Inwijdingsschool ODV – Les 12 – Richten bewustzijn en astraal gebied

image_pdf

4 september 1956

Het richten van het bewustzijn.

U zult zich herinneren dat wij gesproken hebben over de mogelijkheid om de projecties van het bewustzijn door een verhoging van de waarden van kracht, bewustzijn, of zijnswereld te verplaatsen. Nu moeten wij gaan proberen een mogelijkheid te vinden om deze stelling ook praktisch te gebruiken.

Wanneer wij zo met elkaar over deze dingen spreken, klinkt dit alles theoretisch wel mooi, maar wat hebben wij aan een begrip van de vierde dimensie, wat hebben wij ook aan een begrip van de werkingen van onze eigen ziel en geest, wanneer wij deze kennis niet gebruiken kunnen?

De vorige keer heb ik getracht u een beeld te geven van de richtingen waarin wij met onze bewustwordingen kunnen gaan. U herinnert zich misschien nog dat ik u zei, dat de ware wereld de enige werkelijkheid is.

Er is maar één wereld. Naast deze ene werkelijkheid kennen wij echter de projectie van het eigen bewustzijn die voor ons een persoonlijke wereld, een persoonlijk beleven van de werkelijkheid ook tot stand brengt.

Deze persoonlijke wereld en beleving zijn echter niet reëel. De waarden daarvan bestaan niet werkelijk, maar behoren tot het “maya”, de begoocheling. Nu heb ik u er reeds op gewezen hoe door het richten van het bewustzijn een deel van de werkelijkheid gerealiseerd kan worden. Deze these zullen wij vandaag verder op poten trachten te zetten.

Iedere mens leeft in zijn eigen wereld. Deze eigen wereld is een deel van de werkelijkheid. De wijze, waarop dit gerealiseerde deel van de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd, maakt voor de mens zijn leven en ervaren en bewustzijn uit.

Dit is u, na de voorgaande lessen, nu toch wel begrijpelijk?

Wanneer ik mij nu bewust ben van meerdere mogelijkheden om mijn deel van de werkelijkheid te realiseren, mijn leven dus, het door mij bewust beleefde deel van de ware wereld, kan ik mijn eigen leven en beleven uit verschillende standpunten overzien.

Ik kan dus op mijn deel van de werkelijkheid mijn eigen wezen ook op meerdere wijzen projecteren. Om dit duidelijker te maken moet ik teruggrijpen naar mijn vorige betoog.

Wij gebruikten toen het voorbeeld van de driehoek. Dit was tweedimensionaal. Indien wij nu een driedimensionaal beeld nemen, samengesteld uit meerdere driehoekige vlakken, dan is elk driehoekig vlak in totale hoekwaarde gelijk aan het voorgaande.

Aannemende dat mijn punt van waarneming, mijn bewustzijn dus, vanuit de kern van deze figuur kan projecteren, dan leef ik niet alleen maar in een bewustzijnswereld, maar in zoveel werelden als mijn veelhoekige figuur facetten heeft.

Welke verandering treedt er in dit beeld nu op t.o.v. ons beeld uit de vorige lezing?

Daar rekenden wij met drie waarden. Wij hebben gezegd: “De bewustwording is binnen ons beeld de projectie van een loodlijn uit het hoogste punt van de driehoek tot op de basislijn daarvan.”

Dit is nu echter veranderd. In het nieuwe beeld is de gehele driehoek van het vorige beeld zelf tot grondvlak geworden voor mijn nieuw bewustzijn. Het gehele beleven binnen de tweedimensionale driehoek wordt nu het grondvlak van mijn nieuwe voorstelling van het bewustzijn.

In deze nieuwe voorstelling leven en projecteren wij dus onszelf aan de oppervlakte. Daar het totaal van dit deel (Abschnitt) van onze veelhoek echter binnen het bereik van ons bewustzijn valt, dat immers in de kern van onze veelhoekig figuur valt, kunnen wij ons voorstellen dat een oneindig aantal – in begrenzing steeds kleinere mogelijkheden – tot beleving binnen ons bereik liggen.

U moet het zich eerst maar even voorstellen: driedimensionaal toont zich dus ons “leven”, dat gerealiseerd wordt als een soort van piramide. Elk mogelijk grondvlak binnen de piramide is een mogelijkheid om dezelfde waarden in een andere verhouding te beleven.

Indien er slechts één zo’n piramide was, zouden wij snel klaar zijn. Maar de piramide is slechts een deel van de totale figuur. Er komen daarin meer driehoekige facetten voor. Zeggen wij bv. in het totaal een stuk of 16.

Wat kan er nu gebeuren? Elke driehoek is voor zich een leven. Elk leven is begrensd. Deze begrenzing van een leven wordt echter mede bepaald door de andere ervaringen of levens die aanliggen. Het is echter lang niet zeker dat elke driehoek regelmatig de vorm van de hem begrenzende driehoeken in zich herhaalt. De vorm kan zelfs zeer sterk verschillen.

Eén ding weten wij echter zeker: elk vlak wordt begrensd door 3 lijnen, samenkomende in drie hoeken. Achter elke grenslijn ligt te allen tijde een andere driehoek, die voor ons een en ander bepaalt en vaststelt.

Zolang ik vanuit mijn standpunt, in bv. een menselijk leven, rekening houd met mijn eigen kleine driehoek, die het heden voor mij bepaalt, dan denk ik dat dit alleen belangrijk is en verder niets. Wanneer ik mij realiseer dat dit leven dat ik doormaak bepaald wordt in omstandigheden en mogelijke ervaringen door de omliggende levenservaringen, zou ik misschien aan de hand hiervan wat nader kunnen komen tot de grote werkelijkheid, waarvan alle leven en beleven slechts een projectie is.

Kom ik tot een gehele, of gedeeltelijke, realisatie van de grote werkelijkheid, dan zie ik hoe alle levens, die ik reeds beleefd heb -waarvan ik mij dus in mijzelf bewust ben – en de levens die ik mij nog moet realiseren, tezamen de werkelijke vorm van mijn wereld bepalen.

Vragen.

  • Dus zijn deze andere werelden eigenlijk een vorm van reïncarnatie?

In het geheel van het leven kan men inderdaad zeggen, dat een van deze levens voor de persoon als projectie van zijn werkelijke wezen een reïncarnatie is. Maar dit betreft de persoonlijke werkelijkheid. In de ware wereld is elk van deze levens slechts een deelervaring van de eigen persoonlijkheid.

  • Dit zal dus in verschillende tijdvakken verdeeld zijn?

Tijd, zoals wij trouwens ook reeds besproken hebben, is een zeer eigenaardig iets. Tijd kunnen wij terugbrengen tot een waardering in miljoenen jaren, of in breukdelen van seconden. Dit is geheel afhankelijk van hoe wij de tijd ervaren en beleven. Het eigen tijdsbeleven is de enige werkelijke maatstaf voor een binnen ons beleven reële tijdsmeting.

Waar het beleven tot de enige juiste maatstaf wordt, is de tijd iets dat door de persoonlijkheid wordt bepaald, ofwel een projectie van de persoonlijkheid. In het ware leven, in de grote werkelijkheid, bestaat zij dus niet.

De door u aangenomen tijdsmeting is slechts een rationalisatie van het eigen tijdsbeleven op een door allen deelbare basis. Ik heb reeds in mijn eerste lezing getracht u dit duidelijk te maken. Van tijdvakken kan dus slechts relatief binnen het bewustzijn sprake zijn.

  • Maar hoe weet je nu, wat de realiteit is in de projectie?

Dat is nu weer heel aardig eigenlijk. Wanneer men de totale werkelijkheid van alle projecties in zich gelijktijdig ervaart, zijn er geen vragen en geen raadsel meer. De gehele realisatie van de werkelijkheid binnen een projectie is een bewustwording tot in de kern van het eigen wezen.

  • Maar hoe ervaar je die?

Daar komen wij nog aan toe. U heeft misschien begrepen dat ik – met deze praatjes, die wij samen houden – juist tracht u duidelijk te maken hoe men voor zich dit kan realiseren. Daarom heet dit ook inwijdingsschool.

  • Maar je weet soms dingen, die je weet, zonder te weten hoe of waarom je ze weet. Omdat wij zo dikwijls denken dat wij bewustzijn…..

Dat is weer een andere kwestie. Maar het is goed dat u mij hierop wijst. Nu kunnen wij het meteen behandelen.

Aangenomen, dat mijn ogenblikkelijke belevingsvlak – die driehoek dus – de gelijke grote heeft als verschillende andere binnen mijn persoonlijkheid bestaande driehoeken – mijn hele persoonlijkheid is immers hieruit opgebouwd – kunnen wij ons verder voorstellen dat van deze vlakken er één in trilling geraakt.

Wat kan er dan gebeuren? Dan zal deze trilling het sterkst worden overgenomen en weerkaatst door de gelijke vlakken. Dit hoort eigenlijk ook een beetje onder de natuurkunde.

Wanneer wij een veelheid hebben, waarin gelijke vlakken voorkomen, terwijl het geheel uit homogene materie is opgebouwd, dan kan een beroering van een van de facetten merkbaar worden in andere facetten.

Het eigenaardige is hier, dat naarmate wij meer gelijkvormige facetten hebben die elkaar niet raken – dat hoort erbij – de trilling versterkt wordt. Wanneer er tenminste drie gelijke vlakken op deze wijze aanwezig zijn, kan het voorkomen dat bij een sterke trilling de gehele veelhoekige figuur uit elkaar barst. Maar een dergelijke proef wordt op school nooit getoond. Dat is te kostbaar. Dat neemt niet weg dat het mogelijk is.

