Jezus zelf over dood en herrijzenis

De geheimleer van Jezus en de verborgen achtergronden van het christendom – deel 61

21 april 1957

“Weten, dat alles waan is, maakt het lijden niet minder werkelijk. Maar weten, dat het lijden een doel heeft, maakt het lijden draaglijk. Eerst wie het lijden overwonnen heeft en doorstaan, weet de werkelijke zin des levens. De werkelijke zin des levens nu wordt uitgedrukt in het woord liefde.”

Je kunt over het leven ontzettend veel nadenken en filosoferen. Je kunt je oordeel geven over mensen en over anderen, je kunt lijden en vreugde ondergaan en toch verbergt het leven zin ware zin. De ware zin van het leven betekent: komen tot realisatie (bewustwording dus) van alle krachten, die werkelijk zijn.

Het feit, dat Jezus herrezen is, och, daar kunnen we ons van af maken met enkele technische beschrijvingen. We kunnen zeggen, dat een geest, die zichzelf verhogende komt tot een punt, waarbij een stoffelijk voertuig die geest niet meer dragen kan, voor zich indien een voertuig noodzakelijk is het eigen vroegere voertuig zal omvormen naar eigen status, naar eigen vermogen.

Het is heel eenvoudig. Wanneer de trilling van de geest zo hoog wordt, dat het lichaam zou breken, indien de geest het lichaam zou beroeren, wordt het lichaam veranderd. En in deze verandering krijgt het eigenschappen, waardoor het op aarde niet onbeperkt houdbaar is, maar als een kracht voortdurend kan blijven voortbestaan in elke sfeer, waarin ook de geest zelve vertoeven kan.

Materie schijnt realiteit, maar ze is het niet. Alle materie is voor ons werkelijk, omdat wij gebonden zijn aan de materie. Wij zijn er geen meester over. Jezus heeft dat meesterschap verworven. De prijs, die hij daarvoor heeft betaald, is zeer hoog geweest: een prijs van lijden, van opoffering, van dood en van ondergang. Voor ons in deze dagen echter ligt toch in het totale Paasgebeuren een les, die wij zeker niet mogen verwaarlozen. Ik zal trachten ze zo kort en zo duidelijk mogelijk uiteen te zetten.

Leven is een voortdurend inademen (met heel het wezen en niet alleen met de stof) van kosmische krachten. Kosmische krachten, die – voor zover wij weten – onbeperkt zijn. Of je bewust of onbewust leeft, deze kracht heb je nodig. En het verwerven van die kracht gebeurt dan ook even automatisch als het inademen van lucht op aarde.

Nu schuilen echter in de kosmische kracht grote reeksen van eigenschappen. Die reeksen van eigenschappen worden door ons meestal niet gerealiseerd. In vele gevallen zijn zij voor ons gevaarlijk en kunnen zij zowel in de lagere sferen als in de stof een verliezen van bewustzijn, een verliezen van levensmogelijkheid betekenen. Want alle beleven is gebaseerd vooral in de lagere werelden op vorm en al, wat daarmee samenhangt. Leren we echter deze kosmische kracht op de juiste wijze te begrijpen, dan kunnen we ook elke eigenschap, die daarin schuilt, in onszelf realiseren.

Het leven geeft voortdurend beproevingen. Elk van die beproevingen vraagt van ons een aanvaarding of een verwerping. Je kunt niet aan het leven voorbijgaan. Degene, die dat doet en vlucht in onwetendheid, zal misschien wel de zwaarste prijs van alle moeten betalen; een verlies van zichzelf, een zich onderdompelen in een tweede werkelijkheid, die alleen voor hem bestaat of voor haar bestaat, en daarmede de wereld als niet bestaande terzijde stellen.

Wanneer U echter lijdt, wanneer U beleeft, en U kunt dit beleven dit lijden, onpartijdig zien een zeer moeilijke taak ge kunt a.h.w. afstand doen van de onmiddellijke binding en kritisch ondergaan (ook kritiek uitoefenende t.o.v. Uzelf dus), dan zal hierdoor een begrip gewekt worden voor het wezen, dat ge zijt. om Jezus eigen woorden hier aan te halen: “Wetende, wie ik ben, ben ik. En zijnde, ben ik in de Vader, Die in mij is en is mijn wezen.”

