Is Christus de enig zaligmakende?

image_pdf

6 november 1959

Wij zijn niet onfeilbaar, zelfs niet alwetend, daarom dient u ook zelfstandig na te denken.

Is Christus de enig zaligmakende ?

Bij dit onderwerp zijn er verschillende interpretaties mogelijk. De zuiver kerkelijke is deze: Jezus is uit de dood herrezen. Allen, die in Hem geloven, zullen door Hem eveneens uit de dood worden gewekt. Hierbij staat Jezus geheel alleen in het middelpunt. Hij alleen is het, Die de mens kan behoeden voor de tweede dood, waarvan Hij ons spreekt.

Voor wij ons hier al te zeer aan vast gaan klampen, lijkt het mij wel goed eens na te gaan hoe dit geloof tot stand kwam. Ik mag wel nadrukkelijk zeggen, dat in de oude tijden de Joden zeer lang hebben gemeend dat dood “dood” was. In de lessen van de Prediker vinden wij een verwijs hiertoe, wanneer hij zegt: “Het is beter een levende hond te zijn, dan een dode leeuw.”

Hiermee bedoelde hij zoiets als: Denk eerst om je leven en dan pas om je helden reputatie. Bij Jesaja vinden wij de opvatting dat degenen die dan zullen leven, wanneer de Messias komt, door Hem zullen worden opgenomen in een stoffelijk rijk, waarin geen dood meer bestaat. Een rijk overigens, dat bij een letterlijke interpretatie dan gelegen zal zijn in het land Kanaän. In dit geloof is er nog geen sprake van een persoonlijk voortbestaan en kan ook geen sprake zijn van een zaligmaking.

Later vinden wij menige uitlating die ons toont dat de mens gelooft bij de komst van de Messias te zullen herleven. Men is niet meer op het nageslacht aangewezen om alleen daarin een mogelijkheid tot voortbestaan te vinden. De mens zal persoonlijk, zoals hij was, uit de dood worden opgewekt. Overigens was zelfs ten tijde van Jezus leven op aarde hier nog enig verschil over. De Sadduceeën geloofden bv. uitdrukkelijk niet in een mogelijk persoonlijk voortbestaan na de dood. Ik hoorde zo-even onze vriend daar roepen, dat het niet juist is. Ik kan begrijpen dat u dit anders geleerd heeft. Dit neemt niet weg, dat wij hier bijeen zijn om ook vooral de feiten even onder de loep te nemen.

  • U spreekt hier van het Oude Testament.

Zeker. Ik citeerde enige punten die de ontwikkeling van het geloof aan een voortbestaan weergeven. Die punten zijn door mij geïnterpreteerd volgens de stellingen die algemeen golden in de tijd dat de profeten spraken. Ik heb het hier niet over een mogelijk later daaraan gegeven uitleg. Ik kan zelfs nog iets verder gaan. Het geloof aan een persoonlijk voortbestaan ontstond in feite pas ongeveer 400 jaar vóór Christus. De gedachte, dat de komst van de Messias tevens een verlossing van de dood zou betekenen – en dat ligt mede in dit zalig maken opgesloten – groeide langzaam maar zeker uit tot een soort obsessie. Juist dan verschijnt Jezus op het toneel. Ook Hij spreekt over een voortbestaan, waardoor hij komt tot geschillen en meningsuitwisselingen met anderen. Naar ik meen, vinden wij deze vooral in Lukas vermeld.

Hier ligt de grondslag: De behoefte aan een persoonlijk voortbestaan wordt steeds groter. Een lichamelijk voortbestaan en een lichamelijke opstanding, zoals die in de tijd van Jezus leven algemeen aanvaard werd, heeft in de moderne tijd plaats moeten maken voor een geloof aan het voortbestaan van de ziel. Aan de hand van de Evangeliën, het Oude Testament ook, zou aanvaardbaar te maken zijn, dat de mens die sterft, inderdaad dood is, sluimert. Hij zal uit deze rust eerst gewekt worden, wanneer Jezus komt om Zijn rijk op aarde te vestigen. Dit klinkt door in de Artikelen des Geloofs en wordt ook weerspiegeld in de Openbaring van Johannes en de geschriften der apostelen. Ook in de schrifturen van Paulus vinden wij aanwijzingen in deze richting.

Wanneer wij alleen op de Bijbel en de Evangeliën afgaan, wordt het ons wel heel erg moeilijk gemaakt de term “enig zaligmakende” te omschrijven en te verdedigen. Bij een letterlijke interpretatie vinden wij in de Heilige Schrift namelijk zoveel tegenspraken, dat wij zelfs nu nog op grond daarvan zouden kunnen verkondigen: Dood is dood. U begrijpt wel, dat ik – al is het alleen maar door de aard van mijn eigen ervaringen – een dergelijke mening niet voorsta. Wel kan ik stellen wanneer er sprake is van een voortbestaan, dit niet kan voortvloeien uit het verschijnen van Jezus op aarde alleen. Dan moet dit voortbestaan deel zijn van een Goddelijke wet. Het is dan reeds daarom onjuist, wanneer wij stellen dat Jezus de enig zaligmakende is. Wij hebben hier immers te maken met een bepaalde persoon en een bepaalde leer. Die leer zal vervormd worden door de tijden, tot de legende van Jezus voor de mens evenzeer een soort zinrijk sprookje is geworden, als nu de helden- en godenverhalen van andere, nu vergane volkeren. Wij mogen ons op de huidige leer niet baseren. Ik meen dat juist vanuit een Christelijk standpunt – ik beschouw mijzelf zeer zeker nog als Christen – mag worden geprotesteerd tegen de samenvoeging van de begrippen “Jezus” en “alleen zaligmakend”. Nu ik dit moet zeggen is het wel goed dat ik al aan deze kant ben, anders zouden mijn kerkelijke superieuren mij mores leren.

In de stelling van het onderwerp komt een ander begrip naar voren. Wij vinden daar niet de naam “Jezus”, doch “Christus”. Wij kunnen het woord Christus in verband brengen met woordafleidingen als bv. “gulden”. In de Heiligenkalender van de Roomse kalender bestaat zelfs een Chrysostomus, een “guldenmond”. Misschien vind u het wat stoutmoedig van mij, dat ik dit laatste begrip over wil brengen op de Christus. Christus is het gouden licht Gods. Hij is de stem Gods, die door alle tijden heen – ongeacht de sfeer, wereld, of persoon – gehoord kan worden door alle delen van de Schepping. De Christusgeest is – voor mij althans – de grote openbaring van de Goddelijke liefde. Om tot God te komen, ons te bevrijden van al het lage en misleidende van ons bestaan, moeten wij werkelijk de kant uitgaan van Gods liefde.

U had misschien verwacht dat ik na deze inleiding zou zeggen dat Christus niet de enig zaligmakende is. Dan spijt het mij voor u, want indien u rekening blijft houden, met wat ik u zo-even heb gezegd, is Christus de enig zaligmakende. Hij is echter niet een enkele figuur in de geschiedenis, of het centrale punt van een godsdienst. Hij is een uiting van de Goddelijke Kracht zelf, tijdloos en onbegrensd, altijd bereikbaar, altijd aanwezig.

