Karma en ontvluchting

Ik zou graag eerst willen preciseren wat ik met de titel bedoel.

Karma is niets anders dan het totaal van de voorgaande bewustwording waardoor men in een incarnatie eigenlijk enigszins geconditioneerd is tot bepaalde gedragingen en belevingen zonder dat hierdoor echter de algehele vrijheid van wil wordt aangetast. Wat ontvluchting is weet u allemaal. Ontvluchting is bv. een stommiteit uithalen en dan zeggen dat de duivel het u moet hebben ingeblazen. De duivel wist er immers ook niets van. Hij is trouwens niet meer in zaken. Vroeger waren er zo weinig zielen voor de duivel te verkrijgen dat hij ze inkocht. Op het ogenblik heeft hij alleen nog maar een ophaaldienst. Laten wij nu beginnen eens te kijken wat mensen doen.

Wanneer je leeft, kom je met bepaalde mensen in contact. Een deel van die contacten zal ongetwijfeld karmisch bepaald zijn. Want u heeft een bepaald bewustzijn. U heeft de noodzaak tot incarneren. Anderen hebben een soortgelijk vroeger bestaan gehad en zullen dus ongeveer in diezelfde tijd en waarschijnlijk in vergelijkbare omstandigheden eveneens op aarde komen. Op dat ogenblik betekent het dus, dat alle oude banden en erkenningen wel degelijk een onderbewuste herkenning tot stand brengen. Men zal elkaar ontmoeten en men zal dus gemakkelijker met elkaar spreken dan anders het geval is.

Nu zijn er ook mensen die zeggen: Dan is het karma dat wij tezamen komen. Dat tezamen komen strekt zich dan tamelijk ver uit zoals u zult begrijpen. Dat staat echter nergens geschreven: dat is ook niet ingebouwd. Het is geen onontkoombaar noodlot. En als je zegt dat wij elkaar hebben ontmoet en dat het zo is gelopen is karma, dan is dat geen karma naar kul. Ik wil niemand aanvallen of teleurstellen, maar mensen doen nu eenmaal zo. Of ze zeggen: het is mijn karma dat ik zo ziek ben. Of: het is mijn karma, dat het mij zo goed gaat. Vergeet u dat maar heel gauw. Karma heeft geen invloed op lichamelijke condities, uitgezonderd misschien ‑ en dan alleen bij de meer bewusten ‑ bepaalde erfelijke lichamelijke condities. Al het andere heeft daar niets mee te maken. Dus, het is niet uw karma, dat u net griep krijgt als u juist een reisje naar de Nijl wilt maken. Het is altijd weer een wegvluchten van het feit dat je eigenlijk zelf helemaal verantwoordelijk bent voor alles wat je bent en wat je doet. Als je dat doet, dan bouw je gelijktijdig een karma op, want je weigert de feiten te erkennen. Dit betekent, dat je niet meer in staat bent de werkelijkheid te aanvaarden zoals ze is. Hierdoor zul je ook na de dood bepaalde dingen, die voor je bewustwording toch erg belangrijk zijn, niet kunnen of willen aanvaarden. Het resultaat is, dat je bij een volgende incarnatie althans op dit gebied onderontwikkeld bent.

Wij moeten ons heel goed realiseren dat we elke dag bezig zijn ons eigen karma op te bouwen. Dat karma is vreemd genoeg helemaal niet afhankelijk van menselijke wetten. Ik ben blij, dat de heer Gijzen karma niet beschouwt als een van de leerstukken van zijn kerk, anders zou hij ongetwijfeld een priesterlijk Eerste Kamerlid hebben toegeroepen: gij moogt dit niet langer doen, want gij belast uw karma daarmee te zeer. Dat is natuurlijk onzin. Dergelijke kreten, vergeet ze maar.

Er zijn wetten, zeker. Ze zijn in u ingebouwd. Voor dit leven waarin u nu bestaat, heeft U waarschijnlijk een oneindig aantal bestaansfasen gehad. Hoeveel? Daar is niets van te zeggen. Laat mij u vertellen dat er mensen zijn die op hun borst kloppen en zeggen dat ze meer dan 300 menselijke incarnaties achter de rug hebben. Een feit, waarop je volgens mij niet zo trots moet zijn, want dan blijkt dat je dan ook 300 keer in die menselijke incarnaties kennelijk hebt gefaald. Al die levens tezamen hebben beetje bij beetje datgene opgebouwd wat nu het bewuste deel van uw werkelijkheid is. Het werkelijk ego bestaat dus buiten de mens. De mens is daarvan een verlengstuk, een soort pseude-pode tijdelijk in dimensies actief. U heeft in elke fase iets geleerd. Door het feit, dat u in elke fase leerde door ervaring betekent, dat u in de bewustwording die u nu bezit als geheel zeer waarschijnlijk uniek bent. Er zullen wel een paar entiteiten zijn met een gelijke of bijna gelijke bewustwording, maar voor de rest zijn ze nog meer divers dan de vingerafdruk.

Zo komt de mens dan langzaam naar zeker op het punt waarop hij vele menselijke levens achtereenvolgens doormaakt. Daarover krijgen we weer allerlei strijdvragen zo van: Hoe lang duurt het tussen incarnaties? Als je nu ergens karma voor wilt zeggen, dan kun je het daar zeggen. Karma is bewustzijn, niet meer en niet minder. Het is iets dat je kunt verrijken tijdens een leven of niet verder ontwikkelen tijdens een leven. In het eerste geval zul je een volgende keer, als je al incarneert, be­wuster en met grotere zekerheid van een bepaalde taal en bestemming mens worden. Misschien ook dat je zoveel hebt geleerd dat je niet meer in de stof behoeft te leven, maar gaat leven in gebieden van geestelijke aard en op die manier in de stof gaat werken. Maar dat komt allemaal uit het verleden.  Wat u bent, dat is gewoon een kwestie van conditionering. Dat is misschien een beetje waar. Alleen heeft niemand u geconditioneerd, dat heeft u zelf gedaan door uw reactie op de ervaringen die u heeft doorgemaakt. U weet wat conditionering is? Conditionering is een heiden die zich dood schrikt en dan plotseling naar zijn kindsheid teruggrijpt, een kruis slaat en roept, Jezus, Maria, Jozef sta me bij! Dat betekent, dat u altijd terugvalt ‑ of u het weet of niet ‑ op alles wat u in het verleden heeft doorgemaakt.

Als u in dit leven besluiten neemt, dan zal de wijze waarop u de dingen beziet en benadert zeker bepaald worden door het bewustzijn dat u heeft opgedaan. In zoverre bent u dus aan uw karmische invloeden gebonden. Maar het betekent helemaal niet dat uw beslissingen vastliggen, dat bepaalde dingen onvermijdelijk zijn geworden. En dat juist zoekt een mens heel vaak in karma te vinden: de verklaring van het onontkoombare. Ik moet nu lijden, dan heb ik in een vorige incarnatie een ander onrecht aangedaan. Het is natuurlijk veel verstandiger te zeggen: als ik nu moet lijden, dan moet ik nu stommiteiten hebben uitgehaald. In negen van de tien gevallen klopt dat.

Door te ontvluchten aan je persoonlijkheid en je verantwoordelijkheid kun je dan een beeld opbouwen van een karmische invloed: een soort godheid die achter je staat en die precies bepaalt dat je de trein zult missen of dat jij je neus net niet zult stoten en omgekeerd. Dit is kolder. Zeker, mensen ontmoeten elkaar. Mensen vinden elkaar aardig. Goed, maar moet dat karma zijn? Heel vaak is het eigenlijk niet veel anders dan een zuiver zintuiglijke kwestie: olifactorische prikkelingen (reuk), smaak, gehoor mede bepalend zijn voor de manier waarop men tegenover de ander staat. Om een voorbeeld te geven: er zijn reuzen van kerels met een piepstem. Die mensen maken indruk door hun postuur tot het moment dat ze hun mond opendoen, dan is het afgelopen. Er zijn mensen die van goede stand zijn en die worden geconfronteerd met een dame die gekleed is alsof Dior er zelf daar de hand in heeft gehad. Dan denken zij, dat is nog eens iemand. Totdat het mondje opengaat en de dame uit roept: ja, ik seg net nog tege me man…. En dan is het afgelopen.

