Klank en kleur 

image_pdf

15 april 1967

Allereerst herinner ik u eraan, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt dus zelf na over alles wat wordt besproken. Ons onderwerp van heden is: Klank en kleur.

Wanneer wij de gevoeligheid voor klank en kleur willen ontleden, moeten wij allereerst uitgaan van de normale menselijke reacties. Nu reageert een mens over het algemeen zeer scherp op primaire kleuren. Zelden of nooit zal een kind grijpen naar iets wat een pasteltint heeft, wanneer een keuze tussen deze en een felle primaire kleur bestaat. Pogen wij dit tot zijn oorzaak te herleiden, zo zien wij, dat juist wanneer de zon schijnt (en een gevoel van vitaliteit bij de mens bestaat) de kleuren fel en vaak zelfs primair zijn in de natuur. De voorkeur schijnt deels uit een associatie met zon en zintuig voort te komen. Hetzelfde zien wij bij klanken: Dreigende klanken, die met onheil en gezag worden geassocieerd, zoals bijvoorbeeld mannenstemmen of de donder, zijn voor een kind diep en resonerend. Het gevolg is dat bij het kind, maar via associaties met de kindertijd ook bij ouderen, dergelijke klanken een gevoel van beklemming teweegbrengen.

Deze sonoor gevoelde beklemming wordt dan weer vaak door de mens gebruikt, om daarmede in zich en anderen een zekere spanning op te roepen. Denk hierbij aan de negers: Zij gebruiken bij hun feesten en plechtigheden vele soorten tamtams en drums. Bij hun rituelen wordt echter bijna altijd ook een zogenaamde holblok gebruikt, een uitgehold stuk hout van tamelijke flinke afmetingen, dat een zeer diep geluid geeft. Dergelijke ‘drums’ zijn in feite de grotere broertjes van de in vele romans genoemde sein- of signaaltrommen. De hiermede opgewekte zeer diepe klank is altijd weer de basis van het rituele gebeuren en kennelijk van groot belang voor de roes, die tijdens deze riten ontstaat. De holblok is de uitdrukking van de angsten, die bij elke mens op de achtergronden van zijn bewustzijn schuilgaan. Kijken wij in deze gevallen naar de maskers, die men zich opschildert voor dergelijke gelegenheden, zo treffen wij bij de magisch belangrijke figuren steeds weer okergeel, felrood aan. Daarnaast gebruiken velen ook wit als contrastkleur, om hun tijdelijk niet meer tot de wereld der mensen behoren aan te geven.

Het is duidelijk dat, zo wij over kleuren en klanken spreken, allereerst het begrip noodzakelijk is, dat alle gevoeligheid voor klank en kleur ontstaat door associaties met angsten en vreugden en wel vooral de ervaringen, die in de eerste tijd van het leven plaats vonden. Zoeken wij verder, zo ontdekken wij dat het menselijke oog is ingesteld op het waarnemen van in zich blijvende en dus bij bepaalde omstandigheden steeds weer gelijkelijk optredende kleurwaarden. Rood bijvoorbeeld heeft bijna overal de associatieve betekenis van geluk, vreugde en een zekere hartstochtelijkheid. Vandaar ook dat bepaalde dames dit licht bij de uitoefening van hun beroep ten volle exploiteren. Blauw geeft de mens een gevoel van onwezenlijkheid. Het is of zijn emoties daardoor worden afgezwakt. Een belangrijke associatie is daarbij waarschijnlijk die met maanlicht, nacht, rust. Wordt de kleur of het licht echter violet, dan heeft men te maken met een kleur die in grote omvang in de natuur zelden voorkomt. Misschien dat dit de reden is dat de mens op deze kleur veelal reageert met een geslagen zijn met stomheid. Het is dit gevoel van algehele verstilling, dat de mens ertoe heeft gebracht deze kleur als mystiek te beschouwen, daar zij hem helpt enigszins tot bezinning te komen. Het is alsof deze kleur buiten de norm der menselijke ervaring ligt, zodat men haar ondergaat zonder associatief aan te voelen wat men daarmede zou moeten verbinden. Het gevolg is dat men in deze kleur al snel komt tot een innerlijk stil worden, een afwachten en  berusting.

Een soortgelijke inwerking op de mens kan men met klanken bereiken. Wanneer ik een sonore, diepe klank herhaal, zo zal deze herhaling, vooral wanneer zij niet zo regelmatig geschiedt dat hierdoor gewenning en irritatie optreedt, eveneens een soort verstarring teweeg kunnen brengen. Want het meeste wat met kleuren bereikt kan worden, kan eveneens met klanken tot stand worden gebracht. Begint men echter kleuren met elkander te paren en zo achtereenvolgens of gelijktijdig felle kleuren te produceren, zo zal bij de mens vaak een zekere onrust ontstaan: Hij weet niet meer naar welke kant zijn emoties associatief uit zouden slaan.

Men zal bijvoorbeeld hartstochtelijk willen reageren op rood, maar daar is ook het levenskracht uitbeeldende geel en een wit, dat de intensiteit van een werkelijkheid weergeeft dat geen hartstocht verdraagt. Elders schermt een groen van een plantaardig bestaan, een aanvaarding en blijken accenten te zijn van een de mens verstillend violet. De veelheid van primitieve reactie mogelijkheden is te groot geworden, de mens weet daarmede geen raad meer.

Juist hierdoor ontstaat een mentale gevoeligheid voor kleur, een tot bijna redelijke motieven te herleiden reeks van gedachten. Wij treffen dergelijke effecten vaak aan bij moderne schilders, die hun kleurenpalet niet meer wijden een aan weergave van de werkelijkheid, maar eerder trachten hun innerlijke reacties, associaties en emoties tot uitdrukking te brengen. Zij doen dit door naast en door elkander verschillende tinten te stellen op een zodanige wijze, dat daaruit iets wat je gevoelsritme zou kunnen noemen, gaat spreken. Een mens die naar vormen zoekt, zal in een dergelijke weergave waarschijnlijk niet veel herkennen en daarom verwerpen. Iemand echter, die zich laat overweldigen door de aanwezige contrasten, ontdekt dat al die kleuren naast en door elkaar ook bij hem bepaalde associaties gaan wekken. Hij krijgt denkbeelden, die weliswaar uit hemzelf stammen, maar in deze samenhang via het ondergaan van het schilderstuk in hem oprijzen. Vaak vindt hij dan in de in wezen zinloze mengeling van kleuren ook een beeld terug, dat eveneens sterk kan verschillen van hetgeen de kunstenaar bewoog tijdens de vervaardiging.

Dit is niet zo vreemd als het schijnt. Wanneer ik iets vervaardig, wanneer ik iets niet meer kan rijmen of begrijpen, zal ik als mens (en vaak ook als geest) achter dit alles zelf een beeld creëren, om zo althans enigszins een gevoel van beheersing en begrip te kunnen behouden. Ik maak mij een beeld, ook al is de basis daarvan slechts een reeks gevoelens als lust, onlust, haat en vrede. Al vertaal je dit nu met een beeld uit Vietnam of door de voorstelling van een baby in de wieg, zodra de werking begint en aanvaard wordt, kan de mens niet anders meer.

Om zich zijn toestand te realiseren en aanvaardbaar te maken, zal hij aan de ervaring een voorstelling gaan verbinden. Anders is hij niet meer in staat de ontvangen indrukken te verwerken, kan hij de gegeven impulsen niet verder ondergaan. Bij een schilderstuk ontstaat de associatie door beschouwen en is het gehele proces dus in wezen beschouwelijk. Maar stel nu dat de kleur niet meer als in het schilderstuk passief is, maar actief wordt. Stel u een straat in een grote stad voor bijvoorbeeld, waar de lichtreclames in vele kleuren voortdurend aan- en uitflitsen. Voor u het weet, voelt u een bepaalde stemming. U voelt zich wat ontspannen, maar gelijktijdig ontstaat in u een gespannenheid, die er eerst niet was. Dit lijkt je soms of de gehele stad op je ligt te wachten, wacht op het ogenblik, dat je op avontuur zult gaan. Ook al loopt u aan alle mogelijkheden op dit gebied als een gedegen burger voorbij, zo zult u toch toe moeten geven, dat het u in wezen iets doet.

