Karma door alle sferen

10 januari 1958

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik u natuurlijk er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Niet dat ik meen, dat u deze eigenschappen toch aan ons toe zult schrijven, maar ik vind het altijd prettig, wanneer dergelijke dingen toch nog even worden geconstateerd. Mijn onderwerp voor vandaag is: Karma door alle sferen.

De leer van karma, ofwel, oorzaak en gevolg doorgevoerd over verschillende levens, betrekt zich zeker niet alleen op de wereld. Het betreft evenzeer de sferen waarin je na een overgang kunt vertoeven. Zij is als zodanig te beschouwen als één lijn die ontstaan en voleinding verbindt. Op aarde heeft men hierbij heel vaak getracht om redelijke omschrijvingen te vinden. Men beseft gauw, dat oorzaak en gevolg inderdaad optreedt. Men kent de grote leer van het rad, etc. etc.

Dit neemt niet weg, dat men m.i. op aarde één punt wel heel sterk buiten beschouwing laat, n.l. de mogelijkheid om op aarde het geestelijk lot en in de geest het stoffelijk lot te veranderen bij een noodzaak tot een nieuwe incarnatie. Per slot van rekening, u werkt en leeft op aarde.

Gelijktijdig bestaat u, zij het grotendeels onbewust, al in geestelijke sferen. Op het ogenblik, dat uw bewustzijn daar de overhand krijgt, zult u daar dus een volledige voortzetting vinden van uw stoffelijk bestaan. Dit behelst hoofdzakelijk de sfeer, de toestand, de eigen driften, het eigen weten. De wereld zelf mag ietwat verschillend zijn, maar het neemt niet weg, dat u uzelf blijft en ook in deze andere werelden, hoe hoog of Licht zij misschien zijn, voor uzelf de taak zult vinden, die u in staat stelt u te bevrijden van veel gevolgen, die u op aarde al veroorzaakt had.

Het zou onlogisch zijn om aan te nemen, dat je, op aarde teruggekomen, nogmaals de tol zou moeten betalen voor hetgeen je hebt ingezien, wat je reeds hebt verbeterd. Daarom wil ik hier allereerst de werking van karma een ogenblik met u onder de loep nemen om u daarna te tonen, hoe dit zich kan voltrekken in verschillende sferen of werelden en in welk verband dit staat tot de voleinding.

Oorzaak en gevolg zijn in feite te vertalen als al wat uzelf volbrengt, voortvloeit uit omstandigheden, die van te voren al bestonden en brengt met zich ontwikkelingen mede, die het noodzakelijk gevolg ervan zijn. Op deze wijze ontstaat een keten van complexe gebeurtenissen, waarin het eigen “ik” voortdurend zijn verleden herbeleeft onder nieuwe condities. Wanneer u in het verleden hebt leren lezen, u raakt deze kennis kwijt en u komt daarna weerom in de gelegenheid ditzelfde te leren, dan zult u het sneller leren. U zult ongetwijfeld daardoor een grotere bevrediging erin vinden en daardoor ook op het gebied van de letteren verder kunnen komen. Op gelijke wijze zal hetgeen, wat u in een vroeger leven hebt volbracht ten goede zich weerkaatsen in volgende bestaanswaarden, maar ook hetgeen u ten kwade hebt gedaan.

Wanneer u in het verleden schulden hebt gemaakt en u hebt ze niet betaald, dan komt het ogenblik, dat de deurwaarder er staat en – om te spreken met een al vergane radiofiguur – u toefluistert “even afrekenen”.

Dit probleem, oorzaak en gevolg, wordt in feite veroorzaakt door het feit, dat de mens op de wereld niet alleen staat. Wanneer je voor jezelf zou leven in een onbezielde wereld zou het mogelijk zijn, door eenvoudig je te verplaatsen op een ander onbezield gebied, de oorzaakslijn, die je hebt gevolgd, te verlaten en daarvoor een nieuwe andere wereld, zonder relatie met de voorgaande, te betreden. Het is echter niet mogelijk, omdat alles bezield en één geheel is.

