Inwijdingsscholen

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

Een inwijdingsschool is over het algemeen een school waarmee je de mens probeert te brengen tot een vervreemding van zijn eigen ik-beeld. Zolang je een definitieve voorstelling hebt van jezelf, van wat je bent, van wat je aan rechten en plichten bezit, zul je niet kunnen doordringen in een grote werkelijkheid.

Elke inwijdingsschool heeft op haar eigen manier altijd geprobeerd om de mens los te scheuren uit al die dingen waarmee hij toch verbonden is. Het is de ene keer een weg die je aflegt. Je gaat naar een leermeester toe, totdat je het gevoel hebt dat hij je niets meer kan leren. Je gaat verder, je vindt weer een tweede leermeester enz. Meestal kom je dan daar weer terecht vanwaar je bent vertrokken.

In andere gevallen leef je in afzondering. Je wordt helemaal geleefd. Het enige dat je eigenlijk moet doen, is jezelf beheersen en leren om zelf zover te denken dat niets wat er gebeurt je nog kan beroeren. Er is zelfs een inwijdingsschool geweest waar men bv. de hand in het vuur moest steken, waar men stokslagen moest verduren en wat dies meer zij. Soms waren die scholen nog tamelijk duur. Je moest veel meebrengen aan geestelijke of stoffelijke bagage om daarbij te kunnen behoren. Dus eigenlijk heeft men in die scholen vaak enorme kosten gemaakt om zich te laten aframmelen. Maar het feit dat je daardoor gaat leven in een wereld waarin je alle dingen gaat beleven als echt en niet alleen maar jezelf, is erg belangrijk.

Bijna elke inwijdingsschool kent ook haar eindriten waarin een groot gedeelte van het gebeuren zich afspeelt in de geest van degene die wordt ingewijd. Of dit nu gaat bij eenvoudige inwijdingen zoals bv. in de tempel van de zeegod in een bepaalde stad aan de Middellandse Zee, waarbij je de illusies van gevaar moest overwinnen en dan nog de zelfbeheersing kennen om de eindfase te bereiken. Of dat je terecht komt in allerlei situaties waarin je wordt begraven of in eenzaamheid wordt geconfronteerd met je obsessies en toch weer je geestelijke gezondheid moet terugvinden (je innerlijk evenwicht) om dan als ingewijde naar buiten te gaan.

Er zijn scholen geweest waar men in een soort trance allerlei dingen moest overwinnen. Meestal is dat dan gebaseerd op de elementen, die men vroeger zag als de basisbestanddelen van het geheel van de schepping. Iemand moest leren door de lucht te gaan, de winden te overwinnen. Hij moest leren door het vuur te gaan. Hij moest leren over de wateren te lopen. Hij moest leren de aarde te beheersen.

Al deze scholen met al hun verschillende benaderingen hadden eigenlijk maar een doel, een mens zover te brengen dat hij kan loskomen van alle stoffelijk vastgelegde dingen. Dat is geen filosofie. Het is ook geen godsdienst. Het is eigenlijk een uitstijgen boven al deze dingen naar een waarheid.

Denkt u niet dat dat alleen heeft plaatsgevonden in heidense beschavingen. Als wij denken aan bepaalde disciplines van de Jezuïeten, bepaalde dingen die Franciscaner en Dominicanerkloosters hebben gekend, sommige tot kort voor deze tijd, dan zien we dat men uitgaande van een bepaald religieus denken er toch ook naar streeft om helemaal los te staan van alles, van alle geloof. Alleen zijn met de werkelijkheid, alleen zijn met de waarheid. Geconfronteerd worden met jezelf en door het aanvaarden van datgene wat je omtrent jezelf ziet en erkent, deel te worden van een totaliteit.

Ik weet dat heel veel is gesproken over inwijdingsscholen in deze en andere cursussen. Ik zal u niet vermoeien met allerlei riten zoals die in verschillende tempels hebben plaatsgehad. Dat heeft weinig zin. Misschien mag ik wel dit zeggen.

Een mens is nooit alleen zichzelf zoals hij zich vandaag kent, Hij heeft voor die tijd vormen gehad. Hij draagt in zich, zij het opgeborgen nog in het zaad van de tijd, allerlei figuren, gestalten die hij later eens zal zijn. Wat op het ogenblik tot uiting komt, is maar een klein deel van een langdurige continuïteit. Als je kunt loskomen van dat beperkte ik gevoel, dan word je natuurlijk geconfronteerd met al die andere fasen die het ego heeft doorgemaakt op aarde of op andere werelden, misschien in geestelijke sferen en werelden. Het aanvaarden van deze totale persoonlijkheid maakt een eind aan de eenzijdigheid en onevenwichtigheid die het stoffelijke bestaan normalerwijs met zich brengt.

