Kijkt naar de wereld.

uit de cursus ‘Het vinden van innerlijke rust’ (hoofdstuk 4 ) – januari 1981

Kijkt naar de wereld

Als je hebt geprobeerd in jezelf te kijken en jezelf te vinden, dan komt er een ogenblik dat je de relatie moet vaststellen tussen jezelf en de wereld. Nu is de wereld iets dat zoveel verschillende interpretaties toelaat dat het erg moeilijk is de feiten wat meer objectief te benaderen. Mensen denken dat je objectief kunt kijken. Dat is niet waar. Er zijn echter enkele regels waarmee je, als je naar de wereld kijkt, toch wat gemakkelijker alles wat er in de wereld bestaat, verwerkt. Om te beginnen moet u rekening houden met een paar regels;

  1. Wat is geweest is een feit. Feiten hunnen we niet verande­ren. Het heeft geen zin te wenen over feiten of je daarover te verheugen als je geen rekening houdt met vandaag.
  2. De beoordeling van de wereld vanuit ons standpunt wordt niet door de wereld maar door onszelf bepaald.
  3. Alle krachten die werkzaam zijn in de wereld benoemen we zelf. Daarom kunnen wij demonen tot engelen en engelen tot demo­nen benoemen. Het is beter geen kwaliteit toe te kennen aan de krachten, maar ze alleen gade te slaan. Dit is nogal belangrijk, omdat de hele wereld maya is, begooche­ling, een spinsel van de godin van de waan. Aan de andere kant is de wereld voor ons werkelijk. Wij kunnen ons aan de werkelijkheid van de we­reld en aan de feiten die daarin plaatsvinden niet onttrekken.

Per slot van rekening kunt u wel zeggen dat het waan is, als er een kilogewicht op uw voet valt, maar ik vermoed dat uw zenuwstelsel toch tegen een dergelijke interpretatie zal protesteren en zeer waarschijnlijk ook uw mond met zeer onverdraagzame uitroepen. Dus moeten we beseffen: waan is betrekkelijk. Wij weten nooit precies de waarheid. Het enige dat we wel weten is de betekenis die iets voor ons heeft.

Als wij dan naar de wereld kijken, dan moeten we kijken naar de moge­lijke betekenis van al datgene wat we in die wereld constateren. Alles waarbij wij niet direct betrokken zijn, zo vreemd als het moge klinken, moeten we dan maar even terzijde zetten. Er zijn mensen die zich ontzettend ergeren aan allerlei dingen.

Er zijn mensen die voortdurend lopen te mopperen dat er seksshops zijn. Nou, als je er niet naartoe gaat, ja hebt zoiets niet nodig, dan kijk je er toch niet naar. Daarmee heb je niet direct iets te maken. Pas op het ogenblik dat via de reactie van andere mensen een dergelijk aspect van het leven invloed krijgt op u en uw direct leven, kunt u enige beoorde­ling uitspreken die zin heeft. Want men leeft uit idealen, uit denk­beelden. De werkelijkheid is niet zoals men zegt.

Wij kunnen zeggen dat we allen zeer liberaal zijn ingesteld. Natuurlijk, zolang een ander onze zin doet. Wij kunnen uitroepen dat God met ons allen is. Ja, maar Hij vergeet ons juist op het ogenblik dat een roetje op de trap los is. Het zijn alle­maal mooie kreten. Wij kunnen zeggen wat God wil en wat de mensheid wil en wat humaan is en wat niet humaan is. Maar dat is gewoon een manier van denken; dat is geen feit. Aan de denkwijzen die ons wezen beheersen, kunnen wij ons niet onttrekken, dat hebben wij trouwens al een keer geconstateerd. Maar waar we ons wel aan kunnen onttrekken, is aan het voortdurend projecteren van ons persoonlijk beeld van hetgeen wij moeten zijn op de hele wereld. De wereld krijgt pas betekenis, als ze anders is als wij zijn.

Vrij zijn is een kwestie van innerlijk de vrijheid vinden om te zijn en te doen wat voor ons mogelijk is en gelijktijdig een erkenning van de beperkingen die er in de wereld voor ons bestaan. Maar als dat zo is, zal de vrijheid voor elke mens anders zijn. En als dat zo is, dan hebben we dus ook geen recht om een oordeel te spreken over het vrij zijn of niet vrij zijn van anderen. Dat klinkt een beetje cru en in deze bemoei­zuchtige tijd waarschijnlijk zelfs wat asociaal. Ik weet het: tegenwoor­dig is alles asociaal wat zich niet bij voorkeur bezighoudt met anderen, hoe verder weg hoe liever, en voor de rest zich eigenlijk maar terzijde schuift in de hoop dat de eigen belangen niet te zeer worden aangetast.

Als je kijkt naar de wereld, dan moet je zoveel mogelijk feiten zien en niet een oordeel geven. Maar als ik naar de wereld kijk, zie ik daar­in niet alleen maar feiten. Ik zie daarachter bepaalde invloeden of krachten.

Wanneer de aarde beeft, dan zeg je niet. De aarde heeft jeuk. Dan kun je zeggen dat is “an act of God”, het is iets wat God heeft ge­daan. Of je kunt gaan redeneren dat er zoveel spanningen zijn in de ver­schillende drijvende schotsen van de continenten etc. Die verklaring veran­dert echter niets aan de beving. Als we de kracht kennen, heeft ze voor ons alleen betekenis, indien we met die kracht kunnen werken. Dan blijkt dat er heel wat krachten zijn waarmee we zouden kunnen werken, indien ze op ons persoonlijk van toepassing zijn.

Kijken naar de wereld is niet een vaste norm voor het geheel hanteren. Kijken naar de wereld is juist jezelf herkennen in de wereld waar dat mogelijk is. Al datgene wat voor jou belangrijk is voorlopig maar langs je heen laten gaan en dan proberen goed te antwoorden op al die zaken in de wereld die je beroeren.

Ik weet het, dan kom je al heel gauw in conflict met alle moderne denkwijzen. Maar als je innerlijke rust nodig hebt (die heeft de mens nodig in deze tijd anders gaat hij eronderdoor), dan weet hij niet meer wat hij met de wereld en met zichzelf moet beginnen, dan zul je voor die innerlijke rust iets moeten doen.

In de eerste plaats. Wat je moet doen in je relatie met de buitenwe­reld, is zoeken naar de bevestiging van datgene wat er in je bestaat niet als denkbeeld maar als direct feit of mogelijkheid.

In de tweede plaats bezit u als mens bepaalde geestelijke krachten. U heeft astrale krachten om u heen. U heeft uw eigen uitstraling. Die re­ageert ook op de wereld. U kunt echter die werking nooit rationeel verant­woorden, het is altijd onredelijk, irrationeel De onredelijke gevoelens kun­nen daarom niet dienen om een postulaat te maken t.a.v. de toekomst. Wij kunnen die gevoelens alleen op dit ogenblik ervaren en verwerken.

