Klank, Licht, Kleur en het menselijk wezen

image_pdf

29 mei 1953

Ja, ik moet natuurlijk weer beginnen met u er op te wijzen dat wij niet alwetend zijn.  Ook voor ons zijn er nog geheimen in het Al en ook, voor ons zijn sommige problemen nog niet te ‘benaderen’. Ik zeg dat maar van te voren, opdat u niet zult gaan denken, wat jullie nu vertellen dat is het enig ware. Het is het ware zoals wij het zien, het is de waarheid zoals die in ons leeft, zoals wij eraan geloven. En dan, juist omdat wij ook niet volmaakt zijn – het is u wel bekend – kunnen we fouten maken, als u ons op zo’n fout zou betrappen, dan zijn wij u dankbaar ervoor wanneer u daar werkelijk eens een keer op zo’n slakje zout legt, zegt u dat rustig, zegt u maar: “ik ben het er niet mee eens”, daar zijn zowel wij als u maar mee gediend dan wanneer u dat zou verzwijgen, nietwaar?

Zo vrienden, en daarmee heb ik dan de inleiding beëindigd en kan ik beginnen aan ons eigen onderwerp.

En nu zou ik voor deze avond willen spreken over: ‘de eigenaardige band die er bestaat tussen klank en het menselijk wezen’. Ik zou zelfs nog iets verder willen gaan en ik zou ook daarbij ‘het licht en de kleur’ mee willen betrekken, u hoeft niet bang te zijn dat ik hier nu ga beginnen met een kunstbeschouwing, want dat is geheel niet de bedoeling. Maar wat ik wel wil trachten te doen is u een begrip te geven van bepaalde dingen die nu eenmaal bestaan.

Zoals u weet hoort u met uw trommelvlies, dat is heel normaal.

Maar hoort u nu ook misschien nog met een ander deel van uw lichaam. U hoort bepaalde trillingen en bewegingen die voor het gehoor niet onmiddellijk vast te stellen zijn, u kunt wanneer u trillingen – op een bepaalde wijze geleid – opneemt, daardoor zeer sterk beïnvloed worden en tot buitengewone prestaties komen. Wanneer nu een klank wordt uitgesproken – zoals ik dat op het ogenblik doe voor u – dan betekent dat niet alleen dat er nu zo maar eens ergens een woord gezegd wordt, maar dat betekent ook dat ik allereerst via uw gehoorzenuwen, via uw eigen bevattings- en herinneringsvermogen, bepaalde ideeën aan u overdraag. Maar er gebeurt nog meer, ik zet de lucht in trilling, dat is bekend, nietwaar? Wanneer ik nu de lucht in trilling zet, dan beïnvloed ik daarmee tevens uw gehele lichaam, want niet alleen de lucht die nu toevallig in de oorschelp terecht komt en binnen wervelt naar het trommelvlies toe is in beweging, maar de gehele lucht.

Dat betekent dus dat er klanken zijn die u wel degelijk direct lichamelijk kunnen beïnvloeden. Uitvinders hebben zich daar ook mee beziggehouden, heb ik mij laten vertellen, maar die gaan ongelukkigerwijze juist uit van het standpunt: met klank kunnen wij misschien doden.  Doden met klank is niet onmogelijk nl. door een overbelasting te veroorzaken van bepaalde delen van het zenuwstelsel, maar het is niet iets wat voor ons van belang is.

Wat wel van belang is dat is dit: wanneer op een bepaalde wijze, met een bepaalde intonatie tot u wordt gesproken, dan ondergaat u daar ook lichamelijk – al realiseert u zich dat misschien niet – een zekere impressie van. Wanneer u zich midden in een stadsgewoel bevindt, dan kan uw gehoor zo zijn afgesteld dat het een groot gedeelte van de geluiden – i.p.v. ze op volle sterkte aan u door te geven – als het ware terugschuift, deze wordt in de achtergrond gezet en haalt daar bepaalde tonen uit, dat doet uw gehoor. Vandaar dat men de één goed kan verstaan en de ander niet, vandaar dat men langere tijd misschien tussen machines werkende, die voor een ander een oorverdovend lawaai betekenen, toch betrekkelijk rustig kan converseren met een ander. Dat is het aanpassingsvermogen van uw gehoor.

Maar het is niet alleen dat gehoor, zoals we gezegd hebben, het hele lichaam. Dat lichaam ondergaat daarvan een invloed en die invloed die kan stimulerend maar ook vernietigend zijn. En, om weer verder te gaan, waar het lichaam beïnvloed wordt, wordt deze beïnvloeding ten allen tijde door de geest gedeeld, de ervaringen van het lichaam worden ook door de geest verwerkt. Nu hebben oude magiërs de volgende procedure bedacht, ze hebben het misschien niet zo in die woorden gezegd waarin ik dat nu op het ogenblik naar voren breng, maar het komt dan toch daarop neer.

Wanneer wij een bepaalde geestelijke uiting nodig hebben, dan kunnen wij daartoe meewerken door het lichaam in de juiste toestand te brengen. Waarom zouden we dan niet een invloed trachten te vinden die dat lichaam in de juiste toestand brengt, opdat onze geest makkelijker kan komen tot de uiting die begeerd wordt. En van hier begint dan de grote gang waarbij de vaak zeer primitieve ritmen en de eigenaardige uithalen van de incantaties eigenlijk stamt. Men heeft in de loop van de tijden geëxperimenteerd met klanken en men is gekomen tot een aantal woorden die inderdaad grote en magische betekenis hebben.

En nu denken verschillende van u onmiddellijk aan dat woordje “Ohm”, maar dat woord dat is vreemd. U heeft in uw eigen omgeving ook dergelijke woorden, één daarvan is het woord God. Is het u nooit opgevallen hoe dat woord voor de hoogste macht, in vele landen, landen die ook een rassengemeenschap hebben overigens, praktisch gelijk is, de Engelsman zal spreken van God, terwijl de Duitser misschien zegt Gott en u zegt God, maar de klankbetekenis is bewaard gebleven, zelfs waar de fijnheid van intonatie verloren is gegaan. Hier is een machtwoord, een magisch machtwoord naar voren gebracht dat, als het juist wordt uitgesproken, inderdaad de sleutel kan zijn tot een volkomen verandering van het lichaam, ja, een zo volledige omzetting dat anders geestelijk niet mogelijke dingen, nu plotseling in de geest en zelfs in de stof kunnen worden verricht.

U heeft natuurlijk allemaal gehoord van levitatie en u heeft misschien ook wel gehoord hoe er bepaalde mensen zijn in bv. Indië – men neemt er meestal een land voor dat ver weg is – die door het herhalen van een bepaald woord een levitatie tot stand weten te brengen.
Men beweert zelfs dat het in groepen gebeurt en dat in sommige gevallen zelfs een hele liftbeweging berust juist op deze eigenaardige fysieke inwerking van een bepaald geluid.

Maar ook het Westen kent dergelijke gevallen. Wanneer u de geschiedenis na wilt gaan, dan zult u lezen hoe er verschillende mensen zijn geweest – u moet daarvoor in de religieuze historie terecht komen natuurlijk – die staande voor het altaar of predikende, zichzelf verhieven boven de grond en, onbewust van deze toestand, daar bleven rusten, enkele meters hoog zelfs. Kijk, deze mensen hadden ook dat woord “God” uitgesproken en hun hele instelling was op God gericht en als zodanig brachten zij een zekere gewichtloosheid tot stand, ze waren zich daar niet van bewust en konden die dus niet gebruiken.

Die kunst die is verloren gegaan met, ik zou haast willen zeggen, de beruchte Simon de Tovenaar en de priesters van Apollion, ja niet van Napoleon, Apollion ofwel Apollo. Dus, die dingen die zijn vergeten maar de gebruiken zijn blijven voortbestaan. En wanneer we ook de andere woorden die voor God worden gebruikt nader beschouwen, dan ontdekken we dat ook hier vaak juist weer klankreeksen zijn genomen die, aangepast aan het type van mensen, een buitengewoon krachtige uitwerking hebben. Die uitwerking gaat niet via het gehoor, ze gaat via het gehele lichaam.

Wanneer we nu dergelijke dingen mogelijk zien door geluid, geloof ik dat er reden is om met geluid wat voorzichtiger te worden, ook met spreken.

Hoe snel zult u zich niet laten verleiden om een “godverdomme” voluit en ietwat knetterend de ruimte in te slingeren wanneer er iets mis gaat, hoe zult u niet trachten door bastaardvloeken uw gemoed te ontluchten, maar daar moet u voorzichtig mee zijn. Niet om de woorden zelf, geloof me, wanneer u vloekt en u denkt er verder niet bij na, dan is er geen macht die zich daardoor gekrenkt zal voelen, maar u zult voor uzelf een klankcombinatie tot stand brengen die gevaarlijk kan zijn, u zult voor uzelf misschien een ogenblik opluchting scheppen, maar in vele gevallen een zenuwspanning toevoeren die tot nog meer onaangename resultaten, al of niet begeleid door even knetterende en snerpende woorden, nietwaar, u tot een betrekkelijk ongelukkig zijn gedurende enige tijd, doemen.

