Is God een beleving?

Dinsdag,  27 september 1983

Dat is een erg moeilijk onderwerp, want wat is God eigenlijk? Wanneer we bezig zijn over God dan praten we over iets. We hebben er wel een voorstelling van, maar of het nu een Shirley Temple is bij wijze van spreken of wat voor een ster je tegenwoordig hebt, je weet niet wie ze echt zijn. Je kunt er nog regelmatig plaatjes van zien. Wat je ervan te horen krijgt kan nog worden tegengesproken.

Dan zitten we met God. Wat is God ? Dat is iets wat je aanroept als je de bandrecorder niet aankrijgt bijvoorbeeld. Je zou dus kunnen zeggen, dat God een hemelse elektrotechnicus is of zoiets. Wanneer je vraagt wie God werkelijk is, dan zit je vast. Iedereen weet precies wat hij erover moet vertellen. Men weet alles van God wat hij is en wat hij niet is, het enige jammere is, dat je er geen bewijs voor kunt leveren. Dan zit je met de titel: Is God een belevenis. Je zoudt het misschien ook om kunnen draaien en zeggen; kennen wij een belevenis die zozeer buiten onze normen valt, dat wij ze als God of uit God komende kunnen beschouwen. Als je het zo zegt dan is God niet meer één of ander wezen of één of andere kracht, dan is God voor ons het woord dat we gebruiken om het onzegbare uit te drukken. Ik denk dat je dan een heel eind in de richting komt. Het is duidelijk, een mens kan op een gegeven ogenblik ervaringen hebben in zijn eigen leven. Daar heb je een referentiekader voor. Je hebt een aantal ervaringen, er zijn zelfs instinctieve wetenschappen genetisch ingebouwd, je hebt een aantal geestelijke ervaringen die mede in je onderbewustzijn spelen. Je kunt dus analyseren, je kunt verwachten en je kunt omschrijven.

Maar op het ogenblik, dat je terecht komt in een wereld, in een sfeer en in een omgeving waarin je niet meer dat referentiekader hebt, dan komt de vraag hoe je het moet beschrijven. Dan zijn er heel veel mensen, die soms uittreden en zeggen, dat ze terecht zijn gekomen op grazige weiden, die het idee hebben dat ze in een soort tuin of fantastisch gebouw geweest zijn. Wat hebben ze ervaren? In feite een aantal emoties, die voor hen verbonden zijn met een mooi landschap, met een zonsopgang, een zonsondergang.

In hun poging, wat ze beleven te beschrijven, maken ze dat landschap er eenvoudig bij. Stel u nu eens voor, dat alles weg valt, zelfs het besef van tijd, dat je opgaat in iets waar je eigenlijk niets van beseft en dat je wakker schrikt met een tintelend gevoel van vrede en welbehagen en meestal zonder te weten of er seconden of uren verlopen zijn. Dan kun je zeggen, dat die belevenis voor u God is. Die grote rust, die grote kracht, die grote vrede, dat is goddelijk. De grote moeilijkheid is echter, voor mij tenminste, dat God tegenwoordig overal bij wordt gehaald, zelfs bij dingen waarbij hij niets te maken heeft. het beste voorbeeld daarvan is Peter van Amiens.

Wat riep hij: Wij gaan het graf van Christus bevrijden, God wil het! Dieu le veut! God had er helemaal geen interesse in. Maar ja, er waren een aantal mensen, die dachten: je kunt nooit weten. Sommigen dachten aan hetgeen ze ermee konden verdienen, anderen dachten aan wat ze in zo’n oorlog konden stelen. Nog weer anderen dachten, dat het reuze leuk zou zijn om eens een paar jaar van huis te gaan. Ongetwijfeld waren er ook een aantal mensen, die geloofden dat God het zou willen, dat de heilige plaatsen in het christendom niet in de handen van de heidenen zouden vallen. Ze vergaten hierbij één ding, namelijk, dat de islamiet niet heidens is. Ze hebben precies dezelfde God en ze erkennen Jezus als een profeet. Dus het graf van Jezus is voor de islamiet eveneens heilig.

Op die manier is het steeds verder gegaan en zijn er mensen gemarteld. Denk eens aan Torkemada bijvoorbeeld. We hebben ze zielenbidders. “Redden voor Jezus” en daarom moeten ze zich bekennen tot hetgeen wij juist achten. God wil dit. God eist dit van ons. Ik geloof niet, dat God zegt: pak nou maar iemand. Dat heeft hij toen niet gezegd en dat zegt hij nu ook niet. Degenen, die dit uit Gods naam doen zullen wel denken, dat ze Gods naam zeer ijdel gebruikt hebben. Maar degenen, die dat doen zijn zelf al heel ijdel, vandaar.

