Kosmische eenheid

18 februari 1985

We beginnen met onze esoterische avond en de spreker die we hebben is deze keer uit de tijd van Bacon. Alchemist en daarnaast ook nog prediker geweest. Een wat wonderlijk type. Iemand met denkbeelden die de moeite waard zijn.

U weet: alchemie is afgeleid van de titel van een Arabisch verzamelwerk alchimea. Voor die tijd bestond die naam niet, maar de alchemisten bestonden wel. Oorspronkelijk was deze chemie of alchemie voornamelijk cosmetisch. Het ging om het maken van kohl, henna en dergelijke kleurstoffen, die onder meer in Egypte door de dames werden gebruikt.

Langzaam maar zeker kwamen er meer experimenten en men ontdekte hoe men schijngoud kon maken. Op den duur is het een onderzoek geworden. Dat onderzoek was grotendeels chemisch tot ongeveer 500 tot 50 jaar voor Christus. Toen zijn er namelijk filosofen gekomen, die parallellen hebben getrokken tussen al datgene wat er in die chemie voorkwam en datgene wat zich in de kosmos afspeelt. Daaruit hebben zij weer parallellen getrokken naar de mens.

Dat deze denkwijze heel ver heeft doorgewerkt zult u zich realiseren als u weet dat bv. Avicenna nog uitging van de oude elementen en bij zijn geneeskunde inderdaad sprak over een tekort of een teveel aan vuur, aan vocht en dergelijke.

De situatie waarin deze betrekkelijk vroege alchemisten zich bevonden, was een beetje een wonderlijke. Aan de ene kant moesten zij oppassen dat zij niet vervolgd werden door het christendom, want het was magie en het was heidens. Aan de andere kant hadden zij juist onder de geestelijkheid en onder de adel nogal wat aanhangers.

Er zijn compromissen uit voortgekomen zoals bv. Maria de Jodin, een Griekse die ongeveer 170 jaar na Christus leefde. Zij heeft al een apologie geschreven waarin zij duidelijk maakt, dat zij christelijke beginselen toepast op haar chemie. Dat is later door een groot aantal anderen herhaald.

Het denkbeeld van de innerlijke wereld als identiek aan de uiterlijke wereld komt geloof ik pas werkelijk in zwang ongeveer. 500 na Chr. Dan zijn er de eerste denkers die stellen: De mens is een soort kosmos. De ether wordt dan gezien als de representant van de ziel en van de levenskracht. Het vuur hangt o.a. samen met spijsvertering en bloedsomloop, water hangt weer samen met bloedsomloop en de urinewegen, enz.

Maar als je daar eenmaal mee begint kom je al snel tot de conclusie, dat al datgene wat je in de wereld buiten je vindt in jezelf ook moet bestaan. Wanneer er buiten jou vuur is, is er ook in jou, vuur. Wanneer er buiten jou vaste materie is, is er vaste materie in je. Maar wanneer buiten jou verandering is, kan ze ook binnen je optreden.

Het is in het begin tamelijk eenvoudig en het zal tot bijna 1500 duren voordat het hele systeem uitermate ingewikkeld wordt. Ondertussen krijgen we dan rond 900 nog een kabbalistische invloed erbij. In Hamburg heeft er bv. een hele tijd een kabbalistisch‑alchemistische school bestaan. En al deze mensen beginnen zich te realiseren dat, wanneer je het zuiver stoffelijk bekijkt, die parallellen natuurlijk niet in regel bestaan of slechts zeer ten dele.

Maar ga je uit van de wereld van de geest, dan kan die parallel wel worden doorgetrokken, al is het maar omdat de geest onbestemd is. Zo komt men dan o.a. tot het creëren van de verschillende sulfers; er is het rode sulfer, er is het zwarte sulfer, witte sulfer en dan zijn er nog een heel aantal dingen bij, die dan toch de soort van zo’n zwavel weer iets veranderen.

In al die alchemistische recepten tref je zwavel aan. Een recept om goud te maken, ik meen uit ongeveer 1400, heeft bv. 17 keer het woord sulfer, maar het heeft van die 17 keren 15 maal een andere betekenis. Het is een beetje een geheimtaaltje.

Wat is die zwavel? De zwavel is de normale levenskracht en stuwkracht in de mens. Zij is onderdanig aan de natuur en dus volgens de oude opvattingen ook een beetje aan de duivel. Maar zij kan gesublimeerd worden en dan wordt ze hemels. Zij heeft dan in samenvoeging met anderen het vermogen om levenskracht in te leggen.