En wat op dit ogenblik onze waarheid is, is datgene waarmee we op dit moment leven. Maar dan moeten we ook beseffen dat dit zonder meer kan veranderen.

Het is altijd zo gemakkelijk te zeggen Een mens moet trouw zijn aan zichzelf. Dat betekent dus, dat als je op 4-jarige leeftijd hebt gekozen voor het kauwen van zoethout, dat je volgens sommige mensen op je 75e jaar daar nog mee moet doorgaan. 0 neen, dat is krankzinnig, want sma­ken kunnen veranderen. Smaken veranderen, maar betekenissen veranderen ook in de wereld en in uzelf. U moet altijd weer inspelen op de mogelijk­heden die de wereld u biedt en op de zekerheden van het ogenblik die er in u bestaan. Als u dat doet, dan is er ook wel iets dat niet zinvol en redelijk is vanuit menselijk standpunt dat daarin een rol speelt.

Er zijn mensen die zeggen; Wij moeten de seksen streng gescheiden houden. Anderen zeggen; Wij moeten ze eerst bij elkaar brengen en dan scheiden. Dat zeggen dan de advocaten.

Er zijn er ook die zeggen. Op het ene ogenblik kunnen ze voor el­kaar betekenis hebben, maar op het volgende ogenblik niet. Wat vandaag goed en voor mij zelfs kracht betekent en een soort innerlijke verlich­ting en vernieuwing, dat kan morgen wel het tegendeel zijn. Dan moet ik vandaag leven niet wat ik vandaag ben, wat ik vandaag kan. Als je daar­mee begint, dan zal de rust als vanzelf groter worden

Een groot gedeelte van de onrust die in een mens ontstaat, wordt eigenlijk geboren uit het gevoel van niet te voldoen aan de eisen of te kort te zijn geschoten of onrecht te moeten ervaren. Maar wij kunnen niet tekortschieten, als we onszelf zijn. Als wij beantwoorden aan dat­gene wat wij in ons steeds erkennen en dan ook niet erover nadenken of het wel of niet gevolgen heeft, maar de gevolgen gewoon a.h.w. incal­culeren en zeggen; zo is het nu, dan hebben we al veel meer rust. Dan staan we niet voortdurend in twijfel met allerlei speculaties over wat had kunnen zijn en wat zou moeten zijn en wat mogelijk zou zijn in de toekomst, indien wij dergelijke onzekerheden vermijden, betekent dat je innerlijk evenwicht sterker wordt.

Dan zijn er heel veel mensen die zeggen, Ik heb dat nu wel gedaan, maar “maar” moet je nooit zeggen in dergelijke gevallen. Ik heb het gedaan. Punt. Wat is mijn ogenblikkelijke ervaring, wat is mijn ogen­blikkelijk aanvoelen? Op grond daarvan ga ik verder.

Dan heb je ook nog de mensen die zichzelf voortdurend voorhouden dat ze het anders hadden moeten doen. 0, als u wist hoeveel er daarvan rondlopen. Een van de meest voorkomende gezegden is: Ja, toen had ik eigenlijk tegen hem of haar dat en dat moeten zeggen. Want alle snedige, gevatte en goede antwoorden komen meestal pas op nadat je je ongelijk hebt gekregen van een ander. Onthoud dit: Als ik iets heb gezegd, dan heb ik het gezegd. Ik kan dat niet terugnemen. Dan kan ik wel zeggen, dat ik het anders had moeten zeggen of doen, maar ik weet ook niet wat het dan precies zou hebben uitgewerkt.

Ik zit in een bepaalde sequentie van gebeurtenissen die is voort­gekomen uit het verleden. Mijn relatie met de wereld wordt door dat ver­leden bepaald. Niet zoals ik het zou willen of zoals het zou kunnen zijn, maar zoals het gegroeid is in een oorzaak en gevolgverhouding uit het verleden naar het punt waarop ik mij nu bevind. Terugdenken heeft dus geen zin. Ik kan nooit werkelijk een fout maken in het verleden t.a.v. het verloop van mijn leven. Ik kan het wel doen t.a.v. mijn gevoelswereld en van een aantal idealen of veronderstellingen, maar nooit t.a.v. feiten.

Als we tijd over hebben, kunnen we rustig gaan mediteren. Dan kunnen we nagaan wat er anders had moeten zijn. Maar op het ogenblik zelf is het belangrijk, dat we de situatie zoals ze bestaat zonder meer aanvaarden en daarop reageren. Onze relatie met de wereld komt dan toch dichter bij een mate van objectiviteit. Zolang mensen uitgaan van veronderstellin­gen en op basis daarvan handelen en niet op grond van bestaande feiten, zullen ze altijd in conflict komen met verdere ontwikkelingen. Op het ogenblik echter dat we uitgaan van de feiten, ongeacht onze verdere instelling en eerst vanuit die feiten reageren, zullen wij niet die onzekerheden kennen, en in veel mindere mate de frustraties en teleurstel­lingen ondergaan die anders zo rijkelijk ons deel worden.

Innerlijke rust is niet alleen maar een kwestie van neerzitten in verzinking. Innerlijke rust is een toestand waarin men zich niet in conflict bevindt met de wereld. Daarom is kijken naar de wereld zo erg belangrijk.

Wanneer u kijkt naar de wereld, dan kunt u zeggen dat het op het ogenblik eigenlijk maar vervelend weer is. In Nederland de meest voor­komende topic of the day. Daar praat iedereen over. Dat is wel waar, maar stel u nu voor dat het 40 graden gevroren zou hebben. Hoe moeilijk zou u dan niet komen te zitten met de energievoorziening? U heeft geen reden tot klagen, want voor alles wat er negatief bestaat, bestaat er iets positiefs. Voor ons is het de kunst om in het bezien van de wereld zelf beide mogelijkheden positief en negatief te beseffen, maar te kiezen voor datgene wat vanuit ons standpunt niet positief of negatief is maar direct feitelijk en mogelijk.

Het is natuurlijk prettiger als je iedereen overal de schuld van kunt geven. Wij, collega s onder elkaar vinden voor Nederland Van Agt nog steeds een figuur die zich daarvoor bijzonder goed leent. Maar waar­om? Omdat mensen, gebouwen, voorwerpen, procedés het symbool worden van een situatie.

Wij hebben zelf in ons leven van die symbolen. Voor de een is dat het kapitalisme, voor een tweede het gele gevaar, voor een derde mis­schien de rode stortvloed die zich achter een ijzeren gordijn opbouwt om zich over Europa uit te storten. Dat is natuurlijk allemaal wel mo­gelijk, maar waarom zouden we dan alleen kijken naar de negatieve kan­ten? Dat is mijn vraag.