Wetende wie ik ben. Daar ligt het criterium, dat voor ons geldt. Want het Paasgebeuren is voor ons even goed mogelijk als voor ieder ander. Het is helemaal niet een wonder, dat maar één keer gebeurt. Ofschoon het misschien slechts in de geschiedenis zo spectaculair is uitgewerkt – hoofdzakelijk door de volgelingen – als het geval is geweest bij Jezus. Een herrijzen uit de dood is simpel genoeg, want de dood bestaat niet. Maar een herrijzen uit de dood, die je jezelf aandoet – iets wat voor ons Pasen zou betekenen is iets heel anders.

Een mens, die niet vertrouwt en niet gelooft in de wereld buiten hem en dus ook niet in God, verkeert in de onmogelijkheid om voor zichzelf de wereld af te schudden. Dat klinkt misschien dwaas. Maar wij moeten geloven in al, wat rond ons bestaat, om hierdoor een zeker geloof in onszelf te kunnen rechtvaardigen, dat niet zeer partijdig is.

Oordelen van uit onszelf is makkelijk. Oordelen van uit de werkelijkheid is het moeilijkste, wat er bestaat. Kunnen wij oordelen uit de werkelijkheid, dan kunnen wij elke kracht, die van uit de kosmos in ons komt, realiseren binnen het beeld, dat wij aanschouwen.

Ik zou hier een zeer oude wijsheid willen aanhalen. Die zegt n.l. dit: “Wie het vuur ziet en overziet, is meester van het vuur. Doch wie in het vuur verkeert en het rond zich erkent, verbrandt.”

Dat geldt zeker voor alle goddelijke krachten rond ons. Zodra wij deze krachten erkennen, a.h.w. van buiten af ze kunnen overzien, zijn ze voor ons bruikbaar. We zijn er misschien wel niet absoluut meester over, maar dat is men over het vuur ook niet. Maar we zien er voldoende van om het te leren gebruiken binnen onze eigen mogelijkheden en volgens ons eigen verlangen. Kunnen wij dat doen, dan zal zeker in elk voertuig, dat we hebben, grofstoffelijk of laag geestelijk, elke verandering gebaard kunnen worden, die in overeenstemming is met ons bewustzijn van volmaaktheid.

Dat schijnt een tegenspraak te zijn in zichzelf, want ons bewustzijn van volmaaktheid is op zichzelf een onvolmaaktheid, die echter geringer is dan onze ogenblikkelijke onvolmaaktheid. Meer niet.

Maar goed, stel dat een mens of een geest in staat is de krachten, die hij voortdurend tot zich neemt, te erkennen en de eigenschappen daarvan op de juiste wijze te gebruiken, wat gebeurt er dan? Dan zal langzaam maar zeker de werkelijke levenskracht, onafhankelijk van stoffelijke waarden, onafhankelijk van laag geestelijke wetten of vormen, zich aan ons openbaren. En nu geopenbaard voor ons en daardoor binnen ons bereik en binnen onze beheersing het mogelijk maken ons wezen aan elke conditie aan te passen.

Een wezen, dat dergelijke mogelijkheden heeft ontwikkeld, zou om een menselijke vergelijking te gebruiken kunnen bestaan in een absoluut luchtledig. Het zou kunnen voortleven zonder enig voedsel. Het zou zich kunnen aanpassen aan elke temperatuur. Een wezen, dat deze krachten kent en beheerst, zou deze krachten rond zich kunnen maken tot een verdedigende gordel, die anderen verschroeit. Of tot een zegenrijke schaduwval, die een ieder geneest, die gebrekkig en onvolmaakt zich daarbinnen begeeft.