Kijk, u wordt in uw oordeel over de mensen beïnvloed door heel veel zaken. Er zijn zelfs mensen die vroeger geleerd hebben dat een heer of dame er altijd keurig verzorgd uitziet. Dan zien ze iemand die er redelijk goed uitziet, maar vuile schoenen heeft en dan denken ze: daar zal wel wat mis zijn. Zo zijn de mensen. Dat is geen karma. Het heeft gewoon te maken met dit leven, met alles wat hier is gebeurd. Uw eigen leven, uw belevingen in dit bestaan bepalen zeker welke keuzemogelijkheden er voor u openliggen. Zoals ook de wereld waarin u leeft ergens een begrenzing vormt voor alles wat u wel en wat u niet kunt doen. Maar dat betekent nog niet dat dit karma is. Dan kun je net zo goed zeggen: Het is mijn karma dat ik in een huis woon waarin de deuren te laag zijn zodat ik mijn hoofd voortdurend stoot. Dat is geen karma, dat is een kwestie van stommiteit. Of je had dat huis niet moeten betrekken of je had de deuren moeten laten weghalen en hoger laten aanbrengen. Daarom heb ik ontvluchting hier bij te pas gebracht. Al te vaak probeert men zijn verantwoordelijkheid af te schuiven op een soort noodlot. En als dat noodlot dan karma heet, kun je zeggen: Ik boet nu mijn zonden uit het verleden, dus in een volgend leven zal ik veel beter zijn. Ik help het u hopen, maar ik heb er niet veel hoop op.

Wat is dan eigenlijk die bewustwordingstoestand waardoor we worden wat we nu denken te zijn? Geestelijk leven impliceert een soort droomleven. Hierin kun je alleen datgene erkennen en leren wat eigenlijk al in je zit. Iemand die in de geest leeft is net een zaadje. Onder het geestelijke licht kan het ontkiemen, het kan een plant worden, maar het kan nooit een andere plant worden dan in het zaadje zit. Je kunt er nooit iets bij doen, je kunt er nooit iets van wegnemen. Je kunt de soort niet veranderen. Als je een paar van die fasen hebt doorgemaakt, dan ga je aanvoelen dat dit weinig zinvol is. Je zoekt dus contact met de wereld: dat kan misschien zijn met een paar gaswolken. Je komt tot de conclusie dat er invloeden zijn die je als geest niet ervaart, maar die dan stoffelijk wel kenbaar worden. Je komt tot definities van warmte en koude, van licht en van duister. Zo ga je keer na keer verder. Ik wil helemaal niet zeggen dat er hier iemand is die in een vroegere incarnatie een konijn is geweest, maar het zou mogelijk zijn. Dan heeft u daar waarschijnlijk het spelletje geleerd van ‘follow the leader’. Als u de witte vlag ziet, dan betekent dat daar achteraan huppelen, want zo bent u als konijn opgevoed. En als dat sterke indruk heeft gemaakt, als u daardoor misschien een paar keer bent ontkomen aan gevaren of op een andere manier grote emoties op dierlijk niveau heeft gehad, dan is het zeer waarschijnlijk dat u nu nog de neiging heeft om als u ergens een vaandel ziet daar achteraan te lopen. Als wij zien hoeveel mensen dat doen, dan moeten er toch heel wat geïncarneerde konijnen op de wereld zijn. Je gaat verder. Misschien word je een paard of een ezel. Als je een ezel bent, dan ben je koppig. Dan heb je geleerd dat je met een redelijke intelligentie eigen weg kunt kiezen. Vooral de wilde ezel weet dat hij anders niet in leven kan blijven. Hij moet zijn eigen beslissingen nemen, want waar de voorganger een hoef heeft gezet daar kan net een steen zijn losgeraakt en als hij daar dan op stapt zonder meer, dan breekt hij zijn nek. Dat zijn ervaringen die in de ezels zijn ingebouwd. De geest die daarin leeft, leert dus op een bepaalde manier zelfstandig zijn, vooruit te denken en steeds weer te controleren. Wanneer zo’n wezen mens wordt, dan zal de neiging tot controleren er ook zijn. Dan behoeft hij niet direct accountant te worden of zoiets, maar hij heeft gewoon de neiging om erg precies te zijn.

Het kan zijn dat u heeft geleefd in een kudde en dat u daar een zekere rang heeft bereikt. Dat betekent dan dat u de neiging om alles te regelen heeft behouden. Als u dan in dit leven komt, wil dat helemaal niet zeggen dat u alles moet regelen, maar het impliceert wel dat u geneigd bent om het te doen. Eerst als u erkent dat de manier waarop u dat zoudt willen doen eigenlijk niet past, kunt u uw gedrag wijzigen. U heeft eens geleefd in een ver verleden. U heeft misschien stenen gemaakt in de tijd van Babylon, stenen met mooie ronde koppen. Dan voelt u zich waarschijnlijk tot zoiets aangetrokken. Een incarnatie tussen de kasseien van België lijkt mij helemaal niet uitgesloten. In ieder geval heeft u de neiging om de zaak te bekijken vanuit het standpunt van het exclusieve: het is mijn werk en ik zal het bepalen. Dat houdt in, dat u zich waarschijnlijk meer voelt aangetrokken tot zuiver particuliere of kunstzinnige activiteiten dan dat u geneigd zult zijn om in een massafabricage aan de lopende band te gaan staan.

Iemand, die b.v. altijd met elanden is meegetrokken vindt dat heel gewoon. Hij staat aan de band. Dat is altijd hetzelfde dus dat betekent goed, dat is prettig, dan behoef je niet te denken. Je vervolgt a.h.w. je bestaan op semi‑automatische manier. Maar dat heeft hij niet nodig. De man, die eigenlijk best aan de lopende band op zijn plaats zou zijn, wordt misschien pastoor. Blijkt, dat hij geen zieltjes kan redden aan de lopende band, dan zet hij wel een systeem op van de een of andere congregatie in de hoop dat het dan wel lukt.

Degene die altijd heel erg eigenzinnig en voorzichtig is, kan heus wel terecht komen in een grote firma, maar dan zoekt hij toch wel een bijzonder plaatsje voor zichzelf om zich dan zo ver naar boven te werken dat hij op zijn gebied in ieder geval de beslissingen kan nemen, dat het op zijn manier gaat en niet anders. Nogmaals, karma is dus in feite een voortdurende conditionering door het beleven. Dat houdt in dat, als u wordt geboren op aarde, zoals u nu op aarde bent geboren, u in het leven een neiging heeft om in een bepaalde richting te streven: dat u een zekere neiging heeft – overigens gemodificeerd door de lichamelijke en erfelijke kwaliteiten ‑ om, op een bepaalde manier op te treden en te denken op een bepaalde manier. Maar het betekent niet, dat u niet anders kunt worden. Dat is nu het belangrijke punt.

Op het ogenblik, dat wij aannemen dat het gehele verleden ons de baas is, maken wij ons tot slaven van een onbegrepen noodlot. Als wij alles wat ons overkomt eenvoudig moeten dragen omdat wij het zelf in het verleden wel veroorzaakt hebben, dan is dat een heerlijke ontvluchting aan de noodzaak ons af te vragen of wij er misschien zelf schuld aan zijn en zo niet, waar het dan wel vandaan komt.

Ik heb heel wat mensen meegemaakt in heel veel lezingen (ik geloof, dat we nu alleen over karma zo tegen de 3.500 zitten) in het Nederlandstalige gebied die dan zeggen: Ik kan er toch niets aan doen. Dat is hetzelfde als iemand zegt die de melk opzet en dan met de buurvrouw gaat praten: Ik kan er toch niets aan doen dat de melk overkookt, want ik had het vergeten. Maar daarmee is de verantwoordelijkheid niet weggenomen. U kunt aan de verantwoordelijkheid van hetgeen u bent en hetgeen u doet niet ontkomen. U moet eenvoudig instaan voor alles wat u doet of dat nu dwaas of goed is. Erkent u daarbij dat u geconditioneerd bent, dat u een bewustzijn bezit waardoor bepaalde reacties gemakkelijker worden, dan kan u dat misschien helpen om te zien op welke manier u pleegt te reageren. En dan ziet u dat u eigenschappen heeft die niet alleen onder uw eigen sterrenbeeld staan, maar die toch ook een zeer persoonlijke geaardheid vertonen. Zeg dan tegen uzelf: dat is dus mijn karakter, dat is mijn aard of zo u wilt mijn karma.