Dan heb je het z.g. witte poeder, geen sulfer, het is waarschijnlijk oorspronkelijk een nitraatsamenstelling geweest, dat wordt het symbool voor de wil. Wanneer de wil van de mens aan zijn levenskracht gestalte geeft, dan is hij daardoor in staat ook buiten zich bepaalde zaken tot stand te brengen. Die parallellen worden steeds verder doorgetrokken.

Wanneer zij het hebben over het alkahest, dan hebben zij het niet alleen over iets wat alles laat verdwijnen (zoals u weet is een alkahest een universeel oplosmiddel maar het heeft bovendien nog de eigenschap in de mens dat alles wat in de vergetelheid verdrinkt, verdwijnt). Het is geen deel meer van je leven. Het kan je ook niet meer bepalen. In de moderne psychologie zal men daar waarschijnlijk een beetje anders over denken. Maar in die tijd had men dat denkbeeld.

Wanneer het gaat om het vuur dat moet worden aangewakkerd in de kruik die een temperatuur moet hebben van enz., ach, dan is dat ook weer een vergelijking. Want de mens moet in zichzelf een zeer hoge spanning opwekken, wil hij bepaalde zaken geestelijk en anderszins kunnen doen.

Het zal begrijpelijk zijn, dat iemand die aan alchemie heeft gedaan daardoor eigenlijk een mens is geworden die heel veel in parabelen spreekt. Het zijn gelijkenissen. Wanneer het gaat om het maken van goud, dan zijn er mensen die ook werkelijk goud maken. Het kan namelijk met de steen der wijzen, een wat groenige niet al te harde substantie, die door haar samenstelling inderdaad bijna een kleine atoombrand veroorzaakt, enorme hoge temperaturen. Dat heeft dan transmutatie van metalen tot gevolg.

Maar het werkelijke goud is het geestelijke goud. En dat geestelijke goud kun je misschien het beste omschrijven als het gouden licht, het licht van de eeuwige kracht, de verbondenheid met het geheel en al wat daar verder bij te pas komt.

Wanneer zij het hebben over het levenswater, aqua vitae, dan hebben zij het niet over een of ander soort jenever, maar dan hebben zij het doodgewoon over de levenskracht van de mens. Deze wordt gezien als vloeibaar. Normalerwijze loopt zij haar eigen weg, maar je kunt haar a.h.w. distilleren.

Daardoor krijg je een concentratie van levensenergie, die je zowel kunt gebruikten om het leven te verlengen als je dat wilt, alsook om andere dingen te bezielen. Het komt bv. ook bij het vervaardigen van ommunkli(?) te pas volgens het verhaal en dan kunt u wel begrijpen, dat er geen mens zo gek is geweest om kleine meisjes in flessen te telen. Vooral als je weet dat zij buiten die fles niet konden leven.

Maar goed, het scheppen van de mens in zichzelf is innerlijk het herscheppen van de mens. Dat is een punt waar ik zelf verder op in wil gaan, als u dat niet erg vindt; het is een beetje filosofisch.

Kijk, de mens omvat alle waarden die tot de eeuwigheid behoren. De mens is dus een kompleet wezen, maar de delen zijn door elkaar gegooid; nog erger dan de ledematen op sommige van de beste doeken van Picasso. Er is geen samenhang. Waar geen samenhang is, is geen werkelijke levensvatbaarheid.

In jezelf moet je de verschillende waarden en betekenissen zoeken die voor jou tellen, die van belang zijn. En door deze samen te vatten op de juiste manier construeer je van jezelf de perfecte mens. Men zegt dan weleens: ja, dat is iemand die eigenlijk alle seks en alles in zichzelf heeft. Dat is natuurlijk een beetje onzin, daar gaat het helemaal niet over. Het heeft te maken met het innerlijk evenwicht.

Daar, waar de geest en de wil alle evenwichten van het lichaam beheersen, kan het lichaam veel meer presteren dan het normaal zou doen.

Daar, waar de wil en de geest samenwerken, kan de geest gebruikt worden om waarnemingen te doen, erkenningen op te doen en gelijktijdig ook om een ander wereldbeeld te vinden, waarbinnen je dichter bij een grote werkelijkheid ligt.

Het is opvallend dat heel veel van die stellingen ‑ en ik heb het dan nog steeds over de 14e, 15e misschien deel van de 16e eeuw, dus zeg maar tot 1560 ongeveer ‑ heel veel lijken op moderne filosofieën. Als je dat in een ik‑vorm zou gieten zou je het ongeveer zo moeten zeggen Ik ben in mijzelf verdeeld omdat ik mijzelf niet ken. Wanneer ik echter de delen van mijzelf, leer kennen, kan ik in mijzelf de krachten die in mij wonen samenvoegen tot zij een geheel vormen. Op het ogenblik, dat dit geheel ontstaat ben ik gelijktijdig ook in staat om mijn eigen wezen en leven volledig te beheersen tot leven en dood toe, tot geestelijke belevingen en eventueel het veroorzaken van stoffelijke situaties.

