Kleurwerking en haar toepassing

image_pdf

 2 augustus 1963

Zoals u waarschijnlijk reeds weet, zijn wij niet alwetend of onfeilbaar. Het is vandaag mogelijk, dat ik mijn inleiding moet afbreken voor een gastspreker. Ik zal trachten mijn onderwerp zoveel mogelijk af te ronden. De titel is: Kleurwerking en haar toepassing.

Kleur: een absorptie van een deel van het spectrum laat een klein deel van de ontvangen straling als reflectie over. Kleur is dus eigenlijk één van vele frequenties.

Wanneer wij nadenken, blijkt er dus sprake te zijn van een emissie plus een trilling, die weliswaar in het visuele bereik liggen, maar die toch ook verder wel fysieke invloed zou kunnen hebben. Een trilling, een frequentie, zal verder naar boven zowel als naar beneden harmonische trillingen kunnen bezitten. Om mijn bedoeling duidelijk te maken, gebruik ik hier een voorbeeld, dat niet geheel juist is, maar mijn intenties toch goed kan weergeven:

Er is zonlicht. Dit is enigszins geel getint, verder vinden wij daarin een tikje rood. Wij associëren hiermede warmtestralingen, maar zouden ook hogere stralingen van bv. geestelijke waarde met die zon verbonden kunnen achten en de uitwerking daarvan met de kracht van het zonlicht kunnen verbinden. In ieder geval kunnen wij stellen, dat het licht van de zon een visueel waarneembaar verschijnsel is, waaraan een aantal niet visueel waarneembare verschijnselen gepaard gaan. Op deze wijze stel ik nu, dat kleur een reeks van verschijnselen omvat, waarvan slechts een beperkt deel zichtbaar, of zelfs maar onmiddellijk kenbaar zal zijn. Daarom meen ik, dat licht en kleur niet mogen worden gezien als op zich staande verschijnselen, maar slechts als de zichtbare aanduiding van het optreden van een reeks verschijnselen, waarbij een deel zuiver geestelijk genoemd mag worden.

U hebt allen waarschijnlijk wel eens gehoord van de 7 stralen, de 7 krachten in de schepping, die allen een eigen kleur hebben. Men stelt zich hierbij voor, dat een aantal bijzondere werkingen van God in de schepping uit gaan, zodat de goddelijke scheppingskracht voor ons uiteenvalt, gerefracteerd wordt in een afzonderlijke reeks van invloeden die gerepresenteerd worden door tronen, heerschappijen, Heren van Licht.
Wanneer ik dus blauw licht heb, heb ik niet alleen maar te maken met licht van een blauwe kleur. In de mens worden de bijkomstige werkingen en zelfs de hoofdkrachten, die door dit kleurlicht worden aangeduid, erkent als associaties. Blauw licht is bv. rustgevend. Naar ik meen, is de rustgevende werking van dit kleurlicht echter niet alleen te beschouwen als een suggestieve werking. Blauw noemt men immers ook de stralen, die vanuit het Goddelijke via de Heren der Wijsheid tot de aarde komen. Er is dus sprake van een associatie tussen deze kleur en het ontstaan van weten, erkenning, wijsheid. Het rustgevende voert echter tot overpeinzingen. Indirect dus tot wijsheid of kennis. Verder kan worden gesteld dat het blauwe licht een invloed van Luna, de maan, weergeeft en zo stoffelijke invloeden naast bewustwording bevorderende werkingen zal bevatten.

Op dezelfde wijze kunnen wij stellen, dat rood niet alleen een gevoel van zekere geborgenheid – en vaak zelfs een zekere zwoelheid – veroorzaakt, maar daarnaast suggesties van levenskracht, strijd en vitaliteit in zich draagt. Wanneer wij nu zien naar de Heren van Kracht, waaronder ook de Heer die de menselijke levenskracht beïnvloedt, zo treffen wij als een van de op de voorgrond tredende kleurenlicht: rood. Verder wordt rood nog geassocieerd met Mars, de heer van mannelijke kracht en strijdbaarheid, moed.

Bij groen vinden wij, dat men dit wel de kleur van het geloof noemt. Ook groen werkt rustgevend, maar op een geheel andere wijze dan blauw. Wanneer de mens met groen te maken krijgt, zonder dat daarin andere werkingen, als bv. geel, optreden, doet hem dit enigszins somber aan.
Stelt men een mens in groen licht, zo voelt hij zich niet aan de werkelijkheid gebonden en heeft hij na enige tijd vaak het gevoel, dat hij wegzweeft in een onderwaterwereld: enerzijds valt veel van zijn zekerheid weg, anderzijds wordt hem een zekere verbondenheid met alle leven en de wereld gesuggereerd.

Zien wij naar de geestelijke krachten, die vooral in het dogmatische en begrenzende geloof werkzaam zijn, dan vinden wij als kleur van inwerking groen in verschillende nuancen. Zien wij naar de vormgevende krachten, die vooral het lagere leven op aarde beïnvloeden, zo zullen wij als hun straling eveneens nuancen van groen aantreffen. Ook bij het groen vinden wij dus bepaalde geestelijke werkingen en krachten.

Ik meen dan ook wel te mogen stellen, dat met elke kleur ook bepaalde geestelijke krachten of gebieden verbonden zijn, die door een harmonie, welke de kleur wekt op aarde, tot uiting kunnen komen. Voor dit feit heeft men verschillende uitleg. De eerste stelt, dat menige mens door een kleur zodanig wordt beïnvloed, dat hij onder de suggestie daarvan terugkeert tot een oertoestand en zo terugkeert tot de tijd, dat dit licht, deze kleur, een al beheersende invloed had op aarde. In deze toestand stelt hij zich lichamelijk, en voor een groot deel ook mentaal, in op de krachten, die bij dit licht en de daarvan uitgaande ontwikkelingen zouden behoren. Persoonlijk vind ik deze uitleg té gezocht, maar er zijn vele entiteiten, die deze stelling voorstaan. Ik voel mij dus verplicht u deze te noemen.

Volgens mijzelf – en ook dit standpunt wordt door vele entiteiten gedeeld – zit de zaak ongeveer als volgt in elkaar:

De gevoeligheid voor een bepaalde kleur is een gevoelservaring. Wanneer deze gevoelswaarde in de mens niet reeds aanwezig is, heeft de kleur op hem geen verdere inwerking. De mens reageert dus uiterlijk op een kleur, omdat hij innerlijk verwant is met, of ingesteld is op een bepaalde invloed. Het feit, dat deze invloed nu ook zijn stoffelijk wezen kan gaan beheersen, maakt haar echter meer sprekend en maakt haar tot een beheersende factor in zijn leven en denken, voor de tijd dat de kleur hem domineert. Dit zijn dus twee verschillende soorten uitleg, waarvan de laatste, zoals gesteld, mijn voorkeur geniet.

Nu iets over de kleur zelf en haar werkingen.

Wanneer ik kleuren kies, zal ik daarbij altijd een verandering van de omgeving tot stand brengen. U kunt dit bv. zien in een modern theater of huis, waarbij men de wanden met verschillende kleuren heeft bekleed, men kan zo ruimtelijke werkingen bereiken, waardoor ruimtelijke mogelijkheden worden gesuggereerd, die in feite niet aanwezig zijn. Men kan bv. een vertrek langer of breder doen schijnen. M.a.w. kleur verandert perspectieve waarden. Verder blijkt dat kleur ook op het ervaren van een temperatuur invloed heeft. Wanneer men een zaal als deze zou uitvoeren in roze en rood, dan zou u allen wegsmelten van de warmte. Zou daar, in dezelfde ruimte bij dezelfde temperatuur, in verschillende tinten blauw zijn uitgevoerd, dan zou u de zaal waarschijnlijk relatief koel en fris vinden. Dit is een suggestieve werking. Inderdaad. Maar toch wordt u lichamelijk en niet alleen in uw gevoelens beïnvloed.

Elders blijkt dit nog duidelijker: een ziekenkamer, die in tinten van geel is uitgevoerd, maakt een zonnige indruk. Nu is zon voor de mens ergens geassocieerd met vitaliteit, terwijl het Gouden Licht zelfs een beeld is van de bron van alle leven, bijna alle positieve aspecten daarvan, die wij ons kunnen voorstellen, omvattend. Goud is dan ook een van de belangrijkste en mooiste geestelijke stralingen. Een patiënt in een vertrek, waarin deze zonnige kleur overheerst, zal altijd wat vrolijker zijn dan iemand, die in een somberder of zakelijker gekleurde zaal ligt. Vandaar dat hij sneller geneest en bij al zijn lijden mentaal veerkrachtiger blijft.