Die symbolen zijn namelijk niet alleen maar de symbolen van wat er in de wereld gebeurt. We zijn wel degelijk symbolen van onze houding tegenover de wereld zoals we die nu ook in onze naaste omgeving, in onze directe contacten en relaties ontmoeten. En dan zie je de wereld een beetje anders. Dan ga je begrijpen dat al die veraf liggende pro­blemen waarmee de wereld bezig is eigenlijk voor jou toch steeds weer worden herleid tot je eigen relatie met de directe wereld waarmee je te maken hebt. En dan kom je als vanzelf tot de erkenning dat de denk­beelden dan misschien erg positief of negatief voor je overkomen, maar dat de manieren waarop je ermee werkt een verontschuldiging voor je zijn om de relatie, zoals die tussen jou en de wereld bestaat, niet te accepteren. Dit is een heel voornaam punt.

Als je de relatie die er tussen jou en de wereld bestaat niet kunt accepteren hoe kun je dan innerlijke vrede vinden? Het is krankzinnig genoeg dat mensen overwerkt zijn omdat ze geen werk kunnen vinden. Toch komt dat voor. Komt het dan omdat ze zoveel werken? Neen. Het komt, omdat ze het niet werkzaam zijn voor zichzelf niet kunnen aanvaarden en gewoon geneigd zijn om werkzaam zijn, te verbinden met een bepaalde vorm van beloning. Als ze dat niet zouden doen, dan zou die frustratie niet optreden en zouden ze een mate van evenwicht kunnen vinden.

Zo is het in uw eigen leven ook. U heeft dingen die u mist. Wie mist niet iets? U heeft ook dingen waar u teveel van heeft. Dat heeft ook iedereen. Zegt u niet dat u ze niet heeft, al is het alleen maar van de visite of van de buren. Maar zijn de tekorten wezenlijke tekorten? Met andere woorden is het tekort iets dat voortkomt uit een feit; bv. ik heb niet genoeg te eten, dus ik verhonger. Of is het tekort eerder iets van; ja, maar ik meen dat dit beter zou zijn. In het laatste geval zit u fout. Als u innerlijke rust wilt hebben, moet u niet gaan fantaseren over wat veel prettiger en veel beter zou zijn, maar dan moet u gewoon kijken naar hetgeen voor u mogelijk is.

Zo is het ook met de negatieve kant. Natuurlijk, u heeft soms tabak van iets. Dat is tegenwoordig wel prettig met de toenemende accijns op tabak. Als je ergens tabak van hebt, dan kun je dat wel afwijzen, maar het is en blijft een feit. Probeer in de feiten zoals u ze ziet uw eigen weg te kiezen. Maar begin niet steeds weer eisen te stellen, te verwerpen zonder meer. Werk steeds in relatie tot uzelf en vanuit uzelf. Wie op die manier naar de wereld kijkt, zal ontdekken dat ook de geestelijke wereld een beetje anders gaat reageren.

Er zijn mensen die zich erg schuldig voelen en al staat de Aartsengel Michael in hoogsteigen persoon naast hen, voor hen is het de duivel. Er zijn ook mensen die volkomen tevreden zijn met zichzelf. Als ze dat zijn, dan mogen er tien duivels om hen heen staan, zij zeggen: Zie, ik word ingewijd door een koor van engelen. Het wonderlijke is dat de visie, dit gevoel in jezelf bepalend is voor je verwachting maar ook voor je directe relatie met de geestelijke wereld.

Iemand, die zich door engelen omringd voelt, kan zich gemakkelijker afstemmen op een lichte sfeer, die kan gemakkelijker krachten uit een lichte sfeer aanvaarden. Iemand, die denkt dat de duivel naast hem staat, al zou hij gestegen zijn tot in de hoogste sferen, zal alleen door die instelling het zich onmogelijk maken iets anders dan duister naar zich toe te trekken.

Als je kijkt naar de wereld en je zoekt naar al hetgeen daarin geestelijk goed of kwaad is, dan kun je dat alleen doen in relatie tot jezelf. Hoe meer je zoekt naar hetgeen goed is en steeds probeert het goede elk moment weer te erkennen en te beleven, hoe sterker de krachten van de geest in je werken. Ik kan u de meest vreemde voorbeelden daarvan geven.

Er is een tijd geweest dat als jongens en meisjes bij elkaar kwamen zonder dat dit wettelijk en kerkelijk bezegeld was, dan was dat niet alleen doodzonde maar bovendien een schandaal. Toch is het gebeurd dat een vrouwtje (het was een Scheveningse) een relatie had met een vissersman. Ze waren niet gehuwd en er kwam gelukkig niets uit voort. Maar één ding ontwikkelde ze wel: een enorme blijmoedigheid tegenover de wereld. Het vreemde was, dat ze die blijmoedigheid heeft omgezet in genezing.

Dat vrouwtje in het oude Scheveningse vissersdorp was in staat om alleen met handoplegging (soms zei ze: als je mij aankijkt) ziekte te verdrijven, mensen beter te maken, mensen blij te maken. Ja, toen het uitkwam dat ze een relatie had, was het natuurlijk afgelopen. Niet omdat zij de gave niet meer had, maar omdat anderen haar gave niet meer wilden accepteren. Maar dat was toch een zaak voor die anderen, niet voor haar.

Kijk, zo moet u de wereld benaderen. U moet de wereld zien als iets waarin het gehele wezen werkzaam kan zijn. En dat betekent ook alle geestelijke kracht die men in zich heeft. Het betekent, dat uw hele voorstellingsvermogen kan worden omgezet in een actief ingrijpen in verschillende sferen en zelfs op aarde. Maar dan moet je wel leven in de erkenning van de feiten omtrent jezelf en omtrent de wereld.

Dan moet je niet proberen de wereld anders te zien. Je moet niet krampachtig bezig zijn om de wereld naar een ideaalbeeld om te buigen dat op dit moment niet eens bestaanbaar is. Dan moet ik gewoon proberen te reageren op de mogelijkheden die er nu zijn. En dan is het beter om tien keer een klein beetje te verbeteren in de wereld of om meer harmonisch te zijn met de wereld buiten je dan een ideaal te dragen van het Koninkrijk Gods zonder dat je iets doet om het waar te maken. Daar zullen de mens en ook wel tegen in opstand komen, denk ik.

U heeft medemensen. Met al die medemensen heeft u in zekere mate geestelijke en daarnaast ook stoffelijke contacten. Die kunnen van de meest verschillende en uiteenlopende vormen zijn, maar de relatie, de contacten bestaan. Dan kunt u deze niet zonder meer veranderen, u kunt ze alleen aanvaarden. In de aanvaarding van het bestaande vindt u de kracht om uit een innerlijke rust met het maximum aan geestelijke en andere vermogens waarover u kunt, beschikken in de wereld de feiten verder te ontwikkelen en wel in overeenstemming met uw gevoel van juistheid of van positief denken.