Ook andere gewoonten als bv. voortdurend aanhoren van muziek, ook in muziek kan soms een passage gelegen zijn die een meer dan normale betekenis heeft. Zij behoeft voor uw gehoor niet schoon te zijn, maar zij kan door de samenstelling waarin deze klanken worden geproduceerd, magisch worden. En als ze magisch is, dan beïnvloedt ze alles wat deze trilling ondergaat, laten we dat niet vergeten.

Het woord zelf heeft, zoals we dat ook al meerdere malen hebben kunnen vaststellen trouwens, geleden, het is geworden tot een drager van gedachten en de oorspronkelijke kracht daarvan, de magische betekenis is op de achtergrond gekomen. Men kent deze niet meer, hoogstens grijpt men ernaar terug wanneer men enkele rituelen handhaaft uit een ver verleden, of wanneer men – zonder eraan te geloven misschien – bepaalde formules gaat gebruiken of herhalen.

Kijk, vrienden, men moet ook wat deze klank betreft een klein beetje bewuster leven. Wanneer u werkelijk u concentreert, dan kan vaak een enkel woord voor u de sleutel zijn tot ongekende ruimten en ongekende krachten. Wie dat woord vindt is er voorzichtig mee, wie het woord niet kent en het onverwacht zou gebruiken, zou misschien zonder dit te willen of te weten, de meest onheilspellende dingen naar voren kunnen doen komen, zou misschien plotseling met krachten geladen worden, die hij niet zou weten te gebruiken en zou daarmee ongelukken maken. Hetzelfde geldt ook voor de kleur.

Ook de kleur is een trilling, beter gezegd het is een absorberend vlak, dat een bepaald deel van de lichtstraling terugwerpt, dat is dan juist.  Maar waar kleuren zijn, hebben ook kleuren invloed. En waar wij een diep rode, of een zelfs purperen kleur zien, daar zullen we ons heel vaak beïnvloed voelen in de zin van het dierlijke.  U vindt het misschien vreemd omdat esoterisch gezien die kleur een andere betekenis heeft, maar het neemt niet weg dat deze invloed daarvan uitgaat. Het is niet voor niets dat rood licht staat voor onveilig, het is niet voor niets dat rood licht een ietwat dubieuze betekenis heeft, dat rood licht gebruikt wordt daar waar men aandacht wil trekken en begeerten wekken.  Men zal niet zo gauw in een koel groen of in een lichtend blauw een aantal letters aan de hemel tekenen in uw moderne tijd, als wel met rood.

Rood, rood is een begeerte bevorderende kleur, laten we dat niet vergeten. Blauw geeft rust. U zou zeggen: hoe komt dat dan? Ja, ook al weer, uw ogen zien, maar uw gehele wezen wordt gedrenkt in deze trilling, in deze straling. Vandaar dat bepaalde kleuren voor u onharmonisch zijn, dat andere juist speciaal met u harmoniëren, zelfs wanneer ze u misschien qua kleding of sieraad niet staan. Toch hebben die kleuren juist speciale attractie en betekenis voor u.

Ook in kleuren bestaat de mogelijkheid om magie te bedrijven, want in de oude tijd, en ja, ik zeg nu oude tijd maar dat is nog niet zo lang geleden, in de tijd van Napoleon zelfs heeft men dergelijke magiërs nog gekend, nietwaar. Maar dan werkte men vaak met kleurig licht, men gebruikte een vuurbekken met enige gloeiende kolen en daar werden op uitgestort stoffen die bij verbranding een zekere kleur tot stand brachten. En elke kleur heeft haar eigen speciale invloed, Neemt u nu maar eens doodgewoon wat keukenzout en steekt u het aan.

Dat is een griezelgrapje voor de kinderen zult u denken, maar brengt die kleur geen eigenaardige gewaarwording met zich mee? Wanneer u dit alles hebt overwogen – en dat kunt u misschien niet zo onmiddellijk doen – dan zult u ook wat kleuren betreft wat voorzichtiger worden. U zult erop gaan letten of kleuren voor u harmonisch zijn.

En al deze dingen die worden dan natuurlijk door een groot aantal mensen ter zijde geveegd met één groots gebaar, ach, dat is allemaal onzin, ze realiseren zich niet hoe groot die invloed is, niet alleen in een stoffelijk bestaan en een stoffelijk leven, maar evenzeer, ja misschien zelfs nog meer in een geestelijk leven. Stelt u zich voor dat u kunt rusten in een gedempt bezadigd licht met vale blauwe tonen – dat kan vredig maken – dat u kunt luisteren naar een melodie of naar woorden, die met een zekere gedragenheid u tot rust brengen, dan voelt u zich in korte tijd veerkrachtiger, maar ook uw geest is veerkrachtiger, want juist tijdens deze rust kan zij werken en kan zij meer dan normaal het bewustzijn bereiken.
Een goed hulpmiddel bij concentratie maar ook een goed hulpmiddel om gebruik te maken van de geestelijke gaven die in u zijn.

En wanneer we dit dan allemaal zo bekeken hebben – ik heb dat nu zo eens even naar voren gebracht – dan geloof ik dat we een conclusie moeten gaan trekken: kleur en klank hebben ook in onze wereld een grote betekenis, een andere betekenis misschien dan de uwe, maar ze hebben een grote betekenis.

Er bestaan werelden die uiteindelijk in menselijke termen uitgedrukt niets anders zijn dan één grote melodie, andere die één zee zijn van waaiende kleur. Wanneer men de gevoeligheid die men hiervoor heeft, gestimuleerd heeft in de goede richting dan heeft men dus ook een grotere vatbaarheid wanneer men binnen het bereik van deze sferen komt.

Wanneer men dan bovendien nog verder gaat en reeds bewust datgene uit zijn leven verbant qua klank, qua intonatie, wat op het ogenblik niet bruikbaar is, dan heeft men een harmonie bereikt, een – laten we zeggen – gelijkmoedigheid die u in staat stelt in de wereld meer te zijn dan een ander. En nu bedoel ik heus niet directeur van een of andere onderneming of uitvinder bij de gratie Gods, maar het zal u in staat stellen om een beter mens te zijn.

En uiteindelijk, vrienden, uw hele leven behoort er toch op gericht te zijn u een beter mens te maken, niet om u een bijgelovig doetje te maken dat ergens rondloopt met allerlei bijgelovige zorgjes, met talisman en amuletten beladen en eigenlijk niet meer weet wat nu echt is en niet, wat werkelijkheid is en wat schijn. Dat is dwaasheid, maar een bewust mens moet er van u gemaakt worden, moet u van uzelf maken, een mens in wie de geest krachtig werkt, een mens die juist door de werking van de geest en de stof gezamenlijk, kan komen tot een uitdragen van dat principe in het leven dat maar te veel wordt verwaarloosd, genoemd de liefde Gods. Men heeft wel eens gezegd: ja maar, hoe kan God nu eigenlijk liefde zijn? Men heeft zich wel afgevraagd: waar is dan Gods rechtvaardigheid? Men heeft gezegd: wat is dan uiteindelijk dit hele leven anders dan poppenkast? Ik word geslagen en gegeseld, de wereld wordt geregeerd door wreedheid en door geweld, niet door goedheid.

Maar dat ligt aan de mensen, dat ligt aan u, dat ligt niet aan God. Wanneer u op de juiste wijze uw plaats weet te vinden, dan zult u zelf goed zijn, dan zult u liefde kunnen geven en dan zult u ontvangen, dan zullen duizenden kleine daden van welwillendheid en van vriendschap u elke dag opnieuw verzoeten, Dan zult u misschien door een ander een dwaas genoemd worden omdat u te veel neemt van de wereld, omdat u te veel verdraagt, maar in uw verdraagzaamheid zult u ook vinden een zoete genoegdoening zelfs, een geestelijke kracht die u in staat stelt daarvoor te gaan waar een ander onder de lasten van het leven al lang bezweken was of de vlucht had genomen.