Ook hier kan men natuurlijk niet alles aan suggestie wijten. Maar het feit blijft bestaan. Zo blijkt ook dat een liggende zieke, die steeds naar een wit plafond moet kijken, al snel ongedurig zal worden. Waarom? Het wit is te fel, het verblindt enigszins en werkt als soort projectievlak, waarop hij zijn eigen – meestal tamelijk sombere gedachten – kan aftekenen. Vervang deze kleur wit nu eens door een teer grijs of mauve. Wij hebben dan een vlak, dat geen directe projectie toelaat. Daardoor alleen reeds doet het zachter aan en werkt het rustgevend. Geeft men dezelfde patiënt een teergroen vlak om te zien, zo zal hij zich in een soort zee van overpeinzingen weg voelen drijven. Het vermoeiende van het felle wit, dat het stellen van wit- zwart verhoudingen bevordert, valt weg. In de plaats van een somber zakelijk nadenken komt de neiging tot dagdromen sterker tot uiting. Hier kan men dus, alleen door het gebruik van een kleur op het plafond, de mentale reacties van een patiënt beïnvloeden en daardoor zijn stoffelijk welzijn bevorderen of remmen. Indien dit voor een zieke waar is, zullen wij moeten stellen dat een zelfde inwerking op en voor alle mensen mogelijk moet zijn.

Wanneer u een kerk hebt, die uitgevoerd is in tinten als bruin, grijs en beige, dan werkt dit somber, het geheel geeft geen werkelijke rust, maar eerder een soort plechtstatigheid, die echter niet zonder meer een bevrijdende werking zal hebben. Om dit te vermijden heeft men vroeger veel gebrandschilderde ramen gebruikt in kerken, waardoor een reeks van kleurplekken tot stand kwam, die andere belevingsmogelijkheden boden. Ik meen niet, dat men dit bewust deed. Toch beseft men zeer wel, dat men door het aanbrengen van grote stukken glazenierswerk een andere sfeer tot stand kon brengen.

Typisch is verder, dat het uitvoeren van een kerk in bepaalde tinten de waarde van het gebouw als plaats van geestelijke verdieping sterk beïnvloedt. Gebruiken wij verschillende tinten van blauw, afgezet met geel, dan komen wij tot een geheel dat tintelt, dat leeft. Indien men het interieur van een kerk uit zou voeren in rode baksteen en daarbij achter altaar, spreekgestoelte, of avondmaalstafel, een blauwe betimmering of doek zou aanbrengen, zo zou iets mystieks ontstaan. Om de levende aanwezigheid van God te projecteren, gebruikt men al sedert lange tijd de godslamp, waarbij een olievlam of lichtje achter rood glas brandt. Rood is de kleur van leven. Het geeft daardoor een indruk van aanwezigheid, van vitaliteit, die vooral waar ander licht zwak is of ontbreekt, wel bijzonder sterk spreekt.

Een dergelijke plaats van aanbidding zal ongetwijfeld een veel betere invloed op de aanwezigen hebben dan een kerk, die al te kaal of al te kakelbont is. Wanneer men de mens confronteert, zoals in de reformatie, met kerken, waarin alle muren eenvoudig gewit zijn, dan staat de mens daarin tegenover een wrede en harde wereld. Hij zal dan geen begrip tonen voor de wereld of voor andere mensen, alles is hard, alles wordt gezien in zwart-wit verhoudingen zonder enige tussentoon. En in een wereld, die alleen in wit-zwart wordt uitgedrukt, vindt de mens geen weg meer. Hij wordt tot een onredelijk en eenzijdig wezen. Bij ál te kleurige versieringen – als  bv. in de St. Pieter te Rome – zullen de kleurige vlakken teveel de aandacht van de mens vragen. Vrome ingetogenheid komt niet meer op de voorgrond. Het geheel heeft veel weg van een theater. De mogelijkheid tot grote mystieke belevingen valt weg, in de plaats daarvan treedt de sensatie, het kijkspel.

Kleur heeft een bijzonder grote invloed op de gevoelens en mogelijkheden van de mens. Het kan dus ook gebruikt worden om de eigen omgeving van de mens te oriënteren en aan te passen aan zijn eigen wezen en doeleinden. Wanneer u een slaapkamer heeft, zou ik u aanraden daarin rustgevende tinten te verwerken. Blauw, grijs, lichte tonen van groen en de aan deze kleuren verwante pasteltinten. U zult ontdekken, dat het vertrek rustiger is geworden. Het lijkt, of de geluiden van buitenaf wat meer gedempt worden, u slaapt meer ongestoord, rust beter en wordt zelfs rustiger. Want door deze omgeving bent u beschouwelijk gestemd. U kunt reageren op de beschouwelijke mogelijkheden, die de slaap met zich pleegt te brengen en kunt reageren op de mogelijkheden, die daarin zijn gelegen om eigen geest tijdelijk van een al te grote stoffelijke gebondenheid los te maken. Natuurlijk kunt u uw slaapvertrek ook uitrusten in rood, zij het een helder rood of de gedektere tinten van mahonie. Het resultaat zal zijn, dat zinnelijkheid wordt aangewakkerd. Wanneer u moe bent, zult u in deze kamer snel meer vermoeid zijn, rusteloos vermoeid. Wanneer de levenskrachten tot uitbarsting komen, zo zal dit onbeheerster, onstuimiger, maar ook uitputtender geschieden dan in een vertrek met rustgevende kleurstelling.

Een keuken vergt koelte en rust. Maak daarom gebruik van tinten, die deze koelte suggereren, zoals bv. ijsblauw. Gebruik niet teveel wit, vooral niet in grote ongebroken vlakken: het is verblindend en zal het u lastiger maken om rustig en overlegd te werken. Kies liever vlakken van teer groen en dof grijs, verrijkt met pasteltinten, om de blauwheid te breken. U zult u niet alleen minder snel verhit gevoelen, maar zult ook u beheerster bewegen, niet zo snel iets vergeten en u dus menige overbodige beweging en wandeling sparen. Bovendien heeft u door deze keuze van kleuren voor uzelf de mogelijkheid geschapen om, wanneer een werkje wel de handen, maar niet de verdere aandacht in beslag neemt, beschouwelijke gedachten na te gaan, zonder dat dit uw bezigheden te veel remt. Dit heeft voor iemand, die naar bewustwording streeft, het voordeel, dat huishoudelijke bezigheden als wassen en koken niet meer buiten het geestelijk verband komen te staan, maar er deel van worden. Leven en denken worden zo tot een geestelijk vruchtbare continuïteit.

Voor de huiskamer nemen wij aan, dat u houdt van huiselijke gezelligheid. Dan heeft u in de eerste plaats lichte wanden nodig. Neem geen wit – ook geen gebroken wit. Wit is mooi, om een vlak mee af te zetten, maar nimmer voor grote vlakken. Gebruik zoveel mogelijk rustige tinten, die echter warm en levend zijn. Gebruik rustig enkele felle kleurvlakken, om de eentonigheid te breken. Denk echter vooral eens na over warm grijs, roze enz. Bekleed uw vloer vooral niet met koele kleuren, maar kies warm, bijna rood hout, of desnoods een rood tapijt, of een rode vloerbekleding. Breek dit rood van het vloervlak niet door donkere tinten, maar met contrasterende lichte kleuren. Hierdoor zal het grondvlak een gevoel van geborgenheid en rust geven, terwijl de wanden eveneens rust scheppen en het u mogelijk maken te rusten, u te ontspannen. Een plaats, waar men wel oplettend dient te zijn, een plaats, waarin men niet te lange tijd achtereen hoeft te vertoeven, kan men echter rustig uitvoeren in een verblindend wit.  Dit is o.m. aanbevelenswaardig voor gangen en trappenhuizen. Kies hierbij donkere vloeren en felle contrasten. Deze dwingen tot oplettendheid. Zij zullen verder een ieder ertoe brengen zich onmiddellijk te realiseren waar hij is. Door deze wijze van kleurstelling staat men in een volkomen realiteit.