Ik heb zo-even al gezegd, dat bepaalde zaken ook geestelijk een rol spelen. Er is nog een punt dat ik dit verband even moet aanroeren.

Rond u is de wereld van het ongeziene, de wereld van geesten en wat er verder kan bestaan. Met die wereld heeft u eveneens contact. Maar dat contact kan nooit op een stoffelijk of stoffelijk vertaalbaar niveau plaatsvinden. Het is er. Aanvaard het zoals het er is en pro­beer niet het om te zetten in direct stoffelijk kenbare waarden of wer­kingen. Als u gewoon uw wereld blijft zien zo objectief en zo feitelijk als dat voor u mogelijk is, blijft ingaan op die feiten, dan zullen daar­door ook geestelijk de juiste verhoudingen voor u gemakkelijker beleef­baar zijn en heeft u minder behoefte om ze te omschrijven of uit te drukken en daarmee te vervalsen.

Er zullen ook mensen zijn die zeggen; Jullie vertellen wel mooie verhalen, maar ik vind die innerlijke rust niet. Dan is mijn antwoord Als u de innerlijke rust niet vindt, dan bent u ontevreden met uzelf. Dat is natuurlijk een pijnlijk iets, want de mees­ten zeggen: Ik doe toch erg mijn best. Ja, maar u had meer willen zijn. Probeer nu eens gewoon te zijn wat u bent, niet meer en niet minder. Als u stom bent, wees rustig stom. Maak uzelf geen verwijten. Als u het beste doet wat u kunt met uw stommiteiten, doet u altijd nog meer dan iemand, die grote gaven heeft en ze niet geheel gebruikt

Probeer u niet ergens in te werken waarin u misschien niet eens past. Tracht die taken te volvoeren waarvoor u geschikt bent. Doe de dingen die voor de hand liggen en doe ze zo goed u kunt. Probeer in uzelf kracht en blijheid te vinden. Maar kracht en blijheid kunt u alleen vinden, indien u daarmee al die golven van duisternis en droefheid, die toch ook op de mens plegen af te komen, baas kunt.

Het is gemakkelijk, genoeg dat allemaal te zeggen, maar u moet maar eens zo’n depressieve mens zijn. Een mens die altijd weer in golven van zwarte gedachten en wanhoop baadt. Wees blij als u dat niet bent. Maar bent u dat wel, dan moet u dit onthouden.

Depressiviteit kan een lichamelijke oorzaak hebben. Dus als u het niet zo gemakkelijk baas kunt, een internist kan u misschien een aardig eind op weg helpen. En als dat niet het geval is en uw depressies komen voortdurend op u afstormen, vraag u dan eens af, of u eigenlijk niet veel te hoog grijpt met uw voorstelling van de wereld en uw poging om een re­latie met de wereld op te bouwen; of u niet meer wilt dan u kunt, meer wilt zijn dan u bent. Het is natuurlijk niet een directe genezing, maar het is wel degelijk een begin.

Wij moeten om innerlijk rust te vinden steeds meer terugkeren tot de norm van ons bestaan. Dat betekent dat we moeten komen tot een aanvaar­ding van onszelf zoals we zijn. Wij moeten vrede hebben met onszelf. 0 zeker, er lopen knappere mensen rond: knappere koppen, knappere snoeten. Maar wat u bent, wordt daardoor toch niet veranderd? U bent uzelf. Kijk dan vanuit de wereld naar uzelf niet als iemand die kritiek heeft, maar als iemand die vraagt; wat is de functie? Als u vanuit uzelf naar de wereld kijkt, vraag u dan niet af wat zal de wereld van mij denken?

Vraag u gewoon af: wat kan ik op dit moment doen en zijn in de wereld? Daarmee komt u uw depressies aardig te boven.

Als u soms angst heeft voor de toekomst, ach, alle profetieën hebben de neiging om anders uit te komen, zelfs de onze. Dus al die beelden van de toekomst zijn toch niet betrouwbaar. Je kunt toch beter vandaag leven. Zeker, carpe diem, natuurlijk. Geniet elke dag dat je leeft en zeg tot jezelf: Als ik dood ben, dan zal ik misschien op een andere manier leven. En als ik niet zou leven, dan heb ik er geen last meer van. Als ik wel zal leven en ik heb nu positief geleefd, dan zal ik niet ineens negatief worden. Wees gewoon jezelf. Aanvaard jezelf, maar dan ook de wereld waarin je leeft.

Ik weet het wel, uw wereld zit vol van allerlei problemen de rijzende lasten, de toenemende, verontreiniging van lucht, water en bodem, de voortdurende dreiging van het atoomgevaar. Hebben we nog meer pessimistische zaken?

De verkiezingen staan weer voor de deur, ook weer zo’n begrip. Daar kunt u zich natuurlijk ontzettend druk over maken, maar wat gaat u het eigenlijk aan? U leeft vandaag. Of de bodem, de lucht, het water verontreinigd zijn of niet, u leeft vandaag. Als u daarmee in contact komt, dan kunt u er misschien iets aan doen. Het heeft geen zin er­over te dubben wat anderen misschien zouden moeten doen, want ze doen toch iets anders. Reageer dan op de zaken die u kunt beheersen.

Als u naar de wereld kijkt, ziet u nooit de binnenkant, altijd de buitenkant. Onthoud dat! Een appel kan er prachtig uitzien, maar ze kan wormsteking zijn, smakeloos, zelfs rot vanbinnen. Dat kunt u aan de buitenkant niet zien.

Als u naar de wereld kijkt, kunt u de kwaliteiten niet aan de hand van het uiterlijk beoordelen. Waarom zou u dan doen alsof? Leer leven met uw onzekerheden, niet met uw zekerheden. Wie weet dat de hele we­reld voortdurend onzeker is, dat alles anders kan zijn, bedrieglijk kan zijn desnoods, die zal beter leven omdat hij reageert op feiten zoals ze voor hem bestaan en niet op veronderstellingen.

De hele wereld gaat een enorm aantal omwentelingen tegemoet. Nu moet u niet onmiddellijk negatief gaan denken. De dingen gaan ver­anderen. Als een kind opgroeit tot een volwassene, dan verandert hij en toch blijft hij dezelfde persoon.

De wereld rond u gaat veranderen. Er zullen invloeden komen waar­van u zegt: Mijn hemel, dat heb ik nooit geweten, dat heb ik nooit ge­dacht. Hoe is dat mogelijk. Maar het is en het blijft dezelfde wereld, hetzelfde leven en het blijft dezelfde eisen stellen. Als u daarmee rekening wilt houden, dan zult u leren om steeds meer bij de dag, bij het uur te leven.

