Jezus’ liefde-leer

image_pdf

18 april 1986

Aan het begin van deze avond wijs ik u erop dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn.

Bij een onderwerp als de liefde-leer van Jezus, denk je al direct, wat bedoelen ze ermee? Want de Jezus die we kennen is zeker niet de gebaarde fondant-figuur, die vol van liefderijke leuzen wordt voorgesteld aan het volk.

Jezus was een driftkop, op z’n tijd. Hij was eigenwijs, eigenzinnig op z’n tijd. Hij was aan de ene kant iemand die zichzelf geheel kon opofferen, aan de andere kant iemand die bepaalde dingen niet zo graag zag. Als je zegt: Jezus’ liefde-leer denk je automatisch aan een ideaal van ‘alle mensen broeders’. Men vergeet dan dat diezelfde Jezus heeft gezegd: Ik ben niet gekomen om u het heil en de vrede te brengen, maar het zwaard. De vertaling is ietwat vrij, maar vanuit het Aramees verantwoord.

Deze Jezus neemt zijn gordel en zweept daarmee de handelaars en de wisselaars de tempel uit. Hij maakt ook mensen verwijten die toch wel een beetje aankomen, zoals bv. : Wee u, Farizeeërs, gij gepleisterde graven, van buiten verblindend wit en van binnen vol van bederf. Ik wil niet zeggen dat hij de moderne politici heeft gekend, maar het zijn dingen die toch niet zo buitengewoon liefdevol aandoen, laten we het zo zeggen.

Jezus is in zekere zin een diplomaat. Wanneer de Farizeeërs weer eens handig willen zijn en hem de munt voorhoudend, vragen: Heer aan wie zullen wij de cijns betalen, aan de tempel of aan Caesar? Dan zegt hij: Laat de munt eens zien. Het staat erop, nou, geef dan aan Caesar wat van Caesar is en aan de tempel wat van God is. Dat is diplomatiek. Er zijn meer van die dingen.

Een van de dingen die misschien wel het meest diplomatiek aandoet, tenminste voor mij, is wel het feit van de overspelige vrouw die gestenigd moest worden. U kent het geval wel. Jezus zit daar en zegt niets. Hij schrijft in het zand. Men heeft hier op een bijeenkomst één van mijn vrienden eens gevraagd: “wat schreef hij dan?” Die antwoordde: “waarschijnlijk de klantenlijst van de vrouw.”

Als je dat allemaal zo bekijkt, ga je begrijpen dat die liefde-leer van Jezus toch wel heel wat anders moet zijn dan het: “we moeten elkander liefhebben” en zo. Het moet zin hebben, het moet een betekenis hebben. Als we zin en betekenis zoeken, is het niet voldoende stil te staan bij uitspraken als: “heb uw naaste lief gelijk uzelf en God boven alle dingen”. Dan moeten we ons afvragen wat de liefde die Jezus predikt eigenlijk is.

Op het gevaar af dat ik sommigen met een christelijke achtergrond hier toch wel een beetje voor het blok ga zetten: Jezus is niet alleen zichzelf. Hij zegt dit ook, als we het evangelie mogen geloven, met de uitspraak: “Niet ik ben het die tot u spreekt. Het is de Vader die tot u spreekt door mij”. Met andere woorden, er spelen hier andere krachten mee.

God is de voortbrenger, de instandhouder, het wezen van alle dingen. Als er geen God is, dan is er niets. Alle dingen zijn door God met elkaar verwant. Niet alleen mensen, maar ook de dieren, de planten, alles wat bestaat. De hemel, de aarde, de zeeën, ze zijn verwanten van elkaar. Als je de aard kent van het dier, dan kun je dat dier op de juiste manier behandelen. Als je een mens ziet en je herkent ook de goddelijke kracht die zijn wezen in stand houdt, dan kun je ook tegenover die mens juist zijn. Want de liefde kan alleen bestaan als ze ook rechtvaardig is. Rechtvaardigheid betekent dat de ander je gelijke is.

Telkens weer wanneer Jezus bezig is met zijn toespraken, zelfs in de tijd dat hij in de synagoge de wetten en de spreuken uitlegde, treffen we vooral dit facet aan, gelijken zijn.

Als het gaat over de naaste zegt Jezus niet dat iedereen je naaste is. Dat denken de mensen wel, maar dat is niet waar. Want wanneer hem wordt gevraagd: (ik meen dat het Johannes was die de vraag stelde) “Heer, wie is mijn naaste?” dan vertelt Jezus het verhaal van de man die door rovers wordt overvallen en daar kreunend in de doornstruiken ligt,

Er komen priesters voorbij en ze zeggen: “we zijn te heilig”, er komen levieten voorbij en die zeggen: “we moeten naar de tempel, we kunnen ons niet verontreinigen”. Er komen Joden voorbij en ze zeggen: “het is feest, we hebben haast”. En dan komt de Samaritaan. Deze ziet wat die mens nodig heeft, stapt van zijn ezel af, brengt de man naar een herberg en laat hem verzorgen. Betaalt bij wijze van spreken nog zijn logies en hij gaat verder. Jezus zegt tegen de leerlingen: Wie was nu de naaste? De naaste was de man die begrip had voor de nood, het leed van een ander. Ik geloof dat je daar al een aardige definitie hebt van Jezus’ liefde-leer. Zie de medemens.

Begrijp zo goed als je kunt zijn noden en doe er iets aan, dan ben je de naaste. Maar hij zegt niet: je moet je naaste meer liefhebben dan jezelf. Er zijn van die mensen die roepen: “Ja, maar in naam van de christelijke naastenliefde gaan we ons opofferen!” Het is allemaal heel mooi. Maar Jezus zegt: “uw naaste liefhebben gelijk uzelf”. Met andere woorden: als je twee sneden brood hebt en een ander heeft honger, deel. Geef hem er ook een. Maar geef hem niet alle twee, want die ene heb je zelf nodig. Dat klinkt natuurlijk niet zo leuk, dat weet ik wel.

Jezus is ook niet zo erg op de zogenaamde wijzen en geleerden van deze aarde gesteld. Neem bijvoorbeeld de Bergrede. We vinden daarin een zinsnede: Zalig zijn de armen van geest, want zij zullen God zien. Hé, waarom zijn die nu zalig en al die geleerden niet? Misschien wel omdat het niet zo zinvol is te verklaren, maar wel is het zinvol om te leven.

Jezus’ liefde-leer. Je zou moeten zeggen Jezus’ levensleer, wanneer je werkelijk in elke mens de gelijke erkent. Degene die anders kan zijn op elk terrein, maar die toch, net als jij, deel is van wat God heeft voortgebracht, in stand wordt gehouden door dezelfde God die jou in stand houdt. Dan kun je ook zien wanneer iemand je nodig heeft en kun je de naaste zijn van die mensen,

Dat “in naam van de christelijke naastenliefde!” is altijd een beetje belerend en dan komt Paulus er achteraan: “dwingt hen om in te gaan”. Maar heeft Jezus niet iets anders gezegd? Gaat uit, verkondig de blijde boodschap, genees de zieken en drijf de duivelen uit in mijn naam en in de naam des Vaders”.

