Kosmische evenwichten

uit de cursus ‘Kosmische aspecten’ (hoofdstuk 3) – december 1971

Kosmische evenwichten

Er bestaat een wet van evenwicht die door de gehele kosmos, voor zover mij bekend althans, geldt. Ze luidt:
Als enerzijds het evenwicht wordt verstoord, zal ter anderzijds een soortgelijke verstoring optreden zodat het evenwicht herontstaat. Dat komt er op neer dat, ofschoon alles in beweging is, elke beweging wordt gecompenseerd. Elke invloed die werkzaam is, wordt gecompenseerd door een andere invloed. Zelfs geestelijk geldt:
Elke inwerking op het ene punt, zal op het andere punt kunnen worden opgeheven. En dat werkt. Maar het werkt niet voor de gedachten van de mens. En daar zit dan voor de mens op aarde de grote moeilijkheid. Kosmische evenwichten bestaan wel degelijk.
Als wij te maken hebben met b.v. de ecologie, dan weten we dat elke verstoring van evenwicht ‑ of dat nu door een strenge winter is of door iets anders ‑ toch weer wordt gecompenseerd doordat de dingen anders gaan groeien en bloeien, dat er misschien een rijker jaar zal zijn, dat eventueel het landschap verandert en daarmee de gehele structuur.
Ook voor de mens en het menselijk leven is dat normaal waar. Er zit alleen een haakje aan. De mens ziet de wereld niet volgens de feiten, maar volgens zijn interpretatie daarvan. En dat betekent dat, als er een evenwichtsverstoring ontstaat, die voor hem op dat ogenblik en op dat punt niet aanvaardbaar is, hij aanneemt dat dit een blijvende invloed is. Hij begrijpt niet dat ze door de compensatie onmiddellijk teniet zal worden gedaan. Hij neemt dus aan dat hij het volste recht heeft erop te vertrouwen dat voortaan de situatie die is ontstaan, zal worden gecontinueerd. Je zou dan bijvoorbeeld kunnen zeggen: In Nederland denkt iemand: er is nu eenmaal een zeker evenwicht in de economie ontstaan, dus dat zal wel zo blijven. En als er dan factoren komen waardoor dat evenwicht zal worden verstoord, zegt men: Maar daarmee hebben wij geen rekening gehouden; dat is onrechtvaardig, dat is onjuist.
Toch is het heel logisch dat, als je welvaart creëert, die is gebaseerd op toenemende besteding, er een ogenblik komt dat er meer geld is dan koopwaar; en dat betekent devaluatie van het geld en daarmee in feite een toenemend tekort op het punt spaarfondsen. Het geld dat gespaard is, wordt elk jaar 10% minder waard, bij wijze van spreken. En dat betekent dus dat, als je tien jaar hebt gespaard, je eigenlijk meer dan 40 % tekort komt. Als men dat zo narekent, is dat een krankzinnige zaak want ik heb bij mijn berekening ook nog rekening gehouden met interest e.d.
Maar als wij weten dat op een bepaald punt iets toeneemt, dan weten wij ook dat er gelijktijdig een factor werkzaam wordt die dat effect weer opheft zodat de natuurlijke balans wordt hersteld.
In de economie kunt u dat nog betrekkelijk eenvoudig bekijken. U kunt zich realiseren dat een voortdurende uitbreiding van besteding gepaard moet gaan met een ontwaarding van geld. Maar dan kunt u zich ook realiseren dat het optreden van een kosmische kracht op aarde dus ook een toestand schept. Een toestand waar de mensen op rekenen en waar ze van uitgaan. Zodra die kosmische invloed wegvalt, komt er een andere, die compenserende ontwikkelingen tot stand brengt. Dat is iets wat men gewoonlijk over het hoofd ziet.
Als wij op het ogenblik te maken hebben met een aantal invloeden waarbij de tegenstellingen sterk toenemen (wit licht, er zijn ook rode factoren bij waardoor de hartstocht en de overgave waarmee men de tegenstellingen probeert te bestrijden, nog groter worden), dan denkt u dat dat zo blijft, dat gaat niet meer teloor. Maar de invloed verdwijnt.
Als wij eens kijken naar India‑ Pakistan, waarover iedereen nu praat, dan kunnen wij constateren dat de tegenstelling op zichzelf tot uiting is gekomen bij het optreden van een sterk rode invloed met intermitterend wit licht. Wij kunnen daarnaast constateren dat er nog een ogenblik van bezinning is geweest; daar was toen blauw licht. Daarna kwam het rode licht weer op en we kregen de onbegrensde actie in Oost‑Pakistan. Vanaf dat ogenblik werden de tegenstellingen scherper en met het toenemen van het witte licht ontstond het conflict India ‑ Pakistan. Dat was bijna onvermijdelijk.
Nu zijn die invloeden binnenkort weer verdwenen. Er is dan in de beschouwing van het probleem, door de gehele wereld zowel als in de houding van de combattanten zelf, een grote verandering. Maar houden ze daarmee rekening? Ze doen dat niet. Ze gaan verder met hun strijd omdat ze nu eenmaal begonnen zijn te strijden en dus elke andere oplossing (b.v. die in half januari met de blauw‑invloed merkbaar zou moeten worden) terzijde wordt geschoven.
Wij zijn al bezig. Wij kunnen niets anders doen. De mens verwerpt in zijn gedachteleven vaak de herstellende invloed en vormt zo hernieuwd een verstoring van een evenwicht dat, ofschoon het op aarde plaatsvindt, toch enigszins van kosmische geaardheid blijkt te zijn.
Het resultaat is duidelijk. Er zal dus door de kosmos zelf weer één nieuwe factor moeten worden ingevoerd. Er zal een nieuwe werking moeten komen, waardoor het evenwicht wordt hersteld totdat er weer een actie is waardoor de aarde als een redelijk geheel kan worden beschouwd.
Wat zal dat zijn? Wij kunnen denken aan het optreden van natuurinvloeden maar evengoed aan het uitbreken van een enorme ziekte. We zouden ons zelfs kunnen voorstellen, dat er op een gegeven ogenblik heel veel mensen plotseling allerlei fobieën gaan vertonen, waardoor ze eenvoudig niet meer geschikt zijn voor het voeren van strijd. Dat er daarbij slachtoffers vallen, kan de natuur niets schelen want voor het leven dat hier teloor gaat, herontstaat elders leven. Dat is helemaal geen zorg. En als dat leven stoffelijk niet bestaat, dan bestaat het toch geestelijk en valt de nadruk weer aan de andere kant. Dat geeft allemaal niet. Maar wat wel geeft, is vaak de onmogelijkheid voor de mens zich helemaal aan te passen aan een kosmisch ritme, een kosmische invloed, die bij herhaling optreedt.