Bedenk, dat het mij hier niet gaat om het geven van enkele voorschriften voor populaire binnenhuisarchitectuur, maar om het scheppen van een harmonische omgeving, waarin de mens goed zal kunnen leven, beleven en werken. Hoe belangrijk het kiezen van de juiste kleur kan zijn, blijkt nog uit het volgende. Wanneer men een meditatiekamer wil inrichten, dient men deze zeer eenvoudig in te richten. Zij mag betrekkelijk kaal zijn, zij mag geen punten van inrichting bevatten, die de aandacht zouden kunnen afleiden. Aan de andere kant zal zij de sfeer, de stemming moeten weerkaatsen, die voor u noodzakelijk is, om met vrucht te kunnen mediteren. Voor velen zou een kleurenschema goed zijn, dat alles met een haast mystieke paarse waas overtrekt, zodat men zich in deze kleur van de wereld gescheiden kan voelen en waarlijk in eigen gedachten kan verzinken. Nogmaals, een kleur is niet alleen zichzelf volgens de zichtbare waarneming, maar vormt tevens een weerkaatsing van specifieke krachten, die overal kunnen bestaan.

Niet voor niets gebruikt men ‘het Licht’ als een synoniem voor God; niet voor niets heeft de mens reeds van de vroegste tijden af aan alle goden, krachten en waarden, die voor hem van belang waren, een kleur toegekend. Alle planeten hebben een eigen kleur. Reeksen van geesten en engelen blijken een eigen kleur te bezitten. In dit verband is het interessant te horen, dat men zelfs spreekt over negatieve kleurwerking bij demonen, die een eigen tint van ‘zwart licht’ zouden bezitten. Dit is niet alleen maar een toeval: overal, waar het oog een kleur waarneemt, zal de geest zich oriënteren op een bepaalde sfeer, op een bepaalde harmonie. Dit kan zeer belangrijk voor u zijn, omdat hiermede uw stoffelijk leven en geestelijk beleven samenvallen, zodat de juiste kleur en sfeer ook geestelijke mogelijkheden en geestelijk beleven voor u meer reëel zullen maken.

Stel in dit verband eens een ritueel, hetzij in een kerk, hetzij elders. Voor het bereiken van de juiste sfeer, de juiste werkingen, zullen licht en sfeer hier ook van het hoogste belang zijn, waarbij kleur een zeer belangrijke rol zal spelen. Wij nemen nu eens aan, dat er een tempel is, met roomkleurige muren, eventueel gesierd met goudornamenten. De vloer is donker of bv. zwart-wit geblokt. Wij zullen deze tempel nu met gedempt blauw licht inrichten, waardoor wij één enkele fel witte lichtstraal laten priemen.

In de eerste plaats hebben wij dan – door het licht – in het geheel de mystieke waas tot stand gebracht, die bevorderlijk is voor alle mystieke belevingen. Hierdoor heeft men allen binnen de tempel als het ware voorbereid op een ondergaan van het Hogere. Gelijktijdig heeft men zich hierdoor een intense concentratie op hogere krachten mogelijk gemaakt.

Een ritueel veronderstelt echter een gemeenschap. Binnen de tempel heeft men dan een gemeenschappelijk punt van concentratie nodig. Hiervoor dient de enkele witte lichtstraal. Hierdoor is een voor allen haast dwingend punt van concentratie en beschouwing tot stand gebracht, waarmede gelijktijdig een punt van eenheid in denken, een binding is geschapen. Hierdoor geeft de omgeving niet alleen de mogelijkheid bepaalde geestelijke werkingen te ondergaan, maar is de mogelijkheid geboren, dat alle aanwezigen ook deel hebben aan elkanders geestelijke werkingen. Er is een vorm van eenheid ontstaan, waaruit niet alleen een zeer hoge kracht en spanning binnen het geheel kan voortkomen, maar waardoor tevens in elke persoon die binnen de gemeenschap aanwezig is, een weerkaatsing van de werkingen in het geheel kan ontstaan en een persoonlijk deelhebben aan de krachten, die door de gemeenschap gewekt werden, voor een ieder zonder persoonlijke beperkingen mogelijk wordt. Hoewel men dit misschien wat overdreven of zelfs hoogdravend gesteld zal achten, is er toch sprake van feiten. Door de juiste kleuren van omgeving en licht te kiezen en de combinering ervan, heeft men zich een voertuig gebouwd van ijlere frequenties, waarop de geest kan rijzen en zo tot een hoger bewustzijn zal kunnen stijgen.

Uit dit alles blijkt wel, dat kleurwerkingen niet kunnen worden gezien als alleen van kracht voor aarde en mens, of zelfs maar alleen voor de materie. In alle hogere geestelijke waarden zullen wij een equivalent van kleur aantreffen. Wij bezien een hogere geestelijke kracht. Deze heeft een eigen persoonlijkheid en absorbeert het geheel van de krachten, die hem vanuit het goddelijke gegeven worden. Er is echter sprake van een persoonlijk bestaan, dat in zich niet het geheel van het goddelijke kan uitdrukken, dit bewustzijn is reeds in de eerste fasen van bestaan als hoogste geest binnen het Ik van de entiteit gekristalliseerd en vormt en begrip van functie binnen het Al, een zien van een bestaan op bepaalde wijze als een taak.

Zo wordt het geheel van de goddelijke kracht door deze entiteit wel ontvangen, maar gelijktijdig binnen het Ik omgezet in een weergave van eigen functie binnen het geheel. Wij zien, dat het verblindend witte licht vanuit de oneindigheid wordt ontvangen, maar dit verlaat de entiteit als een bepaalde kleur. Zeg bv. “Goud”. Deze gouden straal uit zich niet als een normaal lichtschijnsel, maar vormt een kracht, die alle wezens en sferen beroert, die maar in staat zijn dit goud binnen zich te erkennen en te ontvangen. Dit gaat zelfs dieper dan uw eigen wereld en geldt ook voor de duistere sferen.

Misschien meent u, dat men met deze gouden kracht niets kan doen. Stel dat een geest of mens door zijn instelling deze warme vitaliteit – ik zou het haast een godsbeleving willen noemen – in zich terug kan vinden. Voor deze mens dus geen verblindend Licht, waarachter de raadselen van de goddelijke werkelijkheid verborgen liggen, maar de warme geborgenheid in de stralende zon van een goddelijk wezen. Dit is een innerlijke zekerheid en kracht, waarmee alle duister kan worden verdreven. Deze persoon kan nu afdalen tot in de meest duistere werelden en zal toch rond zich steeds weer het Gouden Licht dragen. Vanuit deze persoonlijkheid wordt het Gouden Licht opnieuw geopenbaard als levenskracht en bewustzijn. Een ieder, die deze waarden kan aanvaarden of zelfs maar beseffen, is door de aanwezigheid van deze persoonlijkheid onmiddellijk onttrokken aan de duisternis en verwarringen van zijn eigen sfeer of wereld.

Stel een mens, die in staat is deze gouden kracht te ontvangen. Ofschoon in de aura wel degelijk zichtbaar, zal voor de mens dit Gouden Licht hoofdzakelijk een gevoelswaarde zijn, een gevoel van zeker zijn en geborgenheid, waardoor hij meer is dan alleen maar mens in zijn uitingen. De grote kracht van de entiteit, die het Gouden Licht uitstraalt wordt binnen deze mens tot energie, tot direct bruikbare krachten. Het Gouden Licht is nu tot een onmiddellijk werkzaam vermogen geworden, waardoor deze mens iets kan bereiken, iets kan waarnemen, andere krachten zal kunnen beheersen of tot uiting brengen. Zo iemand bereikt, alleen reeds door zijn deel zijn in het Gouden Licht, dat hij – beschermd door de hogere entiteit, tot wiens taak hij behoort – deze krachten kan gebruiken en de werkingen van het Gouden Licht rond zich uitbreiden.

Men zou kunnen zeggen, dat iemand die met het Gouden Licht harmonisch is, daaruit in de eerste plaats voor zich de energie wint, om deze daarna op een wijze, die bepaald wordt door het eigen wezen van de mens plus de eigenschappen van de grondkleur of kracht, rond zich te uiten als een zeer duidelijk kenbare vorm van Licht en Kracht. Op het eerste gezicht kan de mens in de materie hiermee weinig op bewuste wijze doen. Maar zelfs indien er geen innerlijk bewustzijn is van deze kracht en haar mogelijkheden, zal zij op de mens inwerken. De harmonie komt ook zonder dit bewustzijn tot uiting. Iemand, die deze kracht in zich draagt, wordt door anderen vaak een zonnig mens genoemd. Uit deze benaming alleen blijkt reeds, dat alle andere mensen – zonder het zich te realiseren – het goud in de aura ondergaan en vergelijken met de werking van de zon.

