Kort gezegd

image_pdf

23 februari 1962

Aan het begin van deze bijeenkomst wijs ik u erop, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Mijn onderwerp gaf ik de titel mee: Kort gezegd.

Wanneer men iets duidelijk wil stellen, is het in de meeste gevallen zeer moeilijk geheel nauwkeurig te zeggen, wat men wil. Het is vaak beter een zekere emotie of zekere gevoelens uit te drukken, zelfs door middel van een op zich onvolledige zegswijze, dan een geleerd betoog te houden. Wanneer men over eerlijkheid wil spreken, kan men natuurlijk de psychologische achtergronden van eerlijkheid en oneerlijkheid gaan belichten, terwijl men over de noodzaak tot eerlijkheid en de verschillende maatstaven van eerlijkheid eveneens een lange lezing kan houden. Is men dan klaar met zijn betoog, zo blijkt, dat een ieder meent, dat hij/zij toch wel buitengewoon eerlijk is. Want een ieder heeft uit het geheel de waarden en zegswijzen genomen, die voor hem/haar de meest aangename zijn.

Korter en in menig opzicht duidelijk is men, wanneer men eenvoudig stelt: Eerlijkheid is een eigenschap, die menigeen bij anderen bovenal begeert, haast een ieder meent te bezitten, doch zelden werkelijk geheel en zonder voorbehoud tot uiting zal brengen. Dan heb je het belangrijkste in een paar woorden gezegd. De doorsnee mens liegt immers steeds weer, de ene maal liegt men opzettelijk, de tweede keer per ongeluk en de derde maal, omdat het beleefder is. Maar de leugen is er. Dit geldt haast altijd weer. Men zei tot mij eens: “Vriend, er wordt zoveel gesproken over de nieuwe tijd. Vertelt u daar nu eens iets meer over”. Mijn – voor de toehoorder schijnbaar niet bevredigende – opmerking hierover luidde: “De nieuwe tijd is de oude tijd, die in de rui is en daardoor zijn slechte eigenschappen zal gaan verliezen. Zolang de rui duurt, voelt men zich er beroerd bij”.

Daarmee gaf ik alle m.i. belangrijke facetten weer. De nieuwe tijd is niet een geheel andere tijd, het is slechts een voortzetting van de oude tijd, maar al het oude verliest iets; bepaalde slechte kwaliteiten en eigenschappen gaan teloor. Het goede van de nieuwe tijd was als mogelijkheid reeds lang aanwezig. Het werd alleen door misbruiken e.d. eenvoudig overwoekerd.

Het bleek mij al snel, dat men om duidelijk te zijn, de dingen zo kort mogelijk moet omschrijven. Dat doe je met een pogen oprecht te zijn en soms met enig cynisme, of enige duidelijk merkbare steken onder water. Denk nu niet, dat dit mijn vinding is; vele grote mannen hebben de kortheid van zegging als een kunst beoefend. Reeds lang geleden hebben de mensen ontdekt, dat kortheid over het algemeen de duidelijkheid van hetgeen men mee wil delen, zeer ten goede komt.

Als men u vraagt, wat een heilige is en u gelooft niet zo erg in de heiligheid van de meeste heiligen, dan kunt u dit het beste duidelijk maken door te zeggen: “Een heilige is iemand, over wiens zonden niets bekend is geworden”. Een ieder weet dan, hoe u er over denkt, terwijl bovendien deze woorden in 9 van de 10 gevallen waar zijn. Vraagt men u, wat onfeilbaarheid is, kunt u m.i. het beste antwoorden, dat dit een illusie is, waaraan slechts weinig mensen laboreren. Met een dergelijk antwoord maakt u een ander kort duidelijk, hoe u er over denkt, waar u t.a.v. dit punt staat.

Toch zal bij nadere beschouwing blijken, dat deze antwoorden geen rede geven voor de stelling. Zij zijn geen verklaring van eigen visie, maar eerder een omschrijven van eigen gevoelens i.v.m. ‘t betreffende punt. Soms kunt u onder een bepaald begrip wel 1000 verschillende opvattingen schuil zien gaan. Vraagt men u bv., wat geestelijke vernieuwing is, dan zal ‘t volgende een redelijke weergave van eigen standpunt zijn: Geestelijke vernieuwing is de bewuste erkenning van de Lichte kracht, die in ons woont…. Vanuit mijn standpunt is het geheel daarmee voldoende getekend, want wanneer je je bewust bent van de Lichte kracht, die in je leeft, is er vanuit menselijk standpunt een algehele vernieuwing en zal het bewustzijn van de mens niet meer stoffelijk maar eerder kosmisch gericht zijn.

Bewustwording is ook al een onderwerp, dat vaak sterft in de veelheid van de verklaringen. Men wil u geheel duidelijk maken, wat daaronder nu eigenlijk dient te worden verstaan. Daarom begint men uit te rafelen, wie en wat God de Vader is enz. Daarna komen engelen, planeetgeesten aan de beurt. Daardoor wordt in de gedachten van de toehoorder bewustwording tot een zeer ingewikkelde kwestie. Een ieder, die over bewustwording heeft nagedacht, zal dit alles, naar ik meen, reeds weten, voor hij een dergelijke vraag aan een ander zal stellen. Daarom lijkt het mij werkelijk beter eigen gevoelens omtrent bewustwording zo kort mogelijk te formuleren.

Bewustwording is: Meer weten omtrent jezelf en meer erkennen omtrent de werkelijkheid buiten je, want dat sluit alles in. Ik besef wel, dat mijn pleidooi voor kortheid in de ogen van vele toehoorders een kritiek lijkt op de wijze van spreken van vele andere werkers van onze Orde, maar iedere mens en ook elke geest zal zijn gedachten trachten weer te geven, zoals zij zich in hem kristalliseren. Denken is immers een proces, waarin ontvangen impulsen en weten samenvloeien tot een beeld, dat voor het Ik aanvaardbaar dient te zijn. Daarom is het begrijpelijk, dat het denken beïnvloed zal worden door eigen afkomst, opvoeding enz..

Stel, dat er geleerden van verschillende nationaliteiten een studie gaan maken van het leven van de vlo en daarover een werk publiceren. Een man uit Texas zal dan schrijven over “The biggest Fleas on Earth”. Een Duitser noemt zijn studie: “Filosofische Betrachtung über die Bewegungspsychologie, Bau und die Reaktionen bei der Nahrung des Flohes”. De Fransman drukt zijn eigen denken uit in een werkje: “la Puce et l’Amour”. Een Italiaanse priester schrijft misschien over: “Gods wereld, gezien door de Ogen van een Vlo”, terwijl een Rus als titel kiest: “De Vlo en het Partijprogramma, bezien in het licht van Lenins Werken en de marxistische theorieën”.

Wanneer ik dit zeg, lacht u er om, maar doen eigenlijk niet alle mensen net zo? Er zijn mensen, die een ander niet tot een theevisite kunnen uitnodigen, voor zij eerst hun gehele familiestamboom hebben nagepluisd. Er zijn mensen, die bij de slager geen stukje vlees willen bestellen, wanneer zij niet eerst kunnen spreken over de afkomst en levensgeschiedenis van de koe, van wier stoffelijk overschot het te nuttigen stukje afgesneden zal worden. Natuurlijk is niet ieder mens even lang van stof. Er zijn mensen, die hun emotie bij het ontmoeten van een lang verloren gewaande vriend niets anders weten uit te drukken dan door de klank: “Hoi”. Elke mens reageert nu eenmaal op eigen wijze en dit geldt al evenzeer voor de geest.