Er is behoefte in de geest en in de stof aan wezens die meer doen dan alleen maar met zichzelf bezig zijn en hun eigen standpunt verheffen boven al het andere.
Er is behoefte in de geest en in de stof aan diegenen die met het eeuwige meer en meer in contact kunnen komen. Dat kan alleen wanneer er harmonie is in de mens, dat kan alleen wanneer die mens één gesloten eenheid is en niet voortdurend zijn tijd verprutst met in zichzelf te strijden en te vechten. Maar om dat te bereiken moet men dan ook de aandacht geven aan alle kleinigheden, ook aan klanken en ook aan kleuren, moet men niet verwerpen de magische kracht die gelegen is in zo veel dingen die dagelijks rond u zijn en moet men deze weten te gebruiken: niet te gebruiken om over anderen te heersen, dat zou zwarte magie zijn, maar gebruiken om uzelf te maken tot een gezond en harmonisch mens, een mens die niet blind is van geest, maar die ook niet doof is voor de wereld. Wanneer u dat bereikt, dan heeft u een stap gezet op die grote weg die ons allemaal moet leiden uiteindelijk naar een bewustzijn waarin wij met God onmiddellijk in contact kunnen treden, waarin we de felheid van Zijn schepping en Zijn liefde kunnen verdragen en waarin we doordesemd door Zijn kracht, kunnen zijn, bronnen van kracht voor anderen. En nu vrienden, zou ik graag willen weten of daar bij u vragen over gerezen zijn, of er opmerkingen te maken zijn, of volgens u misschien een deel van mijn betoog niet helder of onjuist is.

Vragen

  • Dat gehoor, buiten het gehoor dan, wordt dat in ons lichaam dan niet veroorzaakt door de zogenaamde zwervende zenuw?

Nee, dit horen buiten het gehoor om, dat is een uiteindelijke vibratie van de huid. In de huid vinden we een groot aantal gangen die in een zenuwstelsel, zenuwknoopjes – uiteinde van zenuwen – laat ik mij niet verpraten, want anders dan krijg ik onmiddellijk kritiek, zoals daar al rijst, nietwaar? Maar dan zijn er dus een groot aantal kleine zenuwpunten, die worden in beweging gebracht. Die beweging is voor u niet merkbaar, ze geeft nog niet aanleiding tot een gevoelsprikkel, maar zij stimuleert toch een zekere reactie.

Deze reactie nu wordt voortgeplant, niet door een zwervende zenuw, maar door het gehele zenuwstelsel en als zodanig krijgt deze invloed in elk weefsel afzonderlijk. Wanneer er nu een weefsel bij is dat voor een dergelijke vibratie te gevoelig is en daar schade onder lijdt, dan zult u dus uit het doodgewone geluid, om maar eens wat te noemen, geboren zien worden een verstoring van het lichaamsevenwicht, dan zult u zien hoe bepaalde organen gaan verkommeren en op de duur verkleinen. Men schenkt zoveel aandacht aan aardstralen, maar ik geloof dat men evenzeer aandacht moet geven aan het geluid, want dat horen, mijn waarde vriend, dat is juist – en dat is het eigenaardige daarvan – iets dat haast niet afgeschermd kan worden. Wanneer u in de wereld bent, bent u te midden van een zee van allerhande wisselende geluiden en deze zee van geluiden heeft zijn invloed.

We zouden dat verder uit kunnen breiden natuurlijk, ik zou ook nog kunnen gaan vertellen hoe er een gevoeligheid bestaat waardoor de uitstraling van een ander zelfs voor u gewichtig wordt en daardoor voor uzelf hoorbaar kan worden als geluidsillusie, maar dat kunnen we dan nog ter zijde laten, dat heeft hier te weinig mee te maken. Maar u hoort dus niet met een zwervende zenuw, u hoort met de einden van elke gevoelszenuw. Vandaar dat sommige geluiden u dan ook een koude prikkel of een pijnprikkel weten te geven.

Denkt u nu alleen maar eens aan de reactie die velen hebben op het krassen van een mes op het glazuur van vaatwerk, daar kunnen ze niet tegen. Ook als je de oren dicht zou stoppen en het geluid is intens genoeg, zou diezelfde reactie blijven bestaan. En wanneer u dat niet gelooft dan moet u het maar eens proberen.

  • Ja, wat u daar zegt dat neem ik wel aan want ik word koud, of ik krijg kippenvel – zoals we dat noemen – van muziek, nietwaar, of er gebeurt het een of ander dat je je haren ten berge rijzen.

Inderdaad, maar ik mag daar even bij zeggen: wat u hier zegt van muziek, dat kan ook nog een geheel andere oorzaak hebben, dat kan nl. zijn een gevoelsreactie die om wordt gezet in zenuwprikkels waardoor het lichaam tevens reageert op een gevoelservaring, waarbij dan het bewustzijn, de hersenen en de geest betrokken zijn. Ook dat kan dus tot bepaalde reacties aanleiding geven. Maar wanneer er geen gevoelsverband is met een bepaald geluid, dan kan het toch invloed hebben. Overigens een aardig ding misschien voor u, tenminste om dat na te gaan, men heeft zelf de laatste tijd proeven gedaan om bepaalde muskieten te doden door een bepaalde toon te produceren en het werkt ook.

  • Er zijn mensen die met het gewone oor niet horen kunnen, maar dan wel aan het been, beengeluiden, heel sterk horen. Kunt u daar ook iets van zeggen?

Ja, dat is weer een kwestie zuiver van het gehoor. Kijkt u eens, wanneer het trommelvlies als bemiddelaar is uitgeschakeld, dan kan via de beenderen, die dus zeer gevoelig kunnen zijn, die trilling voortplanten, deze geluidstrilling ook worden overgebracht aan het eigenlijke gehoororgaan. Er zit nl. nog heel wat tussen, het is niet het trommelvlies dat direct het geluid omzet in waarneming, maar daarachter daar zit nog een heel labyrint met allerhande eigenaardige installaties, nietwaar? Diegenen die een beetje gedaan hebben aan menskunde, die weten er wel wat van: zo’n stijgbeugel en het aambeeld en nog zoiets, eustachiusbuis krijg je er bij, je krijgt het z.g. evenwichtsvocht erbij en al die dingen meer.

Daarachter zit het eigenlijke gehoororgaan pas, d.w.z., daar eindigt de zenuw die deze trillingen naar de hersenen overbrengt. Dus dat kan ook via de schedel bv. gebeuren.  Maar over het algemeen kiest men dan natuurlijk een plaats waar het gebeente dicht ligt bij het gehoororgaan zelf, zodat een zo kort mogelijke weg en daardoor zo weinig mogelijk verlies van sterkte en duidelijkheid en aan verschil ook, optreedt. Dus dat is wat u vraagt.

  • De euritmie van de antroposofen staat die ook hiermee in verband?

Ja, die staat er inderdaad mee in verband ofschoon hierbij bovendien nog komt dat de geluidswerking, de geluidsdouche eigenlijk in sommige gevallen onmiddellijk wordt gecombineerd met een beweging, een beweging die dan op zichzelf ook weer stimulerend moet werken. We krijgen hier dus een zekere harmonie en wat dat betreft is het één van de vele methoden die wordt gebruikt, want zelfs de beoefenaars van Yoga bv. kennen ook dergelijke methoden, denkt u nu maar eens aan de monnik die voor het eerst….. de jongeling die tot monnik gewijd wordt bij de kluizenaars en die de woestijn in moet en die daar met ratel, geestendolk en tamboerijn gewapend, bepaalde klanken moet produceren, een bepaald ritme, daarbij zeer verouderde, dus in het normale spraakgebruik zelfs niet meer gangbare woorden moet spreken en daarbij een zekere dans uitvoert, nietwaar, daar zijn nog meer dingen aan verbonden, maar dat is het begin. Ook hier heeft u dus met precies hetzelfde te maken. Ik hoop dat het antwoord voor u voldoende is, ja.

  • U heeft op het ogenblik de magie van het woord behandeld. De verschillende vragen hebben zich hoofdzakelijk bewogen op een terrein dat we naar de medische faculteit zouden kunnen verwijzen. Maar nu iets anders; u heeft het over de magie van het woord, u zegt wanneer een bepaald woord in een bepaalde sekte, of in een bepaalde gemeenschap genoegzaam herhaald wordt, dat dit woord als zodanig een magie gaat worden. Ik geloof dat dit niet helemaal juist is.

Ik geloof dan ook dat u mij niet volkomen juist verstaan heeft, want wat u hier zegt heb ik niet gezegd en wanneer ik de indruk heb gegeven, dan heb ik dat tegen mijn bedoeling gedaan, dat wil ik er wel even bij vermelden.

Ik heb echter dit gezegd: dat er bij bepaalde sekten en in bepaalde landen en bij bepaalde stammen, woorden in gebruik zijn die oorspronkelijk een magische betekenis hadden. Dit is heel iets anders dan te beweren dat ze door de herhaling deze magische werking hebben gekregen. Ze kunnen daardoor wel een suggestieve werking verkrijgen, maar nooit een magische.