En daar ligt de werkelijke betekenis van Pasen. Men heeft op deze wereld de nadruk verkeerd gelegd. Men heeft gezegd: “Jezus is opgestaan uit den dode en dat is het wonder.” Neen. Een dergelijk wonder zou voor ons weinig betekenis hebben. Zeker, het is een bevestiging van het feit, dat Jezus meer was dan een gewoon mens. Maar meer dan dat is het niet. En dat Jezus meer was dan een gewoon mens, kan ons op het ogenblik niets zeggen, zo lang Jezus geen directe en acute werkelijkheid in onze eigen wereld wordt. En gezien het feit, dat hij zich aan ons niet kan openbaren, is hij dat niet.

Dat klinkt misschien voor een christen erg hard. Toch is het waar. Zelfs in de kerken, waar men zich voorstelt, dat Jezus door een transformatie van brood en wijn – althans symbolisch – en met zijn geestelijke krachten op een altaar aanwezig is, is er een kwestie van geloofsaanvaarding, die een zeker beter leven mogelijk maakt, maar een realiteit wordt dit niet. Ik wil verdergaan. Wanneer Jezus zou materialiseren in brood en wijn, dan zouden de priesters en de gelovigen de kerken uit vluchten.

Dus deze dingen kunnen voor ons nooit de werkelijke en volle betekenis van een Paasfeest zijn. De werkelijke en volle betekenis van het Paasfeest moet gelegen zijn in de voor ons bestaande mogelijkheid om ook te herrijzen. Te herrijzen in vele verschillende vormen en in meerdere betekenissen.

Herrijzing. In de eerste plaats geestelijk. Indien wij bewust deel hebben aan de kosmische kracht, die ons in stand houdt, zijn alle eigenschappen van de kosmische kracht, voor zover zij binnen ons begrip vallen, verwant aan ons wezen en bruikbaar voor ons wezen. Ons bewustzijn vindt het meest perfecte voertuig om zich uit te drukken in de wereld, maar zal gelijktijdig door de werking van deze kracht de realiteit onthuld zien, die door het begrip zelve misschien nog niet geheel verwerkt werd. Geestelijk dus; waarheid. Per slot van rekening is al de waan, waarin wij leven want het is waan, of we dat willen toegeven of niet, of we haar werkelijkheid noemen en haar ondergaan als werkelijkheid of niet een soort van graf.

De menselijke geest zoals alle geest is uit God voortgekomen. Zoals overigens alle dingen uit God zijn voortgekomen. En daaruit voortgekomen zijnde draagt zij dus in zich de werkelijkheid Gods. Maar het bewustzijn heeft daar omheen verschillende reeksen van begrippen gesteld, die in zichzelf slechts ten dele waar zin, en zo zichzelf vervreemd en verwijderd van de kracht, waaruit ze bestaat. Op het ogenblik, dat de geest deze begripsverwarring kan verbreken, de waan dus de beelden van de werkelijkheid; die men heeft vervangen door de werkelijkheid zelve, dan kan men zeker zeggen: “Men is opgestaan, men is herrezen uit de dood.” Want het is dood voor ons om gescheiden te zijn van onze Schepper. En daarom leven wij thans niet volledig.

Voor de lagere geest betekent een herrijzing niet het verwerpen van de vorm, maar het zien van de vorm in zijn ware betekenis. Niet als een al bepalend en beslissend iets, maar eerder als een uitdrukking van de krachten, die werkzaam zijn.

En voor de mens? Zou een mens niet kunnen herrezen, wanneer hij deze kracht in zich draagt, bewust in zich draagt. De kosmische kracht, mijne vrienden, is in staat om materie te bouwen en teniet te doen. Het is dezelfde kracht, die sterren geboren doet worden en doet uitblussen. Het is de kracht, die kometen ronddrijft door de ruimte en die in duister en licht gelijkelijk zich openbaart. Deze kracht kunnen en mogen wij zeker niet ontkennen. Haar kennende zouden wij al deze dingen zelf kunnen doen krachtens deze kracht.

Onze herrijzing behoeft niet vooraf gegaan te worden door een sterven. Ze betekent een omstelling en een omvorming in ons eigen wezen. Indien wij in deze zin het Paasfeest willen vieren, dan kunnen we het zeker zien als een teken van hoop.