Ook in geestelijke sferen probeert men vaak inwijdingen te krijgen. De moeilijkheid daarbij is dat je persoonlijk een betrekkelijk grote inhoud moet hebben. Je kunt namelijk alleen beantwoorden aan alle impulsen die je bereiken, als tenminste de basis daarvan ook voor jezelf bestaat. De grootheid van het werkelijk ego dat je bent, betekent deel worden van een gebeuren en niet meer alleen iets zijn temidden van een gebeuren. Het betekent een functie hebben die de tijd overbrugt, maar die ook werelden samenvoegt tot één geheel.

De inwijdingsschool probeert je duidelijk te maken hoe je deel bent van een kosmisch patroon dat buiten de tijd bestaat. De manier waarop je het beleeft, zal iedereen anders uitdrukken, want iedereen heeft natuurlijk zijn eigen vertaling van het beleven. Het beleefde kan niet werkelijk worden omgezet in menselijke begrippen zonder meer, het bevat te veel. Maar wie de inwijding heeft doorgemaakt, leert ook te zien dat een ander een complex is van velerlei levens, van allerlei ontwikkelingen en gebeurtenissen. Dat het niet alleen gaat om datgene wat er vandaag is, maar dat vandaag in zijn gebeuren, in de problemen van die persoonlijkheid gelijktijdig het resultaat is van een verleden, maar ook de voorafschaduwing van een toekomst.

Men zegt weleens, een ingewijde verenigt alle werelden met elkaar. Een ingewijde, zegt men, loopt met zijn voeten op de stoffige landweg op aarde en loopt met zijn hoofd in een wereld van de geesten. Langzaam trekken de spookgestalten voorbij van allen die beide toestanden voor zichzelf nog niet hebben kunnen waarmaken. Daar is iets voor te zeggen. Want de ingewijde betrekt natuurlijk de geest, de geestestoestanden, de onevenwichtigheden van de geest evenzeer in zijn beschouwing van het gebeuren als hij dat met de zuiver stoffelijke omstandigheden doet. Ja, wat meer is, juist doordat hij kijkt naar het geheel overziet en begrijpt hij dingen t.a.v. het heden die de persoon zelf onbekend zijn.

De ingewijde die op aarde werkt is eigenlijk bezig om richtingwijzers uit te zetten. Hij probeert iedereen een weg te tonen waarlangs deze persoon (niet iedereen, maar deze persoon) verder kan komen op weg naar dit grotere begrip, deze veelomvattende wereld, deze werkelijkheid die minder aan veranderingen onderhevig is. Gelijktijdig brengt de ingewijde een begrip mee van de geestelijke wereld. De werelden van geesten van overgeganen, de werelden waarin andere bewustzijnsvormen leven die soms wel, soms niet op aarde invloed uitoefenen. Hierdoor overziet hij het gebeuren veel beter. Hij kan de mensen helpen om zich in dat gebeuren beter en vollediger te bewegen dan zij zich zonder dat zouden doen.

Op het ogenblik zijn er heel veel inwijdingsscholen vastgelopen op bepaalde rituelen in een bepaald denken. Dat is niet erg, want ze kunnen iedereen in ieder geval door de fase van de betreffende klas heen helpen. Maar er komt een ogenblik dat je verder moet gaan en als je dat niet kunt en durft, dan heeft de inwijdingsschool verder geen zin. Maar tevens heeft men in het leven een aantal tendensen geschapen waardoor steeds meer mensen op zoek gaan naar een andere waarheid, een andere werkelijkheid.

De inwijdingsschool van vandaag is geen geheim meer Ze is de toevalligheid geworden van een enkel woord dat je hoort, een ontmoeting met een persoon, een ontmoeting misschien met een ingewijde die je als zodanig niet eens beseft. Daarnaast gebeurtenissen die je wijzen op delen van je persoonlijke werkelijkheid. Wat eens was weggestopt ergens in de woestijn of in de bergen is nu iets geworden dat zich heeft verdeeld als een fijnmazig net over de gehele wereld. Daarom moet je in deze tijd ook niet meer te veel zoeken naar de inwijding volgens een bepaalde letter of wet.

In je leven komen voortdurend gebeurtenissen voor die je, als je ze maar wilt begrijpen, helpen om het geheel beter te doorzien. Je eigen vooropgezette meningen kunnen heus wel goed en belangrijk zijn, maar ze zijn te benepen, te beperkt.