Er zijn natuurlijk vele andere kleuren van geestelijke kracht. In vele gevallen zullen meerdere van deze kleuren of krachten binnen een bepaalde mens harmonieën wekken. Zo kan iemand bv. gelijktijdig harmonisch zijn met de krachten van zelfzucht – grijs of grauw in uitstraling – en kennis of wijsheid – blauw -. Zo iemand noemt de wereld dan hard als staal. Het stoot velen af, maar heeft gelijktijdig gezag, wekt het respect van de doorsnee mens. Verbindingen met geestelijke krachten zullen dus ook op aarde beleefd en geuit kunnen worden en wekken haast onwillekeurig associaties met kleuren. Dit is een belangrijk punt, omdat hierdoor de werkelijkheid van de geestelijke inwerkingen meer kenbaar wordt.

Hiermee kom ik tot een punt, dat, naar ik vrees, tevens het laatste punt van mijn inleiding zal worden: de associaties met kleuren, die in het leven van alle mensen zo belangrijk zijn.

Wanneer wij een artikel verpakken, en daarbij iets van warmte of kracht willen suggereren, gebruiken wij rood. Willen wij daarbij iets van zon suggereren, dan zullen wij daarbij een grotere afbeelding of ornament in geel of goud aanbrengen. Om koelte en zuiverheid te suggereren zal men daarentegen beter gebruik kunnen maken van groen, wit en blauw. Wil men verfijning suggereren, dan zal men wit als hoofdkleur van de verpakking kiezen, daarbij een fijne goud- kleurige of zilverkleurige letters aanbrengen. De werkelijke kwaliteiten en waarde van het artikel zijn door deze kleurinstellingen onderstreept of zelfs verhulde kleurenassociaties wordt op het artikel in kwestie overgebracht. Vaak worden dergelijke kleuren tot usances wanneer u een koelkast koopt, is deze niet alleen wit gekleurd, omdat dit de beste kleur is – verminderde opname van warmte – maar vooral omdat u dit weer associeert met sneeuw, ijs, koelte. Zouden uw associaties andere zijn, dan zou ook de koelkast een andere hoofdkleur vertonen. Verder ziet u wit als ”rein’. Dus bescherming tegen smetten en ontbinding, behoud en zelfs verbetering van kwaliteit van alles, wat binnen de kast rust. Daarnaast zullen velen de kleur wit nog eens als ‘perfectie’ beschouwen. Afwijkingen van kleur zijn hoofdzakelijk bestemd voor mensen, die ten koste van alles ‘anders dan anderen’ willen zijn. Maar wanneer u alleen afgaat op de functie van het apparaat, zult u wit kiezen voor vele apparaten in de keuken.

Kleur is dan ook in vele gevallen een verkoopargument, dat niet over het hoofd kan worden gezien. Ook bij luxe artikelen blijkt dit. Voer een vaas uit in amber, robijnrood, azuur en loodkleur. Materiaal en vorm blijven gelijk. Dan blijkt, dat amber het meest wordt afgezet. Daarop volgt robijnrood. Daarop volgt blauw. De loodkleur wordt slechts weinig afgezet. De reden? Amber is gezellig neutraal. Robijnrood is levend, vitaal. Blauw is koel, maar heeft bepaalde harmonische mogelijkheden. Loodkleur is echter voor de doorsnee mens niet aangenaam en zal dan ook nimmer om zichzelf gekozen worden, maar hoogstens om hiermede een bepaalde contrastwerking tot stand te kunnen brengen.

Kleur alleen is dus reeds een verkoopargument. Vorm en kleur vormen tezamen een bepaalde reeks van vlakken, welke belangrijk kunnen zijn om functie, werking en kwaliteiten uit te drukken. De mens reageert anders op dezelfde vlakken, wanneer hun kleuren verschillen. Daarbij blijkt vaak, dat men niet de meest juiste vormen en kleuren zal kiezen, maar de meest aantrekkelijke.

Doelmatigheid staat op de tweede plaats, omdat associaties een eerste rol spelen. Contrast werkingen spelen daarbij een grote rol.

Het wit-zwart, zelfs bij drukwerken, dankt in de eerste plaats zijn bestaan aan de definitieve associaties, die de mens daarmede heeft. Want voor het oog, de duidelijkheid en het gemak van lezen, zijn andere kleursamenstellingen in wezen beter. Het is belangrijk, dat men dit beseft en zich door kleuren niet te sterk laat beïnvloeden, wanneer het gaat om artikelen en voorwerpen, waarbij de kleur niet de waarde of het nut bepaalt. Wel is het belangrijk steeds kleuren van gebruiksvoorwerpen en omgeving zo te kiezen, dat zij bij eigen persoonlijkheid passen.

Het is veilig hier te stellen, dat het menselijke leven door kleuren meer wordt beheerst, dan men beseft. Een ieder zal voor zich de meest juiste kleuren kiezen en daarbij niet alleen van eigen persoonlijke harmonieën en waarden uitgaan, maar ook van zijn innerlijke kleuren en waarden. Zelfs verborgen dromen en verlangens werken mede bij de bepaling van een kleurkeuze.

Toch wil ik hier nadrukkelijk stellen, dat een ontleden van de persoonlijkheid aan de hand van de kleurkeuze alleen onzin is. Men kan niet zeggen: “Kiest u pauwblauw? Dan bent u koud van natuur, heeft u behoefte aan het vergaren van kennis, trots en zeer voorzichtig en wantrouwend bij de omgang met anderen.” Wel kan gesteld worden: wanneer blauw de kleur is, waaraan u de voorkeur geeft en waaruit u voor u zelf rust en ontspanning kunt putten, zo zal voor u de weg van het leven eerder liggen in de richting van eigen denken, kennis en filosofie, dan in de richting van een directe geloofsaanvaarding of een zuiver materialistisch streven. Want de kleur geeft niet alleen een bepaalde sfeer aan, maar ook een verbondenheid met bepaalde hogere krachten. Deze verbondenheid is, naar ik meen, uitermate belangrijk.

Ik moet hier helaas mijn inleiding onderbreken. Zojuist verneem ik, dat onze gast op het punt staat te arriveren. Ik wil u nog verzoeken bij het stellen van vragen na de pauze uit te gaan van hetgeen door mij gesteld is en eventueel alle punten, die daarmede in een redelijk direct verband staan.

Voorlichting ten aanzien van het gebeuren in de komende tijd

Wanneer ik mij op deze avond tot u wend, zo vloeit dit voort uit ontwikkelingen op uw eigen wereld, waaraan mijn broeders en ook ikzelf intens deel hebben. Er werd een reeks van krachtproeven voorbereid, waarin de mens de mogelijkheid tot zelfverloochening en de erkenning van menselijke waarden zal kunnen vinden. Deze proeven liggen op velerlei gebied. Zij betreffen zowel beïnvloedingen van uw eigen geestesgesteldheid als een onmiddellijk stoffelijk gebeuren. Om allen, die van goede wil zijn de mogelijkheid te geven er toe bij te dragen, dat deze ontwikkelingen inderdaad het behoud van de mensheid en de ontwikkeling van het geheel zullen bevorderen, wordt door ons getracht u in de komende weken een voorlichting te geven omtrent de instelling, die t.a.v. het gebeuren in de komende tijd de meest juiste genoemd kan worden. Wij nemen aan, dat de gebeurtenissen in kwestie in vele gevallen meer dan 30 dagen en enkele gevallen meer dan 9 maanden van u af liggen.

De inwerkingen, die in deze gebeurtenissen uiteindelijk tot uiting zullen komen, bestaan echter vandaag reeds. Realiseer u, dat alle kracht die in de geest leeft, ook in uw eigen geest, sterker is dan de materie. De materie beantwoordt aan het denkbeeld, zodra het denkbeeld zich los kan maken van de materie. Denk daarom in deze dagen ook vanuit uw innerlijke waarden en ga niet alleen uit van redelijke, stoffelijke, theoretische of praktische standpunten en overwegingen, doch zoek in uzelf een kracht of denkbeeld te vinden, dat u sterker kan beheersen dan alle materiële belangen. Leef voortaan vanuit die stellingen, vanuit dit standpunt.

Besef verder, dat de inwerkingen, die op het ogenblik de aarde beroeren en in de komende tijd hun stempel in zo sterke mate op de wereld en haar gebeuren zullen drukken, niet worden gegeven voor de enkeling.