Laat ons proberen op deze basis – zo goed wij dit kunnen – nuchter na te denken. Een lichaam heeft voedsel nodig. Menig lichaam prefereert zelfs nog wat vloeibare voeding erbij…..

  • Wijn

Ja, een glaasje wijn op zijn tijd. Wanneer dat lichaam die voeding niet krijgt, kan het niet normaal meer bestaan. Het gaat ten onder, voor het geleerd heeft op een andere wijze te voorzien in zijn behoeften. Ik zou de Christusgeest willen vergelijken met voedsel en drank.

Wanneer een mens in zich alleen haat kent, verwerping en verachting, wordt zijn leven steeds bitterder en kleiner. Hij zal niet meer in staat zijn te begrijpen wat er aan moois rond hem is. Hij sterft als het ware geestelijk door een gebrek aan ervaringen en bewustwording. Hij wordt teruggebracht tot een ondergang en eeuwige duisternis door zijn onvermogen iets van het enig ware voedsel der ziel, de liefdekracht van God te aanvaarden.

Wanneer dit juist is, moeten wij toch wel aannemen, dat diezelfde kracht er ook al voor Jezus is geweest. Hoe zouden anders de aartsvaders in de hemel kunnen zijn? Hoe zouden er dan wezens kunnen bestaan die zich onttrekken aan de dood, met vurige wagens ten hemel op worden genomen, om eens terug te keren? Hoe zou de eeuwigheid anders kunnen bestaan?

Hierom zeg ik vanuit mijn standpunt: Ja, Christus is de enig zaligmakende. Hij is echter niet één persoon. Misschien is Hij voor een kort ogenblik van Zijn onbegrensde bestaan een wezen geweest, dat zich bevoertuigde in Jezus van Nazareth. Misschien zijn er ook vele anderen geweest die voor deze kracht een voertuig waren en de kracht in zich hebben gedragen, om zo het gouden woord tot de mensheid te kunnen spreken, maar zonder die Christusgeest, zonder voor ons een kenbare en ervaarbare uiting van de Goddelijke liefdekracht, blijft ons niets over dan duister en dood. Er is geen geluk te vinden in de eenzaamheid. Slechts in het deel zijn van de kosmos is geluk te vinden. De eeuwige zaligheid, indien u het liever zo wilt noemen.

Jezus was een grote en zeer machtige geest. Hij was belangrijk. Belangrijk misschien wel boven alle denken van Zijn tijd uit. Belangrijk misschien zelfs boven alle denken van deze, uw eeuw. Hij was niet de Christus in zijn geheel. Het was maar een fragment, een brokstuk, dat in Hem tot uiting kwam. In alle tijden, vanaf het eerste ontwaken van de mensheid af, tot de laatste mens die nog leven zal op deze wereld, vanaf de eerste ziel die zich bewust werd in de Schepping, tot de laatste ziel die zichzelf nog als een persoonlijkheid erkent buiten God, is er voor mij geen weg tot eenheid met de Vader dan door de aanvaarding van de Goddelijke liefde, de Goddelijke openbaring in ons, die ik noem: De Christusgeest.

Op deze manier, bevestig ik hetgeen er gesteld werd uit het volst van mijn hart, het diepst van mijn denken, mijn wezen en mijn weten.

Men zal u op aarde toeroepen: Maar wij hebben de enige waarheid! Men zal u toeroepen: was u in het bloed van het lam. Men zal u zeggen: Slechts door de sacramenten zult gij zalig kunnen worden, of: zonder de doop zult gij uitgeworpen zijn voor alle tijden. Geloof ze niet! Geloof deze mensen niet, die God en Gods liefde, Gods rechtvaardigheid zelfs, willen maken tot een partijbelang, tot een groepsmonopolie. God is groter dan de hele wereld. Eeuwiger dan al, wat wij ons hierbij voor kunnen stellen. God openbaart Zich niet alleen binnen één groep. God roept Zijn Schepping niet tot Zich met slechts één stem, doch met ongetelde stemmen.

Men zal van deze verklaring zeggen zij is ketters en demonisch. Maar dan vraag ik u: is het niet demonischer de mens te leren dat hij niet door eigen denken en streven, maar slechts door absolute gehoorzaamheid aan andere mensen, en aanvaarding van hun gedachten, voor de zijne, tot zijn God kan komen?

Men zal u zeggen dat ik op deze avond de waarheid van de Bijbel en de Evangeliën heb aangetast. Ik zeg u, dat niemand deze meer respecteert, dan ik. Doch ik respecteer ze slechts voor wat zij zijn: Niet de eeuwige en onveranderlijke stem Gods, neergegrift in woorden die eeuwig en in dezelfde betekenis zullen blijven bestaan, maar als de geschiedenis van een volk en zijn denken, een geschiedenis van alle momenten, dat het Goddelijke licht is opgeflitst binnen het ervaren van dat volk. De openbaring ook van een nieuwe tijd, een nieuwe wet. Zo u dit wil, van een nieuw verbond, de mens geopenbaard bij monde van de mens Jezus, Die in Zich het “Gouden Licht” van de Christusgeest droeg.

Zo zijn er, die mij desondanks leugenaar of demon willen noemen, zo vraag ik hen: Hoe kunt u, die u op één enkele punt in de kosmos beroept, iets beseffen van de Goddelijke werkelijkheid?

Hoe kunt u, met uw beperkte uitleg van woorden en uw weten van letteren iets begrijpen van een werkelijkheid, die meer is dan wat u kent op uw wereld? Bovenal zou ik willen vragen: Kunt u leven, mens, en gelukkig zijn, wanneer u gelooft aan Gods willekeur? Misschien bestaat ook de willekeur in God. Ik weet het niet. Voor mij is God alleen aanvaardbaar als de alomvattende kracht, die is onze liefdevolle Vader, dat, waaruit wij geboren zijn en waarheen wij terugkeren, dat, wat ons met het Gulden Licht van Zijn waarheid omhult van moment tot moment.

Vrienden, als er maar één weg zou zijn tot God, waarlijk ik zou aarzelen deze te gaan, zo Zijn onderworpen zou zijn aan menselijk oordeel. Want te veel onrecht is er gebeurd in de naam van de ene wet, in naam van deze opvatting der beperking. Ik zou mij schamen zo in te gaan tot een God, die juist dit wil. Voor mij laat God deze dingen toe in Zijn liefde. Daarom durf en kan ik Zijn Gouden Licht met volle vreugde en heel mijn wezen aanvaarden. Daarom durf ik op te gaan in Hem, wetende dat – wat Hij ook verder moge zijn – Hij bovenal is de liefde die ons schept en in stand houdt. Dit ene deel van Zijn wezen, dat ik dan bevatten mag en kennen kan, noem ik Christus, de enige weg voor ons, schepselen, om in te gaan tot God, onbeperkt door menselijk weten en menselijke weg. Onafhankelijk ook van pauselijke onfeilbaarheid, of theologische doctrines, daar de Christus een liefde is, die, zo zij zich weerkaatst ziet in een wezen, zelfs indien dit niet gelooft aan een God, dit wezen wekken zal en brengen zal tot in de eeuwige eenheid met onze Schepper, Die mij lijkt te zijn de vervulling en het doel van al het geschapene.