Wij hebben wel eens getracht dat ritme uit te duiden in de levensspiraal. U kent het verhaal wel: Die spiraal begint hier, zij loopt naar het middelpunt toe en hoe dichter je bij het middelpunt komt, hoe sneller je dezelfde invloeden achtereenvolgens ondergaa, omdat elk punt op de spiraal een invloed vertegenwoordigt. De beweging versnelt omdat je dezelfde omloop, die je in het begin nog langzaam maakt, in het midden heel snel maakt want de bewegingssnelheid blijft gelijk. De invloeden komen dus sneller totdat je het middelpunt hebt bereikt waar alle invloeden samenvallen en er alleen nog maar een transit naar een nieuwe wereld kan zijn, waarna de spiraal weer naar buiten toe gaat tot het punt waar de beweging dreigt op te houden. Op dat punt gaan we weer omhoog en beginnen we weer aan hetzelfde proces. Het is een soort stapelspiraal.
Nu is deze levensspiraal maar een zeer beperkte voorstelling van de invloeden, die je ondergaat. Want als je dat voor een mensenleven zegt, kun je dat evengoed voor de aarde zeggen.
De aarde doorloopt een bepaalde baan. In die baan krijgt ze achtereenvolgens bepaalde invloeden door te maken. De korte frequenties worden vaak voorgesteld als een spiraalwikkeling waaruit de gehele spiraal is opgebouwd. Maar in dat grote ritme komt er een ogenblik waarin de aarde weer hetzelfde klusje invloeden afdraait, en weer en weer. 0ok hier zou theoretisch dat versnellingsproces moeten plaatsvinden.
De ritmen, die bij de grote spiraal betrokken zijn, lopen over het algemeen over duizenden jaren. Ik geloof dat de kortste ongeveer, 12.500 jaar is. De langste is ongeveer 242.000 jaar. Deze tendensen keren steeds terug. Als je als mens op aarde leeft, maak je natuurlijk niet al die tendensen mee maar alleen een bepaald stukje daarvan. Daardoor ben je niet in staat tot vergelijking van ontwikkelingen te komen.
Als wij de oerzee zien, die enorme brijachtige zoutoplossing die, als het dikke wolkendek dat er als een korst bovenop ligt een ogenblik scheurt, plotseling een hevige straling krijgt waarin leven ontstaat, dan zijn wij niet geneigd te zeggen: Dat is iets wat weer kan gebeuren. En toch is het denkbaar dat op een gegeven ogenblik in de historie van de aarde datzelfde moment weer aanbreekt. Dan zullen de verschijnselen misschien enigszins anders zijn maar ook dan zal een nieuwe vorm van leven, een nieuwe mutatievorm ontstaan en zullen de andere levensvormen verouderd zijn. Er zijn reeds van die momenten geweest in de geschiedenis van de aarde.
De mens zegt: Ja, dat kan wel waar zijn, het is een mooie theorie, maar ik kan er zo weinig mee doen. Dan moet je terug naar de kleine evenwichten en zeggen: Wat er in die lange termijn van de wereld gebeurt, is een milieu‑bepalende invloed waaraan je je niet kunt onttrekken. Als je in een bepaalde cyclus incarneert, dan zul je de omstandigheden van die cyclus moeten doormaken.
In elke cyclus treden vanuit de kosmos invloeden van velerlei soort en aard op: van hoog‑geestelijke tot de zuiver op zwaartekracht en straling gebaseerde invloeden, die van stoffelijke aard zijn. Al die invloeden onderga je. Al die invloeden, omdat ze weer kunnen optreden op korte termijn, dragen echter in zich reeds een compenserende werking. En dat betekent: als ik arm ben, kan ik misschien tijdelijk rijk worden, maar ik zal weer arm worden. Het betekent: als ik rijk ben en deze rijkdom een actief deel van mij is (het gaat hier dus niet om bezit maar om iets waar je zelf deel aan hebt), dan kan ik tijdelijk arm zijn maar die rijkdom keert terug. Ik kan er dus geen eind aan maken. Zo geldt ook dat, als ik in het begin van een mensenleven een invloed zie optreden (laten we zeggen: de grote liefde die misloopt), dan kan ik er wel zeker van zijn dat iets dergelijks zich herhaalt. Het herhaalt zich misschien niet met gelijke intensiteit en het verloop kan door onze eigen interpretatie er voor ons een beetje anders uitzien, maar de feiten blijven ongeveer gelijk en de invloeden die meespelen ook.
Kijken wij in het verleden en vinden wij een voor ons positieve en een negatieve invloed en zien wij dat die beide elkaar compenseren, dat ze ertoe neigen een bestaande toestand hernieuwd tot stand te brengen, dan weten we zeker dat ze ook verder in het leven weer zullen voorkomen. Daar zijn regels voor. Eén daarvan is:
Als ik een periode van een week heb tussen positief en negatief, dan zal in de tweede fase de tijd anders kunnen zijn. De periode kan dan twee weken zijn, maar dat betekent ook dat de tussenruimte, die er was tussen de eerste en de tweede maal dat de periode optrad, eveneens wordt verdubbeld.
Dat vinden wij ook met onze krachten. Er is prana (levenskracht) op de wereld. Deze levenskracht is niet altijd even sterk. Nu zijn er perioden ‑ vaak zelfs jaren ‑ dat je zegt: Dit jaar was ik veel vitaler. Ik heb veel meer gedaan, ik had veel meer zin in de dingen. Dan komen er een paar jaren dat dat niet zo is, en dan komt het weer terug. Dan heb ik weer zo’n intens jaar. Dat is ook een ritme. U moet er dan wel rekening mee houden. Die levenskracht krijgt u. Wat u daarmee doet, bepaalt u zelf. U kunt het bij wijze van spreken in het eerste jaar gebruiken om er ruzie mee te maken, in het tweede jaar er een een huis mee te bouwen en in het derde misschien om er een grote geestelijke scholing mee te volgen. De manier waarop iets wordt gebruikt, is uw zaak. Het optreden van de invloed is kosmisch. Als een invloed optreedt, moet een compenserende invloed eveneens optreden. Dat is misschien ook goed om in je leven eens te onthouden.
Als u iets doet wat goed is, dan impliceert dit dat er ergens op de wereld iets gebeurt dat vanuit uw standpunt kwaad is. Als u iets doet waarvan u zelf zegt: Ik vind het dubieus, dan zal er elders ook iets gebeuren dat op een tegengestelde manier even dubieus is. Het is interessant na te gaan in hoeverre deze kosmische evenwichten in de menselijke relaties een rol spelen. Je komt dan tot vreemde ontdekkingen.
