Inwijdingsmagie

image_pdf

21 juni 1976

Vanavond is er een gastspreker die zich voornamelijk heeft beziggehouden met vormen van magie en inwijdingsmagie. Ik meen dat dit vooral voor sommigen onder u interessant kan zijn. Het belangrijkste wat met zo’n gast samenhangt probeer ik u meteen duidelijk te maken.

Magie is het gebruik van kennis, wetenschap en krachten die door de normale menselijke wetenschap nog niet worden erkend.

Wanneer je contact maakt met hogere werelden, dan zul je als vanzelf in die hogere werelden ervaringen opdoen, maar ook feiten leren kennen die op aarde niet bekend zijn of – en dat komt meer voor – samenhangen erkennen, die op aarde als zodanig niet constateerbaar zijn.

Het is duidelijk dat iemand, die een zekere inwijding doormaakt, daarmede ook bepaalde magische elementen in zijn eigen gedrag en leven brengt, of hij dat nu bewust doet of niet. De inwijdingsmagie is de magie van overdracht.

U kent allen de gebruiken die in bepaalde kerken bestaan bij wijding van priesters etc. Men draagt daar vaak met bepaalde spreuken en handopleggingen energie over.

Nu is dit over het algemeen een betrekkelijk leeg gebaar geworden. Het is kerkelijke rites en de werkelijke betekenis ervan is grotendeels teloor gegaan.

Wanneer je een eigen aura hebt, is het mogelijk een ander daarop af te stemmen. Je kunt niet beide aura’s identiek maken, maar je kunt wel je eigen kracht zodanig in de aura van de ander uitstralen, dat deze daardoor tijdelijk vatbaar is voor alle bewustzijnsinhouden die je zelf bezit. Dit is een vorm van kennisoverdracht en daarnaast – en dat is geestelijk gezien erg belangrijk – worden alle harmonische factoren met de aura van de inwijder versterkt. Daardoor ontstaat een grotere resonantie van de neofiet t.a.v. de krachten die rond hem zijn.

Deze inwijdingsmagie kan al dan niet gepaard gaan met riten, maar in vele gevallen kan ze eenvoudig en zelfs zonder directe stoffelijke contacten tot stand worden gebracht.

De inwijder is iemand die de weg opent. De werkelijke inwijdingsmagiër is degene die niet alleen de weg opent, maar je ook nog de kracht geeft om althans een stuk daarvan eenvoudiger te gaan.

Degene met wie wij zo dadelijk te doen krijgen, is iemand die deze speciale krachten veel heeft gebruikt en die daarnaast tevens beschikt over kennis en inzichten die, zeker in de tijd dat hij op aarde leefde, absoluut niet gebruikelijk waren.

Voor mijzelf wil ik daar altijd graag enkele kanttekeningen bij maken.

Wanneer je zegt: “Inwijding is altijd en overal mogelijk”, ben ik het daar wel mee eens. Maar wanneer je dit zegt op een manier die eigenlijk doet verstaan: “het is niets bijzonders”, dan deins ik toch een beetje terug. Want je kunt niet zeggen dat elke mens in staat is elke kracht zonder meer te verdragen en niet elke mens is in staat zijn eigen lot zo te regelen als hij zelf wil. Iets wat een volledig ingewijde, indien gewenst, wel tot stand kan brengen.

Je kunt dus niet verwachten dat elke mens zonder meer voor inwijding en inwijdingskrachten vatbaar is. Wel kun je verwachten dat degene in wie een bepaalde inwijdingsmogelijkheid aanwezig is, bij het gebruik van dergelijke magie, bij deze uitstraling en alles wat er bij te pas komt, sneller reageert en daardoor eigenaardige vormen van bewustzijnsverruiming ervaart.

Wanneer je zegt dat magie op zichzelf eenvoudig is, dan moet ik ook alweer wat vragend kijken. Want magie is gebaseerd op energie, althans de kern van magie. Datgene wat wij op aarde als magie omschreven zien, is gebaseerd op eigen krachtsinhoud en krachtsmogelijkheden van de magiër. De situatie waarin een magiër zich bevindt, kun je ongeveer als volgt omschrijven:

Ik heb in mijzelf een bepaald potentiaal. Een zekere hoeveelheid kracht. Ik zie buiten mij een taak die groter is dan mijn eigen kracht normalerwijze zou kunnen verrichten. Dan moet ik mijn eigen kracht gebruiken om een brug te bouwen naar een grotere hoeveelheid energie die ik dan vervolgens gebruik om die taak te vervullen.

  1. Hierbij ben je afhankelijk van de mogelijkheid om die hogere kracht te kunnen bereiken.
  2. Je bent afhankelijk van de energie die aanwezig is.
  3. Bepalend voor dit alles is de wijze waarop je de kracht die je aanspreekt kunt verwerken. Want het is niet alleen maar een kwestie van: ik neem kracht en die gaat onveranderd verder. Het is wel degelijk een kwestie van: ik ontvang kracht. lk stem deze in mijzelf af en geef daaraan een bepaalde modulatie mee. Ik geef daar een bepaalde intensiteit aan mee en door deze tezamen kan ik dan verrichten wat ik wil.

