Is ons stofleven noodzakelijk?

image_pdf

1 juni 1964

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik allereerst er even op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. De mogelijkheid bestaat, dat wij vanavond een gastspreker krijgen. De meesten van u zullen wel begrijpen waarom en dat houdt dus in dat ik zo vrij zal zijn om mijn onderwerp een klein tikje anders in te kleden, dan misschien uit de titel verondersteld zou kunnen worden en ik hoop, dat u daartegen geen bezwaar hebt. Ik wil desondanks natuurlijk spreken over de vraag of het leven in de stof noodzakelijk is.

IS ONS STOFLEVEN NOODZAKELIJK?

Het eerste moment van de Schepping is de Schepping door God. Het is de Goddelijke Schepping. God schept en de Schepping is volmaakt. Deze volmaakte schepping heeft geen stoffelijke werkelijkheid zoals u deze bezit, zoals wij deze bezeten hebben. Zij is a.h.w. het idee zelf uitgedrukt in verschillende krachten. Nu weten wij allen dat in die Goddelijke Schepping een element is, dat deze schepping als zodanig niet aanvaardt. Wij horen daarvan in de Bijbel en ook in verschillende andere boeken als een soort strijd en volgens de judaism-christelijke vorm is dat Lucifer, die opstaat tegen God zoals er geschreven staat en valt in de diepste diepten.

Nu kunnen we ons dat misschien wel voorstellen als een letterlijke val, maar zo zal het toch niet geweest zijn. Het bewustzijn dat Lucifer is, wat hij in het hemelrijk – als we het zo mogen noemen – vertegenwoordigt, concentreert zich a.h.w. daarbuiten; het schept een eigen wereld. Lucifer is een grote kracht, grote lichtkracht. Hij heeft als zodanig de mogelijkheid om zeer veel te scheppen, maar wat hij niet heeft is de volmaaktheid van de Schepper zelf, zijn product is dus waan, is een illusie, waarin we voortdurend onvolmaaktheden kennen. Ook dit gebied is niet, wat we kunnen noemen ‘materieel’, het is niet stoffelijk.

Maar tussen deze beide is nu een spanning ontstaan en deze spanning veroorzaakt de materie. De goddelijke waarheid en de leugen worden met elkaar geconfronteerd. In deze confrontatie is een verstarring waar te nemen. Er ontstaat, wat we noemen: de vaste stof. In die vaste stof ontstaat de bezieling. Wij krijgen nu te maken met de mens. De mens heeft in de goddelijke werkelijkheid een bijzondere plaats. Hij is een zonnemens, een zonnegod a.h.w. Hij is groot, sterk, hij is volmaakt. Maar zijn wezen sluimert. Hij is niet een bewuste volger van Lucifer – later in zijn gebonden vorm Satanus genoemd – die zich dus in de wereld van waan beweegt. Maar hij is ook niet in staat om de goddelijke waarheid voortdurend voor zich te aanvaarden. Hij slaapt in en in zijn sluimering dringt de waan binnen. Vanaf dit ogenblik is hij tegen zichzelf verdeeld. Dit is natuurlijk ten dele mythisch. Het is een mythe, maar het geeft aardig weer, wat er aan de hand is geweest, om deze mensheid, deze stoffelijke werelden, dit kosmisch heelal met zijn grote Vortex, waaruit de materie voortdurend uitgespuwd wordt a.h.w., tot stand te brengen.

Nu leeft u op aarde, u moet terugkeren naar, wat men noemt, de goddelijke werkelijkheid, of het koninkrijk der hemelen. U bent er deel van, maar u bent daarvan niet bewust deel, omdat in uw denken ook de waan een rol speelt. Wij kunnen dat heel eenvoudig ontleden, zoals u misschien doen zult, wanneer wij even kijken naar de mens zelf. Heeft u wel eens gezien hoe groot het verschil van mening is over uw eigen wezen, uw eigen status, uw eigen motiveringen, wanneer u het beziet vanuit uw eigen standpunt en wanneer u het hoort, zoals een ander het ziet? Een dergelijke differentie moet in een volmaakte wereld onmogelijk zijn. Daar is alleen de waarheid, het feit. Zodra er een interpretatie bij komt, hebben wij te maken met waan.

Een ander voorbeeld. Hoevelen van u hebben papiergeld in hun zak? Dat is veel waard, nietwaar? Of is het eigenlijk wel wat waard? Het is een illusie. Een illusie waarmee men in de wereld kan werken, ongetwijfeld. Maar wanneer het er op aan komt, dan kunt u geen geld eten, u kunt met dat geld maar heel weinig doen. Toch is het voor uw leven al belangrijk. Klaarblijkelijk speelt ook hier een onwerkelijke, een zgn. abstracte of ideële waarde een grote rol. Ik wilde hiermee alleen aantonen dat er zeer sterk gestreden kan worden, zelfs vanuit menselijk standpunt, over het al of niet waar zijn van dingen die uw eigen leven creëren.

Wanneer je geest bent, dan gebeurt er precies het zelfde. Ook voor een geest, zich baserend op zijn beelden op aarde opgevangen, leeft niet alleen maar in de goddelijke werkelijkheid. Hij leeft in een sfeer, die ten dele een droomwereld is, die hij met anderen deelt. Hij kan daaruit alleen loskomen, wanneer hij voortdurend geconfronteerd wordt met het verschil tussen waan en werkelijkheid en daar hebben we dan onze grondstelling voor vandaag.

Een grondstelling, die naar ik meen het duidelijk zal maken, dat je uiteindelijk het leven ook op de aarde nodig hebt. Andere feiten zullen u ongetwijfeld ook bekend zijn. De meeste geestelijke werelden worden geregeerd door de gedachten. Wanneer u denkt, dan krijgt die gedachte vorm. Uw illusies zijn voor u in de sferen tot op zeer grote hoogte waarheid. Zij ontberen slechts één ding en dat is: de vruchtbaarheid, die hen ook zonder u doet ontstaan, zonder u doet voortbestaan en een waarde geeft, die niet afhankelijk is van uw eigen wezen alleen. Maar ze zijn er. In elke sfeer kunnen we een groot aantal afdelingen vinden waarin verschillen van waan zelfs zo ver doordringen in de bewustwording van het wezen, van het ik, dat hierdoor anderen geen toegang meer hebben tot dit ego en geen contact met die anderen mogelijk is of slechts zeer moeilijk mogelijk is.

Kijk, dat is het beginpunt. In de sferen kunnen wij niet de grote waarheid terugvinden zonder meer. Wanneer dit moet geschieden, dan zal dit een oneindig lange tijd vergen en in de tweede plaats is er nog de grote vraag of wij vanuit een geestelijke sfeer, waarin een tijdsbesef en een ruimtebesef nog een rol spelen, zij het wat anders dan bij u op aarde, ooit een overgang mogelijk maakt naar een goddelijke werkelijkheid, die tijdloos is en geen ruimte kent, die slechts een zijns-structuur kent zonder meer, daarom is het nodig dat de mens op aarde komt.

Je zou denken, dat één enkel leven meer dan voldoende is. Maar terwijl hij op aarde leeft, zul je aan de ene kant waarheden ontdekken, waarheden omtrent jezelf, waarheden omtrent het leven. Aan de andere kant echter schept u ook steeds weer illusies. Een illusie die wordt doorgevoerd totdat zij wereldbeeld wordt, is een waantoestand, die in de geest blijft voortbestaan. Zolang er een waantoestand is, zal men moeten keren tot een wereld waarin die waan niet meer bestaat, of waarin die waan op zijn minst genomen demonstrabel is. Dat is de stoffelijke wereld.