God wordt overal maar bijgesleept. God is een rechtvaardiging voor alles wat niet redelijk te rechtvaardigen is. God is die achtergrond van je eigen begeerte wat daardoor ineens in een veel hoger en onaantastbaar vlak komt te staan. God dat is de achtergrond van een politieke partij. God dat is de achtergrond van de strijd tegen het goddeloze communisme.

God is de achtergrond van al hetgeen wat er op de wereld gebeurt, zelfs van apartheid. Dat kan natuurlijk niet waar zijn. Laten we ons eens voorstellen, dat er werkelijk een God is als een denkend wezen, met een macht die wij helemaal niet kunnen begrijpen en een bestaan, dat voor ons niet eens benaderbaar is en die dan toch nog contact heeft met de aarde, met de wereld. Zo’n God zal waarschijnlijk denken: “Ach, laat die mieren maar krioelen.” En als hij dan toch interesse in ze heeft dan zal hij zeggen: “Laten ze het maar zelf uitzoeken, daarna komen ze toch in de sferen terecht en dan kunnen ze veel beter begrijpen waarom en hoe ze verkeerd gedaan hebben.”Zo stel ik dat.

Het is zo gemakkelijk om God ergens bij te halen. Een vriend van mij heeft eens gezegd: de moeilijkheid van mensen die in God geloven is, dat ze in hun God geloven. Ze hebben zich namelijk een beeld gemaakt van die God. Dat komt uit hen voort, misschien uit een traditie of uit een overlevering. Zolang het over die God gaat horen ze eenvoudig niet wat een ander zegt. Wanneer iemand tegen je zegt, dat de bijbel het woord Gods is, dan kun je vragen hoe hij erbij komt. Dan zegt men dat het in de bijbel staat. Dat zijn toch geen argumenten? En toch worden die argumenten steeds weer gebruikt.

“Kom bij ons en u zult misschien behoren tot de 144.000 uitverkorenen!” Waarom zou je aan een loterij met zo weinig prijzen meedoen? Neem me niet kwalijk, dat ik het zeg. Die mensen zullen op hun manier goed zijn. Ze zullen het heel goed bedoelen. Alleen één ding begrijpen ze niet, dat er weliswaar het begin is geweest en dat ik geloof – ik kan het niet bewijzen – dat het een scheppende macht is. Deze scheppende macht heeft toch alle dingen geschapen. Aangezien het de enige kracht is, die er in de beginne was moet alles uit die kracht zijn voortgekomen.

Is alles wat op dit ogenblik bestaat ook deel van God? Dan kan ik toch niet zeggen, dat ik de totaliteit beleefd heb. Ik weet er geen pest van. Je kunt dan toch niet zeggen, dat je God hebt leren kennen. Je hebt hoogstens een heel klein facetje gezien van een onmetelijkheid. Je kunt ten hoogste zeggen, dat je een belevenis gehad hebt, die je alleen maar als een contact met God kunt beschrijven.

Dan komen we op een vlak waarbij de mysticus niet meer gelijktijdig de fanaticus wordt. Want als er iets gevaarlijk is, dan is het de mystiek die je fanatiek maakt, die je ertoe brengt anderen met de zweep of desnoods ergere middelen te willen dwingen om in te gaan tot een heerlijkheid, die jezelf hebt ervaren maar die voor hen op die manier misschien niet eens kan bestaan.

Dan kunnen we nu gaan praten over mystiek.

Een mysticus is iemand, die een verklaring zoekt, dat is in feite de kern. De mysticus zoekt een verklaring, uit het ongerijmde desnoods, waardoor alles wat hij beleeft voor hem hanteerbaar wordt. De mysticus komt daardoor in een wereld te verkeren waarin het schijnbaar on­gerijmde een eigen nieuwe logica, een eigen wetmatigheid aanbrengt. Het wonderlijke is, dat voor de mysticus deze wereld en de wetten die hij daaruit kent even goed blijken te werken als die welke de mensen in hun normale wereld via hun wetenschappen hebben bepaald. Die mysticus kan dan op een gegeven ogenblik zo opgaan in een raadsel waarmee hij bezig is, dat hem niets meer overblijft dan dat raadsel. Omdat hij zichzelf vergeet is het raadsel geen raadsel meer. Het heeft een belevenis, inderdaad. In die belevenis kunnen de gekste dingen gebeuren. Ik weet het, er zijn een hele hoop mensen, die niet geloven in levitatie. En is dat natuurlijk ook heel erg moeilijk als je ziet, dat de siddhi’s die beweren te leviteren nog geen centimeter omhoog komen als ze niet springen en dan ook nog met een smak neer komen, wat dan weer blauwe plekken veroorzaakt.