Het heeft een vreemde bekoring, een spanning, bevat een suggestie. Kleuren wekken, door wisselingen en combinaties, associaties. Deze associaties werken direct in op het gevoelsleven van de mens.

Wat klanken betreft, zien wij ongeveer hetzelfde. Wanneer ik een eenvoudig ritme neem, zo hoeft dit nog geen melodie te zijn, ofschoon er soms enige melodische waarde aan verbonden kan zijn. Als voorbeeld daarvan herinner ik aan Gershwins’ “as the beat beat beat” of “the tomtom….” enzovoort, het begin is hier zuiver ritme. Daarachter ontstaat een andere melodie, een opbouw van andere tonen, door hun onderlinge combinatie tegen de achtergrond van het ritme, wisselen zij voortdurend hun betekenis. Om u dit duidelijker te maken kan misschien het volgende dienen. Wanneer ik zeg ‘sssssufferd’, dan sis ik. De reactie is agressief, daar het woord ook zodanig klinkt. Het woord ‘domoor’ klinkt lang zo erg niet, al is het misschien feller bedoeld. De d-klank is echter veel gelatener dan de s-klank, zodat een felle reactie veel minder snel op zal treden. De ‘u’ geeft hierbij aan de ‘s’ een wat giftig accent, de ‘o’ maakt de ‘d’ bijna goedmoedig. Toch kunnen beide letters in andere combinaties een geheel andere inwerking hebben op de luisteraar. Met alle klanken bestaat een soortgelijke mogelijkheid.

Waar echter bij het woord de betekenis in meer algemene zin mede een belangrijke rol speelt, zullen bij klanken vooral associaties een rol spelen met vroeger gehoorde klanken en daarmede verbonden belevingen. Hierdoor ontstaan herinneringen aan huis, aan gevaren, gevoelens van onbehagen en zoete herinneringen, die niet als beeld naar boven komen, maar als gevoelswaarde in de waardering voor de klank worden uitgedrukt. Nu kan men de klankenreeks vormen tot melodie, maar ik kan er ook een soort kakofonie van maken, waarbij dus geen logische en voor ieder te volgen verbinding tussen de klanken wordt gelegd. Emotioneel zal men bij de kakofonie alle impressies door elkaar ontmoeten. Men zou er dus voor zich een volgorde uit moeten maken, voor het mogelijk zou zijn tot een emotioneel eindproduct te komen. De meeste mensen kunnen of willen dit niet. Het gevolg is, dat zij hun onlust over eigen daadloosheid of onvermogen in de emotionele sfeer uitdrukken in een versterking van alle onlustgevoelens. Zij lopen dan, zo het hen enigszins mogelijk is, voor het probleem weg en beweren later dat de moderne muziek geen inhoud heeft, niet te begrijpen is enzovoort. Rangschik echter dezelfde klankwaarden nu eens zodanig dat een melodie ontstaat, die gedragen wordt door een zich steeds herhalend en eenvoudig motief (waarbij de associaties een voortdurende versterking ondergaan), dan blijkt het product veel gemeen te hebben met de zogenaamde klassieke muziek. Het eigenaardige daarbij is dan weer, dat zij bij de luisteraar niet alleen maar kenbare en daarmede voor hem aanvaardbare en aangename emoties wekt, maar dat tevens een voorstelling, een beeld met de muziek verbonden wordt.

Denk hierbij eens aan de “Morgenstimmung” van Grieg. De eerste frasen herinneren aan het vaag kwinkeleren van vogels, het roepen van een haan in de verte. De mens, socialist of niet, reageert hierop veelal door er onmiddellijk morgenrood aan toe te voegen. Nu wij toch van Grieg spreken, een ander aardig effect treffen wij in eenvoudige vorm aan in zijn “Halle des Bergkönigs”, eveneens uit de Peer Gynt suite. De held komt in een onderaards grottenrijk terecht en is, voor hij het weet, met het één of andere trollenmeisje gehuwd. De sfeer wordt hier bepaald door het steeds haastiger herhalen van een motief, dat op donkere tonen steunt. Het geheel is voor de toehoorder, ook associatief, eenvoudiger te verwerken dan het gebruik van dezelfde methode in Ravels’ “Bolero”, waar de kenbaarheid en invloed overigens voor meer mensen blijft bestaan dan een soortgelijk motief en behandelingswijze van dezelfde componist bij zijn introductie in “La Valse”. Ook hier treffen wij echter het versnellingselement aan, waardoor aan de melodische waarde door toenemend ritme een bijzonder betekenis en associatiewaarde worden verleend. Want juist bij de versnelling van het melodisch motief krijgt men het gevoel; heb ik nu de emotie wel juist begrepen, men jaagt als het ware associatief achter het motief aan, wat een gevoel van gejaagdheid, een zeker opzwepen ten gevolge heeft.

Misschien wordt u door deze voorbeelden er toe gebracht dit alles te zien ais louter en alleen van toepassing op de westerse muziek. Niets is minder waar. Neem bijvoorbeeld de eenvoudige melodie van een Arabische fluitspeler. Ook deze bestaat uit een eenvoudig motief, dat (desnoods in licht verschillende fraseringen) herhaald wordt. Als dans gebruikt hij vaak dezelfde motieven, met dien verstande, dat hij een lichte versnelling in de opeenvolging van de motieven brengt. Is men eenmaal aan de wijze van musiceren gewend, dan erkent men al snel, dat het hier niet alleen gaat om een muziekje, maar dat motieven en toonreeksen wel degelijk gebruikt worden om (onderling zelfs zeer verschillende) emoties uit te drukken.

Muziek is een emotionele taal. Wat betekent dat geluid en klank door de opgewekte associaties, ook buiten alle aanvaarde betekenis en conventie, in staat is de mens mee te voeren in eigen gedachtewereld en te brengen tot reeksen van gevoelens en beelden, die stammen uit zijn eigen herinnering.

Voeg ik geluid en kleur samen, dan ontstaan vreemdere effecten. Men moet zich niet, zoals naar ik vernam men in de moderne tijd wel schijnt te doen, er een werkelijke roes als gevolg bij voorstellen. Een dergelijke roes is moeilijk te bereiken en afhankelijk van een afstemmen van alle kleuren en klanken op de lust en onlustgevoelens van de persoonlijkheid plus die van het milieu, waarin de proef plaatsvindt. Zodra de aanpassing aan ruimte en individuele mens ontbreekt (of zelfs maar aan één daarvan) zal het resultaat nimmer roesverwekkend kunnen zijn. Wel kan het geheel de werking van beide waarden stimuleren, zij kan prikkelen.

Een typisch voorbeeld van iets dergelijks, wat reeds veel langer bestaat, ondergaat men als men een Gotische kathedraal binnen gaat, waar het zonlicht door de kleurige vensters late lichtplekken op de grond tekent. Er is een veelheid van kleuren, waarin rood en geel plegen te domineren. Het geheel lijkt een wolk van wijding, een isolement van de wereld weer te geven. Omringd door de kleurigheid heeft men het gevoel voor een ogenblik geheel alleen en haast onberoerd tussen de werelden van ongelijke emoties in te zweven. Dan begint een orgel te spelen. Misschien alleen maar een paar tonen, misschien de inzet van een prelude van bijvoorbeeld Bach. Er is een diep zwellend akkoord op de achtergrond, waar misschien enkele hogere tonen tegenaan spelen. Dan is het opeens of je heel dicht bij God bent. De mens zal zich dit niet realiseren en indien wel, toch niet toegeven. Hij stelt meestal, dat hij wat onder de indruk kwam van het ongewone.