Ja maar Heer, als wij nu de boodschap willen verkondigen en ze luisteren niet, wat doen we dan? Nu, zegt Jezus, dan ga je naar het volgende huis. Maar als nu niemand in de stad wil luisteren? Schud dan het stof van die stad van je sandalen en ga naar de volgende. Jezus zegt niet: “dwing ze om in te gaan”. Helemaal niet.

Jezus’ liefde-leer en Jezus’ levensleer zeggen: de mens heeft er recht op zichzelf te zijn. Je mag proberen de mens attent te maken op de zaken die goed zijn. Het is zelfs een plicht om dat te doen, maar als ze niet willen luisteren moet je niet boos zijn, dan ga je gewoon verder. Ook daar komt het begrip liefde weer op een heel andere manier om de hoek kijken dan in menige predicatie.

Ik denk aan de inquisitoren, die “uit louter liefde voor de mens en om hun zielen te redden, hun lichaam vernietigden hen lieten ombrengen in vlammen, vuur en haat”. Niet zo bij Jezus, Jezus zegt niet: “dit is de ware leer of dat is onwaar”. Jezus zegt: “elke mens heeft er recht op zichzelf te zijn, hoe dan ook”. Als je hem helpen kunt, help hem. Wanneer iemand beladen is met allerlei complexen en schulden, vergeef hem die zonden. “Uw zonden zijn u vergeven” is niet alleen een woord dat Jezus gebruikt, onder meer wanneer hij eindelijk zit uit te rusten en ze laten door het dak nog een jongeling op een baar naar beneden. Een soort kruising tussen een moderne revue en een griezelfilm.

Ook Petrus heeft diezelfde zinsnede gebruikt en zelfs Paulus in Antiochië. Ook daar zijn zowel in de Apocriefen als in de Epistelen verscheidene gegevens over bekend. Met andere woorden: help een ander zijn last dragen, help een ander de lasten die hem benauwen, te verliezen.

Jezus’ liefde-leer is gebaseerd op de vrijheid van de mens, maar ook op de vrijheid van de mens om God te kennen en als het ware voor God te staan. Niet belast en beladen met allerlei complexen en schulden, maar gewoon om te zeggen: “God, ik ben blij dat ik leef, ik ben dankbaar dat ik leef, laat mij die dank in mij leven en daarna uitdrukken. Levensblijheid, levenswijsheid, zeker.

Er zijn bepaalde dingen waarvan je zegt: hoe komen ze eraan? Neem bijvoorbeeld de geschiedenis in de Hof van Olijven. Jezus trekt zich terug. Slechts drie leerlingen vergunt hij om een eind met hem mee te gaan en dan laat hij hen achter. Hij zegt: waakt gij deze ure met mij. Dat kun je begrijpen, nietwaar. Als je in de ellende zit, of het nu een overlijden is of een geboorte bij wijze van spreken, dan ben je blij als je weet dat er iemand wacht. Het is net alsof je dan niet alleen bent. Maar letterlijk staat daar: die drie waren in diepe slaap gevallen. Hoe weten ze dan wat Jezus heeft gezegd en gebeden? Het zijn vragen waar geen antwoord op mogelijk is.

Ik kan mij voorstellen dat een kruisiging, ook voor een Jezus, heus niet iets was waar hij met verlangen naar uitzag, zeker niet als je weet wat er nog aan voorafging. Hij zou misschien gezegd hebben: Heer, als het mogelijk is laat het een beetje anders gaan, laat deze beker aan mij voorbijgaan. Mooie plechtige taal. Maar het betekent doodgewoon: als het anders kan, in godsnaam anders. Maar hij zegt dan ook: niet mijn, maar uw wil geschiede,

Ik geloof dat daar een deel van Jezus’ werkelijke liefde naar voren komt, niet alleen voor de mensen maar ook voor God. De woorden waarvan je niet eens weet of ze zo gesproken zijn, maar ik geloof dat hij ze gezegd heeft. En dan denk je: wat grotere liefde kun je hebben voor God en voor de mens dan dit zonder protest aanvaarden van een noodlot, van een onaangename noodzaak? Zeggen: ik moet er doorheen. Dat kun je alleen doen als je werkelijk het gevoel hebt dat je met God verbonden bent. Maar ook als je het gevoel hebt dat je met de mensheid verbonden bent.

Het is gemakkelijk – en ik heb er ook over nagedacht of ik het zou doen – een aantal regels achter elkaar te zetten en te zeggen: “kijk, dat is nu Jezus’ liefde-leer”. Maar wat heb je aan regels? Liefde is niet iets wat in regels te    vatten valt, in wetten, artikelen of die ‘onderzeese’ noten, die elk wetsartikel ontkrachten op een manier die je niet verwacht, tenzij je ze heel zorgvuldig naleest. De wet is net een verzekeringspolis.

Wij zijn deel van de totaliteit. Zeg: dat is God. Zeg: het is het werk van God. U mag het zeggen zoals u wilt. Het is de kracht die elk van ons en alles heeft voortgebracht, in stand houdt en gelijk maakt. Ook de heidenen en de christenen, wat dat betreft. Er zijn slechte christenen en goede heidenen en een goede heiden is meer een heilige dan een slechte christen. Onthoudt u dat.

Als God een wil heeft, zullen wij die wil waarschijnlijk niet zo gemakkelijk kennen. O ja, er bestaan genoeg artikelen. De tien geloofsartikelen, de regels van het moderamen, de vijf geboden van de heilige kerk en wat heb je al niet meer. De mensen weten heel gauw wat God wil, als ze het tenminste zelf willen. Maar kan ik mijn verwantschap ontkennen? Als ik Jezus ernstig neem met zijn drift, zijn verwijten, zijn aanvallen, zelfs met het zwaard dat hij brengt en niet de vrede, dan moet ik ook aanvaarden dat allen gelijk zijn, ook aan mij. Dat eenieder die in nood verkeert recht op mij heeft. Dat is de werkelijke liefde.

Jezus is niet het gezwijmel of het zelfbedrog, waardoor je denkt een ander lief te hebben omdat je jezelf er zo mee vereerd voelt. Het is gewoon de aanvaarding dat anderen recht op je hebben. Weer afgaande op de bekende evangeliën en op de apocriefe geschriften e.d. is het typerend dat gedurende zijn hele openbare leven Jezus altijd degene is die dient. Hij gaat niet door de wereld voor zichzelf, maar hij verheugt zich wel.

Hij verwerpt heus niet de dronkenschap. Zoals op de bruiloft in Kana, toen ze hem kwamen vertellen: “Heer, we hebben geen wijn meer”. Jezus zegt: “ik ben toch hier, nieuwe wijn.” Hij zegt niet: “jongens, afschaffen”. Hij zegt: “drink maar, als je het maar niet te vaak doet”.