Er is dus bij het hanteren van magie altijd wel enig voorbehoud nodig. De voorstelling dat iedereen in feite magisch leeft en denkt, hoezeer ook in grote lijnen juist, lijkt mij misleidend t.a.v. mensen die eigenlijk zelf nog niet met magie werken of gewerkt hebben.

De situatie van inwijding wordt – zoals u bekend zal zijn – op vele verschillende manieren voorgesteld. Nu is een inwijding – en dat moet u zich voortdurend voor ogen stellen – geen schok. Het is niet een klap krijgen en in een andere wereld staan. Inwijding is een openbloeien waarbij je zelf anders gaat functioneren.

Het zal u bekend zijn dat de mens in de aura een aantal krachtspunten heeft, de chakra’s. Deze chakra’s in zichzelf moeten geopend zijn om een optimaal aantal mogelijkheden te scheppen. En dat zijn niet alleen de mogelijkheden t.a.v. de materie, zoals verkeerdelijk wel eens veronderstelt, maar het is wel degelijk ook de receptiviteit t.a.v. de geest, het kenvermogen t.a.v. de essentie van geestelijke krachten rond je. Het vermogen om evenwichten te creëren en te verstoren, juist op grond van deze krachten die rond je bestaan.

Het openbloeien van de inwijding is een proces dat niet onmiddellijk kan plaatsvinden. Het vergt over het algemeen in het gunstigste geval een aantal dagen, ongeveer een maand en in gevallen waarin een volledige ontwikkeling moet worden doorgemaakt, kan dat zelfs enkele jaren bedragen.

Zelfs bij de onmiddellijke inwijding en onmiddellijke ontsluiting ben je niet meteen veranderd. Het is goed ook dat te beseffen. Want heel veel mensen denken: hier komt een inwijdende kracht en nu zal ik opeens anders zijn. Maar dat is niet waar. Er komt een inwijdende kracht en je verandert bijna onmerkbaar.

Toch geeft een inwijder veelal degene die hij inwijdt, wat men noemt sleutels. Wat is zo’n sleutel eigenlijk? Het is de gebruiksaanwijzing. Het is niet de kracht zelf.

Wanneer ik u een sleutel geef voor bepaalde geestelijke krachten, zult u die kracht moeten bezitten om te begrijpen waarover ik het heb. De sleutel is datgene waardoor u in staat bent die kracht te activeren en werkzaam te maken.

Wanneer ik een heel eenvoudige sleutel neem (versleuteld blijft ze, daaraan kan ik helaas niets doen) die eigenlijk alleen te maken heeft met het activeren van een kracht in de omgeving, dan is zij simpel gesteld als volgt:

“lk ben wat ik wil. Wat ik wil is het Al. Daarom ben ik het Al en is mijn wil voltooid.”

Het is een heel eenvoudige sleutel als je weet over welke procedure het gaat. Weet je dat niet, dan klinkt het als een soort abracadabra en is het resultaat nihil.

Heb je de kracht en besef je welke wisselwerkingen je in jezelf tot stand moet brengen – besefswisselingen – dan weet je automatisch wat je tot stand kunt gaan brengen en zie je de voltooiing eigenlijk reeds voordat een ander die beseft. Dat klinkt vreemd, maar een ingewijde ziet een totaalsituatie. Je hebt het vermogen om te zien wat er gebeurt.

Laten we een heel eenvoudig voorbeeld nemen. Iemand heeft hoofdpijn. Ik straal kracht uit en die hoofdpijn verdwijnt. Op het ogenblik dat ik die kracht uitstraal, zie ik dat een evenwicht bereikt is waarbij geen hoofdpijn mogelijk zal zijn. Voor mij is het dus een voldongen feit. Degene die ik behandel ervaart de kracht wel, maar moet zich daarop instellen. De verandering van zijn besef is veel trager en hij zal misschien na tien minuten of een kwartier zeggen: “Hé, ik heb geen hoofdpijn.”

Het zijn geen ingewikkelde zaken waar het om gaat en ik geloof dat eenieder die zich bezighoudt met inwijding dit bovenal moet beseffen.

Er is een kosmos vol energieën en persoonlijkheden, vol van de meest verschillende levensvormen. Elk van die levensvormen, elk van die energieën kan met u in contact treden. Elk van die krachten en energieën kan door u werken en wat meer is: u kunt soms direct of indirect in samenwerking met die krachten ook helpen om taken te vervullen, waarvan de eerste impuls niet van uzelf uitgaat, maar van de kracht waarmee u in contact bent gekomen. Het is dus niet moeilijk, maar voor de doorsneemens vaak wat moeilijk te aanvaarden.