Maar het feit blijft bestaan, dat er definitief en constateerbaar een innerlijke verandering van emoties, relaties en houding is opgetreden. De waarden in de mens verschuiven. De samenvoeging van klank en kleur intensifieert dit effect ten zeerste. Daarmede hoop ik mijn eerste punt voldoende duidelijk gemaakt te hebben. De primitieve achtergronden in elke mens en de daaraan ontleende haast magische reacties op kleur en klank brengen de mens ertoe elke samenstelling van deze waarden, onverschillig welke, in zich te interpreteren als een reeks van herinneringsimpulsen en (deze) vanuit zich te reproduceren als emotie.

Gaan wij verder, dan komt de praktijk aan bod. Zo is er bijvoorbeeld een tandarts die, om de mensen bij het boren rustig te houden zonder daarvoor veel verdovingen te moeten geven, hen een koptelefoon opzet. Daarin hoort men niets dan het ruisen van de zee of misschien het geluid van de Niagarafalls, want de man is Amerikaan en deze mensen hebben een bijzondere voorliefde voor de falls, omdat zij daar in vele gevallen het aanvaarden van slavenbanden vieren. Belangrijk is dat de ruis (want muziek is het nog niet) in staat blijkt het zenuwstelsel ongevoeliger te maken. Ook met muziek bleek later een verdoving tot stand gebracht te kunnen worden, ofschoon niet alle muziek bij allen geheel gelijke resultaten bleek te hebben. Anders gezegd: Geluid van voldoende sterkte dat een beroep doet op de in de mens sluimerende associaties en oerinstincten, verandert de gevoeligheid van het zenuwstelsel en de mentale reactie daarop.

Een stap verder komen wij bij de koeien, die beter melk geven wanneer tijdens het melken een wals van Strauss wordt gespeeld. De meeste mensen lachen daarom, vinden het overdreven. Toch zit er iets in. Het gaat hier niet om de muziek. De koe begrijpt daarvan toch geen steek. Maar wat zij wel begrijpt is een reeks van associaties, die door het geluid bij haar ontstaan. Het glijdende ritme van de wals geeft haar een gevoel van tevreden rusten en grazen, een ontspannen zijn onder goede omstandigheden. Het dier zal zich dan ook ontspannender gedragen, waardoor de melk beter, sneller en gemakkelijker wordt afgegeven.

Wanneer het beïnvloed worden door geluid (zonder dat hierbij bijzondere attentie of begrip een rol spelen voor beesten) geldt, zo zal dit zeker ook voor u waar kunnen zijn. Wanneer u zich moet concentreren op iets, zal dit bij algehele stilte vaak niet geheel gelukken. In de stilte wordt men met zichzelf geconfronteerd en, wanneer men daaraan niet gewend is, zal dit alle concentreren op andere waarden eenvoudig onmogelijk maken.

Daarom zoekt men, zowel voor automatisch handelen als voor geconcentreerd werken, vaak een muzikale achtergrond, die in feite dient als een soort geluidscoulisse. Bewijsbaar is de goede invloed van muziek tijdens vele werkzaamheden. Men is daarvan zozeer overtuigd, dat men in vele bedrijven tijdens het werk muziek laat klinken. Opvallend is verder dat, zodra het om een zich steeds herhalende bezigheid gaat (die gewoonte kan worden) de 4/4 maat een beste resultaat schijnt te geven. Men geeft in vele bedrijven dan ook de voorkeur aan mars, foxtrot en eenvoudige varianten daarop. Ingewikkelde ritmen blijken de productie minder goed te bevorderen. Dit alles is begrijpelijk wanneer wij beseffen dat de mens, gebiologeerd door de klankreeksen, zich al snel laat verleiden tot een aanpassen van zijn bewegingen aan het ritme.

Hierdoor ontstaat een vast actieritme, waardoor een voortdurende en steeds gelijkmatig wordende actiegewoonte ontstaat. De normale reacties blijken sneller te verlopen.

Het is alles eenvoudig wanneer wij bedenken, dat muziek en ritme voor vele mensen bijna dwingend zijn. U zult het zelf wel eens meegemaakt hebben. Heeft u ooit een band een swingende mars horen spelen en bemerkt dat, ondanks uw innerlijk steeds groeiend antimilitarisme, u uzelf niet kon beletten de voeten precies in de maat van de muziek te gaan bewegen? Muziek en ritme dwingen. Reeds in de oudheid wist men dit en maakte men er gebruik van. Trommen, klaroenen en blaasinstrumenten werden bij legeracties en op plaatsen waar gelijktijdig reageren noodzakelijk was, reeds lang voor Christus geboorte gebruikt. Ook Vikingen en Germanen gebruikten, naast de slag op het schild die de plaats van de trom vaak inneemt, horens. Opvallend is daarbij dat hun krijgsmotieven haast altijd bestonden uit twee lage zogenaamde dreigtonen, gevolgd door een hoge reeks van 3 of meer stimulerende, zogenaamde lusttonen. Het gevolg was: Ritme en dreigtrom brachten een stemming van angst en daardoor enige agressie. Het besef dat de eigen tonen daarna vrolijk klonken, was voldoende om een gevoel van onkwetsbaarheid, een zekere overmoed, aan te moedigen. Het gevolg was dat men bij de juiste ‘muziek’ placht te vechten als berserkers. Deze truc ging op in de tijd van Napoleon, Cesar en zelfs de grote Alexander wist van deze psychische stimuli een goed gebruik te maken. Op grond van dit alles stel ik dat een juiste geluidsachtergrond, een goede geluidscoulisse, van groot belang is voor de menselijke prestaties en de menselijke gevoelswereld mede helpt te bepalen.

U zult mij toegeven dat ik hier gelijk heb, ook wanneer ik u niet herinner aan de zachte grammofoonmuziek, die gedempt licht pleegt te begeleiden, wanneer iemand zoekt te verleiden. Evenmin wil ik u herinneren aan de vele serenades en standchen, die de man als een eeuwige Pierrot brengt aan de al even eeuwige Colombine, die hij als zijn partner wil zien. Klankcoulisse, klankachtergronden zijn in het menselijke leven van groot belang. Bepalend daarbij zijn de associaties die zij wekken. Naarmate de klankachtergrond sterker optreedt, zal zij het bewustzijn meer domineren. Ik kan dus hetzelfde geluid op twee wijzen gebruiken: om een achtergrond te geven, die de mens ietwat losmaakt van zichzelf en hem in staat stelt zich juister bezig te houden met de dingen die hij op dit ogenblik in de wereld moet doen. Daarnaast kan ik hetzelfde geluid vaak gebruiken als een stimulans, waardoor de reactie van de mens ten aanzien van zichzelf en de wereld door mij bewust gewijzigd kan worden. Kleuren geven soortgelijke mogelijkheden. Wanneer ik felle kleuren gebruik, stimuleer ik de mens tot een agressief en primair reageren. Koud blauw maakt de mens koud in zijn gevoelens. Gebruik ik pasteltinten, zachte kleuren, dan blijken dezelfde reacties nog wel op te treden, maar gedempter en meer als stemming dan als ervaring. Vergelijkend met de muziek kan men zeggen dat de felle kleuren reacties wekken die overheersen, zoals de marsdreun.

Men kan ook met kleuren zover gaan, dat de kleurwerking, eigen reactie en ‘beheersing’ bijna geheel overspeelt. Pasteltinten, vooral de lichtere, geven echter een achtergrond, waardoor de persoonlijke emotie, de benadering tot leven en ervaringen weliswaar getint wordt, maar waarbij men toch niet alle contact met de persoonlijke werkelijkheid verliest.