Dit is niet zonder meer spottender wijze gesteld. Er zijn er namelijk heel veel, die zich uitgeven voor heren zonder het te zijn. U zoudt het trouwens moeten weten u komt ze ook vaak tegen. Ik wijs gewoon maar op het feit, dat er heel veel pretentie is in dit opzicht en toch… levitatie komt voor. Ze komt vreemd genoeg niet alleen voor bij heiligen, bij de heilige Hyronymus bijvoorbeeld. Die had gewoon een abonnement. Hij lag voor het altaar en hup, daar ging hij weer. Dan zweefde hij soms een uur lang meters boven de grond voor dat altaar, geknield in aanbidding, alsof hij op de vloer lag. Iedereen kon er gewoon onder door lopen als hij dat wilde. Er zijn er een paar geweest, die het als proef hebben gedaan. Er zijn andere heiligen die het gedaan hebben, maar er zijn ook spiritistische mediums geweest die het deden. David Loung bijvoorbeeld, die zweefde gewoon het ene raam uit en het andere weer in. Iedereen dacht dat hij gek was en alleen een illusie had gezien. De wetenschap kon het niet aanvaarden. Wie er wel in geloofde was natuurlijk gek, want natuurkundig is het niet te verklaren.

Waar het mij echter om gaat is dat die levitatie voor komt. Waarom komt ze voor? Omdat je in een toestand kunt verkeren waarbij je niet meer reageert op zaken als zwaartekracht die uiteindelijk een resultante is tussen kerngewicht en aantrekking van de kern plus bewegingssnelheid en daaruit ontstane …… kracht.

Het is heel eenvoudig en het kan gebeuren.

Nu zit u daar en u beleeft dat. Dan zit u in een totaal andere wereld. Die wereld is uw antwoord op uw belangrijkste vraag: Waarom besta ik? In de mystiek komt het uiteindelijk op twee dingen aan: Wie ben ik en waarom besta ik? Als ik die twee weet op te lossen dan leef ik in een wereld waarin alle wetten van de wereld verdisconteerd worden op het ogenblik, dat je met het geheel van je bewustzijn ondervindt in één van die toestanden, waarbij je bezig bent, hetzij met je ware ik, hetzij met God.

U zult me willen vergeven wanneer ik opmerk, dat een ieder die een dergelijke mystieke beleving heeft ze vertaalt in zijn eigen termen van denken en geloven. Stel u voor, dat er een priester loopt te brevieren zullen we maar zeggen – dat is altijd zo leuk, bij de protestanten is er veel minder te vieren, maar in de katholieke kerk wordt er heel veel gevierd, elke dag een andere heilige zelfs. Ik maak het misschien een beetje bespottelijk, ik wil echter heus niet het christelijk geloof aantasten. Wanneer u werkelijk zelf iets niet kunt, roept u rustig een God aan. Als u denkt, dat u zo laag staat en dat u het beter met de portier af kunt, dan is Petrus er nog altijd. Er zijn nog wel andere heiligen ook. Er zijn altijd wel jongens, die je kunt vinden tussen jou en een autoriteit. Het gaat er namelijk niet om of die dingen werkelijk zo gaan als u het zich voorstelt, het gaat erom dat u het innerlijk voelt, dat u het gevoel krijgt van beantwoording uit een grotere kracht. Daar krijgt u dan zelf kracht van. Zo simpel is het eigenlijk. De mysticus doet dit perfect en volledig. Op het ogenblik, dat hij zegt: “Ik heb God ontmoet,” heeft hij God niet ontmoet, maar hij heeft een beleving gehad die zo totaal is voor zijn wezen, zo alles wat hij kan omschrijven en denken overtreft, dat hij het alleen nog maar samen kan vatten in de term die voor hem het hoogste is.