Wanneer ik u zeg: inwijding is eenvoudig een evenwichtsverandering in uw eigen wezen, dan heb ik volkomen gelijk. Maar wanneer ik u dit zo vertel, denkt u: wanneer ik in mijzelf een besef verander, resulteert dit zonder meer in inwijding. En dat is nu weer niet waar.

Een evenwichtsverandering betekent een verandering van totale gesteldheid en die kan niet alleen bepaald worden door het stoffelijk evenwicht of zelfs maar door het stoffelijk willen en beseffen.

Bij de werkelijke inwijding is altijd het geheel van het ego betrokken en die verandering zal dus op verschillende geestelijke niveaus of als u het liever wilt, in sferen of – als u het nog anders wilt uitdrukken – op elke verbondenheid met stralen, moeten plaatsvinden. Alleen een verandering die alle voertuigen omvat, betekent een werkelijke verandering van evenwicht.

Wanneer je alleen het stoffelijk evenwicht verandert, kan dit tijdelijk gebeuren. Maar dan gaat de rest van uw persoonlijkheid invloed uitoefenen en wat is het resultaat? Het oude herontstaat opnieuw.

Je kunt het oude niet met je wil uitwissen, tenzij het eerst in het geheel van je persoonlijkheid veranderd is. Je kunt nooit iets wegwerken en zeggen: Het is er niet. Je kunt alleen zeggen: Het is een evenwicht. Wanneer ik de verhouding verander, verandert de werking.

Om de persoon waarmee wij zo dadelijk te maken krijgen wat duidelijker te belichten, zou ik iets moeten zeggen over de relatie tussen die verschillende krachten waar ook uw voertuigen vaak bij betrokken zijn.

Wanneer wij zeggen: “De hoogste krachten”, dan zeggen wij natuurlijk het onkenbare of het alomvattende. Het is er wel, maar het is als zodanig voor ons niet kenbaar of beleefbaar. Het wordt voor ons pas kenbaar wanneer het een werking voor ons wordt die waarneembaar is door de invloed op datgene wat wij buiten ons zien, of wanneer het een besef wordt door een andere groepering van reeds besefte waarden in onszelf.

U kunt nooit zeggen: “Ik heb direct contact met de hoogste kracht.” Je kunt alleen zeggen: “Ik ervaar de hoogste kracht op een bepaalde wijze.”

Om die ervaring gemakkelijker te omschrijven heeft men de mensen vaak gegroepeerd volgens de krachten van de Heren der Stralen. Dat wil in feite zeggen: een bepaalde bewustwordingsgang waartoe je behoort.

Elk van die bewustwordingsgangen is inherent aan het geheel van uw voorgaand bestaan. Je kunt in deze zin dus niet zeggen: “Ik ben straal 1 en ik word straal 5.” Dat gaat niet. Je kunt wel zeggen: “Ik ben straal 1 en ik heb mijn besef uitgebreid tot straal 5. Maar ik blijf ook straal 1. Straal 1 is nog steeds de basis van waaruit ik reageer op alle stralen die door mij erkend en daardoor beleefbaar zijn geworden. Het is niet een veranderen van inhoud waarbij het verleden is uitgewist.

De straal geeft – om het heel simpel te zeggen – de grondkarakteristiek van het ego aan vanaf het begin van zijn ontstaan als afzonderlijk ik tot aan zijn voltooiing. Hier moet je weer proberen te begrijpen wat die andere stralen dan eigenlijk zijn.

Een straal is een eenzijdigheid. Elke straal waartoe u behoort is eenzijdig, zodanig dat zij een besef heeft opgebouwd op grond van ervaringen, erkenningen en belevingen in jezelf waardoor de kosmos vanuit een bepaald standpunt wordt bezien. Kun je daarbij meerdere stralen verwerven, dan wordt je visie op het Zijn objectiever. Je verandert zelf niet, maar je gaat begrijpen dat jouw standpunt – dat voor jou nog steeds noodzakelijk is – dient te worden aangevuld met andere standpunten. Hierdoor krijg je meer begrip voor het geheel van de ontwikkeling zonder dat daardoor je eigen functie in het geheel van de ontwikkeling reëel verandert.

Nu is een straal in zichzelf gebaseerd op je eigen geaardheid. Het wil zeggen dat je met bepaalde krachten uit de kosmos alleen al door je eigen grondbeginselen van Zijn harmonisch bent.

Krijg je contact met meer stralen, dan zijn meer harmonieën mogelijk. D.w.z. dat je meer verschillende krachten kunt ontvangen en kunt verwerken. Inwijding is in dit verband dan eigenlijk te zien als het verwerven van een graad van begrip voor het andere.