Als ik de feiten beschouw, dan moet ik er dus rekening mee houden dat ik geneigd ben tot die beslissing. Daarom zal ik andere beslissingsmogelijkheden beter moeten overzien. Doe ik dat niet, dan ben ik zelf alleen door dit weigeren de andere kant te beschouwen aansprakelijk voor hetgeen er gebeurt. Dan zijn er ook mensen die zeggen: maar dan belasten wij ons met zo’n zwaar karma. Karma is niet zwaar. Er zijn mensen die zeggen, als je loens bent, dan is dat een belasting. Dat ligt er maar aan. Als je iets moois ziet, dan kun je het zelfs tweemaal zien. Als een ander loensheid niet mooi vindt, dan is het erg jammer, maar het is een kwaliteit. Misschien dat je daar wat aan laten doen. Als je een karma hebt, dan is dat niet zwaar. Het is een kwaliteit die je bezit. Een kwaliteit die je ook in de geest hebt. Karma is niet iets dat alleen in een stoffelijke incarnatie uitwerkt. Het is de totale vorming van je persoonlijkheid die bepaalt in welke geestelijke wereld je leeft, met welke geestelijke werelden je contact kunt hebben, die mede uitmaakt op welke wijze en hoe je gevoelig zult zijn als mens voor bepaalde geestelijke krachten en sferen. Of je vanuit de geest contact zult hebben met de wereld en daarin enigermate objectief toch wel het een en ander kunt constateren. Dat is karma. Het is een eigenschap. Eigenschappen zijn niet zwaar, indien wij onszelf aanvaarden.

Hier zijn wij gekomen tot het laatste punt dat ik in deze inleiding wil verwerken. Wij zijn onszelf. Alles wat we hebben gedaan, heeft ons gevormd. Nu kunnen we dat wel betreuren, maar dat heeft weinig zin. Als wij beseffen wat wij vandaag zijn, dan houdt dat in dat wij door de kennis, die wij bezitten van onze eigenschappen, van onze meest waarschijnlijke reacties, maar ook onze neiging om de wereld eenzijdig te beschouwen, beter een beslissing kunnen nemen. Dan stellen wij onze daden net iets anders en daardoor hebben we grotere revenuen aan bewustwording en waarschijnlijk zelfs aan stoffelijke resultaten. Wij mogen ons niet laten overdonderen door het ingebouwde programma. “De Heren van Karma” beslissen wat er met u gebeurt. Gelooft u dat maar niet. De Heren van Karma kijken naar u. Zij geven u de kans om alles te behouden wat deel is van uw wezen. Waar u ook bent en waar u ook incarneert, zij helpen u met het behouden van hetgeen u bent. Dat is dus in zekere zin een voordeel. Als je een ezel bent geweest en je bent mens geworden, kun je je nog wel als een ezel gedragen maar niet meer in een ezel incarneren. Dat in tegenstelling met bepaalde Indiase leerstellingen.

De kracht waaruit wij leven gaat heel wat verder dan de macht of het vermogen van de Heren van Karma en al die andere Heren. Dit is een kosmische zaak waarvan wij de oorsprong niet eens kunnen omschrijven. Het is die kracht waaruit wij putten, waaruit wij leven. Dit is een heel belangrijk punt. Vanuit ons standpunt althans is die kracht niet bepaald. Dat houdt in, dat wij de levenskracht en de levensmogelijkheid hebben om onszelf te zijn zoals wij wensen en zoals wij kunnen door het besef wat wij bezitten. Het houdt verder in, dat wij de kracht kunnen vinden om af te wijken van al hetgeen wij volgens de karmische programmering misschien zouden moeten zijn. Wij hebben geen reden om weg te vluchten achter karma. Wij behoeven niet bang te zijn voer hetgeen er met ons gebeurt, voor datgene wat we hebben gedaan en wat we zullen doen. Wij moeten gewoon aanvaarden dat we zo zijn en proberen het beste te maken van hetgeen we zijn.

Wie op die manier verdergaat, voorkomt een groot gevaar. Vooral degenen die zich bezighouden met occultisme en die aan karmische zaken, kosmische wetten en magische oorzaken heel veel toeschrijven dat in feite deel is van hun eigen wezen. Zolang wij onszelf kunnen aanvaarden in de totaliteit die we zijn en daarmee kunnen werken volgens het besef dat wij bezitten, zullen wij dit besef uitbreiden. Anders gezegd: wij vergroten onze eigen mogelijkheden. Ons karma wordt a.h.w. omvangrijker, niet in de zin van een last die wij dragen, maar van een wereld van mogelijkheden die wij kunnen betreden

*  Een lichamelijke conditionering kan ook een karma zijn. Iemand die blind is geworden bijvoorbeeld. Heeft dat ook met karma te maken?

Alleen in zeer zekere zin. Ik geef een voorbeeld om dat te verduidelijken: U wilt ergens naartoe en u heeft de keuze uit verschillende bussen. Nu is er een bij die er wat gammel uitziet, maar die gaat wel 5 minuten eerder weg. U gaat daar in zitten. De vering blijkt niet in orde te zijn en u komt er wagenziek uit. Verkeerde conditionering in de stof zullen we maar zeggen. U kunt ook wachten en een andere bus nemen die misschien langs een beter traject rijdt, die dat euvel niet heeft en u dan uitgerust kan afzetten. Waar ligt nu eigenlijk de oorzaak van welbehagen en onbehagen in dit geval? Als u haastig bent aangelegd, dan kunt u als geest met die eigenschap ertoe komen te denken: Nu ja, ik neem wel een voertuig dat wat minder goed bij mij past. En dan komt u terecht in een stoffelijke conditionering die voor het feitelijke geestelijke doel van de incarnatie niet ideaal is. U kunt ook zo wijs zijn dat u 25 bussen voorbij laat gaan totdat die ene komt die u helemaal past en die precies uw route gaat. Dan bent u een volbewuste. U heeft dan ook een bewuste incarnatie waarin absoluut geen strijd meer plaats heeft tussen de stoffelijke bevoertuiging en de geest. U zult zeggen: wij worden toch allemaal gedrild en geoefend, het rechterhandje is mooi, het linkerhandje is lelijk. Dat zijn echter dingen die behoren tot de gemeenschap. Op zichzelf zijn veel van die conditionerende invloeden niet zo belangrijk. Ze zijn het middel van contact met de wereld, de uitdrukking in de wereld. Het zijn spelregels. Of die spelregels nu zus zijn of zo dat maakt weinig uit, indien het aankomt op het wezen van de speler. Dat is bij leven altijd het geval. Dan blijft er nog over de hereditaire kwaliteiten. Als u te maken heeft met een ouderpaar, dan kunt u met enige zekerheid zeggen welke kwaliteiten er mogelijk ontstaan op het ogenblik van de bevruchting. Wat meer is, als u een beetje bewust bent, dan weet u zelfs welke van die eigenschappen u kun onderdrukken of versterken en in welke gevallen u daaraan bent overgeleverd. U weet dus wat voor een voertuig u kiest. Maar als u daar niet op let, of dat u de mogelijkheid van incarneren belangrijker vindt, dan kunt u te maken krijgen met een lichaam dat kwaliteiten bezit die vanuit uw geestelijk standpunt bezien niet ideaal zijn. Er is dus zeker een conditionering die invloed op u heeft. Maar bent u sterk, dan kunt u erg veel overwinnen.