Het is daarom vrienden, dat ik u zeg: Christus is de enig zaligmakende, Christus is de enige kracht, die het ons mogelijk maakt aan onze beperkingen te ontgroeien. Ik voeg erbij: Christus is niet een leer, een band, of een gebondenheid in de menselijke zin, doch het werkelijke verbond tussen God en schepsel, zoals dit bestaan heeft vanaf het begin der tijden. Ik hoop maar, dat u niet denkt: Hij is weer aan het preken…. Indien u wilt geloven in de enige waarheid van Jezus Christus en dit geloof is u een steun bij uw pogen te leven als een waar Christen in liefde tot God en uw naaste, geloof dan zo. Want het geloof is niet belangrijk. Belangrijk is het leven en de wil om tot God te gaan. Geloof dus zoals u dit wil, maar streef met heel uw wezen naar de Goddelijke liefde. Nu, ik meen, dat voor u het ogenblik gekomen is om iets te doen, dat in geen enkele kerk zo gemakkelijk mogelijk is: De predikant op zijn nummer zetten.

  • Kan een boeddhist onderschrijven, wat u zo-even gezegd hebt?

Hij zal andere termen gebruiken. Hij zal misschien niet durven, of mogen spreken over Goddelijke liefde. Voor hem  is liefde te emotioneel. Ik geloof niet dat hij een enkel woord van hetgeen ik heb gezegd, zal ontkennen als zijnde onwaar. Wanneer wij verder gaan kijken bij al die andere vormen, die er zijn geweest en nog zullen komen, dan meen ik, dat ook zij de achtergrond zullen moeten erkennen. Er is maar één weg tot God: Dat is de weg der liefde.

Wanneer die liefde misschien verkeerd wordt geïnterpreteerd, zoals bij het shintoïsme, dat tot een staatsgodsdienst werd, zo blijft nog steeds gelden, dat het ook daar gaat om een opoffering, een genegenheid, die boven alle andere dingen uitgaat.

Ik meen niet, dat er ook maar een enkel geloof is geweest waarin het voortbestaan een doel was van het menselijk denken, waarbij de liefde uiteindelijk ontkend werd. Ook al waren de gebruiken misschien voor westerse mensen wat vreemd. Wanneer wij denken aan de Hussieten….. Zij waren ook niet zo lief. Zij reformeerden ook niet alleen met het woord en de liefde, maar grepen naar martelingen, wanneer het woord tekort schoot. Zij waren waardige evenbeelden van de inquisiteurs van Spanje. De moslim, die in een heilige oorlog een ongelovige verslaat, behoort dit ook te doen ter liefde Gods. Dus wij moeten niet over de verschijnselen gaan praten.

Iemand heeft eens gezegd: Geef de mens een graszaadje en laat hem een tijdje alleen. Wanneer je dan terugkomt, heeft hij er een geheim wapen van gemaakt. Zo is het met de openbaringen ook. Zij worden vervormd. Men maakt er heel wat anders van. Maar als nu de achtergrond zuiver is, daar gaat het uiteindelijk toch vooral om….

  • Is het niet juist te stellen, dat Jezus slechts Jezus kon zijn door de Christusgeest?

Dat geloof ik niet. Jezus was Jezus, ook zonder de Christusgeest. Jezus werd wel de Leraar, Die wij noemen Jezus Christus, door de Christusgeest. Buiten deze had Hij Zijn taak niet naar behoren kunnen volbrengen, daarvan ben ik overtuigd.

  • U sprak van de tweede dood. Wat verstaat u daar eigenlijk onder?

Ik heb dit niet aangehaald als deel van een mening. Jezus zegt: “Wie Mij volgt zal de tweede dood niet lijden.” Het is Jezus, Die dit zegt, niet ik. De interpretatie daarvan is veelal, dat men in de hel komt, dan wel sterft en voorgoed uitblust, wanneer men niet Jezus als de Verlosser aanvaardt. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Op het seminarie zouden zij de stuipjes krijgen, wanneer zij wisten wat ik tegenwoordig denk. Voor mij bestaat de tweede dood in zoverre, dat de geest, die onvoldoende bewust is en onvoldoende de Goddelijke kracht aanvaardt, zal uitblussen in zijn geestelijke wereld en terugkeren tot de stof om van daaruit hernieuwd in te gaan en de eerste, of stoffelijke dood hernieuwd te sterven. Dat is mijn interpretatie. Mijn interpretatie komt hier eigenlijk niet zo heel erg bij te pas. Bovendien moet ik heel voorzichtig zijn, want anders zitten wij dadelijk tot over onze oren in de reïncarnatie. Dat lijkt mij niet zo heel erg opwekkend als onderwerp.

  • Is het juist wanneer ik stel dat volgens u de Christusgeest niet uitsluitend aan Jezus gebonden is, doch ook aan verschillende andere godsdienstleraren?

Ik heb dat niet zo duidelijk uit willen spreken, want dit vraagt weer een definitieve en nadere beschouwing van elke godsdienst op zich. Wat ik stelde is: De Christusgeest heeft zich niet alleen door Jezus, maar ook door vele anderen en in vele andere tijden kenbaar gemaakt.

Er zullen ongetwijfeld godsdienststichters bij zijn geweest, maar misschien meer of evenveel, staatslieden, werkers en denkers, zonder meer. Want de Christusgeest, de verpersoonlijking van de Goddelijke liefde, bepaalt zich niet alleen tot spreken. Hij is het gulden licht, waaruit het goede voor ons geboren wordt, dat ons niet enkel doet zien welke middelen ter onzer beschikking staan, doch ons ook leert deze te gebruiken in overeenstemming met de Goddelijke wetten ten bate van allen. U ziet, dat u met het gestelde geen ongelijk hebt, ofschoon ik mij – zoals een voorzichtig man betaamt – ietwat diplomatieker heb uitgedrukt.

  • Ja, want de titel is enigszins misleidend wat betreft het onderwerp.

 Dat ben ik met u eens, maar de titel van het onderwerp wordt gevolgd door een vraagteken. Deze wijze van behandeling werd noodzakelijk door de wijze waarop het onderwerp ons gesteld werd. Iets, waarvoor u – meen ik – aansprakelijk bent. U ziet, een oude pastoor weet op zijn tijd zijn parochie nog de schuld te geven….

  • Houdt men zich, waar u bent, ook nog bezig met diplomatie?

Wanneer wij ons met de mens moeten bemoeien, zeker lieve vriend. Er is niets wat een mens zo moeilijk verteert als de waarheid over zich, zijn denken en zijn leven. Vandaar, dat wij proberen zo weinig mogelijk verwarring te stichten, ook al is het onderwerp misschien zo gesteld, dat de behandeling daarvan diplomatie vergt.