Ook voor ons zal er ééns een einde komen aan deze beslotenheid van gedachten. Ook wij zullen eens herrezen uit een graf van vormen en formaliteiten en komen tot een nieuw en werkelijk leven. Ook wij zullen eens lerarende voor een korte wijle nog, kracht gevende voor een korte wijle oplossen, omdat wij in onze eigen wereld niet meer passen. Omdat onze wereld zoveel verder ligt dan elke vorm, dat een vormuitdrukking op zichzelf een beperking is, die wij ons slechts met uiterste wilskracht voor een korte tijd kunnen opleggen.

Dit is de ware achtergrond van Jezus herrijzenis. Het is ook de ware achtergrond van ons Paasfeest.

Ik geef het woord nu over aan een tweede spreker. Deze zal op zijn wijze het Paasgebeuren belichten. Waarbij dan misschien mijn stem, die te nuchter mag lijken in de ogen van sommigen, zal worden aangevoeld door anderen als te zijn een inleiding voor begrippen, die liggende buiten de christelijke wereld toch de herrijzenis van Christus als werkelijkheid kunnen erkennen.

o-o-o-o-o

Te spreken over een zuiver christelijk feest brengt met zich mee, dat mijn gedachten en beelden moeten worden omgezet in een christelijk aanvaardbare terminologie. Wanneer ik dit tracht te doen, dan is dit allereerst, omdat de gedachte van herrijzing, overwinning van de dood, voor mij in zichzelf een volledige waarheid is. Iets, dat onloochenbaar behoort tot de mogelijkheden niet alleen van een enkele mens, van een enkele grote, maar iets, dat op aarde voortdurend herhaald is.

Eens versloeg Set het licht op aarde. Set was vorst der duisternis. Maar het licht werd herboren en reist door alle werelden, beroerende de hemel en de onderwereld.

Zo is ook Jezus opgegaan in het hogere licht en toch teruggekeerd tot de laagste werelden. Ook hij is één met alle dingen geworden. Bezien wij nu de waarden, die er gelegen zijn in de oude overlevering zowel als in Uw Paasgebeuren.

Dood is uitblussing. De uitblussing geschiedt door het kwaad, of we dit kwaad nu Judas of misschien Pilatus noemen, of we dit kwaad Set heten of macht van chaos. Duister betekent afwezigheid van licht. Afwezigheid van licht betekent onvermogen tot kennen, tot zien, tot weten. Dit beseffende kunnen wij aanvaarden, dat het licht voor ons wordt uitgedoofd door onze verkeerde waardering daarvan.

Set zag niet in Osiris de lichtgever, maar de beperking van zijn macht. Judas zag in Jezus niet de geestelijke leraar, die een pad tot bewustwording baant, maar de Messias, die het stoffelijk rijk der Joden tot een wereldimperium zou maken. Is het een wonder, dat dezen de kracht des kwaads hebben doen voorkomen in duisternis en tot uitblussing van het licht hebben geleid?

Maar waar duister is, moet licht bestaan. Een duister kan niet eeuwig zijn. Daarom moest Osiris herrijzen. Daarom moest Jezus opstaan uit het graf. Want het licht is de tegenstelling van duister. En zoals duister niet zonder licht kan bestaan, bestaat ook licht alleen, omdat er duister is. Indien er geen verrader Judas geweest was, geen afgunstige Kajafas, geen zwakke Pilatus, waar zou het christendom van deze dagen zijn? Jezus kon herrijzen en zijn grootheid vinden door de duisternis die hem omringde. Zoals Osiris werd tot de kracht, die alle werelden bezielt en licht geeft, doordat de afgunst van Set hem verdeelde en ten onder bracht.

Alle herrijzing is een uiting van dit principe: Waar duister is, zal licht komen. Waar licht is, is het duister niet ver. Het Paasgebeuren is een feest van licht. Het wordt geboren uit de duisternis van wintertijd en voert tot de groeiende lichtkracht, die in de zomer haar bekroning vindt. Het is het feest van een geestelijke overwinning van Jezus, die voor zich de eenheid vond met de allerhoogste krachten.