Als wij zien dat een bepaald deel van de wereld rechts is in de politiek, dan zien wij gelijktijdig dat, naarmate rechts extremer wordt, elders een extremer links ontstaat. Wat is nu de afstand tussen die twee? Dan blijkt dat in het verleden die afstand groot was. Zelfs nog een paar honderd jaar geleden was die afstand ruimtelijk uit te drukken in duizend en meer kilometers. Als je nu gaat kijken, kom je tot de conclusie dat de onderlinge afstand meestal niet veel meer is dan 20 kilometers van het centrum van de linkse tot het centrum van de rechtse groepering. Dat kan dan de plaats van samenkomst zijn, het kan ook de plaats zijn waar de meeste van die mensen wonen. Dat houdt in dat de dingen, die elkaar in feite bestrijden en daardoor een zeker evenwicht tot stand brengen, steeds dichter bij elkaar komen.
Wat is de logische conclusie uit al het voorgaande t.a.v. het gestelde voorbeeld? Dat er een moment komt dat links en rechts bij dezelfde mensen vertegenwoordigd zijn en op één plaats optreden. Als dat is gebeurd, ontstaat er iets nieuws. Het permanente evenwicht, dat kosmisch wordt veroorzaakt, brengt de tegenstellingen naar elkaar toe. Maar op het ogenblik dat de tegenstellingen elkaar hebben bereikt en a.h.w. samensmelten tot een nieuw geheel, ontstaat er elders (en dan zit daar waarschijnlijk weer die grote afstand tussen) een andere fusie met een tegengestelde inhoud. Een krankzinnige situatie.
Dan hebben we datzelfde ook nog met afstand in tijd. Als we nagaan hoe de moralistische beschouwing van het menselijk bestaan functioneert, dan vinden wij precies hetzelfde. Er zijn perioden van liberalisme, zo niet van libertarisme. Een dergelijke periode duurt over het algemeen niet erg lang, 40 á 50 jaar. Is die tijd afgelopen, dan wordt ze opgevolgd door een periode van toenemende orthodoxie. Die orthodoxie zal niet alleen slaan op het gedrag maar evenzeer op de geestelijke waarden van de mens, zijn benadering van de Godheid én van de problemen van het leven. En dat is ook het geval met het libertarisme.
De mens balanceert in de tijd a.h.w. voortdurend tussen dingen, die je zou kunnen vergelijken met nihilisme en directionalisme; van een absolute ontkenning van alle waarden van gezag en samenhang tot een absoluut geleid worden door het gezag. Ook deze wederkerigheid is steeds aan de gang. Maar als op één plaats die wisseling kan geschieden, dan zal op een andere plaats hetzelfde proces zich voltrekken in een tegengestelde richting. En dat is het interessante ervan.
Misschien zegt u: Ach, dat zijn allemaal ritmen en dat heeft met de kosmische werkingen én de kosmos niet zoveel te maken. Ik zou u gelijk kunnen geven indien wij deze dingen niet kosmisch zouden kunnen afmeten.
Als je het jaar 1972 aan de hand van kosmische invloeden bepaalt, dan zeg je: Dit is een jaar van absolute omwenteling. Er moet enorm veel aan ellende, aan staking, aan oorlog e.d. bijna onvermijdelijk zijn. Is dat waar? Ja en neen tegelijk. Het is waar dat de invloeden, die daartoe leiden, niet te ontgaan zijn. Wat er ook verder aan de hand is, aan het einde van 1972 en begin 1973 wordt u geconfronteerd met een wereld waarin verhoudingen en waarden aanmerkelijk zijn veranderd. Of die verandering inderdaad zal plaatsvinden door een wereldoorlog, mijnentwege door de vernietiging van een groot gedeelte van de mensheid of iets dergelijks dan wel alleen maar door een versnelde mentale ontwikkeling, kan niemand zeggen.
Willen we proberen daarover iets meer te weten, dan kunnen we niet meer blijven staan bij de eenvoudige evenwichtsfuncties, zoals die in de stoffelijke kosmos optreden en de stralingen, die we toch ook als door de materie georigineerd kunnen beschouwen. Dan moeten we gaan kijken naar de hoge geestelijke krachten en de hoge geestelijke stralen. We komen dan met verbazing tot de ontdekking, dat die geestelijke stralingen ‑ voor zover zij het jaar 1972 betreffen ‑ een vreemde afremmende en stimulerende werking hebben in een ritme dat bijna 2‑maandelijks is. Er zijn dus 6 concrete wisselingen van tendens. Die 6 wisselingen doen ons dan weer afvragen: Hoe zal de mens reageren? Want het ene ogenblik is er een absolute neiging tot enorm geweld en nog geen 45 dagen later begint diezelfde mens weer te neigen naar vrede en in Godsnaam alles maar aanvaarden.
De kosmische krachten van geestelijke oorzaak moeten ook rekening houden met het evenwicht. Zij kunnen zich daaraan niet onttrekken. Ze kunnen geen onevenwicht tot stand brengen maar ze kunnen er wel voor zorgen dat de voortdurend optredende tegengestelde krachten, die geestelijk worden geleid, elkaar a.h.w. aanvullen.
Nu mag ik hier een voorbeeld gebruiken, dat thuishoort in de heel primitieve elektro‑techniek.
Elke batterij heeft een plus en een min. Als er een plus is geweest, komt er een min en als er een min is geweest, komt er een plus. Nu kunnen we zeggen: die dingen heffen elkaar op. Dan hebben we veel batterijen en geen stroom. We zijn niet in staat om alle plussen naast elkaar te zetten en evenmin alle minnen. Dan zouden wij een enorme potentie krijgen, een zeer groot vermogen in stroom en een zeer beperkt vermogen inspanning. Kosmisch is dat niet mogelijk. Maar die geestelijke krachten kunnen wel één ding doen: zij kunnen de periodiciteit, waarmee de plus en de min optreden, een grotere tussenruimte verschaffen dan de min en de plus. Het vreemde is dan dat min aan plus is gebonden. We krijgen een toenemende spanning, een steeds hoger voltage.
Dat is nu wat wij in het jaar 1972 zien. Dan zou je tot de conclusie moeten komen dat er een veel grotere geladenheid en spanning zal zijn aan het einde van het jaar dan in het begin van dat jaar. En laten we dat jaar in dit geval maar astrologisch bepalen en dus beginnen bij het lentepunt tot het volgende lentepunt, want dan zitten we in de tijd het meest juist georiënteerd.