Als er vrouwen zijn die gezondigd hebben (er zijn er nogal wat, denk aan Magdalena of aan die Samaritaanse vrouw) waarbij de leerlingen op hun achterpoten staan: “Heer, die vrouw is vele malen gehuwd geweest”, dan haalt Jezus de schouders op en zegt: dat moet zij toch weten. Het gaat om de kern. De kern is het goddelijke en de beantwoording aan het goddelijke dat in die vrouw leeft. Hij zegt het wel niet zo, dat doe ik, maar het komt er wel op neer.

Jezus vergeeft zonden niet als iets vrijblijvends, in de geest van: “u bent gedoopt en nu valt u onder onze garantiebepalingen!” . Wat leert Jezus? Als wij een schuld erkennen in onszelf is dat niet voldoende. Maar als we proberen die schuld ongedaan te maken, dan hebben we daarmee beantwoord aan de kracht die in ons leeft. Het lot, de goddelijke wil, zo u wilt, die ons toch voortdrijft, of we dat beseffen of niet. Zolang we beantwoorden aan die kracht, moeten we ook beantwoorden aan de schepping en aan de mensen.

Je kunt natuurlijk heel vroom zijn. In sommige gevallen merk je aan onze kant wel eens wat van de oecumene. (U neemt het mij hoop ik niet kwalijk, ik wil u liever niet in moeilijkheden brengen als het niet nodig is.) Dan hoor je de christenen tegen elkaar zeggen: “We moeten samenwerken. Ja, we kunnen natuurlijk niet geheel samenwerken, want wij hebben de juiste leer…”    Het lijkt Orwell wel in zijn boek ‘1984’. Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere.

Is dat eigenlijk niet de zonde tegen de liefde, als je denkt dat je meer bent, meer weet dan de ander, dat jij het zuiverder weet dan een ander? Is liefde ook niet de nederigheid waarin je de anderen – in dit geval de gehele mensheid – als het ware aanvaardt als een complement van je eigen persoonlijkheid? Niet iets waar je meer of minder bij hoort, maar iets dat je rijker maakt doordat het bestaat en dat jij probeert rijker te maken door jouw bestaan.

Ik weet niet of het nog zo is, maar in mijn tijd heb ik heel veel mensen meegemaakt die elkaar aanspraken als ‘broeders en zusters in de geest van Christus’. Als dat  broeders en zusters waren, was het wel een rotfamilie. Het is toch niet wat je gelooft dat je meer maakt dan een ander? Wat je gelooft is de kracht die jou in staat stelt meer te zijn.

Wat zegt Jezus? Dat je niet moet vragen: “wie is de ander”, maar: “heeft hij mij nodig?” Als de Romeinse hoofdman komt en hij vraagt Jezus of hij alsjeblieft wat voor zijn dochtertje wil doen, doet Jezus dat. Dan moet u wel even bedenken dat vanuit Jezus’ standpunt de Romein een terrorist was. Hij reageert dan toch wel anders dan Thatcher of Reagan gedaan zouden hebben. Hij helpt omdat hem gevraagd wordt te helpen, want wij zijn gelijken. In God zijn wij één. Niet in onze uiterlijkheden, niet in onze gedragingen, niet in hetgeen wij denken te weten, maar in datgene wat we zijn. Ik denk wel eens dat het verhaal van Jezus’ leven begint met juist een dergelijke erkenning.

De oude Simeon ziet Jezus. Hij ziet de kentekenen en hij erkent hem voor wat hij is, een verlosser. Dat typeert eigenlijk al de relatie Jezus – mens. De leer van Jezus is niet een dictaat, ook al zijn er mensen die halleluja roepen alsof ze ‘heil’ zeggen. De leer van Jezus is een wederkerigheid: ik erken u als mens, ook als u een Farizeeër bent. Ik heb het niet op die stand zou hij gezegd hebben, maar die stand heeft haar fouten en op die fouten mag ik wijzen. Maar als er iemand komt die mij nodig heeft zal ik helpen, want wij zijn één.

Wanneer Jezus de voeten wast van zijn discipelen, zeggen ze: Heer, dat moet u toch niet doen? Waarom? Ja, hij is de Rabbi, hij is de Meester. Onzin. Geloof niet dat hij gezegd heeft – zoals sommige pausen hebben gedaan of sommige priesters – jongens, was even je voeten, want ik ga dadelijk jullie voeten wassen. Hij heeft al die vuile, zweterige kakkies zo maar schoongemaakt. Laat mij maar precies zeggen zoals het is.

Maar waarom? Omdat je op één gebied de Meester kunt zijn – als de ander je daarvoor aanvaardt, – maar toch op het andere punt de dienaar blijft. Want de liefde ligt niet in heersen, niet in het dwingend verkondigen, maar in het geven wat je hebt. Delen, als anderen met je willen delen, dienen als dienen nodig is. Het betekent een afrekenen met de hoogmoed. De liefde-leer van Jezus is een afrekening met de hoogmoed van de mens. Het is de erkenning dat de dingen onder de mensen niet zijn zoals ze behoren te zijn, maar dat je daarom nog geen mens mag veroordelen, geen mens mag laten lijden.

Als Jezus tenslotte wordt gearresteerd, nadat Judas op zijn bekende manier Jiddisch-BVD-erig met een kus de Meester heeft verraden, dan denk je: Jezus weet wat er aan de hand is en die geeft me die vent toch een hengst! Want Judas is Judas. Maar Jezus begrijpt hem waarschijnlijk veel beter dan al degenen die het evangelie hebben gelezen. Het enige wat hij zegt is: “Judas, verraadt men zijn Meester met een kus?”

En dan komt daar de wacht en Petrus, een visser, eigenlijk een redertje – want ze hadden drie boten – trekt zijn zwaard en amputeert het oor van Malchus. Wat doet Jezus? Zegt hij: “jij komt tenminste voor mij op?” Nee, hij zegt: “Steek uw zwaard in zijn plaats, want zij die leven door het zwaard zullen door het zwaard vergaan.” Dan denk je: nu is hij toch klaar. Maar nee, Jezus loopt vooruit op de moderne chirurgie. Hij neemt het pas afgehouwen oor, zet het op z’n plek en hup Malchus kan weer normaal horen.

U lacht erom omdat ik het een beetje vreemd zeg. Maar laten we nu even serieus zijn. Kan er een liefde groter zijn dan die welke zelfs in de beulen, de mens erkent? Die niet de leerlingen verheft en de anderen neertrapt, de volgelingen heilig acht en de anderen verdoemt? Zelfs geneest Jezus de beulsknecht (het was geen brave jongen, Malchus, want hij was ook nog de onofficiële houder van de hoerentent van de tempel), niet omdat iemand dat vraagt of omdat hij indruk wil maken, maar gewoon omdat een mens niet moet lijden. En als je erbij bent wanneer iemand lijdt, dan moet je hem helpen. Je moet niet vragen hoe, wat, wie en waarom, of; zal hij mij misschien dadelijk doden, nee, je kunt alleen nog maar helpen.