In de moderne kleurentherapie maakt men van deze mogelijkheid meer en meer gebruik. In ziekenhuizen ziet u heus niet meer fel wit met wat felblauw of donkergroen. U ziet in de vertrekken, die aan genezing zijn gewijd, veel roze, veel variaties van lichtgeel, terwijl men ook enkele zeer lichte en rustgevende blauwe en groene tonen aan zal treffen. Groen en blauw blijken vooral de ruimten waarin geopereerd moet worden, en dergelijken, te overheersen. De ervaring wijst uit dat iemand die veel pijn en ellende heeft, maar wel aandacht kan hebben voor zijn omgeving, juist in een zonnige reeks van kleuren sneller geneest, meer veerkracht bezit. Zijn (overigens onbewuste) reactie op de kleurverhouding houdt een psychische omstelling in, die het genezingsproces ten goede komt. Daarom zal men een patiënt, die veel rust nodig heeft of zich te druk dreigt te maken, ook vaak in vertrekken onderbrengen, die in zachtgrijs, blauw, met misschien een schim van lichtgroen, zijn uitgevoerd. De ervaring wijst uit dat men in een dergelijke omgeving sneller tot rust kan komen, men raakt iets van zijn spanningen kwijt en geneest gemakkelijker. Waaruit alweer blijkt dat de mens door kleuren psychisch beïnvloed wordt en zelfs zijn eigen houding in- en tegenover de wereld daardoor wijzigt. Mijn tweede conclusie luidt dan ook: geluid en kleur zijn beiden bruikbaar om de stemming, de gesteldheid en daarmede dus de fysieke toestand van de mens, langs psychische wegen sterk te beïnvloeden, zonder dat deze mens zich daarvan zelf bewust hoeft te worden.

Innerlijk blijken de associaties eveneens van belang te zijn. Wanneer een mens zich een wereld van vreugde voorstelt, zo is deze altijd zonnig, dus met geel doortrokken. Zon geeft het denkbeeld, dat men zich vrijelijk kan bewegen, dat eventuele gevaren kenbaar zullen zijn. Men gevoelt zich dus thuis. Nu zullen de omstandigheden waaronder de mensen leven, niet altijd gelijk zijn, zodat hun associaties wel iets kunnen verschillen. Toch blijken zelfs mensen uit de tropen en uit droge streken als de Sahara, geel te zien als weergave van levenslust en levenskracht. Ook wanneer wij aan God denken, denken wij daarbij veelal aan de gouden glanzen die Hem omringen. Begrijpelijk: God is het alscheppend vermogen. God is de primaire vitaliteit, waaruit alle verdere leven zijn krachten ontleent. Is het een wonder dat men zich een beeld van God schept in goud, in geel, in zonnekleuren en deze kleuren zelfs aan heiligen (mensen die bij God wonen) vaak een even grote rol toemeten? Wit licht wordt door de mens eerder als hard, onthullend, rechterlijk ervaren. Fel wit licht, als bijvoorbeeld op een tropische middag, is te fel. Men wil daarvoor de ogen liever sluiten.

Vandaar dat vele zuidelijk volkeren dan een siësta houden. In het felle licht worden alle dingen te fel, te duidelijk weergegeven De mens kan als het ware de harde en onverbiddelijke weergave van details en lijnen, die daarin ontstaat, niet verdragen. Spreekt men over God als rechter, dan spreekt men over een onverbiddelijke en alles onthullende werkelijkheid. Vandaar dat dit in sferen steeds weer als kleur zilver of wit op de voorgrond schuift. De uitbeelding door kunstenaars maakt deze associatie eveneens vaak duidelijk. Misschien meent u dat u te weinig over God denkt, dat u daarom deze associatie wel niet zult kennen. Wanneer u echter aan iets absoluuts denkt of in uw gedachten geconfronteerd wordt met het absolute (desnoods de dood) en daarop positief reageert, grijpt u als uitdrukking eveneens naar wit.

Het blijkt voor u een actieve en aanvaardbare kleur te zijn. Want daarmede brengt de mens zijn aanvaarding van een oordeel, zijn afwachten van een verandering en zelfs zijn gevoel van zelfrechtvaardiging nu eenmaal het best tot uitdrukking.

Ook in het ik, ook in het denken, spelen kleuren vaak een zeer belangrijke rol. De klanken zijn op dergelijke wijze ergens verweven met onze innerlijke wereld. Wij kunnen ons geen God voorstellen, die met een zeer lichte, vriendelijke en vrouwelijke stem tot ons spreekt. Wanneer het gaat om de God in de hemelen, zo zoeken wij het altijd weer in sonoriteit, resonans, donkere tonen. God spreekt voor ons als een soort Jupiter, desnoods vanuit een stilte, die wordt gekenmerkt door gevaar, die sist als een slang, huilt als een dreigende storm. Het Woord van God kunnen wij ons moeilijk anders voorstellen dan als een overweldiging, een zee van geluid, waarin wij tijdelijk onszelf geheel verliezen.

Kijk naar de wereld en constateer dat alle pogingen zichzelf in de wereld een plaats te geven, gepaard gaan met een keuze van kleur. Iemand die altijd in een somber zwart pak loopt, (meestal zijn deze mensen bovendien sigarenrokers en asmorsers) zal mogelijk een heel goed mens kunnen zijn, toch is hij zwaarmoedig, vaak vroom. Hij is bang zichzelf te verliezen, eigen waarde (of waardigheid) te verliezen, wanneer hij positiever reageert op het leven. Neem mensen die zich in felle kleuren kleden, bijvoorbeeld in een conflict van blauw en rood, iets wat tegenwoordig zeker niet alleen de dames zich permitteren. Zo iemand zoekt naar begrip (blauw) en wil steun vinden in het leven. Maar zijn vitaliteit en hartstocht laaien steeds weer op. Zo iemand etaleert eigen innerlijke toestand, maar geeft tevens toe dat hij deze niet geheel kan beheersen te midden van de wereld. Iemand die voornamelijk tinten blauw kiest, is vaak wat traag en bezinnelijk in zijn reacties. Hij zal echter wel scherp kunnen nadenken, realiseert zich wel alles, maar wordt slechts actief, wanneer een door hem als logisch erkende noodzaak daartoe bestaat. Iemand, die zich voornamelijk in bruin kleedt (of zelfs groen) zal geneigd zijn de dag te plukken, maar daarin niet altijd slagen. Grijs is de kleur van de komediant, degene die zijn waarheid voor de wereld en waarschijnlijk ook zichzelf voortdurend verdoezelt. Zijn keuze is het wit van de waarheid, dat voortdurend gefilterd wordt door het zwart der negatie, de ontkenning. Naarmate het gekozen grijs in doorsnee somberder is, kan men zeggen, dat men meer te maken heeft men iemand, die door vrezen voor eigen werkelijkheid wordt beheerst en bereid is alle middelen te gebruiken om deze werkelijkheid voor anderen te verhullen. Je kunt dus zelfs aan de hand van de kleding, die de mensen bij voorkeur dragen, reeds iets van de achtergronden van hun karakter gaan begrijpen.

Je kunt zeggen dat iemand, die primaire kleuren en contrasten kiest, in zich vele primitievere acties bergt en de noodzaak voelt zich uit te leven. Iemand die veel pasteltinten draagt is iemand, die innerlijk vaak een zeer sterk emotioneel leven kent (intellectueel zowel als zuiver emotioneel) maar die, wanneer het erop aankomt dit naar buiten toe te uiten, toch wel uitermate bescheiden is. Zo iemand zal altijd de wereld wat beleefd toespreken en nimmer haar zijn noden, behoeften en haat in het gezicht schreeuwen. Wie ziet hoe de mens zijn reacties op zichzelf tracht uit te drukken in voorliefde voor kleuren, zal toegeven, dat de gevoeligheid voor kleuren en de keuze daarvan niet alleen maar een hersenkwestie is. Het gehele bestaan van de mens, zijn gehele besef van wereld en eigen wezen is verweven met, ja soms zelfs gebaseerd op, kleur en klanken. Omdat wij niet anders kunnen, bouwen wij ons naar buiten toe een beeld, waarbij wij voor eigen bewustzijn een groot deel van deze emotionele achtergronden eenvoudig wegnemen.

