Is kanker te genezen?

image_pdf

17 januari 1986

Om te beginnen: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. We zijn erg dankbaar als u zelf wilt denken. Ons onderwerp gaat over de vraag: Is kanker te genezen?

Degene die oorspronkelijk het onderwerp stelde, had daarbij de nadruk gelegd op magnetiseren, geestelijke genezing. Maar wij menen dat het verstandiger is om het gewoon helemaal te bekijken.

Allereerst: wat is kanker? Kanker is een celwoekering die in verschillende vormen kan voorkomen, maar over het algemeen gekenmerkt wordt door een enorme celvergroting als gevolg van celkernbeschadiging. De oorzaak van kanker blijkt over het algemeen te liggen in een soort kristallijn virus, dat schijnbaar ook erfelijk wordt overgedragen, waardoor onder bepaalde omstandigheden beschadigde celwanden doorboord worden en daarbij een beschadiging van de celkern ontstaat. Het virus gaat daar kennelijk bij ten onder, maar ondertussen is de celwoekering op gang gekomen. Wanneer we proberen de oorzaken verder na te gaan, vallen 2 punten bijzonder op, tenminste bij ons.

In de eerste plaats: bijna altijd is er, voordat de kanker kenbaar wordt, een periode dat de alvleesklier slecht functioneert, en ook blijkt dat een van de onbekendere afscheidingen van de hypofyse aanmerkelijk vergroot wordt. Wij hebben de indruk dat dit de oorzaak is van de activering van het virus. Maar met zekerheid durf ik u dit niet te zeggen, aangezien het hier een onderzoek betreft dat in de geest is gebeurd en we daar ten aanzien van stoffelijke omstandigheden niet de mogelijkheid tot volledige controle hebben. Dat betekent dus dat we te maken hebben met een onevenwichtigheid, die steeds aan het begin staat van elke kankerhistorie.

In de tweede plaats blijkt dat kanker bij sommige mensen zeer veel voorkomt en in bepaalde families zich regelmatig herhaalt. We noemen deze mensen cancer prone (voor kanker gevoelig, n.v.d.r.). Terwijl andere mensen dingen doen die volgens de moderne wetenschap kankerbevorderend zijn, maar daarbij ten hoogste voortdurend kankeren over de moderne tijd en in de rijpe leeftijd van negentig jaar zonder enige woekering naar onze wereld komen. Daar moet een reden voor zijn en pas wanneer we die reden weten, kunnen we gaan zeggen: Is kanker te genezen?

Nu is het volgende grotendeels speculatief.

In de eerste plaats: onevenwichtigheden blijken voort te komen bij mensen die onder psychische spanning staan. Onverschillig wat de oorzaak daarvan is, blijkt steeds weer een verandering van de werking van de pancreas plaats te vinden. Wij zien een zelfde ontwikkeling bijvoorbeeld bij vormen van suikerziektes, in zeer veel gevallen verdwijnt de suikerziekte langzaam op het ogenblik dat de patiënt psychisch weer evenwichtig en gezond wordt. We moeten dus aannemen dat we hier in ieder geval eerst moeten kijken naar bepaalde psychische aspecten. En dan stel ik: elk mens die voortdurend ontevreden is met zijn leven en zichzelf, schept hierdoor voorwaarden waardoor hij eerder een kankerpatiënt zal worden dan een ander. Elke mens die niet in staat is zich te uiten, die veel opkropt, heeft een grote kans dat hij suikerziekte, kanker of bepaalde vormen van reuma oploopt. Dan moeten we bij de vraag of kanker te genezen is, in ieder geval zeer veel aandacht schenken juist aan die psychische gezondheid.

In de tweede plaats vragen we ons af of er misschien milieuomstandigheden zijn die kanker kunnen bevorderen. Nu, ik geloof dat er deskundigen zijn die er al zoveel hebben vastgesteld dat het een wonder is dat kanker nog niet een veel grotere volksziekte is.

Maar laten we eens kijken naar de voeding, bijvoorbeeld. O, ik weet dat er veel is gelachen en veel ‘wetenschappelijk verweer’ is geweest tegen zaken als bijvoorbeeld bepaalde hormoonbehandelingen in Zwitserland en het Moermandieet in Nederland. Maar aan de andere kant, voor sommige patiënten blijken die dingen wel te werken, en dat is bewijsbaar. We kunnen niet zeggen dat een Moermandieet, een bepaalde hormoonbehandeling, altijd gegarandeerd een middel is om kanker te genezen. Maar we kunnen wel zeggen dat in zeer veel gevallen, ook daar waar de gangbare medicatie, bestraling etc. niet meer voldoende werkt, het mogelijk is om met een dieetmethode, soms met bepaalde hormooninjecties, de kanker tenminste tot inkapseling te brengen. Dat lijkt me een heel belangrijk punt. Kennelijk heeft ook de wijze van leven te maken met het ontstaan van kanker, althans geeft een vergrote mogelijkheid voor het overwinnen van of het ontstaan van kankers.