De liefde-leer van Jezus is een heel eenvoudige. Je bent deel van de mensheid, je bent de gelijke van alle andere schepselen, van een schepsel dat je nodig heeft. Al is het maar om datgene wat ons gezamenlijk in stand houdt.

Nu weet ik wel dat heel veel mensen daar anders over denken, Sommige mensen zeggen: de liefde-leer van Jezus, wat een titel, zou het niet het liefdeleven van Jezus kunnen zijn, dat heeft hij ook gehad. Hij was heus niet het heilige boontje dat hij is geworden nadat een kerk uitmaakte, dat gezien erfrecht en dergelijke, het priesterhuwelijk verboden moest worden. Let wel, oorspronkelijk het huwelijk, niet de praktijk die ermee gepaard gaat,

Jezus had begrip voor iedereen. Hij heeft ogenblikken dat hij een ander even laat voelen. Magdalena, Jezus op bezoek, vol enthousiasme, een tikkeltje hysterisch. De grote baas zit daar, kostbare olie over zijn voeten heen, zijn voeten afdrogen met haar haar (gelukkig dat ze lang haar had). Dan zegt hij: Is dat geen zonde? Judas zegt: Zij had beter het geld in de beurs kunnen storten.  Wat zegt Jezus? Jij zorgt graag, zorg dan en neem het haar niet kwalijk dat zij liever aan de voeten van de Meester zit. Tegen Judas zegt hij: Hoe kan iets beter besteed worden dan uit werkelijke eerbied en liefde? Zo was Jezus.

Ik denk dat Jezus moeilijkheden zou hebben met de moderne maatschappij. Het zou lastig zijn, want Jezus heeft medelijden. Als hij een zieke ziet en hij kan hem genezen, dan geneest hij hem. Maar ja, onbevoegde uitoefening der geneeskunde, het kan niet, het mag niet. Wondergenezingen zijn niet kerkelijk erkend. Jezus spreekt op de straten. Wacht even, er is een sprekershoek, daar mag je spreken en hou verder je mond. Dan hebben wij het voor het zeggen. Arme Jezus, als hij naar Engeland zou gaan, zou hij alleen in Hyde Park mogen spreken.

Ziet u de tegenstelling? Jezus, die geen gevecht aangaat met kerkelijk gezag of met wereldlijk gezag, maar die zichzelf wil zijn en de mensen dient. Die tot anderen zegt: kijk, dat is nu de weg. Want ik ben u de weg en de waarheid. Leef zoals ik leef en u zult de waarheid erkennen van de eenheid die ons allen verbindt.

Jezus zegt: Mensen, waarom moeten jullie over alles zo kletsen, waarom moeten jullie zo gewichtig doen, waarom moeten jullie zoveel macht hebben? Kijk naar mij. Ik heb macht en ik heb het bewezen, maar ik misbruik haar niet. Ik gebruik haar niet om mijn eigen macht in stand te houden of om mijn leven te redden. Ik gebruik haar om een ander te troosten.

Zoals de legende zegt, was er aan het kruis een goede  moordenaar. Het was een moordenaar, een slecht mens. Hij was tegen de wet ingegaan, hij zal wel meer gemene dingen hebben gedaan. Echt zo’n kerel die het verdient om gekruisigd te worden. Jezus hangt daar onschuldig. Geloof mij, aan een kruis hangen is niet leuk. Het is zelfs een genade als ze je spijkeren, dan bloed je sneller dood. Het is niet uit te staan. En die Dismas vergeet één ogenblik zichzelf als hij die man daar ziet met dat geduld, die met liefde neerkijkt op iedereen, zelfs op zijn beulen. Die nog troostwoorden weet te spreken tegen de vrouwen die daar staan met een enkele leerling. Hij denkt: verdorie, zou het misschien waar zijn? Hij zegt: Heer, spreek voor mij tot de Vader. Dan volgt volgens de legende het antwoord: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, nog heden zult gij met mij in het paradijs zijn.

Waar blijven jullie nu met jullie menselijke veroordelingen? Met jullie “die deugt niet en dat is niet goed”? Weet u wel, oudjes, “die verdorven jeugd van tegenwoordig?” U deed vroeger handiger, ik geef het toe. En al die mensen die niet deugen, die verschrikkelijke terroristen, die rotte communisten? Heeft u nog meer op de lijst? Vult u dan zelf maar in.

Jezus zegt juist: dat bestaat niet. Een terrorist kan daden doen die verkeerd zijn, maar hij is en blijft een mens. Het is als mens dat je hem moet erkennen en als mens wordt hij je naaste op het ogenblik dat hij hulp nodig heeft, zelfs als hij een moordenaar is. “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde.”

 Het is een beetje een bittere spreuk, zeker in een wereld waarin iedereen denkt dat hij het zo goed weet. Maar hoe kun je werkelijk de naaste zijn van al die anderen als je oordeelt? Je moet niet oordelen, je moet hun noden erkennen. Je moet ze helpen waar je kunt. Blijf jezelf. Als je niet kunt helpen, ga dan door, maar laat nooit iemand vergeefs om hulp vragen als je helpen kunt. Dat is Jezus’ liefde-leer. De leer van de eenheid die in alle mensen leeft en de verplichting die eruit voortvloeit. Het is de erkenning van de gelijkwaardigheid van allen en daardoor de mogelijkheid de ander te nemen zoals hij is en hem te helpen, hem lief te hebben, als het zo uitkomt.

Jezus’ leer van liefde is er niet een die voor de fouten wegloopt. Jezus gooit inderdaad de wisselaars de tempel uit. Het is misschien goed dat hij nu in de hemel zit, anders maakte hij overuren. Als er een zou zijn die in de vlucht een been gebroken zou hebben, zou Jezus even hebben opgehouden met zwepen en hij zou hem hebben genezen. Jezus valt de Farizeeërs aan, maar hij helpt ze ook. Hij weet heus wel dat Romeinen geen heiligen zijn, maar hij helpt een Romein. Jezus maakt geen verschil, hij is er voor allen.

Wat hij zijn leerlingen laat, is de leer dat je er voor allen moet zijn en niet alleen voor enkelen. Als de christenen dat zouden willen begrijpen zouden wij geen systemen meer nodig hebben. Dan zouden er misschien nog vele godsdiensten bestaan op aarde, maar de erkenning van God in de naaste zou alle verschillen overbruggen.

Ik moet zeggen dat ik dit onderwerp niet graag wilde behandelen toen het mij werd voorgelegd. Daarna heb ik afgevraagd wat ik u zou kunnen zeggen dat werkelijk betekenis heeft. Dat heb ik gedaan zo goed als ik kon. Natuurlijk niet erg kerkelijk, zelfs niet godsdienstig. Als je leeft zo goed als je kunt leven, dien je God beter dan met alle rituelen en plechtigheden die je kunt bedenken. Jezus was veel meer dan mensen tegenwoordig weten. Hij was magiër, kluizenaar, deel van een volk, deel van de mensheid en bovenal deel van Cod.