Wanneer wij in een groot samengesteld mozaïek één steentje verplaatsen en wij willen toch de volledigheid handhaven, dan zullen wij ook andere steentjes moeten verplaatsen, waardoor weer een gesloten beeld ontstaat.

Op dezelfde wijze is het nu met oorzaak en gevolg. Er bestaat één grote Wet, die het hele Al regeert. Deze wet drukken wij op aarde meestal uit door te zeggen: naastenliefde is in feite de vereenzelviging van het “ik” met het totaal zijnde, waardoor het Goddelijke uit het zijnde binnen het “ik” gerealiseerd wordt. De consequentie hiervan is, dat al wat in het Al gebeuren zal, of kan, binnen ons zijn terugslag vindt. Omgekeerd zal alles wat wij doen de wereld rond ons beïnvloeden en ook daarin zijn terugslag hebben, die uiteindelijk dus weer op ons weerkaatst. Wanneer ik handel, dan volbreng ik iets, wat buiten mij liggende waarden beïnvloedt. Of mijn beeld van die buitenwereld juist is of niet, doet niets ter zake. Ik heb een handeling gesteld, die onjuist was en hierdoor heb ik een onevenwichtigheid veroorzaakt in die wereld buiten mij, ook al lijkt zij in mijn ogen volmaakt en goed. Het resultaat is, dat deze wereld, haar evenwicht herstellende, mij in een toestand zal verplaatsen, waarin ik als het ware redres moet geven, een herstel moet volbrengen voor wat ik t.o.v. dit totale evenwicht misdaan heb. Waarom deze Wet bestaat, is moeilijk te zeggen. Ik kan ten hoogste hier uiting geven aan mijn geloof, dat de Schepper dit heeft gedaan, opdat de schepselen, ondanks de vrijheid van beleven die noodzakelijk is voor een waar bewustzijn, toch konden komen tot een volledig erkennen en aanvaarden van Zijn bestaan en Zijn Wezen.

Indien oorzaak en gevolg op deze wijze ons voortdurend beïnvloeden, dan moeten wij nog verder gaan. Wanneer ik een handeling stel, dan gaan er gedachten aan vooraf. Gedachten echter reiken uit boven de stoffelijke wereld, beroeren anderen gebieden. Deze gedachten, die in andere werelden concrete waarden zijn, zullen daar een verstoring van evenwicht en ook het noodzakelijke herstel ervan betekenen. Als zodanig mag worden gesteld, dat “oorzaak en gevolg” alle sferen beroert, die uit een van de bewuste fasen van het leven betreden kan worden, of is geworden. Het gaat hier niet om één wereld, maar om vele werelden, waarin steeds van elke handeling, van elke gedachte een weerkaatsing optreedt, die onze eigen verhouding tot die wereld wijzigt en in die wereld een dwang schept, die ons in een zekere richting dringt.

Nu is het met oorzaak en gevolg zo, dat je een hele reeks van gevolgen altijd weer moet ondergaan. Je moet niet denken, dat je maar één richting hebt, waarin je gedreven wordt.

Integendeel. Er zijn vaak vele tegenstrijdige invloeden – door onszelf geschapen, die ons in een bepaalde richting willen dwingen. De uiteindelijke richting, waarin wij ons bewegen, is als het ware de resultante van de verschillende krachten. Hier komt een kracht, die zou me zo willen drukken, daar komt een kracht, die mij zo zou willen drukken. Hier heb ik goed gedaan, daar heb ik dwaas gedaan. Die twee krachten komen hier. Dan zal ik niet geheel ten goede en niet geheel ten kwade gaan, maar rechtuit. Want op dit punt is de stuwing zo, dat zij wordt omgezet in deze richting.

Het feit, dat die invloeden complex zijn, houdt ook in, dat karma nooit een volledig rechtvaardig bestraffen van het kwaad kan inhouden volgens menselijk denken. Evenmin houdt het in een rechtvaardiging van het goede, evenzeer volgens menselijk denken. In feite wordt er slechts één ding door bevorderd: harmonie met de Oneindigheid, een steeds groter contact met het heelal.