Er wordt enorm veel gedaan aan kankeronderzoek, er gaan heel veel miljoenen mee weg met die subsidies e.d., alleen al in Nederland, en dan kijken we nog niet eens in de andere landen van de wereld. Mij valt echter op – ik hoop dat men het mij niet kwalijk neemt – dat men voortdurend zoekt naar de ‘mechanische’ verklaring: Dát kan kanker veroorzaken, en dát is niet goed en: kanker, dat zou je dan zo moeten behandelen. Alsof het gaat om een verstopte leiding in een automotor of misschien een foute ontsteking. Veel van hetgeen op dit terrein, zowel voor operatieve en bestralingsbehandeling als andere behandelingen is ontdekt, is wel degelijk belangrijk. Maar hoe kun je een kwaal goed behandelen wanneer je de oorzaak niet wegneemt? Volgens mij zou men zeker bij kankerpatiënten, ook wanneer het in een gevorderd stadium is, psychologische hulp moeten kunnen geven. En daarnaast zouden we dan eventueel nog wat paranormale hulp kunnen geven en verwachten.

Want kanker blijkt op het ogenblik in beginfase wel degelijk te genezen te zijn. Er zijn medicaties voor, er zijn bepaalde methoden ontwikkeld waardoor je kanker die in het beginstadium wordt ontdekt, zonder meer kunt genezen. Het blijkt daarbij heel vaak zo te zijn dat operatief ingrijpen gevaarlijk is. Dat mag je eigenlijk alleen maar doen wanneer er geen andere mogelijkheid meer bestaat. Want bij operatief ingrijpen ontstaat maar al te vaak een uitzaaiing, doordat een of meer van de cellen losgeslagen raken, bv. in de bloedbaan terecht komen, en dan hun woekerend werk op willekeurige plaatsen als een aangroeiing gaan voortzetten. En dat is natuurlijk niet zo leuk.

Er zijn gevallen bekend waarbij men één betrekkelijk groot kankergezwel verwijderde, maar waar door een kleine ‘kunstfout’ een aantal cellen toch in het lichaam aanwezig bleef. Kort daarna ontstonden een reeks uitzaaiingen die tenminste twintig en waarschijnlijk meer kankeruitwassen veroorzaakten, zowel in de organen als later ook aan de oppervlakte onder de huid. Dat zijn dingen waar je over moet nadenken. Ik geef toe, er zijn gevallen waarbij het mes niet vermeden kan worden, dan moet je ingrijpen omdat anders de patiënt succumbeert (nvdr: sterft). Maar wanneer er nog een andere behandelingsmogelijkheid bestaat, zou je dat moeten laten. Bestralingsbehandelingen hebben soms een redelijk goed effect. Ik bedoel hier vooral de kobaltbestraling, waarbij door het voortdurend roteren alleen in het brandpunt een voortdurende belasting ontstaat. Hierdoor is het inderdaad mogelijk een aantal cellen te doden, waaronder woekercellen. Maar alweer, er ontstaat wel degelijk hierdoor een betrekkelijk zware belasting van het organisme. Wanneer de patiënt zelf al negatief is ingesteld, is de kans heel groot dat de bestralingsbehandeling weinig of geen resultaat boekt.

Nu kun je je af gaan vragen waarom dan het Moermandieet, de hormoonbehandelingen, en er zijn nog enkele andere soorten, dan toch zo vaak resultaat opleveren. Ik vrees dat het antwoord niet alleen kan liggen in de juistheid van de voedingsmethoden, in het herstellen van de hormonale balans, enz. Ik denk dat het heel erg belangrijk is dat de patiënt bij deze therapieën zelf voortdurend en intens betrokken is en daaraan een zekere verwachting en hoop beleeft. Wanneer het negativisme bij de patiënt verdwijnt, is de mogelijkheid weer groot dat opnieuw een balans in het lichaam ontstaat, waardoor verdere uitzaaiingen althans worden voorkomen. Terwijl daarnaast de afweer van het lichaam sterker kan worden, wat kan voeren tot inkapseling van bestaande kankergezwellen, die dan op den duur als het ware verdrogen en na een aantal jaren inderdaad verdwenen kunnen zijn. De veroorzakers van de celkernschade, die zijn natuurlijk nog wèl aanwezig maar hebben geen mogelijkheid of reden meer om actief te zijn. Hier is dus kennelijk ook een psychologisch element aanwezig en het zou de verklaring kunnen zijn voor een dergelijke verbetering.

Ik dacht dat ik hiermee, zij het zeer populair, de belangrijkste punten ten aanzien van de gangbare kankertherapieën wel heb gesteld. Is er iemand die het er niet mee eens is?

(Geen reactie uit de zaal.)

Dan moet ik nu overgaan tot dat gedeelte dat eigenlijk bij het stellen van het onderwerp werd opgedragen, namelijk de vraag: Is het mogelijk door magnetiseren of door geestelijke genezing van welke aard ook, kanker te genezen?