Het blijkt echter onmogelijk zichzelf geheel te ontkennen. Mensen zullen zichzelf in 9 van de 10 gevallen openbaren voor de wijze, waarop zij kleuren kiezen voor eigen kleding en milieu; zij brengen ook hun persoonlijkheid tot uiting door de voorkeur, die zij tonen voor ritmische en melodische waarden en bepaalde toonaarden. Iemand die van een bas houdt en eigenlijk alle vrouwenzang wat overbodig vindt, zoekt in de sonoriteit gezag, vastheid, bevestiging. Hij zoekt in de bas het gezag en de haast kerkelijke wijding, die voor zijn gevoel het gehele leven dient te doorstromen. Degene die de voorkeur geeft aan een tenor, zal meer de aandacht geven aan de oppervlakkigheden en uiterlijkheden van het leven. De alt is bij de vouw vaak een uitdrukking van de waardering voor het innerlijke, die bij de man alleen in de bas te vinden is. Zij duidt in ieder geval op verinnerlijking. In het gehele scala echter zal een nadrukkelijke voorkeur voor de alt toch wel betekenen, dat men de vrouw en het leven wat primitief ziet. Het gaat dan niet om één vrouw, maar om vrouwen. Het gaat niet om één enkele aspect van het leven, maar om een genieten van de gehele wereld. Het gaat niet zozeer om het doel, maar eerder om een (vaak haast instinctieve) levensvulling en vervulling.

De sopraan (indien niet de coloratuursopraan, die eerder op bewondering voor techniek dan op gevoelens een beroep doet) wijst op een verwachting, waarbij men levensvreugde en de lichtende waarden in het leven vaak haast daadloos afwacht, omdat men meent dat die vanuit en door anderen geopenbaard zullen moeten worden.

Samenvattend zou ik op willen merken: klank en kleur zijn voor de mens uitdrukking van zijn innerlijk wezen en tevens buiten hem de magische bevestiging van een wereld die hij ook innerlijk zoekt, of in negatieve gevallen, vreest. Als ik op een gegeven moment in een mens een bepaalde indruk wil vestigen, zo blijkt uit het voorgaande, dat ik daarbij gebruik van klank- en bepaalde kleureffecten kan maken. Maar ook de innerlijke houding tegenover anderen komt daarin steeds weer tot uiting. Menigeen zal zich niet slechts geërgerd, maar ook verbaasd hebben over het galmtoontje, dat menige prediker maar niet af kan leren. Indien men echter even nadenkt, dan wordt duidelijk waarom zo iemand meent te moeten galmen. Hij wil zijn woorden niet zien als zijn eigen woorden, maar zoekt daarachter de werking, de kracht van de oneindigheid, zijn galm is als het ware het onwillekeurig weergeven van de echo, die hem bereikt uit de oneindigheid. Daar dit voor het gehoor meestal niet waar is, zal zijn toon voor velen uitermate irriterend werken. Men voelt er een onoprechtheid en neerbuigendheid in, die in feite niet hoeft te bestaan. Maar voor de prediker zelf, die meent dat zijn woorden die van God zijn, is deze wijze van spreken onontbeerlijk geworden. Zij is hem een behoefte. Hij tracht magisch te werken, maar maakt de fout daarbij van zichzelf uit te gaan, in plaats van uit te gaan van de anderen.

Voor ons allen, of wij nu geest zijn of materie, hebben de waarden, die klank en kleur zijn, of innerlijk vergelijkbaar daarmede zijn, een bijzondere en magische betekenis. In ons leeft een ervaring, die wij ons lang niet altijd geheel te binnen kunnen brengen. Misschien is het een vorig bestaan, misschien is het een lang vergeten gebeuren uit eigen huidig leven. Wij worden geconfronteerd met de inhoud van ons eigen wezen. Het ‘ken uzelve’ nu echter niet meer uitdrukbaar in bewust beseffen, maar als een ondergaan. Een aardig beeld hiervan is de lotus: Wij noemen haar heilig, omdat zij, wortelende in de modder, gedragen door het water, zich ontplooit in de lucht. De modder is de materie. Het haast mystieke water, dat ons omgeeft, is opgebouwd uit sonoriteiten, kleuren en effecten. Wij worden niet alleen maar naar de buitenwereld gevoerd en erkennen niet alleen de conflicten en mogelijkheden buiten ons, maar ervaren deze ook in onszelf. Wij trachten daaraan dan vaak te ontkomen door acties of rationalisaties. Ik stel nu: Wanneer in een mens door muziek, ritme, incantatie (vorm van klank) kleuren, waarbij ook geur en smaak genoemd moeten worden, die met het kleurervaren van de mens sterk gebonden zijn, zo keert hij tot zichzelf terug.

Elke ervaring, die plaatsvindt onder gevoeligheid voor klanken en kleuren is niet slechts een werelderkenning, maar ook in de wereldinterpretatie, die daaruit voortvloeit, een confrontatie met het eigen ik. Wanneer in de wereld sprake is van maya, zo zullen wij moeten erkennen, dat zij voor ons voornamelijk mede door deze twee elementen, klank en kleur, wordt opgebouwd. Dezen veranderen voor ons de betekenis van een handeling, de betekenis en inhoud van een woord, zij maken ons blind voor gevaren en mogelijkheden, kortom, zij veranderen via de associatieve werkingen de gehele buitenwereld voor ons. Zij confronteren ons voortdurend met ons eigen ik in alle ervaring van het andere. Het is overigens wel kentekenend voor deze dagen, dat zo vele mensen zichzelf wanhopig zoeken te ontmoeten of te bestrijden via hun acties in de wereld, die zij menen te ontmoeten. Men zoekt elkaar in strijd en liefde, in verdachtmakingen en overeenstemmingen, terwijl men in feite alleen zichzelf beleeft, zichzelf ziet en zichzelf bestrijdt. Een vorm van blindheid voor de werkelijkheid, die in vele gevallen voor de gehele wereld zowel als voor de personen in kwestie uitermate storend kan zijn.

Altijd weer zullen wij moeten stellen, dat ook bij dromen, vervalsingen van de werkelijkheid, klank en kleur een vaak bepalende rol spelen. Laat ons dit echter niet als geheel negatief beschouwen, daar het juist dit alles is, waardoor de mens gedwongen wordt in de wereld ook de waarheid omtrent zichzelf te ondergaan en uiteindelijk te beseffen. Wie in dit leven weigert te beseffen, dat hij juist door associaties en dergelijken in de wereld in feite voortdurend zichzelf, zijn eigen wensen en angsten, ontmoet, zo kan dit voor het resultaat van een stoffelijk leven bijna fataal zijn. Besef dat er in het leven vaak mensen zijn, die elkander ontmoeten, zonder ooit in feite de ander te erkennen. Zij zoeken in die ander zichzelf. Daar echter de anderen nooit het antwoord kunnen geven, dat men ten hoogste in zichzelf kan vinden, zijn zij altijd weer in het leven teleurgesteld.

Er zijn mensen, die hun leven wijden aan het zoeken naar God. Ook voor hen worden kleuren, klanken en zelfs de steriliteit van een te orthodox milieu in feite tot een weergave van eigen persoonlijkheid. Zij menen daarom vaak te vechten tegen de zonde in de wereld, terwijl zij in feite slechts zichzelf en de in hen levende Godserkenning bestrijden. Dit komt dan tot uiting in de wijze, waarop zij door het leven gaan: vervuld van gevoelens van angst, onvermogen en schijnbare nederigheid, terwijl in feite hun gehele optreden, zelfvoldaanheid en zelfrechtvaardiging tot uitdrukking brengen.