Voorbeeld: U bent wat men noemt een psychisch wat gevoelig en een beetje bijgelovig mens. Nu kunt u misschien iemand genezen of u kunt iemand bepaalde gedachten toezenden. U kunt dat echter alleen doen volgens de basis van uw eigen wezen. U kunt dus niet iemand genezen van een kwaal waarvan u het bestaan zelf niet, of niet volledig, erkent en aanvaardt. Nu komt er een tweede straal in uw erkenning bij. Het is mogelijk dat daarin die kwaal wel kenbaar wordt. Ze is voor u nog wel onvoorstelbaar als een persoonlijk beleven, als deel van uw eigen wereld, maar u gaat begrijpen dat ze voor de ander een werkelijkheid kan zijn in diens beleving van de wereld. Op dat ogenblik wordt het mogelijk u af te stemmen op het beeld dat in die ander bestaat en kunt u ook energieën opnemen en uitstralen die reageren op het wereldbesef van de ander en niet alleen volgens uw eigen wereld.

Hoe groter het aantal verschillende lijnen van ontwikkeling die je kunt gaan aanvaarden en begrijpen, hoe groter je mogelijkheden om je precies in te stellen op datgene, wat werkelijk is in de levensontwikkeling van een ander.

Met energie is het precies eender. Je hebt kachels waarin je alleen hout kunt stoken. Maar wanneer je die kachel van binnen een beetje bekleedt, dan kun je er opeens steenkool in gaan stoken. Maar je kunt er nog geen antraciet in stoken en ook geen cokes, want die hebben weer andere temperatuureisen.

Wanneer je nu voortdurend bezig bent om die kachel te wijzigen – dus de trekverhoudingen te wijzigen – kom je op den duur tot een ontwerp waarin hout verbrand kan worden, vette steenkool, droge antraciet, kortom waarin je elke willekeurige brandstof kan stoken. Die kachel beschikt dan over zoveel verschillende mogelijkheden dat hij haast automatisch zich kan aanpassen bij elke brandstof.

Brandstof is energie.

Een gewoon mens is als de kachel waarin je alleen hout kunt stoken. Maar wanneer u er nieuwe begrippen bij krijgt, kunt u ook andere energieën verwerken.

Een mens die volledig bewust is (behoeft niet eens een volledig ingewijde te zijn), kan werken met een kracht die hij in zijn zuivere vorm niet verdragen kan. Want die energie moet zich in haar hoeveelheid aanpassen aan het verwerkingsvermogen van degene die er gebruik van wil maken. Het is als een kachel. Je kunt er misschien een heel stuk hout in stoppen, maar een boomstam gaat niet. Het kan alleen stukje bij beetje.

Op dezelfde manier gaat het met iemand die volbewust is. Hij kan ook de hoogste energieën, die voor hem niet begrijpbaar zijn, maar die met alles een zekere harmonie vertonen, zonder meer ontvangen en verwerken.

En zo zitten wij weer dicht bij de magie die vanavond toch weer enigszins een rol zal moeten spelen.

Elke kracht die ik verwerken kan, zal ik omzetten volgens mijn eigen wezen. Anders gezegd: een kachel is er om een vertrek te verwarmen en niet om het af te koelen.

Als ik een koelinstallatie heb die op vuur werkt  – die heb je ook – kan ik met verschillende vormen van brandstof dat apparaat stoken. Maar het eindresultaat zal koeling zijn en geen warmte, want het is een omzettingsproces dat ik op die manier aan de gang breng. Zo ongeveer is het ook met ons.

In de magie hebben wij een specifieke kwaliteit. We hebben een eigenschap waarin wij alle kracht zonder meer kunnen verwerken en waarbij wij altijd resultaat krijgen. Maar met welke kracht wij ook werken, het is onze eigen geaardheid die het eindresultaat blijft bepalen. De conditionering van ons wezen is de beperking van de kracht die door ons werkt.

Gaan wij nog een stap verder, dan zijn we er eigenlijk al. Gesteld: Er zijn een bijna ontelbaar aantal verschillende sferen of wereldjes in de geest. Ze behoren tot verschillende grootorden van kracht. Op het ogenblik dat het ik voldoende ontwikkeld is om harmonisch te zijn met alle waarden, kan de kracht van alle waarden uitwerken door de persoon.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor lichte werelden. Je kunt ook zg. duistere werelden aantappen, die hebben ook energieën die onder omstandigheden bruikbaar zijn.

Maar nu het typische: Wanneer mijn eigen instelling positief is, kan ik soms de kracht van een andere en lagere wereld gebruiken, maar het eindresultaat zal positief blijven. Zolang ikzelf de beheersende factor blijf voor het ontvangen en verwerken van energieën, zal mijn wezen de uiting en geaardheid van de energie blijven bepalen, ongeacht de hoeveelheid energie die aanwezig is. Ongeacht de geaardheid die zij uit zichzelf of haar bron bezit.

