Inwijdingsprocedures

10 april 1978

Vanavond hebben we een spreker voor u die zich bezighoudt met inwijdingsprocedures, enz. Ik kan het eigenlijk beter omschrijven want ik kan het niet in het kort definiëren.

De gast die we vandaag hebben behoort tot de hoogsten in wat men weleens de blauwe straal noemt en is direct gelieerd met één van de Heren van Wijsheid. Dus een tamelijk belangrijke jongen.

Nu bestaat er een inwijdingsspoor door de sferen, zoals u misschien weet. Tenminste, ik neem aan dat u dat zo langzamerhand weten zult. Dat inwijdingsspoor omvat bepaalde sleutelbelevingen.

Al die belevingen op zich vormen in de sferen en deels op aarde dan de volledige bewustwording. Zoals men zegt: de deur naar de werkelijkheid.

Bedoelde spreker is iemand die leidinggeeft aan het proces. Hij is niet zelf inwijder maar hij bepaalt a.h.w. de mogelijkheid om verschillende trappen te doorlopen. Hij kan een weg sluiten. Hij kan een weg open maken en dat soort dingen bij elkaar. Het is een zo voornaam iemand, dat ik wel contact met hem heb gehad, maar ik ben niet in staat om het grootste gedeelte weer te geven van hetgeen hij gezegd heeft. Dat is ook weer begrijpelijk. Deze geesten zijn wel erg bereid om alles weer te geven, maar je krijgt het gecomprimeerd, het is net een mikropunt waar ze de, hele bijbel op hebben afgebeeld en voor je dat ontcijferd hebt ben je helemaal door het dolle heen en ik ben nog niet zo ver. Laten we dus proberen om het één en ander te vertellen over die inwijdingssporen, de inwijdingswegen.

Er zijn verschillende inwijdingswegen en enkele daarvan zijn meer bekend dan anderen. Er zijn wegen van beheersing. Er zijn wegen van liefde of harmonie en er zijn wegen van wijsheid. Dat zijn zo’n beetje de belangrijkste onderscheidingen die je kunt maken en elk valt dan nog weer in een, aantal andere richtingen en trappen uiteen.

De situatie waarin u als mens verkeert kunnen we dan als uitgangspunt nemen. U leeft. Tijdens uw leven doet u een aantal ervaringen op. Die ervaringen zullen in elk stoffelijk leven tezamen bestaan uit tegenstellingen, dus bereikingen en frustraties. Het evenwicht dat in een leven tussen beiden wordt bereikt is bepalend voor de mogelijkheid die je krijgt na de overgang. Ook dat zal velen bekend zijn.

Nu kom je na die overgang meestal te leven in een vormwereld. In die wereld zijn heel veel mogelijkheden, maar op een gegeven ogenblik moet je die vormen a.h.w. gaan zien in hun werkelijke betekenis. En dan kom je bij wat men noemt bogen van werkelijkheid. Bij een soort kleurige regenbogen. Elke keer wanneer je, door zo’n regenboog gaat verandert er iets in je besef van de werkelijkheid. Je moet daar natuurlijk rijp voor zijn anders word je teruggekaatst. Dan kun je niet verder gaan. Echter, kun je concipiëren wat erachter ligt, dan kun je door zo’n boog heen gaan en kom je tot een nieuw besef.

In de kosmos zijn echter een groot aantal stromingen van gees­telijke en ook van meer materiële aard. Op het ogenblik dat u door zo’n poort heen gaat moet u ook bereikt hebben dat u, wanneer u ooit weer incarneert of geestelijke werkzaamheden opneemt, dit in harmonie kunt blijven doen met het bestaan. Dat wil zeggen iemand die door zo’n poort van werkelijkheid gaat en daardoor dan niet meer in staat is zijn eigen wereld in een juist verband te zien, daar moeilijkheden mee krijgt. Zo iemand kan niet meer geestelijk functioneren en het resultaat kan vaak zijn dat hij dan toch weer tot een incarnatie moet besluiten en vaak voortijdig zelfs. Daarom zijn er dus leiders, gidsen of hoe u ze noemen wilt. Die ervoor zorgen, dat je niet door een poort kunt gaan op het ogenblik dat die poort niet harmonisch is met de ontwikkeling van de aarde. Zo simpel ligt het eigenlijk.

Heb je alle poorten gehad, er zijn er verschillende, meestal zegt men dat het er zeven zijn, maar dat is geloof ik ook weer een willekeurig getal ‑ dan kon je bij het laatste licht. Daar moet je gewoon doorheen gaan. Het zijn eigenlijk veelkleurige lichtstralingen, het is zoiets als in het centrum van een ster gaan wandelen. Wanneer je daar doorheen bent dan heb je ‑ wat men noemt ‑ de deur van je werkelijkheid doorschreden. Dan ben je gekomen in een situatie waarin ruimte en tijd niet meer bestaan. Hoe het er daarachter precies uitziet zou ik u niet durven zeggen. Ik heb het nooit beleefd en dan is het heel erg moeilijk om duidelijk te maken waar het over gaat.

De leiders van al deze procedures hebben natuurlijk hun eigen idee over wat mogelijk en niet mogelijk is. Daardoor kunnen er vaak bepaalde wegen naast elkaar bestaan. Degene waar wij vanavond contact mee krijgen heeft, wat men noemt, een weg van wijsheid.

Een weg van wijsheid is een kombinatie van beleving, van filosofie, van erkenning en vooral van inzicht in werkelijkheid. De werkelijkheid wel te verstaan, zoals die voor jou en rond jou bestaat. Zijn weg kan alleen bepaald worden in overeenstemming met de ontwikkelingsmogelijkheden op aarde. En dat is natuurlijk moeilijk. Zijn weg heeft b.v. waarschijnlijk niet onder zijn leiding, maar dat heb ik niet helemaal begrepen, ook gefunctioneerd in een van ongeveer 40 miljoen jaar geleden en dat is een hele tijd. Toen schijnen er ook hoog bewuste wezens op aarde geweest te zijn, die die weg konden gaan.