Wij hebben meer levens doorgemaakt, terwijl verschillende levens bovendien voor ons bewustzijn potentieel blijven. Zij zijn door ons niet als werkelijkheid gerealiseerd, doch zijn even als de beleefde levens een deel van onze persoonlijkheid.

Nu is onze persoonlijkheid een eenheid. Wanneer er nu in mijn leven een impuls ontstaat, of een realisatie, dan kan deze voor mij een zielstoestand betekenen.

Dit is met de trilling in het voorbeeld te vergelijken. Dus zullen de gelijkvormige vlakken in het totaal van mijn leven – onverschillig of zij door mij gerealiseerd zijn of niet – meetrillen. Zij zullen dan op het vlak van mijn ogenblikkelijke werkelijkheid alles weerkaatsen wat mij in andere levenstoestanden eigen was, of eigen zal zijn.

  • Dit hoeft dus niet slechts in één persoon te gebeuren, maar kan in verschillende personen geschieden, mits het vlak hetzelfde is?

Zeker. Maar dan komt er iets bij: binnen een gelijkvormige materie is de voortplanting van een trilling anders en gelijkmatiger dan wanneer wij eerst door de lucht moeten gaan.

De geestelijke – niet de stoffelijke – afstand tussen twee persoonlijkheden zal dan mede uitmaken hoe en met welke kracht een dergelijke trilling van de ene persoon naar de andere kan worden overgebracht. Zelfs wanneer beide personen in meerdere vlakken volkomen gelijk afgestemd zijn.

  • Bestaat dit volkomen gelijk-zijn dan?

Of het bestaat? Hoe denkt u dan dat het bereiken van de volmaaktheid dan mogelijk is voor mens en geest? Dit kan alleen, wanneer deze mens, of geest, in bewustzijn en wezen gelijkvormig wordt met en zich aansluit bij het wezen van de volmaaktheid, zodat hij geheel bewust mede deel daarvan uitmaakt? Dit is de eerste mogelijkheid.

Een tweede mogelijkheid is dat men in zich een volkomen uitdrukking geeft aan en een beleving doormaakt van het volmaakte in het bewustzijn. Dan zijn dus wederom bewustzijn en uiting gelijkvormig aan het volmaakte. Hierdoor ontstaat een wederkerige beïnvloeding van persoon en het volmaakte, waardoor wederom een eenheid optreedt. Dit bestaat nu wel degelijk.

Bij vele personen zal op een bepaald gebied reeds een gelijke ontwikkeling en dus resonantie bestaan. Wel kunnen die waarden bijeen liggen in het nog niet gerealiseerde deel van de persoonlijkheid, terwijl in de ander zij reeds behoren tot het gerealiseerde. Dus de innerlijke waarden van de ene mens kunnen dus resoneren met de levensbewustzijnswaarden van de andere mens… De wijze van weerklank vinden kan dan sympathieke, maar ook antipathieke stromingen veroorzaken.

  • Maar hoe kun je nu weten of een bepaalde weerklank een realisatie is van een deel van je wezen?

Dat is ook alweer betrekkelijk eenvoudig. Een realisatie die uit andere delen van ons eigen leven stamt, zal altijd een versterking van de huidige impulsen betekenen. Daarbij echter is zij tevens – en dit is zeer belangrijk – een verrijking van het bewustzijn, dat met deze impuls in verband staat. Wanneer dus de impuls en de werkelijkheid niet samenhangend zijn, behoeven wij hier niet verder over te denken als deel van ons eigen niet gekende wezen. Want de impuls uit het “ik” is juist een reflex, die de gehele geaardheid van de persoonlijkheid weergeeft.

  • Dus je kunt het niet maar even gauw leren, maar je moet hier rijp voor zijn?

Juist.

  • Hoe wordt je rijp?

Daar zijn wij op het ogenblik hard mee bezig, hoop ik.

Kijk eens, leren betekent hoe men dit, onafhankelijk van de verdere toestand van het wezen, of bewustzijn, zou kunnen leren. Zo ongeveer als een schoenmaker het schoenlappen leert, of de kleermaker het maken van kleren. Dit is echter niet mogelijk wanneer in de mens het bewustzijn van het heden zo ver komt dat hij het gehele vlak, dat voor hem “heden” is, kan overzien, zodat hij zich van de waarden en werkelijkheid daarvan bewust is en bovendien met dit bewustzijn terug kan komen tot de kern van zijn wezen, dan is hierdoor de verbinding met elk ander deel van het werkelijke leven tot stand gekomen.

  • Herhaalt u die laatste zin nog eens.

Op het grondvlak “heden” rust de piramide van dit deel van het leven. Op het ogenblik dat mijn bewustzijn van het grondvlak niet alleen door het grondvlak wordt bepaald, dus door de projectie, maar wij ook tot de top van de piramide kunnen komen – eigenlijk een meerdimensionaal denken – waarbij de kern van het wezen gerealiseerd kan worden i.v.m. die projectie, dan zien wij hoe de kern van het leven in elke uiting, in elke projectie, gelijktijdig aanwezig is. Hierdoor wordt alle leven gerealiseerd. Zo komt dus de verbinding met elk ander deel van het werkelijke leven tot stand.

Nu gaan wij trachten deze zaken voor onszelf in de praktijk te brengen. Want de praktijk is toch wel heel erg belangrijk voor ons. Het is overigens heus nog geen magie. Ik weet nu immers dat er waarden bestaan, die redelijk en zelfs met de zintuigen niet te verklaren zijn.

Wij kunnen de zaak nu zo gaan stellen: er zijn ogenblikken waarin een schijnbare onredelijkheid in werkelijkheid de rede van de ziel wordt.

Impulsiviteit enz. kan – ik zeg niet, is, maar kan – een weergave zijn van een hoger bewustzijn. Maar indien wij nu deze impulsen hebben, wat moeten wij dan doen?

Eenieder heeft op zijn eigen wijze problemen te benaderen, heeft zijn eigen wereldbeschouwing, waardering voor schoonheid e.d. die niet redelijk verklaarbaar zijn. Hij kan natuurlijk wel een reden hiervoor opgeven, maar dat wil nog niet zeggen dat de rede ook inderdaad geheel redelijk is.

Wanneer wij dit huis ineens op de maan zouden zetten, zouden wij daarvoor wel een reden op kunnen geven ook. Bv. het is daar mooi en rustig. Redelijk is dit niet. Toch gebruikt de mens dergelijke redeneringen om zijn impulsen en innerlijke beweegredenen redelijk voor zichzelf te verklaren. Wij moeten van deze uitvluchten afstand leren doen. Wij moeten begrijpen dat wij iets niet alleen meer doen, omdat het toevallig wel eens zo of zo zou kunnen zijn in de wereld. Wij doen dit in werkelijkheid door een persoonlijke drang. Wanneer wij zover zijn, kunnen wij ook begrijpen hoe de op onze wereld volgende vlakken in dezelfde reeks van mogelijkheden zal liggen. U weet wel, die laagjes van de piramide. De vorige keer heb ik u verteld: Je kunt die driehoek groter maken. Maar dit gaat maar tot op zekere hoogte. Je kunt de vorm wel veranderen en wel eenvoudiger, dan vergroten.

Wij moeten nu eerst trachten van ons leven een zo zuiver mogelijke driehoek te maken. De hoeken moeten dan even groot zijn. Op het ogenblik dat ik dit bereik, heb ik een wereldbeleving, waarin wereld, kracht en bewustzijn geheel harmonisch zijn.

Ben je zover dan zou je kunnen zeggen: Ik leef voldoende in deze wereld om haar te kennen en ik heb voldoende krachten om mijzelf binnen haar te beheersen.

Deze toestand is, voor wij verder kunnen gaan, noodzakelijk. Zij is dus wel het eerst vereist.

Nu gaat men de impulsen in deze wereld vergelijken met de redelijkheid van die wereld en zegt: Dit is mijn werkelijke persoonlijkheid die tot op het vlak van deze wereld doordringt. Maar wanneer ik dit verder naga, kom ik tot de ontstellende ontdekking dat er tijdsverschil schijnt te bestaan tussen mijn zielenleven en mijn redelijk beleven.

Waar ik ook dit zal moeten leren gebruiken is de eerste vraag die ik mijzelf moet stellen: Hoe kan dat? Hoe is dit mogelijk? Antwoord: Omdat mijn hele wezen de tijd bepaalt. Hoe dichter ik naar de kern van mijn wezen toekom, hoe dichter het beleven daar ook naar het tijdloze toekomt.

Om dit geheel te maken, zal ik u een voorbeeld geven. Er komt een gebeurtenis in uw leven. Voor u weet dat dit komt, heeft u al een eigenaardig gevoel. Zoiets van: ik weet niet wat ik heb, maar er gaat, geloof ik, iets gebeuren…….. Dat kent u toch, nietwaar?

Het voorvoelde gebeurt, maar de stemming blijft nog bestaan, de werkelijkheid is al voorbij. Dat is afgelopen, maar de stemming blijft duren. De tijdsduur waarin dit gebeuren door de ziel beleefd werd, ofschoon in onze tijdsbepaling even lang gezien vanuit de kern van ons wezen, was binnen ons wezen groter dan in de geprojecteerde wereld.