Nu zijn er verschillende graden. Ik heb daarnet wel een grapje gemaakt over die heiligen, maar wat moeten we nu eigenlijk denken over die Hindoe-godsdienst, die Hindoe cultuur. Die is buitengewoon interessant. Er is ook één grote God. Die God heeft een aantal verschijningsvormen. U kent ze wel: Brahma, Vishnoe, Shiva. Daaronder staan weer een aantal goden, die eigenlijk niets anders zijn dan weer deeltjes, facetten van één van die grote goden. Zo ga je naar beneden toe tot je die heel eenvoudige, kleine halfgoddelijke wezentjes krijgt, die de rol spelen  van de allerlaagste engel of iets dergelijks. Daar beseft men, dat God ongrijpbaar is. Daarom hoor je er zelden spreken over Brahma of over datgene wat als wijsheid en de totaliteit ligt achter alle verschijningsvormen. Maar de mens, zo zeggen ze, moet een voorstelling hebben. Wat is beter dan wanneer de mens een facet kan vinden van zijn godheid dat hij zelf beleven kan. Je moet dan niet zeggen, dat je het totaal beleeft. Ze zijn eerlijk, ze zijn verstandig, ze zeggen gewoon, dat ze deze of gene godheid aanbidden, dat ze zich bezighouden met bijvoorbeeld Ganesha of anderen. Een ander zegt, dat hij zich bezighoudt met een andere godheid.

God valt voor ons uiteen in die vormen, die we nog kunnen begrijpen en die vormen kunnen nooit God zijn. De mysticus vraagt zich af waarom de vorm niet beantwoordt aan datgene wat hij innerlijk voelt dat God zou moeten zijn. Op dat ogenblik overschrijdt hij de grens van het menselijk begrip. Dan wordt het heel erg moeilijk om nog termen te vinden wanneer je jezelf niet kent of jezelf op een verkeerde manier probeert te definiëren of te omschrijven. Dan loop je vast. Er moet een relatie bestaan tussen de kracht waar wij uit leven en die gelijktijdig alles is wat wij zijn en de totale kracht waaruit alle vormen en alle levensmogelijkheden en krachten voortkomen. Dat ik mijzelf leer kennen tot de kern van mijn eigen wezen, dan kom ik tot het beleven van iets wat ook al niet meer omschrijfbaar is. Het is geen zuiver ik. Het is een combinatie van een toestand van verrukking en van een besef van verplicht zijn. Laat ik het zo noemen. Wanneer je dit hebt, dan heb je toch een norm, een norm voor je eigen godsbeleven. Dan wordt God niet meer het omschrijfbare, maar wel het beleefbare. Hij is niet in zichzelf te definiëren door je beleven, maar je beleven definieert voor jou je relatie met het leren kennen van God.

Ik wil alleen maar proberen duidelijk te maken, dat als je zegt: is God een beleving, dat je alleen onder zeer bepaalde condities, ja kunt zeggen. Ik heb geprobeerd al die beperkingen aan te brengen. Ik heb vooral geprobeerd de zaak om te draaien. Laten we ons eigen beleven, onze menselijke vorm eens onder de loep nemen. Hoeveel van hetgeen u beleeft kunt u direct releren aan de hand van een aanleiding daartoe, maar aan de feiten zodat uw beleving en de feiten en de gevoelswaarde en de feiten identiek zijn. Me dunkt, dat u dat niet zal lukken.

Het wordt dan ook duidelijk waarom wij steeds weer wanneer wij met God schermen, schermen met iets wat helemaal niet bestaat. Een vlag, die we zelf ontworpen hebben, hanteren we. Laten we niet gemeen worden, maar als Jezus nu een vlag gehad zou hebben, wat voor een vlag zou dat geweest zijn. Stars en stripes? Hamer en sikkel? Ik denk, dat hamer en sikkel meer voor de hand zou liggen dan de stars en stripes. Er zegt iemand: wit. Als er iets is wat Jezus niet heeft gehanteerd is het de witte vlag. Hij heeft zich nooit overgegeven. Nu wil ik helemaal niet zeggen, dat het christendom dichter ligt bij het communisme, dat is helemaal niet waar. Wat het christendom is zegt het zelf: dom.