De weg van liefde en de weg van beheersing heeft een hele tijd de hoofdrol gespeeld op aarde. Nu komt die weg van wijsheid, voor zover ik het begrepen heb, alweer meer op de voorgrond. Want wat is nu het geval?

De aarde heeft een eigen persoonlijkheid. Die aarde als persoonlijkheid is weer gelieerd met de persoonlijkheid van de zon. Daarnaast heeft natuurlijk ook een relatie met de maan altijd wel invloed, maar die is niet zo groot.

Wanneer de aardgeest wakker wordt, d.w.z. op enigerlei wijze, actief gaat ingrijpen, dan zal zo’n gids dat onmiddellijk bemerken. Hij zal proberen contact op te nemen met de persoonlijkheid van de aarde en uit de harmonie, uit de resonantie daarmee zijn eigen conclusies te trekken t.a.v. de poorten en de methoden die het best bruikbaar zijn. Een tamelijk verantwoordelijk baantje.

Voor een mens die eenmaal op aarde leeft, bestaan er dan ook weer bepaalde mogelijkheden en die kunnen dan weer onder één van die leiders vallen. Er zijn dus – zoals gezegd ‑ verschillende richtingen.

Wanneer je op aarde leeft en je valt onder een leider van wijsheid dan is het eerste wat je gaat doen de essentie begrijpen van al de dingen rond je. Je gaat begrijpen wat zich afspeelt en waarom. Je kijkt er doorheen. Bereik je dat voldoende en ben je ook bereid om op een soort­ gelijke manier naar jezelf te kijken, dan ontstaat een verschuiving in je innerlijk. De psyche verandert dus een tikje. Hierdoor krijg je toegang tot bepaalde sferen. Dat zijn meestal een paar zomerlandsferen. Een paar lichtsferen. Verder kom je gemeenlijk niet.

In de sferen nu wordt een reeks ervaringen mogelijk gemaakt. Die ervaringen zijn niet altijd op de werkelijkheid gebaseerd, dat moet u wel begrijpen. In heel veel gevallen is het een soort mystiek toneel dat je speelt met jezelf. Maar hoe het ook zij, hierdoor word je geconfronteerd met je eigen mogelijkheden, met je eigen onvolkomenheden. Je gaat dus zuiverder begrijpen wat je eigen functie is, zelfs op aarde, maar daarnaast ook geestelijk.

Is dat bereikt dan ga je de eerste poort door, of onder de eerste boog door en ga je begrijpen in de wijsheid dat de werkelijkheid van het leven gebaseerd is op het harmoniepatroon, het harmoniemodel, waarin alles samen moet werken. Het is dus niet: ik heb een afzonderlijke richting, want jij gaat een andere kant uit. Neen, ik heb deze richting en jij hebt die richting. Hoe kunnen wij elkaar helpen om juister te ervaren en sneller te bereiken.

Als je die fase ook op aarde hebt doorgemaakt dan moet je in de eerste plaats al een aantal malen geïncarneerd zijn natuurlijk, anders kom je niet zover en dan ontstaat wat men noemt de herinnering.

De herinnering in de richting wijsheid is een aparte poort. In de richting liefde is het een nevenverschijnsel, dat is heel eigenaardig. Bij wijsheid is het namelijk zo, dat, wanneer je gaat begrijpen hoe je gefunctioneerd hebt van het begin van de tijd af, je je eigen leven en je eigen bestaan in een heel ander daglicht gaat zien. Daardoor ben je in staat om tot een herwaardering te komen zowel van je stoffelijk bestel en al wat daarmee samenhangt, als met je geestelijke belevingen. Op die manier krijg je dan een idee van de oneindigheid. De wijsheid brengt je dan tot het beleven van de oneindigheid in het kader van de tijd.

Nu spelen daar natuurlijk ook bepaalde krachten een rol bij, dat zult u begrijpen. Wanneer je eenmaal die hogere trap bereikt hebt krijg je ‑ wat men noemt ‑ de wind der tijdloosheid of der eeuwigheid. Dit is een energie waarmee je wordt opgeladen. Wanneer je je met die energieën oplaadt moet je die natuurlijk weer gaan gebruiken.

Datgene wat je uit de tijdloosheid opneemt en op de juiste wijze projecteert brengt je als vanzelf naar een volgende boog, naar een volgende poort. Je gaat begrijpen dat samenhangen belangrijker zijn dan feiten. Heb je dat ook bereikt dan komt het ogenblik, dat je je de verwisselbaarheid der dingen gaat realiseren. En dan kom je op het punt waar elke transformatie zonder meer in, vanuit jezelf en ten aanzien van de wereld mogelijk wordt. Aanvankelijk zijn er maar enkele mensen die dit bereiken. Let wel.

Het volgende kan niet vanuit de stof bereikt worden. Kan alleen bereikt worden vanuit een geestelijke sfeer. Er bestaat een mogelijkheid om een harmonie te brengen waarbij licht en duister versmelten. Dat wil zeggen: je bewust zijnde van het licht neem je contact op met het duister en in het duister ben je gelijktijdig licht en toch verwant met het duister. Hierdoor kan elk besef, dat het duister aanvaardt ook het licht aanvaarden.

Het is een overbrengingsproces en in dit overbrengingsproces ga je de omvang van het bestaan veel beter zien. Het gaat er niet alleen meer om wat de achtergrond van het kwade of van het goed is, neen, het gaat erom: hoe passen deze dingen samen? Wat is in het kosmisch bestel de betekenis? Heb je die betekenissen dan ga je verder op wegen, die ik helaas nog niet kan volgen.