De ervaring heeft mij geleerd, dat het moeilijker wordt begrepen te worden, naarmate men meer woorden gebruikt. Hoe belangrijker hetgeen men anderen zeggen wil, wordt, hoe belangrijker het ook zal zijn, dat men zich kort uitdrukt.

Voor mijzelf heb ik alles meermalen overwogen, mede i.v.m. de nieuwe tijd. In deze dagen moeten de mensen leren elkaar te begrijpen en beter gezamenlijk te streven. Naar ik meen, zal men dit het beste kunnen bereiken door zoveel mogelijk oorzaken van verwarring uit te schakelen, zoveel mogelijk misverstanden te voorkomen. Volgens mij bereikt men dit het beste door een zo groot mogelijke beperking in het aantal woorden, dat men gebruikt. Want kortheid van woorden vergt reeds van degene, die spreekt, een grote duidelijkheid van denken, terwijl ook de toehoorder door deze kortheid beter in staat zal zijn de mening van de spreker te begrijpen.

Mijn stelling is dan ook: Wees kort; formuleer zo concreet en beperkt mogelijk. Eerst op deze wijze kan men werkelijk begrip verwerven, zal men werkelijk veel aan anderen duidelijk kunnen maken, zonder dat men tot twisten en misverstanden komt over de minder belangrijke punten. Deze kortheid heb ik getracht voor mijzelf te vinden i.v.m. verschillende onderwerpen, die de mensen in deze tijd wel zeer interesseren.

De nieuwe wereldleraar: Een geestelijke kracht, wiens Lichtende werkelijkheid eerst ten volle beseft zal worden en wiens woorden eerst hun volle verbreiding zullen vinden, nadat het stoffelijke voertuig van deze meester de aarde weer heeft verlaten. M.a.w.: Men beseft de belangrijkheid van deze leraar en zal zijn leer eerst werkelijk gaan overwegen en verkondigen, wanneer hij dood is. In deze dagen verwachten de mensen strijd. De strijd van deze dagen is het onvermogen van de mens zich met de werkelijkheid te verzoenen, ofschoon hij daaraan niet kan ontkomen. In deze korte omschrijving zijn alle problemen van uw dagen mede bevat, zowel de controverse Chroesjtsjov – Kennedy, als Fidel Castro, Tsjombe enz., want alle strijd in uw dagen vloeit voort uit het niet willen of kunnen aanvaarden van de werkelijkheid.

Werkelijkheid is de waarde, die zich – voortdurend en bij herhaling – daadwerkelijk aan ons opdringt, zelfs indien wij trachten te doen, alsof dit alles niet bestaat. De werkelijkheid is dus de ongewenste reeks van feiten, waaraan je steeds weer je neus stoot, wanneer je alleen met eigen denken rekening wilt houden en voor de rest je schouders ophaalt. Om zo kort alle dingen weer te geven, zul je allereerst zeer goed moeten weten, wat er in jezelf leeft. Door naar kortheid in uitdrukking en verklaring te streven, dring je dan ook steeds weer door tot de achtergronden van je eigen denken. Gelijktijdig geef je door een korte formulering de toehoorder de tijd op eigen wijze het probleem te overdenken en leg je het niet vast op minder belangrijke punten. Het is van minder belang, hoe men het eens wordt, indien maar overeenstemming wordt bereikt. Vooral wanneer men zich bezig houdt met onderwerpen, die vele controversen in zich bergen, zal kortheid vaak verhelderend zijn en een redelijk punt van uitgang scheppen voor verdere bespreking.

Eens heeft men mij gevraagd: Wat is spiritisme? Nu kan men, aan de hand van vele geldende opvattingen en de verschijnselen, daarop vele verschillende antwoorden geven. De essence is toch wel ongeveer gelijk. Daarom meende ik een juist en kort antwoord te geven door te stellen: Het spiritisme is een bewustzijn van de oneindigheid van het eigen wezen en een zich realiseren, dat dit eveneens voor alle gelijksoortige wezens geldt, zodat er een blijvend contact, of een blijvende harmonie, tussen deze oneindige wezens gevormd kan worden, die in vele verschijnselen tot uiting kan komen. De omschrijving van de verschijnselen en de wijze, waarop men met deze verschijnselen wil werken, zijn immers van minder belang. Daarin kunnen verschillen van mening schuil gaan, maar in feite gaat het dan over een procedure, niet over essentiële stellingen.

Wijsheid formuleerde ik als volgt: Wijsheid is het vermogen eigen dwaasheden in te zien en daarin niet te volharden. Vooral in deze dagen acht ik deze formuleringen van groot belang.

Want iemand, die de onjuistheid van eigen stellingen en denkwijzen inziet en toch daarin blijft volharden, is een grotere dwaas, dan de mens, die eigen dwaasheid niet beseft. Kortheid van antwoord is ook belangrijk, wanneer men u vragen stelt als: Waar gaat het met de wereld naar toe? Wat zullen de komende tijden brengen? Daarover wordt veel gesproken, maar het leggen van de nadruk op de vele verwarringen, die komen, zal misvattingen en verkeerd begrijpen van de nieuwe tijd zelf alleen maar bevorderen. Formuleer het daarom eens als volgt: In de komende tijd verwerkelijkt de mensen de vrees, die hij niet kan overwinnen en realiseert hij alle begeerten, die niet slechts hemzelf tot middelpunt hebben.

Nu besef ik heel goed, dat het zo kort geven van antwoorden en omschrijvingen heel wat bezwaren met zich brengt. Toch acht ik kortheid en eerlijkheid van het allerhoogste belang voor een beter samenwerken van de mensheid. Natuurlijk zal het in het begin vreemd aandoen, wanneer diplomaten elkaar de waarheid zeggen en – in plaats van te spreken over belangrijke voorstellen, die zij ongetwijfeld in overweging zullen nemen – eerlijk en kort zeggen: “Mij zul je niet bezwendelen”. Toch zouden daardoor internationale verhoudingen voor een ieder begrijpelijk worden en zou een ieder steeds weten, waar hij – of zijn land – in feite nu staat. Onmogelijk? U heeft gelijk, want de waarheid is iets, wat men onverhuld niet prettig vindt en zelfs vreest. Wanneer de waarheid onverbloemd wordt gezegd, weet men daarom niet beter te doen, dan zich zeer verontwaardigd te tonen. Want door de onverhulde waarheid worden eigen tekortkomingen en eigen onwaardigheid te sterk kenbaar. Overigens zal een pogen kort en duidelijk te zijn, in vele gevallen ook vermakelijk zijn.

Wanneer wij ons bezig houden met de vele problemen op deze wereld, die de aandacht van vele mensen vergen, blijkt dit duidelijk: Vrouwenemancipatie bv. De vraag is nu, of de meerwaardigheid van de man boven de vrouw moet worden erkend. Antwoord: Zolang de grootste zwakte van de doorsnee man nog de vrouw is, kan hij in wezen haar meerdere niet zijn. Vraag: Kan de vrouw de plaats van de man innemen? Antwoord: De gelijkheid van de vrouw met de man is een illusie, waaraan de vrouw alleen laboreert, zolang zij niet in de spiegel kijkt. Daarom kan zij de man wel in vele gevallen vervangen, maar zal zij nooit werkelijk zijn plaats in kunnen nemen.