Dat is natuurlijk heel aardig gezegd, maar als wij kijken naar de menselijke situatie dan vinden wij daar ergens een waar “ik”, bijna onbenaderbaar, daaronder een aantal ik vormen die dan toch wel een zeer grote harmonie kennen met het Al. Daaronder weer vormen, die ontzettend fijn onderscheiden, maar vormloos zijn en daaronder vinden wij dan weer allerlei vormwereldjes, die in meerdere of mindere mate een soort replica zijn van een stoffelijk bestaan.

Dan hebben wij daartussen nog een schaduwwereld, een wereld waar heel weinig licht is. Daaronder hebben wij nog, een heel stel duistere werelden, waar wij ook deel van zijn. En dan is er ook nog toevallig het stoffelijk bestaan waarin je leeft.

Waarom? Als je kennis hebt, dan heb je de neiging om in te delen en ook om te verdelen. Wanneer je niet meer begrijpt dat licht en duister één en hetzelfde zijn, dan kijk je naar een verschijnsel. Maar dat doe je ook in jezelf. Je gaat niet meer zeggen; ik ben een geheel. Je zegt: ik ben dit, maar ik ben ook nog dat. Hierdoor schep je innerlijk een groot aantal tegenstellingen en die breiden zich steeds verder uit.

Er komt een ogenblik dat het zuiver stoffelijk bestaan dan bijna al het andere overspeelt. Dat is ook begrijpelijk, je hebt zoveel dingen ingedeeld waar je eigenlijk weinig mee te maken hebt, dat je die opbergt. De een doet het in een kerk, de andere in zijn geheugen en de derde misschien in een theorie. Wat overblijft, is de stoffelijke werkelijkheid waarmee je leeft, maar je manipuleert die werkelijkheid nog steeds volgens dat systeem van indeling en tegenstelling. Je zoekt niet naar de perfecte opbouw, nee, je zoekt juist naar de verschillen.

Het resultaat is dat wij ‑ of we op aarde leven of in een aantal geestelijke sferen ‑ eigenlijk niet in staat zijn onszelf als een geheel te zien en de samenhang der dingen als een geheel te ervaren. Dan moeten we dus proberen om daar iets aan te doen.

De alchemisten deden dit op de volgende wijze: zij deelden hun werken in 2 fasen in. Je had eerst het werk van de filosoof, dus de studeerkamer. Dan had je het werk van het laboratorium. Zij zeiden: het een kan niet zonder het ander bestaan. De gedachte, die is gedacht en niet is beproefd, is waardeloos. Maar het werk dat zonder gedachte is gedaan wordt niet beseft en verliest zijn betekenis.

Het gaat om de eenheid der dingen. Dan kom je weer voor een andere vraag te staan: Waarom lopen dan zo veel goedbedoelde dingen verkeerd? En het antwoord hierbij is: Goed, dat is het resultaat van tegenstellingen die we scheppen. Goed en kwaad zijn twee waarden voor de mens; maar zij zijn een en hetzelfde bestaan in de kosmos. Wanneer wij nu goed doen, doen we gelijktijdig zonder het te beseffen kwaad. Het kwaad bestraft zich, maar het goed beloont zich door het kwaad niet zo sterk te bestraffen. Het klinkt gek, maar we doen dat zelf.

Een mens die iets heeft gedaan waarvan hij erg veel spijt heeft, bouwt in zichzelf een schuldbewustzijn in. Dat schuldbewustzijn impliceert dat hij verkeerd gaat reageren. Waarom? Omdat hij bezig is met het kwade en daardoor aan het goede voorbijgaat. Het is er wel. Beide zijn uiteindelijk een geheel, een medaille met 2 keerzijden, de beeldenaar en de muntzijde dus van een of andere penning.

Het gaat ons verkeerd als we denken goed te zijn omdat we niet onszelf zijn. Het goede betekent voor veel mensen een deel van hetgeen je bent terzijde schuiven. Dan spreken ze over offertjes brengen en dergelijke. Ik vind het uitermate lief, maar het helpt geen pest. Net zo goed als ze vroeger een god brandoffers brachten. Nou ja, ik denk dat God in de hemel wel wat anders zal consumeren dan verbrande steak …Zelfs als je aan grazige weiden denkt dan loopt God weliswaar met een sigaar, maar het is wel een goede.

Doordat wij voortdurend bezig zijn met die tegenstelling, die indeling, beseffen wij eigenlijk niet dat we onszelf niet zijn. We verwaarlozen gewoon een deel van onszelf of we schuiven het opzij, maar dat mogen we niet doen, we moeten onszelf zijn.