Ik heb geprobeerd om een klein beetje te vertellen waar het om gaat. Degene die u begeleidt, uw inwijder, is iemand die zich voortdurend met u bezighoudt. Je zou kunnen zeggen: het is de conducteur van de trein. Maar nu is er ook nog een dienstleiding en die dienstleiding coördineert het lopen van heel veel verschillende treinen. En bij die dienstregelingsbeweging zit nu onze gast. Nu weet u in ieder geval met wie u te maken hebt.

Nu mag ik mijn eigen visie wel geven, want anders blijven we zo wegdromen in allerlei symbolen.

Mijn persoonlijke ervaringen met incarnaties en inwijdingen zijn de laatste tijd nogal volledig geweest. En wanneer ik zo terug­ kijk ‑ ik kan zo’n leven of tien wel terugvinden ‑ dan moet ik zeg­gen: ik heb mijzelf in dat stoffelijk bestaan voortdurend andere delen van het leven eigen gemaakt. Ik ben b.v. in de tien incarnaties drie keer een vrouw geweest. Als u me nu zou zien zou u zeg­gen: het verschil valt niet op. Maar vroeger was dat heel belang­rijk.

Ik ben zowel ‑ wat u tegenwoordig courtisane zult noemen ‑ geweest, als een moeder van heel veel kinderen. Ik ben ook een meisje geweest, dat als priesteres maar enkele jaren in een tempel heeft geleefd en daarna geofferd is. Overigens geen aangename procedure, dat kan ik u verzekeren. Maar voor mij was het wel nodig, want daardoor kon ik begrijpen dat het niet voldoende is om je over te geven aan de godheid, maar dat je bereid moet zijn om alles op te lossen in de godheid, ook je zelf. Zover heb ik het tot nog toe, nog niet gebracht, maar ik weet nu in ieder geval dat het zo hoort. Dat is ook weer een verschil.

Daarnaast ben ik een krijgsman geweest. Ik ben nog een tijdje slaaf geweest. Ik heb me een tijd met intrige en handel bezig ge­houden, ofschoon ik mijzelf toen ook krijgsman noemde, maar ik was het niet. Ik heb nog meer van die dingen gedaan. Ik ben zelfs tove­naar geweest.

In al die belevingen heb ik bepaalde aspecten van het stoffe­lijk bestaan geleid. Maar in de stoffelijke fase bekijk je het leven ook op een bepaalde manier. Als je in de handel zit kijk je weer anders tegen de dingen aan dan wanneer je werkelijk soldaat bent. Een courtisane bekijkt de zaak weer heel anders. Die kijkt naar: komt er oorlog? Dan moet ik de krijgsman hebben. Komt er vrede dan moet ik de handelsman hebben. Want zo denk je dan.

De moeder met kinderen bekijkt het weer heel anders. Die zegt: wie aan het bewind is kan me niets schelen, als ze maar van mijn kinderen afblijven en mij met rust laten.

Op die manier beleef je het allemaal. Elke keer kom je terug in de sferen en probeer je een beeld te krijgen. Maar dat beeld van dat stoffelijk leven, van wat je bent en van wat je kunt is in het begin heel sterk verankerd in al die stoffelijke belevingen en daar gaat het nou juist niet om. Het gaat er namelijk niet om wat je geweest bent. Het gaat er om wat je betekend hebt. En als je dat eenmaal doorkrijgt blijkt dat verschillende levens vaak alleen maar een ander aspect te zien geven van dezelfde betekenis. Zodra je dat te pakken hebt kom je ook uit de vormsferen. Dan kun je een beetje in de wereld van trillingen en van licht gaan stoeien en denk je dat je al een hele Piet bent.

Maar dan blijkt, dat ik niet alleen maar kan leven in die wereld van harmonieën en van uitwisselingen, wanneer ik niet gelijktijdig terug kan grijpen op wat ik geweest ben. En dat kan ik alleen weer, wanneer ik me bezighoud met de aarde of met de mensen.

Als ik dat doe kan ik ineens ‑ omdat ik mij eigenlijk ergens aan de menselijke wereld bind ‑ boven die trillingswerelden uitkomen in een lichtwereld, waarin alleen harmonische verschijnselen een rol spelen. De betekenis van mijn contact op aarde wordt bepaald door die harmonie.

Nu hoeft u het niet stilletjes te denken ‑ u mag het ook hardop zeggen ‑ dat bewijst dat je nog maar pas op weg bent. Klopt!

De verzinking in de gebondenheid is eigenlijk de bereiking van de vrijheid. En de beleving van de vrijheid in zichzelf is de vrije aanvaarding van de totale gebondenheid. Het is een enorm proces wat je doormaakt en in dit proces kom je elke keer weer te staan voor, zeg maar, het raadsel: kan ik dit nog aanvaarden of niet?

Kun je het aanvaarden dan verandert je hele relatie met de kosmos. Met de geestelijke werelden. Met de hoge geesten. Met de diepe werelden. Met alles. En in die verandering zie je de zaak ook weer anders. Beleef je het anders.

Nu is voor mij emotie belangrijker dan weten. Dat is een persoonlijke weg die ik kennelijk te gaan heb. Maar mijn emoties gaan een heel andere rol spelen wanneer ik weet, dat de gewone gebeurtenissen eigenlijk onbelangrijk zijn, maar dat je met elk dingetje wat je doet, iets tot stand brengt. Dat wat er gebeurt, wat daardoor veranderd is, dat is je betekenis. Die betekenis beseffen en daarna weer bewust beleven en uitdragen is dan een proces, waardoor je weer een stap verder kunt komen.