Vraag: Is het goed, dat de vrouw ook in het openbare leven steeds meer de touwtjes in handen krijgt? Antwoord: Zolang moeder de huishoudkas houdt, gaat alles goed; wanneer zij de staatskas beheerst, lopen de tekorten teveel in het oog en is zij daartegen niet opgewassen.

In deze korte antwoorden is mijn gehele opinie duidelijk weergegeven. Details kunnen deze visie niet veranderen. Daarom zijn zij beter dan langere beschouwingen. Vraag: Wat is de meest juiste verhouding tussen de seksen? Antwoord: De ideale verhouding tussen de seksen ontstaat, wanneer 2 leden van de verschillende seksen gezamenlijk één gesloten geheel vormen, dat qua bewustzijn en lichamelijke eigenschappen, de volmaakte en vredige vorm van menselijk leven tot stand brengt door de aanvulling, die de seksen t.a.v. elkaar vormen.

Vraag: Wat is eigenlijk de taak van de mens op deze wereld?   Antwoord: – Uitgaande van menselijk standpunt – Volgens de mens is de taak van de mens op de wereld klaarblijkelijk alle andere mensen op hun taak te wijzen en daardoor aan de eigen taak zoveel mogelijk te ontkomen. Vanuit een meer kosmisch standpunt lijkt de volgende formulering mij juist: De taak van de mens op aarde is zich steeds meer van zichzelf bewust te worden, de krachten in hem, voor allen te uiten en in een grotere harmonie met al het zijnde te leren leven. Een dergelijk antwoord is kort en krachtig. Volgens mij behoeft men daaraan niet veel meer toe te voegen.

Men heeft mij ook eens gevraagd – juist i.v.m. het voorgaande – wat inwijding dan eigenlijk is. Antwoord: Inwijding zou moeten zijn het groeiende innerlijk bewustzijn, dat je steeds meer doet beseffen van het Al en de relatie tussen jezelf en dit Al, zodat je meer van jezelf leert kennen en je werkelijke verhouding tot de krachten in het Al, juister leert beseffen.

Voor de meeste mensen betekent inwijding het bestuderen van vele pseudo-geheimen, die, wanneer men ze eenmaal van buiten heeft geleerd, tot andere pseudo-geheimen voeren, die op hun beurt de mens voeren tot de illusie van grotere belangrijkheid, waardoor men niet meer in staat zal zijn eigen wezen naar waarheid te beseffen en eigen ware verhoudingen met de kosmos te voeren. Het kan natuurlijk voor sommigen pijnlijk zijn, wanneer het zo gesteld wordt, maar het is in ieder geval duidelijk en dat is toch belangrijk, want er worden ons door mensen vele vragen gesteld, waarop een duidelijk antwoord m.i. noodzakelijk is.

Vraag: Wat ziet u eigenlijk als het werk van de geest, wanneer u hier met ons komt spreken? Antwoord: Het werk van de geest, die zich tot de stof wendt, is niet de stof tot een beter leven te dwingen, maar de stof de mogelijkheid te geven voor zich een betere wijze van leven te vinden. Vraag: wat is de zin van het ingrijpen van de geest op aarde? Antwoord: Een wanhopige poging om – door het bevorderen van een geregelde ontwikkeling van alle bewustzijn op aarde – een te grote overbelasting van de geesten, die tot taak hebben onbewusten uit de duistere sferen naar het Licht trachten te voeren, te voorkomen. M.a.w.: een blijvend en juist innerlijk bewustzijn te wekken bij hen, die op aarde vertoeven. Het is mij bekend, dat men deze wijze van scherp antwoorden en definiëren beschouwt als iets, dat specifiek bij mij behoort, maar vele grote mannen hebben juist de kortheid gezien als een middel om hun mening en besluiten op aarde voor allen duidelijk te maken.

George B. Shaw definieerde het verschil tussen een vijand en vriend als volgt: Als vijand beschouwt men al snel een ieder, aan wie men werkelijke verplichtingen heeft, terwijl men geneigd is een ieder, van wie men nog iets te goed heeft, als vriend te beschouwen. Wij kunnen reeds veel vroeger in de geschiedenis bekende voorbeelden vinden van mensen, die door hun kortheid, duidelijk waren. Kunt u zich een kortere, duidelijkere en trotsere uitlating denken als de verklaring van de veldheer, die rapporteerde: “Ik kwam, ik zag, ik overwon….”? Wanneer de goede man hetzelfde op de nu gangbare ambtelijke wijze had moeten rapporteren, zou het waarschijnlijk een witboek in 7 delen geworden zijn, die elk 826 blz. tellen en verrijkt zijn met statistieken, topografische gegevens en kaarten e.d.; hetgeen waar het op aankomt, kan altijd in enkele woorden gezegd worden. Alea iacta est. De teerling – dobbelsteen – is geworpen…..

Ook al een kort voorbeeld van een duidelijk stellen van de situatie: Ik weet, dat het een gokje is, maar ik kan nu niet meer terug…. Stel nu, dat de mensen op aarde zouden leren hun eigen problemen met eenzelfde exacte kortheid te formuleren, precies zeggende, waar het in feite op aankomt, zouden zij zelf beter kunnen beseffen, waar het hen eigenlijk om gaat. Een mens, die zijn problemen en bezwaren kort weet weer te geven, zal veel beter dan anderen begrijpen, wat hem nu eigenlijk dwars zit. Er is maar één bezwaar: Het is meestal niet zo prettig precies weer te geven, waar het nu eigenlijk om gaat. Daarom geeft men er veelal de voorkeur aan zich te begraven in dieptepsychologische beschouwingen enz. Eigen aansprakelijkheid en schuld tracht men weg te redeneren door uitgebreide betogen over de mogelijkheid, dat bv. men nu pijn in zijn linker teen heeft, omdat opoe eens, toen men nog pas één jaar oud was, onverwacht en wreed een toffee afgenomen heeft, waarop u juist zat te kauwen.

Men ziet daarbij een belangrijk punt over het hoofd: zelfs als al het gestelde waar is, hebben wij daar niet veel aan. Het feit is: Ik heb pijn in mijn teen…. De vraag is: Wat kan ik daaraan nu, op dit ogenblik, doen? Definieer dit en u kunt rustig alle andere verklaringen terzijde laten.

Wanneer u in deze nieuwe tijd door uw omgeving wordt geconfronteerd met problemen en toestanden, waarmee u geen raad weet – of dit nu de moderne jeugd, de houding van de mensen, een politieke dreiging, of de atoombom is – moet men allereerst kort voor zich trachten uit te drukken, waar het werkelijk op aankomt. Wanneer u de mensen vraagt, waarom zij tegen de atoombom zijn, komen zij met vele schoon klinkende frasen aandragen, maar teruggebracht tot de waarheid, uitgedrukt in enkele woorden, komt het erop neer: Ik heb geen zin om onder zo’n atoombom te lijden, een gaswolkje te worden, te sterven, maar vrees, dat dit zal gebeuren… De rest is alleen maar windowdressing, aankleding. De essentiële factor is de angst, dat men zelf met zijn geliefden onder die bom zal lijden en misschien daardoor zal sterven.

Al ontkent men dit ook duizend malen, het blijft voor de meeste mensen de waarheid. Vandaar mijn nadruk op kort en krachtig: Hoe meer je elk probleem tot de essentiële waarden terugbrengt, steeds meer eliminerende tot alleen de werkelijke hoofdzaken overblijven, hoe zuiverder men voor zichzelf kan bepalen, wat de eigen toestand werkelijk is. Ook zal men beter beseffen, wat men doet, waarom men het doet en hoe men mogelijkerwijze anders en beter zou kunnen handelen. Kunt u dit op een geestige wijze doen, zoveel te beter, maar in ieder geval kort.