Als we onszelf zijn geven we uitdrukking aan het geheel dat we zijn. En dan kunnen we in dit geheel en vanuit dit geheel nog wel degelijk alle dingen zien en doen. Dan kunnen we streven, we kunnen bereiken, maar we staan niet meer te worstelen. We vragen niet meer om erkenning aan de ene kant of proberen aan de andere kant te verwerpen. We zijn. En dat zijn is dus alchemistisch gezien het punt van de transformatie.

Wanneer je onedele metalen met andere stoffen samenvoegt, dan zou je kunnen zeggen: ik neem eigenlijk de stof, het onedele metaal en wat ik daaraan toe voeg dat is de kracht van de geest, de inhoud van de ziel zelfs. Wanneer deze versmelten ontstaat er goud. Niet de hele massa wordt goud, denk dat niet. Er blijft altijd een deel over wat niet edel is, maar er ontstaat goud. Dat wil zeggen de werkelijke kracht, het werkelijk leven, de eenheid. Als je dan vloeibaar goud maakt kom je als vanzelf terecht in een wereld waarin geen vaste normen bestaan.

Het goud is zichzelf een norm, zoals God zichzelf een norm is, zoals leven zichzelf een norm is. Daarin kunnen we geen verandering aanbrengen. Wanneer we dat proberen dan stoten we ons hoofd.

Eenheid van zijn betekent ook ergens eenvoud. Dat klinkt misschien erg vreemd. Als ik zeg: ik maak goud, dan is dat een heel ingewikkelde procedure, maar het eindresultaat is eenvoudig. Het is een moeilijk aantastbaar, week metaal dat grote waarde heeft. Punt.

Wanneer ik in mijzelf werk is dat precies hetzelfde. Wat ik voortbreng is eenvoudig een deelbewustzijn en levenskracht maar het andere is niet meer belangrijk. Als je alleen lood hebt is dat lood heel belangrijk, het is het enige wat je hebt. Maar op het ogenblik dat er goud uit is voortgekomen is het lood vergeleken bij het goud waardeloos.

Wanneer ik mijzelf heb gevonden als een eenheid dan blijven er nog wel materieel allerlei moeilijkheden en zaken bestaan, maar zij zijn niet meer belangrijk omdat ik die grote kracht, die grote inhoud, het grote weten heb. Van daaruit kan ik dan als vanzelf verder gaan.

Ik vind die alchemisten eigenlijk helemaal zo gek niet. Hun stelling bv. dat alle dingen een en dezelfde kracht zijn. Het begint nu langzaam maar zeker hier en daar wetenschappelijk benaderd te worden. Hun stelling dat het bestaan van een klein deel ‑ zij denken dan natuurlijk aan een korreltje of zoiets ‑ hetzelfde is als het bestaan van een zonnestelsel, zou je kunnen vergelijken met de stellingen die er nu bestaan t.a.v. het atoom.

Interessant is verder ‑ maar dan komen we op een ander chapiter, ik heb nog even de tijd ‑ dat in een deel van de alchemistische leer ‑ en dat is vooral dan de Züricher school ‑ ook wordt gezegd dat de werkelijkheid niet het denken veroorzaakt, maar dat het denken de werkelijkheid veroorzaakt. Daar is dus dat scheppende principe nog eens veel verder uitgebuit eigenlijk. Men zegt: kijk, wij zijn deel van God, wij zijn goud, maar wij ontbinden onszelf. Dat is het proces van denken. In die ontbinding verliezen wij de samenhang van ons wezen.

Wij zeggen dan, dat alles wat wij als buiten ons bestaand zien ons bepaalt. Maar wij vergeten, dat wij eerst datgene wat buiten ons bestond voor ons hebben geschapen, voor we er wat mee konden doen.

Er zijn hele betogen over; een ervan is bv. waarom de horizon rond is. Dan zeggen ze: als iemand rond zich kijkt en hij wil de horizon vierkant zien, dan zal hij hem vierkant zien, maar dan is de wereld ook vierkant. En als hij hem rondziet, dan is de wereld rond.

Als hij die wereld wil zien als een bol, dan kan hij rondlopen over die wereld en de wereld a.h.w. omcirkelen. Maar zolang hij dat niet denkt kan hij het ook niet.

Het klinkt in moderne oren natuurlijk krankzinnig. Als je denkt dat je ziek bent, ben je ziek. Als je denkt dat je niet ziek bent, ben je niet ziek. Dat is krankzinnig. Dat is niet waar, zeggen we. Maar vergeet niet, dat je niet ziek bent tenzij je een ziekte kent en erkent. Zolang een ziekte onbekend is weet je gewoon niet wat er aan de hand is. Dan is er alleen maar de vraag of het geloof aan de dood niet de dood heeft geschapen.