Men kan dit begrijpelijk maken, … (Hier volgt een demonstratie van klanken, die niet op papier kan worden weergegeven.) Dit wekt in u verschillende spanningen? Het geeft u een gevoel van iets wat komt, een ontluikend weten? Dan is dit veroorzaakt door het feit, dat klanken en kleuren voor de mens ook nog een weergave vormen van hogere waarden, die in hem bestaan. In onszelf zijn wij bereid en bekwaam om niet zichtbare krachten en werkingen te erkennen. Uw reactie is daarvan een bewijs. Maar wij kunnen daaraan geen andere uitdrukking geven dan via associaties, die in wezen niet meer redelijk zijn. Vandaar dat de innigste waarden van mensen worden uitdrukt in klanken en kleuren.

Ervaringen op ander dan stoffelijk vlak worden daarmede eveneens uitgebeeld. Men hoort muziek, een stem, ziet een schitterend licht enzovoort, enzovoort. Rond ons liggen krachten, die de basis zijn van alles wat wij beleven. Deze krachten, die buiten ons bestaan, wekken bij ons herinneringen aan ons eigen basisbestaan. Soms scheppen wij kleur, klank, om die herinneringen weer te geven. Dan spreekt men van geïnspireerd kunstenaarschap. Soms ook zoeken wij vanuit onszelf in klanken en kleuren om iets tot uitdrukking te brengen wat ons beweegt. In dat geval zijn wij zoekers naar de oneindigheid, omdat wij onbewust reeds vanuit de onbekende wereld rond ons de krachten tot ons willen roepen, die met onze ervaringen en problemen verbonden zijn.

Vergeet in dit opzicht één ding niet: Juist ten aanzien van dit alles bestaat er geen verschil tussen God en duivel. Dit zijn associatieve begrippen. Er is alleen maar verschil tussen licht en donker, zoals er innerlijk geen verschil bestaat tussen leven en dood en de werkelijke uitdrukking het verschil betekent voor onszelf tussen ervaren en niet-ervaren. Er is voor ons geen tijd verbonden met dit alles, er is slechts een tijdloosheid, waarvan de waarde wordt bepaald door ervaren of gefrustreerd niet ervaren. Dat is alles.

Die paar kleine centra in uw hersenen, waarin de indrukken van netvlies en gehoor worden geregistreerd, omvatten het symbool van uw gehele leven. Wanneer u denkt dat die dingen onbelangrijk zijn, let dan bijvoorbeeld eens op de verschillen in reactie, wanneer u een aardige man of een aardig meisje onder normaal licht ziet en onder het licht van een kwiklamp of natriumlamp. Dan is opeens veel van het mooie weg. U realiseert u snel dat dit licht de oorzaak is van de vertekening. Wat maar goed is, want anders zou u van iets, wat u onder normale belichting begeerlijk voorkomt, gewoon een tikje griezelen of zelfs misselijk worden.

Zelfs uw maaltijd zal onder een andere kleur licht opeens van smaak veranderd lijken. Is dit niet het beste bewijs, dat wij niet alleen naar de dingen zelf kijken, maar ook naar hetgeen wij erachter zoeken? Dan zal ook aanvaardbaar voor u kunnen zijn dat het onbekende, dat wij bewust of onbewust achter alle dingen zoeken, door ons gesymboliseerd wordt in klank en kleur.

Er is natuurlijk over dit alles meer te zeggen. Sommigen onder u hebben misschien gewacht op een esoterische verklaring van de kleuren of zoiets. Dit bestaat niet. Wel zijn er tot esoterie gemaakte conventies ten aanzien van de betekenis van kleuren die, zo zij ontleed worden, terug blijken te grijpen op de primitieve reacties van de mens op kleur. Er bestaan vele regels over het magisch en esoterisch gebruiken van het geluid. Onthoud dat ook dit niet iets is wat boven de materie uitgaat, maar eenvoudig berust op een herleiden tot basiswaarden van menselijk denken en reageren. Daarom heb ik over dit alles maar gezwegen. Want dat men toch steeds weer op primaire levenswaarden zal moeten teruggrijpen indien men genezing mogelijk wil maken, geluk wil vinden enzovoort, zou u reeds lang bekend moeten zijn.

Anderen menen dat ik niet ver genoeg inging op de betekenis van de muziek. In dit verband heeft dit echter weinig zin, daar het onze eigen associaties zijn, die onze reactie op muziek bepalen. Zelfs al zijn er bepaalde grondwaarden aan te geven, toch zal men nooit met zekerheid kunnen zeggen wat wel mooi is en wat niet. Je oordeel is uiteindelijk afhankelijk van een technisch oordeel, dat met schoonheid niets te doen heeft, dan wel een reactie in het ik, die door de muziek wordt gewekt. Wat de moderne schilderkunst betreft, wil ik alleen opmerken dat er helaas meer geklodderd wordt dan gevochten om een innerlijk ervaren of gevoelens tot uitdrukking te brengen. Maar dat neemt niet weg dat je schijnbaar gelijkwaardige klodderpartijen beziende, opeens een intens beleven in jezelf kunt ervaren aan de hand van één daarvan. Wat dan weer betekent dat de mens ook zonder vormen, alleen door kleurstellingen, wel degelijk iets kan uitdrukken. Kortom, ik heb vele gebieden vermeden, die te specialistisch zijn en waarbij het op een te persoonlijke interpretatie aan zou komen.

Vragen.

  • Toepassing van klankgevoeligheid voor levitatie. Eventueel apparaat, in grove lijnen, waarmede dit mogelijk wordt, omschrijven. Voorbeeld: de gouden schijven die Montezuma voor Ferdinand en Isabella meegaf.

Het is niet de juiste tijd om een mechanisme te beschrijven, waardoor men de zwaartekracht op zou kunnen heffen. De mensen hebben reeds voldoende geestelijke zwaarte verloren zonder dit. Klank is zonder meer niet voor levitatie bruikbaar. Wel kan zij de stimulans vormen, die het een mens mogelijk maakt het levitatie verschijnsel via eigen krachten te produceren. Wat echter iets anders is dan het gevraagde. Levitatie kwam in het verleden meer voor dan in deze tijd, omdat de mens van vroeger niet zozeer van het onmogelijke overtuigd was, dan de mens van heden. De mens heeft meer capaciteiten dan hij beseft, maar kan deze eerst gebruiken, wanneer hij in staat is de beperkingen van het redelijk en logisch onmogelijke volgens menselijk redeneringsvermogens terzijde te stellen.

  • Zijn de stenen van de grote piramide ook door levitatie op hun plaats gebracht?

Neen. Wel werd door de priesters van bepaalde geestelijke krachten en magische trucs gebruik gemaakt, omdat men op deze punten niet voldoende slaven gelijktijdig voor het transport van grotere stenen in kon zetten. Maar de Egyptenaren gingen uit van het standpunt dat, zolang je iets met de kracht van slaven kunt doen, de priester zijn krachten beter kon sparen.

  • Bestaan buiten ultraviolet en infrarood nog andere kleuren, die de mens niet waarneemt, maar mogelijk eens heeft kunnen zien of zal zien. Gaarne omschrijving van de eigenschappen van die kleuren.

In zijn geheel wordt dit te moeilijk. Eenvoudig gezegd: Zowel naar boven als naar onder toe is de reeks trillingen, die men als lichttrillingen kan beschouwen, rond tweemaal zo groot als het zichtbare deel van het spectrum. Dit houdt in dat er zeer vele kleuren bestaan, die door de mens niet kunnen worden gezien maar vaak wel door andere levende wezens.

Hond en kat zien bijvoorbeeld andere frequenties dan u. Soms kunt u dit wel aan hun gedrag bemerken. Insecten reageren op andere frequenties, die voor u in het ultraviolet liggen en zien de wereld dus in een geheel ander licht dan u. Aan de andere kant zien wij vaak grotere dieren die nog in vorm en wezen aan de oertijd verwant zijn, waarbij het gezichtsvermogen kennelijk een deel van de scala in het infrarood omvat. Bepaalde reuzenhagedissen, leguano’s bijvoorbeeld en sommige kaaimannen blijken niet alleen de neiging te hebben op beweging aan te vallen, maar zullen, wanneer hun aanvalsdrift eenmaal is gewekt, soms onverwacht hun aanval richten op een plaats waar niets of niemand meer aanwezig is, maar waar langere tijd iets of iemand heeft gerust (warmbloedig) die tot desnoods 40 minuten voor de aanval reeds de plek verlieten. Dit is te wijten aan het feit, dat hun beperkt gezichtsvermogen resten warmteverschil (dus stralingen binnen het infrarood) ziet als een reëel beeld en daarop reageren alsof het in het heden werkelijk zou zijn. Hun verblufte en vaak woedende reactie op het ontbreken van een voelbare prooi blijkt dan vaak uit hun later gedrag.