Ik heb voor mezelf wel het gevoel, dat ik nog heel wat wegen moet gaan. Ja, u ook hoor. De één wat meer, de ander wat minder, maar het duurt allemaal nog wel even. We krijgen er ook alle tijd voor, want we hebben de hele eeuwigheid.

Het interessante hierbij is verder, dat je op een gegeven ogenblik gaat behoren bij een soort clan. Dat is heel eigenaardig. Dat ik hier b.v. bij de Orde der Verdraagzamen terecht ben gekomen lijkt een toeval, vanuit mijn persoonlijke geneigdheid. Maar in feite wordt het bepaald door harmonische principes die op het eerste ogenblik, dat ik bewust was, reeds een basis vormden voor mijn verdere bewustwording. Het is dus ook de bewustwordingsweg die de binding bepaalt.

Ga je dat weer omzetten in betekenis voor jezelf, dan zeg je: ik zal altijd diegene en datgene ontmoeten, die nodig zijn om mijzelf te confronteren met mijzelf. Slechts door met mijzelf geconfronteerd te zijn kom ik tot een besef van de wereld. De confrontatie met de wereld is pas mogelijk op basis van de erkenning van mijzelf.

Ik heb in heel veel incarnaties vele personen ontmoet en nu ik op het ogenblik door dit medium doorkom kan ik zelfs in dit gezelschap enkelen aanwijzen (ik zal het niet doen) met wie ik in vroegere levens op weg ben geweest. Er is er zelfs één bij, die ik indertijd met doorgelopen voeten op mijn kameel heb gezet. Dat was in Azië niet in Arabië. Die heb ik toen een lift gegeven.

Als je dat dan zo bekijkt vraag je: Waarom heb ik dat toen eigenlijk gedaan? Waarschijnlijk opdat die persoon, die toen op zoek was, een leermeester zou ontmoeten en door die leermeester in zichzelf weer allerlei bewustwordingen zou ontwikkelen. Het is bijna zeker dat die ontmoetingen zich steeds blijven herhalen. Er zijn natuurlijk meer ontmoetingen geweest. Ik neem nou een enkel voorbeeld. Alles, waarmee ik verbonden ben geweest, blijf ik ontmoeten.

Het ziet ernaar uit, dat zo’n inwijdingsweg een weg is die voor een bepaald gezelschap bestemd is. Laat ik het zo maar uitdrukken. En niet iedereen kan dezelfde weg gaan.

De gastspreker van vanavond hoort bij de wetenschappelijkheid en alle wijsheid. Hij gaat wegen die ik niet helemaal kan volgen en misschien is dat ook de reden, waarom ik hem niet helemaal heb kunnen begrijpen.

Bij zo iemand hoort ook weer een hele wereld. Hij bepaalt de mogelijkheden voor bewustwording voor een groot gedeelte van die entiteiten, al of niet geïncarneerd, die deel uitmaken van de kosmische werkelijkheid.

Als ik het zo bekijk heb ik het gevoel, dat we ergens een punt zullen bereiken waarbij alle verschillen niet meer zo belangrijk zijn. Dat het niet meer is, jij gaat deze inwijdingsweg en jij gaat gene. Ik weet dat in elke wereld, die we bereiken, onderling contact mogelijk is, maar we kunnen alleen op een bepaalde manier verder gaan. Er moet toch een ogenblik komen waarop we allemaal één en hetzelfde bewustzijn kunnen bereiken op één en dezelfde manier, lijkt mij tenminste.

Ik heb daar met Theodotus over gesproken. Die is ook weer een beetje in de buurt, want hij heeft binnenkort weer werkzaamheden op aarde. Ik heb hem gevraagd; “Hoe denk jij erover?” Antwoord. “Het is misschien zo, dat schijnbaar parallelle lijnen, wanneer ze verlengd worden tot in het oneindige, convergerende stralen blijken te zijn.” Mijn reactie; “Bedankt. Jij volgt vast die weg van wijsheid.”

Wat hij bedoelt is dat die verschillen nodig zijn in een wereld van uiting, maar zodra er een wereld ontstaat van zuiver besef spelen die verschillen geen rol meer en ontmoeten we elkaar volledig. Er is dan een eenheid mogelijk zonder enige begrenzing of iets anders.

Toen ik toch met Theodotus zat te praten heb ik hem meteen gevraagd: “Wat denk jij nu van iemand, die zo’n inwijdingsweg een beetje helpt bepalen?” Zijn antwoord; “Dat is iemand die zozeer in harmonie moet zijn met één van de grondprincipes van de kosmos, dat hij daardoor eenieder, waarin die harmonie mogelijk is, erkent en gelijktijdig op grond van die erkenning de omstandigheden, zoals ze bestaan in de kosmos voortdurend kan aanpassen aan de inwijding en omgekeerd.”

Dat weet u dan tenminste ook. Ik heb er ook mee zitten worstelen, hoor. Wat moet ik dan verder nog van die hele zaak vertellen? Ik kan natuurlijk een heel verhaal op gaan hangen, maar wat heeft dat voor zin. Misschien kan ik ’t het best doen als een soort geloofsbelijdenis.

Er is ergens één werkelijkheid. Die werkelijkheid is ook één kracht en ik heb het gevoel, dat daarin een scheiding of een verdeeldheid onmogelijk is. Maar ik geloof ook, dat eenieder die kracht op zijn eigen manier moet benaderen. Niemand kan zeggen: “Dit is de juiste weg.” Je kunt alleen zeggen: “Dit is mijn weg.” En juist omdat we onze eigen weg gaan geloof ik ook, dat het belangrijk is dat degenen, die iets verder zijn gevorderd dan wij, ons daarbij helpen. Niet zozeer door de omstandigheden aan te passen. Al gaan we dood, we leven toch. Dus dat maakt niets uit. Maar echt in de zin van: duidelijk maken dat je verder kunt gaan. Misschien een soort bebakening van de weg.