Wanneer je denkt aan een einde dan wordt alles eindig. Wanneer je denkt aan het oneindige, dan is alles oneindig. Voor de stof zal dat niet gelden, neem ik aan, maar er zijn toch wel mensen die behoorlijk lang hebben kunnen leven. Er zijn erbij die het over de duizend jaar hebben gehaald. Niet dat ik mij als geest kan voorstellen dat het erg prettig is, maar zij hebben het dan toch gedaan.

Wanneer mijn werkelijke leven in mijn bewustzijn leeft en mijn bewustzijn bestaat verder, dan is er geen dood. Maar wanneer ik denk dat ik dat bewustzijn alleen stoffelijk kan uitdragen, dan is er wel een dood. In zekere zin is het waar, denken vormt voor een groot gedeelte je wereld.

Deze alchemisten gingen nog verder. Zij zeiden: Wanneer ik denk dat lood zilver is, dan wordt lood zilver en niet alleen voor mij maar voor iedereen. Want het beeld “zilver” dat ik schep, beantwoordt aan het beeld “zilver” dat in de ander bestaat. Zij weten niet dat er eerst een begrip “lood” was dat ik heb omgezet. Zouden zij dat wel weten, dan zou zilver tot lood worden. Een heel typische redenering dus.

Ze hebben daarvoor enorm veel symbolen ontworpen en grote zegels voor gemaakt en weet ik wat nog meer. Maar zij hadden, dacht ik, toch wel een beetje gelijk. Ik ben het niet helemaal met die stellingen eens, dat zal ik u meteen maar vertellen. Maar ik geloof wel degelijk, dat de manier waarop je de wereld ziet, ook bepaalt hoe je die wereld ervaart. En ik ben er ook van overtuigd, dat er een werkelijkheid is die onveranderlijk is, onaantastbaar. Alle varianten die we daaromheen zien zijn dus denkbeelden, die ontleend zijn aan die werkelijkheid. Dat geloof ik ook.

Dan is eigenlijk het hele streven van de alchemist om een eenheid te vormen in zichzelf en al zijn krachten en kwaliteiten op de juiste wijze samen te voegen en te gebruiken een heel verstandige redenering. Ik denk dat het voor onze gast ook geldt. Onze gast heeft uiteindelijk een tamelijk hoge status bereikt; hij leeft aan de grens van wit en gekleurd licht. Ik zou zeggen dat is van mijn standpunt uit al hoog. Hij zit in de directie en ik behoor nog bij de loopjongens. Dus dat is een groot verschil. Hij is eenvoudiger dan ik het kan zeggen. En waarom? Omdat naarmate je alles herleidt tot zijn werkelijke betekenis of oorzaak alles eenvoudiger moet worden.

Complexiteit is iets wat wij scheppen in onze behoefte om een perfecte omschrijving te hebben van iets, wat we ook zonder die omschrijving volledig zouden kunnen kennen, alleen niet omschrijven. Ik denk, dat daar het essentiële punt ligt ‑ en dat zult u ook wel zien dadelijk als u met onze gastspreker te maken krijgt ‑ dat eenvoud eigenlijk ligt in het ontkennen van de behoefte tot perfectie. Je neemt de dingen zoals zij zijn en je probeert niet ze te maken tot iets, wat ze volgens jouw beperkt begrip zou moeten zijn. Daar komt het op neer.

Wanneer hij daarbij woorden gebruikt ‑ misschien zal hij ook wel spreken over liefde, naastenliefde ‑ dan heeft hij het niet over weldadigheid of zoiets; dan heeft hij het over een gevoel van verbondenheid, over eenheid. Wanneer hij zal spreken over het licht dan bedoelt hij niet een bepaald verschijnsel, dan bedoelt hij in feite een bepaald bewustzijn.

Ik dacht, dat het wel interessant was om een beetje een achtergrond te geven, dat heb ik nu ook gedaan, en daarnaast erop te wijzen, dat juist het zoeken naar eenvoud de omschrijfbaarheid vermindert, maar gelijktijdig de essentiële betekenis vergroot. Daarmee heb ik mijn tijd redelijk gevuld, dacht ik.

De Gastspreker

Het wonder van leven is zijn ondeelbaarheid.

Het wonder van het mensdom is de eenheid van alle mensen die zij niet beseffen

Het wonder van de kosmos is de eenheid en vergelijkbaarheid van alle dingen.

Ik heb geleefd in een tijd dat zoekers dwazen of magiërs waren.