Het ingrijpen van de hoge krachten, de inwerkingen, komen voort uit de behoefte de mensheid als geheel te helpen in haar ontwikkelingen. Het is daarom noodzakelijk, dat een ieder in deze dagen zijn gevoel van broederschap en verwantschap met geheel de mensheid in deze dagen zo sterk mogelijk tot uiting brengt. Tracht nooit u te isoleren van anderen, of anderen uit uw leven uit te sluiten, doch erken zoveel mogelijk, dat allen in uw wereld deel hebben aan uw leven en deel hebben aan de krachten, die ook u beroeren. Schenk uw krachten aan hen, die zwak schijnen, neem kracht van hen, die sterker schijnen dan u. Vraag u daarbij niet af, of u gerechtigd zijt tot nemen of geven. Geef en neem in naam van de eenheid, waartoe ook gij behoort, waarvan ook gij deel uitmaakt, de eenheid, die mensheid heet.

Indien u zich in deze dagen van anderen geïsoleerd voelt – wat bij velen voor zal komen – en deze isolatie u doet veronderstellen, dat gij het in het leven zwaarder hebt dan anderen, is het misschien goed een kort ogenblik in uzelf te keren en te beseffen:

Er is niets, wat ik alleen draag. Er is niets, wat ik alleen kan volbrengen. Maar als deel van het geheel ben ik belangrijk, hoewel niet onvervangbaar.

Ik wil in dit geheel, ongeacht mijn beperkingen, zoveel mogelijk betekenis gewinnen voor allen, opdat een ieder hieruit moge leren, leven en werken.

Indien gij meent, dat gij beperkt zijt in uw geestelijke gaven, begin met uw zuiver stoffelijk denken, uw zelfzuchtig denken aan uzelf en uw preoccupatie met zuiver stoffelijke dingen ter zijde te stellen.

Ga uit van de gedachte, dat alle geestelijke werking en kracht, die in het Al bestaat, ook u waarlijk kan bereiken. Stel u open voor de kracht, de wijsheid, de intuïtieve waarden, die in deze dagen de mensheid vanuit de geest gegeven worden.

Zeg niet nadrukkelijk: dít is van de geest, dát komt van mij zelf. Erken innerlijk de waarheid, leef deze waarheid en handel ernaar voortdurend.

Laat de volheid van het Licht en de Kracht, die u in deze dagen gegeven worden, in volheid door uw wezen uitwerken op allen. Zonder niemand uit, niet in de materie, niet in de geest.

Realiseer u, dat verschijnselen in economie, in de natuur, in de politiek, in het menselijk lichaam en het menselijk gemeenschappelijk denken, onder deze inwerkingen niet te vermijden zijn.

Gij kunt niets veranderen aan hetgeen de aarde thans beroert. Gij kunt slechts de uitwerkingen ervan, de uitslag ervan veranderen.

Alles wat de aarde op het ogenblik meemaakt, is in feite een vuurproef – of, zo gij wilt – een beproeving, waarvan het doorstaan een inwijding betekent.

Gij kunt de beproeving niet wijzigen, maar gij kunt anderen helpen ze te doorstaan.

Indien u in deze dagen op enigerlei wijze een taak wordt gegeven, zij het, dat deze in uw ogen dwaas is of wijs, verwerp haar niet. Neem de u gegeven taak zonder morren op u en volvoer haar, opdat niet de proef, maar het resultaat daarvan gewijzigd mag worden in de meest gunstige zin. Zo gij zegt: “deze dingen ken ik niet”, zo antwoord ik u: “zend uw gedachten uit, laat ze voor een ogenblik dwalen, zo dicht bij het goddelijke, als gij u maar voor kunt stellen.” Vanuit de zo gewonnen rust, bezie uw wereld. Gij zult erkennen, dat er banden, dat er werkelijkheden en werkingen bestaan, waarin ook gij deel hebt.

Indien gij meent machteloos te zijn: beroep u op uw God en er zal u kracht gegeven worden buiten alle mate.

Indien gij meent niet wijs genoeg te zijn: denk tot zo dicht mogelijk bij de krachten, waarin gij gelooft, benader zo dicht en intens mogelijk uw God: u zult ontdekken, dat u het noodzakelijke weten en inzicht zal worden gegeven. Gij zult de weg vinden naar handelingen, die misschien niet realistisch lijken, maar u kunnen voeren tot het begeerde resultaat.

Gij zult werkingen ondergaan, die, schijnbaar onredelijk en dwaas, buiten al uw verwachtingen een invloed ten goede uitoefenen in uw eigen bestaan, en in geheel uw omgeving.

Denk niet, dat gij alleen zijt: beroep u steeds weer op de hoogste krachten en realiseer u, dat ons werk ook op uw wereld door ongetelde duizenden wordt uitgedragen. Zij zijn met u in de materie, een hulp en steun bij alle taakvervulling, een kracht in alle strijd, zoals wij met u zijn in ons streven, de mensheid rijp te maken voor haar volgende fase van inwijding.

Meer heb ik u voor heden hierover niet te zeggen. Wij hopen echter in komende zittingen – zo de mogelijkheid hiertoe bestaat en de omstandigheden gunstig zijn – op dit onderwerp terug te keren en u alle eventueel nuttige of noodzakelijke aanwijzingen te geven.

Vragen

  • Je kunt kleuren dromen, blinden kunnen dit niet. Zij zien dus in klank. Heeft klank niet een machtiger uitwerking?

Dit laatste is zeker een kwestie van waardering. De klank staat in wezen lager dan de kleur. Juist hierdoor zal zij op de materie vaak een grotere inwerking hebben, dan kleur. Vandaar, dat de klank in de materie krachtiger lijkt te zijn, vandaar ook, dat men in de stof hoofdzakelijk met klanken en niet met kleuren zal werken. Een blinde, die geen kleuren ziet, is iemand, die van geboorte af aan blind is geweest en dus geen enkele associatie met kleuren heeft kunnen vormen. Deze zal echter geestelijke ervaringen niet alleen met klanken associëren, maar ook met gevoelens. U stelt, dat mensen in kleuren dromen. Dit komt zelden voor. Werkelijke dromen zijn in wit – zwart. De kleuren voegt men later door associaties enz. toe.

Ik zal benaderend trachten enkele verhoudingen tussen kleur en klanken weer trachten te geven.

Een kleur, die rood is, zal doen denken aan het toontimbre van een violencello. Blauw zal veel overeenkomen met de klankeigenschappen van harp of marimba. Goud zal klinken als een viool in g.

Er zijn vele logisch schijnende vergelijkingen, er zijn ook enkele meer zonderlinge vertalingen:
Het kosmische witte licht bv. zal door een blinde misschien vertaald worden als een orgel. Maar om een blinde dergelijke associaties mogelijk te maken, zal hij de klanken van dergelijke instrumenten inderdaad goed moeten kennen. Het is echter zeer moeilijk om klanken- en timbre eigenschappen te definiëren. Vandaar dat de blinde niet beleeft of droomt in een bepaalde klank, maar bv. ook gevoelsassociaties zal gebruiken: eigen lichaam in water, zonlicht, het korrelige van warm zand e.d. Dergelijke associaties komen bij blinden naar onze ervaringen even vaak of zelfs meer voor, dan associaties met klanken alleen. Over deze laatste zal misschien eerder en begrijpelijker gesproken kunnen worden, maar emotionele en sensuele associaties zijn, zover wij na kunnen gaan, tenminste even sterk.

  • Toch komt het vaak voor, dat ik in kleuren droom en daarop zelfs correcties krijg.

Dan droomt u niet werkelijk. Een menselijke droom is praktisch altijd in zwart-wit, zover het het beeld betreft. Bijvoeging van kleuren komt voort uit herinneringen aan de droom e.d.

Uittredingen daarentegen geven veelal wel een erkennen en waarnemen van kleuren. Combinaties van geestelijke beïnvloedingen of uittreding en droom doen vaak denken aan een eenzijdig ontwikkelde kleurenfilm, waarbij dus één enkele kleur als rood, geel, blauw, op de voorgrond treedt, terwijl alle andere kleuren in wezen tot tinten van deze hoofdkleur worden terug gebracht. Wanneer u dus regelmatig in technicolor droomt kunt u wel stellen, dat dit een kwestie is van waarnemingen buiten eigen wezen, uittredingen. Wanneer u er tenminste zeker van bent dat u de kleuren niet later, bij het navertellen van uw droom, er aan toevoegt.

  • Hoe reageert iemand die kleurenblind is, op kleuren?