  • Ja, dat is nu eigenlijk juist ook het punt dan – misschien heb ik het dan niet duidelijk genoeg geformuleerd – maar bij herhalen van een bepaald woord, verliest het woord als zodanig klanken. Uiteindelijk, klank en woord is een associatie met een bestaand iets. Wanneer het genoegzaam herhaald wordt verliest de associatie zich en komt als het ware de energie, die de geestesgesteldheid als zodanig aanvankelijk nodig had om deze associatie tot stand te brengen, die verliest zich en bij deze twee komende energie bezin je je uiteindelijk op de ‘al eenheid’, dus hetgeen wat buiten onszelf ligt en zodoende een gemeenschap krijgen met de geest die buiten het eigen lichaam is.

Ja, dat ben ik met u eens, maar dat is geen magie. Dit is zuiver gebruik maken van een woord of van een klank, om hiermee te komen tot zelfhypnose, waarbij men dus komt tot een uitschakeling van het bewuste denken, door de eentonigheid. Dergelijke dingen die kennen we ook, nietwaar? Bv. de spreuken zoals die herhaald worden bij de verschillende kransgebeden, denkt u maar aan de rozenkrans, nietwaar aan de ketengebeden die er bestaan. Daar heeft u met iets dergelijks te maken, die kunnen dus persoonlijk een uitwerking hebben en zouden op de duur in de persoonlijkheid misschien de magische mogelijkheid kunnen doen ontwaken, dat ben ik met u eens, ofschoon het voor velen een reden wordt om de gedachten af te laten dwalen tot alles, behalve het goddelijke, laten we dat er ook bij vaststellen. Wanneer ik spreek over de magie van het woord, dan bedoel ik hiermee dus niet een willekeurig woord maar een speciale klanksamenstelling die – mits zij op de juiste toonhoogte aangezet en met de juiste toonvariatie uitgebracht – een betekenis krijgt die geen enkel woord heeft, daar zij beïnvloedend is voor de mens zelf maar ook voor diens omgeving en daarbij contacten legt die normalerwijze niet bereikbaar zijn.

En het woord “God” is inderdaad een woord geweest dat deze eigenschappen had en als zodanig zouden we zelfs nog heel ver terug kunnen gaan en dan zouden we kunnen vinden dat in de Saksische gebruiken, waar het Druïdisme dan ook een invloed had zoals u weet, het woord “God” reeds gebruikt werd, lang voordat er van christendom sprake was.

Ik bedoel hiermee dus, alleen dit: een woord kan een magische werking hebben, maar een magische werking betekent niet een werking in de persoon alleen, maar een werking die onafhankelijk van de persoon, alleen door het uitspreken van deze klank tot stand wordt gebracht, dus een zekere gedachtestroom als het ware binnen doet dringen in een bereik waar het anders niet kan zijn. Ik hoop dat ik het dan nu iets duidelijker heb gesteld.

  • Welke kleuren zijn dan het beste te dragen of te gebruiken?

Dat is voor elke persoonlijkheid natuurlijk verschillend, u zult het ook wel kunnen begrijpen. Voor de meeste mensen, over het algemeen, zou ik lichte, maar niet te schrille kleuren aanbevelen, omdat een zeer felle kleur wel eens iets te veel zou kunnen gaan inwerken, u kunt beter iets hebben wat betrekkelijk neutraal is als bv. een pasteltint, nietwaar, pastel dat eigenlijk zo wat wazig is, wel een kleur in zich draagt, maar niet met felheid u tegemoet treedt als bv. flamboyant rood, een scherp oranje, een hard geel, een hard blauw en dergelijke, die kleuren die zijn door hun samenstelling op zichzelf al sterk beïnvloedend.

Maar als u persoonlijk behoefte heeft aan een bepaalde invloed en dat kunt u door experimenten makkelijker uitvinden, u gaat kijken welke kleur geeft mij rust, welke stimuleert mij tot activiteit etc., dan kunt u voor uzelf uitmaken welke kleuren dus voor u speciaal geschikt zijn, dat is bij ieder mens anders, omdat ieder mens nu eenmaal een persoonlijke instelling heeft en vatbaar is voor andere beïnvloeding dan andere individuen, er is praktisch geen mens die volkomen gelijk is en dus zou eigenlijk voor elk mens een persoonlijke kleurvariatie te vinden moeten zijn.

  • Kunt u en wilt u ook zeggen welke krachten in beweging komen bij het uitspreken van het Osiris gebed met de gebruikelijke manualen?

Ja, daar heeft u nu iets dat zeer gevaarlijk kan zijn, zelfs indien men tenminste de juiste toon weet te vinden, het met de juiste cadans uitspreekt en het manuaal inderdaad daarbij volledig handhaaft. Want dan krijgt u allereerst een losmaken van de eigen geest, dat is al het eerste resultaat dat u krijgt, uw eigen geest  wordt losser, daardoor zal ook over het algemeen de lichaamsbeheersing iets minder worden. Ja, het is zelfs mogelijk dat, indien een onbevoegde, niet wetende wat hij doet, een dergelijk gebed volledig zou uitspreken, hij door een duizeling bevangen zou worden of een korte periode van bewusteloosheid zou doormaken. Wanneer dat is gebeurd dan richt, krachtens dit Osiris gebed, de gehele geest zoals deze gebonden is met het lichaam dan op dat ogenblik, zich tot de volgende krachten, allereerst tot bepaalde meesters. Ja, nu moet ik toch het woord gebruiken – het is geen sympathiek woord – maar laten wij zeggen: bepaalde hoger staande geesten die een grote kennis hebben en die vroeger zeer zeker magisch werkzaam waren. Dan maakt u zich daarbij tevens vatbaar voor krachtstromen die onmiddellijk van de bron komen, het zou dus voor bv. genezingen en dergelijke wel degelijk invloed kunnen hebben, mits op de juiste wijze gehanteerd.

Het laadt de persoonlijkheid over het algemeen met een zeker geestelijk weten, maar voor de meesten en vooral voor degenen die, nu ja, laten we het maar eerlijk zeggen, daar geen oefening in hebben, betekent het tevens een zekere uitputtingstoestand. De opgeroepen krachten zijn over het algemeen van goede aard, tenzij men het gebed met scabreuze bedoelingen gaat misbruiken. In een dergelijk geval dan zult u de demonische krachten tot u trekken, in het andere geval dan wendt u zich met het Osiris gebed tot degenen die uiteindelijk de originators daarvan waren, dat zijn dus de magiërs van een pre Egyptische tijd en van een vroeg Egyptisch tijdperk. En deze krachten die wekt u wel allereerst, maar door uw eigen geestelijke instelling die ook sterk beïnvloed wordt hierdoor, zult u bovendien contact met de eeuwigheid kunnen verkrijgen, u kunt zelfs de illusie van het tijdloze dan soms zeer sterk ervaren op een bepaald ogenblik.

Nou, vrienden, dan geloof ik dat het nu tijd is om het woord over te geven aan de volgende spreker.

Vanuit het al door de sferen: de gang van de eerste menselijke cel

Ik zou graag van u vernemen welk onderwerp u dan heden voor mij hebt gereed gehouden.

  • Graag had ik van u een uiteenzetting van de eerste menselijke cel vanuit het Al, met de toestanden die de cel ondergaat vanuit het Al naar de eerste kosmische graad en de zeven sferen tot de tweede kosmische graad enz. enz. tot de zevende kosmische graad.

Ja, als u alleen de goedheid wilt hebben om een ogenblik op de tijdmeter hier aanwezig uw oog te richten, dan zult u wel begrijpen dat deze opdracht, althans voor één keer zeker veel te omvattend is. Maar een begin kunnen we maken en misschien dat dan de volgende keer mij de gelegenheid wordt gegeven om als eerste spreker te komen en dan kunnen we dit voortzetten. Met uw goedvinden natuurlijk. Wanneer wij de eerste cel, de eerste menselijke cel zien in het Al, dan valt ons wel op dat we hier eigenlijk niet mogen spreken over mensen, wanneer we zeggen entiteit, wezen, is dat beter, want de menselijke vorm is niet bepalend in die periode.
Over het algemeen speelt zich daar het volgende af: een geest is gekomen uit een ongebonden zijn, waarbij de ervaringen wel worden geabsorbeerd uit de stof, maar geen directe binding met de stof bestaat tot een bepaling van het eigen wezen.

Een bepaling van het eigen wezen nu, leidt voor deze geest tot het verlangen om juist ook de mogelijkheden van dit wezen te proberen. Er bestaat dus een verlangen om te komen tot een relatie met een buitenwereld. En wanneer dit gebeurt dan vinden wij de eerste cel.