Men vroeg mij mijn naam kenbaar te maken. Ik mocht mijn eigen naam niet geven. Het kiezen van een willekeurige naam had voor mij weinig aantrekking, omdat ik iets van mijzelf in mijn naam wilde uitbeelden. Tijdens mijn leven was ik een bochel geweest. Verder was ik dood, maar leefde ik toch voort in de geest. Wat was logischer, dan als naam Henri de la Guardère te kiezen? Met deze keuze voldeed ik aan de mij gestelde eis een naam te geven, gelijktijdig drukte ik enkele, voor mij belangrijke, punten van mijn eigen wezen en ervaren uit. Een andere keer werd mij gevraagd, waarom ik altijd zo scherp was. Ik weet wel, dat velen mij niet mogen, omdat ik te bits en te scherp ben. Mijn antwoord was wel overwogen en kort: “Ik meen, dat het beter is iets kort en duidelijk met een grap te stellen, dan het mooi te omschrijven. Want al, wat mooi gezegd wordt, brengt de mensen tot “ja” knikken, waarop zij het vergeten. Maar wat geestig is, of binnen het ik pijnlijk aandoet, zal men overwegen en onthouden, omdat men er vrede mee zal moeten vinden”. Het zal u nu duidelijk zijn, op welke wijze kortheid en juiste formulering samen dienen te gaan.

Vraag: Wanneer men met een niet vooropgezet doel onwaarheid spreekt, is dat ook liegen? Antwoord: Zelfs wanneer je niet weet, dat je onwaarheid spreekt, blijft het spreken van een onwaarheid liegen, zij het misschien in commissie. Onwaarheid spreken, zonder vooropgezet doel, impliceert niet zonder meer oneerlijkheid uwerzijds. Liegen is het geven van feiten of voorstellingen van zaken, die in strijd zijn met de werkelijkheid. Iets wordt niet meer waar door het feit, dat u het niet met een bepaald doel vertelt, of zelfs niet weet, dat het niet waar is. Een leugen blijft een leugen. Het gaat niet om de leugen in de eerste plaats. Belangrijk is het feit, dat u, wanneer u bewust onwaarheid spreekt, daardoor oneerlijk bent en t.o.v. uzelf een schuld op u laadt. Misschien vindt u het niet prettig dit te horen, maar de meeste waarheden zijn niet aangenaam.

  • Tegenover de ene mens kun je de waarheid kort en krachtig zeggen, tegenover de ander zul je meer voorzichtig en omslachtig moeten zijn. Het lijkt mij noodzakelijk met degene, die men de waarheid wil vertellen, rekening te houden.

Wanneer u de waarheid voor uzelf kort en krachtig hebt geformuleerd, kan ik mij dit wel indenken. Ik ben ervan overtuigd, dat men vaak – juist door een te grote omzichtigheid, voortkomende uit de behoefte anderen niet te schokken – meer misverstanden zal veroorzaken dan genezen. Natuurlijk is dit mijn eigen overtuiging, zodat u rustig met mij van mening mag verschillen. Voor uzelf is het altijd noodzakelijk klip en klaar te stellen, waar het eigenlijk om gaat. Overigens moet u niet te bang zijn met ons uit de geest en in het bijzonder met mij van mening te verschillen. Want wanneer alle mensen en geesten precies gelijk zouden denken, zou de evenwichtigheid van het al bereikt zijn, waardoor elk verschijnsel zou verdwijnen.

Waarmee ik kom tot het tweede en laatste deel van mijn betoog. Wanneer wij, alles kort en duidelijk trachten te formuleren, blijkt ons, dat vele dingen, die wij menen te weten, niet in feite geweten worden. Veel, waarop wij normaal rechten doen gelden, is niet feitelijk ons recht, want door de vereenvoudiging van de dingen valt in vele gevallen de mantel van mooie woorden en waan, die wij geschapen hebben om onszelf te rechtvaardigen, weg.

Het is moeilijk over jezelf kort te zijn, maar het is zeker nuttig. Want indien men werkelijk tot bewustwording wil komen en bv. in deze dagen gebruik wil maken van krachten, die nu ter beschikking van de mensheid zijn gekomen, zal dit alleen mogelijk zijn op basis van al, wat u werkelijk bent. Nimmer zult u iets kunnen bereiken van blijvende waarde alleen op basis van hetgeen u denkt te zijn, of voorgeeft te zijn. Om tot bereiking te komen is het noodzakelijk jezelf te kennen. Om jezelf te leren kennen, moet je eerst al, wat je omtrent jezelf denkt en weet, tot het essentiële, het werkelijk waardevolle, terug moeten brengen. Elke verklaring of theorie, die alleen ten doel heeft u uzelf belangrijker of prettiger te laten gevoelen in een bepaalde toestand, is – zeker wanneer u deze ook voor uzelf gebruikt – gevaarlijk.

Wanneer een mens begint onjuiste toestanden voor zichzelf te verklaren, zal zijn verklaring in de meeste gevallen tevens een verontschuldiging inhouden en zo een reden kunnen vormen om door te gaan met het maken van dezelfde fouten. In deze dagen is er steeds meer Goddelijk Licht rond u. Het ontvangen van dit Licht, deze levenskracht, is niet gemakkelijk. Er is voldoende Licht voor allen, maar voor de meesten is het zeer moeilijk zich waarlijk hiervoor open te stellen, omdat men dit alleen bereikt door alle zelfgeschapen illusies en grenzen terzijde te stellen. Daarom geldt, ook wanneer je het Licht wilt erkennen en ontvangen: Breng jezelf en je eigen leven terug tot de meest eenvoudige formulering.

Wanneer men contact wil opnemen met zijn God, hoeft men niet te beginnen met zichzelf aan zijn God te verklaren. Als er een God is, als die waarin wij geloven, zal Hij immers alles al weten en beter weten waarom en hoe, dan wij het ooit kunnen zeggen. Tracht nooit jezelf voor God te verontschuldigen. Ook dit is niet noodzakelijk. Erken slechts voor jezelf: Dit ben ik. God, U bent mijn wezen en leven en al, wat ik ben, ja, zelfs meer dan dat…. Laat het daarbij. Wie eerlijk zo kan denken, brengt zich hierdoor in een toestand, waardoor men inderdaad de Goddelijke krachten kan ondergaan en ontvangen.

Daar, waar waarheid is – ook in de mens – is eenheid en harmonie met het eeuwige mogelijk. Daar, waar de mens waan en illusie omtrent zichzelf schept en zich daarop baseert, vervreemdt hij zich van al het werkelijk zijnde. Een mens, die zegt of denkt te geloven, is geneigd dit geloof zo precies en ingewikkeld mogelijk te omschrijven. Hoe meer hij het omschrijft, hoe minder hij oprecht zal kunnen geloven in hetgeen hij stelt als zijn geloof. Indien u gelooft: Hou uw geloof eenvoudig. Zorg ervoor, dat u het met geheel uw wezen kunt aanvaarden, maar rationaliseer het niet. Er is maar één enkele vorm van werkelijk geloof: een zo volledig zeker zijn in jezelf, dat je lichaam en ziel, al wat je bent en denkt te bezitten, wilt riskeren op de waarheid van het geloof.