Na het voorgaande zult u begrepen hebben dat er bepaalde suggestieve en psychologische elementen van groot belang zijn bij de genezing. Een magnetiseur kan iemand kracht geven. Hij kan niet de activiteiten van het lichaam werkelijk en volledig op korte termijn veranderen. Hij kàn er echter voor zorgen dat de reacties in het lichaam evenwichtiger zijn. Hij kan een te kort aan krachten inderdaad suppleren (aanvullen, n.v.d.r.). Wanneer er een goede band bestaat tussen de genezer en de patiënt en er vertrouwen is ten aanzien van die genezer, hebben we hier in ieder geval al een psychologische factor van groot belang. Er is een andere instelling gekomen, men gaat positiever denken en reageren. Daarnaast krijgt men energie die men anders misschien niet zou hebben. Men heeft verder een aantal lichamelijke ervaringen, al zijn het maar prikkelingen of het verdwijnen van pijngevoelens, ook als dat tijdelijk is. Het resultaat is dan dat de patiënt inderdaad de goede kant uitgaat.

Je kunt natuurlijk niet volstaan daarmee. Deze paranormale geneeswijze kan van groot belang zijn omdat ze andere therapieën ondersteunt. Omdat ze meer overlevingsmogelijkheden biedt. Ik wil hier nogmaals een uitzondering maken voor de chirurgische ingrepen, waarvoor dit over het algemeen niet geldt, omdat de patiënt bang is voor deze ingrepen en daardoor als vanzelf in een zeker negativisme terecht komt. Maar voor alle andere therapieën geldt dit. Het belang ligt hier kennelijk in het feit dat men weet of voelt dat men geholpen wordt.

Geestelijke genezing kan op afstand geschieden. Het kan vanuit onze wereld ook geschieden, maar dan zitten we met de moeilijkheid dat het toch wel zeer suggestieve contact tussen de paranormale genezer en de patiënt wegvalt. Dit kan soms gecompenseerd worden. Wanneer de patiënt weet en verwacht dat er kracht zal worden uitgestraald, is die suggestieve werking toch in zekere mate aanwezig, en wanneer die kracht inderdaad wordt gevoeld, dat is mogelijk, dan zal het effect niet veel afwijken van de directe contactbehandeling.

Wanneer we vanuit onze wereld werken, dan kunnen we de patiënt misschien laten dromen dat er hulp is, we kunnen iets in zijn onderbewustzijn wakker maken. We kunnen daardoor het denken van die patiënt in een andere richting voeren. Wanneer er dan, en dat is toch heus mogelijk, enige verbetering ontstaat, zal die patiënt inderdaad ook gemakkelijker op medicatie reageren en bepaalde therapieën doen meer goed. Dus ook die hulp is mogelijk. Maar niet uitsluitend, en dat is een heel belangrijk punt.

Ik vind het altijd dwaasheid dat men de paranormale geneeswijzen en de alternatieve geneeswijze in veel kringen op één hoop veegt en zegt: “Dat haalt niets uit, dat is onzin, dat is verlakkerij.” Dat is natuurlijk kolder. Maar aan de andere kant moeten we dan toch wel rekening houden met het feit dat een patiënt die ernstig ziek is – en een kankerpatiënt is dat inderdaad – voortdurend onder controle moet staan, dat men voortdurend na moet gaan wat er gebeurt. Wanneer men ziet dat iemand door een magnetiseur meer weerstand krijgt, dan moet men van die weerstand gebruik maken om met de bekende middelen zoveel mogelijk de genezing te bevorderen. Wanneer sprake is van geestelijke genezing, zeg niet tegen die patiënt: “Je bent gek”, maar accepteer het feit en probeer na te gaan of deze patiënt meer weerstand krijgt, of er een nieuw evenwicht komt.

Geloof me, het is vanuit de sferen vaak mogelijk om vooral imbalances (onevenwichten, n.v.d.r.) van de pancreas aanmerkelijk te beperken. Wanneer het normale afgiftepatroon daarvan de norm weer benadert, zou als vanzelf de niet zo gemakkelijk door ons te beïnvloeden hypofyse – is maar heel klein, heeft wel veel afscheiding – ook wel weer een eindje naar normaal terug gaan.

We krijgen dan in ieder geval een situatie waarbij verdere uitzaaiingen niet voorkomen.

En dan de bekende vraag: “Als ik ‘iemand met kanker magnetiseer, hoe moet ik dat dan doen?” Nou, ik zou zeggen, ongeacht waar de kanker zetelt, probeer het eerst eens met een instraling van de kleine hersenen uit en doe dat dan ongeveer naar de maagstreek. U hebt dan de belangrijkste zenuwkanalen en u hebt daarnaast een zekere contactmogelijkheid met tenminste de werking van de alvleesklier. Voelt de patiënt dit aan als een soort warmte, wordt het gevoel van onrust en pijn minder, probeer dan in te stralen op het voorhoofd. Geef uw kracht dan bij voorkeur ongeveer waar het derde oog zou moeten zetelen. (Wijst midden op het voorhoofd.) En straal door (naar) achter aan de nekaanzet. Hierdoor kunt u over het algemeen een deel van de spanningen wegnemen. Daarnaast heeft u misschien, maar dat is altijd heel misschien, een gunstige invloed op de hypofyse. Dat is de beste methode.