Wanneer je toevallig vastloopt omdat je op een zijspoor gaat, is dat helemaal niet erg. Dan maken zij je duidelijk hoe je toch de hoofdweg, de hoofdlijn weer kunt bereiken en zelfs hoe alle harmonieën, die daarvoor nodig zijn, vanzelf weer hersteld worden. Ze zijn dus degenen, die het je mogelijk maken om die eenheid te bereiken. Zonder dit zouden we misschien te vaak blijven steken in de verdeeldheid.

Die hele bewustwording komt me soms voor als een soort ouderwets kasteel. Als je boven op de toren staat kun je de hele wereld zien. Maar om daar te komen moet je niet alleen door verschillende zalen gaan en door gangen, neen, er komt een ogenblik dat je zegt: ik loop vast. Ik kan niet verder meer. Ik zit op deze verdieping. Ik kan niet hoger en ik moet toch naar die toren. En kijk, dan is er iemand die zegt: Als je nu op dat knopje drukt is er een geheime deur en dan zit je weer in een ander gangenstelsel en je kunt weer een etage hoger. En zo gaat het door.

Ik denk dat degenen die leidinggeven aan die inwijdingsweg ook zitten te kijken waar de beste mogelijkheid is om zo iemand naar die volgende verdieping te loodsen. De ene keer zeggen ze het je in de eetzaal en de andere keer ergens in de gang. De derde keer in de wapenkamer en de vierde keer zeggen ze: ga eerst maar terug naar de keuken, en druk daar op het knopje.

Dit zijn de verschillen in aanpassing. Zoals de wereld is, zo moeten wij de weg vinden. We kunnen niet tegen de wereld, de ontwikkeling van de wereld of van de kosmos ingaan. We kunnen ons ook niet losmaken van alle bewustzijn en ontwikkeling die er zuiver stoffelijk bestaat zelfs.

Het enige wat we kunnen doen is ons eigen besef voortdurend verruimen door op het juiste ogenblik ons besef te veranderen op basis van een streven dat in ons bestaat. En mijn eerlijke overtuiging is, dat zolang dat streven in ons bestaat, we altijd weer op het juiste ogenblik de aanwijzing krijgen.

Ik geloof niet, dat er enige nutteloosheid is. Ik geloof niet dat er ooit een ogenblik komt waarbij iemand kan zeggen. “Nu zit ik hier en ik kan niet verder, of het nu in een sfeer of in een wereld is, of wat dan ook. Altijd zullen we verder kunnen gaan op het ogenblik dat wij volgens onze eigen aard, volgens ons wezen ‑ zoals we dit innerlijk beseffen en erkennen ‑ zoeken verder te gaan, beseffende dat er meer moet zijn.

Zodra we beseffen dat er meer moet zijn en dus de betrekkelijkheid stellen van ons eigen wezen en onze eigen wereld zoals we het nu bevatten, ontstaat de mogelijkheid om door zo’n poort verder te gaan en een ruimere wereld te betreden.

Er komt een ogenblik dat je sterven moet om te leven. Als je gewoon door zou leven zou je doodgaan. Je zou in de voortdurende herhaling gevangen worden. En dan gaat het niet om de herhaling van sleurdaden en zo. Neen, je zou innerlijk geen stap meer verder komen en op dat ogenblik moet je sterven. Je moet dan je wereld veranderen, al is het alleen maar omdat je door de schok van de verandering weer openstaat voor facetten van de werkelijkheid. Dat gaat in elke sfeer en elke wereld zo. Er komt een ogenblik, dat je alles achter je moet laten om het nieuwe te kunnen aanvaarden en het nieuwe te kunnen ontdekken. En dat is een grote gebeurtenis.

Het is niet altijd pijnloos, dat wil ik er wel bij zeggen! Je hebt weleens het idee van: ja, maar het was toch eigenlijk wel erg mooi. Pas later ontdek je dat je die schoonheid wel blijft behouden, maar dat je ze anders ziet.

Dat afscheid nemen is voor ons allemaal op een gegeven ogen­blik een noodzaak. We moeten dat ook helemaal niet zien als een belasting. We moeten gewoon proberen om onze eigen innerlijke duur te beseffen. Onze blijvendheid en het beeld dat we van onszelf heb­ben niet te binden aan de tijd. Gewoon te zeggen; “Dit ben ik, wat er ook gebeurt. Of ik leef of sterf. Op die manier kom je verder. Deze sleutel, want dat is het eigenlijk stelt je instaat om elke keer weer dat nieuwe te vinden. Niet alleen de nieuwe methode van werken of van leven, maar vooral die nieuwe methode van jezelf zijn. Als je jezelf bent kun je soms leven in een soort duizend en een nacht land. Ik heb ook van die illusiefasen doorgemaakt.

U moet wel begrijpen, dat die illusies op zichzelf een uiting zijn van iets wat in je bestaat. Het zijn je eigen voorstellingen van wat goed en wat verkeerd is. Het zijn je angsten en je wensen. Die spelen allemaal een rol. In dat symbolische drama, dat je voor jezelf opvoert, kun je leren wie je bent. Maar je moet eerst beseffen dat je het ook zelf ‘bent’

Als je dat besef krijgt, keer je meteen tot die werkelijkheid terug. Daarom is het zo belangrijk dat we niet alleen leven, maar dat we ook de moed hebben te dromen. Dat we niet alleen maar denken in termen van nu, maar dat we denken in termen van totaliteit.

Ik denk dat ik de eindconclusie ‑ en dat is mijn eerlijke overtuiging, want ik ben nog steeds met mijn soort geloofsbelijdenis bezig ‑ het beste als volgt kan formuleren:

Niets is werkelijk belangrijk buiten datgene wat ik eerlijk, overtuigd en in harmonie met mijzelf ben. Alle gebeuren dat daaruit voortvloeit ligt eigenlijk buiten mij. Het heeft geen betekenis. Maar datgene wat ik ben, moet ik zo volledig mogelijk zijn.