Toch zocht ik naar hetzelfde wat de priesters aan hun altaren aanriepen: Geloof. Geloof is de innerlijke zekerheid, waardoor je een geheel kunt blijven ondanks alle schijn van verdeeldheid. Toen ik begon zei men mij: Zoek jezelf terug te vinden in al wat je doet. Toen ik wat verder was gevorderd, zei men mij: Wees één met al wat je doet. En, toen ontdekte ik het raadsel en het antwoord:

Ik ben al wat ik doe en al wat ik doe is deel van dat, waarvan ik deel ben.

Men spreekt over Gods kracht. Maar Gods kracht is dezelfde kracht die mij doet bestaan. Men spreekt over de wonderen gedaan door heiligen. Wanneer ik vertrouw in mijzelf kan ik hetzelfde. Ben ik dan heilig? Men heeft mij gezegd: De mens is de kroon van de schepping. Soms heb ik de gedachte: het lijkt meer een narrenkap. En toen ontdekte ik: de mens is door zijn denken een deel van de schepping, dat in staat is zichzelf en de wereld rond hem te veranderen.

Wat je ziet in de wereld, wat je ziet in anderen, dat maak je zeker voor een groot gedeelte waar. Je kunt niet ontkomen aan de dingen die je in jezelf hebt geschapen. Wie vervolgd wordt door demonen heeft demonen in zich geschapen en is te dwaas om te beseffen, dat wie het denkbeeld niet meer kent ook de demonen niet zal ontmoeten.

Ieder zal in zijn leven zoeken, zeker als het een menselijk leven is, vergelijkbaar met het mijne, naar een werkelijkheid waarin hij iets meer kan zijn en kan doen dan anders. Maar als ik besef dat ik meer ben dan doe ik vanzelf meer, dan beteken ik niet meer, maar ik heb een groter deel aan een werkelijkheid die uiteindelijk alles omvat.

De weg van een zoeker begint met een riooltocht door de wereld. Dan gaat hij filosoferen en begint een riooltocht door de dromen. Dan terwijl hij langzaam ontwaakt, doolt hij niet meer omdat hij weet, dat al wat belangrijk is altijd en overal voor hem bestaat. Dit zijn problemen die zichzelf oplossen, als je niet probeert ze op te lossen.

Leven is in wezen zeer eenvoudig. Je leeft wanneer je bestaat en beseft dat je bestaat. Handelen is in feite heel eenvoudig: Wanneer je handelt vanuit wat je nu beseft, volgens dat wat je nu volgens eigen besef bent, dan volgt het een op het ander.

Wanneer je nooit vergeet dat elk gebeuren in zich een lering is, niet omtrent één ding maar omtrent alle dingen, dan kom je als vanzelf naar een beeld toe van werkelijkheid, waarin je uw eigen bestaan minder belangrijk vindt. Dan wil je geen kroon van de schepping zijn, dan wil je deel van de schepping zijn.

Mensen spreken veel over liefde. Maar wat is liefde anders dan het erkennen van jezelf in de ander, in het andere?

Mensen spreken over goed zijn. Maar wat is goed zijn anders dan beantwoorden aan een tijdelijk besef?

Mensen spreken over zondigen. Maar wat is een zonde anders dan niet kunnen aanvaarden wat je zelf voortbrengt?

Er was een man, die in elke mens zijn naaste zag en hij had hen zozeer lief, dat hij zichzelf vergat. Toen leed hij onder het feit, dat anderen hem niet als naaste aanvaardden, want hij had vergeten dat hij ook zichzelf het naaste was.

Dat is de dwaasheid waarmee we beginnen. We willen goed zijn en vergeten onszelf. Of we zijn slecht of kwaad zoals de wereld het noemt en we vergeten alles buiten onszelf. Maar we kunnen alleen leven en werkelijk bewust bestaan als we zowel onszelf als al het andere proberen te aanvaarden en lief te hebben.

Men spreekt van de krachten van de eeuwigheid, maar de eeuwigheid is niet. De eeuwigheid is een woord voor hen die het ware bestaan niet kennen en het daarom hebben uitgesmeerd over de tijd zoals men een gelei uitstrijkt tot ze een klein dun laagje is geworden, die veel schijnt te bedekken. Maar ze vergeten een ding: het is nog steeds dezelfde gelei en dezelfde hoeveelheid.

Zo is het met ons bestaan. Wanneer we het in een eeuwigheid proberen uit te strekken dan maken we het alleen maar dunner en we vergeten steeds meer dat het altijd blijft. Dat wat ik was in den beginne, zal ik zijn tot aan het einde. Dat wat in mij leeft, is datgene wat in alle dingen leeft en zal leven tot het misschien zich terugtrekt. Daarom zijn er voor mij geen grenzen.