  • Kunt u kleuren omschrijven die op andere planeten bestaan of een proeve geven van geluid, dat daar wordt gehoord?

Dit is zeer moeilijk. Indien ik u een proeve geef van een taal, die u kunt volgen is, door de moeilijkheid van een letterlijk vertalen van iets, dat geheel andere referentiewaarden heeft, het geheel voor u alleen maar abracadabra, dus zinloos. Zou ik een taal kiezen, die wel redelijk vertaalbaar is, zo beschik ik niet over de middelen om een juiste weergave van de klank tot stand te krengen. Ik ken bijvoorbeeld een taal, die ik op aarde alleen zou kunnen weergeven wanneer ik gelijktijdig zou kunnen beschikken over een zeer jong kind om de hoogste frequenties weer te geven en een mannelijk medium, om de lagere frequenties weer te geven. De normale mogelijkheden van menselijke stembanden zijn eenvoudig niet voldoende. Andere talen kennen een betekenisvariant door middel van gebaar, zijn vaak opgebouwd op wat voor u alleen sis- en klikgeluiden zijn, enzovoort, enzovoort. Ik kan dan ook aan uw verzoek niet voldoen. De omschrijving van kleuren zou, daar zij in uw kleurreferentie vertaald moet worden, eveneens weinig zinvol zijn. Zou men ooit willen zien volgens de waarden van andere wezens, zo zou dit voor de mens uiteindelijk alleen maar mogelijk zijn door apparatuur te scheppen, die gelijk de anderen waarneemt en al deze impressies dan in de beperktere lager of hoger gelegen kleurenscala van de mens vertaalt. Het is niet mijn bedoeling de vraag hiermede als onbelangrijk af te doen, maar meen niet dat het redelijk is vele technische gegevens te spuien waaraan niemand iets heeft. Indien u in dit onderwerp meer wetenschappelijk geïnteresseerd bent, wil ik u wijzen op ontwikkelingen in de wapenindustrie, de nieuwe infrascopen, waarbij vertaling van infra- en ultrawaarden in normale waarnemingen wordt mogelijk gemaakt door de toepassing van reflexbronnen gekoppeld aan op zich betrekkelijk eenvoudige kleurfilters en scholing.

  • U spreekt van esoterische kleurwaarden. Moeten wij die in feite oriënteren boven of onder het normaal spectrum?

Bij de beperkende bepaling esoterisch kunnen wij hier geen oriëntatie geven, daar het innerlijk onderscheidingsvermogen (en het geestelijk onderscheidingsvermogen) groter is dan het normaal menselijke. Men zou dan kunnen stellen, dat het aantal betekenis hebbende kleurentonen aanmerkelijk groter wordt, maar in referentie blijft aangepast aan het geldende kleurbesef van de mens. Wij zouden kunnen zeggen dat voor een goed ontwikkelde geest het aantal kenbare kleurverschillen en varianten rond 1500 maal dat van de doorsnee mens bedraagt, dit geldt reeds in de zomerlandsfeer. Een deel daarvan zult u rangschikken onder ultraviolet of infrarood, het merendeel ligt echter tussen de voor u kenbare kleurverschillen.

Het geheel berust op het normale menselijke voorstellingsvermogen, waardoor het normale kleurenpalet door de mens ervaren en gezien kan worden. Daar de wijze van waarneming echter anders ligt, is een directe vergelijking ook hier wat moeilijk. Ik zou willen stellen dat een mens met een zeer buitengewoon ontwikkeld kleurgevoel en een scherp oog voor de kleinste schakeringen van kleur, in staat zou zijn om met de door de mens gebruikte kleurmiddelen in deze tijd een benadering (geen juiste weergave dus) zou kunnen scheppen van meer eenvoudige waarnemingen in bijvoorbeeld het zomerland. Men kan dus wel spreken van parallellen in het kleurervaren, maar zeker niet van een overeenkomst.

Aan de waarneming zitten voor de geest vele kanten, die u paranormaal of telepathisch zou noemen. Het waarnemingsvermogen wordt verder niet bepaald door het plaats besef van het ik, maar door de gerichtheid van de belangstelling, de wil tot kennen. De grens wordt gevormd door eigen geloof in- of besef van mogelijkheid. Theoretisch is dus de mogelijkheid tot waarnemen in feite oneindig, door het gemiddelde besef in de geest kan echter wel van een definitieve beperking van mogelijkheden gesproken worden.

Verder zou ik nog op kunnen merken, dat dit alles niets te maken heeft met kleurbesef, daar het waarnemingsvermogen op zich niets met de kleur te maken heeft, maar de kleur slechts een registratie betekent waarin de eigen absorptie of waarde van het waar genomene wordt vertaald. Wat de mens betreft, kan dan ook worden gesteld dat bij een zich concentreren op een bepaalde kleur de eigen (psychische) instelling van de mens en vaak daarnaast de fysieke toestand in vele gevallen, zich zullen wijzigen via een proces van zelfsuggestie, waarvan de werking die van autohypnose gelijk kan komen. Hierdoor kunnen inderdaad nieuwe gevoeligheden voor de mens en andere waarden ontstaan. Hierbij dient men voor ogen te houden dat deze vergroting van gevoeligheid niet door de kleur zelf wordt veroorzaakt, maar een gevolg is van de reacties in de mens, die als gevolg van de concentratie op de kleur tot stand komen.

  • Kunt u onbekende voorbeelden geven van een toepassen van ultrasonoor geluid?

U weet dat een hond reageert op tonen van een fluitje, dat een mens zelf niet kan horen. Wat de meeste mensen niet weten, is dat wanneer wij een aantal van dergelijke fluitjes gelijktijdig zouden gebruiken en de mensen die niet kunnen zien wat wij doen en dus ook niets bewust horen, een gevoel van onbehagen zouden ondergaan, dat bij een langere duur zelfs ernstige lichamelijke gevolgen kan hebben. Het eerste verschijnsel is een snel toenemen van de prikkelbaarheid. Door op verschillende toonhoogten dit ‘onhoorbaar’ geluid gelijktijdig of afzonderlijk met grotere kracht te genereren kan men dus in het menselijke lichaam vele verschillende reacties doen ontstaan. Het is zelfs denkbaar dat men van een dergelijk ultrasonoor geluid ergens een wapen maakt. Verder kan men van dit geluid onder meer gebruik maken om rijpingsprocessen bij vele vruchten te bespoedigen. In het verleden werd iets dergelijks, zij het ritueel, wel gedaan. Op het ogenblik is men mijns inziens nog niet zover, dat men deze oude overleveringen en gebruiken op een wetenschappelijke wijze geheel heeft teruggevonden. Een eerste begin is er bij het onderzoek naar de invloed van geluid op gewassen in India.

Men kan zeggen dat subsonore geluiden over het algemeen bij de mens tot direct emotionele reacties voeren, terwijl ultrasonore geluiden, indien wij voldoende sterk een verandering van het lichaam en de evenwichten daarvan vooropstellen, daardoor een verandering van reactiemogelijkheid vormen. In het eerste geval spreekt men van psychische inwerkingen, die onvermogen kunnen wekken, in het tweede geval is sprake van onvermogen, waardoor psychische reacties kunnen voortkomen. De geluiden die voor bevordering van groeiprocessen werden gebruikt, kan men als mechanisch opgewekt omschrijven, daar hierbij gebruik werd gemaakt van een soort fluiten (gelijkende op panfluiten) die wel zodanig werden opgesteld, dat de wind daarin kon spelen, maar ook wel door de mensen zelf werden bediend. In Engeland is, naar ik meen, voor het laatst openlijk een dergelijk instrument gebruikt rond 200 n.Chr. door de laatste druïden. Dit geschiedde in de buurt van Schotland.