Wat doen we verder? De patiënt heeft pijn. Laten we proberen om die pijn weg te nemen. Wegnemen is altijd in de eerste plaats weghalen, dus u neemt weg, u probeert energieën eruit te trekken. Waar pijn is, is een overprikkeling van het zenuwstelsel. Dat is gezond, want zonder dat zou je niet weten dat er iets fout was. Maar wanneer die pijn bestaat en men weet dat die ziekte er is, dan kun je door die overspanning weg te halen inderdaad het pijngevoel tijdelijk doen verdwijnen, dus de pijn doen afnemen. Dit is voor uw patiënt erg belangrijk, want als die pijn minder wordt, dan heeft hij onmiddellijk meer vertrouwen in u. Dus doe dat eerst en zorg er voor dat u altijd goed afslaat. Dat is ook geen bijgeloof, want je hebt inderdaad de neiging om bepaalde energieën van niet stoffelijke aard, als het ware aan je handen te houden. Dus goed afslaan. Behandel daarna als hiervoor reeds aangegeven.

We willen wat doen op afstand? Dan moeten we weten wat de patiënt is. We moeten een voorstelling hebben van de patiënt of we moeten een of ander contact hebben met de patiënt. Dat kan bv. een voorwerp zijn. Dat kan eventueel een brief zijn, ook als die door een familielid is geschreven. Wanneer we ons hier volledig op concentreren, dat is een belangrijk iets, en als we het gevoel hebben dat er contact is, vragen we ons niet af met wie of hoe, maar dat gevoel van contact moet er zijn.

Dan concentreren we ons in de eerste plaats altijd weer op wegvallen van pijn, in de tweede plaats op normalisatie van de hormonale evenwichten zover dat mogelijk is. In de derde plaats activeren we de kleine hersenen, en daarnaast proberen we het voorhoofdschakra en de hersenlobben redelijk te beïnvloeden.

Denk niet dat u hiermee een patiënt volledig kunt genezen. U kunt wèl hierdoor een patiënt de mogelijkheid geven aan zijn eigen genezing actief mee te werken. En wanneer u bij dit alles nog een suggestie van rust en vrede zou kunnen uitstralen, dan bereikt u hiermee bovendien een ontspanning van de patiënt die erg belangrijk kan zijn voor alle andere therapieën die eventueel worden gebruikt.

En daaruit blijkt al dat we één conclusie hier voorop moeten stellen: kanker is niet te genezen door paranormale middelen alléén.

In de tweede plaats constateren we: de mogelijkheid om kanker te genezen, wordt aanmerkelijk beter wanneer juiste diëten worden gevolgd en wanneer de patiënt niet de mogelijkheid krijgt zich voortdurend negatief in zijn eigen ziek zijn te verdiepen.

In de derde plaats constateren we dat de chirurgische ingreep zoveel mogelijk vermeden moet worden. Alleen daar waar het uitblijven van die ingreep op korte termijn de exitus (de dood, n.v.d.r.) van de patiënt ten gevolge heeft, mag deze ingreep gebeuren. Ze is een laatste redmiddel. Maar ze mag niet de eenvoudigste therapeutische benadering worden, wat ze helaas in veel gevallen tegenwoordig nog is.

Dan vraagt men zich verder af: Is het dan niet mogelijk om geestelijke chirurgie uit te oefenen? Dat hele verhaal berust echter op een verkeerde conceptie.

Men denkt: daar komt een geestelijke dokter, met een geestelijk lancet, en die snijdt dan het nodige eruit. Hij haalt het er uit en gooit het weg en hij zorgt dat er geen bloedingen ontstaan. Daarna zie je er niks van want zowel het mes als de chirurg dringen door de materie door.  Er is geen wond maar er is wel wat verwijderd. Ik weet niet of u op de hoogte bent van wat men dematerialisatie noemt, d.w.z. dat een voorwerp opgelost wordt, althans voor u visueel, doordat de onderlinge afstand tussen de moleculen en eventueel atomen, zo vergroot wordt dat het geheel vaste stoffen kan doordringen. Een geestelijke operatie berust op dit principe. Zij vergt een enorme beheersing, maar daarnaast ook onvoorstelbaar grote energieën. Het zal u duidelijk zijn dat dergelijke operaties dus in veel gevallen niet mogelijk zijn op het ogenblik dat we te maken hebben met vijf of zes verschillende uitzaaiingen, abcessen.

Bij één is dat nog mogelijk, maar dan vergt het heel veel van de geest. Bij meerdere is het bijna niet mogelijk, omdat de nodige energie en concentratie zodanig groot is dat je dan met misschien honderd man zou moeten werken om één patiënt een klein beetje te helpen. Dan is er nog altijd de kans dat er iets fout gaat, doordat bij herhaalde concentratie een gewenning ontstaat en je dus niet zo duidelijk meer kunt reageren op de lichamelijkheid van die patiënt. Dus denkt u alstublieft niet dat daar veel mogelijkheden inzitten. Het kan een enkele keer, maar dat is zodanig zeldzaam dat u dit gewoon voorlopig kunt neerleggen bij het rijk van overleveringen en fabelen, waarvan soms gedeelten juist blijken te zijn.

Toch is kanker te genezen. Wanneer we het zuiver lichamelijk bekijken, dan zijn er de laatste tijd veelbelovende therapieën ontdekt. Wat dat betreft is het misschien leuk om op te merken dat in Amerika, bij het onderzoek naar een mogelijkheid om aids te bestrijden, enkele gegevens naar boven zijn gekomen die voor kankerbestrijding erg belangrijk kunnen zijn.