U zult leren uw problemen te zien zoals ze zijn, niet als vaste waarden maar als niet geheel te overziene veranderlijkheden. En dan zult u achter het geheel (dat kan erg belangrijk zijn voor uw innerlijke rust) langzaam maar zeker toch een vaste lijn zien. U zult ontdekken dat, al is het misschien voor u voorbestemd, dat er een vaste gerichtheid is, die gerichtheid zich voor u zal weerkaatsen in de gehele wereld. En dan is de toekomst iets wat in het heden mede bevat is. U gaat dan steeds meer begrijpen dat u vandaag morgen vormt. Dan gaat u steeds meer begrijpen dat hij, die morgen probeert te vormen, vandaag tekortschiet. Dan ziet u alles in de wereld anders. Dan ziet u die ene drijvende kracht, die lijn buiten de tijd waartoe u behoort, die ene straal die uw bewust­wording, uw oriëntatie mede uitmaakt en vandaaruit reageert u dan.

Als je je wereld juist ziet, kun je jezelf gemakkelijker aanvaarden. Als je je wereld en jezelf aanvaardt, vind je innerlijk een vrede, een veerkracht en vaak een geestelijk begrip en een energie waardoor je in staat bent te beantwoorden aan het bestaan, zonder ooit te betreuren dat je leeft zonder ooit te wensen dat je langer zou leven. Als je zo kunt leven elke dag, dan heb je de innerlijke vrede gevonden.

Ik heb geprobeerd om aanvullend, en ten dele zelfs herhalend vast te leggen wat belangrijk is als u zoekt naar innerlijke rust, innerlijke vrede. Geloof mij, u heeft ze nodig in deze tijd.

Zeg nu niet: dat was een vervelend verhaal. Of: dat weet ik nu wel. Vraag u af wat u ermee kunt doen en heus, in de komende jaren zal de mens, die innerlijk vrede kent, er beter aan toe zijn dan ieder ander. Elke mens, die zichzelf aanvaardt zoals hij is met al zijn gebreken, al zijn deugden en de wereld zoals die is met al haar gebreken en deugden, die zal juister handelen, die zal gelukkiger leven en sneller bewust worden.

De magische trance

Deze keer zal ik iets vertellen uit het oude Tibet.

Een monnik zit op een berg. Hij kijkt naar de lucht, naar de wolken die voorbijdrijven en voortdurend herhalen zin lippen hetzelfde om mani padme hum, om mani padme hum. Zo dreunt en davert het door, langzaam maar zeker schijnt het hem toe alsof hij zelf meedrijft met de wolken. Er is niets meer dat hem beroert en hij heeft vergeten dat hij een lichaam heeft. Hij heeft door de voortdurende herhaling, door het steeds mompelen van hetzelfde gebed, dezelfde formule zichzelf vervreemd van de wereld waarin hij leeft.

Dan kijkt hij naar beneden en ziet de wereld onder zich liggen. Hij ziet de hoogvlakten. Hij ziet de dalen, de mensen, de dorpen die in de dalen liggen. Hij ziet een karavaan die tegen de wind voortploetert. Tegen zichzelf zegt hij: Dat is Gods werk.

Voor een ogenblik voelt hij hoe de yak zich voelt die daar voortzwoegt met zijn lasten. Eventjes proeft hij van de gedachten van een koopman die niet aan winst denkt, maar aan iemand anders. Hij voelt even de rust of de onrust die uit een dorp straalt. Voor een ogenblik weet hij zelfs dat de wind zal aanwakkeren. En dan langzaam, heel langzaam keren zijn ogen weer terug en ze zien weer de wolken. Hij zit weer op zijn berg en zegt: God is groot. De rust, de vrede is het kernmerk van hen die alles hebben achtergelaten.

Dit is geen verhaal. Het is eerder een weergave van zaken die nog niet zo lang geleden regelmatig gebeurden.

Denk niet dat dat alleen bij de Lama’s voorkomt. Bij de christenen kennen wij het ook, vooral bij de katholieken. Ik weet niet, of u weleens een Rozenhoedje heeft horen bidden. Dat dreunt ook op zo’n zelfde manier voort. Als je je dan verveeld, erbij neerlegt dan doen alleen de knieën pijn en hoop je dat het gauw afgelopen is. Maar als je er helemaal in opgaat, zoals dat bij sommige nonnen en paters wel gebeurt, dan komt er een ogenblik, dat je door de dreun en het drenzen van de woorden en door de steeds zich herhalende formule wordt weggedragen en je voor een ogenblik in een vrijere wereld staat. Alleen, in het christendom lijkt mij dat nogal eens toeval te zijn, ofschoon bepaalde praktijken van de Orde van Ignatius inderdaad gericht zijn op het bereiken van een soort trancetoestand. De boeddhistische Lama’s hebben daar eigenlijk een vak van gemaakt.

Zij hebben zich technieken eigen gemaakt waarmee ze in staat zijn om niet alleen de verwijdering van de wereld te bereiken, maar ook om op een bepaalde wijze contact te krijgen met allerlei krachten die om hen heen zijn.

Het is natuurkijk, moeilijk te begrijpen hoe dat gaat. De westerling begrijpt dat niet zo gemakkelijk. Waarom zou iemand die in opleiding is in de nacht naar buiten gaan? De nacht waarin volgens het geloof de demonen vrij rondwaren om dan de demonen uit te nodigen hem te ver­scheuren en te nuttigen? Dat klinkt als onzin. Maar het betekent alleen afstand doen van het leven als waarde op zichzelf. De hele lamaïstische techniek is erop gebaseerd dat je je gaat één voelen met iets dat anders en meer is dan jezelf.

Er zijn natuurlijk ook monniken die dat nooit halen. Er zijn mensen die willen vliegen. Zij laten zich inmetselen en zitten een tijdlang op en neer te wippen op een met leer bekleed bankje tot zij ze zelf zien vliegen. Dan komen ze naar buiten en zeggen dat ze kunnen vliegen. Wat dat betreft, kunnen ze beter opvliegen, want ze kunnen niets.

Er zijn ook monniken, die zich helemaal afsluiten van alle leven, die jarenlang in een celletje in het donker zitten om helemaal niet gestoord te worden. En dan zegt de westerse wereld dat ze gek zijn. Zij zijn niet gek, maar ze zijn wel meester van zichzelf. Dat is weer iets wat de westerling niet helemaal begrijpt.

Juist als je daar zo zit, ongestoord, door niets afgeleid, ben je in staat om je geest uit te zenden over de wereld. Dan leer je te zien met geestelijke ogen. “Wie met geestelijke ogen ziet”, zo zegt de Lama, “die ziet de werkelijkheid”. De mens ziet alleen de illusie.” Daar is iets voor te zeggen. Toch zijn dergelijke dingen op zichzelf voor de westerling natuurlijk niet belangrijk.