Het leven op aarde wordt eigenlijk bepaald voor het bewustzijn van de mens, door de mogelijkheid die het geeft om concreet de goddelijke waarheid te ontmoeten om afstand te doen van eigen beperking en redelijkheid, daarvoor in de plaats te vinden een onveranderlijke kracht, want anders kun je het niet uitdrukken, het is geen vorm die blijvend is. Menigeen zal zeggen: maar dat kan niet in een korte tijd. Dat zou alleen kunnen wanneer er sprake is van een goddelijk ingrijpen en nu kunnen we wel zeggen, dat God voortdurend in ons allen aanwezig is en dat God zich met ons bezig houdt. Dat is wel waar, maar we moeten dan toch ook niet vergeten, dat God niet ziet naar de waanbeelden die een demon of een duivel of hoe u het noemen wilt, produceert. De satanische droom is voor God geen realiteit. Al wat daaruit voortkomt en niet werkelijk is, bestaat voor God niet. Zo bestaat heel veel van hetgeen wij zien als menselijke of geestelijke nood en problemen voor de Schepper zelf in wezen niet. Eerst wanneer de Schepper zelf een deel van zijn Wezen met bewustzijn van de goddelijke werkelijkheid onderwerpt aan de wereld van illusies, is het mogelijk dat God een ogenblik optreedt met een reëel kennen van de waan en zelfs dan vloeit hieruit onvermijdelijk een conflict voort, dat dus ontaardt in – wat ik noemen zou – een strijd tussen de waan en werkelijkheid. We kunnen dus nooit van buiten af proberen die werkelijkheid aan iemand te brengen. De goddelijke werkelijkheid moet in het ik ontdekt worden en dan is er dus geen kortere weg.

Er is geen goddelijk ingrijpen waardoor de weg wordt teniet gedaan en daarvoor in de plaats de realisatie komt, dit vloeit voort uit de geaardheid van de goddelijke werkelijkheid zelf en de – zeg maar – gekristalliseerde wereld waarin je als mens en ook als geest ten dele leeft. U zult zien, dat daarin ons probleem eigenlijk anders en eenvoudiger gesteld kan worden. De vraag wordt nu: zijn we in staat de goddelijke of essentiële waarden te onderscheiden van alle andere waarden, die op onze wereld schijnen te gelden? Kunnen wij op deze vraag ‘ja’ antwoorden, dan is voor ons het stoffelijk bestaan niet verder noodzakelijk en zal het geestelijke bestaan voor ons in bepaalde sferen alleen dan nog noodzakelijk zijn, wanneer wij daarmee een bepaald doel willen dienen. Wanneer we dus vanuit die goddelijke werkelijkheid a.h.w. een uitdrukking willen geven aan het goddelijke binnen een wereld van waan.

Kunt u me tot zover volgen? Is het niet te moeilijk? Dan komen we aan het volgende punt.

Welk proces kan dienen ter verkorting van dit noodzakelijke stofbestaan? Kennelijk alleen realisatie. De erkenning van het goddelijke is het enig criterium. Er bestaat geen ander. Tenzij u het geheel gesteld als onmogelijke of onaanvaardbaar wilt verwerpen, dan kunt u zeggen: het is niet waar. Maar ik vraag me af of dat dan ook niet weer een soort waan is. Wanneer wij erkennen, dat het demonische, dat de waan voortdurend buiten ons actief is, dan kunnen we ook nog stellen: op het ogenblik, dat de goddelijke waarheid het meest intens is in de wereld waarin wij leven, zal zij gelijktijdig de bron van de waan het dichtst benaderen. De grootste activiteit van de goddelijke kracht, voor onze ogen, ligt het dichtst bij de werelden van het duister. De krachten des duisters omgekeerd zijn in zich ook vaag, niet waarneembaar. Naarmate zij verder gaan tot bij de goddelijke werkelijkheid zullen ze meer a.h.w. waarneembaar worden. De activiteit wordt groter. En als we dit begrijpen, dan mag ook gesteld worden, dat het belangrijk is voor de mens op aarde om niet slechts rekening te houden met waan en werkelijkheid zonder meer, maar dat hij ook rekening moet houden met het feit, dat niet altijd het duister volledig tracht het licht te benaderen en dat vanuit het lichtende een werkelijkheid in zich niet altijd het antwoord hierop gegeven zal worden.

Wij kennen deze twee verschijnselen dus in een soort mythe alweer. Wij horen enerzijds van de Satan die opstijgt uit de krochten, waarin hij statisch vastgeketend ligt en tracht te luisteren aan de poorten van de hemel. Hij zou het koninkrijk der hemelen willen betreden en aan de andere kant hebben we dan de gewapende macht van de hemel, voorgesteld door Michaël met zijn heirscharen, die het kwaad a.h.w. doen wegvlieden voor het licht van hun vurige, vlammende zwaarden. Hier hebben we een verzinnebeelding van die twee krachten. Toch kan de goddelijke werkelijkheid zich niet buiten deze werkelijkheid bewegen. Dat betekent dus dat, wat wij Michaël noemen, in deze mythe, een kracht is die op zal treden binnen de goddelijke werkelijkheid, maar een goddelijke werkelijkheid die kennelijk rijkt tot aan de grenzen van de absolute droom. Dat gebied waar nog maar een partikel werkelijkheid aanwezig is, kent het licht vanuit deze werkelijkheid en bij de droom is het precies hetzelfde.

De droom kan actief worden en zij zal trachten zichzelf daar kenbaar te maken waar er nog een kern illusie aanwezig is, verder niet. We zitten dus a.h.w. in uw wereld in een niemandsland. Dat is wel interessant om te kijken hoe we daarop reageren. Wij zeggen dat bepaalde verschijnselen periodiek optreden. Periodiek, dus niet continu. Wij zien golven waarbij bepaalde lichtende krachten in onze wereld sterker kenbaar worden en we zien aan de andere kant golven waarin de leugen, de beperking van de waarheid eenvoudiger en sneller kenbaar wordt.

Dan mogen we ook nog redeneren als volgt: de mens die op aarde leeft, zal vaak niet kunnen volstaan met dit ene leven, omdat hij op aarde was in een periode waarin de waan de overhand had en een erkenning van de grote werkelijkheid moeilijker werd. Wanneer zo iemand kan terugkeren tot die aarde, in een ogenblik dat de goddelijke kracht in zijn grootste sterkte is en dan werkelijk zoekt naar de realiteit van die goddelijke kracht, dan kan hij in die periode zijn verlossing van het menselijk-zijn bereiken. Zo lang er een waan is kan de goddelijke werkelijkheid niet ten volle beleefd worden en kan men dus ook niet daarvan werkelijk deel uitmaken met zijn volle bewustzijn. Vanuit het goddelijk standpunt is het leven van de mens in de wereld onbelangrijk; vanuit het demonisch standpunt is het alleen belangrijk omdat daardoor meer krachten en gedachten die waan scheppen, die een pseudo-creatie tot stand brengen, kunnen worden aangetrokken. Maar als het er op aankomt, is het voor onszelf alleen maar belangrijk om een beslissing te treffen, om uit het stationair heen en weer geslingerd worden tussen illusie en werkelijkheid, te komen tot de absolute werkelijkheid of, als het niet anders kan, desnoods tot de absolute illusie. Wij moeten naar een toestand toe waarin we werkelijk kunnen leven. Dat kunnen we nooit zolang als er een strijdigheid is. Om die reden is het noodzakelijk dat wij op aarde leven en er is geen andere weg voor ons denkbaar. We kunnen ons een andere aarde voorstellen misschien, wij kunnen ons een totaal ander leven voorstellen en mogelijk dan dat echt zijn, ofschoon hier de dreiging van illusie weer heel groot wordt, van Maya, van de begoocheling, maar wij kunnen niet ontkomen aan een fase van bestaan waarin ons de mogelijkheid wordt gegeven onze éénheid te erkennen met een onveranderlijke werkelijkheid en al het andere af te wijzen.

Daarmee heb ik eigenlijk het onderwerp zelf reeds ingeleid.