Hij ging op in de Allerhoogste en uit de Allerhoogste werd hij geboren. Want zo leert het christendom. Maar gelijktijdig met zijn verheerlijking, gelijktijdig met de volmaakte uitdrukking van zijn eigen weg in zijn lijden en herrijzenis, heeft hij de mogelijkheid geschapen voor de geestelijke duisternis, die christendom. Want de werkelijkheid van zijn bestaan is gemaakt tot een mythe. De natuurlijke kracht van zijn herrijzenis en de wet, daaraan verbonden, tot een goddelijk wonder, dat niet mag worden onderzocht.

Alle dingen, die leven in Jezus, kunnen wij terugvinden over heel de wereld en in heel het Al. Het is uit te drukken in de simpele wet: Licht en duister zijn de uiting van éne kracht. En zo de kracht zich uit, zal licht bestaan zowel als duister. En geen zal zonder de ander werkelijkheid zijn. De geboorte van Jezus moest gevolgd worden door de ondergang van anderen. Het Lijden van Jezus moest gevolgd worden door de angst en het lijden van anderen. Gedenk de beschrijving van de ramp op Calvariën en het grote lijden van Jeruzalem, dat volgde. Zijn herrijzenis moest gepaard gaan met een herrijzenis geestelijk voor anderen. En gelijktijdig ook weer een duister baren, dat het evenwicht zou scheppen.

Ik weet voor mijzelf, wat licht betekent. Licht wil zeggen: begrip. Begrip wil zeggen: aanvaarding. Aanvaarding heet beleving. Beleving is liefde. Zo is er een onverbrekelijke keten geschapen, die alles gezamenlijk terugbrengt tot één waarde. Jezus’ herrijzenis is slechts de bevestiging van de eeuwige kracht van het licht, die bestaat; van de eeuwige kracht van het duister, die zal voortbestaan; en van de eenheid, die tussen beide geschapen wordt door de liefde van de Kracht, Die beide in stand houdt.

Onze mogelijkheid tot herrijzen is niet gelegen in het alleen vinden van licht of het alleen ondergaan in duister. Eerst wanneer ons wezen in licht en duister kan bestaan, indien licht en duister in ons hun spel spelen, zoals ze dat in Jezus’ leven gedaan hebben, wanneer zij werkelijkheid worden, zoals dat altijd het geval is, dan kan worden gezegd, dat een herrijzenis voor de mens mogelijk is.

De aloude wet zegt; “Wanneer de mens uit een volheid van beleven kan komen tot een volheid van eenzaamheid en uit de eenzaamheid het beleven kan zien en uit het beleven de eenzaamheid, zo zal hij ontheven zijn uit beide en in de verrukking van zijn werkelijke geest overwinnen al, wat beneden hem ligt, aanvaarden wat boven hem ligt en opgaan in de Alziel, Die is troost en werkelijkheid tegelijk.

Wij kunnen, als niet christenen, in vele gevallen een Paasfeest niet zien als het glorieuze gebeuren, het éénmalige wonder, dat men er van maakt. Maar wel kunnen wij er van zien het teken, dat alle mensen, alle geesten, eens zullen herrijzen. Zoals men zegt van Jezus, dat hij verheerlijkt herrees, zo weten wij, dat alle mensen verheerlijkt zullen herrijzen. Verheerlijkt, omdat ze leven in andere krachten en werelden. Maar wij weten ook, dat er een ogenblik zal komen, dat hun licht door het duister wordt overwonnen, dat in hen licht en duister zich huwen en uit dit huwelijk ontspruit de werkelijke vrede, die is het “niet” in de Alkracht geborgen, het “niet,” waarin alles is en niets werkelijk is.

Ik hoop, dat U deze beschouwing gegeven als een tegenstelling misschien tot de christelijke zult kunnen begrijpen en waarderen. Wie begrijpt, wat ik gezegd heb, weet, dat ik zoals het duister het licht omtekent en het licht het duister in de tegenstelling de waarheid heb gezien, die geen der anderen in zijn eenzijdigheid bereiken kan. Wanneer mijn uitdrukking dan misschien voor U duister leek, vergelijk het met het licht. En zie, dat de waarde, die in beide ligt, de enige werkelijkheid is.

o-o-o-o-o

Misschien is het wel een wereld van tegenstellingen, waarin we naar bewustzijn zoeken. Maar ach, wat moet ik U, vrienden, vertellen over eeuwige krachten, die we toch nog niet helemaal begrijpen. Misschien hebben ze gelijk, als ze zeggen, dat Jezus’ herrijzenis uit wetten ontstaan is en al dat andere er bij. Ik geloof ook wel, dat ze gelijk hebben. Maar wanneer ze me daarmee de vreugde van het Paasfeest zouden ontnemen, dan zou ik toch terugvluchten naar een oude geborgenheid, ook al noemt men die waan.