Dit brengt met zich mede, dat ik aan de hand van mijn beleven van de ziel mijn geprojecteerde wereld gemakkelijker kan overzien en begrijpen in haar werkelijke waarden. Wanneer ik mijn impulsen, mijn innerlijke stem dus, die niet redelijk is, mede kan gaan verwerken in mijn geprojecteerde wereld, wat gebeurt er dan? Iemand die dit weet?

  • Ik zou zeggen: dikwijls een verandering.

Ik was al bang dat ik dat antwoord zou krijgen. Neen. Naar buiten toe vindt er geen verandering plaats. Dat is nu juist het eigenaardige. Men zou geloven dat dan de wereld zou kunnen veranderen. Maar dat is niet. Zo niet!

Maar het geheel van de belevingen komt qua vlak dichter bij de ziel, bij de kern van het wezen. Daardoor zal de volheid van beleven, die aan de uiterste mogelijkheid tot projectie bestaat, niet meer in mij optreden. De waarden veranderen. Het gehele leven wordt mij meer compact en meer beheerst door een grote “Gefühlseinhalt”. Dat is wel de beste uitdrukking die ik hiervoor vinden kan.

Dus de gevoelens worden steeds simpeler. Zij worden niet ingewikkelder, maar steeds eenvoudiger. Uiteindelijk blijft er slechts een grote gevoelservaring, die geheel ons geprojecteerde leven beheerst en al onze uitingen bepaalt.

Wij kunnen dit voor onszelf bereiken door een voortdurend analyseren van onze……. ja, de Engelsman zegt hiervoor “hunch”, wij zeggen “ein Ahnen”. Ik zal maar zeggen een voorgevoel……

Men gaat dan zo te werk: ik heb een voorgevoel, een reactie, die niet redelijk is. Er bestaat dus iets in mij wat in mijn wezen reeds werkelijk is, maar op het belevingsvlak niet gerealiseerd werd tot nu toe. Hierdoor leert men op de duur zich te bewegen op een hoger vlak van bewustzijn, dat voor de meesten onder dit nog niet te realiseren is.

Men leert de grondslagen van de eigen persoonlijkheid kennen. Daarmee wordt het leven kleiner, de grenzen van het heden worden scherper. Hetgeen er innerlijk in ons gebeurt, verandert en vermindert dus de vrijheid van handelen die wij op de wereld hebben, maar zij wordt voor ons ook aldoor minder belangrijk. Het leven op zich is voor ons niet interessant meer. Het is te klein om je daar nog druk over te maken, de gevoelsinhoud van het leven is ons gewichtiger geworden dan het beleven zelf.

Dat is bij u ook al vaak enigszins zo, maar u weet het nog niet. U probeert altijd weer uw innerlijk leven op redelijke wijze te rationaliseren en dat gaat niet. Dat is onmogelijk.

Wanneer wij dit nu goed bezien, in plaats van te rationaliseren, u moet er achter zien te komen…… u probeert immers te komen achter de coulissen van het leven. Om te weten wat er werkelijk gespeeld wordt, moet u daarachter leren zien. Men kan slechts de beleving innerlijk op het bewustzijnsvlak projecteren, zonder deze te rationaliseren, wanneer u hier naar streeft. Men vertrouwt zijn innerlijke stem, maar begrijpt haar op redelijke basis niet.

Wanneer men op deze manier handelt, dan veranderen zich de waarden van het leven voor ons en komen wij steeds dichter bij de volmaakte beleving, waarin de beleving zelf aan de kracht tot beleven en het begrip van de beleving gelijk blijft.

Hebben wij dit bereikt, dan komt ons leven steeds meer in samenklank, in harmonie met andere levens. Onze gehele persoonlijkheid gaat dan meespreken in de deelprojectie die wij kennen ….. in deze wereld. Wij kunnen echter niet te ver gaan.

Wij mogen nooit de beleefde wereld, ook al weten wij dat zij slechts een projectie van ons bewustzijn is, terzijde stellen. Want de wereld, waarin wij leven, is de rationalisering van onze eigen persoonlijkheid op een vlak dat door het bewustzijn geheel beheerst kan worden.

Indien men de werkelijkheid verwerpt, verwerpt men daarmede dus een deel van eigen persoonlijkheid en bewustzijn. Een wereld verwerpen, leidt niet alleen in uw wereld tot waanzin, maar u vindt ook buiten deze wereld geen mogelijkheid tot bewustzijn en bewustwording meer. Het beleven gaat van binnen naar buiten, begrijpt u?

Er zijn voor ons een oneindig aantal dimensies. Elke dimensie bevat niet slechts andere levenswaarden en levensvormen, maar telkenmale een geheel andere levensprojectie van onze eigen persoonlijkheid.

Ik wilde het vandaag maar niet te zwaar maken en mijn betoog wat aan de lichte kant houden. Maar ik merk dat er alweer iemand zwaar begint te peinzen. In ieder geval, elke keer wanneer iemand leeft, projecteert hij zijn persoonlijkheid op wat men hier binnen de Orde noemt: een bewustzijnsvlak.

Elk bewustzijnsvlak bevat in zich een volledig leven met eigen wereldbeleving, bewustzijn en levenskracht, leidende tot bewustwording. De waarden van elk leven tot harmonie te brengen is de enige weg wanneer wij naar het ware bewustzijn streven, eerst dan zullen wij in staat zijn het beste en grootste van het bestaan te begrijpen: de werkelijkheid.

Wij moeten de verschillende levens gezamenlijk laten doorklinken in de wereld, die wij ons moeten realiseren als onze ogenblikkelijke werkelijkheid.

Wanneer wij onze gehele persoonlijkheid in deze projectie kunnen leggen, komen wij van een geprojecteerde werkelijkheid met alle veranderlijke waarden daarvan tot een onveranderlijke wereld en dat is dan de waarheid, de werkelijkheid.

Meer vertel ik u vandaag niet, maar wanneer u nog met mij wilt praten, kunnen wij, wat mij betreft, nog uren met elkaar praten.

  • Mag ik eens vragen,…….. die impulsen. Ontstaan die dan door een zekere kracht?

Neen, eigenlijk niet. Luister eens: wanneer ik dit verband “kracht” zeg, dan bedoel ik eigenlijk dit: elke mens heeft een bepaalde hoeveelheid vitaliteit. Dat weet u. Deze vitaliteit is in werkelijkheid een vaststaande hoeveelheid van kracht. Het leven kan nooit langer duren, of meer betekenen, dan deze kracht toelaat. Wij kunnen deze hoeveelheid kracht echter op verschillende manieren verdelen. Maar op welke wijze wij dit ook doen, de gehele kracht blijft altijd gelijk.

Door echter deze kracht vanuit de kosmos ten opzichte van het bewustzijn groter te maken, kunnen wij op een ogenblik komen buiten de mogelijkheid tot bewuste realisatie en dus buiten onze persoonlijkheid. Door aan de andere kant het bewustzijn zo groot te maken, dat wij niet de kracht tot realisatie van het bewustzijn in werkelijkheid meer bezitten, komen wij aan de andere kant buiten ons persoonlijk leven. Het gebied dat dan betreden wordt, behoort weliswaar tot ons eigen wezen, maar wij kunnen dit gebied niet begrijpen, zodat wij daarmede of daardoor ook in onze geprojecteerde wereld niet kunnen handelen.

Buiten deze vitaliteit bestaat echter een andere soort kracht. Wij noemen dat vaak zielenkracht. Deze komt uit de kern van het eigen wezen voort. Deze is gelijk aan de kracht van de atomaire binding in de materie bv. D.w.z. dat zij dus alle dingen doordringt en wezensvreemd is aan de materie. Zij behoort dus niet werkelijk bij de materie, ofschoon zij aan de andere kant de vormende en bepalende kracht voor de materie is en deze zonder dat zich niet kenbaar kan uiten, of vormen.

De zielskracht kan qua wezen dan ook worden ondergebracht onder de term Goddelijke of kosmische kracht. Oerkracht, of het eerst Zijnde zijn andere namen. Ook kunnen wij spreken van het primaire levensveld in de kosmos.

  • Heeft het altijd zin in het leven te vragen: waarom ik doe, zoals ik doe?

Achteraf wel, voordien niet. Wanneer u voor het stellen van de daad u af gaat vragen: “Waarom doe ik wat ik doe?”, dan gaat u zichzelf een redelijke uiteenzetting van mogelijkheden geven. Datzelfde heeft u onderbewust toch allang gedaan. Al bent u nog zo redelijk – op verstandelijk gebied dus – u zult toch altijd anders handelen dan de rede alleen dicteert. Het heeft dus geen zin en is alleen maar tijd en kracht verprutsen. Wij handelen volgens ons beste weten.

In onze handelingen zitten echter – evenals in dit weten – zoveel onderbewuste en andere niet gerealiseerde factoren verwerkt, dat wij toch de waarheid niet redelijk kunnen benaderen en bepalen.

Op het ogenblik dat de daad volbracht is en wij dus in terugblik deze met alle beïnvloedingen die optraden, geheel waar kunnen nemen, wordt het ons mogelijk deze invloeden te erkennen. Wij bereiken dit door een ontleding van de grotendeels toch instinctieve reacties tijdens de daad.

Wij kunnen deze invloeden en factoren erkennen in een vaststaande, onveranderlijke daad. Dit is een daad, alleen wanneer zij volbracht is. Zij is echter veranderlijk en daarom nooit te rationaliseren, of bepalen, voor wij ze volvoeren.