De inwijdingsschool die het leven is geworden op het ogenblik en nog enige honderden jaren zal blijven, brengt de mens ertoe zichzelf te zien als deel van een geheel. Zichzelf te beleven niet meer als een persoon, maar eerder als een uiting van een groter geheel.

De innerlijke beleving, de innerlijke ontmoeting die daarbij een rol speelt is eigenlijk alleen maar een aanvulling. U zult soms dromen hebben of uittredingen meemaken die voor u een grote betekenis hebben. Dat wil nog niet zeggen dat ze honderd procent waar zijn. Want u kunt ze niet helemaal onthouden, helemaal vertalen in menselijke termen. Maar ze helpen u om zelfs in uw stoffelijk leven en denken een beheersing te krijgen over uw emoties.

Wanneer iemand klein ingewijde werd in één van de inwijdingsscholen, dan betekende dat, dat hier een mans was ontstaan die niet alleen een grotere wereld kon beseffen, maar die gelijktijdig zijn evenwicht ten allen tijde wist te bewaren. Iemand die in staat was om in plaats van de ander en het andere te treden, dit voor zichzelf volledig op te nemen en dan vanuit zichzelf die juiste richting voor het waargenomene en niet alleen volgens de eigen mening tot stand te brengen.

In de inwijdingsscholen worden soms wetten verkondigd die voor de moderne mens wat erg hard zijn. Zo is één van de leringen van een oude inwijdingsschool: Het lijden is een onveranderlijk en noodzakelijk iets, want eerst door het lijden wordt de mens geconfronteerd met zijn denkbeelden, zijn behoeften en zijn wensen. Wie deze niet beseft, kan niet verder gaan.

Over oorlogen en geweld wordt gezegd: Als de mens niet verandert zonder geweld, dan zal het geweld hem dwingen zichzelf te veranderen. En dan heeft hij de keuze tussen de bewuste mens en het dier.

Er is een andere inwijdingsschool die aanhakende bij bepaalde opvattingen zegt: Degene die een wijze zou kunnen zijn en dat niet wil worden, wordt in het volgende leven een kakkerlak. Want wie uit zijn eigen wijsheid met hard schoeisel over het leven van anderen is weggewandeld, zal dan ontdekken wat het is om verpletterd te worden door een onverwachte voetstap. Het is een mooi beeld. Maar zit daar niet iets waars in?

Kijk, wanneer u leeft vandaag de dag en u ziet dat alleen als een uzelf handhaven in een maatschappij of het veranderen van de dingen volgens uw eigen inzicht, dan kunt u wel veel weten en misschien zelfs veel begrijpen, maar u ontkomt er niet aan uzelf aan anderen op te leggen. Maar als u leert zien wat de ander is, hoe de ander denkt, dan zult u nog steeds uzelf blijven, maar u zult niet meer afgaan op uiterlijkheden. U zult de innerlijke samenhangen zien en beseffen wat uw eigen betekenis temidden daarvan is. U kunt in uw wereld veel meer zijn. U kunt van uw wereld veel meer maken, als u leert datgene wat u bent te delen met datgene wat al het andere is. Het klinkt misschien vreemd, als je dat zo zegt.

Stel u eens voor dat er een aantal mensen zijn die alleen deze situatie kennen en die daardoor zich bewust zijn van de continuïteit van het bestaan, dan kan er geweld zijn en zullen zij misschien in dat geweld ingrijpen om anderen te helpen, om anderen te redden, om datgene mogelijk te maken dat zonder hun offer, hun ingrijpen niet bereikbaar zou zijn. Maar als de één daartoe besluit, dan weet de ander waarom het gebeurt. Er is een wederkerigheid ontstaan, zodat ieder ander in feite datgene continueert wat in de één stoffelijk is geëindigd en nu in een geestelijke vorm verder gaat.

Ingewijden zijn wezens, die ook nu aanvoelen wat in een ander leeft en die daardoor hun reacties niet alleen afstemmen op datgene wat onmiddellijk en kenbaar rond hen gebeurt, maar die mede worden gedreven door datgene wat misschien duizenden kilometers verder met een andere ingewijde is gebeurd en die daardoor alles proberen samen te brengen onder één noemer, samen te brengen in één eenheid, in een berekenbaarheid, in een begrip.