Wanneer ik daar dan toch het een en ander aan toe wil voegen, zo is dat in verband met de uitzending van krachten die plaats heeft gevonden, in verband ook met de raadzittingen die nog plaats vinden en die in juli hun afsluiting vinden. Wanneer wij nu dit verhaal hebben gehoord, dan kunnen we ons misschien ook wel voorstellen, dat er een ogenblik is waarin dus de goddelijke kracht weer intenser kenbaar wordt. Ik meen dat een dergelijke tijd nu aanbreekt. Er is een rustperiode geweest van een 1oo jaren. Een periode waarin alle veranderingen hoofdzakelijk materieel waren. Nu begint de kracht van het licht meer en meer vat te krijgen, maar wanneer dat licht meer vat krijgt, wanneer de goddelijke werkelijkheid zich scherper omlijnt, openbaart juist daar waar de waan normaal sterk is, dan zal die waan zich ook moeten verzetten en met een groot geweld trachten zich daar te manifesteren, waar tot nu toe de werkelijkheid misschien onaantastbaar leek. De komende tijd zal de mens geconfronteerd worden niet alleen maar met de verschijnselen en de wisselingen van een Meester, een verandering van een trillingsverhouding, maar wel degelijk ook met deze strijd tussen waan en werkelijkheid.

En daar waar de werkelijkheid sterker wordt, zal veel van de waan niet kunnen voortbestaan. Datgene wat in zijn wezen grotendeels op waan is gebaseerd, gaat ten onder. Gelijktijdig zal al datgene wat wel op werkelijkheid is gebaseerd, maar die werkelijkheid toch niet volledig kent, met een tikje waan aangetast worden door een steeds grotere waan. En zo zullen de vaste waarden van deze tijd gaan vallen. En voor een mens die in deze tijd leeft, is dat wel een tijd, een gezegende mogelijkheid, want nu zie je, dat niets helemaal onveranderlijk en volledig betrouwbaar is, buiten misschien dat ene in jezelf, het contact met he hogere. Noem het een mystieke verbondenheid, noem het een esoterische bereiking, noem het een magische begaving, noem het geloof, noem het inzicht, geef het maar een naam.

Wij kunnen dichter komen bij de goddelijke werkelijkheid. Deze tijd is er één, waarin de conflicten hand over hand zullen toenemen, maar sterker aan de orde wordt gesteld en de leidzaamheid van hen die de waan accepteren zonder meer, zal voeren tot een zodanig verstrikt zijn in waan, dat ze machteloos worden, terwijl gelijktijdig degenen die zoeken naar werkelijkheid, licht willen en licht nastreven, hoe laag ze misschien ook nu schijnen te staan, steeds meer geweld krijgen, steeds meer vat krijgen op het leven, want zij gaan de werkelijkheid na. Voor hen is er streven, is er beweging, is er ontplooiing, ontwikkeling van bewustwording.

Voor degene die de waan aanvaardt, de waan nastreeft is er alleen maar steeds grotere beperking en misschien zelfs de vernietiging. Het is dit aspect dat het leven op aarde misschien wel noodzakelijk maakt. Maar ook het leven is in een tijd als de uwe met alle problemen buitengewoon vruchtbaar. Ik wilde daar een ogenblik op wijzen, omdat het mogelijk is dat de gastspreker, die we dan toch ook verwachten vanavond, ergens zal duiden op deze kracht, deze strijd tussen Maya en werkelijkheid, en ik meende dat u met deze toelichting en deze lichte afbuiging van het oorspronkelijke onderwerp hem beter begrijpen zou. En misschien zelfs iets beter zou begrijpen wat uw wereld is en waarom u er in leeft. En indien ge dat alles nog niet voldoende begrijpt, kunt ge misschien eens mediteren over dat woord van Jezus: “Gij zijt het zout der aarde.”

Zout is kristallisatie; de kristallisatie van een goddelijke werkelijkheid op aarde is altijd het begin van een verlossing, een bevrijding voor hen die waarheid zoeken en die zich waarlijk aan de waan kunnen onttrekken. En daarmee, vrienden, is de inleiding afgelopen en verwacht ik na de pauze uw commentaar en uw vragen. Mag ik u dus voorlopig danken voor uw zeer geïnteresseerd gehoor en de hoop uitdrukken dat uw vragen de betekenis van deze avond zullen verhogen, zodat ons gezamenlijk werken op deze avond een bijzondere goede achtergrond vormt voor het werk van de Witte Broederschap, waarover onze gast waarschijnlijk zal spreken. Ik dank u voor uw aandacht.

Tweede deel

U hebt kunnen pauzeren en u hebt zich over een kort, maar voor u misschien wat zwaar onderwerp verder kunnen beraden. We zullen nu zien wat u aan vragen en problemen daaruit heeft weten te putten.

Vragen

  • Indien er een periode is van goddelijke intensiteit, is deze astrologisch aanwijsbaar? Valt deze samen met de noordelijke zonnewende op het noordelijk halfrond? Althans wordt van deze zonnewende gebruik gemaakt?

Het antwoord dat ik daarop kan geven, is kort. De astrologie is niet in staat om deze golven van goddelijke kracht precies te bepalen. Verder is de periodiciteit waarmee ze optreden niet jaarlijks, maar ligt soms duizenden jaren uit elkaar. Het zal dus duidelijk zijn, dat de zonnewende daarbij niet onmiddellijk iets te maken heeft. Iets anders is het feit, dat de zonnewende – de tijd dat de zon het krachtigste is – een belangrijke rol speelt in het zonne-geloof en we kunnen er eventueel, zij het zeer speculatief, dus vanuit gaan, dat het geloof aan de zon als levenbrengster, als goddelijke kracht hiertoe heeft bij gedragen, zodat dergelijke feesten de mens door zijn sterkere aanvaarding van de goddelijke kracht misschien wel dichter daarbij heeft gebracht. Maar zoals ik reeds zei, dat blijft zeer speculatief.

De astrologie is wel in staat om de stoffelijke samenwerkingen – de stralingen behoren tot het stoffelijke terrein – te berekenen, maar werkelijk kosmische invloeden kunnen met het astrologisch bestel niet worden bezien.

  • Ik weet dat ik in een waanwereld leef, toch ben ik nog niet in de werkelijkheid. Wat is daarvoor nog meer nodig?

Tja, als u dat kort en goed wilt weten, dan kan ik u alleen de moeilijkste opdracht geven die er bestaat. Op het ogenblik dat u ophoudt uzelf te bedriegen omtrent uzelf en uw verhouding tot de wereld, bent u zeer dicht bij de absolute waarheid. Een mens echter kan over het algemeen niet zonder een zekere mate van zelfbedrog, zoals hij ook over het algemeen zijn bestaan aanvaardbaar tracht te maken door bepaalde illusies, die zeker niet reëel zijn, maar die voor hem zin geven aan een leven waarvan hij anders de zin klaarblijkelijk niet kan begrijpen. Dus geef deze illusies prijs zo u kunt, en u zult de werkelijkheid ontdekken. Een andere weg en misschien een betere is deze:

Zoek datgene dat blijvend is in uw eigen bestaan, in uw eigen denken en uw eigen geloof. Richt u eerst op die dingen die blijvend voor u belangrijk waren en laat alle bijkomstigheden voorlopig buiten beschouwing. Door u te concentreren op die dingen, die in uw hele leven blijvend waren, zult u in ieder geval een groot gedeelte van de waan uitschakelen en daardoor voor uzelf de conflicten ‘waan – werkelijkheid’ veel groter en concreter stellen dan anders kan gebeuren. Normalerwijze is ’s mens leven een samenstelling van een groot aantal onevenwichtigheden, waarbij waan en werkelijkheid steeds een rol spelen. Door de kleine dingen te elimineren, komt u vanzelf tot belangrijker en gewichtiger conflicten en in deze conflicten dus ook de mogelijkheid de waarheid te erkennen en wat belangrijk is …. te aanvaarden.

  • Tot dusverre hebt u, naar ik meen, steeds de duivelse krachten ontkend. De antroposofie kent hier Lucifer en Ahriman. Hoe staat u daartegenover?