Pas in de volledigheid van het mijzelf zijn vind ik elke keer weer de mogelijkheid om dieper in te gaan op mijzelve en zo de kosmos zuiverder, eerlijker en juister te aanvaarden tot ik op de duur besef, hoezeer die kosmos deel is van mijn ik en mijn ik een onver­vreemdbaar deel is van de kosmos. Ik geloof dat dat het bewust­ wordingsproces is.

Nu heb ik heel wat verteld wat eigenlijk mijzelf aangaat. U krijgt nu rustig de kans om even bij te komen in de pauze. Wat de gastspreker brengen zal, ik weet het niet. Maar ik ben ervan overtuigd, dat hij drie dingen zal uitstralen. Want dat is deel van zijn persoonlijkheid, zoals ik die ontmoet heb. Dat kan hij nooit verhullen, zelfs niet wanneer hij in de stof doorkomt.

In de eerste plaats: het inzicht, de verdieping in jezelf zowel als in de kosmos.

In de tweede plaats: de kracht. Het licht. De sleutel waardoor je door een poort kunt gaan.

In de derde plaats: de erkenning van de onbelangrijkheid der dingen die voorbijgaan, omdat alleen het blijvende werkelijk betekenis heeft.

Die drie factoren zult u bij hem aanvoelen. Ik hoop alleen dat hij het zo zal uitdrukken, dat het u misschien helpt om een beetje juister te beseffen op welke weg u zit, want dat hoeft hele­maal niet de weg te zijn, die hij nou toevallig begeleidt. Daarnaast krijgt u misschien een beetje begrip voor de beteke­nis van wat u bent en wat u doet, ook als dat misschien minder of meer is dan u eigenlijk had gedacht. Als we die dingen bereiken dan zijn we vanavond toch weer mooi esoterisch bezig geweest. Ik blijf kijken wat er gebeurt, maar ik ga nu afscheid nemen. Ik wens u allemaal een lichtende en stralende gebeurtenis zo dadelijk.

De Gastspreker

Elke mens is zichzelf. Elk werkelijk ik is een deel van de werkelijkheid. De werkelijkheid is één. Niets kan ooit wegvallen. Niets kan worden toegevoegd aan de essentie van het bestaan,

Leven betekent ervaren en de ervaring in zichzelf is de betekenis van het leven. Leven in de stof is ervaren in twee werelden tegelijk. Je stoffelijke ervaring die bepaald wordt, door je voertuig, door je omgeving en je innerlijke ervaring, die bepaald wordt door de vrijheid die je geest soms vindt.

Wanneer je zoekt naar de wegen van inwijding, naar de krachten van bewustwording, dan zal je allereerst moeten beseffen: wat ben ik? Hoe droom ik? Wat is het verlangen in mijn geest, in mijn psyche, dat mij obsedeert? Waar richt ik mij voortdurend op? Want pas wanneer je weet, wat je werkelijk motiveert in je streven, weet je ook welke weg je kunt gaan.

Er is altijd een harmonie, een eenheid en een wederkerigheid tussen de mensen in de stof en de vele werelden in de geest. Je kunt geen enkel ogenblik vinden waarop de geest niet inwerkt op de mens, waarop de mens niet de geest bereikt en beïnvloedt. Juist daardoor is de wereld waarin we leven, met al zijn krachten en al zijn illusies voor ons belangrijk.

Wat is de kracht die je beweegt? De kracht die je beweegt is, denk ik, voor de mens nog steeds een innerlijke vaagheid, een nevelige verte, die je invult met figuren die er niet zijn. Want wat wij ook kunnen verdragen als mens en in bepaalde fasen van ons geestelijk bestaan, het is zeker niet de leegte.

We willen beelden hebben. We willen een ingedeelde wereld hebben. Maar als je dat wilt moet je denken; je moet je beelden maken, dat is misschien niet te vermijden. Maar dan moet je beseffen dat die beelden er zijn. Waarom ze er staan. Je moet die gehele droom‑ en illusiewereld afwegen tegen elkaar opdat je beseffen kunt wat schuil gaat achter de schijn die je schept.

Er zijn vele wegen die voeren tot bewustzijn en inwijding. Je kunt niet alle wegen gaan. Je hebt je eigen weg. De één zal alleen wegen kunnen gaan, waarin hij in besef voortdurend voor zich het ik terugstelt en zich versmelt met al wat hij rond zich ziet. De ander zal een weg moeten gaan waarbij hij analyseert, waarbij hij voortdurend beseffend de waarden afweegt, de evenwichten herstelt. Weer een ander kan misschien alleen een weg gaan, waarbij hij elk beeld dat tussen hem en het onbestemde opdoemt, wegvaagt.

Mijn weg is de weg van het begrip. Van het evenwicht. Niets in de kosmos bestaat zonder een wetmatigheid. Geen enkele wetmatigheid is vanuit een enkel punt in de kosmos volledig omschrijfbaar. Maar het geheel is een evenwicht dat zichzelf voortdurend herstelt. Het geheel is een evenwicht dat juist daardoor altijd dezelfde waarden blijft behouden in zijn geheel.

Wanneer ik mijn weg ga dan ga ik die weg niet omdat ze mij zelf bevredigt. Ik ga die weg omdat ik besef, dat ik het evenwicht dat belangrijk is, op deze wijze voortdurend en zo goed mogelijk in stand houd. De bijkomstigheden van het leven gaan misschien soms aan mij voorbij, maar de waarden en wetten worden steeds helderder en duidelijker.