Deze cel komt over het algemeen tot stand onder invloed van temperatuur plus bepaalde chemische waarden, plus bepaalde stralingswaarden die leiden tot het vormen van de celkernen. Wanneer deze celkern geschapen is, dan hebben we nog niet te maken met een cel in de werkelijke zin van het woord, maar deze zal ertoe overgaan door absorberen van stoffen en emanatie van het eigen wezen, zich te maken tot een begrensd, ten opzichte van de buitenwereld, begrensd wezen. En hier hebben we dan datgene wat volgens de vragensteller zou moeten worden genoemd de eerste menselijke cel.
Deze eerste menselijke cel moet nu tot bewustzijn komen en zal dus leven in een stofbepaalde wereld. In deze stofbepaalde wereld worden een aantal ervaringen opgedaan en zo gaat dan een aantal graden lang dit wezen zijn weg om te komen tot een vorm. Die vorm is en die ligt omstreeks de vijfde graad d.w.z. dus dat het menselijk wezen in zijn mogelijkheden van stoffelijke uiting over het algemeen nog twee trappen te gaan heeft voordat het een volgende sfeer kan betreden.

Waar wij nu de mens zien zullen wij ons volkomen bewust zijn van het feit dat in deze mens reeds ontwaakt is het bewustzijn van het niet zichtbare, het niet tastbare.

Dat verder daarin de emotie ontwaakt is die de verhouding t.o.v. de omringende wereld en persoonlijkheden, niet alleen stelt uit een zuiver feitelijk oogpunt, of zelfs een zuiver persoonlijk oogpunt, maar ook uit een oogpunt van meer abstracte verhoudingen.

De trappen die tussen deze cel liggen en die ik dan maar heel schetsmatig aanduid dus, behelzen het ontwaken tot dit punt. Wanneer de cel is gekomen tot de realisatie van zichzelf, komt ze tot een aanpassing aan haar omgeving. Uit de aanpassing aan de omgeving gaat zij over tot een vormgeving in overeenstemming mét de omgeving. De eerste werkelijk kenbare relatie tot de omringende wereld waarbij een eigen streven naar voren komt.

Volgende graad is plantaardig, in het plantaardige zien wij dan naar voren komen natuurlijk het zelf georganiseerd zijn, het zelf werkzaam zijn, het zelf omzetten en het ervaren – zij het op een zeer beperkte wijze – van pijn, van vreugde, het eerste ontwaken van een zeker bestaan van lust en verder ook niet te vergeten de emoties die drijvend zijn voor alle leven op aarde, honger en dorst, waaruit dus ook voor de plant angst geboren kan worden.

Van daaruit gaan wij dan naar de volgende trap waarbij wij het dierlijke krijgen. In het dierlijke vinden wij natuurlijk weer vele mogelijkheden van bewustzijnsgraad, maar het dierlijke zal zich kenmerken door een bewegelijkheid, waarbij dus een zelfstandig positie kiezen in de omringende wereld sterk op de voorgrond komt, verder een beter ontwikkeld begeerteleven, een beter ontwikkeld gedachteleven, een grotere gevoeligheid waardoor de emoties die bij de plant nog wat schimachtig blijven, tekening krijgen.

Het dier kent angst en paniek net zo goed als een mens, het dier kent vreugde, het dier kent smart, kortom het dier heeft vele van die eigenschappen die veelal juist voor het menselijke ras bepalend worden geacht. Van daaruit krijgen wij de mogelijkheid om niet slechts oppervlakkig en ogenblikkelijk te oordelen en te leren – iets wat het dier in zijn hogere vorm ook bezit – maar bovendien een zeer sterk oordeelsvermogen, waardoor het eigen leven voortdurend door elk oordeel dat eens werd uitgesproken, verder beïnvloed wordt. Bij het dier is dit niet het geval, daar is een groot aantal herhalingen van oordeel nodig om te komen tot een vaststaande reactie, bij de mens is dat niet meer nodig.

Daardoor kan de mens dan inderdaad wat hoger stijgen. Op een gegeven ogenblik echter zal dan de mens afstand moeten doen van het begrip: ik tegenover de wereld en zal moeten komen tot het begrip: ik mét de wereld. Hiermee is dan de zesde graad bereikt. Wanneer deze zesde fase volledig bereikt is, dan ontdekken we tot onze grote verbazing dat ook dit niet voldoende is, maar dat de persoonlijkheid actief moet zijn voor anderen.

Dan krijgen we de priesterlijke gedachte waarbij een goddelijke macht regerend optreedt en het eigen wezen niet slechts een kennen van die macht is toegestaan, maar deze macht beweeggrond wordt voor daden i.p.v. zoals tot op heden de stoffelijke omstandigheden en omgeving. Van daaruit zien wij dan ontstaan het contact met het goddelijke en wanneer dit eenmaal ontstaan is, dan kunnen wij rustig zeggen dat hiermee de aardse sfeer verlaten wordt. Deze bewustzijnsgraden behoeven niet – zeg ik er uitdrukkelijk bij – zo sterk geuit te worden als ze door mij omschreven zijn, mits zij in bewustzijnsvorm zijn vastgelegd en de persoonlijkheid door daden wenst te bevestigen, kunnen wij achten dat deze graad reeds bereikt is, ook wanneer er uiterlijk niet veel van in verschijning treedt.

Ja, dan de volgende sfeer houdt in het geestelijk bewustzijn. Zij brengt in haar eerste perioden mee een zuiver menselijke vorming, dus een gestaltevorming, het aanvaarden van karaktereigenschappen en de gebondenheid nog aan een vormomgeving.

De tweede trap brengt mee het bewustzijn van de schijn van deze vormen en leidt zeer vaak zelfs tot een spel met deze vorm. Wanneer men hierdoor begrepen heeft dat alle vorm slechts een uiting is van een bestaande gedachte, krijgen wij een derde graad waarbij de gedachte overheersend wordt. Waar deze gedachte overheersend wordt zien wij de eerste reële activiteit weer ontstaan. Het is evenzogoed als bij het eerste, nietwaar, de cel leeft nog betrekkelijk onbewust, het dier gaat pas tot daden over en de mens kan deze daden pas met volledig bewustzijn van al hun consequenties volvoeren. Wanneer de vormerkenning geleid heeft tot een actief worden, buiten de vorm om, dus met de gedachtekracht, dan ontdekken wij hierin de leidende krachten die op aarde werken, de krachten die in de geest voortdurend bezig zijn om de geest tot bewustzijn te brengen etc.

Wanneer wij nog verder gaan dan ontdekken wij dat een overzicht van deze activiteit langzaam mogelijk wordt. Hier wordt de geest zich bewust van hetgeen wat zij doet en kan dit beredeneren, vóór die tijd wordt het voor een groot gedeelte nog door impulsen bestuurd, Wanneer nu ook dit voorbij is, dan ontdekken wij dat langzaam maar zeker afstand wordt gedaan van het onmiddellijk persoonlijk actief zijn en dat men eerder komt tot een opslaan van krachten in gemeenschap, die krachtens deze gemeenschap gebruikt worden om de hogere macht die men nu als onmiddellijk contact reeds aan kan voelen door tegemoet te komen, als het ware te helpen. Maar men staat nog steeds tegenover deze kracht.

Van daaruit krijgt men de volgende fase waarin de goddelijke kracht, maar nu in een nieuwe vorm, gerealiseerd wordt en in deze vorm zien wij vaak de tweeledigheid, de tweeledigheid waaruit de z.g. meesters naar voren treden, de leraren, die dan terug kunnen keren tot elke onder hen gelegen sfeer, zonder daarbij het contact met hun eigen sfeer te verliezen.  Vandaar kunnen we weer verder gaan en daar vinden we dan het type wezen dat in staat is het hoogst bereikbare voor die sfeer, dus de goddelijke kracht, door zich te doen werken.

De eigen activiteit neemt af en wordt vervangen door een activiteit die volkomen geleid wordt door deze kracht. Wanneer de aanvaarding van deze kracht een feit is geworden zien wij dan een overgaan naar de derde sfeer. Ik mag erbij zeggen dat mijn benaming van de sferen niet volledig juist is in die zin dat er een paar geestelijke sferen liggen die onder de stofsfeer te rangschikken zijn en die dan ook primitievere geesten en wezens kennen.

Daar echter het onderwerp begon met de menselijke cel, vond ik het niet noodzakelijk – ook al gezien de tijd, nietwaar – deze sferen speciaal naar voren te brengen. We kunnen echter wel zeggen dat deze sferen juist de eigenaardigheid hebben vaak het verblijf te worden van een mens die beneden zijn eigen peil terugvalt, waardoor de mens dan geestelijk in bewustzijn daalt onder de zuiver menselijke sfeer, maar altijd het vermogen behoudt om terug te keren tot die menselijke sfeer, mits deze mens dat verlangt.

Ik hoop dat u het niet erg vindt dat ik het hierbij laat voor vandaag. Mij dunkt ik heb een aardig stukje van deze stof toch al kunnen behandelen, zij het oppervlakkig.

Ik hoop dan, zoals gezegd, zo mogelijk bij een volgende gelegenheid dit discours voort te kunnen zetten.

Vragen

  • Wat kan een stervende zien wanneer ze op een gegeven moment zegt: gaan jullie allemaal maar weg, mijn dochter is daar. Maar er was niets te zien. Zou zij dan wat gezien hebben aan die andere kant?