Alleen, wie zo gelooft, gelooft waarlijk. Wie voorzorgen neemt, of beperkingen schept, gelooft niet. Zeg nooit, dat er maar één enkele weg is om te leven; een smalle en rechte weg bv., want de mens leeft eerder een slingerpad dan een rechte weg, omdat hij steeds weer twijfelt, steeds weer moeilijkheden tracht te ontgaan in zijn leven. De mens is niet bestemd tot een dergelijk zoeken naar de weg van de minste weerstand of de grootste voldoening. Hij dient eenvoudig, rechtlijnig volgens beste bewustzijn, tot God strevende ziel te zijn. Een dergelijke rechtlijnigheid van eigen streven kunnen wij alleen verkrijgen door te erkennen, dat er in het leven vele wegen zijn, die tot God voeren.

Elke weg op zich zal, zodra zij rechtlijnig wordt, voor degene, die haar gaat, betekenen: een enige mogelijkheid tot God te komen, een zuiver en duidelijk erkennen van de hinderpalen, die de onvolmaakte steeds weer op het pad naar de volmaaktheid pleegt aan te treffen en het overwinnen daarvan. Wanneer de weg de voor ons juiste is, zullen wij haar zonder aarzelingen kunnen gaan, daarbij ons eigen wezen openbarende in het overwinnen van de hinderpalen, die wij aantreffen en ons bewustzijn vergrotende door het besef van de feitelijke onbetekendheid en machteloosheid van al, wat zich tussen ons en onze God stelt.

Misschien dat dit, ondanks mijn poging dit alles zo compact en duidelijk mogelijk uit te drukken, alles u toch wat warrig in de oren klinkt. Denk er dan over na en herlees het zo nodig, want dit kort en krachtig stellen van punten is noodzakelijk. Men kan vaak in één enkele zin, zelfs met één enkele dwaasheid, meer zeggen, dan een ander kan neerleggen in een groot filosofisch werk. Wanneer men mij vraagt: Hoe moet ik God leren kennen, kan ik alleen antwoorden: Hoe heeft u leren ademen? Realiseer u, dat de ademhaling een natuurlijke eigenschap van u is, maar dat de eerste ademhalingen werden gestimuleerd door enkele tikken. Zo is het erkennen van God voor ons allen een natuurlijke en ingeschapen eigenschap. Het juist gebruiken van deze ingeschapen eigenschap zal in vele gevallen eerst als gevolg van een schok mogelijk zijn.

Vraagt men: Wat moet ik doen om bewust te worden, zo kan ik antwoorden: Hoe loopt u? U gebruikt en oefent met de middelen, die u daarvoor hebt meegekregen, de benen. Bewustwording betekent slechts, dat men gevoel en verstand oefent en gebruikt om zich bewust te worden van zichzelf en de waarheid, meer niet. De dingen zijn altijd eenvoudig. Wij kunnen de eenvoud vaak niet aanvaarden, omdat het ons niet gewichtig genoeg lijkt, of – wat meer voorkomt – ons daarin de mogelijkheid niet wordt geboden onszelf te zijn en ons eigen denken boven de werkelijkheid uit belangrijkheid te achten. Leer de eenvoud in alle dingen zien.

Wanneer u spreekt over de nieuwe tijd en stelt: Alle waarden worden daarin veranderd en denken vele mensen, dat de wereld zal vergaan, of er wonderen zullen gebeuren. Toch is dit niet de eenvoudigste en meest juiste verklaring: een verandering van waarden betekent, dat de waarde van alles rond u zich wijzigt, zodat u om hetzelfde te zijn, anders zult moeten gaan leven en uw streven zult moeten wijzigen om dezelfde resultaten te kunnen bereiken. Indien alle waarden veranderen, is het noodzakelijk allereerst de nieuwe waarden van de dingen te leren kennen. Pas wanneer je de veranderde waarden hebt leren kennen of beseffen, zul je in overeenstemming met de nieuwe condities kunnen leven en werken.

Daarom is het antwoord op de vraag: Wat moet ik in deze dagen doen? Mens, probeer je bewust te zijn van de werkelijk belangrijke waarden van dit ogenblik en hun betekenis voor jou, volgens de nu geldende normen. Realiseer je, dat niets meer op de oude wijze als bezit of stoffelijke waarde kan worden vastgelegd. Weet u, wat tegenwoordig stoffelijk bezit is? Iets, wat men ten koste van veel moeite vergaart om het langzaam te zien slinken onder belastingen en uiteindelijk aan de successierechten geheel ten onder te zien gaan. Geestelijk bezit is belangrijker in deze tijd. Geestelijk bezit is de vrucht van eigen erkennen en streven, als kracht, of weten binnen het ik uitgedrukt en buiten het eigen ik voor anderen toegankelijk gemaakt. Dit is onvergankelijk, zal altijd blijven bestaan en vaak de bron van groter weten en kennen voor latere geslachten.

Geestelijk bezit is iets, dat zijn waarde blijft behouden. Om het anders te zeggen: Van al, wat je innerlijk bereikt, zult je altijd rente kunnen trekken, maar van al, wat je alleen buiten jezelf in materiële zin bereikt, betaal je over het algemeen meer belasting dan je lief is. Probeer het gehele leven eens uit deze hoek te bezien. Dan is het niet belangrijk, of er nu wel of niet een overstroming komt. Het is van geen belang, of er een Rus of een Amerikaan op de maan het eerst aankomt. Deze dingen zijn uiterlijk, onttrekken zich aan je beheersing en zijn voor de waarden van het eigen leven secundair. Belangrijk is het groeiende begrip in de mens voor zijn gelijk zijn met anderen, zijn besef van gebondenheid met anderen en zijn begrip voor de noodzaak om gezamenlijk met anderen te streven naar een doel, dat voor allen gelijkelijk aanvaardbaar, beleefbaar en goed is. Dit is het streven, dat past in de nieuwe tijd.

Om het anders te zeggen: Degenen, die zich zo bezig houden met rampen, die nog kunnen komen, kunnen gerust zijn. Er zullen er heus nog wel een paar komen. Wat heeft u daar aan?