Dit impliceert dat een heilige een duivel kan gebruiken als boodschappenjongen en dan gebeurt er niets kwaads. Er zijn weinig heiligen en nog minder duivels, dus wij behoeven ons niet druk te maken over de essentiële zin van het voorbeeld. Het gaat erom wat ik kan doen. Ik kan alleen mijzelf zijn.

Op het ogenblik dat ik een zekere inwijding ontvang, krijg ik in mijzelf een harmonie, die meerdere werelden en in de meeste gevallen ook stralen omvat. Het betekent dat ik zelf kan selecteren en naar verkiezing de werking van een kracht door mijzelf veranderen.

Anders gezegd: De energie die ik gebruik blijft dezelfde, maar het effect valt steeds meer onder de bepaling van mijn eigen wil.

Een volbewust magiër moet een volledig adept, een volledig ingewijde zijn. Want alleen een volledig ingewijde is in staat alle krachten te concipiëren plus alle mogelijkheid tot uiting van kracht in zichzelf te kennen.

Alleen door conceptie plus kennen, is richten van kracht mogelijk en is elk willekeurig effect bereikbaar.

Met deze woorden heb ik het meeste gezegd als kanttekening bij datgene wat de gastspreker zal brengen. Dat ik met nadruk geprobeerd heb om bepaalde beelden wat duidelijker te tekenen, vindt zijn oorsprong in het feit dat een inwijder werkt met krachten, die je soms ervaart en beleeft, zonder dat deze noodzakelijkerwijze een werkelijke verandering van je persoonlijkheid of je persoonlijke mogelijkheden zal inhouden. En dat is een heel belangrijk punt.

Je kunt proberen om vele krachten te beheersen. Maar dit kan alleen volgens je eigen voorstelling.

De grootste inwijder is niet in staat je nieuwe mogelijkheden te scheppen, wanneer niet eerst je voorstellingsvermogen, het besef van de kosmos in jezelf veranderd is.

Nu zegt u misschien: Ik kan toch een hoger geestelijk voertuig activeren en dat door mij laten werken? Inderdaad. Dan hebt u de beschikking over een hogere kracht, maar van dezelfde geaardheid.

Wanneer je te maken krijgt met een spreker voor wie inwijding en magie eigenlijk dagelijkse kost is – zoiets als het eitje bij het ontbijt – zal heel vaak juist daardoor vervlakken wat de grote moeilijkheid ervan is. Wat u kunt ontvangen bijvoorbeeld. Dat is vaak heel iets anders dan dat wat wordt uitgestraald.

Wanneer zo’n spreker met zijn woorden een web weeft en probeert u het een of ander te geven, dan ligt het aan uzelf wat u ervan maakt.

U zou het zo moeten zeggen: Wanneer een inwijdende kracht rond u is, ontvangt u niet datgene wat die kracht omvat, maar datgene wat u zelf daaruit selectief aanvaardt.

Wanneer je alles zo simpel en eenvoudig ziet, heb je de neiging je af te vragen: Waarom gebeurt dat nu niet voor mij? Waarom kan ik nu niet ineens dit of dat doen? Als het zo eenvoudig is, moet ik dat toch ook kunnen? Dat is een misvatting die ik graag wilde voorkomen.

Je kunt natuurlijk, zoals dat bij ons gebruikelijk is met de gastspreker, een soort interview, een uitwisseling van gedachten hebben.

Nu moet ik zeggen, dat hij op zijn niveau volkomen redelijk en volkomen logisch is. Alles wat hij met die kracht doet, alles wat hij probeert uit te drukken is voor mij – hoe beperkt ik misschien in vergelijk tot hem ben – aanvaardbaar en redelijk. Maar ik vergeet daarbij niet dat er dingen zijn, die ik misschien niet of niet juist heb begrepen, terwijl een mens dat veel eerder zou kunnen doen.

Wanneer ik hem bv. vraag: “Werkt u met de kracht van God?” dan zegt hij: “Er kan niets bestaan zonder de kracht van God.” Dat is een antwoord en geen antwoord tegelijk.

Wanneer ik hem vraag: “Kunt u de mensen tot wie u gaat spreken inwijden?” dan zegt hij: “Overal waar een echo klinkt daar wordt het woord bevestigd.”

Wat moet je daarmee beginnen? Er moet een echo zijn. Welke echo is bedoeld?

Wanneer je vraagt: “Wilt u kracht overdragen?” zegt hij: “Ik kan geen kracht overdragen. Ik kan het alleen maar zijn.”

Als je dat ontleedt, zijn alle antwoorden volledig zinnig. Natuurlijk er bestaat geen kracht die niet deel is van de Al-kracht. Dat is heel duidelijk. Maar die delen kunnen onderling nogal wat verschillen en dat moet je als mens en ook als geest niet helemaal vergeten.

Wanneer je zegt: “Inwijden”, dan moet er een echo zijn. Dat is duidelijk. Een inwijding kan alleen daar plaats vinden, waar hetgeen de inwijder uitstraalt, beantwoord kan worden door degene die de inwijding ontvangt.

