Kennis en oordeel

Kennis is een wonderlijk iets.  Een mens, die kennis bezit, heeft daarmee een machtsinstrument, dat hij tegen anderen kan gebruiken, of ten bate van anderen.

Kennis maakt het ons mogelijk met inzicht omtrent de gevolgen ons milieu te beheersen.  Kennis stelt ons ook in staat vele oude geheimen te maken tot deel van het redelijke en dagelijkse bestaan.  Zeker is de kennis van ons mensen de laatste tijd sterk gegroeid in materieel opzicht.

Wanneer wij denken aan het vele, wat vroeger onder de geheimen werd gerekend – zoals geneeskunde, astronomie, techniek – en wij zien, wat hieromtrent op het ogenblik het gemiddelde weten van ons is, dan mogen wij stellen, dat de kennis materieel met zeer grote schreden vooruit is gegaan.

Wat de geestelijke kennis betreft: ook deze is aanmerkelijk gestegen, wanneer wij bij de beoordeling alleen op het gemiddelde van de massa afgaan.

Toch wil ik erop wijzen, dat de grote werkelijke kennis van het innerlijke en geestelijke bestaan aanmerkelijk minder frequent voorkomt en minder hoge toppen bereikt in deze dagen dan in het verleden het geval was.

Kennis is voor ons in de eerste plaats een machtsmiddel.  Het betekent, dat wij van een voor ons vaststaande basis en een vast standpunt de wereld benaderen.  Wij komen er dan snel toe – op grond van onze kennis – een oordeel over anderen uit te spreken.

Ik kan heel goed begrijpen dat iedereen een oordeel heeft.  Zonder oordelen kan een mens haast niet bestaan.  Het is immers steeds weer noodzakelijk voor onszelf uit te maken, wat goed en wat kwaad is.

Verder moeten wij uit weten te vinden, wat voor ons in ons leven belangrijk en wat onbelangrijk is.  Wij begrijpen heel goed, dat alleen een voortdurend oordelen over het voor ons al dan niet juiste handelen ons verder kan voeren op het pad van bewustwording.  Het oordeel als zodanig hangt sterk met de aanwezige kennis of onkunde samen.

Naarmate je meer verstand hebt vergaard, zul je ook beter begrip hebben voor en inzicht weten te verwerven in zaken rond je.  In ieder geval zul je dan zuiverder kunnen beoordelen, welke mogelijkheden daarin voor jezelf schuilen.

Aan de andere kant – en dat mogen wij nooit vergeten – is een beetje kennis vaak gevaarlijk.  Wanneer wij iets weten over een bepaald onderwerp, zijn wij maar al te zeer geneigd te zeggen: “Ik weet voldoende; meer is niet noodzakelijk voor mij….  Wij menen op grond van de enkele feiten, die ons bekend zijn, in staat te zijn ook over het vele, wat wij niet begrijpen, te oordelen en zelfs anderen te zeggen, wat er moet gebeuren”.   Dat dit zeker niet waar kan zijn, zal wel duidelijk zijn.

Laat mij een voorbeeld te illustratie geven: Er is een professor.  Hij is een ware geleerde.  Alles, wat maar samenhangt met filosofie en wijsbegeerte, weet hij.  Wanneer deze goede man moet gaan spreken over hedendaagse domotica in de woningbouw, kunt je ervan verzekerd zijn, dat zelfs Dik Trom een minder fortuinlijk bokkenschieter zal zijn geweest, dan de hooggeleerde heer.  Dit is niet verwonderlijk.  De professor weet van domotica in woningbouw weinig of niets. Zijn kennis is hoofdzakelijk tot zijn eigen vak beperkt.  Nu menen dergelijke mensen vaak – dat wordt steeds weer ondervonden – dat zij,  gezien hun kennis op één enkel punt der wetenschap, tevens gerechtigd zijn tot oordelen op alle andere punten.  Deze beoordelingen zijn zeker niet zonder gevaren, dit is dan ook niet zonder meer aanvaardbaar.

Wanneer iemand zich een oordeel aanmatigt aan de hand van vaststaande regels of wetten, kunnen wij dit als een benadering beschouwen, waarbij wij ons als leken neer moeten leggen.  Wanneer iemand een oordeel gaat uitspreken over iets, waarvan hij geen flauw begrip heeft en dit zelfs pleegt te doen, zonder dat er voor hem een werkelijke noodzaak tot oordelen bestaat, wordt het voor ons wel een wat wonderlijke en onbetrouwbare geschiedenis.  Toch komt die wonderlijke neiging tot onbevoegd oordelen in het dagelijkse leven steeds weer voor.

Dit als inleiding.

Het oordeel dat voor de mens het meest belangrijk is en ook het meest gevaarlijk kan zijn, vinden we niet in wetenschap, politiek of godsdienst, maar in de wijze waarop de mens meent te mogen oordelen over anderen. Ik zal trachten aan te tonen, dat juist deze beoordeling in vele gevallen onrechtvaardig of onjuist is.