Dan zijn mijn conclusies in deze dat geestelijk geleide krachten zich niet aan de wet van kosmisch evenwicht kunnen onttrekken, maar dat zij wel de krachten zodanig kunnen verbinden of onderling hiaten daartussen scheppen dat grote spanningen worden opgebouwd, dan wel dat juist elk optreden van spanning wordt vermeden. Deze zaken, omdat ze voor het merendeel in de menselijke geest (de mentaliteit van de mens) tot uiting komen en niet onmiddellijk in feiten, zijn aan de wet van kosmisch evenwicht niet volledig onderworpen.
Nu zult u zeggen: Dat is mooi, nu hebben we een kosmische wet, die overal geldt behalve bij de mentaliteit. Waarom zou dát nu het geval zijn? Dat is eigenlijk betrekkelijk eenvoudig.
Wat de mens denkt, is geen werkelijkheid. Omdat het geen werkelijkheid is, wordt de totale samenhang en waarde daarvan bepaald door zijn eigen persoon. Uw denkwereld wordt opgebouwd uit de kosmos, maar is op zichzelf niet van kosmische geaardheid en als zodanig niet gebonden aan de wetmatigheden, die de gehele kosmos bepalen. Eerst op het ogenblik dat u uw innerlijke wereld, uw denkwereld, gaat omzetten in feiten, zullen deze weer onderworpen zijn aan de wetten van evenwicht en daarmee ook aan elke beïnvloeding van meer materiële geaardheid.
Dan hebben wij de mogelijkheid om positieve krachten in onszelf te scheppen, die niet worden gecompenseerd. Als wij innerlijk een positieve stap doen, dan volgt daar niet noodzakelijk ook een negatieve op. Alleen zodra het naar buiten treedt, wordt het anders. En dat betekent het volgende:
De mens kan aan de hand van het zodiacteken, waartoe hij behoort – en eventueel ook de planeet waaronder dat teken staat, die kan ook invloed hebben, en mede de straal waartoe hij behoort –  bepalen wat zijn werkelijke mogelijkheden zijn. (De straal moeten wij dan als hoofdafdeling zien, het zodiacteken en de planeet als onderverdelingen.) Hij kan dus, onderworpen aan de daaruit voortvloeiende condities, in zich een maximum aan vermogen opbouwen. Hij kan dat vermogen dan ontladen en daardoor een voor zijn innerlijke wereld volledig positieve vooruitgang, desnoods inwijding, bereiken zonder dat hij zelf wordt getroffen door de antithese van de kracht, die door het kosmisch evenwicht altijd weer ergens wordt gecreëerd en op gelijksoortige wijze manifest wordt gemaakt. Daarin zit nu één van de geheimen van de menselijke bewustwording. Onze bewustwording is niet gebonden aan de wet van evenwicht.
Indien voor ons kosmische krachten optreden (uitgezonderd de directe goddelijke Kracht; die zullen we even buiten beschouwing laten omdat ze zo theoretisch is in eigenschap en kwaliteit, dat wij er geen weg mee weten, maar wel alle andere krachten, die in de kosmos optreden, van de hoogst‑geestelijke tot de laagst‑stoffelijke), dan maken ze deel uit van de vorming van onze persoonlijkheid en tevens van de inhoudsmogelijkheid van ons bewustzijn. Maar hoe wij dit innerlijk ook construeren, wat wij er innerlijk van maken, de eenheid die wij daaruit voor onszelf smeden is onaantastbaar. Zij kan door die invloeden niet worden vernietigd, opgeheven of geperverteerd.
Naarmate het eigen bewustzijn positiever is en daarin meer positieve kracht aanwezig is, bestaat voor de mens in grotere mate de mogelijkheid om vanuit zichzelf ongewenste toestanden te compenseren. Hij zal hiermee de toestanden niet teniet doen. Hij zal er echter wel aanleiding toe zijn dat elders compenserende werkingen ontstaan. Maar u moet één ding niet vergeten: Er zijn landen waar ze graag een beetje zon hebben en landen waar ze graag wat regen hebben. Het zou dus mogelijk zijn, dat u in Nederland besluit: nu willen wij graag een paar droge dagen hebben en dat ze daardoor in de Sahara de felbegeerde regendagen krijgen. Een uitwisselingssysteem. Dat is alleen mogelijk indien die kracht bewust wordt gemanipuleerd. We kunnen ons aan het ontstaan van het evenwicht niet onttrekken zodra het gaat om zaken buiten ons. Maar wij kunnen in grote mate de wijze bepalen waarop de compenserende factor tot stand komt.
Mag ik nu overschakelen naar een terrein dat onder bijgeloof pleegt te vallen, namelijk de magie.
In de magie kennen wij ook een dergelijk principe, dat te herleiden is tot het ‘zo boven, zo beneden’ (Uit de tabula smaragdis van de Hermetica).
Als ik een actie doe, stoffelijk of geestelijk, dan schep ik daardoor de tegengestelde waarde elders. Als ik hier een overvloed schep, dan zal ik ergens anders een tekort scheppen. Als ik hier vruchtbaarheid tot stand breng, dan moet elders onvruchtbaarheid of dood, beide zijn mogelijk, daaruit resulteren. De situatie van de magiër is eigenlijk zo dat, als hij de doodspijl wil afschieten, hij alle levenskracht moet opwekken. En door het richten van de pijl, geeft hij het punt aan waar alle levenskracht aan wordt onttrokken en dat zou dood ten gevolge kunnen hebben, mits dat punt voor hem bereikbaar is.
Waarom zouden wij nu, zonder direct naar de doodspijl e.d. te grijpen, deze wet, die toch ook te maken heeft met. kosmische krachten, niet in het gewone menselijke leven kunnen gebruiken?
Als wij iemand goed toewensen, kunnen wij dat alleen doen door iemand anders kwaad toe te wensen. Dat klinkt vreemd, maar het is waar. Laten wij een eenvoudig voorbeeld nemen.
U wilt, dat uw nichtje voor het examen slaagt. Dan moet u hopen dat de examinatoren verwarder zullen zijn dan uw nichtje. Zo heeft u grote kans dat het werkt. Als u alleen maar wilt dat zij buitengewoon goed in haar feitenkennis zal zitten, dan is de kans heel groot dat een examinator juist een veel sluwere bui heeft.
Dit kun je op elk terrein toepassen. Als je dus geluk toewenst op een bepaald gebied (b.v. aan een zakenman, die je concurrent is), dan veroorzaak je ook een compenserende werking. En als je nu maar zorgt dat die jezelf niet treft, dan kun je door de ene concurrent te bevoordelen de ander uitschakelen. Dat hebben trouwers de grote zaken allang geleerd als deel van wat zij noemen: economische politiek. Er zit echter een magisch beginsel achter.