Indien wij dus regelmatig onze daden beschouwen en ons afvragen “waarom” – desnoods elke avond – dan leren wij onszelf beter begrijpen en krijgen wij een beter inzicht in de achtergronden van ons leven. Dat is voor ons gewichtig en daar kunnen wij iets mee doen. Dat heeft dus zin.

Het heeft geen zin om aan de wereld te vragen: ‘waarom?’. Bv. waarom heeft God de wereld geschapen? Dat is wel een aardige vraag, maar niemand kan u daar een antwoord op geven. Ik kan wel vragen: “Waarom heb ik dit of dat gedaan?” Want mijzelf ken ik, of kan ik kennen, maar God niet. “Waarom is de wereld zo wreed?” Onzin. Ik weet niet eens of het op die wereld nu wel werkelijk zo wreed en zo slechts is, als ik dit zie. Wel kan ik mijzelf af gaan vragen: “Waarom ben ik zo wreed?” Want daar kan ik achteraf altijd de redenen voor terugvinden. Maar dit gaat niet voor iets dat buiten mij ligt. Elk “waarom”, dat wordt gevraagd en ligt buiten het gebied van het redelijk kenbare, dient beperkt te blijven tot de eigen persoonlijkheid, waar alleen persoonlijk daarop een antwoord gegeven kan worden.

Met een vraag als deze is het overigens net zo. Ik moet een antwoord daarop geven vanuit mijn persoonlijk bewustzijn. Wanneer u mijn waarden dan kunt begrijpen, dan blijkt daaruit alleen dat wij op dit vlak van bewustzijn althans met elkaar in sympathie en harmonie zijn, zodat de grondslagen van het ene vlak aan het andere kunnen worden doorgegeven en overgebracht.

  • U hebt gezegd: dat de handelingsruimte op een gegeven ogenblik kleiner werd.

Voor het bewustzijn, ja.

  • Komt daar ook bij dat de emoties, die daaraan meestal gepaard gaan, ook minder worden?

Zeker. U moet zo denken: wanneer wij een miniatuur hebben, dan is de voorstelling en detail meestal ondergeschikt aan materiaal en afwerking. Zien wij een heel groot schilderstuk, dan zeggen materiaal en totaalbeeld ons minder. Het is dan de voorstelling die door haar details ons treft. Na de eerste indruk gaan wij het miniatuur nader bekijken en zeggen dan misschien: “Wat heeft men dat wonderlijk mooi en precies geschilderd!” Wij krijgen dan waardering voor het werkje. Het grote schilderstuk daarentegen heeft ons overdonderd en wekt een emotie.

Wanneer wij alleen in het geprojecteerde leven bewust zijn, dan is alles levensgroot en beroert ons zonder meer. Dat overweldigt en wekt emoties. Alles wordt geheel doorleefd en doorvoeld. Elke ervaring echter blijft in verband met de wereld waarin wij leven.

Neem ik afstand van deze wereld, bv. door een beter begrip omtrent haar waarde, dan maak ik die wereld, mijn beleven en het gebeuren kleiner. Het wordt meer iets als de miniatuur. Wij nemen er nog vol deel aan, maar de reactie wordt anders. Wij zeggen niet meer: “O, wat mooi” “dit is lief”, of “dat is haat”, maar “wat is het leven mooi”. En daar is haat en daar liefde. Wij beschouwen, maar beleven niet meer emotioneel intens.

  • Dat is dus volkomen normaal?

Dat is dus volkomen normaal. U moet zich niet vergissen. Er zijn afwijkingen waarbij de gehele interesse aan het leven wegvalt, maar het emotioneel afstand nemen van de wereld is wel normaal. De wereld zelf vindt dit misschien abnormaal. Maar dat komt, omdat zij niet werkelijk begrijpt wat er gebeurt. U heeft dan afstand gedaan van veel angst, van veel begeren, van veel bezitslust. Daardoor ziet u alles in wereld meer harmonisch, meer met elkaar in verband. Hierdoor betekent alles voor u minder emotie, maar gelijk heeft u meer levenservaring. U ziet hoe alles samenkomt en leert die kennis te gebruiken.

Neem nu bv. de Boeddha. Wat heeft hij over het leven geleerd? Afstand nemen van de wereld. Geen bezit, geen emotie, geen angst, niets. Wat heeft Jezus geleerd? Precies hetzelfde. In ons ligt de enige waarde. Vanuit onszelf kunnen wij de wereld zien. Vanuit onszelf mogen wij ook de wereld beleven, maar wij mogen in die wereld niet gebonden zijn aan het beleven de wereld.

Deze toestand is dus normaal. Beter gezegd: voor de mensen meer dan normaal. Bovennatuurlijk eigenlijk deze wijze van wereldbeleven.

Dus een vermindering van emotie is goed, wanneer hierdoor niet de belangstelling voor het leven en de wereld vermindert, maar meer vanaf een afstand, analytisch wordt bezien.

  • Niet jezelf in de wereld verliezen?

Natuurlijk. In de wereld verlies je je dan niet meer. U gaat als mens. In dat geval gaat u dus boven de doorsneemens iets uit in bewustzijn. Het brengt met zich mede dat u altijd bewust en kalm kunt blijven, zelfs wanneer u ondergaat in het gebeuren van uw wereld.

  • Is het nodig dat wij de dingen eerst stoffelijk allemaal beleven voor wij ze geestelijk kunnen overwinnen en ons daardoor niet meer laten beroeren?

Alleen van hetgeen u kent, kunt u zeggen dat het u beroert, of niet beroert. Maar wanneer een geestelijke toestand binnen het wezen bestaat, kunnen wij wel zeggen dat deze toestand de werkelijke waarde van het leven betekent. Het beleven zelf bestaat uit een grote reeks van werkelijke belevingen die wij moeten doormaken. Er is niet bepaald hoe en in welke volgorde wij ze door moeten maken. Hoe wij dit in tijd ervaren enz.

Laat ik u maar een voorbeeld geven: er is een museum, waar 200 schilderijen hangen. Nu zegt men u niet, hoe u moet gaan, maar wel wordt u gezegd: “Voor je hieruit kunt komen, moet je elk schilderij bezien hebben.” Zo gaat het met het leven ook, u zult dus wel een reeks van dingen door moeten maken, maar de wijze waarop u daar geestelijk tegenover staat, maakt uit wat het werkelijk voor u betekent.

  • Hoe komen wij er achter of een impuls werkelijk een impuls is, of een reactie op iets anders.

Nu komen wij eigenlijk wel in de psychologie terecht. Wij kunnen het zo stellen: Elke reflex herhaalt zich. Wanneer wij bemerken dat een bepaalde impuls altijd komt als resultaat van een gelijke stimulans, dan kunnen wij aannemen dat de impuls wordt bepaald door stoffelijke, of laag-psychische waarden.

Maar zijn er impulsen, die het leven mede helpen bepalen gedurende zekere tijden, dan weten wij dat deze niet door toestanden buiten onszelf worden gewekt, maar uit onszelf voortkomen. Het is dan geen reactie op een toestand, maar op onze eigen reactie op het geheel van de wereld. Daarmee bent u er natuurlijk nog niet, maar er komt op dit gebied nog meer, veel meer.

Vandaag krijgt u toch niet meer. Wat denkt u? Kunt u het er voor vandaag mee doen? Wij moeten natuurlijk niet te veel ineens willen nemen. Het moet een beetje rustig gaan. Zo: Immer mit Rühe!

Wanneer u vindt dat ik wat te hard van stapel loop, kunt u het mij rustig zeggen. U hebt het volgehouden ondanks het snelle tempo van de eerste keren. Voor de meesten van u was dat al een hele proef. Nu mag u zelf helpen het tempo te bepalen waarin we verder gaan. Wat wij behandelen, zal ik wel bepalen, maar of dat nu wordt uitgewerkt of niet, kunt u zelf bepalen.

Het astraal gebied.

Tijdens deze bijeenkomst ga ik met u spreken over het astraal gebied.

In de esoterie en in de magie krijgen wij veel te doen met deze schaduwwereld, die gelegen is tussen licht en donker. Het is een vreemde wereld die echter toch onmiddellijk aan uw eigen wereld verwant is.

Onze vriend Elsmeier zou ongetwijfeld zeggen: “Het is slechts één dimensie verder.”

Hoe deze wereld moet worden voorgesteld, brengt wel enige moeilijkheden met zich mede. Wij kunnen niet zeggen dat het een vormloze wereld is. Want vormloos is zij zeker niet. Toch is het een wereld, waarin de vorm reeds voor een groot gedeelte door de gedachten wordt bepaald.

Om u een voorbeeld te geven: de geest die op astraal gebied leeft en komt tot een handelingsbehoefte, kan uit zich en door eigen krachten een soort pseudopode vormen, waarmede dan deze geest verschijnselen kan veroorzaken die ook merkbaar worden in de aanliggende gebieden. D.w.z.: op uw eigen wereld, zelfs ook reeds in een wat hogere sfeer. De verschijnselen worden wel door de geaardheid van de wereld, waarin zij geuit worden, mede beperkt.

De magiër maakt juist van deze eigenaardige wereld buitengewoon veel gebruik. Hierin vindt hij nl. alle gestalten en vormen die voor hem begeerlijk zijn. Hij vindt hier een geest die zich gemakkelijk in de stof kan materialiseren, in de stof kan werken en aan de andere kant een geest die voor alle doeleinden geschikt is, juist omdat zij vaak in eigen weten en vermogen beperkt is.

De astrale wereld wordt gekenmerkt door het feit dat op het astraal gebied geen eigen bewustzijn bestaat, bewustzijn dus dat zuiver uit deze sfeer voortvloeit.