Op aarde meende ik, dat een mens zonder illusies een arme mens zou moeten zijn. Nu weet ik, dat een mens zonder illusies juist daardoor een kracht vindt, die hem uitverkoren kan maken.

Mijn pad gaat langs de wegen van de rede. Mijn pad voert langs de afgronden van de mystiek. Mijn pad, voert naar de erkenning, waarbij steeds meer het persoonlijk beleven wordt gezien als een bevestiging van het werkelijk zijnde.

Misschien is dat niet uw weg. Maar hoe kan ik tot u spreken over wegen, die de mijne niet zijn? De kosmos is als een stilte. Maar verplaats één atoom en ze breekt los in een orkaan van kracht. Wie die orkaan kent, kan zich door die kracht laten dragen. Wie die kracht beseft, weet wanneer hij schuilen moet en wanneer hij vliegen kan. Maar hoe kun je vliegen als je niet gelooft dat je vleugels hebt?

De mens in de stof heeft met veel moeite een paar mensen een zeer korte tijd de satelliet van de aarde doen betreden. Maar de geest van de mens, de wereld van zijn gedachten is al gereisd tot in andere sterrennevels. Wat is dan sterker? Wat kan dan de werkelijkheid beter omschrijven en benaderen? De stof of het denken?

U hebt geleerd. Niet al wat u geleerd is zal juist zijn. U hebt geleerd. Hebt geleerd feiten te tellen, in volgorde te zetten. Afleidingen te maken. Uw gedachten stellen u in staat om dingen die er niet zijn, te tellen en te overzien wat er morgen zal zijn.

Uw gedachten zijn meester van de geest. Wie van u wil dan beweren dat; als de gedachten kunnen vliegen tot in andere sterrennevels, wanneer zij verder kunnen gaan buiten de tijd tot de morgen, dat u niet kunt vliegen.

Wat u bent moet uzelf weten. Maar wát u bent is goed en is kracht, wanneer u in uzelf aanvaardt wat u bent; wanneer u uw gedachten toestaat verder te gaan dan uw stoffelijke mogelijkheden; wanneer u zelfs uw geest, deze essentie voor een stoffelijk leven vrijelijk uit laat gaan door werelden en sferen. 0 ja, u hebt vleugels. U kunt vliegen tot het hoogste licht, gedreven door een storm van kosmische kracht, ontstaan door de verplaatsing van één atoom.

Moeizaam zwoegen naar de poorten van inwijding? 0 ja, dat is denkbaar. En je kunt ze bereiken. Maar als je de kracht bent, die in je schuilt en die kracht niet meer wijdt aan enkele verschijnselen en facetten, maar je door die kracht verder laat dragen tot een beleven, dat je stoffelijk denken niet eens omvatten kan, vliegen tot in de werkelijkheid van het Zijnde, denk je dan niet, mens, dat je alle poorten van inwijding doorgaat zonder zelfs te weten dat ze er zijn?

Gebonden ben ik, zegt de mens. Waaraan? Aan je illusies? Aan de harde noodzaken van het leven? Ach, zo zij het, uiterlijk! Maar ben je innerlijk dan niet vrij? Is die innerlijke vrijheid niet iets wat je zelf helemaal zelf, in de hand hebt? Is die innerlijke kracht, waaruit je kunt putten om desnoods eens een klein wonder te doen als je zin hebt, niet iets wat altijd bestaat en niet alleen op een enkel ogenblik? Is de visie die je hebt, die ver gaat buiten alle lichamelijke waarnemingen om, alleen maar een droom? Of bevat zij achter uiterlijkheden en vormen, die je misschien zelf geschapen hebt een werkelijkheid? Ben je meer werkelijk dan je denkt? Meer vrij dan je misschien durft te beseffen? Zijn je gebondenheden misschien van veel minder belang dan je denkt?

Het zal u opvallen dat ik spreek in vragen. Want wie kan spreken in antwoorden, wanneer hij niet spreekt voor zichzelf. Wanneer ik toch probeer antwoorden te suggereren, zijn het in wezen vragen die u uzelf moet stellen.

Kent u de kracht van het licht? In u is immers licht. 0, het komt niet altijd tot uiting. Maar u leeft. De kern van uw leven is licht. De kern van uw leven is werkelijkheid. U bent licht wanneer u het beseft. En in alle leven is licht. In alle bestaan is licht.

Kan licht van licht gescheiden zijn? Dan is er eenzaamheid. Strijd. Illusies. Besef de illusies waarmee je worstelt. Speel er mee maar laat je niet uitputten door de strijd. Een strijd die je dan toch grotendeels tegen jezelf voert. Verwerp niet het licht omdat het ook schijnt in andere denkbeelden, in andere vormen.

Alles heeft zijn vorm, zegt u, en voor u lijkt het waar te zijn. En toch zit in de kern van alle vorm kracht. Waarom zou dan een steen geen brood en brood geen steen worden, wanneer je betrouwt op de kracht?

Een lichaam leeft of een lichaam is dood; maar het werkelijke is de kracht waardoor het gevormd is. Het werkelijke is de kracht waardoor het verbonden blijft met de werkelijkheid. Als je kracht hebt en licht hebt, waarom zou je dan niet zeggen tot een lichaam: leef! Of, indien nodig, tot een levende: sterf. U hebt die kracht maar u hebt niet het besef. Dat is de sleutel. Het gaat om het besef.

Mijn weg is die van het weten dat zich ontwikkelt. Het weten dat zichzelf niet verloochent voor de beleving, maar in elke beleving groeit. Ik sprak u van de afgronden van de mystiek. De mystiek is een werkelijkheid wanneer je ze aanvaardt, beleeft en je zelf blijft. Stel je de mystiek buiten jezelf als een aparte weg, een aparte mogelijkheid, dan verslindt ze je vermogen om jezelf te zijn, jezelf te denken, jezelf te leven. Daarom zeg ik afgronden van mystiek.