Over een 50-tal jaren zal elke kanker in het beginstadium met betrekkelijk weinig moeite en een beperkte medicatie plus dieet, te genezen zijn. De eerste proeven op dit terrein vinden op het ogenblik reeds hier en daar plaats, maar we moeten er rekening mee houden dat het een langere tijd zal duren, voordat men deze kunde en kennis in de wetenschap zodanig heeft opgenomen dat voldoende artsen daarover kunnen beschikken.

Gevorderde stadia van kanker zijn op het ogenblik vaak heel moeilijk te genezen, zoals u weet. Maar zowel wat gebeurd is in Zwitserland, enkele Italiaanse proeven van de laatste tijd vooral in Bologna en ook datgene wat in Nederland is gebeurd met o.m. Moermantherapie, heeft bewezen dat je ook in dergelijke gevallen de kanker kunt genezen en kunt overwinnen. Ik wil daar nog aan toevoegen dat de poging van acupunctuurspecialisten om eveneens iets tegen kanker te doen, wijst in de richting dat ook langs deze weg, althans een inkapseling en een beperking van uitzaaiing mogelijk is. Er zijn dus genezingsmogelijkheden.

Dan komt de vraag: Maar als het nu werkelijk al een zwaar geval is, wat dan? Zelfs dan blijken genezingen mogelijk te zijn. Ze zijn echter sterk afhankelijk van de levenswil van de patiënt, diens positieve instelling, de juiste begeleiding door de omgeving en een juiste medische behandeling en een juist medisch toezicht. In deze laatste fase vooral zou ik de hulp van paranormale genezers willen aanbevelen. In deze periode namelijk kan alleen de geestkracht en de eigen kracht van het lichaam tot een overwinning komen.

Medicatie kan afremmen in deze periode, maar het nadeel is dat de patiënt daardoor aan energie verliest, en dus in feite daardoor zijn vatbaarheid toch weer vergroot. Daarom is paranormale hulp en begeleiding in deze stadia van groot belang. Maar het is de positiviteit van de patiënt zelf, die vooral bepalend is voor de mogelijkheid tot genezing. Daar waar geen organen onherstelbaar door kanker zijn aangedaan en vernietigd, is dus kanker te genezen.

Daarmee heeft u de inleiding voor u liggen. Ik herhaal nogmaals wat we aan het begin hebben gezegd: we zijn niet alwetend en niet onfeilbaar. Maar wat ik u heb voorgelegd, is naar ons beste weten juist. Denk er over na. Wanneer u na de pauze vragen wilt stellen hierover, dan zullen we die graag beantwoorden. Ik zelf zal weer de spreker zijn. Ik zou u daarbij willen verzoeken, gezien de gemengde samenstelling van het gehoor, om daarbij in zo eenvoudig mogelijke termen te spreken.

Mij kunt u wel verwijten dat ik bijna onbewust hier en daar toch termen heb gehanteerd die eigenlijk voor een leek wat moeilijker te benaderen zijn. Maar ik heb ze zoveel mogelijk vermeden. Doet u dat ook. Dien uw vragen als het even kan schriftelijk in, dit omdat bij uitwerking hierdoor veel moeilijkheden en veel onbegrip voorkomen kan worden.

VRAGEN. 

We kunnen nu aan de werkelijk belangrijke zaken beginnen, nl. uw vragen. Mag ik de eerste vraag?

  • Wanneer een zware kankerpatiënt indien mogelijk onder hypnose wordt gebracht en dan gemagnetiseerd, is het dan mogelijk, en heeft dat zin, om daarbij de chirurg te ontwijken? Kortom, kan in deze combinatie kanker effectiever worden genezen, zonder medicijnen?

Het ligt eraan hoe zwaar de patiënt is, en verder waar de woekering zich bevindt. Maar op het ogenblik dat je zegt: er is hier inderdaad een zwaar gezwel en wij kunnen op dit ogenblik nog een aantal maanden verder gaan, zonder dat er aanmerkelijk levensgevaar ontstaat, dan zou het de moeite waard zijn om het te proberen. En wanneer u de patiënt nu toch onder hypnose hebt, vraag hem dan om zijn eigen diagnose te geven. Dat kan dan heel vaak verrassende aspecten geven en misschien aanwijzingen voor een verdere behandeling. Maar of u op deze wijze zover kunt komen bij een werkelijk gevorderd geval, dus dat u inderdaad alle zware medicatie e.d. kunt ontwijken, dat lijkt me de vraag.

  • De artsen hebben zo weinig aandacht voor de psyche van de mens. In hoeverre kan de geestelijke leiding een aardse dokter inspireren ten aanzien van de kankergenezing?

Ja, we proberen het wel eens een keer. Maar u moet één ding goed onthouden: In een materialistisch tijdperk, waarbij een wetenschap langzaam maar zeker vaak in een mate van dogmatisme ontaard, wordt de medicus meer en meer tot een mecanicien voor menselijke voertuigen. Dat mag dan al erg jammer zijn, maar men gaat er daardoor ook van uit dat hij dus een bepaalde prestatie kan leveren. Dat houdt in dat de arts maar zelden de tijd heeft om zich bezig te houden met de psychische achtergronden en problemen van zijn patiënten, omdat de eisen die men op grond van de zuiver materialistische opvattingen aan hem stelt, al tot het uiterste van zijn vermogens op dat terrein gaan.