Elke inwijdingsschool hanteert haar eigen symbolen. Als wij denken aan een oude Egyptische inwijdingsschool, dan zien we dat de sporen van de jakhals in de woestijn uitermate belangrijk zijn in de symboliek die men gebruikt. Letterlijk wordt geleerd: Wanneer je de sporen van Anubis volgt in volharding, dan zul je in de droogste woestijn water ontdekken. Het is heel eenvoudig gezegd, maar het betekent gewoon: Als je eenmaal tekenen ziet, dan moet je die volgen. Want het volgen van die tekenen, zelfs als het even lijkt of je het haast niet kunt, impliceert dat je de middelen vindt om meer en beter te worden, om je in een andere wereld bewust te worden.

In weer een heel andere benadering spreekt men over “de spiegel der tijd”. Men zegt: Er is een grot. Daarbinnen bevindt zich een grote spiegel. Als je daar voor gaat zitten, dan zie je het verleden en je ziet de toekomst. Maar als je die spiegel neemt als een soort beeldbuis waarop het gebeuren zich zal projecteren als een weerkaatsing waardoor je een ogenblik jezelf verliest, dan gaat inderdaad de spiegel je vertellen wat er in je leeft. En wat er in je leeft is niet alleen je verleden, maar ook de toekomst en de samenhang daartussen.

Er bestaat een tempel die een dergelijke spiegel heeft, alleen werkt ze niet

Een ander spreekt weer over de Put, die de kern van de wereld is. Het lag in de buurt van het huidige Pakistan. In dit klooster is een put die door de hele aarde gaat. Als je daar een boodschap in gooit, dan passeert die de gehele onderwereld. Zo kun je eenieder, die in die onderwereld vertoeft een boodschap zenden. Maar als je je geest omhoog richt, dan kun je opstijgen tot achter de wolken. En opstijgende achter de wolken kun je spreken met de engelen of de deva’s. Zo zijn wij, door wat we zijn, de verbinding tussen onder en bovenwereld. Het is een mooi verhaal, maar wat zegt de werkelijkheid?

De onderwereld is het onbewustzijn, het opgesloten zijn in jezelf. De hemelwereld is de wereld van het open zijn, het deel zijn van, dus het verliezen van een deel van jezelf. Daartussen is de wereld van de mensen waarin je probeert jezelf te zijn en voortdurend wordt gedwongen het beeld van jezelf te herzien door datgene wat er om je heen gebeurt. Als wij nu zeggen dat je die drie werelden verenigt, dan zeggen we in feite dat je zo groot bent geworden dat je in staat bent om vanuit de chaos te reiken tot de perfecte vorm dat je in staat bent om vanuit het onbegrepen hoog te reiken tot het einde waarin het begrip de enige blijvende bereiking is. Je maakt met die symbolen een mens wel degelijk duidelijk wat hij in  feite is.

Er zijn heel veel dingen die een beetje belachelijk zijn; Als we denken aan de Tibetanen die zich opsloten in een hut en soms jaren in het donker verbleven omdat ze wilden leren vliegen, dan denk je ook ze hadden beter de KLM kunnen nemen Er waren natuurlijk ook mensen die deden alsof ze zweefden of vlogen. In werkelijkheid ging het er gewoon om te leren je geest uit te zenden. Want je bent meer dan lichaam, je neemt meer waar. Je kunt veel meer aanwaarden, meer leren dan je lichaam. Om dat te kunnen moer je ook nog bepaalde proeven hebben afgelegd.

Nemen we de eerste proeven van dergelijke monniken in de tantrische kloosters. Zij werden, nadat ze bepaalde dingen hadden geleerd, naar buiten gestuurd in de nacht waar geesten en verscheurende dieren heetten rond te waren en zij kregen de opdracht zichzelf als voedsel en als offer aan de dieren en de zwervende geesten aan te bieden. Dat klinkt natuurlijk krankzinnig, maar u moet begrijpen dat u in deze gedaante niet belangrijk bent. En dat daarom de vrees voor alles dat deze gedaante bedreigt, dwaasheid is. Pas dan kun je verder gaan en kun je leren hoe je je geest moet uitsturen.

Dan komen daar allerlei praktijken bij die vooral in het westen nogal eens verkeerd begrepen zijn. Bijvoorbeeld helderziendheid. Het activeren van het Derde Oog. Dat gebeurde inderdaad wel, het was een soort ritueel waarmee iets wordt bevestiqd.