Het is een vormgevingswereld, waarin alle vorm bestuurd moet worden door intellecten, die of hoger, of lager staan dan deze wereld zelf is gelegen.

Wanneer wij van lagere zijde uit een voertuig op astraal gebied zien vormen, dan kunnen wij dit over het algemeen onmiddellijk bemerken aan de schrikvormen, die juist de lagere wereld heel vaak tot stand brengt, zodra zij contact maakt met iets dat qua bewustzijn met het eigen wezen verschilt.

Deze schrikvormen zijn waarden waarmede u ook zelf te maken zult krijgen wanneer u zich ooit op astraal gebied zult gaan bewegen. Men dient zich te realiseren dat een vorm op astraal gebied geen invloed op anderen kan uitoefenen, tenzij men zelf deze vorm als reëel aanvaardt. Dit is voor u zeer belangrijk.

Dan de uitingen van het hogere op het astraal gebied.

Het astraal gebied maakt een contact mogelijk met praktisch elke andere wereld, zal zo zelfs de laagste sfeer onder omstandigheden een lichaam aan een bewustzijn in het astraal kunnen projecteren en hiermede werken, zullen ook de hoogste sferen altijd tot het astraal gebied door kunnen dringen en zich daar een tijdelijk voertuig op kunnen bouwen.

Wij dienen die dingen goed te onthouden om te begrijpen, want anders heeft hetgeen ik u nu ga vertellen geen zin. Mag ik dus vragen, of door u allen van de door mij genoemde punten overtuigd bent en doordrongen bent van de door mij genoemde feiten?

Vragen.

  • Is het dan mogelijk dat een magiër uit het astraal gebied dingen gebruikt die hij hier in de stofwereld gebruikt en daar mee werkt?

Ja, dit is inderdaad in de praktijk mogelijk, ofschoon de magie al het astraal gebied in de eerste plaats gebruikt als contactmogelijkheid voor het astraal gebied van de mens. Onder omstandigheden kan hij echter zelfs waarden uit het astrale gebied tijdelijk zich zo doen verdichten, dat zij op aarde een tastbare en kenbare vorm krijgen.

  • Zelfs zichtbaar?

Inderdaad. Dit zowel voor goede als slechte doeleinden, zodat zelfs pseudo-persoonlijkheden kunnen worden geproduceerd. …..

  • Kan ook een hogere geest van die stof gebruik maken om zich hier te manifesteren?

Inderdaad. De doorsnee hogere geest, die een dergelijke manifestatie wenst, zal dit doen. Dan gaan wij nu even eerst de geaardheid van het astraal gebied vaststellen.

Het astraal gebied kan het beste worden omschreven als losse materie. D.w.z. kleinste delen van de materie, die niet onderling gebonden zijn, maar wel tijdelijk tezamen kunnen worden gebracht door betrekkelijk geringe krachten als er schuilen binnen elke persoonlijkheid. Het gebied zelf is onbegrensd en omvat het totaal van de kosmos. Het is een tussenwereld, die in de eerste plaats uit de materie stamt en door de geest wordt gebruikt, doch nooit mag worden gezien als een werkelijk deel van de geestelijke sferen.

Met het praten over het astraal gebied kunnen natuurlijk wel een hele avond vullen. Ik zou mij voor vandaag willen beperken tot enkele raadgevingen en enkele citaten die ik dan voor u wat nader wil bespreken. Het eerste citaat:

“Waar een geest leeft en bewustzijn heeft, leeft zij tevens op astraal gebied, tenzij haar bewustzijn haar hiervan verwijdert.”

Een mens die zich volledig bewust is van het astrale gebied, zal nooit en te nimmer een astraal lichaam produceren en uittredende met zich nemen. Integendeel, hij zal het astrale lichaam, dat door het beperkte bewustzijn van het lichaam in en rond het lichaam wordt gevormd, achter laten en gebruikt in plaats daarvan hogere voertuigen, die in tegenstelling tot het astrale lichaam door lagere machten niet aantastbaar zijn en dus ook niet kunnen worden gebruikt om aanvallen te doen, of aangevallen te worden.

Eenieder die een bewustzijn heeft, ongeacht zijn sfeer, produceert onbewust zijn evenbeeld in de astrale wereld, waar de materie van deze wereld door gedachten en gedachtevormen wordt gebonden. Zodra het denkbeeld zich wijzigt, wijzigt zich de astrale weerspiegeling daarvan tevens, doch iets vertraagd.

Het weten dat ook onbewust in het astrale bepaalde beelden kunnen worden opgebouwd, is voor ons belangrijk, omdat wij hierdoor kunnen beseffen dat wij alleen met ons denken, ja, alleen door ons leven, zonder ooit te willen dat dit ook in een andere wereld wordt uitgedrukt, toch in het astrale gebied invloed uit zullen oefenen en voor onszelf en van onszelf bepaalde beelden opbouwen, die onmiddellijk door anderen kunnen worden aangevallen, of ons tegen de aanvallen kunnen verdedigen, die mogelijkerwijze door anderen op astraal gebied op ons worden gedaan.

Hieraan zou ik de volgende raad willen knopen: Er bestaat een kindergebedje, dat begint: “Als ik ’s avonds slapen ga, volgen 14 engeltjes mij na, enz.” Men zou denken dat dit van weinig betekenis is, maar het kind dat hierin gelooft, schept voor zichzelf op astraal gebied door eigen denken een bescherming, onverschillig of deze door hogere sferen verder bezield wordt of niet. De instelling: beschermen, waarmede deze projectie geschiedt, maakt het onmogelijk dat aanvallende krachten van deze vormen gebruik maken. Zij zullen zich bovendien tot het totaal van hun krachten verzetten tegen elke aanvallende tendens van andere astraal beelden.

Dientengevolge doen wij er goed aan, wanneer wij onszelf niet goed gevoelen, of in gevaar, indien er voor ons geestelijke moeilijkheden bestaan, of wij ons lichamelijk minder prettig voelen, een dergelijke bescherming zelf te scheppen door ons een beschermer voor te stellen. Over het al of niet reëel zijn daarvan, hoeven wij ons geen zorgen te maken. De beschermende gedachte en het geloof aan deze figuur is voldoende ons op astraal gebied een wachter te geven. Een wachter die al hetgeen als een verwachting, of geloof, door ons in hem word gelegd, zal volbrengen en ons op stoffelijk gebied enorm veel goed kan doen.

Zou men zich toeleggen op de magie, dan is het raadzaam zich door permanent mediteren over dezelfde figuren ons op astraal gebied vaste wachters te scheppen, die, ofschoon geen direct deel van eigen lichaam of geest, door eigen geest kunnen worden gedirigeerd en het als zodanig mogelijk maken zonder eigen astraal voertuig bloot te stellen op astraal gebied de maatregelen te treffen, die magisch gezien wenselijk of noodzakelijk zijn.

Een volgend citaat:

“Er is een wereld waarin licht noch duisternis leeft. In deze wereld ligt de wieg van het leven.”

Zoals u ongetwijfeld begrijpt, is die wereld, waarin licht noch duisternis leeft, het astrale gebied. Het is de wereld van de ongevormde of ongebonden materie. Het is ook de wereld van de ongevormde gedachte.

D.w.z. dat de vormen die door de geest, of de mens op aarde, hier worden geschapen, weliswaar een zekere persoonlijkheid kunnen verwerven, waardoor zij tijdelijk hier als persoonlijkheid kunnen optreden en handelen. Maar zij kunnen alleen voortbestaan wanneer zij van buiten het astraal gebied in stand worden gehouden.

Ook het volgende is een punt dat wij moeten onthouden:

“Alles wat wij scheppen, dus ook dode voorwerpen, zal, wanneer onze gedachten op het proces van de Schepping zijn gericht, een evenbeeld in het astraal gebied bezitten.”

Het bezit dus, afhankelijk van de gedachten die aan bv. het voorwerp zijn gewijd, een persoonlijkheid op het astraal gebied en persoonlijkheden op het astrale gebied zullen hierdoor op een eenvoudige wijze ons, of anderen, die dit voorwerp kunnen benaderen. Het sterkste is dit evenwel bij zuivere kunstvoorwerpen. Het komt echter evenzeer voor bij alle voorwerpen die meer dan normaal de begeerte van de mens wekken, zodat bepaalde gedachte-impulsen hierdoor deel worden van het voorwerp.

Hierbij wil de volgende raad geven:

Wanneer u iets schept, probeer dan voortdurend uw gedachten op reine en edele dingen te stellen. Het voorwerp dat u maakt, wordt hierdoor een soort amulet. Het wordt geestelijk bruikbaar, waar het door de ingelegde gedachtekracht in het bijzonder krachten tot stand kan brengen met goed ingestelde geesten, die zich op het astrale uiten.

Dit is in dit geval dus niet afhankelijk van uzelf. U hoeft dus niet door eigen instelling een contact tot harmonie tot stand te brengen. Het zuiver stoffelijke contact, dat, via het voorwerp, mogelijk wordt, maakt het dan ook vaak mogelijk u in de stof, of in de geest, juist door deze verbinding te helpen.

Ook op een andere manier kan men gebruik maken van deze eigenschappen van het astrale, zoals dan ook in het volgende citaat wordt uitgedrukt:

“Elke geest weerkaatst haar gedachten op het astrale. Om het wezen van een persoon te doorgronden en te kennen, kan ik, zo hij geestelijk noch stoffelijk benaderbaar is, mij instellen op het gebied van het astrale. Het astraal lichaam, waarnemende ik kan komen tot een totale analyse van de gehele persoonlijkheid, waarbij dus alle eigenschappen en alle gebruiken voor mij duidelijk kenbaar zijn.”