Daarvan zult u niet wijzer worden. Maar alle begrip, alle bereiken, alles, wat in de mensen zelf wordt gewekt, is van groter belang en meer blijvend van invloed. Bedenk, dat, zelfs wanneer een geheel land vergaan zou, dit toch binnen 500 jaren alleen nog een legende is. Maar iets, wat in de mensheid verandert, ook al is dit maar 1/10 deel van zijn bewustzijn, zo is dit blijvend van invloed. Zolang er een mensheid is, zal de bereikte verandering zijn inwerkingen doen gelden. Wat op dit gebied bereikt wordt, zal altijd voort blijven bestaan. Om dit nog duidelijker uit te doen komen, wil ik trachten te omschrijven, wat volgens mij de mens is. De mens is Goddelijke kracht, vele malen uitstekend verpakt in verschillende voertuigen, om uiteindelijk in de grove stof op aarde werkzaam te kunnen zijn. De bron is steeds de Goddelijke kracht. Volgens mij is de inhoud belangrijker dan de verpakking. Daarom acht ik het voor de mens dan ook van het hoogste belang dat hij, het innerlijke beseffend, niet de uiterlijkheden het belangrijkste acht en – de nadruk leggende op alle innerlijke waarden – zijn innerlijke kracht en mogelijkheden tenminste zal handhaven, en zo mogelijk steeds verder zal versterken. Als mens bent u op aarde gekomen om op deze aarde te leven en bewust te worden. Het leven op aarde wil zeggen: Uit de vreugden en de smarten, de noodzaken en wenselijkheden van de materie te leren, wat je bent en wat je kunt, opdat je, wanneer eens de stof weg valt, vrijelijk en zonder belemmeringen door de stof, vrijelijk jezelf zult kunnen zijn en beseffen in waarheid. In deze dagen gaat dit laatste, het jezelf kennen in waarheid, ook voor de mensen op aarde een steeds belangrijker rol spelen. Illusies, nationaal en internationaal, zijn verderfelijker dan droombeelden. Zij kunnen vergeleken worden met luchtspiegelingen in de woestijn, die de reiziger van het goede pad lokken, tot hij verdwaald en omkomt. Elke illusie, die men koestert, zal, vooral wanneer hij tevens betrekking heeft op een groter deel van de buitenwereld, een gevaar vormen voor uw geestelijke en stoffelijke gezondheid. Alleen de mens, die steeds meer zijn illusies vervangt door een besef van de werkelijkheid en een juist streven, kan in deze dagen groter, sterker en krachtiger worden door de krachten rond hem. Daarom vind ik het belangrijk, dat de mensen in deze dagen leren kort en krachtig te denken en te spreken. Het is volgens mij beter tien goed overdachte woorden te uiten, die waarheid zijn, dan 10 uren te spreken en eerst naderhand misschien iets te beseffen van hetgeen men werkelijk heeft gezegd. Vergeet daarbij niet, dat elk waar woord, dat tevens uw wezen uitdrukt, een band te meer is met de kosmos, terwijl elk woord, waarvan men eerst later de waarheid of onwaarheid kan beseffen, in feite een ondanks het eigen Ik geschapen tegenstelling tot de kosmos is. Daardoor verscherp ik de tegenstelling tussen de werkelijkheid – dat, wat ik denk te zijn – tussen de waarheid van leven en datgene, wat de wereld in mij kan zien.

Vragen.

  • Omschrijft u a.u.b. samenwerking?

Samenwerking: werken in dezelfde zin, waarin een ander werkt, daarbij een zo groot mogelijke overeenstemming van streven zoekende met die ander, en steeds werkende in de hoop, dat ook de ander zijn deel van het werk zal kunnen volbrengen. Om vergissingen te voorkomen: Samenwerking houdt niet in, dat u samen streeft met een ander, die het werk doet, maar dat u gezamenlijk met een ander streeft en daarvoor werkt, uitgaande van hetgeen men gezamenlijk wenst te bereiken. Samenwerking gaat in feite altijd uit van jezelf, nooit van een ander en berust nimmer op de arbeid van een ander, maar op je eigen werken en streven.

  • Eenheid?

Eenheid is een op aarde niet bestaande waarde. Kosmisch gezien is eenheid: het zo zeer verbonden zijn, dat geen van de delen afzonderlijk zou willen, mogen, of kunnen bestaan, terwijl de oorspronkelijk afzonderlijke delen door deze binding zozeer met elkaar vergroeid zijn, dat zij nimmer gescheiden kunnen worden. Alleen dan kan men van werkelijke eenheid spreken. De bron van werkelijke eenheid is de harmonie. Deze kan op aarde wel bereikt worden, de absolute eenheid niet. Harmonie is het volledig ervaren van de ander en het uitdrukken van het Ik in de ander, op zodanige wijze, dat een volledig wederzijds begrip, zowel als een gezamenlijk streven, daaruit voortkomt.

  • Zwijgzaamheid?

Bestaat die op aarde wel? Zwijgzaamheid is: Het slechts dan spreken, wanneer je zeker bent, dat hetgeen je zegt, belangrijk is voor jou en een ander, terwijl het uitdrukking geven daaraan ook voor anderen belangrijk is. Sommige mensen zouden dus beter doen hun hele leven niet te spreken. Spreken is n.l. het uiting geven aan de eigen denkbeelden, terwijl je in de waan verkeert, dat een ander precies begrijpt, wat je bedoelt, terwijl je zonder meer aanneemt, dat je werkelijk zegt, wat je denkt te zeggen.

  • Oorspronkelijkheid?

Kosmisch gezien: Het erkennen van de Oerbron in jezelf en daaraan uiting te geven, zodanig dat de bijzondere uiting van de Schepper in jou ook voor anderen kenbaar wordt.

Dat is de enige oorspronkelijkheid, die er in kosmische zin kan bestaan. Menselijk gezien is oorspronkelijk over het algemeen: Het uit jezelf tot stand brengen van iets, waarvan jij, en mogelijk anderen menen, dat het er nog nooit geweest is, tot men de geschiedenis bestudeert.

  • Kunt u het ideaal van een mens omschrijven?

Dat is niet te beschrijven. Het ideaal van een mens is de droom, die hij droomt, afwisselender dan de kleuren, die gepaard gaan met het opkomen van de zon, verdwijnend in het duister, zodra de mens met de werkelijkheid wordt geconfronteerd. De ideale mens is een wezen, waarin het mannelijke en het vrouwelijke zich in perfecte evenwichtigheid uitdrukken, gepaard gaande met een algehele erkenning van eigen krachten, eigen wezen en de kosmische taak van het Ik. De ideale mens zal het geheel van zijn bewustzijn – en zo bewust mogelijk – ook de Goddelijke wil tot uiting brengen volgens de kosmische bestemming van eigen wezen en de weg, die hij gaat. Dit houdt veel in. Verlies de moed niet, want ook al lijkt dit alles nog ver, eens zal de dag komen, dat er een mens ontstaat, die de ideale mens is.

  • Stilte?

In kosmische zin: Stilte is de evenwichtigheid, waarin de verschijnselen voor ons sterven, terwijl het leven zelf zich ons volledig openbaart.

  • Een rechtvaardig oordeel?

Dit is een oordeel, waarbij men eigen neigingen terzijde stelt, zo objectief mogelijk alles beziende en zo een conclusie trekkende, die niet slechts voor het eigen ik gunstig is, maar tevens zo objectief mogelijk gunstig is voor het algemeen bewustzijn of nut. Slechts zo kan men een rechtvaardig oordeel vellen.

  • Kunt u de symbolische betekenis van het getal 4 aangeven? Zo er tijd is, wilt u de betekenis van de getallen 1 – 12 vermelden?

Dit is reeds meerdere malen gedaan. Om verwarringen te voorkomen wordt door onze Orde één enkele formulering door allen gebruikt en gehandhaafd. Er zijn vele andere duidingsmogelijkheden. Wanneer u het getal 4 beschouwt in de oude betekenis, is het de aanduiding van het dierlijke. Overgebracht in een andere vorm van symboliek – die ook wel gebruikt wordt in de moderne astrologie – zo geeft het de begrenzing van het zijnde aan, de 4- ledige openbaring van de Goddelijke waarheid. Als zodanig noemt men het getal dan priesterlijk. U ziet, dat het moeilijk is een getal zonder meer een betekenis te geven, waar er zovele systemen bestaan, waarbij aan de getallen verschillende betekenissen worden gegeven.

4 heeft in alle esoterische systemen een bijzonder belang: 4 = l/3 van 12. Het getal 12 wordt beschouwd als de bewust erkende openbaring, ofwel: het Goddelijke, in zijn volheid geopenbaard. In dit geval stelt men, dat het getal 4 aangeeft, dat door de drie fasen van de inwijding en het daaruit voortspruitende 3-malige erkennen van het eigen ik de hoogste bewustwording bereikt kan worden. Vier is dan gelijk aan een fase.