Och, als het lichaam sterft dan wordt de gevoeligheid van de geest groter en als dus een zekere bewustzijnsdaling van het lichaam bereikt is dan komt de gevoeligheid voor het volgens u bovenzinnelijke naar voren en dan kan het heel goed zijn dat er waarnemingen worden gedaan. En die waarneming die kunnen dan heel vaak leiden tot uitdrukkingen, tot plotselinge woorden, soms tot profetieën, soms herkennen van persoonlijkheden. Het ligt er maar aan waarvoor zo iemand op dit ogenblik gevoelig is en of er invloeden zijn die zich speciaal tot deze persoon wenden.

  • Is het uit een oogpunt van menselijkheid verdedigbaar indien een arts, in de overtuiging dat zijn patiënt die verschrikkelijk lijdt, ongeneeslijk ziek is, dus in het uiterste geval, zijn medische kennis gebruikt om het einde van het lijden van zijn patiënt te verhaasten door toediening van een te grote dosis van een verdovingsmiddel?

Ja, dat is euthanasie hè. Ja, kijk eens, op zichzelf is dat vanuit menselijk standpunt – ik zeg er uitdrukkelijk bij, vanuit menselijk standpunt – te billijken. Er zit alleen één gevaar aan vast, nietwaar, dat er vandaag of morgen iemand overtuigd is, meer van de noodzaak om iemand op te ruimen, dan wel van de noodzaak om hem lijden te besparen en als dat gebeurt, dan is: “Leiden in last”. Dus het is vanuit menselijk standpunt te billijken, de mens weet niet beter, maar vanuit geestelijk standpunt zou ik erbij willen zeggen dat geen mens beproefd wordt – ook wat lijden aangaat – boven een bepaalde graad en dat de pijnen die de doorsnee lijder heeft misschien verschrikkelijk zijn, maar toch zeker niet die graad van hevigheid bereiken die het noodzakelijk maken om dat leven onmiddellijk te verlaten.

Want als dat zo is, dan doet de geest dat zelf heus wel, dan kan dat lichaam dat niet lang dragen en dan treedt de dood sowieso wel in. Dus vanuit ons standpunt zouden we zeggen: laat de mens leven, ook in de pijn kan soms een grote lering, een grote les en zelfs een grote loutering geborgen zijn. Maar menselijk gezegd nogmaals, ja, kan ik het billijken, daar zou ik in kunnen komen.

  • Twee weken gelden sprak u over Jezus en zei o.a.: “Jezus is op aarde gekomen zoals iedereen op aarde komt.” U zag hierbij over het hoofd dat Hij geboren werd uit een maagd. Dit is m.i. het grote wonder geweest van Zijn geboorte.

Ja, want hetzelfde geldt voor een hele hoop andere helden en goden en halfgoden, maar dat is het verhaal. Ik denk zo dat de spreker daarmee heeft willen aangeven dat hier dus een normale bevalling het begin was van het leven van Jezus op aarde. En ik geloof dan verder bovendien nog dat er over dat woord “maagd” en de betekenis die eraan moet worden gegeven, ook nog wel wat te spreken zou zijn, want men noemt ook een oerwoud wel maagdelijk, ofschoon het niet ongerept is. U begrijpt wat ik bedoel, dan hoef ik daar niet al te diep op in te gaan, want dat zou leiden tot betogen die teveel naar mijn zin het seksuele raken. Maar waar geen hartstocht is, kan in alle onschuld ontvangen worden en de persoon die op een dergelijke wijze ontvangt, is zeer zeker geestelijk maagd. Dus ik geloof dat we het daar ook wel weer bij kunnen laten. Als het niet zo is, dan zegt u het maar hoor.

  • Is er smaak van hogere en lagere orde? Iemand die alleen maar houdt van: “Heila, hola, houd er de moed maar in… en een reclame van Coca Cola”, heeft volgens mij een mindere of lagere smaak dan iemand die houdt van de schilderijen van bv. Vincent van Gogh en ‘t slotkoor uit de Mattheus Passie.

Nou, ik zou het er niet graag mee eens zijn hoor, want dan zou er een hele hoop – laten we zeggen – mensen geestelijk in de goot liggen, nietwaar. Maar ik geloof dat degene die zegt: “heila, hola, houd er de moed maar in”, dat die vergeet, dat ook dat lied geboren is op een ogenblik uit een behoefte, dat ook dat lied uitdrukking geeft aan gevoelens en dat het – als het op een redelijke manier wordt uitgevoerd – zeker ook kunstwaarde heeft, misschien zelfs zoveel dat ze over duizend jaar, nietwaar, een apart orkest oprichten om al die oude deuntjes eens op te halen, zoals ze vandaag de dag het hoge kunst noemen als er één of ander een gitaar grijpt of een luit en de drinkliedjes zingt uit de zeventiende of de zestiende eeuw, die ze toen ook in de kroeg zaten te brallen. Dus ik geloof dat dat nou een kwestie is waar die smaak meer afhangt van de wijze waarop de muziek wordt beleefd en genoten, dan wel in de manier van uitvoering van de muziek, de al of niet ingewikkeldheid daarvan.

Als u nou nog wilt zeggen: er is een verschil in cultuur, dan zeg ik: ja, u heeft gelijk, de één die is mahonie gepolijst en de ander krijgt een eenvoudig vernisje. Dus, en datzelfde ook voor die reclameplaten, och, ik kan begrijpen dat iemand zegt: ja, Rembrandt, ik vind het buitengewoon mooi, best, maar aan de andere kant kan ik ook begrijpen dat iemand zegt: dat is mij te ingewikkeld, dat is mij te pietepeuterig, geef mij een paar grote lijnen en dan weet ik genoeg. En als u het mij vraagt dan vraagt het vaak meer van een mens om schoonheid te zien in enkele lijnen en enkele kleuren, dan het vraagt om bewondering te hebben voor een ingewikkeld structureel schilderwerk, want per slot van rekening – dat moet je mij maar niet kwalijk nemen – maar er zijn er zoveel die plat achterover vallen als een schilderij meer dan duizend gulden kost, nietwaar, en genotteren van de kunstbeleving, terwijl als er hetzelfde geprijsd staat voor twee dubbeltjes of twintig gulden, ze er geen pest voor over hebben en er geen schoonheid in kunnen vinden. Dat ik wat dat betreft ook wel eens me af zou willen vragen: is dan degene die eerlijk iets mooi durft vinden, ook al is het dan misschien uit gebruiksgronden vervaardigd en is het misschien niet wat de doorsnee mens noemt kunst met een hele grote K, is die eigenlijk niet zuiverder in zijn smaak dan degene die als een snob al het eenvoudige opzij gooit. Ik geloof dat we in beide soorten mensen en in beide soorten smaak, in de heila, hola smaak en in de Mattheus-Passie mensen hebben die alleen die muziek maar gebruiken om te doen alsof, nietwaar, “heila, hola” om te doen alsof je vrolijk bent en de Mattheüs Passie om te doen alsof je nu werkelijk gevoel voor muziek hebt.

  • Wat is de betekenis van de vijfpuntige ster?

Nou, kijk eens, de vijfpuntige ster is samengesteld uit twee voetjes die op de grond staan, het dierlijke in de mens, twee armen die horizontaal uitgestrekt zijn, die trachten te omvatten, dat is de menselijke geest, het menselijke verstand en één lijn die omhoog streeft, die het goddelijke tracht te bereiken en dat is de menselijke ziel. Er zal eens een ogenblik komen dat die vijfpuntige ster niet voldoende meer is, dan hebben we een zespuntige ster nodig, omdat dan de mens gelijktijdig mentaal en geestelijk bewust is. Maar zover is het nog niet.

En er zal misschien ook nog een tijd komen dat er geen ster meer als symbool gebruikt kan worden, omdat er niet meer is wat je noemt een mens, dan is er een bewuste geest, dat is wat anders. Dan zou je, als je dat wilt symboliseren, misschien het eenvoudigst een cirkel tekenen, een cirkel misschien met een kruis erin, een kruis om aan te geven dat er binnen deze cirkel ervaring bestaat naar alle richtingen gelijkelijk. Maar voorlopig houden we het nog maar bij de ster. Laten we proberen met onze voeten op de grond te staan, met onze geestvermogens te begrijpen wat er te begrijpen valt en met onze ziel omhoog te reiken naar God, in de hoop dat we op een gegeven ogenblik het symbool zullen mogen veranderen.

  • Mag ik u eens vragen: wat is dan de betekenis van het kruis?