Wij hebben een zekere kennis.  Wij weten enigszins hoe de maatschappij in elkaar zit.  Wij weten dus ook wel welke regels over het algemeen als goed aanvaard worden.  Een medemens kan die regels anders interpreteren.

Dan begint onmiddellijk de beoordeling en wordt tot een veroordeling.

“Wat? Geloof je niet, dat wij de enige waarheid hebben?  Pas op vriend, dan ben je verdoemd.  Dan deug je niet”.  Op zijn minst ben je volgens het oordeel dan een arme mens aan wie alle genade onthouden is.

“Wat zegt u? Meent u, dat deze regel der beleefdheid geen zin heeft?  Mijnheer, mevrouw, u bent slecht opgevoed.  U bent onbeschoft en onbillijk.  Hoe komt u ertoe, hoe vindt u de euvele moed in te gaan tegen een regel, die wij allen erkennen?”

Hoe vaak horen wij een dergelijk oordeel niet uitspreken in meer gematigde termen.

“Wat wilt u?  Wilt u mij met mijn academische opleiding vertellen, dat dit niet juist is?  Ik heb mijn diploma’s.  U heeft er geen. Ik zeg alleen, nog maar: foei”.

Hoe vaak komt dit niet voor?  Weet u, hoe dit komt?  Men verwart eenvoudigweg beperkte kennis en weten met waarheid en recht.  Kennis is betrekkelijk, zoals binnen de Schepping alle dingen betrekkelijk zijn.  U kunt veel weten op onverschillig welk terrein, u kunt veel begrijpen, maar wanneer u eerlijk bent, zult u steeds weer toe moeten geven, dat uw begrip en kennis niet meer zijn dan een speldenknop in een zee van feiten.

De neiging om alleen vanuit eigen standpunt en zonder voldoende feitelijke kennis te oordelen, zet zich overal voort.  Een automobilist rijdt door de stad.  Hij rijdt veel te snel.  Aan alle kanten kunnen wij het oordeel horen: Kijk eens, wat een wegpiraat! Wat een verkeersmisdadiger….

Dat die man misschien op weg is naar een ziekenhuis is de hoop nog de laatste woorden van zijn vrouw te horen, weet u niet; maar u oordeelt.

Zeker, de regels van het verkeer zeggen dat geen snelheid mag worden gebruikt, die gevaarlijk is voor anderen.  Indien de wet op grond van de daarin vastgelegde regels wordt gebruikt om deze man te bestraffen, kan men daar geen bezwaar tegen hebben, maar zelf mag men niet oordelen.  Men weet niet genoeg van de mogelijke aanleiding.

Er zijn veel mensen die een kennis bezitten die hen heilig is.  Iemand heeft vanaf zijn jeugd tot zijn dertigste jaar voortdurend gestudeerd.  Hij heeft zich gewijd aan een bepaalde tak van de wetenschap, bv. medicijnen of wat anders.  Uiteindelijk heeft hij het recht verworven de voor hem belangrijke letters dr. voor zijn naam te zetten.  De tijd gaat verder.  Er vinden steeds nieuwe ontwikkeling plaats, steeds nieuwe feiten komen op de voorgrond.  Er worden nieuwe ontdekkingen gedaan, maar deze komen nu eens van iemand, die onze vriend een leek noemt, omdat hij immers niet dezelfde opleiding heeft gehad.  Dan is men al snel geneigd nieuwe krachten, feiten en ontdekkingen te verwerpen,

De achtergrond is dan maar al te vaak: met veel moeite en kosten heb ik mijn gezag en kennis verworven.  Daar moet iedereen van af blijven.  Men noemt dan de andere een sukkel, een oplichter, of bedrieger, een dwaas.  Een oordeel dus dat maar al te vaak wordt geveld, zonder de feiten werkelijk onder ogen te zien.

Laat ons vooral niet denken dat een dergelijk vooroordeel alleen geldt tegen kleine en onbelangrijke mensen, dat deze wijze van reageren alleen voorkomt, wanneer het om minder belangrijke dingen gaat.

Denk eens aan het oordeel, dat jarenlang door vele dokters gesproken werd over Pasteur.

Denk een aan de moeilijkheden die de “geleerden” Edison in de weg trachtten te leggen.

Menige belangrijke ontdekker werd in werk en persoonlijkheid aangevallen, toen hij zijn ontdekkingen en stellingen aan de wereld voorlegde.

Dit vergeet men nu liefst, want de stellingen en feiten behoren tot de hedendaagse wetenschap.  Vele van de stellingen, die tot verdachtmakingen enz. aanleiding gaven, behoren nu tot de dingen, die men ook kent, zelfs wanneer men geen hogere opleiding gevolgd heeft.

Elk oordeel dat op grond van eigen weten, geloof en kennis wordt uitgesproken over anderen, terwijl bij interpretatie alleen wordt uitgegaan van eigen woordinhouden, zal een onjuist oordeel zijn.