Zo zullen wij ons dus bewegen in een bepaalde richting. Deze kan gedurende een leven je leed en zorgen brengen. Men zegt dan: “Dat is je karma”. Zo kun je dan gemakkelijk de schuld geven aan dingen in het verleden, die onherstelbaar zijn. Of wanneer het je goed gaat, zeggen zij: “Die heeft geluk”. Dat is precies dezelfde invloed. Wanneer het ten gunste is, dan wil je het graag aan jezelf, of aan de goedertierende Goden toeschrijven. Resultaat? Het aardse leven kent dringende, maar niet dwingende invloeden, waarbij dus de totale ontwikkeling van het leven wel degelijk mede wordt bepaald door invloeden, uit het verleden, hetzij tijdens een geestelijk of stoffelijk bestaan veroorzaakt.

Stel nu, dat ik bv. ten goede heb gestreefd, maar door misvattingen zeer veel heb gedaan, wat niet harmonisch is met het heelal. Dan kan ik niet – volgens mijn bewustzijn – in een duistere sfeer komen, want mijn streven ten goede heeft een aanvaarding van bepaalde Krachten en waarden met zich gebracht. Of u die God hebt genoemd, of alleen maar gerechtigheid; of ik dit nu heb genoemd mijn menselijke taak, of datgene wat God van ons verlangt, maakt niets uit.

Ik leef dus in een Lichte Wereld, maar in die Lichte Wereld worden mij de gevolgen van veel daden duidelijk, omdat zij hier als gedachtenbeeld voor mij bestaan.

Voorbeeld, u hebt een ander willen helpen. Daarom hebt u die ander een som geld gegeven. Deze heeft daarmede ongelukken veroorzaakt en is uiteindelijk tot zelfmoord gekomen. Nu hebt u in feite iets gedaan, wat niet goed was. U hebt n.l. door medelijden u laten bewegen en hebt niet uw medegevoel weten te beperken tot een verantwoord steunen. Je moet leren om dit te corrigeren.

Wat wordt nu de toestand? Er is een band tussen degene, waaraan u dat geld geleend hebt.

U gaat over en komt in een Lichte Sfeer, maar voor u zal te allen tijde duidelijk kenbaar zijn degene, die u door zichzelf in het duister heeft gestort. U zult niet in staat zijn het Licht volkomen te genieten, indien u die ander niet helpt. Zo vloeit a.h.w, uit uw bestaan in deze Lichte

Sfeer voort de taak om de ander tot het Licht te brengen. Nu kan dat mislukken. Dan wordt u in een situatie verplaatst, waar u heel veel moeilijkheden zult hebben, juist over het uitlenen van gelden en dergelijke. Je zou bv. kunnen reïncarneren als bankdirecteur, of zoiets. Mag ik even waarschuwen, degenen, die bankdirecteur willen worden, zou ik een andere weg aanraden.

Dan heb je dus voortdurend diezelfde beslissing te nemen, totdat je weet, wanneer zo een beslissing juist en wanneer ze onjuist is. Wanneer je iemand iets kan lenen of geven zonder gevaar wanneer dit niet gerechtvaardigd is. Zal je echter in staat zijn geweest die ander op te heffen tot je eigen peil, dan heb je daarmede die fout goed gemaakt en je verplichting voldaan.

Ongetwijfeld heb je nog meer te doen. Je zult die ander bijstaan in zijn taak om, wat door zijn schuld ontstaan is, weerom in orde te brengen, bv. leed voor vrouw en kinderen, misschien financiële moeilijkheden voor verschillende personen door zakelijke verplichtingen ontstaan e.d. Hij zal dus zelf ook wel degelijk weer zaken voor zich goedmaken en u zult hem daarbij moeten helpen, evenzeer als u hem eens – zonder dit te willen, – hielp in moeilijkheden te komen.

Maar wanneer u op aarde terugkeert, dan is deze onmiddellijke fase van verantwoording gedaan.