Het is weer begrijpelijk, maar zal een mens beseffen hoezeer hij of zij zelf instrumenteel is voor het gebeuren? Zelf bepalend? De meesten denken: ik krijg het cadeau; en dat kan niet.

Wanneer ik vraag: “Wilt u kracht uitstralen?” zegt hij: “Natuurlijk doe ik dat.” Dat is voor hem normaal. Zijn wezen is stralend. Maar de kracht die hij uitstraalt, moet u dan wel ontvangen en wat meer is: u moet ze omzetten in iets wat voor u als een bruikbare en hanteerbare kracht kan bestaan in uzelf en buiten uzelf.

Wanneer ik tegen deze spreker zeg: “Vindt u dan niet dat mensen vaak blind zijn?” geeft hij als antwoord: “De blindheid van een blinde komt voort uit het uitvallen van een mogelijkheid tot erkennen. Maar elk wezen heeft er wel duizend.”

Met dit antwoord wil hij zeggen: het is niet zo belangrijk en dat zal het voor hem ongetwijfeld ook niet zijn. Maar voor een mens kan dat wel degelijk belangrijk zijn. Die belangrijkheid is het waar het om gaat.

Let wel. Ik val niet aan, ik kam niet af en breek niet af. Ik waarschuw! Dat moet ik wel doen, want wanneer wij dergelijke figuren de mogelijkheid geven om door te komen – we hebben nu al een paar maal het geluk gehad dat wij inderdaad zeer krachtige en zeer hoge sprekers voor deze kring bereid konden vinden – dan moeten wij ook duidelijk maken wat er aan de hand is. Dan moeten wij niet eenvoudig aannemen dat het wel goed zal gaan. Wij moeten duidelijk maken waar het om gaat.

Wanneer ik nu deze inleiding ga afsluiten, moet u mij maar vergeven dat ik probeer u enkele eenvoudige gedragsregels te geven. Ze zijn heel simpel en misschien kunnen ze u helpen om een optimaal resultaat te ervaren.

  1. U moet begrijpen dat een dergelijke spreker veel meer uitstraalt dan ooit in woorden is weer te geven. Probeer dit meerdere op te vangen. Sta open voor de uitstraling, dan zult u later begrijpen wat het woord betekend heeft.
  2. Wanneer zo iemand u kracht wil geven, is het niet juist om dat nu voor een bepaald doel te bestemmen. Het is beter om deze kracht eenvoudig op te nemen, zonder u zelfs af te vragen of er nu wel of niet kracht komt. Juist het daadloos ondergaan, betekent dat uw eigen persoonlijke afstemming als vanzelf de energieën toelaat die bij u passen.
  3. Wanneer er – en die kans is volgens mij niet helemaal uitgesloten – bepaalde inwijdingsbegrippen worden uitgestraald, moet u wel één ding begrijpen. Een sleutel die gegeven wordt, is voor u absoluut onbelangrijk tenzij u weet wat er bedoeld wordt. U kunt pas weten wat er bedoeld wordt, wanneer de daarbij passende krachten in uzelf bestaan.

Puzzel niet over sleutels en betekenissen. Aanvaardt eenvoudig het feit, dat er een bepaalde inwijdingskracht is en zie later wat ze voor uzelf betekent.

Verder nog een simpele raad: Ga mee met de gedachte die wordt uitgesproken, ook wanneer u weet dat ze maar een klein deel is. Sta open, maar laat uw eigen aandacht gewoon met het gesprokene meegaan. Op die manier krijg je het snelst de harmonie en de gebondenheid, waardoor de extra waarden – gezien het voorgaande en mede door uw instelling voor u bestemd en geschikt – u het diepst kunnen beroeren.

Wanneer wordt gezegd: “U kunt veel”, denkt u maar rustig: op het ogenblik kunt u mij veel vertellen, maar alleen vanuit mijzelf kan ik verdergaan en werken.

Het volgende is zeer onder voorbehoud: Wanneer u op grond van het nu ontvangene eventueel tot een uittreding of beleving komt of zelf gewend zijnde uit te treden, daardoor deze kracht ontmoet – dat is mogelijk – onthoudt u dan het volgende: Deze kracht is een soort wegwijzer. Niet meer en niet minder. Ze zegt u in welke richting u kunt gaan en dan is deze kracht, wanneer u ze ontmoet, voor elk van u de mogelijkheid om een stapje vooruit te gaan.

Wanneer u de kracht zelf als doel ziet, zult u niet veel verder komen.

Ik heb hiermede het belangrijkste gezegd. Na de pauze komt de gastspreker. Namen worden er op uitdrukkelijk verzoek niet genoemd. Degenen onder u, die menen iemand te herkennen, spreekt u er s.v.p. niet over. Het zou een suggestieve werking kunnen hebben op anderen en dat is niet de bedoeling. Laat de kracht en de persoonlijkheid voor zich spreken. Ik wens u allen een belangwekkende en hopelijk ook een verruimende ervaring toe.