  • Gebrekkige kleurenexpressie zou gepaard moeten gaan met emotionele armoede. In primitieve culturen wordt vaak alleen oker en wit gebruikt. Zou dit voortkomen uit beperkte beleving of dit ten gevolge hebben?

Het beschikbare materiaal (kleuren) speelt ook een rol. Primitieve volkeren geven hun tekeningen echter veelal een magische betekenis, waarbij lijn en gebruikte kleur geen uitdrukkingswaarde, maar een emotionele betekenis hebben. Vaak is gelijktijdig de vaak gebruikelijke lichaamsbeschildering dan wel kleurig. Ook de vaak gebruikelijke tatoeages hebben vaak mede voor dergelijke mensen een kleurbetekenis. Dit kan men dan afleiden uit de in vaststaande kleuren voorkomende herhaling van deze motieven bij de versieringen op hun gebruiksvoorwerpen. Men kan niet stellen dat het beperkte gebruik van kleur zonder meer een teken is van emotionele armoede. Dit zou alleen gelden voor iemand die, zich uitdrukkende voor zichzelf en over alle mogelijkheden tot kleurvorming beschikkende, zich tot enkele kleuren zou beperken.

Verder dient men te beseffen dat er kunstenaars zijn, die in feite allereerst tekenend weergeven en hun lijnenspel, dat het voornaamste is, met kleuren onderstrepen. Hier is het kleurgebruik ondergeschikt en vaak zeer beperkt, bijvoorbeeld: de Japanse kunst. Anderen werken hoofdzakelijk met de kleuren, die hun emotie weergeven en stellen de voorstelling op de tweede plaats of laten deze weg. Degenen, die kleur zoeken en de voorstelling daarbij aanpassen, worden vaak door hun milieu afgeremd, verkoopbaarheid. Voorbeelden hiervan: de Hollandse en Vlaamse school in de 16e en 17e eeuw. Het emotionele leven der kunstenaars is kennelijk zeer fel. Zij gebruiken felle grondkleuren, een zeer sprekend coloriet, dat echter later, door gedeeltelijke dekking met meer neutrale tinten, gecamoufleerd wordt. Zo ontstaat onder meer het beroemde Claire-obscuur. Ook in de school van Rubens vindt men dergelijke invloeden, die spreken uit de vaak zeer joyeuze kleurigheid van de in vele stukken ingevoegde kleine landschappen, terwijl de kleuren van de hoofdvoorstelling meer gedempt blijven.

Nogmaals, armoede van kleur betekent niet zonder meer emotionele armoede. Wie let op de opzet, penseelvoering en gebruikte grondkleuren, zal niet alleen de schilder uit zijn werk leren kennen, maar tevens door de camouflage van de oorspronkelijke opzet in lijn en kleur, zien in welke omgeving hij leefde.

  • Sommige mensen zeggen geen muziek te kunnen horen. Reden?

Niet eenieder heeft een gelijk gevoel voor ritme. Allen kunnen muziek ervaren, maar sommigen zijn bang voor de sentimenten, die de muziek bij hen, volgens hen onredelijk en ongepast, zou kunnen opwekken. Hierdoor ontstaat een soort psychische doofheid. Men is zich daarvan niet bewust. Klankblindheid, kleurblindheid, leesblindheid, kunnen uit soortgelijke bron stammen, onlust of angsten, waardoor de psychische effecten zich in een materiële onbekwaamheid gaan weerspiegelen. Oorzaak: Men stelt eigen gemak, eigen ratio of innerlijke ervaringen boven de invloeden, die stammen uit de wereld, die men meestal slechts deels vertrouwt en vaak ook veracht. Men wijst dan alles af, wat hun gevoel van eigenwaarde vanuit die wereld zou kunnen aantasten.

  • Is het juist dat oude kerkmuziek vaak in a-mineur gezet was? Wat is de reden daarvoor?

Niet alle oude kerkmuziek is in deze toonaard gezet. In het gregoriaans treft men vele melodieën aan die zelfs in majeur staan. De bron van de kerkmuziek ligt echter in Byzantium. Deze was inderdaad in mineur gesteld. Zij stamde van monniken, voor wie elke religieuze beleving gepaard moest gaan met wereldontzegging en het offer van de Christus. Deze traditie had grote invloed op vele volksmelodieën als bijvoorbeeld in Griekenland, waar wij eveneens de inzet in mineur steeds weer aantreffen, terwijl de eindfrase vaak in majeur komt te staan. Dit werd door vele componisten overgenomen en vormt zo een traditie, die  echter vaak doorbroken wordt. Verschillende klassieke kerkliederen beginnen, evenals de volksliederen, wel in mineur, maar wisselen tegen het einde van toonaard en komen soms zelfs tot een slotakkoord in G-groot. Vele lofzangen staan echter wel in majeur. In het vroeg gregoriaans treffen wij verder gezangen met aan het einde een z.g. tweeledige zetting, waarvan één een majeurwaarde omvat. Bij plechtigheden werden beide versies gelijktijdig gezongen waardoor een juichend en indrukwekkend eind bereikt werd. Overigens mag ik er wel op wijzen, dat zowel melodisch als ritueel vele vroegchristelijke riten doen denken aan Egyptische en Griekse rituelen en kennelijk daaraan ontleend werden.

  • Nog niet bekende eigenschappen van infrarood en ultraviolet: Fotograferen van geesten bv. mogelijk?

Neen. Wel vaak met ultrarood gevoelig materiaal, maar dan alleen resultaten, indien sprake is van een manifestatie of deelmanifestatie. Reden: daarbij wordt vaak in meerdere of mindere mate warmte onttrokken aan de omgeving. Voor infrarood registreerbare temperatuur verschillen kunnen zo ontstaan en vereenvoudigen het vastleggen van die manifestaties, die het menselijke oog niet waar kan nemen. Ultraviolet heeft een zeer hoge trilling, die meestal niet geheel gevormde manifestaties uiteen doet vallen. Vandaar dat men zegt: Frisse lucht en zonlicht zijn gunstig voor ruimten, waarin later geseanceerd moet worden.

Zonlicht heeft een reinigende werking doordat astrale schillen en vormen, die zich in het vertrek zouden kunnen schuilhouden en zich aan de bij seances vrijkomende kracht zouden kunnen voeden, uiteen doet vallen. Frisse lucht helpt bepaalde miasmische geuren, die voor duistere manifestaties gunstig zijn, beperken en zo de bron niet stoffelijk is, verdrijven.

  • Zijn er in de schilderkunst van heden schilders, die invloeden vertonen, die niet van deze wereld zijn?

Geestelijke invloeden (inspiratie en mediamiek voortbrengen) komen betrekkelijk veel voor. Het resultaat is altijd weer een compromis tussen de mogelijkheden en voorstellingswaarden van het medium en de wil tot uitdrukking van de inwerkende kracht.

Voorstellingen die niet van deze aarde stammen, maar van wezens die daarop nooit geleefd hebben, komen op deze wijze niet tot stand. Wel worden gedachtereeksen ontvangen en door sommige kunstenaars op eigen wijze weergegeven, onder anderen Utrillo, Dali en anderen.

Deze invloeden zijn echter steeds maar aanwezig in enkele, maar zeker niet in alle door hen geschapen beelden. Bij Dali zien wij vooral buitenaardse elementen optreden aan het einde van zijn eerste periode. Picasso waagt pogingen kort na het einde van zijn blauwe periode, die echter kennelijk grotendeels mislukken.

image_pdf