Als ik iets over hem heb gezegd dat niet juist is, dan zeg ik alleen maar: Heer, u weet dat ik het zo goed gezegd heb als ik kon. Als iemand zegt dat dit de waarheid is zeg ik: Heer, woorden kunnen nooit waarheid zijn, tenzij ze leven in de mens en leven in God. Maar als men mij zegt: ”er moeten wetten en regels zijn”, dan zeg ik: “als God de mens zozeer lief heeft, dat hij hem de mogelijkheid geeft wereldoorlogen te strijden en atoombommen neer te gooien, juist omdat die mens zichzelf moet kunnen zijn, heb ik dan het recht een ander aan mijzelf te binden? Heer, geef mij de kracht anderen vrij te laten, niet te veroordelen, maar waar ik ook ben, ten aanzien van wie dan ook, de naaste te zijn wanneer het nodig is en in allen iets te erkennen van de God die ook mij doordrenkt met zijn adem, zijn leven en zijn kracht.”

Na de pauze kunt u commentaren en vragen stellen zoveel als u wilt. Als het kan, schrijf ze even op, niet voor mij maar voor het bedienend personeel, dan weten ze wat u heeft gezegd, want dat is uit hetgeen u uit niet altijd voor eenieder duidelijk. Ik beloof u dat ik alle vragen zo goed ik kan zal beantwoorden.

Vragen

In het eerste gedeelte heb ik u met alle behoedzaamheid behandeld, nu kunnen we zien in hoeverre er toch nog schokken zijn geweest en wat er verder voor problemen zijn blijven bestaan.

  • Is er verschil tussen de verdraagzaamheidsopvatting van de ODV en Jezus’ liefde-leer? De eerste lijkt praktisch gericht (als men de ander maar niet haat). Jezus’ liefde-leer lijkt verder te gaan, denkend aan Lucas 6: “Heb uw vijanden lief, doe wel aan degenen die u haten, bidt voor wie u smadelijk behandelen enz.

Dat is inderdaad waar. De leer van Jezus vraagt zoveel, dat ze eigenlijk overal op aarde een lipbelijdenis dreigt te worden. Juist daarom prediken wij verdraagzaamheid. Laat mij het zo zeggen. Jezus is de hogeschool van het kosmisch bewustzijn en wij zijn nog steeds bezig, naar we hopen, met een  paar van de hogere klassen van de lagere school. Dat betekent dat wij uitgaan van het standpunt: als je elkaar niet kunt verdragen, zal je elkaar ook niet waarlijk kunnen liefhebben. Leer dus elkaar te verdragen, dan ga je misschien beseffen dat naastenliefde een werkelijkheid is en niet alleen iets dat nu en dan selectief beoefend moet worden.

  • Moet een spirituele zienswijze hier ook op gebaseerd zijn? Denkend aan Jezus’ uitspraak: “Gij zult de Here uw God liefhebben met geheel uw hart, ziel, verstand enz. en uw naaste als uzelf”. Dit is het eerste en tweede gebod in de Wet. Is Jezus hier autoritair? Hij spreekt ook van geboden.

Jezus is niet autoritair in de zin dat hij de wet opstelt waaraan eenieder gedwongen zal moeten gehoorzamen, maar hij stelt wel de wet voor degenen die zijn weg willen gaan. Als je God niet liefhebt, kun je dan zijn schepselen liefhebben? Dus God komt eerst en dan al wat bestaat is uit God  en omwille van de God die je liefhebt, kun je de anderen niet haten. Ik denk dat je het zo moet zien. Ik meen dat dit ook in geestelijke leringen wel degelijk een rol speelt. De vraag is alleen: is het noodzakelijk om met deze grote waarheid – want dat is het – voortdurend te velde te trekken, als blijkt dat de mensen die niet verstaan omdat ze met zoveel kleine zaken druk bezig zijn? Dan is ons antwoord: Laten we proberen de mensen te laten zien in welke wereld ze leven. Laten we proberen hen voor te lichten over de vele mogelijkheden die er zijn. Laten we ze leren zelf te denken, dat is ook erg belangrijk, en op die manier proberen hen te brengen tot het beleven van God, die volgens ons in hen voortdurend kan spreken en aanwezig is, om van daaruit verder te gaan.

  • Een van uw sprekers die het onderwerp “De ware leer van Jezus” behandelde, meende in verband met de interpretatie van Mattheus 18, dat bedoeld werd: Gij, Petrus, zijt steenhard. Je hebt als het ware een bord voor je kop, je gaat nog een kerk bouwen. Anderen dachten dat Jezus zei: “Op deze rots (petra) zal ik mijn gemeente bouwen”. “Zal ik mijn kerk bouwen” is de vertaling die in bepaalde kringen gebruikelijk is. Wat lijkt u het meest waarschijnlijk en wie zou dit moeten bepalen? Graag opheldering over de juistheid van deze niet onbelangrijke stelling.

Voor zover wij deze figuren kennen, ben ik geneigd de eerste interpretatie, die door een van onze broeders is uitgesproken, als de meest waarschijnlijke te aanvaarden. Petrus was niet bepaald een slimme jongen, hij was ook niet bepaald een keiharde jongen, tenzij het om zijn eigen belangen ging. Toen hij zijn Heer volgde, zijn die eigenschappen toch nog een hele tijd gebleven. Wij nemen dus aan dat dat bedoeld moet zijn. Het is ook veel waarschijnlijker, want Jezus heeft de opdracht tot verkondiging e.d. niet aan een enkeling, maar aan alle leerlingen gegeven. Hij heeft Petrus niet verheven tot hun opperhoofd, tot hun chef of Meester, hun sjeik, hun rabbi of hoe je het noemen wilt. Hij heeft wel gezegd: je bent een steen. Hij heeft daar op laten volgen en zult mij een kerk bouwen. Let wel, deze vertaling is nog uit de Itala, de eerste Griekse vertaling, afleesbaar. Het is een kwestie van interpretatie. Maar als je een kerk hebt, maak je er natuurlijk van: Gij zijt Petrus en op u zal ik mijn gemeente of kerk bouwen. Want dat is een zelfrechtvaardiging.

  • Wat wordt bedoeld met: je moet goed zijn voor je naaste? Ik heb het nooit begrepen en zal het ook nooit begrijpen.

Punt 1 is, dat goed zijn voor naaste betekent: je naaste niets aandoen. Punt 2 is: je naaste bijstaan voor zover je dat kunt, zonder in te gaan tegen datgene wat je voelt zelf te zijn en te moeten doen. Tamelijk simpel, meen ik. Goed en kwaad zijn dus variabelen. Mensen denken altijd; goed en kwaad staat in de kosmos als links en rechts. Nou, draait u zich maar een keer om, dan zijn links en rechts veranderd. Draai uw denkbeelden om, en goed en kwaad zijn van plaats verwisseld. Wat de mensen niet begrijpen is, dat goed een betrekkelijke waarde is en dat goed mede door jezelf wordt bepaald. Maar je kunt het nooit helemaal alleen bepalen, omdat goed ook in de ervaring moet liggen van de ander. Het is een wederkerigheid. Dus goed zijn voor een ander is in feite, zover het mogelijk is harmonisch zijn met een ander.