Dit stamt uit een verhandeling over de paranormale geneeswijze, die echter reeds betrekkelijk oud is.

Als wij hier de conclusies gaan trekken, brengt ons dit magisch wel een heel eind verder. Wanneer wij dus in staat zijn onszelf ontvankelijk te maken voor de astrale indrukken en gelijktijdig de stoffelijke indrukken die wij ontvangen weten uit te sluiten – een verandering van bewustzijn dus – dan kunnen wij uit dit astrale alles lezen wat ons door de vrije wil, of toestand van een persoon, verhuld zou kunnen worden. Het is dus ook het middel om vast te stellen of iemand nu eigenlijk je vriend, of je vijand is. Het is ook een middel om vast te stellen waar iemand eigenlijk ziek is, of hoe hij hulp nodig heeft.

Het gebruik maken van deze mogelijkheid heeft voor de esoterisch geschoolden bovendien de volgende consequentie: De bewuste, het astrale en zijn eigenschappen kennende, herschept het astrale door zijn gedachten. Zo kan hij de volmaaktheid, die in het begin was, herscheppen in en rond zich.

Deze mogelijkheden gaan verder dan uit deze woorden alleen kan blijken. Het is niet alleen maar een veranderen van de dingen. Op het astraal gebied kan ik aanvallen. De esotericus verlangt in zich een kennis van wetten, maar tevens een bewust deelgenootschap aan de oneindigheid. Hij weet dit mede te bereiken door het eigen wezen zo sterk mogelijk uit te drukken in al wat rond hem is, zodat het aantal reflexen dat hij uit de buitenwereld verkrijgt op zijn eigen wezen in aantal sterk toe neem. Een zuiverder en scherper kennen van het  “ik “ met een gelijktijdig in streven en denken sterker en standvastiger zijn, vloeit hieruit voort.

  • Bedoelt u met het astrale lichaam ook de aura?

In de aura is inderdaad het astraal lichaam opgenomen, maar tevens rekenen wij daaronder de uitstraling van verschillende ander voertuigen. Wij moeten niet vergeten dat in de aura ook een zuiver stoffelijke uitstraling aanwezig is, evenals een zuiver geestelijke. Astraal wil dus zeggen: een deel. Voor helderzienden van mindere kwaliteit maakt dit meestal wel het grootste gedeelte uit van hetgeen zij waarnemen.

  • Er zijn verschillende kleuren die wij onderscheiden moeten.

Inderdaad. Maar op dit gebied bestaan er vaak enkele moeilijkheden. Ik mag dit misschien ook weer met een kort citaat trachten te verklaren.

De eigenschappen van de geest en van de stof worden uitgedrukt in de straling die zij in de ruimte rond zich uitzenden. Het totaal van deze wereld kan mede in het astrale worden vastgelegd. Dit is echter slechts mogelijk met de beperking dat het hogere van de geest en het lagere van de stof, zowel als de vaste vorm van de stof, bij de waardering worden uitgeschakeld. Slechts de levende en dus veranderende elementen hierin worden ook op het astrale gebied openbaar.”

Dit houdt in: dat de waarneming van een astraal lichaam soms een richtlijn kan geven t.a.v. de geestelijke gesteldheid van de eigenaar. Maar vooral wanneer van een hoogstaand mens sprake is, zal toch slechts een onbelangrijk deel geheel uit het astrale kunnen worden afgelezen.

Gelijkelijk geldt dat wij in de levensprocessen die ziekten astraal kunnen vaststellen en vinden, die door “leven” mede kenbaar zijn in het astrale lichaam. Structurele fouten in het lichaam, mits niet meer veranderlijk, zullen in het astrale lichaam verbleken en uiteindelijk ontbreken. Zij zijn dan niet meer betrouwbaar kenbaar, tenzij zij leven in de gedachten van de persoon. Hierbij wordt niet de werkelijkheid, doch diens gedachtebeeld waargenomen. Ook wanneer zij oorzaak worden voor bepaalde processen binnen het lichaam, of in de geest, zullen wij een – zij beperkt – beeld hiervan weer kunnen krijgen. Slechts door een vergelijken van hetgeen wat er stoffelijk en astraal wordt waargenomen, kan men in een dergelijk geval tot een juiste vaststelling komen.

  • Zijn deze scheppingen in het astraal gebied van blijvende aard?

Zij lossen weer op, tenzij zij in stand worden gehouden door waarden buiten het astrale.

  • Wij kunnen dus impulsen uitzenden en ze in stand te houden?

Ja. Het is ons mogelijk, desnoods alleen reeds door ons leven, een schil, een onbezield astraal lichaam dus, achter te laten, dat 100 tot 150 jaren – volgens de menselijke tijdrekening – zonder verdere toevoeging van impulsen kenbaar kan blijven voortbestaan. De schil wordt in verloop van tijd steeds vager. Zij zal handelen alsof zij onze oude persoonlijkheid was, zonder dat enig nieuw element aan die persoonlijkheid kan worden toegevoegd.

  • Daar spreken de theosofen ook over en de Rozenkruisers.

Ja. Zij vergeten daarbij echter al te vaak een heel belangrijk punt: dat de bewuste geest, de schil te allen tijde vernietigt door haar eigen denken.

Het bewustzijn dat deze schil na de dood wordt achtergelaten en terugvalt, betekent reeds t.o.v. de schil een gedachte van ontbinding. De schil zal dus hoofdzakelijk als door genoemden gesteld, blijven voortbestaan. Bij de bewuste mens zal zij niet blijven voortbestaan.

  • Maar daar spreken zij niet meer over.

Wij kunnen niet verwachten dat eenieder altijd volledig is in zijn uitingen. Dat verwachten wij van onszelf ook niet. Het is misschien toch goed dat wij hier dus even vaststellen dat een schil inderdaad bestaat.

Zo gaan wij ons een ogenblik bezig houden met meer esoterische zaken.

Wanneer in het oerprincipe het totaal van het wezen wordt gespiegeld, kunnen wij zeggen dat het gehele wezen te allen tijde in het oerprincipe aanwezig is en kenbaar, of niet, te nimmer daaruit kan worden weggenomen.

Hieruit volgt dat het oerprincipe de enige weg is, die wij te allen tijde kunnen gaan en dat zij de enige wereld is, waarin wij uiteindelijk zullen blijven voortbestaan. Hier wordt ook gesproken over het astraal gebied, zij het, dan ook in wat andere termen.

Het astrale gebied is de tussenweg, het gebied liggende tussen stof en geest. Materie en geest, zijn beide uitingen. Zij zijn reëel en bewust, zover dit binnen een persoonlijkheid mogelijk is. Het astraal gebied blijft ook voor de demonen, die daar alleen leven, irreëel. Het is geen geest.

Toch bevat het de elementen van alle werelden. Een wereld die een synthese is van al het bestaande – iets wat de esotericus zich als het ideaal voorstelt – zou ons dus terug voeren naar het astrale gebied, dat dan door bewustzijn gedragen ons de absolute gestelde en het absolute bewustzijn brengen. Waar echter de eigenaardige structuur van de astrale wereld ons tevens weer doet vermoeden, dat zij een vaste vorm te allen tijde zal verwerpen, zouden wij kunnen zorgen dat het ogenblik van verstarring in de astrale wereld zou moeten betekenen de volmaakte uiting van het totaal van de Schepping en tevens het einde van elke zelfstandige bestaansvorm.

Magisch dan: “Wanneer ik mij een dienaar roep, kies ik mij een dienaar die in mijn huis woont, zodat hij mijn roep hoort en mijn stem verstaat!” Dit komt voort uit een manuaal voor magische opleiding, zoals op het ogenblik nog in Tibet gebruikt wordt.

Wij moeten ons als magiër dienaren zoeken. In het astrale kunnen wij echter nooit dienaren vinden, die gelijktijdig intellectueel, handelingsbekwaam en vormvast zijn, dus van blijvende geaardheid. In de praktijk zoekt de magiër zich een dienaar in het astrale gebied. Deze dienaar moet echter wonen in uw huis. D.w.z.: de reeks handelingen die men van de dienaar verwacht, moet worden verdeeld over een reeks van geesten, of schillen in het astrale gebied, waar elk van hen slechts in een enkele gedachte, of wens, van u kan “wonen”. Elk heeft dus slechts een bepaalde taak.

Voorbeeld: U zou een geest uit het astrale de gedachten van uw medemensen willen doen lezen, doen afluisteren, wat andere mensen op een afstand van u bespreken op papier, of ander schrijfgerei, neer doen leggen, wat geestelijk wordt waargenomen. Dan kunnen wij niet volstaan met slechts één enkele astrale figuur. Wij hebben dan te maken met een veelheid van wensvormen. Tenzij wij dus samenwerken met een zich op het astraal gebied uitende geest uit een andere sfeer, blijkt het noodzakelijk voor elke afzonderlijke handeling iemand te dwingen, of te bouwen.