Dat wil dus zeggen dat artsen een veel kleinere praktijk zouden moeten hebben. Dat zou voor velen betekenen ook veel minder verdiensten, en dat is niet voor iedereen aanvaardbaar. Daarnaast zouden zij dan ook nog voldoende psychologisch inzicht en voldoende diep menselijke belangstelling moeten bezitten. Ik geloof dat een groot gedeelte van de medici, zoals ze op dit ogenblik actief zijn, wel ten dele, maar zelden volledig aan deze eisen zouden kunnen beantwoorden. Maar ik ben het met u eens dat in de medische behandeling het psychisch aspect steeds meer wordt verwaarloosd, zodat de medicus zelfs het voordeel van tovenaar zijn en dus een soort absoluut gezag hebben, meer en meer aan het verliezen is en eerder wordt bekeken als de hersteller die even een foutje moet recht zetten.

  • Voor het instralen bij kanker, is er dan nog een bepaalde voorkeur voor een kleur?

Dat is sterk afhankelijk van de persoon zelf, maar aangezien het hier gaat om rust, zou ik zelf in dat geval de voorkeur geven aan blauw. Blauw is een bezinnelijke (tot nadenken stemmend, n.v.d.r.) en rustgevende kleur. Wanneer u zich daarop instelt, stelt u zich in feite ook in op rust, op een soort meditatief ‘zijn’. Deze rust draagt u dan ongetwijfeld mee aan uw patiënt over.

  • Patiënt op de operatietafel met maagkanker, de dokter constateert eerst inoperabel, patiënt wordt dicht gemaakt en hem wordt dit medegedeeld. Blijft nog vele tientallen jaren daarna leven en uiteindelijk blijkt die inoperabele maagkanker verdwenen. Dat klopt wel met uw verhaal, maar het is wel een heel sterk voorbeeld, dacht ik.

Ja, natuurlijk maakt de man zich er wel schuldig aan dat hij niet op een medisch verantwoorde wijze is overleden, maar op een niet-medisch verantwoorde wijze nog vele jaren heeft geleefd. Ik kan hem er alleen maar mee feliciteren, voor zover men iemand althans met het bestaan op aarde mag feliciteren.

  • Zal aids in de toekomst ook zo veelvuldig voorkomen als kanker op dit moment?

Ja, ik denk dat aids over ongeveer 7 à 8 jaar bestreden kan worden. Verder meen ik te mogen constateren dat de angst voor aids aanmerkelijk groter schijnt te zijn, juist daar waar het belangrijk is, dan voor bijvoorbeeld roken en longkanker. Ik neem dan ook aan dat aids binnen afzienbare tijd te genezen en te bestrijden zal zijn, en niet een te laat erkende volksziekte zal worden, zoals kanker in veel gevallen al is, waarvan je kunt zeggen dat ze toch wel endemisch (nvdr: binnen eigen gebied voorkomend) is, zij het nog niet epidemisch.

  • We hebben het over beginfases van kanker en eindfases. Dus neem ik aan dat er graden zijn van kanker? Zo ja, hoeveel dan?

Nou ja, dat kun je opvoeren tot oneindig. Het is nl. zo dat kanker ontstaat door de beschadiging van die spiraalvormige moleculaire keten die in de kern van de cel zit.

Op dat ogenblik is er één woekercel, maar deze woekercel komt op een gegeven ogenblik tot deling, en dan zou je kunnen zeggen: nu zijn er twee, dus dit is fase twee, enz. Maar als je het redelijk wilt zien, dan kun je zeggen: we hebben te maken met een kleine, nog niet uitzaaiende kern. Dat is de beginfase. We hebben te maken met een grotere, gevaar voor uitzaaiing in zich dragende kern, tweede fase. We hebben te maken met uitzaaiingen, dus meerdere kernen, derde fase. En we hebben te maken, dan komen we naar de eindfase toe, met één of meer gezwellen, die zodanig groot zijn dat ze de levensfuncties van het lichaam aanmerkelijk bedreigen.

  • U praat nu over puur stoffelijke graden. Ik neem aan dat het in uw positie toch ook mogelijk moet zijn om geestelijke graden daarvan aan te geven.

Geestelijk hebben we dat niet. Er zijn er bij ons wel die kankeren.

Kanker is nu eenmaal een typisch lichamelijk verschijnsel. Het is duidelijk dat in de geest de geesteshouding die kanker kan bevorderen, wel degelijk bestaat, maar geheel andere repercussies heeft. Daarom is het niet mogelijk om geestelijke graden aan te geven voor iets wat alleen stoffelijk bestaat. Dat zal u duidelijk zijn.

  • Nu, dat is me niet duidelijk aangezien kanker toch, naar ik uit uw inleiding heb begrepen, een geestelijke, zij het psychische achtergrond heeft.