  • Wie een ander veroordeelt, veroordeelt zichzelf. Wilt u dit uitleggen?

Dat is heel eenvoudig. Als je werkelijk onschuldig bent en er geen kwaad in je is, dan zal je in de ander geen kwaad zien. Met andere woorden, als je een oordeel uitspreekt over een ander: hij is slecht, hij is kwaad, dat doet hij verkeerd, dan geef je toe dat het in jezelf ook leeft.

  • Als Jezus de macht had de gevangenneming te voorkomen, waarom heeft hij daarvan naar uw mening dan geen gebruik gemaakt? Mij ontgaat het nut van zich gevangen te laten nemen indien dat voorkomen had kunnen worden.

U vraagt mij hier in de plaats te treden van een van de hoogste krachten die ik zo’n beetje ken. Dat kan ik natuurlijk niet. Wel kan ik mijn persoonlijke interpretatie geven, maar die is altijd nog vraagwaardig. Ik ga uit van een paar punten.

Om te beginnen, Jezus wist dat hij verraden zou worden, ook al bij het laatste Avondmaal. Hij die at met mij enz. Jezus wist dat men hem gevangen zou komen nemen. “Heer, laat deze beker aan mij voorbij gaan. Waak nog deze nacht met mij” zei hij tegen de leerlingen. Allemaal tekenen. Maar indien Jezus zijn macht had getoond en (zoals een collega van mij het uitdrukte) met dezelfde moeite waarmee hij hen allen ter aarde liet vallen volgens het evangelie, dan had hij het hele jodendom kunnen uitroeien. Toen wist hij: als ik mijn macht toon, zal men mij een wereldlijk vorst maken en van mij eisen dat ik met anderen krijg voer. Als ik wegvlucht zal men mijn leer die van een bedrieger noemen, ook dat kan ik niet doen. Daarom moet ik aanvaarden wat komt, zeker daar ik weet dat de Vader met mij is.

Ik wil hieraan toevoegen dat er een strijd is over de laatste woorden aan het kruis. Men maakt daar meestal van: “Eli, Eli, lema sabachtani”, mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten. Als je echter rekening houdt met het feit dat niet de medeklinkers zonder meer bepalend zijn voor de betekenis van het totale woord en dat in het joodse schrift de tussenliggende letters weggelaten worden, dan kun je daar ook van maken: Mijn God, wat hebt Gij mij verheerlijkt. Beide zijn taalkundig mogelijk. Men heeft de vertaling van verlatenheid gekozen. Vermoedelijk omdat menig mens zich in het stervensuur verlaten voelt. Ook hier weer, er heeft zich een cyclus voltrokken.

Jezus stierf, maar hij is op de derde dag herrezen. Dat zeggen toch alle christenen, nietwaar? Jezus wist dit. Het was niet een kwestie van: laat ik mij als een misdadiger terecht laten stellen, opdat het Woord gehoord worde. Er hoorde meer bij. Jezus volbracht dit en volgde bewust of onbewust daarmee bepaalde oude inwijdingstradities, waarbij de dood wordt gevolgd door heropstanding. Zelfs degenen die in de graftempels hadden gerust gedurende tenminste drie dagen, werden in Egypte jubelend begroet als ze buiten kwamen met: Heil u, o herrezen Osiris. Ik wil maar zeggen, er was een reden voor. Zonder dit had Jezus’ leer nooit een dergelijke uitwerking gehad, ze had nooit zoveel mensen kunnen bereiken.

Misschien ben ik een oude twijfelaar na mijn overlijden, maar ik vraag me af wat de wereld zonder dat geworden zou zijn. Zeer waarschijnlijk zou dan Mithras overheerst hebben. Het Mithrasisme is toch wel wat harder en strijdvaardiger dan het Christendom. Daarom ben ik blij dat Jezus het heeft gedaan.

  • Waarom is er zo weinig bekend van het magische deel val Jezus? Wat behelst dat?

Er zijn wel enkele geschriften over, enkele van Afrikaanse kerkvaders. Later voor een groot gedeelte verbannen en op de verboden lijst gezet. Ik meen dat er in het Vaticaan nog enkele aanwezig zijn in de bibliotheek, achter slot.

Jezus geloofde aan de verbondenheid van alle dingen en zijn magie (als men die zo mag noemen) bestond dan ook in het houden van bijeenkomsten, waarin men probeerde God te beleven door eerst de elementen aan te roepen en de eenheid daarmee te erkennen, daarna het leven aan te roepen en de eenheid daarmee te erkennen, daarna de dood te erkennen en deze aan te roepen en dan de heerser van al deze krachten te vragen: Heer, openbaart gij mij uw eenheid. Daar kwamen dan bepaalde dingen uit voort.

  • Waarom richtte Jezus zich tot de vier windrichtingen? Hij  kon zich toch direct tot de Vader richten?

Als u naar een grote firma gaat, gaat u dan eerst naar de portier, dan naar de klerk, daarna naar de secretaris en eindelijk naar de baas? Of stelt u het hele stelletje terzijde en  loopt u bij de directeur binnen en zegt: ouwe jongen, ik wou eens met je kletsen?

Het ritueel dat in deze magie bestaat, is eenvoudig een  opbouwende erkenning waarmee de mens, door stuk voor stuk op te noemen waarmee hij één is en dit te begroeten als deel van zichzelf, zich voorbereid op een eenheid met de totaliteit, die eigenlijk pas beleefd kan worden als men alle delen al aanvaard heeft.

  • Wat deed Jezus in zijn alleen zijn als kluizenaar?

Dat is natuurlijk een vergelijkende term. Jezus heeft zich verschillende malen teruggetrokken. Een langere tijd voor de doop in de Jordaan, daarna verschillende malen dertig dagen ofwel, om precies te zijn, achtentwintig dagen, één maancyclus. In die tijd bad hij en vastte hij. Hij probeerde als het ware in zich weer kracht te ontdekken, de visioenen te beleven die hij nodig had om te kunnen zijn wat hij onder de mensen moest zijn.

  • Hoe kunnen wij Gods wil kennen?

Die kan niemand kennen, want Gods’ wil is eigenlijk de begrenzing van de schepping en dan bedoel ik alle scheppingen en alle dimensies. Wij kennen er slechts een klein deel van. Wij zouden zijn wil niet kunnen begrijpen.

Maar we hebben gelukkig wel iets dat ons kan helpen. Ongeacht alle indoctrinatie, meestal van de eerste kinderjaren af, hebben wij in onszelf een gevoel van juistheid en onjuistheid. Als we leren daarop te letten, dan weten we wat onze juiste weg is. Of dat de wil van God is, dat is natuurlijk een vraag. Maar het ligt in ieder geval het dichtst bij de goddelijke wil, omdat het beantwoordt aan hetgeen wij zijn en ons gelijktijdig de mogelijkheid geeft daardoor als het ware meer op te gaan in het geheel.