Dat wil zeggen, dat het te dom is om te begrijpen, dat je niet het tegendeel kunt doen van wat je geleerd hebt en dan nog vertrouwen, dat je meester je zondelast zal dragen. Want Jezus is wel veel geweest, maar geen ezel, al hebben de Romeinen hem wel eens zo genoemd. Als we gaan begrijpen waar het om gaat dan komen we met verbluffing tot de ontdekking, dat die hele wereld, waar we mee bezig zijn, al datgene waar we God bij te berde brengen zelfs, dat dat allemaal berust of zelfmisleiding en zelfrechtvaardiging. Als we op een dergelijke manier God beleven is het alleen nog maar een verdieping van ons zelfbedrog, ik geloof nooit dat dat in de bedoeling kan liggen van een macht, die zich misschien toch ergens in je openbaart.

De moeilijkheid is, dacht ik, dat de mens altijd een autoriteit nodig heeft om zichzelf te rechtvaardigen. Daar hij innerlijk weet, gevoelsmatig, dat hij zonder een dergelijk beroep op het buiten hem liggende, ten aanzien van zichzelf zoveel niet kan rechtvaardigen. Daar krijgen we dan het criterium.

 We hebben met het volgende te maken. Het gaat mij er niet om of men uitgaande van de huidige denkbeelden en werkwijzen gelijk heeft of niet. Het gaat mij om, dat je niet gelijktijdig kunt zeggen een christen te zijn die zich houdt aan alle tien geboden en daarnaast aan de leringen van Jezus Christus en dat men zich dan gelijktijdig bewapend. Als u me niet gelooft denk u dan aan de scène tussen Petrus van Nazareth wanneer Jezus verdedigd wordt door Petrus wanneer Petrus zijn zwaard trekt en een ander zijn oor afslaat. Op dat ogenblik grijpt Jezus in, neemt het oor, hecht het aan het hoofd van de man en zegt tot Petrus: “Gedenk wel, zij die het zwaard hanteren, zullen er door omkomen.”

Die regels staan toch werkelijk in het Evangelie, moet je je dan op de borst kloppen en zeggen, dat je christen bent en je aan de andere kant bewapenen tegen een eventuele vijand?

*  Er staat nergens, dat je geen zwaard moogt hebben.

Dat wordt aangevoerd, maar is dit eigenlijk geen Jezuïtische casuïstiek? Wanneer het gaat om christen zijn, dan gaat het niet om de letter, het gaat om de geest. Wanneer wij met mystiek bezig zijn gaat het ook niet om de letter, dan gaat het om de geest. Daarin zit nu juist de grote moeilijkheid. Je kunt de mystiek omschrijven, je kunt haar vastleggen in rituelen, je kunt beelden van God bouwen, je kunt altaren bouwen zo veel als je wilt, maar het beleven van God is een zuiver persoonlijke zaak. Het beleven van God kan niet worden omgezet in geboden van God die voor een ander bestaan ze kunnen alleen in jezelf voorkomen. En dan is net nog niet eens zeker, dat je God beleeft. Dan is net iets wat je beleeft, dan stijgt het uit boven de beperkingen van je mens-zijn. Terugkerende tot de beperkingen van het mens-zijn, mag je dan zeker één ding niet doen: die innerlijke beleving te gebruiken om al datgene als het ware te bevestigen wat je bent, gelooft en wilt, als een plicht, noodzaak en wetten aanzien van anderen. God is de wet in ons. Hij is niet de wet buiten ons. Op het ogenblik, dat zijn wet geopenbaard wordt zijn er altijd weer mensen om het uit te leggen en te vervalsen. Op het ogenblik, dat het voord niet kan worden aanvaard zoals het is, maar moet worden omschreven, dan kom je tot de meest krankzinnige dingen.

Ik geloof, dat een geestelijke op het slagveld het recht en de plicht heeft de stervende bij te staan, maar ik meen, dat deze zelfde geestelijke niet het recht heeft om te bidden voor een overwinning of erger nog, de wapens te zegenen waarmee ze zullen doden.

Als je zegt: Is God een belevenis? Dan moet je zeggen: wat is God? Dan zeg ik, dat voor een mens over het algemeen God een rationalisatie is van dingen die de mens tegenover zichzelf niet durft te verantwoorden. Dan moet je zeggen: wat is de belevenis van God? Het is een beleven in mijzelf, onomschrijfbaar. Het is er, het existeert en het gebeurt ook in deze tijd nog steeds, maar het wordt niet door een wet bepaald. Het wordt niet bepaald door een procedure. Wat je beleeft is niet definieerbaar of omschrijfbaar. Op het ogenblik, dat je probeert dat te doen schep je alleen maar analogieën die je put uit je eigen denken. En omdat je dan mysticus bent voeg je ongetwijfeld je eigen mystieke verklaring er aan toe die voert tot een wetmatigheid die in de stof niet reëel kan en mag zijn.