0, ik weet het wel, ook u zou graag ergens op een rots staan, roepen tot de wolken en zeggen: Op deze akker zal regen vallen en op die niet. Iets wat gedaan werd in het verleden. Er zijn zelfs nu nog mensen die dat kunnen. In Nederland zou je daar last van krijgen. De boeren zouden om regen schreeuwen, de stedelingen om zon. Wat krijg je dan? Dan wordt het donderen.

Er zijn andere dingen in diezelfde lamaïstische technieken die voor ons wel degelijk de moeite waard zijn.

Zij kennen de zogenaamde meditatie van het voortgaan. Wij zouden zeggen van de continuïteit.

Je beseft dat er elke seconde iets verandert en dat toch alles hetzelfde blijft. Wie zo mediteert, komt tot een mate van onverschil­ligheid voor uiterlijke waarden. Hij gaat het bestaan hoger stellen dan de vorm ervan. Dat kan een heel belangrijke bereiking zijn, ook voor een westerling.

Zij gebruiken ontspanningstechnieken, zeker. Die ontspanningstech­nieken zijn vanuit westers standpunt vaak een beetje vreemd of zinloos. Waarom zou je bv. blijven zitten en tellen tot 144, dan opspringen drie keer hoog in de lucht, daarop drie keer wervelen, dan een keer het plein rondlopen om dan weer terug te keren en in dezelfde meditatie­houding te gaan zitten. Maar de zin ervan zou u misschien wel kunnen imiteren.

Er zijn ogenblikken dat het lichaam automatisch kan handelen, ter­wijl de geest andere waarden ontvangt. U kent dat ook wel. Denk aan de chauffeur in een auto die eigenlijk instinctief, reageert en allerlei schakelingen uitvoert en ondertussen misschien zit te praten over de prijs van de aardappelen. Maar al zal de Tibetaan niet direct de prijs van de aardappelen belangrijk vinden, wat hij doet, betekent wel dat hij een deel van zichzelf vrijmaakt.

Als u leert om bepaalde zaken als een gewoonte te doen, ook dingen die tot uw dagelijkse taak behoren, en daarbij steeds zoveel mogelijk dezelfde grepen in dezelfde volgorde verricht, dan zult u merken dat u er niet bij behoeft te denken. Dat betekent, dat u zich geestelijk op iets anders kunt afstemmen zonder dat u daardoor in uw stoffelijke taak ook maar enige moeilijkheid ervaart. Dat is iets wat wel de moeite waard is.

Er zijn zoveel dingen in je leven waar je eigenlijk wel bij moet denken, zo heb je dat geleerd, maar die tijdrovend zijn, die een voortdurende storing zijn bij alles wat je doet. Ais je nu leert om die dingen als een gewoonte, dus als een automaat te volbrengen, dan kun je openstaan voor andere zaken.

Nu is er iets wonderlijks bij wat de Lama’s beschouwen als de inspiratie of ook wel de verlichting. Als ze namelijk een tijd zo bezig zijn, dan ontstaan er denkbeelden, soms zelfs visioenen, die direct betrekking hebben op het klooster en wat daar zou moeten gebeuren. De westerling denkt natuurlijk: dan zien ze ineens de Boddhisattva’s of ze ontvangen de hoogste lering. Maar soms komt het erop neer dat ze ineens opspringen en tegen een broeder zeggen: Denk erom dat je het vuur opstookt, want het staat op het punt van uitgaan. Met andere woorden; de resultaten hebben ook betrekking op de eigen wereld.

Stel u nu eens voor dat u datzelfde zou kunnen doen; dat u dat automatische bij alle taken die zich steeds weer herhalen leert gebruiken. Dan blijft een deel van uw bewustzijn openstaan zowel voor geestelijke signalen als ook voor erkenningen waar u anders door uw taakgebondenheid aan voorbij zoudt gaan.

U bent ergens mee bezig en u voelt dit is fout. Dus u stopt, u corrigeert en gaat dan verder. U zit gewoon schrijfwerk, rekenwerk of iets anders te doen en opeens maakt u een aantekening, want de uitkomst heeft een bepaalde eigenaardigheid en die moet u later nagaan.

Zelfs in het huishouden gaat het zo. Terwijl je druk bezig bent om automatisch te strijken ontstaat in je hoofd opeens het boodschappenlijstje van dingen die je anders vergeten zou hebben. Dit klinkt erg werelds, een beetje laag, maar het betekent wel dat je op die manier een harmonisch aspect voor jezelf waarmaakt.

Het onderbewustzijn gaat volledig meewerken; normaal schakel je dat voor driekwart uit. De geestelijke waarden, wijsheden en invloeden die je anders maar met 1 á 2 % sterkte ontvangt, ontvang je nu op 25 á 30 sterkte. Met andere woorden geestelijke waarden dringen sneller en vollediger in het bewustzijn door. Dan is een dergelijke schijnbaar dwaze techniek van het scheppen van automatismen dus wel degelijk nuttig, mits de instelling daarbij de juiste is.

In bepaalde scholen (ik doel hier vooral op de geestelijke en niet op de magische scholen) bestaat voor die manier van instelling de volgende omschrijving;

Terwijl het lichaam zijn ritme herhaalt, zweeft de geest wachtend.

 Zij wil niet, zij denkt niet, zij doet niet, zij ontvangt.

En door haar ontvangen wordt zij rijk.”

Dat is typerend, zeker voor het lamaïstische denken. In de schijnbare daadloosheid het automatisme. Waar dit niet meer bij betrokken is, kan in het “ik” de hoogste waarden ontstaan, als dat “ik” maar niet op zoek gaat. Daarom zijn er ook heel veel van die meditatietechnieken die men indertijd in Tibet heeft ontwikkeld. Technieken die de westerling niet aanspreken, want het lijkt toch zo stom om je eigen bewustzijn uit te blussen. Daar komt het dan volgens de westerling op neer. In wezen is dat helemaal niet zo. Je leert ontvangen. Ontvangen kunnen we altijd nog veel beter dan uitzenden. De beelden die we uitzenden zijn de beelden van een waanwereld. Maar de beelden die we ontvangen zijn beelden van een werkelijkheid.

In de magische school denkt men weer iets anders. Daar zegt men eveneens: Leer het automatisme. Leer je leegmaken a.h.w., terwijl het lichaam voortgaat met werken of handelen. Maar, zegt men, die leegte gebruik je dan om delen van jezelf buiten je te plaatsen en op te bouwen.

Inderdaad is er een discipline waardoor je zelfs leert en probeert om langzamerhand een geest naast je op te bouwen. Die kun je dan een tijd als bediende, gebruiken. Daarna moet je met heel veel moeite die gestalte stukje bij beetje weer afbreken, anders wordt hij je de baas. Nu kan ik wel begrijpen dat bij het gebrek aan personeel dat vooral in huishoudelijke kringen heerst u voor een dergelijke entiteit veel zou voelen. Maar de westerling weet nl. één ding niet; dat je een deel van jezelf losmaakt van jezelf. Maar je wordt dan ook beheerst door dat deel van jezelf dat je buiten je hebt geplaatst. Het is niet erg verstandig om delen van je “ik” buiten je te projecteren. Toch kent die magische school één bepaalde discipline die volgens mij in het westen ook erg bruikbaar is.