  • Orthodoxe christenen halen Deuteronomium 18 aan, waarin wordt gewaarschuwd tegen waarzeggerij, wichelarij, tovenarij, de doden raadplegen. Eenieder die deze dingen doet is de Here een gruwel. Kunt u enkele argumenten noemen waarvoor deze mensen gevoelig zouden moeten zijn; bijvoorbeeld enkele uitspraken of daden van Jezus die deze kritiek op occultisme, astrologie en dergelijke weerleggen?

Ja, je kunt natuurlijk een hoop dingen aanhalen, maar laten we beginnen bij het begin. Waarom staat dit in Deuteronomium? Omdat in het volk de neiging bestond naar wichelaars te gaan. Dat betekende dat er minder werd geluisterd naar de priesters en profeten. Daarvan kunt u trouwens vele voorbeelden vinden in de bijbel. Men aanbad afgoden, men riep geesten op en dergelijke. Maar gelijktijdig horen we steeds weer, dat wanneer geesten volgens de wil van God – zo men aanneemt – optreden, dit dan engelen moeten zijn. Maar niemand geeft een definitie van een engel. Er zijn ook mensen die zeggen: een mens heeft geen ziel, hij heeft alleen het leven. Toch staat er letterlijk te lezen, als Elia de vrouw ziet wenen over haar dochtertje dat dood is, dat hij de Here bidt en dat de ziel tot haar terugkeert. Ja, en als hij terugkeert moet er toch wel één zijn, zou ik zeggen. Zo zijn er meer van die dingen.

Dergelijke orthodoxe mensen zou ik dit willen zeggen:

1. Jezus keert terug uit de dood. Hij is ons de weg en de waarheid. Waarom zouden zij die gestorven zijn niet proberen hem ook daarin te volgen?

2. Afwijzen van reïncarnatie en dergelijke is niet erg aanvaardbaar als je rekening houdt met het feit dat Elias (niet te verwarren met Dia, dat is een ander) opstijgt ten hemel en zegt te zullen terugkeren. Dat Jezus zegt: Voor Abraham was, was ik.

Als we al deze dingen samennemen en we zien verder wat Jezus doet: paranormale genezing, maar ook profetie.

Als we zien wat zijn leerlingen in zijn naam doen: genezingen, duivelsuitdrijvingen en eveneens profetie, dan zie ik niet in waarom dit aan anderen ontzegd moet worden.

Wanneer u als orthodox christen het paranormale, het occulte verwerpt, dan vraag ik u: Beantwoordt u aan dat wat Jezus van zijn volgelingen vraagt? Namelijk: Ga uit in mijnen naam en de naam des Vaders, drijft de duivelen uit en genees de zieken!

Zolang u dat niet doet, moet je het anderen niet kwalijk nemen als zij het op hun manier proberen te doen.

Maar ik wil hier onmiddellijk aan toevoegen dat orthodoxe christenen naar dergelijke argumenten niet zullen luisteren of als ze luisteren, ze niet zullen horen. Want velen zijn zo verkrampt in hun eigen gelijk dat ze ziende blind en horende doof zijn. Ook daarvan kunnen we in de bijbel en in het evangelie bepaalde voorbeelden vinden.

  • Zijn de volgende uitspraken van Jezus zelf of van priesters (Marcus 16,16): Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. Hoe belangrijk is de doop?

Mag ik erop wijzen dat de doop in Jezus’ tijd niet bestond, anders dan de doop van Johannes (de Doper, wel te verstaan)?

Daarbij was de doop in feite niets anders dan een erkennen van een nieuwe waarde, het behoren bij een nieuwe kracht of leer. Iets dergelijks bestond trouwens ook in bepaalde gezinsnederzettingen.

Het is duidelijk dat Jezus dit niet gezegd kan hebben. Waarom is het dan zo geschreven? Vraag af wanneer het evangelie van Marcus officieel het eerst verschenen is. U zult tot de conclusie komen dat dat vele jaren na Jezus’ dood is en dat daardoor de ouderlingen en priesters hiervan een propagandageschrift hebben gemaakt voor de gemeente, maar gelijktijdig een voorschrift voor een gebruik.

Er zijn trouwens meer van dit soort zaken. Het eerste evangelie is pas 43 jaar na Jezus’ dood verschenen. Er wordt wel eens anders over gezegd en gedaan, maar dat is de historische waarheid.

  • Mattheus 19; Hetgeen God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Mozes heeft u met het oog op de hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden, doch ik zeg u: “wie zijn vrouwen wegzendt om een andere reden dan hoererij, pleegt echtbreuk”. Met andere woorden: hoe dacht Jezus over huwelijk en scheiding?

Alweer hebben we hier te maken met een aangevulde uitspraak. Van Jezus is: “Wat God vereent zal de mens niet scheiden.” De rest is toegevoegd.

Jezus dacht aan het huwelijk niet als een dwingende band, zoals men dit kerkelijk doet, maar hij dacht aan een eenheid, waardoor man en vrouw als het ware één persoon zijn geworden door hun wederkerigheid. Hij meende dat niemand het recht had daar op welke wijze dan ook iets in te veranderen. Als men daarnaast aanhaalt wat in de Mozaïsche wetgeving zou staan (het is niet geheel juist geciteerd, vraagt u het maar aan de joodse wet), dan probeert men hierbij zeer waarschijnlijk de reeks joodse gebruiken, die dus niet geheel volgens de wet zijn en ook niet altijd geweest zijn, uit het christendom uit te roeien.

Mag ik u eraan herinneren dat ten tijde van Paulus er een grote discussie is geweest, of men iemand als christen mocht dopen, als hij niet eerst jood was geworden en zich had laten besnijden?. Het is dan ook duidelijk dat ook hier weer het geschrift niet alleen wordt gebruikt om Jezus’ woorden te verkondigen, maar gelijktijdig om het gezag van de kasten als het ware te bevorderen. Dit is na de ommekeer van Constantijn nog veel erger geworden, want toen waren er werkelijk christelijke zeloten (onverdraagzame ijveraars) aan het werk.

  • In hoeverre wijkt Jezus af van de joodse wet? “Jota noch tittel zal vergaan” is een van zijn gezegden. Waarom erkennen de joden Christus niet en zien ze hem hoogstens als een perfecte jood?

Dat zijn twee vragen.

Jezus heeft gezegd dat de Wet er is om gebruikt te worden, onder andere wanneer hem wordt verweten dat hij op sabbath mensen heeft genezen. Wanneer hij dus zegt dat er tittel noch jota zal veranderd worden, is dit kennelijk niet toepasselijk op de joodse wet zonder meer, maar waarschijnlijk eerder op bepaalde openbaringsgeschriften, die in het totaal van de joodse leer verborgen zijn.