Volgens uw verzoek zal ik nu de getallen van 1-12 noemen. Daarbij geef ik allereerst de meest gangbare betekenis, daar achter laat ik eventueel andere betekenissen volgen, zover dit niet te verwarrend voor u is.

  1. Begin, eerste oorzaak, God in zijn niet- geopenbaarde vorm.
  2. Geopenbaarde Godheid, ook wel de “Zoon”. Het getal omschrijft de tegenstellingen, waarbinnen de Schepping voor zijn Schepper en de schepselen kenbaar wordt.
  1. Getal van de drie-eenheid, ofwel: de tegenstellingen – waarbinnen het kenbare dus ontstaat – verreikt met het bewustzijn, waaruit de bewuste erkenning mogelijk wordt. Ook wel: Het getal van de Vader, de Zoon en de Geest. Getal van de alomtegenwoordige Godheid, die alle dingen weet en beleeft. Ook wel: De drie grote wegen van de bewustwording, zijnde de weg van de rechtvaardiging, de weg van de schoonheid en de daartussen liggende weg van de erkende kosmische liefde.
  2. Het dier, het ontwakende leven. Binnen deze reeks wordt het beschouwd als aanduiding van alle levensvormen, die, geregeerd door en geheel onderworpen aan een groepsgeest, bestaan, daarnaast geen duidelijk persoonlijk bewustzijn bezittende.
  3. Dierlijk bewustzijn, beeld van alle vormen van leven, waarbij een dierlijk, maar toch persoonlijk bewustzijn bestaat. Ook wel: wereld van het kenbare, 5 zintuigen.
  4. Het persoonlijk denken, wel genoemd de stoffelijke mens. Hierin is God 2 keer geopenbaard: de wereld van de stof, zowel als de wereld van de geest, kunnen in hun driehoofd- waarden worden beseft, zijn althans aanwezig. In het persoonlijke denken is een ervaren van en een verenigen van de tegenstellingen, tussen stof en geest mogelijk. Door herhaling – 66, 666, 6666 enz. – kan het getal worden tot de weergave van het God verwerpende bewustzijn, dat zelf God wil zijn. Algemeen genomen: een fase, die valt binnen het menselijke bewustzijn, zodat het getal 6 wordt geacht een menselijke vorm te bezitten.
  5. De geestelijk bewuste mens. Het getal houdt verder in: de fasen, die de mens doorloopt van onbewustzijn tot het erkennen van een God in zich, en een relatie tussen de kosmische Godheid en het ego. Ook wel: het aantal voertuigen, dat binnen de mens wordt erkend. In machtsverheffingen – 7×7, 7x7x7 – het getal, dat incarnatie verlopen en noodlotsgang kan weergeven.
  6. Getal van de oneindigheid, of erkende oneindigheid. Voor de mens is dit het priesterlijk getal. Hierbij wordt de relatie tussen ik en Godheid geheel erkend en is men in staat deze innerlijk ondergane relatie tot uitdrukking te brengen, ofschoon men nog niet in staat is zijn God bewust te beschouwen. Verder is 8 nog het getal van de tweeledige Schepping, waarbij volledige harmonie van de materie en de volle harmonie van de geest afzonderlijk en naast elkaar worden beschouwd, doch niet als eenheid worden gezien.
  7. Dit is een getal van de bereiking, het hogepriesterlijk getal. Het drukt het persoonlijke of menselijke bewustzijn uit, dat zijn God erkent en in staat is bewust voor die God op te treden. De mens is in deze fase uitvoerder van de Goddelijke besluiten, drager van het Goddelijke gezag. Verder in vele gevallen: Aanduiding van de cyclus, waarbinnen het hoogste menselijke bewustzijn kan worden bereikt, de voltooiing van een incarnatiecyclus.
  8. Getal van de bereiking. De mens erkent zijn God en voelt zich daarmee één. De toestand, waarin men verkeert, komt overeen met die van Nirwana. Daarom wordt dit getal soms ook wel zero of nul genoemd. Hierin is het totaal erkende niet geuit.
  9. Getal van de innerlijke openbaring, er zal in het Ik wederom een uiting ontstaan, waardoor het ik actief of scheppend wordt. In het beleven van Brahman wordt de mens tot Brahma, uitende de Goddelijke wil vanuit zijn wezen. In deze vorm is de mens de openbaring, doch niet volledig één met de scheppende kracht. Het bewustzijn reikt nog  slechts tot het geuite en omvat niet het niet- geuite deel Gods.
  10. Dit getal voltooit de cyclus, aangevende de volledige realisatie van God, alle Goddelijke macht en een zich één weten met deze God en deze Goddelijke macht, waardoor de Goddelijke bezieling tot uiting kan komen in het ik, ongeacht het al dan niet geopenbaard zijn daarvan. Men noemt daarom 12 ook wel het getal dat grote bereiking, of het getal van de voltooid schepping.

Bij het beschouwen van al deze getallen, doet u er verder goed aan op het volgende te letten: Elk tweevoud is een openbaringsvorm. Elk drievoud is een weergave van een geopenbaarde Godsvorm, of erkende Godsvorm. Het zevenvoud is altijd een wereld omschrijvende Waarde.

  • Wat is de symbolische betekenis van de 13e?

13 of 13e is altijd vanuit deze reeks een niet erkende, of het niet-erkende, dat door de 12 wordt geopenbaard, de 13 of 13e is daarom wel: bezielende kracht en openbaring. In verband met deze symboliek: Jezus heeft 12 apostelen. Hijzelf is de 13e. Zijn wezen zal door de apostelen geopenbaard moeten worden, Zijn weten wordt in de apostelen bevestigd.

Slechts in samenwerking en eenheid kunnen zij bewust en juist zijn wezen representeren.

Waar zij zich verdeeld hebben, gaat de zuivere leer teloor. Hetzelfde geldt voor de Boeddha, die begint met 7 leerlingen, doch later gevolgd wordt door 12 hoofdleerlingen, zodat hijzelf de 13e is. Verder valt op, dat hij gaarne bijeen komt op plaatsen, die gekenmerkt zijn door het getal 3: de rustplaats – later het Klooster van de Drie Bomen – de Tempel van de Drie Pagoden enz.. Ook hier weer: de meester draagt zijn weten en besef aan de 12 over, doch zodra zij zich verdelen, ontstaat strijd en zal de ware leer teloor gaan. Verder is het getal 13 een getal, dat herleidt kan worden en dan gelijk 4 is. Dan is het getal 13 de bezielende kracht van het priesterlijke, dat zich aan het onbewust dierlijke als leidende kracht openbaart, ofwel het bewustzijn van de Goddelijk scheppende kracht, zoals deze zich door middel van een rassen- of groepsgeest kan manifesteren bij de vorming van de materie.

  • Wat is de symbolische betekenis van de lotus?

De lotus is een bloem, die in het water leeft. Haar bladeren zijn schoon, doch niet lichtend. Zij drijven op de oppervlakte van het water. Uit het water en de modder voedt zich de lotus. Doch wanneer de tijd van bloei en rijpheid komt, verheft zich de lotusknop, berstende tot een openbaring van zuivere kleur wordt zij, zowel in het licht van de zon als van de maan, een stralende regenboog, een bloem, die a.h.w. lichtend is. De mens leeft met zijn bewustzijn op het, misschien op zich schone, maar toch eentonige vlak van zijn wereld. Hij put zijn krachten uit het onder hem liggende, het materiële, het dierlijke. Wanneer hij dit alles verwerkt, groeit  uit hem het geestelijke bewustzijn, eerst nog omsloten in de eveneens groene hul van de schutbladeren, waarin het werelds denken, of de wereldse filosofie een hoofdrol speelt. Wanneer het bewustzijn de stoffelijk-redelijke perken kan overschrijden, ontplooit zich de lotus en wordt in het openvouwen daarvan voor de mens een ondergaan van de hogere krachten mogelijk, een erkennen van de hogere waarheid en het beleven daarvan wordt deel van het wezen.