Op het ogenblik dat wij de duivelse kracht als een realiteit gaan beschouwen, in die zin dat we aan een duivel een stoffelijke waarde en beslissingskracht toekennen, maken we m.i. een fout. De naam van de duivel zal, mede door klank en letterbetekenis, bij verschillende volkeren anders zijn. Maar ik geloof niet dat het verschil tussen Ahriman, Satan, Lucifer, Lucifera en dergelijke zo groot is. Het is een uitdrukking die de mens geeft aan het duister. Zolang als hij dit duister erkent, heeft het macht over hem. En daaruit blijkt dus dat het niet reëel is. De mens die de duivel gebruikt als een uitvlucht – want daar komt het meestal op neer – iets wat hem verleidt, wat hem bekoort, verschuift de verantwoordelijkheid naar het demonische en tracht ook de verplichting tot activiteit op te leggen aan anderen buiten het ik.

De mens die erkent, dat de duivel in zich geen macht bezit buiten de macht die men hem zelf geeft, omdat hij begoocheling is, waan, die we moeten aanvaarden voordat ze voor ons betekenis heeft. Ik geef toe dat demonie werkelijk bestaat. Ik wil zelfs zover gaan, dat alle verschijningsvormen van het demonische, in de christelijke zin, dus gebaseerd zijn op waanfiguren, waangestalten, dingen die niet echt zijn, ook al kunnen zij de schijn daarvan soms zeer goed benaderen.

Wie aan de duivel echtheid toekent, moet ook echtheid toekennen aan zijn macht en zijn vermogen en door deze erkenning zich onderdanig maken aan een waantoestand. Dit is de reden waarom wij het duivelse, het demonische ontkennen.

Dat men in de antroposofie en ook in vele andere leerstellingen de duivel wel als concreet beschouwt, komt m.i. voort uit de behoefte die men daar heeft om zich te binden aan de voorstellingswereld van het christendom, maar daarbij vergeet men één ding: wanneer ik realiteit toeken aan de duivel als zodanig, maak ik mezelf machteloos ten opzichte van die duivel. Wanneer ik erken dat de duivel bestaat, dat het demonische bestaat, dan moet ik alles wat in goddelijke waarde of werkelijkheid of erkenning kan bestaan eveneens toekennen aan het demonische.

Om u een voorbeeld te geven: wanneer ik aanneem dat de graalgedachte, de leer dus, niet de legende, gebaseerd is op een goddelijke werkelijkheid, dan moet ik erkennen, dat er een tweede graal moet bestaan die behoort tot de demonische werkelijkheid. Ik kan niet de één erkennen en de ander ontkennen, wanneer ik aan de duivel macht toeschrijf. Op het ogenblik echter, dat ik de realiteit hiervan ontken en zeg: “de demon kan alleen scheppen in waan, maar nooit blijvend, nooit werkelijk”, dan kan ik hierdoor mijzelf onttrekken aan elke beheersing door een droom, door een waan. Ik kan vooral het grootste gevaar dat er voor een mens in de bewustwording bestaat, het afwijzen van aansprakelijkheid, of het mij verontschuldigen door te wijzen op de macht van een ander voorkomen, want het is mijn persoonlijke verantwoordelijkheid om God te bereiken. En wanneer ik daar ook kracht en hulp bij mag verkrijgen van elders, dan moet ik er nog rekening mee houden, dat de taak op mij ligt, niet op een ander. Wanneer ik de weg tot God wil gaan, zal ik zelf de eerste schreden moeten zetten en ook wanneer de hulp schijnt uit te blijven, door moeten gaan en dan zal ik ze misschien vinden; maar ik geloof, dat ik ze dan eerder vind omdat ik meer deel ben van een goddelijke werkelijkheid en dus meer die werkelijkheid in mijzelf erken, dan dat ik gesteund word door krachten buiten mij die mij voortgeleiden. Dit laatste is maar een heel simpele voorstelling, een menselijke. We zouden daarover veel verder kunnen gaan, maar ik geloof dat dit voldoende is.
Tenzij u er commentaar op heeft of

  • Bestaat Demonie?

Demonie bestaat krachtens de mens. Wanneer u een nachtmerrie hebt en u gaat in deze nachtmerrie slaapwandelen, u voelt zich bedreigd en u doodt een ander, dan hebt u iemand werkelijk gedood, maar de aanleiding daartoe was onwerkelijk.

Wanneer een mens zich onderwerpt aan wat wij het duivelse, satanische, demonisch mogen noemen, dan onderwerpt hij zich aan een droom en het ellendige is dat hij deze droom verbreken kan maar dit niet wenst. Door deze droom komt hij voor zichzelf tot acties die – zover het hem betreft, maar niet zover het de goddelijke wereld, de goddelijke werkelijkheid betreft – waar zijn en die dus zijn eigen wezen, zijn verhouding met alles wat reëel bestaat, beïnvloeden.

Daarom stel ik: de demonie bestaat in de mens. Ze kan buiten de mens bestaan, misschien in de wezens van hen die de goddelijke werkelijkheid eens verworpen hebben, maar deze kan niet worden opgelegd aan de mens of aan de geest; zij kan niet worden overgebracht op de mens of op de geest. Ik ontken niet het bestaan van wezens die naar het duister gericht zijn en die daarin op hun wijze naar een volmaaktheid streven, zoals u doet in uw gang naar het licht. Ik neem aan, dat zij uiteindelijk via hun duister ook zullen moeten komen tot dezelfde bron waarheen wij streven, maar ik weet zeker, dat zij geen invloed hebben op de mens of op de geest, tenzij deze dit onbewust of bewust toelaat en mogelijk maakt. Om het heel sterk te zeggen: Er zijn veel mensen die door demonen belaagd werden (in de levens der heiligen kunt u er heel mooie voorbeelden van vinden), maar ik stel u uitdrukkelijk dat dit alleen geschiedde omdat zij zichzelf verheven voelden door het feit dat zij door demonen in het bijzonder belaagd werden. Zouden zij eenvoudig de demon ontkend hebben, dan zou deze bezoeking hen gespaard zijn gebleven.

Zie dus de stellingen die ik hier verkondig, hebben enige overeenkomst met vele oude Archana, met vele oude geheimen waarvan u er ook enkele terugvindt in de antroposofie, waarvan u andere terugvindt in verschillende versies en variaties bij Rozenkruisers enz., maar ik probeer terug te gaan tot de feiten. Is dit voldoende?

  • Ja, dank u zeer. Ik heb nog een vraag. Hoe zit het dan met de verzoekingen in de woestijn?

Op het ogenblik dat Jezus, de mens wel te verstaan, met zijn bewustzijn van de goddelijke werkelijkheid, datgene wat hem misschien in onze ogen de Zoon Gods maakt, de waanwereld aanvaardt, zal Hij ook alle waarden daarvan moeten aanvaarden. Hij kan slechts voor de mens werken, leraren en optreden, wanneer Hij de waan, die ook die mens kwelt, ondergaat. De bezoeking in de woestijn is hierbij de confrontatie van de innerlijke werkelijkheid met de waan. “Gij kunt van deze stenen brood maken”. Is dat echt brood? Neen. Het is niet gegroeid, het is iets wat er op lijkt, iets wat misschien chemisch daar niet van te onderscheiden is en qua voeding ook niet, maar wat toch niet uit een levensproces, maar uit een wil is voortgekomen: waan.

“Indien gij u van de toren van de tempel afwerpt, zo zullen de engelen komen en u opvangen”, m.a.w. de wetten die gelden in uw heelal, gelden voor u niet: waan. “Indien Gij neerknielt en mij aanbidt zo zal ik u dit alles schenken”. Maar wie aanbidt en neerknielt is een slaaf: waan. En deze waanconfrontatie staat daar dus in het evangelie wel bijzonder mooi en duidelijk omschreven voor degenen die deze achtergronden wil beschouwen. Er zijn vele andere mogelijkheden om ze te interpreteren, dat geef ik graag toe, maar elke interpretatie is een deel van de werkelijkheid. Ik geloof dat het nu gegevene het dichtste komt bij de realiteit, de goddelijke werkelijkheid. Is het voldoende?

  • Bestaan er menselijke wezens, geschapen uit de duisternis of de duistere sferen?