U bent gekomen tot een steunen van mensen. Dit steunen van mensen ligt boven het zuiver stoffelijke vlak. Als zodanig zou uw reïncarnatie er dan een kunnen zijn van iemand, die priester of priesteres wordt, maar het zou ook kunnen zijn, dat u bv. bewust esoterisch gaat streven en dus in de geheimscholen doordringt en zo leert de Krachten, die de aarde ten goede voeren, door uw eigen streven te versterken.

Je kunt ook nog verder gaan. Het is ook mogelijk, dat men zo goed heeft geleefd, dat de fouten die men gemaakt heeft, niet in staat zijn een binnentreden in het hogere Licht onmogelijk te maken of te verhinderen. Het bewustzijn kan deze extra last dragen en toch het volkomen Licht aanvaarden. Dan ligt de verhouding enigszins anders. De stoffelijke verantwoording is nu nog evenzeer aanwezig als vroeger. De geestelijke verantwoording blijft evenzeer voortbestaan.

Maar, gezien het feit dat ik op een hoger vlak leef, is voor mij niet meer het probleem me te beperken tot één persoon. Want de door mij veroorzaakte gebeurtenis – laten wij aannemen, dat het weer dezelfde is van het voorbeeld – heeft niet alleen één mens, maar de levens van een groot aantal mensen van het goede weggevoerd. Ik zal dan trachten om in die groep goed te wekken uit het kwaad, dat eens ontstond. Wanneer ik die taak kan vervullen, ook al is het maar ten dele, dan is ook daarmee deze beleving voor mij afgesloten. Ga ik echter nog hoger, dan zie ik, hoe één kleine verandering de geschiedenis van een hele wereld enigszins wijzigt. Ik zal dan trachten om die wijziging te compenseren door wederom de kwade waarden ten goede te wenden.

Karma betekent dus zeker niet alleen maar dat je op aarde komt beladen met de lasten van je vorig bestaan. Het betekent, dat de vorming van je persoonlijkheid, zoals die vanuit het vorige leven door verschillende geestelijke belevingen heen plaats heeft gevonden, dit weerkaatst in het heden en daarbij automatisch a.h.w. zich zo weer inschakelt in het stoffelijk beleven, dat dit eigen bewustzijn met zijn verplichtingen en zijn eisen aan het leven volkomen wordt gereproduceerd in de materie.

Nu vloeit hieruit voort, dat een kosmische werking beginnen kan binnen één persoon; dat één persoon deze kosmische werking in totale ontwikkeling, tot het Goddelijke toe, met zich kan dragen en alle verantwoording daarvoor in zich voortdurend kent. Daardoor is het onmogelijk om de relaties uit te schakelen, die ontstaan zijn bv. gedurende een stoffelijk bestaan. Indien je in de stof eenmaal verantwoording op je hebt genomen en die verantwoording is niet geheel volledig te delgen – iets wat zelden voortkomt – dan zul je daardoor genoopt zijn voortdurend bezig te blijven met al, wat er aan mogelijke veranderingen voortvloeit uit die daad. Naarmate je hoger stijgt, wordt de persoonlijke schuld natuurlijk veel minder. Het persoonlijk verantwoordelijk zijn echter, door het gewekte bewustzijn, wordt groter.

Ik zou haast, wanneer het in uw ogen niet vermetel is, een vergelijking willen gebruiken. Wanneer God een Schepping voortbrengt, bewust en wetend, dan is Hij door het feit, dat Hij schept, verantwoordelijk voor al hetgeen wat zich binnen die Schepping afspeelt. Zelfs wanneer Hij de mensen een vrije wil geeft, dan is dit nog een daad, die uit Hem voortkomt. Hij heeft dus a.h.w. de verantwoording om alles uiteindelijk ten goede te leiden. Dat klinkt in de oren van sommigen misschien als ketterij. Maar indien God Rechtvaardigheid is, dan zal Hij ook dit als rechtvaardig erkennen. Ook het als zodanig volledig volbrengen. Daar is Hij God voor.