Een psychische achtergrond, ja zeker, maar de psyche is zover het u betreft, en zover het de kanker betreft, niets anders dan een bewustzijn met veel factoren en eventuele beïnvloedingen van buitenaf, die bepalend is voor de wijze waarop bepaalde lichamelijke functies zich voltrekken. Daar kunt u dus geen recht aan ontlenen, het spijt me. Wanneer u zegt: ja maar, hebben jullie uit de geest er gradaties voor? Nee, wij constateren het, en we vinden het niet aangenaam, maar als we er iets aan kunnen doen, dan doen we dat soms. Maar in veel gevallen kunnen we dat niet, omdat hiervoor weer de mentaliteit van de patiënt in zeer hoge mate beslissend is, zelfs maar voor onze mogelijkheid deze te benaderen.

  • Is kanker iets van deze tijd, of kwam het in de oudheid ook voor?

Het kwam in de oudheid wel voor, maar het is duidelijk dat het lichaam in de moderne tijd heel wat meer mishandelingen te verwerken heeft dan in de oudheid. Bovendien is de medische verzorging aanmerkelijk beter geworden. Vroeger ging je dood voor je de kans had om kanker te krijgen. Als we rekenen dat bijvoorbeeld rond het jaar nul de gemiddelde levensverwachting lag rond 35 à 37 jaar, en dan nagaan dat dit op het ogenblik eerder 67 of meer is. Ik weet niet wat de laatste tijd de verwachtingen zijn, maar ik wil hier maar mee zeggen: naarmate een organisme ouder wordt en gelijktijdig een minder natuurlijke voeding geniet, afgesloten is van vele natuurlijke bewegingsnoodzaken, dan zitten we al in een situatie waarin kanker gemakkelijker kan ontstaan, dat het lichaam zwaarder belast wordt, en dus eerder zwakke punten zal vertonen.

Voegen we daar dan nog even milieuverontreiniging bij, want tegenwoordig is de regen zo zuur in bepaalde plaatsen dat ze de augurken gewoon buiten zetten om er tafelzuur van te maken. U heeft bijvoorbeeld al die afvoergassen van het vervoer en van allerhande fabrieken e.d. in de atmosfeer. Nu, vroeger hadden ze dat niet. Dus alweer, de ademhaling wordt bemoeilijkt, er komen vreemde stoffen in het lichaam, etc. De mogelijkheid van kanker wordt weer groter. We kunnen dus zeggen dat kanker inderdaad in deze tijd meer voorkomt dan in een ver verleden. Maar het blijkt dat in het begin van de industrialisatie, en dan spreek ik over de jaren 1870-1890, kanker eveneens al vaak voorkwam. Maar omdat ze niet zo gemakkelijk kenbaar was, werd ze in de belangstelling van de mensen overschaduwd door de tuberculose. Men had toen minder mogelijkheden om kanker te constateren.

  • Hoe zit het met kinderen? Kleine kinderen die leukemie krijgen?

Leukemie is bloedkanker en als zodanig kun je dus zeggen dat we bij kleine kinderen over het algemeen hier te maken hebben met erfelijke factoren, ofwel met een ernstige vergiftiging, die een aantasting van het beenmerg teweeg heeft gebracht. Dat zijn eigenlijk de meest voorkomende oorzaken. Dan kun je zeggen: ja, het is heel erg pijnlijk dat het gebeurt. Het kan zelfs vanuit de moeder voortkomen. We hebben bepaalde gevallen waarbij leukemie te wijten is aan prenatale trauma’s die door belevingen van de moeder, voeding van de moeder, e.d. zijn ontstaan. Maar aan de andere kant, laten die kinderen blij zijn. Lang voordat ze een belastingformulier moeten invullen, zitten ze aan onze kant, en daar kunnen ze rustig kijken waar ze beter naartoe kunnen gaan. Neemt u me niet kwalijk, het is niet spottend bedoeld. Ik wil het gewoon van mijn standpunt realistisch benaderen.

  • Kunnen dieren ook kanker krijgen?

Ja zeker, dieren kunnen kanker krijgen, maar dit komt bij dieren veel minder voor dan u denkt. Wanneer het voorkomt, is het veelal bij huisdieren die een onjuiste voeding hebben genoten en te weinig beweging. En daarnaast zijn er veel dieren die er onder lijden, omdat de mensen het nodig vinden een kanker te induceren in het dier in de hoop dat ze kunnen ontdekken hoe ze die kunnen genezen in het dier. Als de aap dan geneest en de geneesheer het op de mens toepast, gebeurt het nog vaak dat hij voor aap staat.

  • Is het ook zo dat als kanker opgelost zal zijn, er dan weer een nieuwe ziekte komt, waarvan eerst weer geen bestrijdingsmiddelen bestaan, totdat ook dat weer opgelost wordt, enzovoort?

Wat u zegt is volledig juist, in zoverre dat elke beschavingsvorm, en dus ook elke periode in uw tijd, wel haar eigen endemische (alleen hier voorkomend, n.v.d.r.) ziekten met zich brengt. Wanneer je dus van de kanker af bent, komt er wel weer wat anders. Want wanneer je de kanker de baas bent, dan is deze uitweg als het ware afgesloten en zal het lichaam zijn onlust weer op andere manieren gaan uiten. Dan krijgen we dus weer andere symptomen, die weer te laat worden herkend, enz. Het enige wat dit zou kunnen voorkomen is een vrede op aarde, waarbij men op een vredige wijze de kans heeft om toch veel avonturen te beleven.  Een leven dus waarbij zekerheid bestaat, en gelijktijdig een vrijwillig gezochte spanning en risico voortdurend aanwezig zijn. Dat zou de beste methode zijn om nieuwe endemische ziekten voor een groot gedeelte te beperken. U moet me niet kwalijk nemen dat ik hiermee het beantwoorden van de  vragen afsluit. Ik ontdek dat we al zover zijn afgeweken dat we zo dadelijk de vraag kunnen verwachten of de komeet Halley er ook iets mee te maken heeft.