Wanneer hij werkelijk kleurenblind is, reageert hij in wezen op bepaalde tonen van grijs. In de meeste gevallen zal men zijn kleurgevoel vervangen door een soortgelijke aanvoeling en ervaring van vlakken. Men heeft dus meer gevoel voor de indeling van een waarde in vlakken dan voor de kleuren zelf en waardeert hoofdzakelijk de begrenzing van de vlakken in scherp onderscheiden tonen van grijs.
Er zijn echter veel mensen, die alleen voor een bepaalde tint of kleur blind zijn. Dan zien wij, dat voor hen deze kleur of tint wordt vervangen door tonen van een andere kleur. De associaties zijn dan natuurlijk niet geheel gelijkwaardig met die van iemand die niet kleurenblind is. Men is echter zelden werkelijk blind voor een kleur, die als geestelijke waarde in eigen leven overheersend is. Bij deelnamen aan een rite, waarbij de kleurenblinde dus de sfeer bepalende kleuren en tinten van licht niet zuiver waarneemt of zelfs niet waarneemt, zal hij echter door de reacties en gedachten van anderen, die op hem inwerken, aan het geheel van de ontstane krachten en werkingen toch wel volledig deel hebben.

  • Waar kleuren bepaalde invloed op mensen hebben, is het dus ook mogelijk een bepaalde kleur via gedachtekracht uit te zenden en op deze wijze bepaalde resultaten teweeg te brengen?

Dit is volkomen juist. Ik zal u een aardig voorbeeld geven van het werken op deze wijze met kleuren:
Bij genezing op afstand is het vaak noodzakelijk je een beeld van hetgeen zich afspeelt te vormen, om zo de meest juiste vorm van concentratie en de meest krachtige uitzending van gedachten te bereiken. Het is dan mogelijk dat wordt gesteld: deze patiënt lijdt aan reuma, dus stel ik mij voor, dat deze patiënt gebaad wordt in een bundel van zacht, blauw licht. In 9 van de 10 gevallen blijkt dan, dat dit wel de meest juiste wijze van concentratie is om reuma – dat immers veelal een zenuwkwaal, of mede een zenuwkwaal is – op deze wijze te genezen. Bij teergroen licht heeft men de mogelijkheid migraine afdoende te bestrijden. Maar men stelt, dat het verkeerd is om te concentreren op rood of geel licht, daar deze een tijdelijke verergering van de kwaal veroorzaken.
Er bestaat dan ook een gehele reeks van leerstellingen in verband met gedachteconcentratie op kleuren, zowel bij genezing als bij magie. Men kan wel zeggen dat gehele methoden van werken in deze gebieden zijn opgebouwd op het gebruik van kleuren. Hiermede bevestig ik u dus, dat kleur door middel van gedachten kan worden uitgezonden, althans datgene, wat met de kleur geassocieerd is en voor de mens in de kleur mede zijn uitdrukking vindt.

  • Welke kleur heeft Uranus? Lila?

Dit is niet geheel juist. Wanneer ik de waarden van Uranus volgens onze denkwereld in kleuren moet uitdrukken, zo zou ik hiervoor een diep violet kiezen, gevlamd met een lichter violet, dat bijna zilver wordt. Maar u kunt zich rustig houden aan de kleur, die in een astrologieboekje wordt aangegeven. Want zo bezien dan vele mensen het.

  • Is het zo, dat bepaalde geluiden en klanken hun eigen kleuren hebben, of zien wij in deze klanken onze eigen gesteldheid in bepaalde kleuren weerkaatst?

Theoretisch is het tweede juist, maar er zijn vele klanken en timbres, die mensen vrij algemeen met een bepaalde kleur associëren. Heeft u bv. wel eens gehoord van een zanger met een “donkerbruin” geluid? In het taalgebruik blijkt wel, dat bepaalde klanken vrij algemeen met bepaalde kleuren verbonden worden. Uit de sferen blijkt verder, dat de gelijkstelling in waarde aan bepaalde geluiden en kleuren een feitelijke uitdrukking van de toestand in die werelden is. Mits beheerst gehanteerd kan dan ook volgens mij worden gesteld, dat geluid in vele gevallen een weergave binnen de grenzen van de hoorbaarheid is van de op zich veel hogere lichttrillingen, waarin de kleur tot uiting komt.

  • Wijst het verlangen naar verandering van kleur in eigen omgeving op een innerlijke omvorming, een rijping?

Of het een rijping is, blijft meestal een vraag. Op een omvorming in het innerlijk wezen wijst dit echter wel. Ook stoffelijke invloeden, die psychologische wijzigingen met zich brengen, kunnen aansprakelijk zijn voor de verlangde verandering van kleur. Zo blijkt de moderne mens een voorkeur te hebben voor een kleurstelling, die een gevoel van ruimte schept. Vroeger had men een wereld waarin voor een ieder rust en ruimte genoeg was. Men zocht daarom aan eigen milieu vooral een karakter van geborgenheid te geven. Vandaar dat vele gedempte en donkere kleuren werden gebruikt, terwijl ook diep rood vaak werd gebruikt, een kleur, die zekere vitaliteit, maar daarnaast toch ook weer een gevoel van veiligheid, van geborgen zijn, geeft.

De moderne mens heeft echter buitenshuis vaak zo weinig ruimte en rust, dat hij in zijn eigen omgeving voor alles probeert een illusie van ruimte te scheppen, zo rust vindend in zijn ‘ruime’ woning voor de beperkingen en bekrompenheden, die hij buitenshuis steeds ondergaat. Nog vandaag zullen mensen, die rust en ruimte genoeg hebben, zich wenden naar de oudere en donkerder kleurstellingen, terwijl allen, die zich benard en benepen gevoelen, de voorkeur geven aan lichte kleuren. Zo blijkt ook, dat mensen, die zich onzeker gevoelen, meestal zoeken naar zware meubels, zware stukken, een vullen van alle lege vlakken, omdat hen dit een gevoel van veiligheid geeft. De kleuren, die zij kiezen, zijn ook vaak aan de sombere kant: bv. flessengroen, of, wanneer zij iets meer aan de lichte kant zijn, bv. diep terra.

Een aardig voorbeeld hiervan: de modemeubels van 1923 tot 1928 waren licht en elegant van stijl. Lichte grijzen, licht blauw, effen en in patronen, waren de bekledingstinten. Dan komen de crisisjaren. De mode slaat om naar het pseudo-zware meubel in donkere tinten. ‘Old finish’, bekleed met pluche in bruin, terra, rood of donkergroen. Wanneer u ziet naar de meubels en kleurstellingen bij hen, die over meer dan het hoogstnodige konden beschikken, zult u door alle tijden heen zien, dat juist in tijden van nood en zorgen de mens grijpt naar het zware, vaak zelfs logge meubel, de donkere wandbekleding, de sombere kleuren. Men noemt dit nu wel eens klassiek. Maar volgens mij was het wel ziekelijk, zonder dat daarom klasse voorop gezet kon worden als eigenschap.

  • Ik heb een voorkeur voor verschillende kleuren. Is dit een algemeen verschijnsel?

Inderdaad. Deze voorkeur gaat betrekkelijk ver; zo heeft men vaak binnen de mogelijkheden van de voorkeurskleur nog weer een voorkeur voor bepaalde tint. Vaak toont men dan tevens een zekere voorkeur voor de componentkleur, waardoor de tint tot stand kwam. Dit bewijst, dat een vaste voorkeur voor een bepaalde kleur bestaat, zelfs indien er meerdere kleuren zijn, die het Ik aangenaam aandoen. Men heeft zich in de loop der tijden zo vaak moeten aanpassen aan de smaak van anderen, of zich aan de omgeving geconformeerd. Hierdoor immers zal geen sprake meer zijn van een zo felle voorkeur voor één bepaalde kleur, zoals een kind bv. heeft. Kinderen hebben verder een voorkeur voor primaire kleuren, terwijl ouderen aan fijnere en minder zich opdringende kleuren de voorkeur plegen te geven. Soms geven ouderen een voorkeur aan ‘meer gedekte’, in feite aan donkere kleuren. Dit is vaak een blijk van een niet voldoende slagen in het leven, een gevoel van minderwaardigheid enz.

  • Welke invloed, gaat er uit van de gecombineerde kleuren van de regenboog?

Harmonisch en in de juiste orde samengesteld hebben zij een bijna hypnotisch effect. Een reeks van regenboogkleuren in de juiste volgorde, die in regelmatige beweging is, of deze suggereert, doet menig mens een deel van eigen persoonlijkheid tijdelijk verliezen.

Esoterisch gezien kan men stellen, dat de openbaring van het Goddelijke zelf, zich openbarend in al zijn aspecten voor de mens, een verzinken in het hogere, het grotere betekent, waarbij hij delen van zijn eigen stoffelijke persoonlijkheid pleegt prijs te geven.

