald aantal theoretische stellingen, zonder dat deze ooit bewezen zijn en we mogen daar nog bijvoegen zonder dat ze volgens mij in feite bewijsbaar zijn, tenzij door een absolute dwang en het scheppen van een absoluut vaste orthodoxe en zichzelf steeds handhavende hiërarchie.
Ook in de Tweede Wereldoorlog zien wij hetzelfde conflict. Ook hier is het een filosofie, een geloof, dat op de achtergrond zit. Ook hier is het enerzijds het denkbeeld aan de verheven roeping van een volk met op de achtergrond een aantal mystieke en zelfs magische belevingen tegenover de behoefte zichzelf te handhaven in het oude denken en het oude systeem bij de andere landen. Wie zich bezighoudt met de gebeurtenissen in de jaren 1937 ‘38 ‘39 kan dit mijns inziens zonder meer constateren.
Mogelijk vindt u dat ik het begrip godsdienst hier wat te wijds heb geïnterpreteerd. Maar ik heb u al gezegd, sociale systemen zijn de neerslag van het geloof waarop ze zijn gebaseerd en hun grondslag bezit altijd een grote mate van onredelijkheid. Dit geldt zowel voor z.g. democratieën, socialistische democratieën, dictaturen als voor welke andere staatsvorm ook die u kunt bedenken. Er is altijd een filosofie op de achtergrond. Er is altijd het onbewezene waaraan men gelooft. Zolang de mens meent dat hij zijn onzekerheden kan verdrijven door anderen te dwingen zich aan zijn normen en waarden te conformeren, zullen er oorlogen blijven bestaan.
Een mens behoeft niet bang te zijn veel te verliezen, want de meerderheid der mensen kan eigenlijk niet veel verliezen. En degenen, die wat zouden verliezen, verliezen over het algemeen zaken die in wezen van zeer weinig belang zijn. Het is de illusie, die men verliest.
Een arbeider zou onder elk systeem een zekere beloning kunnen verwerven. En bij een samenwerking tussen de arbeiders zou die beloning t.a.v. het geheel van de gemeenschap ongeveer gelijk blijven. Of dat nu een Sovjet blok is, een democratische staat, een liberaal democratische of socialistisch¬-democratische staat of een dictatuur dat maakt in feite weinig verschil uit.
Zolang de mensen zich op een bepaalde wijze weten te gedragen wat een persoonlijke kwestie is zullen zij datgene wat zij werkelijk van node hebben ook wel verkrijgen. Maar de mens is bang, omdat hij ideeën denkt te verliezen.
In uw wereld zijn oorlogen gevoerd alleen om de valsheid van eigen verklaringen en taktiek te bemantelen, om eigen feilbaarheid a.h.w. teniet te doen. U kent daarvan misschien enkele voorbeelden, zoals de opstand in Hongarije, die typerend weergeeft wat er gebeurt, wanneer systemen die zich niet op de werkelijkheid baseren een ontwikkeling zien, die in conflict is met hun stellingen. De vrije wereld riep alleen maar moed te houden en door te zetten en liet het sterven onder de Russische tanks. De Russische tanks kwamen om vrijheid te brengen en herstelden daarmede de oude keten en de oude hiërarchie. In andere landen heeft dit zich herhaald.
Geloof mij, huichelarij is er overal. De huichelarij van een Westen, dat zich weet in te zetten of denkt in te zetten voor de onderontwikkelde landen en gelijktijdig de eigen welvaart baseert voor een deel op de exploitatie ervan. De onderontwikkelde landen, die het niet aan hun eigen gebrek aan doorzettingsvermogen en opofferingsbereidheid wijten dat ze niet verder zijn gekomen, maar die menen dat de schuld ligt bij de anderen, die meer hebben.
De mensen zijn dwazen. En omdat ze dwazen zijn voeren zij oorlogen.
Omdat zij dwazen zijn produceren zij niet wat noodzakelijk is, maar datgene waarmee zij een ander kunnen schaden.
De achtergrond van dit alles ligt steeds weer in het geloof van de mens, aan zijn behoefte aan een zekerheid die niet in feiten is om te zetten. Als een zekere Ami voortdurend meer mensen zijn land uitwijst en anderen afslacht, dan is dat een bewijs van zijn onzekerheid. Hij wil zichzelf bewijzen, dat hij even goed is als ieder ander, dat zijn volk even goed is als elk ander volk. En hij is bereid dat volk en zichzelf op te offeren, desnoods de gehele wereld op te offeren, om dit denkbeeld te kunnen handhaven.
Een mens, die geestelijke waarheid zoekt, die in de leringen van de grote Meesters van deze aarde tracht nieuwe inzichten en voor zich een steun te vinden, zal moeten begrijpen dat zekerheid alleen in jezelf kan worden gevonden, nooit daarbuiten.
Hij zal moeten beseffen, dat de werkelijke bewustwording van de mens niet een kwestie is van een zekere eruditie, maar van het bereiken van een innerlijke stabiliteit, waardoor hij de wereld realistisch en toch met inzet van zijn werkelijke persoonlijkheid kan benaderen.
De naam van God is vaak misbruikt om geweld te rechtvaardigen. En als God niet voldoende was, waren er altijd wel andere leuzen, die daarvoor in de plaats konden komen. Ze zijn alle ledig gebleken. Vervuld zijn alleen die punten waar mensen zichzelf en zichzelf volledig erkennende hebben ingezet om de waarheid van hun innerlijk geloof te manifesteren; en dit op een zuiver persoonlijke basis.
Als godsdienst verandert in persoonlijk geloof en je innerlijk het geloof kunt beleven, dan zal er vrede zijn op aarde. Zolang men nog ledige leuzen predikt, hierarchische structuren opbouwt, die niet vast gesteund worden door een werkelijkheid, kan er alleen maar oorlog ontstaan, waardoor de mens,de mens vernietigt om zo zijn eigen falen tegenover zichzelf te bemantelen.

Oorlog met de oorlog

Hoe dwaas is een leuze waarmee men denkt met strijd de strijd te kunnen delgen! Wie strijd bestrijdt, brengt strijd in het leven. Hij, die weigert te strijden, doet de strijd sterven. Mogelijk gaat hij zelf ten onder, maar hij maakt geweld steeds meer onmogelijk.
Wie oorlog wil bestrijden, moet niet strijden. Hij moet werken en leven voor de vrede. Hij moet niet trachten het geweld met geweld tegen te gaan, maar hij moet trachten zichzelf te zijn en in zichzelf een voortdurend begrip, een voortdurende naastenliefde voort te brengen, waarin hij anderen kan ontvangen.
Waarlijk, daar waar de liefde is, vervalt de strijd. Maar waar men slechts de strijd haat, zal men strijdende de strijd versterken.
Als het kwaad met kwaad wordt bestreden, verandert het kwaad dat heerst, niet de toestand.
Als wij in Gods naam God bestrijden, verandert God niet, alleen zijn naam en mensen gaan eraan ten onder.
Laat ons daarom niet zeggen; oorlog aan de oorlog, maar laat ons zeggen; in ons is de vrede en de voortdurende wil tot vrede, waarbij wij liever sterven dan te strijden.
Zo alleen kan er een einde komen aan de strijd. Zo alleen kunnen wij de goddelijke harmonie, die innerlijke werkelijkheid, waarmaken en vanuit onszelf manifesteren in elke wereld waarin wij bestaan.