Zo is de lotus de zetel van het bewuste, waar het werkelijk bewustzijn – vanuit de materie geboren – zich in het hogere alleen uit kan drukken door middel van de lotus: Het opengebloeid bewustzijn. Daarom beeldt men ook vaak de Boeddha af, gezeten op een open bloeiende lotus en spreekt men over zijn ware wezen wel als de schat, het kleinood, verborgen in de lotusbloem. Deze symboliek op zich is al erg mooi. Er is meer: Wanneer de menselijke chakra’s zich ontplooien, hebben zij – gedurende hun periode van ontwaken – voor de beschouwer veel weg van een lotus. Naarmate zij actiever worden, zullen zij meer afzonderlijk kenbaar worden door kleine verschillen in uitstraling. Vanuit het middelpunt ontstaat een langzaam openbloeiend geheel, waaruit dan weer een veelkleurige werveling naar voren treedt, die men dan ook wel de levende lotus noemt. Vooral voor het keelkop- en voorhoofdchakra is, wanneer men de veelkleurigheid daarvan even over het hoofd wil zien, een vergelijking met de lotus wel degelijk gerechtvaardigd.

  • Zetelt het geheugen in de geestelijke hersenen, of ook – gedeeltelijk misschien – in de hersenen van het stoflichaam?

Deze vraag kan moeilijk beantwoord worden, omdat een geest geen hersenen heeft. De geest is een samenstelsel van krachten, besloten binnen een bepaalde grens. Deze grens – of huid – heeft een eigen trillingsgetal, dat bepalend is voor de sfeer, waarin men leeft.

Deze trillingen van de omgrenzing maken een contact met de wereld mogelijk. Binnen de geest kunnen grote verschillen van trilling bestaan, terwijl ook krachtdichtheid en potentiaal aanmerkelijk kunnen verschillen van deel tot deel. De werkingen daartussen nemen de plaats in van hetgeen de mens denken en waarnemen noemt.

Het is onmogelijk dit geheel duidelijk in beperkte menselijke termen te omschrijven. Een juistere omschrijving zou een grote technische bekwaamheid van de hoorders vergen, terwijl zelfs dan een volledige uitleg zeer moeilijk blijft. Het menselijke geheugen zetelt in de hersenen en is daarbij afhankelijk van het al dan niet blijvend voor bepaalde impulsen en trillingen van bepaalde frequenties toegankelijk zijn van de grote eiwitcellen, die gezamenlijk de hersenen en de hersenschors vormen. Het zal u duidelijk zijn, dat het wekken van deze cellen en de eventuele transformatie, die een inkomende prikkel binnen deze cellen ondergaat, het denken mogelijk maakt. Vergelijking met reeds aanwezige waarden is noodzakelijk, zodat geheel het proces van denken en erkennen geheugen genoemd kan worden. Het mechanische beeld, dat zo in de hersenen ontstaat, wordt via het levenslichaam ook naar de geest overgebracht en daarin voor een deel vastgelegd, zeker zover het de meer belangrijke gebeurtenissen en fasen van het leven betreft.

Het geheel van de beelden, die in de hersenen aanwezig zijn, worden bij het sterven, door het terugtrekken van het levenslichaam, overgebracht binnen de geest en kan, maar zal lang niet altijd, daarin ook worden opgenomen. Er is een zeer groot verschil tussen het menselijke geheugen, dat in feite een biomechanisch proces is, en het geestelijke geheugen, dat eerder een kwestie van trillingen is, bepaald door absorptie en binnen het ik bestaande onevenwichtigheden; hierdoor kan een persoonlijke visie, herinnering aan bepaalde belevingen, langere tijd bewaard blijven.

  • Wanneer geest en voertuig niet harmoniëren, kan hij zich dan een ander voertuig veroveren zonder eerst te sterven? Of is overgang hiervoor noodzakelijk?

Wanneer wij uitgaan van de witte en lichtende paden, is het voor een geest, die eenmaal een lichaam voor zich aanvaard heeft, niet mogelijk een lichaam te veroveren, zonder eerst te sterven. Wel kan de zeer bewuste geest – maar eerst nadat harmonie tussen geest en lichaam tot stand is gebracht – het eigen lichaam tijdelijk verlaten en dan een ander voertuig opbouwen, dat tijdelijk is en eventueel het evenbeeld van het achtergelaten lichaam kan zijn.

In de zwarte magie bestaan bepaalde procedures, waardoor men in staat is voor eigen dood het lichaam van een andere, reeds levende, mens te prepareren om eigen geest te ontvangen.

Het resultaat is een vorm van bezetenheid.

Men kan eigen bewust bestaan op aarde en eigen mogelijkheid tot handelen zo inderdaad wel eens vergroten. Maar wil men een dergelijke beheersing blijvend doen zijn, zo zal het oorspronkelijke eigen lichaam, kort na het in beslag nemen, sterven. Deze processen en mogelijkheden zijn in deze dagen praktisch niet meer bekend. Enkele schaduwen van deze oude kennis vinden wij nog terug in Zuid-Amerika, waar bepaalde voodoo-praktijken belangrijke delen in leven houden, maar niet geheel meer begrijpen. Ook bestaan nog bepaalde overleveringen op dit gebied in Centraal-Afrika. Zover mij bekend, wordt de zwart magische weg tot het overnemen van vreemde lichamen voor eigen gebruik nergens meer op aarde volledig gedoceerd.

  • In hoeverre kan een kind aan de eisen van positief en negatief voldoen?

Een kind is uit zichzelf altijd positief. Het kind, egocentrisch denkende volgens de eerste noodzaken van eigen ontwikkeling, tracht immers, geheel de wereld in zich op te nemen. Het ziet de wereld als iets, waarbinnen bepaalde dingen bereikt moeten en kunnen worden, ook al stroken deze inzichten zelden met die van de volwassenen. Het kind is bereid elke redelijkheid terzijde te stellen om de begeerde en door het ik als positief geziene resultaten tot werkelijkheid te maken. Dit komt het sterkst tot uiting, wanneer van de zijde van de ouders geen voldoende overheersing van het kind optreedt. De kinderen dienen hun ouders te achten, maar vaak achten de ouders het kind te zeer, om het kind nog de mogelijkheid te scheppen hen werkelijk te achten, waar zij zich deze achting niet waardig tonen.

Negatief is een kind vaak vanuit het standpunt van volwassenen omdat het nog niet de belangen van de gemeenschap nastreeft, maar nog alleen zin heeft voor eigen positie binnen de gemeenschap en eigen bevrediging voor alles nastreeft. Voor het kind is dit niet negatief. Zelfs meen ik, dat, vanuit een niet persoonlijk standpunt, niet van een negatief denken en handelen gesproken kan worden. De negativiteit van de wijze, waarop het kind denkt en handelt, is eerder een mening van de moderne maatschappij, voortvloeiende uit haar eigen belangen en inzichten.

image_pdf