Want ja, ik zeg het in termen, die vroeger de mijne waren wanneer het allerheiligste van het graf wordt overgebracht naar het altaar, wanneer het Gloria inzet, wanneer de kerkklokken luiden en de altaarschel rinkelt, dan is er een ogenblik, dat het net lijkt, of de wereld veranderd is. Of na de somberheid van een vasten je nu een overdaad wordt geboden, niet van stoffelijke maar van geestelijke genietingen. Nu weet ik wel, dat de symboliek op zichzelf niet belangrijker is dan de werkelijkheid. Maar wanneer je leert te denken in die symbolen, is het moeilijk ze te verloochenen. Wat voor ons dan op zo’n ogenblik zo licht kenbaar wordt, dat is een diepe vreugde. En voor mij een vreugde, die mooier is dan de Kerstmis.

Weet U, met de Kerstdagen, dan zijn we blij voor onszelf, dat er een Verlosser is gekomen. Maar met Pasen zijn we blij, dat Jezus de dood heeft overwonnen. We zijn blij voor een ander. En hoe we dat dan ook zeggen van Uw Pasen vieren zo, of met het volle rituaal van de Moederkerk, of we Pasen zien als een gezellige vakantie of als een groots geestelijk gebeuren, één ding blijft toch: Pasen is een tijd, van vreugde. Vreugde, omdat je blij bent, niet alleen voor jezelf maar voor anderen.

Kijk naar buiten. Je bent blij, omdat de bloemen weer bloeien, omdat de bloesem overal zo wonderlijk mooi aan de bomen staat. Maar dat is de vreugde van de planten. De bloem is een levensvervulling. De bloesem is de tere uiting van een eerste liefde, die dadelijk vrucht moet dragen in het rijk der bomen en der struiken. We zijn blij, omdat de vogels zingen. Omdat ze rumoeren en hun stem verheffen. Maar het is de vreugde van de vogels om de zon en de komende lente, waarmee we ons verheugen.

Het geluk van Pasen is niet besloten. Het is een geluk van de wereld. Met Kerstmis is het een geluk voor jezelf, voor de kleine kring. De kerk met haar gelovigen, de familie met haar Kerstmaal en haar Kerstboom en stal.

Pasen is iets heel wonderlijks. Dan ga je ook naar buiten. Je blijft niet in de kleine kring. Je moet er uit. De wereld is blij, en je bent blij met de wereld. Jezus is herrezen, en de zon keert terug. Maakt het veel verschil uit? O neen, U weet het allemaal wel. Het is eigenlijk haast onverbrekelijk met elkaar verweven. De zon op aarde en het licht van Jezus’ herrijzenis in de geest. Je kunt er moeilijk onderscheid tussen maken. En dat hoeft ook niet. Paasfeest is feest van gedeelde vreugde. En wat kan een gedeelde vreugde anders zijn dan de uitdrukking van een liefde, die niet beperkt is. Een beleven in eenheid, in God.

Nu ben ik natuurlijk een oude, dogmatische heer; misschien alleen maar een oude, dogmatische man. Maar voor mij is Pasen het feest van de liefde. Niet van het geschenk, dat we krijgen, niet van de besloten blijdschap, maar van de grote vreugde, de liefde, die de kosmos omvaamt, waarin wij deel mogen hebben.