Ik geloof niet dat je het zover moet doorvoeren dat je daarmee mensen wilt kwellen of vernietigen. Maar in heel veel gevallen wil je voor jezelf b.v. een bepaalde toestand beëindigen. Dat kun je nooit doen door haar te bestrijden. Je moet die toestand aanvaarden maar dan moet je daarin iets opbouwen dat tegengesteld is aan de dingen buiten je. Als je zelf miljonair wilt worden, dan moet je bij wijze van spreken je proberen voor te stellen wat het voor een miljonair is om arm te zijn. Dan kom je nl. in een evenwichtssituatie terecht. En als daar voor de miljonair ook maar een klein verlies is, dan is het bijna zeker dat er voor jou winst is. Dat is geen magie, dat is in feite gebruik maken van een kosmische wet.
Maar het is duidelijk dat kosmische wetten onder verschillende invloeden, gezien vanuit menselijk standpunt, een beetje anders reageren.
Als u te maken heeft met een rode tendens, dan weet u: hieronder treden moed, maar ook hartstocht op de voorgrond. Als u nu net een kerk wilt gaan bouwen, dan geloof ik niet dat u dan op dat moment uw magie moet gaan uitstralen: ‘er is hier geen godshuis’, want dan komt er aan de andere kant een kroeg in plaats van een kerk te staan, dat garandeer ik u. In oude dorpen kun je zien dat dat ook gebeurd is. Je moet dus wachten op een passende tendens. Voor een kerk is een blauwe invloed ideaal, ook voor een universiteit of een school. Dat zijn dingen, die je het best geestelijk kunt benaderen en desnoods via symbolische acties kunt versterken, wanneer er een blauwe invloed heerst. Op dat ogenblik zijn geloof en weten inderdaad harmonisch. We zitten dan in een kosmische tendens, waarin elke invloed op dat moment ons a.h.w. optilt. We kunnen dan iets bereiken. En hebben wij wat bereikt, dan zullen er wel weer dingen teloor gaan. Ons ideaal is onbereikbaar want de zaak gaat weer naar beneden, maar die school, universiteit of kerk staat er dan toch maar. En dan kunnen wij van de volgende tendens misschien weer gebruik maken om een beetje helderheid en licht te brengen, een beetje duidelijkheid in de situatie.
Daarvoor moeten wij een periode hebben van wit licht. Of we willen misschien juist een rustpunt en vrede scheppen. Dan kiezen we daarvoor in de eerste plaats een periode waarin het gouden licht domineert. Op deze manier kun je iets bereiken, indien je tenminste weet wanneer die verschillende perioden optreden. En dat is voor veel mensen het zieke punt. Ik wil proberen u daarvoor een tip te geven.
Rode invloeden zijn frequent. Een rode invloed treedt gemiddeld op 1 keer per 40 dagen. Sterke rode invloeden treden altijd op na elk vijfvoud en elk twaalfvoud. Dus als wij 5 keer een rode invloed hebben gehad, dan komt er één invloed die sterker is, ongeveer 3 keer zo sterk, vergelijkend gesproken. Maar hebben we het twaalfvoud, dan komt er een enorme explosie waarbij de invloed van rood ongeveer 17 à 18 keer zo sterk is dan normaal. Houdt u er rekening mee dat het tienvoud (dat is 2 x 5) ook sterker is. Als ik voor de aanloop gebruik heb gemaakt van een paar kleine rode tendensen, dan moet ik die crisisperiode nemen en daarin het maximum aan kracht leggen voor de bereiking, die daarmee in overeenstemming is.
Voor blauw ligt de zaak wat anders. Blauw‑tendensen komen betrekkelijk weinig voor. Ze treden op aarde gemiddeld eens per 90 dagen op in zwakke tendens, maar werkelijk krachtige blauw‑perioden treden ongeveer eens per 81 perioden op. En de heel sterke blauw‑invloed, die zelden voorkomt maar meestal wel langere tijd duurt – de inwerking daarvan ligt tussen de 50 en 100 jaar ‑ komt gemiddeld pas na 721 cycli, waarin blauw heeft gedomineerd.
Het gouden licht is ook niet zo vaak aanwezig. Het gouden licht treedt op aarde op in de kleine tendensen eens per 65 dagen; in de grote tendensen gemiddeld eens per 700 dagen. Als wij 6 grote cycli hebben gehad, krijgen wij de periode van maximale levenskracht.
De wit‑invloeden zijn frequenter. De wit‑invloed herhaalt zich op aarde gemiddeld eens per 25 dagen. Hier kunnen wij aannemen dat sterke wit‑invloeden voorkomen wanneer ongeveer 20 kleine cycli voorbij zijn gegaan terwijl de super wit-invloeden wonderlijk genoeg komen wanneer een grote en een kleine invloed samenvallen; dus wanneer de tendensen volledig samenvallen. En dat betekent dat gemiddeld in elke 20e periode van de grote cyclus het maximum bereikt is, maar dat eens per 2 jaar een maximum cyclus van wit onvermijdelijk is.
Typerend voor u is daarbij dat de wit‑invloeden in het noordelijk deel van de wereld gemiddeld liggen tussen ongeveer 27 november en 10 januari. In deze periode komt altijd de maximum invloed van het jaar voor. Dan valt alles samen: de invloed op de mentaliteit van de mensen, de invloed van de sterren en vele andere dingen om zo een maximum te scheppen van wit licht, dat reinigend is, dat bijzonder veel inzicht geeft en dat verscherpt, maar dat ook de tegenstellingen bijzonder scherp tegenover elkaar zet. Je zou haast kunnen zeggen: elke keer na kerstmis komt de uitverkoop. Daar lijkt het wel wat op, ook wat de idealen betreft.
Dan zouden wij nog kunnen spreken over het z.g. zilveren licht, wat in feite een menging is van blauw en wit. Dat treedt op, elke keer als de wit‑ en blauw‑perioden elkaar dekken, d.w.z. dat de punten waarop ze werkzaam zijn, binnen 3 dagen van elkaar verwijderd liggen.
Dan wil ik u er nog op wijzen dat wij op het ogenblik (7 december 1971) zitten in het aflopende deel van een rood‑periode van meer dan normale sterkte en ons gelijktijdig bevinden in een aanlopende reeds werkzame wit‑periode waarvan, als ik mij niet vergis, het punt van grootste sterkte ligt rond 17 december. Nu heeft u dan twee punten om u te oriënteren. Al deze dingen zijn eigenlijk bijkomstig. Het is alleen maar om u een inzicht te geven in de mogelijkheid om ermee te werken.