Een mens groeit naar zijn God toe. Door vele sferen heen wordt hij zich veel meer van God bewust, maar gaat hij ook steeds meer beantwoorden aan het Wezen Gods. Dit houdt in, dat hij op dezelfde wijze als God de verantwoording draagt voor het totaal van Zijn Schepping, de mens zijn verantwoording zal dragen voor een deel van de Schepping, waarin hijzelf werkzaam was. Dit is natuurlijk zuiver geestelijk, zolang een geest alleen maar geestelijk verder gaat en niet meer reïncarneert. Maar er kan ook een andere toestand bestaan.

Stel, dat u hier op aarde hebt geleefd en dat u – zoals heel vaak voorkomt – op een gegeven ogenblik geestelijk vastloopt. Er is een uitbreiding van bewustzijn nodig voor een verder gaan in de sferen, die u niet bereikbaar lijkt op geestelijke wijze. Of misschien is de wijze van benadering naar die andere sfeer voor u, op dit ogenblik voor u onaanvaardbaar, en prefereert u dus naar de stof terug te keren. Dan kunnen wij heel rustig stellen, dat u naar de stof terugkeert en alles meeneemt, wat u in de geestelijke wereld hebt verworven.

Voorbeeld: wanneer je in het duister hebt geleefd als gevolg van een stoffelijk leven en je bent moeizaam met veel hulp van anderen opgeklommen tot in het Licht, dan zal je niet reïncarneren als een duisterling. Integendeel. Het zal een Lichte geest zijn, die terugkeert, tot de wereld.

Daarmede zal dus ook het leven bepaald worden door een Lichtend en niet door een duister bewustzijn.

Je bent in Zomerland gekomen en in de tweede periode daarvan, dus de periode met bewustzijn, begin je te werken op aarde. Je doet dit, niet alleen waar een persoonlijke binding aanwezig is, maar over het algemeen. Je probeert dus elke mens, waar mogelijk, zoveel mogelijk te helpen om te komen tot een groter bewustzijn, een groter innerlijke Kracht en Vrede, enz. Je gebruikt daarvoor alle middelen, die jou ten dienste staan. Dan zal die activiteit niet alleen betekenen, dat er op de wereld iets beter wordt, dank zij uw Kracht. Het betekent ook, dat u, dank zij hetgeen wat u doet op de wereld en de resultaten, die u daarvan beleeft, voor uzelf een weten en een ervaren opdoet, dat ver uitgaat boven hetgeen je stoffelijk in gelijke omstandigheden zou kunnen bereiken. Het resultaat is, dat uw eigen bewustzijn aanmerkelijk verandert en ook uw eigen instelling tegenover stoffelijke waarden een heel andere vorm aanneemt.

Bijvoorbeeld, er kan een wijziging van begeren plaats vinden, waarbij men overschakelt van bezit aan goederen op bezit aan vriendschap, genegenheid of naastenliefde. Er kan een overschakeling plaats vinden van een liefde voor het eigen “ik”, of voor bepaalde met het “ik” gebonden personen, tot een liefde, die zoveel mogelijk de gehele mensheid omvat. U zult begrijpen, dat een dergelijke instelling op oorzaak en gevolg een haast overweldigende invloed heeft.

Als je je terugtrekt met een instelling van liefde t.o.v.de wereld in plaats van eigenliefde, dan zal je komen in een wereld en daarbij niet jezelf afsluiten van anderen. Het resultaat is, dat eventuele stoffelijke gevolgen, die je ondergaat, niet meer beperkt blijven tot je eigen persoon, daar die…, ik zou zeggen, net als een ontbranding van kruit in een besloten ruimte haast explosief persoonlijkheid-vernietigend dreigen te werken, maar dat u eerder als een open vuur brandt, dus al uw Licht naar buiten uit kunt stralen. Het resultaat is dan, ook wanneer dan het lot – de Kracht van oorzaak en gevolg – in uw leven dergelijke explosieve factoren binnen brengt, dat het eenvoudig een flits is en het is voorbij. De vernietiging van het “ik” is niet meer mogelijk.