*  Vraag over Jezus die praat over zijn vader. Is dat beleving.

Ja, waarvan de realiteit als een soort supermenselijke vader niet bestaat. Rekening houdend met een geloof, dat ik wel met Jezus deel, dat het onbekende, de eerste oorzaak, God de bron is waaruit het al bestaat, dan mag ik deze bron toch wel vader noemen. Hij is de eerste oorzaak. Dan moeten de vrouwen niet protesteren in dit geval, want de eerste oorzaak moet actief worden voordat de penetratie van de eicel kan geschieden.

*  God is raadsel. Men vraagt zich af of God bestaat.

Ik meen, dat God bestaat, maar kan het niet bewijzen. Als we het volkomen logisch willen zeggen dan moeten we terug gaan naar de menselijke redelijkheid en zeggen: ik mag mijn persoonlijke ervaring niet als bewijsmateriaal aanvoeren. Dan is God een beleving of een behoefte tot beleving bij zeer vele mensen. We kunnen aannemen, dat wij ook iets betekenen voor God, daar zijn heel wat theorieën over, maar deze theorieën liggen op het vlak van het niet redelijke, niet bekende.

Ik geloof, dat dat één van de belangrijkste dingen is die we vanavond – ondanks alles – misschien dan toch naar voren hebben gebracht, namelijk dat God niet rationeel benaderbaar is en dus ook niet kan worden omgezet in rationele vaarden of rationele rechtvaardiging. Dan kunnen we er aan toevoegen, dat datgene wat wij geloven voor ons een innerlijk beeld vormt, een soort gedachtewereld, waarin wij om te kunnen beantwoorden aan die wereld ons moeten houden aan de wetmatigheden waardoor die wereld voor ons in stand blijft.

Laten we eerlijk zijn. Ook u hebt God nodig, een bekende spreuk. Zonder God kunt gij niet leven. Zonder Christus zijt gij verdoemd. Let wel, ik gebruik hier niet willekeurige spreuken, maar ik gebruik hier leuzen die door bepaalde christelijke groepen of sekten verbreid en gehanteerd worden. Wanneer wij ons daardoor laten bepalen dan hebben we de grootste ellende die mogelijk is. Een vriend van mij definieerde het eens als volgt: Een priester is iemand, die op grond van zich aangemeten gezag, zich stelt tussen de mens en zijn God. Wij hebben niet te maken met degenen die ons vertellen wat God wil. Wij hebben alleen te maken met een innerlijke waarheid, ons diepst innerlijk beleven.  Er is geen absoluut criterium of dat nu een economisch, politiek of religieus is. Op het ogenblik dat we dit doen, verloochenen wij datgene wat wij zijn. En wij zijn wezens die denken, die voelen. Uit ervaring weet ik dat wij wezens zijn, die zonder een stoffelijk lichaam voort kunnen leven. Op grond van deze ervaring, veronderstel ik dat er inderdaad een God is en ik weet zeker, dat het een innerlijke waarheid is, die ons totaal van beleven bepaalt voor ons, die het totaal van de zinrijkheid van al wat wij zijn en doen voor ons bepaalt.

Dan meen ik te mogen zeggen, dat wanneer wij beseffen, dat het er niet om gaat elkaar te bestrijden, maar dat het er om gaat elkaar duidelijk te maken, dat de waarheid nimmer kan liggen in veronderstellingen of leuzen, maar alleen voort kan komen uit je eigen innerlijk besef en je erkenning van eigen wezen en de krachten die je beseft. Dan kunnen we praten.

Ik geloof, dat wanneer de mensen zich wat minder zouden bezighouden met een ander en zich wat meer bezig zouden houden met wat diep in hun eigen wezen de waarheid is en deze vanuit zichzelf, door zichzelf en voor zichzelf waar zouden maken, er dan minder strijd zou zijn op aarde. Dat er dan meer goeds zou gebeuren en dat er minder dwaasheid zou zijn die de mensheid en het leven op deze aarde voortdurend weer bedreigen.

Als we met alle mystiek tot die erkenning komen, is het dan niet mogelijk misschien om – in onszelf opgaande en zoekende naar een antwoord – ergens die stilte, die vrede dan weten te vinden  die we kunnen omschrijven als de beleving van God.