Wanneer de mens daarentegen de kleuren kan begrijpen en in zichzelf harmonisch kan verwerken en zo stijgt hij boven zichzelf uit. Voor de doorsnee mens zijn deze kleuren, wanneer zij in de juiste volgorde staan, moeilijk. Zij vormen een systeem, dat zeer snel zijn eigen streven en persoonlijkheid kan breken.
Vandaar dat men een dergelijke samenstelling van het spectrum op een afstand pleegt te be- wonderen, maar er van dichtbij maar weinig van moet hebben.

  • Bestaat er een verband tussen de kleuren van de regenboog en de uitstralingskleuren van de chakra?

Niet direct. De staalbrekingswetten brengen een ontleding van het licht van de zon. Daardoor ontstaat dus het gamma van kleuren, dat wij zien in de regenboog. Een chakrum heeft eigenlijk geen eigen kleur. Men stelt wel, dat de chakra’s een kleur hebben, maar dit is een uitstraling, die door de reactie van het Ik, van de mens, ontstaat en dus niet eigen is aan dit geestelijk zintuig. Wanneer een persoon dus zijn instelling geheel zou veranderen, zouden ook al zijn chakra’s hun uitstraling en kleur wijzigen. Gezien dit alles lijkt het mij niet juist toe een vergelijking te trekken tussen de ontlede uitstraling van de zon en de uitstralingen van een chakrum.

  • Zou u mij de heersers van verschillende tinten kunnen noemen?

Het lijkt mij niet verstandig hierop al te ver in te gaan. Ik wil u geen namen van heersende krachten roemen, doch zal u wel hun inwerking weergeven.

Wij gaan hierbij uit van violet en paars: beiden geven mystieke werkingen aan, waarbij het paars over het algemeen betrekkelijk somber is en een poging schijnt te bevatten, om via de mystiek terug te keren tot redelijke ervaring en begrippen, terwijl violet vooral de werkingen weergeeft van het Ik in verband met hogere krachten. Als zodanig heersen hier alle krachten, die langs de innerlijke weg de mens tot beleving brengen.

In de kleur blauw vinden wij de mens vooral als denkend en redelijk wezen. Hij gaat de filosofische weg, kan daarbij vaak wetenschap of magie dienen en zal haast altijd voor een groot deel van leven en denken realist zijn. Heersend in deze kleur: de krachten, die vormend inwerken op de wereld en alle krachten, die inwerken op het redelijk bewustzijn van de mens.

Rood. Deze kleur valt uiteen in twee factoren. Het duistere rood is beeld van de dierlijke krachten, de dierlijk vormende werkingen en als zodanig kan het worden gezien als hoofdkleur van bepaalde entiteiten, die nu nog dierlijke rassen helpen leiden en vormen. Onder omstandigheden is het diepe rood ook de kleur van een bepaalde groeps-of rassengeest. Het lichtere rood daarentegen is de kracht van het leven en de beleving zelf. Hier spelen emoties een zeer grote rol en is het de ervaring, die de mens tot een zelfstandige bewustwording brengt. Hierin heersen onder meer de planeetgeest en een aantal entiteiten, die mogelijkheden tot bewustwording en inwijding scheppen via de wegen van directe ervaringen.

Onder invloed van de kleur groen treffen wij vooral een pogen aan om het Ik te vereenzelvigen met andere, meestal hogere waarden. Het is de kleur van innerlijke openbaringen, die uiterlijk niet bewijsbaar zijn, van geloof en alles wat hiermede in direct verband staat, zelfs de natuurmagie. Heersend over de invloeden van deze kleur zijn onder meer krachten, die inspiratie bevorderen, intuïtieve kennis verschaffen. Onder deze kleur vallen ook de krachten, die de niet beheerste paranormale eigenschappen van de mens, zoals vormen van helderziendheid, o.a. vormen van mediamiciteit, besturen en vormen.

Geel of goud is de kleur van al het levende, de levenskracht. Het omvat de uitvoerende mogelijkheden van alle voornoemde en menige niet genoemde kleur. Heersend: alle direct scheppende krachten. Daarnaast krachten die in en via de mens werken, bv. via een kunstenaar. Beheerst gebruik van geestesvermogen en occulte krachten. Inwijdingen door bewust streven komen eveneens vanuit dit licht tot stand. Daarom kunnen wij ook scholen noemen, die bevorderd en beheerst worden door krachten uit het Gouden Licht. Voorbeelden: yoga – de hogere vormen – witte magie en esoterische scholen, die bewust streven, doch zich daarbij niet baseren op dogma’s of bindende leerstellingen en leefregels, doch alleen op eigen ervaring van de mens.

Met deze korte weergave van enkele kleuren wil ik volstaan.

Uw vraag geheel beantwoorden lijkt mij niet verantwoord, een verder gaan met het opsommen van kleuren en hun heersende invloeden zou mij doen klinken als een soort stalenboek van de schepping.

  • Is het overheersen van de kleur groen op aarde door de geest met opzet gedaan, om zo rust te geven en ….

Vergis u niet. Het is het gevolg van een voor alle planten bijna gelijk geldende wet, dat alle voedingsprocessen berusten op een omzetten van de lichtwerking in chemische processen. Deze omzettingen en chemische veranderingen geschieden door chlorofyl. En de kleur van natuurlijk chlorofyl  is nu eenmaal groen. Het is dus de heersende levenscyclus en omzettingsprocessen op aarde, die deze groene kleur bepalen. Zou u op een planeet leven met een andere omzettingscyclus en een andere hoofdkleur, dan zou u waarschijnlijk deze kleur “rustgevend” noemen. Met geestelijke invloeden en werkingen heeft dit dus slechts zeer indirect iets te maken. Voor de aardbewoner geldt echter: in de haast oneindig vele schakeringen van levend en levengevend groen kan de mens uit de veelheid van het onbewuste leven voor zich een aanvaarding van de krachten in de nog niet volledig en bewust erkende scheppende Kracht aanvaarden. Ook dit laatste wordt namelijk vaak door de mens uitgedrukt met woorden als rust, schoonheidsbeleving e.d.

  • Staat de voorkeur voor een kleur dus met de ontwikkeling van de mens in verband?

Niet alleen met zijn ontwikkeling. Het is zeer moeilijk deze te bepalen uit de voorkeur voor een bepaalde kleur. Wel is het mogelijk aan de hand hiervan de richting te bepalen, die hij op dit ogenblik volgt en daarmede de reeks van geestelijke krachten, de mogelijke harmonieën enz. die voor hem van belang zullen zijn. Wij mogen dus stellen, dat de voorkeur voor een bepaalde kleur niets zegt omtrent het bereikte peil van bewustwording, maar wel een aanwijzing inhoudt van de weg, die door het ego gevolgd wordt om de bewustwording te bereiken.

Daarmee zijn dan de vragen en antwoorden ten einde en kom ik tot het langzaamaan bekend geworden “staartje” achteraf.

Laat mij deze maal eens beginnen met u een vraag te stellen:

Draagt u wel eens een zonnebril? Ja? Dan kent u misschien de zonnebrillen met de z.g. magenta kleurige glazen. Dat zijn dus glazen, die geen direct merkbare verandering in het kleurenschema brengen, maar alle kleuren een beetje intenser doen schijnen. Natuurlijk wordt het ook iets donkerder, maar dat valt haast niet op. Toch wordt het daardoor mogelijk de hemel zo blauw te zien, als zij op deze breedte maar zelden voorkomt. Alle kleuren worden lichtend en intens en beginnen een spel, waardoor je ze – misschien wel voor het eerst – in hun samengaan met andere kleuren gaat opmerken. Zelfs de mensen zien er dan gezonder en mooier uit, dan zij in wezen zijn.

Hierbij treedt nog iets eigenaardigs op: de mens, die zo een bril draagt en niet steeds weer zichzelf zonder deze bril beschouwt – waarvan je dan wel een soort minderwaardigheidscomplex dreigt te krijgen – lijkt de wereld veel vrolijker en intenser dan normaal. De drager van de bril reageert alsof deze schijn een werkelijkheid is en voelt zich daarbij wonderwel. Nu is dit in wezen een complementaire kleur, die men dus door middel van het brillenglas aan de werkelijkheid toevoegt.