Wanneer ik, zo zegt men daar, in mij de kracht besef (de kracht wordt dan genoemd, voor u geldt alleen maar besef, de aanwezigheid van kracht) en ik bouw een beeld op waar ik mijn kracht op richt, dan zal de kracht werken in al wat gelijk is aan de in mij opgebouwde voorstelling.

Dat is eigenlijk een zuiver magisch principe. Er waren heel veel magiërs in Tibet. Voor ons betekent het: Als wij ons bewust worden dat er bepaalde lichtende krachten bestaan, dan kunnen we die krachten ook richten op personen en zelfs op voorwerpen of voorvallen die voor ons van belang kunnen zijn en die we daardoor positief maken of die we misschien willen genezen.

Nu kun je nooit iemand genezen van zijn eigen lot. Dit is een lamaïstisch gezegde. Ook dat is iets waar een westerling over na zal moeten denken. Je kunt een mens alleen genezen van die dingen welke niet behoren tot zijn noodlot.

Wat is dat noodlot? Noodlot zijn de kwaliteiten die uit jezelf voortkomen, die je vanuit jezelf aan jezelf steeds weer zal manifesteren. Als je dat doet, dan is er niemand die daaraan iets kan veranderen. Misschien heeft u hoofdpijn en kan iemand dat genezen. Ja, maar dan heeft u daarna onmiddellijk kiespijn of buikpijn. Dan verplaatst u misschien het effect van de houding, naar u kunt de houding zelf niet veranderen en daarmee ook de kwaal niet genezen. Dat moet u goed onthouden. U kunt wel de positieve kracht geven aan al datgene waarin u de mogelijkheid tot een positiever verandering aanvoelt.

Wat is er voor de innerlijke rust verder nog te doen? Misschien wel leren jezelf te zien als onbelangrijk.

In de training van de zogenaamde lopers, de gelumpas, bestaat er een discipline die ik u in dit verband nog zou willen voorleggen. Om een zeer lange tijd te kunnen lopen met zeer grote snelheid moet je niet beseffen dat je loopt. Wie het optimale wil bereiken geestelijk of anderszins, moet beginnen met het beeld van zichzelf in zich te doven. Als je dat westers vertaalt, dan betekent het: Als je je bezighoudt met andere zaken, denk niet aan jezelf. Laat datgene wat moet gebeuren, of wat moet zijn of waarmee je contact wilt hebben in je groeien. Laat het sterk worden in je en vergeet wie je bent.

Als een mens met God wil spreken (hoeveel westerlingen hebben dat al niet geprobeerd), dan zijn er heel veel mensen die zeggen: Heer, hier ben ik. En daarmee hebben ze eigenlijk het contact al bijna onmogelijk gemaakt. Het is namelijk: Heer, hier zijt Gij. Wanneer ik de aanwezigheid van God voel, dan behoef ik niet te weten wie ik ben. Dan werkt God wel in en door mij en merk ik later wel wat Hij heeft gedaan.

Wanneer ik wil opgaan in de tijdloosheid, in Nirwana, dan is het niet belangrijk dat ik weet wie ik ben. Dan is het belangrijk dat ik de krachten van het niet zijnde Zijn onderga en daaruit eventueel weer krachten of denkbeelden mee terugbreng.

Je kunt bij alle geestelijke oefeningen, zeker uit het lamaïstisch denken, vooropstellen dat het niet het “ik”, is dat belangrijk is, maar het andere. Door het andere belangrijk te maken ervaart het “ik” het wezen van het andere. Dat is filosofisch gezien misschien een beetje dwaas. Je moet toch bewust beginnen. Aan de andere kant kun je vaak een som gemakkelijker oplossen als je de uitkomst kent. Wat je doet in het lamaïstische denken is de uitkomst in je laten ontstaan en dan de som erbij berekenen. Dan past de som altijd bij wat er gaat komen.

Er bestaat zelfs een soort aparte horoscopie die eveneens in Tibet werd beoefend en die afwijkt van de hindoe manier van horoscoop trekken. Ook hier geldt dat men weliswaar uitgaat van de gegevens die men heeft, maar dat de horoscoop eerst op eigenschap wordt bepaald. Later worden de planeten in gevoegd zoals ze behoren te staan volgens de eigenschap. Dan kijk je pas hoe dit met de werkelijke stand van de planeten in de tijd ligt. Dus met een soort efemeriden gaat men na op welk ogenblik die toestand optreedt. Dan kun je precies zeggen wanneer je iets moet doen. Want wanneer je iets doet, dan betekent dat een bepaalde toestand van jezelf die wordt aangevoeld. De sterren moeten dan zo staan om het aangevoelde waar te maken. Op dat ogenblik staan de sterren zo en dan kan het gestelde worden waargemaakt en anders niet.

Het is misschien een wat dwaze manier van denken, alweer vanuit het standpunt van de westerse astroloog. Maar als je jezelf voor een ogenblik vergeet, heb je dan niet de grootste innerlijke rust? De innerlijke rust is in dat geval gelijktijdig een harmonie met een werkelijkheid die je niet kunt beseffen. Die harmonie dan later in je te laten ontstaan als een beeld en vanuit dat beeld terugredeneren naar de wereld en naar de tijd dat is een methodiek die vooral bij de meer ingewijden tot fantastische gevolgen heeft gevoerd.

Nu kunt u dat misschien niet zo precies doen, maar u kunt wel de oefening doen.

Stel u in op het niet zijn. Mijn lichaam werkt, maar ik ben er niet bij. Ik leef en God leeft. Ongetwijfeld, maar die dingen zeggen mij niets. Ik probeer gewoon te drijven in een lichtend halfduister. Ik laat het gewoon op mij afkomen en wat er dan met mij gebeurt, behoef ik niet te vertalen, maar dat zal in mij (in het lichaam, dus in de hersenen) datgene doen ontstaan wat ik nodig heb. Dat beeld moet ik vergelijken met de werkelijkheid om mij heen en ik weet hoe ik moet leven en streven. Ik heb dan tevens de kracht in mij om dat met innerlijke vrede en zekerheid te doen.

Er zijn zoveel van die vreemde dingen bij de Lama’s en al die ingewijden. Een westerling begrijpt dat niet. Er is een bekend verhaal van een zeer hoge kluizenaar, die geestelijk bijna als een soort boeddha werd beschouwd.