Wij hebben dus een vorm die gedachten waarneemt, een tweede die ze behoudt, realiseert en overbrengt en een derde vorm om ze neer te schrijven. Wij hebben er één die luistert, een vierde die deze waarde behoudt en overbrengt en natuurlijk ook in dit geval de geest die het neerschrijft. Men kan dus niet verwachten op astraal gebied, een reeks van vrije figuren te kunnen vinden of scheppen, die in staat zijn complexe reeksen van handelingen of gedachten te behouden, of uit te voeren. Wij zullen er ons van bewust moeten zijn, dat wij – magisch gezien – voor elke handeling door middel van het astrale zullen moeten beschikken over een afzonderlijke dienaar of kracht.

Dit brengt met zich mede dat het meestal praktischer is in de geest of de stof te werken dan in de astrale wereld.

Er is hier een uitzondering te maken voor grijze en zwarte magie, die veelal door de geaardheid van hun werken, slechts in de lage geestelijke sferen kunnen werken, terwijl werken in de stof gevaren en conflicten met zich brengt. Hier wordt over het algemeen wel gebruik gemaakt van het astrale gebied, zij het vaak slechts als bufferstaat tussen de voor de mens-magiër niet aanvaardbare afgrondswereld van het duister en zijn eigen wezen, die toch met dit duister in betrekking staan.

Esoterisch: “Wanneer wij bepaalde gestalten van vrees overwonnen hebben, vinden wij dat deze gestalten tot ons terug komen zodra wij verzwakken. Wij overwinnen de vrees niet één maal, maar duizenden malen. Wij overwinnen de dood ongetelde malen.”

Deze uitspraak wordt ons duidelijk, wanneer wij ons de werking van gedachteassociaties voorstellen.

Op een pad, dat ik geestelijk ga, ontmoet ik bv. bij één van de Poorten de vrees. Deze vrees krijgt voor mij gestalte en staat met mij in direct verband met een bepaalde beproeving. Wanneer ik dus dezelfde aarzelende gevoelens in mij krijg, die voor mij voor, of tijdens deze beproeving in mij leefden, wek ik hiermede automatisch door mijn eigen gedachten het beeld van de vrees, waardoor een reproductie van de reeds beleefde toestand voor mij weer werkelijk wordt. Ben ik mij dan van het astrale bewust, dan zie ik deze schrikgestalte mij overal achtervolgen.

Omgekeerd: Heb ik een beleving, waarbij een geestelijke kracht mij heeft geholpen en bijgestaan, dan zal een optreden van de gelijke toestand en gemoedsgesteldheid mij onmiddellijk mij dit beeld doen realiseren, zodat ik de steun van deze kracht naast mij voel, ofschoon de handelingsimpuls en kracht vaak in een dergelijk geval uit mijn eigen bewustzijn en niet vanuit de geest stamt.

Hieraan wil ik weer een kleine raadgeving verbinden. Wetende hoe het astrale gebied voor ons is, zullen wij zoveel mogelijk vermijden vaste beeldassociaties te verbinden met elke angst en begeerte. Kortom dus met alle waarden die wij op onze levensweg meerdere malen, of regelmatig zullen kunnen ontmoeten. Hierdoor voorkomen wij dat impulsen van uit ons eigen wezen in de astrale wereld worden weerkaatst via onze herinnering en tot ons terug keren, of zelfs nog op astraal gebied een versterking van invloed zullen ondergaan door harmonie met niet uit ons stammende gelijk gestemde vermogens, die daar op dat ogenblik geuit zijn.

Beheersing van de gedachten is dus belangrijker dan men meestal denkt. Moge voor de mens de gedachte tolvrij zijn: ik kan u verzekeren dat zij op astraal gebied tolplichtig is en vaak zeer hoge lasten op moet brengen om voor zichzelf dan een vrije doortocht te verwerven.

De gedachte die negatief is, schept een negatieve waarde, die vanuit het astrale wederkerig een negatieve invloed op ons en ons leven doet gelden.

Hoe meer wij onze gedachten regeren, hoe meer wij ook onze gedachten voortdurend richten op het goede, hoe sterker de invloeden zullen zijn die op deze wijze – ook van buitenaf – ons voortdurend ten goede zullen beïnvloeden.

Nu nog een laatste aanwijzing: Wanneer wij een bepaald probleem hebben en de oplossing daarvan lukt ons niet, wanneer wij een raadsel op moeten lossen, voor wij verder kunnen gaan, wanneer wij ons belast of bezwaard voelen door bepaalde gebeurtenissen of indrukken in het leven, bestaat er voor ons vaak een uitweg door deze impuls sterk op het astrale gebied te uiten. Dit moet dan echter zonder uiting geschieden. Wij moeten zuiver het probleem projecteren, dus op dezelfde wijze waarop men het bv. op zou schrijven op een schoolbord.

Op het ogenblik dat wij dit doen, wekken wij een harmonie met alle uitstralingen op astraal gebied met dezelfde waarden in zich en ongeveer gelijke gezindheid. Deze sympathische trilling kan een gezamenlijk bewustzijn voor korte tijd in het astrale gebied doen ontstaan dat ons, uit de veelheid van weten hierin voor een ogenblik gehouden vaak een oplossing geven voor onze problemen. Zo krijgen wij hieruit vaak ook een nieuwe zienswijze omtrent ons eigen handelen en leven.

Kortom datgene waar wij eigenlijk op wachten. Dit klinkt u misschien wat vreemd.

U heeft heel vaak gehoord over het bovenbewustzijn. Dan kan ik u zeggen dat niet het bovenbewustzijn zelf is, maar het is een methode om uit het totaal bewustzijn van de mensheid reflexen te trekken die bevorderlijk zijn voor hetgeen men zelf wil, of moet doen. Op deze wijze kan men vaak gebruik maken van een zeer groot gedeelte van het menselijk kunnen, terwijl vaak gedachtebeelden – scherp gevormde gedachtebeelden – uit vergane tijden nog langere tijd op het astrale gebied blijven leven en zo ook tevens hun vermogen en kennis toevoegen aan hetgeen het heden op een bepaald gebied tezamen kan brengen.

  • Hoe worden wij ons bewust van het astraal gebied?

Wij zijn er ons van bewust, ofschoon wij dit niet altijd weten, want wij stellen heel vaak aanwezigheid van astrale invloeden vast. Wij stellen invloeden rond ons vast, die soms zo nauw verwant zijn met het stoffelijke dat zij bij ons onmiddellijk stoffelijke impulsen kunnen wekken wanneer wij in de stof zijn.

Bv.: “Er loopt iemand over uw graf”. Iemand komt binnen en “werpt een zwarte mantel”, de gehele stemming is verdwenen. Er komt iemand binnen en het is net of “er een zonnetje binnenkomt.” Die uitdrukkingen bestaan niet voor niets. Zij geven weer wat aan gevormde gedachten wordt uitgestraald in het astrale gebied, waar dan de beste mogelijkheid tot contact met u vaak wordt gevonden.

U neemt astrale toestanden en waarden ook waar wanneer u in een vertrek komt waar ruzie is geweest. Er is niemand meer aanwezig en stoffelijk wijst niets hierop. Toch wordt de ruziesfeer door u ervaren.

Deze afdruk komt ook in de eerste plaats uit het astrale gebied, u ziet dus dat men over het algemeen betrekkelijk sensitief is t.o.v. het astrale. Het zien daarvan kan alleen bereikt worden, wanneer men een zekere graad van helderziendheid heeft. Deze is het resultaat van een geestelijke bewustwording, gepaard gaande met een omzetting op geestelijk, maar ook op stoffelijk gebied en wel vooral in de hersenen. Dit geldt voor helderziendheid die wordt verworven en niet buiten eigen toedoen wordt verkregen. Niet iedereen kan dit natuurlijk gelijk gemakkelijk bereiken.

Het lijkt mij echter dat deze helderziendheid, vooral op het gebied van het astrale, allesbehalve begerenswaardig is. Wanneer zij beheerst wordt, heeft zij natuurlijk wel haar nut. Maar wanneer zij niet beheerst wordt, geeft zij ons te veel te zien dat afzichtelijk, onplezierig is e.d.

lk geloof dat ik hiermede uw vraag reeds heb beantwoord. Waar wij vaststelden dat u allen, zoals u hier zit, reeds gevoelig bent voor invloeden uit het astrale gebied.

Hoe scherper u op deze dingen gaat letten, hoe sensitiever u ook wordt. U constateert dus steeds sneller en beter wat er rond u aanwezig is. Op de duur kan hier dan ook een volledig bewust ervaren op astraal gebied uit voortkomen voor u. Maar zoals reeds gezegd, dit is niet altijd nodig en ook niet altijd te beseffen.

  • Als het niet te beseffen is, wat hebben wij er dan aan? Waarom zouden wij ons dan daarin begeven.

Het is nodig dat u weet dat dit astraal gebied bestaat, omdat het ook, wanneer u daar verder geen bewustzijn over hebt, of kennis van draagt, zijn invloed op u uitoefent.

Het gaat er ons bv. helemaal niet om u zover te brengen dat u op astraal gebied alles zult kunnen zien. Maar het gaat er wel om u duidelijk te maken hoezeer u ook zelf mede de geestelijke invloeden rond u schept, hoe geestelijke en stoffelijke invloeden vanuit het astraal gebied soms voor u beslissend kunnen zijn.

Hetgeen ik hierover dan ook bracht tijdens deze bijeenkomst, was zeker niet bedoeld als een aanmoediging om nu maar een astraal gebied waar te gaan nemen. Wel als een waarschuwing voor het nadelige, wat gij voor uzelf soms daar kunt scheppen. Van gunstige waarden, waardoor u, al neemt u ze niet zichtbaar waar, via het astraal gebied uzelf voor zeer veel onaangenaamheden kunt beschermen.