Daartegenover zullen alle grote en schoksgewijze optredende invloeden langzaam maar zeker afnemen in de ruimte, terwijl je jezelf gelijk blijft en gesteund blijft door al wat je je in het heden hebt geschapen. Het is dus begrijpelijk, dat, wanneer je spreekt over karma, zoals sommigen wel eens doen, daarbij uit het oog verliezend, dat ook geestelijke normen en factoren voor het beleven en de wijze waarop je het leven doormaakt invloed heeft, die haast niet overschat kan worden.

Waar komen wij dan terecht? Wat is nu eigenlijk dan onze houding tegenover het leven, wanneer wij dit als waarheid aannemen? In de eerste plaats aan de invloeden, die uit het verleden tot mij komen, kan ik niets veranderen. Die situaties heb ik vroeger helpen scheppen, door mijn incarnatie heb ik deze tendens nog versterkt, ik heb het a.h.w. zelf gezocht; ik mag dus niet zeggen, dat ik die invloeden van buiten af nu verder als belangrijk ervaar. Integendeel. Ik wil toch een nieuwe kant uit? Ik wil een nieuwe bewustwording?

Dan moet ik in staat zijn om al wat mij in het leven overkomt als resultaat van niet onmiddellijk eigen handeling, daden, gedachten naast mij neer te leggen. Dit vraagt een grote zelfbeheersing en een zekere onverschilligheid. Het betekent verder, dat ik voor alle daden, die ik als gevolg van die toestanden zal moeten stellen, geen grote aandacht meer mag hebben, wanneer buiten mijn willen en weten om een bepaalde situatie zich realiseert, die anderen mee betrekt in mijn lot; dan mag ik dit resultaat verwaarlozen, mits ik in mijzelf tracht om zowel voor het ego als voor de anderen, die beroerd zijn, die gevolgen op zichzelf te verminderen. Wij hoeven er niet een aansprakelijkheid voor te voelen. Ik mag mij niet belasten met een schuldbesef. Ik moet zorgen, dat ik in het nu, het heden, zo goed en zo verantwoord mogelijk handel volgens wat ik thans weet, aan de hand van wat ik thans tot stand kan brengen, mij niet bekommerende over beperkingen van morgen of gisteren, mij niet afvragende hoe het verder zal gaan, of wat hieruit voor mij zal voortvloeien.

In de tweede plaats, dat geldt voor mensen misschien nog veel meer dan voor geesten: wij moeten voor alles trachten afstand te doen van het zelfbedrog. Dit is moeilijker dan het voorgaande. Wanneer wij veel meemaken, zullen wij onwillekeurig trachten onze eigen rol te accentueren of te miniseren naar gelang wij menen dat dit goed of kwaad is. Wij zullen trachten de eigen verantwoordelijkheid te vergroten achteraf, wanneer het blijkt, dat wij iets goeds hebben gedaan, terwijl wij diezelfde verantwoording trachten af te schuiven op anderen, wanneer blijkt, dat het mis loopt. Wij geloven daar heel vaak in.

Wanneer wij op aarde zijn, dan zijn wij er toch zo vast van overtuigd, dat wij het nu werkelijk goed doen en goed willen, dat wij maar al te vaak wanneer het mis gaat, zeggen: “Ja, daar moet dan wel een ander de schuld van zijn”. Het is heel moeilijk om hier de ware toestand te realiseren.

Dat kunnen wij haast niet. Wanneer wij op aarde leven en wij willen onszelf een karma bezorgen dat goed is, dan mogen wij ons niet bezig houden met de vraag van aansprakelijkheid; wanneer de feiten eenmaal bestaan, hoeven wij ons ook niet af te vragen, of wíj de verdienste hebben of een ander. Wij moeten alleen steeds in de bestaande toestand het beste doen, niet voor onszelf slechts, maar voor alle anderen, die betrokken zijn in onze wereld en ons leven.