De betekenis van het kruis, nou, dan moet u er eigenlijk bij zeggen welk kruis.
Het normale Romeinse kruis is eigenlijk een T kruis hoor, dus dat doet meer denken aan een Tau, maar dan zonder lus. En dan heb je ook nog het kruis dat symbolisch wordt voorgesteld bij de Christenheid, dat betekent: ik wortel in de aarde, ik streef ten hemel en ik reik uit in het zijnde, iets wat dus – wat betekenis betreft – daar wel enigszins mee overeenkomt,  maar in een verschil toch, want wij zien in de ster het symbool van de persoonlijkheid, maar het kruis is de stilering van de levensboom en de levensboom die grijpt niet terug op de enkele persoonlijkheid maar die symboliseert op zijn beurt weer de totale mensheid of wel de rode Adam, dus dat betekent het kruis, vandaar dat er wel een verschil is in de symboliek, al zouden we grof misschien die dingen gelijk kunnen zetten.

  • Welk nut heeft Jezus’ kruisdood voor de mensheid?

Ik geloof wel in de eerste plaats een voorbeeld, in de tweede plaats de bevestiging tot het laatste toe van Zijn leer, ten derde de grote liefde die zover kon gaan en die juist door het brengen van het offer zichzelf bestendigde en daarom ook nu nog in de wereld kracht en lering geeft waar men slechts ontvankelijk daarvoor is. U zult zeggen dat is misschien kort, maar het zegt alles wat er over te zeggen is.

  • Volgens de katholieke leer hebben ze dat altijd opgevat, zoiets heb ik ervan begrepen, dat dat de erfzonde heeft weggehaald. Moeten we het zo bekijken?

Nee, want een erfzonde, nu ja, ik weet het niet, maar dat vind ik altijd zo’n eigenaardig iets. Weet u wat de erfzonde van de mens is? Dat hij mens is.
En Jezus is gekomen en Hij is van deze wereld gegaan en de mensheid is nog steeds de mensheid gebleven, nietwaar? En of u dat nu symbolisch in een doop bekent tot Hem, dan bent u nog niet van die erfzonde bevrijd, dat moet u zelf doen. U moet proberen van gewoon dierlijk mens te worden tot geïdealiseerde mens, tot de werkelijke, de harmonische mens – pestwoord “harmonie” ik hou er niet van, ik gebruik het voor alle dingen, maar hoe moet je het anders zeggen – een mens die een eenheid is en als je dat hebt, de verdeeldheid tegen jezelf, als je die kwijt bent, dan ben je de erfzonde kwijt. En als je die visie misschien een beetje raar vindt dan moet je maar eens goed lezen.
Wanneer begon de erfzonde? Toen de mens de kennis kreeg van goed en kwaad d.w.z. toen de mens oordelende door de wereld ging. En vanaf het ogenblik dat de mens, het oordeel niet kennende maar overwonnen hebbende, dus weer met God leeft, ja dan is de erfzonde voorbij eerder niet, nietwaar. Ja, u hoeft er niet zo over te denken hoor, maar zo denken wij daarover.

  • Wat is de betekenis van de houding van de handen bij het gebed, zoals wij die zien op de Jan Toorop tekeningen en in illustraties waar priesters afgebeeld zijn?

Ja, het houden van de handen bij het gebed in deze gesloten vorm, is eigenlijk niet eens juist. Wanneer het als compleet gebedsmanuaal is en dat zult u dan ook nog wel vinden bij diegenen die hun hele leven aan het geestelijk bidden en met bidden dus het geestelijke leven wijden, dan is de juiste houding voor het gebed te beginnen met deze: Heer geef mij opdat ik ontvang. Dan gaat dit over tot, uw gave is mij heilig, ik richt mij tot u en ik zing u lof en dank, om dan te eindigen – ja, zo hoort het te zijn hoor, alleen dit is ervan overgebleven – door de kracht van de Vader die mij kracht geeft, zegen Ik u. Zo ga uit met Zijn kracht en in Zijn naam. Dat is het oorspronkelijke manuaal, daar is van overgebleven de gebedshouding, al het andere dat is schijnbaar een beetje te groots, of te lastig misschien, dat kan ook, nietwaar, in een drukke kerk als je ineens zo begint te bidden zou je er meteen misschien twee licht beschadigen. Dus daar is van overgebleven het gebaar van aandacht en lofprijzing en de rest dat is verloren gegaan. (U zult begrijpen dat hierbij het medium enige handbewegingen maakte die echter moeilijk te omschrijven zijn)

  • Kleuren die je wel ziet en die er niet zijn, daar de betekenis van.

Ja, ja, ja, nou, het is niet zo moeilijk hoor, want ik weet wel wat er bedoeld wordt. Er wordt dit bedoeld: er zijn bepaalde uitstralingen en krachten waarneembaar die voor sommige mensen zich als kleur manifesteren. Als u zich daarvoor interesseert, och, dan doet u het verstandigste om er een esoterisch werk op na te slaan, daar staat het volledig in uitgewerkt, dan hoef ik daar niet zo lang over te praten. Het kan echter ook zijn en hou daar rekening mee, dat een contrast tussen twee kleuren in uw netvlies de illusie wekt van een tussenliggende kleur, omdat deze scherpe samenvallen van deze kleuren, door het netvlies niet wordt geaccepteerd. Dat is een te scherpe overgang, daar moet iets tussen zijn en dan ziet u ook een tussenkleur daartussen, die is er ook niet en die ziet u ook.

  • Hoe kunnen wij weten of er een overgegaan persoon door het medium spreekt of dat het medium telepathische gedachten overbrengt van nog op aarde levende mensen? Kunt u ons een duidelijk bewijs geven dat u bent overgegaan?

Nou, kijk eens, het enige bewijs wat ik zou kunnen geven, dat is dat ik zeg: ik leef niet meer. En als je die vraag stelt, dan geloof ik niet dat je mij op mijn woord zou geloven, nietwaar? Dan zou ik verder nog wel kunnen vertellen: ik heb daar en daar gewoond en zo en zo heeft mijn vader geheten, maar dan zou je ook al weer kunnen zeggen: ja, hoor eens, dat kan ook wel – nu ja, hoe heet dat – zo’n klein zwendeltje zijn etc., dus een bewijs is er niet te geven en dat zeggen we nu maar meteen voluit, want al datgene wat wij kunnen doen met de mens, dat kan de bewuste geest in de mens ook met de mens, het enige verschil is dat onze visie vaak verschilt, dat wij over een groter feitenmateriaal beschikken over het algemeen dan de doorsnee mens. Maar dan zou je natuurlijk ook kunnen zeggen: ja, maar daar zit ergens een genie op aarde en dat beïnvloedt telepathisch. Maar ik zal er ook bij vertellen, op zichzelf geloof ik niet dat dat van groot belang is, want uiteindelijk wie ik ben, zelfs wanneer ik u bewijs dat ik overgegaan ben, dat moet u toch maar geloven.

Als ik ga zeggen: ik ben die en die geweest en daar en daar, nietwaar, en ik zeg het onder zulke omstandigheden dat er absoluut volgens u geen bedrog in kan schuilen, dan moet u nog maar aannemen dat ik die persoon ben en niet een ander die toevallig over die gegevens beschikt en die ook overgegaan is, nietwaar. Of misschien een levende die deze gegevens kent en die dit telepathisch naar voren brengt, dus een bewijs is er niet te leveren.

Maar ik wil er ook bij zeggen dat er voor heel veel dingen geen bewijzen zijn te leveren die u toch ook aanneemt, nietwaar. U neemt aan dat God bestaat, bewijzen kunt u het niet, u kunt hoogstens zeggen: het is zo waarschijnlijk dat voor mij elke twijfel uitgesloten is.

Er is nog geen mens geweest die wetenschappelijk zuiver heeft kunnen aantonen dat er wel een God is, en die zal er ook nooit zijn. En er is ook nog niemand die wetenschappelijk zuiver heeft aan kunnen tonen dat er een duivel is, er is geen mens die heeft kunnen bewijzen zelfs dat de menselijke geest buiten het menselijke lichaam kan bestaan, wel dat er gedachten uitgestraald worden, maar niet dat er een menselijke geest buiten een menselijk lichaam is. Evenmin kunt u bewijzen dat bv. bijen alleen maar stomme dieren zijn en dat het misschien wezens zijn die hoger ontwikkeld zijn dan u, die alleen zo verstandig zijn om het aan de mensen niet te laten merken, omdat ze anders helemaal uitgeroeid zouden worden, u kunt eigenlijk niet eens bewijzen – al denkt u dat u het wel kunt – dat de aarde rond is, want het is nog altijd de vraag, nietwaar, is die aarde nu rond in de vorm van een bol waar je buiten op leeft of waar je binnenin leeft.