  • Dan hebt u het goed behandeld.

Of ik het goed heb gedaan, weet ik misschien later. Ik zal niet zo nederig zijn om te zeggen dat ik het naar mijn mening slecht heb gedaan. Pas als ik één ben met God, kan ik werkelijk weten of ik het goed heb gedaan.

  • In welke verhouding staat de nieuwe wereldleraar tot de Christusfiguur?

Als u spreekt over de Christusfiguur, bedoelt u natuurlijk Jezus. Dan is er geen directe verhouding, zij het misschien een verder ontwikkelen van stellingen, die ook Jezus reeds aan de mensen heeft geleerd. Indien u over de Christus spreekt, dan durf ik wel te zeggen: Hier openbaart zich Gods liefde en kracht hernieuwd, zoals eens ook in Jezus, vanuit een mens op deze wereld en geeft deze de kracht en inhoud om een langzame, maar onophoudbare vernieuwing van menselijk denken en geloven mogelijk te maken. De mens zal daardoor worden bevrijd van vele hinderpalen die in zijn denken bestaan. Vroeger waren de mensen niet zo knap.

Nu is de mens vaak zo knap, dat hij meent alles te weten. De Goddelijke waarheid krijgt nu een nieuw jasje, dat meer spreekt tot u en uw tijd. Het gaat eigenlijk nog niet eens om u. Deze leer is in feite hoofdzakelijk bestemd voor de mensen die een 150 jaar na heden zullen leven. Dan pas zal die leer zijn volle kracht hebben gewonnen. Dan ook zal er een grote behoefte aan zijn.

Gods geest staat wel buiten de tijd, maar ik geloof dat Hij beter met uren en minuten weet te rekenen, dan wij allen tezamen.

  • Ik wil de dogma’s van de katholieke kerk niet verdedigen. Toch zou ik u willen vragen, of de mensen die strikt gelovig katholiek zijn, God niet evenzeer achter zich zullen hebben.

Dat doet mijn oude hart goed.

  • Daar zei ik het niet om.

Ik geloof heel graag dat deze vraag niet in de eerste plaats een persoonlijke welwillendheid was. Luister eens, mijn kind. Wanneer het nu gaat om de achtergrond van alle dingen – en dat is de Christus voor mij – wat geeft het dan, of je katholiek bent, protestant, soefi, of rozenkruiser, of wat dan ook? Wanneer de Christus leeft in jou en je vindt in de godsdienst steun om dit intenser te beleven: dat Gods zegen met jou zij. Dan is het toch goed?

Maar wanneer wij de nadruk gaan leggen op de dogma’s, i.p.v. op Goddelijke liefdeskracht… dan is het verkeerd. Wanneer wij niet meer zouden zeggen: Geschapen uit God moeten wij allen liefhebben als onze broeders en zusters, geschapen uit God moeten wij God liefhebben en Zijn liefde uitdragen, hoe wij ook leven en waar wij ook zijn, dan wordt het verkeerd.

Geen leerstelling is krachtig boven het Gouden Licht Gods, de waarheid Gods, die wij noemen de Christus. De Christus, Die is Gods liefde, geopenbaard in alle schepselen en soms sprekende tot de mens bij monde van de zuiveren en de uitverkorenen. Jezus heeft geen dogma’s gemaakt, dat heeft de mens gedaan. De Boeddha heeft geen dogma’s gemaakt, dat heeft de mens gedaan. Het dogma kan een steun zijn. Het mag niet zonder meer verworpen worden, maar het heeft met de Christus niets te maken. Christus is liefde. Gods liefde. Niet een afzonderlijk wezen, maar de voor ons kenbare uiting van de Goddelijke liefdekracht. Wat geeft het dan wat wij verder denken? Wij hoeven Rome niet te verdedigen, ofschoon er ook onder de pausen zijn die goed en zuiver geïnspireerd de Christusgeest op aarde uitdragen. Wij hoeven niet te spreken over de Calvinisten, of Lutheranen. Ook onder hen is soms een mens, waardoor de Goddelijke liefdesgeest, de Christus, werkt en spreekt. Het gaat ons toch niet om de naam en de vorm?

Ik heb vroeger een huishoudster gehad. Een heel oude, net als ik. Zij maakte galetten. Een soort wafels. Zij maakte die heel lekker. Denkt u, dat het mij nu iets uitmaakte, of die wafels nu rond, ovaal, of vierkant waren? Als ze maar goed smaakten. Waarom zouden wij ons om de vormen bekommeren, wanneer in alle dingen de grote liefdekracht Gods te vinden is, die ons allen verbindt met onze Schepper? Wat het andere betreft…. Wie het vreugde geeft, die neme het. Wie het sterkte geeft, steune zich er op. Dat zal ons niet deren en maakt de mensen niet meer of minder. Als zij maar Gods liefde beleven en uitdragen. Meer kan niemand vragen. Ik ben toch blij dat iemand zo terloops opkwam voor dingen, die ik langzamerhand – en met veel pijn in mijn hart – opzij heb gezet.

  • Maar de mens, hoe goed dan ook, zal binnen de kerk toch altijd geleid worden door zijn herder, die van Christus en van Jezus een God maakt. Van Jezus, Die toch ook heeft gezegd: “U zult van uw God geen gesneden beeld maken en dat aanbidden.” Onder dat beeld versta ik heus niet een Mariabeeld of zoiets, maar een figuur buiten de Christus om. Ik denk aan Prof. Schoenmakers, die een goed katholiek werd, maar buiten de kerk leefde, omdat hij ietwat anders dacht dan de meesten. Hij werd daarom door de kerk zeer verguisd. Wat moet een katholiek nu denken, wanneer hij dat heeft meegemaakt. Wat wordt daar eigenlijk aan gedaan?

Heel weinig. Als er ooit – dit mag u van mij aannemen, want ik heb vele jaren op de preekstoel gestaan en dagelijks het Heilig Misoffer opgedragen – een priester is, die liefdeloos handelt, of veroordeelt, zonder te denken aan zijn werkelijke taak, die is het Licht en de Liefde van zijn Meester Jezus, van de Christusgeest zelf ook, de mensheid te geven, verdient hij verwijt. Ontmoet u zo iemand, zeg hem dan dit oordeel niet, opdat u niet geoordeeld worde.

Want God zegt tot u niet: “Veroordeel dezen en werpt zo uit”, of: “Dwingt hen in te gaan tot Mijn rijk”, doch: “Hoedt Mijn lammeren en weidt Mijn schapen.” Weidt u dan de schapen door te vernietigen, wanneer zij niet uw banen gaan? Bent u gerechtigd ze uit te stoten uit de kudde, omdat niet uw denken weerkaatst wordt in de wijze, waarop zij God beseffen? Zeg dan gerust daarachter dat Bijbelse woord: “Wee hen, die zich rechtvaardig noemen. Want vele dagen zullen zij wenen en vernietigd zal hun trotse stad worden tot geen steen op de andere is gebleven, en zij die zich thans trots verheffen, zullen gebaad worden in hun eigen bloed.”