  • Ik kan dus zelf beschermengelen vormen, maar hoef ze niet te zien?

Zien is niet noodzakelijk. Wanneer u ze zou zien, zou u uiteindelijk een verbeterd beeld van uzelf zien. Want men zegt wel eens dat ook ieder zich zijn beschermengelen schept op astraal gebied als een soort van “super-ik”.

  • Maar wat mij inderdaad beschermt.

Ja. Dat is juist het eigenaardige hiervan. Maar dit beperkt zich alleen tot de wereld van het astrale. Want wij kunnen over de psyche vaststellen dat een bewustzijn en vertrouwen omtrent waarden, die men zou bezitten, ook wanneer zij feitelijk niet u bewust eigen zijn, uw prestatie- en uithoudingsvermogen in deze richting sterk kunnen vergroten.

  • Het is dus de zaak eerder een meerderwaardigheids- dan een minderwaardigheidscomplex te krijgen?

Ten opzichte van uzelf altijd streven naar een meerderwaardigheidscomplex. Stel u rustig voor dat u meer kunt dan u werkelijk kunt, mits u dit niet te veel overdrijft. Maar stel u nooit voor dat u meer bent dan een ander. Een ander zal nl. deze waan wraken en u vragen: “Ben je gek?” en dat brengt dan op de duur toch weer een minderwaardigheidscomplex teweeg. Maar waar maar de mens op deze wijze zich nooit zal afvragen: “Ben ik gek?”, maar daarentegen meestal zijn hoger “ik “ met een zeker aanbidding beschouwt, kun je deze praktijken t.o.v. jezelf wel voortdurend handhaven.

  • Het is dus mogelijk dat overgeganen het astrale gebied gewoon passeren zonder daar te verblijven?

Voor degenen die een beetje bewust zijn, is het niet alleen een mogelijkheid, maar zelfs een feit. De doorsneepersoon die overgaat, wordt binnen het astraal gebied meestal geleid en krijgt dus een soort konvooi van vrienden en bekenden.

De rustperioden die voor de minder bewusten in het astrale gebied meestal volgt – het beleven van reeksen van herinneringen omtrent de stof e.d. – geschiedt dan in een ruimte, of toestand waar de persoon wordt beschermd. Een deel van het astrale wordt dus a.h.w. afgescheiden en afgesloten, zodat daar geen ervaringen kunnen bestaan, ook voor een onbewuste. Daarna brengt men de overgeganen in het licht. Eerst als hij daarvoor vlucht, komt hij in het astraal gebied terecht zonder verdere bescherming.

  • Er zijn dus ook beschermengelen die wij zelf niet geschapen hebben?

Natuurlijk. Maar laten wij nu even kritisch blijven. Het is mogelijk een kast te kopen, die je zelf niet hebt gemaakt, maar als je meent nu vijf kasten nodig te hebben en er is er maar één, dan doe je verstandig om – voorlopig, tot de betere kwaliteit weer geleverd kan worden van buitenaf – zelf een noodhulpje te maken. Dit is het nu wat wij eigenlijk doen wanneer wij ons een beschermengel voorstellen.

  • Is er rede om voor het licht te vluchten?

Dat ligt aan de persoonlijkheid. Het licht onthult de waarheid.

Wanneer je op de wereld leeft, heb je een bepaalde voorstelling omtrent je persoon, omtrent je belangrijkheid, de waardigheid die je bezit, de verhouding tegenover anderen e.d. Je meent dat je op aarde uiteindelijk anderen kunt dwingen je te aanvaarden zoals je jezelf ziet. Op het ogenblik dat je in het licht komt, weet je echter dat dit niet mogelijk is en zie je jezelf ten aanschouwe van eenieder onthult, voor wat je werkelijk bent. Dit is meestal pijnlijk. Kun je het verdragen, dan geneest het licht deze gebreken. De ervaring is dus niet aangenaam. Maar kun je ze aanvaarden en doorstaan, dan bouw je je al heel gauw een nieuwere en betere persoonlijkheid op die aan het licht geheel is aangepast en zich daarin dan ook geheel vrij bewegen kan.

Er zijn echter geesten die dit niet wensen te aanvaarden en voortdurend voor het licht wegvluchten. Zij willen dus hun aardse persoonlijkheid en eigenschappen geheel behouden. Daar komt het eigenlijk op neer.

  • Is het mogelijk, wanneer je eenmaal in het licht leeft, terug te gaan tot het astrale gebied en daar anderen te helpen?

Inderdaad, zelfs op meerdere wijzen. De geest kan nl. op het astraal gebied reeds waarnemen, zonder zich een astraal voertuig op te bouwen. Geschiedt dit, dan is de geest voor de astrale gebieden niet zichtbaar. Ofschoon zijzelf zichzelf daar wel ziet, alles waarneemt en vele dingen daar kan beïnvloeden. Dan kan de geest zich ook tijdelijk zelf een astraal voertuig bouwen, waardoor zij zicht- en tastbaar wordt voor die wereld.

Stamt zij uit hogere gebieden, dan kan zij door eigen krachten en het licht haar astrale voertuig geheel beveiligen tegen elk gevaar.

  • Door het onzichtbaar te maken.

Neen, niet door zich onzichtbaar te maken, maar door het licht tijdelijk als een keten van licht beschermend rond het opgebouwde voertuig te doen stralen. Het licht is immers voor degenen die op astraal gebied zich uiten en niet zelf tot het licht behoren, niet te verdragen. De vijanden kunnen daar dan niet tegen wanneer zij in het licht komen. De voertuigen vallen dus a.h.w. uit elkaar.

  • Is dat dan een aardgebonden geest?

Dat kan het zijn. Maar het kan zelfs ook een heel ander genre van levensvorm zijn dan de menselijke. Er zijn nu eenmaal heel veel verschillende uitingen in het astrale gebied.

In de eerste plaats treffen wij daar ook verschillende natuurgeesten aan. Elementalen bezitten over het algemeen een op het astraal gebied geuit lichaam. Naast de mensen zien wij verder astrale uitingen van dieren en planten.

Verder vinden wij er de zgn. goden – waanbeelden door het denken van mensen – of mensen, gemeenschappen, tot stand gebracht. Schillen van machtige geesten en personen uit het verleden, vaak reeds langzaam vervallende, maar toch machtig genoeg om voor zich een leven op astraal gebied te handhaven.

Naast gedachten en ideeën die door heel de mensheid een astrale vorm kregen, vinden wij vormen die door een enkeling werden voortgebracht. Hieronder vinden wij duivels, demonen, spoken e.d.

Verder bestaan er invloeden buiten uw eigen wereld liggende en het meest overeengekomen met luchtelektrische verhoudingen en kosmische stralingen, maar toch een eigen persoonlijkheid bezitten en zo tot een uiting op astraal gebied kunnen komen. Hun astraal beeld doet ons vaak denken aan een bewegend kristal, waarvan wij binnen- en buitenlijnen duidelijk kunnen zien.

  • Spreekt u uit ervaring?

Ja, wat dacht u? Dat ik hier zou kunnen komen zonder ook bekend zijn op astraal gebied?

  • Astraal gebied is materie. Kunnen wij dit dan opvatten als een compliment van de dissociatie van de materie?

Als u het zo uit wilt gaan drukken, kunnen wij het heel simpel formuleren door te zeggen: dat de negatieve waarde van de kracht in de materiële wereld, de positieve substantie is in de astrale wereld. Het is betrekkelijk eenvoudig wanneer je het eenmaal weet.

  • Is de astrale wereld voornamelijk vijandig geneigd? Die indruk krijgen wij uit hetgeen u zegt.

De astrale wereld is, zoals wij zo-even hebben vastgesteld, t.o.v. uw wereld negatief. Zulk negativisme kan schadelijk zijn. Elke uiting op astraal gebied kan – tenzij speciaal om andere negativismen op te heffen – op ons, zolang wij in de stof zijn een invloed hebben die minder prettig is. Het is daarom beter dat wij de astrale wereld over het algemeen met enig wantrouwen beschouwen. Zij is niet vijandig, doch zozeer anders geaard dat elke uiting van een vijandig intellect binnen deze negatieve materie voor ons een veel sterker negatieve invloed kan betekenen.

Er zijn echter geesten die dit niet wensen te aanvaarden en dus voortdurend voor het licht wegvluchten. Zij willen dus hun aardse persoonlijkheid en eigenschappen geheel behouden. Daar komt het eigenlijk op neer.

  • Is het mogelijk, wanneer je eenmaal in het licht leeft, terug te gaan tot het astrale gebied en daar anderen dan te helpen?

Inderdaad. Zelfs op meerdere wijzen, de geest kan nl. op het astraal gebied reeds waarnemen, zonder zich een astraal voertuig op te bouwen. Geschiedt dit, dan is de geest voor de astrale gebieden niet zichtbaar, ofschoon zijzelf daar wel ziet, alles waarneemt en vele dingen daar kan beïnvloeden. Dan kan de geest zich ook tijdelijk zelf een astraal voertuig bouwen, waardoor zij zicht- en tastbaar wordt voor die wereld.

Stamt, zij uit hogere gebieden, dan kan zij door eigen krachten en het licht haar astrale voertuig geheel beveiligen tegen elk gevaar.

  • Dus altijd positief er tegenover staan?

 Ja. Positief leven en denken is voor ons beste middel om elke negatieve invloed van de astrale wereld in ons leven uit te sluiten.

← vorige tekst
overzicht
volgende tekst →
image_pdf