Jezus herrijzenis zegt tegen mij persoonlijk: “Zie, na alle lijden en onverschijnende ondergang, herrijst het leven schoner dan ooit te voren. Is het leven dan niet wonderbaarlijk? En wanneer het leven niet meer past op aarde, het vindt een nieuwe lichtende weg tot in het Huis des Vaders.” Er is geen grens aan het leven. Jezus toont het ons. Herrijzend uit het graf, verheerlijkt, geeft hij ons te kennen: Kinderen van één Vader, allen, verheugt U. Want zo het lijden komt, zal de vreugde komen. Zo de wereld duister lijkt, daar zal licht komen. Want we zijn allen één in de grote liefde Gods. En Gods liefde in ons en rond ons geeft ons ’s levens werkelijkheid.

Ja, en dan misschien is het weer bijgelovig, maar voor mij is de gedachte van Pasen eigenlijk ook de gedachte van een zegening. Wanneer je de stem verheft en een Benedicamus Te Omnipotens Deus, in nomine Patris et Filli et Spiritus Sancti zegt, dan is dat Pasen. Wees gezegend. De Almachtige God zegene U in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Dat is de inhoud: Vader, Zoon. en Geest. De veelheid van goddelijke verschijning. In die naam wordt je kracht en vreugde en leven gegeven. Herrijzend uit de twijfel van je eigen hart herken je de Almachtige. En door Hem druk je uit je willen tot goed, tot vreugde, tot eenheid met alle wereld.

Ik weet wel, ze hebben van mij wel eens gezegd; “Hij zit nog zo aan die oude gewoonten vast.” Och, wat geeft het, hoe je de dingen uitdrukt. Wat geeft het, hoe je het noemt, of met welk gebaar je het zegt. Wat geeft het, of er een klok roept of een gong, een ramshoren of een ratel in de nacht. Het gaat toch om God, om ons, om eenheid, om een leven, dat goed is ondanks alles. Een eindeloos leven. Een leven, waarin de Almachtige ons steeds weer geeft de kracht om te dragen, maar ook de kracht om te herrijzen. Om verheerlijkt door het nieuwe weten, een nieuwe wereld te omhelzen, een nieuwe wereld te beleven.

Dat is waar. Als de aarde sterft voor Uw weten, is er een nieuwe wereld, schoner dan de vorige. En gijzelf, lichtender en schoner dan te voren, gaat verder, tot een nieuwe wereld komt en nog een nieuwe. En in elke wereld vinden wij Gods liefde. In elke wereld vinden wij weer het leven. En in elke wereld vinden we de eenheid met alle werelden.

0-0-0-0-0-0-0
HERRIJZENIS

Herrijzenis is het woord, dat U mij heeft gegeven. Laat ik het kort zeggen om de bijeenkomst te beëindigen. Herrijzenis is een herleven in het bewustzijn van anderen. Want waar geen dood is, kun je niet herrijzen. Maar hoe groot moet de liefde zin, die het ik beperkt om terug te kunnen keren, nadat het eigen bewustzijn gewonnen is, het bewustzijn gevende als nieuwe kracht en als nieuwe moed op aarde.

Jezus’ herrijzenis was niet een overwinning van de dood, maar een uiting van de grote liefde, die in hem was voor alle mensen. En elke herrijzenis, die ooit op de wereld zal voorkomen, elke herrijzenis, die wij zullen zien in de sferen, waar soms een leraar verdwijnt in een lichtende waas en terugkeert, omdat hij ons niet verlaten wil, is een uiting van liefde. Herrijzenis is iets voor onze wereld. Maar de liefde, die er achter schuilt, is iets voor alle werelden.

Laten we dan zeggen: Dit is de werkelijkheid van Pasen. De werkelijkheid van de herrijzenis: Een liefde, die alle dingen bindt, over alle grenzen, tot een eenheid in de Kracht, Die alles voortbrengt.

Ik zou U deze raad nog willen geven; Wanneer het even somber lijkt in deze dagen, probeer U eens te realiseren, dat dezelfde liefde, die Jezus heeft teruggebracht op aarde, anderen zichtbaar of niet zichtbaar zal terugbrengen op deze wereld, om daar krachten te geven, daar vreugde te geven, tot het ogenblik, dat zij niet meer kenbaar kunnen blijven, omdat hun eigen leven hen roept tot een groter taak en een groter verantwoording.