Als een Kerk, ja, meer een priester – een gewijde Gods dan toch in zijn streven, denken en geloven – anderen uitwerpt en neertrapt, dan dient hij noch de Kerk, noch Jezus, noch de Christus. Hij is dan geworden tot de uitdrukking van de duivel, de kracht die in haat de mensen tot de ondergang voert. Dan is hij als de briesende leeuw, die rondwaart over de wereld, zoekende wie hij kan verslinden. Zeg die mens dan: Jezus heeft u geleerd niet te oordelen, zult gij mij leren God te vinden, gij, die de mensen veroordeelt en uw Meester verloochent? Ik ben lang priester geweest. Daarom dacht ik hierover reeds meer na. Ons recht is het mensen te helpen. Niet ze te veroordelen en uit te stoten. Zolang er gevochten wordt om gezag, of om ideeën, i.p.v. om de aanvaarding van God door de mensheid, deugt er iets niet.

Maar, lieve vrienden, het wordt tijd voor mij afscheid van u te nemen. Ik deed dit vroeger vaak met de zegen, met een “Benedicamus te”. Ik zal dat vandaag nalaten. Niet, omdat ik u niet uit heel mijn hart, met heel mijn wezen, Gods zegen toewens, maar om te voorkomen, dat u de fout maakt, die zo vaak wordt gemaakt: Dat u de vorm misschien zou stellen boven het wezen.

Vragen

  • M.i. gaat een geest uit eigen beweging over naar de stof om daar een roeping te vervullen. Een arts heeft dan ook niet het recht een medemens te doden, om zo een einde aan een smartelijk lijden te maken. God zegt: Gij zult niet doden.

U werpt hier verschillende vragen tegelijk op. In de eerste plaats: Is een reïncarnatie, of incarnatie vrijwillig, dan wel geschiedt zij onder dwang van omstandigheden?

Zover wij na kunnen gaan, is een incarnatie wel een vrije keuze, dus bestaat er een andere mogelijkheid. Die andere mogelijkheid kan alleen gebruikt worden na het overwinnen van een zeer grote weerstand. Wanneer je incarneert, moet daarvoor een reden, een beweegreden, bestaan. Zelden is dit een bewust op aarde terugkeren om daar een erkende taak te volbrengen.

In de meeste gevallen incarneert men om aan omstandigheden in de sferen te ontkomen, die minder begeerlijk, of onaangenaam zijn. In de tweede plaats: Is het leven een op zich staande taak? Degenen die het leven van de mens als een op zich staand geheel zien, vergeten daarbij, dat buiten ons het tijdloze bestaat, waarvan wij evenzeer deel zijn, als van onze wereld en tijd.

Het maakt weinig uit, of u iets in één, of in tien levens volbrengt, indien wij vanuit het standpunt van de eeuwigheid dit bezien. U zult immers toch uw bestemming vinden en het doel van uw bestaan vervullen. Voor God maakt tijd niets uit.

Indien een arts een leven bekort om zo een mens een ondragelijk lijden te besparen, is voor mij dan ook het grootste bezwaar zeker niet, dat een leven daardoor voor de natuurlijke overgang wordt beëindigd. Het op verzoek van de patiënt beëindigen van diens leven door de arts, die heeft vastgesteld dat geen enkele mogelijkheid tot vermindering van lijden, of genezing, aanwezig is, lijkt mij niet verwerpelijk. Mijn bezwaar hiertegen berust dan ook op het feit, dat de arts in zou kunnen grijpen zonder voldoende beraad en beschouwen van de toestand, dan wel met een onvolledige kennis van de mogelijkheden.

In zekere zin is hier verder sprake van een zelfmoord, daar de arts alleen dient te handelen op verzoek van zijn patiënt. Ik weet dat er in het westen grote bezwaren tegen zelfmoord bestaan. Dezen zijn niet noodzakelijk verbonden met het godsdienstig begrip van de mensheid als geheel. Juist in de landen waar men beter beseft, dat voor de mens dit leven er slechts één uit velen is, heeft men minder en minder grote bezwaren tegen het doden van een mens. Dit is logisch, door een mens lichamelijk te doden, wordt immers geen onherstelbare schade aangericht?

  • De geest heeft dan toch zijn roeping, zijn taak, niet vervuld?

Wanneer u aanneemt dat een taak voor één enkel leven bestaat, zodat het volvoeren daarvan ook binnen één leven moet geschieden, hebt u gelijk. Het vervullen van een taak vindt in feite plaats in het tijdloze. Het leven op aarde is slechts een product daarvan, dat naar behoeven herhaald kan worden. Bij vervroegde overgang is er geen werkelijke verandering. Voor de ziel zelf is er slechts sprake van een uitstel. Dit uitstel kan een vertraging van bewustwording inhouden. Dat ben ik met u eens. Indien dit vrije verkiezing van de mens is, meen ik niet, dat hier doorslaande argumenten tegen kunnen worden ingebracht. Een zich doden, of doen doden in ogenblikken van paniek, of hopeloosheid, is echter niet aan te bevelen. De geest gaat dan over in een gesteldheid, die het haar onmogelijk maakt de overgang geheel te aanvaarden en de gevolgen daarvan te beseffen. Het bezwaar schuilt hier dus in de mens, in diens eigen bewustzijn en de gevolgen tijdens het voortbestaan.

  • Die dokter heeft dan toch maar meer medelijden met de stof dan met de geest.

 Ik ben het niet met u eens. U zit in een tram die erg schommelt. U wordt onwel en men doet u twee halten vóór uw bestemming uitstappen, dan hebt u nog altijd de mogelijkheid met een volgende tram de resterende afstand af te leggen, terwijl u ook nog kunt wandelen. De stof is een voertuig. Wanneer dit voertuig het u onmogelijk maakt uw weg der bewustwording op juiste en waardige wijze af te leggen, dan lijkt het bezwaar tegen een verwisselen van voertuig niet steekhoudend. Deze wisseling moet op een verantwoorde wijze geschieden. Wij moeten weten wat wij doen. De bezwaren tegen genoemd ingrijpen van de arts is dan ook niet gericht op het feit dat het leven wordt beëindigd, maar op het feit dat dit op een onverantwoorde wijze geschieden kan of voor de geest die in het beschadigde lichaam leeft, minder goed kan zijn. Er is geen sprake van een medelijden met de stof boven de geest, maar een erkennen van het leven als een betrekkelijk korte periode t.o.v. het geestelijk bestaan. Het is niet mogelijk te bepalen of er sprake is van een weldaad, dan wel van een misdaad, zonder elk geval afzonderlijk te bezien. Belangrijk daarbij blijven steeds weer:

  1. De stoffelijke mogelijkheden, die ondanks de ziekte nog bestaan.
  2. De invloed van het gebeuren op de geest van de mens, die men uit genade zou willen doden.
  • Wanneer iemand nu zelfmoord pleegt om stoffelijke moeilijkheden te ontgaan, zonder dat van een ongeneeslijk lichamelijk lijden sprake is, kunt u dat dan aanvaarden?