Wat kunnen wij nu veronderstellen aan de hand van de kosmische inwerkingen op geestelijk terrein? Die zijn weliswaar ook gebonden aan evenwicht, maar niet sterk gebonden aan het optreden van de verschillende stralen. Wij zeggen nu ‑ en dat is dus een benadering van de waarheid, niet de volledige waarheid ‑ dat de bezieling van bepaalde hemellichamen en van de daarmee vergelijkbare entiteiten, die in de niet‑stoffelijke wereld bestaan, op zekere ogenblikken harmonisch zijn. Waar deze harmonisch optreden, kan de grootste omwenteling door geestelijke inwerking tot stand worden gebracht. En om daar weer een eenvoudig voorbeeld van te geven:
Stel dat Jezus (een kosmische persoonlijkheid buiten deze wereld) zijn invloed op de wereld op een gegeven moment harmonisch maakt met de maan: Arcan. Dan zal dus in de periode van volle maan plotseling de gehele waarheid van Jezus een nieuw leven krijgen. Dan zal die geestelijke wereld de denkwereld van de mens kunnen veranderen.
Hier zien wij dat er in de geest ook een zekere afhankelijkheid bestaat. Je kunt niet zeggen: Hier is een Heer van wijsheid en die zal de mens op aarde wel even inspireren. Die Heer van wijsheid kan het pas goed doen op het ogenblik dat ook Neptunus met hem en met de aarde harmonisch is. Men zou er misschien een nieuw soort astrologie voor moeten ontwerpen. Daar zit echter één moeilijkheid bij: men kent de omlooptijden van de hoge geestelijke entiteiten niet.
Alles wat zo werkt heeft ‑ laten we dat niet vergeten ‑ twee kanten. Als ik de harmonie van Jezus Arcan heb genoemd, dan krijg ik een op mystiek gebaseerde Christus‑beleving op aarde. Maar dat betekent gelijktijdig dat daardoor een grotere vijandschap tegen of afbraak van andere vormen van christendom onvermijdelijk wordt. Ze bestaat dus nooit uit één functie van zo’n kracht, maar altijd uit twee functies. En omdat we deze over het algemeen te weinig beseffen, indien wij zelf aan één daarvan deel hebben, wil ik u nog één regel leren:
Wanneer wij komen tot een hetzij mystieke of andere eenheid met een groot‑geestelijke invloed  op een ogenblik dat deze ook met bepaalde in de materie werkzame entiteiten harmonisch is, moeten wij de innerlijke werking daarvan volledig doorleven. De uiting daarvan echter ‑ en dat is een heel belangrijk punt! ‑ moeten wij altijd relativeren, opdat wij niet aan de innerlijke beleving de voorwaarde van een uiterlijke vervulling zonder meer verbinden. Doen wij dit namelijk, dan zal door de feiten buiten ons de innerlijke beleving van haar kracht en waarde worden beroofd. Relativeren wij de zaak echter, dan zal ons nieuw gezichtspunt ons ondanks de vele tegenstellingen, die gelijktijdig tot stand zijn gekomen, in staat stellen om daarin de door het innerlijk besefte en als juist erkende weg te volgen naar nieuwe bereikingen.
Ik denk dat ik u daarmee heel wat heb verteld omtrent kosmische evenwichten en invloeden. Er zijn natuurlijk ook nog andere dingen waarover we kunnen spreken. We zouden ook de z.g. spiraal van de sferen en de kringloop door de sferen nog een keer moeten bezien in dit verband, maar voor heden acht ik dit voldoende.

Ongevallendienst

Als op aarde de zaak een klein beetje in het honderd loopt, moet de geest met alle kracht en invloed ter beschikking staan om uit het vele slechte toch nog het beste te kiezen en te verwezen- lijken. Wat wezenlijk een grote plaag is voor de geest, aangezien de mensen over het algemeen het beste als het slechtste beschouwen. Dat komt omdat de mens als zwartkijker gewoonlijk in zijn beschouwingen datgene wat erg is, interessanter vindt dan datgene wat minder erg is, zodat hij zijn aandacht niet richt op wat het best zou zijn. Dit is dan het beste wat wij kunnen doen:
Als wij weten dat er oorlog is, dan moeten wij zorgen voor een afhaaldienst. Doorgaans nemen wij daarvoor oud‑sergeants. Die kunnen de overgeganen in het gelid zetten, dan marcheren ze wel verder… Voorts moeten wij ervoor zorgen dat degenen, die de werkelijke schuldigen zijn, onder druk worden gezet. Dat betekent voor ons heel veel inspiratie en ook veel transpiratie. Daarnaast ‑ en dat is misschien wel het belangrijkste ‑ moeten wij een soort weerkaart opmaken van de te verwachten invloeden. Als je dat eenmaal hebt gedaan, dan weet je: er komt op het ogenblik een hogedrukgebied van wit aangekropen van rechts. Wij moeten er dan rekening mee houden dat de tegenstellingen het scherpst zullen komen in die gebieden waar rechtse denkbeelden werken. En dat betekent dat wij nu de zaak het hardst moeten aanpakken in Pakistan. Daar is het werkelijk: Pakistan, pak es an. Daar heeft men de meest rechtse instelling.
De wit‑invloed, die nu aankomt, is in haar werking op dit moment nog voornamelijk harmonisch met rechts. Dus moet rechts eerst op zijn kop krijgen en dan kunnen wij zo dadelijk nog zien wat wij voor links kunnen doen.
Zo’n weerkaart opbouwen is betrekkelijk eenvoudig, indien je je losmaakt van de wereld. In de kosmos zie je al die krachten als een soort schijnwerpers, die zich in een bepaalde richting bewegen. Dan kijk je maar op welk punt ze de aarde zullen raken en ook ongeveer op welke tijd. Van daaruit kun je verder dan berekenen wat de mogelijkheden zijn voor een arme geest, die ook nog wat invloed wil geven op een bepaald ogenblik.
Hebben we de taken zo verdeeld, dan komt misschien wel de grootste moeilijkheid. Wie moeten we inzetten om een bepaalde groep of een bepaald mens vanuit de geest een beetje op de vingers te tikken?
Indien wij te maken hebben met iemand uit de islam, dan zou het natuurlijk ideaal zijn als we Mohammed zouden kunnen laten verschijnen. In ieder geval moeten we geen hamfabrikant nemen. En als we te maken hebben met het Vaticaan, dan hebben we meer aan een bisschop (mits die niet onlangs als niet‑heilig is verklaard, zoals Nicolaas), die daar in de gewijde sfeer dan misschien de nieuwe invloed in de juiste termen kan gieten. Want een van de redenen waarom ze mij voor dat soort werk zo weinig gebruiken, is, geloof ik, wel dat mijn vermogen tot formulering in tegenstelling is tot de diplomatieke gebruiken, die een mens bij een dergelijke inspiratie op prijs stelt.