Er zijn mensen die met één been beter zwemmen en atletisch beter getraind zijn dan heel wat mensen met twee benen waarvan het meest ge­trainde deel van het lichaam meestal het achterwerk is. U moet zich dus realiseren: u kunt die fouten herstellen. U kunt wel degelijk ook met een gebrekkig voertuig, met erfelijke gebreken, u kunt ook in een milieu dat een voor u niet passende conditionering kent uzelf zijn en u door­zetten. Het kost alleen meer moeite. Daarom is het niet bindend. U kunt zich dus niet achter het milieu verschuilen. U kunt niet zeggen: ik ben verkeerd opgevoed. Dat zal de psychiater wel voor u doen, zeker als u voor de rechtbank moet komen. Voor uzelf kunt u dat niet zeggen, want u heeft eenmaal een weten van goed en kwaad. U heeft een neiging om in een bepaalde richting te streven. U heeft wel degelijk een begrip van uw relatie net het andere. U kunt zich niet verschuilen ach­ter wat uw ouders u hebben aangedaan, achter de erfelijke factoren die u domineren of achter de conditionering van een maatschappij waarin u vertoeft, die totaal verkeerd is. Zomin als u zich kunt verschuilen achter karma. U kunt de consequenties van het leven niet ontvluchten: de consequentie dat u zelf helemaal aansprakelijk bent voor alle mogelijkheden waarvan u gebruik maakt, voor alle discrepanties die ontstaan in uw leven en beleving, ook voor alle bereikingen die u tot stand brengt.

*  Dat je de zaak niet kunt ontvluchten, zou bij mensen schuldgevoelens kunnen opwekken: zo zou je het kunnen interpreteren.

In zekere zin is dat niet ten onrechte. Ik zeg u alleen dit: U moet aanvaarden wat u bent. U kunt het aan niemand wijten. Ik zeg niet dat u zich daardoor schuldig moet voelen, want wat u is dat bent U. U moet begrijpen dat ‑ ongeacht alles wat de wereld u aandoet, wat er in karma voor u bestaat ‑ u niet kunt ontkomen aan de zekerheid dat u zelf de beslissing neemt en dat u innerlijk wel degelijk weet dat u bij het nemen van die beslissing faalt. Als dat het geval is, dan moet u dat aanvaarden. Op het ogenblik namelijk, dat u de gevolgen aanvaardt die u zelf heeft veroorzaakt of mede heeft veroorzaakt, kunt u daar door de nieuwe keuze weer bewust aangaan. Zolang u echter blijft terugkijken en misschien uzelf schuldig gaat verklaren, zoals u suggereert, probeert u in feite weer weg te vluchten voor de werkelijkheid. De werkelijkheid is namelijk niet dat u schuldig bent. De werkelijkheid is, dat u gezien uw leven en ervaring nu voor een beslissing moet zorgen en dat u die op dit ogenblik niet moet nemen op grond van het verleden dat u voor uzelf heeft geschapen, maar op grond van het bewustzijn dat u bezit. Dat is uw karma. Dat is uw werkelijke wezen. Dat is dus de enige bron waarvan u vanuit uitgaan. Ik geloof niet, dat je daarmee iedereen een schuldgevoel aanpraat.

Iets anders is het, als ik zeg: ik zal u genezen in de naam van God.” Die als u niet geneest, u dan toeroept: “Ja, dan heeft u niet genoeg geloof gehad.” Dat is nu inderdaad ontoelaatbaar, omdat niemand weet wat u gelooft of niet gelooft, niet eens weet wat u onder God verstaat. Degene die dus zei: ik zal u genezen, schuift in feite zijn verantwoordelijkheid, want hij heeft op zich genomen om u te genezen, af op u door u een onvolkomenheid toe te dichten zonder te weten of u haar bezit. Daarom is dat onaanvaardbaar. Niet in het door u gestelde geval. Je schuldig voelen over hetgeen je bent, vind ik krankzinnig. Aanvaarden, dat je je hebt gemaakt tot hetgeen je bent, lijkt mij alleen maar nuchter. In die aanvaarding ook beseffen dat je in de toekomst beslissingen zult nemen, dat je je niet behoeft te laten leiden door de beslissingen van anderen, dat lijkt mij een bewustwording waardoor je een grotere wereld krijgt, meer mogelijkheden verwerft, meer ervaringen opdoet. Als je van ogenblik tot ogenblik zo verdergaat, zul je volgens mij geen schuldbewustzijn hebben. Integendeel, je zult het gevoel hebben dat je elke keer toch weer iets meer je vrijmaakt uit die te enge banden van conditionering, van de sleur van het leven en van al die andere dingen waar je tot nu toe een slaaf van bent geweest. Dat gevoel van bevrijding op zichzelf kan alweer een stimulans zijn om bewuster te handelen, om juister te kiezen en daardoor karmisch je omstandigheden voor later te verbeteren, maar gelijktijdig ook te voorkomen dat je wegvlucht voor hetgeen je zelf bent en daardoor voor de mogelijkheden die je bezit.

*  Hoe ziet u het causaal verband tussen een noodlotsbeleving en een orgaanneurose?

Nu grijpt u terug naar het verleden. U zegt, dat iemand die bv. verdronken is in het vorige leven misschien in dit leven angst voor wa­ter heeft. Dat is tot op zekere hoogte waar, want wat je in een leven meemaakt dat bepaalt de voorstelling die je ervan hebt en het bewust­ zijn dat je bezit t.a.v. bepaalde stoffelijk omstandigheden. Nu is het maar de vraag, of je die doorzet en je daaraan overlevert zonder meer, wanneer je weer bent geïncarneerd. Dan blijkt, dat er inderdaad omstandigheden zijn waardoor de mensen ook wat organen, wat kwalen betreft zelfs, zichzelf a.h.w. preconditioneren door hun geesteshouding waar­voor ze zelf geen verklaring hebben. Indien dat het geval is, moet je je realiseren: dat kan natuurlijk karma zijn in de zin dat het uit vroegere belevingen en dus uit een nu in het onderbewustzijn zetelend weten voortkomt. Maar dan moet je die mensen toch proberen duidelijk te maken dat zij zelf anders moeten den­ken, dat zij zich anders moeten opstellen, dat ze hun keuze op een andere manier moeten maken in het leven en zich niet mogen onderwerpen aan deze ‑ wat u zegt ‑ neurose, zenuwaandoening. Op het ogenblik, dat je dat doet, maak je je tot slachtoffer van een verleden en beneem je je de mogelijkheden tot verdere bewustwording. Dat is niet aanvaardbaar. Aan de andere kant is het duidelijk dat heel vaak dergelijke gevoe­lens en de daarmee gepaard gaande lichamelijke verschijnselen een heerlijke reden kunnen zijn om je te onttrekken aan verplichtingen die je niet prettig vindt. Iemand houdt bv. niet van lopen, dus krijgt hij plot­seling overal spierkrampen: dan behoeft hij niet te lopen en wordt hij gedragen. Dat is zo, dat weet ik. Wij moeten erkennen dat het misschien goed is om dat feit uit het verleden een keer naar voren te halen, maar dat het in ieder geval heel goed is om iedereen duidelijk te maken dat je je niet zonder meer moet onderwerpen aan voorstellingen die niet voortdurend door de feiten kun­nen worden bewezen. En dan kom je vanzelf tot een oplossing.

*  Nog eens reagerend op de vraag over de causale verbanden omtrent de orgaanneurosen. Welke eventuele therapeutische begeleiding geeft u aan die tegenwoordig haalbaar is: bv. psychische regressie of via de weg van hypnose om de oorzaak van de wilsimpasse op te sporen?

De grote moeilijkheid is natuurlijk dat je nooit weet of een sujet hypnotisch voldoende vatbaar is. Wij geven posthypnotische bevelen. Daarmee kunnen we inderdaad erg veel bereiken, indien de persoon in kwestie daarvoor gevoelig genoeg is en dus de suggestie lange tijd behoudt. De psychische regressie heeft enkele nadelen, zoals u weet. De eerste vraag is, of je werkelijk op het juiste punt terechtkomt. En dan moet je geestelijk teruggaan. De tweede vraag is in hoeverre er in feite sprake is van een genetisch geheugen. De regressie is wel psychisch, maar gaat terug langs de lijn van het genetische zelfgeheugen en komt daarmee met geheel andere aangiften en uitspraken dan dienstig zouden zijn om die invloed te verbreken. Ik zou dus vanuit mijn standpunt als therapie in de eerste plaats denken aan een suggestieve behandeling eventueel met hypnose. Daarnaast een medicatie plus suggestie waardoor het welbevinden van de patiënt groter wordt en daardoor de neiging om zich niet te verzetten eveneens zal toenemen. Dit vergt enige begeleiding maar zal zeker, meen ik, meer resultaat hebben dan een zuiver psychiatrische behandeling die juist in dergelijke gevallen meestal tekortschiet.