Hij kwam eens in het dal en de eerste de beste meid die hij tegenkwam pakte hij en verkrachtte haar. Iedereen riep toen uit. Wat is die man slecht! Hij zei: Ik ben niet slecht, maar mijn collega is net overleden. Hij wilde direct incarneren en om te voorkomen dat hij dat in een dier zou doen, heb ik een andere mogelijkheid geschapen. Een westerling zit dan met zijn ogen te knipperen. Maar zo denken die mensen. Nu wil ik u alleen maar dit zeggen: Vanuit het standpunt van die ingewijde, inclusief de kennis die hij bezat, was hetgeen hij deed het enig juiste, ook als het menselijk niet aanvaardbaar was.

Wanneer je komt te staan in de eenheid, waarbij het “ik” zelf niet meer op de voorgrond treedt, dan spelen de wezenlijke noden en behoeften die in de werkelijkheid bestaan een hoofdrol. En omdat je weet dat dat zo is, kun je je niet getroffen gevoelen door hetgeen er gebeurt of door de gevolgen die het eventueel zou hebben. Dan weet je dat het goed is.

De Lama die werkelijk hoog is, is iemand die weet dat het goed is.

Misschien is dat een les die het westen eruit kan trekken.

Als we niet weten waarheen te gaan, dan moeten we niet gaan redeneren, maar we moeten proberen los te komen van onszelf en van de wereld zoals wij die zien om aan te voelen wat goed is. Laat ons dan doen wat goed is en we zullen zien dat de werkelijkheid, ongeacht de protesten mis­schien van degenen die het minder goed weten, ons antwoordt met de beste gevolgen, met de beste ervaringen, met het licht dat we gezien onze toestand met hetgeen in de wereld voor ons belangrijk is, nodig hebben.

Vragen

  • Die hoge Lama waarover u sprak, moet toch een jarenlange opleiding hebben gehad. U vertelt conclusies die zij daar allemaal wel zien, maar dat hebben ze gezien na een enorme discipline waar je als toe­hoorder nog lang niet aan toe bent.

Neen. En daarom heb ik u ook niet verteld wat u moet doen in zo’n geval. Ik heb u dus ook niet de raad gegeven om naar buiten te snel­len etc. Ik heb u alleen willen zeggen dat in het lamaïstisch denken de werkelijkheid anders is dan de wereld. En dat het deelhebben aan die werkelijkheid je de kans geeft om juister te reageren in de menselijke wereld.

Nu ben ik het met u eens dat die Lama een heel lange scholing heeft doorgemaakt en dat u die niet heeft. Maar als u probeert (ik heb daarvoor enkele technieken zelfs gegeven) om u een beetje los te ma­ken van het beeld van uzelf, en van de wereld, dan zit u toch in een relatie met diezelfde werkelijkheid. U zult die niet precies zo kunnen interpreteren als de ingewijde. Maar u krijgt wel degelijk de juiste be­grippen. Dat wil zeggen dat uw wezen reageert volgens de werkelijkheid en niet volgens de menselijke voorstellingswereld. Als je de innerlijke vrede zoekt en dat was, meen ik, de topic waar deze onderwerpen aan moeten beantwoorden, dan is juist die innerlijke zekerheid een zeer belangrijk iets. En als je dan nog niet ziet hoe het precies moet gebeuren, nu ja, daar kun je overheen komen maar dan heb je in ieder geval de innerlijke zekerheid. Ik geloof dat die zekerheid een van de belangrijkste dingen is die er kan bestaan. Want wie de zekerheid van het werkelijke in zichzelf ervaart, kan niet meer door de schijn-ontwikkeling en schijn-verandering rond hem zo wor­den beïnvloedt dat hij daardoor het wezenlijke over het hoofd ziet.

  • Komen deze technieken die in Tibet worden beoefend een beetje overeen met de indiaanse technieken van Carlos Castaneda)?

Niet helemaal. Ongetwijfeld zijn er bij al die technieken wel over­eenkomsten, alleen is de benaderingswijze wel een heel andere. Bij her­lezing zult u dat, als u de onderwerpen naast elkaar legt, ook wel kun­nen herkennen. Dan gaat het er dus niet om dat u de ene techniek wel en de andere niet hanteert, maar dat u begrijpt wat die technieken zijn en probeert de juiste techniek voor uzelf te ontwikkélen. Ze zeggen weleens: Alle wegen leiden naar Rome. Als dat waar is, geeft het dan veel welke weg u kiest? Zo moet u het hier ook zien. De waar­heid is één. Er zijn veel verschillende benaderingen, technieken en denk­wijzen, maar ze brengen ons alle tot een en dezelfde werkelijkheid.

Ik spreek de hoop uit dat hetgeen ik in dit tweede deel naar vo­ren bracht voor u reden moge zijn uw eigen wijze van denken en handelen eens nader te bezien, al is het alleen maar om de vraag op te lossen, of u leeft met de uiterlijkheden van de schijn of dat u probeert te le­ven uit de kracht van de werkelijkheid.

Vertrouwen

Vertrouwen is iets wat je moet hebben in jezelf. Want als je geen vertrouwen hebt in jezelf, durf je een ander niet te vertrouwen, zelfs al doe je alsof. Pas als je door het vertrouwen in jezelf weet dat je zelfs de ontrouw van anderen aan zult kunnen, stel je geen eisen meer aan de wereld en kun je daardoor in de wereld steeds meer al datgene bereiken wat de moeite waard is.

Vertrouwen is iets wat je diep in jezelf moet bezitten ten aanzien van God of de geestelijke kracht, of datgene waarover je nadenkt. Want als je denkt dat er misschien een God is en dat je daarom beter niet kunt zondigen, dan kun je beter de zonde nu maar wel begaan, dan heb je tenminste iets gehad.

Je moet heel goed begrijpen dat je in jezelf een kracht moet vinden waarin je zodanig leert vertrouwen dat je daaruit alles put wat je nodig hebt, dat je je mogelijkheden a.h.w. verduizendvoudigd door dat vertrouwen in de kracht die je in jezelf erkent. Als je dat niet kunt, spreek dan maar niet over God en over het ingrijpen van de hoogste Machten, want dan bestaat dat voor jou niet eens.

Leef met vertrouwen in de kracht die in je woont. Heb zelfvertrouwen. Zie jezelf zoals je bent.

Erken, dat je tekortkomingen hebt, maar vertrouw erop dat je desondanks een zinrijk leven leidt, dat je iets doet wat de moeite waard is, dat je iets bent wat voor anderen betekenis heeft.

Met dat vertrouwen vind je langzaam maar zeker steeds meer waarheden. Waar de waarheid in je begint te rijzen, daar komt niet alleen de zekerheid, het vertrouwen in de zinrijkheid van het bestaan, maar daar komt ook de erkenning van de grootsheid, die ondanks alles zelfs in het meest nietige leven geborgen is. Daarop kunt u vertrouwen.