Het Derde Oog was het vermogen van de mens om zich af te sluiten voor het heden en zich gelijktijdig bewust te blijven van het heden. Hierdoor kon hij het zijnde zien als een werkelijke toestand en daarmee weten wat de toekomst zou brengen. Wat het wezen der dingen was. Het zijn eigenlijk allemaal eenvoudige zaken maar het betekent een enorme strijd om jezelf kwijt te raken.

Kijk nu naar deze tijd en naar de inwijdingen en inwijdingsmogelijkheden in deze tijd. Dan vraag ik mij af waarom zoveel mensen zich vastklampen aan denkbeelden, aan theorieën, aan belangrijkheden en bezittingen. Ik geloof dat het is omdat zij bang zijn voor hetgeen zij werkelijk zijn, dat ze de eenzaamheid die altijd het begin is van de ontdekking van de eenheid, niet durven aanvaarden, niet durven verdragen. Omdat ze liever alleen zijn met een begrip van macht of van betekenis, dan dat zij één zijn, maar daarmee alle begrip van macht en van betekenis verliezen.

Wij kunnen in alle heilige boeken bladeren en we kunnen overal wel gezegden vinden die daarop slaan. In de christelijke maatschappij grijpen we onwillekeurig terug naar datgene wat Jezus heeft gezegd: Heb uw naaste lief gelijk uzelf. Men heeft het dan vertaald in begrippen van zorgen voor een ander. De werkelijkheid ligt echter anders. Hoe kun je iets liefhebben wat je niet kent? Zelfs in bepaalde christelijke inwijdingsscholen in de eerste 300 à 400 jaar van het christendom, betekende het een jezelf verliezen door de ander te herkennen en te erkennen voor hetgeen hij was en te beschouwen als een deel van jezelf. De naastenliefde was niet het geven. De naastenliefde was het deelzijn van God.

In de moderne tijd lijkt mij dit één van de wegen die het gemakkelijkst te begaan is. Werkelijk leren niet alleen te kijken naar de noden van een ander, maar vooral naar het wezen van een ander en proberen je daarmee één te voelen. Dat lijkt mij de oplossing die in deze tijd enorm veel problemen uit de wereld kan helpen en die tevens de wereld en de mensheid tot ongekende hoogten of tot een totaal nieuwe beschaving (geestelijk en cultureel) kan verheffen.

Ik wil niet eindigen zonder nog een paar gedachten van zeer verschillende inwijdingen hier te citeren. Niet als dingen die u allen als waarheid moet aanvaarden, maar gewoon als dingen die u een keer moet overwegen, die u zich eens moet afvragen.

“Wanneer er een strijd is tussen hemel en hel, wordt hij in onszelf gevoerd. Wij zijn Michael en Satan tegelijk.” (Een christelijke school).

“Er is geen kracht in deze wereld die niet in ons woont. Maar eerst door één te worden met die kracht kunnen wij haar buiten ons manifesteren.” (Een Perzische school).

“Als ik niets vrees, kan ik alles doorstaan. Als ik alles doorsta ben ik geketend aan de enige waarheid, maar ik ben bevrijd van alle illusie”. (Een Romeinse school).

“Bezit is de vervreemding van de werkelijkheid. In het niet hebben en toch al genieten zit de eerste ontwikkeling van het werkelijke le­ven, (Romeinse school)

Veel verder in de oudheid

“Zij, die spreken tot de geesten der voorvaderen, spreken uit zichzelf, maar kunnen zichzelf niet aanvaarden. Zij, die spreken uit zichzelf, spreken ook met de stem der voorvaderen, als ze hun verbondenheid beseffen”.

Er is geen grens buiten de grens die wij zelf trekken. Maar zoals grenzen overschreden kunnen worden, zo kunnen wij de grenzen die wij zelf trekken doorbreken en daardoor leven in een wereld die ons wezenlijk toekomt”. (Een zeer hoge Perzische school).

“Als ik mij offer aan het vuur uit de aarde, ben ik één met het vuur van de aarde. Het vuur van de aarde is de bloei en de bloesem. Het is het gebeuren van het leven, de vereniging van leven en dood. Daarom zal ik nooit sterven, als ik deel word van het vuur. Daarom zal ik nooit beperkt leven, als ik deel ben geworden van al wat leeft. (En heel oude school die stamt uit Midden-Amerika en die lang voor Jezus geboorte in een bepaalde school werd onderwezen.)

Inwijdingsscholen zijn wegen. Ze zijn niet de bestemming. Maar de bestemming kunnen wij vaak eerst vinden, als wij een weg gaan tot wij een betere ontdekken die voert in de richting waarin wij voelen te moeten gaan.

Met die raad wil ik dan dit onderwerp beëindigen.