*  Mag niet worden gesteld, dat karma complementair is in die zin dat een grotere verscheidenheid van ervaringen wordt opgedaan? Simpel ge­steld: in het ene leven rijk, in het volgende arm.

Dit is een heel mooie stelling. Vele armen zouden u graag die stel­ling met de complimenten teruggeven, als ze rijk konden zijn. Laten wij dus even goed begrijpen, dat karma in zoverre complementair is dat wij ‑ eenmaal een zekere onvolledige kennis verworven hebbend om daarvan een goed gebruik te kunnen maken ‑ de ontbrekende delen van kennis zullen moeten opdoen. In een oriëntatie van de persoonlijkheid is dus juist het vinden van die punten en ervaringen, die je nog niet hebt doorgemaakt inderdaad van belang. Aan de andere kant vind ik het een beetje dubieus om hier over arm en rijk, rijk en arm te spreken als complementen. Dat zijn ze niet, omdat in wat wij karma noemen (de vorming van de persoonlijkheid) veel­eer sprake is van gevoelsbelevingen en bepaalde psychische reacties dan van feitelijke stoffelijke omstandigheden. In de werking, die wij onder karma verstaan, zijn dus eigenlijk alle stoffelijke facetten van het “ik” bijzaak en gaat het eerder om de beleving daarvan dan om de stof­felijke feiten zelf.

* Veeleer van het karakter. Als een mens reageert op bepaalde stoffelijke zaken dan hangt dat toch grotendeels af van het karakter.

Dat hangt daar inderdaad wel mee samen, maar laten wij dit niet vergeten: datgene wat wij op aarde karakter noemen is voor ongeveer 1/3 deel erfelijke kwaliteiten. Daar komen nog bij enige kosmische kwaliteiten en dan zijn we al over de 50 %. Dan komen daar nog bij de in het onderbewustzijn ingelegde impulsen van het geestelijke “ik” en dan zitten we zo rond de 70 ‑ 75 %. De rest is de conditionering van de omgeving. Deze dingen tezamen vormen datgene wat u karakter noemt. Dus kun je eigenlijk niet spreken over het gehele karakter. Je zoudt moeten zeggen, wat wij karma noemen is de beleving en de belevingsintensiteit die bepalend zijn voor de betekenis van het leven en het gebeuren in het leven. Elke beleving, die een samenvloeien is van bewustzijn en emotie, wordt bewaard en heeft als zodanig een betekenis in de mogelijke harmonieën die je in de geest kunt vinden en als zodanig waarschijnlijk ook invloed op de keuze die je bij een volgende incarnatie eventueel zou doen.

*  Bouwt de entiteit in de sferen eveneens voor zichzelf een karma op?

Bewustwording is een proces dat niet stilstaat. Aangezien karma dus – als we het even niet helemaal precies beschrijven ‑ zou kunnen worden gedefinieerd als een proces van bewustwording, is het duidelijk dat je ook in de sferen karma opbouwt. Met andere woorden, dat je ervaringen opdoet in de sferen die mede bepalend zullen zijn voor elk leven daarna, ook als het een stoffelijk leven betreft. U kunt wel zeggen: op grond van mijn stoffelijk leven zou ik in het volgende leven (laten we dat voorbeeld maar nemen) rijk en gezien moeten zijn en zeer weldadig. Maar dan blijkt, dat het geestelijk gezien veel belangrijker is om intense gevoelens te hebben en dan wordt u niet rijk maar misschien een mongoloïde kindje of iets dergelijks waarbij grotere emoties in een totaal andere relatie tot het mens zijn voor u veel belangrijker zijn dan het rijk en weldadig zijn. Ik wil er nog een opmerking bij maken. Ik heb hier rijk en weldadig samengebracht. Het zijn zaken die elkaar plegen tegen te spreken. De rijke is alleen weldadig, indien het aftrekbaar is van de belasting. Werkelijke weldadigheid vind je onder de armen die hun armoede delen met anderen van wie ze aannemen dat ze armer zijn.

*  Het is toch zo, dat men zich in de geest verder kan ontwikkelen op basis van hetgeen men in het laatste stoffelijke leven heeft ervaren.

Correctie: op basis van alle bewustzijn dat men in de geest en in de stof tot op dit ogenblik van bestaan heeft opgedaan. Dus niet alleen het vorige stoffelijke leven.

*  Maar is dat dan niet essentieel?

Dat is niet essentieel. Het is de laatste klas. Laat mij het zo zeggen: als je naar school gaat, dan kun je wel zeggen. Als ik in de 5e klas zit, dan wordt de 6e klas mogelijk door wat ik in de 5e klas heb geleerd. Dat is natuurlijk wel aardig, maar dan moet je wel begrijpen dat de 5e  klas een cumulatie is van studies die beginnen in de 1e klas verdergaan in de 2e, de 3e, de 4e klas en dan pas de 5e klas. Zo gaat het met ons bewustzijn ook. Elk leven dat we doormaken ‑ of dat nu in de geest of in de stof is ‑ elke bestaanstoestand betekent voor ons een soort oriëntatie, een bewustzijn, en daarmee het verkrijgen van harmonische vermogens. Dan kunt u zeggen: maar wij hebben dat voorgaande leven gekozen op grond van alles wat we hebben meegemaakt. U heeft dan gelijk. En zegt u: dus dat is bepalend voor het volgende leven, dan heeft u ongelijk. Omdat je naar de geest terugkerend weer bewust de beschikking krijgt over een deel van de persoonlijkheid dat in de incarnatie was onderdrukt. Als zodanig kun je dus een bewustwording doormaken waardoor een groot gedeelte van alles wat in dat voorgaande stoffelijke bestaan van invloed was in feite terzijde wordt geschoven voor andere meer belangrijke invloeden. Je kunt dus nooit zeggen dat er een directe relatie is tussen beide. Je kunt alleen zeggen, dat die kan bestaan op het ogenblik, dat het geestelijke bestaan geen verdere voortzetting van de bewustwording met zich heeft gebracht. En zelfs dan zijn alle voorgaande levens in alle ervaringen tot aan het laatste leven toe mede gerepresenteerd. Ik heb een kleine misvatting even willen rechtzetten. Dit is een misvatting die heel veel voorkomt, omdat de meeste mensen zich niet schijnen te realiseren dat de geest ook nog werkt, leert en leest. Als je je dat goed voor ogen houdt, dan zal hetgeen ik heb gezegd zon­der meer vanzelf spreken.

*  Hoe moeten we karma plaatsen met betrekking tot de kleine volksverhuizingen uit de Middellandse Zeelanden en de Derde Wereldlanden naar het westen? Is het voor die verhuizers een ontvluchting en is het voor het Westen een ondergaan van karma?

Het is een aan twee kanten bestaande stommiteit. Vergeeft u mij de opmerking. Het karma van iemand die leeft in een land aan de Middellandse Zee is de geboorte in die gemeenschap, want hij heeft die om de een of andere reden voor zich als een van de beste incarnatiemogelijkheden gevonden. Op het ogenblik, dat hij zich daaraan gaat onttrekken om stoffelijke voordelen te behalen waarmee hij in de aanvang nog geen raad weet, vervreemdt hij zich dus voor een deel van zijn werkelijke mogelijkheden en zijn beste ontwikkelings‑ en bestaansmogelijkheden vanuit geestelijk standpunt. Wat Europa en de rijke landen betreft, de toevloed naar die landen is natuurlijk het gevolg van het feit dat men daar beter voor de mensen zorgt en hun meer mogelijkheden biedt. Maar het is aan de andere kant voor die landen ook wel zo, dat hoe meer mensen er komen hoe minder men hun aan zekerheden kan bieden, zodat ze in feite door het toelaten van anderen hun eigen mogelijkheden, die ‑ laten we dat niet vergeten ‑ voor velen de reden tot incarnatie in dat gebied zijn geweest, doen vervagen en verflauwen en daarmee conflicten scheppen die niet zo gemakkelijk zijn op te lossen. Het zijn namelijk niet alleen interraciale conflicten, zoals men wel eens denkt en het is niet alleen een je verzetten tegen de vreemdelingen, maar het is een aantasting van iets dat je niet alleen als je eigen recht maar eigenlijk als je eigen wereld ervaart. En als je daar bent geïncarneerd omdat die wereld voor jou het meest belangrijke was, de beste ervaringsmogelijkheden gaf, dan zul je door die aantasting heel vaak conflicten ondergaan die in wezen ook de bewustwording nadelig kunnen beïnvloeden. Kúnnen, het ligt aan je eigen keuze. Maar die keuze is dan in vele gevallen in de richting die geestelijk gezien negatief is, omdat stoffelijke invloeden nu eenmaal ook inwerken.