De enige grenzen die er voor mensen bestaan, zijn de grenzen die zij zichzelf stellen. Grenzen van begrip, van aanvaarding van vermogen. Het denken van de mens helpt hem te beseffen. Helaas betekent dat gelijktijdig dat hij zichzelf begrenst.

Geloven in God is niet zo moeilijk, lijkt mij. Geloven in jezelf is iets wat je ondanks jezelf doet, maar waarom geloof je niet in jezelf zoals je jezelf beseft wanneer je denkt aan God? Wanneer je een ander ziet moet je geen normen stellen maar aanvaarden. Pas wanneer je aanvaardt kan die de ander kennen. Wanneer je de wereld ziet moet je geen oordeel hebben over die wereld, maar haar op je toe laten komen. Je kent haar aan haar werking.

Mensen maken zo vaak een keuze. Maar wanneer ik kies, kies ik niet alleen voor één aspect, ik kies voor het geheel. Als een mens een mens kiest, dan kiest hij niet alleen voor uiterlijkheden of innerlijkheden, maar voor de vervlechting daarvan met al het goed en al het kwaad dat erin schuilgaat vanuit menselijk standpunt.

Wanneer een mens een bestemming kiest op de wereld dan kiest hij niet alleen een bepaald oord, dan kiest hij al wat ermee samenhangt; het verloop van tijd daar, het weer, de vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid. Al die dingen vloeien samen. Je kunt ze niet scheiden.

Wie dit eenmaal heeft of beseft begint aan het werk der eenheid. Het werk der eenheid is de illusie scheiden van het werkelijke. De illusie blijft het lood; dof, grauw en goedkoop. De werkelijkheid is het goud dat eruit voort druppelt; dat langzaam maar zeker een laag goud op het lood vormt. Want de werkelijkheid is het goud, is het licht, is de kracht, is de waarheid waarin we leven.

Ik zoek naar woorden om duidelijk te maken wat in mij waar is. In mij ken ik die waarheid, maar waarom kan ik haar niet spreken? Waarheid is alle dingen samen. Waarheid kan nooit uit delen zijn opgebouwd. Waarheid is. Wanneer ik u zeg, dat de krachten die in de mens zijn even sterk zijn als die van een zon, dan zult u glimlachen. Toch zal die zon gedoofd zijn voordat hetgeen wat in u leeft ook maar iets verandert.

U bent kracht en in u is weten, maar u moet ze toelaten tot uw besef. Men heeft mij gezegd: wanneer u wilt spreken tot deze mensen, laat hen dan iets gevoelen van de kracht. Maar dat kan alleen als er een verschil is. En wanneer ik een verschil stel, verminder ik mijn eigen waarde. De kracht is in allen zoals in mij. We zijn deel van één en dezelfde Kracht. Het is ons besef en onze wil waardoor we ze richten en gebruiken kunnen. Zij, die de kracht niet kennen, beseffen of ge­bruiken kunnen zullen zeggen dat we sterk zijn. Maar we zijn niet sterk. We zijn deel van het geheel.

Bij vele proeven die je in je werkvertrek neemt, zoek je zorgvuldig de bestanddelen samen te voegen en soms vind je iets wat nog niet bekend was bij mensen. Maar als je in jezelf ziet, ken je elke combinatie.

Uit je eigen verborgen innerlijk klinkt de eeuwige waarheid door en zeg je wat juist en wat goed is op dit moment, gezien hetgeen jij bent en gezien het andere rond jou is.

U zit hier. U denkt mens te zijn. Toch is er diep in uzelf, een geloof aan uw oneindigheid, in uzelf een geloof aan een Kracht die in u kan zijn, en daarom is. Wanneer u wilt en deze dingen neemt en zegt: dit is mijn deel zijn van de werkelijkheid, mijn deel zijn van het geheel, mijn verbondenheid met alle dingen, denkt u dan dat dat nutteloos zal zijn? 0 ja, wanneer je dat denkt is het dat.

Wanneer je niet aarzelt dan spreekt het in jezelf, dan maakt het je duidelijk wat je moet doen, hoe je kunt opbouwen, hoe je verder moet gaan. Dan is er steeds weer die impuls totdat je besef, zich zo ver uitbreidt, dat je een nieuw deel van de werkelijkheid kunt omvatten. Dat geldt niet alleen voor mij of alleen voor u, dat geldt voor al wat leeft, voor al wat is. Er zijn geen grenzen buiten de grenzen die wij stellen.