De gastspreker.

Voor deze avond hoop ik dat u zult aannemen dat ik de leraar ben en u de leerling.

Het leven is wonderlijk en ingewikkeld, wanneer je denkt als een gewoon mens. Maar er bestaan geen gewone mensen.

Alle leven, alle kracht, elke wereld tot de hoogste toe, zijn in elke mens verenigd. Daarom bestaan er geen gewone mensen.

Elke mens denkt. Maar als je denkt, maak je een scherm van alles wat aards is, wat hoort bij het zuiver menselijke en je zet dat tussen jezelf en de werkelijkheid.

Maar een mens kan niet niet-denken. Daarom moet je je denken zo richten, dat er zo weinig mogelijk verschil is tussen de werkelijkheid buiten je en het beeld dat je jezelf aan de binnenkant van je gesloten oogleden tekent.

U denkt vaak dat het zo toch eigenlijk niet meer kan. Waarom verandert u het dan niet? Omdat u denkt dat u het niet kunt. Waarom denkt u dat u het niet kunt? Omdat u niet weet wie u bent.

Elke mens heeft de kracht de aarde uit zijn baan te gooien, wanneer hij maar weet hoe die kracht te gebruiken. Elke mens kan een zon ontsteken of een zon doven, wanneer hij maar weet wie hij is.

Daarom is de kernvraag eigenlijk: “Wat ben ik werkelijk?”

Wat je bent bepaalt niet alleen wat je beleeft, maar wat je kunt. Wat je bent bepaalt niet alleen maar het probleem dat je hebt, maar ook wat de oplossing is.

U bent veel meer dan u denkt te zijn en veel minder dan u pretendeert te zijn. Dat is menselijk.

Nu is mijn weg – want eenieder heeft een weg in het leven – er één van anderen wijzen waar ze kunnen gaan.

Voor sommigen is de weg: zelf gaan. Want wij zijn niet allemaal dezelfde.

Mensen, geesten, krachten, sferen, werelden zijn gelijk en niet dezelfde. Werelden vullen elkaar aan.

Wanneer er geen planeten gaan rond de zon is de zon zinloos. Wanneer er alleen planeten zijn en geen zon, is er geen leven en zijn de planeten zinloos.

Wanneer u geen doel hebt, bent u zinloos. Maar wanneer u iets bent dat werkt met en voor het andere hebt u betekenis. Betekenis is leven. Geen betekenis is sterven.

Niemand kan waarlijk sterven, maar je kunt jezelf begraven in je gedachten en in je ontkenning. Je kunt jezelf opsluiten in een enge gevangenis door alles wat je zegt dat voor jou niet mogelijk is. Je kunt vrij zijn door je mogelijkheden steeds weer te toetsen aan de kosmos. Niet aan een paar denkbeelden.

Men zal u gezegd hebben dat ik een magiër ben. Maar wat is een magiër anders dan iemand die de beperkingen van het menselijk zijn niet meer erkent?

Men zal u misschien verteld hebben dat ik inwijdingen volbreng en riten van inwijdingen voltooi. Goed. Zo zien anderen het. Maar wanneer ik mijn denken open en een ander beleeft met mij, wijd ik dan in? Wanneer ik bewust de grenzen die bestaan in het denken, die bestaan in de engheid van een persoonlijkheid, breek, wijd ik dan in? Geef ik magische macht?

Ik ben. Ik existeer. Ik erken geen grenzen buiten de grenzen van de Al-kracht.

Wanneer iemand met mij gaat en beseft dat hij minder begrensd is, ben ik dan een inwijder? Wanneer ik iemand toon dat de grenzen die mensen zichzelf stellen vaak niet waarlijk bestaan, ben ik dan magiër?

Een leerling deelt de uitstraling van zijn meester. De aarde koestert zich in het licht van de zon. Zon betekenisloos zonder aarde. Aarde levenloos zonder zon.

Wat ik ben is de zin van mijn bestaan, van mijn Zijn. Ik kan niet anders zijn dan ik ben zonder mijzelf te verminken. Ik kan geen kracht kennen en geen onmacht, tenzij zij behoort tot wat ik ben. Wat ik ben is de vervulling van mijn Zijn, van mijn leven; is de vreugde van mijn bestaan. Zou het voor u anders zijn?

Droom niet zoveel van wat je anders zou willen. Besef het andere wat je bent.

Droom niet van de kracht die je zou willen bezitten, zou willen geven. Besef de kracht die je bent.

Elke kracht is een vorm van de Enige Kracht.

Elk leven is een deel van het eeuwige, enige, onveranderlijke leven. Wat wil je dan zijn?

Wat wil je dan zijn? Probeer eerst te willen jezelf te zijn, zonder bijkomstigheden. Zonder verlangens en eisen. Zonder schuldbesef, aanvaardend de kracht waarin je leeft, want dat is de enige werkelijkheid.