*  Is er eventueel dan ook sprake van rassen‑ of volkerenkarma?

Ik zou hier het woord karma met enige aarzeling willen gebruiken. Rassen en volkeren hebben hun eigen geestelijke begeleider. Wij noemen die dan de rassengeest, de volksgeest enz. Dat wil zeggen dat er bepaalde invloeden zijn die proberen in een bepaald volk of ras zekere eigenschappen in het bijzonder verder te ontwikkelen en in stand te houden. Het zal duidelijk zijn, dat je daarbij voor die rassen en volkeren ook een zekere gerichtheid krijgt. Het is een mentaliteit. Het is een vorm van emotionaliteit en daarnaast ook vaak de wijze waarop men zijn stoffelijke bezit, zijn relatie met medemensen beziet: die zijn van zeer grote invloed. Als je nu iemand losmaakt uit een dergelijke invloedssfeer, dan zal het voor hem heel erg moeilijk zijn om zich te passen in de invloedssfeer van een andere entiteit die een groep begeleidt. Is er een mogelijkheid van aanpassing, dan is de persoon die zich heeft aangepast po­sitiever over het algemeen in zijn ervaringen, bewustwording en mogelijkheden (dus ook latere mogelijkheden) dan degene die onder de invloed van die entiteit heeft geleefd. Maar het kan ook zijn, dat hij niet kan aanvaarden en dan zal hij in feite alleen de duistere aspecten van zo’n volk of ras gaan reflecteren. Daarbij zal hij zijn eigen duistere kanten niet geheel kunnen overwinnen. Dan heb je iemand die dubbel duister is. Dat is natuurlijk niet zo leuk.

*  Ik zou dit in verband willen brengen met de complementariteit (?) Als je gebonden bent aan een ras, dan geldt dat niet voor je enz…..

Als je het precies wilt formuleren, dan betekent het behoren tot een volk of ras het betreden van een milieu dat ‑ gezien je bedoeling bij de incarnatie ‑ voor jou op het ogenblik van incarnatie het juiste scheen. Ben je in staat tot een omstelling, die zowel geestelijk is als ook in oriëntatie en conditionering, dan echter blijkt dat je vol­ledig vrij bent, dan kun je dus overal naartoe gaan. Je bent dus als eenling niet gebonden aan de vaste lijn van ontwikkeling, die wel voor het ras of voor het volk als zodanig bestaat. Dan kun je zeggen, complementair. Voor het “ik” is het eigenlijk het eigen bewustzijn. Dat eigen bewustzijn is dan ook niet aanvullend. De ontwikkeling van rassen en volkeren is altijd veel trager dan de mogelijkheid van het individu. Er is een bepaalde vaste lijn. Die vaste lijn zal ongetwijfeld aanvullend werk en ten aanzien van spanningen en mogelijkheden elders zodat hier in feite voortdurend een wisselend evenwicht tot stand komt. En dan mag je daar misschien een tikje complementair bijvoegen.

*  Je kunt als entiteit dus ook kiezen voor een voertuig van gemengd ras.

Dat kun je zeker. Als u zeer bewust die keuze maakt, dan kiest u altijd voor het beste van beide omdat u dan bewust die invloed kunt uit­oefenen op de wordende vrucht. U kunt de genetische kwaliteiten in hun evenwicht iets verschuiven zodat het beter past, meer harmonisch is. Geestelijk gezien heeft u juist veel aan de ervaringen en ook de conflicten die bij dit zijn van gemengd ras voorkomen. Kom je per ongeluk in een dergelijk voertuig omdat je denkt ‘God zegene de greep’, dan zegent God die greep in dit geval meestal niet. Omdat je dan gedreven door te ontvluchten aan bv. de stilstand of de verveling in de sferen of misschien zelfs aan de duisternis waaraan je je niet durft ontworstelen daardoor eigenlijk het duister van beide rassen aanvult met je on­wil tot erkennen van je eigen werkelijkheid. Wij krijgen dan een situatie van zelfbedrog waardoor de handhaving van een illusoir beeld met alle middelen wordt voortgezet. Dan zien we inderdaad wel de slechtste kwa­liteiten.

* In die zin is rasvermenging dus niet zo’n beste zaak.

Voor de onbewuste geest is het een risico. Maar misschien kan ze uit dat risico nog wat leren. Voor de bewuste geest kan het een groot voordeel zijn. Ik zou zeggen, rasvermenging is iets wat in de huidige wereld met de gemiddelde wereldbevolking onvermijdelijk is, zodat steeds meer van die voertuigen ter beschikking komen. We moeten hopen dat het proces zich zodanig voortzet dat steeds meer entiteiten juist die gemengde voertuigen met hun extra voordelen gaan kiezen en daardoor een bijzonder begaafde eigen groep gaan vormen die dan weer evenwicht bewarend, kan werken ten aanzien van de zuivere rassengroepen. Dit is rassentheorie, een heel vervelend iets. Er bestaat namelijk geen rassensuperioriteit. Er bestaat slechts eigenschapsverschil tussen de rassen. Als je je dat realiseert, dan begrijp je dat een ieder die zijn eigen ras superieur ziet in feite daarmee stemt voor het be­houd van de deugden en fouten zoals ze nu in dit ras bestaan. Hij ziet daarbij over het hoofd dat elk ras een verdere ontwikkeling doormaakt. Degenen die erg op raszuiverheid staan, vergeten heel vaak dat ze zelf ook uit een mengseltje voortkomen.

Als je Nederland bekijkt, dan is dat nogal gepeperd! Wij hebben nog wel wat Kaninefaten, vroege Kelten en Kimbren erin zitten, maar die worden weer overspoeld door de verhuizingsgolf. Ze krijgen o.m. te maken met Germaanse stammen. Die Germaanse stammen worden verder ten dele nog weer verrijkt door Romeinse bezetters. Daarna worden ze nog eens extra bevrucht door Vikingen die binnenvallen. En wanneer dat hele geval eindelijk zichzelf via graafschappen tot een soort eenheid aan het opwerken is, dan krijgen we te maken met de Spanjaarden. Dat de Spanjaarden ook invloed hebben gehad, dat kunt u zien. Kijk maar naar het uiterlijk van de minister‑president (van Agt). Daarna krijgen we nog eens een Franse bezetting. Vervolgens hebben we in de Eerste Wereldoorlog een import gekregen van een zeer gemengde bevolking waarbij Belgische militairen, Engelse geneutraliseerden ook wat hebben bijgedragen aan de bevolkingsdichtheid van Nederland. Dan komen de Duitsers die nog eens de Germaanse indruk versterken zo hier en daar om opgevolgd te worden door de Canadezen, die Indiaans­ Frans bloed in rijke mate gemengd met Anglo‑Saksisch bloed vermengen met het reeds bestaande Nederlandse ras. Zodat de vraag rijst: als Nederlanders een ras zijn, wat voor ras is het dan? Bij een hond zou het een asbakkenras zijn.

*  Dat is dan betreurenswaard voor de Nederlandse rassengeest.