Onze werkelijkheid is een evenwichtig bestaan van alle krachten. Ik weet dat moderne mensen lachen om onze oude 4 elementen, omdat ze niet beseffen dat ze iets anders zijn dan de elementen, die zij ontdekt hebben. De bouwstenen van het Al zijn krachten die samen in evenwicht het bestaan mogelijk maken, niet meer en niet minder. Deze krachten vormen deel van u, zijn deel van uw lichaam, deel van uw geest, deel van het diepst verborgen deel in uzelf, dat één is met Al.

Er zijn geen grenzen behalve de grenzen die wij opbouwen. Er zijn geen onmogelijkheden buiten de onmogelijkheden die wij scheppen. Zelfs de tijd is niet meer dan een droom, die ophoudt als je de werkelijkheid leert aanschouwen en zo ontwaakt. Dit te beseffen is het eerste begin van wijsheid.

Wanneer je als leerling begint dan vraagt men je in wezen eenvoudige dingen en je denkt dat ze een onmogelijke taak zijn. Maar wanneer je jezelf eenmaal aanvaard hebt in het werk dan volbreng je diezelfde moeilijke zaken als terloops zonder erbij na te denken. Waren ze nu moeilijk of niet? Moeilijk is wat je vreest, daar waar je jezelf niet in staat acht. Gemakkelijk is al datgene, waarbij je niet hoeft te denken omdat je het beseft als een deel van je wezen, je vaardigheid, je vermogen.

Wanneer u voor anderen of met anderen wilt werken doe het dan vanuit deze zekerheid, dat de kleine taken zichzelf volbrengen zolang je de hoofdzaak maar ziet. Wanneer u andere mensen gelukkig wilt maken vraag u dan niet af hoe u dat moet doen. Wees uzelf en neem uw wil en u zult anderen helpen. Maar vraag u af of u het zult kunnen en u zult falen.

De wijsheid van de kosmos waarvan ik slechts een zeer gering deel vaag heb ervaren zegt mij dat niets onmogelijk is, zelfs niet voor een mens. En als niets onmogelijk is kunnen wij al datgene waarmaken, wat voor ons noodzakelijk is. Ik kan alleen mijzelf zijn door te beseffen hoe een ander is. Die ander is deel van mijzelf. Ik kan alleen werkelijk leven door al het leven om mij heen te beseffen zo goed als ik kan.

Waarheid wordt geboren uit de verwarring die bijna leugen is. Uit de chaos gaan wij naar de erkenning. Er zijn vele wegen die we kunnen volgen. Maar wanneer we een weg kiezen zijn we deel van die weg. Je kunnen haar niet verlaten voor wij haar gevolgd hebben tot een punt, waarop haar mogelijkheden zich splitsen.

Leren is: jezelf erkennen en niet slechts zoals bij mensen het aanvaarden van formuleringen van anderen.

De geest is vrij. De geest is sterk. De geest is verbonden met het Al en daardoor alomvattend. Elke ontkenning daarvan is een beperking van ons bestaan, van ons wezen, van onze beleving. Laat het Al tot ons spreken met 10.000 tongen. We hoeven de woorden niet te verstaan, als we de boodschap maar begrijpen.

Ik zeg u: jij bent het levende goud. Maar jij kunt u transformeren tot afzichtelijk drab. Wat je bent kun je niet ongedaan maken, maar de vorm van wat jij bent kun je veranderen voor jezelf.

Verander uzelf niet. Wees uzelf. Zoek niet uzelf te verheffen of te vernederen, slechts uzelf te zijn.

Wees waar, ook tegenover anderen en hoe moeilijk u dit moge vallen. Want uit deze waarheid en de zelfaanvaarding wordt de oplossing van het grote raadsel geboren. Dan ontwaakt in ons een licht, dat langzaam zijn schemerende kleuren verliest, dat van parelmoer overgaat in een licht dat geen onderscheid meer toont, maar juist daardoor alomvattend is.

Het is u gegeven dit te bereiken. Want voor het einde kan komen moet de eenheid van Al door al beseft worden. Vrees dus niet. Denk niet aan dood of ondergang, want voor uw wezen, uw werkelijke wezen bestaan ze niet.

Denk aan licht en leven. Besef dat u deel bent van alle kracht en daaruit zult u kunnen waarmaken dat, wat je waarlijk bent, zelfs in de illusies van tijd en stoffelijk bestaan. Meer kan ik u niet zeggen.

Moge het besef in ons allen de sluiers doen wegvallen die ons schijnbaar scheiden, opdat de eenheid van de geest worde tot de kracht van alle dingen en de kracht van alle dingen wordt tot de omschrijving van de werkelijkheid waarvan we deel zijn.

Moge uw wegen, wegen van licht zijn, wegen van kracht en van ontwaken.