Maar dat wat mystiek heet, kan weten worden. Het is de beleving die voert tot zelferkenning. Het is de zelferkenning waardoor de zinvolheid, de betekenis, de kracht en de mogelijkheid wordt gevonden van alle dingen. Mits u uzelf blijft.

Mensen zeggen soms: God heeft dit gewild, ik doe Gods wil en God doet het andere. Maar wat zeggen ze in feite? Zij zeggen: ik zal doof en blind zijn. Ik zal ophouden te beseffen. Ik zal zelfs ophouden lief te hebben behalve de illusie dat ik het juiste doe. Is dat een juiste weg?

Mensen zeggen: God geeft de kracht. En soms gebeurt er iets en dan zeggen ze: zie, God heeft zijn kracht bewezen. Maar als je bewust blijft denken en weten dan zeg je: God is niet de kracht die nu én dan optreedt. Er is één werkelijkheid, één licht, één totaliteit is één kracht die altijd, overal in eenieder leeft; die altijd en op elk ogenblik en middels elk bewustzijn kan werken.

Uw begrip van God zal ik niet bestrijden. Maar uw gevoel dat zinledige, zinloze onderwerping noodzakelijk is, een onderwerping die eerder uit vrees dan uit liefde geboren wordt, die bestrijd ik. Wanneer je het licht zo lief hebt, dat je er één mee wordt ga je andere weg dan het mijne. Maar dan bén je licht. En als je beseft dat het licht in je leeft, wanneer je probeert voortdurend te weten hoe het in en door je werkt, hoe je ziet hoe het breekt als door een prisma van beleven en denken in duizend kleuren en toch blijft beseffen waar de straal in wezen vandaan komt, dan spreekt u misschien niet van God en van Gods wil. Dan denk je in de termen van de werkelijkheid.

En denk je in de termen van het licht, dan weet je wat het licht is; dan kun je beseffen hoe het werkt, wat het doet en hoe het door jou en jouw geest en jouw besef voortdurend zich blijft uitwerken in alle dingen. In alle dingen waarin het reeds bestaat en juist daardoor antwoord kan geven op de wijze, waarop het werkt in jou en volgens jouw besef.

Mensen bouwen beelden. Een smalle brug als de snede van een zwaard, zich uitstrekkend over de afgronden vol demonie, te begaan door hen die zonder vrees zijn. Er is zo’n brug. Niet in de werkelijkheid maar in de geest der mensen. Wanneer je de werkelijkheid van je bestaan en de werkelijkheid van het eeuwige van elkaar scheidt en slechts wilt verbinden door een smalle brug van gedachten, dan gaapt er een afgrond. Dan kun je verloren gaan omdat je aan de ondergang gelooft.

Bouw je gedachten op. Zeg. “Ik zal ziek zijn” en je wordt ziek. Zeg; “Er zal krijg zijn” en reeds rommelen de kanonnen in de verte. Zeg: “Er zal sterven zijn” en je voelt hoe de dood naar je grijpt. Omdat je het hebt gewekt en opgeroepen. Maar als je alleen licht oproept, wanneer je, wetend wat is, het vervult met de lichtende, wezenlijke werkelijkheid die in jou bestaat, wat blijft er dan te vrezen? Wat kan er dan gebeuren dat niet is: harmonie? Niet is: begrip, essentie van leven? Vervulling van bestaan?

Mens, droom niet van de dingen waarvan je zegt dat je ze nooit zult verwerven. Zeg niet: “Deze liefde zal ik nooit vinden. Deze mogelijkheid zal mij nooit geboden worden. Deze kans zal mij altijd ontgaan.” Want als u het zegt maakt u het waar.

Besef wie je bent. Probeer iets te voelen van de kracht die in je leeft. Probeer iets te voelen van het licht dat in je werkt, waaruit ook jij bestaat. En vraag je dan af hoe de harmonie, begrepen en beseft indien je mijn weg gaat, gevonden kan worden. En zeg: “Deze weg, deze kracht, maak ik waar.”

De kosmos zelf zal je antwoorden. En er zal geen ogenblik zijn dat het licht niet straalt. Verplaats dan in jezelf één minuscuul atoom van denken. Een verwachting. Een gedachte aan zekerheid die niet door je ik volledig bevestigd is en de storm van licht en kracht breekt los. Sla je vleugels uit en laat je dragen tot een nieuwe werkelijkheid.

Als je bang bent om te vliegen, ga dan verder totdat je begrijpt. En begrijpende beschouw je je wereld opnieuw, altijd weer. Er zullen dan altijd wegen zijn waardoor je verder kunt gaan naar harmonie. Dan zullen er altijd poorten zijn die open zijn, opdat je nieuwe werelden kunt betreden. Dan zal er altijd, altijd een vervulling zijn en een rust, die het einde van de weg is en het begin van alle mogelijkheden.

Vrede is de eerste erkenning van de wijze. Vrede, omdat niets te vrezen is. Vrede, omdat alles zinloos is dat niet waar is. Waar in kosmische zin. In blijvende zin.

Vrede zij het begin van uw weg. Vrede in uzelf. Vrede die doorklinkt in uw stoffelijke sluimeringen. Vrede die de paden plaveit langs welke uw geest gaat naar nieuw besef en nieuw streven. Vrede zij u.

Kies uw eigen weg. Uw eigen poort van werkelijkheid. Uw eigen kracht van beleving zonder ooit het Licht te verloochenen dat in u straalt en ook u is het begin en het einde van alle dingen.

Dit was het beste wat ik u geven kon, waar woorden tekort schieten en krachten maar ten dele beseft worden. De vrede zij u en blijve u behouden tot ge bewust in kunt treden door de poorten des levens, bogen van inwijding, tot in de uiteindelijke werkelijkheid.