Neen. Het enige dat men altijd verkeerd heeft gezien de laatste tijd is, dat de beschermgeest van Nederland een Nederlandse Maagd is. Ik wil erop wijzen, dat voor degene die zich met het volk bezighoudt de ontwikkeling van het totale volk belangrijk is. Als u een auto koopt, dan vindt u het ook wel aardig om er nog een paar extraatjes bij te doen zo hier en daar: een interval ruiten­wisser, een radio enz. Zo is dat ook voor de volksgeest. Hij zegt: ik heb helemaal geen bezwaar tegen die vermenging zolang de mogelijk­heden van het volk daardoor maar verbeteren. De raszuiverheidstheorie­ën komen over het algemeen niet uit de geest voort, maar uit het onbegrip ten aanzien van eigen voorgeslacht bij de mensen die zich daarop beroepen. Het is heel eigenaardig dat in een volk, dat juist zeer strenge rassenwetten heeft ontworpen, zoveel onzuiverheden zitten. Zo blijkt bv. dat onder de zuivere SS‑Germanen ongeveer 20 % in een ver verleden joodse voorvaderen hebben gehad. Het blijkt ook, dat de zeer op raszuiverheid staande Boeren voor een zeer groot gedeelte al Kaffers in hun voorfamilie hebben gehad, wat voor sommige van hun persoonlijke eigenschappen misschien mede een verklaring kan vormen. Een rassengeest is bezig met de eigenschappen van het ras. Die eigenschappen kun je vaak door veredeling verbeteren. Een volksgeest heeft te maken met een gemeenschap. Zolang die gemeenschap maar goed en steeds beter kan functioneren, gaat het hem niet erom waar de onderdelen vandaan komen, maar wel hoe ze samen als gemeenschap functioneren.

*  Als men iemand in een leven iets heeft aangedaan en deze persoon gaat over, krijg je dan de kans in een volgende incarnatie deze fout bij die persoon te herstellen?

Dat kan ik u helaas niet verzekeren. Het komt wel eens voor maar zeer zeldzaam. Dat is goed te begrijpen. Het bewustzijn van u en van degene die wat werd aangedaan, kan heel verschillend zijn. Dat wil zeggen, dat men in geheel verschillende streken van de wereld en op geheel verschillende tijden incarneert. Dan is het herstel natuurlijk niet mogelijk. Dan kan het ook zijn dat u beiden in de sferen misschien zoveel heeft geleerd dat hetgeen werd aangedaan eigenlijk heel iets anders is gewor­den. Laat mij het zo zeggen: U heeft iemand een klap op zijn hoofd gegeven, daardoor werd hij bewusteloos. Maar door bewusteloos te vallen kon hij niet worden getroffen door een projectiel dat langs suisde. Nu is hij nijdig omdat u hem een buil heeft geslagen. U voelt zich schuldig omdat u hem die klap niet had mogen geven. Maar zodra u aan de andere kant komt, beseft u dat die klap op dat ogenblik wel niet goed was voor u, maar voor hem eigenlijk het redden van zijn leven betekende. Hij zal u dus dankbaar zijn voor de klap en u hoogstens nog eens een klap teruggeven, als hij u daarmee kan redden wanneer hij al in de buurt is om die klap te geven op het moment dat u gered zoudt kunnen worden. Een heel oud gezegde van een schoolmeester uit een tijd dat we nog heel anders dachten over onderricht, was als volgt. “Enige slagen te juister tijd aangebracht bij de aanzet van de stuit, kunnen de werkingen der hersenen aanmerkelijk bevorderen.”

*  Zijn er in een leven ook ingrijpende dingen die je niet kunt kiezen, maar die wel vastliggen?

Er zijn in het leven van elke mens wel knooppunten waaraan je niets kunt veranderen. Je bent namelijk deel van de mensheid. Je bent in meer of mindere mate georiënteerd door een deel van de mensheid. Dat wil zeg­gen, dat de mensheid mede beïnvloed door kosmische krachten, geleid door entiteiten enz. enz. op een gegeven ogenblik komt tot veranderingen of conflicten waar u bij betrokken wordt omdat u leeft in die tijd en in die mensheid. Het heeft dus niets met karma te maken en het heeft ook niets te maken met verdiensten of schuld. Het betekent gewoon dat u als deel van de mensheid ook nog betrokken bent in de totale ontwikkeling van de mensheid (die meer omvat dan de mensen die op aarde leven) en als zodanig altijd een moment zult ontmoeten waarin uw vrijheid van keuze zozeer wordt beperkt door het totale lot van de mensheid, dat u slechts een of twee beslissingsmogelijkheden heeft en dus niet meer alle kanten uit kunt. Dan is uw conditionering op aarde dus vaak van groot belang voor de keuze die u zult doen. U bent dus eigenlijk zelf niet verantwoordelijk voor de manier waarop u reageert binnen het kader van zo’n knooppunt, zo’n reeks kosmisch en uit de totale mensheid vastgelegde gebeurtenissen rond de ontwikkeling.

*  Ik denk hier eigenlijk aan een lichamelijk niet volwaardig kind.

Ik denk niet dat je kunt zeggen. Dat is iets waarmee je helemaal niets te maken hebt. Je kunt ook niet zeggen: het is mijn schuld. Je kunt alleen zeggen: ik ben geconfronteerd met dit probleem dat ik moet oplossen naar mijn beste weten. Ik moet dus zelf mijn keuze maken. Dat het kind onvolwaardig is, zult u misschien zelf niet of niet be­wust kunnen bepalen. Het kan voortvloeien uit omstandigheden waarvan u niets afweet. Dat het kind incarneert in dit voertuig, kan een bewuste keuze zijn. Het kan ook een verkeerde keuze van een geest zijn geweest. Dat weet u niet. Voor u is er dus niet de mogelijkheid om dit te veranderen.

De vraag wordt een geheel andere op het ogenblik dat u tevoren weet, dat u een onvolwaardig kind ter wereld kunt brengen. En dan is het uw beslissing of u het wel doet of niet. Dan heeft u wel invloed en als zodanig is het uw vrije keuze. Heeft u die mogelijkheid tevoren niet, dan moet u zeggen: ja, dan is het een noodlot waaraan ik persoonlijk niet veel kan doen. Het is geen kwestie dat van buitenaf wordt be­paald. Alleen, ik heb niet het bewustzijn waardoor ik invloed kan uit­oefenen. Dat betekent, dat ik moet roeien met de riemen die ik heb en dat ik zo goed mogelijk vanuit mijzelf en volgens mijn weten en persoon­lijkheid moet reageren op dit feit dat mij heeft verrast, dat ik niet had verwacht. Het is wat bitter om het zo te zeggen, maar het is wel waar. Je kunt n.l. niet zeggen: het is uw schuld of het is uw schuld niet. Je kunt zeker niet zeggen: het is een straf voor het verleden. Je kunt alleen zeggen: er zijn invloeden die ik, indien ik meer bewust zou zijn, wel zou kennen maar die ik nu niet ken. Ze vloeien misschien voort uit mijn vroegere beslissingen of uit omstandigheden die ik helemaal niet kan bepalen. Dat weet ik niet, dus moet ik leven met hetgeen er is en op grond daarvan mijn eigen standpunt bepalen. Dat is het enige dat ik hier kan zeggen.

*  Als iemand mismaakt is en weet dat eventueel het kind ook mis­maakt zal worden toch besluit tot een abortus, ofschoon ze geen moord op haar geweten wil hebben, wat gaat er met de entiteit gebeuren?

Als u een huis heeft besproken dat in aanbouw is en het blijkt later dat de aannemer het werk erbij neerlegt, dan heeft u er wel de pee in, maar dan gaat u gauw kijken of u een ander huis vindt. Dat gebeurt met die entiteit ook. Ik kan de mensen wel begrijpen. Zij lopen te schreeuwen over het ongeboren leven dat moet worden beschermd. Er zijn een hoop redenen om dat met een korreltje zout te nemen.

In de eerste plaats: diegenen die zo hard schreeuwen over het on­geboren leven zijn vaak mede verantwoordelijk voor het sterven van mensen die dat ook niet wensen. Zij proberen anderen zelfs de dood in te drijven omdat daarmee een ideaal wordt gediend. Ik meen, dat dit volledig onjuist is.