Als ik zo kijk wat er op dit moment wordt gedaan, dan kan ik opsommen: Grote activiteit in Pakistan; voorbereiding van twee grote acties van India; voorbereiding van een sterke actie tegen Zuid‑Korea; voorbereiding van een nieuwe omwenteling in China; voorbereiding van een politiek débâcle in de Ver. Staten en daarnaast nog het voorkomen van twee economische débâcles in West‑Europa. Dan hebben we nog de zielszorg voor velen. Is het een wonder dat we er zo nu en dan wat zielig uitzien?
Dus je bent bezig. Je probeert stoffelijke dingen te beïnvloeden en ook geestelijke zaken. Je houdt rekening met alle krachten en toestanden en dan moet je nog op een gegeven ogenblik kijken waar je nu eigenlijk het juiste woord kunt vinden. Momenteel is een van de slagzinnen in de komende tendens al bijna ‘Uw Koninkrijk kome’. Daar gaan we nu echt naartoe. En dan bedoel ik niet vanwege de luchtvervuiling. Als we twee maanden verder zijn, dan zou je dat het best kunnen uitdrukken met: amen.
Op het ogenblik is het de wens naar verandering. De lijnrechte tegenstelling, die langzaam maar zeker begint te verflauwen, wordt gevolgd door de idee van een vaste relatie, een vast huis en daarop volgt dan inderdaad bevestiging. Dus allerlei dingen, die werden vermoed, worden dan zekerheid. En daar moet je als geest dan maar in mee ploeteren.
Ik kan u vandaag geen zekerheid geven omdat het daarvoor de tijd niet is. Ik kan u wel dingen zeggen die zeker zijn; maar dat gelooft u toch niet. Want op het ogenblik dat zekerheden werkelijk tellen, zal één woord meer uitwerken dan twintig woorden vandaag.
De moeilijkheid ligt voor ons natuurlijk op geestelijk vlak want we zitten in een sfeer. Nu kan het in een sfeer buitengewoon aangenaam zijn. Maar ook in die sfeer werken invloeden. Die invloeden zijn niet helemaal gelijk aan die van uw wereld. Het kan zijn dat ik in mijn wereld een maximum aan lering kan krijgen en in uw wereld gelijktijdig een maximum aan bezigheid. Dan zeg ik de ene keer: Nu ga ik leren, de volgende keer ga ik wel bezig zijn. Ik ben zo iets als de ‘bezige bij’ zo nu en dan. U weet het, vlieg er eens uit met een boek. Dat kun je altijd gemakkelijk krijgen uit de geestelijke restanten.
Heel vaak is datgene wat je op aarde tot stand wilt brengen, eigenlijk een restant. Het is datgene, wat de mensen al hebben opgegeven of wat eigenlijk alweer ouderwets lijkt. Je kunt als geest niet beginnen met b.v. de opvolgers van Oranje‑Vrijstaat op de voorgrond te duwen. Integendeel, wij bevinden ons nog in het provo‑tijdperk. Daarvan zijn op het ogenblik de invloeden het meest merkbaar en daarmee kan het meest worden gedaan. Maar ja, als je nu geen provo bent, dan heb je het wel erg moeilijk. Je kunt niet in de taal van een notaris provo‑gedachten verder uitdragen. En je kunt, geloof ik, ook niet een ambtelijke noodzaak in de wat vage termen van een Oranje‑Vrijstaat vertalen. Deze moeilijkheid brengt je er dan ook toe om bepaalde perioden te kiezen voor bepaalde werkzaamheden.
Ik kan over het algemeen tamelijk goed uit de voeten in een tijd dat het witte licht of het blauwe licht heerst. Is er rood licht, dan ben ik veel minder zuiver in hetgeen in wil brengen. Mijn uitdrukkingsvermogen schijnt eronder te lijden. Kort en goed, heb ik in een dergelijke periode een toch wel ernstig gemeend en goed geformuleerd vermaan uitgesproken, dan is de reactie van de goegemeente vaak niet: daar kon hij wel eens gelijk in hebben, maar: Henri was vandaag een beetje vervelend. Dat neem ik u niet kwalijk, want ik weet waar het vandaan komt. Maar het is duidelijk dat, als ik werkelijk exact iets tot stand wil brengen, ik de periode moet kiezen die het best past bij mijn persoonlijkheid, bij de manier waarop ik pleeg te denken, te reageren etc.
Dat geldt voor alle geesten. Daarom krijg je ook bepaalde groepen entiteiten, die bij een bepaalde invloed aan het werk zijn. Ze zijn er doodgewoon aan gewend. In vele gevallen zou je het kunnen vergelijken met vliegen.
Kijk eens, als je het toestel van de gebroeders Wright goed kunt besturen, betekent dat nog niet dat je in een straaljager geen ongelukken maakt. Zonder mij tot de allereerste piloten te willen rekenen, geef ik toe dat ik niet pas in een tempo dat te snel gaat. Daarom kan ik mij in hoogtepunten van actie op aarde niet voldoende weren. Evenmin kan ik dat doen bij hoogtepunten van geestelijke energie. Wel weer kan ik mij weren, indien er sprake is van een zekere beschouwelijkheid, bezinning, van enige levenskracht of van een duidelijk begrip voor tegenstellingen.
Wat ik voor mijzelf zeg, geldt voor andere geesten in andere termen en op andere voorwaarden. Ook wij zijn sterk afhankelijk van datgene wat u in het onderwerp in de eerste helft van de cursus heeft gehad. Ook wij weten dat er evenwichten zijn. In vele gevallen heb ik het idee dat ze mij naar beneden sturen om een soort evenwicht te vormen voor iets wat misschien een beetje te zwaar is geweest. En nu voel ik mij toch werkelijk niet als een licht kereltje en is het nog een geluk dat ik in mijn laatste incarnatie geen meisje ben geweest: Het gaat er doodgewoon om een zeker evenwicht te hanteren en dat zoveel mogelijk te laten bestaan. Ideeën, denkbeelden zijn voor een groot gedeelte tolvrij. Maar als er een onevenwicht in stemming ontstaat, dan heeft die een directe weerslag op datgene wat er op aarde gebeurt.
Wij hebben eigenlijk wel een soort ongevallendienst, als je het zo bekijkt. Overal waar een lichte verstoring van evenwicht optreedt, die in de resultaten niet helemaal aanvaardbaar is, daar moeten wij proberen de zaak af te remmen. Soms rijdt iemand met  zijn goede bedoelingen in het water en wij, uit de geest, maar weer takelen om hem uit zijn wanhoop tot een zekere positiviteit te krijgen. Elders hebben wij iemand, die het een beetje te hoog in de bol is gestegen en die op de toppen van zijn hoog‑geestelijke eenzaamheid Übermensch‑gedachten krijgt, die gevaarlijk wordt. Dan moet je zorgen dat hij naar beneden komt zonder dat hij zijn pootjes breekt. En dat kan heel erg moeilijk zijn, juist omdat we door onze eigen instelling en afstemming sterk gebonden zijn aan allerlei condities van tijd, van ruimte, ja, zelfs van de mensen of de geest, die wij kunnen helpen.