Zo draagt elke mens in zijn diepste wezen ook een soort kleur, een geestelijke werking en harmonie, waardoor men, mits er gebruik van wordt gemaakt, aan geheel het leven een aparte toon, een ander timbre kan geven. Wanneer u in uw denken, zoeken, streven, geloof, een bepaalde toon, een toets van kleur vindt, die alles in het leven belangrijker, intenser, echter kan maken, zou het goed zijn daarmede eens een proef te nemen. De verandering van de wereld duurt dan niet, zoals bij genoemde glazen, alleen maar zolang de zon schijnt, maar is blijvend. Wel maakt men daardoor ook de contrasten groter dan zij in wezen zijn. Men ziet bv. het duister duidelijker en scherper. Maar ook het Licht en zijn werkingen worden beter kenbaar.

Men wordt niet zo snel door de inwerking van Lichtende krachten verblijd en ziet de wijze, waarop het Lichtende in de wereld zijn vorm vindt, beter en scherper dan anders.

Soms komt dit tot uiting in denkbeelden. In vele gevallen beperkt het zich tot een gevoel, dat je hele leven schijnt te doortrillen, een onbewust verlangen, waaraan de mens al te vaak maar de een of andere uitdrukking zoekt te geven, zonder te beseffen, welke keuze hij eigenlijk doet.

Men dient te begrijpen, dat men de in het Ik liggende harmonische kleur altijd als een soort filter gebruikt. Daardoor wordt de wereld uw eigen wereld, een wereld die je zelf eigenschappen geeft, die zij voor anderen niet geheel bezit, die je a.h.w. zelf herschept op elk ogenblik van bewust leven. Leer voor uzelf deze kleur kennen, leer die filter bewust gebruiken en aarzel niet, het zo nu en dan eens uit te schakelen, om de wereld in haar werkelijke verhoudingen en gedaante te zien. Want dan alleen kunt u begrijpen, wat deze wereld en haar waarden mogelijkerwijze voor anderen kunnen betekenen.

Zet dus vooral in het dagelijks verkeer met de mensen uw innerlijke bril af en zie de wereld niet, ook in verband met anderen, in té rozige of té sombere tinten. Wanneer het er echter om gaat uw eigen mogelijkheden en weg te leren zien, te erkennen wat uw eigen taak in het leven is, zet dan de innerlijke bril maar op. Neem de filterende kleur van je eigen instelling en laat geheel de kosmos op je inwerken. Dan is alles dieper, intenser dan het normalerwijze is. De contrasten worden eveneens groter. Het zal u zelfs soms voorkomen, of zó het noodlot sterker ingrijpt in uw leven dan anders. Maar dat geeft niet. Dan zie je tenminste, wat er met jezelf gaande is en krijg je meer inzicht in alles, wat voor jou te bereiken en mogelijk is, en alles wat voor jou onmogelijk, onbereikbaar is.

Wanneer iemand een zonnebril met deze magenta glazen draagt, ziet hij ook eerder dan anderen aan de hemel het kleine wolkje, dat zo dadelijk onverwacht gaat groeien en tot een dreigende onweerswolk wordt. Zo heeft de drager van zo een bril dus eerder kennis van de ontwikkelingen en kan hij besluiten, of hij misschien alvast naar huis wil gaan, dan wel anderen wil waarschuwen, of zelfs een plekje wil zoeken, waar hij het komende onweer goed zal kunnen zien. Er is dus de mogelijkheid het Ik beter voor te bereiden op wat komen gaat.

In u allen is een kleur, een instelling, waarmee men de wereld iets anders ziet dan normaal. Wanneer men deze instelling gebruikt en ontwikkelt om daardoor naar de wereld te zien, dan toont zij grotere tegenstellingen, grotere mogelijkheden tot kwaad zowel als tot goed. Bovenal geeft deze instelling nadruk aan kleine tekenen, die men normaliter in de wereld nog niet ziet aankomen en geeft daaraan een juiste belangrijkheid. Door middel hiervan kunt u beginnende werkingen, invloeden die zo dadelijk gaan heersen, erkennen. Maak hiervan gebruik! U heeft allen in uw eigen leven een bepaalde taak. Deze taak kunt u het beste leren kennen en vervullen, door gebruik te maken van deze innerlijke ‘kleur’. Ga je voorkeur na, ga je innerlijk na. Stel je ‘innerlijke kleur’ vast en maak desnoods een meditatievlak hiervan. Teken daarop een spiraal van iets donkerder kleur, beschouw het vlak dan, alsof je in een koker kijkt.

Ga voort, tot je uiteindelijk bemerkt, dat je zit te denken: “Is het leven dan eigenlijk zo?” Zie dan naar de wereld, de gebeurtenissen van heden, uw eigen problemen. U zult ontdekken, dat de contrasten helderder en scherp getekend zijn, dat samenhangen kenbaar worden, terwijl de vaagheid van een “wel” en “niet” uiteenvalt, in een scherp gescheiden “ja” en “neen”. U zult ook ontdekken, dat noodlot en eigen wil, die zo onverbiddelijk met elkaar vergroeid schijnen te zijn, opeens scherp gescheiden naast elkaar komen te staan. Je gaat opeens beseffen, waar het in je leven nu feitelijk om gaat. Zelfbedrog wordt minder, inzicht groter, vrijheid van handelen wordt bevorderd. Behoudt de inzichten en voorkennis, die je zo verkregen hebt en bezie de wereld weer normaal. Dan zie je opeens overal de tekenen, die de eigenbewust gekozen weg bepalen.

Op deze wijze is het mogelijk ineens te begrijpen, waarom men zo handelt en niet anders, waarom men zich bepaalde problemen maakt enz. Zo krijg je vrijheid en inzicht in jezelf. Want kleuren zijn nu eenmaal ook de kentekenen van bepaalde geestelijke werkingen en niet alleen maar een weerkaatsing van een deel van het Licht.

Wie weet, hoe eigen wezen er in de kosmos voorstaat, door zijn eigen wezen bewust te gebruiken als een filter, waardoor men het leven en het levende beziet, zal zijn eigen levensweg beseffen. Bedenk, dat de mens zijn innerlijke waarde tot uiting brengt onder meer door de tonen en ritmen, waarvan hij houdt, door de kleur of kleuren, waarvoor hij een voorkeur heeft. Deze voorkeur helpt het leven van de mens bepalen. Is hij zich bewust hiervan, dan bepaalt hij bewust zijn weg. En dit is voor de bewustwording van het allerhoogste belang.

Halfheid is een gevaarlijk iets, dat weten wij. Vaak zegt men tot zichzelf: nog maar afwachten, de tijd is nog niet rijp. In de meeste gevallen is de tijd wel degelijk rijp, maar is men zelf niet rijp er voor. Vaak droomt men van iets, wat men in wezen eigenlijk niet wil en praat men zichzelf aan, dat dit het meest belangrijke van het leven is. Of omgekeerd, houdt men zichzelf terug van dingen, die werkelijk voor het Ik, voor het eigen lot, noodzakelijk en onvermijdelijk zijn, met alle gevolgen voor de bewustwording daaraan verbonden.

Gebruik daarom de kennis van het eigen innerlijk. Neem de in u werkende geestelijke invloeden als filter en zie, wat u nu eigenlijk werkelijk wilt, wat u werkelijk moet doen, wat u in ieder geval niet mag doen. Tracht te voorkomen, dat u een mens bent, die alleen geleid wordt door zijn illusies en zijn onbewuste verlangens, zoals iemand, die naar een bepaald pakje alleen maar grijpt, omdat het rood is. Grijp niet naar de dingen, om de uiterlijke waarde die zij bezitten, maar om de werkelijke betekenis en waarde, die zij voor jezelf hebben. Want voor haast alle mensen geldt: oriënteer u opnieuw in uw wereld. Dan kom je verder.

U meent misschien, dat dit alles met kleuren en de werkingen daarvan maar weinig te maken heeft. Toch gaat het hier om een geestelijke kleur. Een zeer belangrijk verschijnsel, dat in direct verband staat met uw voorkeur voor kleuren enz.

Ik hoop dan ook, dat u deze aanwijzingen dus eens nader zult overwegen. Wat de rest betreft, het is een aardige samenvatting:

Ik droomde van het hemelblauw  en zwoer daaraan een eeuw’ ge trouw.  Maar ziet: het blauw is mij bekomen,  de trouw werd mij tot bitterheid, vandaar dat mij de hemelvreugde niet meer in het blauwe leidt.

De associatie bepaalt veel, de innerlijke waarde, waarmede men harmonisch is bevordert de juiste associatie plus de juiste taakvervulling in het leven.

Kies dus niet het mooie, maar het ware.

image_pdf