In de tweede plaats: een entiteit die een voertuig verliest, zeker als dit gebeurt binnen 4 maanden na de bevruchting, is nog niet zodanig verbonden met de wordende vrucht dat het voor de entiteit werkelijk een pijnlijke belevenis is, het is alleen maar een ergernis.

Ten laatste: Als je zeker weet dat het voertuig misvormd zal zijn, dan kun je niet met zekerheid zeggen dat de entiteit juist daarom dit voertuig heeft gekozen. Mag je dan de verantwoordelijkheid aanvaarden voor het ongeluk, de ellende, het verloren gaan misschien van een gehele incarnatie voor een andere entiteit? Ik geloof, dat men die vraag ook eens moet bekijken. Het is toch ook niet zo dat men in een autofabriek zegt: wij hebben een auto gemaakt die weliswaar niet helemaal goed is de remmen deugen niet en er is nog wat anders ook niet in orde, maar we kunnen nu eenmaal een auto niet zo maar weggooien, dus gooi dat ding maar de weg op. Als er dan ongelukken door gebeuren, nu ja, dan is dat Gods wil. Maar wat is nu het verschil tussen een voertuig voor mensen en een voertuig voor de geest? Dat zou ik wel eens willen weten. Er is geen reëel argument tegen. Het enige argument dat men daartegen heeft is de wil van God. Terwijl men in de eerste plaats die wil schijnbaar niet kent. In de tweede plaats: als de heiligheid van het leven op duizend manieren veel erger wordt overtreden dan in dit geval. Ten laatste zou ik ook de vraag willen stellen. Wie het recht heeft om anderen te veroordelen tot het dragen van een vrucht die zijzelf niet wensen? Ik zou wat dat betreft de wat spitse redenering van onze vriend Henri willen volgen, die in zo’n geval eens heeft gezegd:

“Zolang, het kind niet is geboren, heeft het menselijk gezien geen zelfstandig bestaan. Het is deel van het lichaam van de moeder en is voor zijn bestaan van dat lichaam afhankelijk. Als zodanig is het deel van de moederlijke lichamelijkheid en heeft de moeder over haar lichaam, inclusief het kind, volgens mij alle beslissingsrecht, omdat je anders de mensen het recht moet ontzeggen te beslissen over hun eigen lichaam.”

Ik ben het daar volkomen mee eens. Ik ben blij dat ik dadelijk terugkeer in de geest om mij zo aan de banvloek van bepaalde intense gelovigen te kunnen onttrekken. Ik zie de feiten. De feiten die zij kennelijk voorbij gaan, omdat het veel gemakkelijker is anderen te belasten in de naam van God dan na te denken over de verantwoordelijkheid die een ieder op zich neemt die een kind voortbrengt. Omdat een ieder daarom zelf zal moeten nagaan of hij deze verantwoordelijkheid ook kan dragen.

*  In hoeverre kun je zeker zijn over de juistheid van je keuze, als je een beslissing moet nemen?

Over zekerheid beschik je niet op het moment van keuze, omdat het anders geen keuze meer zou zijn. Met andere woorden: Bij elke keuze die je doet, veroorzaak je gevolgen die op zichzelf duidelijk maken in hoeverre je keuze een juiste is geweest en waardoor verdere keuzen dus be­wuster kunnen worden gemaakt. Dat is een leerproces.

Het is opvallend, dat we eigenlijk erg veel hebben gesproken over incarnatie en karma en dat de ontvluchting er maar zijdelings bij te pas is gekomen. Dat kan ik ook wel begrijpen, omdat de meeste mensen aan al­lerlei dingen ontvluchten en in de meeste gevallen ook aan de verantwoor­delijkheid die ze hebben. Als een mens zichzelf een beetje kent, weet wat hij is, wat hij kan, dan zal hij ook begrijpen dat elke beslissing die hij neemt een verantwoordelijkheid inhoudt. Je zult dan moeten uitmaken in hoeverre je die verantwoordelijkheid kunt dragen en of er andere keuzemogelijkheden zijn waardoor je die verantwoordelijkheid misschien kunt verminderen. Maar je kunt je niet beroepen op een noodlot uit het verleden, karma. Het is karmisch vastgelegd dat ik dit of dat zal doen: of: dat mij dit of dat zal overkomen. Dat is gewoon wegvluchten voor de feiten. Op dezelfde manier vlucht je weg voor de feiten als je zegt: dit is zwaar te dragen, maar het is de wil Gods. Als het zwaar te dragen is, dan moet je je afvragen, waarom? Want de oorzaak van die emotie moet ook in jezelf schuilen. Als je die erkent, kun je een stap verder gaan. Maar door de Heer te gebruiken als een schild en verantwoordelijk voor alle dingen waarmee je geen raad weet ontvlucht je feitelijk aan de noodzaak tot bewustwording, probeer je erkenningen te verdringen in je persoonlijkheid.

Het is heel gemakkelijk uit te roepen: dat staat in de Tien Geboden! Als elke mens zich werkelijk aan de Tien Geboden zou houden, dan zou hij waarschijnlijk in een paradijs leven, maar dat betekent dat er heel veel dingen niet zouden bestaan die op dat ogenblik het aanzien vormen van de groten der aarde. Laten we eerlijk zijn: men houdt zich wel aan de Tien Geboden, maar alleen als men daardoor zelf niet wordt benadeeld.

“Gij zult niet doodslaan.” Soldaten voorwaarts in de strijd. Bevrijdt het vaderland!”

“Gij zult niet stelen.” Maar gezien het feit, dat wij een groot tekort in onze schatkist hebben, is het helaas noodzakelijk om het privé-bezit en het privé-inkomen van onze onderdanen verder te belasten. Dat is ook diefstal: aantasting van datgene wat een ander eigen is en dat hem toekomt. Men zegt: dat is een sociaal systeem. Goed, maar dan is de maatschappij en het systeem gebouwd op een ontkenning van de be­tekenis van de Tien Geboden.

“Eert uw vader en uw moeder.” Ja, het wordt hoog tijd dat wij weer een tehuis voor ouden van dagen gaan bouwen. Is dat eren? Ouders onderbrengen in een aparte soort gemeenschap waar ze goed verzorgd en gevoerd worden en voor de rest hun grote snavel maar dicht hebben te houden, zodat ze de kinderen niet kunnen ergeren met hun wijsheid. Zo zijn er meer voorbeelden.

Ik zou de hele Tien Geboden voor u kunnen ontrafelen en dan blijkt dat ze alleen naar een dooddoener zijn. Weer een poging om je te onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor je eigen daden en je eigen beslis­singen. Het zoeken naar een leidsnoer dat niet voor jou geldt als een onomstootbare en onaantastbare waarheid, maar dat je de mogelijkheid geeft om anderen met krachten hoger dan die van jezelf kunt dwingen in een richting, die voor jou op het ogenblik aangenaam is. Laten we het goed begrijpen. In de maatschappij bent u heel vaak op de vlucht. ‘Ja, de overheid zou moeten ingrijpen’. Potverdorie, kun je het zelf niet? Waarom probeer je het zelf niet? ‘De overheid moet toch zorgen dat er een sociaal centrum komt’. Doe botje bij botje en bouw desnoods een hut van oude blikken en flessen. Ga daar in zitten en word sociaal, dan kont het centrum vanzelf wel. Dat zijn nu de dingen waaraan men voorbij gaat.

Wanneer men in dit leven komt, dan zegt men: het is mijn noodlot, ik kan niet anders. Dit is door karma voorbestemd. Of: wij zijn door de Heer voor elkander bestemd, hoor je verliefden soms fluisteren. Als je ziet wat daar later van terechtkomt, dan vragen we ons soms af, of het niet de tegenpartij is geweest die het gedaan heeft. Waarom die anderen erbij halen? Waarom te doen of je niet zelf vrijelijk daarin kunt beslissen? Als je erkent, dat je jezelf bindt door bepaal­de voorstellingen, hartstochten, denkbeelden, gevoelens. Best, maar er­ken het, dan kun je nog altijd dezelfde beslissing nemen. Beroep je niet op het andere. Dat is iets waar we eigenlijk veel te weinig over hebben gezegd. Daarom wilde ik dat nog in het bijzonder naar voren brengen.