U dacht misschien, dat ik een grapje maakte toen ik zei dat in een oorlog de beste man om bij de overgang van soldaten te helpen, een sergeant is. Dat is geen grapje want dat sluit onmiddellijk aan bij de situatie waarin ze verkeren. Het is in overeenstemming met hun gewoonte, met hun mentaliteit. En ook als dat schijnbaar wat minder positief is en misschien ertoe kan leiden dat een peloton een hele tijd door Schaduwland marcheert, is het altijd nog beter dan geen hulp of een individuele hulp, die niet harmonisch is. Want dan heb je grote kans dat ze zonder leiding en begeleiding eenvoudig op hol slaan.
Zo ziet u dat het leven van een geest niet altijd over rozen loopt. Wij zien de toekomst niet altijd even rooskleurig in en onze relatie met uw wereld is zeker niet altijd rozengeur en maneschijn. Maar één ding is wel zeker: onze relatie met uw wereld is in geen geval schijn. Want datgene wat wij uw wereld brengen en wat uw wereld van ons krijgt, is wel degelijk werkelijk. Wij brengen wezenlijke veranderingen tot stand maar wij mogen het weer niet zo doen dat iedereen zegt: Daar heeft de geest aan zitten knoeien. Wij moeten het voorzichtig doen.
.Wij moeten ervoor zorgen, dat heel veel mensen met grote ego’s hun kostbare eigenwaan niet te zeer beschadigen. Wij moeten ervoor zorgen dat heel veel mensen met goede bedoelingen niet al te gefrustreerd geraken als wij trachten de invloeden ietwat meer in de voor de plaats en.de tijd juiste richting te sturen.
Soms heb ik wel eens het gevoel dat ik zo’n duvelstoejagertje ben en dat, als de ongevallendienst uitrukt, ze tegen mij zeggen: Veeg jij de scherven even bij elkaar en neem die paar dan alvast maar mee. En ja, dan ga je maar weer met een paar geesten. Niet dat ik er bezwaar tegen heb. Er zijn soms heel aardige geesten bij. Maar er zijn ook van die verongelukte ellendelingen bij. En dat mag je dan nog niet eens zeggen. Want als ik tegen hen zeg: Jij bent een ellendeling, dan lopen ze weg en ben ik nog verder van huis want ik moet er achteraan.
Neen, vrienden, als we al die inwerkingen uit de geest zien en als we de manier beschouwen waarop wij proberen dat aan te passen aan de menselijk behoeften, noodzaken, de eigenschappen, de kosmische kwaliteiten die rond ons zijn, evenals de gewone stoffelijke omstandigheden, dan heb ik wel eens het idee dat het toch eenvoudiger is om potten, pannen, veters etc. te verkopen. Maar aan de andere kant, juist omdat de taak zwaar is, ben je vaak erg tevreden als ze goed is volbracht. En soms kun je je tevredenheid en je geluk weer aan anderen meedelen.
Zeker, er zal wel weer iets tegenover staan, dat geloof ik graag. Vroeger was je met kleinigheden een tijdje blij. Nu ben je met heel veel werk en ellende soms een heel lange tijd blij. Ik heb zo het gevoel dat dat voor de mensen op aarde precies hetzelfde is. Er zijn ook kleine dingen waarbij je je even prettig kunt voelen. Maar soms zijn er moeilijke dingen; en indien je daarin bent geslaagd, dan voel je je pas werkelijk happy.
Nu weet ik uit ervaring dat je, om in die grote dingen te kunnen slagen, rekening moet houden met alles: met de straal die werkzaam is, met de kosmische tendens die op aarde heerst, met de werkingen die begonnen zijn en de daaruit ontstane tegenwerkingen. Zolang je probeert met alles rekening te houden en toch voortdurend actief te zijn, zul je later zeker veel resultaten hebben wanneer je bij de ongevallendienst komt en via invloeden uit de geest kunt proberen de mens te helpen beter te leven, juister te sterven en zijn wereld gezonder achter te laten.

Vuurdoop

Als een mens wordt geconfronteerd met strijd, dan is het eerste ogenblik dat hij die strijd werkelijk ondergaat, naar men zegt, zijn vuurdoop. Hij wordt a.h.w. gedoopt in het vuur en zal voortaan een ander mens zijn.
Ik geloof, dat we soms ook worden gedoopt door het geestelijk vuur en dat kan ons zwaar veranderen. Heel vaak valt dat de omgeving tegen. Maar als wij onze vuurdoop krijgen door de plotselinge nieuwe erkenning van geestelijke waarden, dan zijn we ook ineens in staat om veel meer te verdragen en kunnen we veel verder gaan.
Wanneer een mens sterft, kan dat heel vaak ook een soort vuurdoop voor hem zijn want hij komt in een nieuwe wereld terecht; en dan zijn de eerste ogenblikken de meest belangrijke. Want indien hij in die eerste ogenblikken contact kan krijgen met de anderen, indien hij de waarheid omtrent zichzelf kan accepteren, dan gaat de rest vanzelf, ook al gaat het dan niet altijd van een leien dakje omdat we bij ons geen leidekkers hebben.
Altijd weer is er een beslissend ogenblik. Een ogenblik dat je voor jezelf moet uitmaken: kan.ik dit aan of niet. En elke keer dat je ‘ja’ hebt gezegd, volgt de vuurdoop. Want de dingen die je meent te kunnen doen, zijn altijd zwaarder dan je denkt. Al de dingen, die je meent te weten, zijn toch nog iets meer en iets anders dan je dacht. Dan moet je je krachten samen nemen en doorzetten, doorbijten, totdat je in die nieuwe omstandigheden weer normaal kunt functioneren.
Dat is de vuurdoop, die elke mens telkenmale weer in zijn leven zal moeten doormaken. Dat is de vuurdoop, die de mens wacht aan het einde van een stoffelijk bestaan, zo goed als aan het begin daarvan.
Laten wij ons daarom voorbereiden op het feit, dat we elke keer weer een krachtproef moeten leveren: een proeve van beheersing, van doorzettingsvermogen. Een proeve van op onszelf betrouwen en onze afhankelijkheid van anderen tijdelijk terzijde stellen. Want alleen indien we dat op het juiste ogenblik steeds weer weten op te brengen, zullen we verdergaan van bewustzijn tot nieuwe bewustwording, van sfeer tot sfeer, van geestelijke en stoffelijke mogelijkheid tot nieuwe zelferkenning en nieuwe ontplooiing.