Wanneer er menselijke wezens uit het duister geschapen worden, iets dat wij ons voor kunnen stellen, dan zullen ze toch nooit volledig menselijke wezens kunnen zijn. Ik zei u reeds: de demon heeft niet de macht van de Schepper. Het zou een mens kunnen zijn, maar hij zou geen ziel hebben. Hij zou geen deel zijn van de schepping van Gods werkelijkheid en Gods rijk en als zodanig zou hij dus waarlijk sterfelijk zijn. Hij zou in de tijd ontstaan en ondergaan.

  • Mentaal dus?

Neen, zuiver stoffelijk. Er is geen ziel, er is geen achtergrond. Er is dus niet de kracht die een gevormd bewustzijn continueert, doet voortbestaan, bindt tot het ogenblik dat het bewustzijn niet meer noodzakelijk is, omdat de begrenzing van het ik wordt opgeheven en de ziel zelf haar volledige eenheid met de goddelijke werkelijkheid, met het rijk Gods beseft.

  • Maar in het spel om de macht hier op aarde, bestaat er niet die mogelijkheid dat zulke wezens ingezet worden?

Ik geloof niet dat de demon wezens behoeft in te zetten daarvoor. Het is de mens al voldoende hem de illusie te geven, dat hij meer zal zijn dan een ander wanneer hij de ander dwingt zich als zijn mindere te gedragen. En wanneer je dat alleen al zegt, dan zijn er al veel mensen die gaarne zichzelf tot God verklaren. Degenen die dronken zijn van macht op deze wereld, doen misschien wat zij doen met de beste redenen die er maar bestaan. Zij vechten voor de vrijheid van de mens of voor de zuiverheid van hun ras of de waardigheid en vrijheid van geloof of iets anders, maar in wezen strijden zij tegen anderen om daardoor zichzelf aan anderen op te leggen. Dat wil dus zeggen: dat hun strijd er een is die irreële waarden accepteert, die materieel gelijk, materiële macht en materiële waarden stelt boven innerlijke eenheid met het grote. Zou het noodzakelijk zijn om daarvoor mensen te scheppen? Elke mens heeft de neiging om van zichzelf te dromen als iets exclusiefs, iets bijzonders. Iets wat meer is dan anderen en slechts weinigen hebben begrip genoeg om van zichzelf slechts te dromen als iets wat opgaat in het geheel, zó sterk is de waan op aarde. Zolang die waan van macht en van bezit in stand kan worden gehouden, is het niet nodig om schepsels naar voren te schuiven.

Kunstmatige schepsels; dan is het voldoende de mens in deze dromen los te laten en hem in zijn razernij dingen te laten volbrengen waarvan hijzelf niet het minste begrip heeft. Maar vergeet één ding niet, de mens kan anders, alleen hij zal dan veel moeten opofferen. Ik kan u voorbeelden genoeg geven.

Vele groten dezer aarde hadden, wanneer zij hadden willen toegeven dat hun taak was om voor anderen te zorgen, lang kunnen leven en een groot geluk op deze wereld brengen. Napoleon had dat kunnen doen, wanneer hij zich niet te zeer had geërgerd over de starheid van Engeland en het gebrek aan erkenning door Rusland en ook Oostenrijk. Hij was dan de man geweest, die een verenigd Europa, een E.E.G. had gesticht, lang voor de staatslieden er over begonnen te denken.

Indien Hitler zijn gedachten van een gezond volk, een goed volk had bepaald tot het leven van dit volk en niet tot de mythos van het volk, tot het geluk van de eenling en niet slechts het verheerlijken van het schijnbeeld van de Germaanse mens, dan had hij waarschijnlijk in 1936 afstand gedaan van zijn macht, maar dan zou hij een mens zijn geweest, die de wereld uiteindelijk – ongeacht het verkeerde wat er reeds toen was gebeurd – veel goeds had geschonken, maar hij kon de consequenties niet aanvaarden. Zo is het steeds weer.

Daar zijn bij u partijen die zeggen dat zij vechten voor u, maar in feite een wanhopige strijd voeren om hun positie onder het volk te behouden. We kunnen ze dat niet euvel duiden; maar zij verwarren twee dingen. Wanneer je het ideaal predikt en er naar leeft, dan moet je er alle consequenties van aanvaarden; wanneer je dat niet doet, dan is je ideaal een waan, dan is je goed-zijn een waan, dan ben je uiteindelijk een egoïstisch, egocentrisch mens, die alles opoffert aan eigen grootheid, maar dat niet durft te erkennen en dáár ligt dan het demonisch moment van de macht. Is dat duidelijk?

  • Ik kan mij niet voorstellen, dat de mens en zijn bewustwording in wezen onbelangrijk zou zijn voor God. God moet toch een bedoeling hebben gehad met Zijn Schepping. Indien Lucifer zich afscheidde, dan moet, deze mogelijkheid tot een weg van rebellie te gaan ook door God in hem gelegd zijn. En dit kan God toch niet zonder bedoeling hebben gedaan?

Mag ik heel brutaal zijn hier? Beginnen met te constateren, dat de mens klaarblijkelijk niet anders dan homocentrisch kan denken. En de mens in het midden wil stellen van elke goddelijke actie en daad en schepping, terwijl hij zich anderzijds toch wel bewust moet zijn, dat hij heel wat minder is dan een zandkorrel aan het strand van de zee. Een vriend van mij heeft het eens uitgedrukt door te zeggen: een mens denkt dat hij bijna God is en in wezen is hij een vliegenpoepje op de eeuwigheid. Dus laten we daarmee beginnen.

U ziet uw huidige toestand, uw mens-zijn, als belangrijk, maar dan stelt u zich een God voor die leeft in een onvolmaaktheid. U kunt dat waarschijnlijk niet anders. Maar als wij ons een God voorstellen voor wie alles volmaakt is, tijdloos is, dan is de volmaakte mens in die God. Voor God telt dus niet de weg, maar slechts het uiteindelijke verschijnsel: dat wat is, Zijn Werkelijkheid. Voor God is Lucifer niet afvallig, is Lucifer de teruggekeerde zoon. Dat kan een mens niet verwerken.

  • Dat is niet duidelijk, zoals ….. Lucifer de teruggekeerde zoon is.

Toch is het duidelijk, want alles keert terug tot zijn Bron. Er zal een ogenblik komen, dat zelfs zij die dromen willen, de droom niet kunnen volhouden en als de droom sterft, blijft nog slechts het ontwaken, het terugkeren naar eigen werkelijkheid. Vergeet niet dat Lucifer – en nu gebruik ik uitdrukkelijk de naam Lucifer – de zoon des lichts en de zoon des hemels is, ook nu nog, maar dat zijn droom hem een tweede gestalte heeft gegeven, die van het beest dat geketend is in de diepte. Maar dat is zijn droom, dat is niet Gods werkelijkheid.

Alle bewustzijn heeft het vermogen tot droom, alles zonder enig voorbehoud, omdat slechts in de vrije aanvaarding, die God wenst, Zijn Eigen Wezen zich binnen die schepping a.h.w. manifesteert, uit.

Een gedwongen manifestatie is er voor God geen, want Hij is vrij en Zijn beeldende schepping moet dus bestaan uit vrijheid. Maar voor Hem is het einddoel, niet het detail. Voor Hem is het tijdloze, met de opeenvolging van tijd, van levens en van sferen, die wij kennen. Zijn werkelijkheid is steeds bij ons. En de God die interesse voor ons heeft, is niet een aparte zorgende God die zich voortdurend met de mens bezighoudt, maar het is een goddelijke werkelijkheid, waarop die mens altijd weer terug kan vallen.

U moet me dus niet kwalijk nemen, dat ik hier een paar harde dingen zeg misschien over de mensen. Ik begrijp heel goed, dat men moeilijk anders kan. Maar de zorgende God kan alleen bestaan op het ogenblik, dat Hij niet meer de Al-kracht is.