 Ik kan dit alleen aanvaardbaar vinden, wanneer er sprake is van een absolute oplossing van het probleem. Er mogen niet alleen persoonlijke belangen en zucht tot ontgaan van moeilijkheden zonder meer een rol spelen. In het stuk: “De Dood van een Handelsreiziger”, komt een zelfmoord voor, die in enige mate aanvaardbaar zou zijn. Zelfmoord pleegden ook de martelaren, die hun leven offerden, omdat zij op een bepaald punt niet toe wilden geven. Hun zelfmoord was – gezien de geestelijke achtergronden – aanvaardbaar. Men mag niet vergeten, dat zelfmoord niet alleen een daadwerkelijk zichzelf doden, maar ook een veroorzaken van eigen dood met volle wil en bewustzijn omvat. Ook de zelfmoord in Japan, wanneer men gefaald had, of zijn meester verloren had, was o.i. aanvaardbaar. Dit geschiedde immers ceremonieel, uit een overtuiging van goed handelen.

Dit is heel iets anders dan de zelfmoord die wij in het westen meestal zien. Deze is veelal een neurotisch verschijnsel. Zij komt voort uit een tijdelijke, dan wel blijvende verstoring van zenuwstelsel en misschien ook denken. Zij brengt vaak na het onherroepelijk stellen van de daad, bij laatste bewustzijn bovendien nog een angstig verzet daartegen met zich. Dan wil men de dood ontvluchten, tracht de stof te herwinnen en bindt zich zo ook in geestelijk bestaan aan alle omstandigheden, waardoor men de zelfmoord pleegde. De gebondenheid, die ontstaat, is onaangenaam, nutteloos en afkeurenswaardig. Het gaat niet in de eerste plaats om het feit dat een mens sterft. Het belangrijke is, dat hij sterft op een wijze die voor hem zelf niet aanvaardbaar is en een verstoring van zijn verder geestelijk bestaan betekent.

Zelfmoord moet dan ook worden afgekeurd, wanneer zij gebaseerd is op een verstoord en onredelijk denken, of wordt tot een zelfzuchtige ontvluchting van moeilijkheden, die men dan bovendien, wanneer het eenmaal te laat is, gaarne terug zou willen nemen.

  • Er staat geschreven: gij zult niet doden. Dit houdt ook het eigen ik in.

Is er sprake van een werkelijke dood als bedoeld, wanneer men overgaat naar een andere wereld? Indien wij het: “Gij zult niet doden” letterlijk willen vertalen, mag de mens geen enkel wezen doden. Er staat niet uitdrukkelijk Gij zult geen mensen doden…. Wanneer je vlees eet, ben je volgens deze redenering dan even schuldig als iemand die zelfmoord pleegt.

Wanneer wij de zelfmoord realistisch bezien vanuit ons standpunt, blijkt, dat bepaalde vormen van zelfmoord aanvaardbaar zijn, gezien de geestelijke ontwikkelingen, die ermede gepaard gaan. Voorbeeld: Jezus heeft in feite zelfmoord gepleegd. Hij had immers de macht te ontkomen, bezat de mogelijkheid aan de dood te ontkomen en heeft Zich toch ter dood laten brengen. Hij heeft, zij het op passieve wijze, Zichzelf gedood en was m.i. voor Zijn eigen dood aansprakelijk. Toch zal niemand het wagen Jezus dood op deze gronden af te keuren, Hij heeft Zichzelf geofferd.

  • Dat is iets anders.

Neen, dat is niet iets anders. Het enige verschil ligt in de geestelijke gesteldheid, waaronder de gebeurtenis plaats vond. Dat neemt niet weg, dat het feit op zich gelijk blijft. Wij kunnen de naam van het feit wel veranderen, maar daarmede verandert de essence nog niet.

Daarom stel ik juist het al of niet aanvaardbaar zijn van zelfmoord is afhankelijk van de gesteldheid, die bij deze daad optreedt. De daad zelf is onbelangrijk. Ik ga nog een stap verder.

Indien onder zelfmoord moet worden verstaan het bewust veroorzaken van eigen dood ongeacht hoe, staat de hele kalender van heiligen en de lijst van helden vol met zelfmoorden.

  • Jezus stierf voor de mensen. Ik kan de dood van die zieke aanvaarden, wanneer hij dit doet om niet langer anderen tot last te zijn, maar niet, wanneer hij het alleen doet om aan zijn lijden een einde te maken.

Dat is heel moeilijk te onderscheiden en kan alleen van geval tot geval beoordeeld worden. Vandaar, dat ik nogmaals stel: het is de innerlijke gesteldheid, die bepalend is voor de betekenis van dood op verzoek, of directe zelfmoord. Niet de dood, of de wijze van sterven op zich, maar de inhoud die men daaraan geeft, is uiteindelijk beslissend.

  • Hoe geschiedt uittreding? Is hiervoor een bijzondere training nodig?

Het bewustzijn onttrekt zich aan stoffelijke prikkels en projecteert zich in een ander bereik, een andere sfeer. Vergelijking: fabriekshal. Daverend lawaai. U leert dit lawaai uit te schakelen, waardoor u een enkele stem of toon kunt horen en volgen die niet in de hal zelf thuis hoort. Voorbeeld: Radio-uitzending van een symfonieorkest. Daar tussendoor een enkel morsesignaal. U weet de rest uit te schakelen en luister alleen naar het morsesignaal, wat nu verstaanbaar wordt. Dat wel allereerst. Daarnaast verkrijgen wij een verplaatsing van het bewustzijn. Dit betekent, dat bepaalde geestelijke voertuigen vrij worden. Het is als de kabel van een kabelballon, die losschiet doordat de pal op de winch losgaat. De pal is dan de uiterlijke prikkel. De vraag blijft echter, in hoeverre hetgeen tijdens de uittreding wordt beleefd, in de hersens kan worden vastgelegd. Dit laatste geschiedt incidenteel en zelden volledig. Uittreden doet men haast automatisch. Er bestaat geen mens die tijdens zijn leven niet enige malen uittreedt. De grote kunst is niet in de eerste plaats het uittreden, maar je de uittreding herinneren. Daarvoor zijn geheugenproeven nodig.

  • Hetgeen ik bedoel is in waaktoestand.

 In waaktoestand kunt u niet uittreden.

  • Moet men dan slapen?

Op het ogenblik, dat de geest uittreedt, is de geest zich bewust op een ander dan het normaal stoffelijk terrein. Daardoor wordt gelijktijdig de bewustzijnsdrempel voor het normale zozeer verhoogd, dat van een normaal waakbewustzijn geen sprake kan zijn. Het is niet mogelijk gelijktijdig uit te treden en in je lichaam geheel bewust te zijn. Wij kunnen hier wel spreken van een slaaptoestand, die lang, of kort kan zijn. Bij het begin van bewust uittreden zal de uittreding altijd tijdens een slaap, of diepe rust optreden. Iemand, die het kunstje heeft geleerd, kan het op den duur zelfs, terwijl hij een ogenblik rustig zit, of staat. Maar dan is er slechts sprake van een zeer korte uittreding zonder belangrijke activiteiten.