Wil je macht? Erken eerst je machteloosheid. Want hij die kracht wint doet dit door het besef van zijn zwakte. Alleen de zwakke is bereid de kracht te ontvangen die hem sterk maakt. Maar de sterke gaat vaak ten onder aan de kracht die hij wil geven zonder ze te bezitten.

Luister kinderen! Je denkt dat je ver bent, maar wie kan ver gaan als hij gaat langs een cirkelpad?

Je denkt dat je oud bent. Wat is oud? Hoe ouder je wordt, hoe dichter je voor je geboorte staat. Niets kan veranderen, behalve jij zelf.

Leven verandert niet en dood verandert niet als jij niet verandert.

Luister leerlingen. Jullie vragen een sleutel naar de werelden van licht.

Wie licht is betreedt de wereld van licht. Wie duister denkt dooft zijn licht. Wie licht denkt is licht.

U wilt licht. U wilt macht. De macht om te gaan waar u wilt door het Al. De macht om geesten te roepen en demonen te bevelen. Dit begeren is zwakte. Is onmacht, want je bent één met de geesten die je roepen wilt. De demon die je bezweren wilt, rust ook in jou. De kosmos die je betreden wilt, bestaat in je, zo goed als buiten je.

Kiest dan in jezelf wat je waarlijk wilt. Niet in beperkte vorm, maar als het onveranderlijke waarvan je deel bent.

Kies! Wat wil je zijn? Denk niet wat je wilt doen, maar wat je wilt zijn. Zoek in jezelf en vind wat je bent. En je weet dat je wens al vervuld was voor je haar koesterde.

Dat is het geheim van de wijze. Dat is de grens die niet bestaat. Dat is de voltooiing die is, voor het bouwwerk begonnen is.

Denk je dat je zwak bent? Hoeveel kracht heb je? Hoeveel sterkte sluimert er in je? Wek de kracht die in je leeft en je bent niet zwak en je bent niet ziek.

Denk je dat je lijdt? Wek de vreugde, de aanvaarding die in je leven, die kostbaarheden waarmee je in dromen speelt als een kind met juwelen waarvan het de waarde niet beseft. Neem je vreugde en laat haar je lijden overwinnen.

Wil je een grote wereld kennen? De wereld is zo groot als jijzelf kunt zijn. Onthoud dat.

Jij bent je eigen god, je bent je eigen duivel. Je bent je eigen kracht en je eigen beperking. Want het geheim van de kosmos is dat er geen grenzen zijn; is dat er geen verscheidenheid is, is dat er geen tijd is, maar alleen het besef.

Uit het besef komt alles voort. Wie het besef beheerst, beheerst de hele wereld van waan. Beheerst de moeder waaruit de wereld en de verlossing geboren worden. Dat is het geheim, leerling.

Denk je dat je niet verder kunt? Wie niet gaan wil, mag niet klagen dat hij stil blijft staan. Hoevelen roepen niet tot hun meester: “Draag mij voort”, maar hoever een meester u ook draagt, wanneer hij u weer neerzet zijt ge geen schrede verder. Het heeft geen zin.

Alle denken, alle wijsheid, alle kracht zijn deel van u. De lang vergeten boeken en de niet geschreven openbaringen zijn deel van u, leerling. En van mij en van al wat is.

Als je bang bent wanneer je je grenzen niet meer ziet, denk dan aan dit ene : “Alleen waar licht is, is leven. Alleen waar licht is, is leven en kracht. Alleen waar licht is, is leven en kracht en bewustzijn.”

Ik ben licht, maar ook gij zijt licht. Gij zijt licht. Ik ben licht.

Kijk naar mij en zeg tot uzelf: “Dit ben ik.” Dan zul je niet bang zijn wanneer de grenzen verdwijnen; wanneer de uiting verandert. Want het licht is het enige blijvende leven. Als je niet weet, zeg tot jezelf: “Het weten bestaat. Ik ben deel van het Al. Ik ben deel van het weten. Ik weet!”

Leerling: dit zijt gij. Leef. Vrees niet. Gebruik uw kracht.

Aarzelend zult ge op uw weg gaan als een kind dat de eerste schrede zet. Ge zult vallen. Ga verder. Totdat ge vrijelijk gaat en zeggen kunt, al beziende: “Dit ben ik.”

Voor een korte wijl heb ik u leerling genoemd. Wat kan ik u leren wat ge niet reeds zijt? Ik heb u mijn gedachten gegeven. Wat kan ik denken dat niet in u bestaat? Ik heb u kracht toegestraald. Maar welke kracht kan ik u toestralen, die u niet reeds bezit?

Ik zal u geen leerling meer noemen, maar ik zeg u wel: Vind uzelf en vind de werkelijkheid die wij allen zijn.

image_pdf