  • Waarom erkennen de Joden Jezus niet als de verlosser?

Omdat volgens hun verwachtingen de verlosser degene is die de heerlijkheid van Salomo zal doen terugkeren. Met andere woorden, het jodendom weer tot een eerste plaats onder de mensen zal verheffen, Voor hen is geestelijke verlossing dus een niet aanvaardbaar iets.

Dat zij hem als een perfecte Jood willen aanvaarden ligt mede aan de wijze waarop hij zijn uitspraken doet. Ten eerste vind je er zeer sterke rabbinale trekken in. In de tweede plaats strookt zijn leer als geheel met de directe toepassing van de beginselen van de Thora. Ze kunnen hem erkennen in zijn uitspraken en zeggen: ja, dit is een Jood. Waarschijnlijk zullen zij er soms bij gezegd hebben: dit moet wel een perfecte Jood zijn geweest. Maar ze kunnen nooit zeggen: hij is een verlosser, omdat de messiaanse verwachting van het Joden volk een koning was die de oude glorie zou doen herontstaan en niet van een koninkrijk der hemelen dat ook op aarde zal komen.

  • Werd Jezus ook nog door andere geestelijke krachten en/of gewone entiteiten geïnspireerd? Zo ja, welke? Geldt hetzelfde voor de huidige wereldleraar en wereldmeester?

Elke Meester en Leraar (Jezus was ook een Meester en Leraar) is deel van het geheel. Als hij bepaalde noden heeft – en die kunnen voorkomen, dan zijn er zeer vele dienende geesten die hem te hulp snellen in de erkenning van zijn geestelijke grootheid en meerwaardigheid. Als zodanig worden dus alle Meesters, dit geldt ook voor de Boeddha en alle anderen, geholpen door entiteiten. Geïnspireerd is echter een sterk woord, omdat in dat geval de gegevens, wanneer dat nodig is, uit de geest komen, terwijl de werkelijke interpretatie en de beheersing van het proces bij de Meester ligt en niet bij de geest, zoals in vele andere gevallen (zelfs in dit geval).

  • Wat was de rol van Judas? Sommigen zeggen dat hij de ingewijde was onder de leerlingen.

De ingewijde zou ik niet in hem willen zien. Judas meende dat zijn Meester de Messias was, dus de vorst die Israël zou bevrijden. Judas was een groot patriot. Toen zijn Meester op Palmzondag het aanvaarden van een koningschap afwees, meende hij hem ertoe te kunnen dwingen. Dat was zijn motivatie. Daarmee is hij zeker niet zo schuldig als men hem heel vaak maakt. Hoezeer hij betreurde dat hij de vergissing had gemaakt, toonde hij door zich ten slotte te verhangen. Misschien is dat genoeg.

  • Bestaat de oorspronkelijke esoterische leer, de oorspronkelijke lijn van Jezus nog?

Er bestaan bepaalde delen van de esoterische leer die nog wel voortleven, maar ik moet tot mijn spijt zeggen dat de meeste daarvan aardig verminkt zijn geraakt in de loop der tijd. Waar behoeft u mij niet te vragen, ik zal het u niet zeggen.

  • Wordt de oorspronkelijke leer van Jezus in deze tijd weer doorgegeven middels mediums en dergelijke?

Er zijn heel veel krachten, waaronder zeer hoge, druk bezig deze oorspronkelijke leer weer onder de mensen te brengen. Want de mensen hebben door hun te materialistische benadering van het goddelijke hun besef van God in zichzelf grotendeels gedood. De mensheid kan niet verder leven als ze niet weer het innerlijk besef van God krijgt, dat noodzakelijk is, wil je de mens van een verscheurend dier maken tot een steeds bewuster wordende geest.

Afsluiting

Er zijn veel manieren om de avond af te sluiten, maar het mijne heb ik eigenlijk al gezegd. Misschien mag ik het zo samenvatten:

In liefde is Hij voorgegaan,

uit liefde heeft zijn Zijn bestaan.

Indien Hij ‘Weg’ is, waarheid wordt,

hoe schieten wij niet vaak tekort.

Laat ons die vreemde wegen gaan waarin de Vader tot ons spreekt.

Laat ons die vreemde wegen gaan waarbij de haat en zelfzucht breekt.

Laat ons die vreemde wegen gaan waardoor wij eindelijk verstaan

waarom wij leven  en zo aan het bestaan een inhoud geven die voor al het zijnde telt, want Jezus is ons voorgegaan.

En wij citeren, wij halen aan

en gaan voortdurend eigen wegen,

ons beroepend op zijn zegen

en moesten als het goed zou zijn

hem volgen, ondanks offers, ondanks pijn.

En zo, met veel verdraagzaamheid en met begrip voor al wat leeft,

Leren wat de liefde is, die Jezus aan de mensheid geeft.

 

Misschien is dat rijmpje genoeg om duidelijk te maken hoe ik het voel. Jezus is anders dan hij wordt gepredikt. Jezus is anders dan degenen die zich op hem beroepen graag veronderstellen. Maar hij is een van de lichtendste, hoogste krachten. Hij is deel van het Lichte zelf.

Voor ons is hij, naar ik meen, een baken die ons de juiste koers geeft. Hij is voor ons een kracht die ons helpt als we zelf tekort schieten, mits we zelf tot het uiterste van onze krachten en vermogens gaan.

Denk niet dat wij van deze groep Jezus niet aanvaarden, maar besef dat wij ons verzetten tegen veel dat in zijn naam tot stand wordt gebracht. Wij wijzen op de ongelijkheid in de menselijke opvattingen omtrent Jezus en diens leer en omtrent de goddelijke en kosmische werkelijkheid, die wij hoe matig misschien ook in onze sferen steeds meer leren benaderen en kennen.

Ik hoop dat ik geen van u op enigerlei wijze gedeerd of gekwetst heb, dat was niet mijn bedoeling. Maar ik hoop ook dat ik enkele dingen heb gezegd waarover u wilt nadenken. Want één ding staat vast; zolang we niet proberen te beseffen, kunnen wij niet leren handelen. Het is het handelen volgens de liefde-leer van Jezus, het handelen volgens de liefdevolle rechtvaardigheid, waaraan de mensheid in deze dagen behoefte heeft en waardoor zij haar moeilijkheden kan ontgroeien.

In ieder geval dank ik u voor de aandacht die u mij heeft gegeven. Ik heb het in het begin gezegd: het is geen onderwerp dat ik zonder meer met veel genoegen wilde behandelen. Maar aan de andere kant ben ik u heel dankbaar voor de aandacht van uw gehoor, voor het begrip, om niet te zeggen, soms de emotie, die ik bij sommigen van u heb kunnen waarnemen,

Ik wens u allen een goede avond toe en een gezegende nachtrust en tot slot iets meer van die innerlijke kracht, waardoor al wat wij vanavond alleen maar in woorden hebben kunnen vatten, zijn betekenis krijgt.

image_pdf