Een deel van de goddelijke werkelijkheid kan zich manifesteren in deze wereld te midden van de waan. Het kan te midden van die waan de goddelijke werkelijkheid tot uiting brengen en de waan kennende nu in zijn onvolledigheid begrijpen wat zij voor die mens betekent. Maar als geheel kan God dat niet. Of kan Hij dat niet, is misschien tegenover God weer een beetje raar gezegd. Voor Hen bestaat dit niet. Voor God bestaat het ultimum, het uiteindelijke, niet de ontwikkeling. En ik geloof dat u daarom heel voorzichtig moet zijn, want wat voor u waar is, is voor Hem niet waar. Wat voor u leven is, is voor Hem geen leven. Wat voor u persoonlijkheden zijn, is voor Hem niets anders dan één klein schaduwstreepje in een totaal beeld van Zijn heerlijkheid en werkelijkheid. En wanneer we terug willen keren tot die realiteit, moeten we beginnen met niet ons te verdedigen door de illusoire God te stellen. De illusie. Want vergeet één ding niet, de illusie van God laat de mens een mens zijn. Zijn goddelijke inborst, zijn vermogen, Zijn ziel verloochenen, het is om een illusoir beeld van God dat mensen elkaar hebben afgeslacht en gemarteld, het is om een illusoir beeld van God, dat men wapens heeft gezegend. Het is om de illusie van het goddelijke, dat men zich boven anderen verheven voelt, dat men onderscheid probeert te maken naar geloof en naar huidskleur en naar ras, maar God is, God is geen illusie. God is niet iets wat eenzijdig is, God is de Alomvattende. Ik zou er veel langer over kunnen praten, maar misschien dat het duidelijk is. Nog commentaar of vragen hierover?

  • Ja, ik heb één bezwaar tegen uw uiteenzetting, dat is dat het volkomen statisch is, terwijl de schepping dynamisch is.

Ik geloof, dat de schepping op zich statisch is en dat slechts de beleving van de schepping de dynamiek betekent ervan. Een schilderij kan statisch zijn en door het detail na detail te bezien en te beleven kan het toch een voortdurende grote betekenis hebben; het kan voor het ik een actie betekenen. Ik geloof dat wij Gods werkelijke schepping inderdaad vanuit menselijk standpunt statisch mogen noemen en niet dynamisch, want zij is; maar zij is gelijktijdig een oneindigheid van beleving en dat deel zijn ervan, maakt voortdurend ook erkennen ervan, is de werkelijke dynamiek, zo u dynamiek nodig hebt daarin.

Hoe wilt u zich echter dynamiek voorstellen in een schepping die tijdloos is? Uw dynamiek is een resultaat van tijd, zij is niet een voorwaarde van bestaan, maar voor dynamiek is tijd nodig. Alle actie, alle beweging, alle ontwikkeling, zoals we ons die voorstellen hier, is gebonden aan tijd en heel vaak ook nog aan ruimte en de ruimtelijke condities. In God zijn die dingen alle verwerkelijkt, maar waar u maar één wereld kent, zal God die wereld misschien op 100.000 of een oneindig aantal verschillende wijzen kennen met alle mogelijkheden, niet slechts met de uwe. Gods dynamiek is dus groot wanneer we uitgaan van bewustzijn, van beleving. Zijn schepping is statisch omdat zij volmaakt is. Het volmaakte is statisch. Zoals het duister in zijn diepste consequentie eveneens statisch is, want de dromer kan slechts dromen wanneer hij gelijktijdig bewegingsloos is. Vandaar de geketende.

Dat is misschien moeilijk voor u om dit te begrijpen, maar wat uw wereld is, dat is de statische werkelijkheid met zijn oneindige belevingsmogelijkheden, voortdurend door de waan in een ander masker gedemonstreerd en omdat wij ze naar de maskers en niet naar hetgeen er achter verborgen zit, bezien, veronderstellen we een dynamiek. Maar waar blijft uw dynamiek wanneer ik u zeg, dat veel van hetgeen gij thans uw beste bereikingen vindt van mens-zijn en van techniek en van cultuur en van beschaving al lang bestond voordat die bekende geschiedenis begon, waar blijft dan uw dynamiek? En toch is dat waar; 40.000 jaren geleden waren er mensen, die net zoveel wisten van de natuur als u. Ze spraken niet over atomen en ionen, dat is waar, dat zijn latere termen, die aan het Grieks ontleend zijn; maar over het wezen van de materie wisten ze net zo veel als u.

Er waren mensen, die al uitstekende psychiaters, psychotherapeuten, psychomatici waren, lang voordat de geneeskunde begon in de zin waarin u ze thans kent. En zo kan ik doorgaan. Waar blijft uw dynamiek, wanneer u de feiten gade slaat? Een wisseling van omstandigheden, maar dan toch wel een wisseling van omstandigheden die steeds weer op hetzelfde punt terug komt. Ik geloof dat deze dynamiek niet heel anders is dan een voortdurend uitslaan van de lijn van de werkelijkheid, nu links, dan rechts. Die werkelijkheid blijft bestaan. Dat symbool dat heeft men vroeger ook al gekend.

Niet voor niets zetten sommigen aan de tempel de twee grote zuilen, niet voor niets ging men reeds vroeger wanneer men over de stroom der doden was naar de hal met de negen zuilen, en zo kan ik voortgaan. De mensheid van vroeger wist meer van een hemel dan u. Meer van de werkelijkheid van een hemel als Jerusalem, degenen die er zo naar verlangen in deze tijd. Waar blijft uw dynamiek? Een zinloos heen en weer bewegen waarbij de werkelijkheid steeds dezelfde blijft, alleen de vorm verandert. Als u dat dynamiek wilt noemen, ja, dan is het een dynamiek van een maskerade, maar de mensen blijven dezelfde. God blijft dezelfde. Gods werkelijkheid blijft dezelfde en de maskers en de illusie worden soms anders. Dat is waar. Neemt u mij niet kwalijk, maar ik probeer mijn standpunt duidelijk te maken.

  • Hebt u het over deze aarde nu alleen of over de gehele schepping?

Ik heb het over het gehele AL zoals u het kent. Of als u er een korte term voor wilt kennen. Ik wil deze stellingen toegepast zien op het totale siderisch Al.

  • Ja, maar dan moet u niet voorbeelden alleen van deze aarde geven als bewijsvoering.

Wanneer ik u voorbeelden geef van iets anders, dan spreken ze minder tot u dan die voorbeelden van deze aarde. Maar goed, u wilt het andere voorbeeld. Het enorme Vortex van primaire materie en haar werveling die is uit de sterren geboren en nu op het ogenblik beginnen hier en daar de sterren te sterven – ze exploderen en ze vallen terug. Sterren zijn op het ogenblik fel, wit en scherp en ze worden oud, groot en rood, ze storten ineen of ze worden klein en fel en in die felheid stralen ze materie uit totdat ze duister zijn en soms worden ze uit de duisternis gewekt en ze keren terug tot een rode planeet. Een rode planeet echter, die door haar veld meer blijft aanvaarden, meer blijft aantrekken en dan ineens wordt een blauwe gigant. Kijk rond u in de sterren, dan ziet u precies hetzelfde. Kijk naar de werelden. De ene wereld draagt leven en ternauwernood heeft het leven nog wat bereikt of de wereld sterft af en een andere wereld draagt leven en zo gaat het verder. Steeds hetzelfde, maar in enigszins andere vorm.

Wat op Mars geschied is, wat op deze aarde geschiedt, wat op een geëxplodeerde planeet geschied is, is niet veel anders als wat zich hier op aarde afspeelt. Dat is niet zo veel anders. En wat moet ik u beelden geven van de oneindigheid. Ik kan u alleen dit zeggen: wanneer u het siderisch AL beziet, dan blijkt dat er geen enkele waarde is die voortdurend hanteerbaar blijft buiten deze ene energie. Energie is praktisch de enige onaantastbare waarde. Energie is de enige methode waarmee we de betekenis van iets kunnen afmeten. Blijvend in al zijn vormen.