De oordelen en de maatregelen, die op grond van het zo ervaren worden genomen, zijn dus misleidend en verwarrend.  In de plaats van het oordeel zou het voor de wereld beter zijn dat er begrip geplaatst werd.  Oordelen brengt ons nooit verder, tenzij wij over onszelf oordelen.  Elk oordeel, ten goede of ten kwade, kan ons leiden tot een verdere verwijdering van het einddoel.

Alleen het vergaren van begrip voor anderen, aan de hand van de in ons bestaande mogelijkheden en kennis, zal ons brengen tot een steeds verdere uitbreiding van zowel kennis als begrip.   Dit kan ons een groter begrip van de werkelijke eenheid der wereld geven.

Het is niet voor niets, dat in praktisch elke inwijdingsleer een ogenblik komt dat de mens, die naar inwijding zoekt, moet sterven, ook al is die dood alleen symbolisch.  De mens moet afstand leren doen van alles; van zijn kennis, van zijn weten, zijn oordeel en meningen; hij moet al datgene weten te verliezen, wat hij was en worden tot een nieuwe mens, voor hij verder kan gaan.  Het oordelen wordt met deze hergeboorte voor hem onmogelijk.  Wel heeft hij in zichzelf de noodzaak tot het verwerven van verdere kennis en begrip geschapen.  Vergeleken bij het verleden zijn zelfs de esoterische en geheimscholen van deze tijd tam en materialistisch.

Wat vroeger gold, geldt nu nog.  Om werkelijk geestelijk verder te komen, moet je je in de eerste plaats het oordeel over anderen ontzeggen.  Je moogt niet meer oordelen, maar moet steeds trachten te begrijpen.

Op het ogenblik, dat je – ongeacht om welke reden – een oordeel uitspreekt over een ander mens, instelling, of toestand en dit oordeel niet meer kunt zien als alleen bepalend voor je eigen houding, doch het beschouwt als een bepaling in waarheid t.o.v. de ander, maak je een fout.

Wanneer twee mensen dezelfde beleving – of gedachte – moeten uitdrukken, kiezen zij daarvoor al andere woorden.  Wanneer twee mensen over hetzelfde spreken, kunnen zij nog elkaar misverstaan.  Wanneer twee mensen voor zich  dezelfde consequentie trekken uit een feit, kunnen zij als gevolg hiervan nog tot totaal andere handelingen komen.

Wanneer je dit begrijpt, zal je het oordeel verwerpen.  Dan besef je dat het juist is te zeggen: “Ik mag geen oordeel vellen, indien ik wil voorkomen, dat door de fouten, die in dit oordeel schuilen, ook over mij een oordeel geveld zal worden, echter door grotere krachten en aan de hand van ware en onveranderlijke wetten.

Evenzeer wordt dan duidelijk dat BEGRIP voor ons een noodzaak is.  En begrip kan alleen gebaseerd worden op kennis en feiten.  Pas wanneer je werkelijk alle achtergronden van de dingen kent en je persoonlijkheid kunt uitschakelen, is het mogelijk hun betekenis voor jezelf en mogelijk zelfs voor anderen geheel te definiëren.

Dan eerst kun je weten, wat die dingen voor je betekenen en aan de hand daarvan volgens de wetten en mogelijkheden van de kosmos ook bewust stellen, welke wegen je wilt gaan.

De dingen die in je leven, de bekwaamheden, die je bezit, zullen je vaak tot een oordeel dwingen.  Dit oordeel betekent nog niet, dat een andere benaderingswijze van hetzelfde probleem niet even goed, of beter kan zijn. Het houdt slechts in, dat je op het ogenblik tot geen andere benadering geneigd, of in staat bent.  Indien je hieraan voortdurend aandacht blijft schenken en zo jezelf ervoor behoedt te veel over anderen te oordelen, of zelfs hen te veroordelen, ja, zelfs jezelf ervan weet te weerhouden om je oordeel over de waarden van onze wereld en ons leven te zien als onveranderlijk, dan zul je hierdoor in de eerste plaats je kennis aanmerkelijk vergroten.  Zo zul je immers steeds een open oog kunnen behouden voor alles, wat afwijkt van je eigen ervaringen, stellingen en meningen!

Vervolgens zul je hierdoor zelf een werkelijk en steeds meer bewust levend deel van de levende kosmos zijn en niet alleen maar een stagnerend bewustzijn in menselijke vorm, dat gestrand is in een wereld, die verder gaat en daardoor deze menselijke vorm en inhoud steeds meer achterlaat.

Ieder heeft recht op zijn eigen voorkeur, zijn eigen inzichten en ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen handelingen en daden.  Maar niemand heeft het recht een ander te beoordelen en te veroordelen, tenzij in directe betrekking tot eigen leven en wezen en zelfs dan alleen nog maar, zoverre dit de consequenties voor het ik, eigen handelingen enz. betreft.