  • Als die ballon dus. Even los en dan weer vast. Half vast bestaat niet.

De ballon is nooit helemaal los. Het is een kabelballon. Ik zei dan ook niet, dat de ballon losschiet, maar dat de pal van de winch losschiet, die de kabel beheerst, waarmee de ballon aan de aarde gebonden is. Tijdens uittreding blijft ook de geest met het lichaam gebonden, door iets wat men het gouden koord noemt. Bepaalde zenuwprikkels kunnen zo ook de geest bereiken, terwijl de geest haar eigen prikkels terug kan sturen naar het lichaam, waar zij in het zenuwstelsel kunnen worden opgenomen.

  • Wat voor antwoord zou u geven op de vraag van onze kinderen: Wie heeft God gemaakt?

Ik zou ze zeggen: “Wij, mensen, hebben God gemaakt. Wij weten dat er een kracht is die altijd is geweest, zoals voor jou de ouders er altijd zijn geweest. Wij weten niet, waar God ergens begonnen is, of ontstaan is. Wij hebben Hem een naam gegeven om voor onszelf aan God te kunnen denken.” Het is niet zeker dat de kinderen hier iets van begrijpen, maar toch, dergelijk antwoord is meestal wel voldoende om hun aandacht voorlopig op andere punten te richten.

  • Wat is Maya? Wij zijn een weerkaatsing, of een projectie van het hoger bewustzijn en als zodanig een begoocheling?

Maya, of wel begoocheling, is de foutieve interpretatie die ontstaat bij het beschouwen van de grotere werkelijkheid, of delen daarvan, waardoor een erkennen daarvan onmogelijk wordt. Wij zijn een direct deel van het groot Goddelijke, van de grote werkelijkheid.

Wij bestaan in deze werkelijkheid en zijn dus noch een weerkaatsing, noch een projectie ervan. De voorstellingen die wij ons maken in ons onvolledig kennen van het ik en de wereld, wel worden gezien als weerkaatsingen of projecties. Gevolg, wij zien wel iets, maar kunnen kunnen het niet in zijn ware verhoudingen waarderen. Zo ontstaat in ons een reeks van gedachten en voorstellingen, die slechts zeer ten dele parallel lopen met de werkelijkheid. Een toestand die kan worden aangeduid met de woorden waan en begoocheling.

  • Heeft dit betrekking op onszelf, zowel als op onze omgeving?

Zeker. Ik zal er een eenvoudig voorbeeld van geven.

Heeft u de nieuwste hoedenmode gevolgd? Er zijn dames die menen dat een dergelijke hoed hen buitengewoon charmant staat en gunstige reacties wekken zal in de omgeving. In 9 van de 10 gevallen is dat begoocheling, of waan.

  • U kunt dat makkelijk zeggen, ik heb de moed niet…
  • Hoe komt het dat men door het gebruik van bedwelmende middelen mooie visioenen krijgt?

Allereerst moet ik constateren dat die visioenen lang niet altijd mooi zijn.

Bedwelmende middelen kunnen ook nachtmerries veroorzaken en in sommige gevallen lijken de beelden op de demonen, die sommige krankzinnigen zien. Niet elk bedwelmend middel zal u dus te allen tijde mooie visioenen geven! Wel zal een bedwelmend middel over het algemeen remmingen los maken die in u bestaan. In de eerste plaats zal uw fantasie met uw begeerten en angsten binnen uw eigen wezen geheel vrij spel krijgen. Op de tweede plaats kunt u vaak gevoelig worden voor gebieden, die u tot dan toe niet kende, of waarmede u buiten dit gif om geen contact mee kon krijgen. Dit is vooreerst te wijten aan een sterke vergroting van gevoeligheid. Soms komt dit tot uiting in een abnormale gevoeligheid voor licht. Bij anderen kan een overgevoeligheid voor geluid ontstaan, zodat zij iets kunnen horen, wat voor anderen niet hoorbaar is. Het permanente geluid bv. dat het vliegen van een vleermuis maakt, kan onder omstandigheden soms gehoord worden. Zo is het soms ook mogelijk dingen te zien, of te horen, die buiten het normale bereik van de mens liggen en vaak zullen behoren tot het astrale gebied.

Mogelijk, naar niet zeker. De mooie visioenen ontstaan meestal onder werking van de laatste indruk die men had voor het middel het bewustzijn deed verdwijnen. Vandaar dat men zelfs in de gemeenste opiumkitten iets heeft staan, wat werkelijk mooi is, al is het maar een vaasje, of een beeldje. In de meer luxueuze kitten zijn het vaak heel mooie meisjes die je bedienen.

Hierdoor geeft men een aangename stimulans voor de dromen. Wanneer het aangename ervaren zonder meer inherent zou zijn aan het middel zelf, zouden dergelijke maatregelen niet nodig zijn.

  • Ontstaan die mooie beelden dan alleen, omdat er mooie dingen het laatste gezien zijn?

Zoals ik reeds zei, vallen alle remmingen weg. Je laatste prikkel is dan dus alleen het begin van de droom. De mens gaat verder denken daarop. Alles wat in hem aan begeerten en angsten leeft, zal verder werken en aan de hand van deze gedachten, dit beeld, een geheel opbouwen. Overigens komt het slechts zelden voor, dat de visioenen alleen maar mooi zijn. Door het wegvallen der remmingen krijgen bewustzijn en onderbewustzijn vrij spel met de fantasie. De laatste en op het ogenblik van inslapen sterkste prikkels spelen daarbij natuurlijk een grote rol.

  • Zijn God en duivel identiek? Wat een teleurstelling voor mij, die altijd dacht dat onze God een liefdevolle God was waaraan haat geheel vreemd was.

Hierop is maar één antwoord. Indien wij aannemen dat God het enig zijnde en al omvattende is, moet alles wat er bestaan kan, inclusief duivel, haat enz., ook in God aanwezig zijn. Anders zou het niet voor ons kenbaar kunnen bestaan. In zekere zin kan dus rustig worden gezegd, dat God en duivel identiek zijn: In het punt, waarin zij zich niet meer op een voor ons verschillend kenbare manier vertonen. Daarbuiten zijn zij beiden voor ons kenbaar als tegengestelde uitingen van het Goddelijke. Wij moeten m.i. geloven aan een liefdevolle God, omdat wij alleen op deze wijze er toe kunnen komen de Schepping – en dus ook het Goddelijke – te accepteren en ons steeds meer eigen te maken. Wees niet te zeer teleurgesteld hierover.

Voor het bewustzijn kan er geen droogte zijn, wanneer niet eerst vochtigheid erkend werd. Een licht kan niet worden gewaardeerd, wanneer men geen duister kent. Geld heeft pas werkelijke betekenis, wanneer je platzak bent, en voedsel krijgt pas zijn werkelijke waarde wanneer je hongerig bent.