U gebruikt tijd, dat is een meetinstrument; maar wanneer uw werveling van uw zon en uw planeten anders wordt, verandert uw tijd en u merkt het zelf niet eens. Dat is geen waarde die u gebruiken kunt, tenzij onder uzelf. Kosmische tijd bestaat niet. U gebruikt het licht als een maatstaf om de afstand van de sterren te meten. Maar het licht is een constante. Als u het gebruikt als een constante afstand, dan onderwerpt u zich aan een illusie; het is een constante van straling en als zodanig niet te gebruiken voor afstandsmeting. Ik kan verder gaan. Weer een beeld van het Al, een verwrongen beeld, omdat u dingen als constante aanneemt die het niet zijn, omdat u constanten gebruikt om er dingen mee te meten die je met deze constante niet meten kunt.

Dat u niet eens in staat bent om elektrische velden, magnetische velden, aardmagnetische velden en magnetisch-stralende krachtvelden uit elkaar te halen in het Al en te bestemmen wat hun werking is. Ternauwernood begint u iets te begrijpen van de taal die de sterren spreken, zoals eens de mensen aan het begin van deze schepping deden, wat wilt u dan spreken over dynamiek? Kringloop, ja goed, als u kringloop dynamiek noemt. Een kringloop is herhaling. Het enige dat zich niet herhaalt, maar dat steeds hetzelfde is en blijft en gelijktijdig alle mogelijke kringloop omvat, is de goddelijke werkelijkheid, dat is het enig onaantastbare. Al het andere is een illusie, verbonden aan deze werkelijkheid.

  • Dus ook bewustwording? Is ook illusie?

Veel van hetgeen u bewustwording noemt is illusie. Zolang u bewustwording baseert op niet eeuwige waarden, dus niet op het innerlijk contact met het hogere, is het een illusie.

  • Als je dat dan wel doet, wat is het dan?

Dan is het alleen een tot jezelf komen, een ontwaken tot dat wat je reeds bent. Niet het meer worden dan je nu denkt te zijn.

  • En noemt u dat geen dynamiek?

 Dat noem ik geen dynamiek.

  • Ja, dat is dus een verschil van standpunt.

Ongetwijfeld.

  • Ik geloof dat wij mensen dynamiek niet anders kunnen noemen dan dynamiek.

Inderdaad, dynamiek kunt u moeilijk anders noemen dan dynamiek, maar wanneer u dus een dynamisch principe hebt, dan stelt u dus een beweging die niet in zichzelf besloten blijft. Onder dynamiek verstaan wij dus een zinvolle beweging, maar wat blijkt nu, dat de beweging op zichzelf zinloos is. Dat zij slechts zinvol kan worden, doordat wij begrijpen waarvan de beweging een uiting is.

Ja, dat ben ik volledig met u eens, maar ik tracht om het duidelijk te maken. Nou ja, we doen ons best. Ik heb gelukkig nog even de tijd, want anders dan …….

  • Hoe kunt u zeggen, dat het spanningsverschil tussen werkelijkheid en waan ontaardt tot een strijd. Deze strijd lijkt mij veeleer de essentie van het hele scheppingsproces, dat men leven noemt.

Wanneer strijd een essentie is, dan moeten we uitgaan van het materiële Al. In het materiële Al is strijd essentieel, inderdaad omdat in alle bewustwording, óók alle bereiking materieel of anderszins door het element strijd wordt bereikt. Maar strijd houdt eveneens in: twee partijen, twee standpunten, twee kanten. Wanneer we nu echter uitgaan van het goddelijke, dan is de strijd niet noodzakelijk. God is het zijnde, strijd niet; dat bestaat niet en daarom komen we dus hier voor de moeilijkheid en ik begin zo langzamerhand te begrijpen, dat ik misschien zelfs tamelijk hoog gegrepen heb vanavond; ik dacht u een kort en eenvoudig onderwerp voor te zetten, waaruit dus blijkt dat het begin van: ‘wij zijn niet alwetend en onfeilbaar’ wel degelijk hier ter zake dienend is. Maar ik heb dus geprobeerd om u eenvoudig duidelijk te maken, dat uw eigen heelal, laten we het nu precies stellen zoals het is, het verschijnsel is dat ontstaat wanneer een werkelijkheid en een droom met elkaar in botsing komen. Wanneer dus uw Al een product is van: een botsing tussen twee waarden – een werkelijkheid en een waan – zal strijd het essentiële element schijnen te zijn van alle leven binnen dit Al, omdat het daarop is gebaseerd. Het is deze strijd, het is dit verschil. Maar deze strijd is op zichzelf niet noodzakelijk en ik geloof dat ik u dat gemakkelijk kan aantonen.

Geen van de grote krachten en Meesters, die op deze wereld zijn gekomen, hebben de mens geleerd, dat strijd zonder meer essentieel is voor bewustwording, bereiken van het koninkrijk der hemelen of iets anders. Geen enkel paradijsverhaal gaat uit van strijd, het gaat steeds uit van vrede. Waarnaar gestreefd wordt in elke belangrijke lering, is vrede. Harmonie en vrede zijn het element waar alle grote wijzen naar gestreefd hebben en streven zullen.

Wanneer strijd zo belangrijk zou zijn voor deze wereld, zouden de wijzen en de grote gezondenen toch zeker niet over vrede spreken. En toch, zelfs Jezus spreekt tot de mensen door te zeggen, dat Hij de vrede Zijns Vaders en Zijn vrede aan hen geeft. En Hij waarschuwt hen alleen, dat deze vrede in deze wereld niet kan bestaan. Dan zegt Hij hun dus, dat Hij niet gekomen is om hun de vrede te brengen, dus de goddelijke werkelijkheid op deze aarde onmiddellijk, maar het zwaard. Dus datgene wat scheidt, wat waan en werkelijkheid scheidt. Nou ja, daar maakt men liever het zwaard van waarmee men elkander het hoofd van de romp slaat.

Altijd weer wordt vrede gesteld als ons doel, harmonie wordt gesteld als ons doel, zou dan de zin van het leven strijd zijn? Of zou deze strijd het, voor ons nog, onvermijdelijke middel zijn waardoor we de werkelijkheid van onze bestemming, de vrede, de harmonie bereiken? Ik laat het aan uzelf over om daar nog eens over na te denken. Ik geloof toch wel, dat ik dit althans eenvoudig genoeg heb gezegd om begrepen te worden, dat ik u daar geen te grote problemen mee oproep.

Zo, heeft u nog vragen? Ja, we hebben toch nog even een ogenblikje nodig. De gastspreker die kunnen we niet even zeggen: “hé Jan, kom even, ik ben klaar; ik ben zover. Dan moet u heel netjes wachten.

  • Zou de opvatting die er bij sommige mensen heerst, dat God zichzelf tot God bouwt, een kern van waarheid bevatten en is die dan strijdig met de opvatting van de dynamiek, die u vanavond heeft gegeven?

Ik zou zeggen, dat ik juist geen opvatting heb gegeven van de dynamiek, dat werd me althans verweten. Maar ik heb getracht om te doen zien, dat dit dynamisch Al zijn dynamiek niet ontleent aan de werkelijkheid, maar aan het conflict werkelijkheid / waan, dat daarin bestaat. Wanneer een mens in zich bouwt tot God, geloof ik, dat dàt de enige juiste weg is. En ik geloof niet dat het mogelijk is op een andere wijze tot de goddelijke werkelijkheid te komen. Het spijt me wanneer ik hier weer met die spreuk moet komen die haast een dooddoener schijnt te worden: “Het koninkrijk Gods is in u”. Het is er, gij zijt er deel van, het is in u, maar gij moet ontwaken tot deze werkelijkheid. Kijk, dat is het hele probleem hier.