Je zou dan verder kunnen gaan en zeggen: we denken nu wel dat we alle delen van de aarde bezocht hebben, maar zou het niet zo zijn dat we op een gegeven ogenblik afgebogen worden, dat de stralen van het licht bv. ik noem maar een theorie, nietwaar, die bestaan heeft overigens hoor, er is ook al eens iemand geweest die het naar voren bracht, maar dat er een zodanige werking is aan de randen van de aarde, dat daardoor een ieder en ook de lichtstralen, worden afgebogen en door deze afbuiging dan de illusie van de bol ontstaat etc. Er zijn zoveel van die stellingen. Kijk eens, dit is nou zo iets van: je moet het geloven of je moet het niet geloven. Als er in de krant staat dat er een tornado in Amerika is geweest, dan kunt u dat hier op dit ogenblik niet wetenschappelijk zuiver aantonen. Maar de ervaring die zal u toch wel geleerd hebben dat, als dat in die krant staat, dat het met grote waarschijnlijkheid ook wel zo is, nietwaar.

En zo geloof ik dat de praktijk niet gedurende enkele jaren van het modern spiritisme, of spiritualisme, maar de ervaring die door alle eeuwen heen op is gedaan door de mensheid met de geest, voor deze mensheid toch aanleiding zou moeten zijn om te zeggen: ja, met grote waarschijnlijkheid moeten wij toch wel aannemen dat er een leven na de dood bestaat en dat er geesten bestaan die ingrijpen in ons leven of het proberen. Als u dat nou gelooft dan bent u ver genoeg. Wat ik ben dat doet er dan minder aan toe, nietwaar?

  • Hoe denkt u over crematie?

Nou, nee, ik denk er niet over hoor, zo erg is het niet. Kort en krachtig, nietwaar? Crematie heeft zijn voordelen en wel in die zin dat je buitengewoon gauw van dat lichaam af bent en dat je in ieder geval niet, als je eraan gebonden bent, nog jaren lang als een half vergaan wezen in je eigen gedachten rond hoeft te dwalen. Aan de andere kant heeft het een zekere pijnlijkheid door het abrupte afscheid. Wanneer crematie onmiddellijk na het overlijden plaatsvindt, dan zijn er bezwaren aan verbonden, zijn er voldoende uren tussen en wel zoveel dat het lichaam toch in ieder geval volledig zijn functie heeft gestaakt, de eerste tekenen van verval en dergelijke daarin zijn, nou, dan geloof ik – van mijn kant gezien hoor – dat crematie beter is dan begraven en kunnen we er ook nog wel meer bij vertellen – wat ettelijke collega’s al eens gedaan hebben en ik ook trouwens – dat dan ook de volkeren die zich het meeste bezighouden met het leven na de dood en daar het langst over denken, het lichaam altijd zo snel mogelijk zijn oorspronkelijke vorm doen verliezen, zij het door verbranding, zij het door aan de dieren te geven, zij het door het helemaal te verdelen en in het water te gooien, kortom ze zoeken er wel een methode voor, maar ze gooien het lichaam niet ergens in de aarde en laten het dan maar liggen. Willen ze het bewaren, dan zullen ze het zoveel mogelijk verduurzamen, dat het zoveel mogelijk zijn eigen vorm blijft behouden, omdat de geest nu eenmaal, wanneer ze aan de aarde gebonden is, zich nog een hele lange tijd één voelt met dat lichaam en dus alles wat aan dat lichaam gebeurt, beschouwt als aan zichzelf gebeurd.

  • Ik zou even willen vragen, één van de vorige sprekers die heeft het gehad over de macht van het woord “God” in magische zin. En nu zou ik eens willen vragen: weet u ook de juiste intonatie of vibratie eigenlijk om dat woord die macht te laten hebben die het zou kunnen hebben?

Ja, maar ik zal hem hier toch maar niet gebruiken, ik wil er wel een aanwijzing voor geven: de aanzet is diep, komt als het ware uit de diepte van het lichaam en gaat dan met ietwat sissende G klank over tot de geronde O die in toon blijft stijgen om dan langzaam in een meegevende D te worden gesmoord en als een gezoem nog even verder te klinken.  Dus dat is de beschrijving. Het uitspreken dat zullen we maar niet doen.

  • Vorige keer is er gesproken over de buitengewone geboorte van Christus.  Nu zou ik dit willen weten. Is de hemelvaart van Christus een feit geweest of is dat ook een verhaal?

De hemelvaart in die zin dat Hij omgeven door lichtende geesten, zonder meer verdwenen is, nou, dat is een verhaal. Het feit dat Hij opsteeg en voor hun ogen verdween, dat Hij licht uitstraalde, is geen verhaal. Weet u, het is zo: een bepaalde gebeurtenis die wordt door iemand die sterk onder de indruk is, waargenomen en dan fantaseert hij zelf er de rest maar bij. Dat hebben de leerlingen ook gedaan. Jezus vertoonde sporen van levitatie, verhief zich, zegende, daalde neer ter aarde en werd onzichtbaar, of loste zich op, hoe u het zeggen wilt. Dat is de ware geschiedenis van de hemelvaart voor zover als wij dat na kunnen gaan.

Het schone woord

Gezien de tijd kies ik al weer zelf de wijze van behandeling, dan weet u wel wat het wordt waarschijnlijk en ik verzoek u dan om niet verder te gaan dan zes, ten hoogste zeven onderwerpen. Onderwerpen mogelijk uit één woord, dus niet in samengestelde zinnen. Gaat uw gang.

  • Vrede – Kleur – Liefde – Het Kind – Troost – Vooruit – Brahmaan.

Nu goed, dan zullen we het hier toch bij laten vrienden, het zijn er werkelijk zeven Dan kunnen we zeggen: wanneer in de kleur langzaam maar zeker het vredig aspect naar voren komt, dan stijgt de geest, verhoogt zichzelf in klas en wordt Brahmaan. Het kind voelt het vaak aan en kan het soms in een ogenblik volbrengen, maar helaas die vrede wordt weer genomen, want dat kind moet in de wereld vooruit en tot troost houdt men het voor: dan zal je later een groot mens worden.

Bespiegelend hurkt hij neer op het terras  en schouwt ver, ver over al wat hij ziet  terug in het verleden,  ziet hoe er eens was een tijd  waarin werd gestreden, een tijd waarin de mensen ongetroost en lijdend  verder moesten gaan toen de mensheid  zo zinnelijk nog dacht en streefde  vooruit en hoogstens het besluit nam  een enkele keer: ik doe het wat kalmer aan.  Hij zit op het terras en uit de tijd wordt geboren een licht dat een stralenbundel  op de peinzer als een zegen richt.  En ziet, hij die eens koopman was,  die krijgsman was weleer,  wordt in het leven weerspiegeld  nu als een Brahmaan,  als heer der letteren, nu als een priester.  En hij voelt hoe de vrede komt  en ziet hoe de zilveren kleur doorschicht  met gouden licht voor hem  de wereld anders toon. Het grauwe gordijn van de alledaagsheid  hem licht en hem wijst hoe van de beginne af, het leven was zin  en niet slechts een spel vol wreedheid,  waarin een God Zijn eigen schepsel hoont.  Zoals die mens beschouwend zat,  genoemd werd de Brahmaan,  zo kunnen geesten uit de tijd  die door de mensheid gaan,  een ogenblik beschouwend op hun weg,  nadenkend stille staan.

En ook aan hen wordt dan het licht gegeven dat de vrede is, de troost voor alle leed, omdat men in de gouden kleur van het goddelijke licht vergeet de onvolmaaktheid van het eigen zijn, meer ziet dus levens grote lijn,  aanschouwt als uit kristallen stof gebouwd,  ‘t heelal, dat is volmaakt, dat in zich slechts volmaakte schoonheid houdt: Gods werk. En dan keert de vrede in en gaat zo’n mens verder z’n weg.

Dan kent hij de rust en dan schenkt hij de troost, dan is hij het kind van z’n God  en hem koos het kleurige licht dat rond hem straalt. Want ziet in hem is voor enige tijd Gods liefde ter wereld gedaald.  Gij die de vrede zoekt, wegen wilt gaan van wonderlijk zoeken, het bestaan wilt meesteren, gij die u begeesteren kunt voor elk nieuw ideaal, begrijp één ding: de eeuwigheid, zij spreekt u klare taal en zegt: zodra in God gij zijt  en tot het geven aan die God van ‘t zelfde zijt bereid,  dan gewordt u vrede, krijgt uw leven kleur en licht  en kunt ge verder gaan en zijt ge eeuwigheid.  Gij pelgrims, broeders op de weg,  gij zusters die hier mede trekt  de lange stoet der mensheid, wekt in u toch het besef dat God en God alleen u geeft de kracht  waardoor ge ‘t leven dragen kunt,  dat Hij het is die alles schenkt, dat aan het zijn u waarde geeft. Wees dan eenvoudig als het kind en schenkt Hem heel uw zijn,  dan geeft Hij u de grote kracht, waardoor ge onbevreesd kunt tot ver achter het land der pijn en in een vrede zonder eind, in Hem gelukkig zijn.

image_pdf