Om tot een kennen en waarderen te kunnen komen, zijn voor ons tegenstellingen nodig. Het feit dat wij uit de tegenstellingen de behoefte winnen ons te identificeren met de liefdevolle God, is volgens mij het bewijs, dat wij alleen langs deze weg er in kunnen slagen ons de gehele Goddelijke werkelijkheid te realiseren. Vergeet u verder ook niet, dat dingen voor u goed kunnen zijn die voor een ander kwaad zijn. Een zieke kan met een gram arsenicum worden gered. U zou er ziek van worden. Goed en kwaad, God en duivel, worden in feite bepaald door de wijze, waarop wij tegenover het leven en de werkelijkheid staan, de wijze waarop wij deze dingen waarderen. Ofschoon er voor God geen goed en kwaad bestaat, bestaat het voor ons krachtens onze verschillende reacties op de waarden die uit God voortkomen. Voor ons is het belangrijk het goede na te streven, omdat wij alleen zo een bevestiging kunnen krijgen van onze gebondenheid aan God en de verbondenheid met het Goddelijke in onszelf zullen kunnen realiseren.

  • Welke betekenis moet men aan het woord huwelijk hechten?

In welke zin? In geestelijke zin versta ik onder huwelijk een zich verenigen van geesten die elkaar erkennen en aanvullen, terwijl zij bij een vertoeven in de stof daaraan tevens stoffelijke uitdrukking kunnen geven. Dit ongeacht zegeningen, contracten en banden. Stoffelijk verstaat men onder huwelijk heel vaak een verhouding die door een boterbriefje gelicenseerd is. Ook wel een samenvoegen van twee mensen door een kerkelijke handeling, waarbij niet wordt geacht het feit, dat van een werkelijke eenheid misschien nooit sprake kan zijn in geestelijk zin.

Ik voor mij meen te mogen stellen dat een werkelijk huwelijk – een huwelijk waarvan men zegt dat het in de hemel gesloten wordt – alleen kan bestaan wanneer in de eerste plaats een grote geestelijke aanpassing aan elkaar plaats vindt. M.i. zijn de geneugten van de voortplanting hierbij secundair en behoren m.i. niet in het bijzonder tot het huwelijk, maar zijn eerder een mogelijkheid tot uitdrukking van eenheid voor de waarlijk gehuwden, die elkander reeds op een ander vlak vonden. Ik kan mij deze meningen natuurlijk gemakkelijker veroorloven dan u, die nog leeft in een wereld, waar conventies bestaan en usances vaak de grootste rol spelen.

  • Is het mogelijk dat sommigen van ons later op een andere planeet overgaan als geest, of als stofmens?

In ieder geval op de planeet aarde. Misschien komt u als stof, of als geest ook nog wel eens op een andere planeet terecht. Ik denk niet dat dit dan een planeet van dit zonnestelsel zal zijn. Vandaar zult u ongetwijfeld overgaan. De geest leeft echter niet op planeten, maar in bewustzijnsvlakken, waarin een onderling contact mogelijk is. Wij spreken dan ook over geestelijke werelden, zonder dat dit begrip ook maar iets gemeen heeft met een planeet, of een stoffelijke begrenzing.

  • Wat denkt u van “Bridey Murphy”?

Interessant, maar verder van weinig betekenis. Neem dan meteen de drie gezichten van Eva. Daar hebben wij ook te maken met een splitsing van persoonlijkheid, naar nu niet in tijd, naar in belevingsdriften van het heden. Belangrijk was het niet. Uit de verschillende deelpersonen, de verschillende figuren, moest uiteindelijk de eenheid naar voren komen. Dat werd de stabiele persoon. Zo moet u nu ook maar over Bridey Murphy denken, en ook over die soortgelijke gevallen. Op zich is het verleden onbelangrijk. Een dergelijk geval kan hoogstens enige waarde hebben als een bewijs voor het mogelijk zijn van reïncarnatie.

Daarbij moet u maar onthouden dat een bewijs hiervoor nooit gebracht kan worden, zolang men in de wetenschap vasthoudt aan de formule het bewijs moet voldoende en bevredigend zijn. Wanneer er namelijk geen lust tot aanvaarding bestaat, kan men – juist door de eis: bevredigen (voor mij, maar dat zegt men niet) – altijd nog wel punten en mogelijkheden verzinnen, waardoor een verwerpen mogelijk wordt. Ook zo is een dergelijk geval van betrekkelijk weinig belang. Belangrijk is wat nu leeft. Daar gaat het om. Ik vind van dergelijke experimenten dan ook dat zij over het algemeen overbodig zijn en nagelaten moeten worden, tenzij het noodzakelijk is om de persoon zelf te helpen. Dit laatste is een kwestie van mening. U mag het rustig zeer belangrijk vinden te weten, of u vroeger nu Cleopatra, Marie Antoinette, een slavinnetje, of een boerenmeisje bent geweest. Maar meer dan interessant kan het voor u toch nooit zijn. Hecht er niet teveel belang aan.

  • Betekent reïncarnatie steeds een teruggang in bewustwording?

Niet helemaal. Wanneer u in een klas blijft zitten, krijgt u ook dezelfde stof nog een keer, maar u zult ze gemakkelijker verwerken. Elke reïncarnatie zal inhouden een herhaling van condities en omstandigheden, waarbij u door uw grotere kennis anders zal kunnen reageren en zo meer bewust zal kunnen leven. Een terugkeer naar een lagere levensvorm, zoals sommige primitieven nog geloven, hebben wij nog nooit gezien, wij hebben zelfs nog nooit gezien dat een incarnatie onontkomelijk was. Wel zien wij heel vaak dat het de beste en meest aanvaardbare mogelijkheid is, maar nog nooit heb ik gezien dat er geen alternatief bestond, waardoor de reïncarnatie kon worden voorkomen.

  • Wij spreken nu over de stof, maar is het overgaan naar een andere sfeer in de geest niet ongeveer hetzelfde in een andere vorm?

Dat is heel iets anders. In de stof bestaat een absolute scheiding tussen geestwerelden en stofwerelden. In de geest is dat niet het geval. In de sferen ligt de zaak ongeveer zo: U bent doof, stom en blind. U gaat iets Licht zien. U bent dan een sfeer hoger. Dan gaat u wat meer zien: Wit en zwart. Dus weer een sfeer hoger. Dan komt u weer wat hoger. U kunt kleuren zien en gelijk een heel sterk geluid horen. Langzaam maar zeker gaat u ook fijnere geluiden horen en leren spreken. U blijft dezelfde, uw wereld blijft dezelfde, maar uw mogelijkheden binnen die wereld, uw belevingen en uw hanterings mogelijkheden ontwikkelen zich enorm. Dit is een voorbeeld en dus niet geheel waar. Maar als beeld van wat bij ons als verschil tussen sferen optreden kan, duidelijk genoeg.

image_pdf