De dynamiek, die ik naar u meende voor heb gesteld of voorsta (u weet daarover kunt u dan gezellig samen nog eens een keer vechten) is dus niet de dynamiek van een naar buiten toe presteren. Het is het vinden van datgene in het leven wat waar is, wat waardevol is, vanuit jezelf en voor jezelf, anders kan het niet. En daarmee dus ook de innerlijke opbouw. Maar laten we ons niet vergissen. Wanneer we nu spreken in de richting van die filosofische denkers en zo, dan kunnen we dus zeggen: ik moet het getal waar maken dat ik ben; ik moet de perfecte kubus maken uit het materiaal dat ik ben. En dan kunnen we daar natuurlijk wel een mooie voorstelling van geven, maar in wezen komt het er alleen op neer: in mijzelf móet ik de waarheid kennen. De kubus is er al, het perfecte getal bestaat, de juiste verhouding bestaat, alles bestaat, maar ik moet voor mijzelf de waarheid daarvan erkennen en deze uitdrukken zo goed ik kan. Zolang ik nu andere overwegingen dan deze hanteer en gebruik, zal ik falen, dat is het enige wat die filosofische richtingen nog wel eens vergeten. Geen bezwaar tegen een stoffelijke voeding, wanneer de geestelijke voeding is genoten bijvoorbeeld, helemaal niet, maar wel tegen de gedachte, dat die geestelijke voeding dus alleen maar belangrijk is wanneer ze op die wijze wordt genoten en kan worden afgesloten met een stoffelijke verversing. En toch zijn er velen die zo denken. Het is helemaal niet verkeerd om er naar te streven in jezelf iets te volbrengen en te bereiken, maar….Ik krijg wel contact op het ogenblik, dus ik zal moeten gaan beëindigen, maar het is volgens mij volkomen verkeerd, wanneer je dus je systeem gaat stellen als bepalend.

Hoe je een weg aflegt, te voet, op een fiets, met een bromfiets, met een motor, met een auto, met een trein of met een vliegtuig, of voor mijn part door levitatie, het komt er niet op aan wanneer je het doel bereikt. Het is niet het doel dat de middelen heiligt, maar het zijn de middelen, die aanvaardbaar worden, omdat zij tot het doel gevoerd hebben.

Ik moet het woord gaan overgeven aan de gast op deze avond, en ik hoop, dat u hem dus de aandacht zult billijken die u ook mij hebt gegeven, hoe zwaar ik klaarblijkelijk ook uw hersens en uw geduld op de proef heb gesteld. Ik blijf nog even met u samen, maar als het even mogelijk is, geef ik het medium zonder verdere overbrugging vrij.

Gastspreker: Er komt een nieuwe tijd

(Bijeenkomst van de Witte Broederschap)

Elk jaar komen in geest en stof broeders bijeen om het Hoogste Licht voor het ogenblik te ontvangen. De inwijding van het Licht, die zich jaar na jaar vernieuwt. Wanneer het Licht ons beroert, zo zien wij dàt wat waarlijk is en vanuit dit weten zullen wij onze taak voor mensheid en wereld bepalen. De Kracht van dit jaar was een wonderlijk sterke Kracht. Een Vlam met trillingen, die niet gekend zijn voor lange tijd in dit deel van het Al. En daarom kom ik tot u, om u te zeggen: er komt een nieuwe tijd. De voorbereidingen zijn niet slecht geweest, dat zien wij, maar hoeveel zal er niet moeten veranderen voordat gij als mens, wij als mens of geest, in staat zijn om dit Licht recht te doen, om dit nieuwe bruikbaar te maken. Ik zeg u, dat al datgene, dat niet gebaseerd is op openhartigheid en oprechtheid zich voor de ondergang zal zien en velen heen zullen gaan omdat zij niet oprecht konden zijn. Want ziet: het Licht dwingt ons te leven in Licht of te sterven in duister en dat wat leven wil, zelfs als mens, zal de keuze voor het Licht moeten maken. Dan gelden de oude regels opnieuw, maar intenser dan ooit te voren.

Er staat geschreven dat gij uw naasten lief moet hebben, maar ik zeg u, weet wie uw naaste is en dit erkennend, maak geen onderscheid tussen de naaste en uzelf. Want eerst zult gij moeten erkennen, dan eerst zult gij uw naaste lief moeten hebben.

Men heeft u gezegd: “Eert uw God boven alle dingen”, maar ik zeg u: Leer uw God beleven en Hij zal u boven alle dingen zijn en gij zult voor Hem al prijsgeven, niets behoudend of eisende, buiten deze God, die voor u de waarheid is. Alleen zo zult gij God kunnen kennen. Wee hen, die in deze dagen trachten anderen slechts hun God te geven, zij zullen ondergaan. Gelukzalig degenen, die hun God kennend en levend uit die God, Zijn Kracht en Licht geven waar die kunnen. Want zij vinden Zijn Werkelijkheid, Zijn Wezen en Zijn Kracht.

Gelukkig zij die in harmonie zijn met de werkelijkheid, want voor hen is de natuur hun speeltuin; voor hen zijn de wetten, de macht die zij hanteren in een wereld waarin waan regeert, voor hen is de werkelijkheid het Licht waaruit hun taak voortvloeit. En wee hen, die zichzelve zoeken. De natuur zal zich tegen hen wenden, de Krachten zullen zich tegen hen wenden. Het materiaal zal hen breken, de aarde zal voor hen beven, vuur zal hen verslinden en de elementen zullen zich wreken op hen, zonder ophouden.

Dit is in de Kracht, dat is niet het besluit van onze raad. Het is de Kracht die spreekt, het is de Waarheid van deze wereld. De tijd is hard, hard omdat die niet wil erkennen, menselijke sentimenten overwegend, men slechts wil kennen de werkelijkheid, dat wat is, niet wat men droomt of zou willen en daarom zeg ik u: Wee gij die uw dromen volgt voor gij de voorwaarden der werkelijkheid hebt vervuld, want gij zult zien, dat uw dromen breken en gijzelf vergruizeld wordt met uw droom.

Toch is het een goede Kracht. Een Kracht, die u misschien ongedurig en onzeker maakt, omdat gij Hem nog niet beseft. Een Kracht die u misschien vreemde dromen geeft, waarin ge uzelf ontmoet zonder het te weten. Maar ik zeg u: de Kracht die dit jaar kwam, de Kracht waaruit nu de raad zal beslissen, zal zoeken naar werkelijkheid. Een weg volgens de normen, ook van de mensheid, is Licht en Goedheid. En ik geef u Haar teken, het teken van dit jaar. In de keten van de kosmos staat het kruis des mensen en in het kruis des mensen gloeit het Licht van de eeuwige steen. Het Kruis met de Steen omringd door de golven van het Al, is het teken van de kracht voor deze tijd. Daarom wil ik u zeggen: vrees niet de onrust en de dreiging die komen gaat. Zo gij vreest, zal zij u schaden. Het Licht is sterker dan onrust, zo gij het Licht kent, gaat het u voorbij. Wanneer gij zwak zijt en uw zwakheid vreest, zult gij aan uw zwakheid ondergaan. Indien ge gelooft in de Kracht die in u is, en die u gegeven werd aan het begin, Zij blijft in u tot het einde. Zo zult gij sterker zijn dan ooit. Gij zult weten wat kracht is en gij zult Haar richten om de leugen te verdrijven, de leugen van ziekte, zo goed als de leugen van onvrede. Er is een belofte in het Licht voor eenieder die het Licht ziet, maar dat, wat onoprecht is, zal vallen. Wees oprecht opdat gij in deze Kracht moogt zijn. Vernieuwing en werkelijkheid, vervulling van deze tijd en zelfs meer dan de bevestiging van de nieuwe Heerser.

Dat is alles wat ik te zeggen heb. Niet veel misschien, denkt u, maar juist omdat het zo waar is klinkt het u vaag en lijkt het u nevelig. Want gij kinderen van tijd, hebt nog niet begrepen dat Chronos de Moloch is die zichzelve wreekt in zijn kinderen. Dat het Licht en de Kracht die wij ontvangen hebben, de uwe mogen zijn. Dat gij moogt erkennen de zegening van de ware verbondenheid met het Licht.
Dank u voor uw gehoor, vrienden. Dat er vrede moge zijn op uw weg.

image_pdf