Het derde punt. Wanneer ik aan beide voorgaande condities tegemoet ben gekomen, dan zal ik mij moeten realiseren, dat zelfvorming een noodzakelijke factor is voor beheersing van het noodlot en de harmonische aanpassing van het “Ik” aan het totaal van de Schepping. Ik zal dus moeten trachten om mijzelf a.h.w. te begrenzen. Hierbij komt onwillekeurig het “Ken U Zelven” enigszins mede naar voren, maar dat is hier toch niet het belangrijkste. Het belangrijkste is eerder, dat wij voortdurend meester zijn over onszelf en in dit meesterschap voortdurend ons aanpassen aan de door ons als meest harmonisch gevoelde waarden. Dit impliceert in veel gevallen, dat wij afstand zullen doen van bepaalde stoffelijke rechten, dat wij soms ook aan bepaalde z.g. stoffelijke verplichtingen zullen voorbij gaan, wanneer dit in onze geestelijke vorming noodzakelijk is.

De geestelijke vorming gaat voor alles. Wij zullen ons nooit laten leiden door plotselinge emoties. De emotie overspoelt, overstelpt je en brengt je op een pad van onredelijk beleven terecht, waarbij het niet meer mogelijk is om jezelf te overzien en als zodanig vorm en gestalte te geven aan een toekomst, die nog voor je ligt. Je zult dus de emotie moeten beheersen en voortdurend volgens beste weten en kennen, redelijk handelen. Dit redelijk handelen, mag niet afhankelijk zijn van genegenheid, afkeer, haat e.d. Het moet tegenover alle waarden volkomen gelijk zijn, zodat u uw geliefde huispoes met even veel respect en rechtvaardigheid behandelt als een spin, duizendpoot of slang die in uw woning is binnengedrongen.

U zult voortdurend overwegen: wat is hier goed, wat is hier noodzakelijk, wat is voor de mij omringende schepping het beste en daarnaar zult u handelen, niet anders. Nu volgt hieruit automatisch, dat ik om een zo goed mogelijk bewustzijn te verwerven, te allen tijde zal moeten trachten om in mijn eigen wereld zoveel mogelijk over die wereld te weten. Eerst uit mijn weten, in verdere fasen van bewustwording onwillekeurig aangevuld door geestelijk weten of intuïtie, kan ik tot een redelijk besluit komen. Wanneer ik niet weet, kan ik niet handelen op een verantwoorde en redelijke wijze. Dan ben ik dus overgeleverd aan Krachten, die ik niet ken. Het resultaat is, dat ik mij onbewust een deel van een karma vorm wat door mij niet begeerd zou zijn.

Heb ik voldaan aan deze waarden, dan komt de vraag van de overgang. Wanneer je overgaat, dan is hier in de eerste plaats weer nodig de beheersing en aanvaarding. Beheersing, omdat degene, die zich tijdens de overgang hetzij door sentimenten of vrezen of verlangens laat overweldigen, niet volledig vrij in de geestelijke wereld intreedt en dus door belemmeringen gebonden blijft; misschien zelfs met behulp van anderen om deze overwinnende, toch langere tijd zal moeten doorbrengen in schemerige gebieden, waarin niet de werkelijkheid onmiddellijk te realiseren is. Wij mogen ook niet beangstigd zijn, want onze angst betekent een afwijking van het redelijke en dus het uitschakelen van het bewustzijn.

Een wetend en beheerst overgaan is geen smart, maar een bewustwording, die aan innerlijke ontwikkeling en ervaring bijna niet te overtreffen is, zeker niet m.i. op menselijk vlak. Ga je over, dan is het noodzakelijk, dat je hetzelfde proces in alle sferen voortdurend voor je zoekt, daarbij strevende voor jezelf naar een steeds hoger bewustzijn en dus een hogere sfeer, maar gelijktijdig naar een groter besef over je werkelijke houding t.o.v. de wereld. Heb je dit bereikt, heb je dit tot stand gebracht, dan zal je op de duur begrijpen, hoe het heelal is opgebouwd in een volkomen harmonie, waarin je je eigen plaats nu bewust beleeft, een verstoffelijking of zelfs een verschijning op geestelijk terrein onnodig maakt en toch je wezen, in een volledig streven aangepast, mede deel kan blijven uitmaken van de volmaaktheid.