Vrienden, ik heb u dit alles voorgelegd ter overweging. Wat wij in de inleiding hebben gezegd en wat ik in de beantwoording naar voren heb gebracht, moet u zelf nagaan of het voor u aanvaardbaar is. Het is de waarheid zoals wij die zien. Niet ik alleen, maar een aantal medewerkers, die het mij mogelijk maken op deze wijze mij via een mens te uiten.

Onthoud één ding: wanneer u ziekten, of het kanker is of iets anders, wilt bestrijden, dan moet u werken aan de geestelijke gezondheid van de mensen. Want naarmate de mens geestelijk evenwichtiger is, psychisch mentaal gezonder is, zal het lichaam in staat zijn veel meer te verdragen, zal het zich gemakkelijker aanpassen aan zich wijzigende omstandigheden. We hebben niet alleen maar te maken met de vraag: is kanker te genezen?

We hebben te maken met de vraag of in het menselijk bestaan een groot gedeelte van de ziekten en risico’s voorkomen kan worden. Of zeer veel ziekten, ook andere, en dan denk ik aan (de ziekte van) Parkinson en de rest, niet voor een deel te genezen of te voorkomen zijn. En het antwoord is: wij kunnen dit op dit ogenblik niet. Maar naarmate de geestelijke gezondheid van de mensheid toeneemt, de evenwichtigheid meer kenmerkend wordt voor de mens, de belangstelling van de mens geest èn stof omvat, niet één van deze beiden exclusief, zal de mensheid groeien tot een ras dat meer weerstand heeft tegen kwalen, dat in staat is kwalen gemakkelijker te overwinnen, en dat op den duur in staat kan zijn om een groot gedeelte van de gevreesde kwalen en ziekten, inclusief infecties, uiteindelijk uit te roeien, zover het de mens betreft.

Het meest belangrijke wat ik deze avond heb gezegd, is dat men de psyche niet alleen als een aanhangsel van een biologisch mechanisme dient te beschouwen. Men moet begrijpen dat het de psyche is die een groot gedeelte van de drijfstof voor deze motor levert. En dat wanneer de psyche niet in orde is, ook het gezondste lichaam op den duur niet juist kan functioneren. Dit gezegd hebbende herhaal ik wat ik al eerder heb gezegd: Kanker is te genezen, zoals veel van de kwade dingen op aarde te genezen zijn. Maar dan moet je niet beginnen met ruwe middelen. Dan moet je alleen in uiterste noodzaak naar geweld grijpen. Zoals je bij kanker alleen in uiterste noodzaak naar het lancet grijpt.

Dan moet je proberen om als mensen een samenleving te vinden waarin men elkaar aanvaardt: verdraagzaamheid. Waarin men mensenliefde kent: medegevoel. Waarbij men de mens niet tot een eenzaamheid verbant, maar eerder juist opneemt in een gemeenschapsgevoel, zelfs wanneer deze maar een passant is, iemand met wie je voor een kort ogenblik in contact komt.

Dat is de werkelijke remedie voor een groot gedeelte van de euvels die de mensheid bedreigen. Dat is de werkelijke remedie voor veel kwalen, die te overwinnen zijn, wanneer er maar een gezond geestelijk leven is, naast het materiële streven. Onthoud daarbij ook dat, wanneer je alleen zoekt naar de geestelijke waarden, de stoffelijke waarden van jezelf en anderen daar gewoonlijk onder lijden. En dat degene die alleen naar materiële zaken streeft, daarmee zowel zijn eigen geestelijkheid als de psychische en geestelijke mogelijkheden van anderen schaadt. Kom terug tot een evenwicht.

Het is een onevenwichtigheid die kanker veroorzaakt. Het is een onevenwichtigheid die suikerziekte veroorzaakt. Het is een onevenwichtigheid die een groot gedeelte van al die ziekten, en inclusief de zoveel soorten zogenaamde reumatiek veroorzaakt.

Het evenwicht, het innerlijk evenwicht, het psychisch tot rust komen, het weer positief durven denken en leven, ongeacht alles, is datgene wat de mensheid van node heeft.

En vergeeft u mij dat ik, toch ook wat afwijkende van het onderwerp voor mijn slotwoord, dit laatste juist aan de orde heb gesteld. Ik ben er eerlijk van overtuigd dat het lang zal duren voordat men dit beseft, en nog langer voordat iedereen bereid is het na te streven. Maar het is goed reeds nu vast te stellen, dat hier een mogelijkheid ligt om niet alleen de ziekten van het lichaam, maar een groot aantal ziekten van de psyche te overwinnen. Want wanneer wij niet zoeken naar de weg die ons verlost, hoe zullen wij ooit onze slavernij kunnen beseffen?

image_pdf